297

groep landen met een continentale traditie, past het met de hogere scores richting postbureaucratisch beter bij de Scandinavische landen en Engeland dan bij de traditionele bureaucratieën als Duitsland, Luxemburg, Oostenrijk, België en Frankrijk. De voormalige Oostblokstaten kennen ook een redelijk grote spreiding, mede afhankelijk van oorspronkelijke invloeden bij de inrichting van hun overheid. Estland lijkt in vele opzichten op Scandinavische landen, Litouwen en Polen passen meer bij de continentale traditie. Letland zit daartussenin. Hoewel deze classificatie voor discussie vatbaar is103 , is er niet erg veel toegankelijk vergelijkend onderzoeksmateriaal op dit gebied beschikbaar. De hiervoor gesignaleerde verschillen tussen de Europese Lidstaten hangen mede samen met de verschillen in personeelsbeleid: ambtenaar of niet, de manier van werven en selecteren, loopbaanmogelijkheden en overige arbeidsvoorwaarden. 3 VERSCHILLEN IN PERSONEELSBELEID In de meeste (centrale) overheden werken mensen met een ambtenarenstatus. Dit betekent dat hun rechtpositie is gebaseerd op specifieke wetgeving, waarin ook meer specifieke rechten en plichten zijn opgenomen dan in de algemene arbeidswetgeving voor ‘gewone’ medewerkers. Dit is tot nu toe het geval in Nederland, maar er ligt een wetsvoorstel om veel meer ambtenaren onder normale wetgeving te brengen en slechts voor een beperkt aantal functiegroepen of organisatieonderdelen de specifieke ambtenarenwetgeving te handhaven, bijvoorbeeld voor politie, defensie en de rechterlijke macht. Voor zover sprake is van ambtenaren werken die met name in de centrale overheden. Uit onderzoek104 blijkt dat de centrale overheid in Nederland, samen met die van Estland, Finland, Hongarije en Slowakije, aan de ene kant van het spectrum zit, met bijna 90 procent ambtenaren (na Ierland, Malta en Litouwen met 100 procent). Tsjechië en Zweden zitten geheel aan het andere einde, met vooral medewerkers vallend onder de gewone arbeidswetgeving. Daartussen zit een groep landen met tamelijk veel ambtenaren, zoals Oostenrijk, Luxemburg, België, Griekenland, Cyprus, Frankrijk en Spanje. En een groep met vooral veel ‘gewone’ medewerkers, zoals Polen, Denemarken, Italië en Portugal. Andere zitten min of meer in het midden van het spectrum (Letland, Duitsland en Bulgarije). Binnen Europa worden nogal verschillende manieren van werving, selectie en loopbaanontwikkeling gebruikt. De twee belangrijkste systemen zijn het zogenaamde meer gesloten ‘carrièregerichte’ systeem aan de ene kant en het meer open ‘vacaturegerichte’ systeem aan de andere kant, 103. 104. Zie bijvoorbeeld de boekrecensie van F.M. Van der Meer & C.F. van den Berg in Common market law review, Vol. 48, No. 6, December 2011, Kluwer. Demmke, C., & Moilanen, T. (november 2012). The future of public employment in central public administration. Study for the Polish Presidency of EUPAN, EIPA. STAAT VAN DE AMBTELIJKE DIENST 2015 295

298 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication