25

PLANTEN In het voorjaar is De Warande tien dagen open voor bezoekers. stinzenplanten. “Daar groeien ze op zandgrond”, zegt hij. “Met stinzenplanten op zand hebben we dus heel veel ervaring opgedaan. Maar als je tuinen voor andere mensen aanlegt, krijg je ook te maken met andere grondsoorten, bijvoorbeeld blauwe zeeklei, en daar gedragen deze planten zich heel anders! Mijn ervaringen met het toepassen van hetzelfde assortiment op verschillende grondsoorten waren dus heel leerzaam.” Goede grond Sinds 6 jaar is Jan Willem eigenaar van een webshop waar tuinbezitters stinzenbollen en schaduwplanten kunnen bestellen. “Je hoeft geen kasteel te bezitten om met stinzenplanten te tuinieren, ook in een kleine tuin zijn ze heel goed toepasbaar. Eigenlijk is het een heel duurzame manier van tuinieren: de bollen, knollen of wortelstokken van stinzenplanten hoef je namelijk maar één keer te planten, daarna komen ze ieder jaar terug. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de bodem en standplaats in orde zijn. Bij het woord ‘verwilderingsbollen’ denken mensen nog te vaak: die gaan toch vanzelf? Ja, het eerste jaar gaat het vanzelf, dan groeien ze op de energie van het vorige seizoen. Maar om zich in de tuin te kunnen vestigen en te vermeerderen hebben ze een plek nodig waar ze zich thuis voelen.” Op een paar soorten na houden verwilderingsbollen van wat rijkere grond. Tuinier je op schrale zandgrond, dan raadt Jan Willem aan om er bentoniet doorheen te werken. “Bentoniet is een bodemverbeteraar die bestaat uit kleimineralen. Heel veel planten hebben die gewoon nodig. Uiteraard in combinatie met humus en wat organische meststoffen. Die geef je in het vroege voorjaar, als de bollen opkomen, en eventueel nog een keer direct na de bloei. Maar gebruik wel rustige, kalirijke organische meststoffen, die zijn goed voor de bolvorming en de bloei. Het gaat er niet om je narcissen zo hoog en groen mogelijk te krijgen!” Zware kleigrond biedt weer andere uitdagingen. “Wil je bollen planten op zware kleigrond, dan moet je de grond eerst losser te maken. Dat doe je door er houtsnippers of compost en scherp zand doorheen te werken, aangevuld met basaltmeel. Basaltmeel veroorzaakt een soort chemische reactie. Het gaat tussen de kleiplaatjes zitten en breekt ze open.” Foto: Geert Overmars Ervaring Een deel van Jan Willems hovenierswerk bestond uit het uitvoeren van de ontwerpen van zijn moeder, Trudi Woerdeman. Als tuinarchitect en -historicus is Woerdeman gespecialiseerd in het ontwerpen van bostuinen met schaduw- en stinzenplanten. De naam ‘stinzenplanten’, zegt Jan Willem, verwijst naar een bijzondere groep tuinplanten. “Stinzenplanten werden eeuwen geleden geïntroduceerd op oude buitenplaatsen en stinzen (landhuizen) in Friesland. Daar zijn ze verwilderd en vervolgens massaal ingeburgerd. Het gaat voornamelijk om bol-, knol- en wortelstokgewassen, zoals sneeuwklokjes, winterakoniet, bosanemonen, holwortel, lelietje-van-dalen en wilde narcissen.” Ook de tuin van Jan Willems ouders staat vol met Inspiratie Wat ook belangrijk is bij het kiezen en toepassen van soorten, zegt Jan Willem, is weten waar ze oorspronkelijk vandaan komen. “In het voorjaar wandel ik graag in de bergen van Kroatië. Dan geniet ik daar, in de natuur, van wat ik in mijn eigen webshop aanbied. De oorspronkelijke groeiplaats van een plant zegt heel veel over z’n toepassingsmogelijkheden.” We lopen een rondje door de tuin. Het is juni, het is er weldadig groen. “In de lente is het hier een spektakel en kleurt de grond onder de nog kale bomen wit, blauw, roze en geel. Dan stellen we de tuin tien dagen open. Bezoekers kunnen hier inspiratie opdoen en zien wat er met stinzenplanten mogelijk is. En vervolgens in de webshop, met behulp van zoekfilters, kiezen wat past in hun eigen tuin. Bij het uitzoeken van planten is alleen afgaan op mooie plaatjes niet voldoende!” u G R O E I&BL O E I– OK T OB E R –2018 59

26 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication