38

TUINIEREN IN DE TUIN MET GERARD Gerard van Buiten is hortulanus van de Botanische Tuinen Utrecht. 'Als zoon van een tuinbaas kreeg ik de liefde voor planten en tuinieren met de paplepel ingegoten. Voor een plantenfreak als ik valt er op mijn werkplek altijd iets nieuws te ontdekken.' Tussen januari en mei bloeien in de Botanische Tuinen de stinzenplanten. ‘Dit type planten is heel geschikt voor een bostuin, ze vermeerderen zich spontaan.’ Gerard laat zien hoe dat in z’n werk gaat. Tekst Nicolien van Doorn Beeld Modeste Herwig S tinzenplanten (onder andere wilde narcissen, sneeuwklokjes, scilla’s, krokussen en herfsttijlozen) komen oorspronkelijk uit de bossen en bergweiden van Midden- en Zuidoost-Europa. Ze bloeien vroeg in het jaar, met een bloeitijd die per soort varieert van januari tot mei. Doordat de bomen dan nog kaal zijn, vangen ze voldoende zonlicht op. Hun voedsel ligt opgeslagen in hun bol, knol of wortelstok. Vanaf eind 18e eeuw raakten parkachtige landschapstuinen in de mode. Om deze nieuwe parken te verrijken, werden veel van die kleurige bosplantjes naar Nederland gehaald. Op sommige landgoederen, buitenplaatsen en herenboerderijen deden ze het zo goed, dat ze zich daar tot op de dag van vandaag prima handhaven. In 1986 werd in de Botanische Tuinen Utrecht een stinzenhelling aangelegd. “Stinzenplanten doen het goed in een bostuin”, zegt Gerard. ”Heb je die niet, dan kun je ze ook in een hoek met heesters of onder een loofboom toepassen. Ze houden niet van natte, zware klei. Het beste is humeuze, niet te zure grond. Als de grond zuur is, kun je die prima bekalken met mergel of schelpen, die geven de kalk langzaam vrij. En zet de plantjes onder loofbomen of struiken, niet onder coniferen.” Mierenbroodjes Het leuke van stinzenplanten is dat ze zich, als ze het naar hun zin hebben, vanzelf vermeerderen. Dat dat zo gemakkelijk gaat, Sneeuwklokje Stinzenkrokus ‘Dit zijn zaden van het sneeuwklokje, ze zijn nog niet helemaal rijp. Er zit een voedselrijk aanhangsel op, dat mieren naar hun nest slepen. In de tuin kun je sneeuwklokjes gemakkelijk vermeerderen door de pol na de bloei te delen.’ 82 G R O E I&BL O E I–M E I–2018 ‘Deze rode bolletjes zijn zaden van wilde krokussen. Drie tot vier jaar na het zaaien zie je al bloemetjes. Natuurlijk moet je op de plekken waar je hebt gezaaid niet gaan schoffelen.’ Crocus tomassinianus, C. vernus en/of hybriden daartussen zijn echte stinzenkrokussen.’

39 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication