39

TUINIEREN komt doordat mieren het zaad verspreiden. Aan elk zaadje zit een voedselrijk aanhangsel of ’mierenbroodje’. Mieren slepen het naar hun nest en voeren het aan hun larven. ”We hadden een groepje wilde narcissen op een veldje”, vertelt Gerard, ”maar daar is bijna niks van over. Ze staan nu boven op de muur van het fort. Daar hebben de mieren het zaad naartoe gesleept, want zo’n warme muur is een goede plek voor een mierennest.” Wie (veel) stinzenplanten in zijn tuin wil, hoeft dus alleen maar toe te kijken hoe ze verwilderen. Vind je dat te lang duren, dan kun je het proces versnellen door zaad te winnen. Laat de plantjes rustig afsterven, pluk het zaad als het rijp is en strooi het verderop uit in het gras of tussen onderbegroeiing, zonder het af te dekken. ”Doe dat direct nadat je het zaad gewonnen hebt,” adviseert Gerard, ”zo vers mogelijk kiemt het het best.” Met narcissen en krokussen kan het snel gaan. ”Drie of vier jaar na het zaaien krijg je de eerste bloemetjes al. Denk er wel aan om niet te vroeg te maaien op plekken waar je hebt gezaaid, en ga er niet met de schoffel doorheen.” Het is wel even opletten wanneer het zaad rijp is. Bij narcissen is dat makkelijk, maar sneeuwklokjes en scilla’s laten hun rijpe zaden op de grond vallen. Bij de krokus zit de stuifmeelkorrel op het knolletje. Wanneer het blad afsterft, groeit het rijpe zaad naar wit mierenbroodje. Als de zaaddoos geel is, is ie rijp. Krokuszaden zien eruit als rode bolletjes. Gerard geeft aan hoe snel die zich vermeerderen: ”We hebben nu ontelbaar veel krokussen, allemaal afkomstig uit een half emmertje zaad dat in 1986 is uitgestrooid.” Het zaad van het grote sneeuwklokje (Galanthus elwesii) moet bruinzwart zijn. Al hoef je je om dat zaad niet al te druk te maken: de makkelijkste manier om sneeuwklokjes te vermeerderen is vlak na de bloei de pollen te scheuren, dat geeft een beter resultaat dan zaaien. De stinzenhelling in de Botanische Tuinen Utrecht. boven en komt dan net boven de grond uit. Bij de herfsttijloos is het nog gekker: zijn zaaddoos is er pas in juni, terwijl hij in september bloeit. Het zaad van de wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) is een zwart bolletje met een Het zaaien lukt het best met de wilde soorten. De meeste bol- en knolgewassen in winkels en tuincentra zijn hybriden en die zetten geen zaad. Wil je zeker zijn dat de bollen en knollen die je koopt ’echt’ zijn, let dan op de wetenschappelijke naam. Staat er een cultivarnaam bij (meestal het derde woord in de naam), dan is het geen ’echte’, botanische soort. ] Kijk voor veel meer tips en handige instructiefilmpjes op www.groei.nl/tuinkalender. Wilde narcis Mierenbroodjes ‘De wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) voelt zich thuis in grasland, bermen en onder loofbomen. Gecultiveerde narcissen zaaien zich lang niet allemaal uit, maar deze doet dat heel enthousiast!’ ‘De rijpe zaden van de wilde narcis zijn glanzend zwart. Er zit een wit mierenbroodje op. De eerste narcissen zijn geplant onder aan het fort. De mieren slepen de zaden steeds verder naar boven en nu bloeien ze op de 9 meter hoge muur van de oude bunker.’ G R O E I&BL O E I–M E I–2018 83

40 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication