22

PLANTEN BLIJ MET KLEI Groenkenner Margareth Hop weet hoe planten zich gedragen en welke soorten je waar kunt planten. In deze vijfdelige serie behandelt ze veelvoorkomende problemen in de tuin. Aflevering 3: hoe haal je het beste uit klei? Tekst Margareth Hop Illustraties Huub Kistemaker Een tuin op kleigrond heeft zowel voor- als nadelen. Met de goede planten kun je een prachtige tuin maken, want klei is vruchtbaar en houdt water goed vast. Maar het is wel grond met een gebruiksaanwijzing. Klei is zwaar om te bewerken en verandert makkelijk in een modderpoel. In Nederland vinden we klei in het rivierengebied, langs de kust en in de polders. Kleigrond bestaat uit hele kleine gronddeeltjes (kleiner dan bij zand), die sterk aan elkaar plakken. Hierdoor houden ze water en voedingsstoffen goed vast. Maar dat is ook een nadeel: na een flinke bui zakt het water maar langzaam in de grond en je kunt dan niet in de tuin lopen zonder weg te glibberen. Ook blijft klei na de winter lang nat en warmt maar langzaam op. Daarom is het belangrijk dat er lucht in de bodem komt. Dit gaat het beste door grof organisch materiaal in de grond te werken, bijvoorbeeld een jaarlijkse dosis grove compost of 66 G R O E I&BL O E I–APR I L–2019 stalmest. Dit materiaal zorgt ervoor dat de klei minder aan elkaar plakt, maar lokt ook wormen en ander bodemleven aan, die gangetjes in de grond maken. Ook de wortels van planten maken gangetjes door de grond. Spitten Ben je (nog) niet aan kleigrond gewend en wil je weten welke planten het daar goed doen? Kijk dan eens naar tuinen in de buurt. In een lokaal tuincentrum weten ze vaak heel goed welke planten geschikt zijn. Heb je een (klei)tuin bij een nieuwbouwhuis, dan helpt het om de eerste zomer de tuin in te zaaien met een groenbemester of een mengsel van eenjarige bloemen. Aan het eind van de zomer spit je deze onder, waardoor de grond profiteert van de wortels en andere plantendelen die ondergronds gaan verteren. Doe dit vooral op een droge dag, want spitten in natte klei smeert luchtgaatjes juist dicht. Een hovenier kan de grond met machines bewerken. Ga je zelf spitten, dan is het aan te raden om een kleispade aan te schaffen. Die heeft een smal blad, waardoor het werk wat minder zwaar is. Of gebruik een spitriek: daaraan blijven kluiten grond minder kleven dan aan een spade. In de landbouw gebruiken ze een handige truc: aan het eind van het jaar gespitte grond braak laten liggen in grove kluiten. Door vorst worden deze kluiten vanzelf in kleinere stukken gebroken. Let goed op wanneer de grond in het voorjaar te bewerken is: hij mag niet te nat meer zijn, maar ook nog niet uitgedroogd. Er wordt wel eens geadviseerd om zand door klei te mengen om de structuur te verbeteren. Dit helpt wel een beetje, maar er is enorm veel zand voor nodig om effect te merken. In een plantenbak is dat nog wel te doen, maar niet in een hele tuin. Tegen uitdroging Op kleigrond moet je rekening houden met te veel maar ook met te weinig water. Om overtollig water goed weg te laten lopen kan het nodig zijn drainagebuizen in de grond te (laten) leggen. Het kan ook helpen om verhoogde plantbedden te maken. Hoewel klei regenwater lang vasthoudt, kan kleigrond als het lang droog is - zoals de afgelopen zomer - gaan krimpen en flinke scheuren vertonen. Tegen het uitdrogen van de bovenlaag helpt het om de grond goed bedekt te houden. Bijvoorbeeld door bodembedekkende planten te gebruiken of door het aanbrengen van een mulchlaag van organisch materiaal (houtsnippers, schors, cacodoppen etc.). Op verse mulch gaan soms paddenstoelen groeien. Gewoonlijk zijn dat soorten die alleen van dood organisch materiaal leven, maar omdat sommige de schors van levende planten kunnen beschadigen, is het beter om de mulch niet tegen de voet van de planten aan te laten komen.

23 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication