9

Foto: Imageselect GROENTIPS Fransjes KweekPROBLEEM Bij het opschonen van een plantvak ontdekte ik kweek. En dat terwijl ik het er vorig jaar zo zorgvuldig had uitgewied. Dacht ik. De dunne, witte wortels groef ik zo diep mogelijk uit. Heel voorzichtig, om te voorkomen dat ze af zouden breken. Helaas lukt dat laatste zelden, meestal blijft er toch een stukje zitten. Voor de meeste planten betekent zo’n amputatie het einde, maar kweek is van een ander kaliber. Diep onder de grond vervolgt hij z’n weg, om weer op te duiken in de pol van een vaste plant. Wat kun je doen om dit monster te temmen? Mijn strategie is waakzaamheid. Voorkomen dat het probleem zich verder verspreidt. Daarom controleer ik dit vak regelmatig en verplant ik de planten die er groeien niet naar een andere plek. In haar vrije tijd tuiniert redacteur Fransje van Dorp met veel plezier in haar volkstuin. Op deze plek doet ze verslag van wat haar bezighoudt. VOOR MIJ HEEFT SPITTEN Z’N ONSCHULD VERLOREN TROOSTplant ‘Alles gaat voorbij, maar de planten in mijn tuin komen ieder jaar weer op. Dat geeft troost.’ Dat las ik ergens en het is ontegenzeglijk waar. Juist dat cyclische, dat zo eigen is aan de natuur - en dus ook aan tuinieren - maakt dat de tuin nooit verveelt. Dat mag dan troostrijk zijn, ik vind wel dat we tergend lang op die troost moeten wachten. Vaste planten bijvoorbeeld, ogen minstens vier maanden lang zo dood als een pier, in het voorjaar wil je ze wel de grond uitkijken. Pas eind maart komt er wat beweging in. Dat is een van de redenen dat ik zo gesteld ben op mijn voorjaarslathyrus (Lathyrus vernus). Deze langlevende vaste plant vormt op den duur een flinke pol en heeft diep ingesneden loof. Al in april verschijnen de purperen bloemen. Ik heb de roze variëteit ‘Alboroseus’, maar hij loopt steeds meer terug naar de oorspronkelijke vorm. Die mengeling van roze en purper in de voorjaarstuin. Inderdaad, dat is ‘troost’. BLOTE aarde Ik kom uit een familie van akkerbouwers. Komt het daardoor dat ik blij word bij het zien van blote aarde? Kluiten klei met kaarsrechte voren, wachtend op tarwezaad of pootaardappelen. Iets mooiers bestaat er niet, werd mij altijd voorgehouden. Ook in mijn tuin vind ik het leuk om planten in een goed voorbereid bedje te zetten. In aarde die zo kruimelig en rul is, dat je hem alleen maar met je hand opzij hoeft te schuiven om te kunnen planten. Dan moet je wel eerst goed spitten natuurlijk. Maar tegenwoordig steek ik mijn spade niet meer zo snel in de aarde. Nu we steeds meer te weten komen over wat er zich onder de grond afspeelt en hoe slim plantenwortels, schimmels en bacteriën daar met elkaar samenwerken, heeft spitten voor mij z’n onschuld verloren. Zo’n superintelligent samenwerkingsverband ga je natuurlijk niet moedwillig verstoren. Toch kan ik het ook niet helemaal laten. In mijn tuin heb ik een hoekje gereserveerd voor eenjarigen, en ja, dat gaat ieder voorjaar helemaal op de schop ... Foto: iStockphoto G R O E I&BL O E I–APR I L–2019 15

10 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication