16

het een ontwikkeling die niet meer is te stoppen. Technologie en digitalisering zijn mondiale, autonome trends waar een lokale bestuurder weinig tot geen impact op heeft. Het zou enorm helpen als bestuurders dat gegeven zouden omarmen en een signaal zouden afgeven dat zij ermee aan de slag willen. Bestuurlijke tegenwind gaat mondiale trends, zoals smart cities, echt niet tegenhouden. Hooguit vertragen.’ Jan van Ginkel vindt het zorgelijk dat thema’s als technologie en digitalisering, bestuurlijk gezien, nog nauwelijks een issue zijn. ‘Het zit hooguit in de sfeer van moderne hebbedingetjes in plaats van dat gezien wordt dat die thema’s ons leven en onze samenleving drastisch veranderen. Deskundigen zeggen dat binnen vijfentwintig jaar 70 procent van de wereldbevolking in steden woont. Ga eens na wat dat betekent voor de ruimtedruk. Een andere voorspelling is dat over vijf jaar zo’n 50 miljard apparaatjes met internet verbonden zijn, waar dat aantal nu op 5 miljard ligt. Er is sprake van een exponentiële groei van digitale technologie, ook wereldwijd, en bestuurlijk daarvan bewust worden lijkt mij gewoon buitengewoon relevant. Die bewustwording mis ik nu.’ EXTRA KANSEN Maarten Hillenaar is niet verontrust over het lage aantal bestuurders en gemeen‘WERKEN AAN DE WAKKERE STAD’ In het eind juni verschenen boek ‘Werken aan de wakkere stad’ gaat Jan van Ginkel in op de manier waarop bestuurders, ambtenaren, professionals én burgers erin slagen onderling een wezenlij k nieuwe verhouding op te bouwen en met elkaar een wakkere stad in te richten. ‘In plaats van smart city zouden we het ook een wakkere stad kunnen noemen. Het gaat er steeds om, vanuit de overheid gekeken, om slimme interventies te bedenken die de wakkere stad verder kunnen aanwakkeren. Wat kun je nou werkelij k doen om verbindingen binnen de stad te bevorderen? Daar gaat het boek over. Ik geloof er heilig in dat als je mensen, organisaties, ideeën, gedachten of producten met elkaar verbindt, dat één en één vanzelf drie wordt. Verbinding is voor mij echte kennis.’ ten dat zich actief bezighoudt met smart city-concepten. ‘Het is maar net wat je vertrekpunt is. Den Haag was al bezig met The Hague Security Delta en dit gaf extra kansen. Het is ook niet iets totaal nieuws wat we doen. Ik kan zo tien voorbeelden geven van smart city-achtige dingen die Den Haag in de afgelopen jaren al gedaan heeft. Zo hebben we hier het eerste energiezuinige gebouw van Nederland gebouwd. Ook hebben we negenduizend datasets vrijgegeven en zijn we al langer bezig met mobiliteitsverbetering. Het bestond altijd al, alleen hoort daar nu het label smart city bij.’ ‘GEMEENTE ALS AANJAGENDE EN VERBINDENDE PARTIJ’ ‘Een smart city is meer dan een stad vol slimme snufj es’, volgens Ingrid van Engelshoven, wethouder Kenniseconomie, Internationaal, Jeugd en Onderwij s in Den Haag. ‘Smart city gaat over het stellen van slimme vragen waarop je gezamenlij k een antwoord vindt. We laten het monopolie op beleid en uitvoering los en geven samen met de toporganisaties uit onze stad invulling aan maatschappelij ke vraagstukken.’ Dat betekent overigens niet dat Van Engelshoven het roer uit handen geeft. ‘Integendeel, het is aan ons om het grote geheel te overzien. We hebben als gemeente grote maatschappelij ke opgaven als voldoende werkgelegenheid, goede bereikbaarheid, betaalbare zorg en goed onderwij s. En we weten dat technische innovaties daaraan een bij drage kunnen leveren. Wat ons betreft komen dus zowel de uitdagingen als de oplossingen voort uit een nauwe samenwerking met onze partners. De gemeente is daarin de aanjagende en verbindende partij . Door bij voorbeeld de aanpak van de hoge werkloosheid te verbinden aan de vraag naar technisch geschoolde krachten. Als je dergelij ke verbindingen legt, ben je als stad slim bezig.’ 16 FACILITERENDE GEMEENTE Ondanks het feit dat Den Haag en Schiedam het onderwerp smart city van verschillende kanten benaderen, ervaren Maarten Hillenaar en Jan van Ginkel dat ze op één lijn zitten. Beiden zijn er ook van overtuigd dat er geen weg terug meer is. ‘Omdat deze ontwikkeling hoe dan ook doorzet’, aldus Hillenaar. ‘Of dat gebeurt gestuurd, of je kunt het over je heen laten komen. Ik heb een sterke voorkeur voor het laatste. Het betekent niet dat je moet gaan zitten wachten. Het vereist dat je moet weten waar je het stuur even wat losser moet laten. En als er andere partijen zijn die een goede rol pakken, dan moet je als gemeente die ruimte ook bieden. Voor mij is de gemeente echt de partij die een en ander faciliteert, die het mogelijk maakt, die het platform organiseert en ondersteunt.’ Als het gaat om smart cities ziet ook Jan van Ginkel de rol van de gemeente als facilitator, als meebewegende instantie. ‘Het is niet een beweging vanuit de gemeenschap, of een beweging vanuit de overheid – het is beide bewegingen tegelijkertijd inzetten. Afhankelijk van de kracht van je stad en de kracht van het ambtelijk apparaat doe je een beetje meer links of een beetje meer rechts. Een treintje rijdt maar op twee spoorstaven tegelijk. Het gaat erom dat je elke keer een stukje aan die rails bouwt. En dat is afhankelijk van de stad, de context en de fase waarin je zit.’

17 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication