0

Tijdschrift voor progressief Joods Nederland jaargang 7 · #1 Maart/april 2021 / Nissan 5781 René Kahn over de maakbaarheid van ons brein THEMA Gezond weer op

ONLANGS VERSCHENEN BIJ AMPHORA BOOKS esther shaya & frank hemminga Wacht maar Het veelbewogen leven van Henriëtte Pimentel Eerbetoon aan de directrice van de crèche Dé biografie over de directrice van de joodse crèche. ‘Het wonderlijke verhaal van hoe een Joodse man Kamp ‘Het leest werkelijk als een trein, het is een prachtig boek geworden.’ ― Els Kloek Westerbork mocht verlaten en burgemeester werd.’ ― AD ‘…bloedstollende familieverhalen aan de hand van huizen waar joden woonden…’ ― Elsbeth Etty, NRC Handelsblad BERT JAN FLIM Dagboek van een Joodse boerenknecht BERNIE’S OORLOG 1942 -1945 Het ge ki d Hoe verzetsgroep NV honderden joodse kinderen liet onderduiken kpl g l SAMENGESTELD DOOR WILLY LINDWER & ALINE PENNEWAARD ‘Indrukwekkend dagboek van een Joodse boerenknecht… Dit boek is één van de ‘…een bijzonder stukje Amsterdamse geschiedenis… het verhaal van de redding weinige, gedetailleerde dagboeken van een Joodse onderduiker in het oosten van het land.’ ― De Gelderlander (uit de crèche)en de onderduik van 250 Joodse kinderen tijdens de oorlog’. ― De Telegraaf ‘Een indringende, aangrijpende oorlogsroman’. ― OVT te bestellen bij uw boekhandel of www.amphorabooks.nl voor informatie info@amphorabooks.nl Hoe de Holocaust toesloeg in het leven van gewone mensen, in dit geval in het leven van de Pimentel familie. ‘Goed gedocumenteerd en goed geschreven.’ ― NIW

Spreekuur JMW Wilt u met iemand praten over wat Joods z of uw Joodse achtergrond voor u beteken t Wilt u eens van gedachten wisselen o Voelt u zich eenzaam of somber? heeft u vragen over de WUV, W f andere Joodse (oorlogs)fon Komt u fi nancieel niet uit en kunt u wel w hulp bij gebruiken bij uw administra of heeft u vragen over toeslage, w formulieren of andere praktische zaken Neem contact op met JMW: 088 1652200 of spreekuur@joodswelzijn.nl a e, Denkt u vaak (terug) aan d , W f n? d r () opvoeden of zijn er spanningen in u n u ? Zoom evenement: één tekst - drie invalshoeken Een uniek Talmoedisch debat E en orthodoxe rabbijn, een hoogleraar en een liberale rabbijn lopen samen een café in… Klinkt dit als het begin van een witz? Niet bij Crescas! Op zondag 30 mei komen drie geleerden uit totaal verschillende hoeken bij elkaar om é é n Talmoedische tekst te bespreken: Wim van Dijk, Irene Zwiep en Joram Rookmaaker verlichten onder leiding van moderator Leo Mock onze ogen. Voor meer informatie: www.crescas.nl/cursussen/rrz/Een-tekst-drie-invalshoeken 30 mei 2021 15:00-17:00 SPECIALE STUDENTENKORTING! Zoom-bijeenkomst € 17,50

Gezond weer op W anneer u dit blad openslaat, is het ruim een jaar geleden dat het coronavirus voor het eerst in Nederland werd vastgesteld in Loon op Zand. Konden we ons toen voorstellen dat we een jaar later nog in een lockdown zouden zitten, inclusief avondklok en maandenlang gesloten winkels? Door een virus dat grote delen van de wereld plat zou leggen? Norbert Vogel schrijft in deze editie dat er geen enkele reden is om te denken dat corona de laatste plaag zal zijn en vraagt: Wat leren de plagen ons? ‘Gezond weer op’ is het thema van deze editie. Binnen het Jodendom is er veel aandacht voor gezondheid. Van de 613 ge- en verbonden in de Tora zijn er 213 van medische aard. Niet verwonderlijk dat binnen de joodse gemeenschap artsen ruimschoots vertegenwoordigd zijn. Dat was in het Amsterdam van de zeventiende eeuw al het geval, schrijft Tirtsah Levie Bernfeld en nog steeds zoals blijkt uit het generatie-interview. Gezond leven heeft ook positieve consequenties voor uw brein. In het interview vertelt psychiater René Kahn hoe je je hersenen in topconditie kunt houden; studeer, slaap, stress niet, maak vrienden. Dat was niet eenvoudig in coronatijd, met kinderen die thuis zitten, pubers die vergroeid zijn met hun telefoons en ouders met Netflix. En hoe krijgt je straks weer grip op je tijd om gezonde keuzes te maken? Op social media werd een tekst over Isaac Newton gedeeld. Toen Cambridge in 1665 werd gesloten vanwege de pest, keerde Newton terug naar huis. In die periode ontdekte hij de wetten van de zwaartekracht, optica en vond hij de calculus uit. Veel is dus mogelijk als we er tijd voor nemen. En nu tijd een andere dimensie heeft gekregen: Lees in dit nummer hoe je je planmatig kunt voorbereiden op Pesach. Voor een schoon begin. Chag Pesach Sameach! Hester Stein Heeft u een onderwerp of een artikel voor Joods Nu? Mail ons voor 12 juli 2021 op redactie.joodsnu@gmail.com 4 PERSOONLIJK We willen zo lang mogelijk gezond blijven, met hersenen in topconditie. Kan dat eigenlijk wel? Psychiater René Kahn vertelt over maakbaarheid: van de tien geboden voor ons brein, de invloed van genen tot zijn keuze voor een leven in New York. 10 Le chaim, op het leven In Tora wordt de basis gelegd voor een gezond leven. Daarop baseerden rabbijnen en doctoren hun adviezen, inclusief hoe om te gaan met een epidemie en lockdown. 12 Achtergrond Echad mi Yodea: We zingen dit tel-lied elke seideravond. Maar het zijn geen gewone getallen. Leo Mock over de symboliek. 15 Joods Klassiek Hoe kom je als muzikante het jaar door als corona overal roet in het eten gooit? Een gesprek met Channa Malkin, met aandacht voor haar nieuwe album. 20 Geschiedenis Historica Tirtsah Levie Bernfeld over hoe de joodse gemeenschap in de stad Amsterdam haar eigen doctoren, barbiers, chirurgijns en apothekers inzette. RUBRIEKEN Uit de kehillot Favoriet Object Jos Vecht en Jaïr Salomon van Dijk Jongeren over... sjabbat Jenna Moorman en Maya Colmans Column Zippora Abram Aan tafel Joan Davidson 8 6 45 53 60

24 Joden in verzet Het is een hardnekkige mythe dat Joden zich nauwelijks verzet zouden hebben tegen hun vervolging. Hans Schippers over joden die vochten tegen de bezetter. 27 Pesachschoonmaak Hoe ver moet je gaan? ‘Gasfornuis, oven (ook de la!) en magnetron zou ik naar de stomerij brengen als het kon.’ Zippora Abram over haar vijf fasen van de Pesachschoonmaak. 30 Interview Yvonne Walvisch-Stokvis Over de noodzaak van de dialoog tussen de kehillot en online verbinding. 34 Generaties De coronacrisis heeft invloed Colofon Jaargang 7, #1 Maart/april 2021, Nissan 5781 Joods Nu is een uitgave van de stichting Levend Joods Geloof en het orgaan van het is de nieuwe voorzitter van het NVPJ. Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom (NVPJ). Het verschijnt drie keer per jaar. Meer informatie verbond.eu Bestuur Stichting Levend Joods Geloof Yvonne Walvisch Hans Weijel Marlien Groeneveld Corinne Chen op de levens van de drie broers Fortuin: Yigal, David en Shai. Een gesprek over deze hectische tijd, hun familiegeschiedenis en het zoeken naar balans. 38 Waar mijn familie vandaan komt Lisa en Lee Ross-Marcus beschrijven de reis van hun grootouders van de Oekraïne naar de Verenigde Staten. Om hun eigen dromen waar te kunnen maken vertrokken Lisa en Lee naar Europa. 42 Plagen In de laatste zestig jaar werd de wereld geconfronteerd met een serie plagen. Norbert Vogel ziet het coronavirus als de 10e plaag. Wat leren plagen ons, toen en nu? 46 Israël Bijna de helft van de Vertrouwenspersoon Verbond: Marion Alhadeff, e-mail: marion.alhadeff@gmail.com Hoofdredacteur/ redactiecoördinator Hester Stein-Otter Eindredactie Rosa van der Wieken Redactie Zippora Abram, Sarah Bremer, Mia Davidson, Mirjam Ringer, Hans Schippers Correctie Elvira Boom Fotografie Carla van Thijn en Claudia Kamergorodski Beeldredactie Carla van Thijn Ontwerp en opmaak Roel Siebrand Verder werkten mee Tirtsah Levie Bernfeld, Fabienne Blocq, Sharon Colmans, Jacqueline Frankenhuis, Dennis Heijmans, Marion Kunstenaar, Marcus van Loopik, Leo Mock, Caroline Mutsaars, Zira Roozendaal, Miriam en David Schmidt, Rosa Snijders, Ellis Vyth Contact redactie.joodsnu@gmail.com Israëlische bevolking was in februari al ingeënt tegen Covid-19, terwijl wij hier niet vooruit zijn te branden. Een kijkje in de Israëlische gezondheidszorg. 50 Kohlenpott ‘Wij kwamen uit een en religieuze identiteit volledig hadden uitgewist.’ Welkom in de Kohlenpott: vruchtbare bodem voor liberale joden. 54 Ingezonden De kans is groot dat we Pesach -het feest van de vrijheid- vieren met (strikte) beperkingen. Wat heeft de coronacrisis ons geleerd? 59 De voetafdruk van Marcus van meteen zijn nieuwste boek Leven en laten leven. Loopik Mirjam Ringer bespreekt ook 62 Boeken Mia Davidson noemt naar een verkwikkende nachtrust. boeken met een verlangen 5 Leden van de aangesloten gemeenten krijgen Joods Nu automatisch toegezonden. Een jaarabonnement kost 27,50 euro. Meer informatie: redactie.joodsnu@gmail.com. Advertenties: Gideon Krebs, tel. 020 6720509 | krebs@ireta.nl Druk en distributie: land waar de communisten religie MyConcern | Capelle aan den IJssel Omslagfoto Carla van Thijn

Gekoesterd, gekregen of gekocht, maar in elk geval dierbaar: LJG-ers over hun favoriete joodse object. tekst Sarah Bremer foto’s Carla van Thijn E en aantal jaren geleden kreeg ik van een bevriend echtpaar drie boeken uit 1947, Jos Vecht die alle drie te maken hebben met UNSCOP, de Speciale VN- commissie voor Palestina, opgericht op 15 mei 1947 om ‘aanbevelingen te doen …. betreffende de toekomstige regering van Palestina’. In UNSCOP zaten vertegenwoordigers van elf landen. Voor Nederland waren dat de heer Blom en zijn vervanger de heer Spits, die de grootvader was van de mannelijke helft van dit bevriende echtpaar. Zij zijn zelf niet joods en realiseerden zich dat deze boeken bijzondere getuigen zijn van de joodse geschiedenis. Of ik kon bedenken waar ze bewaard konden worden zodat mensen ze zouden kunnen bekijken. Met name het boek: Palestina 1947, Erets Israël, is een indrukwekkend boek met foto’s en korte bijschriften die handgeschreven lijken. Het werd als een soort reclame uitgereikt aan de leden van de commissie om te laten zien hoe hard er gewerkt werd aan de opbouw van het land. Er was één exemplaar voor ieder lid van de commissie, dus in Nederland waren er twee exemplaren. De foto’s zijn zo uniek dat je er een tentoonstelling mee zou kunnen maken. Kijk deze foto: Illegale immigrante bij aankomst in Haifa voor haar deportatie naar Cyprus. Deze foto’s geven een goede impressie hoe het was in ’47 en ’48. Zo herken ik het Dizengoff-plein en de bebouwingen. De foto’s sturen het beeld van de geschiedenis in mijn hoofd bij. Het tweede boek bevat tekeningen van alle commissieleden, gemaakt door tekenaar Ross, waarin ook één van meneer Spits. Het derde boek heet ‘Palestina picture book’, uitgegeven door Rosner. Er staan foto’s in die moeten aantonen dat Palestina in goede handen is. Ik ben zelf in 1972 voor het eerst in Israël geweest. Ik ben een oom gaan bezoeken in Jeruzalem. Ook werkte ik toen in een kibboets in de buurt van Akko waar een man naar me toe kwam die zei dat hij getrouwd was met een tante die woonde in een mosjav in Noord-Israël. Ik ben nog vele malen terug geweest. Israël is voor mij onmisbaar. Ik zou er wel een tijdje willen wonen, maar ik wil begraven worden in Nederland. Israël is de verzekering van mijn joodse bestaan, een soort veiligheid. Het is familie: ik hoor bij hen en zij horen bij mij. Ik heb wat aan Israël en ik ben bereid wat terug te geven. Zoals ik dit boek terug wil geven, zodat deze geschiedenis altijd toegankelijk zal blijven. Ik heb voor de drie boeken al een bestemming in gedachten, maar suggesties zijn welkom.” Jos Vecht, visuele duizendpoot, is bestuurslid van LJG Gelderland. 6

Jaïr Salomon van Dijk Jaïr met zijn oma Betty Schrijver D it is het fototoestel van mijn overgrootvader Salomon Schrijver. Ik ben vernoemd naar hem: Jair Salomon. Het is zo’n oude vierkante camera uit de jaren 30. Als je hem open doet staat de naam ‘Schrijver’ erin gegraveerd. Het is het enige wat we van Salomon Schrijver hebben. Dit toestel en één foto waar hij op staat. Geboren in 1913 als jongste kind van een Joods gezin met 5 jongens en 1 meisje. Allen trouwden en kregen kinderen. Ook Salomon, die met Johanna Brilleman trouwde. In 1940 werd hun dochtertje Betty geboren. Voor Betty werd in 1942 een onderduikadres in Drenthe gevonden, bij de familie Kliphuis. Daar was ook plaats voor haar moeder, Johanna, maar zij wilde haar man niet alleen laten. Salomon en Johanna zijn naar Auschwitz gedeporteerd. Salomon is vrij snel bezweken aan de tyfus. Johanna kwam in blok 10 terecht bij Mengele en heeft, toen de bevrijders eraan kwamen, dodenmarsen moeten lopen. Zij heeft het overleefd en kwam uiteindelijk augustus 1945 terug in Amsterdam. Er was totaal geen opvang voor die mensen, helemaal niets. Ze heeft spullen die ze in bewaring had gegeven opgehaald en moeten verkopen om een klein kamertje te kunnen huren voor haar en haar dochtertje Betty. Zelfs haar trouwring heeft ze verkocht, alleen dit fototoestel niet. Dat zegt toch iets. Een paar jaar later is zij met een christelijke man hertrouwd en Betty, mijn oma, heette opeens Foekens en moest van Joodse les af en naar zondagsschool. Over de oorlog werd niet gepraat. Jaren later, en dat vind ik zo ontzettend sterk van haar, is oma Betty zelf terug gekeerd naar het jodendom. Ze is naar de LJG gegaan, heeft haar kinderen op joodse les gedaan. Ik ben de zoon van haar dochter en ik ben niet religieus, maar wel met rituelen opgevoed: kaarsen aansteken, seider, Chanoeka. Ik ben bar mitswa geworden, was lid van Haboniem en Netzer. De traditie is mij doorgegeven en zit in mijn Heeft u ook een object met een voor u speciale (Joodse) betekenis? Laat het ons weten en stuur een email naar redactie. joodsnu@gmail.com genen. Zo lang zijn deze rituelen al op deze manier gedaan, mijn voorouders deden het zo en wij doen het nu nog zo. Oma Betty heeft nooit moeite gehad om te praten over de familie en ik ben er altijd nieuwsgierig naar geweest. Geschiedenis is zo boeiend. Je probeert er achter te komen hoe sommige dingen zijn gebeurd, je leert ervan en je kan wellicht voorkomen dat het zich herhaalt. Ik ben in archieven gedoken, heb namen bij foto’s gevonden. We hebben zelfs twee achternichten gevonden, één in Israël en één in Canada. We zijn een Yad Vashem onderscheiding aan het aanvragen voor de familie Kliphuis. Er is een stolperstein geplaatst voor Salomon, op de Plantage Parklaan 30 in Amsterdam. Salomon Schrijver is in mijn hoofd een legendarische persoon geworden. Ik ken zijn stem niet, weet zijn kleur ogen niet. Maar ik draag zijn naam en daar ben ik trots op.” Jair Salomon van Dijk woont in Hoorn en studeert geschiedenis aan de UVA in Amsterdam. Hij is lid van LJG Amsterdam. 7

Uit de kehillot WUPJ conferentie: nu online De World Union for Progressive Judaism (WUPJ) brengt liberale joodse gemeenschappen wereldwijd bij elkaar. En deze keer is het niet in Jeruzalem. Voor het eerst is dit congres online te volgen. Vanuit de woonkamer kunt u zich buigen over het thema ‘Facing our Jewish Future Together’. Tijdens de WUPJ-conferentie kunt u luisteren naar vernieuwende sprekers, worden er ideeën gedeeld over zionisme, politiek, onderwijs, diversiteit, antisemitisme en Tikoen Olam. U kunt -virtueel- reizen naar joodse gemeenschappen over de hele wereld en u buigen over de diepere betekenis van sjabbat in kabbalat sjabbat en de Sjachariet-ochtenddiensten. Ook is er aandacht voor joodse tekststudie, zangsessies en Havdalah. Judaism in a box Thuis bewust joods leven het hele jaar door? Hoe doe je dat? Die vraag hebben veel mensen, ook binnen de LJG’s. Judaism in a box maakt het een stuk eenvoudiger om thuis te kiezen voor joodse rituelen. LJG Amsterdam start deze zomer met ‘Judaism in a box’: een eenmalig en uniek project dat volledig gericht is op jodendom thuis. Voor wie niet ervaren is met de rituelen thuis, maar ze wel wil doen. Wat is Judaism in a Box? In één joods jaar ontvang je vijf luxe boxen met (bijna) alles wat je nodig hebt om Sjabbat en acht joodse feestdagen thuis te vieren. De inhoud is voorzien van instructies met aansprekende tekeningen (denk een joodse Ikea-beschrijving) voor het gebruik van alle producten, met alle teksten in Hebreeuws en fonetisch met vertalingen. Maar ook met recepten en hoe je hier thuis mee aan de slag kan. We organiseren per box een live ‘Unboxing’ zoom-sessie om samen de box te openen. Tijdens zo’n sessie worden meteen antwoorden gegeven op alle vragen. Ook zijn er online filmpjes om rituelen te doen. De Sjabbat en Havdala-box wordt nog voor de zomer verzonden. Na de zomer volgen de Rosj Hasjana en Jom Kipoer-box, en daarna de Soekot en Simchat Tora box en de Chanoeka en Poerimbox. Dat is dan eind 2021. De Pesach en Sjavoeot box worden volgend voorjaar verzonden. 8 De prijs voor 5 boxen is €249 (inclusief verzendkosten). Bestel je vóór 1 april 2021 met de kortingscode JoodsNuBox21, dan betaal je € 229 (inclusief verzendkosten). De inhoud van de boxen is de prijs meer dan waard en wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie van de Joodse Erfpachtgelden. Wil je de box bestellen of weet je iemand die de box zou willen hebben? Laat het ons weten via secretariaat@ ljg.nl. Vermeld naast de kortingscode ook je adres, of de naam en adres van degene aan wie je de boxen cadeau wilt doen. En: op is op! De conferentie start op 19 mei en duurt tot 22 mei. Een deel van de conferentie wordt opgenomen en uitgezonden op drie verschillende tijdstippen. Voor meer informatie: https://wupj.org Israël erkent nietorthodoxe gioer Na 15 jaar heeft het hoge gerechtshof in Israël de niet-orthodoxe gioer erkent. Rechter Hayut van het Hooggerechtshof: "Het doel van de terugkeerwet is om elke Jood – of ze nu als Jood zijn geboren, of ervoor hebben gekozen – aan te moedigen om aliya te maken.” Het is een grote overwinning voor de conservatieve en liberale bewegingen, met circa 1 miljoen leden. In 2005 dienden zij een petitie in bij het Hoge Gerechtshof dat immigranten die in Israël uitkwamen via deze stromingen het staatsburgerschap zouden krijgen, net als geriem van de orthodoxe stromingen. De woedende ultra-orthodoxe partijen hebben meteen beloofd een wet voor te bereiden om dit besluit terug te draaien. De Knesset heeft het orthodoxe rabbinaat nooit het monopolie gegeven op bekering, en dat mag ook nooit gebeuren. Dit besluit zegt dat Israël, de staat van alle joden, ook onze opvatting van jodendom gelijk moet behandelen. Dit is een belangrijke stap in de ontmanteling van het orthodoxe monopolie op het leven in Israël en hopelijk ook daarbuiten.

Zijn er ook bijzondere activiteiten in uw sjoel geweest? Schrijf een (kort) verslag en stuur uw foto’s naar redactie.joodsnu@gmail.com voor 12 juli 2021. Verschenen Een Sterke Vrouw Een echtgenote die zich verkleedt als prostituee voor haar man? Een vrouw die geen kinderen meer wil baren? Een buitenlandse koningin die besluit Jodin te worden? Een feministe uit de derde eeuw van onze jaartelling? Harry Smit beschrijft zeventien vrouwen uit de Talmoedische literatuur. Elk met een eigen gezicht en vaak verrassend sterk ten opzichte van de rabbijnse mannenwereld. Het boek laat zien dat er structureel anders over de positie van de vrouw kan worden gedacht en geeft daarom veel stof tot bezinning. > Een sterke vrouw, portretten van vrouwen in de Talmoed, Harry Smit, €19,95 Mozes, zijn onmogelijke opdracht in een nieuw licht Dit boek van Chaim van Unen laat van het verhaal over Mozes een aantal verrassende en nog onbekende kanten zien. Van oudere, Egyptische, verhalen waarin óók water in bloed werd veranderd en het water werd gespleten tot de bijzondere keuze van het volk Israël voor één God. Ook belicht hij de relatie tussen God en Mozes, met de hoogte- en dieptepunten. > Mozes, zijn onmogelijke opdracht in een nieuw licht, Chaim van Unen €18,99 Het Grote Niets Een tragikomische roman van Nadav Vissel. Hij beschrijft het leven van Naff die opgroeit in een familie die de oorlog heeft overleefd. Naff probeert zijn eigen stem te vinden in het grotere verhaal van zijn volk. De oorlog krijgt iets mythisch voor hem en hij gaat aan de haal met de verhalen die hij erover hoort. Uiteindelijk gaat Naff op zijn zeventiende naar Tel Aviv voor een cursus ‘Schrijven over de Shoah’ en leert wat die geschiedenis voor hem betekent. > Het Grote Niets, Nadav Vissel, €20,Het beloofde leven Femmetje de Wind beschrijft in deze roman hoe Sophie besluit om voor de liefde naar Israël te gaan om daar uit te komen in een Orthodox Joodse meisjes-jeshiwe. Ze is verliefd op kunsthandelaar Max, telg uit een orthodox Joodse familie, die de interesse in haar eigen Joodse achtergrond wekt. Max laat zich in zijn keuze voor een écht Joods meisje leiden door familietradities. Wordt Sophie wel de vrouw op wie het thuisfront hoopt? > Het beloofde leven, liefde onder voorwaarden, Femmetje de Wind, €22.99 Op de stoep Tijdens de poeriem-week brachten jongeren van Liberaal-Joodse jongerenvereniging Netzer misjloach manot (poeriemgeschenkjes) rond. Jongeren in de leeftijd 12 tot 18 jaar gingen langs bij familieleden, vrienden, kennissen en oudere leden van de LJG om hen een hart onder de riem te steken. Waarom organiseert Netzer het rondbrengen van misjloach manot? De jongerenorganisatie heeft Liberaal-Jodendom, Zionisme en Tikoen Olam als pijlers. Onder ‘Tikoen Olam’ wordt niet alleen het verbeteren van de hele wereld bedoeld, maar ook het verbeteren van de wereld op kleinere schaal. Bijvoorbeeld het verbeteren van jezelf (Tikoen Atsmi) of het verbeteren van onze gemeenschap (Tikoen Kehilla). Meer weten over Netzer? Ga naar www.netzer.nl, mail naar netzer@ljg.nl of volg Netzer op Instagram en Facebook: @NetzerNederland. Ted Musaph en Amos Hartogs ARZA-borrel ARZA-Nederland organiseerde 18 maart een zoomborrel voor Toebisjwat en over de Israëlische verkiezingen. Op 15 april is het Jom Ha-atsmaoet en is er weer een vrolijk en interessant programma gepland. Geïnteresseerd? Mail naar arzanederland@gmail.com. 9

Wij roepen bij iedere gelegenheid, en zeker eens per week bij de kiddoesj, lechaim: op het leven. We zijn erg gericht op gezondheid. Het is geen toeval dat Israël het snelst was met vaccineren van grote delen van de bevolking. Op het leven I n Tora wordt de basis gelegd voor de joodse geneeskunde. Van de 613 ge- en verboden zijn er 213 van medische aard: Preventie van epidemieën, onderdrukking van prostitutie (en daarmee geslachtsziekten), frequent wassen, verzorging van de huid, strikte dieet- en sanitaire voorschriften, regels voor seksueel leven, isolatie en quarantaine, en voor de geestelijke gezondheid: rusten op sjabbat en feestdagen. Door deze regelgeving worden hygiëne en preventie religieuze dogma’s ten behoeve van het welzijn en behoud van het Joodse volk. Hillel1 vergelijkt ons lichaam met het standbeeld van een koning. “je bent verplicht je lichaam te wassen, te verzorgen, omdat we zijn geschapen naar het evenbeeld van de koning van de wereld”. We beschouwen het verzorgen van je lichaam als een mitswa, omdat je ziel, je nesjomme, woont in dat lichaam waarmee je de eeuwige kan dienen. Volgens de Bijbel is een lichaam slechts in bruikleen van God en moet daarom gezond worden gehouden. Omdat het eigenlijk 10 tekst Rosa van der Wieken foto Claudia Kamergorodski Volgens de Bijbel is een lichaam slechts in bruikleen van God en moet daarom in zo goed mogelijke staat worden gehouden. Pikoeach Nefesj Pikoeach Nefesj is een belangrijk begrip uit de Talmoed.2 Het omvat onze plicht om alles in het werk testellen om een leven te redden en het heeft voorrang op bijna alle andere joodse wetten. Deze verplichting is onder andere gebaseerd op Wajikra 19:16: Kijk niet werkeloos toe bij het bloed(en) van je medemens. Interessant genoeg bleken alle Nederlanse vertalingen precies deze zin weg te laten.geen idee waarom. Onmiddellijk daarna volgt de beroemde zin: ‘Houd van je naaste als van jezelf’. Zorg voor anderen en voor onszelf staat centraal in het jodendom met het doel zoveel mogelijk scheppingen van God te genezen. Beroemde dokter: Maimonides In de twaalfde eeuw beschrijft Maimonides in zijn Sefer Mada uitgebreide regels om ziekte te voorkomen. Deels zijn die nog steeds van niet van jou is mag een jood zijn lichaam niet markeren met tatoeages en piercings (buiten de oren van een vrouw).

waarde: schone lucht, gezond dieet, goede lichaamsbeweging, zorgen voor een regelmatige ontlasting, voldoende slaap en het beheersen van je emoties. Hij was dus al van ‘voorkomen is beter dan genezen’, en spoorde mensen daarom aan om naar de dokter te gaan als ze nog gezond waren om eventuele veranderingen vroegtijdig te onderkennen. Hij waarschuwde tegen te snel voorschrijven van geneesmiddelen omdat het lichaam dan zijn vermogen zou kunnen verliezen om zichzelf te genezen. Ze hadden God zo kunnen inzetten bij ons antibioticabeleid3. Ziekte als straf van God De overtuiging van sommige streng christelijke sektes dat je geen ziektes mag behandelen omdat ziekte een straf van God zou zijn, is ook onderwerp geweest van joods debat. Bijvoorbeeld de achtste beracha in de Amida, voor de genezing van de zieken, suggereert dat God de ultieme genezer is van de zieken. Je zou daaruit kunnen opmaken dat wij niet mogen ingrijpen. Die gedachte vatte geen post bij de joden. De Talmoed geeft al een opsomming van verschillende gevallen waarbij een arts zeker mag ingrijpen. Maimonides maakt aan ieder twijfel een eind. Hij interpreteert “als een persoon iets verliest, dan zul je het hem teruggeven” (Deut. 22:2) zo dat je medische zorg moet verlenen wanneer iemand zijn gezondheid heeft verloren. En volgens Pikoeach Nefesj mag je daar zelfs joodse wetten voor overtreden. Dit leidt dan weer tot de uitspraak in de Talmoed4 dat een jood niet in een stad zonder een arts mag leven. Ultra-orthodoxe sektes en de epidemie Sommige ultra-orthdoxe rabbijnen volgen de algemeen erkende uitleg. Maar een aanzienlijk deel van de ultra-orthodoxie erkent zelfs Pikoeach Nefesj niet en dus hun volgelingen ook niet, want zelf denken wordt niet geapprecieerd. Deze sektes zien corona als straf van god, dus mag je je niet verzetten. Hun manier van leven - Tora leren, je rabbijn begraven en een choppe vieren - is belangrijker dan in leven blijven, want God ziet toe op de gepaste afloop. Ze zien de rest van de samenleving als afvalligen, dus daar hoeven ze geen rekening mee te houden. Hun houding splijt de samenleving. Rein en onrein Terug naar de twaalfde eeuw. Benjamin van Tudela, een joodse ontdekkingsreiziger, reist door vele plaatsen in Europa en Azie waar hij geregeld beschrijft dat er een joodse dokter woont.5 Hij beschrijft een groot ziekenhuis in Bagdad met veel doktoren, maar hij noemt daar geen joodse arts. Sinds de tijden van Tora is men zich al bewust van het begrip besmettelijkheid. Belangrijke begrippen waren de rein en onrein. Maimonides waarschuwde tegen te snel voorschrijven van geneesmiddelen. Ze hadden hem zo kunnen inzetten bij ons antibioticabeleid. Daaronder vallen vrouwen die bevallen zijn, doden en mensen met huidaandoeningen. Vrouwen die menstrueren zijn ook onrein en dat is voor ons antifeministisch, maar dat vrouwen die bevallen waren niet mochten worden benaderd kan wel eens een positieve invloed hebben gehad op de kraamvrouwenkoorts. Die komt met name door ongewassen handen, en naarmate er minder mensen bij een kraambed komen heb je minder kans op infectie. Preventie Er zijn historici die denken dat joodse riten invloed hebben gehad op de overdracht van besmettelijke ziektes. Zoals het handen wassen voor het eten, (netilat jadajiem), snel de doden begraven en het verbod op indopen: “Je mag geen hap nemen als je samen bent met iemand anders en het daarna indopen in de schaal waaruit men eet”6. Joseph Karo (1488–1575) schrijft in zijn Sjoelchan Aroech, “Je moet geen munten in je mond stoppen, want daar kan speeksel op zitten van iemand die de pest heeft.” In de Talmoed staat: “Als er een plaag (epidemie) is in de stad, houd je voeten binnenshuis.” 1 Va-jikra Rabbah 2 Yoma 85b 3 Door overvloedig anitibiotica-gebruik ontstaat bacterie-resistentie 4 BK 46a 5 https://depts.washington.edu/silkroad/ texts/ tudela.html#itinerary_1 6 Masechet Derech Eretz 7 Bava Kamma 60b 8 Sefer Chasidim (Margoliot, sect 773 Total lockdown Joden waren al vroeg gewend aan de total lock down. In de Talmoed staat hierover al een heldere opdracht: “als er een plaag (epidemie) is in de stad, houd je voeten binnenshuis”7. Rond de twaalfde eeuw werd aangegeven dat je het niet alleen voor jezelf moet doen maar ook voor je medemens: “Doe niets wat het leven van je naaste in gevaar brengt”8. Door de Hellenistische invloed werd de visie op geneeskunde actiever. In het apocriefe boek van Ben Sira (200-180 B.C.E.) worden doctoren beschreven als direct aangesteld door God voor wie je waardering moet hebben. Het aanzien dat het beroep bij joden heeft gekregen zie je door de eeuwen heen groeien. Doordat joden zich aan deze bepalingen hielden kan het zijn dat zij tijdens een epidemie wat minder getroffen werden. Dit was steevast een reden om de joden de schuld te geven en wie niet stierf aan de pest werd alsnog vermoord in een een pogrom. Het eerste bewaarde Hebreeuwse medische boek heet Sefer Refoeot en dateert mogelijk uit de derde eeuw. Het bespreekt ziektes, theorieën over de bloedsomloop, behandelingen en preventie. Er staat ook een gedragscode in voor joodse dokters- de eed van Asaf- die lijkt op de eed van Hippocrates. Volgens het jodendom zijn artsen de instrumenten van god. Als artsen in Nederland de hippocratische eed zweren mogen ze kiezen tussen : ‘dat beloof ik’ of ‘zo helpe mij god almachtig’. Een jood zou voor die laatste kunnen kiezen omdat iedere hulp welkom is bij het genezen van de zieken. Good Medicine : Chapter 1 - The Development of Health Care in Israel jewish virtual 11

De getallen van Echad mi Yodea Geen seideravond zonder Echad mi Jodea. Het is een tel-lied vol symboliek van de getallen één tot en met dertein. De antwoorden op de dertien vragen zijn niet zomaar gekozen. I n de tijd van de Tempel was de seideravond een nacht met weinig nachtrust. Men bleef de nacht vaak wakker om bij het krieken van de dag naar de Tempel te gaan: Pesach is één van de sjlosja regaliem , waarop men naar de Tempel diende te komen. In later tijden ging men naar sjoel. De nacht bracht de seiderenden door met het napraten over de wonderen van de Uittocht of het zingen van lofliederen, waarvoor de Psalmen bij uitstek geschikt waren. Omdat sommige Psalmen verwijzen naar de Exodus kwamen ze in de Haggada-tekst terecht in de vorm van het Hallel en Psalm 136. In de Middeleeuwen werd de naseider geïntroduceerd. Na de eigenlijke tekst van de Haggada en het Hallel werden nog wat liedjes gezongen, zoals Chasal Siddoer Pesach, Chad Gadja, El Bené, Wajehie Bachatsi Halajla en Echad mi Yodea. Op dit laatste lied wil ik hier wat verder ingaan. Tellied Het Echad mi Jodea is een populair liedje dat in de meeste stromingen van het Jodendom op seideravond wordt gezongen op verschillende vrolijke melodieën. Het is een tel-lied dat ingaat op de symboliek van de getallen één tot en met dertien. De structuur van vraag en antwoord doet een beetje denken aan de vier vragen van Ma Nistjana waarmee de seideravond opent. Met het belangrijke verschil dat hier de antwoorden wel meteen worden gegeven. Overigens is duidelijk dat het lied niet oorspronkelijk voor seideravond was bedoeld. Anders zouden we voor de hand liggende symboliek bij de genoemde getallen vinden die direct verwijzen naar seideravond of de Uittocht – de vier zonen, de vier vragen, de vier bekers, de tien plagen. Ook zou je dan directe verwijzingen verwachten naar personages uit het Exodus verhaal: Mosjé, Aaron en Josef 12 tekst Leo Mock die je natuurlijk aan een getal kan koppelen, bijvoorbeeld: twee is het duo Mosje en Aaron. Of: Mosjé is de 7e generatie gerekend vanaf Avraham. Volgens sommigen zijn er ook overeenkomsten te vinden tussen de inhoud van het Echad Mi Jodea en een Duits volksliedje. Echad mi Yodea is oorspronkelijk niet voor seideravond bedoeld. Thematiek Hieronder per getal de thema’s die belicht worden. De vertaling van de volledige tekst vind je in de Haggada. 1 God, er is maar één God op de hemel én aarde. 2 de Stenen Tafelen 3 de Aartsvaders 4 de Aartsmoeders 5 de Vijf Boeken van de Tora

6 de zes Ordes van de Misjna (Zaden, Tijden, Vrouwen, Schade, Heilige waren, Reinheid van zaken en personen) 7 de zeven dagen van de week die bekroond worden met de Sjabbat 8 de Besnijdenis die op de achtste dag na de geboorte plaatsvindt 9 de zwangerschap 10 de Tien Woorden 11 de elf sterren 12 de twaalf Stammen 13 de Dertien Eigenschappen van God (Barmhartig, Genadig, Geduldig, Liefdevol, et cetera) Getallenparen: 1-6 Als we naar deze getallen en bijbehorende symbolen kijken, dan zien we eigenlijk zes samenhangende paren: 1 God en 2 Stenen Tafelen: God de schepper, enig op hemel en aarde en maker van de eerste set van Stenen Tafelen. We bevinden ons in de goddelijke wereld. 3 Aartsvaders en 4 Aartsmoeders: Dit zijn de historische voorouders van het Joodse volk en alles waar ze voor staan. Bedenk ook dat de voorvaderen een belangrijke rol spelen in het Exodusverhaal. God herinnert zich de belofte aan de Aartsvaders (en Aartsmoeders) en verlost hun nazaten uit Egypte. 4 boeken van de Tora en 6 Ordes van de Misjna: De aardse Tora in geschreven vorm (Tora sjebichtav) samen met de Mondelinge Traditie (Tora sjebe-alpé). Tijd en Schepping: 7-10 7 dagen van de week en 8, de dag van de brith mila: Heiliging van de tijd. Wie aan de week denkt, zegt Sjabbat. Het is dit ritme van zes dagen werk en één dag rust die ten grondslag ligt aan de Joodse kalender. De Sjabbat verwijst zowel naar de Schepping als naar de Exodus (zie Sjemot 20 en Dewariem 5). Met de eerste Pesach in Egypte begint de heiliging van de tijd – Pesach is ook het eerste feest in de kalender in maand 1 (misschien begon het jaar ook ooit in Nisan). 9 maanden zwangerschap en 10 Woorden: Creatie en schepping. De zwangerschap is het fysieke begin van elk nieuw leven. De Tien Woorden die op Sinaï werden gesproken zijn de spirituele geboorte van het Joodse Volk en elk individu. Volgens een latere traditie was elke ziel al aanwezig bij de Openbaring op Sinaï. De Tien Woorden zouden ook nog kunnen verwijzen naar de tien scheppingswoorden waarmee God ooit de wereld schiep: ‘En God zeide.’ In de 1e hoofdstukken Bereesjiet zijn deze te vinden. Astrale wereld: 11-12 11 sterren en 12 stammen: De astrale wereld. In tegenstelling tot wat velen denken, speelde astrologie een rol in het traditionele jodendom zoals in andere religies. Er was ook geen echte De twaalf stammen verwijzen naar de twaalf tekens van de dierenriem. In tegenstelling tot wat velen denken, speelde astrologie een rol in het traditionele jodendom. scheiding in die tijd tussen astrologie ( wat zegt de sterrenstand over ons lot) en astronomie (wetenschappelijke sterrenkunde). De astrale wereld is in deze astrologische visie de wereld die de Goddelijke energie naar de aarde kanaliseert. God bestuurt zijn schepping door middel van de energie van de hemellichamen. De twaalf stammen verwijzen dan ook niet zo zeer naar de fysieke twaalf stammen maar naar de twaalf tekens van de dierenriem. Deze relatie wordt al in oudere teksten gelegd. Nu rest de vraag wat die elf sterren zijn? Het eenvoudige antwoord is: elf bekende sterren die iedereen aan de hemel kan herkennen en die mogelijk al van oudsher voor navigatie werden gebruikt. Bijvoorbeeld het sterrenbeeld Stier dat ruwweg uit elf wat grotere sterren bestaat, dat stond voor de Stier die in Egypte heilig was. Maar bij de elf sterren denkt de lezer van de Tora meteen aan de tweede droom van Josef, over de zon, de maan en elf sterren. Dit verwijst naar de twaalf zonen van Jakov, want vanuit Josef gezien zijn er immers nog elf broers en geen twaalf. Wie op zijn of haar verjaardag naar de hemel kijkt ziet ook niet zijn eigen sterrenteken maar de ascendant. Pas een half jaar later is het eigen sterrenbeeld zichtbaar. Als iemands sterrenbeeld Leeuw is (augustus), is dit sterrenbeeld niet in augustus aan de hemel zichtbaar, maar pas in de eerste helft van februari (Waterman). Josef speelt ook een belangrijke rol in het Exodus-verhaal: door hem vindt de familie van Jakov een tijdelijk thuis in Egypte, dat echter later een huis gebouwd op drijfzand blijkt te zijn. Het is ook Josef die staat voor de terugkeer naar Israël naar de belofte van de aartsvaders (Bereesjiet 50:24-25) en wiens doodskist wordt meegenomen uit Egypte terug naar Israël (Sjemot 13:19). Bronnen Bar-Ilan Responsa Project (CD ROM) versie 26 J.Z. Rimon, The Shirat Miriam Haggadah [Hebreeuws], Jeruzalem, Mosad Harav Kook, 2013 Afsluiting: terug bij God 13 eigenschappen van God. Hier zijn we weer terug bij het Goddelijke met voor mensen Eigenschappen. Deze zeggen we hardop in sjoel bijvoorbeeld bij het uithalen van de Tora op de (Hoge) Feestdagen (gebaseerd op de verzen in Sjemot 34:6-7) en tijdens de smeekgebeden (Selichot) op Jom Kippoer. Wat ook de oorsprong van Echad mi Jodea moge zijn, het toevoegen van het lied aan de Haggada maakt een verbinding met het Pesach-verhaal. De boodschap lijkt te zijn dat alles begint en eindigt bij God, als schepper van ruimte en tijd. Als Israël trouw is aan de weg van de voorouders en de Tora en Gods eigenschappen probeert na te volgen, dan beschermt God zijn volk ook in moeilijke tijden. Wat we doen met deze is voor iedereen anders. Het is misschien een mooi onderwerp om onze eigen associaties met deze getallen met elkaar te bespreken op seideravond. Wie weet ontstaat daar een nieuw Echad mi jodea uit. 13

Gertjan Broek UITSCHOT IN UNIFORM DE WA 1932–1945 De Weerbaarheidsafdeling (wa) van de nsb is altijd gereduceerd tot een onvermijdelijk bijverschijnsel van het opkomende fascisme in Nederland. In werkelijkheid was de wa een van de meest geduchte organisaties van politieke straatvechters in de recente Nederlandse geschiedenis. Verkrijgbaar in de boekhandel en op boomgeschiedenis.nl BOEKHANDEL VAN ROSSUM Nadav Vissel Het grote niets Signatuur € 20,Gabriele Tergit De Effi ngers Van Maaskant Haun € 24,99 Jonathan Kaufman Koningen van Shanghai Hoe twee Joodse families meebouwden aan het moderne China Prometheus Ingenaaid, € 24,99 Op zijn zevende wordt Naff verteld dat hij niet zomaar een losstaand iemand is, maar tot een volk behoort. Een volk met een eindeloos verleden, dat recent een oorlog heeft overleefd. Dat ‘Ding’, die oorlog, krijgt iets mythisch voor Naff en hij gaat aan de haal met de verhalen die hij erover hoort. Hij hoopt dat zijn familie en zijn volk, wanneer hij maar het juiste verhaal vertelt, de oorlog voorgoed achter zich kunnen laten. Maar dat wordt niet altijd goed ontvangen. In tegendeel. Wanneer Naff op zijn zeventiende voor een cursus ‘Schrijven over de Shoah’ naar Tel Aviv gaat, leert hij wat die geschiedenis voor hem betekent. De Effi ngers vertelt het verhaal van vier generaties van drie met elkaar verweven Berlijnse families. Het boek speelt zich af tussen 1878 en 1948 en begint met een brief die de 17-jarige Paul Effi nger schrijft aan zijn ouders en het eindigt ook met een brief van dezelfde Paul: Het is de afscheidsbrief die hij op 80-jarige leeftijd schrijft voordat hij naar het vernietigingskamp wordt getransporteerd. Tussen die twee momenten worden vele intrigerende personages opgevoerd - ouders, kinderen, geliefden, vrienden en vijanden. Het is veelzeggend voor zowel het verloop van de Duitse geschiedenis als van Tergits meesterlijke vertelling, dat het woord ‘joods’ de eerste 200 pagina’s van het boek nauwelijks voorkomt, terwijl vrijwel alle belangrijke personages in De Effi ngers joods zijn. Koningen van Shanghai is het even bizarre als overrompelende verhaal over twee joodse families die in de negentiende eeuw uit Bagdad vluchtten en na enige omzwervingen in Shanghai terechtkwamen. Daar werden ze steenrijk met de smokkel van opium, de bouw van onroerend goed en de economische ontwikkeling van de regio. Door toedoen van hun nazaten, Victor Sassoon en Lawrence en Horace Kadoorie, groeide Shanghai binnen enkele jaren uit tot ‘het Parijs van de Oriënt’. Beethovenstraat 30-32 — 1077 JH — Amsterdam 020-4707077 — winkel@boekhandelvanrossum.nl — www.boekhandelvanrossum.nl Wilt u iets bestellen? Dat kan vanaf dit jaar ook via www.athenaeum.nl/winkels/van-rossum

Ook zijn veel van mijn vaders werken bij Joods Klassiek in première gegaan. Inmiddels besteedt onder andere Radio 4 hier aandacht aan en komen er ook veel mensen van buiten de joodse gemeenschap op af.” Channa Malkin Joods Klassiek: Ode aan het moederschap Corona zette in januari een streep door het concert Joods Klassiek, dat zangeres Channa Malkin samen met haar ouders Josef en Lilia Malkin jaarlijks in de LJG organiseert. Wel is er straks het album This is not a lullaby en met een beetje geluk: een concert op 6 juni. J e organiseert sinds 2014 het concert Joods Klassiek. Wat is daarvoor de aanleiding geweest? “We wilden de leden van de LJG laten genieten van een concert van internationaal niveau, én de muziek van bekende en vooral ook minder bekende joodse componisten extra onder de aandacht brengen. Er kwamen honderden mensen op af en sindsdien doen we het ieder jaar. Ik geniet er elke keer weer van om nieuw repertoire van joodse componisten te ontdekken en collega’s uit binnen- en buitenland uit te nodigen, zoals vorig jaar violiste Liza Ferschtman en tenor Zachary Wilder. Tekst Hester Stein Voor in de agenda This is not a lullaby verschijnt 7 mei en de cd is te koop via www.channamalkin.com, www.trptk.com en te beluisteren via Spotify, Apple Music, Google Play en alle andere streamingplatforms. Joods Klassiek vindt plaats op zondag 6 juni, meer info: www.ljgamsterdam.nl Door corona is er amper een podium voor de kunsten. Hoe ga je daarmee om? “Met de eerste lockdown had ik net een repetitieperiode voor een opera achter de rug. De première kon niet doorgaan. 2020 zou mijn drukste jaar ooit worden, en ineens zat ik thuis. Inmiddels zijn veel verplaatste optredens opnieuw uitgesteld. Door corona zit de muzieksector financieel enorm in de problemen: de overheidssteun gaat vooral naar de grote instellingen die daarmee net overeind kunnen blijven, maar bij de musici zelf komt haast niks terecht. We moeten heel flexibel zijn, nieuwe dingen verzinnen zoals live streams en andere digitale projecten. Maar die brengen nagenoeg geen geld in het laatje. Ik hoop dat we straks weer muziek kunnen maken zoals het bedoeld is. Tegelijkertijd ben ik ontzettend dankbaar dat ik toch mijn album heb kunnen opnemen met steun van het Amarte Fonds, de Sena Performers Foundation en bovenal dankzij de crowdfunding waaraan ook veel leden van de LJG hebben bijgedragen. En ik geniet enorm van de extra tijd die ik met Ezra kan doorbrengen.” 15 Het concert van dit jaar staat in het teken van je nieuwe album This is not a lullaby. Waarom deze titel? “Bijna twee jaar geleden werd ik moeder van Ezra. De transformatie naar het moederschap vond ik prachtig én heel heftig: de overweldigende liefde, de slapeloze nachten, de zorg en verantwoordelijkheid, en het vinden van een nieuwe balans in mijn leven. Tegelijkertijd ben ik er veel sterker door geworden, durf meer op mijn intuïtie te vertrouwen. Ik kreeg het gevoel: als ik een kind kan baren, kan ik eigenlijk alles wel aan. Op het nieuwe album staan liederen over moederschap, onbreekbare banden en transformatie. Samen met celliste Maya Fridman en pianist Artem Belogurov hebben wij muziek opgenomen van Mieczyslaw Weinberg, mijn vader Josef Malkin en Britse componist John Tavener.” Waarom heb je gekozen voor de muziek van Mieczyslaw Weinberg? “Tijdens één van de vele slapeloze nachten, toen Ezra een maand of zes was, zat ik op internet wat muziek te zoeken. Toevallig kwam ik de liedcyclus Rocking the child van Mieczyslaw Weinberg tegen, en kreeg kippenvel. Als je denkt aan moederschap in muziek dan heb je het vaak over slaapliedjes voor het kind. Maar deze intieme, intense liederen gingen juist over de ervaringen van de moeder. Zo is ook de naam van het album ontstaan: This is not a lullaby.” BRENDON HEINS T

• PERSOONLIJK René Kahn en de hond Amber 16

Hoe maakbaar zijn we? Gezond ouder worden staat op menig verlanglijstje. Lichamelijk én geestelijk. René Kahn beschreef in ’10 geboden voor ons brein’ hoe we slimmer kunnen worden. Maar hoe ver gaat deze maakbaarheid? mbulances die met loeiende sirenes door de straten reden. Een noodziekenhuis in Central Park. Een paar maanden geleden was New York het epicentrum van het coronavirus. René Kahn zat er als afdelingshoofd psychiatrie van het Mount Sinai Hospital in New York middenin. Uiteindelijk stierven in de staat New York meer dan 32.000 mensen door Covid-19. “Het was een heel heftige tijd. Ik heb het zelf ervaren alsof je in oorlogstijd leeft. Niet met alle aspecten, maar wel zeker met een aantal daarvan. Je leert mensen goed kennen. Je ziet mensen die opstaan en mensen die wegkruipen. Dat is niet anders dan in de oorlog”, vertelt René Kahn vanuit zijn kantoor . “Veel mensen zijn uit New York vertrokken, net als in Amsterdam, om het virus te ontlopen. Dat begrijp ik wel en heb daar geen waardeoordeel over, maar aan de andere kant meldden zich mensen aan om op de eerste hulp te gaan helpen. En dat is letterlijk met gevaar voor eigen leven.” Heeft het coronavirus jouw werk geraakt? “We hebben een afdeling vrijgemaakt voor Covid-patiënten. Maar het heeft mijn werk op een andere manier echt geraakt. Het is mijn taak als hoofd van een afdeling dat het moreel hoog blijft, dat je mensen blijft motiveren, een hart onder de riem steekt, zodat ze blijven functioneren. Maar je moet er ook zijn voor mensen die dat niet meer kunnen opbrengen, want bij veel medewerkers zaten opeens de kinderen thuis.” Hoe kun je er voor de ander zijn in zo’n hectische periode? “Door dóór te gaan, vergaderingen te houden, weliswaar via Zoom. En zodra het weer kon tekst Hester Stein foto Carla van Thijn door op het werk te verschijnen. Door e-mails rond te sturen waarbij je de mensen steunt en op de hoogte houdt. Dat zijn allemaal betrekkelijk algemene zaken, maar het gaat erom dat je duidelijk aanwezig bent .” In je boek ‘Onze hersenen’ schrijf je dat veel psychische problemen samenhangen met angst, onzekerheid, een gevoel van dreigend gevaar. In deze coronatijd is er veel ‘dreigend gevaar’. Waarom slaat dat gevoel bij de één meer aan dan bij de ander? “Het heeft voor een deel te maken met genetische kwetsbaarheid, met je persoonlijkheid en met al dan niet steun krijgen vanuit de omgeving. Er spelen dus zoveel factoren een rol, dat je niet van tevoren kan voorspellen wie hier meer last van zal krijgen. Wel is er in de hersenen een gebiedje, de amygdala, die een soort registratiesysteem heeft voor gevaar. Maar of dat systeem nu echt verschillend is bij mensen die daar gevoeliger voor zijn? Dat is niet aangetoond.” Waarom benadruk je in dit boek dat stoornissen in gedrag, denken en emoties niet anders zijn dan lichamelijke afwijkingen? “Omdat er een stigma rust op psychische klachten. Vaak wordt getwijfeld of een stoornis wel een échte ziekte is. Het idee bestaat dat het wel overgaat als je je best doet. Maar het is een ziekte waar mensen niks aan kunnen doen. Zij hebben hulp nodig van een professional. En wij moeten beseffen dat het ons ook kan gebeuren. Mensen met psychische klachten zijn niet anders dan jij en ik.” ‘Hoe idealer de maatschappij hoe groter het effect van onze genen zal worden’. Je bent als hoogleraar psychiatrie jarenlang bezig met hersenen. Waar verbaas je je nog over? “Wat mij misschien teleurstelt, maar niet verbaast, is hoe moeilijk die hersenen te onderzoeken zijn. Dat lukt alleen als mensen overleden zijn, maar dan loop je achter de feiten aan. We hebben nog steeds schizofrenie, de ziekte van Alzheimer en depressie niet opgelost. Van een depressie kennen we veel aspecten en we hebben sinds 1933 al Electro Shock Therapie die heel effectief kan zijn , maar we weten bijna 90 jaar later nog steeds niet hoe die behandeling precies werkt! Dat is toch een beetje teleurstellend.” 17

Verwacht je dat daar verandering in komt? “Deep Brain Stimulation is een nieuw onderzoek, dat ook in Amsterdam wordt uitgevoerd. Dan breng je elektroden aan in de hersenen. Dat doe je alleen bij mensen bij wie geen enkele andere behandelingen gewerkt heeft. Met die elektroden kunnen doctoren de stemming van mensen veranderen. Zoals je een lichtknop aan en uit doet. Dat zal ons misschien wel wat informatie gaan geven over wat een depressie is. Maar we kunnen slechts een heel klein deel op die manier onderzoeken. Er is dus nog een lange weg te gaan.” Van jouw hand is ook het boek ‘De 10 geboden van het brein’. Daarin vertel je dat we wel invloed op onze hersenen kunnen uitoefenen. We kunnen zelfs slimmer worden door te studeren, voldoende te slapen, muziek te maken, stress te vermijden, vrienden te maken, aanzien te genieten enzovoort. Is er ook een quick fix? Want het duurt best lang voordat je die 10 geboden opgevolgd hebt. “Ja, stop met alcohol drinken. Dat is de quickest fix die je kan hebben. Alcohol vergroot de kans op veel vormen van kanker, waaronder borstkanker. Dat ongunstige effect bereik je al met één glas per dag. Het slechte nieuws is ook dat dit lange termijn risico niet zomaar verdwijnt door een pauze te nemen. Ook voor tieners is alcohol drinken een serieus risico. Het belemmert de vorming van nieuwe zenuwen. Hierdoor wordt het leren en onthouden van nieuwe informatie aangetast. Dat geldt overigens ook voor volwassenen, maar voor jongeren is het een belangrijke fase in hun ontwikkeling.” Drink je zelf nog? “Toen ik het boek ‘Op je gezondheid?’ schreef, dat over alcohol gaat, dronk ik nog wel wat. Maar ik slaap er slechter van, word vaker wakker. Ook van 1 of 2 biertjes. Dus dat doe ik niet meer. Het is me de moeite niet waard.” En dan heb je pubers, die juist graag de grenzen opzoeken. “Onze kinderen zijn inmiddels 36, 32, 28 en 23 jaar. Toen ze tieners waren hebben we hen gewezen op de risico’s van alcohol. Ik heb ze nooit verboden om te drinken. Ze zijn misschien als student wel een keertje goed dronken geweest, net als ik . En het is ook niet zo erg als dat een paar keer in je leven gebeurt. Maar nu drinken ze nauwelijks meer.” Wat voor rol heb je als ouder? “De snelste manier voor kinderen om iets te leren is na-apen, nadoen. Als je tegen je kinderen zegt: ‘Je moet niet drinken’ en je maakt iedere avond met z’n tweeën een fles wijn soldaat, dan ben je niet geloofwaardig. Je moet het goede voorbeeld geven.” Je boek ’10 geboden voor het brein’ straalt de boodschap uit: je hersenen zijn maakbaar. Als we 18 ‘Voor tieners is alcohol drinken een serieus risico. Het belemmert de vorming van nieuwe zenuwen en het leren en onthouden van nieuwe informatie wordt aangetast.’ ons aan deze geboden houden, worden we slimmer. Van 40 minuten stevig wandelen bijvoorbeeld. “Ja, dat is ook zo.” Maar dan kom je bij het laatste hoofdstuk en daar staat: ‘Kies je ouders met zorg’. En juist dat heb je niet in de hand. (lachend) “Ja, dat is de uitsmijter. Ik weet dat dat geen populaire uitspraak is, maar in vele studies zie je steeds duidelijker hoe belangrijk de genen zijn. Het is natuurlijk een prettiger idee dat je controle hebt, dat dingen maakbaar zijn. Dat is ook beter dan het idee: ‘ik kan er toch niks aan doen’. En natuurlijk is een deel wél maakbaar. Zeker als je naar extreme voorbeelden kijkt zoals kinderen in slechte situaties, die mishandeld worden of ernstig ziek zijn geweest. In een behulpzame en stimulerende omgeving kunnen zij met veel inspanning de invloed van deze omstandigheden te boven komen. Je schrijft dat onze hersenen zich een leven lang blijven ontwikkelen. Maar als genen zoveel bepalen, waarom zou je je dan houden aan die 9 andere geboden? “Omdat die veel uitmaken. Kijk naar hart- en vaatziekten. Natuurlijk spelen genen dan een rol. Maar als je overgewicht hebt, een hoog cholesterol en hypertensie, dan heb je vele malen meer kans om te overlijden. Dan is het zaak je op een gezonde levensstijl te richten.” Word je uiteindelijk nu wel of niet slimmer door het volgen van de geboden? “Een mooi voorbeeld: de sluiting van de scholen. Terecht zegt Iedereen, dat de school ongelofelijk belangrijk is voor de intellectuele en sociale ontwikkeling van kinderen. Maar vergeet niet: er is al heel veel gebeurd. We hebben leerplicht tot zestien jaar. Vroeger was dat maar tot acht. We zijn als bevolking de afgelopen 100 jaar veel slimmer geworden. Mensen eten veel beter en kunnen onderwijs volgen. Het is ook niet toevallig dat gymnastieklessen op school worden gegeven. Dat deden we allemaal vroeger niet. We worden langer, intelligenter en ouder dan 100 jaar geleden. Dat heeft niks met genen te maken. Dus op populatieniveau kun je ongelofelijk veel doen door de omgeving te veranderen.” “Op individueel niveau moet je meer naar de ‘Er is een hele industrie die gewoon de boel belazert. Van puzzels en sudoku’s worden je hersenen niet beter.’ marge kijken. Hoe idealer de maatschappij – deze is nog niet ideaal, maar wel veel beter– hoe groter het effect van onze genen zal wórden. Als we een perfecte maatschappij hebben waar iedereen gezond eet, geen overgewicht heeft, niet rookt en drinkt, naar school gaat en plezier maakt, dan is het enige wat overblijft: de invloed van je genen.” Wat kunnen we dan nog doen om onze hersenen in goede conditie te houden als we ouder worden? “Als we ouder worden is er minder nieuwgroei van hersencellen in de hippocampus. De her

senen krimpen een heel klein beetje. Desalniettemin zijn ouderen veel beter in bepaalde zaken dan jongeren, zoals verbanden zien. Om de hersenen fit te houden, is lichamelijke fitness de beste oplossing. Dat is het enige dat goed is aangetoond. Fitness stimuleert celgroei in de hippocampus, het gebied dat essentieel is voor het geheugen - de opslag van informatie.” Waarom puzzelen we ons dan suf met sudoku’s? “Er is een hele industrie die gewoon de boel belazert en geld wil slaan uit dingen die niet goed zijn onderzocht. Van puzzels en sudoku’s worden je hersenen niet beter. Het beste wat je voor je hersenen kunt doen is leren terwijl je opgroei, niet drinken en geregeld lichamelijk flink inspannen.” Dat is niet zoveel. “Nee, en dat is evolutionair gezien ook logisch. Als we allemaal hele ingewikkelde toeren moesten uithalen om onze hersenen goed te laten functioneren, dan waren we niet zo goed in elkaar gezet. Door de grote ontwerper. Toch?” Een mooie stap naar het volgende onderwerp: Joods leven in New York. Hoe ziet dat eruit? “We wonen hier in de Upper Eastside, vlakbij mijn werk. Hier heb je op iedere hoek van de straat een synagoge. Dat was misschien, zoals mijn vader het beschreef, het Amsterdam van voor de oorlog. Je hebt hier van hele liberale sjoels tot hele orthodoxe. Van vrouwelijke rabbijnen, sjoels waar ze geen keppeltje op hebben, tot wat wij orthodox noemen. Ze zijn informeel en ongelofelijk gastvrij. Na de dienst is er altijd iets te eten en te drinken. Daar zouden we nog wel iets van kunnen leren. In sjoels heb je soms drie rabbijnen Het is letterlijk en figuurlijk een rijkdom. Het is fijn om het jodendom zo mee te kunnen maken. Dit is trouwens geen verwijt aan Nederland, want het is een oneerlijke vergelijking. In Amerika is er heel veel -ook financiële- steun voor het joodse leven. Zo kunnen rabbijnen en chazaniem goed worden betaald. En het mooie is dat het joodse leven volkomen onderdeel is van de maatschappij.” Hoe merk je dat? “Onze dochter studeerde in Boston. Dan kreeg ze óp de universiteit. een mailtje, aan joden en niet-joden gericht, of ze mee wilde doen met Pesach, of met het aanbijten. Als ik dat in Nederland zeg, dan moet ik eerst mijn secretaresse uitleggen dat het de Grote Verzoendag is. Hier zegt de secretaresse: ‘Ik neem aan dat je er met Nieuwjaar niet bent’ en dan bedoelt ze Rosj Hashana. Ik werk hier in een ziekenhuis wat oorspronkelijk van joodse origine is. Het werd in 1850 opgericht om joodse patiënten te behandelen die daar toen geen kans toe kregen. Mijn directe baas vroeg pas na een paar maanden: ‘Er zijn hier veel joden maar je wordt er niet door gedefinieerd: Hier ben je New Yorker, Amerikaan, of wat dan ook.’ ‘Ben jij joods dan?’ Daar was ik verbaasd over. Er zijn hier veel joden maar je wordt er niet door gedefinieerd: Hier ben je New Yorker, Amerikaan, of wat dan ook. En joods zijn is gewoon gewoon. Ik vind dat bevrijdend en heel prettig.” Bezoek je zelf een sjoel? “Ja, wij gaan meestal op vrijdagavond naar de Park Avenue Sjoel. De diensten duren iets meer dan uur, op een ideaal tijdstip: kwart over zes. Dus ik spreek met mijn vrouw af om elkaar daar te treffen. En om half acht eten we dan. Het is op deze manier zo gemakkelijk om het jodendom een plek te geven in je leven.” Kun je je voorstellen dat je terug gaat naar Nederland? “Om te werken? Ik ben boven de gepensioneerde leeftijd in Nederland. Dus het is volgens mij nauwelijks meer mogelijk. Dat is ook zoiets. Je mag hier wel met pensioen, maar je móet niet. Die dwang is hier niet eens wettig. Kijk maar naar het nieuwe kabinet van meneer Biden, of naar Biden zelf. Anthony Fauci, de belangrijkste corona-adviseur van de Amerikaanse regering, is 80 jaar. Het is ondenkbaar dat iemand tegen je zegt: je bent 65 of 67 jaar oud, nu moet je er maar mee ophouden.” René Kahn is psychiater, hoogleraar en afdelingshoofd psychiatrie van het Mount Sinai Hospital in New York. Hij studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, vervolgde zijn studie aan Yale en specialiseerde zich in de biologische psychiatrie. In 2009 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Ook is hij hoogleraar Psychiatrie aan het UMC Utrecht en doet onderzoek naar het ontstaan en de behandeling van schizofrenie. Kahn schreef verschillende boeken, waaronder ‘Onze hersenen, over de grens tussen normaal en abnormaal’ (2009), ‘De tien geboden voor het brein’ (2011) en ‘Op je gezondheid? Over de effecten van alcohol’ (2016). René Kahn is getrouwd met Betty en ze hebben vier kinderen. Je voelt je thuis in New York. Toch blijven jullie een lijntje houden met Nederland. Zo steunt je familie via het Makariafonds de LJG in Amsterdam. Daar is zelfs een Makariazaal. “Omdat we het heel erg belangrijk vinden dat de joodse gemeenschap in Nederland er nog is. De gemeenschap is helaas klein, door de oorlog. Maar mensen moeten de mogelijkheid hebben om het jodendom te beleven, elkaar te ontmoeten. Dus dan heb je een sjoel nodig. Ook om een plek te hebben om de joden te herdenken die er niet meer zijn. Dat steunen we graag.” Hoe kijk je vanaf een afstandje naar de toekomst van liberaal joods Nederland? “Je merkt dat assimilatie veel impact heeft. Maar onlangs las ik dat er in de 19e eeuw ook een enorme assimilatiegolf is geweest. Dat had ik mij nooit zo gerealiseerd. Die assimilatiedruk was er al en die blijft. Om te kunnen voortbestaan en zelfs te groeien heb je een gemeenschap nodig. Het heet niet voor niks sjoel. Sjoel ís school waar mensen bij elkaar komen, om te leren, te praten, te discussiëren. En het is ook een gebedshuis. Maar er moeten ook activiteiten zijn. En dat doet de liberaal joodse gemeente heel goed. Ik zie dat de sjoel vaak vol zit, dat er veel jonge kinderen zijn, dat er Bar mitswa’s zijn. Dus kennelijk lééft de gemeenschap en is er zelfs groei. Als kleine groep is het moeilijk om joods leven in stand te houden, maar hopeloos is het zeker niet.” 19

Portet van Ephraim Bueno, Rembrandt van Rijn, 1645 - 1647 Aan doctoren in het joods Amsterdam van de zeventiende eeuw geen gebrek, aan ziektes ook niet. Zo heersten er vaak pokken, mazelen, dysenterie, difterie, influenza, tering, tuberculose en malaria. Slechte hygiëne, kleine behuizing en de moerasachtige omgeving maakten het er niet beter op. Hoe zag de joodse ziekenzorg er uit? Eigen doctoren, barbiers, chirurgijns en apothekers ‘Thuiszorg’ in het joods Amsterdam van de zeventiende eeuw 20 RIJKSMUSEUM AMSTERDAM

B ij opvang van immigranten, op de vlucht en lang onderweg op zoek naar een veilige haven, was vaak spoedeisende medische hulp vereist. De stad werd ook voortdurend getroffen door (pest) epidemieën. De Portugese gemeente, als eerste joodse gemeente in het begin van de zeventiende eeuw in de stad gevestigd, deed net als de stad Amsterdam haar best ziektes te voorkomen en te bestrijden. Joodse nieuwkomers uit besmette gebieden werden voor 40 dagen (quarantaine=40) uit de synagoge en de thuissfeer geweerd. Ze mochten in dat geval niet (en eigenlijk nooit) langs de deuren bedelen. Tijdens epidemieën vluchtte de welgestelde joodse klasse de stad uit, op naar Wijk aan Zee, Maarsen of Naarden en liet de zorg voor de achterblijvers vooral over aan Hoogduitse, Noord-Afrikaanse en Italiaanse joden. Het klassieke model: Bikur Holim Informatie over ziekenzorg in het joods Amsterdam van die tijd is vooral beperkt tot de archieven van de Portugese gemeente. Daarin zitten veel hiaten, die enigszins kunnen worden ingevuld met informatie over maatregelen van stadswege. De kersverse gemeente waar voormalig Nieuw Christenen ‘Nieuwe Joden’ werden met hulp van rabbijnen uit de bestaande joodse wereld, baseerde de ziekenzorg zich, allereerst op een eeuwenoud systeem: de vereniging Bikur Holim. Een dergelijke organisatie hield zich al in joodse gemeentes van het Spanje van de dertiende eeuw bezig met de verzorging van zieken, het begeleiden van stervenden, met begraven, met nazorg voor rouwenden en met de uitdeling van kleren. De Amsterdamse variant van Bikur Holim, in 1609 opgericht, nam dezelfde taken op zich. In de loop van de zeventiende eeuw raakte de organisatie vertakt in onderafdelingen en beperkte zij zich vooral tot verzorging van zieke armen. De joodse gemeentes waren verplicht tot armenzorg binnen eigen kring. In navolging van de stad Amsterdam schakelde ze haar eigen doctoren, barbiers, chirurgijns en apothekers in. Om te beginnen op freelance basis, maar door de groei van de armenlast vanaf het midden van de zeventiende eeuw kwamen die in vaste dienst onder striktere controle. Ook om de uitgaven binnen de perken te houden. Ze waren verplicht zieken die afhankelijk waren van bedeling, thuis te bezoeken, ieder in zijn eigen district. Soms schreven artsen blijkbaar recepten uit zonder op bezoek te gaan of was er sprake van doublures. Per arts schreven ze in de tweede helft van de zeventiende eeuw honderden recepten per jaar. Tekst Tirtsah Levie Bernfeld Behalve medicinale behandelingen en receptuur via de apotheek, schreven de doctoren ook voedsel voor, zoals kip, vlees, suiker, marmelade en ezelinnenmelk. Daarnaast betaalde de Portugese gemeente ook ziekenverzorgers net als andere kerkgenootschappen. Van institutionele ziekenzorg -in ziekenhuizen- was onder de joden in Amsterdam in die tijd nog nauwelijks sprake. Behalve medicijnen schreven de doctoren ook voedsel voor, zoals kip, vlees, suiker, marmelade en ezelinnenmelk. Moderne vorm van ziekenzorg Maar het kon ook anders: moderne opvattingen van medische zorg vonden onder joden in navolging van de niet-joodse omgeving ook gretig aftrek. Zo ontstond in 1707 vanuit privé-initiatief Maasim Tobim, een vereniging die medische hulp aan armen verleende. De middenklasse verzekerde zich van van ziekenzorg via organisaties van wederzijdse hulp met namen als Temime Darech (1665), Honen Dalim(1667) of Maskil el Dal (1673). Opmerkelijk was het grote aantal vrouwelijke leden dat bescherming zocht in tijden van nood. In 1683 bestond een organisatie als Temime Darech bijvoorbeeld uit 70 mannelijke leden en maar liefst 200 vrouwelijke. De verenigingen beschikten over een eigen medische staf en verzorgers. Daarbij schoten ze vaak ook te hulp bij de verzorging van ‘arme buitenlanders’ (pobres forasteiros) die buiten ieder systeem vielen. Vaak vormden deze verenigingen ook een religieus genootschap of yeshiva, waar (mannelijke) leden bij elkaar kwamen om te leren. Medisch Tractaat in manuscript van Abraham Zacuto, Ets Haim-Livraria Montezinos, Amsterdam. Joods ziekenhuis Het duurde tot de negentiende eeuw voor er een joods ziekenhuis van de grond kwam. Tot dan werden bij uitzondering joodse zieken ondergebracht in het Gasthuis (het stedelijk ziekenhuis), het Pesthuis, het Lazarushuis of het Dolhuis (psychiatrische kliniek). In dat 21 MEDISCH TRAC TAAT IN MANUSCRIP T VAN ABRAHAM ZACUTO / ET S HAIM - LIVRARIA MONTEZINO S , AMSTERDAM

stond de geneeskunde bekend als een ‘joods’ beroep vol vooraanstaande medici. Joodse doctoren in Amsterdam waren dan ook vooral Portugese en Spaanse joden. In dienst van Europese vorsten Tussen 1641 en 1796 stonden 82 joodse doctoren ingeschreven in de Series: 59 van hen waren Portugees en 23 Hoogduits. Achter hun naam werd dan wel de aantekening ‘Hebraeus’ of ‘ Judaeus’ toegevoegd. Die ‘fameuze universiteiten ’ stonden aanvankelijk niet in de Republiek. Velen arriveerden namelijk in Amsterdam met een bul van beroemde universiteiten in Spanje, Portugal, Frankrijk en Italië. Maar dat was niet alles. Ze hadden vaak lang als arts gewerkt of werkten nog steeds als zodanig in dienst van diverse Europese vorsten en stonden in nauw contact met internationale academische kringen. Die traditie werd ook in de Lage Landen voortgezet: Dr. Joseph Bueno, gepromoveerd in Bordeaux, werd in 1625 door de Staten Generaal ontboden aan het sterfbed van Prins Maurits. geval werd door de joodse gemeente voor de joodse patiënt betaald en gezorgd voor (kosjer) eten, kleren en verschoning. Zwakbegaafden werden geregeld onder begeleiding naar familie in het buitenland gestuurd of gewoon naar elders, weg! Sommigen hielden er thuis een privé ziekenhuisje op na, voor zieken en geestelijk gehandicapten, waarvoor de Portugese gemeente hen betaalde. De welgestelde klasse had natuurlijk haar eigen doctoren en verzorgers die tegen betaling aan huis kwamen. Soms ging het andersom en werden zij door particuliere verzorgers in huis opgenomen. Rijk en arm onder Portugezen hadden in de zeventiende eeuw dus de beschikking over ‘thuiszorg’, met assistentie van doctoren, barbieren, chirurgijns, apothekers (soms ook vrouw) en een reeks aan verplegers. De eerste doctoren Doctoren in Amsterdam, ook de joodse, stonden sinds 1638 onder toezicht van inspecteurs van het Collegium Medicum die ieder inschreef in de zogenaamde Series Nominum Doctorum Medicinae. Als ze aan een ‘fameuze universiteit’ gepromoveerd waren, konden ook joodse artsen zonder gildebeperkingen aan de slag en toezien op het welzijn van joodse en nietjoodse patiënten. Op het Iberisch schiereiland 22 Het zieke kind van Gabriël Metsu, ca. 1664 - ca. 1666 Getraind in filosofie en letteren Velen waren behalve in de geneeskunde ook getraind in filosofie en letteren. Sommigen werden daarmee dichters, zoals Samuel Jessurun en Salomon de Rocamora, de zoon van een monnik in Portugal die in Amsterdam in 1643 tot het jodendom overging en in Franeker in de geneeskunde promoveerde. Balthasar Orobio de Castro, lijfarts van de Spaanse hertog van Medina Coeli en filosoof, was aanvankelijk hoogleraar in Salamanca. Na drie jaren gevangenisstraf opgelegd door de Spaanse inquisitie, bereikte hij via Toulouse Amsterdam. Daar werd hij in 1662 niet alleen onder zijn joodse naam Isaac Orobio de Castro actief als (armen)arts, maar ook fel bestrijder van de opvattingen van Spinoza. Daarnaast bekritiseerde hij de christelijke leer en ging hij in debat met Philippus van Limborch, een Remonstrantse predikant. Het duurde tot de negentiende eeuw voor er een joods ziekenhuis van de grond kwam. Met tolk op ziekenbezoek Eerder, in 1625, kwam de beroemde arts Abraham Zacuto op 50-jarige leeftijd vanuit Lissabon in Amsterdam aan. Hij ging toen al bij niet-joodse patiënten op bezoek, met behulp van een tolk (een Hollandse vrouw als het vrouwelijke patiënten betrof). Hij schreef diverse medische handboeken. Daarvan is in zes delen De medicorum principum historia het belangrijkste werk. Daarnaast verscheen van zijn hand De praxi medica admiranda, een boek in drie delen en verzorgde hij een introductie voor jonge artsen voor receptuur en behandeling aan het ziekbed onder de titel Introitus medici ad praxim necnon pharmacopoea elegantissima (later ook in het Engels vertaald). In de bibliotheek van Ets Haim ligt een medisch handschrift dat hij schreef voor zijn zoon toen die (waarschijnlijk in de 1630s) RIJKSMUSEUM AMSTERDAM

naar Brazilië vertrok. Een bezorgde vader die zijn zoon medische instructies meegaf in geval van ziekte. Een nieuwe generatie Naast deze in het buitenland door beroemde medici opgeleide artsen, ontstond een nieuwe generatie joodse artsen, gepromoveerd in universiteitssteden van de Republiek zoals Leiden, Utrecht, Harderwijk, Franeker en Groningen. Studenten woonden daar zelden. In feite trokken ze voor enkele weken naar zo’n universiteitsstad om er examens te doen en om als Moses Orobio de Castro en David de Pina in 1678 in Leiden hun, in het Latijn geschreven proefschrift, te verdedigen. De Hoogduitse jood Hartog Alexander van Embden promoveerde in 1716 in Harderwijk na een opleiding via Portugese artsen. Abraham de Vries, aangesteld in Amsterdam als ‘Doctor van de Hoogduytsche armen’ was daar eerder in 1711 gepromoveerd. Overschot aan doctoren Al met al ontstond er in joods Amsterdam een overschot aan doctoren. Vaak konden ze dan geen werkplek vinden en moesten zich richten op iets anders. Sommigen werden rabbijn, anderen deden er werk bij zoals Dr. Ephraim Bueno, die boeken vertaalde, uitgaf, en exporteerde. Van zijn hand verscheen een uitgave van de psalmen in het Spaans. Dr. Hartog van Embden begon in 1725 een boekhandel en in 1726 een drukkerij onder de naam Naphtali Hirz Levi Rofe. Anderen verlieten gedesillusioneerd de stad. Egodocumenten Hoe de zieken zich voelden wordt door deze beschrijvingen van bovenaf nauwelijks duidelijk. Er is weinig persoonlijke informatie voor handen. Van de gegoede klasse komen we soms na overlijden doktersrekeningen tegen. Uit een persoonlijke brief van Moses Chamiz Vaz wordt duidelijk dat minder bedeelden vaak in erbarmelijke omstandigheden leefden. In 1742 vertelt deze Moses hoe ziek hij in bed ligt zonder voldoende eten, terwijl zijn ontroostbare vrouw dag en nacht zwoegt om hem te verzorgen. In dit geval gaat het om een verzoek aan het bestuur van de Portugese gemeente om geld aan een erfenis te onttrekken om zo meer ondersteuning te krijgen. Misère We weten ook wel het een en ander over de gezondheidstoestand van Spinoza. Hij schrijft in 1665 vanuit Voorburg een brief aan zijn Amsterdamse arts Johan Bouwmeester: ‘Ik wacht op de conserven rode rozen die u toezegde alhoewel ik me nu beter voel. Nadat ik wegging uit Amsterdam is een ader gelaten, maar de koorts is niet gestopt…nu evenwel na een goed dieet is de koorts gelukkig weggetrokken. Hopelijk komt die niet meer terug’. 23 Recept voor kip, voorgeschreven door de dokter De zieke vrouw van Jan Havicksz. Steen, ca. 1663 - ca. 1666 Manuel Vas d’Oliveyra beklaagt zich er in 1682 over dat hij ‘veel tijts met sware siektes is besogt’ en verklaart onder andere daarmee zijn erbarmelijke financiële situatie en faillissement. Kortom, ziekte in het joods Amsterdam van de zeventiende eeuw bezorgde velen, Asjkenazisch en Portugees, een hoop ellende, zeker ten tijde van oorlog en epidemieën. Individuele medische zorg en een veelvoud aan medische organisaties met een hoogopgeleide staf, hebben er in ieder geval voor gezorgd om de misère wat draaglijker te maken. RIJKSMUSEUM AMSTERDAM S TADSARCHIEF AMSTERDAM , TOEGANGSNUMMER 3 3 4 , INV. NO . 9 9 0

Het ‘knokploegbewijs’ van Betty Trompetter Voor Yad Vashem was 2020 het jaar met speciale aandacht voor joods verzet tegen de nazi’s. Er waren een boek en een congres gepland, maar corona gooide roet in het eten. In Nederland was er ook aandacht voor het joodse verzet. De Vereniging van Joodse Genealogen publiceerde eind 2020 Gezichten van Joods Verzet. Hierbij een paar van die Gezichten. 24 Joden in verzet W tekst Hans Schippers illy Lages, het hoofd van de SD in Amsterdam, arresteerde op 16 juli 1944 persoonlijk de 27-jarige joodse Betty Trompetter. Een bewaker van het Huis van Bewaring aan de Weteringschans had beloofd mee te werken aan een bevrijdingspoging van de daar opgesloten leden van een Knokploeg (KP). De bewaker was in werkelijkheid een verrader en Betty was in zijn woning om hem in de gaten te houden. De bevrijdingspoging mislukte en de organisator ervan, Johannes Post, en een aantal andere KP-ers werden opgepakt en kort daarna gefusilleerd.

Betty had valse papieren en stond in het verzet bekend als Tineke. Ze werkte nauw samen met Johannes Post. Hij was een gereformeerde boer uit het Drentse Nieuwlande, en één van de leiders van het gewapend verzet tegen de nazi’s in Nederland. Betty kwam uit Hogeveen, vlakbij Nieuwlande, waar haar ouders een kledingwinkel hadden. Bij het uitbreken van de oorlog werkte ze als kinderverzorgster in Bussum. Nadat haar ouders zich in 1942 voor Westerbork hadden moeten melden dook Betty onder. In de zomer van 1943 werd ze lid van de Trouw-verzetsgroep in Rijnsburg. Zo kwam zij in contact met Johannes Post. Betty had geen joods-uiterlijk en door haar valse papieren hadden de Duitsers na haar arrestatie niet door dat ze joods was. Via Kamp Vught kwam zij terecht in het vrouwenkamp Ravensbrück. Daar moest ze als dwangarbeider werken in een Agfa-fabriek. Na de oorlog keerde Betty ernstig ziek terug naar Nederland. Gezichten van Joods Verzet Gezichten van Joods Verzet geeft in 40 schetsen een bijna caleidoscopisch beeld van het aandeel van joden in het Nederlandse verzet. De vorm en soms ook de kwaliteit van de hoofdstukken varieert, maar het zijn zonder meer interessante en vaak ontroerende verhalen over mensen die zich niet konden neerleggen bij de bezetting en de jodenvervolging. Hun bijdrage aan het verzet varieerde van Engelandvaarder en RAF-piloot tot maker van valse papieren en van lid van de militair georganiseerde Ordedienst tot regelaar van onderduikplaatsen en vluchtroutes. Er komen bekende mensen voorbij zoals de KP-leider (en later internationaal voetbalscheidsrechter) Leo Horn, de overvaller van het Amsterdamse Bevolkingsregister Rudi Bloemgarten, de communistische broers Friedl en Kurt Baruch en Bob van Amerongen en Jan Hemelrijk, onder de pseudoniemen Victor Poort en Herman bekend van Gerard Reve’s boek De Avonden. Mythevorming Het is een hardnekkige mythe dat joden zich nauwelijks verzet zouden hebben tegen hun vervolging. Vooral De Jong besteedde veel aandacht aan de joodse bijdrage aan het verzet. Zo werd de Februaristaking georganiseerd door de illegale CPN, aangevoerd door de joodse Paul de Groot. De CPN had een groot aantal joodse (kader)leden. De Nederlandse Volksmilitie geleid door de joodse oud-Spanjestrijder Sally Dormits was al in het begin van de oorlog begonnen met aanslagen op Duitse doelen. Ook de Militie had veel joodse leden. Van de overvallers van het Amsterdamse bevolkingsregister waren naast Rudi Bloemgarten, onder meer Henri Halberstadt en Karl Grӧger joods, net als veel medewerkers van het illegale Parool. Gerhard Badrian was enige tijd leider van de vervalsers van de Persoonsbewijzen Centrale. Op 30 juni 1944 kwam hij om in een vuurgevecht op de hoek van de Gerrit van der Veenstraat en de Rubensstraat in Amsterdam. Op een plaquette wordt Badrian herdacht. Het is een hardnekkige mythe dat Joden zich nauwelijks verzet zouden hebben tegen hun vervolging. Al voor de oorlog actief De Jong en Presser beschreven die joodse deelname echter als een onderdeel van het algemene verzet. In de jaren tachtig legden een aantal joden hun verzetsactiviteiten vast wat leidde tot een comité dat zich inzette voor een joods Verzet Monument. In 1988 werd een zwart granieten zuil onthuld op de hoek van Zwanenburgerwal en de Amstel bij de huidige Stopera. Twee jaar later publiceerde de historicus Ben Braber een overzicht van het joodse verzet in zijn boek joden in verzet en illegaliteit, 1940-1945. Zowel Braber als De Jong stelden vast dat joden zich in het verzet meestal aansloten bij organisaties van de politiek-maatschappelijke richting, waarin zij al voor de oorlog actief waren. Aparte joodse verzetsorganisaties zoals in Oost-Europa waren hier niet. In Frankrijk en België bestonden die wel, maar de leden waren meestal afkomstig uit Oost-Europa. Een verzetsorganisatie die daarop leek zou je de in Frankrijk verblijvende Palestinapioniers van de Westerweelgroep, kunnen noemen. In Nederland werkten de in de jaren dertig uit Duitsland en Oostenrijk gevluchte pioniers Leo Horn (r) met Ed. van Thijn Rudi Bloemgarten 25 Izaac Brucker en Kurt Baruch Jan Hemelrijk en Bob van Amerongen

nauwelijks contacten met niet-joden. De Rotterdamse familie Katan was een voorbeeld wat een zekere welstand en niet-joodse relaties konden betekenen. Martijns vader Richard kreeg via die relaties valse papieren, zodat hij met zijn vrouw Roos legaal in Arnhem kon gaan wonen. Daar kwam hij in het verzet terecht. Het hielp dat veel van de Katans er niet erg joods uitzagen en dat ze soms (veel) geluk hadden. De tante van Martijn, Ans, was met haar man na het Duitse bombardement van mei 1940, waarbij hun woning was verwoest, in het Brabantse Boxtel tussen Eindhoven en Den Bosch terecht gekomen. Zij woonden daar twee jaar legaal en moesten toen onderduiken. In 1942 zagen de oudere broer Louis Katan (geb.1911) en zijn vrouw Tine kans om met vervalste persoonsbewijzen daar ook onder te duiken. Eerst samen bij een boer, die hen dreigde aan te geven als ze niet meer betaalden, en daarna afzonderlijk. Louis dook onder bij twee zusters met een winkel in religieuze artikelen en Tine bij een kippenboer. nauw samen met de oodse en niet-joodse leden van die groep. Maar in Frankrijk opereerden de joodse leden van de Westerweelgroep bij hun illegale werk als onderdeel van de Armée Juive, een joodse verzetsorganisatie in het zuiden van Frankrijk. Oom Louis en de para’s van Market Garden Martijn Katan zou een hoofdstuk schrijven voor Gezichten van Joods Verzet, maar kwam in zijn familie zoveel verzetsdeelnemers tegen dat hij besloot die verhalen te bundelen in een boek. De titel Geen makke schapen verwijst naar mythe dat joden geen verzet pleegden. De familie Katan was het duidelijk bewijs van het tegendeel! Katan plaatst één en ander in een context. Veel familieleden behoorden tot de enigszins bemiddelde middenklasse en waren redelijk geassimileerd . Ze hadden niet-joodse kennissen en waren soms gemengd gehuwd, waardoor ze hulp konden krijgen. Veel joden uit de arbeidersklasse en het milieu van kleine handelaren waren straatarm en hadden vaak 26 Ondergrondse organisatie Louis Katan zat met zijn valse papieren al snel in het verzet. Hij zorgde voor bonkaarten en valse papieren voor onderduikers. Hij werd begin 1944 de vertegenwoordiger van district Boxtel en omgeving in de Landelijk Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Samen met de Knokploegen vormde dit de grootste ondergrondse organisatie in Nederland. Maar het gevaarlijkste deel van Louis zijn illegale activiteiten kwam met de Operatie Market Garden. September 1944 landden duizenden geallieerde luchtlandingstroepen in Brabant en Gelderland. Doel was de verovering van Arnhem en de Rijnbrug om zo door te kunnen stoten naar het Roergebied. Een aantal zweefvliegtuigen landde op de verkeerde plaats en de inzittende geallieerde militairen moesten zich schuilhouden in de bossen van het natuurgebied de Kampina, tussen Boxtel en Oisterwijk. Ruim 100 para’s moesten daar ruim een maand lang door het verzet worden voorzien van voedsel en melk. Een gewonde militair moest, met papieren dat hij een doofstomme Brabander was, op de fiets naar een schuiladres worden gebracht. Voor zijn hulp aan de geallieerde troepen kreeg Louis Katan Amerikaanse en Britse onderscheidingen. Operatie Market Garden mislukte, maar zuidoost Brabant werd wel grotendeels bevrijd. Deze boeken zijn van belang om de mythe te ontzenuwen dat joden als makke laffe schapen naar de slachtbank gingen. Lou de Jong en in mindere mate Jacques Presser hadden dit in hun overzichtswerken al aangetoond. Beiden stellen zelfs dat er verhoudingsgewijs meer joden in het verzet zaten dan niet-joden. In latere onderzoeken werd deze stelling bevestigd. Louis Katan op zijn persoons bewijs als ’Wim Engels‘

De vijf fasen van de Pesachschoonmaak Na Poerim gaat er een innerlijk alarmpje af. Wat moet nog allemaal gebeuren voor een smetteloos huis? De vijf fasen van de Pesachschoonmaak: van nadenken en uitstellen tot inruimen. 27

T ijdens Pesach eten we geen chameets en mogen we dit ook niet in ons bezit hebben. In de Tora staat hierover: “Gedurende die zeven tekst Zippora Abram illustraties Rosa Snijders dagen mag er geen zuurdesem in jullie huizen te vinden zijn; iedereen die iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Jisraeel worden gestoten, of het nu een vreemdeling is of een geboren Jisraeliet. Eet niets dat met zuurdesem bereid is; eet uitsluitend ongedesemd brood, waar jullie ook wonen.” (Sjemot 12: 19-20). Bij mij gaat er na Poerim een innerlijk alarmpje af. Nog een maand tot Pesach! Een maand die begint met bedenken hoe ik het ook alweer aan ga pakken, en die eindigt met een smetteloos huis. Mijn Pesachschoonmaak kent vijf fasen: · Nadenken en uitstellen · Alvast wat doen · Schoonmaken · Ruimen · Kasjeren/inruimen Fase 1: Nadenken en uitstellen In deze fase bedenk ik wat ik wel en niet hoef te doen. Ik heb een Pesach-doc op mijn pc dat ik dan eens open. Daarin maak ik elk jaar aantekeningen over wat te doen, wat te kopen (en wat niet) en ook over de volgorde (seder) waarin ik de dingen het beste kan doen. Eerst de geruststellende opmerkingen: je hoeft alleen die plekken schoon te maken waar je eet, of waar zich resten van voedsel Ook alle spullen en apparaten die chameets zijn gaan in het chameetskastje, zoals broodrooster, challekleedje, bakvormen, broodmandje, deegroller. kunnen bevinden. Het is dus niet nodig om al je boeken uit te kloppen, kledingkasten te ordenen, of legoblokjes op kleur te sorteren. Stof en vuil zijn geen chameets, dus take it easy. Chameets dat niet meer eetbaar is, telt niet mee. De stelregel is: zou je hond het eten? Zo nee, dan is het geen chameets. Fase 2: Alvast wat doen Een week of twee voor Pesach geef ik quasi-nonchalant de slaapkamers een extra goede beurt. Nadat ik dan toch maar meteen het stof van plinten en lampen heb gehaald, mag niemand meer in die kamers eten. Dan wordt het tijd om eens naar het berghok te gaan, om te kijken welke spullen ik ook alweer voor Pesach heb en welke niet. In mijn Pesach-doc staan altijd handige aanwijzingen van het jaar ervoor, die ik dan absoluut niet meer begrijp. Zoals: ‘Nog kopen: handmixer eventueel’. En: ‘Schalen! (oven)’. Omdat ik niet meer weet wat ik bedoelde kan ik beter even een blik werpen in de Pesachdozen en een lijstje maken van aan te schaffen spullen. Dit jaar doe ik dat extra vroeg vanwege langere levertijden tijdens de lockdown. Ik ruim alvast een kastje leeg om daar de eerste Pesachspullen in op te ruimen. Fase 3: Schoonmaken Vervolgens ga ik schoonmaken. Inmiddels krijgt de Pesach-obsessie de overmacht: Die richt zich voornamelijk op de keuken, maar niet uitsluitend! Ook auto, schooltassen, sporttassen, handtasssen, wasmand en prullenbakken moeten eraan geloven en worden ontdaan van elke mogelijke kruimel. In de keuken maak ik de vloeren, kastjes en laden schoon. De koelkast wordt smetteloos, vriezer ontdooid en schoongemaakt. Alle servies, bestek, pannen en overig keukengerei gaan in een chameetskast of in dozen. Gasfornuis, oven (ook de la!) en magnetron zou ik naar de stomerij brengen als het kon, maar nu reinig ik ze zelf bijna chemisch. Dit is ook de fase waarin ik op een zeker moment mezelf tot de orde moet roepen en hardop zegt: “Nu stoppen, schoner wordt ie niet.” Fase 4: Ruimen Fase 3 en 4, het schoonmaken en het ruimen, lopen eigenlijk in elkaar over. Een paar dagen voor Pesach is het tijd om al het chameets weg te ruimen. Alles wat ik nog aan chameets heb, zet ik in een aparte kast of gooi ik weg. Dat is natuurlijk in eerste instantie de heel duidelijke chameetslevensmiddelen als brood, crackers (ook de gewone Hollandia matzes zijn chameets!), pasta, couscous, bami, koekjes, meel. Maar ook alles met waar paneermeel of meel in zit, of producten die azijn bevatten zoals mosterd, ketchup, mayonaise - want hier is ook sprake van gisting. Ook van de sojasaus neem ik afscheid, want deze bevat tarwe. Alles wat gepaneerd is of waar meel in 28

de oven, de gootsteen en een deel van mijn bestek. Hoe meer spullen je speciaal voor Pesach hebt, hoe minder je hoeft te kasjeren. Na het kasjeren kun je de Pesachspullen in de schone kastjes en laden opbergen. De keuken is nu kosjer voor Pesach. Bij mij is dit meestal ongeveer twee dagen voor Pesach. Dit jaar zelfs nog een dag eerder omdat Pesach begint op uitgaande Sjabbat en ik het raar vind om op Sjabbat nog te koken en schoon te maken. Op de laatste schoonmaakdagen ben ik te moe om nog te koken. En al zou ik wel koken, dan wil ik meestal nog wat chameets nuttigen omdat ik de chameetsvrije periode niet onnodig wil oprekken. Dit resulteert vaak in semi kant-en-klaar maaltijden op papieren wegwerpbordjes, of een afhaalpizza op het balkon. De avond voor Pesach gaan we dan heel officieel met een kaars het (door mij met opzet achtergelaten) chameets zoeken. Deze worden de volgende dag verbrand, waarop je uitspreekt dat hiermee al het chameets dat per ongeluk nog in je bezit is nu als stof is. zit, alles wat aangebroken is moet weg. Zelfs aangebroken kiddoesjwijn zet ik weg, want heeft toch al een hele tijd op tafel gestaan tijdens sjabbatmaaltijden met allerlei chameets. Waar je de grens trekt is persoonlijk. Er zijn zelfs mensen die de gewone donkerbruine basterdsuiker niet eten omdat er bij het kleuringsproces een stof wordt gebruikt die mogelijk zetmeel bevat, ook al zegt de fabrikant dat dat niet zo is. Goed nieuws: quinoa is wel kosher voor Pesach! Ook alle spullen en apparaten die chameets zijn gaan in het chameets-kastje, zoals broodrooster, challekleedje, bakvormen, broodmandje, deegroller. De chameetskast plak ik dicht om pas na Pesach weer te openen. Hoe kom ik van mijn chameets af? Dan vul ik een volmacht in voor de verkoop aan een niet-jood van al het chameets dat in mijn bezit is gedurende Pesach. Op die manier is dus de inhoud van alle kastjes waar chameets-levensmiddelen en spullen in zitten, niet meer in mijn bezit. Op de volmacht vermeld ik ook de crackertjes die nog op mijn kantoor liggen, waar ik al ruim een jaar niet meer ben geweest - ook al betwijfel ik of een hond die crackertjes nog zou eten. Na Pesach krijg ik allles weer terug. In Israel koopt het opperrabbinaat chameets op, maar we weten niet aan wie ze het doorverkopen. Fase 5: Kasjeren/inruimen In deze fase stijgen de temperaturen! Apparaten en spullen die je tijdens Pesach wil gebruiken, kun je kasjeren. Daarvoor moet je het na zeer grondig reinigen 24 uur niet gebruiken. Daarna kun je kasjeren door middel van verhitting of onderdompeling in kokend water. Ik kasjer de magnetron, het gasfornuis en 29 Gasfornuis, oven (ook de la!) en magnetron zou ik naar de stomerij brengen als het kon. Dit jaar zal dat iets anders zijn vanwege sjabbat. Het komt erop neer dat we vrijdagochtend helemaal chameetsvrij moeten zijn, maar vrijdagavond nog wel motsie moet maken met challe. Dit zullen we dan maar op het balkon doen en eventuele overgebleven stukjes brood aan de vogeltjes schenken. Na weken in een regime van schoonmaken, leegruimen, verhitten, ontsmetten, inruimen, inkopen en nog een paar dagen koken, zijn we dan helemaal klaar en uitgerust om onze vrijheid te vieren.

Yvonne Walvisch-Stokvis 30

‘Geen grenzen voor online, als we elkaar ook fysiek kunnen ontmoeten’ Yvonne Walvisch-Stokvis is de nieuwe voorzitter van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom (NVPJ). Ze zet haar tanden in enkele prangende vragen. Doel? De afstand tussen de verschillende kehillot overbruggen om zo te bouwen aan een sterke liberale gemeenschap. “Botsen hoort er soms bij als je stappen wilt zetten.” Z ijn we als liberaal joodse gemeenschap nog wel aantrekkelijk voor jongeren? Hoe zorgen we ervoor dat de technische mogelijkheden ook na corona kunnen worden ingezet om mensen aangehaakt en betrokken te houden? En hoe kan de onderlinge band tussen de kehillot worden verstevigd in het belang van onze continuïteit? Het zijn geen eenvoudige vragen waar Yvonne Walvisch als nieuwe voorzitter met het bestuur mee aan de slag wil. Maar daar blijft het niet bij. Ook het Verbond zelf wil ze kritisch onder de loep nemen. “Ik vind dat we door Hester Stein foto’s Carla van Thijn ondersteunend moeten zijn aan de kehillot. Maar dan moet wél duidelijk zijn waar we ons op richten, waar we bestuurlijke verantwoordelijk voor zijn en welke organisaties erbij horen. Mensen vinden het heel ingewikkeld hoe die kerstboom -of chanoekia- is opgetuigd. Maar eerst moeten we helder krijgen wat ons doel is, wat daaraan bijdraagt en wat de kehillot belangrijk vinden.” Mooie gesprekken Haar gedrevenheid om organisaties te verbeteren is voelbaar. Yvonne was organisatieadviseur bij Ernst & Young en jarenlang directeur volwassenonderwijs bij ROC Nova College. De afgelopen weken hield ze via Zoom kennismakingsgesprekken met de besturen van de kehillot en aangesloten organisaties, maar ook met organisaties buiten liberale kring. “Toen ze mij vroegen voor deze functie, vond ik dat lastig. Ik ben niet goed ingevoerd in de kehillot, zelfs niet in de Amsterdamse, waar ik al heel lang kom. Maar ik wil wel bijdragen aan de continuïteit van het jodendom. En in dit geval aan het liberaal jodendom, waar ik mij thuis voel. Ik wil kansen creëren door de mensen bij elkaar te brengen. Maar het moet 31

“Wat is de relevantie van Pesach in 2021?” Welke vragen heb jij? freyda.nl Sprekende herdenkingen vanuit heel Nederland Open Joodse Huizen | Huizen van Verzet is een jaarlijks programma van sprekende herdenkingen. Vertellers, bezoekers en bewoners delen verhalen in huizen waar mensen woonden en werkten tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Dit jaar vindt Open Joodse Huizen volledig online plaats. Op 3 en 4 mei 2021 worden er op 13 adressen livestreams uitgezonden. Kijk voor het programma op www.openjoodsehuizen.nl

duidelijk zijn waar behoefte aan is. Dus ben ik samen met de collega-bestuurders begonnen met kennismaken en die vraag voorleggen.” Weinig dialoog “De dialoog tussen de kehillot lijkt beperkt, terwijl het gesprek wel broodnodig is. Ook om pijnpunten te bespreken. Kleine kehillot willen heel graag deel uitmaken van iets groters en de verbinding voelen met anderen. Die zitten ver van elkaar dus hoe doe je dat? Sommigen vinden het Verbond onzichtbaar. De grotere gemeenten hebben de behoefte aan eigen beleid maar hebben ook veel te bieden. Daarover moeten we met elkaar in gesprek. En botsen hoort er bij als je stappen wilt maken”, vertelt ze. “Als je op een goede manier de belangen van het progressief jodendom wilt behartigen is onderlinge verbondenheid belangrijk. De kehillot zijn autonoom, maar je hebt elkaar wel nodig.” Om die verbondenheid te bevorderen wil ze alle kehillot meer betrekken bij thema’s die overal spelen. “Zo vergroot je de kennis van- en over elkaar. Zo kunnen we aan kracht winnen.” Dat brengt ook de vraag naar voren wie ‘erbij hoort’. Yvonne: “Hoe inclusief is het Verbond? We hebben veel gemengde huwelijken met kinderen. Hoe staan we tegenover nieuwe gemeenschappen die zich bij het Verbond willen aansluiten? De gesprekken daarover moeten met iedereen en zeker het College van Rabbijnen worden gevoerd.” Contact: online en fysiek Het contact tussen de leden is ondanks corona in stand gebleven door de inzet van online bijeenkomsten. Yvonne is opgetogen over de invulling die de meeste kehillot hebben gegeven aan de Hoge Feestdagen, ondanks de beperkingen door corona. “Mensen konden via Zoom andere gemeentes bezoeken. Leden die bedlegerig zijn of in het buitenland wonen kunnen meedoen. Ook Netzer is online actief met de jeugd. In alle hoeken van het land kunnen mensen cursussen volgen die anders te ver weg zouden zijn.” Inmiddels is bijna het hele Talmoed Tora onderwijs digitaal. “Dat biedt zoveel kansen om iedereen te bereiken, daar wil het Verbond ook bij ondersteunen. Hopelijk zijn er straks weer fysieke bijeenkomsten, maar wat mij betreft zouden we ook online opties met elkaar moeten behouden en delen: diensten, onderwijs, de cursussen en de gezellige initiatieven.” Toch, vervolgt Yvonne, “ik hoor ook dat er mensen zijn die nu helemaal het contact met de kille hebben verloren. Leden die voorheen wél naar de dienst kwamen. En dat is een punt van zorg. Daar moet je met elkaar over nadenken.” Onderwijs beschikbaar maken Een ander aandachtspunt: ‘Wat moet er gebeuren zodat elk kind in liberaal joods Yvonne Walvisch-Stokvis neemt van Gideon Schrijver en interim Ernst Numann het voorzitterschap over van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom. Dit is de overkoepelende organisatie voor progressieve joden in Nederland, aangesloten bij de World Union for Progressive Judaism. Het Verbond is opgericht in 1931. Met o.a. het Levisson Instituut, Arza-Nederland en Stichting Sja’ar bestaat een bestuurlijke verbinding. Yvonne heeft gewerkt in de private en publieke sector, waaronder bij de provincie Noord-Holland en als directeur van het Vierde Huis, gericht op volkshuisvesting. Ze was voorzitter van Jonag, lid van Maror, vice-voorzitter van de Raad van Toezicht bij JMW en ruim 11 jaar directeur volwassenonderwijs bij ROC Nova College. Nu is zij zelfstandig interim manager. ‘De dialoog tussen de kehillot lijkt beperkt, terwijl het gesprek wel broodnodig is. Ook om pijnpunten te bespreken.’ Nederland les kan krijgen?’ Die vraag heeft ze neergelegd bij de hoofden van het onderwijs. “Het antwoord hoort daar thuis. De onderwijsmensen weten wat er in de klas gebeurt. De mogelijkheden voor online onderwijs zijn er, maar je wilt ook fysiek onderwijs bieden, zodat de kinderen elkaar leren kennen. Sommige gezinnen wonen ver weg en zijn zij bereid die ontmoetingen met enige regelmaat te faciliteren? Hoe kunnen we het onderwijs voor iedereen beschikbaar maken én tegelijk bouwen aan de gemeenschap? Technisch is er veel mogelijk, maar het moet ook bij de mensen passen.” 33

GENERATIES Hang na De families van de drie broers Fortuin. Links: Ella (36) en Shai (38), ouders van Ilai (4) en Noah (6). MIdden: Yigal (47) en Kathinka (34), ouders van Senna (1). Rechts: David (45) en Anousha (45), ouders van Sheva (11) en Jesaiah (13).

a traditie ar 35

Hoe geef je het jodendom door aan de volgende generatie? Een gesprek over de eigen joodse opvoeding, van cliënten steeds complexer worden. “Bijvoorbeeld mensen met suikerziekte, die door corona niet aan de bel hebben getrokken toen het slechter met ze ging.” Ook de jongste broer, Shai, plastisch chirurg, heeft het druk. “Door de eerste lockdown zijn veel behandelingen en operaties uitgesteld. Wachtlijsten worden langer en de acute zorg, zoals ongelukken of oncologie, gaan gewoon door.” . geworteld zijn binnen de orthodoxie en zoeken naar een eigen evenwicht. En dat in een hectische tijd. Met Yigal, David en Shai Fortuin, hun partners Kathinka, Anousha en Ella. En Jesaiah (13) die onlangs Bar Mitswe werd. tekst Hester Stein foto Carla van Thijn Accepteren Toch maken ze tijd voor dit interview via Zoom. Ella is erbij, de vrouw van Shai. Ook Yigal – de oudste broer - en zijn vrouw Kathinka zijn aangeschoven. Kathinka werkt als fieldmanager bij PEAK-IT, een bedrijf gericht op IT-professionals. “Ik geef onder andere trainingen in omgaan met stress”, vertelt Kathinka. “Het beste advies? Eigenlijk: acceptatie. Want als je je verzet, ga je meer lijden. Ze werkt met Stephan Covey’s cirkel van invloed: K ijk binnen je cirkel waar je invloed op hebt en accepteer wat daarbuiten valt.” Dat is midden in de coronacrisis niet eenvoudig. Zo heeft Ella haar eigen bedrijf ‘Brands Connected’, dat bekende Nederlanders verbindt aan merken. Omdat de kinderen thuis zijn doet ze veel werk in de avonduren,. “Ik probeer de situatie te accepteren, maar het is wel pittig.” Op een ander niveau speelt dit ook voor Yigal, de oudste van de broers Zijn bedrijf ,FORZ Consultancy, bemiddelt technische specialisten in de farmaceutische, biotech- en petrochemische industrie. FORZ is betrokken bij het Moderna-vaccin. “David is als huisarts er al mee ingeënt”, vertelt Yigal. “Ik ben blij dat hij zo beter beschermd is , maar de Nederlandse overheid had wel sneller de beschikbare doses kunnen distribueren met een efficiënter vaccinatiebeleid. Bijvoorbeeld naar Israëlisch voorbeeld. Zo hadden we eerder immuniteit tegen het virus bij de kwetsbare bevolkingsgroepen kunnen realiseren.” De lockdown kwam eigenlijk wel goed uit, vertellen Anousha Fortuin-Barlag en David Fortuin, de middelste van de broers. Het geeft iets meer adempauze nu ze door de coronacrisis al een jaar overuren draaien. “Van de zorg voor coronapatiënten tot het aansturen van het personeel en het organiseren van campagnes voor mensen die in de sporthal gevaccineerd moeten worden. Het komt allemaal bovenop het normale werk”, vertelt David, huisarts in Diemen. “en er ligt geen draaiboek van de overheid waarin staat hoe je dit moet doen. Dat is best een uitdaging.” Anousha merkt als diëtist dat de problemen 36 ‘Hetty Fortuin kreeg doodsbedreigingen omdat ze op tv uitlegde hoe condooms werkten. Ze was een stoere en geëmancipeerde vrouw.’ Geëmancipeerde vrouw Berusten in een situatie voert niet de boventoon in hun familie. grootmoeder Hetty Fortuin (1915-2011) is daar een mooi voorbeeld van. Zij was de eerste vrouwelijke arts-seksuoloog van Nederland. “Zij studeerde af in 1940, een week voordat de Joden van de universiteit werden gestuurd. Kort na de oorlog begon zij met het verder ontwikkelen van de seksuologie”, vertelt David.” Seksuologie bestuderen was een doodzonde in die tijd. Ze werd door alle dokters weggekeken. Niemand wilde naast haar zitten. Maar ondertussen heeft ze in dit vakgebied een belangrijke rol gepeeld”. Ze hield lezingen en schreef over de anticonceptiepil en over seksualiteit ook op TV. Ze kreeg doodsbedreigingen omdat ze daar uitlegde hoe condooms werkten. Ze was een stoere en geëmancipeerde vrouw.” Voor haar inzet op het gebied van seksuolo

gie werd ze benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. Ze was voorzitter van de sociale commissie van de NIG in Den Haag en bestuurslid van B’nai Brith al paste zij niet echt binnen de orthodoxie. David: “Ze was goed bevriend met rabbijn Awraham Soetendorp. In haar testament had ze opgenomen dat ze wilde dat hij haar lewaije zou doen : weliswaar op de orthodoxe begraafplaats. Dat is ook gebeurd toen ze stierf op 96-jarige leeftijd. Dat was typisch onze oma. Ze vond dat deze stromingen samen moesten werken. Dat het onderscheid gewoon flauwekul is.” Vrije interpretatie van orthodoxe regels Yigal, David en Shai groeien op in een traditioneel, maar niet religieus joods gezin. Ze worden na de scheiding van hun ouders grotendeels opgevoed door hun moeder. “Onze vader was een spirituele man, heel joods voelend ook. Maar uiteindelijk was hij meer universalistisch. Hij is dan ook niet op een joodse begraafplaats begraven, maar wél door Awraham Soetendorp.” De joodse opvoeding bestond uit een vrije interpretatie van de regels. “We zaten voornamelijk op joodse scholen”, vertelt Shai. “Daar ging men ervan uit dat we ons thuis ook hielden aan het praktische jodendom. Maar dat deden we niet altijd. We vierden wel Pesach, maar heel kort en gezellig . Dat was voor ons het belangrijkste.” David blikt terug: Het leidde jaren later tot een bizarre situatie.” Pas met de gioer van Anousha bij de LJG leerde ik hoe de sjoeldienst eruit zag en hoe je kiddoesj maakt.” “Of wat havdala was”, vult Shai aan. “Ik had geen idee.” Stoppen met gamen Anousha: “Ik ben dus niet opgevoed met de joodse tradities en heb geen joodse familieleden, maar ik hunkerde er wel naar. Nu probeer ik als vrouw des huizes nog steeds me meer leefregels eigen te maken. Het is telkens zoeken naar een evenwicht: wat past wel en niet bij mijn beleving van het jodendom en die van het gezin. Mijn schoonfamilie moest er ook even aan wennen toen ik tegen oma zei dat viskoekjes met meel voor Pesach echt niet kunnen. Ik zou ook meer uit de sjabbat willen halen, maar hoe krijg ik de kinderen mee? Ik zou vaker iets samen willen doen maar ik krijg ze nog niet zo ver dat ze stoppen met gamen op sjabbat. “ “Het idee van een talliet vind ik mooi. Met de talliet word je begraven en de talliet maakt zo duidelijk dat je sterfelijk bent. Hij maakt je bewust van het leven. Ik vind het jammer dat het geen traditie is dat vrouwen dit dragen (hoewel steeds meer vrouwen hier wel voor kiezen red.) en raak dan ook geïrriteerd als David vergeet zijn bracha te zeggen voordat hij zijn talliet omdoet”, zegt ze lachend. Nieuw evenwicht ‘Ik zou wel meer uit de sjabbat willen halen, maar ik krijg de kinderen nog niet zo ver dat ze stoppen met gamen op sjabbat.’ De zoektocht naar hun nieuwe evenwicht hebben de twee andere gezinnen met interesse gevolgd. Hoe verhouden die zich tot het jodendom? Yigal, de oudste, geeft aan dat hij als tiener zes weken door Israël toerde met Haboniem. “Religie speelde daar niet zo’n rol en het was niet het zionisme dat ik belangrijk vond, maar het samenzijn als groep. Nu geven we als ouders bepaalde tradities mee, zoals de sjabbat. Ik hou ook van het traditionele gevoel van de snoge en het besef dat daar al honderden jaren mensen samenkomen. Maar dat heb ik ook met oude appartementen in de binnenstad. De geschiedenis en de verhalen die daar achter schuilgaan intrigeren mij ook.” Talmoed Tora Maar hoe geef je die tradities door? Ella en Shai hebben daar heel bewust over nagedacht toen ze kinderen kregen. “We zijn thuis vooral van de gezellige tradities maar leven niet alles na ‘zoals het hoort’, omdat we daar beiden niet mee zijn opgegroeid. Dat is voor ons de reden geweest om lid te worden van de LJG”, vertelt Ella. “Onze zoon van zes vindt Talmoed Tora erg leuk. Hij leert er ook van en dat was onze bedoeling. Nu vieren we op vrijdagavond Sjabbat en de kinderen vinden dat helemaal geweldig, omdat we ze er actief bij betrekken. We bakken vaak samen galle op vrijdagmiddag en dan verheugen ze zich de hele middag op het Sjabbatdiner.” Voor haarzelf voelt deze stap ook heel goed, vertelt Ella. “Ik blijf op deze manier trouw aan de roots van mijn familie. Veel familieleden zijn door de oorlog gestopt met joodse tradities, maar door onze keuzes blazen we die weer nieuw leven in wat ook iets binnen de familie teweeg brengt.” ‘Veel familieleden zijn door de oorlog gestopt met joodse tradities. Door onze keuzes blazen we die weer nieuw leven in.’ Beperking na beperking Pesach en Rosj Hasjana vieren de broers en hun gezinnen samen. Ze treffen elkaar voor het aanbijten op Jom Kipoer. Want één waarde loopt als een belangrijke lijn door de generaties heen: de familie. En dus volgden ze allemaal de Bar Mitswe van Jesaiah achter hun computer. Door de strenge coronaregels konden ze er niet fysiek bij zijn. Het was wel even slikken dat de ene beperking na de andere volgde, vertelt Jesaiah, die alleen met zijn ouders en zijn zusje Sheva in sjoel stond. Maar wat kun je eraan doen? Hij besloot zich te richten op de lichtpuntjes. En die waren er. “Doordat er minder publiek was, voelde ik mij rustiger. Ik was niet zenuwachtig. En het mooie was dat mijn familie uit Australië er via Zoom ook bij kon zijn.” Wat hem het meest is bijgebleven? “Aan het einde van de dienst moest ik de Tora terugbrengen. Mijn vader en ik stonden daar met de Tora best lang te wachten. Dat moment vond ik bijzonder. Het is een traditie die duizenden jaar oud is. En daar ben je dan samen onderdeel van.” 37

Waar onze familie vandaan komt Oekraïne 2 American dream Joden zijn en blijven een volk van (vaak gedwongen) landverhuizers. In deze rubriek vertellen leden over het land waar ze vandaan komen. Deze keer: Lisa en Lee Ross-Marcus over de Oekraïne en de jaren in de Verenigde Staten. L 38 isa: “Mijn vader, Aaron Jacob Marcus, behoorde tot de eerste generatie Amerikanen van zijn familie. Toen zijn ouders -William (Velvil) Marcus en Edith Felder- tieners waren, vluchtten ze met hun ouders uit de Oekraïne. Overgrootvader Avrom Meyer Markhovsky was getrouwd met Etta Brana. Ze woonden in de Oekraïne en hadden zes kinderen. Hij was meubelmaker en werkte vanuit hun kleine woning in Chernevtsy. Opa Willie vertelde altijd dat hij daar overal houtkrullen (‘striskhes’) vond. Maar over de jarenlange reis die hij vanaf 1913 door tekst Lisa en Lee Ross-Marcus m.m.v. Hester Stein Europa als tiener maakte, samen met zijn ouders en broers en zussen, vertelde hij niet veel. Wel zei hij dat zijn bar mitswa ergens onderweg heeft gedaan. Bij aankomst op Ellis Island in 1914 werd hun naam van Markhovsky veranderd in Marcus. Opa’s familie was religieus. Ze bleven koosjer en reisden niet op Sjabbat. Ik herinner me dat ik als kind onder de indruk was van hoe zelfverzekerd en snel mijn opa de Hebreeuwse teksten hardop las uit de Haggadah met Pesach. Als immigrant kon hij nauwelijks Engels lezen en schrijven.” Geen veilige toekomst De familie van Lisa’s oma, de Felders, kwamen ook uit Chernevtsy. “Overgrootvader Abraham Felder was een waardige man die blijkbaar een rol had als wethouder van de stad. Hij bleek zelfs onroerende goed te hebben in een andere stad. Dat was nogal ongebruikelijk, aangezien joden vaak geen grond mochten bezitten.” Vanwege het dreigende communisme besloot de familie in 1921 te emigreren. “In onze familie werd vaak het verhaal verteld dat de Kozakken op een dag naar hun dorp kwamen op zoek naar joodse jongens. Het gezin verborg hun jonge zoon Edward onder de vloerplanken totdat de Kozakken het dorp verlieten. Hoewel hij het overleefde, moet het erg traumatisch zijn geweest voor het gezin. Mijn overgrootvader had eerder verschillende aanbiedingen om te vertrekken afgewezen. Nu besefte hij dat daar geen toekomst was voor zijn kinderen Bertha, Edith (mijn grootmoeder) en Edward. Hun vertrek was echt niet eenvoudig. Het commu1

3 5 nistische regime verbood joden te emigreren. Dus moesten ze zonder papieren vluchten. Ze vertrokken ’s nachts en namen alleen mee wat ze zelf konden dragen. Met een door paarden getrokken wagen bereikten ze de oever van de rivier de Dnjestr. Daar gingen ze aan boord van een boot naar Otaci, Bessarabië (nu bekend als Moldavië). Hun eerste stop was het huis van de neef van overgrootmoeder Esther in Tarnova, in de provincie Soroka, Roemenië. Ze bleven daar negen weken om een verblijfsvergunning te regelen, zodat ze Roemeense paspoorten konden aanvragen.” Molenbeek Ze hoopten uiteindelijk naar Amerika te gaan, waar al veel joden -ook uit hetzelfde dorp- naar toe waren gevlucht. Toen de papieren eenmaal in orde waren werden ze geconfronteerd met een nieuwe tegenslag: de Amerikaanse regering had een quotasysteem voor immigratie ingesteld. “Dat betekende dat ze ‘op hun beurt moesten wachten’. Desalniettemin vertrokken ze met de trein naar België, wat een veilige plek leek om hun visum af te wachten”, vertelt Lisa. “Ze vestigden zich in de wijk Molenbeek in Brussel. Hier proefden ze voor het eerst de moderniteit en een meer ontspannen en vrijere manier van leven dan ze gewend waren in de Oekraïne. Ze hadden bijvoorbeeld nog nooit een radiator gezien. Ze vonden de Belgische bevolking erg behulpzaam bij het uitleggen van de Franse woorden voor verschillende soorten voedsel en huishoudelijke benodigdheden in de winkels. Abraham bracht het grootste deel van zijn tijd door met het regelen van hun visa, wat uitein1 Bill en Jean Ross op de Mauritania, 1948 2 De Markhovsky familie, Chernevtsy, Oekraïne 3 De familie Felder, Brussel, 1922 4 Willie en Edith Marcus tijdens hun huwelijksreis 5 Grootvader Julius en zijn family in Kishiniev, Moldavië, ca. 1902 delijk elf maanden in beslag nam.” Ze staken het Kanaal over en gingen in Engeland aan boord van het stoomschip R.M.S. Berengaria. Op 12 oktober 1922 kwamen ze aan in New York. “In Brooklyn trokken ze in bij de broer van mijn overgrootmoeder Esther en binnen korte tijd was mijn grootmoeder Edith getrouwd met mijn opa William en ze trokken bij haar familie in. Mijn vader Aaron Jacob werd geboren in 1925.” ‘Mijn opa las zo zelfverzekerd de Hebreeuwse teksten hardop uit de Haggadah met Pesach. Maar Engels kon hij nauwelijks lezen of schrijven.’ Van rijkdom naar vodden “De familie van mijn vader had een zeer comfortabel leven, inclusief een auto met chauffeur”, vertelt Lisa. “Ze hadden een postorderbedrijf en ze hebben geïnvesteerd in een reeks mini-golfbanen. Een oom schijnt te hebben gezegd: ‘Deze familie heeft geen verzekering nodig’. Misschien was het een beetje overdreven, maar ze hadden zó snel die Amerikaanse droom gerealiseerd. Maar dat duurde niet lang. Toen mijn vader vier jaar oud was kwam de beurscrash. Hun fortuin verdween. De extreme verschuiving van ‘rijkdom naar vodden’ veroorzaakte een sombere en gespannen sfeer binnen het gezin. Dat heeft ook sporen in het leven van mijn vader nagelaten: hij ontwikkelde een ietwat pessimistische en risicomijdende kijk op het leven. Mijn vader groeide arm op, maar kreeg uiteindelijk wel een beurs en kon gaan studeren. Hij wilde arts worden maar werd door 31 opleidingen geneeskunde afgewezen voordat hij door de New York Medical School werd toegelaten. Uiteindelijk is hij een baanbrekende wetenschapper op het gebied van hemostase, coagulatie, trombose en vasculaire 39 4

BEELDSPRAAK Rieke van der Stoep .riekevanderstoep.com .riekevanderstoe

biologie geworden. Hij heeft ook veel bereikt op het gebied van klinisch leukemieonderzoek. In 2015 – net na zijn overlijden- werd hij geëerd met de hoogste onderscheiding op het gebied van hematologie. Zijn grootste droom was om de nobelprijs te winnen.” Delicatessenzaak Lee vertelt over de geschiedenis van zijn familie, die ook naar Amerika trokken: “Zoals bij veel joodse immigranten naar de VS veranderde onze familienaam verschillende keren om meer Amerikaans te worden. De wortels van mijn familie Wroncberg lagen in Polen. Bij aankomst in Amerika werd hun naam veranderd in Rosberg. Mijn vader heeft dit later laten veranderen in Ross. Mijn grootvader wilde cantor worden, maar moest geld verdienen voor zijn gezin. Hij verkocht merk-overhemden aan kleine winkels. Zijn kinderen legde hij joodse regels op, maar dat pakte niet goed uit. Mijn vader wilde daarna niet veel meer weten van het jodendom. Het gezin van mijn moeder heeft een meer gemengde achtergrond. Mijn oma Zeta was niet joods maar bekeerde zich. Haar eerste man was een Russisch-joodse immigrant, maar hij verliet haar voordat mijn moeder Jean geboren werd. Mijn oma trouwde daarna met Julius Berns, een andere joodse immigrant uit Rusland. Hij adopteerde mijn moeder en werd de liefhebbende grootvader waarmee ik ben opgegroeid. In Rusland was hij apotheker, maar in Amerika zaten ze daar niet op te wachten. Dus begon hij met een delicatessenzaak in Detroit. Hij zou een beroemde sandwich hebben uitgevonden met de naam ‘Dinty Moore’. Droom Lee vertelt dat voor hun voorouders reis naar Amerika vooral een bevrijding van de pogroms betekende. Ook bood Amerika hen de ‘Amerikaanse droom’. ‘Maar die hebben ze niet allemaal waar kunnen maken. Of ze verloren alles opnieuw. Maar onze ouders hebben wel hun droom waar kunnen maken. Zowel Lisa’s vader als mijn vader zijn arts geworden. Mijn ouders, Bill Ross en Jean Berns, ontmoetten elkaar op de middelbare school. Ze zijn heel jong getrouwd. Hun eerste uitstapje was een reis naar Israël. Daar wilden ze bouwen aan een nieuw joods thuisland. Ze woonden in een kibboets met andere -internationale- jongeren met een missie. Mijn moeder liep tuberculose op en moest helaas naar de Verenigde Staten terugkeren. Uiteindelijk zijn mijn ouders gescheiden. Mijn moeder is opnieuw getrouwd met een joodse man uit Duitsland en mijn vader met een niet-joodse vrouw met een Italiaanse achtergrond. Lee koos er niet voor om in Amerika te blijven. Hij kwam in 1976 op zijn 20e naar Amsterdam en werkte jarenlang in de theaterwereld. Ook Lisa koos voor Europa: “Ik ben ‘De extreme verschuiving van ‘rijkdom naar vodden’ veroorzaakte een sombere gespannen sfeer binnen het gezin.’ opgegroeid in een welvarende, hoogopgeleide omgeving in New York. Veel joodse religieuze regels hadden we niet meer in ons gezin. Mijn vader stimuleerde ons te doen waarin we geloofden, net zoals hij zelf had gedaan met medische wetenschappelijk onderzoek. Ik wilde danseres worden en studeerde in Oberlin, Ohio. Mijn droom bracht me naar Europa, waar ik samen met mijn docenten een dansgezelschap in Parijs op mocht richten. In 1983 ben ik in Nederland gevestigd als choreograaf en theatermaakster waar ik meer dan 20 producties heb gemaakt.” Op een theaterfestival in Wenen ontmoette ze Lee. Dertien jaar later troffen ze elkaar opnieuw in Nederland en binnen een paar jaar waren ze getrouwd. Een eigen kamer Leven in Europa, oftewel in Nederland, bracht een nieuwe uitdaging met zich mee: hoe om te gaan met je joodse identiteit? Lisa: “In onze jeugd hoorden we over de holocaust in Europa, maar dat was ver weg. We voelden ons veilig en we hadden veel joden en christenen om ons Lisa en Lee Ross-Marcus ‘Mijn vader stimuleerde ons te doen waarin we geloofden, net zoals hij zelf had gedaan. Dus werd ik danseres.’ heen. Verschil maakte niet uit. Pas in Nederland merkte ik dat er anders naar mij werd gekeken. Dan vroeg iemand hoe het was om joods te zijn. Of ik kreeg de opmerking dat ik op Anne Frank leek. Dat vond ik heel verwarrend: wat moest ik daarmee? Thuis had ik geleerd dat vragen naar iemands religie onbeschaafd was. Maar hier schijnen mensen er zelfs trots op te zijn om te kunnen zeggen dat ze joodse vrienden hebben. Toen ik merkte dat mijn carrière in de danswereld ten einde liep, voelde ik me wat unheimisch. Waar hoorde ik thuis? In Amerika was ik al twintig jaar niet meer geweest. Toen besefte ik: wat ik nodig heb, is een kamer vol ‘eigen’ mensen. Zo kon ik mij verbinden met iets van mezelf en mijn familie. Beit ha›chidush werd onze herintreding in de joodse wereld. Lee en ik hebben een dochter en we wilden haar een joodse opvoeding geven. Ze ging bij de LJG naar joodse les en we zijn daar lid geworden. We vieren sjabbat en kiezen voor koosjer-light. Deze stappen hebben ons stabiliteit gegeven om een eigen joods leven in Nederland op te kunnen bouwen, want dit is ons thuis geworden.” 41

42

De tien plagen, toen en nu Er is geen enkele reden om aan te nemen dat corona de laatste plaag zal zijn. Ook als deze pandemie eenmaal voorbij is, zijn wij er nog lang niet. Wat leren de plagen ons? Sedertafel als toneel Bij het uitspreken van elke plaag druppelen wij met een vinger een beetje wijn uit het glas weg. Deze gewoonte dateert uit de middeleeuwen en er worden veel redenen voor aangegeven. Eén verklaring is dat men geen zegenspreuk mag uitspreken over een beker die verbonden is met straf (Talmoed, Berachot 51b). Daarom moeten de druppels die met straf verband houden eerst worden verwijderd.1 Een andere, meer recente verklaring is dat vreugde over de dood van de Egyptenaren ongepast is, immers “verheug je niet over de val van je vijand” (Spreuken 24:17). Vandaar dat we de vreugde waarmee wij het glas heffen verminderen door wat van de wijn weg te spatten.2 Wat mij zelf altijd opvalt bij dergelijke rituelen is het speelse karakter ervan. Johan Huizinga heeft er in zijn Homo ludens, een studie over het spelelement der cultuur (1938), op gewezen dat iedere cultuuruiting met talloze spelelementen is verweven. De seder vind ik daarvan een uitnemend voorbeeld. Ook tijdens de seder wordt als het ware een spel gespeeld, met de sedertafel als toneel en de deelnemers als acteurs. Samen voeren wij het drama op van onze bevrijding uit Egypte. Ook het spatten van wijn is zo’n spelelement, een ludiek (de term is van Huizinga) element. Waarom lijden? Maar waarom moet het Egyptische volk eigenlijk zo veel lijden? Alleen vanwege een halsstarrige farao, die bovendien alleen maar zo koppig is omdat God het zo heeft gearrangeerd? God zelf zorgt er immers voor dat de farao niet luistert, zodat Hij des te meer wonderen in Egypte kan verrichten en zodat Hij de Egyptenaren zijn macht kan laten voelen (Exodus 7:3-4; 11: 9-10). I n normale tijden vertellen wij elkaar bij de seder het verhaal van onze bevrijding uit de slavernij in Egypte. Eén van de hoogtepunten is dan de opsomming van de tien plagen, die de farao tot inkeer moeten brengen. Er klinkt vreugde in door, wanneer wij in de Haggada op dat punt zijn aanbeland: “Zo komen we tot de tien plagen die God, geprezen is Hij, over de Egyptenaren in Egypte heeft gebracht. Dit zijn ze: bloed, kikvorsen, ongedierte, wilde dieren, veepest, gezwellen, hagel, sprinkhanen, duisternis, sterfte van de eerstgeborenen”. tekst Norbert Vogel illustratie Rosa Snijders Is zoveel machtsvertoon, zo’n overkill, wel in overeenstemming met het beeld van een goede en rechtvaardige God? Of moeten wij dit alles niet zo letterlijk nemen? Hebben wij ook in het oorspronkelijke verhaal, in de Tora zelf, misschien te maken met een spelelement, een gedramatiseerde voorstelling? Het lijkt er veel op. Zo schijnt de episode met de tien plagen wel een drama in tien bedrijven te zijn, dat een wedstrijd tussen de God van Israël en de goden van de Egyptenaren uitbeeldt. Proloog Het begint met een proloog. Aharon gooit zijn staf op de grond en die verandert in een slang. Maar de Egyptische magiërs blijken dat trucje ook te beheersen. In de eerste twee bedrijven is de strijd nog onbeslist. Zowel Aharon als de magiërs veranderen het water van de Nijl in bloed en laten kikkers uit het water komen (men kan zich afvragen of de farao wel zat te wachten op nóg meer kikkers). Vanaf het 43

derde bedrijf (ongedierte) lukt het de magiers niet meer om de truc na te doen en is het duidelijk Wie als de onbetwiste winnaar uit de bus zal komen. Maar de farao is evenmin als Donald Trump, in staat om zijn verlies toe te geven. Als in een Griekse tragedie tart hij de goddelijke orde en gaat hij, verblind door hubris (trotse hoogmoed), zijn ondergang tegemoet. Hyperbool Zouden de auteurs van onze heilige geschriften hebben gedacht dat de Tora precies beschrijft wat er werkelijk is gebeurd? Ik heb zo’n vermoeden van niet. Ik denk dat er in de schriftelijke en mondelinge leer meer spelelementen zijn ingeslopen dan de latere orthodoxie heeft willen toegeven. Deze orthodoxie heeft blijkbaar weinig oog gehad voor de hyperbool (overdrijving) als stijlfiguur. De Tora sprak in de taal van de mensen, zo lezen we in de Talmoed (Berachot 31b; Zevachim 108b). Maimonides legt dat zo uit dat de Tora begrippen en beelden gebruikt die gewone mensen kunnen begrijpen. Men moet de Tora dus niet altijd letterlijk nemen en bijvoorbeeld geen menselijke emoties aan God toeschrijven. Het is een geschrift dat primair tot moreel handelen moet inspireren, en de meeste mensen worden meer aangesproken door beeldend taalgebruik, door (sterke) verhalen dan door een abstract betoog. Flavius Josephus meent dat het verhaal van de tien plagen ons leert dat wij God moeten gehoorzamen om te voorkomen dat hij boos op ons wordt en ons straft. Ook dat ‘boos worden’ van God moeten wij natuurlijk niet al te letterlijk nemen. Spelregels De les van gehoorzaamheid in figuurlijke zin is uitstekend van toepassing op de huidige moeilijke tijd. Natuurlijk zien wij epidemieën al lang niet meer als straffen van God voor zonden die wij hebben begaan. Maar wij doen wel degelijk dingen waar de natuur ‘boos over wordt’. Wij houden ons niet aan de spelregels die gelden voor onze omgang met de natuur. Wanneer wij in conflict komen met de orde van de Natuur – die volgens Spinoza identiek is aan de orde van God – dan krijgen wij vroeg of laat te maken met plagen. De huidige corona-pandemie illustreert dat overduidelijk. Het nieuwe coronavirus, SARS-CoV-2, de verwekker van de ziekte COVID-19, kwam voor de meesten van ons als een volslagen verrassing. Maar virologen en epidemiologen zagen dit al lang aankomen. Zo voorspelde viroloog Jaap Goudsmit in zijn boek De virusinvasie (2003) dat virusinfecties in de komende jaren alleen maar zullen toenemen. Virussen leven altijd in dieren. Naarmate de wereldbevolking toeneemt en in samenhang daarmee door menselijk ingrijpen de dierenpopulatie afneemt, wordt de kans groter dat een virus zijn heil 44 Wij houden ons niet aan de spelregels die gelden voor onze omgang met de natuur. zoekt in de mens. Daarmee neemt ook de kans op een nieuwe pandemie – in ernst vergelijkbaar met de Spaanse griep van 1918 – toe. In een toenemend aantal gevallen is zo’n ‘oversprong’ (spillover) van dier op mens aangetoond. In de laatste zestig jaar werd de wereld geconfronteerd met de volgende plagen: 1. De Aziatische griep (1957-1958), 2. De Hongkonggriep (1968-1969), 3. Lassakoorts (1969), 4. Ebola (1976), 5. AIDS (1986), 6. Vogelgriep (1997), 7. SARS (2003), 8. Mexicaanse griep (2009) en 9. MERS (2012). De tiende plaag COVID-19 is de tiende plaag. Die heeft, gerekend naar het aantal positieve tests, inmiddels meer dan 100 miljoen mensen getroffen en aan ruim twee miljoen mensen het leven gekost. Anders dan destijds in Egypte worden de huizen van de kinderen Israëls niet overgeslagen. Onze hoop is niet meer gevestigd op het bestrijken van onze deurposten met bloed, maar op de wetenschap, die er in verbluffend korte tijd in is geslaagd om zeer werkzame en veilige vaccins te ontwikkelen. Maar ook als deze pandemie eenmaal voorbij is zijn wij er nog lang niet. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de tiende plaag de laatste zal zijn. Overal waar de natuurlijke gastheer (het reservoir) van de virussen wordt bedreigd, wordt ook de mens – als plaatsvervangende gastheer - bedreigd. Er liggen nog talloze virussen op de loer: in vleermuizen, apen, varkens, paarden, kippen, knaagdieren, vogels en vele andere wilde en gedomesticeerde dieren. Als deze pandemie voorbij is zijn wij er nog lang niet. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de tiende plaag de laatste zal zijn. Onze opdracht Willen wij nieuwe en wellicht nog veel ernstiger pandemieën voorkomen, dan zullen wij moeten stoppen met de ongeremde verwoesting van de natuur, het kappen van regenwouden, de vernietiging van ecosystemen en het daarmee gepaard gaande uitsterven van diersoorten. Net als de farao tarten wij de goddelijke (oftewel de natuurlijke) orde en zijn wij verblind door hoogmoed. Wij menen de natuur naar believen te kunnen beheersen en verwoesten. Maar de natuur ‘wordt boos’ en slaat terug door ons met nieuwe plagen te treffen. Deze pandemie dient ons te herinneren aan onze opdracht om de natuur te bewerken en erover te waken (Genesis 2:15). Wanneer wij ons niet houden aan de spelregels en doorgaan met roofbouw op haar te plegen, dan wordt zowel ons eigen voortbestaan als dat van duizenden (andere) diersoorten in gevaar gebracht. 1 Zie Yehuda Shurpin Why Do We Spill Wine at the Seder? (op chabad.org) 2 Zie Rabbi Zvi Ron Spilling Wine While Reciting the Plagues “To Diminish Our Joy”? (op thetorah.com)

LASTIGE VRAGEN Kiezen voor gezond? Hoe maak je gezonde keuzes? En wil je dat eigenlijk wel? Een paar lastige vragen voor Jenna Moorman, lid van LJG Den Haag en Maya Colmans, lid van LJG Amsterdam. “Alle sportscholen zijn dicht en je zit de hele tijd binnen. Zelf sport ik nu wel in mijn eigen kamer, maar door corona ben ik wel meer gaan eten. Dus het is wel lastiger om gezond te blijven. Daarvoor was het niet zo moeilijk.” Wie is voor jou een voorbeeld als het om gezond leven gaat? “Mijn zus. Zij leeft heel erg gezond, eet gezond en sport veel. En ze doet veel dingen die haar blij maken. Ondanks corona zit ze niet bij de pakken neer. De sportscholen zijn wel dicht, maar dan gaat ze veel hardlopen.” Wat doe je liever: 3 uur spelletjes op de telefoon of 1 uur sporten? “Als ik me slecht voel, dan ga ik waarschijnlijk drie uur op mijn telefoon zitten. Maar als ik de energie ervoor heb, dan kies ik voor sport. Na dat uurtje ben ik productiever en heb ik een voldaan gevoel. Zo van: ‘He, ik heb iets gedaan vandaag’. Als ik drie uur spelletjes heb gedaan, dan voel ik me gewoon hetzelfde als eerst. Een beetje saai.” Soms wéét je wat het beter is om te doen, maar kies je iets anders. Waardoor komt dat volgens jou? “Het grootste deel komt door groepsdruk. Ik wordt heel snel beïnvloed door andere mensen. Dan willen ze iets anders doen dan sporten, en dan zeg ik geen nee. Bij hen zijn is wel gezelliger, maar luiheid speelt ook mee.” Kun je jezelf leren om altijd goede keuzes te maken? “Je zou eigenlijk élke dag van je leven moeten leven alsof het je laatste is. En je mag zélf bepalen hoe je deze dag invult. Meestal doen mensen daar moeilijk over. Zeggen ze van: ‘Ja, maar ik wil juist heel graag productief zijn.’ Maar dat hoeft niet. Die keuze is aan jou. En natuurlijk kun je elke dag een andere keuze maken. Maar je moet jezelf niet omlaag halen, alleen maar omdat je besluit een dag in bed te blijven liggen.” Jenna Moorman (15) tekst Enza Cohen “Mijn vader is mijn voorbeeld van iemand die gezond leeft, want hij is veganist. Hij eet geen vlees en geen producten die van dieren komen. Hij sport elke dag. Ik zelf leef ook best wel gezond. Zo voetbal ik iedere week bijna vijf uur. Maar door corona is het wel moeilijker om gezond te leven. Ik fiets niet meer naar school, ben minder buiten. Voordat corona er was, liep ik ook vaak met vriendinnen door de stad. Dat doe ik niet meer.” Een snack bij de Albert Heijn halen of kiezen voor een broodje gezond van huis? “Ik snap dat het gezonder is als je thuis iets eet, maar het is ook gezellig om met vriendinnen ergens iets te gaan halen. En ja, soms haal je dan ongezond eten. Iedereen die ik ken doet dat wel. Het is goed als je gezond eet, maar je moet niet overdrijven. Als je af en toe iets ongezonds eet komt het wel goed.” Een uur sporten of drie uur spelletjes spelen op je telefoon? “Ik kan echt niet drie uur spelletjes doen, ik sport liever. Het enige wat ik op mijn telefoon doe is social media. Tiktok, Insta, gezellig bellen… Dus als ik dáár drie uren aan mag besteden, dan doe ik dat liever.” Soms wéét je wat het beter is om te doen, maar kies je iets anders. Waardoor komt dat volgens jou? Maya Colmans (15) Jongeren gezocht! Denk jij graag na over dilemma’s? Of ken je iemand die lastige vragen niet uit de weg gaat? Doe dan mee met deze rubriek en mail naar: redactie. joodsnu@gmail.com “Soms vraagt mijn vriendin of ik alsjeblíéft mee naar de stad ga, want ze heeft zoveel zin om te chillen. En vier andere vriendinnen gaan ook. Ik moet dan nog heel veel huiswerk maken, maar daar heb ik echt geen zin in. Dat kan morgenochtend ook wel, dus laat ik het huiswerk zitten. Als mijn vriendinnen gaan, wil ik gewoon ook.” Zou je altijd goede keuzes willen maken? “Als je altijd voor de perfecte keuze gaat, leer je niks. Ik zou dat niet willen. Je bepaalt je leven door de keuzes die je maakt. Je kunt natuurlijk kiezen om altijd netjes je huiswerk te maken, maar vrienden zijn net zo goed belangrijk. Met sociale contacten kom je ook best ver.” 45

Gezondheidszorg in Israël: voorbeeld voor de rest? Het wekt alom verbazing -en bewondering- dat Israel zo overtuigend op kop ligt in de mondiale vaccinatie race tegen Covid-19. Bijna de helft van de bevolking is al ingeënt, terwijl wij hier niet vooruit te branden zijn. Om Louis van Gaal te parafraseren: zijn wij zo slecht of is de Israëlische gezondheidszorg zo goed? W 46 aar Nederland stuntelend door de crisis struikelt, door gebrek aan testen, beschermende kleding, mondkapjes en een enorm gebrek aan vaccins, had Israël de meeste zaken via de ziekenfondsen snel op orde. Israël is gewend om te gaan met crises en ondanks de altijd durende politieke puinhoop had op het moment van schrijven 30% van de bevolking één of twee vaccinaties gehad. Na de rellen in Nederland lijkt het erop dat er binnenkort meer mensen gearresteerd zijn dan gevaccineerd. De Britse mandaatperiode Hoe begon de gezondheidszorg in voormalig Palestina? In de tweede helft van de 19e eeuw waren christelijke missies zeer actie bezig tekst Rosa van der Wieken In 1936 besloten alle joodse arbeiders in Palestina twee dagen loon te doneren voor de bouw van het Beilinsonziekenhuis. joden te bekeren. Ze lokten de bevolking met medische diensten en bouwden daartoe ziekenhuizen. Gealarmeerde joodse filantropen en kehillot in Europa besloten als tegenwicht dokters en medicijnen naar de Joodse kolonisten te sturen. Zo kwamen in 1854 de eerste Joodse ziekenhuizen in Jerusalem van de grond. De Britten zetten in 1920 een eigen gezondheidszorg op. Zij zetten in op een sanitaire dienst om de kwaliteit van het drinkwater te controleren, sanitaire voorzieningen in woonhuizen, verplichte vaccinatie tegen tyfus, cholera en pokken en drooglegging van moerassen en putdeksels ter bestrijding van malaria. In sommige Arabische steden kwamen ook een school-medische dienst, zuigelingenzorg en poliklinieken. De Joodse gemeenschap, die al enkele instellingen had ontwikkeld, moest het zelf uitzoeken. De zionistische vrouwenbeweging in Amerika, onder leiding van Henrietta Szold, zette met donaties de ‘Hadassah Medical Organization’ op. Haar eerste grote project was de stichting in 1922 van het Hadassah-ziekenhuis in Jeruzalem waarna er nog vijf volgden in Jeruzalem, Tel Aviv, Haifa, Tsfat en Tiberias, laboratoria en apotheken. Hadassah zorgde ook voor wijkverpleging, tandheelkundige hulp, sanitaire voorzieningen, programma’s ter bestrijding van malaria, tbc, en trachoom en zuigelingenzorg (Tipat Chalav). In 1946 waren er al 90 zuigelingenklinieken. In deze periode ontstond het mozaïek van het verzuilde gezondheidszorgsysteem van de latere staat Israël. Het werd gekenmerkt door een combinatie van openbare, particuliere en overheidsdienstverlening, christelijke missies, joodse en arabische instellingen, de Hadassah

Medische Organisatie, verschillende ziekenfondsen, joodse, christelijke en arabische liefdadigheidsorganisaties, particuliere artsen, ziekenhuizen en traditionele genezers. Ziekenfondsen De vroegste pioniers leefden in verwaarloosd moerasland zonder schoon water. In 1911 besloten 150 chaloetsiem om een deel van hun loon opzij te zetten voor medische behandeling. Clalit, een fonds voor wederzijdse hulp, was geboren. Toen de Histadroet, de Joodse arbeidersvakbond, werd opgericht in 1920 nam die het Clalit- ziekenfonds over. De werknemers waren verzekerd voor revalidatie, preventieve en curatieve zorg. De Histadroet bouwde in 1923 in in Kibbutz Ein Harod de eerste ziekenbarak, die later in Afula in een echt ziekenhuis (Haemek) werd ondergebracht. In 1936 besloten alle joodse arbeiders in centraal Palestina twee dagen loon te doneren zodat de Histadroet bij Petach Tiqwa het Beilinsonziekenhuis kon bouwen. In 1946 had dit ziekenfonds twee ziekenhuizen, 274 klinieken en gezondheidscentra verspreid over heel Palestina. Concurrentie in het ziekenfondswezen De Histadroet, en dus het Clalit-ziekenfonds, had een duidelijk linkse signatuur. Een deel van de joden kon zich natuurlijk niet vinden in Henrietta Szold (m) van de zionistische vrouwenbeweging in Amerika met professor Magnes (r) van het Hadassah ziekenhuis. Jeruzalem linkse medische zorg en zo richtte de rechtse werknemersorganisatie in 1933 het Nationaal Ziekenfonds op, Kupat cholim Leumit. De Algemene Zionisten hadden op hun beurt weer niets met links of rechts en richtten het Me-oechedet Fonds op. Werkloze immigrantenartsen uit Duitsland begonnen hun eigen zaak in het Maccabi-ziekenfonds. De vier ziekenfondsen bestaan nog steeds en sinds de verplichte verzekering in 1995 werd ingevoerd is 96% van de bevolking daar verzekerd. Israël was 25 jaar geleden één van de eerste landen dat overging op elektronische patiëntendossiers, met toegang voor de patiënt. Gezondheidsklinieken De OESO heeft een zeer positief oordeel over de Israëlische gezondheidszorg maar met kritiek op de ziekhuiszorg. Israël besteedt door strakke controle minder dan 8% van het nationale inkomen aan gezondheidszorg (Nederland meer dan 10%) en biedt universele dekking en hoogwaardige primaire gezondheidszorg. De zorg loopt via de huisarts die in een gezondheidskliniek zit waar ook gespecialiseerde verpleegsters zijn, vaak een apotheek en waar specialisten op afspraak consulten doen. Door deze aanpak blijven ziekenhuisopnames beperkt. Israël was 25 jaar geleden één van de eerste landen ter wereld dat overging op elektronische patiënten dossiers waartoe ook de patiënt rechtstreeks toegang had. De kwaliteit van de klinieken wordt scherp gecontroleerd om zo hun zorg te verbeteren. 47 NATIONAL PHOTO COLLEC TION ISRAËL

Het verhaal van een huis en honderd jaar geschiedenis Aan de rand van Berlijn, aan de oever van een meer, staat een huis. In honderd jaar tijd was dit een thuis voor een liefdevol joods gezin, een bekende nazicomponist, oorlogsvluchtelingen en een Stasi-informant. In die periode vond er een wereldoorlog plaats en werd de Berlijnse Muur op een steenworp afstand van de achterdeur gebouwd. Dit bijzondere, waargebeurde verhaal van het huis aan het meer is geschreven door Thomas Harding en gebaseerd op zijn gelijknamige biografie. De illustraties in dit prentenboek zijn gemaakt door de meermaals bekroonde illustratrice Britta Teckentrup. ISBN: 9789048318544 | Prijs: € 14,99 www.veltman-uitgevers.nl prentenboek voor kinderen vanaf circa 6 jaar

Het verschil met ons systeem is vooral dat wij geen ziekenfondsen meer kennen (die werken zonder winstoogmerk) en alleen nog particuliere verzekeringen hebben, die winst willen maken. Maar ook hier is er verschil in de mate waarin je verzekerd bent. Gezondheid van Israeli’s Hoe gezond zijn Israeli’s? Een globale maat om de kwaliteit van zorg is de gemiddelde levensverwachting. Die is nu in Israël 82,6 jaar waarmee het staat op de tiende plaats in de wereldrangorde. Nederland staat op de 20e plaats met 81,8 jaar. De verschillen lijken klein maar zijn feitelijk groot. Nederland heeft 14% niet-westerse burgers, terwijl de Israëlische Arabieren zo’n 20% van de bevolking vormen. Door ongezonde rook- en eetgewoonten hebben Israëlische Arabieren een lagere levensverwachting dan het joodse deel. Terwijl de medische zorg in beide stedenvergelijkbaar is, is de levensverwachting in Umm al Fahm 79 en in Ramat Gan 83,8. Dat de gemiddelde levensverwachting van alle Israëli’s tezamen zo hoog is, lijkt een bewijs voor de goede Israëlische gezondheidszorg. Tegen vaccinatie In Nederland kampen wij met mensen die tegen de coronamaatregelen zijn en tegen vaccinatie in het algemeen. Israël wordt geplaagd door een deel van de ultra-orthodoxen die de regels aan hun laars lappen. In Nederland treedt de politie redelijk stevig op, maar in 49 De bouw van het Hadassah-ziekenhuis op de Scopusberg in Jeruzalem De kraamafdeling van het Hadassah-ziekenhuis Israël ontziet Netanyahoe de overtreders. Hij wil ze niet tegen zich in het harnas jagen in geval dat hij ze nodig heeft bij een volgende kabinetsformatie. In Nederland zijn we niet gewend aan crisis en kunnen we niet goed improviseren. Israël is een crisismaatschappij en kan daardoor veel beter improviseren. Dus bij een pandemie zit je daar beter.

De Kohlenpott: vruchtbare bodem voor liberale joden Op de vlucht voor antisemitisme, pogroms en een restrictief, staatsbeleid kwamen veel joden al begin van de 19de eeuw uit Oost-Europa in de ‘Ruhrpott’ of ‘Kohlenpott’ in Duitsland terecht. Een vruchtbare bodem. De liberale gemeenschappen in Duitsland gaven ook veel Post-sovjet-joden de kans om hun joodse leven en hun joodse identiteit te herontdekken. 50 Tekst Iris Haarland en Rob Cooper

egin van de 19e eeuw bood het Ruhrgebied een eerste verblijfplaats en er was hier werk. “Kohle machen”, heet het in het Duits. En dat kwam helemaal niet overeen met het antisemitische beeld van sjacherende, gierige en op geldbeluste joden. Geschept hebben ze, donkere, vuile steenkool. Het was harde maloche -hard werk- in de mijn en in de staalfabriek. Dit alles om een warme kachel en warme soep te verdienen! Dit was geen gemakkelijk leven, ook niet vanwege de al bestaande joodse gemeenschappen in de omgeving van de Rijn en het Ruhrgebied. De stijve ‘Pruisische joden’, orthodox en liberaal, hadden grote moeite met de expressieve, Oost-Europese ‘Jiddishkayt’... De Russen komen ‘Kontingentflüchtling’ werden ze genoemd. Dit was een Duits juridische technische term die eigenlijk bedoeld was voor Vietnamese bootvluchtelingen, maar vanaf 1991 de hernieuwde golf van vluchtelingen en migratie van Joden van het Oostblok naar Duitsland legitimeerde. In de Duitse ‘Wendezeit’ liet het uiterst officieuze antisemitisme van de postsovjet-tijd de ‘Pas-Joden’ in de Bondsrepubliek aanlanden. Zo werden 250.000 één- en ‘Wij kwamen uit een land waar de communisten religie en religieuze identiteit volledig hadden uitgewist.’ tweeouder migranten een uitdaging zoals een sprankje hoop voor het voortbestaan van het Duits-joodse gemeenschapsleven na de Shoa. In het Engels is er een gezegde: “Joods genoeg voor Hitler/ Stalin, maar niet joods genoeg voor de rabbijnen!” Ook niet-joodse Ruhrpöttlers bekeken de nieuwe buren in de wijk met argwaan. De joodse contingentvluchtelingen werden vergezeld door ‘Spätaussiedler’, late repatrianten met Duitse voorouders uit de voormalige -Sovjetunie, landelijk in totaal 2,4 miljoen mensen. De Duitser dachten hier toch wel angstig: “De Russen komen!” en in dit geval: de komst van de joodse, of zelfs de communistische bolsjewistische joodse Russen. Unna-Massen synagoge: De Ster van David en de toren van de sjoel in Unna-Massenis zijn van ver te zien. Binnen baadt het interieur in het licht dat door de grote glas-in-loodgevel valt. In deze gevel zijn twaalf kleuren glas verwerkt, van de twaalf stammen. Foto’s Sabrina Zeuge Kolenpot als smeltkroes Inmiddels is de Ruhrpott een smeltkroes van verschillende culturen, met veel potentieel in termen van spiritueel-religieuze transformatie. “Toen we hier bijna 18 jaar geleden aankwamen, dachten mijn ouders dat we in New York waren geland: Welkom in de Ruhrpott!” zegt Dimi Liebermann, de hoofdpersoon in de onlangs bekroonde Duitse korte film “Masel Tov Cocktail”. Een ‘must see’, ook voor joodse en niet-joodse Nederlanders. De film van de jonge regisseurs Arkadij Khaet en Mickey Paatzsch vertelt over wat Duitsers vandaag eigenlijk weten over Joden zoals contingentvluchtelingen. En de film 51

vertelt hoe het voelt om vandaag als jood in Duitsland te wonen. De film is gebaseerd op de echte ervaring van filmmakers en acteurs, die ‘Ruhrpott kinder’ zijn. Fragiele plantje Unna-Massen (bij Dortmund, red.) was de eerste opvang voor veel Russisch sprekende joden. Van hieruit werden ze verspreid over Noordrijn-Westfalen. Veel van deze nieuwkomers zijn in Unna gebleven en maakten Unna en Massen tot hun nieuwe thuis, zoals de Oekraïense Alexandra Khariakova. Ze is nu voorzitter van de kehilla ‘haKochaw’ in Unna. “We hebben het gered, we zijn in Duitsland!” – zo beschrijft ze haar gevoel van geluk, toen ze na een vier dagen durende, slopende reis met haar familie eindelijk aankwam in ‘Paradise Unna’. Ze spreekt inmiddels relativerend over dit paradijs. Maar dat het fragiele plantje van het liberale jodendom in Duitsland kon opnieuw weer groeien, vooral dankzij de ex-contingentvluchtelingen. “Wij kwamen uit een land waar de communisten religie en religieuze identiteit volledig hadden uitgewist. De liberale gemeenschappen in Duitsland gaven veel Sovjet-joden de kans om hun joodse leven en hun joodse identiteit te herontdekken”, zegt de Russische Juliana Lang, nu vice-voorzitter van de kehilla ‘Perusch’ in Oberhausen. Zij gaat verder: “Het besluit om aan te sluiten bij het liberale jodendom in Duitsland was heel bewust. De combinatie van joodse traditie met de kennis en ervaring van de moderniteit in het liberale jodendom creëert een nieuwe thuishaven.” En: De door de Holocaust zo pijnlijk verbroken traditie van het liberale jodendom in Duitsland heeft zeker door de Joden uit Oost-Europa weer een nieuwe stuwkracht kunnen krijgen. Zin in een bezoek? Kehilla ‘Ha Kochaw’ in Unna-Massen www. juedischegemeinde-unna. de e-mail ha-kochaw@ liberale-juden.de Kehilla ‘Perusch’ in Oberhausen www.perusch.de e-mail kontakt@ perusch.de Kehilla ‘Gescher LaMassoret’ in Keulen www.jlgk.de e-mail info@jlgk.de Kehilla in Düsseldorf https://jgd.de/ e-mail info@jgdus.de Vier talen in een dienst In mei 2007 werd een algemene vergadering voor de Joden van geheel Unna georganiseerd. Hier werd onmiddellijk besloten dat een nieuwe liberale joodse gemeenschap moest worden gesticht. Drie liberale congregaties, Ha’Kochaw in Unna-Massen, Perusch in Oberhausen en Gescher LaMassoret in Keulen, vlak bij het Ruhrgebied, delen nu zelfs een rabbijn. Natascha Verzbovska, geboren in de Oekraïne, leidt de diensten in drie talen: Ivriet, Duits en Russisch. Ook de gebedenboeken zijn drietalig: Hebreeuws (en transliteratie), Duits en Russisch. Mevrouw Verzbovska studeerde aan het Abraham-Geiger College in Potsdam en ontving haar Smicha in 2014. Haar man- die ook rabbijn is- werkte in Moskou maar is nu ook in Duitsland. In de Corona-tijd kwam dat goed uit omdat hij als gabbai naast zijn vrouw op de bima kon staan. De leden van de Keulse ‘Gescher LaMassoret’ komen uit de ex-USSR, uit Franstalig België, Frankrijk, Groot-Brittannië, Amerika en Zuid-Afrika, Hongarije en Roemenië. Tijdens de feestdagen worden hier soms zelfs vier tot vijf talen gemengd in een dienst. Drie kehillot delen nu zelfs een rabbijn die de dienst leidt in drie talen: Ivriet, Duits en Russisch. Inmiddels groeit ook nog een delicaat plantje liberaal jodendom in het nabijgelegen Ruhrgebied: in Düsseldorf. In de derde grootste joodse gemeenschap van Duitsland -met ongeveer zevenduizend leden- worden sinds 2019 om de twee maanden liberale diensten gehouden in het joodse bejaardentehuis ‘Nelly-Sachs-Haus’. De diensten worden geleid door rabbijn Elisa Klapheck, die rabbijn was bij ‘Beit Ha’Chidush’ in Amsterdam. De Kolenpot is niet ver van de grens van Nederland. U bent van harte uitgenodigd om bijvoorbeeld de Sjachariet op Sjabbes bij te wonen. Liberaal Jodendom is ontstaan in het 19e-eeuwse Duitsland. Voor de Shoa was dat de grootste stroming in Duitsland. In het Duitse ‘Wendejahr’ 1989 waren er ongeveer 35.000 Joden, waarvan rond 27.000 verbonden aan een joodse gemeenschap. In Duitsland wonen nu circa 225.000 joden. Daarvan zijn rond 100.800 mensen aangesloten bij een van de 128 Duitse gemeentes (102 Einheitsgemeinden en 26 liberale gemeentes). ‘Einheitsgemeinden’ zijn een gemeenschapsmodel voor orthodoxe en liberale joden. De meeste synagogen zijn echter volgens ashkenazisch-orthodoxe ritus. Sinds de jaren negentig zijn er in Duitsland ook strikt liberale joodse gemeenschappen. Alle 26 liberale gemeentes met circa 6000 leden zijn aangesloten bij de Unie voor Progressieve Joden, opgericht in 1997 (Bron: Union Progressiver Juden). De meerderheid van de joden voelt zich thuis binnen liberale of conservative / masorti tradities. Het Abraham Geiger College, gevestigd in Potsdam maakt deel uit van de Unie voor Progressieve Joden. Het is het eerste liberale rabbijnen seminaar in Europa dat na de oorlog is opgericht. 52

COLUMN } ZIPPORA ABRAM Vier zonen en vijf rabbijnen De slechte zoon vraagt: ‘ Waarom laten jullie onderdrukken met al deze regels? Waarom laten jullie je je vrijheid afpakken voor een onschuldig griepje?’ Je antwoordt hem, dat de Eeuwige geprezen zij Hij, ons ook regels oplegt met de bedoeling ons te beschermen. En je zegt hem: “Jij zegt ‘jullie’ en stelt je buiten het volk. Jij beschermt je niet omdat je je niet aan de regels houdt. Je kan corona krijgen en overlijden, helemaal alleen, zonder steun van je volk waar je je geen deel van voelt.” De simpele zoon vraagt: ‘Huunk? Corona?’ Je vertelt hem over een ziekte die je kunt krijgen als je je handen niet goed wast en te dicht naast andere mensen staat. Hij vertrouwt je inzicht. En wat met de zoon die geen vragen kan stellen? Laat hem er niet niet mee wegkomen. Blijf praten over corona en de maatregelen. Leg uit welke beperkingen je begrijpt en welke niet. Vertel wat je nu weer hebt gelezen of gehoord over het virus. Laat je niet hinderen door gebrek aan kennis, en praat zoveel dat hij het de rest van zijn leven nooit een vraag zal willen stellen! it verhaal gaat over vier zonen. Een wijze, een slechte, een simpele, en één die geen vragen kan stellen. Deze vier zonen zitten aan de seider in 2021, alleen met jou want gasten mogen niet komen tijdens de pandemie. De wijze zoon vraagt: ‘Waarom verhardde God het hart van de Farao zodat hij ons volk strafte met deze vreselijke pandemie?’ Je antwoordt hem over de vrije wil, de macht van God, de koppigheid van het volk. Je gaat nog in op wat het betekent om opeens je vrijheid te verliezen en je te leren houden aan regels die je niet altijd begrijpt. Je vertelt dat Van Dissel en Rutte proberen de plaag te bestrijden en hoe het volk zich in het begin kenmerkte door eenheid. En hoe wij na die pandemie altijd onze vrijheid zullen vieren. Wanneer je zonen er genoeg van hebben, zoek dan vijf rabbijnen. Leer met hen over het virus. Leer de hele nacht door. Bestudeer de Braziliaanse, Britse en Zuid-Afrikaanse variant. Maak elk uur een nieuw vaccinatieschema. Plan de route uit deze crisis. Bedenk welke horeca straks open mag en onder welke omstandigheden. Bedenk hoe we sneller en beter uit deze crisis kunnen komen. Maak ook een internationale vergelijking tussen de regels en beperkingen in verschillende landen en de resultaten. Vraag je af of er landen zijn die het beduidend beter of slechter hebben gedaan dan wij. En stop pas met praten over corona als het tijd is voor het ochtendgebed en er een oplossing gloort aan de horizon. En wat met de zoon die geen vragen kan stellen? Laat hem er niet niet mee wegkomen. 53 CARLA VAN THIJN

Pesach is het feest van de vrijheid. De kans is groot dat we Pesach straks vieren met (strikte) beperkingen. Wat is het belangrijkste dat je door de coronacrisis hebt geleerd? De reacties: Een vrijheid die wij vooral zelf moeten maken Echte De dagen hebben hun gezicht verloren geruisloos glijden ze de weken in tot grijze maanden die een jaar blijken te zijn... Zo ongeveer is mijn Corona jaar dus verlopen, vanaf het moment in februari dat ik de tickets voor mijn reis naar Amsterdam moest cancelen, want zo zei men, het is misschien toch verstandiger nu niet op reis te gaan. Triest, omdat ik mijn geliefden in Amsterdam en New York niet kon bezoeken. Mijn fysieke vrijheid werd mij ontnomen, maar gelukkig kon ik op het terras van mijn appartement 54 vrijheid maakte ik door schilderend, studerend, ‘zoomend’, en altijd met muziek in mijn ‘Senior Residence’, zelfs in de strengste lockdown zonder mondkapje naar buiten om diep adem te halen. Maar echte vrijheid maakte ik door schilderend, studerend, ‘zoomend’, en altijd met muziek door te gaan. De bijna dagelijkse telefoontjes uit A’dam en NY, de eigen gebakken koekjes van mijn kleindochter, aangereikt door de spijlen van het hek, gaven van warmte en troost, zoveel moois om dankbaar voor te zijn! Het voelt bijna beschamend om in een tijd waarin ontelbaar veel mensen doodziek werden en stierven van winstpunten te spreken, maar ze zijn er. Dat de LJG zoom daar een belangrijke rol in speelde is voor mij een groot winstpunt. De sjoeldiensten, met elkaar lernen, bekenden zien, oude vrienden weer ‘ontmoeten’, een Bar Mitswa van vrienden meemaken, waar ik anders nooit bij had kun

nen zijn, tot tranen toe geroerd en dankbaar! Wat een vrijheid! Een speciale ‘zoombrooche’ .lijkt mij zeker op zijn plaats! Ten slotte besef ik meer dan ooit wat het grote goed is wat ik van mijn ouders heb meegekregen. Met ongelofelijke energie hebben zij, gewond als ze waren, alles gedaan om mij een toekomst te geven waarin interesse in alles wat het leven te bieden heeft, voorop stond. Mijn liefde voor muziek, literatuur, schone kunsten en de wereld verkennen dank ik aan hun. Zij hebben mij gemaakt tot het culturele ‘rupsje nooit genoeg’ wat ik geworden ben en waardoor ik het steeds weer heb ‘gered’. Ik kan hen nooit dankbaar genoeg zijn. Of mijn leven er na corona anders uit zal zien, ik hoop iets geleerd te hebben, misschien veranderd te zijn? Wie zei ook weer “Wanneer je de volgende dag dezelfde bent aIs de dag(en) ervoor, dan heb je niet geleefd”? Ik hoop dat wij allemaal met elkaar bewuster, liefdevoller en gelukkiger zullen leven. Ach wie zou dat niet wensen... Chag Pesach Sameach in vrijheid, een vrijheid die wij vooral zelf moeten maken! > Marion Kunstenaar, Jeruzalem Worstel en kom boven Een minuscule bacterie die de hele wereld plat kan leggen? Dat had ik nooit verwacht. Maar het is zo en het virus heeft veel impact op ons leven. De bar mitswa van onze zoon Jonathan is totaal anders geworden. Geen feest, maar een zoom-dienst. Ik had verwacht dat het saai zou worden, maar dat bleek niet zo te zijn. Het is zelfs heel bijzonder geworden: het Jeugdjournaal heeft er een item van gemaakt, familie en vrienden uit Brazilië, Zuid-Afrika en Israël konden via Zoom toch bij de bar mitswa zijn. Ook mijn werk staat door het virus op z’n kop. Met mijn ouders heb ik een antiekzaak op de Albert Cuyp. In het begin van de coronacrisis verkochten we nog wel wat. Maar dat stopte toen de winkels dicht gingen. Onze winkel moet je ervaren; elk meubelstuk heeft een bijzonder verhaal. Dat werkt niet online. Onze reserves kunnen we niet eindeloos aanspreken. Maar ik kan ook niet gemakkelijk met deze ‘baan’ stoppen. In deze zaak zit drie generaties werk, en net zoveel emotie. Dus voor nu proberen we vol te houden. De dagelijkse routine vast te houden. Elke dag op tijd op staan, de boekhouding doen, de zaak netjes houden. Die structuur heb je nodig, voor als je straks weer open gaat. Dat gaat vast wel gebeuren, met wat Israëlische vaccins en medicijnen. Wat ik ook heb ontdekt: vroeger dachten we dat we onze winkel écht niet een dag gesloten kon blijven. Dus er was altijd gedoe: met vakanties nemen, met andere plannen. Zelfs operaties wilden we het liefst uitstellen. Want hoe zou het bedrijf verder moeten? En nu? We zijn al maanden dicht. Deze coronacrisis relativeert – ook kost het kapitalen. In onze winkel hangt een bord met de spreuk ‘Luctor et emergo’ opgehangen. Worstel en kom boven. Dat is het gewoon. We vechten tot we er weer bovenop komen. > Sharon Colmans, ljg Amsterdam Actiever en creatiever dan ooit Als deze hele periode voorbij is heb ik geleerd hoe belangrijk onze kille is Pesach is het feest van de vrijheid. We bevrijden ons van Chameets, zowel letterlijk als figuurlijk. We bevrijden ons van ingesleten gewoontes en verslavende gebruiken. Dit jaar, maar ook vorig jaar is alles anders. We kunnen Pesach niet vieren met de hele familie (voor familie kan je ook vriendenkring lezen!), maar alleen, thuis. Of als je het geluk hebt een partner te hebben, alleen met je partner. En toch is ook dit jaar weer alles anders. We weten dat we een gemeenschap hebben, een kehilla, die actiever is dan ooit. We zijn creatiever geworden en meer betrokken bij elkaar. We bellen en appen elkaar veel meer en proberen in de gaten te houden of iemand ziek is of het moeilijk heeft. We hebben Zoom (uit)gevonden en we gebruiken het massaal. Mensen die al jaren niet meer in staat waren om naar sjoel te komen, komen nu bijna elke week. Ik vind dat zo waardevol en zo verrijkend. Als deze hele periode voorbij is heb ik geleerd hoe belangrijk onze kille is en hoe belangrijk wij zijn om onze kille te vormen. Ik ben iemand die graag iedere Sjabbesmorgen naar sjoel gaat, maar ik ben nu heel erg bereid om (zeg maar) ééns in de maand thuis te blijven om het spotlighten te verzorgen. Dat is nodig om de dienst mogelijk te maken voor die mensen die niet meer zo mobiel zijn, of om welke andere reden dan ook de digitale vorm van de dienst verkiezen. > Jacqueline Frankenhuis, ljg Amsterdam structuur heb je nodig, voor als je straks weer open gaat De aarde als een grote tuin Om het risico op besmetting door corona te voorkomen blijven we veel meer thuis. Deze zomer genoten we volop in onze tuin die we lieten verwilderen. Daardoor kwamen er veel spinnen, vlinders, vogels, sprinkhanen en egeltjes die we goed konden bestuderen. Deze tijd biedt ons ook de ruimte om meer stil te staan, je te verdiepen. ’s Ochtends volgt 55

David bijvoorbeeld de shioerim van Rav Ron Chaya. Dit noemt hij zijn ‘innerlijke Shtetl’. En hij verdiept zich in flora, leest boeken over het rechtssysteem en economie. Steeds meer zien we dat geld een moderne afgod is geworden. Geld is er niet meer om de mens te dienen, maar de mens staat in dienst van geld. Er werd bijvoorbeeld binnen 48 uur miljarden ‘gevonden’ om de banken te redden. Op een andere dag werden er miljarden ‘gevonden’ om Air France en KLM te redden. De top van het bedrijfsleven vult ondertussen hun zakken met grote bonussen, zonder dat daar iets van wordt gezegd. Ook niet door de overheid. Maar als er geld gevonden moet worden voor bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen, en niet te vergeten de salarissen voor hun personeel-, dan is er plotseling geen of maar weinig geld beschikbaar. Terwijl zij daar extra risico lopen en een goed salaris op z’n plaats is. Dat betekent dat we een systeem hebben gecreëerd waar het niet meer gaat om het belang van de mens. Die hebzucht zie je op een andere manier nu ook terug met het coronavirus. We plunderen de aarde en lijken vergeten te zijn dat de aarde verzorgd moet worden als onze ‘Gan Eden’, een grote tuin. Zonder natuur kan de mens niet overleven, de natuur wel zonder de mens. Misschien roept HaShem ons op om nu meer na te denken over hoe we leven. > Miriam en David Schmidt, ljg Den Haag Een gevoel van thuiskomen Ik heb een gezin met drie prachtige kinderen, een eigen bedrijf en fijne vrienden. Toch voelde ik me vaak eenzaam. Afgelopen jaar heb ik ontdekt wat ik miste: betekenis geven aan het jodendom. Als kind ging ik naar joodse les en heb ik geholpen bij de oprichting van Netzer. Vanaf mijn 18e begon een nieuwe fase: studeren, reizen, werken, trouwen, kinderen krijgen. Jodendom was voor mij vrijdagavond samen eten en feestdagen vieren met familie. Dat was het wel zo’n beetje. Toen kwam corona. Ik raakte betrokken bij de oprichting van Dichibur, een bevlogen team waarmee we de sjoeldiensten online hebben gebracht. Ook werd ik toegelaten tot de sjaliach tsiboer cursus van het Levisson Instituut en geef ik nu eindelijk invulling aan mijn passie voor zingen. Door deze activiteiten zijn nieuwe vriendschappen ontstaan en heb ik mijn liefde voor het jodendom hervonden. En van het één kwam het ander. De komende tijd ga ik namens Talmoed Tora de ouderbetrokkenheid verdiepen en verder vormgeven. De eerste gesprekken die ik gevoerd heb, onze actieve Facebookgroep en een goed bezochte Zoomsessie, laten zien dat hier behoefte aan is. Dus wie nog meer geïnteresseerd is in onze 56 Als er geld gevonden moet worden voor ziekenhuizen en scholen, en salarissen voor hun personeel-, dan is er plotseling geen of maar weinig geld beschikbaar activiteiten kan gewoon een berichtje sturen naar ellisvyth@talmoedtora.nl. Zo vergroten we de verbinding tussen ouders en de kehila. Kortom, wat afgelopen jaar mij gebracht heeft? Naast alle ellende die corona ons allen brengt, heeft afgelopen jaar mij ook iets heel moois gebracht: een gevoel van thuiskomen. > Ellis Vyth, ljg Amsterdam Via Whatsapp Corona heeft mij geleerd dat niets vanzelfsprekend is In het begin van corona woonde ik in het clubhuis van Haboniem in Amsterdam. Ik volgde colleges voor mijn master Innovatie Zorg en Welzijn. Maar toen ging alles dicht en kwam ik thuis te zitten. Ze verwachten wel dat je doorgaat met je studie. Ik probeer de colleges online bij te benen, maar ik word gemakkelijk afgeleid. Online onderwijs is niet voor mij weggelegd maar helaas is dat nu de enige optie. Ik heb dus wel vertraging opgelopen. Ik ben inmiddels verhuisd naar mijn appartement in Leidschendam. Daar woon ik nu alleen, maar ik tref mijn vrienden elke avond online. Dan spelen we Call of Duty of Fifa en bespreken we via Whatsapp hoe de dag is geweest. Corona heeft mij geleerd dat niets vanzelfsprekend is. En dat is soms ook pijnlijk. Want dit is mijn laatste jaar bij Haboniem. Van geen enkele activiteit even éxtra kunnen genieten, want er is niets meer georganiseerd. Door deze periode besef ik wel dat als je mensen kunt ontmoeten, je dit absoluut moet doen. Gá, ook al heb je even geen zin. Met een online vriendengroep een quiz doen is leuk, maar niks is beter dan fysiek samen lol hebben. Ik ben geen fanatieke sjoelganger. Maar het is nog steeds onwerkelijk dat we de Hoge Feestdagen niet in sjoel hebben gevierd. Nu lijkt het mij heerlijk om weer een keer naar sjoel te gaan. Gewoon, omdat het kán. > Dennis Heijmans, ljg Den Haag De komende tijd ga ik namens Talmoed Tora de ouderbetrokkenheid verdiepen en verder vormgeven Vrijheid of bevrijding van onderdrukking? Is Pesach het feest van de vrijheid? Of de bevrijding van onderdrukking, van slavernij? Vrij ‘zijn’ en de vrijheid ‘beleven’, zijn heel verschillende dingen die nauw samenhangen met de manier waarop een mens naar de eigen situatie kijkt – èn waarmee die wordt vergeleken. Wie zich bekneld voelt, vindt zichzelf niet vrij en gaat zich verzetten. Maar dezelfde omstandigheden kunnen voor een ander volstrekt acceptabel zijn en geen enkel gevoel van

vrijheidsbeperking oproepen. De wereldwijde virusziekte die onze levens is binnengevallen, heeft deze verschillen in het persoonlijke gevoel van vrijheid opeens heel belangrijk gemaakt. Overheidsmaatregelen grijpen diep in op de maatschappelijke en persoonlijke gang van zaken. Voor veel mensen als een zegen, een beschermende hand tegen groot en onbekend gevaar. Hun bereidheid om de nieuwe regels op te volgen en tijdelijk hun voormalige vrijheid op te geven, is groot. Het tegenovergestelde is te zien bij hen die de grote inbreuk op het individuele leefpatroon niet beleven als middel om hen te beschermen maar zelfs als beschadiging; als opzettelijke dwang om ‘het nieuwe normaal’ te aanvaarden op basis van ‘malafide samenzweringen’. Daaruit blijkt dat het niet de maatregel is die als vrijheidsbeperking beschouwd wordt, maar de motivatie waarmee hij opgelegd is: de intentie die men erachter vermoedt. Op deze manier bekeken zit de vrijheid voornamelijk in de “mindset” van de beschouwer. Pesach is het feest van bevrijding uit de slavernij. Toch merk ik soms dat het idee van ‘vrijheid’ niet wordt vertaald als ‘bevrijding uit de slavernij’, maar verworden is tot ‘viering van vrijheid’; een vrijheid om alles te mogen doen wat we willen. In mijn ogen is dat zeker niet altijd het geval. Er blijven altijd vormen van vrijheidsbeperking, zoals de Joodse ethiek of de regels van het land of de gemeenschap. De één beleeft die als zwaarder dan de ander. Maar deze vrijheidsbeperkingen kun je niet gelijk stellen aan slavernij. In dat opzicht is de bevrijding van de slavernij in Egypte dus ook de viering van onze vrijheid. > Fabienne Blocq, PJG Noord Nederland Plan afspraken met jezelf in Van de coronacrisis heb ik geleerd dat het juist nú ontzettend belangrijk is om voor jezelf te zorgen. Bewegen, gezond eten en ontspanning. Dat zijn de hoofdpijlers voor mij geworden. Begin mijn dag met bewegen, nuttig een gezond (eiwitrijk) ontbijt en trakteer mezelf op een fijne ontspanning. We zien vaak dat we overdag het minst goed voor onszelf zorgen door drukte (thuis werken, kinderen les geven, huishouden etc.). Daardoor zijn we aan het einde van de dag zo vermoeid dat we in de avond niets meer ondernemen. Het batterijtje is leeg. Hierdoor ervaren we ook vaak meer negativiteit en vinden we het lastig om te focussen op de positieve dingen. Corona brengt natuurlijk veel negatieve Het werken vanuit huis ervaarde ik als vrijheid, waardoor mijn creativiteit kon stromen We staat vaak de hele dag ‘aan’ en moeten van alles van onszelf gevoelens met zich mee en beperkt ons in veel opzichten. Alleen we hebben er geen invloed op. Voor veel mensen is het een groot energie-lek. Focus op de dingen die je wél kunt doen (die je misschien eerder niet deed omdat je geen tijd had?) en die je ook energie geven. Het gebeurt dus vaak dat mensen minder goed zichzelf zorgen. Laag in energie, weinig perspectief, meer stress. We staat vaak de hele dag ‘aan’ en moeten van alles van onszelf. Er zijn geen rust- en herstelmomenten, terwijl het zo belangrijk om jezelf dit te gunnen. Van yoga, ademhalingsoefeningen, meditatie tot het lezen van een boek. Plan deze ‘afspraak’ met jezelf in. ‘Nee’ zeggen tegen andere dingen die van je gevraagd worden is ook een antwoord. Word je dus bewust van de keuzes die je maakt en zorg goed jezelf. Hiermee ervaar je een beter gevoel, wat zeker helpt in deze periode. > Caroline Mutsaars, PJG Noord-Nederland Pesach is het feest van bevrijding uit de slavernij Blessing in disguise De coronacrisis heb ik ervaren als een ‘een confronterende blessing in disguise’. De polarisatie in de samenleving bracht me meer in contact met mijn eigen waarden. Het werken vanuit huis ervaarde ik als vrijheid, waardoor mijn creativiteit kon stromen. Ik had twee keer zoveel werk, maar ik vond mijn onderwijs opnieuw uit, wat mij nog meer motiveerde om op een andere manier les te gaan geven. Ik was meer bij mijn zoon en hij bij mij. Mijn zoon ontwikkelde thuis zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Mijn partner trok tijdelijk bij ons in en we leerden elkaar dieper kennen. Mijn vader was op afstand, en dat was zwaar voor ons allemaal. Mijn gezin werd mijn hele wereld. Jarenlang heb ik me gericht op en geïnvesteerd in mijn carrière en in tegenstelling tot veel anderen kwam ik tijdens de lockdown om in het werk. Werk waar ik energie van kreeg en werk wat me leegzoog. Vanwege een letterlijke afstand tot de werkvloer en het verdwijnen van een dagelijkse externe druk, merkte ik dat ik een leuker mens was zonder. Om dat mens te kunnen zijn en blijven ga ik volgend jaar minder werken in loondienst, zodat ik tijd heb om als ZZP’er andere kanten van mezelf te gaan ontplooien. Nog steeds gericht op educatie, maar creatiever, vrijer en gericht op de manier waarop ik geloof dat we met elkaar moeten gaan werken; vanuit contact. Vanuit mijn eigen (voor)waarden en vanuit wie ik ben en waar ik echt voor sta, zodat ik die moeder, partner en dochter kan zijn die mijn gezin verdient. > Zira Roozendaal, docent Nederlands, coördinator Joodse Identiteit op Maimonides, ljg Amsterdam 57

SPECIALE UITGAVEN TER GELEGENHEID VAN 75 JAAR BEVRIJDING i.s.m. Stichting Feest der Poëzie, TenClub, 4 en 5 Mei Comité Amsterdam en Stichting Joods Welzijn, Uitgeverij HetMoet – Open Archief Mordechai Gebirtig, Mijn liederen / Majne Lider Voorwoord Shura Lipovsky. Tweetalige editie Nederlands/ Jiddisj. Uitg. HetMoet. vert. David Omar Cohen, handgebonden, zachte kaft met flappen, 48p., €15,00 Elte Rauch, Vormen van vrede – drie generaties na de bevrijding Verhalenbundel uitgegeven binnen de serie Open Archief. Uitg. HetMoet/Open Archief, hardback, geb. stofomslag, 100 p., € 18,99 VORMEN van VREDE Elte Rauch uitgeverij HetMoet | Open Archief E drie generaties na de bevrijding verhalen te koop bij de reguliere (online) boekhandel of direct te bestellen via onze website: www.uitgeverijhetmoet.nl Een joodse erfenis e v e H S b d “Spannend, in één ruk uitgelezen!“ Met unieke foto’s en documenten Prijs: € 16,50 eroorzaakt “een giftig mengsel van geld, verleiding en intrige” Hoofdpersoon is de joodse bankier Sara Nussbaum. Een sterke vrouw, bekneld tussen grote financiële verantwoordelijkheden en emoties die een weg naar buiten zoeken. Auteur Edjo Frank Paperback, 316 pagina’s, € 21,95 Te koop bij de (online-) boekhandel en via www.insperience-uitgeverij.nl boeken@insperience-uitgeverij.nl / M 06-48182048 NSPERIENCE UITGEVERIJ Awraham Soetendorp: “snerpende gedichten”. Prijs: € 16,50

DE ECOLOGISCHE VOETAFDRUK VAN… Marcus van Loopik We zien de natuur als een gebruiksmiddel, stelt Marcus van Loopik in zijn nieuwe boek. Dat moet én kan anders. Kijkend naar de joodse traditie kunnen we bijvoorbeeld compenseren wat we wegnemen. Leeft hij ook zelf naar zijn overtuigingen? I n het boek: Leven en laten leven, van Marcus van Loopik, staan vele bronnen uit de joodse traditie genoemd die ingaan op de relatie van de mens met de natuur. Het is niet toevallig dat dit boek nu wordt uitgegeven. Onze relatie met de natuur is tenslotte zodanig verstoord, dat de mogelijkheid op een grote catastrofe voor mens, dier en plant niet uitgesloten is. Toch is de boodschap van dit boek niet een van radeloosheid en pessimisme. Omdat het terug grijpt op joodse bronnen was ik na het lezen juist extra gemotiveerd om mijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van de planeet te nemen. Deze visie berust niet alleen op religieuze waarden, maar ook op universele wijsheden en waarden, die ook seculiere mensen zullen aanspreken. Marcus van Loopik schrijft vanuit zijn persoonlijke frustratie over de dreigende klimaatsveranderingen, over de verarming van flora en fauna, die hij ook in zijn eigen leefomgeving ziet. Hij ergert zich eraan dat de politiek zich meer bekommert om het bedrijfsleven dan om de gezondheid van de mensen. Volgens hem komt dat doordat wij de natuur alleen zien als een gebruiksmiddel. Tenach kijkt er niet heel anders naar maar legt andere accenten. Van Loopik wil een mentaliteitsverandering teweeg brengen door op die accenten te wijzen. Tussenkopje In de joodse traditie is de natuur ook een bron van vreugde en inspiratie. Ze verwijst naar de grootsheid van de Schepper. Wij kunnen de grootsheid van de natuur ervaren en erdoor geraakt worden, of je nu religieus bent of niet. De Schepper heeft Zijn Schepping aan de mens gegeven, die daar verantwoordelijk voor is. Volgens van Loopik bepaalt het besef van deze verantwoordelijkheid de waardigheid en de zin van ons bestaan. Door het uitspreken van berachot bijvoorbeeld bij het zien van een tekst Mirjam Ringer Hoe groot is uw ecologische voetafdruk? Doe de test op voetafdruktest.wnf.nl regenboog of het ruiken van een aangename geur word je je bewust van de wonderen van de natuur. Van Loopik besteedt veel aandacht aan Toe Bi’ Sjwat, het nieuwjaarsfeest van de bomen. Dat feest vindt zijn oorsprong in het belastingstelsel op boomvruchten. De mystici die zich sterk verbonden voelden met de natuur ontwikkelden in de de 17eeuw een nieuwe viering, de Toe Bisjwatseder. Tijdens die seder eten we vruchten onder het zeggen van de bijbehorende berachot afgewisseld met teksten uit Tora en Tenach. Aan de hand van teksten uit Tora over bomen tijdens een belegering toont van Loopik ons dat we geacht worden te compenseren wat we wegnemen omdat de leefomgeving van iedereen is. In het kader van menselijk ingrijpen in de natuur bespreekt de auteur naast vleesconsumptie en vegetarisme ook gentechniek, die hij weet te koppelen aan oude teksten. De ecologische voetafdruk van Van Loopik 2,4 ILL US TRATIE TIJS V AN DEN DONK Tussenkopje Leeft van Loopik naar zijn overtuigingen? Hij woont in Hilversum, in een rijtjeshuis met een mooi voortuintje. Ik word binnengelaten met een waarschuwing om toch vooral de anderhalve meter afstand te bewaren met het oog op zijn vrouw die COPD heeft. Na wat herinneringen opgehaald te hebben aan onze studietijd zetten we ons aan de test van het WNF. Het huis (ongeveer 120 vierkante meter) is goed geïsoleerd, behalve de vloer, en wordt verwarmd door middel van gas. De energie wordt grotendeels geleverd door zonnepanelen en ze gebruiken led-lampen. Marcus zou graag geheel vegetarisch eten maar dat lukt niet omdat hij meerdere allergieën heeft. Hij eet dus wel zuivel en eieren. Hij koopt zijn kleding voornamelijk in de kringloopwinkel. Omdat hij tijdens de coronacrisis niet naar kleine winkels en markten wil, koopt hij zijn voedsel bij een grote supermarkt waar helaas veel in plastic is verpakt. Als het onverhoopt nodig is kopen ze een duurzaam en kwalitatief goed apparaat. Hij heeft geen auto en reist alleen met het ov. Behalve soms even naar Texel gaan ze de laatste jaren weinig meer op aan vakantie, want ze hebben het goed in eigen huis en tuin. Tussenkopje Zelfs deze bescheiden en tevreden familie, heeft nog een voetafdruk die vraagt om 2,4 planeet - al kunnen ze daar zelf niet veel aan veranderen. We zijn nu eenmaal afhankelijk van het aanbod van de buurtsuper en wonen in huizen die niet duurzaam zijn gebouwd. Voor verandering zijn we op veel manieren afhankelijk van onze overheid. Het boek van Marcus van Loopik geeft veel boeiende antwoorden op de relatie tussen jodendom en natuur en kan ons helpen om onze gedachten over duurzaam leven een nieuwe impuls te geven. Van harte aanbevolen! 59

AAN TAFEL Zolang ik me kan herinneren eten wij op vrijdagavond met de hele familie bij mijn opa Carel en oma Mia Davidson. Mijn ouders, mijn oom en tante, mijn broer, mijn twee nichtjes en ik. Tot mijn negende leefde de moeder van mijn oma nog en was die er natuurlijk ook bij. Mijn broer, onze nichtjes en ik zaten op dezelfde basisschool en elke vrijdagmiddag kwam oma Mia ons halen. Over de Beethovenstraat waar we bij de Ako een blaadje mochten uitzoeken, liepen we naar hun huis. Daar dronken we wat en lazen onze blaadjes totdat de volwassenen uit hun werk kwamen. Samen maakten we eten klaar en vierden sjabbes. Oma kookte de soep, opa het hoofdgerecht en het dessert deden ze afwisselend. Hoewel ik als kind precies wist hoe elke vrijdag eruit zou zien, keek ik er altijd naar uit. Het gaf me een gevoel van veiligheid en geborgenheid. En toen kwam de lockdown. Ik vind galles heel lekker én ik vind bakken heel leuk, dus ik ben begonnen met het maken van mijn eigen galles. Die bracht ik dan naar opa en oma. Onderaan de trap bleef ik even een praatje maken. Ik vind het niet leuk om voor één persoon te koken, dus ben ik voor vrienden gaan koken. Eten brengt mensen bij elkaar. Voor iemand koken is mijn manier om te laten zien wat iemand voor me betekent. Daar kan ik mijn zorgzame kant in kwijt. Ik maak bijvoorbeeld als verjaarscadeau een taart. Zelf weet ik hoe leuk het is om een taart te krijgen voor je verjaardag, dus een beter cadeau is er niet. De liefde voor bakken heb ik van mijn oma, die de heerlijkste taarten maakt. Bij opa en oma mochten we ook altijd uitkiezen wat we de vrijdag ná onze verjaardag aten en al jaren kies ik de Thaise kip van opa. Dit gerecht is verbonden met vrijdagavond en jarig zijn. Dat is ook het gerecht dat ik met jullie wil delen. Elke vrijdagavond met de familie bij elkaar komen is zo ‘normaal’ en zo ‘bijzonder’ tegelijk. De verbondenheid met elkaar en met het jodendom voel ik sterk door de sjabbat, de gebruiken en de traditie. Het is meer dan een godsdienst, het geeft me zoveel warmte en veiligheid. Tradities vind ik belangrijk om in stand te houden. Samen zijn kan in deze tijd niet, maar ik kan wel aan iemand denken, tijd voor de ander nemen, voor iemand zorgen door te koken. Op die manier zijn we dan toch verbonden, als de ander mijn eten opeet wat ik met liefde heb gemaakt.” 60

tekst Sarah Bremer foto Carla van Thijn Het familierecept van Joan Davidson Opa’s Thaise kip Opa’s Thaise Kip Ingrediënten voor 4 personen 2 cm verse gember 2 tenen knoflook 1 theelepel zout 2 eetlepels zonnebloemolie 400 gram kippendijen in stukjes van ongeveer 2 cm 1 blik kokosmelk 2 limoenen 4 stengels verse sereh (citroengras) 4 gedroogde limoenblaadjes 1 eetlepel vissaus 1 bosui 15 gram verse koriander Handje cashewnoten Bijgerechten: Wok noodles Chinese wokgroenten Schil en snijd de gember fijn. Stamp de gember in een vijzel met peper, knoflook en zout tot puree. Verhit de helft van de olie in een ruime pan en bak de kip in 10 minuten rondom bruin. Voeg de puree bij de kip, bak 1 minuut mee, voeg dan de kokosmelk toe en breng aan de kook (met kokoscrème wordt de saus wat smeuïger). Boen de helft van de limoen schoon en rasp de groene schil. Pers de limoen uit. Plet het citroengras met een mes of pan. Voeg het met de limoenrasp, het limoensap en de limoenblaadjes bij de saus. Laat de saus op laag vuur 1 uur trekken. Voeg naar eigen smaak rode peper of sambal toe De noedels kort in ruim water koken (zie verpakking). De wokgroenten even wokken en op smaak brengen met wat vissaus. Voor het serveren de cashewnoten in de saus strooien. 61

De rust hervinden Het thema van deze editie is ‘Gezond weer op’. Mia Davidson schrijft over het verlangen naar een verkwikkende nachtrust. ‘Gezond weer op, kind’, zei mijn grootmoeder als ik naar bed ging. Ze glimlachte in mijn ogen, pakte mijn kin en drukte een kus op mijn voorhoofd. Mijn oma wist nog niets van het advies beeldschermen voor het slapen te mijden, het negatieve effect van een laatste glaasje wijn of een te volgestopte maag. Slaap lekker en gezond weer op. U kunt instemmend knikken, ook schamper denken: makkelijk gezegd, was het maar waar. Zonder ziekbed? Nachtmerries? Niet geplaagd door angst of depressie? Een opgewekte bezweringsformule die niet door iedereen als vanzelfsprekend zal worden ontvangen. Onderstaande boekfragmenten beschrijven personen die om verschillende redenen een bepaalde periode in hun leven snakten naar een verkwikkende nachtrust. Ze worstelden met angsten en verlies, maar hebben zich daar niet bij neergelegd. De fragmenten weerspiegelen de grondtoon van de vertelling. en betrekt elke vakantie een primitieve almhut in de Italiaanse Alpen. Pietro leert zijn zintuigen scherpen, beekjes en gemzenpaden te volgen, wiebelende steenplaten vermijden. Dan ontmoet hij een jongen van zijn leeftijd. ‘De opwinding hield me wakker: ik was als kind altijd erg op mezelf geweest en niet gewend dingen met z’n tweeën te doen. Maar die dag had 62 Vastgelopen Paolo Cognetti volgt in zijn romans ‘De acht bergen’en ‘De buitenjongen’ een jongeman van af zijn negende tot zijn dertigste jaar. In het eerste boek wordt Pietro door zijn eenzelvige, contact mijdende vader ingewijd in de geheimen van het bergbeklimmen. Het gezin woont in Milaan

Vreemde omgeving Esther Kinsky volgt in Kreupelhout een vrouw die, twee maanden na het overlijden van haar man, de tocht door Italië maakt die ze samen hadden gepland. Alvorens in het bergdorpje Olevano neer te strijken, maakt ze een tussenstop. De volgende ochtend blijkt de auto opengebroken en de koffer met kleding van M. gestolen. ‘Ik had me voorgesteld hoe zijn gebreide vest in de vreemde omgeving over een stoel zou hangen, ik zijn truien zou dragen en in zijn overhemden zou slapen.’ Ze observeert de dagelijkse bezigheden van dorpsbewoners, maar mijdt kontakten, bezoekt elk kerkhof en geeft zich tijdens haar dagtochten over aan het vertroostende landschap, de bosdieren. Ze kijkt met zijn ogen, voelt zijn handen op de hare, maakt foto’s zoals M. gemaakt zou hebben. Droomt van hem. Als ze de rust hervindt te vertrekken en alles heeft ingepakt, ontdekt ze in een zijvakje van haar rugzak een pak negatieven. ik iets ervaren, een plots gevoel van intimiteit dat me tegelijkertijd aantrok en afschrikte, als een opening naar onbekend terrein.’- ‘In de keuken sloeg mijn moeder een bladzijde om, terwijl het geknetter van de kachel me in slaap wiegde.’ In het tweede boek loopt de dertiger vast in werk en relaties. Pietro verruilt Milaan een halfjaar voor de bergen van zijn jeugd, hoopt in eenzaamheid zichzelf te herontdekken. Ook hij krijgt de sleutel van een primitieve almhut in een gehucht waar boeren zomers hun koeien laten grazen. Slapen is opnieuw een langdurige opgave. ‘Ik sliep nog steeds slecht, ook al was er een maand voorbij, meer dan eens schoot ik ’s nachts recht overeind; mijn ogen zagen niets, maar mijn oren stonden op scherp en waren gespitst op elk gekraak van hout, elk geritsel van buiten.’ – ‘ik kon het water in de uitgeholde boomstam horen klateren. De wind die de larikstoppen deed zwaaien. De roep van een reebok in het bos. Om vijf uur, als de vogels gingen zingen, viel ik uitgeput in slaap.’ ‘Ik herkende M. meteen’ – ‘Ik hield het negatief telkens weer tegen het licht en las de witte hanenpoten van de bomenrij in Engeland, ontcijferde de ogenblikken uit het verleden, tot het schrift van de winters oprijzende boomtakken die uit de verte aan veren deden denken, als een symbool boven dit kleine hoofdstuk uit mijn leven met M. en dat hier weer was opengevallen.’ Hele nacht discussiëren En nu Poerim! De megillat Ester, in februari gelezen, beschrijft vier hoofdpersonen van wie je kunt aannemen dat ze doorwaakte nachten hadden. Te beginnen met Mordechai, in zak en as biddend dat het joodse volk niet vermoord zal worden. Dezelfde Mordechai, die door koning Achasjverosh een bijzondere eer wordt toegekend, als deze zich tijdens een slapeloze nacht de kronieken laat voorlezen. Maar uiteindelijk drukt op Esters schouders de ultieme verantwoordelijkheid zichzelf en haar volk te redden van Haman, de niets ontziende narcist, wiens nachten schommelen tussen zelfverheerlijking en moordplannen. Aan een opmerking over de Haggadatekst is in deze Joodsnu editie niet te ontkomen. Wat denkt u van de vijf rabbijnen, die de hele nacht hartstochtelijk discussieren, tot hun leerlingen waarschuwen dat de ochtend is aangebroken. Zijn ze moe, uitgeput? In tegendeel: ze zijn verkwikt! Aan het eind van de dienst zingen we lesjana haba biroesjalajiem. Volgend jaar in Jerusalem. Maar eerst: in alle opzichten gezonder weer op. 63

Ell wil later juf worden op haar school. Help haar aan een goede basis om haar droom waar te maken. Geef toekomst aan Kiryat Shmona Kiryat Shmona, een middelgrote stad in het groene, heuvelachtige noorden van Israël. De inwoners, veelal immigranten, hebben hart voor hun stad, maar ze wonen ver van de economische bedrijvigheid in het centrum van Israël. Studenten en dienstplichtigen keren er niet terug en de inwoners hebben een duwtje in de rug nodig om uit de vicieuze cirkel van armoede te raken. Wij helpen ze daarbij! Met hulp aan kinderen en jongeren, zodat ze met kennis en vaardigheden kunnen bouwen aan hun stad als het trotse, bloeiende centrum van de regio. De toekomst van Kiryat Shmona begint bij kinderen Uw donatie maakt het verschil NL91 INGB 0000 7777 77 www. israelactie.nl

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
Home


You need flash player to view this online publication