0

Khorhurd Het volgende sacrament is de priesterwijding. Dit is een sacrament waarbij de Heilige Geest de gekozen persoon het recht geeft om sacramenten te verrichten en om de kudde van Christus te voeden. Door de priesterwijding ontvangt men de kracht en genade om de Heilige handelingen te verrichten. In de Armeens apostolische kerk heb je verschillende rangen van geestelijken, er bestaan dus verschillende vormen van de priesterwijding. Echter, er is één daad die door alle ranken wordt verricht, namelijk het opleggen van de handen, dat wordt gedaan door de bisschop. Het opleggen van de handen (Tzernatroetyoen) komt van Christus zelf. Hij legde zijn handen op de apostelen. Lucas 24:50 : ‘50 Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief Hij zijn handen op en zegende hen.’ Voor de priesterwijding van elk geestelijke, behalve die van een bisschop, is één bisschop voldoende om het sacrament uit te voeren. De wijding van een bisschop zelf wordt uitgevoerd door Zijne Heiligheid de Catholicos met minstens twee andere bisschoppen die hem assisteren tijdens de inwijding. Het ´cadeau´ van de genade die aan de geestelijke wordt toegekend bij de wijding is de geestelijke autoriteit om al zijn plichten waardig en op een aangename manier te vervullen. En om een deugdzaam leven te leiden in overeenstemming met zijn roeping. Dit is een stuk uit de brief die Paulus aan zijn apostel Timoteüs schreef. 2 Timoteüs 1:6 : ‘6 Daarom spoor ik je aan het vuur brandend te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde.’ 2

Inhoudsopgave Badarak Preken Symbolen Wist je dat & vraag en antwoord Wie zijn wij? Pagina 4 Pagina 6 Pagina 22 Pagina 23 Pagina 24 3

Badarak In de Armeense kerk zie je dat er in het bijzonder wordt gebeden voor onze geliefden die in slaap zijn gevallen in Christus. Dit heet Hokyankist. Dit is geen deel van de Heilige Liturgie (Surp Badarak), maar is een dienst op zich. Dit doen wij na de Badarak, omdat God niet alleen God is van de levenden (Surp Badarak is voor de levenden), maar ook van de doden (Hokyankist is voor de doden). Het belangrijkste doel van Hokyankist is dat wij God vragen om genadig te zijn tegenover onze geliefden die niet meer in vlees leven. Wij herdenken hierbij de overledenen die wij liefhebben. Het is belangrijk om te onthouden dat deze geliefden nog echt leven, weliswaar niet in vlees, maar wel in geest. Zo is het te begrijpen dat wij voor hen bidden en zij voor ons. We moeten ons realiseren dat dit niet alleen een herdenking is, maar er echt wordt gebeden voor de geesten, zodat zij bij Jezus zullen zijn. Bij elke Hokyankist laat de kerk ons realiseren dat wij ook uiteindelijk zullen sterven en op dezelfde positie zullen komen van onze geliefden. Het leven op aarde is niet voor eeuwig, maar wij zijn slechts reizigers hier op aarde die uiteindelijk thuis zullen aankomen. Het bidden voor overledenen wordt in het bijzonder gedaan nadat iemand 40 dagen is overleden (Karasoonk). Daarnaast ook in het eerste jaar (Darelitz), de opvolgende feestdagen en andere gelegenheden gedurende het jaar, met uitzondering van de vijf grote feestdagen van de kerk, namelijk: Kerstmis, Pasen, de verheerlijking van de Heer, de ten hemel opneming van de moeder van God en Kruisheffing. 4

5

Preken 02 juli 2017 “Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.” (1 Petrus 5:8) De hedendaagse Evangelie vertelt de volgende gelijkenis die door de Heer Jezus is verwoord: “Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre streken op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb. En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het leegstaat, schoongemaakt is en op orde gebracht. Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, die slechter zijn dan hijzelf, en zij allen nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen” (Mattheus 12:43-45). Met deze kleine Evangelische gelijkenis deelt onze Heer Jezus een grote waarheid over de praktijk van het leven met ons. 1) De aller reinste ziel kan verbannen zijn van de mens, maar dat betekent niet dat het vernietigd is. Met andere woorden: het kwaad kan verliezen op deze wereld, we kunnen het verbannen uit ons leven, maar vernietigen kunnen we niet. Het is ver van ons, maar het bestaat en niet te vernietigen. Het is altijd op zoek naar mogelijkheden om tegenslag te geven en het verloren te herstellen. 2) Hieruit kunnen we afleiding dat een religie die alles verbiedt niet voldoende kan zijn en niet volmaakt is. Het probleem van een dergelijk geloof is dat het de mens kan zuiveren door slechte daden te verbieden, maar het kan de mens niet rein houden voor een lange periode. Bijvoorbeeld: iemand die iedere dag naar het café gaat en dronken wordt, kan je niet corrigeren. 6

Hij kan beloven om niet meer te drinken, niet naar het café te gaan, maar hij moet een andere bezigheid vinden om zijn tijd te vullen, anders zal hij vroeg of laat weer teruggaan naar zijn oude staat. Wellicht dat een ander die altijd plezier najaagt, beslist om een punt te zetten achter zijn onreine bestaan, maar hij moet wel iets nieuws vinden om zijn tijd te vullen, anders zal de leegte hem terugbrengen in zijn oude gewoontes. Als een bezigheid uit het leven is verbannen, zal het dus moeten worden vervangen door een andere, want het leven kan niet leeg blijven. 3) Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat alleen een stabiele positieve verandering, een genezing van een zondig leven is, een christelijke verandering. Iedere les, waarbij alleen wordt gezegd tegen de man wat hij niet moet doen, is verdoemd om te mislukken. Aan de mens dient tevens gezegd te worden wat hij wel moet doen. Het christendom moedigt de mens aan tot acties. De gedachte dat bij het gedrag duidelijk dient te zijn of hij christen is, is als een rode draad door het Nieuw Testament “Om vergeven te worden hoort men goedwaardige acties te verrichten’’, zei Johannes de Doper (Matt. 3). “Zo moeten jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel” zei de Heer Jezus (Mattheus 5:16). “Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen (Mattheus 7:15-21). God beloont ieder mens naar zijn daden (Romeinen 2:6), maar apostel Jacobus zegt: “Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekort komt, en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin? Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood’ (Jacobus 2:14-17). 7

De kerk is in staat om alleen zijn leden te behouden, als ze christelijk werk doen. Ons wens is niet alleen een leven, dat vrij is van slechte daden, maar een leven dat vol is met de goede daden ter wille van de Heer Christus. Wanneer slechte uitdagingen ons willen verstoren, kunnen wij deze uitdagingen het beste verslaan door ons te verdiepen in het werk van God voor onze broeders. Evangelie: Mattheus 12:38-45 38Daarop reageerden enkele schriftgeleerden en Farizeeën met een vraag: ‘Meester, we zouden graag een teken van u zien.’ 39Hij antwoordde: ‘Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van de profeet Jona. 40Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven. 41Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier ziet u iemand die meer is dan Jona! 42Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier ziet u iemand die meer is dan Salomo! 43Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, 44zegt hij: “Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb.” En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het leegstaat, schoongemaakt is en op orde gebracht. 45Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, die slechter zijn dan hijzelf, en zij allen nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen. Zo zal het ook gaan met deze verdorven generatie.’ 8

09 juli 2017 Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur’ (Mattheus 13:30). Met deze gelijkenis van het onkruid, leert De Heer ons: 1) Voor ons is er altijd een vijandige kracht in deze wereld die de vernietiging van goede daden als doel heeft. De ervaring leert dat ons leven altijd wordt onderworpen aan twee effecten. Het eerste effect helpt de zaden te groeien en te bloeien. Het tweede effect helpt de zaden te vernietigen, alvorens de bloei van de zaden. Daarom leert deze gelijkenis ons om mentaal wakker te zijn. Hoe komt het kwaad in deze wereld? Door gebrek aan ons toezicht. Volgens de gelijkenis komt het kwaad in de nacht, wanneer wij slapen. Alle kinderen zijn engelachtig. Naarmate ze ouder worden, worden ze echter verschillend, doordat er onkruid in ze wordt geplant. Waar wordt dit onkruid geplant? Terwijl ze buiten spelen, tijdens televisie kijken, op school, van de ouders, eigen religie en ga zo maar door. 2) Het leert ons dat het zeer moeilijk is om gescheiden te houden wie in het koninkrijk zal zijn en wie niet. Een persoon kan als een goed mens overkomen, maar in werkelijkheid slecht zijn en vice versa. We oordelen vaak te snel of iemand 'goed' of 'slecht' is. Het leert ons ook dat in het leven het kwaad in goed kan veranderen en het goede in kwaad. 3) Daarom moeten wij niet snel oordelen. Als de slaven hun eigen willen uitvoeren, zullen zij bij het trekken van onkruid ook tarwe ontwortelen. Het oordeel moet worden uitgesteld tot na de oogst. Uiteindelijk moet de mens worden veroordeeld voor één daad, echter niet voor zijn gehele leven. Het eindoordeel zal pas plaatsvinden aan het eind van het leven. De mens kan fouten maken en vervolgens deze corrigeren door Gods genade te vragen en als een christen door het leven te gaan, met behoud van eigen waardes. 9

Maar het omgekeerde kan ook voor komen: iemand die als christen zijn leven leidt kan afwijken en aan het einde van zijn leven op het verkeerde pad terecht komen. Het geheel kan niet worden beoordeeld op grond van slechts één aspect. Zo geldt ook dat het leven van iemand niet geoordeeld kan worden op grond van één aspect van zijn leven. 4) Het leert ons dat het oordeel pas aan het eind zal plaatsvinden. Het kan in ons menselijke denkwijze voorkomen dat een schuldig iemand zijn straf ontloopt, maar dat zal niet lukken in het hiernamaals. Er kan een indruk gecreëerd worden dat de weldoener nooit een beloning krijgt, maar er is nog een leven in het hiernamaals dat het einde van deze wereld zal veranderen. 5. Het leert ons dat alleen God het recht heeft om te oordelen. Alleen God kan volledig het goede en het kwade van elkaar scheiden. Alleen God ziet de mens in zijn gehele leven. Daarom is alleen Gods oordeel juist. Op deze manier leert de gelijkenis van het onkruid ons om helemaal niet te oordelen en waarschuwt de gelijkenis ons voor het eindoordeel dat ons allen te wachten staat. Evangelie: Mattheus 13:24-30, 13:36-43 24Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. 25Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. 26Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. 27De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” 28Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” 29Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. 10

30Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’’ 36Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren! 11

16 juli 2017 “Iedereen at en was voldaan” (Mattheus 14:20) In dit prachtige verhaal zien wij opnieuw de liefde die God heeft voor zijn kinderen. Als wij het vorige stuk van dit gedeelte in de Bijbel lezen, dan zien we dat de Here Jezus behoefte had aan privacy, helemaal wanneer Hem werd verteld over de onthoofding van Johannes de Doper. Maar alsnog volgde men hem. Toen Jezus aan land kwam, wachtten mensen hem op. De evangelie zegt: “Hij had medelijden met hen en genas hun zieken” (Mathheus 14:14). Het verhaal van de vermenigvuldiging van het brood gaf ons de volgende orakels: 1. Dit verhaal spreekt over de barmhartigheid van de Here Jezus. Hij stak de zee over om rust en privacy te vinden, maar toen hij het volk zag voerde hij hun eisen uit. 2. Uit dit Bijbels verhaal blijkt wederom dat alle gaven van God zijn. “Keek naar de hemel, zegende, brak en gaf de broden aan zijn discipelen” 3. Dit wonder laat ons zien wat voor betekenis de discipelen hebben in de daden van de Here Jezus. Jezus gaf zijn discipelen brood die het vervolgens aan het volk gaven. Die dag, net als de dag van vandaag, werkt Jezus via de handen van zijn discipelen. Het bestaan van de kerk ligt in de handen van de leerlingen. Studenten, ja, ze zijn hulpeloos zonder God. Maar in feite werkt God vaak via Zijn leerlingen. Als de Heer iets wil doen, dan zal Hij vaak mensen daarvoor aanwenden. 12

Door middel van deze mensen kan Hij spreken. Hij heeft mensen nodig door wie Hij kan werken en die Zijn waarheid kunnen doorgeven en liefde in het leven van andere mensen kunnen brengen. Hij heeft mensen nodig, door wie Hij geschenken kan geven en die deze kunnen doorgeven aan anderen. God is aan het werk in deze wereld in de uitvoering van een eenvoudige kerk voor iedere gelovige in het bijzonder. Het is zeer gemakkelijk om mentaal depressief en bang te zijn voor het nemen van verantwoordelijkheden, maar aan de andere kant, kan het wonder van de vermenigvuldiging van het brood een inspiratie voor ons zijn. Toen Jezus zijn discipelen gebood om het volk te voeden, zeiden ze dat ze maar vijf broden en twee vissen hadden. Jezus plaatst een grote verantwoordelijkheid voor ons om te getuigen voor Zijn volk. Hij zegt tegen ons: “Kom naar Mij toe zoals je bent, breng Mij hetgeen wat je hebt, al is het maar zo weinig, Ik zal het perfectioneren tijdens Mijn missie.” 4. Aan het einde van het verhaal wordt gezegd dat de overblijfselen verzameld zijn. Zelfs wanneer je met een wonder het volk moet voeden, mag je overblijfselen niet weggooien. God geeft de mens op een onnatuurlijke manier, maar we moeten nooit over hetgeen dat ons gegeven is klagen. We moeten altijd op een verstandige manier het geschenk van God benutten. We kunnen dit zien in de geschiedenis van het sacrament van de communie. Veel tolken zeggen dat de mensen die daar kwamen iets te eten kregen, maar zelfs met dit kleine beetje eten kregen zij een voldaan gevoel en waren zij tevreden. Zij zeggen dat het niet zomaar een tafel is geweest waar mensen op fysieke manier voldoening kregen, maar een tafel waar men door middel van Jezus Christus hun spirituele voldoening kregen. Daarom wordt dit wonder elke keer herhaald wanneer we in de kerk bijeenkomen voor het altaar, want hier krijgen we geestelijk voedsel, dat ons de kracht geeft om op sterke benen te staan en in onze weg naar God. 13

Christus geeft voldoening aan ieders behoefte, onze harten zijn onrustig totdat ze de rust vinden bij God. “Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het en de God van de vrede zal met u zijn.” (Filippenzen 4:9). Evangelie: Mattheus 14:13-21 Overvloed aan brood, gebrek aan geloof 13Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. 14Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken. 15Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ 16Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ 17Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ 18Hij zei: ‘Breng ze mij.’ 19En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 20Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. 21Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. 14

23 juli 2017 “Ontwaakt zijnde, zagen zij Zijn heerlijkheid” (Lucas 9:32) Nadat de Heer Jezus in de omgeving van de Caesarea Filippi Zijn discipelen het geheim van Zijn kruisiging en verrijzenis openbaarde, moedigde Hij hen, en middels hun alle gelovigen, om ieder hun kruis te nemen en Hem te volgen en vervolgde Hij weer zijn weg richting Galilea. Op de berg Tabor, in de buurt van Nazareth, vond de metamorfose van de Heer plaats. De metamorfose van de Heer vond plaats om het feit dat de discipelen Jezus zagen lijden aan het kruis, zodat ze niet afgeleid zouden worden, maar zouden begrijpen dat Zijn leed vrijwillig is geweest. Met andere woorden, met de gedaantewisseling van de Heer verscheen Hij op een speciale manier voor Zijn apostelen. MetGoddelijke glorie verscheen Hij om hun geloof in Hem te versterken als de Zoon van God. De evangelisten vonden geen geschikte woorden om de wonderbaarlijke transfiguratie van de Heer, die plaatsvond voor de verkoren discipelen, en de glorie van God te beschrijven en vergelijken het daarom met de zon en het licht (Mattheus 17:2). “Zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkel wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen” (Marcus9:2), “Stralend wit” (Lucas:29). Een van de kerkvaders spreekt over de uitgestraalde licht van de Heer, zeggende dat dit niet het normale licht is dat we gewend zijn op aarde, maar bovennatuurlijke licht, Goddelijke macht, de zichtbare manifestatie van de Goddelijke genade. Daarnaast verschenen aan de discipelen de oude profeten Mozes en Elia en spraken zij met de Heer. Hieruit blijkt dat Jezus niet alleen tot het aards behoort, de fysieke wereld, maar tegelijkertijd is Hij ook buiten de tijd en ruimte, die behoren tot de eeuwigheid, en Zijn Goddelijke natuur. Goddelijke Redder van de natuur zal bevestigen dat de stem die uit de wolk klonk zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde” (Mattheus 17:5). 15

Peter, Jakobus en Johannes waren niet alleen getuigen van de metamorfose als grote gebeurtenis, maar ook de deelnemers ervan. Hun harten werden gevuld met Gods goedheid. De warme, hartelijke woorden van Petrus getuigen van de bijzondere geestelijke toestand dat hij leefde op het moment. “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier die tenten opslaan, één voor U, één voor Mozes en één voor Elia” (Mattheus 17:4), zodat zij zolang mogelijk daar konden blijven, om het moment van de perfecte gelukzaligheid in dit leven te rekken: de communicatie met God, Zijn goed geluk. De schepper van het heelal is gebaseerd op het leven van energie die zich verspreidt door het hele universum, onze planeet, de meest afgelegen hoek van de gemeenschap en elk individu. En alles wat tegengesteld is aan God, de kracht van de Goddelijke genade kan worden omgezet in het goede en het esthetische. Wij allen moeten onszelf leren om met eerbied en vertrouwen onze hart te openen voor al het goeds dat onze hemelse Vader ons geeft, en door dit ons eigen te maken onszelf en onze omgeving te veranderen. Maar om ons heen gebeuren veel dingen die onopgemerkt blijven, want onze geest slaapt. Er is een dubbelzinnige uitdrukking in de geschiedenis van de metamorfose. Sprekend over de apostelen in het evangelie volgens Lucas; “Toen ze wakker geworden waren, zagen zij Zijn heerlijkheid” (Lucas 9:32). Dit heeft een speciale reden. In de eerste plaats is het een waarschuwing. Onze geest kan zo druk zijn met onze begrippen of ideeën dat de indruk ontstaat dat geen andere belangrijkere dingen bestaan. Nieuwe gebeurtenissen, gedachten en ideeën staan al lange tijd voor onze deur, maar als een slapend mens zien of horen wij ze niet en worden we niet wakker. Veel mensen willen de gedachte die stress kan veroorzaken voorkomen, “het niet onderzochte leven” zegt Plato, is niet waardig om te leven”. 16

De gedachte van vele mensen zijn zo onverschillig dat ze zelfs de problemen van het dagelijks leven vermijden. We kunnen de wens om te slapen in alle comfort behouden. De man heeft een unieke afweermechanisme tegen bepaalde angsten die hij ervaart. Hij kan zo lang en aanhoudend alle belangrijke ideeën onderdrukken dat het denkvermogen uiteindelijk in slaap valt. Op de gebergte Tabor, waar de metamorfose plaatsvond, gebeurde er iets in ons, waardoor wij vol geloof op de knieën gaan voor onze God. Wanneer wij vol kwaad, vijandigheid en alle andere zonden in dit aardse leven meemaken en vervolgens onze blik werpen naar God, naar het enige menselijke vertrouwelijke dierbare, richting onze God. Als we kijken naar ons zwakke hart, ineenstorting van onze ziel en ons lichaam aan de kant zetten, dan gaan we naar ons ideaal, vinden we troost in Hem en vinden we verlossing. In de huidige eeuw waarin de wereld meer bewondering krijgt dan de Heer, waarin onze liefde voor God mindert, het goed doen verzwakt door de druk van de dagelijkse zorgen en genoegen is het van belang om te kijken naar de gekruisigde en te herinneren aan de onuitputtelijke liefde van de Heer voor ons, onze harten te verwarmen voor Hem en te ontwaken van onze psychische. Wanneer het gewicht van het kruis en de druk die op ons rust te zwaar wordt, kijk dan naar de hemel en voel de geruststelling van onze Heer, die altijd voor ons zorgt. Weet dat Hij ook in het leed van deze aarde liep en nu de gelovigen liefdevol in de ogen kijkt uit de hemel. Zo zei Hij: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld” (Mattheus 28:20). Daarom moeten wij als Christenen het licht van de Verlosser in stand houden, zodat wij ook participanten kunnen zijn van de metamorfose van de Verlosser en net als de discipel Petrus kunnen zeggen: “Heer, het is goed dat wij hier zijn..” (Mattheus 17:4) 17

Evangelie: Mattheus 16:13-17:13 Wie is Jezus? 13Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ 14Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’ 15Toen vroeg Hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ 16‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. 17Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. 18En Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. 19Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ 20Daarop verbood Hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat Hij de Messias was. 21Vanaf die tijd begon Jezus Zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. 22Petrus nam Hem terzijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ 23Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ 24Toen zei Jezus tegen Zijn leerlingen: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. 25Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden. 18

26Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven? 27Wanneer de Mensenzoon komt, in gezelschap van Zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal Hij iedereen naar zijn daden belonen. 28Ik verzeker jullie: sommige van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn Koninklijke Heerschappij hebben meegemaakt.’ Een stem uit de hemel 17 1Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met Zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. 2Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, Zijn gezicht straalde 3Plotseling als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht. verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. 4Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ 5Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde. Luister naar Hem!’ 6Toen de leerlingen dit hoorden, wierpen ze zich neer en verborgen uit angst hun gezicht. 7Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn.’ 8Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. 9Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’ 10De leerlingen vroegen hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat Elia eerst moet komen?’ 11Hij antwoordde: ‘Elia zou inderdaad komen en alles herstellen. 12Maar Ik zeg jullie dat Elia al gekomen is, ze hebben hem alleen niet herkend, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden.’ 13Toen begrepen de leerlingen dat hij op Johannes de Doper doelde. 19

30 juli 2017 De ‘negenennegentig schapen’ zijn de rechtvaardigen en de groepen engelen en de ‘ afgedwaalde schaap’ de gevallen en zondige mens. De hoge en vredige hemel is de ‘berg’ en de ‘weide’. Wie had ‘honderd schapen?’ Christus zelf, want Hij is de ‘Goede herder’ (Johannes 10:11-14), de eniggeboren Zoon van God, die op aarde kwam om zijn afgedwaalde schaap, de zondige mens, te vinden en te redden. Hij liet de rest van zijn schapen achter in de hemel, daalde op aarde, en als een dienaar zocht en vond Hij zijn verdwaalde schaap, ons zondige wezen, en Hij is blijer hierom dan om de standvastigheid van de engelen en de heiligen. Hij vond zijn afgedwaalde schaap, nam hem op Zijn schouders, zoals wordt gezegd ‘Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam’(Jesaja 53:4) ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt’(Johannes 1:29). In de rotsen van hemel heeft Hij niet negenennegentig maar duizenden en ontelbare verlichtte engelen, die Zijn stem horen en Hem volgen. Maar Hij verwaarloosd niet de schaap die Hem vrijwillig heeft verlaten en is verdwaald, zelfs niet één zielige schaap. Hij neemt de schaap met liefde op Zijn schouders en brengt hem zorgzaam naar huis. Hij verheugt zich op de verlossing van een zondaar en nodigt hen uit zich vredig aan te sluiten bij al Zijn engelen aangezien ons leven Zijn vreugde is en onze dood Zijn verdriet. De Joden verwachtten dat de Messias zou komen om een machtige en glorieuze koninkrijk op te richten en zij daar de macht over zouden hebben. Zij begrepen één duidelijke iets niet. Dat de Messias allereerst een geestelijke herder is en niet een aardse heerser en ‘Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder’ (Mattheus 9:36). Hij kwam op aarde om diegenen te verlossen en het Koninkrijk van God terug te geven aan hen die zich hopeloos verloren achtten. De Heer zegt: ‘Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken’(Lucas 12:32). 20

De sympathie die de herder toont jegens de verdwaalde schaap uit zich vooral doordat hij de verdwaalde schaap niet straft als een zondaar en dwingt om terug te keren maar hem op zijn schouders neemt en naar huis brengt. Dat staat symbool voor de verlossing van de mensheid door de kruisiging van Christus. Hierna maakte de kracht van de verlossende marteling van Christus een morele wedergeboorte van de mens mogelijk. Het keerde de mensheid terug naar de verloren rechtvaardigheid en naar een zalige relatie met God. Evangelie: Mattheus 18:10-14 10Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. 11Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. 12Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? 13Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. 14Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat. 21

Symbolen Wartawar (Ailagerboetyoen/Baydzaragerboetyoen) is één van de 5 grote feestdagen van de Armeens Orthodoxe kerk. Deze feestdag vieren wij door water op elkaar te gooien. Wat is de betekenis van deze daad en wat is het symbool hiervan? Met Wartawar vieren we de transfiguratie van de Heer. In Mattheüs 17 lezen wij dat de Heer met 3 discipelen naar een berg gaat en dat Hij daar transformeert. Hij laat zijn Goddelijkheid zien aan zijn apostelen. Waarom het water? Vroeger toen de Armeniërs nog heidenen waren vierden zij een heidens feest en het ritueel was dat ze elkaar nat maakten. Toen de Armenen christelijk werden, werden deze rituelen geadopteerd en werden ze voor een christelijke feestdag gebruikt. Zodoende kreeg het feest een christelijke betekenis. Het is een gelegenheid om te denken aan de reiniging van onszelf. Wanneer wij schoon zijn, zijn wij getransformeerd. Jezus wilt dat wij veranderen en een zuiver leven leiden. Wanneer wij Jezus volgen en doen wat Hij zegt, zullen wij verandering zien in ons leven. Door Jezus hebben wij de gelegenheid om opnieuw te beginnen. Het nat maken is voor ons een herinnering aan onze doop, want dat is de eerste keer dat we schoon worden van onze zonden en verleden en een nieuw leven starten. De tweede herinnering is dat we altijd getransformeerd moeten worden in Christus. Elke zondag worden wij opnieuw geboren te worden door de Heilige Liturgie. Op Wartawar krijgen wij de gelegenheid om ons te realiseren dat wij moeten veranderen en op Jezus moeten lijken. 22

Wist je dat & vraag en antwoord Wist je dat het Brood en de Wijn die we ontvangen tijdens de dienst een betekenis hebben? Tijdens het laatste avondmaal van Jezus geeft Hij Zijn discipelen brood en wijn en vertelt Hij dat het zijn lichaam en bloed is. In de kerk hebben we dit ritueel overgenomen omdat het in de Bijbel als belangrijk wordt geacht. In Johannes 6 vers 54-56 staat het volgende: ‘54Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken. 55Mijn lichaam is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank.56Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in hem.’ De naam van de Heilige communie zegt het al, het is heilig. Het is daarom verplicht om de Heilige Communie op een lege maag te nemen. Onder welke koning is Armenië officieel een Christelijk land geworden? In 301 na Christus bekeerde koning Tiritades de Grote tot het christendom en benoemde hij het christendom tot staatsgodsdienst van Armenië. Hiermee was Armenië het eerste land ter wereld dat het christendom als staatsgodsdienst aan had genomen. Dit ging echter niet zonder slag of stoot, want er waren vele groeperingen die zich verzetten tegen het christendom. Omdat Tiritades de Grote van Armenië een christelijk land heeft gemaakt, is hij ook officieel tot een Heilige verklaard en wordt zijn naam ook genoemd tijdens de dienst van de Armeense kerk. Heb jij vragen die je graag beantwoord wilt hebben? Stel ze dan aan ons via de mail: khorhurd@ajo-amsterdam.nl. 23

Wie zijn wij? Wij zijn het redactieteam Khorhurd van AJO Amsterdam (Armeense Jongeren Organisatie). Wij krijgen vaak te horen dat mensen de diensten deels of geheel niet begrijpen. Dit kan zijn doordat zij de Armeense taal niet machtig zijn of op een andere manier verhinderd worden in het begrijpen van de diensten. Hierop vonden wij een oplossing, namelijk het boekje Khorhurd. Dit is een maandelijks boekje waarin de dienst (badarak) wordt uitgelegd. Ook worden de preken (karozner) die de priester geeft, vertaald naar het Nederlands. Verder wordt de symboliek van de kerken nader uitgelegd, worden veelgestelde vragen beantwoord en nog veel meer. Wij hopen hiermee meer inzicht te geven op deze onderwerpen. Ook jij kan een bijdrage leveren aan dit boekje. Heb jij vragen die je graag beantwoord zou willen hebben of andere opmerkingen, dan kan je ons mailen: khorhurd@ajo-amsterdam.nl Edities teruglezen kan via www.onlinetouch.nl/khorhurd Groetjes het team: Armenoehie Alaverdyan Grigor Ayvazyan Adrine Bandari Serge Demirbacak Laetitia Demirbacak Ani Manukjan Wartan Manukjan Nova Markarian 24

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
Home


You need flash player to view this online publication