Nederlands English
Deze proefles is een onderdeel van de serie ‘Zondag gaan we naar de kerk. Deel 1.’ In de proefles vindt u tevens de inhoudsopgave met een korte beschrijving van de overige lessen. U krijgt daarmee een indruk van de opzet. Een kanttekening daarbij: de lessen zijn wel apart te gebruiken, maar komen het best tot hun recht als serie.

Proefles Bid elke dag copyright sAmen


Page 0
Page 2
2 Voorwoord Voor je ligt een proefles van de lessenserie ´Zondag gaan we naar de kerk´. Want: is er een betere plek om samen te leren geloven dan in de kerk? Ook jíj mag de kinderen begeleiden in het toegroeien naar de gewone kerkgang. In de lessenserie leren we over dingen die in de kerk gebeuren of te zien zijn. We luisteren naar wat de Bijbel ons hierover vertelt en we ontdekken samen dat we die dingen niet zomaar doen. De gemeente is de plaats waar de Heilige Geest mensen wil toerusten, wil bemoedigen en aansporen. Het is de plek waar kinderen en volwassenen elk op hun eigen niveau ervaringen opdoen in de traditie, de rituelen, de sacramenten, de feesten, de verkondiging, het zingen en uitdelen. Samen mens worden naar Gods bedoeling, samen wortelen en groeien in het geloof dat staat in de dagelijkse werkelijkheid. Daar gaat het om. Dat lezen we bijvoorbeeld in Psalm 78: 3-7 Wij hebben het gehoord, wij weten het, onze ouders hebben het ons verteld. Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de HEER, van de wonderen die hij heeft gedaan. Hij stelde een richtlijn vast voor Jakob en kondigde in Israël een wet af. Onze voorouders gaf hij de opdracht die aan hun kinderen te leren. Zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moesten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen. Dan zouden zij op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar zijn geboden. Deze les ‘Bid elke dag’ is onderdeel van de serie ‘Zondag gaan we naar de kerk. Deel 1.’ Daarom zoomen we in deze les over bidden met name in op de voorbede in de kerk. Het gebedenboekje dat we tijdens de verwerking maken en vullen, biedt daarnaast genoeg ruimte om hier ook thuis mee aan de slag te gaan. Let wel: de lessen zijn apart te gebruiken, maar komen het best tot hun recht als serie. Tijdens deze serie werk je met elkaar toe naar een eindproductie, nl. voor de onderbouw een kijkdoos en voor de bovenbouw een tijdschrift (glossy?) of krant over de kerk. De koppeling tussen de praktijk van alle dag en het praktische dat een Bijbelverhaal ons leert, is de basis voor sAmen. Wat in de verhalen aan de orde is, komt ook terug in het gewone dagelijkse leven (Deuteronomium 6:49, Jakobus 1:22). We ontdekken samen hoe en waar dat gebeurt. Dat maakt dat we persoonlijk betrokken raken. Daarom laten we kinderen deelnemen, meedoen aan activiteiten die zichtbaar en relevant zijn en tegelijk een extra dimensie hebben door de duiding die de Bijbel er aan geeft. We ervaren en praten er over en doen al doende kennis en vaardigheden op. De lessen van sAmen kennen een vaste structuur en samenhang. In deze les staat bij elke stap een korte omschrijving. We hebben de structuur uitgebreider beschreven in onze handleiding die je gratis ontvangt bij elke serie van sAmen. Om het materiaal optimaal te gebruiken adviseren wij onze starterstraining ‘Ontwikkelingsgericht Kinderwerk’, eventueel gecombineerd met de startbijeenkomst van jullie lessenserie. Ik wens je Gods zegen toe bij dit belangrijke werk. Fieke Bijnagte (coördinator sAmen) 2 3 Overzicht van het complete pakket 1. ZONDAG, EEN BIJZONDERE DAG! We denken met de kinderen na over de zondag: waarom is die dag een bijzondere dag? We ontdekken dat God de Schepper weet wat we nodig hebben. En dat we als gemeente in Zijn Huis bij elkaar mogen komen om Hem te dienen. Bijbelvertelling: Hoe de wereld begon 2. WELKOM IN DE KERK! We ontdekken dat elke kerk anders is, maar één ding is zeker: de kerk is geen museum waar je een keer naar toe gaat om te kijken hoe het er uit ziet. Er is veel te beleven. Het gaat om de ontmoeting met God en mensen, daar kun je naar verlangen. We ontmoeten de koster / gastheer / gastvrouw die de kerk elke zondag klaarmaakt voor de mensen die komen en die ons welkom heet. We mogen horen dat we welkom zijn! Bijbelvertelling: Verlangen naar Gods huis (n.a.v. Psalm 84) 3. ALLE MENSEN! We leren dat de kerk niets is als er geen mensen komen. Iedereen is welkom in de kerk. Alle mensen mogen deel zijn van Gods gezin. “Heer, wij zijn bijeen gekomen, mensen overal vandaan. Had U ons niet meegenomen, niemand was hier heen gegaan.” (Gezang 460) Bijbelvertelling: Het allermooiste feest! 4. ZINGEN TOT GODS EER (1) In deze les ontdekken we de betekenis van zingen / muziek. We zingen als we iets te vieren hebben, we willen God loven en prijzen. Door te zingen kunnen we elkaar ook bemoedigen en opbouwen. We kunnen onze gevoelens van verwondering, verdriet, etc. uiten. En het zingen is iets wat we heel goed samen kunnen doen. Dat doen we dan ook! Bijbelvertelling: Kleine David speel op je harp. 5. ZINGEN TOT GODS EER (2) In deze tweede les over ‘zingen tot Gods eer’ gaan we verder met het thema zingen. We maken kennis met de organist of muziekleider en mogen hem of haar vragen stellen. Bijbelvertelling: David speelt voor Saul 6. LEES JE BIJBEL (1) In deze les ontdekken we dat de Bijbel een kostbaar boek is. Het is een brief van God over hoe hij wil dat we leven. Het gaat over mensen van toen, maar de inhoud is nog steeds actueel. Het is Het Boek om God te leren kennen. En we lezen erin hoeveel God van ons houdt. Daarom bewaren we onze Bijbel(s) vanaf vandaag in een schatkist. Bijbelvertelling: Een boodschap van Jezus 7. LEES JE BIJBEL (2) We kijken met de kinderen naar diverse Bijbels: de kansel-Bijbel, Bijbels voor volwassenen, kinderbijbels. Ook gaan we elkaars meegebrachte kinderbijbels bekijken. We ontdekken dat er heel veel soorten Bijbels zijn, maar dat ze allemaal wijzen op die ene God. Bijbelvertelling: Filippus en de kamerling 8. BID ELKE DAG (1) In de kerk mogen we God ontmoeten. We zingen, we luisteren en … we bidden tot God. We horen deze les dat we voor anderen mogen bidden. Net als Elia en de dominee of voorganger. We maken de voorbede concreet door middel van een gebedsmapje dat we zelf vullen met foto’s en tekeningen van gebedspunten. Bijbelvertelling: Elia op de Karmel 9. BID ELKE DAG (2) We ontdekken dat je niet altijd in je eigen woorden hoeft te bidden. Toen de discipelen aan Jezus vroegen hoe ze moesten bidden gaf Jezus hen het Onze Vader. We zingen dit gebed, leren het uit ons hoofd en mogen weten: God wil onze Vader zijn. Voor alle duidelijkheid staan we er ook bij stil dat onze aardse vader kan lijken op God de Vader, maar ook anders is: onvolmaakt, hij kan afwezig zijn en hij kan fouten maken. Bijbelvertelling: Jezus leert het Onze Vader aan de discipelen 10. GEEF HET WOORD DOOR! In deze les denken we na over de persoon van de dominee / voorganger. We ontdekken dat hij / zij het Woord van God mag uitleggen maar dat hij / zij dat soms ook best moeilijk vindt. Bijbelvertelling: Jona gaat naar Nineve 3
Page 4
4 Bid elke dag Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling In de kerk mogen we God ontmoeten. We zingen, we luisteren en … we bidden tot God. We horen deze les dat we voor anderen mogen bidden. Net als Elia en de dominee of voorganger. We maken de voorbede concreet door middel van een gebedsmapje dat we zelf vullen met foto’s en tekeningen van gebedspunten. Richt je aandacht Vraag je af God, blijf niet ver van mij, mijn God, kom mij haastig te hulp (Ps. 71:12) ● Wat betekent bidden voor mij?  Wanneer helpt bidden mij?  Wanneer werd ik verhoord?  Voor wie bid ik? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Wat is bidden? Als gelovig mens mag je weten dat God altijd bij je is. Hij lijkt vaak ver weg maar Hij belooft met zijn Geest bij, ja zelfs in ons te zijn. God is dus boven ons, als Schepper. Jezus loopt naast ons, Hij trekt met ons op. De Heilige Geest is in ons. Hij reist altijd met ons mee. Of we dat ervaren nu of niet. Er mag een constante relatie zijn met God. Dat klinkt wellicht wat hoogdravend maar van Hem uit zit het op die wijze in elkaar. Als ik mij afvraag of God mij wel hoort dan zegt dat waarschijnlijk meer iets over ons en de ruis die wij op de lijn ervaren dan van God. Hij zegt dat Hij ons altijd hoort. Dat is geloofstaal, dat merken we niet altijd. Toch is het goed dat we hiervan doordrongen zijn. Juist op die momenten dat ik denk: ‘hoort Hij me wel?’. Wij kunnen er wél voor zorgen dat de lijn open is. Dat doen we door eerlijk met Hem, elkaar en onszelf om te gaan. Mooie en moeilijke ervaringen en emoties kunnen we met Hem bespreken. Bidden noemt de Bijbel dat. Hoe doe je dat? Er zijn eigenlijk veel vormen. Maar de vorm is slechts een hulpmiddel. Mensen bidden op de knieën, met strak gevouwen handen, gesloten ogen of steken hun handen in de lucht. Ze bidden op de fiets, tijdens het lopen, in de trein… etc. Mattheüs 6: 5-13 geeft ons best concrete aanwijzingen. Het gaat er hier vooral om dat we open en eerlijk zijn en niet bidden zoals anderen doen… Jezus lijkt ons aan te spreken op een open houding. En als wij open zijn dan kunnen we ook de openheid (lees Stem van God) van de ander verwelkomen. Bidden voor de kinderen: Wat je eenvoudigweg kunt doen, is de namen van de kinderen hardop uitspreken, de kinderen waar jij zorg voor draagt. Kinderen die jij in jouw groep hebt. God weet immers wat die kinderen nodig hebben. Wij, als begeleiders, hoeven alleen maar present te zijn. Oplettend, zodat ze erbij blijven, aandacht krijgen en niet uit de boot vallen. Leef je in Het startverhaal voor de kindernevendienst over Lukas kan je hierbij helpen. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je onder het kopje ‘extra’s’ op de website www.samenlerengeloven.nl. 4 5 De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jouw verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Lees de gebedspunten van deze dienst voor aan de kinderen. Praat door over voorbede in de kerk: waarom, hoe? Laat gebedskaarten zien, bijvoorbeeld van de Michacampagne, de eigen zendelingen uit de kerk, adoptiekinderen, etc.: wil je voor deze mensen bidden? Wie wil mag er één meenemen. Voor de onderbouw een verhaal als alternatieve starter: Daar gaat Lukas. Hij mag mee naar de kerk met zijn vader en moeder. Zijn zusje Marloes is naar de crèche. Eerst moest hij daar ook heen, maar nu is hij groot!!! Hij luistert goed naar de dominee die op de preekstoel staat en praat. De dominee zegt dat ze nu gaan bidden en danken. Raar eigenlijk bidden en danken tegelijk! Lukas knijpt z’n ogen stijf dicht. Dat kan hij best. Op school moet dat ook. Wat duurt het hier lang, de dominee praat maar door. Stiekem gluurt hij door zijn ooghaartjes. Maar alle mensen zijn nog eerbiedig. Gauw doet hij zijn ogen weer dicht. Stel je voor, straks ziet iemand dat hij kijkt onder het bidden…. Lukas knijpt zijn rechteroog stijf dicht en dan zijn linkeroog. Hij knipoogt met zijn ogen dicht, dat is grappig. Niet echt netjes eerbiedig denkt hij! De dominee noemt namen van zieke mensen. Ook de naam van buurvrouw de Wit, die schuin tegenover Lukas woont. Ja, die is vrijdag met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Lukas heeft het zelf gezien. De blauwe zwaailampen gingen niet aan en de ambulance reed niet eens hard weg. Lukas vond dat jammer, maar helaas. Moeder was gisteren nog even naar buurman de Wit gelopen. Hij vertelde dat het gelukkig wel meeviel en dat buurvrouw de Wit maar een paar dagen in het ziekenhuis hoeft te blijven. Buurvrouw de Wit is een aardige vrouw, ze geeft altijd een snoepje aan Lukas en zijn zusje Marloes. Lukas hoopt dat ze snel weer thuis mag komen. “Amen” zegt de dominee dan opeens. Lukas doet zijn ogen weer open, maar moet wel even knipperen. Hij had zijn ogen stijf dicht gedaan. Praat door over voorbede in de kerk: waarom, hoe? Onze vragen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit. 5
Page 6
6 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Wat weten we al? Voor de onder-, midden- en bovenbouw samen doorpraten: ● Is er in de kerk ook weleens gebeden voor iemand die jij kent?  Hoor je dan wel wat de dominee zegt, of lukt dat niet altijd?  Lukt het jou al om mee te bidden, mee te denken met de woorden die de dominee zegt. Hoe gaat dat beter lukken?  De dominee bidt voor de zieken mensen, heb je dat weleens gehoord?  Hoe zit jij het liefst als je gaat bidden, wat vind je prettig zodat je je goed kunt concentreren, want dat is best lastig.  Bespreek eventueel de voorbedepunten die in de kerkdienst aan de orde komen.  Voor de bovenbouw: Mag je ook voor jezelf bidden? Ja, bijvoorbeeld of je mag blijven in Zijn liefde, of wij verstandig om mogen gaan met onze naast en of we dienstbaar mogen zijn. Bidden is belangrijk! Bidden hoort bij het leven. Bidden is spreken met God en luisteren naar God. Ik wil dat ook! Weet je hoe we dat noemen, als we voor anderen bidden? VOORBEDE  De dominee in de kerk doet voorbede  In de Bijbel lezen we ook over iemand die voor anderen bidt. Luister maar. Onze vragen en ideeën: Schrijf in dit tekstvak de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens dit gesprek. Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Elia op de Karmel Je vind het in 1 Koningen 18. Dit verhaal staat in diverse kinderbijbels, bijvoorbeeld in ‘Mijn eerste Bijbel’, ‘De Bijbel voor Jou’, ‘De Bijbel voor Jullie’ (beide geschreven door Mulder-van Haeringen) en de ‘Bijbel voor kinderen’ (geschreven door Busser en Schröder). Gebed en zingen Door samen te bidden en / of te zingen zeggen we amen op de vertelling. Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. We bidden tot U. We willen U loven en prijzen, we willen met U praten en naar U luisteren. We willen U danken voor: …………………… Wij willen aan U vragen: …………………… We willen stil zijn en naar U luisteren Dank U wel dat U er bent en naar ons bidden hoort. Amen Liedtips Wij danken U, halleluja Lees je Bijbel, bidt elke dag. Als je bidt, zal Hij je geven Leer om stil te zijn (Herman Boon) 6 7 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Gebedenboekje/mapje met kaartjes en eventueel afbeeldingen. Benodigdheden:  Fotoboekje/mapje: bijv. een eenvoudig fotomapje (Hema, Blokker, Kruidvat e.d. hebben deze regelmatig in hun assortiment) of een aantal A5-jes dubbelgevouwen en in het midden aan elkaar geniet.  Verzamel kaarten en foto’s van onderwerpen voor de voorbede. Denk aan gebedskaarten of foto’s van zendelingen uit de kerk, adoptiekinderen, een actie die in de gemeente loopt, etc. Zorg ervoor dat ze passen in het gebedenboekje / mapje. Op de website www.samenlerengeloven.nl vind je ook gebedskaarten onder het kopje ‘extra’s’.  Blanco correspondentiekaarten.  Tip: vraag de voorbedepunten aan bij de persoon die deze samenstelt (bijv. de voorganger of scriba van jullie gemeente) Dan kun je die met de kinderen doornemen en kunnen ze bij terugkomst in de kerk horen of en hoe de voorganger voorbede doet voor de genoemde mensen en onderwerpen. Laat de kinderen gebedskaarten en foto’s kiezen voor in hun boekje. Vraag hen waarvoor ze nog meer kunnen bidden, ook thuis. Denk bijvoorbeeld aan een adoptiekind of zieke tante. Ze kunnen daar zelf iets over tekenen op een correspondentiekaart maar ze kunnen er thuis ook foto’s aan toevoegen. De kinderen versieren de kaart voor de voorkant van hun boekje. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Bespreek met de kinderen hoe ze dit mapje thuis kunnen gebruiken: bijv. aan tafel, voor het slapen gaan, etc. Geef de kinderen een briefje mee met een beschrijving zodat ze het mapje thuis aan kunnen vullen met persoonlijke foto’s / afbeeldingen en het ook echt kunnen gebruiken bij het bidden. Het is goed om aan het eind zelf terug te blikken op de afgelopen bijeenkomst. Misschien zijn er dingen die je hebt geleerd en mee kunt nemen naar een volgende keer. Schrijf hiervan een kort verslag en geef dit door aan je collega(‘s).  Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze bijeenkomst meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? 7
Handleiding bij de materialen van sAmen. Hierin vindt u achtergronden en een toelichting bij het stappenplan dat de structuur vormt van alle materialen van sAmen.

Handleiding copyright sAmen


Page 2
1 COLOFON 2016 Herziene versie 5 Samen aan het werk Handleiding bij de lessenseries van sAmen Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte 2010 © sAmen Leren Geloven Bedankt voor de aankoop van dit handboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. 2 sAmen aan het werk Inleiding Hoe bereiken we kinderen nu écht? Het blijft een actuele vraag in het kinderwerk. We willen verkennen waar kinderen in het dagelijks leven mee bezig zijn en onderzoeken waar het in Gods woord om draait. Deze twee willen we aan elkaar verbinden; dat leerproces noemen wij discipelschap. De verbinding ontstaat als kinderen en kinderwerkers samen onderzoeken wat Jezus van ons vraagt en wanneer we gaan oefenen in het dagelijks leven. Samen aan het werk! Deze handleiding wil je daarbij helpen. In deze paragraaf vind je de uitgangspunten bij het materiaal van sAmen. Vervolgens vind je informatie over hoe je het materiaal aan jouw context aanpast. Ons materiaal heeft een vaste structuur. Die vind je uitgelegd in het laatste deel van deze handleiding. Deze structuur is ook te gebruiken bij materiaal van derden. Geloof wordt doorgegeven Als er niemand was geweest die ons over God had verteld, hadden we niets van Hem geweten. Wij zijn niet de eersten. We hebben het niet bedacht, we zijn er niet zelf op gekomen, maar we hebben het gekregen, een vorige generatie heeft het ons doorgegeven. Dit wordt in drie psalmen (Psalm 78, 105 en 106) uitgebreid bezongen aan de hand van de geschiedenis van het volk Israël. Elke psalm heeft een andere insteek. Psalm 78: je kunt van de geschiedenis leren, psalm 105: we geven het woord door om God groot te maken, Psalm 106 geeft een schuldbelijdenis aan ons door. Verhalen delen In Psalm 78 zegt Asaf dat Gods roemrijke en krachtige daden door de vaders en moeders aan de zonen en dochters moet worden doorverteld en voorgeleefd, van generatie op generatie.1 Waarom? Om er van te leren, opdat we God niet vergeten en opdat we het ánders doen. Gods roemrijke en krachtige daden kun je in hedendaags Nederlands vertalen met ‘het verhaal van de machtige daden van de Heer’ (Bijbel in Gewone Taal). In deze handleiding spreken we op die manier van ‘verhaal’. Iets wat echt gebeurd is kunnen we als een verhaal vertellen. Dan geef je geen droge opsomming van feiten maar maak je er een samenhangend geheel van. Je laat niet alleen zien wàt er gebeurt, maar ook hóe het gebeurt en waarom. Denk maar aan je levensverhaal. Als ik het verhaal van mijn leven vertel dan geef ik de feiten van mijn leven weer op een manier die prettig is om naar te luisteren. Ik vertel dingen in een bepaalde volgorde zodat verbanden duidelijk worden, laat dingen weg die niets toevoegen en sta langer stil bij dingen die in mijn ogen belangrijk zijn. Als we in deze serie spreken over ‘verhaal’ dan bedoelen we deze vorm. Verhalen van anderen kunnen ons aan het denken zetten en ons eigen verhaal veranderen en/of uitbreiden. Net als Asaf willen we verhalen delen, duiden en er van leren. We gaan daarom met elkaar op zoek naar verhalen: jouw verhaal, mijn verhaal, verhalen van andere gemeenteleden. En bovenal zoeken we Gods Verhaal! Door Zijn Verhaal willen we ons verhaal laten vernieuwen en herstellen. (Romeinen 12:2) 1 Zie hierover het filmpje van Rondom het Kind 2016: https://vimeo.com/151141285
Page 4
3 Gevlochten koord In de Bijbel staat een mooi beeld over een koord dat uit drie strengen is gevlochten niet snel stuk te trekken is (Prediker 4:12). Vaak wordt deze tekst gebruikt in trouwteksten, maar het beeld is hier niet speciaal voor bedoeld. Prediker 4:12 benadrukt het belang van samen mens zijn, net zo als psalm 78 dat doet. 1. één touwtje van het kind: waar is het kind mee bezig, wat denkt het, wat vindt het belangrijk, wat is zijn / haar verhaal – achter elke story zit een historie 2. één touwtje van jou: wat is jouw verhaal, wat wil je doorgeven, waarmee ben jij als kinderwerker verbonden, jouw verbinding met God 3. Gods touw: Gods verhaal van redding, een drievoudig snoer wordt niet snel verbroken. Verhalen van anderen maken ons ervan bewust van dat onze ervaringen niet de enige zijn. Ze lokken ons uit om na de denken over zaken waar we daarvoor mogelijk nooit over hadden nagedacht. Als je, zoals Asaf, goed oplet zie je dat God aanwezig is in die verhalen. Verhalen over Gods bemoeienis met mensen kunnen zo betekenis krijgen in ons eigen leven. En nu de praktijk De koppeling tussen de praktijk van alle dag en het praktische dat een Bijbelverhaal ons leert, is de basis voor sAmen. Wat in de verhalen aan de orde is, komt ook terug in het gewone dagelijkse leven (Deuteronomium 6:4-9, Jakobus 1:22). We ontdekken samen hoe en waar dat gebeurt. Dat maakt dat we persoonlijk betrokken raken. Daarom laten we kinderen deelnemen, meedoen aan activiteiten die zichtbaar en relevant zijn en tegelijk een extra dimensie hebben door de duiding die de Bijbel er aan geeft. We ervaren en praten er over en doen al doende kennis en vaardigheden op. Het klinkt nu nog wat theoretisch allemaal, maar we hopen dat je in de praktijk zult ontdekken hoe krachtig dit delen van verhalen en oefenen in de praktijk werkt. Hoe werk je met het materiaal van sAmen, je “gereedschap”? Een aantal uitgangspunten zijn van belang:  Goed voorbereiden: de voorbereiding van de bijeenkomst neemt evenveel tijd in beslag als de uitvoering. Voor die persoonlijke voorbereiding vind je steeds een stukje om je aandacht te richten en je te bezinnen.  Zelf meedoen: als je een persoonlijke inbreng van de kinderen verwacht, mogen ze die persoonlijke inbreng dan ook van jou verwachten? Samen ontdekken wat de kinderen al weten, samen op ontdekkingstocht, maar ook: nieuwe kennis toevoegen.   Ervaren: je praat niet alleen, maar je gaat samen iets doen. Die ervaringen worden gestructureerd en verdiept door middel van gesprekken, verhalen en onderzoek doen. Ontwikkelen: als mens neem je nieuwe kennis en vaardigheden ter hand. Het is bijzonder om met kinderen te werken, want in het meedoen wordt jezelf ook wijzer.  Reflecteren en beschouwen: wat doe je, waarom en hoe. Wat doe je met wat je geleerd hebt?  Verbinden: de kinderen zijn lid van een gezin, deel van de gemeente en de wereld om hen heen. We leggen dan ook regelmatig verbindingen met de ‘buitenwereld’ door ouders en gemeenteleden uit te nodigen en te stimuleren dat de kinderen hun ouders inschakelen. Het materiaal van sAmen helpt je hierbij met een vaste structuur. Deze vind je op de volgende bladzijden toegelicht. 4 Materiaal op maat Iedereen is anders Elke groep is anders en elke kinderwerker is anders. Het is daarom belangrijk dat je je bewust bent van de beginsituatie van jezelf en de kinderen. Een kind dat alle Bijbelverhalen al kent vertel je andere dingen dan een kind dat alleen in de kerk zo af en toe een Bijbelverhaal hoort. Een kinderwerker die praktisch ingesteld is bereidt zich anders voor dan iemand die graag verdiepende artikelen leest. Iedereen kan meedoen! Wie je ook bent, wat je ook doet, iedereen begint op een eigen startpunt. En vanuit je eigen startpunt is er voor iedereen (kinderen én kinderwerkers) altijd iets nieuws te ontdekken en te leren. Het begint met meedoen en daarna kunnen er veel mooie dingen ontstaan. Je gaat samen groeien. Je kunt en je weet samen dingen die alleen nog niet lukten. Wij mensen leren en ontwikkelen het beste als dat wat ons aangeboden wordt niet te eenvoudig en niet te moeilijk is. We moeten er naar reiken. Dat is een mooi proces van afstemmen tijdens de start en vervolgens samen opbouwen. Ook tussen kerken zijn verschillen. Soms valt vooral het verschil in taal op, maar grotere verschillen kunnen er bijvoorbeeld zijn m.b.t. doop en avondmaal. De structuur van sAmen is in diverse denominaties te gebruiken omdat we terug gaan naar de basis en dicht bij de Bijbel blijven. We gebruiken in ons materiaal de meest gangbare termen en spreken daarom bijvoorbeeld eerder van voorganger dan dominee. De structuur geeft veel ruimte om jullie eigenheid met de kinderen te delen. Extra’s In het materiaal dat voor je ligt bieden we daarom vaak verschillende ideeën aan. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat je alle suggesties bij alle bijeenkomsten uitwerkt. Je zult een keuze moeten maken, ook afhankelijk van jullie praktische mogelijkheden. Aan jou de vraag: wat uit deze informatie helpt jou en je kinderen om te groeien? De belangrijkste informatie vind je in het lesboek. Heb je meer tijd of ben je nieuwgierig geworden, kijk dan eens op de website www.samenlerengeloven.nl voor meer verdieping, artikelen en filmpjes over het thema. Je vind ze onder het kopje ‘extra’s’. Ook bij deze handleiding hebben we een paar links op de website staan. Samen bouwen Projecten volgens de principes van sAmen bestaan bij voorkeur uit meerdere bijeenkomsten. Bij één bijeenkomst blijf je snel hangen in losstaande activiteiten terwijl je bij een project met meerdere bijeenkomsten diverse activiteiten samen kunt voegen en zo de relevantie in de praktijk zichtbaar maakt. Dit maken we concreet door toe te werken naar een eindproductie zoals een tentoonstelling, een folder, een kunstwerk, een presentatie of een gezamenlijke maaltijd. In één van de eerste lessen wordt de opdracht voor het eindproduct geïntroduceerd en de rest van de lessen wordt tijdens stap 4 (‘Aan de slag’, zie verderop in dit document) aan het plan en de onderdelen van het eindproduct gewerkt. In de serie ‘brood’ is dat een maaltijd waarin de aangeleerde of zelf gemaakte liederen en gebeden een plaats krijgen. In de serie over het Heilig Avondmaal is dat een werkboekje dat na de serie kan dienen als naslagwerk voor thuis, maar ook als begeleidend boekje bij komende avondmaalsvieringen. In het materiaal vind je hiervoor geen kant en klare onderdelen maar in de beschrijving en op de website staan wel veel tips, ideeën, links en voorbeelden om hiermee aan de slag te gaan op een manier die past bij jullie groep, tijd en mogelijkheden. Toerusting en advies Gebruik je materiaal van sAmen en wil je graag toerusting of advies? Samen met Timotheus en JOP staan we graag voor jullie klaar! Deze manier van werken vraagt inzicht en oefening van alle kinderwerkers. Dat is de reden dat wij met stichting Timotheus een totaalpakket aanbieden. Meer informatie vind je op www.timotheus.nl/samenaanhetwerk. We ontwikkelen samen met JOP een trainingsmodule, speciaal gericht op inclusief vieren.
Page 6
5 Structuur van de serie Werken volgens de uitgangspunten van sAmen betekent met elkaar een thema van allerlei kanten bekijken en er daadwerkelijk mee aan de slag gaan. Daar heb je meerdere bijeenkomsten voor nodig die samenhang vertonen. Daarbij helpt het als alle kinderwerkers en eventueel de voorganger die grote lijn in beeld krijgt tijdens een startbijeenkomst en de serie wordt afgerond met een eindproduct. Dat geldt zowel voor een thema dat door sAmen is ontwikkeld als voor een thema dat jullie zelf ontwikkelen. Het ziet er globaal zo uit: We starten met alle kinderwerkers en eventueel de voorganger. Deze voorbereidingsbijeenkomst is zeer belangrijk. Je leert de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie hier de belangrijkste praktische zaken. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Dan komt het ‘echte werk’: de kindernevendienst. Een serie van sAmen bevat soms één, maar meestal 4 tot 8, bijeenkomsten die steeds dezelfde structuur hebben: (hieronder worden deze stappen toegelicht) We sluiten het thema samen met kinderen, team en (een deel van de ) gemeente af. We kijken tijdens de presentatie van ons eindproduct(zie vorige pagina) terug op de afgelopen bijeenkomsten en geven door wat we ontdekt hebben. Lessen van sAmen bevatten hiervoor suggesties en tips. Structuur van de bijeenkomst(en) Zoals het schema hierboven laat zien, bestaat een serie van sAmen uit een aantal bijeenkomsten rondom een thema. Elke bijeenkomst is opgebouwd uit vijf stappen. Daaraan vooraf gaat je eigen voorbereiding, die noemen we stap 0. 0. Focus! – bereid jezelf voor ± 30 minuten 1. Verkennen – start met de kinderen ± 5 minuten 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? ± 5 minuten 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel ± 10 minuten 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk ± 10 minuten 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit ± 1 minuut 6 Structuur van de bijeenkomst(en) Stap 0: Focus (± 30 minuten) Bereid jezelf voor! Om jezelf voor te bereiden op de bijeenkomst, neem je de volgende stappen. Bedenk: de voorbereiding van de les neemt evenveel tijd in beslag als de uitvoering. Jezelf voorbereiden betekent niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd voor je iets door kunt geven. Het is juist goed om je eigen vragen helder te hebben, zodat je samen met de kinderen kunt leren. Titel van de les De titel geeft het subthema van deze bijeenkomst aan Bedoeling van de les Hier staat een nadere omschrijving van dit subthema. Houd dat steeds voor ogen als je de bijeenkomst leidt, maar houd er niet te strak aan vast. Houd ook rekening met de mogelijkheden van je groep. Herschrijf de bedoeling voor je eigen groep aan het eind van je eigen voorbereiding hieronder in het grijze vak. Richt je aandacht Hier staat steeds een (psalm)tekst. Maak je hoofd vrij van waar je mee bezig was door de psalmtekst tot je door te laten dringen. Schrijf hem eventueel over en prik hem op je prikbord of steek hem bij je zodat hij de komende dag(en) met je mee gaat. Richt je aandacht op God, het thema, de kinderen en jezelf. Vraag je af Bidden Lezen Leef je in Hier staan een aantal vragen voor jezelf om na te denken over het thema van de bijeenkomst: waar gaat het om, wat vind ik ervan, wat is belangrijk? Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Hier vind je een toelichting bij het thema van deze zondag. Bedenk alvast wat dit voor kinderen zou kunnen betekenen aan de hand van de tekst onder het kopje ‘leef je in’ op de volgende pagina. Wat weten ze al, of willen ze graag weten? Hier lees je ook hoe deze bijeenkomst past in de rest van het schema. Extra Logboek Wil je meer weten over het thema van deze bijeenkomst of bereid je je liever voor met een lied of video? Meer verdieping, artikelen en links over het thema vind je op de website onder het kopje ‘extra’s’ op www.samenlerengeloven.nl. Houd je team op de hoogte van jullie vorderingen door middel van een logboek. In het materiaal vind je diverse tekstblokjes die je hiervoor kunt gebruiken. Hieronder zie je de eerste. Alle tekstblokjes zijn achterin dit document samengevoegd tot een logboekblad, dat je per bijeenkomst in kunt vullen. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: . . . . . . . Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Jouw verhaal
Page 8
7 Stap 1: Verkennen (5 minuten) Start met de kinderen (geschikt als kindermoment in de kerk) Tijdens je voorbereiding heb je helder gekregen wat jou bedoeling is met deze les. Tijdens deze eerste stap met de kinderen ga je die bedoeling niet meteen uit de doeken doen maar ga je eerst ontdekken wat de kinderen hier al van weten en ervaren hebben en wat ze er van willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Begin jullie bijeenkomst steeds op dezelfde manier. Dit geeft de kinderen houvast en duidelijkheid. Elk kind is uniek en het waard om gezien te worden. Maak daarom contact met ieder kind voordat je start. Heet de kinderen welkom en zing bijvoorbeeld een welkomstlied. Als je hiervoor steeds hetzelfde lied gebruikt, geeft dit vooral de kleintjes een duidelijke structuur. Hieronder een aantal mogelijkheden:  Kom in de kring van Gods gezin  Kom binnen kom binnen het feest gaat beginnen  Lees je Bijbel  Hé luister mee naar een nieuw verhaal, een nieuw verhaal uit het boek van God  Wij zijn hier gekomen met lofzang in ons hart Hebben jullie al één of meerdere bijeenkomsten over het zelfde thema gehad, laat de kinderen dan aan elkaar vertellen waar het de vorige keer over ging. Starter Elk kind is uniek, dus ook ieders kennis en ervaring is uniek. Ieder kind heeft zijn / haar eigen verhaal. Daarom neem je er deze stap de tijd voor te luisteren naar de verhalen van de kinderen. Met een vraag achter een antwoord komen Om deze verhalen op te roepen begin je met een starter. Dat kan van alles zijn: een anekdote, een voorwerp, een filmpje, een vraag, etc. We geven vaak meerdere mogelijkheden. Bij het kiezen van een starter vraag je je af: welke starter helpt mij om er achter te komen wat ze al weten, en wat ze willen weten? Stel vragen (http://tinyurl.com/openvragen)en vertel gerust ook jouw verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Zo geef je woorden aan hun ervaringen, gevoelens en gedachten. Doe een deel van dit gesprek event. in de eigen groep. Onze vragen: . . . . . . . Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit. Tip voor de leiding Hebben jullie een kindermoment in de kerk? Doe dan eerst de starter en daarna de opening in jullie eigen ruimte. Jouw verhaal 8 Stap 2: Op een rij zetten (5 min) Wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Daarna gaan jullie op zoek naar nieuwe ideeën en inzichten. Wat weten we al? Structureren: we willen de inbreng van de kinderen graag vast houden. Dat kan goed door gesprek in een kleine groep of tweetal, omdat het dan gemakkelijker is om op elkaar te reageren. Daarna delen we onze verhalen, ideeën en vragen in de grote groep. We stellen verhelderende vragen zoals:  Dus je bedoelt……?  Heb ik je goed begrepen dat… …?  Kan het dan ook zijn dat……? Een paar aandachtspunten hierbij: De eerste bijeenkomst van een serie is vooral verkennend. Dan besteed je dus extra tijd aan vragen als: wat weten ze al, wat hebben ze er mee? Wat heeft hun interesse? Laat jullie verkennend gesprek tijdens de overige bijeenkomsten niet te lang duren. Dit moment is bedoeld om vragen op te roepen, niet om ze te beantwoorden. Vragen stellen doe je niet om kennis te testen maar om aan het denken te zetten / begrip te laten ontwikkelen. En je wilt ze nieuwsgierig maken zodat ze op onderzoek uitgaan. We noemen dat ‘op verhaal komen’. Wat willen we weten? Ter afronding van jullie gesprek blik je terug en maak je de stand van zaken op. Schrijf het op en noteer jullie vragen en ideeën om samen te gaan doen. Zo rond je af en maak je een overgang naar het Bijbelverhaal. De vragen en ideeën van de kinderen helpen je te bepalen waar je in de volgende bijeenkomsten bij aan kunt sluiten en wat je kunt gaan doen. Moeten jullie je verwachtingen bijstellen? Bijvoorbeeld omdat ze veel meer of minder weten dan jullie van te voren hadden bedacht? Noteer dit en geef het door aan de leiding van de volgende bijeenkomst. Wat willen we weten? . . . . . . . Schrijf in dit tekstvak de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens dit gesprek. Jullie verhaal
Page 10
9 Stap 3: Verdiepen (10 minuten) Wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Dat is een mooi moment om te luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Net als in de kerk hebben we na de Woordverkondiging een moment van reflectie: we bidden en zingen. Bijbelvertelling We luisteren met elkaar naar het Bijbelverhaal en denken na over ons handelen hier en nu. We leggen een koppeling tussen de praktijk van alle dag en het heel praktische wat de Bijbel ons leert in het Bijbelverhaal.  Welke betekenis heeft dit Bijbelgedeelte voor ons thema?  Geeft het antwoord op onze vragen of nieuw licht op onze ideeën?  Wat heb je eraan, dit verhaal te kennen? Je kunt bij het voorbereiden van de vertelling gebruik maken van een Kinderbijbel of hieruit voorlezen. In het materiaal worden er een paar genoemd. Soms maken we echter gebruik van Bijbelgedeeltes die niet vaak in Kinderbijbels voorkomen. In dat geval vind je een voorbeeldvertelling in het materiaal. Leg altijd een Bijbel voor je neer, zo maak je zichtbaar dat de Bijbel je bron van het verhaal is. Gebed Zingen Door samen te bidden en / of te zingen zeggen we amen op de vertelling. Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. In dit kader vind je steeds liederen die bij het thema van die keer passen. Leer zo af en toe ook eens een lied aan wat ook in de dienst gezongen wordt. Liedtips - - - Onze inzichten: . . . . . . . Schrijf in dit tekstvak de nieuwe inzichten die bij jullie zijn opgekomen tijdens het luisteren naar de Bijbel. Gods Verhaal 10 Stap 4: Aan de slag (10 minuten) We brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu is het tijd om naar ons eigen handelen te kijken. Wat betekent het Bijbelgedeelte voor ons nu? Juist door hier creatief mee aan de slag te gaan en je verbeelding te gebruiken laat je het verder tot je doordringen en ga je er meer van begrijpen. Tijdens een aantal bijeenkomsten werk je toe naar een eindproduct waarmee jullie kunnen delen wat jullie hebben geleerd en ontdekt. Verwerking We gaan met onze nieuwe inzichten aan de slag en proberen ze ons eigen te maken door middel van een knutselwerkje, het doen van een onderzoek of spel. Pak jullie vragen en ideeën er bij. Dit is hèt uitgelezen moment om door te spreken over de vragen die eerder in de bijeenkomst en door het creatief bezig zijn opgekomen zijn. Rode draad Gedurende de bijeenkomsten werken de kinderen toe naar een eindproduct, dat na de serie kan dienen als naslagwerk voor thuis, een begeleidend boekje bij (speciale) diensten, een tentoonstelling, presentatie, gezamenlijke maaltijd, etc. (zie ook pagina 4). Leren door doen Het is niet de nodig dat de kinderen alles van deze bijeenkomst meteen onthouden en begrijpen. Elke bijeenkomst kijken we op een andere manier naar het thema en we gaan er op verschillende manieren mee aan de slag. Iedere keer leer je weer. Diversiteit Niet ieder kind zal er elke week zijn. De deelproducten die samen het eindproduct vormen kun je er bij pakken om degenen die er de vorige keer niet waren (inclusief jezelf!) bij te praten. Presenteer jullie eindproduct aan de gemeente of aan een groep gemeenteleden, bijvoorbeeld de ouders. In het pakket vind je voor de verwerking soms kant en klare materialen, bijv. bij de Avondmaalsserie, anders staan er veel tips, ideeën, links en voorbeelden vermeld om hiermee aan de slag te gaan. Zoals we al eerder hebben benadrukt: kies een vorm die past bij jullie groep, tijd en mogelijkheden. Onze vorderingen: . . . . . . . Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer.
Page 12
11 Stap 5: Afronden (1 minuut) We blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct aan ouders en/of gemeenteleden. Ook is het goed om achteraf de bijeenkomst voor jezelf te evalueren. Daarbij kijk je naar de inhoud van de bijeenkomst, je eigen handelen en de ontwikkeling van de kinderen. Afronding Rond de bijeenkomst met de kinderen af en vraag aan de kinderen of er nog belangrijke dingen zijn die besproken of uitgezocht kunnen worden. Rond de serie bijeenkomsten af door de presentatie van jullie eindproduct aan de ouders of (een deel van) de gemeente. Dit is een mooie gelegenheid om aan ouders en gemeenteleden te laten zien waar jullie mee bezig zijn geweest en hen eventueel te bedanken voor hun bijdrage. Thuisopdracht Vaak vind je hier een opdracht die je de kinderen mee naar huis kunt geven. Bijvoorbeeld iets aan de ouders vragen, iets doen voor een ander. Zo zijn er kansen en contacten tussen de kinderen en de gemeenteleden. Daarnaast laat je zien dat het Bijbelse thema niet alleen iets is voor tijdens de kindernevendienst maar ook van belang is in ons dagelijks leven. Reflectie Het is goed om aan het eind zelf terug te blikken op de afgelopen bijeenkomst. Misschien zijn er dingen die je hebt geleerd en mee kunt nemen naar een volgende keer? Schrijf hiervan een kort verslag en geef dit door aan je collega(‘s).  Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze bijeenkomst meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden Hier staat op een rijtje wat je allemaal nodig hebt voor de bijeenkomst, zoals:  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s.  (Kinder)bijbel  (Prenten)boek of ander materiaal voor de starter  Knutselmateriaal Onze afspraken: . . . . . . . Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 12 Verkorte teksten voor in het lesboek 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Zondag gaan we naar de kerk -  Avondmaal. We leren de symbooltaal van het Avondmaal verstaan.

Zondag 3 bovenbouw copyright sAmen


Page 0
Page 2
2 COLOFON Het Heilig Avondmaal Zondag, deel 3 voor 8-12 jarigen 2013 © sAmen Leren Geloven; 2e druk 2017 Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte Illustraties omslag en werkboekje: Tirza Beekhuis, www.tirzabeekhuis.nl Bedankt voor de aankoop van dit lesboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt door een solidariteitsbijdrage van de gezamenlijke religieuzen in Nederland via de commissie PIN. 3 Overzicht van de lessen INLEIDING 1. WAT IS ER ALLEMAAL TE ZIEN? Hoe zien (wij en) de kinderen het Heilig Avondmaal? Wat zien we? Wat gebeurt er? We letten op de voorwerpen, de handelingen en de mensen. Kunnen we aan de hand van die dingen die we zien meer te weten komen over waar het om gaat? Laat de kinderen deze les vooral vertellen en probeer nog niet uit te leggen en toe te lichten. Daar hebben we nog zeven lessen de tijd voor! Bijbelvertelling: Het laatste avondmaal, een ‘Blijf-dit-doen-viering’ 2. HET IS VOLBRACHT Jezus heeft ons de opdracht gegeven: doet dat tot Mijn gedachtenis. Daarom staan we deze les stil bij de kruisiging. We proberen tot ons door te laten dringen wat Hij voor ons deed maar de nadruk ligt op het leven dat wij door Christus mogen ontvangen. We stellen ons de vraag wat Zijn sterven aan het kruis te betekenen heeft voor ons nu. Bijbelvertelling: de kruisiging 3. KIJK EENS GOED! In deze les delen we met elkaar dat het verhelderend kan zijn om de dingen van een andere kant te benaderen. Je kent dat wel: a ha, zo had ik het nog nooit bekeken… Zo was het ook bij de Emmaüsgangers: ze waren bedroefd omdat Jezus er niet meer was. Een vreemdeling confronteert hen met diverse Bijbelteksten. Tijdens het breken van het brood ontdekken ze dat het Jezus was. We staan stil bij de dingen die voor ons moeilijk zijn en hoe we daarmee om kunnen gaan. Bijbelvertelling: Emmaüsgangers 4. EÉN MET JEZUS Dingen die we kennen uit ons eigen leven, die we herkennen, kunnen zien en proeven, gebruikt God om Hem te zien. De wijnstok en de ranken zijn symbolen die ons erop wijzen dat we (geestelijk) gevoed worden als we met Hem verbonden blijven. Geloven is verbonden zijn met Jezus, ja zelfs nog dieper… één zijn met Jezus. We denken er over na hoe wij met Hem verbonden kunnen blijven. Bijbelvertelling: Gelijkenis van de wijnstok en de ranken 5. EEN VOORPROEFJE Jezus heeft gezegd dat Hij terugkomt. In de Bijbel lezen we dat Het Lam (Jezus Christus) dan zal oordelen en een bruiloftsmaal zal aanrichten. Het Heilig Avondmaal is een ‘voorsmaak’, een ‘voorproefje’ om onze smaak op te wekken, om ons te laten verlangen naar meer. We bedenken hoe die bruiloft zal zijn, zodat we er des te meer naar gaan verlangen! Bijbelvertelling: De bruiloft van het Lam 6. KOM JE OOK? Als de Here Jezus terugkomt, zal Hij een bruiloftsmaal aanrichten, ook wel de Bruiloft van het Lam wordt genoemd. De kinderen ontdekken aan de hand van de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft wie er uitgenodigd zijn voor de Bruiloft van het lam. En dat geloven net zo iets is als het aannemen van een uitnodiging. We denken ook na over de vraag hoe je je op het avondmaal voorbereidt. Bijbelvertelling: de Koninklijke bruiloft 7. SAMEN ZIJN We vragen ons deze les af: waarom vieren we niet in ons eentje avondmaal? We ontdekken dat we elkaar nodig hebben en dat het avondmaal een oefening is in samen delen. God heeft ons zo gemaakt dat er dingen zijn die we niet kunnen, die anderen juist wel kunnen, zo dat we elkaar kunnen helpen. Bijbelvertelling: Beeld van hand en voet 8. DELEN De Zoon van God kwam naar de aarde toe om ons te redden van de verlorenheid. Wie met Hem verbonden raakt, wordt door Hem opgeroepen om ook anderen op te zoeken. Het gaat erom dat Zijn liefde hoorbaar, zichtbaar, ervaarbaar en tastbaar wordt in mensenlevens. Deze les denken we er over na hoe we dat in praktijk kunnen brengen: geven, uitdelen, helpen, ondersteunen, troosten, bemoedigen, gastvrij zijn, enzovoort. Bijbelvertelling: Wonderbare spijziging BIJ DE AVONDMAALSVIERING KINDEREN EN SYMBOOLTAAL 59 60 50 43 37 30 24 19 14 4 9
Page 4
4 Inleiding Jouw eigen vragen Dat je een les geeft over het Heilig Avondmaal betekent overigens niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd. Ook (of juist) als je je goed voorbereidt, kun je tegen lastige zaken aanlopen. Als ik de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan vertel dan is dat allereerst een appèl op mijn eigen leven. Want ik kan het wel mooi zeggen, maar wat doe ik zelf? Toch vertel ik het, en misschien nog wel het meest tegen mezelf! Bij deze serie kun je aanlopen tegen zaken met betrekking tot je eigen avondmaalsbeleving. Neem je zelf deel aan het avondmaal? Verlang je er naar of heb je er moeite mee? Mag je in jullie kerk pas deelnemen als je belijdenis hebt gedaan en ben je nog niet zo ver? Kun je de kinderen er dan wel iets over vertellen? Om over het avondmaal te praten hoef je zelf niet per se deelnemer te zijn. Het zou raar wezen als je pas over iets mag meepraten als je het zelf ervaren hebt. Ook als je niet deelneemt aan de viering ben je niet alleen maar buitenstaander of toeschouwer, want door te zien wat er gebeurt word je er ook in betrokken. Wie deelneemt heeft wel een voorsprong: namelijk het zelf ervaren. Voor je een les uit deze serie geeft, is het belangrijk je zelf te verdiepen in het onderwerp en hoe je dat aan kinderen door kan geven. Lees daarom onderstaande tekst goed door of nodig ons uit voor een informatieavond. In de tekst hieronder komen achtereenvolgens de betekenis van symbooltaal, de plaats van de kinderen, de opbouw van de serie en organisatorische aspecten ter sprake. Symbooltaal Symbolen zijn vaak gewone voorwerpen uit ons dagelijks leven, maar ze helpen ons door te dringen tot het onzichtbare en geven woorden aan dingen waar we geen woorden voor hebben. Zo gebruiken we een beeld uit onze ‘gewone werkelijkheid’, namelijk een gouden ring, om de 'diepere werkelijkheid' van liefde en trouw te verbeelden. Zo laten de symbolen (brood en wijn) en symbolische handelingen (breken, schenken, eten, drinken, delen) van het avondmaal ons een glimp zien van Gods werkelijkheid. Symbolen en rituelen spelen een bemiddelende rol tussen God en mens. Ze kunnen een belangrijke brugfunctie vervullen naar de leefwereld van de gelovigen en van grote betekenis zijn in onze ervaring en ontmoeting met God. Meer informatie over kinderen en symbooltaal vind je achterin dit werkboek. Kinderen en het avondmaal Het avondmaal is een prachtig ritueel dat regelmatig in de kerk te zien is. Wat is het mooi als kinderen de symbooltaal die dan gesproken wordt verstaan. Dat ze de boodschap begrijpen, geloven én het verlangen krijgen het avondmaal mee te vieren! In elke gemeente zijn regels die aangeven wie wanneer mag deelnemen aan het avondmaal. In sommige gemeentes is het open voor iedereen maar in veel gemeentes zijn regels opgesteld over wie wel of niet deel mag nemen. Intensief met het avondmaal bezig zijn zoals in deze serie kan bij kinderen en ouders de vraag oproepen of het avondmaal opengesteld mag worden voor kinderen. Deze lessenserie is echter niet bedoeld om een dergelijke discussie op gang te brengen, maar om een onderdeel van de kerkdienst en het geloof aan kinderen uit te leggen aan de hand van de praktijk zoals die bij jullie op dit moment is. We willen de kinderen inwijden in het heilsgeheim zodat zij door de lessen over het avondmaal meer leren over Christus, Zijn offer en Zijn aanwezigheid in het heden. Dat is ook mogelijk als de kinderen niet deelnemen. Enkele mogelijkheden om kinderen die niet deelnemen toch te betrekken bij het avondmaal: - Laat de kinderen (een deel van) de avondmaalsviering bijwonen (zie ook verderop bij ‘organisatie’) - Laat de kinderen helpen met klaarzetten en / of opruimen - Vraag de voorganger of hij bij het breken van het brood en het inschenken van de wijn zich ook op de kinderen richt en hen zo meer betrekt bij het ritueel. - Het brood en de wijn op zich zijn niet heilig of bijzonder, ze worden pas bijzonder in het geheel van het ritueel. Achteraf worden ze dan ook ‘gewoon’ weggegooid of aan de vogels gevoerd. Er is daarom niets op tegen om de kinderen na de dienst een stukje brood te laten proeven. Houd wel rekening met de gevoelens van ouders en andere gemeenteleden die wellicht tijdens het avondmaal met schroom van datzelfde brood hebben gegeten. - Alcohol is schadelijk voor de ontwikkeling van kinderen. We raden dan ook af hen een slokje van de wijn te geven. 5 Opbouw van de serie Elke les leren we nieuwe symboolwoorden en ontdekken we een klein beetje van het geheim van het avondmaal. De serie is als volgt opgebouwd: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken - Les 1 en 2) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken - Les 3 en 4) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken - Les 5 en 6) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar. (Om je heen kijken - Les 7 en 8) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Zo hopen we meer zicht te krijgen op het Heilig Avondmaal gaan we elke keer als we het vieren er iets meer van begrijpen. Structuur van de lessen De lessen zijn opgebouwd uit 5 stappen. Een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen vind je in de handleiding. Hieronder de stappen in het kort: 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 6
6 Een goede voorbereiding is het halve werk We raden jullie aan als team een startbijeenkomst te houden, waarbij bijvoorbeeld de coördinator of voorganger het thema voorbereidt. Je leert dan de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie dan de belangrijkste praktische zaken rondom de verwerking en presentatie van de eindproductie. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Houdt als team een logboek bij waarin jullie noteren wat er tijdens de lessen aan bod is geweest en wie er waren. Lees dit tijdens je voorbereiding door zodat je weet wat er in eerdere lessen ter sprake is gekomen. Je vind een voorbeeld van een logboek achter in dit pakket. Gang van zaken in jullie gemeente Bij het schrijven van deze serie zijn we er van uit gegaan dat de kinderen regelmatig een avondmaalsviering meemaken of gaan meemaken. Juist ook vanwege het zichtbare aspect dat dicht aansluit bij hun dagelijks ervaring. Zijn jullie kinderen er tot nu toe niet bij aanwezig, dan kun je overwegen ze voortaan (een gedeelte van) de avondmaalviering bij te laten wonen. Zorg dat je van te voren weet hoe het er bij jullie praktisch aan toe gaat. Het avondmaal is namelijk wel door Jezus zelf ingesteld en alle christenen zijn het er over eens dat we het moeten vieren maar de manier waarop wordt verschillend ingevuld. Het is daarom goed om op een rijtje te zetten hoe het er in jullie gemeente aan toe gaat. Ook kun je de regels en de redenen hiervoor zelf of met de oudere kinderen onderzoeken. Hieronder een aantal zaken waar je op kunt letten: - Deelnemers: open voor iedereen of regels over wie wel of niet deel mag nemen - Verschil in hoeveelheid brood en wijn (in sommige landen gebruiken ze overigens rijst) - Uitdelen of doorgeven: één persoon (vaak de voorganger) deelt het brood en de wijn uit of de deelnemers geven het aan elkaar door - Op je plaats blijven zitten of naar voren gaan om het brood en de wijn aan te nemen of voorin de kerk aan een tafel gaan zitten - De regelmaat: elke dienst, eens in de maand of een aantal keren per jaar Spreek de lessenserie door met de voorganger om te weten te komen wat de gevoeligheden rondom het avondmaal zijn in jullie gemeente. Wellicht is het ook mogelijk parallel aan deze serie één of meer Bijbelstudieavonden te beleggen zodat jong en oud samen met dit thema bezig is. 7 Extra’s 1. Themalied Er zijn een aantal mooie (kinder)liederen over het avondmaal geschreven. Leer een lied wat bij de serie en jullie mogelijkheden past en zing dat elke week. In het werkboekje staan een aantal fragmenten van teksten. Hieronder een lijstje met titels. Op onze website vind je links naar de teksten en filmpjes ervan. - Psalm 34:4 (berijmd) en 116 - De tafel van samen (Hanna Lam, Tussentijds 105) - Neem dit brood (Elly en Rikkert) - Eet van het brood (Opwekking voor Kids 243) - Eet het brood met mij (Opwekking 318) - Kom nu aan de tafel (Elly Zuiderveld & Dick Le Mair) - Avondmaal (Sela) - Hoe goed o Heer, is ‘t hier te zijn (Gezang 318) - Genadig Heer die al mijn zwakheid weet (Gezang 358). Dit lied heeft dezelfde wijs als ‘Blijf mij nabij’. - Heer, wij komen vol verlangen (Gezang 360) - Eat this bread (Taizé) 2. Bijwonen van een avondmaalsviering Wat zou een lessenserie over het avondmaal zijn als je geen avondmaalsviering bijwoont... Ook als de kinderen in jullie gemeente niet aan het avondmaal gaan is het de moeite waard deze viering met eigen ogen te zien en er de volgende les op terug te komen. Neem daar gerust een hele les de tijd voor. Je hebt dan tijd om na te praten, nog niet afgemaakte pagina’s in het werkboekje af te maken en bijvoorbeeld een lied aan te leren. Meer info hierover vind je in hoofdstuk 9 van dit lesboek. 3. Idee voor thuis Het is mooi als het thema thuis een vervolg krijgt. Stel de ouders op de hoogte van de inhoud van het thema zodat ze weten wat er in de les aan bod is geweest. Ook kunnen ze bijvoorbeeld door middel van een kijktafel het thema of een Bijbeltekst uitbeelden met zichtbare dingen uit het gewone leven. Op de website vind je hierover meer informatie. 4. Afsluitende maaltijd Als afsluiting van de lessenserie kun je een maaltijd organiseren. Dat kan alleen met de kinderen maar je kunt ook verschillende mensen uitnodigen, oud en jong. Als je met elkaar eet, ervaar je wat het is om met mensen een maaltijd te houden. Laat iedereen wat meenemen. Wat over is deel je uit. Laat de kinderen een onderdeel presenteren van wat ze weten en gezien hebben van het Heilig Avondmaal. Wellicht zijn er kinderen die iets willen vertellen over een pagina uit hun werkboekje.
Page 8
8 BELANGRIJKE BIJBELGEDEELTES MET BETREKKING TOT HET HEILIG AVONDMAAL: In de evangeliën: instelling van het avondmaal - Mattheüs 26:26-30 - Markus 14: (12)22-26 - Lukas 22:14-30 In Handelingen: onderhouden en vieren van het avondmaal - Handelingen 2:42, 26 - Handelingen 10:14vv, 28 In de brieven: aanwijzingen voor het vieren van het avondmaal - 1 Korintiërs 10:16-22 - 1 Korintiërs 11:17-34 KINDERBIJBELS Hieronder volgen de gegevens van kinderbijbels waar in de tekst naar verwezen wordt: Titel: Bijbel voor kinderen Auteur: M. Busser en R. Schröder / Uitgever: Van Holkema & Warendorf te Houten / ISBN: 9789047500919 Korte verhalen met levendige dialogen Titel: De Bijbel in makkelijk Nederlands - Online beschikbaar op www.basicbijbel.nl Titel: De Bijbel Voor Jullie (9-12 jaar) Auteur: J.H. Mulder-van Haeringen / Uitgever: H. Medema te Vaassen / ISBN: 90-63533-888 Uitgebreide Bijbel met wel 237 Bijbelverhalen Titel: Startbijbel (8-16 jaar) Auteur: NBG/Vlaams Bijbelgenootschap / Uitgever: NBG / ISBN: Eenvoudige vertaling van de grondtekst van een aantal Bijbelgedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament.. Achtergrondinformatie over deze Bijbels vind je bijvoorbeeld op www.kinderbijbels.nl. Het is ook goed als kinderen op deze leeftijd in de ‘gewone’ Bijbel leren lezen. Gebruik daarom in jullie lessen waar mogelijk een Bijbel in de vertaling die jullie in de kerkdienst gebruiken en eventueel één in een eenvoudigere vertaling. 9 1. Wat is er allemaal te zien? Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Hoe zien (wij en) de kinderen het Heilig Avondmaal? Wat zien we? Wat gebeurt er? We letten op de voorwerpen, de handelingen en de mensen. Kunnen we aan de hand van die dingen die we zien meer te weten komen over waar het om gaat? Laat de kinderen deze les vooral vertellen en probeer nog niet uit te leggen en toe te lichten. Daar hebben we nog zeven lessen de tijd voor! Richt je aandacht Vraag je af Proef, en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij hem schuilt. (Psalm 34:9) ● Lees je liever een boek of kijk je liever een film? Heb je meer met woorden of met beelden?  Met wie zit je graag aan tafel?  Kun je aan tafel zitten met iemand met wie je ruzie hebt?  Wat vind je van de spreuk “Beter een stuk droog brood en vrede dan een huis vol met voedsel en ruzie”? (Spreuken 17:1)  Het Heilig Avondmaal is een bijzondere maaltijd in de kerk. Het bevat veel verwijzingen naar diepere dingen. Welke? Wat begrijp je wel / niet? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Beelden zeggen meer dan woorden. Of eigenlijk: met een beeld kun je iets soms veel eenvoudiger en duidelijker zeggen dan met woorden. Rituelen zijn nog krachtiger. Door de handelingen krijgen de symbolen een diepere betekenis en raken ze de deelnemers ook tastbaar. Ook in de tijd van de Here Jezus aten de mensen brood. Als mensen hebben we eten nodig om te kunnen leven. Brood bij het avondmaal betekent: wij hebben de Here Jezus nodig om te kunnen leven. Alleen door de Here Jezus kunnen we eeuwig leven ontvangen. Wijn heeft de kleur van bloed. Dat verwijst naar het bloed van de Here Jezus. Hij is écht voor onze zonden gestorven. We hoeven daar niet aan te twijfelen! “Zo zeker als ik zie dat het brood voor mij wordt gebroken, zo zeker is zijn lichaam verbroken voor mij. Zo zeker als ik zie dat mij de wijn wordt gegeven, zo zeker is zijn bloed vergoten voor mij. Mijn geloof wordt versterkt door mijn Heiland als ik het brood en de wijn ontvang.” (Zondag 26, Catechismus voor kinderen, dr. W. Verboom) Hij komt ons door en brood en wijn zeer nabij, je ondergaat het. Door de zichtbare handelingen verinnerlijk je de betekenis ervan, je laat het tot je doordringen. En door dicht bij Jezus te zijn, mag je steeds meer op Hem gaan lijken: “We zijn als spiegels die steeds meer de macht en majesteit van de Heer weerspiegelen. Want we gaan steeds meer op Christus lijken. Dat gebeurt door de Geest van de Heer.” (2 Korinthe 3:18). Symbolen verwijzen ook naar iets waar we geen woorden voor hebben en wat we eigenlijk nog niet kunnen zien. God is zo groot en onbegrijpelijk, dat dat niet in woorden is uit te drukken. Daarom spreekt de Bijbel vaker in beelden. Denk aan Jesaja en Johannes. Alleen met beelden konden zij die wonderlijke ervaring beschrijven dat ze de Heer zagen (Jesaja 6, Openbaring 1). We moeten symbooltaal wel leren verstaan. Want onze tijd met zijn veelbelovende beelden roept vooral onze koopdrift wakker. Het bezit van een bepaalde auto belooft vrijheid, het eten van een chocoladereep de sfeer van een subtropisch eiland, het drinken van een likeur de mooiste vrouwen en een zekere bodylotion superieure vrouwelijkheid. Laten we samen met de kinderen oefenen om in de symbolen van het avondmaal iets te zien van de waardevolle beloften die ons door God worden gegeven.
Page 10
10 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Een overzicht van de lessen: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We starten met het zichtbare. Wat is er allemaal te zien bij het Avondmaal? Het is mooi als de mensen in de kerk kunnen horen wat de kinderen zien en waar ze aan denken. Laat de kinderen vooral vertellen en probeer nog niet uit te leggen en toe te lichten. Daar hebben we acht lessen de tijd voor! Nu is het vooral van belang dat je helder krijgt wat er bij de kinderen speelt, wat ze al weten, waar ze vragen over hebben. Noteer die eventueel op een vel papier. Het gesprek over wat er allemaal te zien is bij het avondmaal kun je bevorderen door de voorwerpen er echt bij te pakken. Denk aan een tafel met laken of kleed en de avondmaalschaal, avondmaalsbeker, brood en wijn, een laken dat brood en/of wijn bedekt. Zet alles zo neer dat iedereen het kan zien. Je kunt ook foto’s laten zien van de voorwerpen of van een avondmaalsviering. Hieronder volgen een aantal vragen die je kunt stellen. Bedenk dat het doel van dit gesprek is dat je ze helpt er goed naar te kijken en dat je een beeld krijgt van wat de kinderen al weten. Het gesprek is ook afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en het feit of de kinderen wel eens een viering van het Heilig Avondmaal hebben meegemaakt. We noemen een paar voorbeeldvragen: 11  Heb je deze voorwerpen (in het echt of op de foto) wel eens gezien?  Wat zie je allemaal? - Let op of ze er woorden aan kunnen geven: brood, beker wijn, tafel, kleed, collecteschaal  Wat gebeurt er mee / hoe noemen we dat?  Waar denk je aan als je het brood ziet?  En de wijn?  Zetten we deze voorwerpen voor de sier neer of gebeurt er ook iets mee?  Ken je mensen die naar het Heilig Avondmaal gaan.  Verzamel eventueel enkele vragen die ze later kunnen stellen aan deze mensen.  Wat doen ze? - Dominee – spreken – zegenen – breken – vergieten – delen - Diaken – tafel voorbereiden – mensen een plaatsje wijzen - delen - Mensen – kleine groep of juist iedereen, wel of geen kinderen – delen: wie geeft aan wie – blije / bedrukte gezichten – eten en drinken – maar een klein beetje – allemaal uit dezelfde beker of juist niet  Weten jullie waarom we het avondmaal vieren?  Daar gaan we tijdens de kindernevendienst meer over horen. Vervolg in de groep Praat nog even door over brood in het dagelijks leven  Wat eet je ’s morgens of tussen de middag?  Wat doe je op brood?  Welk brood vind je het lekkerst?  Zou je brood kunnen missen?  Wat gebeurt er als je brood te lang laat liggen? Eet je dat dan nog op?  Waar komt ons brood vandaan?  Welke vader geeft zijn kind een steen als het om een brood vraagt?  Denk aan de zin in het Onze Vader: ‘Geef ons heden ons ons dagelijks brood’ Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we We zetten op een rij wat we tot nu toe weten: het Heilig Avondmaal gaat over de Here Jezus, door meer te weten over het Heilig Avondmaal kom ik meer te weten over de Here Jezus. Daarom gaan we nu eerst in de Bijbel lezen hoe Jezus het avondmaal instelde. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Het laatste avondmaal, een ‘Blijf-dit-doen-viering’ Je vindt het in Mattheüs 26, Markus 14 en Lukas 22. (Op de website vind je een voorbeeldvertelling voor de bovenbouw met aandacht voor Pesach.) Samenvatting: In de kerk wordt het avondmaal gevierd, omdat de Here Jezus daar opdracht voor heeft gegeven. Het was op de avond, voor Hij ging sterven. Samen met
Page 12
12 Zijn discipelen zat Hij om de tafel. Hij zei tegen Zijn discipelen: ‘Jullie moeten dat avondmaal blijven vieren. Net zolang tot Ik uit de hemel weer terug kom naar jullie.’ We weten al best veel over wat het is. Maar jullie hebben vast nog wel vragen. Zijn er dingen die je graag wilt weten? Laten we die opschrijven, dan kunnen we ze er de komende weken steeds weer bij pakken. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips God laat zien wat Hij bedoelt (CD Kijk es!) Neem dit brood (Elly en Rikkert) Eet van het brood (Opw. Kids 243) In Uw huis (Opw. Kids 214) Je ziet Hem niet, maar Hij is er wel (H. Boon) Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Elk kind krijgt een eigen werkboekje. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Daarna nemen we het mee naar huis. Je kunt een en ander thuis nog eens nalezen en het meenemen naar de kerk als we weer avondmaal vieren. Deze les maken we de voorkant van het boekje (zie afbeelding hieronder). De kinderen kunnen tekenen wat er bij het avondmaal op tafel staat en de rand mooi versieren. Wellicht is er een bijzonder verhaal verbonden aan (één van) de voorwerpen die in jullie gemeente bij het avondmaal worden gebruikt, zoals het servies of het tafelkleed. De bekers zijn bijvoorbeeld al oud, er staat een tekst op, het kleed is gemaakt door een 13 creatief gemeentelid, etc. Vertel de kinderen hierover of laat de oudere kinderen deze informatie achterhalen. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Dit is nog maar het begin. Er is nog veel meer te vertellen over het Heilig Avondmaal. Daarom gaan we er de komende weken mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van het laatste avondmaal in staat. Het staat bijvoorbeeld in: de Bijbel voor kinderen, de StartBijbel en de Bijbel voor jullie.  Als jullie de Paasserie “Hij voor ons” hebben gedaan, kun je (de foto’s van) jullie tentoonstelling of presentatie er bij pakken.  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden en andere attributen om de voorkant van het werkboekje naar eigen smaak te versieren.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 14
14 2. Het is volbracht Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Jezus heeft ons de opdracht gegeven: doet dat tot Mijn gedachtenis. Daarom staan we deze les stil bij de kruisiging. We proberen tot ons door te laten dringen wat Hij voor ons deed maar de nadruk ligt op het leven dat wij door Christus mogen ontvangen. We stellen ons de vraag wat Zijn sterven aan het kruis te betekenen heeft voor ons nu. Richt je aandacht Vraag je af Zing voor de HEER die zetelt op de Sion, maak aan de volken zijn daden bekend. (Psalm 9:12) ● Houd je op 4 mei twee minuten stilte om de slachtoffers van de tweede Wereldoorlog te gedenken?  Waar denk je dan aan?  Neem je deel aan het avondmaal?  Zo ja, wat doet het met jou, om Jezus zo tastbaar te gedenken?  Zo nee, waarom niet? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Pascha Als je het woord ‘gedenken’ googlet krijg je een aardige indruk van wat gedenken vandaag de dag betekent. Het gaat vooral om twee betekenissen die eruit springen: het gedenken van overleden dierbaren en het gedenken van gebeurtenissen zoals de Tweede Wereldoorlog. Uit alles wat we in Exodus 13 lezen wordt duidelijk, dat het Pascha vergelijkbaar is met onze dodenherdenking. Het is een nationale gedenkdag, waarin iedereen wordt opgeroepen om terug te denken aan wat er toen gebeurd is. Maar: er is één groot verschil. In de Bijbel gaat het bij gedenken om het gebeuren van het verleden naar het heden te halen. Bij Pascha viert men de uittocht alsof men op dat moment zelf bevrijd wordt. Het is dus geen terugdenken aan vroeger. Het gaat om Gods grote daden uit het verleden die van betekenis zijn voor mijn bevrijding nu. Het Lam dat de zonden wegdraagt Het gedenken versterkt ons vertrouwen, dat Hij dat deed om ons te redden. Zoals Jesaja profeteerde: "Om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53, 5). Daarom gedenken wij met blijdschap en vertrouwen dat Jezus door de Vader in de wereld is gezonden. Als Zoon van God nam Hij ons vlees en bloed aan en werd één van ons. Tijdens zijn rondgang door het land van Israël onderwees Hij ons in de boodschap van Gods Koninkrijk en onderstreepte die boodschap met vele tekenen en wonderen. Uiteindelijk liep zijn werk uit op de dood aan het kruis. Deze dood was uniek, omdat Hij in zijn sterven onze schuld op zich nam en ervoor betaalde. Als een lam dat de zonde wegdraagt werd Hij voor ons geofferd. Doe dit tot Mijn gedachtenis In dat licht krijgen alle stappen van zijn lijdensweg voor ons een diepere betekenis. Als je het brood eet en de wijn drinkt denk je aan meer dan eten en drinken. Hoe? Je kunt heel concreet denken aan de weg die Jezus in de laatste uren voor Zijn sterven aflegde: Als Jezus wordt vastgebonden, bedenken wij dat Hij dat deed om ons te bevrijden. Als Jezus wordt vernederd en smaad ondergaat, bedenken wij dat Hij dat onderging om ons te verhogen. Als Hij door Pilatus onschuldig wordt veroordeeld, bedenken wij dat wij worden vrijgesproken. Als Hij door God verlaten wordt en doodsangst uitstaat, bedenken wij dat God ons in eeuwigheid niet meer zal verlaten. Door de kruisdood mogen wij vrij zijn van de macht van de zonde, de dood en de duivel. Dat is de moeite waard om te vieren! Nu nog in een onvolkomen wereld waar steeds opnieuw oorlog is, straks volkomen als Jezus terugkomt. 15 Leef je in Bekijk eens een aantal World Press Photo’s, lees de krant of kijk naar het journaal. Wat doet lijden met jou? Als je bijvoorbeeld foto’s ziet of verhalen hoort van vernedering, smaad, verlatenheid, mensen op de vlucht, etc.? Hoe is dat voor kinderen? Voor jonge kinderen is dat vooral leed dichtbij: uitgelachen worden, in de steek gelaten worden door een vriendje, alleen zijn in het ziekenhuis. Lijden is heel intens leven, de dood is bijna voelbaar… zo dichtbij komt het dan. Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Beluister, lees of zing met elkaar het lied ‘God laat zien wat Hij bedoelt’ (CD ‘Kijk es’.) Als de juf iets uitlegt op het bord dat door niemand goed begrepen wordt tekent zij er vaak een plaatje bij en iedereen, die snapt het en iedereen is blij Het was niet de juf die dit verzon de bijbel zegt dat God ermee begon kijk, je ziet in bijna elk verhaal als God iets wil vertellen, dan spreekt Hij beeldentaal
Page 16
16 God laat zien wat Hij bedoelt met een plaatje, met een beeld voor wie ogen heeft en kijken wil We hebben vorige week gehoord dat de Here Jezus zelf het avondmaal heeft ingesteld. Dat is ook een soort plaatje. We gaan vandaag verder ontdekken wat Hij daarmee bedoelt. Vervolg in de groep Praat elkaar even bij: waar hebben jullie het vorige week over gehad? Misschien heeft iemand iets van thuis meegenomen dat te maken heeft met het avondmaal, is iemand iets te weten gekomen, etc. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Jezus vond het belangrijk dat we altijd zouden herinneren wat Hij heeft gedaan. Laten we daarom nog eens goed naar het verhaal van de kruisiging luisteren. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: de kruisiging (Je vindt deze geschiedenis in Mattheüs 27, Marcus 15, Lucas 23 en Johannes 19) Afhankelijk van jullie tijd en mogelijkheden kun je je vertelling illustreren met afbeeldingen van de weg die Jezus de laatste uren voor Zijn sterven aflegde. In de Rooms Katholieke kerk noemen ze deze afbeeldingen ‘statiën’ en in veel kerken vormen ze een route door de kerk, een zgn. ‘kruisweg’. Op de website vind je enkele links naar deze afbeeldingen. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben en /of het ‘Onze Vader’ bidden. Liedtips Als ik mijn ogen sluit en denk aan Golgotha Vader in de hemel, heilig is Uw Naam Eli, Eli, lama Sabachtani Eet van dit brood Neem dit brood Ik heb Jezus nodig 17 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les werken. In deze verwerking leggen we de nadruk op het leven dat wij door Christus mogen ontvangen. Deze zijn afgebeeld aan de rechterkant van het kruis. Afhankelijk van het niveau en de voorkennis van de kinderen kun je hier meer of minder diep op in gaan:  Kijk samen met de kinderen naar de afbeeldingen aan de linkerkant. Wat zien ze?  Hoe zag dat er uit in het leven van Jezus? - Gebonden – Hij werd gevangen genomen en aan het kruis gehangen - Vernederd – Hij kreeg een doornenkroon op Zijn hoofd en werd als misdadiger gestraft - Vervloekt – de omstanders bespotten Hem, op het kruis hing een bord met de tekst ‘Koning der Joden’ - Verloren – toen het donker werd, werd Hij zelfs door God verlaten  Welke woorden en beelden van de rechterkant horen daar bij? - Als Jezus wordt vastgebonden, bedenken wij dat Hij dat deed om ons te bevrijden. Hij heeft de straf op zich genomen die wij als mensheid hadden verdiend, Hij heeft ons vrijgekocht met Zijn leven, door te sterven! - Als Jezus wordt vernederd en smaad ondergaat, bedenken wij dat Hij dat onderging om ons te verhogen. We mogen kinderen van God zijn / worden. - Als Hij zich laat vervloeken, bedenken we dat wij worden gezegend. Zegenen betekent: goede woorden spreken. Wanneer horen we die? Denk aan Bijbellezen, zegenen en vriendelijke woorden van vrienden en familie. - Als Hij door God verlaten wordt en doodsangst uitstaat, bedenken wij dat God ons nooit meer zal verlaten. Het beeld van de Goede Herder laat zien dat God ons opzoekt en dat we veilig bij Hem mogen zijn. Als jullie meer tijd hebben kun je hierover met de kinderen van de bovenbouw doorpraten in groepjes van bijv. twee kinderen. We noemen een paar voorbeeldvragen:
Page 18
18  Wat betekent dat voor ons nu? Hoe ziet dat er uit? Etc.  Vraag aan de kinderen door welke afbeelding of tekst ze zich het meest aangesproken voelen.  Deze kunnen ze in hun boekje overnemen. Hebben jullie meer tijd, dan kun je ze ook actuele foto’s, afbeeldingen, tekeningen of woorden erbij laten zoeken. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de kruisiging in staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor jullie en de Startbijbel.  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden, etc.  Eventueel afbeeldingen van kruiswegstaties of een kruisweg. Een kruisweg is een route door de kerk, langs veertien taferelen van de kruisweg van Jezus, de zogenaamde statiën. Bij elke statie kun je even stilstaan om te gedenken wat Jezus deed. Door dat zo te doen, wordt het gedenken heel concreet en heel praktisch. Want als je aan alles tegelijk denkt, denk je waarschijnlijk aan niets.  Een link naar afbeeldingen van de kruisweg van Jezus vind je op onze website onder ‘extra’s’.  Eventueel kranten en tijdschriften.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 19 3. Kijk eens goed! Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling In deze les delen we met elkaar dat het verhelderend kan zijn om de dingen van een andere kant te benaderen. Je kent dat wel: a ha, zo had ik het nog nooit bekeken… Zo was het ook bij de Emmaüsgangers: ze waren bedroefd omdat Jezus er niet meer was. Een vreemdeling confronteert hen met diverse Bijbelteksten. Tijdens het breken van het brood ontdekken ze dat het Jezus was. We staan stil bij de dingen die voor ons moeilijk zijn en hoe we daarmee om kunnen gaan. Richt je aandacht Vraag je af Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan; ik geef raad, mijn oog is op u. (Psalm 32:8) ● Zie je Jezus in je dagelijks leven, in de gewone dingen?  Hoe is Jezus aanwezig voor jou?  Zie je Jezus als je naar het avondmaal kijkt, het brood eet en de wijn drinkt?  Kunnen brood en wijn je helpen, kom je dan dichter bij Hem?  Vraag van een kind: voel je dan dat je zonden vergeven zijn? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Gesloten ogen Twee mannen gaan weg uit Jeruzalem. De één heet Kleopas, de ander blijft anoniem. Misschien wel om onszelf als reisgenoot te kunnen invoegen… Wie het ook zijn, ze gaan terug naar huis, naar Emmaüs. Waarschijnlijk omdat ze zich niet meer thuis voelen in de gemeenschap van de discipelen. Ze waren bijeen om te rouwen en plotseling komt het bericht dat Jezus opgestaan is uit de dood. Dat brengt hen in verwarring en zorgt ervoor dat zij weggaan. (De eerste kerkverlaters …?) Terwijl ze met elkaar in gesprek zijn, komt Jezus erbij lopen. Zij herkennen Hem niet. Hun blik wordt vertroebeld vanwege hun verdriet. Hoe kijken wij zelf? Zie je alleen maar duisternis en zorgen of heb je al zicht op de daden van God? Jezus gaat niet direct tegen hen in, maar loopt eerst een eind mee op. Hij stelt hun de vraag wat hen scheelt. Met deze open vraag nodigt Hij hen uit om te vertellen wat er is gebeurd en te vertellen waarom zij zo verdrietig zijn. Een geopende Bijbel Als ze hun teleurstelling hebben uitgesproken vermaant Jezus hen. Niet om hen te bestraffen, maar om hen terug te brengen in de gemeenschap van Christus. Hij confronteert hen met diverse teksten uit het Oude Testament. “Hebben jullie niet begrepen wat de profeten hebben gezegd?” En Hij legt uit dat die teksten nu in vervulling zijn gegaan. Hij is het Woord zelf dat ons aanspreekt en ons oproept om te geloven. Dat hebben wij ook nodig. Want je kunt over teksten heen lezen. Je hebt ze wellicht al zo vaak gelezen. Laat jij je er nog door verrassen door het Woord van God? Laat jij je nog aanspreken en opbouwen in je geloof? Aan het eind van de dag komen ze aan in Emmaüs en Jezus doet alsof Hij verder gaat. Maar een metgezel laat je niet alleen in het donker verder gaan en de twee mensen nodigen Hem dan ook uit om bij hen thuis te komen. Geopende ogen Als Jezus binnen is, neemt Hij de rol van gastheer over. Hij spreekt het zegengebed uit. En dan … worden hun ogen geopend en in het breken van het brood herkennen ze Jezus. Terugkijkend beseffen ze wat het in hen was: een verlangen naar Jezus. Ze gaan dan ook snel terug naar Jeruzalem om te getuigen van de levende Heer. Daar in Jeruzalem worden ze ontvangen met de vreugdeboodschap van de anderen: “De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en is aan Simon verschenen.” Wanneer in het avondmaal het brood gebroken wordt is Hij weer bij ons en herkennen we Hem. Hij is bij ons wanneer wij al luisterend naar Zijn woorden in Hem gaan geloven. Hier schieten woorden te kort, dat kun je alleen maar ervaren!
Page 20
20 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Stel de kinderen de vraag: zijn er dingen die je moeilijk vindt of niet snapt?  Wat doe je dan? Bijvoorbeeld vragen of iemand je helpt, de juf, je ouders, een vriendje of klasgenoot.  Hoe doen jullie dat op school? Bijvoorbeeld eerst zelf goed nadenken, dan aan je klasgenoot naast je vragen, dan aan de juf of meester.  Noem eens een voorbeeld.  Snappen de grote mensen alles?  Noem zelf een voorbeeld van iets wat je eerst niet begreep maar na uitleg van een ander wel of vraag de volwassenen in de kerk om een voorbeeld te noemen. Als het gesprek moeilijk op gang komt, kun je ook met de laatste vraag beginnen. Vervolg in de groep Zijn er ook dingen in de Bijbel die je moeilijk vindt? Helpt het als iemand het uit legt? Ook hier kun je een voorbeeld van jezelf delen met de kinderen. 21 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we wat ons kan helpen dingen beter te begrijpen. We lezen vandaag wat Jezus doet om dingen uit te leggen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Emmaüsgangers (Je vindt dit verhaal in Lucas 24) Jezus opende de ogen van de Emmaüsgangers door het breken van het brood. Toen begrepen ze wat Hij hen eerder vertelde vanuit de Bijbel. Daar werden ze blij van. Ze gingen snel terug naar Jeruzalem om te vertellen wat ze ontdekt hadden. Ze wilden de andere discipelen vertellen dat ze Jezus hadden ontmoet. Als jullie meer tijd hebben kun je met oudere kinderen de volgende tekst lezen: In een Joods sprookje wilde de Romeinse keizer de God der Joden zien. De rabbi zei hem dat geen sterveling op aarde ooit zo'n volmaaktheid zou kunnen aanschouwen. De dag daarop, in de heetste julizon, vroeg de wijze rabbi aan de keizer hem op een wandeling te vergezellen. Onderweg wees de rabbi naar de fel stralende middagzon en hij vroeg de keizer om in die felle zon te kijken. "Dat is niet mogelijk," riep de keizer uit, "mijn ogen kunnen de geweldige schittering van dit grote hemellichaam niet verdragen." "Wat?," antwoordde de rabbi glimlachend, "hoe kan voor een machtige Romeinse keizer iets op aarde onmogelijk zijn?" De keizer sloeg zijn ogen neer, terwijl de rabbi zei: "Keizer, als de zon die slechts een dienaar van de grote meester is, je ogen al verblindt, hoe zou je dan ooit naar het meest verheven en zuiverste gelaat kunnen kijken? Geef toe dat zoiets niet mogelijk is. Zoek hem met andere ogen, met de ogen van je hart." Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Hij kan zomaar naast je lopen We konden het maar niet geloven Weet je dat de lente komt Jezus, ik wil U bedanken Wij danken U Het is fijn om je vriend te zijn
Page 22
22 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We werken verder aan ons boekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn: we gaan met elkaar werken aan een boekje over het avondmaal. Elke les komt er een bladzijde bij. De kinderen die er de vorige week niet waren kunnen ook aan hun voorkant werken. Als er ruimte en aandacht voor is kun je de kinderen er op wijzen dat ook het avondmaal ons helpt om te begrijpen wat Jezus voor ons heeft gedaan. Tijdens de starter hebben we al stil gestaan bij de vraag: zijn er dingen die je moeilijk vindt of niet snapt? Zijn er ook dingen in de Bijbel die je moeilijk vindt? Op het werkblad kunnen de kinderen dingen tekenen en schrijven die hiermee te maken hebben:  Ik vind het best moeilijk om dingen van God te snappen (noem een voorbeeld). Vind jij dat ook? Welke dingen?  Jezus kan ook jouw ogen openen als je iets moeilijk vindt. Hij laat soms andere mensen daarbij helpen. Wie zouden jou kunnen helpen als je vragen hebt?  Tekenen, met vragen die je hierbij kunt stellen: - Open ogen. Wat ziet dit jongetje? - Een bijbel in de handen van het kind. Wat leest hij? - In het huisje: iets waardevols wat je ontdekt hebt, mensen die je vragen kunt stellen, etc. 23 Alternatieve verwerking: tableau- vivant (levend schilderij) van het Bijbelverhaal. Bij deze activiteit beelden de kinderen een verhaal in stilstaande beelden uit. Het Bijbelgedeelte over de Emmaüsgangers bevat drie scenes (zie leestekst voor de leiding op pagina 17).  Verdeel de scènes over de drie groepjes en laat elke groep een scène in beeld brengen als een tableau- vivant.  Bespreek wie waarom wat doet.  Vertoon het tijdens de dienst op het podium.  Maak van elk tableau een foto en stel zo een strip- verhaal samen voor in het boekje van de kinderen. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de Emmaüsgangers in staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor jullie en de Startbijbel.  Werkboekje voor elk kind.  Kleurpotloden, stiften, pennen.  Voor de alternatieve verwerking: fototoestel en eventueel verkleedkleren.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 24
24 4. Eén met Jezus Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Dingen die we kennen uit ons eigen leven, die we herkennen, kunnen zien en proeven, gebruikt God om Hem te zien. De wijnstok en de ranken zijn symbolen die ons erop wijzen dat we (geestelijk) gevoed worden als we met Hem verbonden blijven. Geloven is verbonden zijn met Jezus, ja zelfs nog dieper… één zijn met Jezus. We denken er over na hoe wij met Hem verbonden kunnen blijven. Richt je aandacht Vraag je af Steeds houd ik de HEER voor ogen, met hem aan mijn zijde wankel ik niet. (Psalm 16:8) ● Ben jij verbonden met Jezus?  Wat betekent dat voor jou? Wanneer en hoe ervaar je dat sterk, wanneer minder…  Is jouw geloofsleven een bloeiende plant of is hij dor en droog?  Hoe wordt jij gevoed in je geloof?  Draagt jouw plantje ook vrucht? Welke? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Waar is de Here Jezus op dit moment? Dat is een vraag die een kind zo maar kan stellen. Maar ook een volwassene kan deze vraag hebben. Het antwoord is: Hijzelf is nu niet meer zichtbaar onder ons, maar wel door zijn Woord en Geest. In persoon is Hij teruggekeerd naar de heerlijkheid van Zijn Vader. Vandaaruit is Hij verbonden met de gelovigen op aarde. Zijn Woord horen we in de Bijbel, in de preek, in de ervaringen die mensen hebben. Door Zijn Geest werkt Hij in mensen. Het is overigens niet zo eenvoudig om ons voor te stellen dat de Here Jezus in de hemel is. Het is eenvoudiger om terug te denken aan de tijd dat Hij rondwandelde op aarde. Maar het gaat bij het avondmaal niet alleen om Jezus-in-herinnering. God laat ons beginnen met ervaringen dichtbij om ons meer te leren over het bijzondere leven met Hem, juist nu! Het brood en de wijn die op tafel staan zijn een aansporing om omhoog te kijken! Voor Hij gaat sterven legt Hij in Zijn afscheidsrede aan zijn discipelen uit, hoe het is om zonder Zijn lijfelijke aanwezigheid te leven. (Joh 13-16). In Joh 15:1-8 vergelijkt de Here Jezus zichzelf met een wijnstok. De gelovigen zijn de ranken die in deze wijnstok ingeplant worden. De takken krijgen het sap vanuit de wijnstok. Zonder deze verbinding met de wijnstok is er geen leven mogelijk en kunnen de gelovigen ook geen vrucht dragen. Hier onthult Jezus iets over zichzelf: Hij laat zien wie Hij is en waar Hij vandaan komt. Als Jezus zegt: ‘Ik ben de …’, dan herinnert dat aan de naam die God heeft (Ex.3:14: Ik ben die Ik ben.) Dat laat zien dat er een eenheid en een gemeenschap is tussen de Vader en Christus. De gelovige mag één worden met Christus en daardoor ook deel uitmaken van de gemeenschap met God. Johannes is niet de enige schrijver van het Nieuwe Testament die spreekt over gemeenschap hebben met Christus. Paulus spreekt daar ook over:  De gelovige is in Christus, d.w.z. in een gebied / een gemeenschap waar niet meer de zonde of de duivel heerst, maar Christus.  Tegelijkertijd wordt Christus in het hart van de gelovige geplant en wordt de gelovige gereinigd en gezuiverd en kan hij weer Gods wil doen. Het avondmaal is bedoeld als versterking van ons geloof: geloven is leven in de gemeenschap met Christus. ‘Deze maaltijd is een geestelijke dis, waaraan Christus ons deel geeft aan zichzelf met al zijn schatten en gaven en zowel zichzelf als de verdiensten van zijn lijden en sterven doet genieten; Hij voedt, sterkt en troost onze arme, troosteloze ziel door het eten van zijn vlees en verkwikt haar door het drinken van zijn bloed’. (Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 35) 25 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Laat aan de kinderen een verdord èn een fris groen plantje zien en ga in gesprek over het verschil tussen die twee. Maak het persoonlijk door bijv. een dood plantje uit je tuin of vensterbank mee te nemen (als je die hebt natuurlijk…) Als een kind aangeeft zelf wel eens een plantje verzorgd te hebben, ga hier dan op in.  Hoe zou het komen dat dit ene plantje dood is gegaan?  Wat heeft een plantje nodig om te groeien? Water, licht, warmte, aarde.  Hoe gaat dat dan met water, licht, warmte en aarde? Eet of drinkt hij? Vervolg in de groep Praat de kinderen bij die er de vorige keer / keren niet bij waren. Pak de verdorde en groene plant er bij.  Kijk eerst samen naar de verdorde plant.  Hoe is dat zo gekomen?  Kijk samen naar een afbeelding van een wijnstruik (zie werkblad) en praat over de verschillende onderdelen: wortels, stam, takken (ranken) en vruchten. Knip de onderdelen eventueel los van elkaar en vraag bij elk onderdeel waar het hoort. Laat ze daarbij opplakken door een kind.  Praat ook over de groei: hoe groeit de plant, hoe groeien de vruchten? - Sapstromen - teken bijvoorbeeld pijlen van de wortels via de hoofdstam naar de uiteinden van de ranken.
Page 26
26 - Groeien - hiervoor zijn (zon)licht, warmte en water nodig. - Snoeien - de wijnbouwer laat de ranken niet zo lang worden. Elk jaar snoeit hij ze: hij snijdt een stuk van de ranken af. Zo wordt het sap voor de vruchten gebruikt en niet voor lange takken.  Wat gebeurt er met de struik als je de ranken afknipt? En met de ranken?  Pak de groene plant er eventueel bij en bekijk hem samen goed.  Waar zitten de stam, de ranken, de vruchten, de wortels, etc. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Een plantje kan groeien doordat het verbonden is met lucht, warmte en wortels. Je moet hem goed verzorgen, anders gaat hij dood. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Gelijkenis van de wijnstok en de ranken (Je vindt deze in Johannes 15) De Here Jezus liep een keer langs zo’n wijnstok en toen vertelde Hij de discipelen een verhaal: Jezus zei: "IK BEN de echte wijnstruik en mijn Vader is de wijnboer. Elke tak aan Mij waar geen vruchten aan groeien, haalt Hij weg. Elke tak waar wel vruchten aan groeien, snoeit Hij. Hij maakt hem schoon van alles wat daar niet mag groeien. Zo gaan er nog meer vruchten aan die tak groeien. Jullie zijn al schoon door wat Ik jullie heb gezegd. Ik blijf in jullie. Blijf nu ook in Mij. Als een tak niet aan de wijnstruik blijft vastzitten, kunnen er geen vruchten aan groeien. Zo kan er ook geen vrucht aan jullie groeien, als jullie niet in Mij blijven. IK BEN de wijnstruik en jullie zijn de takken. Als jullie in Mij blijven en Ik in jullie blijf, zal er veel vrucht aan jullie groeien. Want zonder Mij kunnen jullie niets doen. Als jullie niet in Mij blijven, verdrogen jullie. Verdroogde takken worden weggegooid en verbrand. Maar als jullie in Mij blijven en mijn woorden in jullie blijven, zullen jullie alles krijgen wat jullie vragen. Het eert mijn Vader als er veel vrucht aan jullie groeit. Het laat zien dat jullie mijn leerlingen zijn." (© Basicbbijbel.nl)  Wat zou Jezus hier mee bedoelen?  Hoe kunnen we dicht bij Jezus blijven en gevoed worden? (Bidden, Bijbellezen, naar de kerk gaan, avondmaal vieren) Let op: als verteller moet je je goed voorbereiden en je bewust zijn van de symboliek in het verhaal. Zonder de betekenis van de symbolen letterlijk uit de spreken, kun je ze overbrengen aan de kinderen. Dat doe je door de nadruk te leggen op de bedoeling van het symbool en minder op het symbool zelf. Net zoals een plantje kan groeien doordat het verbonden is met lucht, warmte, wortels zo zijn we ook verbonden met Jezus. Hij voedt je, Hij snoeit je, anders zou je scheef groeien of omvallen… 27 Jezus bedoelt dat wij net als die ranken, niet kunnen groeien, sterk worden en vrucht dragen zonder de voeding die Hij geeft. Dat kan alleen als we net als die ranken verbonden blijven met de stam. Nu zijn wij natuurlijk geen ranken die vastzitten aan een stam. Maar we kunnen wel dicht bij God blijven door te luisteren naar Zijn woorden, zodat we gevoed worden met Zijn liefde. En met Zijn boodschap in je hart kun je groeien, word je sterk en heb je de kracht om op Hem te lijken in je leven. Dan zul je zijn liefde terugzien net als druiven aan de ranken. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Lees je Bijbel, bid elke dag Ik heb Jezus nodig Ik ben de ware wijnstok Is je deur nog op slot? Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. Deze keer een verbeelding van het Bijbelgedeelte (en het lied):  De vruchten ontbreken nog. Bedenk met de kinderen welke vruchten daar aan komen en laat ze die tekenen. Daag ze uit niet alleen de letterlijke vruchten maar ook geestelijke vruchten te noemen, maar overvraag ze niet.  Gebruik eventueel het lied dat erbij staat.  Hoe wordt de plant gevoed? Kunnen ze dat ook tekenen of er bij schrijven?  Waarom zou de illustrator het jongetje erbij getekend hebben?  Hoe kunnen wij dicht bij Jezus blijven en gevoed worden? Denk aan bidden, Bijbellezen, naar de kerk gaan en het avondmaal vieren. Hoe beeld je dat uit of schrijf je het op?  Zing tijdens jullie werk samen ‘Lees je Bijbel, bid elke dag, dat je groeien mag’.
Page 28
28 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een verdord plantje en een frisse groene plant, bij voorkeur een wijnstok of plant die daarop lijkt. Een snackkomkommerplant is hiervoor erg geschikt. Deze heeft ook ranken waaraan de vruchten groeien. Als je geluk hebt hangen er zowel bloemen als vruchten in diverse stadia in.  Een eenvoudige Bijbel, bijvoorbeeld de Startbijbel  Werkboekje voor elk kind.  Eventueel een vertelplaat van de wijnstok en plaatjes van de losse druiven (zie volgende pagina).  Stiften, kleurpotloden, etc.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. Vertelplaat bij les 4 van Het Heilig Avondmaal Tirza Beekhuis © sAmen
Page 30
30 5. Een voorproefje Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Jezus heeft gezegd dat Hij terugkomt. In de Bijbel lezen we dat Het Lam (Jezus Christus) dan zal oordelen en een bruiloftsmaal zal aanrichten. Het Heilig Avondmaal is een ‘voorsmaak’, een ‘voorproefje’ om onze smaak op te wekken, om ons te laten verlangen naar meer. We bedenken hoe die bruiloft zal zijn, zodat we er des te meer naar gaan verlangen! Richt je aandacht Vraag je af ‘Zo is God, onze God, nu en altijd, hij is het die ons leidt, voor eeuwig.’ (Psalm 48:15) ● Heb je vandaag gedacht aan de komst van Jezus?  Denk je weleens aan Zijn wederkomst?  Wanneer bijvoorbeeld?  Welke gedachte leeft dan in jou? Verwachting, vernieuwing, oordeel…  Waar zijn jouw toekomstplannen op gericht? Materiële rijkdom, geluk, kennis, toekomst zonder ziekte en verdriet, verdrukking en onrecht?  Hoe kun je tijdens het avondmaal en in heel je geloofsleven (meer) toekomstgericht zijn? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Goede herinneringen zijn vaak verbonden met maaltijden, met gezamenlijk eten. Een picknick samen met vrienden, een ‘potluck (ieder brengt iets te eten mee)-lunch’ met je gemeente, een diner met je familie, buiten eten op vakantie met je gezin. Wellicht heb je op zo’n moment wel eens gedacht: zo is het leven door God bedoeld, mensen die het goede wat ze gekregen hebben samen delen, een glimp van de hemel midden in het alledaagse. In de Bijbel is de maaltijd daarom vaak een beeld van het Koninkrijk van God: het is een moment van ontmoeting tussen mens en God. Aan die maaltijd voegt Jezus een nieuw element toe. De tekenen van brood en wijn wijzen naar Zijn offer dat voor ons de weg naar het Koninkrijk opende. “Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. (1 Korintiërs 11: 26)”. En als Hij komt mogen we met Hem aan tafel gaan (Mattheüs 26:29). We lezen er al van in het Oude Testament, in Jesaja 25:6-12. Daar wordt verhaald van een feestmaaltijd, die door de Here wordt georganiseerd. Deze maaltijd vindt plaats op de Dag van de Heer. Dit is de dag waarop Christus terug komt en laat zien dat Hij koning is over heel de wereld. Geweldenaars, machthebbers en tirannen verliezen hun macht, zondaars worden geoordeeld. Vanaf die dag is het de Here die regeert. De dood is verslagen. Zoals het volk Israël in het verleden op God kon vertrouwen, zo vertrouwen ze ook nu nog op Hem (vers 9). Op deze Dag van de Heer grijpt Hij definitief in. Vanaf dan zal er een nieuwe tijd zijn: God woont op aarde onder de mensen (in de tempel van Jeruzalem, zie vers 6 en 7). In het Nieuwe Testament wordt deze maaltijd op de Dag van de Heer verbonden met de wederkomst van Christus. In Lucas 22 staat dat wanneer alles vervuld zal zijn, Jezus weer met ons aan tafel zal zitten. In Openbaringen 19 zien we dat deze maaltijd staat voor het feestmaal tijdens de bruiloft van het Lam. Aan het einde der tijden zal het koninkrijk ten volle baan breken en één groot avondmaal worden aangericht. Dan zijn er geen mensen meer die niet deelnemen. Dan vult Gods koninkrijk de hele aarde. Het lijkt zo karig – één stukje brood dat ons deelgenoot maakt aan het lichaam van de Heer, één slokje wijn dat ons bepaalt bij het bloed van de Heer. Bedenk dat het nog maar een voorproefje is, een amuse, een hapje om je smaak op te wekken en je te laten verlangen naar meer. Naar een maal met de Heer in overvloed. 31 Leef je in Kinderen leven graag naar een speciale dag toe: hun verjaardag, Sinterklaas, een bruiloft. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde: ook daar denken kinderen graag over na: hoe het in de hemel zal zijn? Hoe vermoed jij dat ze daar over denken? Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Ga met de kinderen in gesprek over feesten en dat het soms lang duurt voor het zover is. Met behulp van onderstaande vragen verken je met elkaar de waarde van wachten.  Wat is voor jou het grootste feest van het jaar? Je verjaardag, Sinterklaas, Kerst, oud en nieuw, een bruiloft, Valentijnsdag?  Je verlangt naar iets, je gaat er met je hele zijn naar uit zien, je denkt eraan, je stelt je er iets bij voor, je praat erover, droomt ervan. Wat voel je dan? Je voelt bijvoorbeeld kriebels in je buik. Je doet helemaal mee met huid en haar…, denk aan kippenvel van de spanning of een tinteling op je tong)  Wachten duurt soms lang. Hoe ga je daarmee om? Gebruik je bijvoorbeeld een aftelkalender?  Wat heb je liever? - Geen feesten, dan hoef je ook niet steeds te wachten… - Wel feesten, dan maar wachten…
Page 32
32 Vervolg in de groep Feesten zijn fijne gebeurtenissen. Maar er zijn in ons leven ook dingen die niet leuk zijn.  Wat bijvoorbeeld? (ruzie, oneerlijkheid, afpakken, pesten, etc.)  Doe je zelf ook wel eens iets fout?  Met de midden- en bovenbouw kun je de tekst lezen uit Romeinen 7: Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik. (Rom. 7:19)  Hoe zouden jullie het vinden als die dingen er niet meer zijn? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Wij houden van feesten en lekker eten. Maar soms gaat het niet goed en is het niet leuk. Wat dan? Daarover gaat het Bijbelverhaal waar we nu naar gaan luisteren. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De bruiloft van het Lam Dit verhaal is gebaseerd op Jesaja 25 en Openbaringen 19. Je kunt de details over het vieren van het avondmaal in de vertelling aanpassen aan hoe jullie avondmaalsviering verloopt. Aan tafel! “Marlies, Thijs, komen jullie eten?”. Mama staat in de deur van de bijkeuken en roept. Marlies en Thijs zijn heerlijk aan het schommelen, maar als mama roept, hollen ze direct naar haar toe. Mama heeft beloofd, dat ze vanavond knakworstjes zouden krijgen, en daar hebben ze wel zin in. Even later zitten ze aan tafel te smullen van twee worstjes tussen een wit bolletje, mmmmm. “Wat een blije gezichten” zegt papa. Na het eten pakt papa de Bijbel, maar hij begint niet meteen te lezen, zo als anders. “Jullie weten vast nog wel wat er op de eerste bladzijde van de Bijbel staat, hè?” vraagt hij. Ja, hoor dat weten Marlies en Thijs wel. Dat is het verhaal van de Here God, Die alles heel mooi maakte: de wolken, de sterren, de bloemen, de dieren én de mensen. Iedereen woonde in een mooie tuin, het paradijs. En de mensen mochten van de Here God voor alles om hen heen zorgen. “Maar deden de mensen dat wel goed?” vraagt vader. Thijs denkt even na, maar Marlies roept meteen: “Eerst wel, maar toen gingen ze niet meer naar God luisteren, en moesten ze het paradijs uit”, “Ja”, zegt Thijs, “en toen ging het allemaal verkeerd. Ze gingen vechten en maakten de aarde vies”. “O, ja en toen werden de mensen ook ziek of verdrietig en alles ging een keertje dood”. Marlies kijkt er heel verdrietig bij. “Kijk” zegt vader “toen je net zo lekker zat te eten, keek je heel blij Marlies, en nu zie ik een heel verdrietig gezicht. Nú zijn we soms blij en dan weer boos of bang of verdrietig. 33 Maar er gaat een keer iets gebeuren……dat is zo mooi, dat we nooit meer verdrietig of boos zullen zijn. Weten jullie wanneer dat is?” Ze denken allebei heel goed na, en dan roepen ze tegelijk: “Als de Here Jezus terugkomt!”. “Goed zo” zegt papa, en daar ga ik nu een stukje over lezen uit de Bijbel. Heel lang geleden heeft de profeet Jesaja al verteld over de Here Jezus, dat Hij op aarde wilde komen, om voor onze zonden de straf te dragen. Dat was voor de Here Jezus heel verdrietig. Gelukkig weten wij, dat Hij niet in het graf is gebleven, maar weer is opgestaan, en terug gegaan is naar Zijn Vader in de hemel. En nu vertelt Jesaja, dat Hij nog een keer naar de aarde terugkomt, en dan zet Hij een hele grote tafel klaar, en alle mensen, die bij Hem horen mogen dan allemaal bij Hem aan tafel komen zitten. En dan geeft Hij iedereen heel veel en lekker eten. Luister maar”. Marlies en Thijs horen, dat iedereen op de aarde de Here Jezus dan zal zien en begrijpen wie Hij is. En niemand zal meer verdrietig kijken of boos zijn of sterven. Alleen maar blije gezichten. “Nu wil de Here Jezus ook graag, dat we het goed onthouden en er steeds aan denken, dat Hij nog een keer terug komt. Hoe zouden we dat in de kerk kunnen doen?” vraagt vader. Maar dat vinden Marlies en Thijs wel een erg moeilijke vraag en ze kijken naar mama, zou die hen helpen? Mama lacht en zegt: “Morgenochtend gaan we naar de kerk, en dan zullen jullie het zien, wat papa bedoelt”. De volgende morgen kunnen ze bijna niet wachten, tot het tijd is. Eindelijk lopen ze naar hun plekje voor in de kerk. Hè, wat is dat? Voor in de kerk staat een tafel met een mooi wit kleed. Er staat nog meer, maar dat is niet te zien, daar ligt een witte doek over. “Kijk, zegt mama zachtjes, “straks vraagt de dominee aan de mensen om aan tafel te komen, en dan krijgen ze een stukje brood en een slokje wijn. Dat staat klaar onder die witte doek. Zo kunnen de mensen denken aan de Here Jezus, die gestorven is voor hun zonden. Maar als ze aan tafel zitten, mogen ze ook aan die tafel denken, die de Here Jezus klaar zal zetten, als Hij weer terug komt naar de aarde”. Stilletjes kijken Marlies en Thijs naar alles wat er gebeurt. Als ze uit de kerk thuiskomen, heeft mama een extra grote koek bij de limonade, “want” zegt ze “vandaag is het een extra mooie zondag, omdat we avondmaal mochten vieren in de kerk, want zo heet het als je samen in de kerk aan tafel gaat”. ´s Middags regent het en kunnen ze niet gaan wandelen. “Ik ga een mooie tekening maken van het avondmaal, en dan hang ik hem op mijn kamer. Kan ik er steeds naar kijken en er thuis ook aan denken, dat de Here Jezus nog een keer terug komt”, zegt Thijs. Dat vindt Marlies een goed idee. En samen maken ze de mooiste tekening, die ze ooit gemaakt hebben! Gebed Lieve God, wat een prachtige stad. Mogen wij daar eens wonen? Dat zal een feest zijn, voor altijd. Dank U wel! (A.F. Troost, Alle mensen) Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben.
Page 34
34 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. Deze les tekenen we een tafel vol met lekker eten dat we zouden willen eten als Jezus terugkomt De kinderen kunnen de hemelse stad Jeruzalem afmaken, de arend, en het eten. Tip: zorg voor goud, zilver en glitterpennen, glimstikkers en dergelijke voor de stad. Afhankelijk van jullie tijd en mogelijkheden volgen hieronder een aantal gesprekstips: Bij bijzondere gelegenheden is er vaak een maaltijd.  Deel je ervaringen met elkaar. Bijvoorbeeld - een diner tijdens een bruiloft - lekkere hapjes op een verjaardag - mogen kiezen wat jullie op je verjaardag eten  Hoe zou de maaltijd tijdens de Bruiloft van het Lam er uit zou kunnen zien?  Wat zou er tijdens de Bruiloft van het Lam gegeten worden?  Wat betekent het dat Jezus zegt: “Want Ik zeg jullie dat Ik geen wijn meer zal drinken, totdat het Koninkrijk van God is gekomen.” (Lucas 22:18)  Wie neemt de bediening op zich?  Lees met elkaar Jesaja 65:17-26 (in een eenvoudige vertaling, bijvoorbeeld van http://www.basicbijbel.nl).  Hoe stel je je de wederkomst voor? De volgende vragen kunnen je hierbij helpen:  Ik denk…  Wat weet je al over de wederkomst? - Ik weet… - Dat las ik … - Dat ik hoorde ik van…  Wat zou je nog meer willen weten? Hoe gaan we daar achter komen?  Wat wil jij graag vernieuwd zien in deze wereld?  Wat wil je in je eigen leven graag vernieuwd zien? 35  Wanneer denk jij aan de wederkomst?  Gebruik eventueel ook het lied op het werkblad.  Teken daarna over dit feest in het werkboekje of op een apart vel papier. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Lees eens verschillende stukken uit de Bijbel over de wederkomst en kijk of je de vragen die we hebben kunt beantwoorden. Met wie zou je weleens over de wederkomst willen praten? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een flap-over o.i.d. om jullie ideeën op te schrijven of te tekenen  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden, etc.  Goud, zilver en glitterpennen, glimstikkers en dergelijke om de stad te versieren.  Eventueel een Bijbel of het Bijbelgedeelte uit Jesaja en het lied op papier (zie volgende pagina).  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 36
Tekstblad bij les 5 van Het Heilig Avondmaal God belooft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde 17 De Heer zegt: "Want let op, Ik maak een nieuwe hemel ... Met deze hemel wordt niet de woonplaats van God bedoeld, maar de hemel zoals wij die boven ons zien, en een nieuwe aarde. Alles wat vroeger gebeurd is, zal vergeten zijn. Niemand zal er nog aan denken. 18 Wees voor eeuwig blij over de nieuwe dingen die Ik doe. Juich erover! Want let op, Ik zal ervoor zorgen dat Jeruzalem en mijn volk weer blij zullen zijn. 19 En Ik zal blij zijn over Jeruzalem en over mijn volk. Er zal in Jeruzalem geen gehuil of geschreeuw meer te horen zijn. 20 Geen baby zal kort na zijn geboorte sterven. Alle mensen zullen oud worden. Iemand van honderd jaar zal zelfs nog jong genoemd worden. Als een slecht mens op zijn honderdste sterft, zal er van hem gezegd worden dat hij jong gestorven is, en dat dat komt omdat hij door God vervloekt was. 21 De mensen zullen zelf wonen in de huizen die ze hebben gebouwd. Ze zullen zelf de wijn drinken van de wijngaarden die ze hebben geplant. 22 Ze zullen geen huizen bouwen waar niet zij, maar anderen in zullen wonen. Ze zullen geen wijngaarden planten waar niet zij, maar anderen de wijn van zullen drinken. Want de mensen van mijn volk zullen zo oud worden als bomen. Ze zullen genieten van dat waar ze zelf zo hard voor hebben gewerkt. 23 Ze zullen niet voor niets hard gewerkt hebben. Ze zullen geen kinderen krijgen die jong sterven. Want zij zijn de nakomelingen van het volk dat door de Heer gezegend is. En hun familie ná hen ook. 24 En Ik zal hen antwoorden, nog vóórdat ze Mij om hulp hebben roepen. Ik zal hen al antwoorden terwijl ze nog tegen Mij spreken. 25 Wolven en schapen zullen samen grazen. Leeuwen zullen net als koeien gras eten. Slangen zullen stof eten. Ze zullen niemand kwaad doen. Op mijn heilige berg zal niemand een ander nog kwaad doen, zegt de Heer." © www.basicbijbel.nl Vrede en Licht 1 Jesaja, grote dromenman, vertel ons je verhaal. Dat oorlog niet meer wordt geleerd, maar vrede duizendmaal. Dat wapens worden omgesmeed tot ploegen van metaal. Refrein: Zie de toekomst van vrede en licht, vrede en licht Zie de toekomst van vrede en licht. 2 Jesaja, grote dromenman, vertel ons wat je ziet. Van schaapjes die met wolven gaan, een eind aan het verdriet. Een groene twijg aan dode tronk, nieuw leven in 't verschiet. Refrein 3. Jesaja, grote dromenman vertel ons wat gebeurt. Hoe eens de droge doodswoestijn, die zonder leven treurt, zal bloeien als een rozentuin en leeft en geurt en kleurt. Refrein. (Melodie: God rest you, merry gentleman Bron: http://bit.ly/1c9cqNy) Samenstelling sAmen 4 Jesaja, grote dromenman, Vertel ons van het kind, Immanuël, de mensenzoon, die alles nieuw begint, die ons laat zien de God-met-ons, die het verloor'ne vindt. Refrein. 5 De woorden die Jesaja eens aan mensen had verteld die klonken uit de hemel weer bij herders op het veld: het Vredeskind op aarde maakt een eind aan het geweld. Refrein. 6 En Simeon, de wijze man, zag Jezus en hij zei: Dit is het kind, door ons verwacht. De vrede is nabij. En Anna zong de woorden mee: God maakt de mensen vrij. Refrein. 7 Uit verre landen kwamen zij en knielden voor Hem neer. Ze brachten Hem geschenken en ze gaven Hem de eer. Nu worden alle dromen waar, in 't kindje klein en teer. Refrein. 37 6. Kom je ook? Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Als de Here Jezus terugkomt, zal Hij een bruiloftsmaal aanrichten, ook wel de Bruiloft van het Lam wordt genoemd. De kinderen ontdekken aan de hand van de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft wie er uitgenodigd zijn voor de Bruiloft van het lam. En dat geloven net zo iets is als het aannemen van een uitnodiging. We denken ook na over de vraag hoe je je op het avondmaal voorbereidt. Richt je aandacht Vraag je af Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij. (Openb. 3:20). ● Wat zijn de regels bij jullie rondom het deelnemen aan het Heilig Avondmaal?  Lacht het leven je toe of ben je een pechvogel?  Hoe ga je daar mee om? Is God daarbij? Hoe?  Wat is je toekomstperspectief?  Op welke momenten leef jij dicht bij de wederkomst? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. De zegen van het beloofde land bestaat uit koren en wijn (Deut. 7:13, Jer. 31:12, Joël 2:19, Psalm 104:14, 15). Het zijn symbolen van voorspoed. In Openbaring 7: 17 klinkt na de beschrijving van alle ellende van het laatste der dagen uit Gods mond: “ En Ik zal alle tranen van uw ogen afwissen. In Openb. 21:4 wordt dit nog eens herhaald, met de verzekering: “en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”. Op het moment dat Jezus tijdens het laatste avondmaal de beker opneemt en ziet rondgaan, moet Hij denken aan het geweldige feestmaal dat eens, als het Koninkrijk in alle volheid komt, zal worden aangericht voor alle volken: “Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.” (Matth. 26:29) Dat woord ‘opnieuw’ wil zeggen: we pakken de draad weer op. We zullen verder gaan waar we gebleven waren. Of: de maaltijd nu is maar een voorproefje van het overweldigend nieuwe dat zal komen als het Koninkrijk komt. Dat feestmaal van de toekomst zal alles wat je nu kunt bedenken overtreffen. Jezus vertelt een gelijkenis om dit Koninkrijk der hemelen uit te leggen. Daarvoor gebruikt Hij het beeld van een maaltijd tijdens een bruiloft. Als alles klaar is worden de gasten uitgenodigd. De eerste lichting gasten heeft echter geen behoefte aan dit feest. Zij zijn druk met hun eigen zaken en nemen de uitnodiging niet aan. Sommigen doden zelfs de knechten die de uitnodiging brengen. De koning reageert door de weigeraars te straffen. Dan moeten de knechten iedereen die ze tegenkomen uitnodigen om naar het feest te gaan. Iedereen die de uitnodiging aanneemt en komt, krijgt toegang tot deze feestmaaltijd. Hieruit blijkt de ruimhartigheid van de Here. De gasten mogen niet zomaar aan tafel. Ze moeten wel feestkleren aan. Als de koning vervolgens de zaal betreedt, is er iemand die geen bruiloftskleding aan heeft. Dat is respectloos tegenover de gastheer. Hij wordt alsnog buitengezet. En dan eindigt de gelijkenis er mee dat de uitnodiging breed wordt uitgedeeld, maar dat slechts weinigen de uitnodiging aangrijpen en deelnemen aan het feest. Het avondmaal dat wij vieren is het beeld van het Koninkrijk van God. Het beeldt uit dat wij kinderen van dat Koninkrijk zijn, dus: in contact staan met God, gemeenschap hebben, door Hem gered zijn. Wil dat beeld niet inhoudsloos worden, dan moet dat ook de werkelijkheid zijn bij de viering van het avondmaal. Iedereen die gelooft en bij het Koninkrijk van God hoort, mag deelnemen aan het avondmaal! En we mogen er aan denken dat elk avondmaal een avondmaal dichter bij de wederkomst van Jezus is. Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd' (Op 19:9)
Page 38
38 Leef je in Bedenk van te voren hoe kinderen het thema van deze les zouden kunnen ervaren. Ze mogen bijvoorbeeld niet altijd met hun ouders mee naar een feest. Soms moet je reserveren, anders is het restaurant al vol. Je moet voorbereidingen treffen, je kleed je netjes aan. Het kost geld. Je gaat samen. Niet handig als je dan ruzie hebt… Zo is ook het avondmaal gereserveerd, namelijk voor gelovigen, voor mensen die Gods uitnodiging aangenomen hebben en weten wat ze eten. Wat denk je? Willen kinderen graag bij Jezus zijn? Verlangen ze daar naar? Een kind zei eens: “Ik wil graag dood, dan ga ik naar de Here Jezus”. Dit is geen doodswens, maar een levenswens. Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Ga met de kinderen in gesprek over een feestelijke maaltijd. Bij bijzondere gelegenheden is er bijzonder eten. Bijvoorbeeld met een verjaardag.  Hebben de kinderen wel eens een kerstdiner of andere feestelijke maaltijd meegemaakt?  Waarom? Om iets te vieren. Om iets te gedenken (ergens bij stil te staan)?  Wie waren erbij?  Hoe was de ‘tafelschikking’?  Wie zorgde er voor het eten? 39  Wat aten jullie?  Hadden jullie speciale kleren aan?  Was je bang dat je op je nieuwe kleren zou knoeien?  Wat als iemand niet aan tafel wil komen of niet wil eten? Vervolg in de groep Praat de kinderen bij die er de vorige keer / keren niet bij waren. Was je er zelf ook niet bij? Vraag dan de kinderen om jullie bij te praten. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Eten en feest horen bij elkaar. Wanneer we het fijn vinden om bij elkaar et zijn nemen we vaak iets extra’s, daarmee wordt iets gewoons, een maaltijd, iets speciaals. Vandaag luisteren we naar een verhaal over een feest in de Bijbel en dat daar ook speciale kleren bij horen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: de Koninklijke bruiloft (Je vindt deze gelijkenis in Mattheüs 22) Intro: In de kerk eindigden we met de vraag of we zomaar deel mogen nemen aan het avondmaal. Voor we die vraag kunnen beantwoorden luisteren we eerst naar een gelijkenis uit de Bijbel. In Lucas 14 staat een kortere versie van deze gelijkenis. Daar ontbreekt het gedeelte over de gast die geen feestkleren aan had. Omdat dat juist het gedeelte is, dat aanleiding geeft om te praten over hoe je je op het avondmaal voorbereidt kozen we hier voor de versie uit Mattheüs. Voor het geval het gedeelte over de feestkleren niet in je kinderbijbel staat, kun je onderstaande tekst gebruiken: De man kwam binnen om te kijken wie er allemaal op het feest waren gekomen. Toen zag hij iemand die geen feestkleren aan had. Hij zei tegen hem: 'Vriend, we hebben je toch feestkleren gegeven. Hoe komt het dat je die niet aan hebt?' En de man wist niets te antwoorden. Toen zei de man tegen de bedienden: Stuur hem maar weg. Zonder feestkleren kun je geen feest vieren. Gelukkig wilden de anderen mensen wel feestkleren aan. Graag zelfs. Bij een feest horen toch feestkleren?
Page 40
40 Samen doorpraten Kunnen we nu iets meer zeggen over wie er aan tafel mogen komen?  Iedereen werd uitgenodigd  Niemand was verplicht te komen  Je moet er wel tijd voor vrij maken  Je gaat niet naar een feest als je ruzie hebt met degene die het feest geeft  Je moet je aan de regels van het feest houden Zo is het ook bij het avondmaal. Vertel iets over de regels die er in jullie gemeente zijn rondom het deelnemen aan het avondmaal.  Voor wie is het bedoeld? Iedereen / kinderen die toestemming hebben van hun ouders / zij die gedoopt zijn en/of belijdenis hebben afgelegd van hun geloof. Zij die deelnemen hebben de uitnodiging van Jezus aangenomen.  Zijn er speciale regels voor gastleden? Bijvoorbeeld dat ze zich vooraf moeten melden of een brief met toestemming van hun eigen gemeente moeten inleveren. Bespreek met elkaar waarom je avondmaal gaat vieren en hoe je je voorbereidt:  Je neemt deel aan het avondmaal omdat je spijt hebt van je zonden en je erop vertrouwt dat God ze vergeeft.  Je neemt deel aan het avondmaal omdat Christus je uitgenodigd heeft. Je verlangt naar meer geloof en een zuiver leven.  Het avondmaal is een maaltijd waarin we als gelovigen de eenheid en eensgezindheid met elkaar vieren en beleven. (Mt.5:23-24; Rom.12:18) Als je ruzie hebt met anderen moet je het eerst goed maken.  Als de kinderen bij jullie deel mogen nemen aan het avondmaal: Zou jij aan willen gaan?  Als de kinderen bij jullie niet aan mogen gaan: Hoe kun je er nu al bij zijn? wat zie je, wat doe je, wat denk je?  Hoe bereid je je voor op de viering van het avondmaal? Nodig eventueel een gemeentelid en/of ouderling/oudste uit om hierover iets te vertellen. Als je gelooft in God, verlang je naar het Koninkrijk van God en neem je Zijn uitnodiging aan. Later zullen alle gelovigen samen bij God zijn en feest vieren. De blijdschap die wij dan voor altijd zullen hebben mogen wij nu al een beetje proeven aan het avondmaal. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Laten wij dankbaar zijn en Christus de eer geven, want de bruiloft van het Lam komt. Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. Deze les een feestelijke plaat die voor zich spreekt: 41 Alternatieve verwerking (ook te gebruiken als starter):  Ga met de kinderen in gesprek over hoe God ons mensen ziet.  Hoe ziet God ons door Jezus?  Hij geeft ons een schoon kleed om aan de tafel te gaan.  Maak een houten kruis met kleerhangertje er boven. Hang over het hangertje een wit laken met een gat erin.  Vanuit Gods perspectief ligt er een schoon kleed klaar. Hoe kom ik aan zo’n wit kleed, hoe weet ik dat het mij past? Kijk eronder: dan zie je het kruis: Hij heeft de breuk tussen God en mensen hersteld.  Maak een foto van jullie kunstwerk en plak die in jullie boekje over het Heilig Avondmaal. Schrijf er zelf een toelichtende tekst zodat je de betekenis later nog eens na kunt lezen. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben.
Page 42
42 Reflectie ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de Koninklijke bruiloft in staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor kinderen.  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden, lapjes stof, etc.  Voor de alternatieve verwerking: een kleerhangertje, een kruis en een witte lap stof.  Eventueel een fototoestel.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 43 7. Samen zijn Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We vragen ons deze les af: waarom vieren we niet in ons eentje avondmaal? We ontdekken dat we elkaar nodig hebben en dat het avondmaal een oefening is in samen delen. God heeft ons zo gemaakt dat er dingen zijn die we niet kunnen, die anderen juist wel kunnen, zo dat we elkaar kunnen helpen. Richt je aandacht Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! (…) Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd. (Psalm 133:1,3) Vraag je af ● Ben jij gesteld op gezelschap of doe je graag dingen alleen?  Wat is voor jou de waarde van goed gezelschap? Wie zijn dat voor jou en welke goede herinneringen heb je daaraan?  Hoe zijn de banden in je gezin, je familie, je vriendengroep, de kerk? Wie ben jij in die groep?  Met welke mensen heb je een geestelijke band? Zoek deze week eens contact met ze en deel de les die je met de kinderen gaat doen met hen. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. We moeten het leven in een gemeenschap niet romantischer voorstellen dan het is. In een gemeenschap zit altijd wel iemand die je niet mag. Voor veel mensen betekent zoiets zelfs dat het contact met die ander voorgoed of voor jaren verbroken is. Een gemeenschap is geen paradijs: Jezus riep een gemeenschap van apostelen samen en daar zat iemand tussen die Hem zou verraden. “U kunt alleen in een gemeenschap leven als God in uw hart woont. Dan kunt u ook leven met mensen die u niet liggen. En die mensen kunnen juist uw liefde zuiveren en verdiepen.” (Henri Nouwen, Dl 3, U bent geliefd - over discipline) De Bijbel geeft aan, dat de Here Jezus vanuit de hemel gekomen op aarde is. Hij is door de Vader naar ons gezonden. Hij is naar ons toegekomen en is geworden zoals wij (behalve de zonde). Hij is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. Hij ging naar Jaïrus toe, het hoofd van de synagoge, vanwege zijn dochter, naar de Romeinse hoofdman vanwege zijn zieke knecht, naar Simon de melaatse om een maaltijd te gebruiken, naar de tollenaar Zacheüs om in zijn huis te verblijven. En na zijn opstanding is de Here Jezus mensen blijven opzoeken: de vrouwen en de discipelen, Petrus en Jacobus afzonderlijk. Na Pinksteren worden de apostelen erop uit gestuurd om mensen op te zoeken. Als vissers om mensen te vangen en herders om verloren schapen terug te brengen naar de Here. Ook Paulus vindt het van belang dat er in de gemeente naar elkaar wordt omgezien (zie Romeinen 12). Geloven in de Here Jezus is een overgang van het oude bestaan in de zonde naar een nieuw bestaan in de Geest. Dat nieuwe leven in de Here Jezus gaat niet alleen over hoe wij de Here dienen. Het heeft praktische consequenties voor hoe wij met elkaar om dienen te gaan. Het gaat erom, dat we elkaar liefhebben vanuit onze verbondenheid in de Here Jezus. Dat we met elkaar delen in vreugde en verdriet. Dat hoort allemaal bij de gemeente van Christus. Daarin laten we in onze daden iets van de Here Jezus zien. Hij krijgt gestalte in ons leven, in onze daden komt Hij tevoorschijn. Het avondmaal vieren we niet in ons eentje. Het is een gemeenschapsoefening: we oefenen ‘companionship’, het samen delen. We horen bij elkaar. En steunen elkaar. Soms moet je ook dingen uitpraten voor je samen avondmaal kunt vieren. We worden tot één lichaam samengevoegd, we vormen samen het lichaam van Christus. Zo vieren wij gemeenschap met Christus en in Hem met elkaar. “Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam; want wij hebben allen deel aan dat ene brood.” (1 Korintiërs 10:17)
Page 44
44 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Bij wie hoor jij? Bij je vader en moeder, broers en zussen… Je lijkt op ze, je doet veel met elkaar, je leeft met ze en dat is nog al wat… Laat bijv. je eigen familieportret zien (en wijs een bijzonderheid aan: kijk, ik heb net de oren van opa) Iedereen heeft wel een eigen specialiteit:  bij ons thuis is…  die kan dat en dat… In de kerk zijn we ook een gezin, Gods gezin. In de Bijbel staat dat we met elkaar net een groot lichaam zijn, een hand een voet… daar gaan we in de kindernevendienst meer van horen. Vervolg in de groep Vandaag gaan we naar onszelf kijken.  Laat je eigen hand en voet zien  Vraag de kinderen wat zij zien bij elkaar. (Geef alle kinderen een korte beurt. Probeer te “sturen”, zodat er heel wat verschillende lichaamsdelen benoemd worden, die je in het verhaal gebruikt).  Weten jullie ook hoe alles bij elkaar heet? Maak het gesprek niet te lang! Als je het idee hebt dat iedereen ‘bij de les is’ en begrijpt waar het over gaat, ga je over op de volgende vraag:  Wat nu als je geen handen hebt? 45  Bekijk hierbij eventueel vooraf of met elkaar een fragment uit de film ‘Brammetje Baas’ waarin Brammetje wil weten hoe het is als je geen handen hebt. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Zonder handen is het heel lastig eten… handen en voeten zijn allebei nodig. In de Bijbel staat dat we met elkaar net een groot lichaam zijn, een hand een voet… Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Beeld van hand en voet (Je vindt deze in 1 Korintiërs 12) Let op: Wees je als verteller je bewust van de symboliek in het verhaal. Zonder de betekenis van de symbolen letterlijk uit de spreken, kun je ze overbrengen aan de kinderen. Dat doe je door de nadruk te leggen op de bedoeling van het symbool en minder op het symbool zelf. Stel je voor dat je alleen een voet was, wat zou je dan kunnen doen? Hinkelen, lopen… Rennen, Voetballen… Maar er is ook een heleboel wat je niet zou kunnen doen. Als je geen handen hebt, kun je niets vastpakken, niet schrijven, niet computeren. Je kunt zelfs je laars of schoen niet uittrekken. Als je alleen een voet bent kun je overal komen, maar je kunt er bijna niets doen. Stel je voor dat je alleen een hand was, wat zou je dan kunnen doen? Een heleboel. Tekenen, schrijven, schilderen, timmeren, eten koken. Je kunt iemand een hand geven. Je kunt een schouderklopje geven. Je kunt iemand troosten. Maar als je geen voet hebt, dan kom je nergens. Dan komt er niks terecht van al die dingen die je met je hand zou kunnen doen. Niet tekenen, niet timmeren, niemand troosten. Want je komt er gewoon niet. Handen en voeten hebben elkaar nodig. En zo is het nou ook met mensen. Mensen zijn heel verschillend. Er zijn jongens die heel goed kunnen voetballen met hun voeten. Maar als je gevallen bent, wil je dat mama met haar hand over je hoofd wrijft, want dat doet zo´n pijn. En dat kunnen moeders heel goed. Moeders kunnen met hun handen ook lekker eten klaarmaken. Maar het is ook fijn als ze voeten heeft, want dan kan ze het eten ook naar de tafel brengen. Als mama soms niet goed kan lopen, is het fijn als papa er is, en dan kan hij dat voor haar doen. Of jullie kunnen zelf helpen! Mama vraagt denk ik ook wel eens aan jullie om een werkje voor haar te doen. Soms moet je dan je handen gebruiken. Weten jullie een werkje met je handen? En weten jullie er ook een waar je voeten voor nodig hebt? Wat doen jullie het liefst? Toch heb je bij heel veel dingen die je doet nog iets nodig. Als mama wil gaan koken moet ze bedenken wat ze in huis heeft, en welke pannen ze nodig heeft. Waar kan ze mee denken?
Page 46
46 Gelukkig maar dat ons lichaam een hoofd heeft. Dat zorgt ervoor dat onze handen doen wat we willen en dat onze voeten de goeie kant op lopen, als we ergens naar toe willen. Zonder hoofd kunnen we niets! Het hoofd is dus het belangrijkste. Alle mensen die aan het avondmaal zitten horen ook bij elkaar. Ze zijn samen één lichaam. We noemen dat ook wel: het lichaam van Christus! En ze mogen allemaal iets betekenen voor elkaar. Niet omdat ze elkaar zo leuk vinden. De mensen horen bij elkaar, omdat de Here Jezus dat zo graag wil. En Hij helpt ze ook om er voor elkaar te zijn. De een kan goed vertellen, dan ander kan goed de kerk schoonmaken en weer iemand anders kan goed zieke mensen troosten. Wij kunnen dus niet zonder de Here Jezus, ook niet aan het avondmaal, want soms zitten er mensen bij, die je helemaal niet zo aardig vindt. Als we niet geloven dat Hij er voor ons allemaal de straf voor onze verkeerde dingen gedragen heeft, kunnen we nooit goed bij elkaar horen. In de Bijbel kun je daar over lezen, luister maar: Lees 1 Korintiërs 12: 18-27 of een gedeelte daarvan: “Maar God heeft aan iedereen zijn eigen, speciale plaats in het Lichaam gegeven, daar waar Hij het wil. Als we met zijn allen één lichaamsdeel zouden zijn, dan zou er toch geen Lichaam zijn? Maar nu zijn er wel veel lichaamsdelen, maar is er maar één Lichaam. Een oog kan niet tegen een hand zeggen: "Ik heb jou niet nodig." En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: "Ik heb jullie niet nodig." (…) Als één lid verdriet heeft, leven alle anderen met hem mee. Als één lid wordt geprezen, genieten alle anderen daarvan mee. Jullie zijn dus samen het Lichaam van Christus. En ieder van jullie is een lichaamsdeel van dat Lichaam.” © www.basicbijbel.nl Zullen we samen hierover een liedje zingen: “Dit is m’n hand en dat m’n voet, ‘k heb ze allebei nodig” Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Hand en voet Bewaar je hand Kom in de kring Geef het door (Elly & Rikkert) Hine ma tov (Ps. 133) Kijk eens om je heen Vrede van God Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. 47 We knippen een poppenslinger en plakken deze op het werkblad. Op de figuurtjes tekenen we belangrijke mensen uit onze omgeving. Bedenk van te voren welke van onderstaande stappen de kinderen zelf kunnen uitvoeren en welke je moet voorbereiden of waar je bij moet helpen:  Leg het malletje (staand) helemaal links tegen de rand van een liggend A4tje.  Trek het malletje om.  Vouw het A4tje 6 keer als een zigzag. Zorg dat het poppetje op de voorkant komt.  Knip het poppetje uit (het hele stapeltje tegelijk). Zo heb je in één keer een slinger met 6 popjes.  Hierna kunnen de kinderen erop schrijven en tekenen. Welke mensen (bijv. van de gemeente) zijn belangrijk voor hen? Zet hun namen op of onder de poppenslinger. Gesprek tijdens het knutselen:  Wie teken je op de figuurtjes? Je kunt de kinderen hierbij helpen door bijvoorbeeld te vragen: - Bij wie eet je graag? - Waarom is het daar zo fijn? (zelf brood klaarmaken, lekkere dingen eten)  Samen aan tafel zitten is meer dan samen eten. Het is: samen zijn. Een maaltijd is niet alleen voedsel delen, maar ook ervaringen en verbondenheid, en op die manier leefgemeenschappen vormen.  Is er een maaltijd waar je goede herinneringen aan hebt? Mogelijk eentje samen met jullie gemeente?  Wat at je met elkaar?  Deden jullie ook andere dingen aan tafel? (zingen, lezen, praten)  Schrijf of teken er dingen bij die je wilt onthouden. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer.
Page 48
48 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Aan volwassenen vragen: wat maakt het samen in de kerk of als gemeente eten zo fijn? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Eenvoudige Bijbel  Filmfragment ‘Brammetje Baas’ (waarschijnlijk te leen via de bibliotheek of te koop in de restantenbak van diverse winkels). Op onze website vind je een link naar de trailer van de film. Het fragment ‘zonder handen’ vind je in de trailer op 30 sec en in de film op 11 minuten).  Werkboekje voor elk kind.  Mal van de poppenslinger voor elk kind. Knip van te voren meerdere losse popjes die de kinderen als malletje kunnen gebruiken. Je vind het werkblad op de volgende pagina.  Stiften, kleurpotloden, scharen, etc.  Sjabloon voor de poppenslinger (zie volgende pagina)  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. Werkblad les 7 Tirza Beekhuis © sAmen
Page 50
50 8. Delen Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling De Zoon van God kwam naar de aarde toe om ons te redden van de verlorenheid. Wie met Hem verbonden raakt, wordt door Hem opgeroepen om ook anderen op te zoeken. Het gaat erom dat Zijn liefde hoorbaar, zichtbaar, ervaarbaar en tastbaar wordt in mensenlevens. Deze les denken we er over na hoe we dat in praktijk kunnen brengen: geven, uitdelen, helpen, ondersteunen, troosten, bemoedigen, gastvrij zijn, enzovoort. Richt je aandacht Hij ontfermt zich over weerlozen en armen, wie arm is, redt hij het leven. (Psalm 72:13) Vraag je af ● We hebben allemaal onze voorkeur: de een deelt gemakkelijk, de ander vindt het moeilijk. Hoe gaat dat bij jou?  Wat deel jij: je tijd, je geld, je gave, je huis, je… ?  Met welke naaste heb jij veel mededogen? Bijvoorbeeld de weduwe, de dakloze, het kind in nood? Waar komt je voorkeur vandaan en wat doe je er concreet mee.  Wat heeft voor jou het helpen van de ander te maken met God en met je beleving van het Heilig Avondmaal? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. "Wanneer je borden staat af te wassen, bid dan. Wees dankbaar voor het feit dat je borden hebt om af te wassen; dat betekent dat er eten op lag, dat je iemand te eten hebt gegeven, dat je voor één of meerdere personen met liefde hebt gezorgd. Stel je voor hoeveel miljoenen mensen op dit ogenblik helemaal niets af te wassen hebben of niemand hebben voor wie ze de tafel kunnen dekken." (Paulo Coelho, De heks van Portobello, p. 153) Het avondmaal laat ons zien dat wij van God genade ontvangen (de rijkdom van Christus). Deze rijkdom mogen / moeten wij weer uitdelen. Dat neemt heel praktische en concrete vormen aan: geven, uitdelen, helpen, ondersteunen, troosten, bemoedigen, gastvrijheid, offervaardigheid enzovoort. Van oudsher wordt het verhaal van de wonderbare spijziging nauw met het avondmaal in verband gebracht. Zowel in dat verhaal als in het avondmaal wordt Jezus getekend als degene die omziet naar de nood van heel de mens: Hij leert en voedt het volk. Brood en wijn zijn zo tekenen van Gods gaven aan ons. Die gaven mogen we doorgeven. We delen als gemeente maar ook daarbuiten, overal waar mensen ons nodig hebben. Want wat bij het avondmaal gebeurt, werkt door in het dagelijks leven. Je mag er net als de leerlingen van toen op vertrouwen dat hij onze kleine bijdrage weet te vermenigvuldigen. Van oudsher is avondmaal ook verbonden met diaconaat (dat betekent dienen). Kerkgangers namen in de vroege Kerk de spullen die zij extra hadden mee naar de kerk. Na de dienst werd dat uitgedeeld aan de armen. Daarmee volgden ze Jezus na die ook zijn hele leven gediend heeft. Als je van Jezus houdt en Hem wilt volgen, ga je vanzelf óók dienen. Dan ga je mensen die binnen of buiten de kerk in de ellende zitten helpen. Dienen, dat doen alle gemeenteleden, jong en oud. Het is niet alleen iets voor diakenen! Daarom doet Paulus bijvoorbeeld ook een beroep op de vrijgevigheid van de Korintiërs (2 Korintiërs 8 en 9). Paulus heeft wel wat overredingskracht nodig om hen op te roepen te geven aan de gemeente in Jeruzalem die in grote nood verkeert. Hij wijst hen er op dat ze bij elkaar horen omdat zij allen bij Christus horen. Hij wijst hen ook op anderen die het veel minder breed hebben en toch een aanzienlijk bedrag bij elkaar hebben gebracht. Zouden ze daardoor gegeven hebben? 51 Leef je in Er is ook in Nederland stille armoede. Bijvoorbeeld vrouwen die gescheiden zijn, of tweeverdieners met een hoge hypotheek waarvan degene met het hoogste salaris is ontslagen. Het wrange van (stille) armoede is dat mensen zichzelf terugtrekken uit de maatschappij en vaak ook niet meer naar de kerk gaan of hun kinderen naar zondagschool of kindernevendienst sturen! Hoe is dat in jullie groep? Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We luisteren naar een verhaal: Belangrijk bezoek Met de winter voor de deur weegt het alleen zijn Mevr. Snelders erg zwaar. Ze zou graag iemand te gast willen hebben voor wie ze kon zorgen en met wie ze kon praten. Op een nacht verscheen haar in een droom een engel. Deze vertelde dat ze bezoek zou krijgen van een belangrijke gast. Wees attent en waakzaam’ had de engel gezegd. De ochtend kon niet vroeg genoeg komen. Vol goede moed stond ze op en begon haar huis schoon te maken. Ze was druk in de weer. Plotseling ging de bel en verstoorde haar werk. Dit is mijn gast dacht ze, en ging naar de deur. Voor haar stond een man, sjofel gekleed, met een lange vieze baard en een kapotte broek. Bij de aanblik moest ze haast kokhalzen. De bedelaar vroeg een boterham. Mevr. Snelders verontschuldigde zich en zei: ”Ik verwacht een belangrijke gast’ en deed de deur dicht.
Page 52
52 Na het stofzuigen begon ze aan het klaarmaken van de maaltijd. Boven de keukengeluiden uit hoorde ze de deurbel voor de tweede maal. ‘Mijn gast’ riep ze en stoof naar deur. Voor haar stond een keurige dame die een bijdrage vroeg voor kansarme kinderen in ontwikkelingslanden. ’U komt ongelegen’ zei ze, ‘ik heb het druk’. Met een klik sloot ze de deur. Nu begon ze met het klaarmaken van de tafel. Ze blonk het zilveren bestek op en schikte de tafel. En terwijl ze daarmee bezig was, ging de deurbel voor de derde keer. De pastor stond aan de deur. Hij vroeg haar medewerking voor het secretariaat van de parochie. Ze zou gastvrouw kunnen zijn. ‘Ik heb er nu geen tijd voor’, was haar antwoord. ‘s Nachts verscheen de engel opnieuw. Hij zei: ‘Driemaal heeft iemand bij je aangebeld en er stond een belangrijke gast voor je aan de deur. Tot driemaal heb je God niet herkend. Uit: ‘Een huis vol verhalen’ van René Hornikx. Vervolg in de groep Pak het verhaal er nog eens bij en praat er over door: wat vinden de kinderen ervan, wat spreekt ze aan / wat vinden ze moeilijk? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is soms moeilijk om iets weg te geven / te delen, maar het is wel mooi als je er anderen mee kunt helpen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Wonderbare spijziging (Je vindt dit verhaal in Johannes 6) Dit verhaal bevat veel elementen die we niet in één les kunnen behandelen. We leggen de nadruk op het jongetje dat zijn brood afstaat. Jezus vermenigvuldigt het en de discipelen delen het uit. Als Jezus deelt, heeft iedereen genoeg. En Jezus helpt ons er bij! Hem hebben we nog meer nodig dan brood. Tip: vraag de kinderen zich in te leven in een rol in het verhaal. Of sta met hen stil bij de vergelijking die Jezus maakt: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.” Als je dit verhaal al vaker aan de kinderen hebt verteld kun je ook kiezen om met de kinderen 2 Korintiërs 8 en 9 te lezen. In dit gedeelte vraagt Paulus aandacht voor de gemeente van Jeruzalem die in grote nood is. Zie hiervoor ook de leestekst voor de leiding. 53 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Vraag aan de kinderen of zij gebedspunten hebben. Vader in de hemel, U geeft ons mensen alles wat wij nodig hebben. Daarvoor danken wij U. Wij willen U helpen uw gaven door te geven, zodat iedereen genoeg krijgt, elke dag opnieuw. Wij danken bovenal voor uw grootste geschenk: Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen. Liedtips Ik was hongerig Kijk eens om je heen Eet van het brood (Opw. kids 243) De Heer is mijn herder Psalm 146 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking De kinderen werken deze les niet in het werkboekje. Laat het werkblad wel zien ter inspiratie en zing eventueel het lied. We denken na hoe anderen geholpen kunnen worden / we leren delen. Veel kinderen groeien op in een luxe-cultuur. Wat zouden zij kunnen missen (als denkoefening)?  Kijk samen naar foto’s van Peter Menzel (zie weblink). Neem hier goed de tijd voor. De foto’s roepen veel reacties op.  Wat staat er bij de mensen op tafel?  Wat staat er allemaal bij jullie op tafel?  Bedenk samen met de kinderen van wie ze die dingen hebben gekregen. Van hun ouders bijvoorbeeld. Mogelijk kun je met hen uitkomen bij het feit dat God voor ons zorgt.  Wij mogen iets van onze rijkdom uitdelen aan mensen die dat nodig hebben.  Wat kan ik met anderen delen?  Geef de kinderen een cadeautje om uit te delen.  We maken / versieren een labeltje om aan het cadeautje te hangen.  Aan wie ga je het geven?  Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken.
Page 54
54 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Maak een foto van elk kind met het cadeautje in zijn/haar hand (zet eventueel een lege stoel neer en laat het kind het cadeau zogenaamd overhandigen aan iemand*). Die foto komt in het werkboekje. Later kunnen ze daarbij invullen aan wie ze het gegeven hebben. Geef het werkboekje mee naar huis en vertel er bij dat ze het steeds kunnen gebruiken bij een avondmaalsviering. Om er verder in te werken of nog eens terug te kijken: waarom is dat ook al weer? * Je kunt de achtergrond van dit idee uit leggen. Het is gebaseerd op het feit dat de Joden een extra stoel klaarzetten voor Elia. Elia werd “ten hemel opgenomen met vurige paarden in een wervelwind” (hij stierf dus niet, maar voer ten hemel) en op basis daarvan ontstond in het Jodendom het geloof dat deze profeet ooit zal weerkeren om de komst van de Messias aan te kondigen. Om die reden zorgen de Joden op het sederfeest (het begin van het Joodse paasfeest) voor een extra beker wijn voor Elia en wordt er op bepaalde vieringen een extra stoel voor hem klaargezet, mocht hij alsnog komen. Een extra stoel voor een eventuele gast geeft aan dat je voorbereid bent op het onverwachte:  Wie zie je daar zitten, wie zal er komen?  Staat jouw deur staat altijd open?  Hoe zou God bij jou op bezoek kunnen komen?  In welke 'gast' zou je hem kunnen herkennen in jouw leven? Thuisopdracht Reflectie Geef je cadeautje aan iemand die het goed kan gebruiken. Voeg eventueel een briefje toe voor de ouders (zie volgende pagina). ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? 55 Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de wonderbare spijziging in staat. Bij voorkeur vanuit het perspectief van het jongetje met het brood en de vis. Het staat bijvoorbeeld in ‘Bijbel voor kinderen’, de Startbijbel en ‘Bijbel voor jullie’.  Werkboekje voor elk kind.  Voor elk kind een cadeautje om uit te delen. Denk aan een zakje koekjes, sultana’s, een rolletje King, startbeslag met recept om Friendshipbread1 te maken, etc.  Mooi en stevig papier. Kopieer hierop voor elk kind een cadeaulabeltje of laat hen er zelf één ontwerpen.  Lintjes om het label aan het cadeautje te bevestigen.  Stiften, stickers ed. om het labeltje te versieren.  Fototoestel.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s.  Eventueel een brief voor de ouders: Ouderbrief Voorbeeld begeleidende tekst: Beste ouders, A.s. zondag hebben we het in het kader van het avondmaal over samen delen. We krijgen veel (alles) van God. Van die rijkdom mogen we iets doorgeven aan anderen. Dat gaan we zondag ‘oefenen’. De kinderen krijgen een cadeautje mee naar huis met een door hen versierd cadeaulabeltje. Dat mogen ze weggeven aan iemand die dat wel kan gebruiken. Tijdens de kindernevendienst denken ze er al over na aan wie ze het geven. Willen jullie hen helpen hun taak te volbrengen? De kinderen gaan ook met hun cadeautje op de foto. Die foto komt in het avondmaalsboekje dat we tijdens de lessen maken. Later kunnen jullie er dan bij schrijven aan wie jullie het cadeautje uiteindelijk hebben gegeven. Met vriendelijke groet, Leiding van de kindernevendienst 1 Dit is cake volgens de principes van een kettingbrief. Het is één van de vormen waardoor de Amish naastenliefde in de praktijk brengen. Het eerste startdeeg maak je zelf door 125 gram bloem te zeven en te mengen met 100 gram suiker en 125 ml. water Roeren met een houten lepel. Afdekken met een theedoek. Deeg 1 dag op kamertemperatuur laten rijzen. De brief met het recept voor degene aan wie je het startdeeg geeft, vind je op pagina 58.
Page 58
ALSJEBLIEFT: HERMAN HET VRIENDSCHAPSBROOD / FRIENDSHIP BREAD Dit is cake volgens de principes van een kettingbrief. Het is één van de vormen waardoor de Amish naastenliefde in de praktijk brengen. Herman wordt gemaakt van natuurlijk gistend deeg dat in 10 dagen ontstaat. De basis is het deeg dat je van een vriend, vriendin, familielid of kennis kreeg. Na 9 dagen deel je Herman in vieren en geef je 3 delen weg aan vrienden, familie of kennissen. Zó wordt Herman op een gezonde en lekkere manier in stand gehouden. VERZORGING VAN HERMAN Herman houdt van warmte. Zet hem daarom niet in de koelkast, maar op een warme plek in je huis. Herman moet ook kunnen ademen. Hij mag dus niet potdicht worden afgedekt. Een theedoek is prima. Roer hem door met een houten lepel. Herman ruikt een béétje zurig, dat is echter normaal! WAT MOET JE DOEN? Dag 1: Dag 2: Dag 3: Dag 4: Dag 5: Dag 6: Dag 7: Dag 8: Dag 9: Je hebt Herman vandaag gekregen. Stop hem in een ruime kom om in te groeien. Laat hem rusten. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Herman heeft honger; geef hem 125 ml melk, 125 gr. bloem en 125 gr. suiker. Roer hem door zodat hij lekker glad wordt. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Herman heeft weer honger; geef hem 250 ml. melk, 125 gr. bloem en 125 gr. suiker. Roer hem weer flink door zodat hij weer glad wordt en verdeel Herman daarna over 4 bakjes. Geef 3 bakjes weg, samen met een kopie van dit recept. Bak van het 4e deel morgen een friendship bread. Dag 10: Geef Herman voor de laatste keer te eten met het volgende recept:  200 gr. bloem  200 gr. suiker  3 eieren  50 ml olie  1 zakje vanillesuiker  1 eetlepel bakpoeder  0,5 theelepel zout  2 volle theelepels kaneel  Eventueel extra: 200 gr. noten en/of rozijnen en 1 appel in stukjes Roer Herman nog een keer goed door elkaar. Vet een bakblik in en giet Herman hierin. Bak hem in ongeveer 60 minuten gaar. Elektrische oven op 170 °C, hete lucht oven op 150 °C. Veel plezier en eet smakelijk!!! NAAR EEN TRADITIONEEL AMISH-RECEPT Bij de avondmaalsviering Ook als de kinderen in jullie gemeente niet aan het avondmaal gaan is het de moeite waard het met eigen ogen te zien en er de volgende les op terug te komen. Achter in het werkboekje vind je hiervoor een min of meer lege pagina met daarop een aantal voorwerpen: VOORAFGAAND AAN DE VIERING Vertel voorafgaand aan de avondmaalsviering hoe het avondmaal in jullie gemeente gevierd wordt. Sta met de kinderen ook stil bij de vraag hoe je je hierop voor kunt bereiden. Het voorwerp dat hierbij hoort is een rugzak. Stel vragen als: - wat verwacht je te zien, doen, etc? - waar ga je op letten? (Wat gebeurt er, wie doet wat?) - hoe bereid je je voor? Laat de kinderen hierover tekenen en schrijven in hun werkboekje. TIJDENS DE VIERING: Het voorwerp dat hierbij hoort is een fototoestel. We ervaren en kijken goed wat er gebeurt en schrijven of tekenen er iets over. Zorg dat iedereen aan het begin van de dienst zijn / haar boekje krijgt én een goede pen of scherp potlood! NA DE VIERING: Het voorwerp dat hierbij hoort is het werkboekje. Neem gerust een hele les de tijd om terug te kijken naar de bijgewoonde viering. Je kunt - napraten: wat heb je geleerd, waar wil je nog meer van weten? - nog niet afgemaakte pagina’s in het werkboekje afmaken - een lied aanleren.
Page 60
Kinderen en symbooltaal Als je iets hoort wil het niet zeggen dat je het altijd meteen begrijpt. Als ik in Frankrijk ben heb ik moeite de man achter de balie van de VVV te volgen. Als hij er dan een folder bij pakt met foto’s en een landkaart helpt dat al veel. Als ik vervolgens op pad ga en met eigen ogen zie hoe mooi het park is waar ik in loop, begrijp ik pas goed waarom die man tegen me zei dat ik dat echt moest gaan zien. Vertel het mij en ik zal het vergeten. Laat het mij zien en ik zal het mij herinneren. Betrek mij erin en ik zal het begrijpen. Vaak denken we, zeker in de protestantse traditie, dat het Woord van God pas betekenisvol wordt wanneer het eerst en vooral goed uitgelegd wordt. En als we het begrijpen dan kunnen we verder. Toch is dat te snel geredeneerd. Om het van je hoofd (kennis, weten) naar je hart (begrijpen, liefhebben) te laten zakken is meer nodig. Vroeger noemden ze de kerkdienst daarom ook wel een godsdienstoefening. We worden gevraagd om deel te nemen aan de gebeden en het zingen, te lezen en brood en wijn met elkaar te delen. Door al die dingen oefenen we ons om de boodschap beter te begrijpen en er naar te leven. We hebben voor dat leerproces ons leven lang nodig en rituelen ondersteunen daarbij. RITUELEN ZIJN BELANGRIJK Een ritueel is een gebruik of een ceremonie bestaande uit afgesproken handelingen, symbolen en muziek. Het woord ‘symbool’ heeft zijn oorsprong in het Griekse zelfstandige naamwoord ‘symbolon’ of ‘sumbolon’, dat teken, kenteken of herkenningsteken betekent, en het werkwoord ‘symballoo’, dat ontmoeten, bijeenbrengen of vergelijken betekent.2 Rituelen ontstaan en voltrekken zich binnen een gemeenschap en elk individu dat er aan deelneemt, is sterk bij het gebeuren betrokken. De herhaling zorgt ook voor een band met hen die ons voorgingen. Tijdens een ritueel krijgen gevoelens plaats in je leven. Deze lessenserie gaat over het avondmaal. Het avondmaal noemen we in kerktaal ook wel een ‘sacrament’. Dat woord betekent ‘geheimenis’ of ‘mysterie’. Johannes Calvijn zei hierover: “Indien men mij vraagt aangaande de wijze waarop Christus in het avondmaal tegenwoordig is, zal ik mij niet schamen te erkennen, dat dit een verborgenheid is, te hoog dan dat ze door mijn verstand begrepen of in woorden meegedeeld kan worden; en, om het duidelijker te zeggen: ik ervaar haar meer dan dat ik haar begrijp.” Bij het avondmaal gaat het om meer dan ons verstand en het is meer dan een plaatje bij een praatje. Het gaat om deelname met ons hele wezen en de verbeelding van een belofte. In het avondmaal delen we zichtbaar en tastbaar in de werkelijkheid van Gods genade die de preek zondag aan zondag met woorden probeert op te roepen: Gods boodschap van liefde en bevrijding. En we geven gehoor aan de oproep van Jezus: ‘Doe dit zo dikwijls als…’ (1 Korinthe 11:25, 26) Als we het avondmaal vieren zijn we daar met ons hele zijn bij betrokken. We oefenen ons om de betekenis en de inhoud ervan steeds opnieuw en wellicht vernieuwd te zien. En als we de symbolen zien schieten andere beelden ons te binnen: we hebben het nodig gevoed te worden door Gods woord, we mogen delen van wat we ontvangen, straks mogen we maaltijd houden met het Lam. 2 bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Symbool TWEEDE TAAL VAN HET GELOOF Symbooltaal noemen we ook wel de tweede taal van het geloof: zoals brood en wijn ons versterken, zo versterken het lichaam en bloed van de Here Jezus ons geloof. Wanneer je deze tweede taal leert verstaan, kunnen beelden uit de Bijbel een nieuwe en verrassende diepgang krijgen. Jezus zei: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ (Lukas 22:19) Als symbooltaal nodig is om de Bijbelse boodschap te begrijpen, dan is het belangrijk dat kinderen deze taal al jong leren. En dat kunnen ze ook als het betreffende symbool maar deel uitmaakt van hun leven. “Voorwerpen of afbeeldingen die kinderen herkennen, raken hen en blijven hen bij. Wel is het essentieel om uit te leggen waar de afbeelding of het voorwerp voor staat en wat je ermee wilt duidelijk maken. Zinnen als 'Het is net als... ', 'Dat lijkt op...' en 'Zo is het ook...' zijn hierbij behulpzaam.” (Uit: Alle aandacht. Preken voor kinderen en jongeren. Hanneke Schaap en Harmen van Wijnen) Beelden hoeven we overigens niet helemaal uit te leggen voor we er met de kinderen over in gesprek gaan. Gebruik ze juist als een 'trigger' voor de kinderen om er over te praten. Al pratend kun je dan met de kinderen samen ontdekken wat de beelden nog meer kunnen betekenen. Dit gesprek zal bij kleuters anders verlopen dan bij oudere kinderen. Kleuters De ervaring leert dat een kind van drie jaar al goed aan kan geven dat een traan naar verdriet verwijst. Jonge kinderen denken associatief, ze leggen verbanden vanuit hun directe ervaring en gevoel. Daarbij vermoeden ze achter alles een bedoeling en kunnen ook levenloze dingen betekenis hebben. Denk aan de kartonnen doos die een auto wordt. Omdat ze veel dingen niet begrijpen gaan ze verbeelden. Geef ruimte aan hun behoefte om te verbeelden. Daag hen uit om voor zichzelf te verbeelden. Daarmee geef je ook ruimte aan ‘er is meer’. Door bezig te zijn met de symbolen, maken ze dit zich eigen. Jonge kinderen Vanaf een jaar of 7 nemen kinderen verhalen en symbolen sterk letterlijk op. Ze willen weten hoe de dingen echt in elkaar zitten. Is het echt brood? Je eet toch geen lichaam? Voel je dan dat de Here Jezus je vergeven heeft? Is dat niet vies: allemaal uit dezelfde beker drinken? Leg niet alles uit. Ga vooral in op dingen die ze herkennen uit het dagelijks leven. Geef ruimte aan de verbeelding. Maak onderscheid tussen de dagelijkse ervaring en de symboliek. We breken het brood, we eten het, we worden er door gevoed. Dit lijkt op… Oudere kinderen Vanaf een jaar of 10 kunnen kinderen symbolen echt als symbolen gaan zien: het is een specifieke manier om iets over de werkelijkheid te zeggen en is iets anders dan fantasie. In hun leven zijn trouwens veel symbolen: die van de voetbalclub, muziek, kleding, kreten en groepstaal. Het hoort bij hun groep en maakt dat ze erbij horen. Beeldspraak en autisme In ‘Veilig bij God. Over autisme, geloof en kerk.’ zegt Hanneke Schaap: “Beeldspraak in preken kan verwarrend werken, omdat mensen met ASS (autismespectrumstoornis) beeldspraak vaak letterlijk opvatten. Als de Heere Jezus bijvoorbeeld zegt dat Hij ‘de Deur’ is en ‘de Weg’, heeft men de neiging dit letterlijk op te vatten. Het is zelfs zo dat men die beelden niet meer los kan laten. We zullen dus vanuit het concrete beeld wat Jezus gebruikt, helder moeten krijgen wat Hij ons wil leren over Wie Hij is. De betekenis van beelden en symbolen dient te worden uitgelegd. Zinnen als: ‘Dit lijkt op…’ of ‘Het is net als met…’ kunnen hierbij behulpzaam zijn. (…) Omdat beelden steeds duidelijk moeten worden uitgelegd zal de predikant minder in een preek kunnen zeggen, maar de preken zullen voor iedereen wel duidelijker worden.”
Zondag gaan we naar de kerk -  Avondmaal. We leren de symbooltaal van het Avondmaal verstaan.

Zondag 3 onderbouw copyright sAmen


Page 0
Page 2
2 COLOFON Het Heilig Avondmaal Zondag, deel 3 voor 4-7 jarigen 2013 © sAmen Leren Geloven; 2e druk 2017 Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte Illustraties omslag en werkboekje: Tirza Beekhuis, www.tirzabeekhuis.nl Bedankt voor de aankoop van dit lesboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt door een solidariteitsbijdrage van de gezamenlijke religieuzen in Nederland via de commissie PIN. 3 Overzicht van de lessen INLEIDING 1. WAT IS ER ALLEMAAL TE ZIEN? Hoe zien (wij en) de kinderen het Heilig Avondmaal? Wat zien we? Wat gebeurt er? We letten op de voorwerpen, de handelingen en de mensen. Kunnen we aan de hand van die dingen die we zien meer te weten komen over waar het om gaat? Laat de kinderen deze les vooral vertellen en probeer nog niet uit te leggen en toe te lichten. Daar hebben we nog zeven lessen de tijd voor! Bijbelvertelling: Het laatste avondmaal, een ‘Blijf-dit-doen-viering’ 2. HET IS VOLBRACHT Jezus heeft ons de opdracht gegeven: doet dat tot Mijn gedachtenis. Daarom staan we deze les stil bij de kruisiging. We proberen tot ons door te laten dringen wat Hij voor ons deed maar de nadruk ligt op het leven dat wij door Christus mogen ontvangen. We stellen ons de vraag wat Zijn sterven aan het kruis te betekenen heeft voor ons nu. Bijbelvertelling: de kruisiging 3. KIJK EENS GOED! In deze les delen we met elkaar dat het verhelderend kan zijn om de dingen van een andere kant te benaderen. Je kent dat wel: a ha, zo had ik het nog nooit bekeken… Zo was het ook bij de Emmaüsgangers: ze waren bedroefd omdat Jezus er niet meer was. Een vreemdeling confronteert hen met diverse Bijbelteksten. Tijdens het breken van het brood ontdekken ze dat het Jezus was. We staan stil bij de dingen die voor ons moeilijk zijn en hoe we daarmee om kunnen gaan. Bijbelvertelling: Emmaüsgangers 4. EÉN MET JEZUS Dingen die we kennen uit ons eigen leven, die we herkennen, kunnen zien en proeven, gebruikt God om Hem te zien. De wijnstok en de ranken zijn symbolen die ons erop wijzen dat we (geestelijk) gevoed worden als we met Hem verbonden blijven. Geloven is verbonden zijn met Jezus, ja zelfs nog dieper… één zijn met Jezus. We denken er over na hoe wij met Hem verbonden kunnen blijven. Bijbelvertelling: Gelijkenis van de wijnstok en de ranken 5. EEN VOORPROEFJE Jezus heeft gezegd dat Hij terugkomt. In de Bijbel lezen we dat Het Lam (Jezus Christus) dan zal oordelen en een bruiloftsmaal zal aanrichten. Het Heilig Avondmaal is een ‘voorsmaak’, een ‘voorproefje’ om onze smaak op te wekken, om ons te laten verlangen naar meer. We bedenken hoe die bruiloft zal zijn, zodat we er des te meer naar gaan verlangen! Bijbelvertelling: De bruiloft van het Lam 6. KOM JE OOK? Als de Here Jezus terugkomt, zal Hij een bruiloftsmaal aanrichten, ook wel de Bruiloft van het Lam wordt genoemd. De kinderen ontdekken aan de hand van de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft wie er uitgenodigd zijn voor de Bruiloft van het lam. En dat geloven net zo iets is als het aannemen van een uitnodiging. We denken ook na over de vraag hoe je je op het avondmaal voorbereidt. Bijbelvertelling: de Koninklijke bruiloft 7. SAMEN ZIJN We vragen ons deze les af: waarom vieren we niet in ons eentje avondmaal? We ontdekken dat we elkaar nodig hebben en dat het avondmaal een oefening is in samen delen. God heeft ons zo gemaakt dat er dingen zijn die we niet kunnen, die anderen juist wel kunnen, zo dat we elkaar kunnen helpen. Bijbelvertelling: Beeld van hand en voet 8. DELEN De Zoon van God kwam naar de aarde toe om ons te redden van de verlorenheid. Wie met Hem verbonden raakt, wordt door Hem opgeroepen om ook anderen op te zoeken. Het gaat erom dat Zijn liefde hoorbaar, zichtbaar, ervaarbaar en tastbaar wordt in mensenlevens. Deze les denken we er over na hoe we dat in praktijk kunnen brengen: geven, uitdelen, helpen, ondersteunen, troosten, bemoedigen, gastvrij zijn, enzovoort. Bijbelvertelling: Wonderbare spijziging BIJ DE AVONDMAALSVIERING KINDEREN EN SYMBOOLTAAL 57 58 49 42 36 30 24 19 14 4 9
Page 4
4 Inleiding Jouw eigen vragen Dat je een les geeft over het Heilig Avondmaal betekent overigens niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd. Ook (of juist) als je je goed voorbereidt, kun je tegen lastige zaken aanlopen. Als ik de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan vertel dan is dat allereerst een appèl op mijn eigen leven. Want ik kan het wel mooi zeggen, maar wat doe ik zelf? Toch vertel ik het, en misschien nog wel het meest tegen mezelf! Bij deze serie kun je aanlopen tegen zaken met betrekking tot je eigen avondmaalsbeleving. Neem je zelf deel aan het avondmaal? Verlang je er naar of heb je er moeite mee? Mag je in jullie kerk pas deelnemen als je belijdenis hebt gedaan en ben je nog niet zo ver? Kun je de kinderen er dan wel iets over vertellen? Om over het avondmaal te praten hoef je zelf niet per se deelnemer te zijn. Het zou raar wezen als je pas over iets mag meepraten als je het zelf ervaren hebt. Ook als je niet deelneemt aan de viering ben je niet alleen maar buitenstaander of toeschouwer, want door te zien wat er gebeurt word je er ook in betrokken. Wie deelneemt heeft wel een voorsprong: namelijk het zelf ervaren. Voor je een les uit deze serie geeft, is het belangrijk je zelf te verdiepen in het onderwerp en hoe je dat aan kinderen door kan geven. Lees daarom onderstaande tekst goed door of nodig ons uit voor een informatieavond. In de tekst hieronder komen achtereenvolgens de betekenis van symbooltaal, de plaats van de kinderen, de opbouw van de serie en organisatorische aspecten ter sprake. Symbooltaal Symbolen zijn vaak gewone voorwerpen uit ons dagelijks leven, maar ze helpen ons door te dringen tot het onzichtbare en geven woorden aan dingen waar we geen woorden voor hebben. Zo gebruiken we een beeld uit onze ‘gewone werkelijkheid’, namelijk een gouden ring, om de 'diepere werkelijkheid' van liefde en trouw te verbeelden. Zo laten de symbolen (brood en wijn) en symbolische handelingen (breken, schenken, eten, drinken, delen) van het avondmaal ons een glimp zien van Gods werkelijkheid. Symbolen en rituelen spelen een bemiddelende rol tussen God en mens. Ze kunnen een belangrijke brugfunctie vervullen naar de leefwereld van de gelovigen en van grote betekenis zijn in onze ervaring en ontmoeting met God. Meer informatie over kinderen en symbooltaal vind je achterin dit werkboek. Kinderen en het avondmaal Het avondmaal is een prachtig ritueel dat regelmatig in de kerk te zien is. Wat is het mooi als kinderen de symbooltaal die dan gesproken wordt verstaan. Dat ze de boodschap begrijpen, geloven én het verlangen krijgen het avondmaal mee te vieren! In elke gemeente zijn regels die aangeven wie wanneer mag deelnemen aan het avondmaal. In sommige gemeentes is het open voor iedereen maar in veel gemeentes zijn regels opgesteld over wie wel of niet deel mag nemen. Intensief met het avondmaal bezig zijn zoals in deze serie kan bij kinderen en ouders de vraag oproepen of het avondmaal opengesteld mag worden voor kinderen. Deze lessenserie is echter niet bedoeld om een dergelijke discussie op gang te brengen, maar om een onderdeel van de kerkdienst en het geloof aan kinderen uit te leggen aan de hand van de praktijk zoals die bij jullie op dit moment is. We willen de kinderen inwijden in het heilsgeheim zodat zij door de lessen over het avondmaal meer leren over Christus, Zijn offer en Zijn aanwezigheid in het heden. Dat is ook mogelijk als de kinderen niet deelnemen. Enkele mogelijkheden om kinderen die niet deelnemen toch te betrekken bij het avondmaal: - Laat de kinderen (een deel van) de avondmaalsviering bijwonen (zie ook verderop bij ‘organisatie’) - Laat de kinderen helpen met klaarzetten en / of opruimen - Vraag de voorganger of hij bij het breken van het brood en het inschenken van de wijn zich ook op de kinderen richt en hen zo meer betrekt bij het ritueel. - Het brood en de wijn op zich zijn niet heilig of bijzonder, ze worden pas bijzonder in het geheel van het ritueel. Achteraf worden ze dan ook ‘gewoon’ weggegooid of aan de vogels gevoerd. Er is daarom niets op tegen om de kinderen na de dienst een stukje brood te laten proeven. Houd wel rekening met de gevoelens van ouders en andere gemeenteleden die wellicht tijdens het avondmaal met schroom van datzelfde brood hebben gegeten. - Alcohol is schadelijk voor de ontwikkeling van kinderen. We raden dan ook af hen een slokje van de wijn te geven. 5 Opbouw van de serie Elke les leren we nieuwe symboolwoorden en ontdekken we een klein beetje van het geheim van het avondmaal. De serie is als volgt opgebouwd: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken - Les 1 en 2) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken - Les 3 en 4) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken - Les 5 en 6) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar. (Om je heen kijken - Les 7 en 8) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Zo hopen we meer zicht te krijgen op het Heilig Avondmaal gaan we elke keer als we het vieren er iets meer van begrijpen. Structuur van de lessen De lessen zijn opgebouwd uit 5 stappen. Een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen vind je in de handleiding. Hieronder de stappen in het kort: 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 6
6 Een goede voorbereiding is het halve werk We raden jullie aan als team een startbijeenkomst te houden, waarbij bijvoorbeeld de coördinator of voorganger het thema voorbereidt. Je leert dan de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie dan de belangrijkste praktische zaken rondom de verwerking en presentatie van de eindproductie. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Houdt als team een logboek bij waarin jullie noteren wat er tijdens de lessen aan bod is geweest en wie er waren. Lees dit tijdens je voorbereiding door zodat je weet wat er in eerdere lessen ter sprake is gekomen. Je vind een voorbeeld van een logboek achter in dit pakket. Gang van zaken in jullie gemeente Bij het schrijven van deze serie zijn we er van uit gegaan dat de kinderen regelmatig een avondmaalsviering meemaken of gaan meemaken. Juist ook vanwege het zichtbare aspect dat dicht aansluit bij hun dagelijks ervaring. Zijn jullie kinderen er tot nu toe niet bij aanwezig, dan kun je overwegen ze voortaan (een gedeelte van) de avondmaalviering bij te laten wonen. Zorg dat je van te voren weet hoe het er bij jullie praktisch aan toe gaat. Het avondmaal is namelijk wel door Jezus zelf ingesteld en alle christenen zijn het er over eens dat we het moeten vieren maar de manier waarop wordt verschillend ingevuld. Het is daarom goed om op een rijtje te zetten hoe het er in jullie gemeente aan toe gaat. Ook kun je de regels en de redenen hiervoor zelf of met de oudere kinderen onderzoeken. Hieronder een aantal zaken waar je op kunt letten: - Deelnemers: open voor iedereen of regels over wie wel of niet deel mag nemen - Verschil in hoeveelheid brood en wijn (in sommige landen gebruiken ze overigens rijst) - Uitdelen of doorgeven: één persoon (vaak de voorganger) deelt het brood en de wijn uit of de deelnemers geven het aan elkaar door - Op je plaats blijven zitten of naar voren gaan om het brood en de wijn aan te nemen of voorin de kerk aan een tafel gaan zitten - De regelmaat: elke dienst, eens in de maand of een aantal keren per jaar Spreek de lessenserie door met de voorganger om te weten te komen wat de gevoeligheden rondom het avondmaal zijn in jullie gemeente. Wellicht is het ook mogelijk parallel aan deze serie één of meer Bijbelstudieavonden te beleggen zodat jong en oud samen met dit thema bezig is. 7 Extra’s 1. Themalied Er zijn een aantal mooie (kinder)liederen over het avondmaal geschreven. Leer een lied wat bij de serie en jullie mogelijkheden past en zing dat elke week. In het werkboekje staan een aantal fragmenten van teksten. Hieronder een lijstje met titels. Op onze website vind je links naar de teksten en filmpjes ervan. - Psalm 34:4 (berijmd) en 116 - De tafel van samen (Hanna Lam, Tussentijds 105) - Neem dit brood (Elly en Rikkert) - Eet van het brood (Opwekking voor Kids 243) - Eet het brood met mij (Opwekking 318) - Kom nu aan de tafel (Elly Zuiderveld & Dick Le Mair) - Avondmaal (Sela) - Hoe goed o Heer, is ‘t hier te zijn (Gezang 318) - Genadig Heer die al mijn zwakheid weet (Gezang 358). Dit lied heeft dezelfde wijs als ‘Blijf mij nabij’. - Heer, wij komen vol verlangen (Gezang 360) - Eat this bread (Taizé) 2. Bijwonen van een avondmaalsviering Wat zou een lessenserie over het avondmaal zijn als je geen avondmaalsviering bijwoont... Ook als de kinderen in jullie gemeente niet aan het avondmaal gaan is het de moeite waard deze viering met eigen ogen te zien en er de volgende les op terug te komen. Neem daar gerust een hele les de tijd voor. Je hebt dan tijd om na te praten, nog niet afgemaakte pagina’s in het werkboekje af te maken en bijvoorbeeld een lied aan te leren. Meer info hierover vind je in hoofdstuk 9 van dit lesboek. 3. Idee voor thuis Het is mooi als het thema thuis een vervolg krijgt. Stel de ouders op de hoogte van de inhoud van het thema zodat ze weten wat er in de les aan bod is geweest. Ook kunnen ze bijvoorbeeld door middel van een kijktafel het thema of een Bijbeltekst uitbeelden met zichtbare dingen uit het gewone leven. Op de website vind je hierover meer informatie. 4. Afsluitende maaltijd Als afsluiting van de lessenserie kun je een maaltijd organiseren. Dat kan alleen met de kinderen maar je kunt ook verschillende mensen uitnodigen, oud en jong. Als je met elkaar eet, ervaar je wat het is om met mensen een maaltijd te houden. Laat iedereen wat meenemen. Wat over is deel je uit. Laat de kinderen een onderdeel presenteren van wat ze weten en gezien hebben van het Heilig Avondmaal. Wellicht zijn er kinderen die iets willen vertellen over een pagina uit hun werkboekje.
Page 8
8 BELANGRIJKE BIJBELGEDEELTES MET BETREKKING TOT HET HEILIG AVONDMAAL: In de evangeliën: instelling van het avondmaal - Mattheüs 26:26-30 - Markus 14: (12)22-26 - Lukas 22:14-30 In Handelingen: onderhouden en vieren van het avondmaal - Handelingen 2:42, 26 - Handelingen 10:14vv, 28 In de brieven: aanwijzingen voor het vieren van het avondmaal - 1 Korintiërs 10:16-22 - 1 Korintiërs 11:17-34 KINDERBIJBELS Hieronder volgen de gegevens van kinderbijbels waar in de tekst naar verwezen wordt: Titel: De Kijkbijbel Auteur: Kees de Kort / Uitgever: NBG Herenveen / ISBN: 9061263883 Eenvoudige korte tekst Titel: Mijn eerste Bijbel Auteur: Pat Alexander / Uitgever: De Vuurbaak te Barneveld / ISBN: 90 5560 125 X Uitgebreidere vertelling, met een expressieve schrijfstijl. Soms meer onderwerpen in één verhaal. Titel: De Bijbel Voor Jou Auteur: J.H. Mulder-van Haeringen / Uitgever: H. Medema te Vaassen / ISBN: 90-6353-169-9 Uitgebreide Bijbel met wel 143 Bijbelverhalen Titel: Bijbel voor kinderen Auteur: M. Busser en R. Schröder / Uitgever: Van Holkema & Warendorf te Houten / ISBN: 9789047500919 Korte verhalen met levendige dialogen Titel: Volg Mij Auteur: L. van Binsbergen / Uitgever: Groen – Heerenveen / ISBN: 9058295176 Bij elk verhaal een paginagrote illustratie Achtergrondinformatie over deze Bijbels vind je bijvoorbeeld op www.kinderbijbels.nl. 9 1. Wat is er allemaal te zien? Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Hoe zien (wij en) de kinderen het Heilig Avondmaal? Wat zien we? Wat gebeurt er? We letten op de voorwerpen, de handelingen en de mensen. Kunnen we aan de hand van die dingen die we zien meer te weten komen over waar het om gaat? Laat de kinderen deze les vooral vertellen en probeer nog niet uit te leggen en toe te lichten. Daar hebben we nog zeven lessen de tijd voor! Richt je aandacht Vraag je af Proef, en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij hem schuilt. (Psalm 34:9) ● Lees je liever een boek of kijk je liever een film? Heb je meer met woorden of met beelden?  Met wie zit je graag aan tafel?  Kun je aan tafel zitten met iemand met wie je ruzie hebt?  Wat vind je van de spreuk “Beter een stuk droog brood en vrede dan een huis vol met voedsel en ruzie”? (Spreuken 17:1)  Het Heilig Avondmaal is een bijzondere maaltijd in de kerk. Het bevat veel verwijzingen naar diepere dingen. Welke? Wat begrijp je wel / niet? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Beelden zeggen meer dan woorden. Of eigenlijk: met een beeld kun je iets soms veel eenvoudiger en duidelijker zeggen dan met woorden. Rituelen zijn nog krachtiger. Door de handelingen krijgen de symbolen een diepere betekenis en raken ze de deelnemers ook tastbaar. Ook in de tijd van de Here Jezus aten de mensen brood. Als mensen hebben we eten nodig om te kunnen leven. Brood bij het avondmaal betekent: wij hebben de Here Jezus nodig om te kunnen leven. Alleen door de Here Jezus kunnen we eeuwig leven ontvangen. Wijn heeft de kleur van bloed. Dat verwijst naar het bloed van de Here Jezus. Hij is écht voor onze zonden gestorven. We hoeven daar niet aan te twijfelen! “Zo zeker als ik zie dat het brood voor mij wordt gebroken, zo zeker is zijn lichaam verbroken voor mij. Zo zeker als ik zie dat mij de wijn wordt gegeven, zo zeker is zijn bloed vergoten voor mij. Mijn geloof wordt versterkt door mijn Heiland als ik het brood en de wijn ontvang.” (Zondag 26, Catechismus voor kinderen, dr. W. Verboom) Hij komt ons door en brood en wijn zeer nabij, je ondergaat het. Door de zichtbare handelingen verinnerlijk je de betekenis ervan, je laat het tot je doordringen. En door dicht bij Jezus te zijn, mag je steeds meer op Hem gaan lijken: “We zijn als spiegels die steeds meer de macht en majesteit van de Heer weerspiegelen. Want we gaan steeds meer op Christus lijken. Dat gebeurt door de Geest van de Heer.” (2 Korinthe 3:18). Symbolen verwijzen ook naar iets waar we geen woorden voor hebben en wat we eigenlijk nog niet kunnen zien. God is zo groot en onbegrijpelijk, dat dat niet in woorden is uit te drukken. Daarom spreekt de Bijbel vaker in beelden. Denk aan Jesaja en Johannes. Alleen met beelden konden zij die wonderlijke ervaring beschrijven dat ze de Heer zagen (Jesaja 6, Openbaring 1). We moeten symbooltaal wel leren verstaan. Want onze tijd met zijn veelbelovende beelden roept vooral onze koopdrift wakker. Het bezit van een bepaalde auto belooft vrijheid, het eten van een chocoladereep de sfeer van een subtropisch eiland, het drinken van een likeur de mooiste vrouwen en een zekere bodylotion superieure vrouwelijkheid. Laten we samen met de kinderen oefenen om in de symbolen van het avondmaal iets te zien van de waardevolle beloften die ons door God worden gegeven.
Page 10
10 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Een overzicht van de lessen: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We starten met het zichtbare. Wat is er allemaal te zien bij het Avondmaal? Het is mooi als de mensen in de kerk kunnen horen wat de kinderen zien en waar ze aan denken. Laat de kinderen vooral vertellen en probeer nog niet uit te leggen en toe te lichten. Daar hebben we acht lessen de tijd voor! Nu is het vooral van belang dat je helder krijgt wat er bij de kinderen speelt, wat ze al weten, waar ze vragen over hebben. Noteer die eventueel op een vel papier. Het gesprek over wat er allemaal te zien is bij het avondmaal kun je bevorderen door de voorwerpen er echt bij te pakken. Denk aan een tafel met laken of kleed en de avondmaalschaal, avondmaalsbeker, brood en wijn, een laken dat brood en/of wijn bedekt. Zet alles zo neer dat iedereen het kan zien. Je kunt ook foto’s laten zien van de voorwerpen of van een avondmaalsviering. Hieronder volgen een aantal vragen die je kunt stellen. Bedenk dat het doel van dit gesprek is dat je ze helpt er goed naar te kijken en dat je een beeld krijgt van wat de kinderen al weten. Het gesprek is ook afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en het feit of de kinderen wel eens een viering van het Heilig Avondmaal hebben meegemaakt. We noemen een paar voorbeeldvragen:  Heb je deze voorwerpen (in het echt of op de foto) wel eens gezien? 11  Wat zie je allemaal? - Let op of ze er woorden aan kunnen geven: brood, beker wijn, tafel, kleed, collecteschaal  Wat gebeurt er mee / hoe noemen we dat?  Waar denk je aan als je het brood ziet?  En de wijn?  Zetten we deze voorwerpen voor de sier neer of gebeurt er ook iets mee?  Ken je mensen die naar het Heilig Avondmaal gaan.  Verzamel eventueel enkele vragen die ze later kunnen stellen aan deze mensen.  Als de kinderen het avondmaal regelmatig zien kun je vragen wat de mensen doen? - Dominee – spreken – zegenen – breken – vergieten – delen - Diaken – tafel voorbereiden – mensen een plaatsje wijzen - delen - Mensen – kleine groep of juist iedereen, wel of geen kinderen – delen: wie geeft aan wie – blije / bedrukte gezichten – eten en drinken – maar een klein beetje – allemaal uit dezelfde beker of juist niet  Weten jullie waarom we het avondmaal vieren?  Daar gaan we tijdens de kindernevendienst meer over horen. Vervolg in de groep Praat nog even door over brood in het dagelijks leven  Wat eet je ’s morgens of tussen de middag?  Wat doe je op brood?  Welk brood vind je het lekkerst?  Zou je brood kunnen missen?  Wat gebeurt er als je brood te lang laat liggen? Eet je dat dan nog op?  Waar komt ons brood vandaan?  Wellicht kennen de kinderen het ‘Onze Vader’. Vraag hen of ze de zin ‘Geef ons heden ons ons dagelijks brood’ ook kennen. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we We zetten op een rij wat we tot nu toe weten: het Heilig Avondmaal gaat over de Here Jezus, door meer te weten over het Heilig Avondmaal kom ik meer te weten over de Here Jezus. Daarom gaan we nu eerst in de Bijbel lezen hoe Jezus het avondmaal instelde. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Het laatste avondmaal, een ‘Blijf-dit-doen-viering’ Je vindt het in Mattheüs 26, Markus 14 en Lukas 22. Samenvatting: In de kerk wordt het avondmaal gevierd, omdat de Here Jezus daar opdracht voor heeft gegeven. Het was op de avond, voor Hij ging sterven. Samen met Zijn discipelen zat Hij om de tafel. Hij zei tegen Zijn discipelen: ‘Jullie moeten dat avondmaal blijven vieren. Net zolang tot Ik uit de hemel weer terug kom naar jullie.’ We weten al best veel over wat het is. Maar jullie hebben vast nog wel vragen. Zijn er dingen die je graag wilt weten? Laten we die opschrijven, dan kunnen we ze er de komende weken steeds weer bij pakken.
Page 12
12 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips God laat zien wat Hij bedoelt (CD Kijk es!) Neem dit brood (Elly en Rikkert) Eet van het brood (Opw. Kids 243) In Uw huis (Opw. Kids 214) Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Elk kind krijgt een eigen werkboekje. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Daarna nemen we het mee naar huis. Je kunt een en ander thuis nog eens nalezen en het meenemen naar de kerk als we weer avondmaal vieren. Deze les maken we de voorkant van het boekje (zie afbeelding hieronder). De kinderen kunnen tekenen wat er bij het avondmaal op tafel staat en de rand mooi versieren. Wellicht is er een bijzonder verhaal verbonden aan (één van) de voorwerpen die in jullie gemeente bij het avondmaal worden gebruikt, zoals het servies of het tafelkleed. De bekers zijn bijvoorbeeld al oud, er staat een tekst op, het kleed is gemaakt door een creatief gemeentelid, etc. Vertel de kinderen hierover. 13 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Dit is nog maar het begin. Er is nog veel meer te vertellen over het Heilig Avondmaal. Daarom gaan we er de komende weken mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van het laatste avondmaal in staat. Het staat bijvoorbeeld in: Mijn eerste Bijbel, de Bijbel voor jou, de Bijbel voor kinderen, Volg Mij en de Kijkbijbel.  Als jullie de Paasserie “Hij voor ons” hebben gedaan, kun je (de foto’s van) jullie tentoonstelling of presentatie er bij pakken.  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden en andere attributen om de voorkant van het werkboekje naar eigen smaak te versieren.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 14
14 2. Het is volbracht Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Jezus heeft ons de opdracht gegeven: doet dat tot Mijn gedachtenis. Daarom staan we deze les stil bij de kruisiging. We proberen tot ons door te laten dringen wat Hij voor ons deed maar de nadruk ligt op het leven dat wij door Christus mogen ontvangen. We stellen ons de vraag wat Zijn sterven aan het kruis te betekenen heeft voor ons nu. Richt je aandacht Vraag je af Zing voor de HEER die zetelt op de Sion, maak aan de volken zijn daden bekend. (Psalm 9:12) ● Houd je op 4 mei twee minuten stilte om de slachtoffers van de tweede Wereldoorlog te gedenken?  Waar denk je dan aan?  Neem je deel aan het avondmaal?  Zo ja, wat doet het met jou, om Jezus zo tastbaar te gedenken?  Zo nee, waarom niet? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Pascha Als je het woord ‘gedenken’ googlet krijg je een aardige indruk van wat gedenken vandaag de dag betekent. Het gaat vooral om twee betekenissen die eruit springen: het gedenken van overleden dierbaren en het gedenken van gebeurtenissen zoals de Tweede Wereldoorlog. Uit alles wat we in Exodus 13 lezen wordt duidelijk, dat het Pascha vergelijkbaar is met onze dodenherdenking. Het is een nationale gedenkdag, waarin iedereen wordt opgeroepen om terug te denken aan wat er toen gebeurd is. Maar: er is één groot verschil. In de Bijbel gaat het bij gedenken om het gebeuren van het verleden naar het heden te halen. Bij Pascha viert men de uittocht alsof men op dat moment zelf bevrijd wordt. Het is dus geen terugdenken aan vroeger. Het gaat om Gods grote daden uit het verleden die van betekenis zijn voor mijn bevrijding nu. Het Lam dat de zonden wegdraagt Het gedenken versterkt ons vertrouwen, dat Hij dat deed om ons te redden. Zoals Jesaja profeteerde: "Om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53, 5). Daarom gedenken wij met blijdschap en vertrouwen dat Jezus door de Vader in de wereld is gezonden. Als Zoon van God nam Hij ons vlees en bloed aan en werd één van ons. Tijdens zijn rondgang door het land van Israël onderwees Hij ons in de boodschap van Gods Koninkrijk en onderstreepte die boodschap met vele tekenen en wonderen. Uiteindelijk liep zijn werk uit op de dood aan het kruis. Deze dood was uniek, omdat Hij in zijn sterven onze schuld op zich nam en ervoor betaalde. Als een lam dat de zonde wegdraagt werd Hij voor ons geofferd. Doe dit tot Mijn gedachtenis In dat licht krijgen alle stappen van zijn lijdensweg voor ons een diepere betekenis. Als je het brood eet en de wijn drinkt denk je aan meer dan eten en drinken. Hoe? Je kunt heel concreet denken aan de weg die Jezus in de laatste uren voor Zijn sterven aflegde: Als Jezus wordt vastgebonden, bedenken wij dat Hij dat deed om ons te bevrijden. Als Jezus wordt vernederd en smaad ondergaat, bedenken wij dat Hij dat onderging om ons te verhogen. Als Hij door Pilatus onschuldig wordt veroordeeld, bedenken wij dat wij worden vrijgesproken. Als Hij door God verlaten wordt en doodsangst uitstaat, bedenken wij dat God ons in eeuwigheid niet meer zal verlaten. Door de kruisdood mogen wij vrij zijn van de macht van de zonde, de dood en de duivel. Dat is de moeite waard om te vieren! Nu nog in een onvolkomen wereld waar steeds opnieuw oorlog is, straks volkomen als Jezus terugkomt. 15 Leef je in Bekijk eens een aantal World Press Photo’s, lees de krant of kijk naar het journaal. Wat doet lijden met jou? Als je bijvoorbeeld foto’s ziet of verhalen hoort van vernedering, smaad, verlatenheid, mensen op de vlucht, etc.? Hoe is dat voor kinderen? Voor jonge kinderen is dat vooral leed dichtbij: uitgelachen worden, in de steek gelaten worden door een vriendje, alleen zijn in het ziekenhuis. Lijden is heel intens leven, de dood is bijna voelbaar… zo dichtbij komt het dan. Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Beluister, lees of zing met elkaar het lied ‘God laat zien wat Hij bedoelt’ (CD ‘Kijk es’.) Als de juf iets uitlegt op het bord dat door niemand goed begrepen wordt tekent zij er vaak een plaatje bij en iedereen, die snapt het en iedereen is blij Het was niet de juf die dit verzon de bijbel zegt dat God ermee begon kijk, je ziet in bijna elk verhaal als God iets wil vertellen, dan spreekt Hij beeldentaal God laat zien wat Hij bedoelt met een plaatje, met een beeld voor wie ogen heeft en kijken wil
Page 16
16 We hebben vorige week gehoord dat de Here Jezus zelf het avondmaal heeft ingesteld. Dat is ook een soort plaatje. We gaan vandaag verder ontdekken wat Hij daarmee bedoelt. Vervolg in de groep Praat elkaar even bij: waar hebben jullie het vorige week over gehad? Misschien heeft iemand iets van thuis meegenomen dat te maken heeft met het avondmaal, is iemand iets te weten gekomen, etc. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Jezus vond het belangrijk dat we altijd zouden herinneren wat Hij heeft gedaan. Laten we daarom nog eens goed naar het verhaal van de kruisiging luisteren. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: de kruisiging (Je vindt deze geschiedenis in Mattheüs 27, Marcus 15, Lucas 23 en Johannes 19) Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben en /of het ‘Onze Vader’ bidden. Liedtips Eli, Eli, lama Sabachtani Eet van dit brood Neem dit brood Ik heb Jezus nodig Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we 17 het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les werken. In deze verwerking leggen we de nadruk op het leven dat wij door Christus mogen ontvangen. Deze zijn afgebeeld aan de rechterkant van het kruis. Afhankelijk van het niveau en de voorkennis van de kinderen kun je hier meer of minder diep op in gaan:  Kijk samen met de kinderen naar de afbeeldingen aan de linkerkant. Wat zien ze?  Hoe zag dat er uit in het leven van Jezus? - Gebonden – Hij werd gevangen genomen en aan het kruis gehangen - Vernederd – Hij kreeg een doornenkroon op Zijn hoofd en werd als misdadiger gestraft - Vervloekt – de omstanders bespotten Hem, op het kruis hing een bord met de tekst ‘Koning der Joden’ - Verloren – toen het donker werd, werd Hij zelfs door God verlaten  Welke afbeeldingen van de rechterkant horen daar bij? - Als Jezus wordt vastgebonden, bedenken wij dat Hij dat deed om ons te bevrijden. - Als Jezus wordt vernederd en smaad ondergaat, bedenken wij dat Hij dat onderging om ons te verhogen. We mogen kinderen van God zijn / worden. - Als Hij zich laat vervloeken, bedenken we dat wij worden gezegend. Zegenen betekent: goede woorden spreken. Wanneer horen we die? Denk aan Bijbellezen, zegenen en vriendelijke woorden van vrienden en familie. - Als Hij door God verlaten wordt en doodsangst uitstaat, bedenken wij dat God ons nooit meer zal verlaten. Het beeld van de Goede Herder laat zien dat God ons opzoekt en dat we veilig bij Hem mogen zijn. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer.
Page 18
18 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de kruisiging in staat. Het staat bijvoorbeeld in Mijn eerste Bijbel, Bijbel voor kinderen, Volg Mij en de Kijkbijbel.  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden, etc.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 19 3. Kijk eens goed! Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling In deze les delen we met elkaar dat het verhelderend kan zijn om de dingen van een andere kant te benaderen. Je kent dat wel: a ha, zo had ik het nog nooit bekeken… Zo was het ook bij de Emmaüsgangers: ze waren bedroefd omdat Jezus er niet meer was. Een vreemdeling confronteert hen met diverse Bijbelteksten. Tijdens het breken van het brood ontdekken ze dat het Jezus was. We staan stil bij de dingen die voor ons moeilijk zijn en hoe we daarmee om kunnen gaan. Richt je aandacht Vraag je af Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan; ik geef raad, mijn oog is op u. (Psalm 32:8) ● Zie je Jezus in je dagelijks leven, in de gewone dingen?  Hoe is Jezus aanwezig voor jou?  Zie je Jezus als je naar het avondmaal kijkt, het brood eet en de wijn drinkt?  Kunnen brood en wijn je helpen, kom je dan dichter bij Hem?  Vraag van een kind: voel je dan dat je zonden vergeven zijn? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Gesloten ogen Twee mannen gaan weg uit Jeruzalem. De één heet Kleopas, de ander blijft anoniem. Misschien wel om onszelf als reisgenoot te kunnen invoegen… Wie het ook zijn, ze gaan terug naar huis, naar Emmaüs. Waarschijnlijk omdat ze zich niet meer thuis voelen in de gemeenschap van de discipelen. Ze waren bijeen om te rouwen en plotseling komt het bericht dat Jezus opgestaan is uit de dood. Dat brengt hen in verwarring en zorgt ervoor dat zij weggaan. (De eerste kerkverlaters …?) Terwijl ze met elkaar in gesprek zijn, komt Jezus erbij lopen. Zij herkennen Hem niet. Hun blik wordt vertroebeld vanwege hun verdriet. Hoe kijken wij zelf? Zie je alleen maar duisternis en zorgen of heb je al zicht op de daden van God? Jezus gaat niet direct tegen hen in, maar loopt eerst een eind mee op. Hij stelt hun de vraag wat hen scheelt. Met deze open vraag nodigt Hij hen uit om te vertellen wat er is gebeurd en te vertellen waarom zij zo verdrietig zijn. Een geopende Bijbel Als ze hun teleurstelling hebben uitgesproken vermaant Jezus hen. Niet om hen te bestraffen, maar om hen terug te brengen in de gemeenschap van Christus. Hij confronteert hen met diverse teksten uit het Oude Testament. “Hebben jullie niet begrepen wat de profeten hebben gezegd?” En Hij legt uit dat die teksten nu in vervulling zijn gegaan. Hij is het Woord zelf dat ons aanspreekt en ons oproept om te geloven. Dat hebben wij ook nodig. Want je kunt over teksten heen lezen. Je hebt ze wellicht al zo vaak gelezen. Laat jij je er nog door verrassen door het Woord van God? Laat jij je nog aanspreken en opbouwen in je geloof? Aan het eind van de dag komen ze aan in Emmaüs en Jezus doet alsof Hij verder gaat. Maar een metgezel laat je niet alleen in het donker verder gaan en de twee mensen nodigen Hem dan ook uit om bij hen thuis te komen. Geopende ogen Als Jezus binnen is, neemt Hij de rol van gastheer over. Hij spreekt het zegengebed uit. En dan … worden hun ogen geopend en in het breken van het brood herkennen ze Jezus. Terugkijkend beseffen ze wat het in hen was: een verlangen naar Jezus. Ze gaan dan ook snel terug naar Jeruzalem om te getuigen van de levende Heer. Daar in Jeruzalem worden ze ontvangen met de vreugdeboodschap van de anderen: “De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en is aan Simon verschenen.” Wanneer in het avondmaal het brood gebroken wordt is Hij weer bij ons en herkennen we Hem. Hij is bij ons wanneer wij al luisterend naar Zijn woorden in Hem gaan geloven. Hier schieten woorden te kort, dat kun je alleen maar ervaren!
Page 20
20 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Stel de kinderen de vraag: zijn er dingen die je moeilijk vindt of niet snapt?  Wat doe je dan? Bijvoorbeeld vragen of iemand je helpt, de juf, je ouders, een vriendje of klasgenoot.  Hoe doen jullie dat op school? Bijvoorbeeld eerst zelf goed nadenken, dan aan je klasgenoot naast je vragen, dan aan de juf of meester.  Noem eens een voorbeeld.  Snappen de grote mensen alles?  Noem zelf een voorbeeld van iets wat je eerst niet begreep maar na uitleg van een ander wel of vraag de volwassenen in de kerk om een voorbeeld te noemen. Als het gesprek moeilijk op gang komt, kun je ook met de laatste vraag beginnen. Vervolg in de groep Zijn er ook dingen in de Bijbel die je moeilijk vindt? Helpt het als iemand het uit legt? Ook hier kun je een voorbeeld van jezelf delen met de kinderen. 21 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we wat ons kan helpen dingen beter te begrijpen. We lezen vandaag wat Jezus doet om dingen uit te leggen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Emmaüsgangers (Je vindt dit verhaal in Lucas 24) Jezus opende de ogen van de Emmaüsgangers door het breken van het brood. Toen begrepen ze wat Hij hen eerder vertelde vanuit de Bijbel. Daar werden ze blij van. Ze gingen snel terug naar Jeruzalem om te vertellen wat ze ontdekt hadden. Ze wilden de andere discipelen vertellen dat ze Jezus hadden ontmoet. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Weet je dat de lente komt Jezus, ik wil U bedanken Wij danken U Het is fijn om je vriend te zijn Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We werken verder aan ons boekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn: we gaan met elkaar werken aan een boekje over het avondmaal. Elke les komt er een bladzijde bij. De kinderen die er de vorige week niet waren kunnen ook aan hun voorkant werken. Tijdens de starter hebben we al stil gestaan bij de vraag: zijn er dingen die je moeilijk vindt of niet snapt? Zijn er ook dingen in de Bijbel die je moeilijk vindt? Op het werkblad kunnen de kinderen dingen tekenen en schrijven die hiermee te maken hebben:  Ik vind het best moeilijk om dingen van God te snappen (noem een voorbeeld). Vind jij dat ook? Welke dingen?  Jezus kan ook jouw ogen openen als je iets moeilijk vindt. Hij laat soms andere mensen daarbij helpen. Wie zouden jou kunnen helpen als je vragen hebt?
Page 22
22  Tekenen, met vragen die je hierbij kunt stellen: - Open ogen. Wat ziet dit jongetje? - Een bijbel in de handen van het kind. Wat leest hij? - In het huisje: iets waardevols wat je ontdekt hebt, mensen die je vragen kunt stellen, etc. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. 23 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de Emmaüsgangers in staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor Jou en de Kijkbijbel.  Werkboekje voor elk kind.  Kleurpotloden, stiften, pennen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 24
24 4. Eén met Jezus Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Dingen die we kennen uit ons eigen leven, die we herkennen, kunnen zien en proeven, gebruikt God om Hem te zien. De wijnstok en de ranken zijn symbolen die ons erop wijzen dat we (geestelijk) gevoed worden als we met Hem verbonden blijven. Geloven is verbonden zijn met Jezus, ja zelfs nog dieper… één zijn met Jezus. We denken er over na hoe wij met Hem verbonden kunnen blijven. Richt je aandacht Vraag je af Steeds houd ik de HEER voor ogen, met hem aan mijn zijde wankel ik niet. (Psalm 16:8) ● Ben jij verbonden met Jezus?  Wat betekent dat voor jou? Wanneer en hoe ervaar je dat sterk, wanneer minder…  Is jouw geloofsleven een bloeiende plant of is hij dor en droog?  Hoe wordt jij gevoed in je geloof?  Draagt jouw plantje ook vrucht? Welke? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Waar is de Here Jezus op dit moment? Dat is een vraag die een kind zo maar kan stellen. Maar ook een volwassene kan deze vraag hebben. Het antwoord is: Hijzelf is nu niet meer zichtbaar onder ons, maar wel door zijn Woord en Geest. In persoon is Hij teruggekeerd naar de heerlijkheid van Zijn Vader. Vandaaruit is Hij verbonden met de gelovigen op aarde. Zijn Woord horen we in de Bijbel, in de preek, in de ervaringen die mensen hebben. Door Zijn Geest werkt Hij in mensen. Het is overigens niet zo eenvoudig om ons voor te stellen dat de Here Jezus in de hemel is. Het is eenvoudiger om terug te denken aan de tijd dat Hij rondwandelde op aarde. Maar het gaat bij het avondmaal niet alleen om Jezus-in-herinnering. God laat ons beginnen met ervaringen dichtbij om ons meer te leren over het bijzondere leven met Hem, juist nu! Het brood en de wijn die op tafel staan zijn een aansporing om omhoog te kijken! Voor Hij gaat sterven legt Hij in Zijn afscheidsrede aan zijn discipelen uit, hoe het is om zonder Zijn lijfelijke aanwezigheid te leven. (Joh 13-16). In Joh 15:1-8 vergelijkt de Here Jezus zichzelf met een wijnstok. De gelovigen zijn de ranken die in deze wijnstok ingeplant worden. De takken krijgen het sap vanuit de wijnstok. Zonder deze verbinding met de wijnstok is er geen leven mogelijk en kunnen de gelovigen ook geen vrucht dragen. Hier onthult Jezus iets over zichzelf: Hij laat zien wie Hij is en waar Hij vandaan komt. Als Jezus zegt: ‘Ik ben de …’, dan herinnert dat aan de naam die God heeft (Ex.3:14: Ik ben die Ik ben.) Dat laat zien dat er een eenheid en een gemeenschap is tussen de Vader en Christus. De gelovige mag één worden met Christus en daardoor ook deel uitmaken van de gemeenschap met God. Johannes is niet de enige schrijver van het Nieuwe Testament die spreekt over gemeenschap hebben met Christus. Paulus spreekt daar ook over:  De gelovige is in Christus, d.w.z. in een gebied / een gemeenschap waar niet meer de zonde of de duivel heerst, maar Christus.  Tegelijkertijd wordt Christus in het hart van de gelovige geplant en wordt de gelovige gereinigd en gezuiverd en kan hij weer Gods wil doen. Het avondmaal is bedoeld als versterking van ons geloof: geloven is leven in de gemeenschap met Christus. ‘Deze maaltijd is een geestelijke dis, waaraan Christus ons deel geeft aan zichzelf met al zijn schatten en gaven en zowel zichzelf als de verdiensten van zijn lijden en sterven doet genieten; Hij voedt, sterkt en troost onze arme, troosteloze ziel door het eten van zijn vlees en verkwikt haar door het drinken van zijn bloed’. (Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 35) 25 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Laat aan de kinderen een verdord èn een fris groen plantje zien en ga in gesprek over het verschil tussen die twee. Maak het persoonlijk door bijv. een dood plantje uit je tuin of vensterbank mee te nemen (als je die hebt natuurlijk…) Als een kind aangeeft zelf wel eens een plantje verzorgd te hebben, ga hier dan op in.  Hoe zou het komen dat dit ene plantje dood is gegaan?  Wat heeft een plantje nodig om te groeien? Water, licht, warmte, aarde.  Hoe gaat dat dan met water, licht, warmte en aarde? Eet of drinkt hij? Vervolg in de groep Praat de kinderen bij die er de vorige keer / keren niet bij waren. Pak de verdorde en groene plant er bij.  Kijk eerst samen naar de verdorde plant.  Hoe is dat zo gekomen?  Kijk samen naar een afbeelding van een wijnstruik (zie werkblad) en praat over de verschillende onderdelen: wortels, stam, takken (ranken) en vruchten. Knip de onderdelen eventueel los van elkaar en vraag bij elk onderdeel waar het hoort. Laat ze daarbij opplakken door een kind.  Praat ook over de groei: hoe groeit de plant, hoe groeien de vruchten? - Sapstromen - teken bijvoorbeeld pijlen van de wortels via de hoofdstam naar de uiteinden van de ranken.
Page 26
26 - Groeien - hiervoor zijn (zon)licht, warmte en water nodig. - Snoeien - de wijnbouwer laat de ranken niet zo lang worden. Elk jaar snoeit hij ze: hij snijdt een stuk van de ranken af. Zo wordt het sap voor de vruchten gebruikt en niet voor lange takken.  Wat gebeurt er met de struik als je de ranken afknipt? En met de ranken?  Pak de groene plant er eventueel bij en bekijk hem samen goed.  Waar zitten de stam, de ranken, de vruchten, de wortels, etc. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Een plantje kan groeien doordat het verbonden is met lucht, warmte en wortels. Je moet hem goed verzorgen, anders gaat hij dood. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Gelijkenis van de wijnstok en de ranken (Je vindt deze in Johannes 15) De Here Jezus liep een keer langs zo’n wijnstok en toen vertelde Hij de discipelen een verhaal: Jezus zei: "IK BEN de echte wijnstruik en mijn Vader is de wijnboer. Elke tak aan Mij waar geen vruchten aan groeien, haalt Hij weg. Elke tak waar wel vruchten aan groeien, snoeit Hij. Hij maakt hem schoon van alles wat daar niet mag groeien. Zo gaan er nog meer vruchten aan die tak groeien. Jullie zijn al schoon door wat Ik jullie heb gezegd. Ik blijf in jullie. Blijf nu ook in Mij. Als een tak niet aan de wijnstruik blijft vastzitten, kunnen er geen vruchten aan groeien. Zo kan er ook geen vrucht aan jullie groeien, als jullie niet in Mij blijven. IK BEN de wijnstruik en jullie zijn de takken. Als jullie in Mij blijven en Ik in jullie blijf, zal er veel vrucht aan jullie groeien. Want zonder Mij kunnen jullie niets doen. Als jullie niet in Mij blijven, verdrogen jullie. Verdroogde takken worden weggegooid en verbrand. Maar als jullie in Mij blijven en mijn woorden in jullie blijven, zullen jullie alles krijgen wat jullie vragen. Het eert mijn Vader als er veel vrucht aan jullie groeit. Het laat zien dat jullie mijn leerlingen zijn." (© Basicbbijbel.nl)  Wat zou Jezus hier mee bedoelen?  Hoe kunnen we dicht bij Jezus blijven en gevoed worden? (Bidden, Bijbellezen, naar de kerk gaan, avondmaal vieren) Let op: als verteller moet je je goed voorbereiden en je bewust zijn van de symboliek in het verhaal. Zonder de betekenis van de symbolen letterlijk uit de spreken, kun je ze overbrengen aan de kinderen. Dat doe je door de nadruk te leggen op de bedoeling van het symbool en minder op het symbool zelf. Net zoals een plantje kan groeien doordat het verbonden is met lucht, warmte, wortels zo zijn we ook verbonden met Jezus. Hij voedt je, Hij snoeit je, anders zou je scheef groeien of omvallen… Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. 27 Liedtips Lees je Bijbel, bid elke dag Ik heb Jezus nodig Ik ben de ware wijnstok Is je deur nog op slot? Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. Deze keer een verbeelding van het Bijbelgedeelte (en het lied):  De vruchten ontbreken nog. Bedenk met de kinderen welke vruchten daar aan komen en laat ze die tekenen.  Gebruik eventueel het lied dat erbij staat.  Hoe wordt de plant gevoed? Kunnen ze dat ook tekenen of er bij schrijven?  Waarom zou de illustrator het jongetje erbij getekend hebben?  Hoe kunnen wij dicht bij Jezus blijven en gevoed worden? Denk aan bidden, Bijbellezen, naar de kerk gaan en het avondmaal vieren. Hoe beeld je dat uit of schrijf je het op?  Zing tijdens jullie werk samen ‘Lees je Bijbel, bid elke dag, dat je groeien mag’. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer.
Page 28
28 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een verdord plantje en een frisse groene plant, bij voorkeur een wijnstok of plant die daarop lijkt. Een snackkomkommerplant is hiervoor erg geschikt. Deze heeft ook ranken waaraan de vruchten groeien. Als je geluk hebt hangen er zowel bloemen als vruchten in diverse stadia in.  Een eenvoudige Bijbel  Werkboekje voor elk kind.  Eventueel een vertelplaat van de wijnstok en plaatjes van de losse druiven (zie volgende pagina).  Stiften, kleurpotloden, etc.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. Vertelplaat bij les 4 van Het Heilig Avondmaal Tirza Beekhuis © sAmen
Page 30
30 5. Een voorproefje Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Jezus heeft gezegd dat Hij terugkomt. In de Bijbel lezen we dat Het Lam (Jezus Christus) dan zal oordelen en een bruiloftsmaal zal aanrichten. Het Heilig Avondmaal is een ‘voorsmaak’, een ‘voorproefje’ om onze smaak op te wekken, om ons te laten verlangen naar meer. We bedenken hoe die bruiloft zal zijn, zodat we er des te meer naar gaan verlangen! Richt je aandacht Vraag je af ‘Zo is God, onze God, nu en altijd, hij is het die ons leidt, voor eeuwig.’ (Psalm 48:15) ● Heb je vandaag gedacht aan de komst van Jezus?  Denk je weleens aan Zijn wederkomst?  Wanneer bijvoorbeeld?  Welke gedachte leeft dan in jou? Verwachting, vernieuwing, oordeel…  Waar zijn jouw toekomstplannen op gericht? Materiële rijkdom, geluk, kennis, toekomst zonder ziekte en verdriet, verdrukking en onrecht?  Hoe kun je tijdens het avondmaal en in heel je geloofsleven (meer) toekomstgericht zijn? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Goede herinneringen zijn vaak verbonden met maaltijden, met gezamenlijk eten. Een picknick samen met vrienden, een ‘potluck (ieder brengt iets te eten mee)-lunch’ met je gemeente, een diner met je familie, buiten eten op vakantie met je gezin. Wellicht heb je op zo’n moment wel eens gedacht: zo is het leven door God bedoeld, mensen die het goede wat ze gekregen hebben samen delen, een glimp van de hemel midden in het alledaagse. In de Bijbel is de maaltijd daarom vaak een beeld van het Koninkrijk van God: het is een moment van ontmoeting tussen mens en God. Aan die maaltijd voegt Jezus een nieuw element toe. De tekenen van brood en wijn wijzen naar Zijn offer dat voor ons de weg naar het Koninkrijk opende. “Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt. (1 Korintiërs 11: 26)”. En als Hij komt mogen we met Hem aan tafel gaan (Mattheüs 26:29). We lezen er al van in het Oude Testament, in Jesaja 25:6-12. Daar wordt verhaald van een feestmaaltijd, die door de Here wordt georganiseerd. Deze maaltijd vindt plaats op de Dag van de Heer. Dit is de dag waarop Christus terug komt en laat zien dat Hij koning is over heel de wereld. Geweldenaars, machthebbers en tirannen verliezen hun macht, zondaars worden geoordeeld. Vanaf die dag is het de Here die regeert. De dood is verslagen. Zoals het volk Israël in het verleden op God kon vertrouwen, zo vertrouwen ze ook nu nog op Hem (vers 9). Op deze Dag van de Heer grijpt Hij definitief in. Vanaf dan zal er een nieuwe tijd zijn: God woont op aarde onder de mensen (in de tempel van Jeruzalem, zie vers 6 en 7). In het Nieuwe Testament wordt deze maaltijd op de Dag van de Heer verbonden met de wederkomst van Christus. In Lucas 22 staat dat wanneer alles vervuld zal zijn, Jezus weer met ons aan tafel zal zitten. In Openbaringen 19 zien we dat deze maaltijd staat voor het feestmaal tijdens de bruiloft van het Lam. Aan het einde der tijden zal het koninkrijk ten volle baan breken en één groot avondmaal worden aangericht. Dan zijn er geen mensen meer die niet deelnemen. Dan vult Gods koninkrijk de hele aarde. Het lijkt zo karig – één stukje brood dat ons deelgenoot maakt aan het lichaam van de Heer, één slokje wijn dat ons bepaalt bij het bloed van de Heer. Bedenk dat het nog maar een voorproefje is, een amuse, een hapje om je smaak op te wekken en je te laten verlangen naar meer. Naar een maal met de Heer in overvloed. 31 Leef je in Kinderen leven graag naar een speciale dag toe: hun verjaardag, Sinterklaas, een bruiloft. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde: ook daar denken kinderen graag over na: hoe het in de hemel zal zijn? Hoe vermoed jij dat ze daar over denken? Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Ga met de kinderen in gesprek over feesten en dat het soms lang duurt voor het zover is. Met behulp van onderstaande vragen verken je met elkaar de waarde van wachten.  Wat is voor jou het grootste feest van het jaar? Je verjaardag, Sinterklaas, Kerst, oud en nieuw, een bruiloft, Valentijnsdag?  Je verlangt naar iets, je gaat er met je hele zijn naar uit zien, je denkt eraan, je stelt je er iets bij voor, je praat erover, droomt ervan. Wat voel je dan? Je voelt bijvoorbeeld kriebels in je buik. Je doet helemaal mee met huid en haar…, denk aan kippenvel van de spanning of een tinteling op je tong)  Wachten duurt soms lang. Hoe ga je daarmee om? Gebruik je bijvoorbeeld een aftelkalender?  Wat heb je liever? - Geen feesten, dan hoef je ook niet steeds te wachten… - Wel feesten, dan maar wachten…
Page 32
32 Vervolg in de groep Feesten zijn fijne gebeurtenissen. Maar…, er zijn in ons leven ook dingen die niet leuk zijn.  Wat bijvoorbeeld? (ruzie, oneerlijkheid, afpakken, pesten, etc.)  Doe je zelf ook wel eens iets fout?  Hoe zouden jullie het vinden als die dingen er niet meer zijn? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Wij houden van feesten. Maar soms gaat het niet goed en is het niet leuk. Wat dan? Daarover gaat het Bijbelverhaal waar we nu naar gaan luisteren. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De bruiloft van het Lam Dit verhaal is gebaseerd op Jesaja 25 en Openbaringen 19. Je kunt de details over het vieren van het avondmaal in de vertelling aanpassen aan hoe jullie avondmaalsviering verloopt. Aan tafel! “Marlies, Thijs, komen jullie eten?”. Mama staat in de deur van de bijkeuken en roept. Marlies en Thijs zijn heerlijk aan het schommelen, maar als mama roept, hollen ze direct naar haar toe. Mama heeft beloofd, dat ze vanavond knakworstjes zouden krijgen, en daar hebben ze wel zin in. Even later zitten ze aan tafel te smullen van twee worstjes tussen een wit bolletje, mmmmm. “Wat een blije gezichten” zegt papa. Na het eten pakt papa de Bijbel, maar hij begint niet meteen te lezen, zo als anders. “Jullie weten vast nog wel wat er op de eerste bladzijde van de Bijbel staat, hè?” vraagt hij. Ja, hoor dat weten Marlies en Thijs wel. Dat is het verhaal van de Here God, Die alles heel mooi maakte: de wolken, de sterren, de bloemen, de dieren én de mensen. Iedereen woonde in een mooie tuin, het paradijs. En de mensen mochten van de Here God voor alles om hen heen zorgen. “Maar deden de mensen dat wel goed?” vraagt vader. Thijs denkt even na, maar Marlies roept meteen: “Eerst wel, maar toen gingen ze niet meer naar God luisteren, en moesten ze het paradijs uit”, “Ja”, zegt Thijs, “en toen ging het allemaal verkeerd. Ze gingen vechten en maakten de aarde vies”. “O, ja en toen werden de mensen ook ziek of verdrietig en alles ging een keertje dood”. Marlies kijkt er heel verdrietig bij. “Kijk” zegt vader “toen je net zo lekker zat te eten, keek je heel blij Marlies, en nu zie ik een heel verdrietig gezicht. Nú zijn we soms blij en dan weer boos of bang of verdrietig. Maar er gaat een keer iets gebeuren……dat is zo mooi, dat we nooit meer verdrietig of boos zullen zijn. Weten jullie wanneer dat is?” 33 Ze denken allebei heel goed na, en dan roepen ze tegelijk: “Als de Here Jezus terugkomt!”. “Goed zo” zegt papa, en daar ga ik nu een stukje over lezen uit de Bijbel. Heel lang geleden heeft de profeet Jesaja al verteld over de Here Jezus, dat Hij op aarde wilde komen, om voor onze zonden de straf te dragen. Dat was voor de Here Jezus heel verdrietig. Gelukkig weten wij, dat Hij niet in het graf is gebleven, maar weer is opgestaan, en terug gegaan is naar Zijn Vader in de hemel. En nu vertelt Jesaja, dat Hij nog een keer naar de aarde terugkomt, en dan zet Hij een hele grote tafel klaar, en alle mensen, die bij Hem horen mogen dan allemaal bij Hem aan tafel komen zitten. En dan geeft Hij iedereen heel veel en lekker eten. Luister maar”. Marlies en Thijs horen, dat iedereen op de aarde de Here Jezus dan zal zien en begrijpen wie Hij is. En niemand zal meer verdrietig kijken of boos zijn of sterven. Alleen maar blije gezichten. “Nu wil de Here Jezus ook graag, dat we het goed onthouden en er steeds aan denken, dat Hij nog een keer terug komt. Hoe zouden we dat in de kerk kunnen doen?” vraagt vader. Maar dat vinden Marlies en Thijs wel een erg moeilijke vraag en ze kijken naar mama, zou die hen helpen? Mama lacht en zegt: “Morgenochtend gaan we naar de kerk, en dan zullen jullie het zien, wat papa bedoelt”. De volgende morgen kunnen ze bijna niet wachten, tot het tijd is. Eindelijk lopen ze naar hun plekje voor in de kerk. Hè, wat is dat? Voor in de kerk staat een tafel met een mooi wit kleed. Er staat nog meer, maar dat is niet te zien, daar ligt een witte doek over. “Kijk, zegt mama zachtjes, “straks vraagt de dominee aan de mensen om aan tafel te komen, en dan krijgen ze een stukje brood en een slokje wijn. Dat staat klaar onder die witte doek. Zo kunnen de mensen denken aan de Here Jezus, die gestorven is voor hun zonden. Maar als ze aan tafel zitten, mogen ze ook aan die tafel denken, die de Here Jezus klaar zal zetten, als Hij weer terug komt naar de aarde”. Stilletjes kijken Marlies en Thijs naar alles wat er gebeurt. Als ze uit de kerk thuiskomen, heeft mama een extra grote koek bij de limonade, “want” zegt ze “vandaag is het een extra mooie zondag, omdat we avondmaal mochten vieren in de kerk, want zo heet het als je samen in de kerk aan tafel gaat”. ´s Middags regent het en kunnen ze niet gaan wandelen. “Ik ga een mooie tekening maken van het avondmaal, en dan hang ik hem op mijn kamer. Kan ik er steeds naar kijken en er thuis ook aan denken, dat de Here Jezus nog een keer terug komt”, zegt Thijs. Dat vindt Marlies een goed idee. En samen maken ze de mooiste tekening, die ze ooit gemaakt hebben! Gebed Lieve God, wat een prachtige stad. Mogen wij daar eens wonen? Dat zal een feest zijn, voor altijd. Dank U wel! (A.F. Troost, Alle mensen) Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken.
Page 34
34 Deze les tekenen we een tafel vol met lekker eten dat we zouden willen eten als Jezus terugkomt De kinderen kunnen de hemelse stad Jeruzalem afmaken, de arend, en het eten. Tip: zorg voor goud, zilver en glitterpennen, glimstikkers en dergelijke voor de stad. Afhankelijk van jullie tijd en mogelijkheden volgen hieronder een aantal gesprekstips: Bij bijzondere gelegenheden is er vaak een maaltijd.  Deel je ervaringen met elkaar. Bijvoorbeeld - een diner tijdens een bruiloft - lekkere hapjes op een verjaardag - mogen kiezen wat jullie op je verjaardag eten  Hoe zou de maaltijd tijdens de Bruiloft van het Lam er uit zou kunnen zien?  Wat zou er tijdens de Bruiloft van het Lam gegeten worden? Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. 35 Thuisopdracht Reflectie Vraag de kinderen eventueel thuis een mooie tekening te maken van het avondmaal of een lekkere maaltijd die ze hebben gegeten. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden, etc.  Goud, zilver en glitterpennen, glimstikkers en dergelijke om de stad te versieren.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 36
36 6. Kom je ook? Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Als de Here Jezus terugkomt, zal Hij een bruiloftsmaal aanrichten, ook wel de Bruiloft van het Lam wordt genoemd. De kinderen ontdekken aan de hand van de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft wie er uitgenodigd zijn voor de Bruiloft van het lam. En dat geloven net zo iets is als het aannemen van een uitnodiging. We denken ook na over de vraag hoe je je op het avondmaal voorbereidt. Richt je aandacht Vraag je af Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij. (Openb. 3:20). ● Wat zijn de regels bij jullie rondom het deelnemen aan het Heilig Avondmaal?  Lacht het leven je toe of ben je een pechvogel?  Hoe ga je daar mee om? Is God daarbij? Hoe?  Wat is je toekomstperspectief?  Op welke momenten leef jij dicht bij de wederkomst? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. De zegen van het beloofde land bestaat uit koren en wijn (Deut. 7:13, Jer. 31:12, Joël 2:19, Psalm 104:14, 15). Het zijn symbolen van voorspoed. In Openbaring 7: 17 klinkt na de beschrijving van alle ellende van het laatste der dagen uit Gods mond: “ En Ik zal alle tranen van uw ogen afwissen. In Openb. 21:4 wordt dit nog eens herhaald, met de verzekering: “en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”. Op het moment dat Jezus tijdens het laatste avondmaal de beker opneemt en ziet rondgaan, moet Hij denken aan het geweldige feestmaal dat eens, als het Koninkrijk in alle volheid komt, zal worden aangericht voor alle volken: “Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.” (Matth. 26:29) Dat woord ‘opnieuw’ wil zeggen: we pakken de draad weer op. We zullen verder gaan waar we gebleven waren. Of: de maaltijd nu is maar een voorproefje van het overweldigend nieuwe dat zal komen als het Koninkrijk komt. Dat feestmaal van de toekomst zal alles wat je nu kunt bedenken overtreffen. Jezus vertelt een gelijkenis om dit Koninkrijk der hemelen uit te leggen. Daarvoor gebruikt Hij het beeld van een maaltijd tijdens een bruiloft. Als alles klaar is worden de gasten uitgenodigd. De eerste lichting gasten heeft echter geen behoefte aan dit feest. Zij zijn druk met hun eigen zaken en nemen de uitnodiging niet aan. Sommigen doden zelfs de knechten die de uitnodiging brengen. De koning reageert door de weigeraars te straffen. Dan moeten de knechten iedereen die ze tegenkomen uitnodigen om naar het feest te gaan. Iedereen die de uitnodiging aanneemt en komt, krijgt toegang tot deze feestmaaltijd. Hieruit blijkt de ruimhartigheid van de Here. De gasten mogen niet zomaar aan tafel. Ze moeten wel feestkleren aan. Als de koning vervolgens de zaal betreedt, is er iemand die geen bruiloftskleding aan heeft. Dat is respectloos tegenover de gastheer. Hij wordt alsnog buitengezet. En dan eindigt de gelijkenis er mee dat de uitnodiging breed wordt uitgedeeld, maar dat slechts weinigen de uitnodiging aangrijpen en deelnemen aan het feest. Het avondmaal dat wij vieren is het beeld van het Koninkrijk van God. Het beeldt uit dat wij kinderen van dat Koninkrijk zijn, dus: in contact staan met God, gemeenschap hebben, door Hem gered zijn. Wil dat beeld niet inhoudsloos worden, dan moet dat ook de werkelijkheid zijn bij de viering van het avondmaal. Iedereen die gelooft en bij het Koninkrijk van God hoort, mag deelnemen aan het avondmaal! En we mogen er aan denken dat elk avondmaal een avondmaal dichter bij de wederkomst van Jezus is. Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd' (Op 19:9) 37 Leef je in Bedenk van te voren hoe kinderen het thema van deze les zouden kunnen ervaren. Ze mogen bijvoorbeeld niet altijd met hun ouders mee naar een feest. Soms moet je reserveren, anders is het restaurant al vol. Je moet voorbereidingen treffen, je kleed je netjes aan. Het kost geld. Je gaat samen. Niet handig als je dan ruzie hebt… Zo is ook het avondmaal gereserveerd, namelijk voor gelovigen, voor mensen die Gods uitnodiging aangenomen hebben en weten wat ze eten. Wat denk je? Willen kinderen graag bij Jezus zijn? Verlangen ze daar naar? Een kind zei eens: “Ik wil graag dood, dan ga ik naar de Here Jezus”. Dit is geen doodswens, maar een levenswens. Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Ga met de kinderen in gesprek over een feestelijke maaltijd. Bij bijzondere gelegenheden is er bijzonder eten. Bijvoorbeeld met een verjaardag.  Hebben de kinderen wel eens een kerstdiner of andere feestelijke maaltijd meegemaakt?  Waarom? Om iets te vieren. Om iets te gedenken (ergens bij stil te staan)?  Wie waren erbij?  Hoe was de ‘tafelschikking’?  Wie zorgde er voor het eten?
Page 38
38  Wat aten jullie?  Hadden jullie speciale kleren aan?  Was je bang dat je op je nieuwe kleren zou knoeien?  Wat als iemand niet aan tafel wil komen of niet wil eten? Vervolg in de groep Praat de kinderen bij die er de vorige keer / keren niet bij waren. Was je er zelf ook niet bij? Vraag dan de kinderen om jullie bij te praten. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Eten en feest horen bij elkaar. Wanneer we het fijn vinden om bij elkaar et zijn nemen we vaak iets extra’s, daarmee wordt iets gewoons, een maaltijd, iets speciaals. Vandaag luisteren we naar een verhaal over een feest in de Bijbel en dat daar ook speciale kleren bij horen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: de Koninklijke bruiloft (Je vindt deze gelijkenis in Mattheüs 22) Intro: In de kerk eindigden we met de vraag of we zomaar deel mogen nemen aan het avondmaal. Voor we die vraag kunnen beantwoorden luisteren we eerst naar een gelijkenis uit de Bijbel. In Lucas 14 staat een kortere versie van deze gelijkenis. Daar ontbreekt het gedeelte over de gast die geen feestkleren aan had. Omdat dat juist het gedeelte is, dat aanleiding geeft om te praten over hoe je je op het avondmaal voorbereidt kozen we hier voor de versie uit Mattheüs. Voor het geval het gedeelte over de feestkleren niet in je kinderbijbel staat, kun je onderstaande tekst gebruiken: De man kwam binnen om te kijken wie er allemaal op het feest waren gekomen. Toen zag hij iemand die geen feestkleren aan had. Hij zei tegen hem: 'Vriend, we hebben je toch feestkleren gegeven. Hoe komt het dat je die niet aan hebt?' En de man wist niets te antwoorden. Toen zei de man tegen de bedienden: Stuur hem maar weg. Zonder feestkleren kun je geen feest vieren. Gelukkig wilden de anderen mensen wel feestkleren aan. Graag zelfs. Bij een feest horen toch feestkleren? 39 Samen doorpraten Kunnen we nu iets meer zeggen over wie er aan tafel mogen komen?  Iedereen werd uitgenodigd  Niemand was verplicht te komen  Je moet er wel tijd voor vrij maken  Je gaat niet naar een feest als je ruzie hebt met degene die het feest geeft  Je moet je aan de regels van het feest houden Zo is het ook bij het avondmaal.  Vertel kort iets over de regels die er in jullie gemeente zijn rondom het deelnemen aan het avondmaal. Voor wie is het bedoeld? Iedereen / kinderen die toestemming hebben van hun ouders / zij die gedoopt zijn en/of belijdenis hebben afgelegd van  Als de kinderen bij jullie deel mogen nemen aan het avondmaal: Zou jij aan willen gaan?  Als de kinderen bij jullie niet aan mogen gaan: Hoe kun je er nu al bij zijn? wat zie je, wat doe je, wat denk je?  Hoe bereid je je voor op de viering van het avondmaal? Nodig eventueel een gemeentelid en/of ouderling/oudste uit om hierover iets te vertellen. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Laten wij dankbaar zijn en Christus de eer geven, want de bruiloft van het Lam komt. Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. Deze les een feestelijke plaat die voor zich spreekt (zie volgende pagina). Alternatieve verwerking (ook te gebruiken als starter):  Ga met de kinderen in gesprek over hoe God ons mensen ziet.  Hoe ziet God ons door Jezus?  Hij geeft ons een schoon kleed om aan de tafel te gaan.  Maak een houten kruis met kleerhangertje er boven. Hang over het hangertje een wit laken met een gat erin.  Vanuit Gods perspectief ligt er een schoon kleed klaar. Hoe kom ik aan zo’n wit kleed, hoe weet ik dat het mij past? Kijk eronder: dan zie je het kruis: Hij heeft de breuk tussen God en mensen hersteld.  Maak een foto van jullie kunstwerk en plak die in jullie boekje over het Heilig Avondmaal. Schrijf er zelf een toelichtende tekst zodat je de betekenis later nog eens na kunt lezen.
Page 40
40 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. Kom je thuis dingen tegen die in je boekje passen, neem ze dan de volgende keer mee. Oudere kinderen kunnen antwoorden zoeken op vragen die we hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de Koninklijke bruiloft in staat. Het staat bijvoorbeeld in Mijn eerste Bijbel en de Bijbel voor kinderen.  Werkboekje voor elk kind.  Stiften, kleurpotloden, lapjes stof, etc.  Voor de alternatieve verwerking: een kleerhangertje, een kruis en een witte lap stof.  Eventueel een fototoestel.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. 41 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 42
42 7. Samen zijn Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We vragen ons deze les af: waarom vieren we niet in ons eentje avondmaal? We ontdekken dat we elkaar nodig hebben en dat het avondmaal een oefening is in samen delen. God heeft ons zo gemaakt dat er dingen zijn die we niet kunnen, die anderen juist wel kunnen, zo dat we elkaar kunnen helpen. Richt je aandacht Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! (…) Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd. (Psalm 133:1,3) Vraag je af ● Ben jij gesteld op gezelschap of doe je graag dingen alleen?  Wat is voor jou de waarde van goed gezelschap? Wie zijn dat voor jou en welke goede herinneringen heb je daaraan?  Hoe zijn de banden in je gezin, je familie, je vriendengroep, de kerk? Wie ben jij in die groep?  Met welke mensen heb je een geestelijke band? Zoek deze week eens contact met ze en deel de les die je met de kinderen gaat doen met hen. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. We moeten het leven in een gemeenschap niet romantischer voorstellen dan het is. In een gemeenschap zit altijd wel iemand die je niet mag. Voor veel mensen betekent zoiets zelfs dat het contact met die ander voorgoed of voor jaren verbroken is. Een gemeenschap is geen paradijs: Jezus riep een gemeenschap van apostelen samen en daar zat iemand tussen die Hem zou verraden. “U kunt alleen in een gemeenschap leven als God in uw hart woont. Dan kunt u ook leven met mensen die u niet liggen. En die mensen kunnen juist uw liefde zuiveren en verdiepen.” (Henri Nouwen, Dl 3, U bent geliefd - over discipline) De Bijbel geeft aan, dat de Here Jezus vanuit de hemel gekomen op aarde is. Hij is door de Vader naar ons gezonden. Hij is naar ons toegekomen en is geworden zoals wij (behalve de zonde). Hij is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. Hij ging naar Jaïrus toe, het hoofd van de synagoge, vanwege zijn dochter, naar de Romeinse hoofdman vanwege zijn zieke knecht, naar Simon de melaatse om een maaltijd te gebruiken, naar de tollenaar Zacheüs om in zijn huis te verblijven. En na zijn opstanding is de Here Jezus mensen blijven opzoeken: de vrouwen en de discipelen, Petrus en Jacobus afzonderlijk. Na Pinksteren worden de apostelen erop uit gestuurd om mensen op te zoeken. Als vissers om mensen te vangen en herders om verloren schapen terug te brengen naar de Here. Ook Paulus vindt het van belang dat er in de gemeente naar elkaar wordt omgezien (zie Romeinen 12). Geloven in de Here Jezus is een overgang van het oude bestaan in de zonde naar een nieuw bestaan in de Geest. Dat nieuwe leven in de Here Jezus gaat niet alleen over hoe wij de Here dienen. Het heeft praktische consequenties voor hoe wij met elkaar om dienen te gaan. Het gaat erom, dat we elkaar liefhebben vanuit onze verbondenheid in de Here Jezus. Dat we met elkaar delen in vreugde en verdriet. Dat hoort allemaal bij de gemeente van Christus. Daarin laten we in onze daden iets van de Here Jezus zien. Hij krijgt gestalte in ons leven, in onze daden komt Hij tevoorschijn. Het avondmaal vieren we niet in ons eentje. Het is een gemeenschapsoefening: we oefenen ‘companionship’, het samen delen. We horen bij elkaar. En steunen elkaar. Soms moet je ook dingen uitpraten voor je samen avondmaal kunt vieren. We worden tot één lichaam samengevoegd, we vormen samen het lichaam van Christus. Zo vieren wij gemeenschap met Christus en in Hem met elkaar. “Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam; want wij hebben allen deel aan dat ene brood.” (1 Korintiërs 10:17) 43 Leef je in Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Starter Bij wie hoor jij? Bij je vader en moeder, broers en zussen… Je lijkt op ze, je doet veel met elkaar, je leeft met ze en dat is nog al wat… Laat bijv. je eigen familieportret zien (en wijs een bijzonderheid aan: kijk, ik heb net de oren van opa) Iedereen heeft wel een eigen specialiteit:  bij ons thuis is…  die kan dat en dat… In de kerk zijn we ook een gezin, Gods gezin. In de Bijbel staat dat we met elkaar net een groot lichaam zijn, een hand een voet… daar gaan we in de kindernevendienst meer van horen. Vervolg in de groep Vandaag gaan we naar onszelf kijken.  Laat je eigen hand en voet zien  Vraag de kinderen wat zij zien bij elkaar. (Geef alle kinderen een korte beurt. Probeer te “sturen”, zodat er heel wat verschillende lichaamsdelen benoemd worden, die je in het verhaal gebruikt).  Weten jullie ook hoe alles bij elkaar heet? Maak het gesprek niet te lang! Als je het idee hebt dat iedereen ‘bij de les is’ en begrijpt waar het over gaat, ga je over op de volgende vraag:  Wat nu als je geen handen hebt?
Page 44
44  Bekijk hierbij eventueel vooraf of met elkaar een fragment uit de film ‘Brammetje Baas’ waarin Brammetje wil weten hoe het is als je geen handen hebt. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Zonder handen is het heel lastig eten… handen en voeten zijn allebei nodig. In de Bijbel staat dat we met elkaar net een groot lichaam zijn, een hand een voet… Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Beeld van hand en voet (Je vindt deze in 1 Korintiërs 12) Let op: Wees je als verteller je bewust van de symboliek in het verhaal. Zonder de betekenis van de symbolen letterlijk uit de spreken, kun je ze overbrengen aan de kinderen. Dat doe je door de nadruk te leggen op de bedoeling van het symbool en minder op het symbool zelf. Stel je voor dat je alleen een voet was, wat zou je dan kunnen doen? Hinkelen, lopen… Rennen, Voetballen… Maar er is ook een heleboel wat je niet zou kunnen doen. Als je geen handen hebt, kun je niets vastpakken, niet schrijven, niet computeren. Je kunt zelfs je laars of schoen niet uittrekken. Als je alleen een voet bent kun je overal komen, maar je kunt er bijna niets doen. Stel je voor dat je alleen een hand was, wat zou je dan kunnen doen? Een heleboel. Tekenen, schrijven, schilderen, timmeren, eten koken. Je kunt iemand een hand geven. Je kunt een schouderklopje geven. Je kunt iemand troosten. Maar als je geen voet hebt, dan kom je nergens. Dan komt er niks terecht van al die dingen die je met je hand zou kunnen doen. Niet tekenen, niet timmeren, niemand troosten. Want je komt er gewoon niet. Handen en voeten hebben elkaar nodig. En zo is het nou ook met mensen. Mensen zijn heel verschillend. Er zijn jongens die heel goed kunnen voetballen met hun voeten. Maar als je gevallen bent, wil je dat mama met haar hand over je hoofd wrijft, want dat doet zo´n pijn. En dat kunnen moeders heel goed. Moeders kunnen met hun handen ook lekker eten klaarmaken. Maar het is ook fijn als ze voeten heeft, want dan kan ze het eten ook naar de tafel brengen. Als mama soms niet goed kan lopen, is het fijn als papa er is, en dan kan hij dat voor haar doen. Of jullie kunnen zelf helpen! Mama vraagt denk ik ook wel eens aan jullie om een werkje voor haar te doen. Soms moet je dan je handen gebruiken. Weten jullie een werkje met je handen? En weten jullie er ook een waar je voeten voor nodig hebt? Wat doen jullie het liefst? Toch heb je bij heel veel dingen die je doet nog iets nodig. Als mama wil gaan koken moet ze bedenken wat ze in huis heeft, en welke pannen ze nodig heeft. Waar kan ze mee denken? 45 Gelukkig maar dat ons lichaam een hoofd heeft. Dat zorgt ervoor dat onze handen doen wat we willen en dat onze voeten de goeie kant op lopen, als we ergens naar toe willen. Zonder hoofd kunnen we niets! Het hoofd is dus het belangrijkste. Alle mensen die aan het avondmaal zitten horen ook bij elkaar. Ze zijn samen één lichaam. We noemen dat ook wel: het lichaam van Christus! En ze mogen allemaal iets betekenen voor elkaar. Niet omdat ze elkaar zo leuk vinden. De mensen horen bij elkaar, omdat de Here Jezus dat zo graag wil. En Hij helpt ze ook om er voor elkaar te zijn. De een kan goed vertellen, dan ander kan goed de kerk schoonmaken en weer iemand anders kan goed zieke mensen troosten. Wij kunnen dus niet zonder de Here Jezus, ook niet aan het avondmaal, want soms zitten er mensen bij, die je helemaal niet zo aardig vindt. Als we niet geloven dat Hij er voor ons allemaal de straf voor onze verkeerde dingen gedragen heeft, kunnen we nooit goed bij elkaar horen. In de Bijbel kun je daar over lezen, luister maar: Lees 1 Korintiërs 12: 18-27 of een gedeelte daarvan: “Maar God heeft aan iedereen zijn eigen, speciale plaats in het Lichaam gegeven, daar waar Hij het wil. Als we met zijn allen één lichaamsdeel zouden zijn, dan zou er toch geen Lichaam zijn? Maar nu zijn er wel veel lichaamsdelen, maar is er maar één Lichaam. Een oog kan niet tegen een hand zeggen: "Ik heb jou niet nodig." En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: "Ik heb jullie niet nodig." (…) Als één lid verdriet heeft, leven alle anderen met hem mee. Als één lid wordt geprezen, genieten alle anderen daarvan mee. Jullie zijn dus samen het Lichaam van Christus. En ieder van jullie is een lichaamsdeel van dat Lichaam.” © www.basicbijbel.nl Zullen we samen hierover een liedje zingen: “Dit is m’n hand en dat m’n voet, ‘k heb ze allebei nodig” Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Hand en voet Bewaar je hand Kom in de kring Geef het door (Elly & Rikkert) Kijk eens om je heen Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. We knippen een poppenslinger en plakken deze op het werkblad. Op de figuurtjes tekenen we belangrijke mensen uit onze omgeving.
Page 46
46 Bedenk van te voren welke van onderstaande stappen de kinderen zelf kunnen uitvoeren en welke je moet voorbereiden of waar je bij moet helpen:  Leg het malletje (staand) helemaal links tegen de rand van een liggend A4tje.  Trek het malletje om.  Vouw het A4tje 6 keer als een zigzag. Zorg dat het poppetje op de voorkant komt.  Knip het poppetje uit (het hele stapeltje tegelijk). Zo heb je in één keer een slinger met 6 popjes.  Hierna kunnen de kinderen erop tekenen.  Wie teken je op de figuurtjes? Je kunt de kinderen hierbij helpen door bijvoorbeeld te vragen: - Bij wie eet je graag? - Waarom is het daar zo fijn? (zelf brood klaarmaken, lekkere dingen eten) - Schrijf de namen er onder  Kleur of versier het geheel. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Het werkboekje blijft in de kindernevendienstruimte of kast. We gaan er volgende keer weer mee verder. 47 Thuisopdracht Reflectie Vraag aan de kinderen of ze aan volwassenen vragen: wat maakt het samen in de kerk of als gemeente eten zo fijn? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Eenvoudige Bijbel  Filmfragment ‘Brammetje Baas’ (waarschijnlijk te leen via de bibliotheek of te koop in de restantenbak van diverse winkels). Op onze website vind je een link naar de trailer van de film. Het fragment ‘zonder handen’ vind je in de trailer op 30 sec en in de film op 11 minuten).  Werkboekje voor elk kind.  Mal van de poppenslinger voor elk kind. Knip van te voren meerdere losse popjes die de kinderen als malletje kunnen gebruiken. Je vind het werkblad op de volgende pagina.  Stiften, kleurpotloden, scharen, etc.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 48
Werkblad les 7 Tirza Beekhuis © sAmen 49 8. Delen Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling De Zoon van God kwam naar de aarde toe om ons te redden van de verlorenheid. Wie met Hem verbonden raakt, wordt door Hem opgeroepen om ook anderen op te zoeken. Het gaat erom dat Zijn liefde hoorbaar, zichtbaar, ervaarbaar en tastbaar wordt in mensenlevens. Deze les denken we er over na hoe we dat in praktijk kunnen brengen: geven, uitdelen, helpen, ondersteunen, troosten, bemoedigen, gastvrij zijn, enzovoort. Richt je aandacht Hij ontfermt zich over weerlozen en armen, wie arm is, redt hij het leven. (Psalm 72:13) Vraag je af ● We hebben allemaal onze voorkeur: de een deelt gemakkelijk, de ander vindt het moeilijk. Hoe gaat dat bij jou?  Wat deel jij: je tijd, je geld, je gave, je huis, je… ?  Met welke naaste heb jij veel mededogen? Bijvoorbeeld de weduwe, de dakloze, het kind in nood? Waar komt je voorkeur vandaan en wat doe je er concreet mee.  Wat heeft voor jou het helpen van de ander te maken met God en met je beleving van het Heilig Avondmaal? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. "Wanneer je borden staat af te wassen, bid dan. Wees dankbaar voor het feit dat je borden hebt om af te wassen; dat betekent dat er eten op lag, dat je iemand te eten hebt gegeven, dat je voor één of meerdere personen met liefde hebt gezorgd. Stel je voor hoeveel miljoenen mensen op dit ogenblik helemaal niets af te wassen hebben of niemand hebben voor wie ze de tafel kunnen dekken." (Paulo Coelho, De heks van Portobello, p. 153) Het avondmaal laat ons zien dat wij van God genade ontvangen (de rijkdom van Christus). Deze rijkdom mogen / moeten wij weer uitdelen. Dat neemt heel praktische en concrete vormen aan: geven, uitdelen, helpen, ondersteunen, troosten, bemoedigen, gastvrijheid, offervaardigheid enzovoort. Van oudsher wordt het verhaal van de wonderbare spijziging nauw met het avondmaal in verband gebracht. Zowel in dat verhaal als in het avondmaal wordt Jezus getekend als degene die omziet naar de nood van heel de mens: Hij leert en voedt het volk. Brood en wijn zijn zo tekenen van Gods gaven aan ons. Die gaven mogen we doorgeven. We delen als gemeente maar ook daarbuiten, overal waar mensen ons nodig hebben. Want wat bij het avondmaal gebeurt, werkt door in het dagelijks leven. Je mag er net als de leerlingen van toen op vertrouwen dat hij onze kleine bijdrage weet te vermenigvuldigen. Van oudsher is avondmaal ook verbonden met diaconaat (dat betekent dienen). Kerkgangers namen in de vroege Kerk de spullen die zij extra hadden mee naar de kerk. Na de dienst werd dat uitgedeeld aan de armen. Daarmee volgden ze Jezus na die ook zijn hele leven gediend heeft. Als je van Jezus houdt en Hem wilt volgen, ga je vanzelf óók dienen. Dan ga je mensen die binnen of buiten de kerk in de ellende zitten helpen. Dienen, dat doen alle gemeenteleden, jong en oud. Het is niet alleen iets voor diakenen! Daarom doet Paulus bijvoorbeeld ook een beroep op de vrijgevigheid van de Korintiërs (2 Korintiërs 8 en 9). Paulus heeft wel wat overredingskracht nodig om hen op te roepen te geven aan de gemeente in Jeruzalem die in grote nood verkeert. Hij wijst hen er op dat ze bij elkaar horen omdat zij allen bij Christus horen. Hij wijst hen ook op anderen die het veel minder breed hebben en toch een aanzienlijk bedrag bij elkaar hebben gebracht. Zouden ze daardoor gegeven hebben?
Page 50
50 Leef je in Er is ook in Nederland stille armoede. Bijvoorbeeld vrouwen die gescheiden zijn, of tweeverdieners met een hoge hypotheek waarvan degene met het hoogste salaris is ontslagen. Het wrange van (stille) armoede is dat mensen zichzelf terugtrekken uit de maatschappij en vaak ook niet meer naar de kerk gaan of hun kinderen naar zondagschool of kindernevendienst sturen! Hoe is dat in jullie groep? Om deze les te kunnen geven is het belangrijk dat je weet hoe de lessen zijn opgebouwd. Lees ook hoofdstuk 10 van dit boek over de symbooltaal van het avondmaal en hoe je die samen met kinderen leert spreken. Wat er aan vooraf ging en wat nog komt: 1. We gedenken wat Jezus voor ons deed (Terugkijken) - Les 1: Doe dit steeds opnieuw (Laatste avondmaal) - Les 2: Het is volbracht (Kruisiging) 2. We oefenen de gemeenschap met Jezus (Omhoog kijken) - Les 3: Kijk eens goed (Emmaüsgangers) - Les 4: Eén met Jezus (Ik ben de ware wijnstok) 3. We kijken uit naar de wederkomst (Vooruitkijken) - Les 5: Een voorproefje (Bruiloft van het Lam) - Les 6: Kom je ook? (Gelijkenis van de Koninklijke bruiloft) 4. We oefenen de gemeenschap met elkaar (Om je heen kijken) - Les 7: Samen zijn (Hand en voet) - Les 8: Delen (Wonderbare spijziging) Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We luisteren naar een verhaal: Belangrijk bezoek Met de winter voor de deur weegt het alleen zijn Mevr. Snelders erg zwaar. Ze zou graag iemand te gast willen hebben voor wie ze kon zorgen en met wie ze kon praten. Op een nacht verscheen haar in een droom een engel. Deze vertelde dat ze bezoek zou krijgen van een belangrijke gast. Wees attent en waakzaam’ had de engel gezegd. De ochtend kon niet vroeg genoeg komen. Vol goede moed stond ze op en begon haar huis schoon te maken. Ze was druk in de weer. Plotseling ging de bel en verstoorde haar werk. Dit is mijn gast dacht ze, en ging naar de deur. Voor haar stond een man, sjofel gekleed, met een lange vieze baard en een kapotte broek. Bij de aanblik moest ze haast kokhalzen. De bedelaar vroeg een boterham. Mevr. Snelders verontschuldigde zich en zei: ”Ik verwacht een belangrijke gast’ en deed de deur dicht. 51 Na het stofzuigen begon ze aan het klaarmaken van de maaltijd. Boven de keukengeluiden uit hoorde ze de deurbel voor de tweede maal. ‘Mijn gast’ riep ze en stoof naar deur. Voor haar stond een keurige dame die een bijdrage vroeg voor kansarme kinderen in ontwikkelingslanden. ’U komt ongelegen’ zei ze, ‘ik heb het druk’. Met een klik sloot ze de deur. Nu begon ze met het klaarmaken van de tafel. Ze blonk het zilveren bestek op en schikte de tafel. En terwijl ze daarmee bezig was, ging de deurbel voor de derde keer. De pastor stond aan de deur. Hij vroeg haar medewerking voor het secretariaat van de parochie. Ze zou gastvrouw kunnen zijn. ‘Ik heb er nu geen tijd voor’, was haar antwoord. ‘s Nachts verscheen de engel opnieuw. Hij zei: ‘Driemaal heeft iemand bij je aangebeld en er stond een belangrijke gast voor je aan de deur. Tot driemaal heb je God niet herkend. Uit: ‘Een huis vol verhalen’ van René Hornikx. Vervolg in de groep Pak het verhaal er nog eens bij en praat er over door: wat vinden de kinderen ervan, wat spreekt ze aan / wat vinden ze moeilijk? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is soms moeilijk om iets weg te geven / te delen, maar het is wel mooi als je er anderen mee kunt helpen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Wonderbare spijziging (Je vindt dit verhaal in Johannes 6) De wonderbare spijziging is voor de onderbouw en eventueel bovenbouw. Dit verhaal bevat veel elementen die we niet in één les kunnen behandelen. We leggen de nadruk op het jongetje dat zijn brood afstaat. Jezus vermenigvuldigt het en de discipelen delen het uit. Als Jezus deelt, heeft iedereen genoeg. En Jezus helpt ons er bij! Hem hebben we nog meer nodig dan brood. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Vader in de hemel, U geeft ons mensen alles wat wij nodig hebben. Daarvoor danken wij U. Wij willen U helpen uw gaven door te geven, zodat iedereen genoeg krijgt, elke dag opnieuw. Wij danken bovenal voor uw grootste geschenk: Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
Page 52
52 Liedtips Ik was hongerig Kijk eens om je heen Eet van het brood (Opw. kids 243) De Heer is mijn herder Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Geef elk kind zijn/haar eigen werkboekje. Introduceer het boekje voor de kinderen die er deze les voor het eerst zijn. Elke les werken we er in en aan het eind presenteren we het tijdens een maaltijd. Als er tijd over is kunnen ze aan de niet afgemaakte pagina’s van de vorige les(sen) werken. We denken na hoe anderen geholpen kunnen worden / we leren delen. Veel kinderen groeien op in een luxe-cultuur. Wat zouden zij kunnen missen (als denkoefening)?  Kijk samen naar foto’s van Peter Menzel (zie weblink). Neem hier goed de tijd voor. De foto’s roepen veel reacties op.  Wat staat er bij de mensen op tafel?  Wat staat er allemaal bij jullie op tafel?  Bedenk samen met de kinderen van wie ze die dingen hebben gekregen. Van hun ouders bijvoorbeeld. Mogelijk kun je met hen uitkomen bij het feit dat God voor ons zorgt.  Wij mogen iets van onze rijkdom uitdelen aan mensen die dat nodig hebben.  Wat kan ik met anderen delen?  Geef de kinderen een cadeautje om uit te delen.  We maken / versieren een labeltje om aan het cadeautje te hangen.  Aan wie ga je het geven?  De kinderen werken deze les niet in het werkboekje. Laat het werkblad wel zien ter inspiratie en zing eventueel het lied.  Maak een foto van elk kind met het cadeautje in zijn/haar hand (zet eventueel een lege stoel neer en laat het kind het cadeau zogenaamd overhandigen aan iemand).  Die foto komt in het werkboekje. Later kunnen ze daarbij invullen aan wie ze het gegeven hebben. 53 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Maak een foto van elk kind met het cadeautje in zijn/haar hand (zet eventueel een lege stoel neer en laat het kind het cadeau zogenaamd overhandigen aan iemand). Die foto komt in het werkboekje. Later kunnen ze daarbij invullen aan wie ze het gegeven hebben. Geef het werkboekje mee naar huis en vertel er bij dat ze het steeds kunnen gebruiken bij een avondmaalsviering. Om er verder in te werken of nog eens terug te kijken: waarom is dat ook al weer? Thuisopdracht Reflectie Geef je cadeautje aan iemand die het goed kan gebruiken. Voeg eventueel een briefje toe voor de ouders (zie volgende pagina). ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de wonderbare spijziging in staat. Bij voorkeur vanuit het perspectief van het jongetje met het brood en de vis. Het staat bijvoorbeeld in Mijn eerste Bijbel, Bijbel voor kinderen, Volg Mij en Bijbel voor jou.  Werkboekje voor elk kind.  Voor elk kind een cadeautje om uit te delen. Denk aan een zakje koekjes, sultana’s, een rolletje King, startbeslag om Friendshipbread te maken.1, etc.  Mooi en stevig papier. Kopieer hierop voor elk kind een cadeaulabeltje of laat hen er zelf één ontwerpen.  Lintjes om het label aan het cadeautje te bevestigen.  Stiften, stickers ed. om het labeltje te versieren.  Fototoestel.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s.  Eventueel een brief voor de ouders, zie volgende pagina. 1 Dit is cake volgens de principes van een kettingbrief. Het is één van de vormen waardoor de Amish naastenliefde in de praktijk brengen. Het eerste startdeeg maak je zelf door 125 gram bloem te zeven en te mengen met 100 gram suiker en 125 ml. water Roeren met een houten lepel. Afdekken met een theedoek. Deeg 1 dag op kamertemperatuur laten rijzen. De brief met het recept voor degene aan wie je het startdeeg geeft, vind je op pagina 56.
Page 56
ALSJEBLIEFT: HERMAN HET VRIENDSCHAPSBROOD / FRIENDSHIP BREAD Dit is cake volgens de principes van een kettingbrief. Het is één van de vormen waardoor de Amish naastenliefde in de praktijk brengen. Herman wordt gemaakt van natuurlijk gistend deeg dat in 10 dagen ontstaat. De basis is het deeg dat je van een vriend, vriendin, familielid of kennis kreeg. Na 9 dagen deel je Herman in vieren en geef je 3 delen weg aan vrienden, familie of kennissen. Zó wordt Herman op een gezonde en lekkere manier in stand gehouden. VERZORGING VAN HERMAN Herman houdt van warmte. Zet hem daarom niet in de koelkast, maar op een warme plek in je huis. Herman moet ook kunnen ademen. Hij mag dus niet potdicht worden afgedekt. Een theedoek is prima. Roer hem door met een houten lepel. Herman ruikt een béétje zurig, dat is echter normaal! WAT MOET JE DOEN? Dag 1: Dag 2: Dag 3: Dag 4: Dag 5: Dag 6: Dag 7: Dag 8: Dag 9: Je hebt Herman vandaag gekregen. Stop hem in een ruime kom om in te groeien. Laat hem rusten. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Herman heeft honger; geef hem 125 ml melk, 125 gr. bloem en 125 gr. suiker. Roer hem door zodat hij lekker glad wordt. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Roer Herman goed door. Herman heeft weer honger; geef hem 250 ml. melk, 125 gr. bloem en 125 gr. suiker. Roer hem weer flink door zodat hij weer glad wordt en verdeel Herman daarna over 4 bakjes. Geef 3 bakjes weg, samen met een kopie van dit recept. Bak van het 4e deel morgen een friendship bread. Dag 10: Geef Herman voor de laatste keer te eten met het volgende recept:  200 gr. bloem  200 gr. suiker  3 eieren  50 ml olie  1 zakje vanillesuiker  1 eetlepel bakpoeder  0,5 theelepel zout  2 volle theelepels kaneel  Eventueel extra: 200 gr. noten en/of rozijnen en 1 appel in stukjes Roer Herman nog een keer goed door elkaar. Vet een bakblik in en giet Herman hierin. Bak hem in ongeveer 60 minuten gaar. Elektrische oven op 170 °C, hete lucht oven op 150 °C. Veel plezier en eet smakelijk!!! NAAR EEN TRADITIONEEL AMISH-RECEPT 57 Bij de avondmaalsviering Ook als de kinderen in jullie gemeente niet aan het avondmaal gaan is het de moeite waard het met eigen ogen te zien en er de volgende les op terug te komen. Achter in het werkboekje vind je hiervoor een min of meer lege pagina met daarop een aantal voorwerpen: VOORAFGAAND AAN DE VIERING Vertel voorafgaand aan de avondmaalsviering hoe het avondmaal in jullie gemeente gevierd wordt. Het voorwerp dat hierbij hoort is een rugzak. Stel vragen als: - wat verwacht je te zien, doen, etc? - waar ga je op letten? (Wat gebeurt er, wie doet wat?) - hoe bereid je je voor? Laat de kinderen hierover tekenen en schrijven in hun werkboekje. TIJDENS DE VIERING: Het voorwerp dat hierbij hoort is een fototoestel. We ervaren en kijken goed wat er gebeurt en schrijven of tekenen er iets over. Zorg dat iedereen aan het begin van de dienst zijn / haar boekje krijgt én een goede pen of scherp potlood! NA DE VIERING: Het voorwerp dat hierbij hoort is het werkboekje. Neem gerust een hele les de tijd om terug te kijken naar de bijgewoonde viering. Je kunt - napraten: wat heb je geleerd, waar wil je nog meer van weten? - nog niet afgemaakte pagina’s in het werkboekje afmaken - een lied aanleren.
Page 58
58 Kinderen en symbooltaal Als je iets hoort wil het niet zeggen dat je het altijd meteen begrijpt. Als ik in Frankrijk ben heb ik moeite de man achter de balie van de VVV te volgen. Als hij er dan een folder bij pakt met foto’s en een landkaart helpt dat al veel. Als ik vervolgens op pad ga en met eigen ogen zie hoe mooi het park is waar ik in loop, begrijp ik pas goed waarom die man tegen me zei dat ik dat echt moest gaan zien. Vertel het mij en ik zal het vergeten. Laat het mij zien en ik zal het mij herinneren. Betrek mij erin en ik zal het begrijpen. Vaak denken we, zeker in de protestantse traditie, dat het Woord van God pas betekenisvol wordt wanneer het eerst en vooral goed uitgelegd wordt. En als we het begrijpen dan kunnen we verder. Toch is dat te snel geredeneerd. Om het van je hoofd (kennis, weten) naar je hart (begrijpen, liefhebben) te laten zakken is meer nodig. Vroeger noemden ze de kerkdienst daarom ook wel een godsdienstoefening. We worden gevraagd om deel te nemen aan de gebeden en het zingen, te lezen en brood en wijn met elkaar te delen. Door al die dingen oefenen we ons om de boodschap beter te begrijpen en er naar te leven. We hebben voor dat leerproces ons leven lang nodig en rituelen ondersteunen daarbij. RITUELEN ZIJN BELANGRIJK Een ritueel is een gebruik of een ceremonie bestaande uit afgesproken handelingen, symbolen en muziek. Het woord ‘symbool’ heeft zijn oorsprong in het Griekse zelfstandige naamwoord ‘symbolon’ of ‘sumbolon’, dat teken, kenteken of herkenningsteken betekent, en het werkwoord ‘symballoo’, dat ontmoeten, bijeenbrengen of vergelijken betekent.2 Rituelen ontstaan en voltrekken zich binnen een gemeenschap en elk individu dat er aan deelneemt, is sterk bij het gebeuren betrokken. De herhaling zorgt ook voor een band met hen die ons voorgingen. Tijdens een ritueel krijgen gevoelens plaats in je leven. Deze lessenserie gaat over het avondmaal. Het avondmaal noemen we in kerktaal ook wel een ‘sacrament’. Dat woord betekent ‘geheimenis’ of ‘mysterie’. Johannes Calvijn zei hierover: “Indien men mij vraagt aangaande de wijze waarop Christus in het avondmaal tegenwoordig is, zal ik mij niet schamen te erkennen, dat dit een verborgenheid is, te hoog dan dat ze door mijn verstand begrepen of in woorden meegedeeld kan worden; en, om het duidelijker te zeggen: ik ervaar haar meer dan dat ik haar begrijp.” Bij het avondmaal gaat het om meer dan ons verstand en het is meer dan een plaatje bij een praatje. Het gaat om deelname met ons hele wezen en de verbeelding van een belofte. In het avondmaal delen we zichtbaar en tastbaar in de werkelijkheid van Gods genade die de preek zondag aan zondag met woorden probeert op te roepen: Gods boodschap van liefde en bevrijding. En we geven gehoor aan de oproep van Jezus: ‘Doe dit zo dikwijls als…’ (1 Korinthe 11:25, 26) Als we het avondmaal vieren zijn we daar met ons hele zijn bij betrokken. We oefenen ons om de betekenis en de inhoud ervan steeds opnieuw en wellicht vernieuwd te zien. En als we de symbolen zien schieten andere beelden ons te binnen: we hebben het nodig gevoed te worden door Gods woord, we mogen delen van wat we ontvangen, straks mogen we maaltijd houden met het Lam. 2 bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Symbool 59 TWEEDE TAAL VAN HET GELOOF Symbooltaal noemen we ook wel de tweede taal van het geloof: zoals brood en wijn ons versterken, zo versterken het lichaam en bloed van de Here Jezus ons geloof. Wanneer je deze tweede taal leert verstaan, kunnen beelden uit de Bijbel een nieuwe en verrassende diepgang krijgen. Jezus zei: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ (Lukas 22:19) Als symbooltaal nodig is om de Bijbelse boodschap te begrijpen, dan is het belangrijk dat kinderen deze taal al jong leren. En dat kunnen ze ook als het betreffende symbool maar deel uitmaakt van hun leven. “Voorwerpen of afbeeldingen die kinderen herkennen, raken hen en blijven hen bij. Wel is het essentieel om uit te leggen waar de afbeelding of het voorwerp voor staat en wat je ermee wilt duidelijk maken. Zinnen als 'Het is net als... ', 'Dat lijkt op...' en 'Zo is het ook...' zijn hierbij behulpzaam.” (Uit: Alle aandacht. Preken voor kinderen en jongeren. Hanneke Schaap en Harmen van Wijnen) Beelden hoeven we overigens niet helemaal uit te leggen voor we er met de kinderen over in gesprek gaan. Gebruik ze juist als een 'trigger' voor de kinderen om er over te praten. Al pratend kun je dan met de kinderen samen ontdekken wat de beelden nog meer kunnen betekenen. Dit gesprek zal bij kleuters anders verlopen dan bij oudere kinderen. Kleuters De ervaring leert dat een kind van drie jaar al goed aan kan geven dat een traan naar verdriet verwijst. Jonge kinderen denken associatief, ze leggen verbanden vanuit hun directe ervaring en gevoel. Daarbij vermoeden ze achter alles een bedoeling en kunnen ook levenloze dingen betekenis hebben. Denk aan de kartonnen doos die een auto wordt. Omdat ze veel dingen niet begrijpen gaan ze verbeelden. Geef ruimte aan hun behoefte om te verbeelden. Daag hen uit om voor zichzelf te verbeelden. Daarmee geef je ook ruimte aan ‘er is meer’. Door bezig te zijn met de symbolen, maken ze dit zich eigen. Jonge kinderen Vanaf een jaar of 7 nemen kinderen verhalen en symbolen sterk letterlijk op. Ze willen weten hoe de dingen echt in elkaar zitten. Is het echt brood? Je eet toch geen lichaam? Voel je dan dat de Here Jezus je vergeven heeft? Is dat niet vies: allemaal uit dezelfde beker drinken? Leg niet alles uit. Ga vooral in op dingen die ze herkennen uit het dagelijks leven. Geef ruimte aan de verbeelding. Maak onderscheid tussen de dagelijkse ervaring en de symboliek. We breken het brood, we eten het, we worden er door gevoed. Dit lijkt op… Oudere kinderen Vanaf een jaar of 10 kunnen kinderen symbolen echt als symbolen gaan zien: het is een specifieke manier om iets over de werkelijkheid te zeggen en is iets anders dan fantasie. In hun leven zijn trouwens veel symbolen: die van de voetbalclub, muziek, kleding, kreten en groepstaal. Het hoort bij hun groep en maakt dat ze erbij horen. Beeldspraak en autisme In ‘Veilig bij God. Over autisme, geloof en kerk.’ zegt Hanneke Schaap: “Beeldspraak in preken kan verwarrend werken, omdat mensen met ASS (autismespectrumstoornis) beeldspraak vaak letterlijk opvatten. Als de Heere Jezus bijvoorbeeld zegt dat Hij ‘de Deur’ is en ‘de Weg’, heeft men de neiging dit letterlijk op te vatten. Het is zelfs zo dat men die beelden niet meer los kan laten. We zullen dus vanuit het concrete beeld wat Jezus gebruikt, helder moeten krijgen wat Hij ons wil leren over Wie Hij is. De betekenis van beelden en symbolen dient te worden uitgelegd. Zinnen als: ‘Dit lijkt op…’ of ‘Het is net als met…’ kunnen hierbij behulpzaam zijn. (…) Omdat beelden steeds duidelijk moeten worden uitgelegd zal de predikant minder in een preek kunnen zeggen, maar de preken zullen voor iedereen wel duidelijker worden.”
Zondag gaan we naar de kerk - (volg)orde van de dienst. We ontdekken samen hoe God ons in de eredienst wil ontmoeten en hoe we deel kunnen nemen.

Zondag 2 bovenbouw copyright sAmen


Page 0
Page 2
2 COLOFON Zondag gaan we naar de kerk Deel 2: Volgorde van de dienst, voor 8-12 jarigen Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte Illustraties: Arjan Glas, studio Artjan Bedankt voor de aankoop van dit lesboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. 2010 © sAmen Leren Geloven, 2e druk 2017 3 Overzicht van de lessen EINDPRODUCTIE 9 1. GOD WIL ONS ONTMOETEN In deze eerste les van de serie over de volgorde van de eredienst, willen we met de kinderen stil staan bij wat er allemaal gebeurt in een kerkdienst. Waar gaat het in een kerkdienst eigenlijk om? Om de ontmoeting met God. Ook horen we dat God het initiatief neemt, net als bij Zijn ontmoeting met Mozes. Bijbelvertelling: Mozes en de brandende braamstruik 2. GA JE MEE NAAR DE KERK? De kinderen hebben in les 1 gehoord waar je op kunt letten in de kerkdienst. Meedoen met activiteiten helpt de kinderen beter in beeld te krijgen waar het om gaat. Daarom wonen we deze les een volledige kerkdienst bij; voor kinderen vanaf groep 3 is dit zeker aan te raden. We gebruiken daarvoor de kijkwijzer die ze de vorige les hebben gekregen. I.v.m. het bijwonen van de kerkdienst deze les geen apart programma 3. EEN OPDRACHT We kijken terug op de dienst die we hebben bijgewoond en we maken een begin met de uitleg over de liturgie: uitnodiging, voorbereiding, welkom. We leren hoe je je aan het begin van de dienst kunt bereiden op de ontmoeting met God. Ook horen we van Kimberley die voor het eerst in de kerk komt en er niet veel van begrijpt. We maken een folder of een pagina op de website van de kerk voor gasten zoals Kimberley (en ook een beetje voor onszelf). Bijbelvertelling: De Israëlieten bereiden zich voor op hun reis 4. DE LOFZANG VERHEFT ONS HART TOT GOD Anderen nemen ons mee en wij nemen anderen mee en samen mogen we God ontmoeten. Door te zingen mag onze stem, samen met die van de andere mensen, God loven en prijzen en mogen we elkaar bemoedigen. Dat wat we horen mag doordringen tot ons hart en we mogen het mee nemen naar huis. Bijbelvertelling: Blijdschap over de bevrijding uit Egypte 5. GOD IS ER BIJ EN GROET JE! We komen samen in de naam van God, onder zijn leiding – je mag mee doen, je bent hier veilig. God is helemaal aanwezig. Je wordt gegroet door Iemand die je volmaakt liefheeft, die je gemaakt heeft. Hij groet je en wil er bij zijn om je te helpen, net zoals Hij het volk Israël leidde door de woestijn. Bijbelvertelling: De wolkkolom en de vuurkolom leiden het volk door de woestijn 6. TIEN REGELS We horen vandaag dat God in de woestijn 10 regels aan het volk gaf om naar te leven. Het zijn tegelijk ook 10 beloften: als je die doet zal het je goed gaan. We horen ze ook vandaag nog in de kerk omdat ze ook voor ons nog gelden. Bijbelvertelling: God geeft het volk de 10 geboden 7. DE DIENST VAN HET WOORD We luisteren naar Gods Woord en horen daar meer over in de preek. Ook bij andere onderdelen van de dienst gaat de Schrift open: bij de gebeden, de liederen (vaak berijmde Schriftgedeelten), votum en groet, zegen, de Tien Geboden. Eigenlijk kun je in elk onderdeel van de dienst merken dat de Schrift centraal staat. We bidden of de woorden van God ons hart mogen aanraken en vervullen. Bijbelvertelling: Filippus en de kamerling / Jezus leest uit de boekrol van Jesaja 8. GEVEN UIT DANKBAARHEID In deze les staan we stil bij een onderdeel van de dienst van dankbaarheid: de collecte. Het gaat er niet om hoeveel we geven, maar hoe we geven. We mogen iets teruggeven van de rijkdom die we hebben ontvangen. We ontdekken: van geven word je rijk. Een diaken vertelt ons over de organisaties waar het collectegeld naar toe gaat en we bidden voor het werk dat door die organisaties wordt verricht. Bijbelvertelling: Twee kleine muntjes zijn meer dan heel veel grote munten. 9. WEGZENDING EN ZEGEN In deze les leren we dat God bij ons is en ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven. Zijn goede woorden zijn als een milde regen die ons verkwikt. Zo kunnen we het volhouden in het leven. Wij mogen God loven met goede woorden en zijn zegen ook doorgeven aan anderen. Bijbelvertelling: Jezus zegent de kinderen 49 43 38 34 29 23 17 16 11
Page 4
4 Voorwoord Voor je ligt het tweede deel van de lessenserie Zondag gaan we naar de kerk. Want: is er een betere plek om samen te leren geloven dan in de kerk? Ook jij mag de kinderen begeleiden in het toegroeien naar de gewone kerkgang. In deze lessen ontdekken we dat God ons wil ontmoeten en dat wij deel mogen nemen aan die ontmoeting. Op welke manier gemeenteleden deelnemen aan de dienst verschilt per gemeente of kerkgenootschap. Het zelf opgeven van liederen, het geven van een getuigenis, gaan staan of knielen e.d. zijn in sommige kerken heel gewoon en in andere weer helemaal niet. Maar toch gaat het altijd om deelnemen, ook al is het alleen in je gedachten en het gezamenlijke zingen. We hebben bepaalde vormen nodig om onze deelname gestalte te geven; maar de vormen zijn niet de eredienst, dat is de ontmoeting met God zelf. De vormen leiden ons daar naar toe. In principe herken je in elke samenkomst / kerkdienst de volgende structuur in de handelingen. Deze handelingen geven vorm aan het gesprek, de ontmoeting met God: 1. De dienst van voorbereiding: het gaat hier om handelingen m.b.t. samenkomen en voorbereiden die de mensen bijeenbrengen in de intieme aanwezigheid van God 2. De dienst van het woord: in een centraal moment van schriftlezing en woordverkondiging horen we Gods verhaal. 3. Dienst van de dankbaarheid: het gaat hier om handelingen waarmee we God antwoorden en Hem danken. We worden weggezonden met de opdracht om onze dankbaarheid aan God te tonen door Hem te dienen in het leven van alledag. In de lessenserie willen we telkens laten zien hoe God ons in de onderdelen van de eredienst wil ontmoeten en hoe wij, volwassenen en kinderen, onze deelname hieraan in kunnen vullen. Bij alle onderdelen vragen we ons af: - Hoe ontmoeten we God hierin? - Hoe heeft God het bedoeld, lezen we hier iets over in de Bijbel - Wat is onze inbreng? De lessen 1 en 2 zijn een start op het thema. In les 1 maken de kinderen kennis met de pictogrammen en het begrip (volg)orde van dienst. Les 2 bestaat voor de kinderen (van de bovenbouw) uit het bijwonen van een volledige dienst. Voor de onderbouw is er eventueel wel kindernevendienst aan de hand van les 2. De lessenserie behandelt vervolgens die elementen die in de meeste diensten voorkomen. Bij alle elementen van de dienst vragen we ons af: Hoe ontmoeten we God hierin? Hoe heeft God het bedoeld, wat lezen we er over in de Bijbel? Wat is onze inbreng? We gaan hier met hoofd, hart en handen mee aan de slag. Zo nodig vragen we gasten, zoals een diaken en een ouderling om iets te vertellen over hun bijdrage. Kies uit de lessen 3 t/m 9 die lessen die gaan over elementen die in jullie dienst plaats vinden. Als jullie les 3 laten vervallen, doe dan de opdracht van les 3 in de volgende les. Deze opdracht is namelijk de start van jullie eindproductie. Bij deze serie ontvangen jullie een op maat gemaakte kijkwijzer die de kinderen helpt de elementen die jullie tijdens de kindernevendienst bespreken te herkennen in de dienst. We sluiten de serie af met de presentatie van een flyer, folder of pagina op de website van de kerk. Zo wordt steeds meer duidelijk dat we allemaal deelnemers zijn van de gemeente. Ik wens jullie goede ontmoetingen toe en Gods zegen toe bij dit belangrijke werk. Fieke Bijnagte Coördinator sAmen 5 Een goede voorbereiding is het halve werk We raden jullie aan als team een startbijeenkomst te houden, waarbij bijvoorbeeld de coördinator of voorganger het thema voorbereidt. Je leert dan de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie hier de belangrijkste praktische zaken rondom de verwerking en presentatie van de eindproductie. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Naast de praktische voorbereiding is het ook belangrijk je inhoudelijk voor te bereiden. Daarvoor is steeds de eerste pagina van de les bedoeld. Maak je hoofd vrij door de psalmtekst tot je door te laten dringen. Schrijf hem eventueel over en prik hem op je prikbord of steek hem bij je. Denk na over de vragen bij de les: waar gaat het om, wat vind ik ervan, wat is belangrijk? En bedenk alvast wat dit voor kinderen zou kunnen betekenen aan de hand van de tekst onder het kopje ‘leef je in’ op de volgende pagina. Dit betekent overigens niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd voor je iets door kunt geven. Ook (of juist) als je je goed voorbereidt, kun je tegen lastige zaken aanlopen. Houdt als team een logboek bij waarin jullie noteren wat er tijdens de lessen aan bod is geweest en wie er waren. Lees dit tijdens je voorbereiding door zodat je weet wat er in eerdere lessen ter sprake is gekomen (of niet). Structuur van de lessen De lessen zijn opgebouwd uit 5 stappen. Een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen vind je in de handleiding. Hieronder de stappen in het kort: 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 6
6 Inleiding op het thema Deelnemen aan de dialoog in de liturgie Het gaat in de eredienst om een ontmoeting. Het gaat om het bijeenkomen, het luisteren, het vieren, en weer gaan. De eredienst is geen reeks van geïsoleerde en niet-aaneengesloten handelingen. Het is een verhaal, een oefening van onze relatie met God. Daar kijk je niet bij toe, daar neem je aan deel. God wil ons ontmoeten Het gaat in de eredienst dus om een ontmoeting met God. Het is bijzonder om te kijken hoe vaak we in de Bijbel lezen dat God, de Heilige, ons wil ontmoeten. In het paradijs wandelde God met Adam en Eva, zij mochten Hem kennen van aangezicht tot aangezicht. Zelfs na hun zonde zoekt God hen op, als zij voor Hem wegkruipen. God bezoekt Jakob in een droom bij Bethel, als Jakob met bedrog de zegen ontvangen heeft en vluchten moet. Jakob zegt vol ontzag: dit is een huis van God, een poort naar de hemel. In de tabernakeldienst kwam God tussen Zijn Volk wonen. Alle elementen uit de offerdienst zijn erop gericht om een ontmoeting tussen God en zondige mensen weer mogelijk te maken. Telkens gaat de ontmoeting van God uit, op Zijn initiatief, door Hem mogelijk gemaakt. De Schrift staat vol met voorbeelden van Gods inspanning om de gemeenschap met zijn kinderen aan te gaan, te herstellen en te onderhouden. God is als de vader die zijn verloren zoon tegemoet snelt en omhelst. God is als de herder die verloren schapen zoekt. Uiteindelijk komt zelfs Gods Zoon, Jezus, onder ons wonen. Als Hij sterft, scheurt het voorhangsel in de tempel: alles is volbracht, de weg naar God is open. Door Jezus kunnen we God weer ontmoeten. Onze reactie op deze ontmoeting Wat doet deze ontmoeting met God met ons? Hoe reageren wij op Zijn stem? Toen de HEER zich aan Mozes bekend maakte in de brandende braamstruik, riep God hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. We lezen in 1 Korintiërs dat de mens zelf een tempel van God is: 1 Kor. 6:19, 20 ´Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.´ Zie jij ook uit naar de hemel, waar we net als in het paradijs de Heere mogen kennen van aangezicht tot aangezicht? Liturgie is vorm voor ontmoeting We mogen Zijn stem horen, ons verootmoedigen, Hem loven, eren en dienen. We mogen iets van de rijkdom die we van Hem hebben gekregen, uit dankbaarheid teruggeven en doorgeven. We offeren Hem met onze lippen onze liederen, onze lofprijzingen, onze prediking, ons belijden. We offeren Hem onze lichamen – onze harten, tot luisteren bereid, onze avondmaalsvieringen, onze gehoorzame levenswandel. In principe herken je in elke samenkomst / kerkdienst de volgende structuur in de handelingen. Deze handelingen geven vorm aan het gesprek, de ontmoeting met God: 1. De dienst van voorbereiding: het gaat hier om handelingen m.b.t. samenkomen en voorbereiden die de mensen bijeenbrengen in de intieme aanwezigheid van God 2. De dienst van het woord: in een centraal moment van schriftlezing en woordverkondiging horen we Gods verhaal. 3. Dienst van de dankbaarheid: het gaat hier om handelingen waarmee we God antwoorden en Hem danken. We worden weggezonden met de opdracht om onze dankbaarheid aan God te tonen door Hem te dienen in het leven van alledag. Bereid je voor In deze lessenserie willen we samen met de kinderen ontdekken hoe God ons in de onderdelen van de eredienst wil ontmoeten en hoe we onze deelname in kunnen vullen. Voor je hierover informatie gaat lezen en de kinderen nieuwe dingen gaat leren, is het goed jezelf een paar vragen te stellen:  Ga eens voor jezelf na hoe een kerkdienst er doorgaans uitziet, welke onderdelen zijn er? Zie vlgd pag.  Wat vind je van de stelling: In de kerk word je van jongs af aan meestal opgeleid tot een bankzitter en niet tot een basisspeler.  Welke voor- en nadelen zie je in de vaste orden van dienst, zoals in vele kerken gebruikt worden, i.t.t. informelere diensten van veel vrije gemeenten en geloofsgemeenschappen?  Welke onderdelen van een dienst spreken jou bijzonder aan? Welke elementen zijn voor jou minder belangrijk?  Wat is voor jou de essentie van de kerkdienst? Wanneer heb jij een goede kerkdienst gehad? 7 Wat gebeurt er in jullie kerkdienst? In de kerk ontmoeten we God en hebben we eigenlijk een gesprek met Hem. Soms zegt God iets tegen ons (Woord), en soms zeggen wij iets tegen God (antwoord). Soms geeft God iets aan ons, en soms geven wij ook iets aan God. Heb je zo wel eens naar een kerkdienst gekeken? Voor we met de kinderen hiermee bezig gaan is het goed hier zelf ook nog eens bij stil te staan. Vóór je start met de kinderen: stel je zelf in de eerstvolgende dienst bij alle elementen de vraag: is dit van God en / of word er nu iets van ons verwacht? De elementen in onze dienst, verdeeld over 3 onderdelen: 1. Dienst van voorbereiding: a. … b. … c. … d. … e. … 2. Dienst van het Woord: a. … b. … c. … d. … 3. Dienst van dankbaarheid: a. … b. … c. … d. … e. …
Page 8
8 Bijbelverhalen Natuurlijk zijn er meer verhalen die passen bij de onderwerpen die we behandelen, maar om de lessenserie tot één geheel te maken hebben we voor les 1 t/m 6 gebruik van een aantal verhalen over het volk van Israël op weg naar het beloofde land. De verhalen voor les 7 t/m 9 komen uit het Nieuwe Testament. Bijbelteksten hebben meerdere betekenislagen. Denk maar aan de diversiteit aan preken over één en dezelfde tekst, ook van dezelfde predikant. In deze lessenserie benadrukken we vaak maar één betekenislaag. Dat wil zeggen dat heel veel ook niet aan bod komt. De lessen zouden dan veel te vol worden. Maar als het goed is, horen de kinderen de verhalen nog vaker in hun leven en krijgen ze gaandeweg een steeds rijker beeld van de diepe boodschap van de Bijbel. Een overzicht van de Bijbelverhalen in deze serie: Starten Les 1, ontmoeten – Mozes bij de brandende braamstruik Les 2, kerkdienst bijwonen / Jezus ging ook naar de ‘kerk’ Dienst van voorbereiding Les 3, voorbereiden – Het volk Israël vertrekt uit Egypte Les 4, zingen en bidden – Mozes, Mirjam en het volk zingen van blijdschap Les 5, votum en groet (Ik ben er bij) – Gods leiding door de woestijn Les 6, 10 regels – 10 geboden Dienst van het Woord Les 7, schriftlezing en woordverkondiging – Filippus en de kamerling Dienst van dankbaarheid Les 8, collecte – Penning van de weduwe Les 9, zegen – Jezus zegent de kinderen Kinderbijbels Voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool zijn niet zo veel kinderbijbels beschikbaar als voor jongere kinderen. Hieronder volgen de gegevens van kinderbijbels waar in de tekst naar verwezen wordt: Titel: De Kijkbijbel (tot 8 jaar) Auteur: Kees de Kort / Uitgever: NBG Herenveen / ISBN: 90-61263-883 Eenvoudige korte tekst met sprekende afbeeldingen Titel: De Bijbel Voor Jullie (9-12 jaar) Auteur: J.H. Mulder-van Haeringen / Uitgever: H. Medema te Vaassen / ISBN: 90-63533-888 Uitgebreide Bijbel met wel 237 Bijbelverhalen Titel: Startbijbel (8-16 jaar) Auteur: NBG/Vlaams Bijbelgenootschap / Uitgever: NBG / ISBN: Eenvoudige vertaling van de grondtekst van een aantal Bijbelgedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament. Vooral goed te gebruiken bij de werkvorm ‘expert lezen’. Achtergrondinformatie over deze Bijbels vind je bijvoorbeeld op www.kinderbijbels.nl. Het is ook goed als kinderen op deze leeftijd in de ‘gewone’ Bijbel leren lezen. Gebruik daarom in jullie lessen waar mogelijk een Bijbel in de vertaling die jullie in de kerkdienst gebruiken en eventueel één in een eenvoudigere vertaling. 9 Eindproductie Kinderen zijn deelnemers Kinderen zien we bij sAmen van jongs af aan als deelnemers, volwaardige leden van de gemeente. Ze hebben een eigen inbreng: ideeën, opmerkingen, vragen. En we geven hen een plaats om die inbreng naar voren te brengen. Dat doen we o.a. door elk project gedurende meerdere lessen toe te werken naar een eindproductie en het resultaat met de gemeente te delen. Beetje bij beetje, stap voor stap Het is niet de nodig dat de kinderen dat wat in de lessen ter sprake komt, meteen onthouden en begrijpen. Elke bijeenkomst kijken we op een andere manier naar het thema en we gaan er op verschillende manieren mee aan de slag. Iedere keer leer je weer iets anders. Dat zie je terug in de eindproductie. Die groeit van week tot week en helpt jou als leiding om aan te haken bij wat er de vorige keer aan bod is gekomen. Bijvoorbeeld door een kind dat er wel was, te laten vertellen wat ze de vorige keer hebben gemaakt. Samen, beetje bij beetje, stap voor stap. Wat gaan jullie doen? Zou iemand die nog nooit in de kerk is geweest, snappen wat we hier doen? In les 3 horen de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. Vervolgens introduceren jullie de opdracht: we maken een boekje, folder, flyer of pagina op de website voor gasten om uit te leggen wat er gebeurt en wat je dan kunt doen. Jullie eindproductie komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen of wordt op de website geplaatst voor gasten en jullie zelf. Neem als leiding het gehele programma door, zodat je kunt bedenken wat je wilt maken. Wat is handig? Een kaart à la de kijkwijzer met beknopte informatie die je tijdens de dienst kunt gebruiken, een boekje waarin je achtergrondinformatie kunt lezen of dingen bij kunt tekenen, een pagina op de website, of …? Kunnen jullie bijvoorbeeld de kijkwijzer gebruiken en aanvullen met stukjes uitleg? Bedenk als leiding welke activiteiten geschikt zijn voor de kinderen van jullie leeftijdsgroep. Bedenk ook hoeveel tijd je meestal hebt voor de kindernevendienst en houd hier rekening mee. De verwerkingen van de lessen zijn bedoeld als input voor jullie eindproductie. Laat eventueel een aantal kinderen geen verwerking maken maar laat hen de input van de anderen controleren en / of samenvoegen. Neem de tijd om de opdracht te introduceren. Afhankelijk van jullie ervaring met dergelijke projecten zal je meer of minder uit moeten leggen. Bouw het in een aantal lessen rustig op. Houd elkaar op de hoogte van de vorderingen, bijv. met behulp van een digitaal logboek (bijlage bij dit pakket).
Page 10
10 Let op: jullie eindproductie groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Dat betekent dat er in les 3 nog geen afgerond plan hoeft te zijn. Schrijf steeds de ideeën van de kinderen op een afgesproken plaats op, bijv. op een groot vel papier of op de achterkant van de pictogrammen. Wijs één persoon van de leiding aan als coördinator / eindverantwoordelijke voor de eindproductie. Deze probeert jullie wensen samen te voegen tot één geheel. Indien gewenst kun je deze persoon en elkaar op de hoogte houden van jullie afspraken, vragen en bevindingen. Inbreng van de kinderen  Bedenk als leiding van te voren de grote lijnen van jullie eindproduct, maar geef de kinderen ook ruimte om eigen ideeën in te brengen. Het is de bedoeling dat de kinderen een actieve bijdrage leveren in het vullen van het eindproduct en in de praktische en organisatorische aspecten.  Kinderen uit de onderbouw zullen zich meer richten op het Bijbelverhaal en hun eigen ervaringen, kinderen uit de bovenbouw kunnen hierbij de wijdere wereld meer betrekken. Voorblad en pagina’s uit de eindproductie (boekje) van een evangelische gemeente. Samen terugkijken Elke les hebben jullie nagedacht over wat er van het onderwerp van die week in jullie boekje, folder, flyer of op de website moet komen. Aan het eind van de serie presenteren jullie jullie eindproductie aan (een deel van) de gemeente. Bedenk van te voren met elkaar hoe jullie dit gaan doen. Dit kan bijvoorbeeld bij terugkomst in de dienst bijvoorbeeld aan de koster of de dominee. Dit moment is ook mooi te combineren met afscheid van de kindernevendienst van groep 8. Dan ontvangen zij niet alleen een cadeau van de gemeente maar geven zij ook iets terug. Zo wordt steeds meer duidelijk dat we allemaal deelnemers zijn van de gemeente. Praktisch Met behulp van de kijkwijzer die bij het lespakket hoort kunnen de kinderen tijdens de dienst volgen wat er allemaal gebeurt. Hang de pictogrammen ook op A4 of A5 formaat op in jullie kindernevendienstruimte, dan kan iedereen ze goed zien. Tevens zijn ze vrij te kopiëren voor gebruik als kleurplaten binnen jullie gemeente. Bij dit pakket hoort een op maat gemaakte kijkwijzer. Als het goed is, heeft sAmen daarover contact gehad met jullie. Is dit niet het geval of zijn er vragen en/of opmerkingen, mail dan naar info@samenlerengeloven.nl. 11 1. God wil ons ontmoeten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af In deze eerste les van de serie over de volgorde van de eredienst, willen we met de kinderen stil staan bij wat er allemaal gebeurt in een kerkdienst. Waar gaat het in een kerkdienst eigenlijk om? Om de ontmoeting met God. Ook horen we dat God het initiatief neemt, net als bij Zijn ontmoeting met Mozes. ‘Ik ben verblijd wanneer zij tegen mij zeggen: wij zullen naar het huis van de Heere gaan! Onze voeten staan binnen uw poorten, Jeruzalem! … daarheen trekken de stammen op … om de Naam van de Heere te loven.’ (Psalm 122:1-4) ● Ga eens voor jezelf na hoe een kerkdienst er doorgaans uitziet, welke onderdelen zijn er?  Welke onderdelen van een dienst spreken jou bijzonder aan? Welke elementen zijn voor jou minder belangrijk?  Wat is voor jou de essentie van de kerkdienst? Wanneer heb jij een goede kerkdienst gehad?  Wat vind je van de volgende stelling: In de kerk word je van jongs af aan opgeleid tot basisspeler en niet tot bankzitter. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. In elke kerkdienst komt het Woord van God tot ons. Hij spreekt tot ons, wij luisteren. Maar wij spreken ook met Hem, bijvoorbeeld in het bidden en zingen. Zo is er in de dienst Zijn Woord en ons antwoord, als in een gesprek. Hij komt naar ons toe en wij mogen Hem ontmoeten, Hem eren, loven en danken, onze gaven en onszelf aan Hem overgeven. Een ontmoeting met God is niet bedoeld om naar te kijken, maar om mee te gaan doen. We zijn in de kerk (als het goed is) geen toeschouwers, maar deelnemers. God wil ons ontmoeten (deze tekst vind je ook in de inleiding) Het is bijzonder om te kijken hoe vaak we in de Bijbel lezen dat God, de Heilige, ons wil ontmoeten. In het paradijs wandelde God met Adam en Eva, zij mochten Hem kennen van aangezicht tot aangezicht. Zelfs na hun zonde zoekt God hen op, als zij voor Hem wegkruipen. God bezoekt Jakob in een droom bij Bethel, als Jakob met bedrog de zegen ontvangen heeft en vluchten moet. Jakob zegt vol ontzag: dit is een huis van God, een poort naar de hemel. In de tabernakeldienst kwam God tussen Zijn Volk wonen. Alle elementen uit de offerdienst zijn erop gericht om een ontmoeting tussen God en zondige mensen weer mogelijk te maken. Telkens gaat de ontmoeting van God uit, op Zijn initiatief, door Hem mogelijk gemaakt. God is als de vader die zijn verloren zoon tegemoet snelt en omhelst. God is als de herder die verloren schapen zoekt. Uiteindelijk komt zelfs Gods Zoon, Jezus, onder ons wonen. Als Hij sterft, scheurt het voorhangsel in de tempel: alles is volbracht, de weg naar God is open. Door Hem kunnen we God weer ontmoeten. Onze reactie op deze ontmoeting Wat doet deze ontmoeting met God met ons? Hoe reageren wij op Zijn stem? Ter overdenking twee teksten / situaties: Toen de HEER zich aan Mozes bekend maakte in de brandende braamstruik, riep God hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. We lezen in 1 Korintiërs 6:19, 20 dat de mens zelf een tempel van God is. “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.” Zie jij ook uit naar de hemel, waar we net als in het paradijs de Here mogen kennen van aangezicht tot aangezicht?
Page 12
12 Leef je in Probeer je voor te stellen wat kinderen opvalt in de kerkdienst. Welke onderdelen vinden zij fijn? Wat is voor hen lastig, saai of onbegrijpelijk? Wat vond je zelf vroeger van kerkdiensten? Wat krijgen ze van ons volwassenen mee, wat zien ze aan onze houding (vreugde of verplichting)? Als ze zien dat de volwassenen met vreugde naar de kerk komen, zal hen dat aantrekken. Voor kleuters kan naar de kerk gaan ook interessant zijn omdat het bij de grotemensenwereld hoort. Kinderen mogen op hun eigen manier deelnemen aan de ontmoeting met God, zij hoeven niet alles op de grote-mensen-manier te doen. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Geef een voorbeeld van een ontmoeting die je zelf had: ik ben laatst bij … geweest. Vertel hoe dat ging: toevallig of vooraf afgesproken, reden waarom (je miste iemand, wilde iets vragen), actie ondernemen, er heen gaan, eventueel iets meenemen… Je kunt ook een uitnodiging van een feest laten zien waar je bent geweest, inclusief menukaart of programma. Vervolgens ga je in gesprek over een aantal aspecten die spelen bij ‘ontmoeten’:  Als je met iemand praat is dat fijn, je hoort iets wat je nog niet wist, je kunt er blij van worden of van schrikken,  Je hebt verschillende soorten ontmoetingen: toevallige ontmoetingen, op uitnodiging of eigen initiatief.  Kun je ook mensen ontmoeten op Facebook / Hyves, etc.?  Er hoort in ieder geval gesprek bij. Je ontmoet iemand als je met hem of haar praat. Hij of zij zegt iets en jij zegt iets, etc.  Moet je iemand ontmoeten, moet je op een uitnodiging ingaan? 'Wat gebeurt er als ik het niet doe?' Je gaat ook regelmatig bij familie op bezoek omdat je het fijn vindt hen weer te zien of omdat je weet dat zij het op prijs stellen dat je komt. Als je geen zin had zeg je soms achteraf: het was toch goed om te gaan. Vervolg in de groep En nu het verhaal van de kinderen: van wie heb jij het laatst een uitnodiging gekregen?  Hoe ging dat, wat deed je toen?  Neem je iets mee, trek je speciale kleren aan? (feestkleren, kleren die vies mogen worden)  En als je daar aan komt? Ga je dan je eigen gang, wordt je welkom geheten, met wie praat je? Zet de antwoorden kort neer, bijvoorbeeld op een flip-over. 13 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Ontmoeten heeft alles met mij en de ander te maken heeft. We zijn allebei even belangrijk. We doen allebei mee. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Mozes en de brandende braamstruik God neemt het initiatief voor een bijzondere ontmoeting met Mozes. Je vindt dit verhaal in Exodus 3:1-6. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Wij prijzen U, God, omdat U van ons houdt. We danken U ook dat u ons graag ziet. We danken U dat we in uw huis mogen komen om U te ontmoeten. Wilt U geven dat we Uw stem in de kerk mogen horen en dat we meer van u mogen leren. Amen Liedtips Als je geen liefde hebt voor elkaar U alleen U loven wij (Psalm75) Ik ben graag in uw huis o God (Opw.v.Ki) Alleen bij God wil ik zijn (Pzzzalmen 4 kidzzz) Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Met behulp van de pictogrammen gaan we met de kinderen ontdekken wat er in de kerk gebeurt. We gaan er mee aan de slag en maken ze ons zo al een beetje eigen:  Leg de pictogrammen uitgespreid voor jullie op de tafel en bekijk ze samen met de kinderen.  Wat zien ze op de plaatjes? Wat weten ze er al van?  Vraag de kinderen naar hun favoriete onderdeel. Dit geeft de kinderen meer betrokkenheid: die is ‘van mij’. Welke pak jij als eerste? Kun je uitleggen wat daar gebeurt en wat dat jou zegt? Je mag er een post-it met je naam op plakken, schrijf er eventueel ook een vraag of opmerking bij.  Als we het zo aan elkaar uitleggen begrijpen we meer van de onderdelen van de kerkdienst en begrijpen we meer van elkaar.
Page 14
14  Nu lukt het vast ook om ze op volgorde te leggen. De kinderen zullen de volgorde niet precies weten, je mag ze daar gerust bij helpen. Vervolgens hang je de picto’s samen met de kinderen in de goede volgorde op. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Geef de kinderen de kijkwijzer mee met alle onderdelen in de juiste volgorde. Naast de pictogrammen is ruimte om hierover te tekenen of te schrijven. Vraag de kinderen om de volgende kerkdienst in de kijkwijzer op te schrijven wat er gebeurt en waar ze nog vragen over hebben. De kinderen wonen hiervoor een volledige dienst bij. Thuisopdracht Reflectie Geef de kinderen een briefje mee voor thuis of stuur een email naar de ouders met de bedoeling van de kijkwijzer. Stuur de kijkwijzer eventueel ook digitaal zodat ze hem zelf nog een keer kunnen printen voor het geval ze hem kwijt zijn. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Afbeeldingen van pictogrammen in het groot om op te hangen  Een kinderbijbel waarin het verhaal van Mozes en de brandende braamstruik staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jullie en de Bijbel voor kinderen.  Post-it’s om op de diverse picto’s te plakken en pennen om te schrijven.  Pictogrammen in het klein om mee te spelen en op volgorde te leggen.  De kijkwijzer op maat die jullie van sAmen hebben ontvangen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. 15 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. De beschikbare pictogrammen bij de kerkdienst:
Page 16
16 2. Ga je mee naar de kerk? Bedoeling De kinderen hebben in les 1 gehoord waar je op kunt letten in de kerkdienst. Meedoen met activiteiten helpt de kinderen beter in beeld te krijgen waar het om gaat. Daarom wonen we deze les een volledige kerkdienst bij; voor kinderen vanaf groep 3 is dit zeker aan te raden. We gebruiken daarvoor de kijkwijzer die ze de vorige les hebben gekregen. In de kerk Vertel de kinderen en alle andere aanwezigen in de kerk dat de kinderen bezig zijn te ontdekken wat er allemaal in de kerkdienst gebeurt. Daarom gebruikt de voorganger steeds korte zinnen die de bedoeling van de diverse elementen toelichten, bijvoorbeeld: Klokgelui Welkom Aanvangslied Handdruk van ouderling Stil gebed Votum en groet Lied Tien geboden / geloofsbelijdenis Gebed om verlichting met de Heilige Geest Schriftlezing Collecte + kinderen keren terug Gebed Zegen Kom dan, kom dan We heten jullie welkom Laten we beginnen God te loven of: laten we ons verootmoedigen voor God Gods zegen Laten we stil worden voor de Here onze God God wil ons bemoedigen en groeten We zingen samen We verootmoedigen ons voor God en horen Zijn geboden We bidden om de opening van Gods Woord en de verlichting met de Heilige Geest We openen Gods Woord en lezen uit… Preek + kinderen naar Kindernevendienst We luisteren naar Gods Woord Lied Laten we bidden Gaat heen in vrede en ontvang de zegen van de Here Deze keer dus geen Bijbelvertelling of verwerking voor de bovenbouw, aangezien de kinderen in de kerk blijven. Als hulpmiddel gebruiken ze de kijkwijzer. Benodigdheden ● Jullie eigen Kijkwijzer. Deze hebben de meeste kinderen als het goed is aan het eind van de vorige les al gehad en mogelijk ook via email. Zorg dat ze voor de andere kinderen bij de ingang van de kerk liggen of uitgedeeld worden.  Vraag de voorganger om de diverse onderdelen van de kerkdienst aan te kondigen met behulp van de pictogrammen op de beamer of korte toelichtende zinnen die hierboven staan. I.v.m. het bijwonen van de kerkdienst deze les geen apart programma in antwoord op de preek zingen we We mogen geven uit dankbaarheid 17 3. Een opdracht Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We kijken terug op de dienst die we hebben bijgewoond en we maken een begin met de uitleg over de liturgie: uitnodiging, voorbereiding, welkom. We leren hoe je je aan het begin van de dienst kunt bereiden op de ontmoeting met God. Ook horen we van Kimberley die voor het eerst in de kerk komt en er niet veel van begrijpt. We maken een folder of een pagina op de website van de kerk voor gasten zoals Kimberley (en ook een beetje voor onszelf). Richt je aandacht Betreed Gods tempel met bescheiden tred. Je kunt er beter heen gaan om te luisteren dan om er het offer van een dwaas te brengen. Zo iemand weet niet eens dat hij een slechte daad verricht. Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn. (Prediker 4:17-5:1) Vraag je af ● Hoe bereid jij je voor als je een bijzondere ontmoeting of belangrijk gesprek hebt?  Hoe bereid jij je doorgaans voor op de kerkdienst? Kom je bijvoorbeeld wat vroeger in de kerk om je aandacht te richten? Heb je speciale zondagse kleding, of speciale gewoonten op zondagochtend?  Welke onderdelen in de kerkdienst zijn volgens jou geschikt als voorbereiding op de ontmoeting met God? Denk bijvoorbeeld aan het eerste lied, een stil gebed. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Voor elke kerkdienst luidt de klok, als symbool van de roepende God. Hij zoekt ons mensen op en nodigt ons om te komen tot Hem. Wij mogen Hem ontmoeten door samen te komen in de kerkdienst. Op een belangrijke ontmoeting bereiden we ons meestal goed voor. Als we de kerkdienst bezien als een ontmoeting met onze almachtige, heilige en liefdevolle God, vraagt dat ook van ons dat we ons voorbereiden. Je komt uit de wereld, jouw wereld, met je dankbaarheid en geluk, je ellende en falen. Je gedachten kunnen er vol van zijn. Stilte en aandacht Stilte voor de dienst, vaak gevuld met instrumentale muziek, wil je helpen je aandacht op God te richten. In de stilte kunnen we ruimte maken voor Gods aanwezigheid. In veel gemeenten wordt er ook met elkaar gepraat voor het begin van de dienst. Sommigen vinden dat de ontmoeting met gemeenteleden ook bij het karakter van de eredienst hoort, dat het gaat om de ontmoeting van God met zijn volk én van dat volk onderling. Anderen vinden dat deze laatste ontmoeting beter vooraf of achteraf kan plaatsvinden, om ons in de dienst op God te kunnen richten. Je kunt je aandacht richten op God door te bidden: "Heer wil mij nu leeg maken van de dingen, die mijn gedachten van U af houden. Ik wil graag bezig zijn met Uw komst. Laat het stil worden in mij. Wil alle stoorzenders wegnemen. Geef dat ik in overgave naar Uw woorden mag luisteren.” In de dienst In een stil gebed voor de kerkdienst - ook de voorganger bidt onderaan de preekstoel - vragen we om een gezegende dienst. Een ouderling of de voorganger heet ons welkom in Gods huis. Vaak worden ook mededelingen gedaan over het verloop van de dienst of over dingen uit de gemeente. Anders komt dit later in de dienst. De voorganger krijgt voordat deze de preekstoel opgaat, een hand van de ouderling. Hiermee wordt uitgedrukt dat de verantwoordelijkheid en herderlijke zorg voor de gemeente aan de voorganger gegeven wordt voor de duur van de kerkdienst. Aan het eind van de dienst krijgt de dienstdoende ouderling een hand van de voorganger. Die geeft daarmee de taak weer terug aan de kerkenraad.
Page 18
18 Leef je in Waaraan kon jij als kind, of kunnen kinderen aan jou nu, merken dat het zondag is? Op welke manier zouden kinderen zich kunnen voorbereiden op de kerkdienst? Bedenk ook dat kinderen nog niet altijd goed uit de voeten kunnen met stilte. Zij hebben het nodig dat mensen tegen hen praten, omdat ze een stilte nog niet zo goed vullen met zelfreflectie. Op de vraag “Stilte, dat is toch niets voor kinderen?” Antwoord stiltetrainer Mirjam van der Vegt: “Dat hangt er vanaf wat je onder stilte verstaat. Voor mij is het niet de afwezigheid van geluid; dat is slechts een van de vormen. Het gaat veel meer over ‘zijn’. Kun je er zijn, zonder dat je per se iets doet of hebt? Kinderen hebben deze levenskunst van nature in zich; ze kunnen zoeken, verwonderen, verwijlen en onthaasten uit zichzelf. Hen hoef je die vorm van stilte dus niet zozeer aan te leren; je moet eerder versterken wat er al in zit.”. Bron: EO Visie Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Vertel iets over je “favoriete onderdeel van de dienst” of iets wat er een keer is gebeurd. Wat wil je nu zo graag delen in de dienst met God en andere mensen? Vervolg in de groep We blikken terug op de kerkdienst van vorige week en praten de kinderen bij die er toen niet waren. Misschien kan één van de kinderen die er de eerste keer was, uitleggen wat een ontmoeting is.  Wat doe je als je iemand gaat ontmoeten? Dan bereid je je voor.  Sta even stil bij het woord ‘voorbereiden’. Wat is dat, voorbereiden?  Hoe bereid je je voor op … een kinderfeestje, naar school of bij oma op bezoek gaan? Wat doe je, wat neem je mee?  Hoe bereid je je voor als je naar de kerk gaat? Wat doe je, wat neem je mee, wat doe je in de kerk?  Kijk met de kinderen nogmaals naar de pictogrammen aan de muur / in de kijkwijzer. Geef nieuwe kinderen een kijkwijzer en laat de anderen er kort wat over vertellen om ze bij te praten.  De kijkwijzer is ingedeeld in drieën. Vandaag letten we op het eerste deel van de dienst van voorbereiding. De onderdelen zijn afhankelijk van jullie eigen liturgie, je kunt denken aan de klok, het welkom, de handdruk en het stil gebed. Let op: Het zingen komt in een andere les apart aan bod omdat dat een belangrijk en steeds terugkerend onderdeel van de dienst is.  Leg kort uit wat er op die momenten gebeurt aan de hand van de informatie op de vorige pagina.  Denk met de kinderen na wat ze zelf kunnen doen, bijvoorbeeld tijdens het stil gebed? 19 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we We kunnen ons voorbereiden op de kerkdienst. Dat kan al voor, maar ook nog in de dienst. We kunnen van elkaar leren hoe dat moet en we kunnen het steeds oefenen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De Israëlieten bereiden zich voor op hun reis Het volk Israël bereidt zich voor om op reis te gaan, weg uit Egypte (Exodus 12). God vraagt een offer van hen en gehoorzaamheid. Let op: dit verhaal heeft meerdere betekenislagen. Die kunnen nu niet allemaal aan bod komen. De nadruk ligt vandaag op ‘voorbereiden’. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Liedtips Psalm 100 Als je bidt De uittocht (Hanna Lam) Zomaar te gaan (idem) Kom in de kring van Gods gezin Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Om duidelijk te maken dat we niet zomaar ergens voor onszelf mee bezig zijn, horen we vandaag van iemand die niets van geloof en kerk wist en op internet naar informatie zocht. Dit is de opstap naar ons product waar we de komende lessen aan gaan werken: een pagina op de website van de kerk of een boekje of folder voor gasten waarin uitgelegd wordt hoe de volgorde van de dienst er uit ziet en wat je dan kunt doen. Kinderen zijn tenslotte onderdeel van de gemeente en samen kunnen we iets voor die gemeente betekenen. Let op: de webpagina of folder groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Dat betekent dat er in les 3 nog geen afgerond plan hoeft te zijn. Verwacht niet meteen afgeronde ideeën, het gaat juist om het leerproces en de ervaring dat de inbreng van de kinderen er echt toe doet maar dat ze niet meteen alles weten. Lees de ervaring van een gast in het krantenartikel op de volgende pagina of kijk naar het filmpje als intro voor de opdracht. Verdeel de kinderen in groepjes van twee of vier en laat ze het artikel lezen. Je kunt de taken ook verdelen: de helft van de groepje leest de hoofdtekst, de andere helft leest de kaders. Meer ervaringen van gasten vind je op ‘Leek in de kerk’.
Page 20
Bron: Nederlands Dagblad 21 Vervolg verwerking Vragen:  Kimberley zocht op internet naar vragen op haar antwoorden? Doe jij dat ook vaak?  Vind je dat makkelijker dan het aan iemand te vragen die je kent en/of voor je ziet?  Kimberley zocht op internet ook naar informatie over de kerk. Bedenk met elkaar hoe je aan haar kunt vertellen wat er in de kerk gebeurt.  Weten we zelf eigenlijk wel wat er gebeurt? Inventariseer met elkaar wat jullie al weten en wat jullie nog willen weten? Introduceer de opdracht:  we kijken samen naar de informatie die jullie kerk nu op papier of op internet beschikbaar heeft voor gasten. Als er al informatie is, gaan we deze kritisch bekijken en voorstellen doen voor veranderingen. Welke informatie staat er nog niet op? Welke informatie is niet duidelijk voor een buitenstaander. Wat vinden jullie het meest nodig voor jullie kerk? Maak met elkaar een plan om deze informatie te verbeteren. Het hoeft niet in één keer af, daar doen we vijf lessen over!  Wat is handig? Een kaart met beknopte informatie die je tijdens de dienst kunt gebruiken, een boekje waar je achtergrondinformatie kunt lezen of dingen bij kunt tekenen, een pagina op de website, of … Als jullie als leiding al iets bedacht hebben of voorkeur hebben voor een bepaalde vorm, vertel dit dan meteen.  Kunnen jullie bijvoorbeeld de kijkwijzer gebruiken en aanvullen met stukjes uitleg?  Misschien kunnen verschillende groepjes verschillende producten maken? Denk aan schrijvers, tekenaars, fotografen, etc.  Schrijf op wat jullie plan is en wat jullie denken nodig te hebben.  Geef dat door aan degene die de volgende les de leiding heeft. Denk met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over de eerste onderdelen van de dienst die jullie besproken hebben. Je kunt er ook foto’s over maken. Wat komt daar op te staan? Je kunt ook kiezen voor een kleurplaat en tijdens het kleuren met de kinderen verder nadenken over jullie boekje. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Thuisopdracht Reflectie Vraag de kinderen thuis verder na te denken over jullie product. Wellicht kunnen ze op internet kijken hoe andere kerken gasten informeren of in hun omgeving navragen waar mensen behoefte aan hebben. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de voorbereiding van het vertrek van de Israëlieten in staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jullie.  Folders van jullie kerk of uitgeprinte pagina’s van de website.  Pen en papier om jullie vragen en plannen op te schrijven.  Kleurplaten en stiften.  Eventueel een fototoestel  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s.
Page 22
22 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 23 4. De lofzang verheft ons hart tot God Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af Anderen nemen ons mee en wij nemen anderen mee en samen mogen we God ontmoeten. Door te zingen mag onze stem, samen met die van de andere mensen, God loven en prijzen en mogen we elkaar bemoedigen. Dat wat we horen mag doordringen tot ons hart en we mogen het mee nemen naar huis. De volken zullen U, o God, loven, de volken zullen U loven, alle volken. De naties zullen zich verblijden en juichen. (Ps. 67:4, 5a). Wat vind je van het volgende citaat: Hartstochtelijke liefde en aanbidding voor God gaat vooraf aan het spreken tot de mensen over Hem. Je kunt immers niet iets aanbevelen wat je niet zelf hoog acht of koestert. Arbeiders van de Heere zullen niet uitroepen: “Prijs Hem, alle naties!”, als niet in hun eigen hart leeft: ”In U zal ik mij verblijden en van vreugde opspringen, ik zal voor Uw Naam psalmzingen, o, Allerhoogste!” (Ps.9:3) Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Bidden is een offer aan God Het Joodse gebed bestaat eerst en vooral uit lofzangen op God, waarin Gods daden, beschreven en geprezen worden en waarin zij hun dankbaarheid uiten. Daarnaast bevatten de gebeden ook algemene verzoeken om vrede, gezondheid en een voorspoedig leven. Veel gebeden worden gezongen. Bidden en zingen is ook in onze eredienst een belangrijk onderdeel. Het komt steeds terug en geeft zo een ritme, een cadans waarin we ons over kunnen geven aan de ontmoeting met God: “Zolang je bij je stapjes nadenkt, als je ze nog tellen moet, ben je niet met dansen bezig maar met dansles. De ideale kerkdienst zou een dienst zijn die haast buiten je bewustzijn om gaat; je aandacht zou uitgaan naar God.” (CS Lewis) De lofzang verheft ons hart tot God Het samen zingen vervult een belangrijke functie in de eredienst waarbij de gemeente in haar geheel actief betrokken kan zijn. Al zingend ‘uit’ je niet je geloof, maar ‘in’ je je geloof, maak je je eigen ‘dat wat je gelooft’, word je vertrouwd met degenen in wie je gelooft èn deel je in de kracht van het geloof. Je zingt het elkaar toe en neemt elkaar mee: kom ga met ons en doe als wij (Psalm 122). Dat wordt in het bijzonder zichtbaar in de beurtzang. Je oefent als het ware in de kerk de dialoogvorm om die in het dagelijks leven toe te passen. Beurtzang kun je ook zien als een aardse afspiegeling van de hemelse zang van de engelen, die elkaar toezingen en zo onophoudelijk de lofzang gaande houden, zoals in dat vindt in het visioen van Jesaja. Dialoog in de psalmen In de Psalmen zien we vaak een vorm van dialoog. De Psalmen zijn ingedeeld in vijf boeken (1-41, 42-72, 73-89, 90-106, 107-150), die elk eindigen met een antwoord van het volk (amen, halleluja). Zo eindigt psalm 41 met “Geprezen zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, amen.” In Psalm 136 is sprake van beantwoording in de vorm van beurtzang. De voorganger roept het volk op God te loven en noemt een lange rij feiten waarom de Here de lofzang waard is. Het volk antwoord steeds met “eeuwig duurt zijn trouw”. Ook Psalm 91 is een psalm waarin een dialoog te onderscheiden valt, bedoeld voor twee of meer personen of groepen. Hier zijn mensen aan het woord, die anderen bemoedigen. In vers 9 wordt even het woord tot God gericht, daarna weer tot de medemens. Maar vanaf vers 14 is niet meer de mens, maar God aan het woord. Er is altijd wel discussie over de vraag of we in de kerk met het Kyrie (Heer, ontferm U) of het loflied beginnen. In Israël was het de gewoonte dat je vóór alles Hem prijst, de eer geeft. Waarom? Omdat Hij God is. Ook al groeit ons halleluja nu nog wel vaak uit een snik. (W. Barnard)
Page 24
24 Leef je in Houden kinderen van muziek, wat merk je daarvan? Kan muziek een middel zijn en hoe om met de Bijbelse boodschap bezig te zijn? Kinderen weten heel goed hoe juichen moet, zij zijn nog niet zo ingetogen als volwassenen. Laten we de kinderen niet tegenhouden, maar juist van ze leren en ze aanmoedigen om God zo te eren. Maar als we erkennen dat God heilig is, dan moet dat ook blijken uit onze houding. Ook dat mogen we hen leren. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Vertel waarom een lied je dierbaar is (persoonlijke motivatie) en zing dat met elkaar in beurtzang. Vervolg in de groep Kijk samen naar de pictogrammen aan de muur en praat de kinderen bij die er de vorige keer niet waren. Beluister met elkaar het lied “wakker met een wijsje in m’n hoofd” van kinderen voor kinderen.  Herken je dat? Welk liedje zit er vaak in jou hoofd, waar komen ze vandaan? Wat zijn dat voor liedjes?  Welke liedjes over God ken je (van school, thuis of de kerk bijvoorbeeld)?  Blijven die ook wel eens in je hoofd?  Hoe heeft God liedjes bedoeld? Voor in je hoofd en in je hart.  We keren terug naar ons schema van de dienst dat we hebben opgehangen: waar bidden en zingen we? Bidden en zingen komen steeds terug. Na de schuldbelijdenis, geloofsbelijdenis, lezing van de wet, de preek, etc. En het is steeds iets van God en van ons: wij loven, aanbidden, verootmoedigen, God ontvangt ons zingen. In de kerk zingen we liederen die passen bij het verhaal, de boodschap van de dienst. Met die liederen blijft ook de boodschap bij je. Je kunt ze overal zingen.  Sommige liederen zijn zingen en bidden tegelijk, ken je zulke liedjes? (Bijv. Onze vader, voor al uw goede gaven heer, als je bidt zal Hij je geven.) Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Wij hebben ook favoriete liedjes over God. Welke liedjes willen we nog leren? 25 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Blijdschap over de bevrijding uit Egypte Mozes, zijn zus Mirjam en het volk juichen en zingen van blijdschap dat ze niet langer door de Farao en zijn soldaten achtervolgd worden. Lees uit de kinderbijbel of een eenvoudige Bijbelvertaling een gedeelte over de uittocht uit Egypte (Exodus 13-19) en lees vervolgens het lied van Mozes uit de Bijbel (Exodus 15:1-21). Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, wij danken U voor Uw goede zorgen voor ons. Dank U wel Heer dat we kunnen zingen, Dat we U in ons lied altijd danken en loven kunnen. We willen U laten horen in zingen en muziek dat U onze lof en dank waard bent. Amen Liedtips Het lied van Mozes en Mirjam (Hanna Lam) Maak een vrolijk geluid voor de Heer Zing, zing, zingen maakt blij Dit is de dag Een rivier vol van vrede Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Bestudeer in groepjes een tweetal psalmen (zie pagina 23) en ontdek dat daar een dialoog gaande is. - Wie zegt wat tegen wie? - Waar herken je dat aan? Bijv. hij, ik, jij… - Verdeel de rollen:  I (ik-figuur)  A (anderen)  G (God) Door die verschillende stemmen te laten lezen of zingen door verschillende personen wordt dit beter duidelijk. Lees jullie psalmen met elkaar voor. Jullie kunnen ook andere liederen in beurtzang zingen. Het lied ‘Dit is de dag’ leent zich daar bijvoorbeeld goed voor. Wie weet er nog meer liederen die je in beurtzang kunt zingen?
Page 26
26 Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een folder te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in de folder moet komen. Let op: de folder groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over het zingen. Bijvoorbeeld het lied dat jullie hebben gezongen of een foto van de beamer, het psalmbord, zingende kinderen of een zingende gemeente. Denk met elkaar of met een groepje kinderen ook na over wat er in jullie boekje komt over de onderdelen uit de vorige lessen. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Beurtzang in de psalmen Psalm 91 is een psalm waarin een dialoog te onderscheiden valt, bedoeld voor twee of meer personen of groepen. Hier zijn mensen aan het woord, die anderen bemoedigen. In vers 9 wordt even het woord tot God gericht, daarna weer tot de medemens. Maar vanaf vers 14 is niet meer de mens, maar God aan het woord. Psalm 91 1 Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, 2 zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.’ 3 Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger en redt je van de dodelijke pest, 4 hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een veilig schild. 5 De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen, ook de pijl niet die overdag op je afvliegt, 6 noch de pest die rondwaart in het donker, noch de plaag die toeslaat midden op de dag. 7 Al vallen er duizend aan je linkerzijde en tienduizend aan je rechterhand, jou zal niets overkomen. 8 Open je ogen en zie hoe wie kwaad doen worden gestraft. 9 U bent mijn toevlucht, HEER. Als je mag wonen bij de Allerhoogste, 10 zal het kwaad je niet bereiken, geen plaag je tent ooit treffen. 11 Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat. 12 Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen. 13 Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen. 14 ‘Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. 15 Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij je zijn, je bevrijden en met roem overladen, 16 je overvloed geven van dagen. Ik zal je redding zijn.’ Bijlage sAmen: Beurtzang in de psalmen Verdeel de rollen: - I (ik-figuur) - A (anderen) - G (God) Ook in psalm 121 is eerst een ‘ik’, een pelgrim, aan het woord, in dialoog met zichzelf: "Vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer …" en daarna wordt de bemoediging overgenomen door anderen: "Hij zal je voet niet laten wankelen …." Psalm 121 1 Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? 2 Mijn hulp komt van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft. 3 Hij zal je voet niet laten wankelen, hij zal niet sluimeren, je wachter. 4 Nee, hij sluimert niet, hij slaapt niet, de wachter van Israël. 5 De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand: 6 overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden. 7 De HEER behoedt je voor alle kwaad, hij waakt over je leven, 8 de HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid
Page 28
28 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie folder komt. Kunnen we thuis iets doen voor de folder? De kinderen kunnen aan hun ouders, opa’s / oma’s vragen wat hun favoriete liederen zijn, welk verhaal zit daarachter? Ook mogen de kinderen de volgende keer cd’s meenemen. Zo kunnen we in onze folder ook liederen en verhalen opnemen. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de bevrijding uit Egypte. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jullie.  Een (eenvoudige) Bijbel waaruit je Exodus 15:1-21 voorleest.  Cd nr. 12 van kinderen voor kinderen of een internetverbinding om het lied ‘Wakker met een wijsje’ te beluisteren (www.kvk.vara.nl, daar vind je ook de karaokeversie). Ook veel bibliotheken hebben een cd of dvd met het lied.  Voor muzikale begeleiding: een muziekinstrument of het lied ‘Dit is de dag’ op cd.  Kopieën van het werkblad ‘beurtzang in de psalmen’ en pennen.  Kijkwijzer voor de kinderen die er deze week voor het eerst zijn.  Eventueel een fototoestel  Geef aan degene die volgende week de leiding heeft door wat jullie gedaan hebben. Je kunt ook een opschrijfboekje gebruiken om al jullie bevindingen en dingen die belangrijk zijn om door te geven, op te schrijven. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 29 5. God is er bij en groet je! Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We komen samen in de naam van God, onder zijn leiding – je mag mee doen, je bent hier veilig. God is helemaal aanwezig. Je wordt gegroet door Iemand die je volmaakt liefheeft, die je gemaakt heeft. Hij groet je en wil er bij zijn om je te helpen, net zoals Hij het volk Israël leidde door de woestijn. Richt je aandacht Hoor mij, HEER, als ik tot u roep, wees genadig en antwoord mij. Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. U bent mij altijd tot hulp geweest, verstoot mij niet, verlaat mij niet, God, mijn behoud. Al verlaten mij vader en moeder, de HEER neemt mij liefdevol aan. Wijs mij uw weg, HEER, leid mij op een effen pad, bescherm mij tegen mijn vijanden. (Psalm 27: 7-11) Vraag je af ● Ervaar je Gods leiding in je leven?  Vind je het makkelijk leiding te ontvangen?  Ervaar je de zegengroet van de voorganger aan het begin van de dienst als een groet van God? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. We komen in de kerk. Met verlangen of uit gewoonte. Misschien zelfs onverschillig. We komen om Zijn woord te horen. En voordat dit zal klinken, wordt ons al verkondigd dat we op Zijn Woord aan kunnen. Aan het begin van de kerkdienst spreekt de voorganger bemoedigende woorden uit de Bijbel (ook wel het votum genoemd): Onze hulp is in de naam van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft. (Ps.124:8) Die trouw houdt tot in eeuwigheid (Ps. 146:6) en niet laat varen de werken van zijn handen. (Ps. 138:8) Door deze woorden mogen we ons richten op de aanwezigheid van en de ontmoeting met God. Votum betekent ‘wijding’: we wijden de dienst aan de Here God. Het is een verkondiging (zie op Hem, onze helper voor altijd), een belijdenis (Hij is onze helper, dat geloven wij) en een gebed (help ons, wij vertrouwen op uw hulp). We komen als het ware los van al het aardse en beseffen in de tegenwoordigheid van God te zijn. De houding die je bij het votum aanneemt heeft te maken met de bedoeling waarmee het votum wordt uitgesproken. Bij een gebed sluiten we onze ogen, bij een belijdenis niet. Na de bemoediging volgt de zegengroet. Wij, ook de ambtsdragers, worden dan welkom geheten door de Heilige. Genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Here. (1 Timotheüs 1:2b, zie ook 1 Korintiërs 1:3) (in de gemeenschap van de Heilige Geest) Amen. Ook wordt de tekst uit Openbaring 1:4 gebruikt. We weten dat God van ons houdt, want Hij vergeeft en Hij maakt vrede met ons door de Here Jezus. Onze Belgische buren zeggen wel: ik zie jou graag (op de website vind je een link naar ‘Zie me graag’ van Clouseau). Hij ziet ons graag, laten we onszelf dát inprenten. Je wordt gegroet door Iemand die je gemaakt heeft en die je volmaakt liefheeft. De predikant heft vaak één hand groetend, of beide handen zegenend op. Niet in de naam van de kerkenraad, niet in de naam van de voorganger, maar in de Naam van de Schepper van hemel en aarde. Je houdt je ogen daarbij open in tegenstelling tot de zegen aan het eind van de dienst die je wordt opgelegd. De voorganger of de gemeente beaamt deze woorden met: Amen (het zal waar en zeker zijn).
Page 30
30 Leef je in Wat weten de kinderen van leiding geven? Hoe ervaren ze dat? Geeft dat duidelijkheid of belemmering? Hoe kunnen ze merken dat wij hen zien? Hoe kun je hen duidelijk maken dat God ons ziet, bij ons wil zijn en wil leiden? Hij leidt ons niet alleen, Hij groet ons ook. In welke situaties worden kinderen gegroet? Hoe ervaren zij dat? Hoe ervaren kinderen het als ze gezien worden en bij hun naam genoemd? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied De vorige keren hebben we het gehad over ‘je voorbereiden’. Wij bereiden ons voor op De ontmoeting met God door stil te worden, te zingen en te bidden. We zeggen dan ook wel: ‘verheft uw harten tot God’. Dat betekent: ‘denk nu aan de Here God. Wanneer groeten grote mensen of kinderen jou? Bijvoorbeeld als je langs hun huis fietst of als je in de klas komt. God groet ons ook aan het begin van de kerkdienst. Hij zegt: “Ik zie je graag, ik ben gekomen om jou te ontmoeten, te helpen. Ik ben aanwezig.” God is niet in de donder, maar in de stilte. Laten we stil zijn en horen, voelen en luisteren of God aanwezig is. God bereid ons ook voor, Hij leidt ons. We komen samen in zijn Naam, onder zijn leiding. Hij is de ‘dirigent’, we staan ‘onder leiding van’, hij is alom aanwezig. Je bent hier veilig, je mag mee doen. God wil ons in beweging zetten. In de kerk mag je meedoen: bidden, zingen, luisteren, geven. Vervolg in de groep Heet de kinderen welkom met een handdruk, noem hun naam of vraag ernaar. Vertel de kinderen dat je hen een hand gaf omdat je het leuk vind dat ze er weer zijn. Zing jullie welkomstlied. Vorige week hebben de kinderen nagedacht over zingen: mooie liederen, liederen over God, liedjes die bij je blijven (in je hoofd en hart). Misschien hebben ze wel mooie liederen of cd’s van thuis meegenomen. Kijk hier dan samen naar en schrijf ze op. Praat ook de kinderen bij die er toen niet waren of misschien de pictogrammen aan de muur vandaag voor het eerst zien. Sta vervolgens stil bij het picotgram van de zegengroet.  Wat zie je op het plaatje? (De dominee steekt zijn hand omhoog)  Dat wil zeggen: God groet jou, Hij wil laten weten dat Hij in de kerk is en Hij wil je helpen de Bijbel te begrijpen. God geeft leiding tijdens de kerkdienst. Hij is aanwezig. 31 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we De hele dienst is een kans om meer van God te weten te komen en elke dienst laat weer andere kanten van God en zijn ontmoeting met mensen zien. Daar lezen we steeds over in de Bijbel: Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De wolkkolom en de vuurkolom leiden het volk door de woestijn God is aanwezig, God groet en God geeft leiding. Het volk Israël leefde onder een wolk, dat is: onder Gods leiding en bescherming, dag en nacht. God zorgt voor hen en laat hen weten: Ik hou van jullie, Ik ben bij je. Je vindt dit gedeelte in Exodus 13 en 14. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, wat bijzonder dat U zo goed zorgde voor het volk Israël. U leidde hen door de woestijn naar het beloofde land. We danken en loven U voor Uw goedheid, macht en majesteit. We prijzen Uw Naam. Wees met ons, hier in de kerk, bij de grote mensen én de kinderen. Wilt U ons ook hier beschermen en leidden. In Jezus Naam, amen. Liedtips Psalm 116:1 (God heb ik lief) Psalm 121:1 (Vanwaar komt mijn hulp?) Help mij om stil te zijn God die alles maakte Ik zag een kuikentje Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We kijken samen naar ons schema aan de muur: waar laat God nog meer merken dat hij ons graag ziet, ons helpt en de leiding heeft?  De klok – Hij nodigt ons uit  Groetende hand – Hij groet ons  10 geboden – Hij geeft ons leefregels
Page 32
32  Schriftlezing – Hij geeft ons Zijn Woord  Zegen – Hij zegent ons We staan ‘onder leiding’ van God. Wij mogen ook meedoen. Wat kun jij doen? Kijk maar eens naar alle handen op de pictogrammen. Die doen van alles: groetende hand / helpende / gevende hand / biddende hand / zegenende hand. Misschien kunnen we:  God teruggroeten (zachtjes)  Danken voor het lekkere eten en drinken  Danken voor Gods aanwezigheid en leiding Doen: We tekenen onze hand op een vel papier en maken daarin een tekening. Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een folder te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in de folder moet komen. Let op: de folder groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk met elkaar na hoe we in ons boekje uit kunnen leggen of uit kunnen beelden hoe God ons groet. Dat kan door:  één tekening van een hand (zie hierboven) uit te kiezen en die op te nemen in jullie boekje  één of meerdere kinderen hierover een tekening te laten maken ipv de tekening van je hand  met alle of een paar kinderen hierover na te denken en met een paar kinderen een foto te maken waarop de groet wordt verbeeld. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Reflectie Kunnen we thuis iets doen voor de folder? Waar ga je de volgende keer in de kerk op letten? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? 33 Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de wolkkolom en de vuurkolom bij het volk Israël in de woestijn. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jullie.  Blanco papier en tekenmateriaal.  Eventueel een fototoestel  Eventueel kleurplaten van de pictogrammen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 34
34 6. Tien regels Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af We horen vandaag dat God in de woestijn 10 regels aan het volk gaf om naar te leven. Het zijn tegelijk ook 10 beloften: als je die doet zal het je goed gaan. We horen ze ook vandaag nog in de kerk omdat ze ook voor ons nog gelden. Denk aan het woord, tot uw dienaar gesproken, waarmee u mij hoop hebt gegeven. Dit is de troost in mijn ellende: dat uw belofte mij doet leven. (Psalm 119: 49-51). Wat vind je van de volgende stellingen:  We kunnen wel zonder of met een beperkt aantal regels leven.  Je kunt geen regels overdragen waar je je zelf niet aan houdt.  Regels leren is fouten mogen maken. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad. (Deut. 6:6-9) De 10 geboden gelden nu nog steeds Zowel in het Oude als in het Nieuwe testament lezen we dat de Israëlieten goed bekend zijn met de 10 geboden. (Jer. 7:9, Hos. 4:2, Matth. 10, Jac. 2:11, 1 Tim. 1:9). Jezus zegt hierover: “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” Doordat ze geschreven in het enkelvoud, namelijk ‘Ik ben jouw God’, ‘jij zult’ en ‘jij zult niet’, worden wij ook nu nog persoonlijke aangesproken. Daarom heeft de wet ook in onze eredienst vaak een plaats. De 10 geboden zijn zowel een struikelblok als honing voor de ziel De geboden kunnen ons frustreren: “Het goede dat ik wil dat doe ik niet en het kwade dat ik niet wil doe ik.” (Rom. 7:13-21). De 10 geboden zijn echter niet bedoeld als belemmering maar als bevrijding: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ (Deut. 5: 6). De dichter van Psalm 119 weet geen woorden genoeg te vinden om de geboden van zijn God te bejubelen en probeert zichzelf en anderen er steeds aan te herinneren hoe zoet ze zijn. Ze zijn als honing voor de ziel, als een licht op de weg die we gaan… En natuurlijk draait het bij de 10 geboden uiteindelijk om de liefde. In de eerste 4 geboden vraagt de Here liefde tot God. In de volgende 6 geboden vraagt de Here liefde tot de naaste. (Matth. 22:37-40). De 10 geboden hebben diverse functies De verschillende benamingen voor de 10 geboden: wet / leefregels / woorden / tafels van het verbond geven aan dat we ze niet te snel in een bepaalde hoek moeten neerzetten. Ze zijn zowel een grendel/teugel als spiegel en maatstaf. Als grendel of teugel wil de wet ons tegen onszelf te beschermen. We horen hoe God ons leven in de schepping bedoeld heeft en hoe we het best tot ons recht komen. We mogen hiervoor bidden: verlos ons Heer, en wijs ons de weg. De wet als spiegel laat ons zien hoe ons leven er deze week uit zag. De wet laat je zo je ellende zien. Hier past een gebed van schuldbelijdenis. Tot slot is de wet ook bedoeld als maatstaf of leefregel van de dankbaarheid. God heeft ons bevrijd uit de ellende, wij zijn verlost uit de slavernij van de zonde door Jezus Christus. We mogen Hem hiervoor prijzen in woord (geprezen zijt Gij in eeuwigheid) en daad (wat zijn mijn voornemens voor de komende week?). In de eredienst kan steeds een andere functie benadrukt worden, bijvoorbeeld door de keuze van de psalm die er na gezongen wordt. 35 Leef je in Waar komen kinderen regels tegen? En hoe zullen ze die ervaren? Regels kunnen lastig zijn, maar soms hoor je kinderen ook zeggen: die juf is streng, maar dat is wel goed. Regels bieden een kind houvast en duidelijkheid en daarmee veiligheid. Het kind weet wat er van hem of haar verwacht wordt en hetweet wat het van volwassenen kan verwachten. Deze duidelijkheid en veiligheid helpen het kind om zijn of haar zelfvertrouwen op te bouwen. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied De 10 geboden worden als een samenspraak voorgelezen door de voorganger en een kind. Je vindt deze samenspraak via de link op de website of rechtstreeks op kindinkerk.amersfoort-hn.gkv.nl/dl_teksten.htm. Vervolg in de groep ● Wat zijn regels? Denk aan spelregels, regels op school en thuis, etc.  Waar zijn die voor?  Als iemand vals speelt, wat vind je daar dan van?  Van wie leer je die regels?  Kun je soms ook zelf regels bijmaken of veranderen? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Door regels weten we allemaal wat we kunnen en mogen doen. Het lijkt soms eerst even lastig, maar eigenlijk is het veel prettiger met regels. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit
Page 36
36 Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: God geeft het volk de 10 geboden Je vind het Bijbelverhaal in Exodus 20. “De beste manier van leven is: veel van de HERE houden en veel van elkaar houden. Dat vraagt de HERE van ons. Het is de manier om echt gelukkig te worden. Wat is daarop jullie antwoord?” “Ons antwoord is: “Ja – we zullen veel van de HERE houden. Dat beloven we. En we zullen doen wat de HERE van ons vraagt. Dat is het beste. Het is de manier om echt gelukkig te worden.” Zo werd het volk Israël Gods bijzondere volk. (Uit: Mijn eerste Bijbel) Bij je vertelling kun je ook een powerpoint van de 10 geboden vinden op www.janboersma.nl/index_13.html (even naar beneden scrollen, dan kom je ze al snel tegen) of volg de link op www.samenlerengeloven.nl (op de pagina ‘extra’s’ onder ‘Zondag gaan we naar de kerk, deel 2’, les 6) Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, we danken U. We prijzen Uw grote Naam. U geeft ons uw goede regels. Nu weten we hoe we moeten leven. We zullen doen wat U van ons vraagt. Dat is het beste. Het is de manier om echt gelukkig te worden. Wilt U ons daarbij helpen? En wilt U vergeven wat we niet goed deden? Dat bidden wij U in Jezus Naam. Amen. Liedtips Psalm 119 Regels zijn regels Uw Woord is een lamp voor mijn voet Bewaar je oog, bewaar je oog Kijk eens om je heen Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een gast die voor het eerst in de kerk komt. We besloten een folder te maken voor gasten zoals zij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in de folder moet komen. Let op: de folder groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk met elkaar na wat jullie in jullie folder willen vermelden over de tien geboden. Bijvoorbeeld een korte uitleg, de 10 geboden in eenvoudige taal of een foto. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. 37 Ideeën voor als er nog tijd over is:  Schaduw spel: Nodig een stuk laken en een bouwlamp. Achter het laken voer je een klein toneelstukje op van een van de regels die jullie op dit moment heel duidelijk is geworden. Dat kun je als leiding doen, maar misschien vinden een paar kinderen het ook wel leuk…  Je kunt ook een nieuw spel spelen, waarvan de kinderen de regels nog niet kennen, of van een bestaand spel de regels veranderen.  Deel papiertjes uit met de 10 geboden. Laat elk kind of groepje een gebod uitbeelden. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Thuisopdracht Reflectie Bij de extra verwerkingen: voor wie ga jij een voorstelling geven??? Misschien wel een straatoptreden! ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de wetgeving in de Sinaï staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jullie, de Kijkbijbel en de Bijbel voor Kinderen.  Eventueel een fototoestel  Bouwlamp en laken / een spel / briefjes met de 10 geboden (één gebod per briefje).  Eventueel kleurplaten van de pictogrammen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 38
38 7. De dienst van het Woord Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We luisteren naar Gods Woord en horen daar meer over in de preek. Ook bij andere onderdelen van de dienst gaat de Schrift open: bij de gebeden, de liederen (vaak berijmde Schriftgedeelten), votum en groet, zegen, de Tien Geboden. Eigenlijk kun je in elk onderdeel van de dienst merken dat de Schrift centraal staat. We bidden of de woorden van God ons hart mogen aanraken en vervullen. Richt je aandacht Vraag je af Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam. (Psalm 86: 11) ● Ontmoet je God door de Bijbel te lezen?  Zit je vol verwachting in de kerk om Zijn Woord te horen?  Erger je je wel eens aan de boodschap van de Bijbel?  Ben jij in de kerk een luisteraar of een leerling? Anders gezegd: hoor je de woorden alleen of doe je ze ook? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. De Here spreekt tot ons zo rechtstreeks als het maar zijn kan en zo rechtstreeks al wij maar verdragen kunnen. We mogen in onze houding en aandacht als het ware zeggen: ‘spreek Here, uw knecht hoort!’. Net als destijds de discipelen mogen wij ons ook dagelijks laten leiden en helpen in alle aspecten van ons dagelijks leven, zodat we steeds meer worden zoals Hij. Zo bezien kun je Schriftlezing en preek niet als toeschouwers beoordelen, in de zin van: mooi, verrijkend, ik heb dit gemist, ik heb niets nieuws gehoord. Het gaat er veel meer om dat je het gehoorde ook probeert te doen, zodat je steeds meer wordt zoals Hij. Door te luisteren naar Gods Woord ontdek je hoe je je liefde voor Hem en anderen kunnen laten zien. We lezen er over in Mattheüs 28:19-20: Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen (…) en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. Zie ook 2 Tim 3: 16 – 17. De climax in de eredienst ligt daar waar Gods Woord opengaat en we Hem mogen ontmoeten. De Schriftlezing is geen inleiding op de preek maar de preek is een nadere verkondiging van het gelezen Schriftgedeelte. De woorden ‘preek’ en ‘preken’ hebben echter niet altijd zo’n goede naam. Zo klagen pubers over de preken van hun ouders. Eén van de betekenissen die het woordenboek geeft dat als volgt weer: ‘iemand met vermaningen lastigvallen’. Andersom kan het preken voorgangers ook wel eens zwaar vallen. Zo zei Calvijn: “Als een enkele preek van Petrus zo’n uitwerking heeft gehad dat 3000 mensen voor Jezus Christus werden gewonnen, wat moeten 3000 preken dan niet doen? Daar bemerk je onze verdorvenheid, want wanneer er op 3000 dagen gepreekt is, wat voor vorderingen heeft men dan gemaakt? Heel weinig! Want slechts met grote moeite zal men een mens vinden die zich tot Jezus Christus bekeerd heeft.” In spreken en luisteren hebben we daarom steeds een open hart nodig en verlichting van ons verstand door de Heilige Geest, opdat we het Woord van God mogen horen en doen. Iemand daagde Augustinus eens uit over een moeilijke tekst te preken. Augustinus antwoordde: “dan moet u bidden, dat ik er uit kom”. Ook wij als leiding van de kindernevendienst mogen Christus verkondigen én bidden dat we er uit komen! Schenk ons, o Heer, dat wij in het geschreven Woord en door het gesproken woord het levende Woord, onze Zaligmaker Jezus Christus, kunnen zien. Aan het eind van de dienst van het Woord mogen we amen zeggen: het zal waar en zeker zijn. We lezen erover in 2 Kor. 1: 18-20: “Zo waar God trouw is, wanneer ik ja tegen u zeg bedoel ik ook ja, niet nee. De Zoon van God, Jezus Christus, die wij, Silvanus, Timotheüs en ik, aan u verkondigd hebben, was immers ook niet iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost; en daarom is het ook door hem dat we amen zeggen, tot Gods eer.” 39 Leef je in Merken kinderen aan jou dat je Gods grote daden ook door de week nog herinnert en dat je er mee aan de slag gaat? Vertel je (je) kinderen wel eens wat een Schriftwoord je te zeggen had of wat je aansprak in een preek? Hoe ga je ermee om als je ‘niets aan een preek hebt gehad’? Ben je dan vooral kritisch naar de voorganger toe, of kijk je ook naar jezelf: hoe zat ik in de kerk van morgen? Met de ogen gericht op de hemeldeur, of die wel voor mij openging? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Laat de kinderen vóór het gebed om de opening van de Schriften naar voren komen en leg uit waarom jullie nu gaan bidden: We zijn nu toe aan een belangrijk moment in de dienst: de Schriftlezing. We mogen luisteren naar Gods Woorden. Ook in het dagelijks leven is het zo dat we niet altijd zomaar luisteren. Een moeder zegt tegen een kind: luister nou eens even, maar een kind zegt soms ook tegen zijn / haar moeder: je luistert niet naar wat ik zeg. Daar hebben we hulp bij nodig. Daarom bidden we of de woorden van God ons hart mogen aanraken en vervullen. Dan doen jullie in de kindernevendienst en de andere mensen hier in de kerk, de Bijbel open en lezen we de Woorden die God ons heeft gegeven. Vervolg in de groep Wat doe jij als je iets niet snapt? Bijvoorbeeld op school? Hoe doe je dat thuis? En in de kerk? Bijvoorbeeld: het zelf opzoeken of vragen aan je ouders, aan de dominee, aan de juf of meester van de kindernevendienst. Vertellen zij je ook wel eens iets wat je niet zo leuk vindt maar waarvan je later denkt: het is toch goed dat ze dat verteld hebben. Begrijp je alles wat er uit de Bijbel gelezen wordt? Sommige dingen misschien wel, maar andere dingen vast niet. Dat is zo bij kinderen, maar ook bij grote mensen. Ze zeggen wel eens: als de Bijbel heel makkelijk was geweest, dan hadden we er met elkaar niet zoveel over gepraat… Daarom bidden we of God ons wil helpen, praten we er met elkaar over en preekt de voorganger. Zo proberen we steeds meer te begrijpen van de Woorden van God. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is leuk om zelf dingen te ontdekken. Maar het is gemakkelijker om nieuwe dingen te leren van iemand die het al goed weet. En het is beter om nieuwe dingen samen te leren.
Page 40
40 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Filippus en de kamerling / Jezus leest uit de boekrol van Jesaja In Lukas 4 wordt beschreven hoe de Here Jezus op sabbat naar de synagoge in Nazareth gaat. Er wordt daar een rol naar voren gehaald en Jezus leest uit de profeet Jesaja (Jesaja 61:1). In zijn uitleg laat Hij zien dat in Hem de profetie uit Jesaja vervuld is. Ook de kamerling leest uit Jesaja (zie Handelingen 8 en Jesaja 53:7). Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Heer wilt u ons helpen om het lezen in uw woord elke weer te doen. Help ons om een vast plan een discipline, een gewoonte te hebben en op u te vertrouwen dat u zegt wat u doet. Amen Liedtips Uw Woord is een lamp voor mijn voet Lees je Bijbel, bidt elke dag Het Woord van onze God Ik heb Jezus nodig, heel mijn leven Jezus, open mijn oren Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Bekijk met elkaar de onderdelen van de dienst. Wanneer wordt er uit de Bijbel gelezen of gebruiken we Bijbelteksten? Als het goed is ontdekken jullie dat er tijdens de dienst veel vaker uit de Bijbel gelezen wordt dan tijdens de Schriftlezing:  Votum en groet zijn Bijbelteksten of samenstellingen van Bijbelteksten  De liederen, onder andere de Psalmen, zijn vaak berijmde Schriftgedeelten  De Tien Geboden staan in de Exodus en Deuteronomium  De Zegen is een Bijbeltekst Vervolgens vragen we ons af:  Heb je een gedeelte uit de bijbel dat voor jou heel belangrijk is?  Welk gedeelte en waarom?  We komen er misschien achter dat we eenzelfde stuk beide mooi vinden om ene andere reden.  Als wij een minibijbel voor onderweg moeten maken, wat zetten we erin…  We maken echt zo’n minibijbel met ons eigen voorwoord erin: Snij of knip een A4-tje doormidden (je hebt dan twee pagina’s A5-formaat). Leg de beide helften op elkaar. Niet beide helften aan elkaar en vouw het geheel dubbel. Je hebt dan een boekje met 8 pagina’s: 41 1 2 Stap voor stap naar ons eindproduct: Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in de folder moet komen. Let op: de folder groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Denk met elkaar na wat jullie in jullie folder willen vermelden over de Bijbel. Bijvoorbeeld uitleg of achtergrondinformatie over de Bijbel die jullie in de kerk lezen, een foto van de kanselbijbel, kinderen met hun eigen kinderbijbel of een boekrol. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie folder komt. Kunnen we thuis iets doen voor de folder? Je kunt thuis nog meer verhalen aan je Bijbel toevoegen. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal over Filippus en de kamerling staat, waaronder de ‘Kijkbijbel’ en ‘De Bijbel voor jullie’.  Papier  Kinderbijbels  Plaatjes (Op www.samenlerengeloven.nl staat een boekje met kleurplaten van Bijbelverhalen bij de kerkdienst op de pagina ‘extra’s’ onder ‘Zondag gaan we naar de kerk, deel 2’, les 7 of haal diverse kleurplaten over Bijbelverhalen van internet en laat de kinderen zelf kiezen.)  Stiften of kleurpotloden  Nietmachine of ander bevestigingsmateriaal.  Eventueel een fototoestel  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s.
Page 42
42 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 43 8. Geven uit dankbaarheid Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling In deze les staan we stil bij een onderdeel van de dienst van dankbaarheid: de collecte. Het gaat er niet om hoeveel we geven, maar hoe we geven. We mogen iets teruggeven van de rijkdom die we hebben ontvangen. We ontdekken: van geven word je rijk. Een diaken vertelt ons over de organisaties waar het collectegeld naar toe gaat en we bidden voor het werk dat door die organisaties wordt verricht. Richt je aandacht Vraag je af Laten zij de HEER loven om zijn trouw, om zijn wonderen aan mensen verricht, laten zij hem dankoffers brengen, juichend zijn daden bezingen. (Psalm 107:21,22) ● Wat is denk je de bedoeling van een collecte in de eredienst?  Zijn alle doelen (kerk, armen, zending, etc) even belangrijk of vind je sommige doelen belangrijker dan andere?  Kun je eigenlijk niet net zo goed geld overmaken naar doelen die jij belangrijk vindt?  Denk jij wel eens doordeweeks aan en/of bid je voor de zondagse collecte?  Als je nadenkt over je eigen giften: vind je dat je veel of weinig weggeeft?  Kun je ook geven als je zelf nauwelijks rondkomt? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Teruggeven En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? (1 Kor 4:7) Met de eerstelingen van wat we krijgen van Onze Vader mogen we Hem vereren. Dus niet met wat over is, maar met de eerste oogst. Zo zijn we geen goede gevers, maar dankbare teruggevers. Mét dat je je geld geeft, zeg je: ‘Here, hier ben ik, uw dienstknecht. Zoals ik dit geld geef, zo wil ik U mijn dagelijks leven geven.” Niet alleen in de kerk, maar ook thuis of op het werk geven we als het ware de kracht die we ontvingen, terug aan onze hemelse Vader. Dat is de invulling van het priesterambt van alle gelovigen: heel ons leven als een dankoffer aan de Here opdragen. Zorg voor elkaar Geven is een Bijbelse opdracht. God wil niet dat mensen gebrek lijden. “Weldoen is een Christenplicht, en wie gierig is jegens de armen, pleegt ‘heiligschennis’ en ‘berooft God’ ” zei Calvijn. In de wetten van Mozes staan veel voorbeelden van hoe God wil dat wij de armen verzorgen, zodat zij voedsel en kleding hebben. In Handelingen lezen we dat de eerste christenen alles met elkaar deelden (Hand. 4:3235). Delen is heel belangrijk, ook in de kerk. Wie voelt dat alles wat hij heeft van de Here gekregen is, wil ook anderen wat geven. Het uitdelen van de gaven vanuit de kerk gebeurt door de diakenen, die daarvoor zijn gekozen door de gemeente. Het ambt van de diakenen is ingesteld door de apostelen: “Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God. (Hand. 6:4)’ Onze inbreng Wees niet hoogmoedig en vestig je hoop niet op de onzekerheid van je rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamel je voor jezelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen. (Naar 1 Tim. 6:17-19). Geef vrijmoedig, bid voor het collectedoel van deze week en bedenk hoe je de komende week je leven aan de Here kunt opdragen.
Page 44
44 Leef je in Voor kinderen is de collecte meestal een interessant onderdeel van de dienst, een echte actie voor hen. Denk je dat kinderen weten waarvoor ze geven? Beseffen ze hoeveel (of hoe weinig) ze weggeven? Hoe komen collectemunten of bonnen over op kinderen, is het voor hen wel echt geld? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Een diaken gaat mee naar de kindernevendienst en vertelt de kinderen waar er vandaag voor gecollecteerd wordt. Misschien kan de diaken over één collecte wat meer vertellen, bijvoorbeeld wat er allemaal met dat geld gedaan kan worden. Wat mooi dat wij daaraan mogen bijdragen. Een anekdote die je hierbij zou kunnen gebruiken: Een poosje geleden kwam er een vrouw met een collectebus aan de deur bij een joodse man. Hij deed geld in de collectebus en zei: ‘bedankt’. “Maar ik zou u toch moeten bedanken” zei de vrouw. “Ja, dat mag ook” zei de man, “maar ik wil jou bedanken omdat je me de gelegenheid gaf om te geven”… Vervolg in de groep ● Wanneer geef je iets aan iemand? Bijvoorbeeld bij een feest, collecte op school, in de kerk, aan de deur.  Is er verschil tussen een cadeau en een collecte?  Weet je waar het collectegeld naar toe gaat? Bijvoorbeeld arme mensen, mensen die honger hebben of moeten vluchten, maar ook voor de kerk en de dominee.  Als er in jullie gemeente een aparte collecte is voor de plaatselijke kerk, dan kun je uitleggen waar die voor is. Maak eventueel gebruik van de bijbehorende picto’s. Er is bijvoorbeeld geld nodig om te zorgen dat jullie kerk blijft bestaan en door kan gaan. Er is geld nodig voor de dominee (ook gastpredikanten), de tuinman, de schoonmaakster, de organist, de gebouwen moeten worden onderhouden, er is materiaal nodig voor de Kindernevendienst en andere clubs of verenigingen, een bosje bloemen of een boekje voor de zieken, etc.  Wat mooi dat wij daaraan bij mogen dragen!  Kun je ook andere dingen geven dan geld? Tijd en aandacht. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 45 Nu weten we Van geven word je rijk – als je hoort en ziet wat er met je geld kan gebeuren heb je een nieuwe ervaring, een verhaal kun je op een idee komen en dat.. maakt je rijk. Het is dus belangrijk dat je weet wat je geeft, waarom en aan wie. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Twee kleine muntjes zijn meer dan heel veel grote munten. Het gaat er niet om hoeveel we geven, maar hoe we geven. (Markus 12: 41-44) Sifra woont in Jeruzalem. Nog een paar nachtjes slapen en dan is het feest in de stad. Paasfeest. Sifra mag moeder helpen om alles in huis voor het feest klaar te maken. Samen met moeder heeft ze het huis schoongemaakt en nu gaat ze boodschappen doen. Lekkere dingen kopen. Wat zullen ze smullen op het feest. Ze gaat naar allerlei winkeltjes. Even later komt Sifra met haar armen vol lekkers naar huis. Bijna botst ze tegen de oude buurvrouw op. Die komt net haar huisje uit en gaat naar de tempel. “Dag buurvrouw, hebt u ook al alles in huis voor het feest?” vraagt Sifra. “Och kind ik heb niet zoveel nodig hoor, mooi dat jij je moeder ze goed helpt”, zegt de oude vrouw en loopt dan vlug door. Bij de tempel is het druk, voorzichtig loopt de oude vrouw tussen alle mensen door. Ze weet waar ze naar toe wil. Op een plein bij de tempel staat een grote kist, een offerblok. Daar mag iedereen geld in gooien. Dat is voor de mensen die in de tempel werken. Eigenlijk is het geld voor de Here God zelf bedoeld, want de tempel is het huis van God. Vlakbij die kist zit Iemand en Hij kijkt héél goed naar alle mensen, die geld in de kist gooien. Het is de Here Jezus. Hij ziet rijke mensen met prachtige kleren. Sjonge, die gooien er veel in. Geld van zilver, en geld van goud. “Bling, bling, bling” klinkt het. Maar de Here Jezus ziet ook hun portemonnee. Nou, daar zit nóg heel veel in. Ze kunnen nog veel meer mooie kleren kopen en heel veel lekkers voor het Paasfeest. Dan ziet Hij tussen die rijke mensen een oude vrouw komen. Die is vast niet rijk, dat kun je zo wel zien. Haar kleren zijn al oud, en haar portemonneetje is maar heel klein. Maar kijk eens wat ze doet……Ze maakt haar portemonneetje open en gooit alles wat erin zit in de offerkist. Het zijn maar 2 kleine muntjes, maar nu heeft ze helemaal niets meer! Als de Here Jezus dat ziet, roept Hij vlug zijn discipelen. “Kijk eens wat die oude vrouw gedaan heeft” zegt Hij “ die heeft echt het allermeest van alle mensen in de kist gegooid”. Dat begrijpen de discipelen niet. Toen de rijke mensen geld erin deden, hoorde je duidelijk de grote munten vallen, maar hier hoorde je niks, zo klein waren die muntjes. Met die grote munten kun je toch veel meer kopen?! Wat bedoelt de Here Jezus eigenlijk? De Here Jezus ziet wel dat Zijn leerlingen niet goed begrijpen wat Hij zegt, en daarom gaat Hij er nog wat bij vertellen.
Page 46
46 “Weet je” zegt Hij, “die rijke mensen gaven wel veel geld, maar in hun portemonnee zit nóg heel veel geld. Ze kunnen alles kopen voor zichzelf wat ze maar willen. Mooie kleren, lekker eten, een mooi huis. Maar die oude, arme vrouw hield niets over. Ze houdt zoveel van de Here God, dat ze alles gaf wat ze had om voor vandaag eten te kunnen kopen. Ze durft het weg te geven voor het werk in de tempel, en eigenlijk voor de Here God zelf. Ze vertrouwt erop dat God voor haar zorgen zal. Het belangrijkste is niet hoevéél je geeft, maar dat je het gráág, met liefde, geeft. Dus niet eerst denkt: “Wat heb ik zelf allemaal nodig. Maar eerst aan God denkt”. Ja, nu begrijpen de discipelen het. Alweer hebben ze vandaag iets moois van de Here Jezus geleerd. Gebed Dank voor alles wat jullie van God krijgen. Bidt voor de collectedoelen van deze zondag en voor het werk van de diakenen. Liedtips Kijk eens om je heen Als je bidt zal Hij je geven Dank U voor deze nieuwe morgen Beetje bij beetje (Jan Visser) Wat zou ik aan U kunnen geven? Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We bedenken aan wie we wat kunnen geven en waarom. We maken daarvoor met elkaar een eerste aanzet door een Geef-je-mee-poster te maken:  Bedenk met elkaar aan wie jullie wat kunnen geven en waarom.  Verdeel deze doelen in verschillende categorieën, bijvoorbeeld grote mensen – kinderen – eten en drinken – school – meer over de bijbel weten – na een ramp – voor de natuur.  Schrijf / teken / plak foto’s een korte toelichting bij de voorbeelden. Waarom zouden mensen van jullie gemeente naar jullie idee hier iets aan moeten geven? Zet dat er ook bij.  Bedenk met elkaar hoe de projecten die jullie kerk ondersteunt meer duidelijk gemaakt kunnen worden voor kinderen.  Zou jullie poster misschien in de kerk kunnen hangen? Overleg het met de diaken die bij jullie op bezoek is. Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een folder te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in de folder moet komen. Let op: de folder groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Denk tijdens het knippen en plakken met elkaar na wat jullie in jullie folder willen vermelden over de collecte. Hoe kunnen de collectedoelen duidelijk gemaakt worden voor kinderen? Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. 47 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie folder komt. Kunnen we thuis iets doen voor de folder? Je mag thuis bidden voor de organisaties waarvoor we geld hebben ingezameld. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de vrouw met het muntje staat, bijvoorbeeld de Bijbel voor kinderen of gebruik de vertelling hierboven.  Vraag een diaken wat over de collectedoelen van deze zondag te vertellen. Bijvoorbeeld met concrete voorbeelden van wat er met het geld gedaan kan worden. Let op: de onderbouw gaat ook in gesprek met een diaken!  Folders en/of plaatjes van goede doelen, foto’s van adoptiekinderen of projecten die jullie gemeente steunt, etc.  Je kunt eventueel het werkblad van de lege collectezak gebruiken voor een individuele verwerking. (zie volgende pagina en in de bijlage )  Eventueel een fototoestel  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 48
Marcus 12:41-44 Ik geef terug aan God Artjan  sAmen 49 9. Wegzending en zegen Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af In deze les leren we dat God bij ons is en ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven. Zijn goede woorden zijn als een milde regen die ons verkwikt. Zo kunnen we het volhouden in het leven. Wij mogen God loven met goede woorden en zijn zegen ook doorgeven aan anderen. De HEER gedenkt en zegent ons, zegenen zal hij het volk van Israël, zegenen het huis van Aäron, zegenen wie de HEER vrezen, van klein tot groot. (Psalm 115: 12, 13) ● Hoe belangrijk is de zegen aan het einde van de dienst voor jou?  Ben je eens met deze gedachte: “Al valt de preek soms bitter tegen, je krijgt altijd de zegen mee.”  Geef je de zegen en/of de boodschap uit de kerkdienst wel eens door aan anderen?  Denk nog eens terug aan speciale momenten waarin jij gezegend werd, bv bij de doop, belijdenis of huwelijk. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Gods goede woorden ontvangen Aan het einde van de dienst, voor we weer uiteengaan, krijgen we ten afscheid de zegen van God mee. De uitgestrekte handen van de voorganger zijn een zichtbaar teken dat God bij ons is, ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven dat we het als mens vol zullen houden in het leven. De zegen, bene diction, is letterlijk ‘goed spreken’. Je krijgt de belofte van Gods voortdurende trouwe aanwezigheid, waar je ook gaat, wat je ook te wachten staat. In de Bijbel komt zegenen wel 466 keer voor. Meteen in Genesis 1 zien we dat er in God een verlangen is om te zegenen. Wij zijn afhankelijk van God maar God blaast er zijn levensadem in (Gen. 2) en zo wordt de mens tot een bezield wezen. In het Oude Testament geeft God aan Mozes de woorden door van de zegen die de priesters op het volk moesten leggen. “De HEERE zegene en behoede u. De HEERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De HEERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. “ (Num. 6: 22-27). Als we de deze zegen in het Hebreeuws opschrijven wordt zichtbaar dat deze woorden, die God Zelf heeft uitgekozen om zijn kinderen mee te zegenen, een symbolische vorm hebben. De drie steeds langer wordende zinnen vormen als het ware een golf van zegenende woorden die over ons heen rolt, waarin we worden ondergedompeld. Drie keer wordt in de zegen de verbondsnaam van God genoemd: Jahwe (in veel vertalingen wordt deze naam weergegeven met HEERE). Drie keer, in de bijbel het getal van de volkomenheid. Het is als een milde regen die je verkwikt. www.josdouma.nl/index.html?/preken/preken/num6.html In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus zegenend ten hemel voer (Lukas 24:5051). Ook vinden we een zegengroet aan het begin of einde van verschillende brieven. De tekst uit 2 Korintiërs 13:13 wordt vaak in de eredienst gebruikt: “De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen.” Gods goede woorden beantwoorden en doorgeven We mogen Gods goede woorden beantwoorden met onze goede woorden. Het Hebreeuws heeft hetzelfde woord voor zegenen en loven. Zie psalm 103, 118 en vele andere. De zegen komt van God en keert zo als lofprijzing naar God terug. In geloof ontvangen we de zegen van God in de relatie met Hem en we mogen die ook weer doorgeven: wordt gezegend en wees tot een zegen. Geef de zegen door aan de mensen die je deze week ontmoeten zult.
Page 50
50 Leef je in Hoe zou een kind de zegen aan het einde van de dienst ervaren? Snapt een kind wat een ‘zegen’ betekent? “Jullie gaan weer weg, en Ik ga met je mee” zegt God. Zoals in de volgende zegenbede: De Heer zij voor je om je de goede weg te wijzen. De Heer zij naast je om je in de armen te sluiten en je te beschermen. De Heer zij achter je om je te bewaren voor valsheid. De Heer zij onder je om je op te vangen als je valt. De Heer zij in je om je te troosten als je verdrietig bent. De Heer zij om je heen om je te verdedigen. De Heer zij boven je om je te zegenen. Zo zegene je de algoede God. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Aan het eind van een brief / mail neem je afscheid. Vaak eindigen brieven met een wens, bijv.: Het beste toegewenst. Misschien nemen jullie ook wel afscheid van de buren of van opa en oma als je op vakantie gaat. De zegen is ook zo’n goede wens. De voorganger strekt zijn handen uit en legt zo de zegen op ons. Het gebeurt wel dat dominees hun handen eerst open omhoog houden in de hoop dat God de zegen daarin legt. Op beide manieren is de zegen een zichtbaar teken dat God bij ons is, ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven dat we het als mens vol zullen houden in het leven. Hebben kinderen dat wel eens op een ander moment gezien? Misschien bij de bevestiging van ambtsdragers of het inzegenen van een huwelijk. Dan leggen sommige dominees de handen echt op het hoofd van de mensen om hen te zegenen. Zegen betekent letterlijk: goede woorden spreken. Je krijgt de belofte van Gods voortdurende trouwe aanwezigheid, waar je ook gaat, wat je ook te wachten staat. Misschien kennen kinderen de ervaring om op een warme zomerdag onder de tuinsproeier door te lopen en zo lekker af te koelen. Goede woorden (bene dictie, zegen) van God kun je vergelijken milde druppels verkwikkende regen. Zoals in het lied ‘Heer ik hoor van rijke zegen’. De zegen is een milde regen van goede woorden die je verkwikt en nieuwe kracht geeft. Tijdens de kindernevendienst horen jullie meer over die goede woorden van God. Waar ze in de Bijbel staan en wat ze betekenen. Wellicht kan de voorganger de kinderen zegenen als ze uit de kerk naar de kindernevendienst gaan. Je kunt overwegen dit vanaf nu altijd te doen. Overleg dit van te voren wel goed met de kerkenraad en/of voorganger. 51 Vervolg in de groep Tekst en uitleg van de zegen in de kerkdienst:  Wat wens je allemaal? Wat hoop je dat anderen jou toewensen? Wens elkaar het goede toe.  Wat verandert er als God betrokken wordt in onze wensen?  Maak het verschil duidelijk tussen wens en zegen (wij mensen wensen elkaar het goede toe, God belooft ons het goede).  Laat allerlei foto’s zien, bijvoorbeeld van een doop, van een kleine baby, van iemand  die trouwt, van iemand die ziek is, van een sporter, etc.  Wanneer en hoe ben jij een keer door God gezegend?  Lees daarna de zegen voor die jullie (elke) zondag in de kerk meekrijgen. Je vindt hem ook in het miniboekje met de zegen dat bij deze les hoort (zie bijlage). De Here zegene u en behoede u. De Here doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.  Herkennen de kinderen de tekst, hebben ze moeilijke woorden gehoord? Noteer deze en bespreek daarna de tekst stukje voor stukje aan de hand van het miniboekje. “De Here zegene u” – God spreekt goede woorden tegen ons. Je kunt het vergelijken met woorden die tegen je gezegd worden als je iets moeilijks moet gaan doen. Dan denk je aan de woorden van je moeder, die geven je kracht. Zo is de zegen van God ook. “en behoede u.” – God belooft dat hij je zal beschermen en bewaren. Net zoals een herder zijn kudde schapen hoedt. Als je ergens langs een gevaarlijke plek moet is het altijd fijn als je met z’n tweeën bent. Dat belooft de Here hier: Ik ben bij je. “De Here doe Zijn aangezicht over u lichten” –Dat betekent dat Hij ons opzoekt, naar ons kijkt en ons wil ontmoeten. Hij laat Zijn licht schijnen zodat we de weg kunnen zien, net zoals hij het volk Israël in de woestijn leidde door de wolkkolom overdag en de vuurkolom ’s nachts. “en zij u genadig.” – Het woord genade betekent dat we iets krijgen wat we eigenlijk niet hebben verdiend. God hoeft ons niet te helpen en bewaren, maar toch doet Hij het. Hij gaf zelfs Zijn eigen Zoon. Zo wil Hij er voor ons te zijn, dat zegt Hij elke week weer. “De Here verheffe zijn aangezicht over u” – In het Hebreeuwse is je aangezicht verheffen: iemand aankijken, oogcontact zoeken. Hij kijkt naar ons omdat Hij van ons houdt. Denk maar aan de goede herder, of aan Zacheüs in de boom. “en geve u vrede.” – Vrede (shalom) betekent: geen oorlog, geen ruzie, maar ook: gezondheid, je geen zorgen hoeven maken, leven in vrede en veiligheid, leven zonder tegenspoed of rampen, naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. God wil je een goed leven geven. Al zal het op de nieuwe aarde pas echt vrede zijn.  Wanneer zou je van God een zegen willen ontvangen?  Daar kun je om bidden.  Aan wie wil jij de zegen doorgeven? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we De zegen is belangrijk en waardevol. De Here zegt door de zegen aan het einde van de dienst dat Hij met je mee wil gaan. Hij wil ons beschermen en bewaren. Hij wil helpen, zorgen, alles geven wat we in het leven van elke dag nodig hebben. Maar Hij wil ook voor ons hart zorgen. Gelukkig ben je als de Here zo met je meegaat. Geef je dat ook door?
Page 52
52 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Jezus zegent de kinderen We lezen in de Bijbel dat ook de kinderen bij Jezus mogen komen en dat Hij hen zegent. Je vind het in Mattheus 19, Marcus 10 en Lucas 18. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Zegen ons Heer, U, die hemel en aarde gemaakt heeft, zegen ons Heer. Amen Liedtips Een rivier vol van vrede Psalm 81:12 Psalm 136:1 Zegen ons algoede De Heer beschermt en zegent jou Zegen, zegen kun je niet kopen Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We bekijken diverse zegenteksten (zie volgende pagina, vul eventueel zelf aan).  Welke spreekt jou het meest aan?  Wens elkaar het goede toe. Wat wens je allemaal? Wat hoop jij dat anderen jou toewensen? Wat verandert er als God betrokken wordt in onze wensen?  De zegen betekent ‘God gaat met je mee’. Maak een soort agenda van de week. Op welke momenten denk je dat je de zegen van God nodig zult hebben? Volgende week kunnen we kijken hoe het was, wanneer merkte je dat God erbij was, was het in die speciale dingen die je van tevoren bedacht of juist ook in andere dingen. En/of: laat de kinderen een kaart maken / versieren met een zegen erop voor een ander. Ze kunnen die geven aan iemand die dat wel kan gebruiken. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een folder te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Elke les hebben we nagedacht over wat er van het onderwerp van die week in de folder moet komen. 53 Aanbieden van jullie eindproduct: Nu is jullie folder/webpagina als het goed is af. Kijk er nog eens goed naar met elkaar en vertel dat ze het binnenkort allemaal krijgen / waar het te vinden is. Misschien kunnen jullie hem bij terugkomst in de dienst al wel aanbieden aan de koster of de dominee. Vertel anders wanneer dat gaat gebeuren. Thuisopdracht Reflectie Indien mogelijk: neem allemaal een folder mee zodat je die in huis hebt voor als jullie een gast mee nemen naar de kerk. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de zegening van de kinderen in staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jullie en de Bijbel voor kinderen (NT).  Eventueel foto’s van zegenmomenten (doop, huwelijk, bevestiging ambtsdrager, bijvoorbeeld van beeldbank.pkn.nl en dan zoeken op ‘zegen’)  Indien van toepassing het zegenen van de kinderen bij het gaan naar de kindernevendienst bespreken met de voorganger of kerkenraad.  Miniboekje van de zegen (zie bijlage) ter illustratie bij de uitleg van de zegen. Bekijk van te voren op YouTube hoe je het boekje moet vouwen.  Papier voor de ‘agenda van de week’ of een kaart om een zegen op te maken.  Bij de verwerking ‘agenda van de week’: geef aan de leiding van volgende week door wat jullie gedaan hebben en vraag hen er op terug te komen.  Eventueel een fototoestel  Indien mogelijk: jullie folder  Spreek met de leiding van de kerk af om de folder tijdens de kerkdienst aan te bieden aan bijvoorbeeld de koster of de voorganger.  Als jullie boekje over de volgorde van de dienst al zover klaar is, spreek dan met de leiding van de kerk af om het boekje tijdens de kerkdienst aan te bieden aan bijvoorbeeld de koster of de voorganger.
Zondag gaan we naar de kerk - (volg)orde van de dienst. We ontdekken samen hoe God ons in de eredienst wil ontmoeten en hoe we deel kunnen nemen.

Zondag 2 onderbouw copyright sAmen


Page 0
Page 2
2 COLOFON Zondag gaan we naar de kerk Deel 2: Volgorde van de dienst, voor 4-7 jarigen Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte Illustraties: Arjan Glas, studio Artjan Bedankt voor de aankoop van dit lesboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. 2010 © sAmen Leren Geloven, 2e druk 2017 3 Overzicht van de lessen EINDPRODUCTIE 9 1. GOD WIL ONS ONTMOETEN In deze eerste les van de serie over de volgorde van de eredienst, willen we met de kinderen stil staan bij wat er allemaal gebeurt in een kerkdienst. Waar gaat het in een kerkdienst eigenlijk om? Om de ontmoeting met God. Ook horen we dat God het initiatief neemt, net als bij Zijn ontmoeting met Mozes. Bijbelvertelling: Mozes en de brandende braamstruik 2. GA JE MEE NAAR DE KERK? De kinderen hebben in les 1 gehoord waar je op kunt letten in de kerkdienst. Meedoen met activiteiten helpt de kinderen beter in beeld te krijgen waar het om gaat. Daarom wonen we deze les een volledige kerkdienst bij; voor kinderen vanaf groep 3 is dit zeker aan te raden. We gebruiken daarvoor de kijkwijzer die ze de vorige les hebben gekregen. De jongste kinderen herhalen de pictogrammen zodat ze zich beter eigen kunnen maken. Bijbelvertelling: De twaalfjarige Jezus in de tempel 3. EEN OPDRACHT We kijken terug op de dienst die we hebben bijgewoond en we maken een begin met de uitleg over de liturgie: uitnodiging, voorbereiding, welkom. We leren hoe je je aan het begin van de dienst kunt bereiden op de ontmoeting met God. Ook horen we van Tim die voor het eerst in de kerk komt en er niets van begrijpt. We maken een boekje voor kinderen zoals Tim (en ook een beetje voor onszelf). Bijbelvertelling: De Israëlieten bereiden zich voor op hun reis 4. DE LOFZANG VERHEFT ONS HART TOT GOD Anderen nemen ons mee en wij nemen anderen mee en samen mogen we God ontmoeten. Door te zingen mag onze stem, samen met die van de andere mensen, God loven en prijzen en mogen we elkaar bemoedigen. Dat wat we horen mag doordringen tot ons hart en we mogen het mee nemen naar huis. Bijbelvertelling: Blijdschap over de bevrijding uit Egypte 5. GOD IS ER BIJ EN GROET JE! We komen samen in de naam van God, onder zijn leiding – je mag mee doen, je bent hier veilig. God is helemaal aanwezig. Je wordt gegroet door Iemand die je volmaakt liefheeft, die je gemaakt heeft. Hij groet je en wil er bij zijn om je te helpen, net zoals Hij het volk Israël leidde door de woestijn. Bijbelvertelling: De wolkkolom en de vuurkolom leiden het volk door de woestijn 6. TIEN REGELS We horen vandaag dat God in de woestijn 10 regels aan het volk gaf om naar te leven. Het zijn tegelijk ook 10 beloften: als je die doet zal het je goed gaan. We horen ze ook vandaag nog in de kerk omdat ze ook voor ons nog gelden. Bijbelvertelling: God geeft het volk de 10 geboden 7. DE DIENST VAN HET WOORD We luisteren naar Gods Woord en horen daar meer over in de preek. Ook bij andere onderdelen van de dienst gaat de Schrift open: bij de gebeden, de liederen (vaak berijmde Schriftgedeelten), votum en groet, zegen, de Tien Geboden. Eigenlijk kun je in elk onderdeel van de dienst merken dat de Schrift centraal staat. We bidden of de woorden van God ons hart mogen aanraken en vervullen. Bijbelvertelling: Filippus en de kamerling / Jezus leest uit de boekrol van Jesaja 8. GEVEN UIT DANKBAARHEID In deze les staan we stil bij een onderdeel van de dienst van dankbaarheid: de collecte. Het gaat er niet om hoeveel we geven, maar hoe we geven. We mogen iets teruggeven van de rijkdom die we hebben ontvangen. We ontdekken: van geven word je rijk. Een diaken vertelt ons over de organisaties waar het collectegeld naar toe gaat en we bidden voor het werk dat door die organisaties wordt verricht. Bijbelvertelling: Twee kleine muntjes zijn meer dan heel veel grote munten. 9. WEGZENDING EN ZEGEN In deze les leren we dat God bij ons is en ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven. Zijn goede woorden zijn als een milde regen die ons verkwikt. Zo kunnen we het volhouden in het leven. Wij mogen God loven met goede woorden en zijn zegen ook doorgeven aan anderen. Bijbelvertelling: Jezus zegent de kinderen 51 45 40 35 30 25 20 16 11
Page 4
4 Voorwoord Voor je ligt het tweede deel van de lessenserie Zondag gaan we naar de kerk. Want: is er een betere plek om samen te leren geloven dan in de kerk? Ook jij mag de kinderen begeleiden in het toegroeien naar de gewone kerkgang. In deze lessen ontdekken we dat God ons wil ontmoeten en dat wij deel mogen nemen aan die ontmoeting. Op welke manier gemeenteleden deelnemen aan de dienst verschilt per gemeente of kerkgenootschap. Het zelf opgeven van liederen, het geven van een getuigenis, gaan staan of knielen e.d. zijn in sommige kerken heel gewoon en in andere weer helemaal niet. Maar toch gaat het altijd om deelnemen, ook al is het alleen in je gedachten en het gezamenlijke zingen. We hebben bepaalde vormen nodig om onze deelname gestalte te geven; maar de vormen zijn niet de eredienst, dat is de ontmoeting met God zelf. De vormen leiden ons daar naar toe. In principe herken je in elke samenkomst / kerkdienst de volgende structuur in de handelingen. Deze handelingen geven vorm aan het gesprek, de ontmoeting met God: 1. De dienst van voorbereiding: het gaat hier om handelingen m.b.t. samenkomen en voorbereiden die de mensen bijeenbrengen in de intieme aanwezigheid van God 2. De dienst van het woord: in een centraal moment van schriftlezing en woordverkondiging horen we Gods verhaal. 3. Dienst van de dankbaarheid: het gaat hier om handelingen waarmee we God antwoorden en Hem danken. We worden weggezonden met de opdracht om onze dankbaarheid aan God te tonen door Hem te dienen in het leven van alledag. In de lessenserie willen we telkens laten zien hoe God ons in de onderdelen van de eredienst wil ontmoeten en hoe wij, volwassenen en kinderen, onze deelname hieraan in kunnen vullen. Bij alle onderdelen vragen we ons af: - Hoe ontmoeten we God hierin? - Hoe heeft God het bedoeld, lezen we hier iets over in de Bijbel - Wat is onze inbreng? De lessen 1 en 2 zijn een start op het thema. In les 1 maken de kinderen kennis met de pictogrammen en het begrip (volg)orde van dienst. Les 2 bestaat voor de kinderen (van de bovenbouw) uit het bijwonen van een volledige dienst. Voor de onderbouw is er eventueel wel kindernevendienst aan de hand van les 2. De lessenserie behandelt vervolgens die elementen die in de meeste diensten voorkomen. Bij alle elementen van de dienst vragen we ons af: Hoe ontmoeten we God hierin? Hoe heeft God het bedoeld, wat lezen we er over in de Bijbel? Wat is onze inbreng? We gaan hier met hoofd, hart en handen mee aan de slag. Zo nodig vragen we gasten, zoals een diaken en een ouderling om iets te vertellen over hun bijdrage. Kies uit de lessen 3 t/m 9 die lessen die gaan over elementen die in jullie dienst plaats vinden. Als jullie les 3 laten vervallen, doe dan de opdracht van les 3 in de volgende les. Deze opdracht is namelijk de start van jullie eindproductie. Bij deze serie ontvangen jullie een op maat gemaakte kijkwijzer die de kinderen helpt de elementen die jullie tijdens de kindernevendienst bespreken te herkennen in de dienst. We sluiten de serie af met de presentatie van jullie boekje, flyer, folder of pagina op de website van de kerk. Zo wordt steeds meer duidelijk dat we allemaal deelnemers zijn van de gemeente. Ik wens jullie goede ontmoetingen toe en Gods zegen toe bij dit belangrijke werk. Fieke Bijnagte Coördinator sAmen 5 Een goede voorbereiding is het halve werk We raden jullie aan als team een startbijeenkomst te houden, waarbij bijvoorbeeld de coördinator of voorganger het thema voorbereidt. Je leert dan de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie hier de belangrijkste praktische zaken rondom de verwerking en presentatie van de eindproductie. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Naast de praktische voorbereiding is het ook belangrijk je inhoudelijk voor te bereiden. Daarvoor is steeds de eerste pagina van de les bedoeld. Maak je hoofd vrij door de psalmtekst tot je door te laten dringen. Schrijf hem eventueel over en prik hem op je prikbord of steek hem bij je. Denk na over de vragen bij de les: waar gaat het om, wat vind ik ervan, wat is belangrijk? En bedenk alvast wat dit voor kinderen zou kunnen betekenen aan de hand van de tekst onder het kopje ‘leef je in’ op de volgende pagina. Dit betekent overigens niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd voor je iets door kunt geven. Ook (of juist) als je je goed voorbereidt, kun je tegen lastige zaken aanlopen. Houdt als team een logboek bij waarin jullie noteren wat er tijdens de lessen aan bod is geweest en wie er waren. Lees dit tijdens je voorbereiding door zodat je weet wat er in eerdere lessen ter sprake is gekomen (of niet). Structuur van de lessen De lessen zijn opgebouwd uit 5 stappen. Een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen vind je in de handleiding. Hieronder de stappen in het kort: 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 6
6 Inleiding op het thema Deelnemen aan de dialoog in de liturgie Het gaat in de eredienst om een ontmoeting. Het gaat om het bijeenkomen, het luisteren, het vieren, en weer gaan. De eredienst is geen reeks van geïsoleerde en niet-aaneengesloten handelingen. Het is een verhaal, een oefening van onze relatie met God. Daar kijk je niet bij toe, daar neem je aan deel. God wil ons ontmoeten Het gaat in de eredienst dus om een ontmoeting met God. Het is bijzonder om te kijken hoe vaak we in de Bijbel lezen dat God, de Heilige, ons wil ontmoeten. In het paradijs wandelde God met Adam en Eva, zij mochten Hem kennen van aangezicht tot aangezicht. Zelfs na hun zonde zoekt God hen op, als zij voor Hem wegkruipen. God bezoekt Jakob in een droom bij Bethel, als Jakob met bedrog de zegen ontvangen heeft en vluchten moet. Jakob zegt vol ontzag: dit is een huis van God, een poort naar de hemel. In de tabernakeldienst kwam God tussen Zijn Volk wonen. Alle elementen uit de offerdienst zijn erop gericht om een ontmoeting tussen God en zondige mensen weer mogelijk te maken. Telkens gaat de ontmoeting van God uit, op Zijn initiatief, door Hem mogelijk gemaakt. De Schrift staat vol met voorbeelden van Gods inspanning om de gemeenschap met zijn kinderen aan te gaan, te herstellen en te onderhouden. God is als de vader die zijn verloren zoon tegemoet snelt en omhelst. God is als de herder die verloren schapen zoekt. Uiteindelijk komt zelfs Gods Zoon, Jezus, onder ons wonen. Als Hij sterft, scheurt het voorhangsel in de tempel: alles is volbracht, de weg naar God is open. Door Jezus kunnen we God weer ontmoeten. Onze reactie op deze ontmoeting Wat doet deze ontmoeting met God met ons? Hoe reageren wij op Zijn stem? Toen de HEER zich aan Mozes bekend maakte in de brandende braamstruik, riep God hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. We lezen in 1 Korintiërs dat de mens zelf een tempel van God is: 1 Kor. 6:19, 20 ´Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.´ Zie jij ook uit naar de hemel, waar we net als in het paradijs de Heere mogen kennen van aangezicht tot aangezicht? Liturgie is vorm voor ontmoeting We mogen Zijn stem horen, ons verootmoedigen, Hem loven, eren en dienen. We mogen iets van de rijkdom die we van Hem hebben gekregen, uit dankbaarheid teruggeven en doorgeven. We offeren Hem met onze lippen onze liederen, onze lofprijzingen, onze prediking, ons belijden. We offeren Hem onze lichamen – onze harten, tot luisteren bereid, onze avondmaalsvieringen, onze gehoorzame levenswandel. In principe herken je in elke samenkomst / kerkdienst de volgende structuur in de handelingen. Deze handelingen geven vorm aan het gesprek, de ontmoeting met God: 1. De dienst van voorbereiding: het gaat hier om handelingen m.b.t. samenkomen en voorbereiden die de mensen bijeenbrengen in de intieme aanwezigheid van God 2. De dienst van het woord: in een centraal moment van schriftlezing en woordverkondiging horen we Gods verhaal. 3. Dienst van de dankbaarheid: het gaat hier om handelingen waarmee we God antwoorden en Hem danken. We worden weggezonden met de opdracht om onze dankbaarheid aan God te tonen door Hem te dienen in het leven van alledag. Bereid je voor In deze lessenserie willen we samen met de kinderen ontdekken hoe God ons in de onderdelen van de eredienst wil ontmoeten en hoe we onze deelname in kunnen vullen. Voor je hierover informatie gaat lezen en de kinderen nieuwe dingen gaat leren, is het goed jezelf een paar vragen te stellen:  Ga eens voor jezelf na hoe een kerkdienst er doorgaans uitziet, welke onderdelen zijn er? Zie vlgd pag.  Wat vind je van de stelling: In de kerk word je van jongs af aan meestal opgeleid tot een bankzitter en niet tot een basisspeler.  Welke voor- en nadelen zie je in de vaste orden van dienst, zoals in vele kerken gebruikt worden, i.t.t. informelere diensten van veel vrije gemeenten en geloofsgemeenschappen?  Welke onderdelen van een dienst spreken jou bijzonder aan? Welke elementen zijn voor jou minder belangrijk?  Wat is voor jou de essentie van de kerkdienst? Wanneer heb jij een goede kerkdienst gehad? 7 Wat gebeurt er in jullie kerkdienst? In de kerk ontmoeten we God en hebben we eigenlijk een gesprek met Hem. Soms zegt God iets tegen ons (Woord), en soms zeggen wij iets tegen God (antwoord). Soms geeft God iets aan ons, en soms geven wij ook iets aan God. Heb je zo wel eens naar een kerkdienst gekeken? Voor we met de kinderen hiermee bezig gaan is het goed hier zelf ook nog eens bij stil te staan. Vóór je start met de kinderen: stel je zelf in de eerstvolgende dienst bij alle elementen de vraag: is dit van God en / of word er nu iets van ons verwacht? De elementen in onze dienst, verdeeld over 3 onderdelen: 1. Dienst van voorbereiding: a. … b. … c. … d. … e. … 2. Dienst van het Woord: a. … b. … c. … d. … 3. Dienst van dankbaarheid: a. … b. … c. … d. … e. …
Page 8
8 Bijbelverhalen Natuurlijk zijn er meer verhalen die passen bij de onderwerpen die we behandelen, maar om de lessenserie tot één geheel te maken hebben we voor les 1 t/m 6 gebruik van een aantal verhalen over het volk van Israël op weg naar het beloofde land. De verhalen voor les 7 t/m 9 komen uit het Nieuwe Testament. Bijbelteksten hebben meerdere betekenislagen. Denk maar aan de diversiteit aan preken over één en dezelfde tekst, ook van dezelfde predikant. In deze lessenserie benadrukken we vaak maar één betekenislaag. Dat wil zeggen dat heel veel ook niet aan bod komt. De lessen zouden dan veel te vol worden. Maar als het goed is, horen de kinderen de verhalen nog vaker in hun leven en krijgen ze gaandeweg een steeds rijker beeld van de diepe boodschap van de Bijbel. Een overzicht van de Bijbelverhalen in deze serie: Starten Les 1, ontmoeten – Mozes bij de brandende braamstruik Les 2, kerkdienst bijwonen / Jezus ging ook naar de ‘kerk’ Dienst van voorbereiding Les 3, voorbereiden – Het volk Israël vertrekt uit Egypte Les 4, zingen en bidden – Mozes, Mirjam en het volk zingen van blijdschap Les 5, votum en groet (Ik ben er bij) – Gods leiding door de woestijn Les 6, 10 regels – 10 geboden Dienst van het Woord Les 7, schriftlezing en woordverkondiging – Filippus en de kamerling Dienst van dankbaarheid Les 8, collecte – Penning van de weduwe Les 9, zegen – Jezus zegent de kinderen Kinderbijbels Hieronder volgen de gegevens van kinderbijbels waar in de tekst naar verwezen wordt: Titel: De Kijkbijbel Auteur: Kees de Kort / Uitgever: NBG Herenveen / ISBN: 9061263883 Eenvoudige korte tekst Titel: Mijn eerste Bijbel Auteur: Pat Alexander / Uitgever: De Vuurbaak te Barneveld / ISBN: 90 5560 125 X Uitgebreidere vertelling, met een expressieve schrijfstijl. Soms meer onderwerpen in één verhaal. Titel: De Bijbel Voor Jou Auteur: J.H. Mulder-van Haeringen / Uitgever: H. Medema te Vaassen / ISBN: 90-6353-169-9 Uitgebreide Bijbel met wel 143 Bijbelverhalen Titel: Het Groot Kinderbijbelliedjesleesboek Auteur: Borkent, Boeter, van Dijk, Scherpbier / Uitgever: Mozaïek te Zoetermeer / ISBN: 97890 239 9218 9 40 verhalen met 40 liedjes, gevarieerde verhaalstijl Titel: Bijbel voor kinderen Auteur: M. Busser en R. Schröder / Uitgever: Van Holkema & Warendorf te Houten / ISBN: 9789047500919 Korte verhalen met levendige dialogen Achtergrondinformatie over deze Bijbels vind je bijvoorbeeld op www.kinderbijbels.nl. 9 Eindproductie Kinderen zijn deelnemers Kinderen zien we bij sAmen van jongs af aan als deelnemers, volwaardige leden van de gemeente. Ze hebben een eigen inbreng: ideeën, opmerkingen, vragen. En we geven hen een plaats om die inbreng naar voren te brengen. Dat doen we o.a. door elk project gedurende meerdere lessen toe te werken naar een eindproductie en het resultaat met de gemeente te delen. Beetje bij beetje, stap voor stap Het is niet de nodig dat de kinderen dat wat in de lessen ter sprake komt, meteen onthouden en begrijpen. Elke bijeenkomst kijken we op een andere manier naar het thema en we gaan er op verschillende manieren mee aan de slag. Iedere keer leer je weer iets anders. Dat zie je terug in de eindproductie. Die groeit van week tot week en helpt jou als leiding om aan te haken bij wat er de vorige keer aan bod is gekomen. Bijvoorbeeld door een kind dat er wel was, te laten vertellen wat ze de vorige keer hebben gemaakt. Samen, beetje bij beetje, stap voor stap. Wat gaan jullie doen? Zou iemand die nog nooit in de kerk is geweest, snappen wat we hier doen? In les 3 horen de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. Vervolgens maken jullie een boekje of flyer voor de kinderen zelf, maar zeker ook voor gasten om uit te leggen wat er gebeurt en wat je dan kunt doen. Jullie eindproductie komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en jullie zelf. Neem als leiding het gehele programma door, zodat je kunt bedenken wat je wilt maken. Wat is handig? Een kaart à la de kijkwijzer met beknopte informatie die je tijdens de dienst kunt gebruiken, een boekje waarin je achtergrondinformatie kunt lezen of dingen bij kunt tekenen, een pagina op de website, of …? Kunnen jullie bijvoorbeeld de kijkwijzer gebruiken en aanvullen met stukjes uitleg? Bedenk als leiding welke activiteiten geschikt zijn voor de kinderen van jullie leeftijdsgroep. Bedenk ook hoeveel tijd je meestal hebt voor de kindernevendienst en houd hier rekening mee. De verwerkingen van de lessen zijn bedoeld als input voor jullie eindproductie. Neem de tijd om de opdracht te introduceren. Afhankelijk van jullie ervaring met dergelijke projecten zal je meer of minder uit moeten leggen. Bouw het in een aantal lessen rustig op. Houd elkaar op de hoogte van de vorderingen, bijv. met behulp van een digitaal logboek (bijlage bij dit pakket).
Page 10
10 Let op: jullie eindproductie groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Dat betekent dat er in les 3 nog geen afgerond plan hoeft te zijn. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Schrijf steeds de ideeën van de kinderen op een afgesproken plaats op, bijv. op een groot vel papier of op de achterkant van de pictogrammen. Wijs één persoon van de leiding aan als coördinator / eindverantwoordelijke voor de eindproductie. Deze probeert jullie wensen samen te voegen tot één geheel. Indien gewenst kun je deze persoon en elkaar op de hoogte houden van jullie afspraken, vragen en bevindingen. COLLECTE Voorbeeld van pagina’s uit een boekje (Bron foto boven: Beeldbank PKN) ZEGEN Samen terugkijken Elke les hebben jullie nagedacht over wat er van het onderwerp van die week in jullie boekje of flyer moet komen. Aan het eind van de serie presenteren jullie jullie eindproductie aan (een deel van) de gemeente. Dit kan bij terugkomst in de dienst bijvoorbeeld aan de koster of de dominee. Zo wordt steeds meer duidelijk dat we allemaal deelnemers zijn van de gemeente. Praktisch Met behulp van de kijkwijzer die bij het lespakket hoort kunnen de kinderen tijdens de dienst volgen wat er allemaal gebeurt. Hang de pictogrammen ook op A4 of A5 formaat op in jullie kindernevendienstruimte, dan kan iedereen ze goed zien. Tevens zijn ze vrij te kopiëren voor gebruik als kleurplaten binnen jullie gemeente. Bij dit pakket hoort een op maat gemaakte kijkwijzer. Als het goed is, heeft sAmen daarover contact gehad met jullie. Is dit niet het geval of zijn er vragen en/of opmerkingen, mail dan naar info@samenlerengeloven.nl. 11 1. God wil ons ontmoeten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af In deze eerste les van de serie over de volgorde van de eredienst, willen we met de kinderen stil staan bij wat er allemaal gebeurt in een kerkdienst. Waar gaat het in een kerkdienst eigenlijk om? Om de ontmoeting met God. Ook horen we dat God het initiatief neemt, net als bij Zijn ontmoeting met Mozes. ‘Ik ben verblijd wanneer zij tegen mij zeggen: wij zullen naar het huis van de Heere gaan! Onze voeten staan binnen uw poorten, Jeruzalem! … daarheen trekken de stammen op … om de Naam van de Heere te loven.’ (Psalm 122:1-4) ● Ga eens voor jezelf na hoe een kerkdienst er doorgaans uitziet, welke onderdelen zijn er?  Welke onderdelen van een dienst spreken jou bijzonder aan? Welke elementen zijn voor jou minder belangrijk?  Wat is voor jou de essentie van de kerkdienst? Wanneer heb jij een goede kerkdienst gehad?  Wat vind je van de volgende stelling: In de kerk word je van jongs af aan opgeleid tot basisspeler en niet tot bankzitter. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. In elke kerkdienst komt het Woord van God tot ons. Hij spreekt tot ons, wij luisteren. Maar wij spreken ook met Hem, bijvoorbeeld in het bidden en zingen. Zo is er in de dienst Zijn Woord en ons antwoord, als in een gesprek. Hij komt naar ons toe en wij mogen Hem ontmoeten, Hem eren, loven en danken, onze gaven en onszelf aan Hem overgeven. Een ontmoeting met God is niet bedoeld om naar te kijken, maar om mee te gaan doen. We zijn in de kerk (als het goed is) geen toeschouwers, maar deelnemers. God wil ons ontmoeten (deze tekst vind je ook in de inleiding) Het is bijzonder om te kijken hoe vaak we in de Bijbel lezen dat God, de Heilige, ons wil ontmoeten. In het paradijs wandelde God met Adam en Eva, zij mochten Hem kennen van aangezicht tot aangezicht. Zelfs na hun zonde zoekt God hen op, als zij voor Hem wegkruipen. God bezoekt Jakob in een droom bij Bethel, als Jakob met bedrog de zegen ontvangen heeft en vluchten moet. Jakob zegt vol ontzag: dit is een huis van God, een poort naar de hemel. In de tabernakeldienst kwam God tussen Zijn Volk wonen. Alle elementen uit de offerdienst zijn erop gericht om een ontmoeting tussen God en zondige mensen weer mogelijk te maken. Telkens gaat de ontmoeting van God uit, op Zijn initiatief, door Hem mogelijk gemaakt. God is als de vader die zijn verloren zoon tegemoet snelt en omhelst. God is als de herder die verloren schapen zoekt. Uiteindelijk komt zelfs Gods Zoon, Jezus, onder ons wonen. Als Hij sterft, scheurt het voorhangsel in de tempel: alles is volbracht, de weg naar God is open. Door Hem kunnen we God weer ontmoeten. Onze reactie op deze ontmoeting Wat doet deze ontmoeting met God met ons? Hoe reageren wij op Zijn stem? Ter overdenking twee teksten / situaties: Toen de HEER zich aan Mozes bekend maakte in de brandende braamstruik, riep God hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. We lezen in 1 Korintiërs 6:19, 20 dat de mens zelf een tempel van God is. “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.” Zie jij ook uit naar de hemel, waar we net als in het paradijs de Here mogen kennen van aangezicht tot aangezicht?
Page 12
12 Leef je in Probeer je voor te stellen wat kinderen opvalt in de kerkdienst. Welke onderdelen vinden zij fijn? Wat is voor hen lastig, saai of onbegrijpelijk? Wat vond je zelf vroeger van kerkdiensten? Wat krijgen ze van ons volwassenen mee, wat zien ze aan onze houding (vreugde of verplichting)? Als ze zien dat de volwassenen met vreugde naar de kerk komen, zal hen dat aantrekken. Voor kleuters kan naar de kerk gaan ook interessant zijn omdat het bij de grotemensenwereld hoort. Kinderen mogen op hun eigen manier deelnemen aan de ontmoeting met God, zij hoeven niet alles op de grote-mensen-manier te doen. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Geef een voorbeeld van een ontmoeting die je zelf had: ik ben laatst bij … geweest. Vertel hoe dat ging: toevallig of vooraf afgesproken, reden waarom (je miste iemand, wilde iets vragen), actie ondernemen, er heen gaan, eventueel iets meenemen… Je kunt ook een uitnodiging van een feest laten zien waar je bent geweest, inclusief menukaart of programma. Vervolgens ga je in gesprek over een aantal aspecten die spelen bij ‘ontmoeten’:  Als je met iemand praat is dat fijn, je hoort iets wat je nog niet wist, je kunt er blij van worden of van schrikken,  Je hebt verschillende soorten ontmoetingen: toevallige ontmoetingen, op uitnodiging of eigen initiatief.  Kun je ook mensen ontmoeten op Facebook / Hyves, etc.?  Er hoort in ieder geval gesprek bij. Je ontmoet iemand als je met hem of haar praat. Hij of zij zegt iets en jij zegt iets, etc.  Moet je iemand ontmoeten, moet je op een uitnodiging ingaan? 'Wat gebeurt er als ik het niet doe?' Je gaat ook regelmatig bij familie op bezoek omdat je het fijn vindt hen weer te zien of omdat je weet dat zij het op prijs stellen dat je komt. Als je geen zin had zeg je soms achteraf: het was toch goed om te gaan. Vervolg in de groep En nu het verhaal van de kinderen: van wie heb jij het laatst een uitnodiging gekregen?  Hoe ging dat, wat deed je toen?  Neem je iets mee, trek je speciale kleren aan? (feestkleren, kleren die vies mogen worden)  En als je daar aan komt? Ga je dan je eigen gang, wordt je welkom geheten, met wie praat je? Zet de antwoorden kort neer, bijvoorbeeld op een flip-over. 13 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Ontmoeten heeft alles met mij en de ander te maken heeft. We zijn allebei even belangrijk. We doen allebei mee. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Mozes en de brandende braamstruik God neemt het initiatief voor een bijzondere ontmoeting met Mozes. Je vindt dit verhaal in Exodus 3:1-6. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Wij prijzen U, God, omdat U van ons houdt. We danken U ook dat u ons graag ziet. We danken U dat we in uw huis mogen komen om U te ontmoeten. Wilt U geven dat we Uw stem in de kerk mogen horen en dat we meer van u mogen leren. Amen Liedtips Als je geen liefde hebt voor elkaar U alleen U loven wij (Psalm75) Ik ben graag in uw huis o God (Opw.v.Ki) Alleen bij God wil ik zijn (Pzzzalmen 4 kidzzz) Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Met behulp van de pictogrammen gaan we met de kinderen ontdekken wat er in de kerk gebeurt. We gaan er mee aan de slag en maken ze ons zo al een beetje eigen:  Leg de pictogrammen uitgespreid voor jullie op de tafel en bekijk ze samen met de kinderen.  Wat zien ze op de plaatjes? Wat weten ze er al van? Maak korte aantekeningen op een post-it memo en plak ze op de picto’s.  Vraag de kinderen naar hun favoriete onderdeel. Dit geeft de kinderen meer betrokkenheid: die is ‘van mij’. Welke pak jij als eerste? Kun je uitleggen wat daar gebeurt? Wat vind je daar mooi/vreemd/lastig aan? Je mag er een briefje met je naam op plakken.  Als we het zo aan elkaar uitleggen begrijpen we meer van de onderdelen van de kerkdienst en begrijpen we meer van elkaar.
Page 14
14  Nu lukt het vast ook om ze op volgorde te leggen. De kinderen zullen de volgorde niet precies weten, je mag ze daar gerust bij helpen. Vervolgens hang je de picto’s samen met de kinderen in de goede volgorde op. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Voor volgende week: geef de kinderen de kijkwijzer mee met alle onderdelen in de juiste volgorde. Naast de pictogrammen is ruimte om hierover te tekenen of schrijven. Vraag de kinderen om de volgende kerkdienst eens goed op te letten wat er gebeurt. Oudere kinderen kunnen in de kijkwijzer ook opschrijven wat er gebeurt en waar ze nog vragen over hebben. De kinderen kunnen hiervoor eventueel een volledige dienst bijwonen; voor kinderen vanaf groep 3 is dit zeker aan te raden. Thuisopdracht Reflectie Geef de kinderen een briefje mee voor thuis of stuur een email naar de ouders met de bedoeling van de kijkwijzer. Stuur de kijkwijzer eventueel ook digitaal zodat ze hem zelf nog een keer kunnen printen voor het geval ze hem kwijt zijn. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Afbeeldingen van pictogrammen in het groot om op te hangen  Een kinderbijbel waarin het verhaal van Mozes en de brandende braamstruik staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jou, Mijn eerste Bijbel, Bijbel voor kinderen.  Post-it’s om op de diverse picto’s te plakken en pennen om te schrijven.  Pictogrammen in het klein om mee te spelen en op volgorde te leggen.  De kijkwijzer op maat die jullie van sAmen hebben ontvangen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. 15 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. De pictogrammen bij de kerkdienst:
Page 16
16 2. Ga je mee naar de kerk? Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling De kinderen hebben in les 1 gehoord waar je op kunt letten in de kerkdienst. Meedoen met activiteiten helpt de kinderen beter in beeld te krijgen waar het om gaat. Daarom wonen we deze les een volledige kerkdienst bij; voor kinderen vanaf groep 3 is dit zeker aan te raden. We gebruiken daarvoor de kijkwijzer die ze de vorige les hebben gekregen. De jongste kinderen herhalen de pictogrammen zodat ze zich beter eigen kunnen maken. Richt je aandacht Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. (Psalm 27: 8, 9) Vraag je af ● Ga eens voor jezelf na hoe een kerkdienst er doorgaans uitziet, welke onderdelen zijn er?  Welke onderdelen van een dienst spreken jou bijzonder aan? Welke elementen zijn voor jou minder belangrijk?  Wat is voor jou de essentie van de kerkdienst? Wanneer heb jij een goede kerkdienst gehad?  Wat vind je van de volgende stelling: In de kerk word je van jongs af aan opgeleid tot basisspeler en niet tot bankzitter. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. In elke kerkdienst komt het Woord van God tot ons. Hij spreekt tot ons, wij luisteren. Maar wij spreken ook met Hem, bijvoorbeeld in het bidden en zingen. Zo is er in de dienst Zijn Woord en ons antwoord, als in een gesprek. Hij komt naar ons toe en wij mogen Hem ontmoeten, Hem eren, loven en danken, onze gaven en onszelf aan Hem overgeven. Een ontmoeting met God is niet bedoeld om naar te kijken, maar om mee te gaan doen. We zijn in de kerk (als het goed is) geen toeschouwers, maar deelnemers. God wil ons ontmoeten Het is bijzonder om te kijken hoe vaak we in de Bijbel lezen dat God, de Heilige, ons wil ontmoeten. In het paradijs wandelde God met Adam en Eva, zij mochten Hem kennen van aangezicht tot aangezicht. Zelfs na hun zonde zoekt God hen op, als zij voor Hem wegkruipen. God bezoekt Jakob in een droom bij Bethel, als Jakob met bedrog de zegen ontvangen heeft en vluchten moet. Jakob zegt vol ontzag: dit is een huis van God, een poort naar de hemel. In de tabernakeldienst kwam God tussen Zijn Volk wonen. Alle elementen uit de offerdienst zijn erop gericht om een ontmoeting tussen God en zondige mensen weer mogelijk te maken. Telkens gaat de ontmoeting van God uit, op Zijn initiatief, door Hem mogelijk gemaakt. God is als de vader die zijn verloren zoon tegemoet snelt en omhelst. God is als de herder die verloren schapen zoekt. Uiteindelijk komt zelfs Gods Zoon, Jezus, onder ons wonen. Als Hij sterft, scheurt het voorhangsel in de tempel: alles is volbracht, de weg naar God is open. Door Hem kunnen we God weer ontmoeten. Onze reactie op deze ontmoeting Wat doet deze ontmoeting met God met ons? Hoe reageren wij op Zijn stem? Ter overdenking twee teksten / situaties: Toen de HEER zich aan Mozes bekend maakte in de brandende braamstruik, riep God hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken. We lezen in 1 Korintiërs 6:19, 20 dat de mens zelf een tempel van God is. “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam.” Zie jij ook uit naar de hemel, waar we net als in het paradijs de Here mogen kennen van aangezicht tot aangezicht? 17 Leef je in Probeer je voor te stellen wat kinderen opvalt in de kerkdienst. Welke onderdelen vinden zij fijn? Wat is voor hen lastig, saai of onbegrijpelijk? Wat vond je zelf vroeger van kerkdiensten? Wat krijgen ze van ons volwassenen mee, wat zien ze aan onze houding (vreugde of verplichting)? Als ze zien dat de volwassenen met vreugde naar de kerk komen, zal hen dat aantrekken. Voor kleuters kan naar de kerk gaan ook interessant zijn omdat het bij de grotemensenwereld hoort. Kinderen mogen op hun eigen manier deelnemen aan de ontmoeting met God, zij hoeven niet alles op de grote-mensen-manier te doen. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Vertel de kinderen en alle andere aanwezigen in de kerk dat de kinderen bezig zijn te ontdekken wat er allemaal in de kerkdienst gebeurt. Daarom gebruikt de voorganger steeds korte zinnen die de bedoeling van de diverse elementen toelichten, bijvoorbeeld: Klokgelui Welkom Aanvangslied Handdruk van ouderling Stil gebed Votum en groet Lied Tien geboden / geloofsbelijdenis Gebed om verlichting met de Heilige Geest Schriftlezing Collecte + kinderen keren terug Gebed Zegen Kom dan, kom dan We heten jullie welkom Laten we beginnen God te loven of: laten we ons verootmoedigen voor God Gods zegen Laten we stil worden voor de Here onze God God wil ons bemoedigen en groeten We zingen samen We verootmoedigen ons voor God en horen Zijn geboden We bidden om de opening van Gods Woord en de verlichting met de Heilige Geest We openen Gods Woord en lezen uit… Preek + kinderen naar Kindernevendienst We luisteren naar Gods Woord Lied Laten we bidden Gaat heen in vrede en ontvang de zegen van de Here De kinderen vanaf groep 3 blijven in de kerk zodat zij de gehele dienst in beeld krijgen. Als hulpmiddel gebruiken ze de kijkwijzer. in antwoord op de preek zingen we We mogen geven uit dankbaarheid
Page 18
18 Vervolg in de groep De kinderen hebben vorige week een kijkwijzer mee gekregen waarmee ze de kerkdienst kunnen volgen. Klopte de kijkwijzer met dat wat er tot nu toe in de kerk gebeurde? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Niet alles wat er in de kerk gebeurt, snappen we, maar we kunnen het wel steeds beter leren begrijpen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De twaalfjarige Jezus in de tempel De kerk noemen we ook wel het huis van God. In de tijd van de Bijbel waren er nog geen kerken, maar er was wel een bijzonder huis van God: de tempel. En weet je wie daar heen ging? Jezus! Dat staat in de Bijbel in Lucas 2:41-52, luister maar. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, wij danken U dat we in Uw huis mogen komen. Wij danken U ook dat U ons daarvoor uitnodigt. Wilt U ons helpen steeds beter te snappen wat U bedoelt en wat wij kunnen doen in de kerk. Help ons bij het luisteren, het zingen, het bidden en geven. Om Jezus wil, amen. Liedtips Dank U voor deze nieuwe morgen De Heer roept alle kinderen Dit is de dag Kijk eens om je heen Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking De vorige keer hebben de kinderen kennisgemaakt met de pictogrammen en de volgorde van de dienst. Deze week gaan we daar met de jongsten mee verder:  Bekijk samen met de kinderen de pictogrammen die jullie vorige week hebben opgehangen.  Wat zien ze op de plaatjes? Wat weten ze er al van? De kinderen die er vorige week ook waren kunnen de nieuwe kinderen misschien al wat vertellen over de plaatjes. 19  Vraag de kinderen naar hun favoriete onderdeel. Dit geeft de kinderen meer betrokkenheid: die is ‘van mij’. Welke pak jij als eerste? Kun je uitleggen wat daar gebeurt? Wat vind je daar mooi/vreemd/lastig aan? Als je dat nog niet gedaan hebt, mag je er een briefje met je naam op plakken. Als er tijd over is kunnen de kinderen nog spelen en puzzelen met de pictogrammen, ze mogen ze ook kleuren. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Reflectie Neem volgende week je kijkwijzer weer mee naar de kerk. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de twaalfjarige Jezus in de tempel in staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Kijkbijbel, De Bijbel voor jou, Mijn eerste Bijbel, Bijbel voor kinderen.  Jullie eigen Kijkwijzer. Deze hebben de meeste kinderen als het goed is aan het eind van de vorige les al gehad. Zorg dat ze voor de andere kinderen bij de ingang van de kerk liggen of uitgedeeld worden.  Kleurplaten van de pictogrammen  Vraag de voorganger om de diverse onderdelen van de kerkdienst aan te kondigen met behulp van de pictogrammen of korte toelichtende zinnen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 20
20 3. Een opdracht Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We kijken terug op de dienst die we hebben bijgewoond en we maken een begin met de uitleg over de liturgie: uitnodiging, voorbereiding, welkom. We leren hoe je je aan het begin van de dienst kunt bereiden op de ontmoeting met God. Ook horen we van Tim die voor het eerst in de kerk komt en er niets van begrijpt. We maken een boekje voor kinderen zoals Tim (en ook een beetje voor onszelf). Richt je aandacht Betreed Gods tempel met bescheiden tred. Je kunt er beter heen gaan om te luisteren dan om er het offer van een dwaas te brengen. Zo iemand weet niet eens dat hij een slechte daad verricht. Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn. (Prediker 4:17-5:1) Vraag je af ● Hoe bereid jij je voor als je een bijzondere ontmoeting of belangrijk gesprek hebt?  Hoe bereid jij je doorgaans voor op de kerkdienst? Kom je bijvoorbeeld wat vroeger in de kerk om je aandacht te richten? Heb je speciale zondagse kleding, of speciale gewoonten op zondagochtend?  Welke onderdelen in de kerkdienst zijn volgens jou geschikt als voorbereiding op de ontmoeting met God? Denk bijvoorbeeld aan het eerste lied, een stil gebed. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Voor veel kerkdiensten luidt een klok, als symbool van de roepende God. Hij zoekt ons mensen op en nodigt ons om te komen tot Hem. Wij mogen Hem ontmoeten door samen te komen in de kerkdienst. Op een belangrijke ontmoeting bereiden we ons meestal goed voor. Als we de kerkdienst bezien als een ontmoeting met onze almachtige, heilige en liefdevolle God, vraagt dat ook van ons dat we ons voorbereiden. Je komt uit de wereld, jouw wereld, met je dankbaarheid en geluk, je ellende en falen. Je gedachten kunnen er vol van zijn. Stilte en aandacht Stilte voor de dienst, vaak gevuld met instrumentale muziek, wil je helpen je aandacht op God te richten. In de stilte kunnen we ruimte maken voor Gods aanwezigheid. In veel gemeenten wordt er ook met elkaar gepraat voor het begin van de dienst. Sommigen vinden dat de ontmoeting met gemeenteleden ook bij het karakter van de eredienst hoort, dat het gaat om de ontmoeting van God met zijn volk én van dat volk onderling. Anderen vinden dat deze laatste ontmoeting beter vooraf of achteraf kan plaatsvinden, om ons in de dienst op God te kunnen richten. Je kunt je aandacht richten op God door te bidden: "Heer wil mij nu leeg maken van de dingen, die mijn gedachten van U af houden. Ik wil graag bezig zijn met Uw komst. Laat het stil worden in mij. Wil alle stoorzenders wegnemen. Geef dat ik in overgave naar Uw woorden mag luisteren.” In de dienst In een stil gebed voor de kerkdienst - ook de voorganger bidt onderaan de preekstoel - vragen we om een gezegende dienst. Een ouderling of de voorganger heet ons welkom in Gods huis. Vaak worden ook mededelingen gedaan over het verloop van de dienst of over dingen uit de gemeente. Anders komt dit later in de dienst. De voorganger krijgt voordat deze de preekstoel opgaat, een hand van de ouderling. Hiermee wordt uitgedrukt dat de verantwoordelijkheid en herderlijke zorg voor de gemeente aan de voorganger gegeven wordt voor de duur van de kerkdienst. Aan het eind van de dienst krijgt de dienstdoende ouderling een hand van de voorganger. Die geeft daarmee de taak weer terug aan de kerkenraad. 21 Leef je in Waaraan kon jij als kind, of kunnen kinderen aan jou nu, merken dat het zondag is? Op welke manier zouden kinderen zich kunnen voorbereiden op de kerkdienst? Bedenk ook dat kinderen nog niet goed uit de voeten kunnen met stilte. Zij hebben het nodig dat mensen tegen hen praten, omdat ze een stilte nog niet vullen met zelfreflectie. Op de vraag “Stilte, dat is toch niets voor kinderen?” Antwoord stiltetrainer Mirjam van der Vegt: “Dat hangt er vanaf wat je onder stilte verstaat. Voor mij is het niet de afwezigheid van geluid; dat is slechts een van de vormen. Het gaat veel meer over ‘zijn’. Kun je er zijn, zonder dat je per se iets doet of hebt? Kinderen hebben deze levenskunst van nature in zich; ze kunnen zoeken, verwonderen, verwijlen en onthaasten uit zichzelf. Hen hoef je die vorm van stilte dus niet zozeer aan te leren; je moet eerder versterken wat er al in zit.”. Bron: EO Visie Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Vertel iets over je “favoriete onderdeel van de dienst” of iets wat er een keer is gebeurd. Wat wil je nu zo graag delen in de dienst met God en andere mensen? Vervolg in de groep We blikken terug op de kerkdienst van vorige week en praten de kinderen bij die er toen niet waren. Misschien kan één van de kinderen die er de eerste keer was, uitleggen wat een ontmoeting is.  Wat doe je als je iemand gaat ontmoeten? Dan bereid je je voor.  Sta even stil bij het woord ‘voorbereiden’. Wat is dat, voorbereiden?  Hoe bereid je je voor op … een kinderfeestje, naar school of bij oma op bezoek gaan? Wat doe je, wat neem je mee?  Hoe bereid je je voor als je naar de kerk gaat? Wat doe je, wat neem je mee, wat doe je in de kerk?  Kijk met de kinderen nogmaals naar de pictogrammen aan de muur / in de kijkwijzer. Voor de nieuwe kinderen: sta even stil bij het begrip pictogram. Daarvoor kun je vragen hoe ze op school weten wat er allemaal gaat gebeuren en of ze daar ook pictogrammen voor gebruiken. Geef hen ook een kijkwijzer.  De kijkwijzer is ingedeeld in drieën. Vandaag letten we op het eerste deel van de dienst van voorbereiding. Afhankelijk van jullie liturgie staan daar bijv. de volgende onderdelen: de klok, het welkom, de handdruk en het stil gebed. Let op: Het zingen komt in een andere les apart aan bod omdat dat een belangrijk en steeds terugkerend onderdeel van de dienst is.  Leg kort uit wat er op die momenten gebeurt aan de hand van de informatie op de vorige pagina.  Denk met de kinderen na wat ze zelf kunnen doen, bijvoorbeeld tijdens het stil gebed?
Page 22
22 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we We kunnen ons voorbereiden op de kerkdienst. Dat kan al voor, maar ook nog in de dienst. We kunnen van elkaar leren hoe dat moet en we kunnen het steeds oefenen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De Israëlieten bereiden zich voor op hun reis Het volk Israël bereidt zich voor om op reis te gaan, weg uit Egypte (Exodus 12). God vraagt een offer van hen en gehoorzaamheid. Let op: dit verhaal heeft meerdere betekenislagen. Die kunnen nu niet allemaal aan bod komen. De nadruk ligt vandaag op ‘voorbereiden’. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Liedtips Psalm 100 Als je bidt De uittocht (Hanna Lam) Zomaar te gaan (idem) Kom in de kring van Gods gezin Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Om duidelijk te maken dat we niet zomaar ergens voor onszelf mee bezig zijn, horen we vandaag van iemand die voor het eerst in de kerk kwam en niet begreep wat er gebeurde of wat hij wanneer moest doen. Dit is de opstap naar ons product waar we de komende lessen aan gaan werken: een boekje voor gasten (bijv. een vriendje of nichtje) waarin uitgelegd wordt hoe de volgorde van de dienst er uit ziet en wat je dan kunt doen. Kinderen zijn tenslotte onderdeel van de gemeente en samen kunnen we iets voor die gemeente betekenen. Let op: het boekje groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Dat betekent dat er in les 3 nog geen afgerond plan hoeft te zijn. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. 23 Intro voor de opdracht: Tim gaat mee! Lukas is erg vrolijk vandaag, want zijn vriendje en vroegere buurjongen Tim komt op bezoek. Tim mag zelfs blijven logeren! Als Tim er is gaan de jongens heerlijk buiten spelen. Ze springen op de trampoline, stoeien en voetballen totdat de moeder van Tim roept dat ze naar huis gaat. Snel gaan de jongens naar binnen. “Morgen brengen wij Tim weer thuis hoor” zegt de moeder van Lukas. “Het wordt wel middag, want we gaan eerst naar de kerk.” Tim geeft zijn moeder en kus en wil meteen weer naar buiten, maar zijn moeder houdt hem tegen. “Zul je lief zijn Tim?” vraagt ze. “Natuurlijk mam” zegt Tim. “mag ik nu weer gaan spelen? Lukas heeft een te gekke trampo, ik kan onze oude achtertuin zien. De grote boom is weg.” Tim en Lukas spelen weer buiten tot het tijd is om te gaan eten. Na het eten spelen ze nog even en gaan daarna douchen en slapen. Tim vindt het wel spannend. Morgen gaat hij voor het eerst mee naar de kerk. Daar is hij nog nooit geweest. Toen hij nog naast Lukas woonde zag hij Lukas en zijn familie soms naar de kerk gaan. Hij heeft nooit gevraagd wat ze daar doen, maar vindt het wel erg spannend. Zondagochtend zijn de jongens al vroeg wakker. Ze kletsen en spelen een poosje in bed en op het speelkleed in de kamer van Lukas. Dan komt de moeder van Lukas zeggen dat ze mogen aankleden en gaan ontbijten. Na het heerlijke eten gaan ze eindelijk naar de kerk. “Wow wat een grote deur!” roept Tim en hij neemt een paar grote stappen naar binnen. Tim praat een beetje hard en weet niet goed waar hij moet gaan zitten. Hij vindt het zo spannend. Lukas pakt hem bij zijn arm en ze gaan zitten in de bank bij oom Paul en tante Marjolein. Ook de vader van Lukas zit naast hen. Marion niet want die is nog te klein. Het kleine zusje van Lukas is naar de crèche. “Waar is je moeder?” vraagt Tim opeens aan Lukas. Die fluistert zachtjes dat ze zo komt. Tim gaat staan en zwaait naar de moeder van Lukas om te laten zien waar ze zitten. Lukas zegt dat Tim wel rustig moet zijn, dat hoort erbij in de kerk! Ze fluisteren wat er gaat gebeuren. Tim weet er echt niets van! Het bidden duurt wel heel lang zeg. Tim kijkt toch maar om zich heen en ziet al die mensen met de ogen dicht, slapen ze misschien? denkt hij. Dan zegt de dominee amen en doet iedereen de ogen weer open. Vragen en opdracht:  Tim vindt het spannend om naar de kerk te gaan, waarom? Vind jij het ook wel eens spannend wanneer je niet precies weet wat er gaat gebeuren?  Lukas fluistert tegen Tim wat er gaat gebeuren, kan hij nog op andere manieren duidelijk maken wat er gaat gebeuren?  Bedenk met elkaar hoe je aan Tim kunt vertellen wat er in de kerk gebeurt.  Weten we zelf eigenlijk wel wat er gebeurt? Inventariseer met elkaar wat jullie al weten en wat jullie nog willen weten?  Introduceer de opdracht: we maken samen een boekje / folder / kaart o.i.d. die we bij de ingang van de kerk neer kunnen leggen voor kinderen zoals Tim. Het hoeft niet in één keer af, daar doen we vijf lessen over!  Wat is handig? Een kaart die je voor je op de bank kunt zetten, of een boekje waar je dingen bij kunt tekenen, of … Als jullie als leiding al iets bedacht hebben of voorkeur hebben voor een bepaalde vorm, vertel dit dan meteen.  Kunnen jullie bijvoorbeeld de kijkwijzer gebruiken en aanvullen met stukjes uitleg of per keer een foto? Misschien kunnen kinderen van groep 3 en 4 teksten schrijven?  Schrijf op wat jullie plan is en wat jullie denken nodig te hebben.  Geef dat door aan degene die de volgende les de leiding heeft. Hebben jullie tijd over of zijn er kinderen die graag willen kleuren, dan mogen ze een kleurplaat van een pictogram kleuren. Dat kan een plaat zijn die aan de muur hangt of een kleurplaat om mee naar huis te nemen. Onze ervaring bij de try-out van deze lessen: Gedurende de eerste 6(!) lessen wilden de kinderen het liefst pictogrammen kleuren. We begonnen te twijfelen of we wel verder zouden komen dan dat, totdat het kleuren opeens over was. Er kwam meer gesprek en de kinderen wisten er (opeens?) veel over te vertellen. Je kon merken dat ze zich de pictogrammen echt eigen hadden gemaakt.
Page 24
24 Denk met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over de eerste onderdelen van de dienst die jullie besproken hebben. Je kunt er ook foto’s over maken. Wat komt daar op te staan? Je kunt ook kiezen voor een kleurplaat en tijdens het kleuren met de kinderen verder nadenken over jullie boekje. Omdat dit de eerste keer is dat jullie aan het boekje werken, kan het zijn dat jullie er nog niet helemaal uit komen of dat jullie niet van alle onderdelen een bijdrage voor het boekje hebben. Dat geeft helemaal niets. Noteer het in het vak hieronder en/of in jullie logboek zodat ze er de volgende keer mee verder kunnen! Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Thuisopdracht Reflectie Vraag de kinderen thuis verder na te denken over jullie product en laat hen er eventueel ook een tekening voor maken. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de voorbereiding van het vertrek van de Israëlieten in staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jou.  Pen en papier om jullie vragen en plannen op te schrijven.  Kleurplaten en stiften.  Eventueel een fototoestel  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 25 4. De lofzang verheft ons hart tot God Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af Anderen nemen ons mee en wij nemen anderen mee en samen mogen we God ontmoeten. Door te zingen mag onze stem, samen met die van de andere mensen, God loven en prijzen en mogen we elkaar bemoedigen. Dat wat we horen mag doordringen tot ons hart en we mogen het mee nemen naar huis. De volken zullen U, o God, loven, de volken zullen U loven, alle volken. De naties zullen zich verblijden en juichen. (Ps. 67:4, 5a). Wat vind je van het volgende citaat: Hartstochtelijke liefde en aanbidding voor God gaat vooraf aan het spreken tot de mensen over Hem. Je kunt immers niet iets aanbevelen wat je niet zelf hoog acht of koestert. Arbeiders van de Heere zullen niet uitroepen: “Prijs Hem, alle naties!”, als niet in hun eigen hart leeft: ”In U zal ik mij verblijden en van vreugde opspringen, ik zal voor Uw Naam psalmzingen, o, Allerhoogste!” (Ps.9:3) Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Bidden is een offer aan God Het Joodse gebed bestaat eerst en vooral uit lofzangen op God, waarin Gods daden, beschreven en geprezen worden en waarin zij hun dankbaarheid uiten. Daarnaast bevatten de gebeden ook algemene verzoeken om vrede, gezondheid en een voorspoedig leven. Veel gebeden worden gezongen. Bidden en zingen is ook in onze eredienst een belangrijk onderdeel. Het komt steeds terug en geeft zo een ritme, een cadans waarin we ons over kunnen geven aan de ontmoeting met God: “Zolang je bij je stapjes nadenkt, als je ze nog tellen moet, ben je niet met dansen bezig maar met dansles. De ideale kerkdienst zou een dienst zijn die haast buiten je bewustzijn om gaat; je aandacht zou uitgaan naar God.” (CS Lewis) De lofzang verheft ons hart tot God Het samen zingen vervult een belangrijke functie in de eredienst waarbij de gemeente in haar geheel actief betrokken kan zijn. Al zingend ‘uit’ je niet je geloof, maar ‘in’ je je geloof, maak je je eigen ‘dat wat je gelooft’, word je vertrouwd met degenen in wie je gelooft èn deel je in de kracht van het geloof. Je zingt het elkaar toe en neemt elkaar mee: kom ga met ons en doe als wij (Psalm 122). Dat wordt in het bijzonder zichtbaar in de beurtzang. Je oefent als het ware in de kerk de dialoogvorm om die in het dagelijks leven toe te passen. Beurtzang kun je ook zien als een aardse afspiegeling van de hemelse zang van de engelen, die elkaar toezingen en zo onophoudelijk de lofzang gaande houden, zoals in dat vindt in het visioen van Jesaja. Dialoog in de psalmen In de Psalmen zien we vaak een vorm van dialoog. De Psalmen zijn ingedeeld in vijf boeken (1-41, 42-72, 73-89, 90-106, 107-150), die elk eindigen met een antwoord van het volk (amen, halleluja). Zo eindigt psalm 41 met “Geprezen zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, amen.” In Psalm 136 is sprake van beantwoording in de vorm van beurtzang. De voorganger roept het volk op God te loven en noemt een lange rij feiten waarom de Here de lofzang waard is. Het volk antwoord steeds met “eeuwig duurt zijn trouw”. Ook Psalm 91 is een psalm waarin een dialoog te onderscheiden valt, bedoeld voor twee of meer personen of groepen. Hier zijn mensen aan het woord, die anderen bemoedigen. In vers 9 wordt even het woord tot God gericht, daarna weer tot de medemens. Maar vanaf vers 14 is niet meer de mens, maar God aan het woord. Er is altijd wel discussie over de vraag of we in de kerk met het Kyrie (Heer, ontferm U) of het loflied beginnen. In Israël was het de gewoonte dat je vóór alles Hem prijst, de eer geeft. Waarom? Omdat Hij God is. Ook al groeit ons halleluja nu nog wel vaak uit een snik. (W. Barnard)
Page 26
26 Leef je in Houden kinderen van muziek, wat merk je daarvan? Kan muziek een middel zijn en hoe om met de Bijbelse boodschap bezig te zijn? Kinderen weten heel goed hoe juichen moet, zij zijn nog niet zo ingetogen als volwassenen. Laten we de kinderen niet tegenhouden, maar juist van ze leren en ze aanmoedigen om God zo te eren. Maar als we erkennen dat God heilig is, dan moet dat ook blijken uit onze houding. Ook dat mogen we hen leren. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Vertel waarom een lied je dierbaar is (persoonlijke motivatie) en zing dat met elkaar in beurtzang. Vervolg in de groep Kijk samen naar de pictogrammen aan de muur en praat de kinderen bij die er de vorige keer niet waren. Beluister met elkaar het lied “wakker met een wijsje in m’n hoofd” van kinderen voor kinderen.  Herken je dat? Welk liedje zit er vaak in jou hoofd, waar komen ze vandaan? Wat zijn dat voor liedjes?  Welke liedjes over God ken je (van school, thuis of de kerk bijvoorbeeld)?  Blijven die ook wel eens in je hoofd?  Hoe heeft God liedjes bedoeld? Voor in je hoofd en in je hart.  We keren terug naar ons schema van de dienst dat we hebben opgehangen: waar bidden en zingen we? Bidden en zingen komen steeds terug. En het is steeds iets van God en van ons: wij loven, aanbidden, verootmoedigen, God ontvangt ons zingen. In de kerk zingen we liederen die passen bij het verhaal, de boodschap van de dienst. Met die liederen blijft ook de boodschap bij je. Je kunt ze overal zingen.  Sommige liederen zijn zingen en bidden tegelijk, ken je zulke liedjes? (Bijv. Onze vader, voor al uw goede gaven heer, als je bidt zal Hij je geven.) Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Wij hebben ook favoriete liedjes over God. Welke liedjes willen we nog leren? 27 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Blijdschap over de bevrijding uit Egypte Mozes, zijn zus Mirjam en het volk juichen en zingen van blijdschap dat ze niet langer door de Farao en zijn soldaten achtervolgd worden. Lees het verhaal van de bevrijding uit Egypte (Exodus 13-19, Lied van Mozes: Exodus 15:1-21). Als het kinderbijbelverhaal van vorige week zowel de voorbereiding op vertrek als de uittocht beschrijft, lees deze week dan bijv. uit een andere kinderbijbel. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, wij danken U voor Uw goede zorgen voor ons. Dank U wel Heer dat we kunnen zingen, Dat we U in ons lied altijd danken en loven kunnen. We willen U laten horen in zingen en muziek dat U onze lof en dank waard bent. Amen Liedtips Het lied van Mozes en Mirjam (Hanna Lam) Maak een vrolijk geluid voor de Heer Zing, zing, zingen maakt blij Dit is de dag Een rivier vol van vrede Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We oefenen het lied “Dit is de dag” in beurtzang. Verdeel de kinderen in twee groepen en roep elkaar zo op om blij te zijn en te zingen omdat God ons deze dag geeft. Om de beurt: Om de beurt: Om de beurt: Om de beurt: Samen: Samen: Om de beurt: Samen: Dit is de dag – Dit is de dag die de Heer ons geeft – die de Heer ons geeft, wees daarom blij – Wees daarom blij en zing verheugd – en zing verheugd. Dit is de dag die de Heer ons geeft, wees daarom blij en zing verheugd. Dit is de dag – Dit is de dag die de Heer ons geeft. Welke liedjes willen jullie nog meer zingen? Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje of flyer te maken
Page 28
28 voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in het boekje moet komen. Let op: het boekje groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: er moeten kinderen op de foto staan. Of m.b.t. een eventuele tekst: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over het zingen. Bijvoorbeeld het lied dat jullie hebben gezongen of een foto van de beamer, het psalmbord, zingende kinderen of een zingende gemeente. Je kunt ook kiezen voor een kleurplaat en tijdens het kleuren met de kinderen verder nadenken over jullie boekje. Denk met elkaar of met een groepje kinderen ook na over wat er in jullie boekje komt over de onderdelen uit de vorige lessen. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie boekje komt. Kunnen we thuis iets doen voor het boekje? De kinderen kunnen aan hun ouders, opa’s / oma’s vragen wat hun favoriete liederen zijn, welk verhaal zit daarachter? Ook mogen de kinderen de volgende keer cd’s meenemen. Zo kunnen we in ons boekje ook een lied opnemen. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de bevrijding uit Egypte. Het staat bijvoorbeeld in: Mijn eerste Bijbel, De Bijbel voor jou.  Cd nr. 12 van kinderen voor kinderen of een internetverbinding om het lied ‘Wakker met een wijsje’ te beluisteren (www.kvk.vara.nl, daar vind je ook de karaokeversie). Ook veel bibliotheken hebben een cd of dvd met het lied.  Voor muzikale begeleiding: een muziekinstrument of het lied ‘Dit is de dag’ op cd.  Kleurplaten (de pictogrammenrij aan de muur of een kleurplaat om mee naar huis te nemen) en stiften  Eventueel een fototoestel  Kijkwijzer voor de kinderen die er deze week voor het eerst zijn.  Doe in jullie logboek verslag voor je collega’s. 29 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 30
30 5. God is er bij en groet je! Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We komen samen in de naam van God, onder zijn leiding – je mag mee doen, je bent hier veilig. God is helemaal aanwezig. Je wordt gegroet door Iemand die je volmaakt liefheeft, die je gemaakt heeft. Hij groet je en wil er bij zijn om je te helpen, net zoals Hij het volk Israël leidde door de woestijn. Richt je aandacht Hoor mij, HEER, als ik tot u roep, wees genadig en antwoord mij. Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. U bent mij altijd tot hulp geweest, verstoot mij niet, verlaat mij niet, God, mijn behoud. Al verlaten mij vader en moeder, de HEER neemt mij liefdevol aan. Wijs mij uw weg, HEER, leid mij op een effen pad, bescherm mij tegen mijn vijanden. (Psalm 27: 7-11) Vraag je af ● Ervaar je Gods leiding in je leven?  Vind je het makkelijk leiding te ontvangen?  Ervaar je de zegengroet van de voorganger aan het begin van de dienst als een groet van God? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. We komen in de kerk. Met verlangen of uit gewoonte. Misschien zelfs onverschillig. We komen om Zijn woord te horen. En voordat dit zal klinken, wordt ons al verkondigd dat we op Zijn Woord aan kunnen. Aan het begin van de kerkdienst spreekt de voorganger bemoedigende woorden uit de Bijbel (ook wel het votum genoemd): Onze hulp is in de naam van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft. (Ps.124:8) Die trouw houdt tot in eeuwigheid (Ps. 146:6) en niet laat varen de werken van zijn handen. (Ps. 138:8) Door deze woorden mogen we ons richten op de aanwezigheid van en de ontmoeting met God. Votum betekent ‘wijding’: we wijden de dienst aan de Here God. Het is een verkondiging (zie op Hem, onze helper voor altijd), een belijdenis (Hij is onze helper, dat geloven wij) en een gebed (help ons, wij vertrouwen op uw hulp). We komen als het ware los van al het aardse en beseffen in de tegenwoordigheid van God te zijn. De houding die je bij het votum aanneemt heeft te maken met de bedoeling waarmee het votum wordt uitgesproken. Bij een gebed sluiten we onze ogen, bij een belijdenis niet. Na de bemoediging volgt de zegengroet. Wij, ook de ambtsdragers, worden dan welkom geheten door de Heilige. Genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Here. (1 Timotheüs 1:2b, zie ook 1 Korintiërs 1:3) (in de gemeenschap van de Heilige Geest) Amen. Ook wordt de tekst uit Openbaring 1:4 gebruikt. We weten dat God van ons houdt, want Hij vergeeft en Hij maakt vrede met ons door de Here Jezus. Onze Belgische buren zeggen wel: ik zie jou graag (op de website vind je een link naar ‘Zie me graag’ van Clouseau). Hij ziet ons graag, laten we onszelf dát inprenten. Je wordt gegroet door Iemand die je gemaakt heeft en die je volmaakt liefheeft. De predikant heft vaak één hand groetend, of beide handen zegenend op. Niet in de naam van de kerkenraad, niet in de naam van de voorganger, maar in de Naam van de Schepper van hemel en aarde. Je houdt je ogen daarbij open in tegenstelling tot de zegen aan het eind van de dienst die je wordt opgelegd. De voorganger of de gemeente beaamt deze woorden met: Amen (het zal waar en zeker zijn). 31 Leef je in Wat weten de kinderen van leiding geven? Hoe ervaren ze dat? Geeft dat duidelijkheid of belemmering? Hoe kunnen ze merken dat wij hen zien? Hoe kun je hen duidelijk maken dat God ons ziet, bij ons wil zijn en wil leiden? Hij leidt ons niet alleen, Hij groet ons ook. In welke situaties worden kinderen gegroet? Hoe ervaren zij dat? Hoe ervaren kinderen het als ze gezien worden en bij hun naam genoemd? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied De vorige keren hebben we het gehad over ‘je voorbereiden’. Wij bereiden ons voor op De ontmoeting met God door stil te worden, te zingen en te bidden. We zeggen dan ook wel: ‘verheft uw harten tot God’. Dat betekent: ‘denk nu aan de Here God. Wanneer groeten grote mensen of kinderen jou? Bijvoorbeeld als je langs hun huis fietst of als je in de klas komt. God groet ons ook aan het begin van de kerkdienst. Hij zegt: “Ik zie je graag, ik ben gekomen om jou te ontmoeten, te helpen. Ik ben aanwezig.” God is niet in de donder, maar in de stilte. Laten we stil zijn en horen, voelen en luisteren of God aanwezig is. God bereid ons ook voor, Hij leidt ons. We komen samen in zijn Naam, onder zijn leiding. Hij is de ‘dirigent’, we staan ‘onder leiding van’, hij is alom aanwezig. Je bent hier veilig, je mag mee doen. God wil ons in beweging zetten. In de kerk mag je meedoen: bidden, zingen, luisteren, geven. Vervolg in de groep Vertel de kinderen dat je hen een hand gaf omdat je het leuk vind dat ze er weer zijn. Vorige week hebben de kinderen nagedacht over zingen: mooie liederen, liederen over God, liedjes die bij je blijven (in je hoofd en hart). Misschien hebben ze wel mooie liederen of cd’s van thuis meegenomen. Kijk hier dan samen naar en schrijf ze op. Praat ook de kinderen bij die er toen niet waren of misschien de pictogrammen aan de muur vandaag voor het eerst zien. Sta vervolgens stil bij het picotgram van de zegengroet.  Wat zie je op het plaatje? (De dominee steekt zijn hand omhoog)  Dat wil zeggen: God groet jou, Hij wil laten weten dat Hij in de kerk is en Hij wil je helpen de Bijbel te begrijpen. God geeft leiding tijdens de kerkdienst. Hij is aanwezig.
Page 32
32 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we De hele dienst is een kans om meer van God te weten te komen en elke dienst laat weer andere kanten van God en zijn ontmoeting met mensen zien. Daar lezen we steeds over in de Bijbel: Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: De wolkkolom en de vuurkolom leiden het volk door de woestijn God is aanwezig, God groet en God geeft leiding. Het volk Israël leefde onder een wolk, dat is: onder Gods leiding en bescherming, dag en nacht. God zorgt voor hen en laat hen weten: Ik hou van jullie, Ik ben bij je. Je vindt dit gedeelte in Exodus 13 en 14. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, wat bijzonder dat U zo goed zorgde voor het volk Israël. U leidde hen door de woestijn naar het beloofde land. We danken en loven U voor Uw goedheid, macht en majesteit. We prijzen Uw Naam. Wees met ons, hier in de kerk, bij de grote mensen én de kinderen. Wilt U ons ook hier beschermen en leidden. In Jezus Naam, amen. Liedtips Psalm 116:1 (God heb ik lief) Psalm 121:1 (Vanwaar komt mijn hulp?) Help mij om stil te zijn God die alles maakte Ik zag een kuikentje Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We kijken samen naar ons schema aan de muur: waar laat God nog meer merken dat hij ons graag ziet, ons helpt en de leiding heeft?  De klok – Hij nodigt ons uit  Groetende hand – Hij groet ons  10 geboden – Hij geeft ons leefregels  Schriftlezing – Hij geeft ons Zijn Woord  Zegen – Hij zegent ons 33 We staan ‘onder leiding’ van God. Wij mogen ook meedoen. Wat kun jij doen? Kijk maar eens naar alle handen op de pictogrammen. Die doen van alles: groetende hand / helpende / gevende hand / biddende hand / zegenende hand. Misschien kunnen we:  God teruggroeten (zachtjes)  Danken voor het lekkere eten en drinken  Danken voor Gods aanwezigheid en leiding Doen: We tekenen onze hand op een vel papier en maken daarin een tekening. Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje of flyer te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in het boekje moet komen. Let op: het boekje groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: er moeten kinderen op de foto staan. Of m.b.t. een eventuele tekst: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk met elkaar na hoe we in ons boekje uit kunnen leggen of uit kunnen beelden hoe God ons groet. Dat kan door:  één tekening van een hand (zie hierboven) uit te kiezen en die op te nemen in jullie boekje  één of meerdere kinderen hierover een tekening te laten maken ipv de tekening van je hand  met alle of een paar kinderen hierover na te denken en met een paar kinderen een foto te maken waarop de groet wordt verbeeld. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie boekje komt. Kunnen we thuis iets doen voor het boekje? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?
Page 34
34  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de wolkkolom en de vuurkolom bij het volk Israël in de woestijn. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jou.  Blanco papier en tekenmateriaal.  Eventueel een fototoestel  Eventueel kleurplaten van de pictogrammen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 35 6. Tien regels Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af We horen vandaag dat God in de woestijn 10 regels aan het volk gaf om naar te leven. Het zijn tegelijk ook 10 beloften: als je die doet zal het je goed gaan. We horen ze ook vandaag nog in de kerk omdat ze ook voor ons nog gelden. Denk aan het woord, tot uw dienaar gesproken, waarmee u mij hoop hebt gegeven. Dit is de troost in mijn ellende: dat uw belofte mij doet leven. (Psalm 119: 49-51). Wat vind je van de volgende stellingen:  We kunnen wel zonder of met een beperkt aantal regels leven.  Je kunt geen regels overdragen waar je je zelf niet aan houdt.  Regels leren is fouten mogen maken. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad. (Deut. 6:6-9) De 10 geboden gelden nu nog steeds Zowel in het Oude als in het Nieuwe testament lezen we dat de Israëlieten goed bekend zijn met de 10 geboden. (Jer. 7:9, Hos. 4:2, Matth. 10, Jac. 2:11, 1 Tim. 1:9). Jezus zegt hierover: “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” Doordat ze geschreven in het enkelvoud, namelijk ‘Ik ben jouw God’, ‘jij zult’ en ‘jij zult niet’, worden wij ook nu nog persoonlijke aangesproken. Daarom heeft de wet ook in onze eredienst vaak een plaats. De 10 geboden zijn zowel een struikelblok als honing voor de ziel De geboden kunnen ons frustreren: “Het goede dat ik wil dat doe ik niet en het kwade dat ik niet wil doe ik.” (Rom. 7:13-21). De 10 geboden zijn echter niet bedoeld als belemmering maar als bevrijding: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.’ (Deut. 5: 6). De dichter van Psalm 119 weet geen woorden genoeg te vinden om de geboden van zijn God te bejubelen en probeert zichzelf en anderen er steeds aan te herinneren hoe zoet ze zijn. Ze zijn als honing voor de ziel, als een licht op de weg die we gaan… En natuurlijk draait het bij de 10 geboden uiteindelijk om de liefde. In de eerste 4 geboden vraagt de Here liefde tot God. In de volgende 6 geboden vraagt de Here liefde tot de naaste. (Matth. 22:37-40). De 10 geboden hebben diverse functies De verschillende benamingen voor de 10 geboden: wet / leefregels / woorden / tafels van het verbond geven aan dat we ze niet te snel in een bepaalde hoek moeten neerzetten. Ze zijn zowel een grendel/teugel als spiegel en maatstaf. Als grendel of teugel wil de wet ons tegen onszelf te beschermen. We horen hoe God ons leven in de schepping bedoeld heeft en hoe we het best tot ons recht komen. We mogen hiervoor bidden: verlos ons Heer, en wijs ons de weg. De wet als spiegel laat ons zien hoe ons leven er deze week uit zag. De wet laat je zo je ellende zien. Hier past een gebed van schuldbelijdenis. Tot slot is de wet ook bedoeld als maatstaf of leefregel van de dankbaarheid. God heeft ons bevrijd uit de ellende, wij zijn verlost uit de slavernij van de zonde door Jezus Christus. We mogen Hem hiervoor prijzen in woord (geprezen zijt Gij in eeuwigheid) en daad (wat zijn mijn voornemens voor de komende week?). In de eredienst kan steeds een andere functie benadrukt worden, bijvoorbeeld door de keuze van de psalm die er na gezongen wordt.
Page 36
36 Leef je in Waar komen kinderen regels tegen? En hoe zullen ze die ervaren? Regels kunnen lastig zijn, maar soms hoor je kinderen ook zeggen: die juf is streng, maar dat is wel goed. Regels bieden een kind houvast en duidelijkheid en daarmee veiligheid. Het kind weet wat er van hem of haar verwacht wordt en het weet wat het van volwassenen kan verwachten. Deze duidelijkheid en veiligheid helpen het kind om zijn of haar zelfvertrouwen op te bouwen. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied De 10 geboden worden als een samenspraak voorgelezen door de voorganger en een kind. Je vindt er diverse op internet. We hebben ook een link op onze website geplaatst bij de extra’s van deze les. Vervolg in de groep ● Wat zijn regels? Denk aan spelregels, regels op school en thuis, etc.  Waar zijn die voor?  Als iemand vals speelt, wat vind je daar dan van?  Van wie leer je die regels?  Kun je soms ook zelf regels bijmaken of veranderen? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Door regels weten we allemaal wat we kunnen en mogen doen. Het lijkt soms eerst even lastig, maar eigenlijk is het veel prettiger met regels. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit 37 Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: God geeft het volk de 10 geboden Je vind het Bijbelverhaal in Exodus 20. “De beste manier van leven is: veel van de HERE houden en veel van elkaar houden. Dat vraagt de HERE van ons. Het is de manier om echt gelukkig te worden. Wat is daarop jullie antwoord?” “Ons antwoord is: “Ja – we zullen veel van de HERE houden. Dat beloven we. En we zullen doen wat de HERE van ons vraagt. Dat is het beste. Het is de manier om echt gelukkig te worden.” Zo werd het volk Israël Gods bijzondere volk. (Uit: Mijn eerste Bijbel) Bij je vertelling kun je ook een powerpoint van de 10 geboden vinden op www.janboersma.nl/index_13.html (even naar beneden scrollen, dan kom je ze al snel tegen) of volg de link op www.samenlerengeloven.nl (op de pagina ‘extra’s’ onder ‘Zondag gaan we naar de kerk, deel 2’, les 6) Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Here God, we danken U. We prijzen Uw grote Naam. U geeft ons uw goede regels. Nu weten we hoe we moeten leven. We zullen doen wat U van ons vraagt. Dat is het beste. Het is de manier om echt gelukkig te worden. Wilt U ons daarbij helpen? En wilt U vergeven wat we niet goed deden? Dat bidden wij U in Jezus Naam. Amen. Liedtips Psalm 119 Regels zijn regels Uw Woord is een lamp voor mijn voet Bewaar je oog, bewaar je oog Kijk eens om je heen Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje of flyer te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in het boekje moet komen. Let op: het boekje groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: er moeten kinderen op de foto staan. Of m.b.t. een eventuele tekst: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken.
Page 38
38 Denk met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over de tien geboden en/of wat er op een foto over de tien geboden staat. Je kunt ook kiezen voor een kleurplaat en tijdens het kleuren met de kinderen verder nadenken over jullie boekje. Ideeën voor als er nog tijd over is:  Schaduwspel: Nodig een stuk laken en een bouwlamp. Achter het laken voer je een klein toneelstukje op van een van de regels die jullie op dit moment heel duidelijk is geworden. Dat kun je als leiding doen, maar misschien vinden een paar kinderen het ook wel leuk…  Je kunt ook een nieuw spel spelen, waarvan de kinderen de regels nog niet kennen, of van een bestaand spel de regels veranderen.  Zijn er kinderen die graag willen kleuren, dan kun je ze ook een kleurplaat van een pictogram laten kleuren. Dat kan een plaat zijn die aan de muur hangt (de pictogrammenrij) of een kleurplaat om mee naar huis te nemen. Tijdens het kleuren kunnen jullie verder nadenken over jullie boekje. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie boekje komt. Kunnen we thuis iets doen voor het boekje? Bij de extra verwerkingen: voor wie ga jij een voorstelling geven??? Misschien wel een straatoptreden! ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de wetgeving in de Sinaï staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jou, Mijn eerste Bijbel, de Kijkbijbel en de Bijbel voor Kinderen.  Bouwlamp en laken of een spel.  Eventueel een fototoestel  Eventueel kleurplaten van de pictogrammen.  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. 39 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 40
40 7. De dienst van het Woord Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling We luisteren naar Gods Woord en horen daar meer over in de preek. Ook bij andere onderdelen van de dienst gaat de Schrift open: bij de gebeden, de liederen (vaak berijmde Schriftgedeelten), votum en groet, zegen, de Tien Geboden. Eigenlijk kun je in elk onderdeel van de dienst merken dat de Schrift centraal staat. We bidden of de woorden van God ons hart mogen aanraken en vervullen. Richt je aandacht Vraag je af Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam. (Psalm 86: 11) ● Ontmoet je God door de Bijbel te lezen?  Zit je vol verwachting in de kerk om Zijn Woord te horen?  Erger je je wel eens aan de boodschap van de Bijbel?  Ben jij in de kerk een luisteraar of een leerling? Anders gezegd: hoor je de woorden alleen of doe je ze ook? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. De Here spreekt tot ons zo rechtstreeks als het maar zijn kan en zo rechtstreeks al wij maar verdragen kunnen. We mogen in onze houding en aandacht als het ware zeggen: ‘spreek Here, uw knecht hoort!’. Net als destijds de discipelen mogen wij ons ook dagelijks laten leiden en helpen in alle aspecten van ons dagelijks leven, zodat we steeds meer worden zoals Hij. Zo bezien kun je Schriftlezing en preek niet als toeschouwers beoordelen, in de zin van: mooi, verrijkend, ik heb dit gemist, ik heb niets nieuws gehoord. Het gaat er veel meer om dat je het gehoorde ook probeert te doen, zodat je steeds meer wordt zoals Hij. Door te luisteren naar Gods Woord ontdek je hoe je je liefde voor Hem en anderen kunnen laten zien. We lezen er over in Mattheüs 28:19-20: Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen (…) en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. Zie ook 2 Tim 3: 16 – 17. De climax in de eredienst ligt daar waar Gods Woord opengaat en we Hem mogen ontmoeten. De Schriftlezing is geen inleiding op de preek maar de preek is een nadere verkondiging van het gelezen Schriftgedeelte. De woorden ‘preek’ en ‘preken’ hebben echter niet altijd zo’n goede naam. Zo klagen pubers over de preken van hun ouders. Eén van de betekenissen die het woordenboek geeft dat als volgt weer: ‘iemand met vermaningen lastigvallen’. Andersom kan het preken voorgangers ook wel eens zwaar vallen. Zo zei Calvijn: “Als een enkele preek van Petrus zo’n uitwerking heeft gehad dat 3000 mensen voor Jezus Christus werden gewonnen, wat moeten 3000 preken dan niet doen? Daar bemerk je onze verdorvenheid, want wanneer er op 3000 dagen gepreekt is, wat voor vorderingen heeft men dan gemaakt? Heel weinig! Want slechts met grote moeite zal men een mens vinden die zich tot Jezus Christus bekeerd heeft.” In spreken en luisteren hebben we daarom steeds een open hart nodig en verlichting van ons verstand door de Heilige Geest, opdat we het Woord van God mogen horen en doen. Iemand daagde Augustinus eens uit over een moeilijke tekst te preken. Augustinus antwoordde: “dan moet u bidden, dat ik er uit kom”. Ook wij als leiding van de kindernevendienst mogen Christus verkondigen én bidden dat we er uit komen! Schenk ons, o Heer, dat wij in het geschreven Woord en door het gesproken woord het levende Woord, onze Zaligmaker Jezus Christus, kunnen zien. Aan het eind van de dienst van het Woord mogen we amen zeggen: het zal waar en zeker zijn. We lezen erover in 2 Kor. 1: 18-20: “Zo waar God trouw is, wanneer ik ja tegen u zeg bedoel ik ook ja, niet nee. De Zoon van God, Jezus Christus, die wij, Silvanus, Timotheüs en ik, aan u verkondigd hebben, was immers ook niet iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost; en daarom is het ook door hem dat we amen zeggen, tot Gods eer.” 41 Leef je in Merken kinderen aan jou dat je Gods grote daden ook door de week nog herinnert en dat je er mee aan de slag gaat? Vertel je (je) kinderen wel eens wat een Schriftwoord je te zeggen had of wat je aansprak in een preek? Hoe ga je ermee om als je ‘niets aan een preek hebt gehad’? Ben je dan vooral kritisch naar de voorganger toe, of kijk je ook naar jezelf: hoe zat ik in de kerk van morgen? Met de ogen gericht op de hemeldeur, of die wel voor mij openging? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Laat de kinderen vóór het gebed om de opening van de Schriften naar voren komen en leg uit waarom jullie nu gaan bidden: We zijn nu toe aan een belangrijk moment in de dienst: de Schriftlezing. We mogen luisteren naar Gods Woorden. Ook in het dagelijks leven is het zo dat we niet altijd zomaar luisteren. Een moeder zegt tegen een kind: luister nou eens even, maar een kind zegt soms ook tegen zijn / haar moeder: je luistert niet naar wat ik zeg. Daar hebben we hulp bij nodig. Daarom bidden we of de woorden van God ons hart mogen aanraken en vervullen. Dan doen jullie in de kindernevendienst en de andere mensen hier in de kerk, de Bijbel open en lezen we de Woorden die God ons heeft gegeven. Vervolg in de groep Wat doe jij als je iets niet snapt? Bijvoorbeeld op school? Hoe doe je dat thuis? En in de kerk? Bijvoorbeeld: het zelf opzoeken of vragen aan je ouders, aan de dominee, aan de juf of meester van de kindernevendienst. Vertellen zij je ook wel eens iets wat je niet zo leuk vindt maar waarvan je later denkt: het is toch goed dat ze dat verteld hebben. Begrijp je alles wat er uit de Bijbel gelezen wordt? Sommige dingen misschien wel, maar andere dingen vast niet. Dat is zo bij kinderen, maar ook bij grote mensen. Ze zeggen wel eens: als de Bijbel heel makkelijk was geweest, dan hadden we er met elkaar niet zoveel over gepraat… Daarom bidden we of God ons wil helpen, praten we er met elkaar over en preekt de voorganger. Zo proberen we steeds meer te begrijpen van de Woorden van God. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is leuk om zelf dingen te ontdekken. Maar het is gemakkelijker om nieuwe dingen te leren van iemand die het al goed weet. En het is beter om nieuwe dingen samen te leren.
Page 42
42 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Filippus en de kamerling / Jezus leest uit de boekrol van Jesaja In Lukas 4 wordt beschreven hoe de Here Jezus op sabbat naar de synagoge in Nazareth gaat. Er wordt daar een rol naar voren gehaald en Jezus leest uit de profeet Jesaja (Jesaja 61:1). In zijn uitleg laat Hij zien dat in Hem de profetie uit Jesaja vervuld is. Ook de kamerling leest uit Jesaja (zie Handelingen 8 en Jesaja 53:7). Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Heer wilt u ons helpen om het lezen in uw woord elke weer te doen. Help ons om een vast plan een discipline, een gewoonte te hebben en op u te vertrouwen dat u zegt wat u doet. Amen Liedtips Uw Woord is een lamp voor mijn voet Lees je Bijbel, bidt elke dag Het Woord van onze God Ik heb Jezus nodig, heel mijn leven Jezus, open mijn oren Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We maken een minibijbel. Gebruik hiervoor de kopieerbladen van de website of laat de kinderen zelf een minibijbel samenstellen door een aantal A4-tjes dubbel te vouwen en tot een boekje te nieten. Bij de kopieerbladen: kopieer de verwerking dubbelzijdig. Snij of knip het papier doormidden (je hebt dan twee pagina’s A5-formaat). Leg de beide helften in de goede volgorde op elkaar. Niet beide helften aan elkaar en vouw het geheel dubbel. Je hebt dan een boekje met 8 pagina’s. 1 2 43 Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje of flyer te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in het boekje moet komen. Let op: het boekje groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: er moeten kinderen op de foto staan. Of m.b.t. een eventuele tekst: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over het gebed en de schriftlezing en/of wat er op een foto over deze onderdelen staat. Bijvoorbeeld een foto van de kanselbijbel, kinderen met hun eigen kinderbijbel of een boekrol. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie boekje komt. Kunnen we thuis iets doen voor het boekje? Je kunt thuis nog meer verhalen aan je Bijbel toevoegen. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal over Filippus en de kamerling staat, waaronder de ‘Kijkbijbel’ en ‘De Bijbel voor jou’.  Op www.samenlerengeloven.nl staat een boekje met kleurplaten van Bijbelverhalen bij de kerkdienst op de pagina ‘extra’s’ onder ‘Zondag gaan we naar de kerk, deel 2’, les 7 of haal diverse kleurplaten over Bijbelverhalen van internet en laat de kinderen zelf kiezen.  Stiften of kleurpotloden  Nietmachine of ander bevestigingsmateriaal.  Eventueel een fototoestel  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s.
Page 44
44 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 45 8. Geven uit dankbaarheid Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen. Bedoeling In deze les staan we stil bij een onderdeel van de dienst van dankbaarheid: de collecte. Het gaat er niet om hoeveel we geven, maar hoe we geven. We mogen iets teruggeven van de rijkdom die we hebben ontvangen. We ontdekken: van geven word je rijk. Een diaken vertelt ons over de organisaties waar het collectegeld naar toe gaat en we bidden voor het werk dat door die organisaties wordt verricht. Richt je aandacht Vraag je af Laten zij de HEER loven om zijn trouw, om zijn wonderen aan mensen verricht, laten zij hem dankoffers brengen, juichend zijn daden bezingen. (Psalm 107:21,22) ● Wat is denk je de bedoeling van een collecte in de eredienst?  Zijn alle doelen (kerk, armen, zending, etc) even belangrijk of vind je sommige doelen belangrijker dan andere?  Kun je eigenlijk niet net zo goed geld overmaken naar doelen die jij belangrijk vindt?  Denk jij wel eens doordeweeks aan en/of bid je voor de zondagse collecte?  Als je nadenkt over je eigen giften: vind je dat je veel of weinig weggeeft?  Kun je ook geven als je zelf nauwelijks rondkomt? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Teruggeven En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? (1 Kor 4:7) Met de eerstelingen van wat we krijgen van Onze Vader mogen we Hem vereren. Dus niet met wat over is, maar met de eerste oogst. Zo zijn we geen goede gevers, maar dankbare teruggevers. Mét dat je je geld geeft, zeg je: ‘Here, hier ben ik, uw dienstknecht. Zoals ik dit geld geef, zo wil ik U mijn dagelijks leven geven.” Niet alleen in de kerk, maar ook thuis of op het werk geven we als het ware de kracht die we ontvingen, terug aan onze hemelse Vader. Dat is de invulling van het priesterambt van alle gelovigen: heel ons leven als een dankoffer aan de Here opdragen. Zorg voor elkaar Geven is een Bijbelse opdracht. God wil niet dat mensen gebrek lijden. “Weldoen is een Christenplicht, en wie gierig is jegens de armen, pleegt ‘heiligschennis’ en ‘berooft God’ ” zei Calvijn. In de wetten van Mozes staan veel voorbeelden van hoe God wil dat wij de armen verzorgen, zodat zij voedsel en kleding hebben. In Handelingen lezen we dat de eerste christenen alles met elkaar deelden (Hand. 4:3235). Delen is heel belangrijk, ook in de kerk. Wie voelt dat alles wat hij heeft van de Here gekregen is, wil ook anderen wat geven. Het uitdelen van de gaven vanuit de kerk gebeurt door de diakenen, die daarvoor zijn gekozen door de gemeente. Het ambt van de diakenen is ingesteld door de apostelen: “Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God. (Hand. 6:4)’ Onze inbreng Wees niet hoogmoedig en vestig je hoop niet op de onzekerheid van je rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamel je voor jezelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen. (Naar 1 Tim. 6:17-19). Geef vrijmoedig, bid voor het collectedoel van deze week en bedenk hoe je de komende week je leven aan de Here kunt opdragen.
Page 46
46 Leef je in Voor kinderen is de collecte meestal een interessant onderdeel van de dienst, een echte actie voor hen. Denk je dat kinderen weten waarvoor ze geven? Beseffen ze hoeveel (of hoe weinig) ze weggeven? Hoe komen collectemunten of bonnen over op kinderen, is het voor hen wel echt geld? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Een diaken gaat mee naar de kindernevendienst en vertelt de kinderen waar er vandaag voor gecollecteerd wordt. Misschien kan de diaken over één collecte wat meer vertellen, bijvoorbeeld wat er allemaal met dat geld gedaan kan worden. Wat mooi dat wij daaraan mogen bijdragen. Een anekdote die je hierbij zou kunnen gebruiken: Een poosje geleden kwam er een vrouw met een collectebus aan de deur bij een joodse man. Hij deed geld in de collectebus en zei: ‘bedankt’. “Maar ik zou u toch moeten bedanken” zei de vrouw. “Ja, dat mag ook” zei de man, “maar ik wil jou bedanken omdat je me de gelegenheid gaf om te geven”… Vervolg in de groep ● Wanneer geef je iets aan iemand? Bijvoorbeeld bij een feest, collecte op school, in de kerk, aan de deur.  Is er verschil tussen een cadeau en een collecte?  Weet je waar het collectegeld naar toe gaat? Bijvoorbeeld arme mensen, mensen die honger hebben of moeten vluchten, maar ook voor de kerk en de dominee.  Als er in jullie gemeente een aparte collecte is voor de plaatselijke kerk, dan kun je uitleggen waar die voor is. Maak eventueel gebruik van de bijbehorende picto’s. Er is bijvoorbeeld geld nodig om te zorgen dat jullie kerk blijft bestaan en door kan gaan. Er is geld nodig voor de dominee (ook gastpredikanten), de tuinman, de schoonmaakster, de organist, de gebouwen moeten worden onderhouden, er is materiaal nodig voor de Kindernevendienst en andere clubs of verenigingen, een bosje bloemen of een boekje voor de zieken, etc.  Wat mooi dat wij daaraan bij mogen dragen!  Kun je ook andere dingen geven dan geld? Tijd en aandacht. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 47 Nu weten we Van geven word je rijk – als je hoort en ziet wat er met je geld kan gebeuren heb je een nieuwe ervaring, een verhaal kun je op een idee komen en dat.. maakt je rijk. Het is dus belangrijk dat je weet wat je geeft, waarom en aan wie. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Twee kleine muntjes zijn meer dan heel veel grote munten. Het gaat er niet om hoeveel we geven, maar hoe we geven. (Markus 12: 41-44) Sifra woont in Jeruzalem. Nog een paar nachtjes slapen en dan is het feest in de stad. Paasfeest. Sifra mag moeder helpen om alles in huis voor het feest klaar te maken. Samen met moeder heeft ze het huis schoongemaakt en nu gaat ze boodschappen doen. Lekkere dingen kopen. Wat zullen ze smullen op het feest. Ze gaat naar allerlei winkeltjes. Even later komt Sifra met haar armen vol lekkers naar huis. Bijna botst ze tegen de oude buurvrouw op. Die komt net haar huisje uit en gaat naar de tempel. “Dag buurvrouw, hebt u ook al alles in huis voor het feest?” vraagt Sifra. “Och kind ik heb niet zoveel nodig hoor, mooi dat jij je moeder ze goed helpt”, zegt de oude vrouw en loopt dan vlug door. Bij de tempel is het druk, voorzichtig loopt de oude vrouw tussen alle mensen door. Ze weet waar ze naar toe wil. Op een plein bij de tempel staat een grote kist, een offerblok. Daar mag iedereen geld in gooien. Dat is voor de mensen die in de tempel werken. Eigenlijk is het geld voor de Here God zelf bedoeld, want de tempel is het huis van God. Vlakbij die kist zit Iemand en Hij kijkt héél goed naar alle mensen, die geld in de kist gooien. Het is de Here Jezus. Hij ziet rijke mensen met prachtige kleren. Sjonge, die gooien er veel in. Geld van zilver, en geld van goud. “Bling, bling, bling” klinkt het. Maar de Here Jezus ziet ook hun portemonnee. Nou, daar zit nóg heel veel in. Ze kunnen nog veel meer mooie kleren kopen en heel veel lekkers voor het Paasfeest. Dan ziet Hij tussen die rijke mensen een oude vrouw komen. Die is vast niet rijk, dat kun je zo wel zien. Haar kleren zijn al oud, en haar portemonneetje is maar heel klein. Maar kijk eens wat ze doet……Ze maakt haar portemonneetje open en gooit alles wat erin zit in de offerkist. Het zijn maar 2 kleine muntjes, maar nu heeft ze helemaal niets meer! Als de Here Jezus dat ziet, roept Hij vlug zijn discipelen. “Kijk eens wat die oude vrouw gedaan heeft” zegt Hij “ die heeft echt het allermeest van alle mensen in de kist gegooid”. Dat begrijpen de discipelen niet. Toen de rijke mensen geld erin deden, hoorde je duidelijk de grote munten vallen, maar hier hoorde je niks, zo klein waren die muntjes. Met die grote munten kun je toch veel meer kopen?! Wat bedoelt de Here Jezus eigenlijk? De Here Jezus ziet wel dat Zijn leerlingen niet goed begrijpen wat Hij zegt, en daarom gaat Hij er nog wat bij vertellen.
Page 48
48 “Weet je” zegt Hij, “die rijke mensen gaven wel veel geld, maar in hun portemonnee zit nóg heel veel geld. Ze kunnen alles kopen voor zichzelf wat ze maar willen. Mooie kleren, lekker eten, een mooi huis. Maar die oude, arme vrouw hield niets over. Ze houdt zoveel van de Here God, dat ze alles gaf wat ze had om voor vandaag eten te kunnen kopen. Ze durft het weg te geven voor het werk in de tempel, en eigenlijk voor de Here God zelf. Ze vertrouwt erop dat God voor haar zorgen zal. Het belangrijkste is niet hoevéél je geeft, maar dat je het gráág, met liefde, geeft. Dus niet eerst denkt: “Wat heb ik zelf allemaal nodig. Maar eerst aan God denkt”. Ja, nu begrijpen de discipelen het. Alweer hebben ze vandaag iets moois van de Here Jezus geleerd. Gebed Dank voor alles wat jullie van God krijgen. Bidt voor de collectedoelen van deze zondag en voor het werk van de diakenen. Liedtips Kijk eens om je heen Als je bidt zal Hij je geven Dank U voor deze nieuwe morgen Beetje bij beetje (Jan Visser) Wat zou ik aan U kunnen geven? Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We bedenken aan wie we wat kunnen geven en waarom. Denk aan verschillende groepen, bijvoorbeeld: grote mensen – kinderen – eten en drinken – school – meer over de Bijbel weten – na een ramp – voor de natuur. Waar zouden de diakenen iets aan kunnen geven? Daarvan maken we een collage op een groot vel papier. Of: de kinderen kunnen plaatjes uit foldertjes plakken en die in (op) hun collectezak plakken. Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje of flyer te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Deze komt aan het eind van de lessenserie ook echt achterin de kerk te liggen voor gasten en onszelf. Elke les denken we na over wat er van het onderwerp van die week in het boekje moet komen. Let op: het boekje groeit in de loop van de lessen en je doet het met elkaar. Verwacht van de jongsten geen grootse ideeën, het gaat juist om hun ‘kleine’ wensen en ideeën. Bijvoorbeeld: er moeten kinderen op de foto staan. Of m.b.t. een eventuele tekst: 'er moet in komen dat je stil moet zijn’ of ‘ruimte om er iets bij te tekenen’. En: ook de leiding mag meedenken. Denk tijdens het knippen en plakken met elkaar na wat jullie in jullie boekje willen vermelden over de collecte en/of wat er op een foto over de collecte staat. Hoe kunnen de collectedoelen duidelijk gemaakt worden voor kinderen? Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. 49 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Vat kort samen wat er over deze les in jullie boekje komt. Kunnen we thuis iets doen voor het boekje? Je mag thuis bidden voor de organisaties waarvoor we geld hebben ingezameld. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de vrouw met het muntje staat, bijvoorbeeld de Bijbel voor kinderen of gebruik de vertelling hierboven.  Vraag een diaken wat over de collectedoelen van deze zondag te vertellen. Bijvoorbeeld met concrete voorbeelden van wat er met het geld gedaan kan worden.  Werkblad lege collectezak (zie volgende pagina en in de bijlage)  Folders en/of plaatjes van goede doelen, foto’s van adoptiekinderen of projecten die jullie gemeente steunt, etc.  Eventueel een fototoestel  Jullie logboek, doe hierin verslag voor je collega’s. Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 50
Marcus 12:41-44 Ik geef terug aan God Artjan  sAmen 51 9. Wegzending en zegen Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is. Bedoeling Richt je aandacht Vraag je af In deze les leren we dat God bij ons is en ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven. Zijn goede woorden zijn als een milde regen die ons verkwikt. Zo kunnen we het volhouden in het leven. Wij mogen God loven met goede woorden en zijn zegen ook doorgeven aan anderen. De HEER gedenkt en zegent ons, zegenen zal hij het volk van Israël, zegenen het huis van Aäron, zegenen wie de HEER vrezen, van klein tot groot. (Psalm 115: 12, 13) ● Hoe belangrijk is de zegen aan het einde van de dienst voor jou?  Ben je eens met deze gedachte: “Al valt de preek soms bitter tegen, je krijgt altijd de zegen mee.”  Geef je de zegen en/of de boodschap uit de kerkdienst wel eens door aan anderen?  Denk nog eens terug aan speciale momenten waarin jij gezegend werd, bv bij de doop, belijdenis of huwelijk. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Gods goede woorden ontvangen Aan het einde van de dienst, voor we weer uiteengaan, krijgen we ten afscheid de zegen van God mee. De uitgestrekte handen van de voorganger zijn een zichtbaar teken dat God bij ons is, ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven dat we het als mens vol zullen houden in het leven. De zegen, bene diction, is letterlijk ‘goed spreken’. Je krijgt de belofte van Gods voortdurende trouwe aanwezigheid, waar je ook gaat, wat je ook te wachten staat. In de Bijbel komt zegenen wel 466 keer voor. Meteen in Genesis 1 zien we dat er in God een verlangen is om te zegenen. Wij zijn afhankelijk van God maar God blaast er zijn levensadem in (Gen. 2) en zo wordt de mens tot een bezield wezen. In het Oude Testament geeft God aan Mozes de woorden door van de zegen die de priesters op het volk moesten leggen. “De HEERE zegene en behoede u. De HEERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De HEERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. “ (Num. 6: 22-27). Als we de deze zegen in het Hebreeuws opschrijven wordt zichtbaar dat deze woorden, die God Zelf heeft uitgekozen om zijn kinderen mee te zegenen, een symbolische vorm hebben. De drie steeds langer wordende zinnen vormen als het ware een golf van zegenende woorden die over ons heen rolt, waarin we worden ondergedompeld. Drie keer wordt in de zegen de verbondsnaam van God genoemd: Jahwe (in veel vertalingen wordt deze naam weergegeven met HEERE). Drie keer, in de bijbel het getal van de volkomenheid. Het is als een milde regen die je verkwikt. www.josdouma.nl/index.html?/preken/preken/num6.html In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus zegenend ten hemel voer (Lukas 24:5051). Ook vinden we een zegengroet aan het begin of einde van verschillende brieven. De tekst uit 2 Korintiërs 13:13 wordt vaak in de eredienst gebruikt: “De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen.” Gods goede woorden beantwoorden en doorgeven We mogen Gods goede woorden beantwoorden met onze goede woorden. Het Hebreeuws heeft hetzelfde woord voor zegenen en loven. Zie psalm 103, 118 en vele andere. De zegen komt van God en keert zo als lofprijzing naar God terug. In geloof ontvangen we de zegen van God in de relatie met Hem en we mogen die ook weer doorgeven: wordt gezegend en wees tot een zegen. Geef de zegen door aan de mensen die je deze week ontmoeten zult.
Page 52
52 Leef je in Hoe zou een kind de zegen aan het einde van de dienst ervaren? Snapt een kind wat een ‘zegen’ betekent? “Jullie gaan weer weg, en Ik ga met je mee” zegt God. Zoals in de volgende zegenbede: De Heer zij voor je om je de goede weg te wijzen. De Heer zij naast je om je in de armen te sluiten en je te beschermen. De Heer zij achter je om je te bewaren voor valsheid. De Heer zij onder je om je op te vangen als je valt. De Heer zij in je om je te troosten als je verdrietig bent. De Heer zij om je heen om je te verdedigen. De Heer zij boven je om je te zegenen. Zo zegene je de algoede God. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Aan het eind van een brief / mail neem je afscheid. Vaak eindigen brieven met een wens, bijv.: Het beste toegewenst. Misschien nemen jullie ook wel afscheid van de buren of van opa en oma als je op vakantie gaat. De zegen is ook zo’n goede wens. De voorganger strekt zijn handen uit en legt zo de zegen op ons. Het gebeurt wel dat dominees hun handen eerst open omhoog houden in de hoop dat God de zegen daarin legt. Op beide manieren is de zegen een zichtbaar teken dat God bij ons is, ons op allerlei manieren zijn kracht wil geven dat we het als mens vol zullen houden in het leven. Hebben kinderen dat wel eens op een ander moment gezien? Misschien bij de bevestiging van ambtsdragers of het inzegenen van een huwelijk. Dan leggen sommige dominees de handen echt op het hoofd van de mensen om hen te zegenen. Zegen betekent letterlijk: goede woorden spreken. Je krijgt de belofte van Gods voortdurende trouwe aanwezigheid, waar je ook gaat, wat je ook te wachten staat. Misschien kennen kinderen de ervaring om op een warme zomerdag onder de tuinsproeier door te lopen en zo lekker af te koelen. Goede woorden (bene dictie, zegen) van God kun je vergelijken milde druppels verkwikkende regen. Zoals in het lied ‘Heer ik hoor van rijke zegen’. De zegen is een milde regen van goede woorden die je verkwikt en nieuwe kracht geeft. Tijdens de kindernevendienst horen jullie meer over die goede woorden van God. Waar ze in de Bijbel staan en wat ze betekenen. Wellicht kan de voorganger de kinderen zegenen als ze uit de kerk naar de kindernevendienst gaan. Je kunt overwegen dit vanaf nu altijd te doen. Overleg dit van te voren wel goed met de kerkenraad en/of voorganger. 53 Vervolg in de groep Tekst en uitleg van de zegen in de kerkdienst: ● Wat wens je allemaal? Wat hoop je dat anderen jou toewensen?.  Wens elkaar maar eens het goede toe.  Wat is er anders als God ons zegent?  Maak het verschil duidelijk tussen wens en zegen (wij mensen wensen elkaar het goede toe, God belooft ons het goede).  Laat eventueel foto’s zien, bijvoorbeeld van een doop, van een kleine baby, van iemand die trouwt, van iemand die ziek is, van een sporter, etc.  Wanneer en hoe ben jij een keer door God gezegend?  Lees daarna de zegen voor die jullie (elke) zondag in de kerk meekrijgen. De Here zegene u en behoede u. De Here doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.  Herkennen de kinderen de tekst, hebben ze moeilijke woorden gehoord?  Noteer deze en bespreek daarna de tekst stukje voor stukje aan de hand van het miniboekje met de zegen dat bij deze les hoort (zie bijlage).  Hieronder een uitgebreide uitleg, maar op de kleurplaat zelf staat ook een korte uitleg: “De Here zegene u” – God spreekt goede woorden tegen ons. Je kunt het vergelijken met woorden die tegen je gezegd worden als je iets moeilijks moet gaan doen. Dan denk je aan de woorden van je moeder, die geven je kracht. Zo is de zegen van God ook. “en behoede u.” – God belooft dat hij je zal beschermen en bewaren. Net zoals een herder zijn kudde schapen hoedt. Als je ergens langs een gevaarlijke plek moet is het altijd fijn als je met z’n tweeën bent. Dat belooft de Here hier: Ik ben bij je. “De Here doe Zijn aangezicht over u lichten” –Dat betekent dat Hij ons opzoekt, naar ons kijkt en ons wil ontmoeten. Hij laat Zijn licht schijnen zodat we de weg kunnen zien, net zoals hij het volk Israël in de woestijn leidde door de wolkkolom overdag en de vuurkolom ’s nachts. “en zij u genadig.” – Het woord genade betekent dat we iets krijgen wat we eigenlijk niet hebben verdiend. God hoeft ons niet te helpen en bewaren, maar toch doet Hij het. Hij gaf zelfs Zijn eigen Zoon. Zo wil Hij er voor ons te zijn, dat zegt Hij elke week weer. “De Here verheffe zijn aangezicht over u” – In het Hebreeuwse is je aangezicht verheffen: iemand aankijken, oogcontact zoeken. Hij kijkt naar ons omdat Hij van ons houdt. Denk maar aan de goede herder, of aan Zacheüs in de boom. “en geve u vrede.” – Vrede (shalom) betekent: geen oorlog, geen ruzie, maar ook: gezondheid, je geen zorgen hoeven maken, leven in vrede en veiligheid, leven zonder tegenspoed of rampen, naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. God wil je een goed leven geven. Al zal het op de nieuwe aarde pas echt vrede zijn.  Wanneer zou je van God een zegen willen ontvangen?  Daar kun je om bidden.  Aan wie wil jij de zegen doorgeven? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we De zegen is belangrijk en waardevol. De Here zegt door de zegen aan het einde van de dienst dat Hij met je mee wil gaan. Hij wil ons beschermen en bewaren. Hij wil helpen, zorgen, alles geven wat we in het leven van elke dag nodig hebben. Maar Hij wil ook voor ons hart zorgen. Gelukkig ben je als de Here zo met je meegaat. Geef je dat ook door?
Page 54
54 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Jezus zegent de kinderen We lezen in de Bijbel dat ook de kinderen bij Jezus mogen komen en dat Hij hen zegent. Je vind het in Mattheus 19, Marcus 10 en Lucas 18. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Zegen ons Heer, U, die hemel en aarde gemaakt heeft, zegen ons Heer. Amen Liedtips Een rivier vol van vrede Psalm 81:12 Psalm 136:1 Zegen ons algoede De Heer beschermt en zegent jou Zegen, zegen kun je niet kopen Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking De kinderen kunnen het miniboekje kleuren (zie volgende pagina) of laat de kinderen een kaart maken / versieren met een zegen erop voor een ander. Ze kunnen die geven aan iemand die dat wel kan gebruiken. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Stap voor stap naar ons eindproduct: In les 3 hoorden de kinderen een verhaal over een kind dat voor het eerst in de kerk komt. We besloten een boekje te maken voor kinderen zoals hij die misschien wel een keer bij ons in de kerk komen. Elke les hebben we nagedacht over wat er van het onderwerp van die week in het boekje moet komen. Rond het boekje af. Is er nog werk te doen dat de vorige keer is blijven liggen? Wijs dan een paar kinderen aan die hiermee aan de slag gaan. Aanbieden van het boekje: Nu is het boekje als het goed is af. Kijk er nog eens goed naar met elkaar en vertel dat ze het boekje binnenkort allemaal krijgen. Misschien kunnen jullie hem bij terugkomst in de dienst al wel aanbieden aan de koster of de dominee. Vertel anders wanneer dat gaat gebeuren. 55 Thuisopdracht Reflectie Als het al af is: neem allemaal boekje mee zodat je die in huis hebt voor als jullie een gast mee nemen naar de kerk. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van de zegening van de kinderen in staat. Het staat bijvoorbeeld in: De Bijbel voor jou en de Bijbel voor kinderen (NT).  Eventueel foto’s van zegenmomenten (doop, huwelijk, bevestiging ambtsdrager, bijvoorbeeld van beeldbank.pkn.nl en dan zoeken op ‘zegen’)  Indien van toepassing het zegenen van de kinderen bij het gaan naar de kindernevendienst bespreken met de voorganger of kerkenraad.  Miniboekje van de zegen (bijlage bij dit pakket). Bekijk van te voren op YouTube hoe je het boekje moet vouwen.  Indien nodig correspondentiekaart om te versieren.  Bij de verwerking ‘agenda van de week’: geef aan de leiding van volgende week door wat jullie gedaan hebben en vraag hen er op terug te komen.  Eventueel een fototoestel  Als jullie boekje over de volgorde van de dienst al zover klaar is, spreek dan met de leiding van de kerk af om het boekje tijdens de kerkdienst aan te bieden aan bijvoorbeeld de koster of de voorganger.
Hij voor ons. In acht lessen kijken we naar de tijd van toen en de tijd van nu, naar de overeenkomsten en de betekenis ervan voor ons.

Pasen 1 onderbouw copyright sAmen


Page 0
Page 2
1 COLOFON Hij voor ons Pasen, deel 1 voor 4-7 jarigen Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte Illustraties: Arjan Glas, studio Artjan Bedankt voor de aankoop van dit lesboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. 2012 © sAmen Leren Geloven, 2e druk 2017 2 Overzicht van de lessen voor de onderbouw (4-7 jaar) 4STAP VOOR STAP NAAR DE EINDPRODUCTIE 6 1.ALLEEN IN DE PUT In deze les maken we aan de hand van het prentenboek ‘Mama kwijt’ kennis met het thema ‘alleen op de wereld’. We denken na over het verschil tussen alleen zijn/eenzaamheid en verlatenheid. En we ontdekken dat er aan verlatenheid twee kanten zitten: als er iemand verlaten wordt, is er ook iemand die verlaat. We horen van Jozef die door zijn broers werd verlaten en helemaal alleen in de put zat. Bijbelvertelling: Jozef in de put 2. ONSCHULDIG IN DE GEVANGENIS Je kunt door mensen worden verlaten, maar soms moet je er voor kiezen mensen te verlaten. Dat kan een moeilijke keuze zijn. Jozef was integer en vluchtte bij de vrouw van Potifar vandaan. We horen ook van vervolgde christenen die voor God kiezen, ook al komt hun vrijheid of leven dan in gevaar. We gaan aan de slag met foto’s om verlatenheid scherper op ons netvlies te krijgen en bemoedigen kinderen die in moeilijke omstandigheden leven. Bijbelvertelling: Jozef in de gevangenis 3. VERGETEN DOOR DE SCHENKER Jozef wanhoopt niet. Hij redt het leven van een medegevangene, de schenker, maar deze vergeet hem in eerste instantie. Hoe gaat God met hem om? Hoe gaan wij om met anderen? Laten wij ook wel eens iemand in de steek of komen we een belofte niet na? We bedenken concrete verbeterpunten voor onszelf en maken een geheugensteuntje om ons hier aan te houden. Bijbelvertelling: Jozef door de schenker vergeten 4. JOZEF WORDT RIJK GEZEGEND We staan stil bij de vraag waar we God zien in ons leven. Ervaren we Hem altijd? Waar wel en waar niet? Als we terugkijken op het leven van Jozef ontdekken we dat God er steeds bij was. God laat alles meewerken tot het goede in zijn leven: hij redt zijn broers van de hongerdood. Dat is goed om te horen en te zien, zeker als we het zelf niet altijd ervaren. Op onze beurt mogen wij dat weer door geven aan anderen! Dat gaan we doen door de komende weken een tentoonstelling voor te bereiden. Bijbelvertelling: God stelt Jozef tot een zegen 5. JEZUS, DOOR MENSEN VERLATEN De mensen in Jeruzalem omringen Jezus en halen Hem juichend binnen. Ze verwachten dat ze nu snel gered zullen worden van de Romeinse overheersers. Maar wat als Hij dat niet gaat doen? Wat als mensen je volgen omdat er iets bij je te halen valt? Dan sta je alleen! Hier stoppen we vandaag om goed tot ons door te laten dringen: de Here Jezus is verdrietig omdat de mensen niet begrijpen wat Hij voor hen wil gaan doen. Bijbelvertelling: Door de mensen verlaten. 6. JEZUS, DOOR DE DISCIPELEN VERLATEN Vorige week hoorden we dat Jezus door de grote massa in de steek gelaten werd omdat Hij niet aan hun verwachtingen van een aardse koning voldeed. Deze les zien we dat Hij ook door Zijn vrienden verlaten wordt. Jezus wil nog één keer met de discipelen eten voor Hij gaat sterven. De discipelen laten Hem hier helaas ook in de steek. Bijbelvertelling: door de discipelen verlaten 7. JEZUS, DOOR GOD VERLATEN We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Eerst laat het volk Hem in de steek, dan Judas en daarna de andere discipelen. Uiteindelijk verlaat zelfs God Hem. Mijn God, mijn God, waarom…? Misschien herkennen we dit ‘waarom’ maar deze vraag confronteert ons ook met onze schuld. Het is een zwarte en toch ook goede dag. Bijbelvertelling: door Zijn Vader verlaten 8. HIJ ZAL ONS NOOIT VERLATEN De discipelen blijven verlaten achter, maar Jezus laat hen niet alleen. Na Zijn opstanding zoekt Hij hen op, al ze herkennen Hem niet zomaar. Ze moeten er echt op gewezen worden dat Hij er weer is. We staan stil bij de tekst ‘Waar twee of drie in Mijn naam aanwezig zijn, ben Ik in hun midden’ en laten tot ons doordringen wat dat betekent: door Jezus mogen wij bij God komen en met elkaar verbonden zijn. Bijbelvertelling: Nooit meer alleen BIJLAGE: AFBEELDINGEN BIJ DE LESSEN 61 53 46 40 34 26 21 16 10
Page 4
3 Voorwoord Voor je ligt de eerste lessenserie van sAmen voor de lijdenstijd en Pasen, met als thema ‘Hij voor ons’. Pasen is een heel belangrijk feest, waarin we vieren dat Jezus is gestorven voor onze zonden. Dat wat in elk mensenhoofd kan spoken als de ergste aanvechting – God heeft me ook nog in de steek gelaten! – dat heeft Hij vervuld. (God)verlatenheid is in de Bijbel een veel voorkomend thema. Denk aan Adam en Eva, Hagar, je leest er veel over in de psalmen, bij Job, Elia, Jona, de verlamde te Bethesda. In deze lessenserie willen we met de kinderen nadenken over verlatenheid en ontdekken dat Jezus door God verlaten werd, opdat wij nooit meer door God verlaten zullen worden. Blok 1: Jozef & verlatenheid Daarvoor gaan we de eerste vier lessen aan de slag met de geschiedenis van Jozef. In zijn leven zijn verschillende momenten aan te wijzen waarop hij werd verlaten:  door zijn broers achtergelaten in de put – Les 1  vals beschuldigd door de vrouw van Potifar – Les 2  en vergeten door de schenker – Les 3  Maar God was steeds bij Hem en zegende hem. Doordat hij onderkoning van Egypte was kon hij zijn familie redden van de hongerdood. – Les 4 Blok 2: Jezus & verlatenheid Nadat we het begrip verlatenheid verkend hebben, kijken we in het tweede blok van vier lessen naar het leven van Jezus. Jezus werd steeds meer door de mensen verlaten:  de mensen gingen bij Hem weg omdat Hij geen aardse Koning werd – Les 5  in de steek gelaten door Judas en later de andere discipelen – Les 6  aan het eind van Zijn leven hier op aarde werd Hij zelfs door God verlaten – Les 7  Mijn God, mijn God, waarom…? Opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden! Hij volbracht zijn lijden en stond op uit de dood. Door Zijn lijden en sterven is er nieuw leven mogelijk voor ieder die gelooft. Door Zijn lijden en sterven mogen we weten dat Hij met zijn Geest altijd bij ons zal zijn. Tot het einde der dagen. – Les 8 In de lessen kijken we ook naar ons zelf. Is er ook nu eenzaamheid en verlatenheid? Hoe gaan wij om met onze medemens? Dat brengen we in beeld en alle beelden voegen we aan het eind samen tot een cadeau aan de gemeente: een tentoonstelling, boekje of presentatie. Zo willen we onszelf en anderen aansporen tot navolging van Christus. Ik wens jullie goede en gezegende bijeenkomsten. Fieke Bijnagte Coördinator sAmen Kinderbijbels Hieronder volgen de gegevens van kinderbijbels waar in de tekst naar verwezen wordt: Meer informatie over deze Bijbels vind je bijvoorbeeld op www.kinderbijbels.nl. Titel: De Kijkbijbel - Eenvoudige korte tekst Auteur: Kees de Kort / Uitgever: NBG Herenveen / ISBN: 9061263883 Titel: Mijn eerste Bijbel - Uitgebreidere vertelling, met een expressieve schrijfstijl. Soms meer onderwerpen in één verhaal. Auteur: Pat Alexander / Uitgever: De Vuurbaak te Barneveld / ISBN: 905560125X Titel: De Bijbel Voor Jou - Uitgebreide Bijbel met wel 143 Bijbelverhalen Auteur: J.H. Mulder-van Haeringen / Uitgever: H. Medema te Vaassen / ISBN: 9063531699 Titel: Bijbel voor kinderen - Korte verhalen met levendige dialogen Auteur: M. Busser en R. Schröder / Uitgever: Van Holkema & Warendorf te Houten / ISBN: 9789047500919 Titel: Jozef - Prentenboek met mooie platen die het rijke leven van Jozef in Egypte mooi illustreren. Auteur: Brian Wildsmith / Uitgever: Christofoor / ISBN: 9789062386307 (alleen 2e hands) Titel: Verhalen rond Pasen - 23 verhalen rondom Pasen, levendig verteld, met verteltips Auteur: Bob Hartman / Uitgever: Ark Boeken / ISBN: 9033892154 4 Een goede voorbereiding is het halve werk We raden jullie aan als team een startbijeenkomst te houden, waarbij bijvoorbeeld de coördinator of voorganger het thema voorbereidt. Je leert dan de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie hier de belangrijkste praktische zaken rondom de verwerking en presentatie van de eindproductie. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Naast de praktische voorbereiding is het ook belangrijk je inhoudelijk voor te bereiden. Daarvoor is steeds de eerste pagina van de les bedoeld. Maak je hoofd vrij door de psalmtekst tot je door te laten dringen. Schrijf hem eventueel over en prik hem op je prikbord of steek hem bij je. Denk na over de vragen bij de les: waar gaat het om, wat vind ik ervan, wat is belangrijk? En bedenk alvast wat dit voor kinderen zou kunnen betekenen aan de hand van de tekst onder het kopje ‘leef je in’ op de volgende pagina. Dit betekent overigens niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd voor je iets door kunt geven. Ook (of juist) als je je goed voorbereidt, kun je tegen lastige zaken aanlopen. Houdt als team een logboek bij waarin jullie noteren wat er tijdens de lessen aan bod is geweest en wie er waren. Lees dit tijdens je voorbereiding door zodat je weet wat er in eerdere lessen ter sprake is gekomen (of niet). Structuur van de lessen De lessen zijn opgebouwd uit 5 stappen. Een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen vind je in de handleiding. Hieronder de stappen in het kort: 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 6
5 Inleiding op het thema Eenzaamheid in de Bijbel De Bijbel is een realistisch boek, dat zeer dicht bij het leven van mensen staat. Eenzaamheid wordt voor ons op allerlei manieren geschilderd. Het is God die het niet goed vindt dat Adam alleen is en de vrouw schept als een hulp voor de man. Adam leeft in het paradijs te midden van de mooiste schepping, maar voor God is dat niet genoeg. De mens is pas werkelijk gelukkig als hij in een goede verhouding tot God en een medemens staat. De zondeval brengt eenzaamheid: tussen twee mensen en tussen God en de mens. Maar God laat ons niet vallen en zoekt telkens de verbinding op en wil ook dat mensen op een goede manier met elkaar omgaan. De Tien Geboden geven ons daarvoor leefregels. Ze hebben de verbinding tussen God en mens en mensen onderling op het oog. Onrecht In de Psalmen – bijvoorbeeld Psalm 25 – klaagt de psalmist over eenzaamheid en vraagt Hij God redding te schenken. Eenzaamheid in de Bijbel wordt soms in één adem genoemd met het weduwe of wees zijn. Soms wordt eenzaamheid genoemd als gevolg van onrecht, dat iemand overkomen is. Thamar, de schoondochter van Juda, wordt eenzaam genoemd, omdat Juda niet voor haar opkomt. De profeten noemen eenzaamheid als straf: steden en plaatsen zullen eenzaam worden als gevolg van Gods toorn over de hardnekkige zonden van volken. Nadrukkelijk komt de troost voor eenzamen naar voren: Psalm 68 jubelt dat God eenzamen zet in een huisgezin. Allerlei wetten maken duidelijk dat God zorg draagt voor de kwetsbare mensen in die samenleving: weduwen, wezen en vreemdelingen. De Here draagt Zijn volk op dat het zorg moet dragen voor hen. Hij wil niet dat mensen eenzaam zijn en geen helper hebben. Diepste eenzaamheid De diepste eenzaamheid ervaart de Heere Jezus Christus, die moet uitroepen: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Hij is verlaten van God en mensen en hangt tussen hemel en aarde aan een kruis. Hij hoorde niet meer bij de mensen en niet meer bij God. ‘Opdat wij tot God zouden genomen worden en nimmermeer van Hem verlaten worden’, zegt het avondmaalsformulier mooi. Gemeenten Na Christus’ opstanding worden gemeenten gevormd. Er zitten allerlei mensen bij elkaar die elkaar normaliter niet uitgezocht zouden hebben. Het is uniek in deze tijd van de kerk dat zowel een baas als slaaf tot de gemeente kan behoren, zowel Jood als Griek, zowel man als vrouw. Gods Geest doorbreekt grenzen die mensen maken. In de nieuwtestamentische brieven valt sterk op dat de gemeenteleden zorg moeten dragen voor elkaar, voor zaken van het tijdelijke en eeuwige leven. Dat is het ideaal, ook al gaat dat niet altijd goed. Griekse weduwen klagen dat zij worden overgeslagen bij bezoeken die worden afgelegd. Diakenen krijgen in het bijzonder de taak om naar wie zich met moeite staande kan houden om te zien. Eenzaamheid in de hedendaagse literatuur De Bijbel is een realistisch boek, dat zeer dicht bij het leven van mensen staat. Het thema eenzaamheid komt ‘nog steeds’ in boeken en films voor:  Alleen op de wereld (Hector Malot)  Ciske de Rat (Piet Bakker)  Kruimeltje (Chris van Abkoude)  De eenzaamheid van de priemgetallen (Paolo Giordano)  Le gamin au velo (Jean-Pierre en Luc Dardenne) Voor je een les uit deze serie geeft, is het belangrijk je zelf te verdiepen in het onderwerp en hoe je dat aan kinderen door kan geven. Lees daarom onderstaande tekst en de bijlage ‘Verdieping bij het thema verlatenheid’ goed door of nodig ons uit voor een informatieavond. 6 Stap voor stap naar de eindproductie Wat gaan we maken en waarom? Kinderen zien we bij sAmen van jongs af aan als deelnemers, volwaardige leden van de gemeente. Ze hebben een eigen inbreng: ideeën, opmerkingen, vragen. En we geven hen een plaats om die inbreng naar voren te brengen. Dat doen we o.a. door elk project gedurende meerdere lessen toe te werken naar een eindproductie en het resultaat met de gemeente te delen. Met de kinderen ontdekken we in acht lessen wat verlatenheid is en dat God ons nooit zal verlaten. Maar dat ervaren we zelf lang niet altijd zo. Het is daarom goed om elkaar er steeds aan te herinneren dat God bij ons wil zijn. Hoe kunnen we er zelf nog eens aan denken en het thuis en aan andere mensen van de kerk vertellen? Dat kunnen we doen met een tentoonstelling. Deze tentoonstelling bouwen we in acht lessen op. Met Pasen kunnen alle gemeenteleden dan komen kijken! Wat is een tentoonstelling? Een tentoonstelling is een verzameling bijzondere spullen bij elkaar. Bijvoorbeeld foto’s, schilderijen, beelden of objecten. Het doel van een tentoonstelling is mensen te inspireren om na te denken en/of er zelf mee aan de slag te gaan. Hoewel een tentoonstelling een prachtige manier is om de kinderen en gemeenteleden actief te betrekken bij de lessen, zijn werkvormen als een (foto)boekje, een hongerdoek of een presentatie goede alternatieven. We geven geen kant-en-klare inhoud. Het is juist de bedoeling dat jullie samen met de kinderen nadenken wat er in moet komen. Ter inspiratie wel twee praktijkvoorbeelden. Een deelnemende kerk heeft een tentoonstelling georganiseerd: “We hingen het beeldmateriaal elke week op en zo ontstond er eigenlijk vanzelf een tentoonstelling. De laatste twee lessen hebben we de kinderen er alsnog actief bij betrokken. Ze stelden hun plaat van het kruis graag ter beschikking toen ze hoorden dat ze hem na de tentoonstelling alsnog mee naar huis mochten nemen. Ook het kunstwerk van de laatste les wilden ze voor de bezoekers extra mooi kleuren. We hebben weinig publiciteit gegeven, maar doordat de dominee de mensen er aan het eind van de dienst nog even aan herinnerde, kwamen er heel veel gemeenteleden kijken. De wachtrij werd op een gegeven moment wel wat lang omdat de mensen aandachtig keken. Maar dat gaf niets, want de mensen gingen er gewoon met elkaar over in gesprek.” Een andere kerk hield een presentatie, waarin de kinderen een actieve rol hadden: “Een tentoonstelling was voor onze gemeente niet zo geschikt. We hebben geen eigen ruimte, dus moeten we alle spullen elke week opruimen. Tijdens het zingen aan het begin van de dienst was onze presentatie een mooie overgang van de lijdenstijd naar Pasen. We hebben met de kinderen foto’s gemaakt om verlatenheid uit te beelden en gebruikten beelden van Jozef uit de film The Miracle Maker. Ook vertelden de kinderen wat dat voor hen betekende. Toen vertelde de leider: kijk eens om je heen, zie je al die mensen? Zouden die zich ook wel eens alleen voelen, denk je? Maar het goede nieuws van Pasen is: Jezus werd verlaten, opdat wij nooit meer verlaten zullen worden! De foto’s illustreerden ons verhaal.”
Page 8
7 Hoe gaan we het maken? Neem als leiding het gehele programma door, zodat je kunt bedenken wat je wilt doen met de tentoonstelling. Neem de tijd om de tentoonstelling te introduceren. Afhankelijk van jullie ervaring met dergelijke projecten zal je meer of minder uit moeten leggen. Bouw het in een aantal lessen rustig op. Houd elkaar op de hoogte van de vorderingen, bijvoorbeeld met behulp van een digitaal logboek (bijlage bij dit pakket). Bedenk als leiding welke activiteiten geschikt zijn voor de kinderen van jullie leeftijdsgroep. Bedenk ook hoeveel tijd je meestal hebt voor de kindernevendienst en houd hier rekening mee. De verwerkingen van de lessen zijn bedoeld als objecten van jullie tentoonstelling. Laat eventueel een aantal kinderen geen verwerking maken maar toelichtende teksten, flyers en uitnodigingen. Inbreng van de kinderen  Bedenk als leiding van te voren de grote lijnen van de tentoonstelling, maar geef de kinderen ook ruimte om eigen ideeën in te brengen. Het is de bedoeling dat de kinderen een actieve bijdrage leveren in het vullen van de tentoonstelling en in de praktische en organisatorische aspecten.  Kinderen uit de onderbouw zullen zich meer richten op het Bijbelverhaal en hun eigen ervaringen, kinderen uit de bovenbouw kunnen hierbij de wijdere wereld meer betrekken.  Tijdens de lessen maken we met elkaar kunstwerken, tekeningen, liederen, gedichten e.d.  De kinderen kunnen ook artikelen, voorwerpen, e.d. van thuis mee nemen.  Oudere kinderen zoeken / schrijven begeleidende (Bijbel)teksten bij de onderdelen van de tentoonstelling.  Bedenk met elkaar hoe jullie de ouders en andere gemeenteleden informeren en uitnodigen.  Misschien kunnen de ouders mee bedenken wat er tentoongesteld kan worden?  Tijdens de tentoonstelling zijn er diverse taken die door de kinderen kunnen worden uitgevoerd: iemand opent, heet de mensen welkom, zit bij de folders (hoe is de looproute?), loopt rond, licht een bepaald werk toe. Laat de kinderen aangeven waar ze bij willen staan. Oudere kinderen kunnen rondleiden. Mogelijke titels en thema’s:  Hij voor ons / Hij zal ons niet verlaten  God is er bij / God is bij je Mogelijke grote lijn / subthema’s:  Wanneer ben je alleen, wat is verlatenheid?  Verlatenheid in mensenlevens (Jozef, wijzelf, gemeenteleden e.d.): Jozef werd verkocht, verraden, vergeten en door God gezegend.  Verlatenheid bij Jezus: Jezus werd verraden, verkocht, vergeten en door God verlaten. Opdat wij nooit meer verlaten zouden worden.  Wat vraagt God van ons? Attributen die je kunt gebruiken:  Bijbelteksten en eigen teksten  De Bijbel (open leggen bij een bepaald verhaal)  Foto’s, tekeningen en knipsels die de kinderen gedurende de lessen maken en verzamelen  Foto’s en knipsels die jullie zelf inbrengen (bijv. de World Press Photo en afbeeldingen van schilderijen)  Playmobil, lego of ander speelgoed om de verhalen uit te beelden  Ervaringen en tips rondom eenzaamheid en verlatenheid van anderen en onszelf  Hongerdoeken: daarop staan steeds drie elementen centraal: de Bijbel, zij en wij. Beelden en symbolen kunnen veel meer bewerkstelligen dan woorden en tekst. Op een hongerdoek wordt door middel van beelden een verbinding gelegd tussen het leven en lijden van Christus en het leven en lijden van de armen mensen en onze mogelijkheden daarin. Het woord hongerdoek komt van het Duitse spreekwoord ‘am Hungertuge knagen’ en wil zo veel zeggen als ‘op een houtje bijten’. Een hongerdoek laat zien hoe mensen het voor elkaar opnemen en elkaar helpen. Meer informatie vind je op de website.  Een tag cloud (wolk van woorden). Je vindt er een link voor op de website. Hier onder een voorbeeld van een tag cloud n.a.v. Kolossenzen 3. Voorbeeldtekst voor een uitnodiging: 8 Verbeelding van het leven van Jezus (bij les 5 t/m 8 of alleen bij les 6) Hebben jullie meerdere groepen? Spreek dan onderling af wie wat doet! Verbeelding met playmobilpoppetjes  Beeld eventueel nu of al tijdens je vertelling uit dat Jezus steeds meer alleen komt te staan. Dat kan met lego- of playmobilpoppetjes: bij de plaat van de intocht zet je heel veel poppetjes, bij de plaat van het Avondmaal al minder en daar loopt Judas ook nog weg. In Gethsemane gaan ook de laatste poppetjes weg. De kinderen kunnen er misschien zelf nog mee spelen?  We plaatsen de kunstwerken bij onze tentoonstelling. Zo wordt het ook voor de grote mensen duidelijk! Raamvertelling op transparante sheets  Maken jullie een presentatie o.i.d. dan is een raamvertelling op transparante sheets heel geschikt.  Op elke plaat staat een deel van de mensen. Als ze allemaal op elkaar liggen, is iedereen zichtbaar. Door steeds een plaat weg te halen verdwijnt ook steeds een deel van de mensen. Zie ook de afbeeldingen hieronder.  Op elke sheet plakken jullie de benodigde voorwerpen en mensen. 1. Op de onderste sheet Jezus (meest gedetailleerd). 2. Op de sheet daarboven de discipelen (enigszins gedetailleerd). 3. Op de plaat daarboven veel mensen en slingers en takken (niet-gedetailleerde figuren).  Als ze allemaal over elkaar hangen, is iedereen zichtbaar. Door steeds een plaat weg te halen verdwijnt ook steeds een deel van de mensen. Zie ook de afbeeldingen hierboven.  Werk je er met z’n allen aan, dan is het wel handig een groot formaat te kiezen, bijvoorbeeld A2.  Benodigdheden voor de raamvertelling: - Groot stuk stevig karton of een houten plank als achtergrond (even groot als de vellen papier en de sheets, werk je er met z’n allen aan, dan is het wel handig voor de achtergrond, de vellen papier en de sheets een groot formaat te kiezen, bijvoorbeeld A2) - 1 zwart vel papier - 1 wit vel papier - 3 transparante sheets (in A4-formaat zijn deze te koop in de kantoorboekhandel, in een groter formaat zijn deze verkrijgbaar in de grotere hobbyspeciaalzaken) - 2 of 3 plakhaakjes (afhankelijk van het formaat van jullie raamvertelling) - Gekopieerde figuren en papier of stof voor slingers, takken, kleden, etc.
Page 10
9 Projectlied In het handboek vind je een lijstje met bestaande liederen die goed bij de lessen passen. Willen jullie graag een themalied, kies dan een bekend lied dat bij de serie past, bijvoorbeeld: - Les 1 Jozef zoekt zijn grote broers, alle tien zijn ze jaloers, op zijn jas en op zijn dromen, als ze Jozef aan zien komen, wordt zijn mantel afgerukt. Diep zit Jozef in de put. Les 2 Met een slavenkaravaan moet hij naar Egypte gaan. Alle dromen zijn vergeten, heel veel kwaad wordt hem verweten. Jozef die onschuldig is komt in de gevangenis. Les 3 Lange jaren gaan voorbij, maar de Heer is hem nabij. Nieuwe dromen worden wakker door de schenker en de bakker. Maar de schenker, hij vergeet al wat Jozef voor hem deed. Les 4 Farao hoog op zijn troon droomt een wonderlijke droom. Daarom laat hij Jozef komen en dan worden alle dromen van de koe en korenaar en de maan en sterren waar. God heeft alles omgekeerd, Jozef wordt als vorst vereerd, en het kwade valt in duigen en de broers ze moeten buigen: zo houdt God door Jozefs hand 't volk van Israel in stand. Les 5 Zoveel mensen om Hem heen, toch voelt Jezus zich alleen: want het volk ziet hem als leider die de vijand zal verdrijven, maar de vrijheid die Hij biedt zit van binnen, zie je niet. Les 6 Petrus en de and’re twee Komen in Gethsemané Jezus vraagt hen om te waken, Maar dat doen ze niet – ze slapen Doodsbang en alleen is Hij Hij voor ons – Hij maakt ons vrij Les 7 Op zijn knieën valt Hij neer Jezus in Gethsemané Bloedig zweet Hij, vurig bidt Hij “Vader, kan het anders?” smeekt Hij. Doodsbang en alleen is Hij Hij voor ons – Hij maakt ons vrij Les 8 Droevig zien ze om zich heen: Jezus stierf, ze zijn alleen. Maar plots staat Hij in hun midden, ze begrijpen 't niet, ze schrikken. Hij zegt: ' 'k Zal steeds naast je staan, als je saamkomt in Mijn naam.' Op de wijs van ‘Jozef zoekt zijn grote broers’ Couplet 1-4: tekst Hanna Lam Couplet 5 en 8: tekst Gonda Scheffel Couplet 6 en 7: tekst Janneke Burger - Gezang 663 (Oude Liedboek 234): Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen als zonlicht om de bloemen een moeder om haar kind. Teveel om op te noemen zijn wij door Hem bemind. Al is Hij opgenomen, houd in herinnering, dat Hij terug zal komen, zoals Hij van ons ging. Wij leven van vertrouwen, dat wij zijn majesteit van oog tot oog aanschouwen in alle eeuwigheid. ‘Jozef zoekt zijn grote broers’. Bij de lessen van deel 2 schreven Gonda Scheffel en Janneke Burger voor ons vier coupletten op de wijs van ‘Jozef zoekt zijn grote broers: 10 1.Alleen in de put Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling In deze les maken we aan de hand van het prentenboek ‘Mama kwijt’ kennis met het thema ‘alleen op de wereld’. We denken na over het verschil tussen alleen zijn/eenzaamheid en verlatenheid. En we ontdekken dat er aan verlatenheid twee kanten zitten: als er iemand verlaten wordt, is er ook iemand die verlaat. We horen van Jozef die door zijn broers werd verlaten en helemaal alleen in de put zat. Richt je aandacht Vraag je af Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding. Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, nooit zal ik wankelen. (Psalm 62:2,3) ● Hoeveel vrienden heb jij?  Hoe lang heb je die al? Heb je vooral langdurig of kortere vriendschappen.  Hoe heb je contact met ze? Vooral live of vaker via Hyves, Facebook of twitter?  Heb je je wel eens alleen of eenzaam gevoeld?  Heb je je wel eens verlaten gevoeld?  Wat is voor jou het verschil tussen alleen en verlaten zijn?  Heb jij wel eens iemand alleen gelaten?  Herken je iets van de uitspraak van Augustinus: “Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U”. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Uit een onderzoek in opdracht van het Leger des Heils blijkt dat één op de tien Nederlanders zich vaak eenzaam en ongelukkig voelt. Je zou denken en verwachten dat dit een probleem is alleen bij oudere mensen, maar het komt ook veel voor onder jongeren. Van de 18- tot 24 jarigen laat 12 procent weten zich vaak alleen en onbegrepen te voelen. Het onderzoek wijst de toenemende individualisering aan als belangrijkste oorzaak. Wij maken ons minder zorgen om mensen, die door ouderdom niet meer meetellen in de samenleving en wij maken ons minder zorgen om kinderen, die de dupe geworden zijn van de problemen van hun ouders. Dit komt voor zowel bij mensen binnen als buiten de kerk. Hoe vaak horen we het niet: ‘k heb geen mens, die naar me omziet, ik heb geen mens, dat is hetzelfde als ‘ik heb niemand’. Als we het horen is het vaak een signaal van diepe eenzaamheid. Wat doen we met dat signaal. Negeren we het of proberen wij enige hulp te bieden? Brengen we de naastenliefde in praktijk? De Heere Jezus gaat ons daar zelf in voor! Denk maar aan de verlamde man te Bethesda (Johannes 5:1-18) die zei: “Ik heb geen mens……” Er zijn veel mensen helemaal alleen. Klaag jij misschien in eenzame perioden ook wel eens: “ik heb geen mens”? Maar waar is God dan? Wie is Jezus voor u en jou? Was en is Hij dan geen Mens? Hij kwam toch bij ons, heel gewoon. De Zoon van God, als Mensenzoon! Hij heeft ons gediend als een knecht en ten slotte voor u, jou en mij als mens Zijn leven afgelegd om ons te verlossen, omdat wij onszelf niet kunnen verlossen. Te verlossen van dat ‘ergere’, n.l. het vervallen aan Gods oordeel. Er zijn veel mensen alleen op de wereld, ondanks de vele mensen direct of indirect om je heen. Maar gelukkig zijn zij die God als hun God in Christus Jezus mogen kennen en liefhebben. Want geloof me, mensen verdwijnen op de duur toch allemaal van het toneel. Door de poort van de dood moet je helemaal alleen. Je houdt niets en niemand over. Niemand………? Alleen God! Tenminste als je een drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest kent.
Page 12
11 Leef je in Wanneer kunnen kinderen zich alleen of eenzaam voelen? Je kunt denken aan:  Uit logeren gaan  Je ouders in winkel, op strand etc. kwijt raken  Voor het eerst naar school gaan  Een verhuizing van jezelf of vriendje, broer of zus voor studie of huwelijk  In het ziekenhuis liggen  Een vriend die iets belooft en het niet nakomt  Het kwijtraken van dierbare spulletjes  Het weglopen / afscheid van een huisdier  Scheiding van ouders Je kunt alleen zijn door de omstandigheden, je kunt ook bewust alleen gelaten zijn, verlaten dus. Hebben de kinderen ook ervaringen met verlatenheid? In welke van bovenstaande gebeurtenissen zou er sprake kunnen zijn van verlatenheid? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Let op: in deze eerste les start je met het thema ‘alleen zijn’. In de komende zeven lessen gaan we daar verder mee aan de slag. Je hoeft het deze les dan ook niet uitputtend te behandelen of af te ronden. Als je tijd over hebt is er genoeg om mee aan de slag te gaan (foto-opdracht, prentenboek voorlezen, kleuren) maar het hoeft niet! Neem in ieder geval de tijd voor de verhalen van de kinderen, het Bijbelverhaal van Jozef en de tekst onder ‘samen doorpraten’. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We oriëntatie ons op het thema verlatenheid door allereerst na te denken over ‘alleen zijn’. Dat is voor alle kinderen herkenbaar. Om iets van die ervaringen op te roepen kijken we met elkaar naar het prentenboek ‘Mama kwijt’.  Lees een gedeelte van het prentenboek voor of laat een stukje van het filmpje zien, maar laat het eind open (bijvoorbeeld t/m: “Ik ben mama kwijt… piepte kleine uil”).  Vraag de kinderen hoe het kwam dat kleine uil zijn mama kwijt raakte.  Is er iemand die zijn moeder of vader wel eens kwijt is geweest?  Hoe kwam dat? (Soms komt het door jezelf of door de omstandigheden.)  Maak nu de brug naar Jozef: zijn broers kozen ervoor hem alleen te laten! Je kunt je met elkaar ook oriënteren door een voorwerp. Denk aan een schelp, een souvenir (bijvoorbeeld zo’n sneeuwbol), in ieder geval iets wat de kring rond kan en waar kinderen iets over kunnen vertellen. Er zijn natuurlijk ook ansichtkaarten met ‘groeten uit...’. Denk verder aan zwart-witfoto’s of sepiafoto’s. Het kan een foto zijn van jezelf, maar dan als kind of van je grootouders, of van een huisdier dat niet meer leeft. De clou is dat het voorwerp of de foto herinnert aan iets wat er op dat moment niet meer is. Het is een herinnering. Dat concept moet zich nestelen in het hoofd van de 12 kinderen. Sommige voorwerpen roepen fijne herinneringen op andere minder fijne. En als je je iets fijns herinnert, merk je dat het feit dat dat voorbij is ook een beetje pijn doet. Je hebt heimwee. Het voelt weemoedig. In beide woorden zit het woord ‘wee’, een ouderwets woord voor pijn. Sta daar even bij stil. Laat een paar kinderen daarvan voorbeelden vertellen. Let op: het kan gevoelig liggen. Vervolg in de groep Hang afbeeldingen van ‘Mama kwijt’ op en probeer met elkaar het verschil tussen ‘alleen zijn’ en ‘verlatenheid’ scherp te krijgen. Uil is mama kwijt - ze is verstopt… niet echt weg, maar niet goed te zien voor uil. Dan voel je je alleen. De dieren gaan mee zoeken. Spreek met elkaar over kwijt zijn-alleen zijn-zoeken-en-vinden. Probeer nu het verschil uit te leggen met ‘verlaten’: Als mama nu eens tegen uil zegt “dag uil, ik laat jou hier achter… zorg maar goed voor jezelf” dan ben je niet zomaar alléén, dan ben je ‘verlaten’. En je denkt: wie moet er nu voor mij zorgen. Er is niemand die mij opzoekt, wat moet ik nu? Dan voel je je ‘verlaten’. Voor jezelf wat abstracter op een rij: Alleen is:  Zonder hulp of medewerking  Zonder zonder anderen / in je eentje (een-zaam) Verlaten (ver-laten) is dat iets of iemand achtergelaten wordt. Denk aan:  weggaan (van)  in de steek laten, laten vallen  onverzorgd achterlaten Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Vat samen wat jullie besproken hebben. Bijv.: verlaten is dat iets of iemand met opzet achtergelaten wordt. Hier zitten altijd twee kanten aan: iemand die verlaat en iets of iemand die verlaten wordt. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Daarna praten we verder over alleen zijn en verlatenheid. Zo proberen we nog scherper te krijgen wat dat is. Bijbelvertelling: Jozef in de put Genesis 37-39. De meeste kinderbijbels stoppen dit verhaal op het punt dat Jozef verkocht wordt en naar Egypte vertrekt. Neem in overweging of je doorvertelt totdat hij bij Potifar in dienst komt. Dan rond je het verhaal meer af.
Page 14
13 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Ik volg de Heer (Jan Visser) Jozef zoekt zijn grote broers (Hanna Lam) Ik ben nooit alleen (Elly &Rikkert) Jozef, Jozef had een jas Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Bedenk met elkaar hoe je eenzaamheid / verlatenheid uit kunt beelden. Denk aan lichaamshouding, handen, afstand en nabijheid. Maak één of meer (groeps)foto’s rondom de thema’s samen, alleen en verlatenheid. Introduceer de tentoonstelling of presentatie Samen met deze foto’s en de producten die we de volgende lessen gaan maken, wordt dat een tentoonstelling of presentaties waarmee we de gemeenteleden met Pasen kunnen laten zien wat we hebben geleerd. Een (PowerPoint)presentatie kennen de kinderen misschien al wel van school. Anders kun je kort vertellen dat jullie van elke les een foto of plaat maken. Die laten jullie met Pasen aan de ouders en andere mensen van de kerk zien. Tips om de tentoonstelling te introduceren: Om de kinderen voor te bereiden op het maken van een tentoonstelling moet je eerst op zoek gaan naar de betekenissen die er al zijn. 1. We gaan eerst zelf denken, samen praten en meeschrijven:  Zijn kinderen al eens naar een tentoonstelling geweest en wat vonden ze ervan etc.  Je kunt starten met een eigen ervaring en/of je gebruikt enkele foto’s van ene tentoonstelling.  Je vertelt over een tentoonstelling waar je was, wat je daar zag en hoe dat ging met naar binnen gaan en hoe een en ander was neergezet etc.  In tweetallen kunnen de kinderen kort aan elkaar vertellen of ze weleens bij een tentoonstelling zijn geweest: - wat zagen ze daar? - wat is hen het meeste opgevallen?  In de grote groep vat je samen: schrijf dat mee op en groot vel. Dit wordt namelijk de start van jullie tentoonstelling, een document waar de leiding de eerstvolgende keer weer op terug kan komen.  We weten nu wat een tentoonstelling is. Een tentoonstelling is een verzameling bijzondere spullen bij elkaar. Bijvoorbeeld foto’s, schilderijen, beelden of objecten. Het doel van een tentoonstelling is mensen te inspireren om na te denken en/of zelf aan de slag te gaan. 2. Hoe kunnen we nu in een tentoonstelling neerzetten wat wij hier in het thema doen?  Ook nu weer eerst zelf denken, samen praten en meeschrijven:  Introduceer de grote lijn: - Ons thema is: verlatenheid - Wanneer ben je alleen, wat is verlatenheid? 14 - Verlatenheid in mensenlevens (Jozef, wijzelf, gemeenteleden e.d.) - Verlatenheid bij Jezus - Wat vraagt God van ons?  Welke beelden hebben we al?  Hebben jullie thuis spullen die hier goed bij passen?  Als jullie nog tijd hebben: Welke rollen zijn er bij de tentoonstelling? - - - Iemand opent Iemand heet de mensen welkom Iemand zit bij de folders - Hoe is de looproute? - Iemand loopt rond, licht een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Oudere kinderen kunnen rondleiden. Tijd over?  Lees het prentenboek ‘mama kwijt’ nog een keer voor.  Afhankelijk van de tijd die jullie hebben kun je ook deze alternatieve verwerking uitvoeren: laat de kinderen in groepjes of individueel in een kijkdoos iets uitbeelden van eenzaamheid en / of het tegenovergestelde. En met blokjes hout en smileys kun je eenzaamheid ook uitbeelden: Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Rond de bijeenkomst met de kinderen af en vraag aan de kinderen of er nog belangrijke dingen zijn die besproken of uitgezocht kunnen worden. Informeer ook de ouders, misschien kunnen zij mee bedenken wat tentoongesteld kan worden. De kinderen hebben thuis misschien wel boekjes met het thema ‘alleen’. Die mogen ze volgende week ook meenemen. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?
Page 16
15  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef in de put staat. Het staat in zeer veel Kinderbijbels, bijvoorbeeld Mijn eerste Bijbel en de Bijbel voor jou.  Het boek ‘Mama kwijt’ van Chris Haughton. Het boek is uitgeroepen tot Prentenboek van het Jaar 2012 en heeft een centrale rol vervuld in de materialen van De Nationale Voorleesdagen 2012. Het is dan ook waarschijnlijk in alle bibliotheken verkrijgbaar. Er staan verschillende versies op YouTube. Enkele links hiernaar vind je op de website.  Plaat van ‘mama kwijt’ (zie links op de website) en de put van Jozef (zie achter in dit pakket).  Op de website staan ook links naar kleurplaten en knutselwerkjes m.b.t. ‘Mama kwijt’.  Brief voor de ouders met informatie over het thema en het eindproduct.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 16 2. Onschuldig in de gevangenis Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling Je kunt door mensen worden verlaten, maar soms moet je er voor kiezen mensen te verlaten. Dat kan een moeilijke keuze zijn. Jozef was integer en vluchtte bij de vrouw van Potifar vandaan. We horen ook van vervolgde christenen die voor God kiezen, ook al komt hun vrijheid of leven dan in gevaar. We gaan aan de slag met foto’s om verlatenheid scherper op ons netvlies te krijgen en bemoedigen kinderen die in moeilijke omstandigheden leven. Richt je aandacht Vraag je af Zet een wacht voor mijn mond, HEER, een post voor de deur van mijn lippen. Houd mijn hart ver van het kwaad, verleid het niet tot goddeloze daden met hen die onrecht bedrijven, laat mij niet eten van hun overvloed. (Psalm 141:3,4) ● Wanneer heb je in je eigen leven gevoeld wat onrecht is?  Heb je weleens afgezonderd gevoeld, buiten gesloten met of zonder reden?  Ken je mensen die in een gevangenis zitten of hebben gezeten?  Ben je bang om voor je overtuiging / geloof alleen te komen staan? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. “Gemiddeld leeft 1 op de 10 christenen in Noord Korea in gevangenschap.” Het Koninkrijk van God staat tegenover dat van deze wereld. Wanneer je opkomt voor God, zijn recht en zijn liefde, krijg je tegenstand van mensen, die dat niet willen. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Profeten moesten vaak lijden vanwege hun boodschap, denk maar aan Jeremia. En denk maar aan Jozef. Hij kwam in de gevangenis omdat hij weigerde met Potifars vrouw naar bed te gaan. Hij werd vals beschuldigd en zonder eerlijk proces gevangengezet. Maar de HEER stond hem terzijde en liet alles wat Jozef ter hand nam voorspoedig verlopen. (Genesis 39) Zulke dingen gebeuren. Ook gelovigen krijgen daar soms mee te maken. God belooft nergens dat gelovigen in dit leven van alle tegenslag gevrijwaard blijven. Hij belooft wel dat, waar we ook in verzeild kunnen raken, we er als geestelijke overwinnaars uit kunnen komen. Wat Jozef meemaakt, is de geloofservaring van velen. “Maar wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hen die naar zijn voornemen zijn geroepen.” Er gebeurden een heleboel rampen in zijn leven, maar achter de schermen werkt God en Hij brengt uit het kwade van mensen het goede voort. Omdat Jozef God eerde, eerde God hem: “Wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden.” Aan het eind is hij beter af dan in het begin. Meer dan Jozef weet Jezus dat Hij moet lijden en dat hij geen compromissen met de tegenstanders moet sluiten. Hij moet de wil van zijn Vader tot het einde toe blijven doen. Namelijk het zoeken van het verlorene, ook al kost Hem dit uiteindelijk zijn leven. Jezus' kruisdood is het einde van Zijn volhardende keus voor mensen in nood om de liefde van God juist daar zichtbaar te maken. Dat maakte de machthebbers, ook in de kerk van die dagen, zenuwachtig. Kun jij geloven dat het door lijden en dood heen goed komt? Nee, dan ben je niet de enige. De discipelen vonden dat ook moeilijk, Petrus verzette zich zelfs heftig. Maar de liefde van God is sterker dan onze boosheid. Zij overwint. Dat is de boodschap van Goede Vrijdag en Pasen samen. (2 Kor. 4:7-15). Met wie komt het goed? Met de machthebbers in Noord Korea of met die man of vrouw die vanwege zijn geloof in Jezus gevangene in dit land gevangen zit. Wie heeft uiteindelijk de macht? ‘Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’ (Johannes 16:33)
Page 18
17 Leef je in Kinderen overtreden soms regels en krijgen daarvoor straf. Is voor hen altijd duidelijk waarom ze straf krijgen? Krijgen ze ook wel eens onterecht straf? Hoe gaan wij daar mee om? Kinderen maken ook vaak nare dingen mee waar ze zelf geen schuld aan hebben. Dat overkomt hen gewoon. Zij worden pijn gedaan van binnen door dingen die anderen mensen hen aandoen. Een van de bekendste en meest voorkomende situaties is echtscheiding. Kinderen voelen zich vaak schuldig terwijl zij er niets aan kunnen doen. En in sommige landen moeten kinderen op dit vlak heel wat meemaken! Lees een stukje of bekijk een filmpje over vervolgde christenen (Open Doors) of mensenrechten (Amnesty International). Je vindt hiervoor een aantal links op de website. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De vorige les kwamen we door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' (zie link bij les 1) op verhaal met de kinderen. Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef met opzet door zijn broers achter werd gelaten in de put. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Praat met de kinderen over straf, al dan niet terecht. Gebruik hier eventueel een foto bij van ruziënde kinderen, een botsing of een kind dat in de hoek staat.  Heb je wel eens ergens de schuld van gekregen? (Hij begon, … nee hij!)  Heb je wel eens straf gehad?  Begreep je waarom je straf kreeg.  Had je dat wel of niet verdiend?  Als iemand wel eens onterecht straf heeft gehad, waarom was dat dan?  Hebben jullie daar later verder over gepraat? En werden jullie het toen eens? Waarschijnlijk komen jullie tot de conclusie dat het best moeilijk kan zijn om te bepalen of iemand wel of niet schuldig is. Daar gaan we in de kindernevendienst verder mee aan de slag. 18 Vervolg in de groep Praat met de kinderen nog even door over het gesprek dat in de kerk is gestart. Hebben ze hun verhaal ook kunnen delen? Herkennen ze het dilemma van de schuldvraag? Bekijk met elkaar de (prenten) boeken, artikelen en foto’s die de kinderen hebben meegebracht. Kijk er met elkaar naar en bespreek de volgende vragen:  Wat zie je?  Gaat het hier om alleen-zijn of verlatenheid?  Weet je ook waarom of waardoor?  Is de persoon op de foto door eigen schuld alleen of verlaten of niet? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Soms is het best lastig om een juist en rechtvaardig oordeel te vellen. Maar eerlijk en oprecht zijn / een rechte lijn houden met God houden, geeft kracht zelfs als alle mensen tegen je zijn of lijken te zijn. We lezen er ook over in de Bijbel. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Jozef in de gevangenis Genesis 39. Jozef had niets verkeerds gedaan maar de vrouw van Potifar heeft leugens over hem verteld. Hij komt daardoor onschuldig in de gevangenis. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Trouwe God, wij danken U dat alles niet blijft zoals het is. U zult de gevangene bevrijden, de hongerige brood geven, de nederige verhogen. Kom, Here Jezus en wees Koning over ons! Liedtips Psalm 1 We hebben allemaal wat Bewaar je oog Je hoeft niet bang te zijn Jezus zegt dat Hij, hier van ons verwacht
Page 20
19 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Bemoediging voor geloofsvervolgden Ook nu worden mensen vervolgd om hun (geloofs)overtuiging. Vertel hier iets over aan de kinderen. Maak gebruik van beeldmateriaal van de organisatie van jullie keuze. Maak een mooie tekening of schrijf een kaart of brief voor iemand die alleen of verlaten is. Aan wie kun je hem sturen? Bijvoorbeeld aan iemand in je familie of naaste omgeving, jullie gemeente of via Open Doors of Amnesty International. Je tekening, kaart of brief kun je bijvoorbeeld sturen naar:  Open Doors, zij sturen hem door naar een kind dat woont in een land waar christenen worden vervolgd.  Amnesty, voor leerlingen van het basisonderwijs hebben kleurplaten die als A5 ansichtkaart gebruikt kunnen worden (32 kleurplaten in 1 set). Postzegels zijn niet inbegrepen, de kaarten naar dezelfde adressen kunnen in een grote envelop verstuurd worden.  War Child, op de website vind je ideeën voor acties. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Rond de bijeenkomst met de kinderen af en vraag aan de kinderen of er nog belangrijke dingen zijn die besproken of uitgezocht kunnen worden. Zijn de rollen voor de tentoonstelling al verdeeld? - Wie opent de tentoonstelling - Wie heet de mensen welkom? - Wie zit bij de folders? - Hoe is de looproute? - Wie lopen rond en lichten een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Thuisopdracht Reflectie Zijn er nog dingen die we thuis af kunnen maken? Wie doet wat? Stuur je kaart of tekening op naar een geloofsvervolgde. Geef hiervoor een toelichtend briefje mee naar huis. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? 20 Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar in staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor jou.  Beeldmateriaal en teksten voor gesprek. Op de website vind je links naar: - Een paar foto’s m.b.t. ruzie, schuld en straf (zelf zoeken kan ook ;-). - Acties, filmpjes en info van Open Doors, Amnesty en War Child - World Press Photo’s  Papier, kleurplaten of kaarten van bijvoorbeeld Open Doors of Amnesty  Stiften of kleurpotloden  Plaat van Jozef, bijvoorbeeld in de gevangenis, zie achter in dit pakket.  Briefje voor de ouders met info over het versturen van de kaart of kleurplaat.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. Beste ouders, Vandaag hebben we met de kinderen naar een nieuw verhaal van Jozef geluisterd. Hij kwam onschuldig in de gevangenis. We hoorden dat er ook nu nog mensen om hun geloofsovertuiging vervolgd worden of in de gevangenis zitten. Gelukkig kan Open Doors sommigen van hen ondersteunen. En wij kunnen daarbij helpen door een tekening of brief te maken en op te sturen. Als je jarig bent, krijg je een verjaardagskaart. En misschien heeft je klas wel eens een tekening voor je gemaakt toen je ziek was. Een kaartje of een tekening kunnen je opvrolijken. Je hangt ze op of zet ze neer als herinnering. Wij kunnen ook iemand opvrolijken met een kaartje! Tijdens de kindernevendienst hebben we een brief of tekening gemaakt. Willen jullie deze samen met je kind naar onderstaand adres sturen, dan stuurt Open Doors hem door naar een kind dat woont in een land waar christenen worden vervolgd. Open Doors t.a.v. Kinderwerk Postbus 47 3850 AA Ermelo Hartelijke groet, De kindernevendienstleiding
Page 22
21 3. Vergeten door de schenker Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling Jozef wanhoopt niet. Hij redt het leven van een medegevangene, de schenker, maar deze vergeet hem in eerste instantie. Hoe gaat God met hem om? Hoe gaan wij om met anderen? Laten wij ook wel eens iemand in de steek of komen we een belofte niet na? We bedenken concrete verbeterpunten voor onszelf en maken een geheugensteuntje om ons hier aan te houden. Richt je aandacht Vraag je af Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ – HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. In u vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. (Psalm 4:7,8) ● Belofte maakt schuld - waar denk jij dan aan?  Heb je er ervaring mee dat iemand een belofte aan jou niet nakwam?  Heb je daar snel een mening over en waarom, wanneer ligt het voor jou wat genuanceerder?  Heb je er ervaring mee dat je zelf een belofte niet bent nagekomen?  Heb je daar spijt van?  Beloften waar maken – hoe doe je dat?  Wanneer en hoe voel jij je afhankelijk van de hulp van andere en welke plaats heeft God dan in die situatie Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Ik beloof het, we houden contact… en dan vergeet je het of duurt het te lang en durf je niet meer of … Vul zelf maar in. Misschien ben je wel eens zo teleurgesteld in mensen. Of heb je zelf iemand teleurgesteld. Het kwam er niet van, je vergat het of je had er geen zin meer in… Of die ander heeft je pijn gedaan en je wilt de relatie het liefst verbreken. Prediker wist er ook van, hij riep mensen niet voor niets op: “Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn.” (Prediker 5:1-6) Het is een hele klus om in liefde en trouw te leven. Hoe vaak gebeurt het niet? Ouders komen hun beloften aan hun kinderen niet na, relaties worden beëindigd ondanks een trouwbelofte. Ook de schrijver van Spreuken wist dat het moeite kost om liefdevol en betrouwbaar te zijn. “Mogen liefde en trouw je nooit verlaten, wind ze om je hals, schrijf ze in je hart. God en de mensen zullen je genegen zijn en je zult waardering ondervinden.” (Spreuken 3:3). Als je elkaar lief hebt wil je voor altijd bij elkaar blijven. Maar het kan je zomaar ontglippen. De schrijver van Spreuken zegt daarom dat je er bewust iets voor doen moet om te voorkomen dat liefde en trouw je verlaten. Het punt is niet dat wij ze moeten realiseren, bijvoorbeeld in een goede relatie. Wij moeten ons ervoor hoeden dat ze ons niet verlaten! Zij kunnen zich uit de voeten maken – namelijk wanneer jij je voet zet op een verkeerde weg. Daarom moeten we ze bijvoorbeeld om onze hals winden. Dat doen de Joden vaker: dingen zichtbaar maken, herdenken. Denk maar aan de voorhoofdsband uit Deuteronomium (herinnering aan Gods wet) en de stenen die Jozua in de Jordaan legde (intocht in het beloofde land). Soms hebben we een geheugensteuntje nodig omdat we het anders zomaar vergeten. Of anderen herinneren ons er aan: Waarom liggen die stenen daar? Waarom draag je die ring, dat armbandje? What would Jesus do? Zo’n steen of sieraad is een teken voor je omgeving en ook voor jezelf. Het herinnert je eraan waar je het geluk zult zoeken. 22 Leef je in Bij kinderen gebeurt dat ook vaak. Dan hebben ze bijvoorbeeld beloofd om met iemand te gaan spelen, maar even later vraagt iemand anders om te spelen en dan zeggen ze zomaar ja. Of het kind zou worden uitgenodigd voor een feestje, maar het gebeurt niet. Hoe ga je om met een kind dat zich niet aan zijn belofte houdt? En het overkomt kinderen ook dat volwassenen hun beloften vergeten. Als iemand iets vergeet wat hij belooft, dan wordt je daar een beetje verdrietig van. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen twee lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' (zie link bij les 1) kwamen we op verhaal met de kinderen. Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Beloofd is beloofd!  Geef een voorbeeld van jezelf waarin je iets beloofde wat je niet bent nagekomen.  Vraag de kinderen of ze dat herkennen.  Misschien wil iemand wel een voorbeeld noemen.  Waardoor lukte het niet?  Maar misschien lukt het ook vaak wel! In de kindernevendienst horen we dat het de mensen in de tijd van de Bijbel ook niet altijd lukte zich aan hun belofte te houden. Vervolg in de groep Hebben de kinderen in de kerk hun verhaal kunnen doen? Praat er nog even over door:  Het is dus best moeilijk om je aan een belofte te houden.  Kan iemand een voorbeeld noemen waar het wel lukte om je aan je belofte te houden? Waardoor lukt het wel?  Schrijf jullie ideeën op. Probeer door te vragen naar concrete dingen of gedachten. Het kan bijvoorbeeld zijn doordat je nog wist ‘ik wil zijn zoals Jezus’ of: ‘die ander herinnerde mij er aan en toen heb ik het alsnog gedaan’ of ‘het stond op de kalender’. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij.
Page 24
23 Nu weten we Je moet er soms je best voor doen om je belofte na te komen. Je hebt geheugensteuntjes nodig, of een duwtje in de goede richting. En het is best lastig om… Hoe kunnen we elkaar helpen? Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Jozef door de schenker vergeten Genesis 39-40. We horen over Jozef die de dromen van de schenker en de bakker uitlegt. Een paar dagen later komen ze uit. De bakker wordt opgehangen en de schenker mag terug naar het paleis van de Farao. Vervolgens vergeet de schenker Jozef. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Vader, wij danken U, dat U niet bent als de schenker van de Farao. Wij danken U dat U ons niet vergeet. Help ons om steeds meer te worden zoals U het hebt bedoeld. Liedtips Bewaar je oog Ja is ja, nee is nee Heer, U kent mij als geen ander Regels zijn regels Samen is veel leuker Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Hier volgen een aantal tips om met het thema van deze les aan de slag te gaan. Maak keuzes aan de hand van jullie beschikbare tijd en mogelijkheden.  Naar wie kunnen wijzelf in onze eigen omgeving en gemeente omzien? Wat hebben we de afgelopen tijd beloofd? Brainstorm hierover en schrijf jullie ideeën op een groot vel papier of op het bord.  Knoop in je zakdoek: soms moet je je best doen om iets te onthouden. Dan helpt het om iets zichtbaars te hebben dat je aan je belofte herinnert. Daarom maken we een armbandje à la een vriendschapsbandje.  We leren het lied ‘Ja is ja, nee is nee’ aan. Kijk ook samen naar de tekst. Wat zingen we hier eigenlijk? Refrein: Ja is ja, nee is nee. Beloof is beloofd: Jezus wil je helpen als jij in Hem gelooft. 24 Hij is een God van liefde, Hij houdt heel veel van jou. Hij zal je nooit verlaten want Hij is altijd trouw. (Refrein) Ook wij moeten dit leren om altijd trouw te zijn, en doen wat wij beloven; dat geldt voor groot en klein. (Refrein) (Opwekking voor kids CD10) Werken aan de tentoonstelling Maak foto’s van de armbandjes voor in de tentoonstelling. Misschien kunnen de kinderen het armbandje ook omdoen tijdens de presentatie van de tentoonstelling. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Zijn de rollen voor de tentoonstelling al verdeeld? - Wie opent de tentoonstelling - Wie heet de mensen welkom? - Wie zit bij de folders? - Hoe is de looproute? - Wie lopen rond en lichten een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Oudere kinderen kunnen rondleiden. Thuisopdracht Reflectie We nemen ons armbandje mee als geheugensteuntje. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef en de schenker staat. Het staat bijvoorbeeld in Mijn eerste Bijbel, de Bijbel voor jou en de Bijbel voor jullie.  Eventueel een plaat van Jozef en de schenker of de farao.  Materiaal voor het vriendschapsbandje. Je kunt hier diverse materialen voor gebruiken, denk aan wol / leer en kralen / knopen. Hieronder zie je twee voorbeelden:  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ………………………………………………………
Page 26
25 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 26 4. Jozef wordt rijk gezegend Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling We staan stil bij de vraag waar we God zien in ons leven. Ervaren we Hem altijd? Waar wel en waar niet? Als we terugkijken op het leven van Jozef ontdekken we dat God er steeds bij was. God laat alles meewerken tot het goede in zijn leven: hij redt zijn broers van de hongerdood. Dat is goed om te horen en te zien, zeker als we het zelf niet altijd ervaren. Op onze beurt mogen wij dat weer door geven aan anderen! Dat gaan we doen door de komende weken een tentoonstelling voor te bereiden. Richt je aandacht Vraag je af Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.’ (Psalm 91:1,2) ● Waar denk je aan bij ‘zegen’?  Wie is voor jou een zegen?  Voor wie ben jij tot een zegen?  Wanneer is God nabij in jou leven?  Heb je ook wel momenten dat je zegt: waar is God? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Goede tijden, slechte tijden. Jozefs leven kent grote ups en downs. Bij Jakob thuis is hij heel wat, maar toch belandt hij in een put. Bij Potifar krijgt hij een goede positie, maar vervolgens komt hij in de gevangenis. Toch zegent God hem opnieuw en Jozef krabbelt weer overeind. Zijn geheim? Ten eerste: de HEER is met hem, en ten tweede: Jozef blijft overal op dezelfde manier de HEER dienen. Hij is geen kameleon, die steeds van kleur verandert. (Bron: Jongerenbijbel). – Dat liefde en trouw u nooit verlaten (Spreuken 3:3) Het is duidelijk dat God over Jozef waakt en iets goeds uit moeilijke omstandigheden doet voortkomen. De tijd die hij als dienaar en gevangene heeft doorgebracht, is geen verloren tijd. Hij wordt zo voorbereid op de grootse plannen die God gaat uitvoeren. Of Jozef dat op dat moment ook zo zag? We lezen er niet van. Pas als zijn broers hongerig voor hem staan verwoordt hij Gods goede zorgen voor hem en zijn familie: “God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.” (Gen. 45:7,8) God was erbij. En daarvoor? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we de geschiedenis van Jozef nog eens doorlezen, met name Genesis 31. ‘En de HERE was met Jozef’… dat is het beeld dat blijft hangen als je de geschiedenis van Jozef door leest. Genesis 39 begint en eindigt met deze woorden, en het blijkt uit de hele geschiedenis van Jozef. God zegent het huis van Potifar als Jozef daar in dienst komt (Gen. 39:5). In alle beproevingen blijft Jozef trouw. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van een kortstondig avontuurtje, waardoor Gods eer zou zijn aangetast. God ‘bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam’ (Gen. 39:21). Hij maakt dat de gevangenschap draaglijk is en Hij zorgt ervoor dat het Jozef ook in de gevangenis voor de wind gaat. Doordat God Jozef inzicht geeft in de betekenis van de dromen van de farao komt hij vrij en wordt hij zelfs onderkoning over heel Egypte (Gen. 41:41). Van dit Bijbelgedeelte mogen we leren dat het leven moeilijk kan zijn, maar dat de Here God met je is. Ongeacht de omstandigheden waar je in zit. En soms moet je dat van anderen horen om het in je eigen leven weer te zien.
Page 28
27 Leef je in “Ga je in het kantoor werken mama, dan hoor ik jou als ik ga slapen.” Een driejarige wil graag zekerheid: als ik mama niet zie wil ik haar wel een klein beetje horen, om zo te weten dat ze dichtbij je is. De peuter gaat leren wat afstand nemen betekent en dat uit het oog niet uit nabijheid of uit het hart is. Een jonger kind, een baby heeft die ervaring nog niet, niet zien is weg en weg is weg en dan is er verlatenheid en paniek. Jonge kinderen hebben het nodig dat je fysiek bij hen bent. Met spelletjes oefenen we dat "niet zien" niet gelijk is aan "weg en niet meer terugkomen": Kiekeboe! Bij een ouder kind benoemen we wat we gaan doen, je houdt je aan de afspraak, weggaan en weer terugkomen. Het kind leert zo erop te vertrouwen dat jij je aan de afspraken houdt. Je kind oefent op deze manier in het alleen zijn. Zie je een parallel in het leven met God, hoe is dat bij jou? Getrouw in het kleine – daar wil God zich aan verbinden. Zoals bij de dienaar in de gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25:21). Ook de Spreukendichter roept ons er toe op (Spreuken 31:8-9). Daar waar mensen als familie voor elkaar zorgen geeft de Here Zijn zegen. We lezen het in Psalm 133:1-3. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen drie lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' (zie link bij les 1) kwamen we op verhaal met de kinderen. Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. Deze les kijken we terug naar deze drie verhalen en ontdekken we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Met een beetje hulp… Soms kun je enorm op zien tegen een lastige klus, wat kun je doen om er toch goed door te komen, daar willen we meer van weten. Hoe doen mensen dat? We maken een ‘lastige-klussen-lijst’. Schrijf op een groot vel papier de antwoorden op de volgende vragen: 28  Wat vind je lastig om te doen?  Helpt het als je weet dat iemand aan je denkt of bij je is? (Denk bijvoorbeeld aan sorry zeggen, zeggen dat je iets fout hebt gedaan, rekenen of taal, iemand iets vragen, tandartsbezoek, voor het eerst logeren, een toets maken). Vervolg in de groep Jozef had ook lastige klussen. Welke? Hang de vertelplaten op aan de muur. We kijken m.b.v. de platen terug naar de verhalen van de afgelopen drie weken:  Jozef kwam als slaaf in het huis van Potifar  Jozef moest kiezen voor God en tegen de verleiding  Jozef zat als gevangene in de kerker. Dacht er iemand aan hem? Wie? Was er iemand bij hem? Wie? Bijvoorbeeld: Potifar nam hem in dienst, de schenker dacht uiteindelijk toch aan hem, de farao geloofde zijn uitleg. Schrijf het op de vertelplaten of hang er briefjes bij met de namen er op. Let wel: Het is voor ons achteraf, nu we het hele verhaal kennen gemakkelijker te zien waar en hoe God werkte maar het was voor Jozef vertrouwen en vertrouwen… Neem dat mee in het gesprek met elkaar. Kom niet te snel met God als antwoord op deze vragen. Merk je altijd dat God er is? Misschien dat je het achteraf wel ziet, maar Hij kan ook gewone mensen op je pad brengen die aan je denken of met je mee gaan. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is fijn als er iemand aan je denkt of bij je is. En… het is ook fijn om aan iemand te denken, met iemand mee te leven. Het heeft twee kanten! Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: God stelt Jozef tot een zegen Genesis 44-45. Het is duidelijk dat God over Jozef waakt en iets goeds uit moeilijke omstandigheden doet voortkomen. De tijd die hij als dienaar en gevangene heeft doorgebracht, is geen verloren tijd. Hij wordt zo voorbereid op de grootse plannen die God gaat uitvoeren. Of Jozef dat op dat moment ook zo zag? We lezen er niet van. Pas als zijn broers hongerig voor hem staan verwoordt hij Gods goede zorgen voor hem en zijn familie: “God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.” (Gen. 45:7,8). Jozef ontdekt: God heeft gezorgd dat ik jullie kon redden. Het is goed zo.
Page 30
29 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Aan wie wil je in het gebed heel speciaal denken. Misschien wil je God in stilte vragen of hij dan en dan aan je wil denken, bij je wil zijn. Liedtips Gods Woord van begin tot eind Ik zegen jou in Jezus naam, Hij belooft zijn trouw Machtig God, sterke Rots Samen (Kijk daar, een metselaar) Thuis (Rikkert Zuiderveld) Ik ben nooit alleen, alleen in mijn bed Ik wil Jezus volgen heel mijn leven Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We brengen in beeld dat er niet alleen mensen waren die aan Jozef dachten of bij hem waren, maar dat God er ook was. Door het zo uit te beelden onthouden we het beter. We kunnen het zo ook goed aan anderen uitleggen. Dat doen we nu en de komende weken door een tentoonstelling te maken. route 1. Laat een plaatje van een routepaaltje zien en ga hierover in gesprek:  Soms loop je in het bos een route, je hebt dat vast eens gedaan. Je start met een keuze; nemen we de rode route of de gele…. Je weet dan waar je op moet letten, op de goede kleur, maar vaak weet je niet precies hoe lang de route is en waar je uitkomt is ook nog een verrassing.  Wat een weg heeft Jozef afgelegd, hoe komt hij hier terecht?  Waar start de weg voor Jozef?  Hij wordt geboren en dan…. Kijk nog even naar de vertelplaten en laat de weg zien die hij heeft afgelegd. 2. We kijken naar de vertelling van vandaag:  God was er bij, hoorden we in de vertelling van vandaag.  En daarvoor? Waar was God toen?  Staat daar iets over in de Bijbel? Hoe komen we daar achter?  We gaan kijken wat de Bijbel er over zegt: Lees bij elke plaat de bijbehorende (vereenvoudigde) Bijbeltekst voor. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld Het Boek of de Goed Nieuws Bijbel. Laat één van de kinderen het kaartje met de tekst ‘God is erbij’ bij de juiste plaat hangen. Verbindt de afbeeldingen eventueel met een (rode) draad. 3. Eventueel: En nu wij: we hoorden in het Bijbelverhaal van vandaag dat Gods plan met Jozef ervoor zorgde dat zijn familie van de hongerdood werd gered. Toen keken we nog eens goed naar Jozefs leven voor die tijd. En we ontdekten dat God er toen ook al was.  Werkt dat bij ons ook wel eens zo? En bij anderen?  We kijken weer naar onze lastige klussenlijst. Wat leren we van de geschiedenis van Jozef? God was er steeds bij en zorgde ook dat er steeds mensen waren die bij Jozef waren of aan hem dachten.  Wat ga je van de week doen?  Wat / wie heb je nodig?  Voor wie ben je er? Uit het oog, uit het hart. Zo gaat het vaak. Gelukkig, niet altijd. Eén is er die Zijn gevangenen niet vergeet. Eén is er die ons niet uit Zijn hart verliest. Eén is er die aan ons denkt. Altijd. Daar gaan we de komende weken meer van ontdekken. 30 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording:  waar werken we naar toe? We maken een tentoonstelling om zelf nog eens te denken aan wat we ontdekken. We willen het aan thuis en de andere mensen van de kerk vertellen.  Hoe? Door de verhalen uit te beelden.  Waarom? Het is goed om elkaar er steeds weer op te wijzen dat God bij ons wil zijn.  hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Thuisopdracht Reflectie Zoek deze week naar foto’s, artikelen e.d. voor de tentoonstelling. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een groot vel papier voor de lastige-klussen-lijst in de kerk  Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef als onderkoning staat. Het staat bijvoorbeeld in Mijn eerste Bijbel en de Bijbel voor jou.  Vertel/kleurplaten Jozef  Materiaal voor routepaaltjes en kaartjes. Je vindt voorbeelden op de volgende pagina. Achter in dit pakket vind je een afbeelding van het routepaaltje zonder tekst.  Bevestigingsmateriaal om ze op te hangen.  Rood draad / wol om ze aan elkaar te verbinden  (Eenvoudige) Bijbel, bijvoorbeeld Het Boek of Goed Nieuws Bijbel.  Materiaal voor de tentoonstelling: papier, bevestigingsmateriaal, stiften, lijm, etc. - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Zo zou het er dan ongeveer uit kunnen gaan zien:
Page 34
Bijbelgedeeltes bij ‘Jozef wordt rijk gezegend’ Gen. 39:1-6 Jozef was dus door de Ismaëlieten meegenomen naar Egypte, en daar was hij gekocht door Potifar, een vooraanstaand man die tot de hovelingen van de farao behoorde en het bevel voerde over zijn lijfwacht. 2 De HEER stond Jozef terzijde, zodat het hem goed ging. Hij mocht in het huis van zijn Egyptische meester werken. 3 Omdat zijn meester zag dat de HEER Jozef terzijde stond en alles wat hij ter hand nam voorspoedig liet verlopen, 4 was hij Jozef goedgezind: hij maakte hem tot zijn persoonlijke bediende, liet de gang van zaken in huis aan hem over en gaf hem het beheer over alles wat hij bezat. 5 En vanaf het ogenblik dat hij hem belastte met het toezicht op zijn huis en zijn verdere bezittingen, zegende de HEER het huis van die Egyptenaar omwille van Jozef. De zegen van de HEER rustte op alles wat hij bezat, in huis en daarbuiten. 6 Daarom vertrouwde hij alles volledig aan Jozef toe; nu Jozef er was, bekommerde hij zich alleen nog om wat hij te eten kreeg. ©NBV Gen. 39:20b-23 Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht. 21 Maar de HEER stond hem terzijde en bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam. 22 Jozef kreeg de leiding over alle gevangenen en hij hield toezicht op het werk dat ze deden. 23 De gevangenbewaarder had geen omkijken naar wat aan Jozef was toevertrouwd, omdat de HEER hem terzijde stond en alles wat Jozef ter hand nam voorspoedig liet verlopen. ©NBV Genesis 41:15, 16 15 "Ik heb de afgelopen nacht een droom gehad", zei Farao, "en geen van deze mensen kan mij vertellen wat hij betekent. Ik heb gehoord dat jij dromen kunt uitleggen en daarom heb ik je hier laten komen." 16 "Ik kan geen dromen uitleggen", antwoordde Jozef. "Maar God zal u de betekenis vertellen!" ©NBV Gen. 41:38-43: ‘Zouden we ooit iemand kunnen vinden als deze man, iemand die zo vervuld is van Gods geest?’ zei de farao tegen hen. 39 Toen richtte hij zich weer tot Jozef: ‘Aangezien God u dit allemaal bekend heeft gemaakt, is er vast niemand die zo verstandig en wijs is als u. 40 U vertrouw ik het bestuur van mijn paleis toe, en heel mijn volk zal doen wat u beveelt. Alleen door de troon zal ik boven u staan.’ 41 Hij vervolgde: ‘Hierbij geef ik u het gezag over heel Egypte,’ 42 en hij deed zijn zegelring af, schoof die aan Jozefs vinger, gaf hem kleren van fijn linnen en hing hem een gouden keten om de hals. 43 Hij liet hem rondrijden in de op een na mooiste wagen die hij bezat, en voor Jozef uit gingen dienaren die riepen: ‘Eerbied!’ Zo stelde hij Jozef aan over heel Egypte. ©NBV Gen. 45:4-7: ‘Ik ben Jozef,’ zei hij, ‘jullie broer, die jullie verkocht hebben en die naar Egypte is meegevoerd. 5 Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. 6 De hongersnood teistert het land nu al twee jaar, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. 7 God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. ©NBV Gen. 45:17-20 De farao zei tegen Jozef: ‘Zegt u maar tegen uw broers dat ze hun lastdieren moeten bepakken en terug moeten gaan naar Kanaän. 18 Laat ze hun vader en hun gezinnen daar ophalen, en dan weer hierheen komen. Zegt u ze het vruchtbaarste deel van Egypte maar toe en beloof ze dat ze het beste wat het land te bieden heeft te eten zullen krijgen. 19 Verder moet u zeggen dat ze hiervandaan wagens moeten meenemen, zodat ze kunnen terugkomen met hun vrouwen en kinderen en met hun vader. 20 Ze hoeven er niet om te treuren dat ze hun huisraad moeten achterlaten, want het beste wat er in Egypte te vinden is, is voor hen.’ ©NBV Gen. 48:15-16,21: Hij zegende Jozef met deze woorden: ‘De God naar wiens wil mijn voorouders Abraham en Izaäk zich richtten, de God die mijn leven lang mijn herder is geweest, 16 de engel die mij heeft bevrijd van alle onheil, hij geve deze jongens zijn zegen. Moge mijn naam door hen voortleven, en ook die van mijn voorouders Abraham en Izaäk, en mogen zij zich over de hele aarde uitbreiden.’ 21 Daarna zei Israël tegen Jozef: ‘Ik zal nu spoedig sterven. Maar God zal jullie terzijde staan en jullie laten terugkeren naar het land van je voorouders. ©NBV  sAmen 34 5. Jezus, door mensen verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling De mensen in Jeruzalem omringen Jezus en halen Hem juichend binnen. Ze verwachten dat ze nu snel gered zullen worden van de Romeinse overheersers. Maar wat als Hij dat niet gaat doen? Wat als mensen je volgen omdat er iets bij je te halen valt? Dan sta je alleen! Hier stoppen we vandaag om goed tot ons door te laten dringen: de Here Jezus is verdrietig omdat de mensen niet begrijpen wat Hij voor hen wil gaan doen. Richt je aandacht Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef ze, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan. Wie is hij, die koning vol majesteit? De HEER van de hemelse machten, hij is de koning vol majesteit. (Psalm 24: 9, 10) Vraag je af ● Wanneer had je een succesmoment, hoe reageerden de mensen?  Wat deden ze, wat zeiden ze, gaven ze hoog van je op in woorden of waren ze ook daadwerkelijk aanwezig?  Welke belangrijke mensen heb om je heen?  Wie zijn jouw rolmodellen – achter wie loop je aan? Bewust, of misschien onbewust? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Wij mensen willen graag gezien worden. Tien jaar geleden wilden kinderen vooral aardig gevonden worden. Tegenwoordig willen ze beroemd worden blijkt uit een onderzoek van de University of California. In 1967, 1977 en 1997 wilden kinderen vooral aardig gevonden worden. In 2007 was aardig gevonden worden uit de top tien verdwenen. In 1997 stond beroemdheid op de 15e plek van de lijst van meest belangrijke dingen in het leven van 9 tot 11 jarigen. In 2007 stond het op nummer 1. Deze stijging is volgens onderzoekers te wijten aan de komst van YouTube, Facebook en Twitter. Zoveel mogelijk 'vrienden' via social media vinden kinderen belangrijk. Je lijkt vaak voornamelijk mee te tellen als je iets presteert, of ergens de beste in bent. Dit is een manier om jezelf te bewijzen dat je ook meetelt en iets kan. Of telt dit ook voor jezelf? En als ze niet beroemd willen zijn hebben ze misschien wel een beroemdheid als idool. Zo iemand wil je als voorbeeld nemen, daar verwacht je iets van, daar wil je op vertrouwen. Dat leidt helaas nogal eens tot teleurstellingen. Mensen vallen vroeg of laat tegen. Je ontdekt hun beperkingen en fouten: Er is altijd wel iemand die je beter begrijpt die er veel vaker is en ook veel langer blijft want ik ben er haast nooit ach je weet hoe het gaat m’n lief ik ben steeds onderweg, ik kom altijd te laat (lied van Marco Borsato, ook gezongen tijdens The Passion in Gouda) We willen erkend worden in ons bestaan. Dit verlangen om gezien te worden is al zo oud als de mens. Adam voelde zich alleen zonder een tegenover en hulp. In de psalmen wordt er over gezongen: U, die mij door en door kent… (Psalm 139) Bijzonder is dat dit verlangen beantwoord wordt met verlangen van anderen en de Ander. God is er die ons heeft gewild en uitgekozen om zijn kinderen te zijn, schrijft Paulus in Efeze 1: 4, 5. “Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.” (Filippenzen 2: 6-11)
Page 36
35 Leef je in Hoe is dat bij de kinderen van jullie kindernevendienst? Zijn ze actief in de social media? Maar ook: hoe reageren ze als je ze bij de naam noemt? komen jullie elkaar wel eens op straat tegen? Zwaai je dan even naar elkaar of begroet je elkaar? Sharon Kips (christen en Idols-winnares): “mijn grootste angst is om iemand anders te worden dan dat ik daadwerkelijk ben, want de duivel ligt op de loer.” Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen vier lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' kwamen we op verhaal met de kinderen (je vindt een link op de website bij les 1). Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. In de vierde les ontdekten we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Het tweede blok, dat deze les start, gaat over het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt, totdat Hij het uitroept: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We hebben het deze weken over alleen en verlaten zijn. Dat willen we niet graag. We willen bij anderen horen. We halen dit thema weer op:  Wat wil je liever: alleen zijn of bij een groep horen?  Hoe ziet jou vriendengroep er uit?  Hoeveel vrienden / volgers heb jij?  Wil je graag anderen volgen of wil je zelf gevolgd worden? In de kindernevendienst gaan we hier mee verder. Vervolg in de groep ● Op wie zou jij willen lijken?  Wie vind je heel belangrijk?  Toen je kleiner was, was je misschien wel fan van de Teletubbies, je speelde of praatte het na, doe je dat nu nog weleens? 36 Schrijf eventueel wat steekwoorden van de antwoorden op de volgende vragen op het bord of een vel papier.  Ken je iemand die heel beroemd is?  Waarom is die persoon beroemd?  Hoe word je eigenlijk beroemd?  En dan…? (word je rijk, wil iedereen bij je zijn, verwachten mensen dat je hen ook wat geeft, hopen ze zelf ook beroemd te worden…) Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Als mensen beroemd zijn zie je vaak veel mensen om hen heen. Maar dan kun je je toch nog alleen voelen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Door de mensen verlaten. Hoe was dat bij Jezus? Iedereen juichte voor hem toen Hij Jeruzalem binnenkwam. Jezus is mens en God, het moet hem als mens iets gedaan hebben dat ze hem zo binnenhaalden terwijl Hij wist dat het anders zou gaan dan de mensen verwachten. Hier wordt de verlatenheid van Jezus steeds duidelijker. Vertelling: In een klein dorpje, Bethanië, staat in een stal een jonge ezel vastgebonden. Het is een gewoon ezeltje, maar vandaag zal het iets heel moois mogen doen. Weet je wie dat ezeltje nodig heeft? De Here Jezus. Vandaag wil Hij op dát ezeltje naar de grote stad Jeruzalem rijden. Het is bijna Paasfeest, en dan komen er altijd heel veel mensen naar Jeruzalem om daar het feest te vieren. Ook de Here Jezus en Zijn discipelen gaan in Jeruzalem het Paasfeest vieren, maar er zal nu iets heel bijzonders gaan gebeuren. Daarom gaat Hij niet lopend, maar op een ezel naar de stad. Dan lijkt Hij op een koning. Al een paar keer heeft de Here Jezus aan Zijn discipelen verteld, dat Hij de straf, die de mensen door hun verkeerde dingen, hun zonden, verdiend hebben, zal gaan dragen. Hij wil dat Zijn Vader Hem straft en niet de grote mensen en de kinderen, waar Hij zo veel van houdt. Hij wil zo graag dat het weer goed komt tussen Zijn Vader, de Here God, en de mensen. De discipelen hebben het nog steeds niet goed begrepen. En vandaag denken ze er helemaal niet aan, want ze zien alleen maar mooie dingen: allemaal zingende en juichende mensen. En Jezus, die als een koning op het ezeltje zit. “Hosanna, hoera, de koning komt eraan”, roepen de mensen. In hun handen hebben ze grote palmtakken, en daar zwaaien ze mee.
Page 38
37 Tussen de mensen loopt Jacob. Hij is met zijn vader meegegaan. Hij zwaait ook met een palmtak, zo hard, dat zijn bruine krullen ervan schudden. En het ezeltje hoeft niet zomaar over de harde stenen van de weg te lopen, nee, iedereen trekt zijn jas uit, en zo maken ze een mooie zachte weg. Jacob doet zijn vader weer na, en legt zijn jas erbij. Geeft niks hoor, dat het ezeltje er met zijn poten overheen loopt. Steeds meer mensen gaan mee doen, het wordt een heel lange vrolijke optocht. Eindelijk zijn ze bij de stad. Jacob ziet vriendjes en vriendinnetjes en allemaal roepen ze: “Hoera, voor de koning” In de stad zijn vreemde soldaten de baas: de Romeinen. En iedereen denkt dat de Here Jezus die nu weg gaat jagen. Dat zou mooi zijn. Ze hebben al zoveel wonderen gezien, die Hij deed. Dit kan Hij ook wel. De discipelen vinden het ook spannend worden. Als Jezus nu koning wordt, zullen zij ook wel heel belangrijke mensen worden, en Hem mogen helpen. Prachtig zal dat zijn. Maar kijk eens naar het gezicht van de Here Jezus. Dat staat helemaal niet blij. Hij kijkt zelfs verdrietig, ja Hij heeft gehuild. Waarom is Hij niet blij, met al die vrolijke mensen, die Hem koning willen maken? Jezus is verdrietig omdat Hij merkt dat de mensen niet begrijpen dat Hij geen gewone koning wil worden. Niet een koning hier in Jeruzalem, maar van de hele wereld. Hij wil álle mensen op de héle wereld redden van hun zonden. Daarvoor wil Hij sterven. Als de hele stoet bij de tempel gekomen is, stapt Jezus van de ezel af, en gaat naar binnen. Verbaasd blijven Jacob en zijn vader staan kijken. Gebeurt er nu verder niets? “Gaan Jezus en Zijn discipelen niet vechten met de Romeinen en ze wegjagen? vraagt Jacob. Zijn vader haalt zijn schouders op. “Ik weet het niet” zegt hij, “misschien morgen, laten we nu maar naar huis gaan”. Steeds meer mensen gaan weg. Jammer hoor, ze hadden zo gehoopt dat ze eindelijk eens een eigen koning zouden krijgen. Het wordt avond. Overal in de stad liggen de palmtakken zomaar op de grond. Lelijk geworden omdat iedereen erover heen gelopen is. Het is stil, want er zingt niemand meer “Hosanna”. De Here Jezus is verdrietig omdat de mensen niet begrepen wat Hij écht voor ze wil gaan doen, en dat ze daarom maar weggegaan zijn. Helemaal allen is Hij niet. Om Hem heen zitten de discipelen. Zullen zij wel altijd bij Hem blijven? Ook hun gezichten staan niet blij meer. Jezus zucht: Wat een moeilijke opdracht heeft Hij toch……. Gelukkig kan Hij bidden. Aan Zijn Vader in de Hemel kan Hij alles vertellen, ook nu Hij zo verdrietig is. Daar wordt Hij rustig van en even later liggen ze allemaal te slapen. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Prijs de Heer, Halleluja Palmpasen Palmtakken, mantels (Opw. voor kids 4) Hosanna Vertel me eens Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 38 Verwerking We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Wil je hier meer van weten, lees dan het document ‘algemene voorbereiding op het thema’. Deze week heeft onze bijdrage aan de tentoonstelling het thema ‘Jezus werd bejubeld en als koning Jeruzalem binnengehaald.’  Hoe zie je er uit als mensen allemaal naar je komen kijken omdat je belangrijk bent?  We maken een hoed (steek), kroon of medaille.  Vervolgens maken we een foto van (één van) de kinderen met hoed of medaille en de andere kinderen er juichend om heen.  Maar wat nu als je niet langer een winnaar bent, of er komt iemand anders die beter kan zingen? Hoe zie je er dan uit?  Dan gaan de mensen weg, misschien wel naar die ander toe en dan sta jij alleen…  Dat beelden we met elkaar uit en ook daar maken we een foto van voor de tentoonstelling. Hebben jullie meerdere groepen of maken jullie geen tentoonstelling maar een presentatie, dan vind je hieronder nog een aantal ideeën:  Je kunt traditionele Palmpasen stokken maken die traditioneel in veel kerken bij dit verhaal horen. Op de website vind je een link naar een beschrijving.  Eén of meerdere groepen kunnen deze en de volgende lessen verlatenheid ook zichtbaar maken met playmobilpoppetjes of een raamvertelling op transparante sheets (zie pag. 6) Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording. Hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Je kunt je lied of rap thuis eventueel afmaken of op mooi papier schrijven en versieren voor de tentoonstelling. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer?
Page 40
39 Benodigdheden ● De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal van de intocht in Jeruzalem staat. Je vindt dit verhaal in Johannes 12, Mattheus 21, Marcus 11 en Lukas 19.  Voor de verwerking: - Fototoestel - Voor een medaille: karton, lint, gekleurd papier, stickers om de medaille te versieren, lijm, scharen etc. - Voor een hoed: krant of behang, lintjes, stickers, verf o.i.d. om de hoed te versieren, lijm, kwasten etc.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 40 6. Jezus, door de discipelen verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling Vorige week hoorden we dat Jezus door de grote massa in de steek gelaten werd omdat Hij niet aan hun verwachtingen van een aardse koning voldeed. Deze les zien we dat Hij ook door Zijn vrienden verlaten wordt. Jezus wil nog één keer met de discipelen eten voor Hij gaat sterven. De discipelen laten Hem hier helaas ook in de steek. Richt je aandacht Hoor mij, HEER, als ik tot U roep, wees genadig en antwoord mij. Mijn hart zegt U na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. (Psalm 27:7-9) Vraag je af ● Wat betekent het voor jou om samen met mensen te eten - heb je bijzondere momenten in je leven gehad waarop een samen zijn diepe indruk maakte? Bijvoorbeeld toen je iets voor het eerst of juist voor het laatst deed?  Was er een moment dat je er niet voor een ander kon zijn? Hoe voelde dat?  Ook andersom: wanneer was er niemand voor jou toen je het wel nodig had, een moment dat je je alleen en onbegrepen voelde? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Je hebt iemand nodig, stil en oprecht. Die als het erop aan komt voor je bidt of voor je vecht. Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient, dan pas kun je zeggen: 'k heb een vriend! Als je iemand hebt die alles met je deelt, de tafel en het bed, één die nooit verveelt. Als je iemand hebt die al je zorgen deelt. Weet je wat dat zeggen wil, weet je wat dat scheelt? Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient dan pas mag je zeggen: ik heb ’n vriend Toon Hermans Dit gedicht geeft iets weer van de verlatenheid die we kunnen ervaren en de waarde van vriendschap. We kunnen de eenzaamheid die Jezus doorgemaakt moet hebben natuurlijk maar zeer ten dele voorstellen of ervaren. Zijn eenzaamheid was van een andere orde. Jezus was een rechtvaardige, die het op moest nemen tegen al het kwade. Eén rechtvaardige tegenover een benauwende overmacht van miljarden mensen die met God verzoend moeten worden. Daarom ziet Hij in de Hof van Gethsemane de kruisdood met zoveel angst tegemoet. Door Zijn verzoenend werk is Hij de Herder die op zoek is naar het verdwaalde schaap, de Vader die uitkijkt naar de verloren zoon, de God die niet ver is van elk van ons. De Alomtegenwoordige die, anders dan een gewone vriend, voortdurend aanwezig kan zijn. Een Vriend die trouw blijft, ook al schieten wij meer dan eens tekort... en die altijd weer nieuwe kansen geeft.
Page 42
41 Leef je in Wat kun je doen (lezen, denken, muziek luisteren) om je er op te richten dat Jezus wordt genomen, gezegend, gebroken en gegeven? Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van de links naar muziek en filmpjes van The Passion van Adrian Snell op de website. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen vijf lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid. In het eerste blok van vier lessen is dat gebeurd n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' kwamen we op verhaal met de kinderen (je vindt een link op de website bij les 1). Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. In de vierde les ontdekten we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Het tweede blok gaat over het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt, totdat Hij het uitroept: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Vorige week hoorden we dat Jezus door de grote massa in de steek gelaten werd omdat Hij niet aan hun verwachtingen van een aardse koning voldeed. Deze les zien we dat Hij ook door Zijn vrienden verlaten wordt. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Wie is er wel eens in slaap gevallen? Ben je ook wel eens in slaap gevallen als dat niet de bedoeling was? In de auto, toen je naar de tv of een film keek, misschien? Jammer want dan mis je net de clou van de film of dat mooie uitzicht op de bergen, etc. Misschien hebben de kinderen daar ervaring mee? In de kindernevendienst horen we dat er in de Bijbel ook wel eens mensen in slaap vallen. 42 Vervolg in de groep Kennen jullie Bijbelverhalen waar het over slapen gaat?  Jezus in de boot op het meer – slapen is soms: heerlijk rusten, uitrusten.  De 5 wijze en 5 wijze meisjes. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we We herkennen het in ons eigen leven en in de Bijbelverhalen: Het is soms lastig om wakker, aanwezig, betrokken te zijn. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: door de discipelen verlaten Je kunt tijdens je vertelling met lego- of playmobilpoppetjes uitbeelden dat Jezus steeds meer alleen komt te staan. Bij de plaat van de intocht zet je veel poppetjes, bij de plaat van het Avondmaal minder. In Gethsemane gaan ook de laatste poppetjes weg. Door het donker lopen mannen. Ze gaan naar een tuin met heel oude bomen, Gethsemane heet die tuin. Het zijn de Here Jezus met Zijn discipelen. Ze komen uit Jeruzalem, waar ze samen gegeten hebben. Het was geen vrolijke maaltijd. Nog een keer wilde de Here Jezus met Zijn discipelen, Zijn vrienden, de Paasmaaltijd eten, voor Hij ging sterven. Ze werden er zo verdrietig van als Hij daar van vertelde. Nee, dat mocht niet gebeuren, daar zouden zij wel voor zorgen! Maar Jezus had gezegd dat ze allemaal bij Hem weg zouden lopen. Judas, een van de discipelen was al boos weggegaan. Natuurlijk zouden de anderen dat niet doen: “Nee, hoor, Here Jezus, wij houden heel veel van U, wij zullen altijd bij U blijven, ook als het moeilijk wordt”. Gelukkig had de Here Jezus ook verteld, dat Hij niet in het graf zou blijven, maar na drie dagen weer op zou staan en terug gaan naar Zijn Vader in de hemel. Dat moesten ze goed onthouden. Wat was er veel om over te praten en te denken. En nu zijn ze bij de tuin. “Blijven jullie hier op Mij wachten”, vraagt de Here Jezus aan de discipelen. Ze zoeken een plekje op de grond bij een van de bomen, en praten zachtjes met elkaar. De Here Jezus gaat verder de tuin in om te bidden. Morgen zal dat erge gebeuren. Hij zal aan het kruis gehangen worden, en sterven en begraven worden. O, Hij wordt zo bang als Hij daar aan denkt. Hij wil maar een ding: Aan Zijn Vader vragen of Hij Hem wil helpen. Stil knielt Hij neer vouwt Zijn handen en sluit Zijn ogen. En Zijn Vader helpt Hem. Een engel uit de hemel komt bij Hem, om Hem te troosten en dan is Jezus niet bang meer. Nu kan Hij weer terug naar de discipelen. Door het donker loopt Hij naar het plekje waar de discipelen zijn gaan zitten.
Page 44
43 Wat is dat? Ze liggen allemaal te slapen! Verdrietig maakt Hij hen wakker, en zegt: ”Kunnen jullie nog niet eens even wakker blijven en aan Mij denken?” O, wat schamen ze zich. Vlug gaan ze allemaal staan en luisteren naar wat de Here Jezus nog meer zegt. Maar dan horen ze ineens lawaai bij de ingang van de tuin. Ze kijken om en ze schrikken. Romeinse soldaten met stokken en zwaarden en daarachter nog meer mensen. En wat is dat? Is dat Judas daar, voorop, met een fakkel? Ja, ´t is echt Judas. De discipelen doen van schrik een paar stappen achteruit, maar Jezus blijft rustig staan. Dan is Judas bij Hem, en geeft Hem een kus. Dat heeft hij met de soldaten afgesproken. Zo weten ze precies wie ze gevangen moeten nemen. Ach, wat vindt de Here Jezus dat erg dat Judas, die een van Zijn discipelen was, nu de soldaten helpt, om Hem gevangen te nemen. Daar komen ze al. Ze binden de handen van de Here Jezus met touwen vast, net of Hij een dief is. Ze duwen tegen Hem en trekken Hem mee. Waar zijn nu Zijn vrienden, de discipelen? Helpen ze Hem niet? Nee, ze doen precies wat de Here Jezus al gezegd had. Ze lopen heel hard weg, en laten Hem helemaal alleen. Is er dan niemand meer die de Here Jezus helpt? Ja, ook nu weet Jezus, dat Zijn Vader in de hemel bij Hem is. Zo kan Hij rustig met de soldaten mee gaan. Hij weet dat dit allemaal gebeuren moet. Zó alleen kan Hij voor de discipelen en voor jou en mij de straf dragen, en ons blij en gelukkig maken. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Voor wie kun je deze week bidden voor je gaat slapen? Bijvoorbeeld iemand die het moeilijk heeft. Liedtips Heel alleen in de hof In de tuin Heer U kent mij als geen ander Steun maar op mij Ik neem even de tijd Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking 1 We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Wil je hier meer van weten, lees dan het document ‘algemene voorbereiding op het thema’. We beelden uit dat Jezus steeds meer alleen komt te staan. Dat kan met behulp van de lego- of playmobilpoppetjes die je bij je vertelling al hebt gebruikt of op transparante sheets (zie pagina 6). Deze week kijken we nog eens goed naar onze tentoonstelling. We vullen aan en maken een plan. Het is goed om afspraken te maken tussen de verschillende groepen. We vragen ons af:  Heeft de tentoonstelling nu voldoende inhoud? Laten we in onze tentoonstelling goed zien dat Jezus steeds meer verlaten wordt en dat dat heel moeilijk voor Hem moet zijn geweest?  Na het verhaal van vandaag: zijn er dingen uit de vorige lessen die we kunnen gebruiken om het lijden van Jezus te laten zien? Kunnen we verhalen en platen van anderen, bijvoorbeeld Jozef, gebruiken om het nog duidelijker te maken? Kunnen we onze eigen ervaringen gebruiken om te laten zien hoe erg verlatenheid is? 44 Denk aan: - met opzet verlaten worden (broers, put) - zelf kiezen om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) - door anderen vergeten worden (schenker) - door mensen verlaten worden (niet meer beroemd zijn, de discipelen) - door vrienden verraden worden (Judas)  Kunnen we met voorwerpen nog duidelijker maken waar het om gaat? Bijvoorbeeld het armbandje, de hoed of medaille die we gemaakt hebben, een kruis, etc. maar ook voorwerpen van thuis. Wie heeft er nog wat?  Hoe gaat het er uitzien? Hangen we posters en schilderijen op, zetten we voorwerpen neer, laten we filmpjes zien, etc.  Moeten we nog toelichtende teksten maken?  Wat hebben we praktisch nodig? Stoelen, tafels, ophanghaakjes, doeken, etc.  Wie nodigen we uit en hoe? Hebben we uitnodigingen of mailadressen nodig? Verwerking 2 Jezus was teleurgesteld dat de discipelen niet met Hem konden waken. Net als de discipelen vallen wij soms zomaar in slaap. We vergeten dat we een krachtig wapen hebben: het gebed. Ook al kunnen we de moeiten en problemen voor anderen niet oplossen, we mogen wel voor ze bidden. We maken een wekker, met daaraan of daarin briefjes waarop gebedsonderwerpen staan (familieleden, kinderen van school, etc.). We bedenken samen al een aantal onderwerpen en schrijven of tekenen die op de briefjes. Neem ook een aantal lege briefjes mee voor als je later nog iets te binnen schiet. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording. Hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Heb je thuis nog dingen die we kunnen gebruiken? Beeldjes, foto’s, schilderijen, etc.? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal van de slapende discipelen staat. Je vindt dit verhaal in Mattheüs 26, Markus 14, Lukas 22, Joh 18.  Kleur/vertelplaten, lego of playmobilpoppetjes  Spullen voor de tentoonstelling  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ………………………………………………………
Page 46
45 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 46 7. Jezus, door God verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Eerst laat het volk Hem in de steek, dan Judas en daarna de andere discipelen. Uiteindelijk verlaat zelfs God Hem. Mijn God, mijn God, waarom…? Misschien herkennen we dit ‘waarom’ maar deze vraag confronteert ons ook met onze schuld. Het is een zwarte en toch ook goede dag. Richt je aandacht Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust. (Psalm 22:2,3) Vraag je af ● Voel jij je weleens van God verlaten? Zo ja, op welke momenten?  Jezus roept in zijn verlatenheid God aan: Mijn God. Waarom?  Doe jij dat ook? Kun jij God dan nog steeds mijn God noemen?  Weet je genoeg van de tempeldienst om te begrijpen wat het scheuren van het voorhangsel betekent? (Aan het eind van deze les vind je hier uitleg over.) Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Als Jezus aan het kruis hangt, schreeuwt Hij het uit: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Deze zin is afkomstig uit Psalm 22. Als Jezus deze eerste regel citeert is dat voldoende om de hele psalm in gedachten te roepen. Hij herkent zich niet alleen in deze eerste regel, maar in de gehele psalm. Lees de psalm maar eens, dan zie je dat deze psalm veel verwijzingen bevat naar de dood van de Messias. Psalm 22 is een klaaglied. Net als in veel andere psalmen geeft de psalmist hier uiting aan zijn gevoelens van leed, pijn en verlangen. In Bijbel vormt de klacht een onderdeel van het hele reddingsgebeuren: De klacht heeft een: - adres - God wordt er in aangeroepen, de klacht wordt bij Hem neergelegd: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? (vers 2) - verzoek – de psalmist vraagt om redding: HEER, houd u niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp. (vers 20) - vertrouwen en voornemen – de psalmist vertrouwt op God. Hij spreekt zijn vertrouwen door God te loven, hij loopt vooruit op de toekomst geeft hier uiting aan: Ik zal uw naam bekendmaken, u loven in de kring van mijn volk. (vers 23) En zo roept Hij met het “Mijn God…” ook de laatste verzen van deze psalm in herinnering: Overal, tot aan de einden der aarde, zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden. Voor u zullen zich buigen alle stammen en volken. Want het koningschap is aan de HEER, hij heerst over de volken. (Psalm 22:28,29) Zelfs in de duisternis vertrouwt Hij op God, dat Hij op één of andere manier met Hem verbonden is. Ook in deze strijd van het Waarom. Dankzij het feest van de opstanding, dat we met Pasen vieren, mogen ook wij vol verwachting uitzien naar dit moment! De psalm begint met ‘Voor de koorleider, een Psalm van David’. Zo’n opschrift betekent dat de psalm herhaald kan worden. Met de woorden van een psalm mag je je eigen leed of pijn verwoorden. Je kunt je erin herkennen: zo ervaar ik dat ook. Met de psalmist mag je je verwachtingen van God uitspreken en God zo eer aandoen. (op de website vind je een oefening hiervoor a.d.h.v. psalm 13.)
Page 48
47 Leef je in Welke vorm van verlatenheid zou op kinderen de meeste impact hebben? Maakt het uit of je buurmeisje je verlaat of je broertje of één van je ouders? Het hebben van een relatie maakt de verlatenheid grotere. Zeker de bloedband is sterk! Hebben kinderen te klagen, zoals verwoord in Psalm 22? Klagen, definitie: je ontevredenheid, pijn of verdriet uiten ‘Ze klaagt over pijn in haar buik.’ ‘Hij klaagt dat hij zo vaak alleen is.’ ‘Hou op met je gezeur, je hebt helemaal geen reden tot klagen.’ Zeuren, definitie: op een vervelende toon steeds min of meer dezelfde vraag of klacht herhalen. Synoniem: zaniken ‘Zeuren om een ijsje’ ‘Ze zaten maar te zeuren over het ontslag van hun schoonzoon.’ Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen zes lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid. In het eerste blok van vier lessen is dat gebeurd n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' kwamen we op verhaal met de kinderen (je vindt een link op de website bij les 1). Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. In de vierde les ontdekten we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Het tweede blok gaat over het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt, totdat Hij het uitroept ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Op het niveau van ons eigen leven proberen we parallellen te trekken. Wij vinden het al zo erg om:  door mensen verlaten te worden (niet meer beroemd zijn, de discipelen)  door vrienden verraden te worden (Judas) Hoe erg moet het dan wel niet voor Jezus zijn geweest. Deze week staan we er bij stil dat uiteindelijk zelfs God Hem verlaat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 48 Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Nodig de kinderen uit voor de kindernevendienst. Wat bijzonder dat iedereen in de kerk mag komen. Jezus nodigt mensen uit bij God. We horen vandaag dat Jezus er zelf niet bij hoort, Hij wordt steeds meer in de steek gelaten. Laat vers 2 en 3 van Psalm 22 door drie verschillende personen van verschillende generaties voorlezen. Lees de tekst daarna nog één keer voor met symbolen (het woord ‘God’, een uitroepteken, zon, maan, een kruis en een steen om je hoofd op te leggen), bijvoorbeeld met flanelplaten: GOD Aan het begin: God en kruis dichtbij, steen om op te slapen op de achtergrond. God en kruis uit elkaar: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Uitroepteken: Overdag – zon: Nachts – maan: Vervolg in de groep ● Wie is wel eens alleen gelaten door vrienden?  Hoe voel je je dan?  Ben je er wel eens bang voor?  En jij, ben je wel eens weggelopen?  Of heb je je wel eens verstopt? Expres?  Wat denk je, hoe voelt je papa, mama, vriendje zich dan? In een tweede stap kun je een beetje afstand nemen door het thema 'verlatenheid' aan de orde te stellen via diersymbolen. Laat een afbeelding zien van een grote hond. Stel, je loopt ergens en er komt een grote grommende hond op je af. Wat doe je dan? En als je vriendje struikelt? Wie loopt toch door? Wie gaat terug? Geef de kinderen ruim de tijd voor hun verhalen en gevoelens en laat ze associëren. Pik uit hun reacties de bruikbare items op en teken ze op een flap, met symbolen (pijn, angst, tranen, vragen). Welke vorm van verlatenheid vind je het ergst? Denk ook maar aan de verhalen van Jozef en Jezus die we de afgelopen weken hebben gehoord of kijk naar de tentoonstelling zoals we die nu al hebben. - Jozef werd met opzet verlaten (broers, put) - Jozef koos zelf om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) - Jozef werd door anderen vergeten (schenker) - Jezus werd door mensen verlaten (niet meer beroemd zijn, de discipelen) - Jezus werd door vrienden verraden (Judas) Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is nogal wat. We herkennen misschien wel iets van de verlatenheid die Jezus gevoeld moet hebben. We voelen een klein beetje mee. Jezus werd door vrienden en door Zijn Vader, zijn familie verlaten, echt helemaal niemand meer hebben… dat is zó ongelooflijk zwaar, niet voor te stellen. En dat was voor onze zonden… U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust.
Page 50
49 Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: door Zijn Vader verlaten Het is vrijdagochtend. De zon is al op en het wordt al warm in de straatjes van Jeruzalem. Het is ook heel druk want heel veel mensen zijn naar Jeruzalem gekomen om Paasfeest te vieren. Maar dit jaar gebeuren er zoveel andere dingen. Ze praten er steeds met elkaar over. Ze hebben achter Jezus aangelopen in een blije stoet, toen Hij ook naar Jeruzalem ging. Ze wilden Hem koning maken, om de vreemde soldaten uit hun land weg te jagen. Ze zwaaiden vrolijk met grote palmtakken. Maar jammer hoor, Hij wilde niet eens hun koning worden. Ze hebben gehoord, dat Jezus gevangen is genomen en ze zijn bij het gebouw van de rechter geweest. Hij wilde Jezus weer vrij laten, maar ze hebben heel hard geroepen: “Kruisig Hem, kruisig Hem”. En nu lopen ze weer achter Hem aan. Maar niet blij en vrolijk, nee ze zijn nog steeds boos. Wat gaat het langzaam. Ze weten wel hoe dat komt. Jezus moet zelf een heel zwaar kruis van hout dragen. Dat is heel moeilijk. Eindelijk komt de hele stoet van soldaten en mensen aan boven op een heuvel buiten de stad. Golgotha heet die heuvel. Daar hangen de soldaten Jezus aan het kruis. Dat doet heel veel pijn, maar Jezus zegt er niets van. De mensen en de soldaten roepen wel iets: “Als je Gods Zoon bent, kom dan van het kruis af. Waarom help je jezelf niet?” Wat is dat verdrietig voor de Here Jezus, dat de mensen om Hem heen zulke lelijke dingen doen en roepen. Ja, en dan gaat Hij toch wat zeggen, tegen Zijn Vader in de hemel: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”. Ook nu heeft de Here Jezus de mensen lief, zelfs de soldaten die Hem zo´n pijn doen”. Weet je wie er ook tussen de mensen staan? De discipelen. Ze zijn nog steeds bang, dat ze zelf ook gevangen genomen zullen worden, en daarom staan ze maar stilletjes achteraan. Is er dan niemand die de Here Jezus wil troosten? Nee, niemand van de vrienden of andere mensen helpt Hem. Allemaal kijken ze wel naar Hem. Sommigen kijken bang, anderen kijken spottend. Maar dan schrikken ze, wat is dat? Het is midden op de dag, de zon scheen fel, en nu, nu is het opeens donker. Zij weten niet wat dit betekent, maar de Here Jezus wel. Nu komt het aller moeilijkste. Nu gaat Zijn Vader doen bij Hem wat bedoeld was voor alle mensen: God gaat straf geven. Heel erge straf voor alle verkeerde dingen, alle zonden van alle mensen, groot en klein. Hij is boos op de Here Jezus, Hij wil Hem niet meer zien. Hij laat Hem alleen daar aan het kruis, terwijl Hij zoveel pijn heeft. 50 Drie lange uren hangt de Here Jezus daar. Helemaal alleen. Verlaten door iedereen. De mensen, Zijn vrienden en ook door Zijn Vader. De mensen horen Hem roepen: “Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij Mij?” (Luister op dit punt naar Eli, Eli, Lama Sabachatani van Elly en Rikkert of Psalm 22 van Pzzzalmen 4 kidzzz, zie de links onder het kopje ‘extra’s) net als een worm word ik vertrapt de mensen die mijn zien bespotten mij ze schudden hun hoofd ik hoor hun lach vol met medelijden kijken zijn ze zeggen zoek je Here Hij zal je verlossen Refrein: God waarom hebt U mij verlaten U bent ver weg U redt mij niet Ook al schreeuw ik mijn God Blijf bij mij ’t is net alsof U mij niet ziet Net als een prooi Word ik omsingeld Door buffels en door stieren Om me heen Een brullende leeuw Opent zijn muil Heer ik ben zo bang Voel me alleen Ik word aangevallen Mijn handen en voeten bloeden Refrein Brug: Heer blijf niet ver van mij Heer U helpt U maakt mij vrij Als de drie uur voorbij zijn, wordt het weer licht. Jezus moeilijkste werk is klaar, en daarom roept Hij: “Het is volbracht”. Dan sterft de Here Jezus. De mensen rond het kruis zien Zijn hoofd naar beneden buigen. Verdrietig gaan Zijn vrienden terug naar Jeruzalem. O, wat was het fijn om met de Here Jezus het land door te gaan, en te zien hoe Hij verdrietige mensen blij maakte, en zieke mensen en kinderen weer beter. En wat kon Hij mooi vertellen, over een verloren schaap of over dat huis, dat zo stevig stond op een rots. En nu is het allemaal afgelopen. Nu voelen zij zich ook verlaten. Nooit meer zullen ze Zijn stem horen, en nooit meer zal Hij hen blij maken. Maar, ze vergeten iets, die vrienden! Ze vergeten dat Jezus zelf gezegd heeft, dat Hij wel zal sterven en begraven worden, maar ook, dat Hij na drie dagen weer op zal staan. Dit wilde Hij doen ook voor hen, zodat zij nooit meer door God verlaten en gestraft zullen worden. Ze hoeven helemaal niet verdrietig te zijn, ze mogen blij zijn, dat Jezus ook voor hen de straf gedragen heeft. Maar wat doen ze? Ze gaan heel verdrietig en bang bij elkaar in een huis zitten. Hadden ze maar beter geluisterd!
Page 52
51 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Als ik mijn ogen sluit en denk aan Golgotha Vader in de hemel, heilig is Uw Naam Eli, Eli, lama Sabachtani Hij kwam bij ons heel gewoon Als ik lees in de Bijbel Waarom bleef U zo stil Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Wil je hier meer van weten, lees dan het document ‘algemene voorbereiding op het thema’. Deze week heeft onze bijdrage aan de tentoonstelling het thema de kruisiging. De kinderen plakken een kruis van zilverfolie op een zwart vel papier. Teken het kruis er van te voren met potlood op. Eventueel kunnen de kinderen een heuvel op het papier tekenen en met stroken bruin papier twee kleinere kruizen er naast plakken. Verder werken aan de tentoonstelling Deze week kijken we nog eens goed naar onze tentoonstelling. We vullen aan en maken een plan. Het is goed om afspraken te maken tussen de verschillende groepen.  Na het verhaal van vandaag: zijn er dingen uit de vorige lessen die we kunnen gebruiken om het lijden van Jezus te laten zien? Kunnen we verhalen en platen van anderen, bijvoorbeeld Jozef, gebruiken om het nog duidelijker te maken? Kunnen we onze eigen ervaringen gebruiken om te laten zien hoe erg verlatenheid is? Denk aan: - met opzet verlaten worden (broers, put) - zelf kiezen om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) - door anderen vergeten worden (schenker) - door mensen verlaten worden (niet meer beroemd zijn, de discipelen) - door vrienden verraden worden (Judas)  Kunnen we met voorwerpen nog duidelijker maken waar het om gaat? Bijvoorbeeld het armbandje, de hoed of medaille die we gemaakt hebben, een kruis, etc.  Hoe gaat het er uitzien? Hangen we posters en schilderijen op, zetten we voorwerpen neer, laten we filmpjes zien, etc.  Moeten we nog toelichtende teksten maken?  Zijn de rollen voor de tentoonstelling verdeeld? - Wie opent de tentoonstelling - Wie heet de mensen welkom? - Wie zit bij de folders? - Wie lopen rond en lichten een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Oudere kinderen kunnen rondleiden.  Wat hebben we praktisch nodig? Stoelen, tafels, ophanghaakjes, doeken, etc.  Wie nodigen we uit en hoe? Hebben we uitnodigingen of mailadressen nodig? Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. 52 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording. Hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Zijn er nog dingen die we van de week moeten regelen voor de tentoonstelling? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Voor de starter: - Bijbels of Psalm 22:2,3 op papier - Personen van verschillende generaties om deze verzen voor te lezen - Symbolen op papier of als voorwerp: het woord ‘God’, uitroepteken, zon, maan, een kruis en een steen om je hoofd op te leggen (afbeeldingen hiervan vind je achter in dit pakket).  De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal van de kruisiging staat. Je vindt dit verhaal in Mattheüs 27, Markus 15, Lukas 23, Joh 19.  Zwart papier, zilverfolie, lijm, eventueel stroken bruin papier.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 54
53 8. Hij zal ons nooit verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling De discipelen blijven verlaten achter, maar Jezus laat hen niet alleen. Na Zijn opstanding zoekt Hij hen op, al ze herkennen Hem niet zomaar. Ze moeten er echt op gewezen worden dat Hij er weer is. We staan stil bij de tekst ‘Waar twee of drie in Mijn naam aanwezig zijn, ben Ik in hun midden’ en laten tot ons doordringen wat dat betekent: door Jezus mogen wij bij God komen en met elkaar verbonden zijn. Richt je aandacht ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ (Openbaring 21:3b-5a) Vraag je af ● Twijfel je wel eens of Jezus is opgestaan en God alles nieuw zal maken?  In welke situaties was God er voor jou en hoe herkende je Hem?  Wie wijst je er op dat de dingen van God zijn en hoe kun je anderen daarop wijzen?  Wanneer zijn wij bijeen in Gods Naam? De namen van God kunnen ons meer zeggen over hoe wij in Zijn Naam bijeen kunnen zijn: liefde, gerechtigheid, etc. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. God zoekt mij steeds weer op… We hebben allemaal vreselijke gebreken. Allemaal bedriegen we, zijn we jaloers, egoïstisch, willen we hebben wat niet van ons is, willen we ons zelf verheerlijken. En denk nou niet: ooooh... dat valt bij mij wel mee. Nee, ik wil u verleiden om daar eens even helemaal voor te gaan. In de Verlichting is ons verteld dat we diep van binnen deugen en rechtschapen zijn. Nee, dat is niet zo, we deugen niet en dat is maar goed ook. Als we er namelijk van uitgaan dat we deugen, is elke dag een vreselijke teleurstelling, want elke dag geven we wel toe aan verleidingen die we niet de baas zijn, elk uur zijn we zelfzuchtig, hebben we onze naasten niet lief, elke minuut hebben we wel ergens een gedachte die niet deugt, en die ervan getuigt dat we helemaal niet zo aardig zijn... Laten we daarom even er vanuit gaan dat we collectief niet deugen, dan zijn we allemaal even gelijk, dan kunnen we zonder schroom onze algemene zondige natuur onder ogen zien. Dan kunnen we eens goed naar onszelf en onze zonden kijken. En dat zonder veroordeling van elkaar. We doen het immers allemaal. Ik vind het een bevrijdende gedachte .. We deugen niet. (Leonie Jansen, preek van de leek nov. 2011) Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich zo in de lichamelijke en geestelijke dood gestort had en zich volkomen rampzalig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij bevend voor Hem vluchtte. God heeft hem getroost met de belofte hem zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw (Gal. 4: 4), om de kop van de slang te vermorzelen en de mens voor eeuwig gelukkig te maken. Nederlandse Geloofsbelijdenis – Art. 17. We geloven in een God Die de mensen opzoekt, ook al lopen zij steeds bij Hem weg. Bij de volgelingen van Jezus werd alle hoop de bodem ingeslagen toen ze Jezus aan een kruis zagen sterven. Pas toen Jezus Maria groetten en bij haar naam riep en de discipelen Hem ontmoetten na Zijn opstanding, veranderde alles. Jezus roept ons bij onze naam, weg uit de verwarring, de godverlatenheid, uit de wanhoop, uit de duisternis tot Zijn wonderbaar Licht. En wij mogen in Zijn naam samen komen. (Matth. 18:20) zodat zijn Woord ons innerlijk kan raken en vernieuwen. Dan verandert je leven! Laat wat aards in u is afsterven en kleed u in innig medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid, geduld, verdraagzaamheid en bovenal: liefde (1 Kol. 3) 54 Leef je in Welke dingen zullen kinderen herkennen als van God, denk aan alledaagse en bijzondere dingen, in welke situaties zullen ze Gods aanwezigheid herkennen. Wat kun jij doen om kinderen hierop attent te maken? Voetstappen in het zand.. Ik droomde eens en zie ik liep aan 't strand bij lage tij. Ik was daar niet alleen, want ook de Heer liep aan mijn zij. We liepen samen het leven door, en lieten in het zand, een spoor van stappen; twee aan twee, de Heer liep aan mijn hand. Ik stopte en keek achter mij, en zag mijn levensloop, in tijden van geluk en vreugde, van diepe smart en hoop. Maar als ik het spoor goed bekeek, zag ik langs heel de baan, daar waar het juist het moeilijkst was, maar één paar stappen staan. Ik zei toen "Heer waarom dan toch? Juist toen ik U nodig had, juist toen ik zelf geen uitkomst zag, op het zwaarste deel van mijn pad..." De Heer keek toen vol liefde mij aan, en antwoordde op mijn vragen; "Mijn lieve kind, toen het moeilijk was, toen heb ik jou gedragen..." Al heeft Hij ons verlaten (Nieuwe Liedboek Gezang 663 – Liedboek 1973: 234) Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen als zonlicht om de bloemen een moeder om haar kind. Teveel om op te noemen zijn wij door Hem bemind. Al is Hij opgenomen, houd in herinnering, dat Hij terug zal komen, zoals Hij van ons ging. Wij leven van vertrouwen, dat wij zijn majesteit van oog tot oog aanschouwen in alle eeuwigheid. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen zeven lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid. De eerste vier lessen is dat gebeurd n.a.v. de geschiedenis van Jozef en de andere drie lessen hebben we stilgestaan bij het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekten langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten werd. We deden dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Eerst laat het volk Hem in de steek, dan Judas en daarna de andere discipelen. Uiteindelijk verlaat zelfs God Hem. Maar op Golgotha heeft Hij de strijd gestreden en nu horen we dat Hij ons weer opzoekt. Er is de afgelopen weken gewerkt aan een tentoonstelling, boekje of presentatie. Als het goed is deze klaar. Jullie voegen vandaag alleen nog het laatste onderdeel toe.
Page 56
55 Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Ga met de kinderen in gesprek over hun naam.  Hoe kun je iemand roepen? Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘hé jij daar’, of je roep iemand bij zijn of haar naam?  Wat vind je fijner? Waarom?  Kent God jouw naam? Misschien heeft jouw naam hier wel geklonken toen je gedoopt of opgedragen werd. Misschien heb je wel een doopnaam. Vandaag mogen we horen dat Jezus mensen opzoekt en bij hun naam noemt. Hij laat hen niet alleen. Vervolg in de groep Hoe kunnen we merken dat God bij ons is? Kun je God zien? Wanneer ervaar je God? Op topdagen of juist als het slecht gaat? Dat is soms best moeilijk… Laten we nog even naar Jozef kijken. Dit kan ons helpen het ook bij onszelf te zien. Hoe merkte Jozef dat God erbij was? Al was het soms moeilijk, God zorgde er steeds voor dat er mensen waren om hem te helpen. God zegende hem steeds weer en gebruikte hem zelfs om zijn broers te redden van de hongersnood. Hoe was dat bij Jezus? Dat was het meest verdrietige voor Jezus: Hij was alleen, door de mensen én door God verlaten. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Verlatenheid is heel erg. Dan roept niemand je meer bij je naam. Zo waren ook de discipelen verdrietig achter gebleven. Ze dachten dat Jezus hen nooit meer bij hun naam zou roepen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Nooit meer alleen Het is zondagmorgen héél vroeg. En toch lopen er al mensen buiten. Het zijn drie vrouwen. Het is nog niet helemaal licht en daarom moeten ze goed kijken waar ze lopen. Dat is moeilijk voor ze, want ze hebben tranen in hun ogen. Ze zijn erg verdrietig. Wie zijn die vrouwen toch, en waar gaan ze zo vroeg al naar toe? Het zijn drie vrouwen die altijd graag bij de Here Jezus waren. Maar nu is Hij gestorven én ligt Hij in een graf. 56 Ja, zij hebben Hem ook niet geholpen, toen Hij aan het kruis gehangen werd, maar nu willen ze toch zó graag nog iets moois voor Hem doen. Ze hebben kruiden bij zich, die lekker ruiken. Die zullen ze in het graf leggen. Opeens staan ze stil. Als ze aan het graf denken, schrikken ze. Ze kúnnen helemaal niet in het graf komen. Het is een kamertje in een rots met een heel grote steen ervoor gerold. Hoe moet die steen weggerold worden? Zo sterk zijn ze niet. Toch lopen ze door. Het wordt steeds lichter en daar zien ze de tuin al. Over het paadje lopen ze naar het graf…… wat is dat? De steen is weg! Wie heeft dat gedaan? Maria Magdalena, een van de vrouwen, rent meteen de tuin weer uit. Dit moeten de discipelen weten. Hijgend komt ze bij het huis waar de discipelen bij elkaar zitten. “De Here Jezus” is gestolen. Nu weten we niet meer waar Hij is” zegt ze tegen Petrus en Johannes. De andere vrouwen zijn verder gelopen en kijken in het graf. Leeg, helemaal leeg. Dan horen ze een stem, die zegt:” Waarom zoeken jullie hier naar de Here Jezus. Hij is niet meer in het graf. Hij is opgestaan, precies zoals Hij gezegd heeft”. De vrouwen kijken verwonderd. Dat is de stem van een engel. Een boodschapper uit de hemel. Maar dan moet het ook waar zijn! Engelen liegen nooit. Wat worden ze blij. Nu rennen zij ook de tuin uit, om dit aan de discipelen te gaan vertellen. En weet je, die morgen zien de vrouwen de Here Jezus ook zelf. Maria Magdalena, een van de vrouwen, ziet Jezus in de tuin staan en denkt dat Hij de tuinman is, maar dan zegt Hij haar naam: “Maria”. Dat klinkt zo mooi, zo kan alleen de Here Jezus zelf haar naam zeggen. Intussen zijn Petrus en Johannes, twee discipelen, ook naar de graftuin gegaan. Het is nu helemaal licht geworden, en daarom kunnen ze heel vlug lopen. Zou het echt waar zijn, wat de vrouwen verteld hebben? Ze willen eerst dat lege graf wel eens zelf zien! Petrus gaat het eerst naar binnen. Ja echt, het graf is leeg. Alleen de doeken, die ze om Hem heen gedaan hebben, toen Hij gestorven was, liggen netjes opgevouwen in een hoekje. Dan komt ook Johannes zachtjes binnen. Allebei kijken ze verbaasd. Het is precies zoals de vrouwen gezegd hebben. Nu gaan zij het ook aan de andere discipelen vertellen. De hele dag praten ze erover en dan, als het avond is……dan komt de Here Jezus ook bij hen. Ineens staat Hij zomaar binnen. “Vrede zij jullie” zegt Hij. O, wat fijn, dat ze Zijn stem weer horen. Ze worden er helemaal blij van. Maar de Here Jezus gaat nog meer zeggen, luister maar: “Over een poosje ga Ik terug naar Mijn Vader in hemel, en dan wil Ik graag, dat jullie aan alle mensen gaan vertellen, dat Ik ben opgestaan uit het graf, en voor altijd leef. Nooit meer hoeft iemand zich alleen te voelen. Ik zal er altijd zijn. Dat is een moeilijke opdracht, dat zullen jullie wel merken, en daarom geef Ik jullie de Heilige Geest, Die zal jullie helpen”. Zomaar opeens is de Here Jezus weer weg. Stil zitten de discipelen bij elkaar. Maar niet bang meer. Nooit meer hoeven ze zich alleen te voelen, omdat de Here Jezus zo héél erg alleen geweest is aan het kruis. Daar heeft Hij ook voor alle mensen en ook voor hen, de straf gedragen. O, wat schamen ze zich als ze er weer aan denken, hoe bang ze waren, en hoe hard ze zijn weggerend, toen Hij gevangen genomen werd. En nu zegt Jezus, dat ze toch Zijn vrienden mogen zijn en Hij altijd voor hen wil zorgen, wat een wonder! Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben.
Page 58
57 Liedtips We konden het maar niet geloven Weet je dat de lente komt Jezus, ik wil U bedanken Het is fijn om je vriend te zijn Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Zie pag. 4 en 5. Deze week leggen we de laatste hand aan de tentoonstelling. Moeten er nog dingen bij? Vandaag maken we ons laatste onderdeel voor de tentoonstelling: Verbeelding: We maken een kleur/ plakplaat dat “Waar twee of drie samen komen in Mijn Naam, ben ik in hun midden.” (Matt. 18:20) verbeeldt. Zo wordt de Kerk een liefdevolle gemeenschap met Christus in het midden. Je kunt dit helemaal van papier maken, maar mooier is het om hier met echte stenen de kloof te verbeelden en er een echt houten kruis in te plaatsen. Laat iedereen zijn of haar naam op een steen schrijven. Als er nog tijd is: De kinderen kunnen poppetjes van thuis meenemen of tijdens de kindernevendienst maken. Zet de poppetjes in een kring rondom een Bijbel. Je moet steeds in de kring komen rondom Gods Woord, dan ga je weer op weg. We hebben ontdekt dat het moeilijk is, we hebben God steeds nodig. Loop vervolgens met de kinderen langs de platen en diorama’s van de Bijbelverhalen. Laat de kinderen hun eigen poppetje plaatsen bij het verhaal dat ze het mooist vonden. Waarom vinden ze dat? Idee voor de tentoonstelling Zet naast jullie kunstwerk een bakje met kaartjes of miniboekjes (zie les 2 van het bovenbouwpakket). Hierop kunnen de bezoekers van de tentoonstelling punten van berouw en beloftes op schrijven. Leg ook folders neer van goede doelen en activiteiten in de buurt en eventueel adressen van gemeenteleden die een bezoekje op prijs stellen. Hebben jullie meerdere groepen of maken jullie geen tentoonstelling maar een presentatie, dan zijn jullie tijdens les 5 misschien al gestart met de verbeelding van het leven van Jezus (zie pag. 6): Voeg dan vandaag de laatste plaat toe: mensen worden weerspiegeld in de ogen van Jezus, Hij zoekt hen op! Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. 58 Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Reflectie Jullie project ronden jullie vandaag echt af met jullie eindproductie. We hopen dat jullie mogen terugkijken op een goede tijd met elkaar en met de gemeente. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal staat dat Jezus Maria ontmoet nadat Hij is opgestaan. Je vindt dit verhaal in Mattheüs 27, Markus 15, Lukas 23, Joh 19.  Afhankelijk van jullie plan voor het kunstwerk papier, stiften, lijm, hout, stenen, etc. bijvoorbeeld met zelfgemaakte brix-steentjes (zie de link op de website)  Eventueel poppetjes zelf mee laten nemen of materiaal om poppetjes te maken (bijvoorbeeld een wc-rolletje waarop ze een figuurtje plakken).  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ………………………………………………………
Hij voor ons. In acht lessen kijken we naar de tijd van toen en de tijd van nu, naar de overeenkomsten en de betekenis ervan voor ons.

Pasen 1 bovenbouw copyright sAmen


Page 0
Page 2
1 COLOFON Hij voor ons Pasen, deel 1 voor 8-12 jarigen Tekst en samenstelling: sAmen Leren Geloven Eindredactie: Fieke Bijnagte Illustraties: Arjan Glas, studio Artjan Bedankt voor de aankoop van dit lesboek. We hopen dat je er enthousiast over bent. Graag wijzen wij je erop dat het alleen met toestemming van de uitgever toegestaan is om dit boek aan iemand door te geven of digitaal te verspreiden. 2012 © sAmen Leren Geloven, 2e druk 2017 2 Overzicht van de lessen van de bovenbouw (8-12 jaar) STAP VOOR STAP NAAR DE EINDPRODUCTIE 6 1.ALLEEN IN DE PUT In deze les maken we aan de hand van het prentenboek ‘Mama kwijt’ kennis met het thema ‘alleen op de wereld’. We denken na over het verschil tussen alleen zijn/eenzaamheid en verlatenheid. En we ontdekken dat er aan verlatenheid twee kanten zitten: als er iemand verlaten wordt, is er ook iemand die verlaat. We horen van Jozef die door zijn broers werd verlaten en helemaal alleen in de put zat. Bijbelvertelling: Jozef in de put 2. ONSCHULDIG IN DE GEVANGENIS Je kunt door mensen worden verlaten, maar soms moet je er voor kiezen mensen te verlaten. Dat kan een moeilijke keuze zijn. Jozef was integer en vluchtte bij de vrouw van Potifar vandaan. We horen ook van vervolgde christenen die voor God kiezen, ook al komt hun vrijheid of leven dan in gevaar. We gaan aan de slag met foto’s om verlatenheid scherper op ons netvlies te krijgen en bemoedigen kinderen die in moeilijke omstandigheden leven. Bijbelvertelling: Jozef in de gevangenis 3. VERGETEN DOOR DE SCHENKER Jozef wanhoopt niet. Hij redt het leven van een medegevangene, de schenker, maar deze vergeet hem in eerste instantie. Hoe gaat God met hem om? Hoe gaan wij om met anderen? Laten wij ook wel eens iemand in de steek of komen we een belofte niet na? We bedenken concrete verbeterpunten voor onszelf en maken een geheugensteuntje om ons hier aan te houden. Bijbelvertelling: Jozef door de schenker vergeten 4. JOZEF WORDT RIJK GEZEGEND We staan stil bij de vraag waar we God zien in ons leven. Ervaren we Hem altijd? Waar wel en waar niet? Als we terugkijken op het leven van Jozef ontdekken we dat God er steeds bij was. God laat alles meewerken tot het goede in zijn leven: hij redt zijn broers van de hongerdood. Dat is goed om te horen en te zien, zeker als we het zelf niet altijd ervaren. Op onze beurt mogen wij dat weer door geven aan anderen! Dat gaan we doen door de komende weken een tentoonstelling voor te bereiden. Bijbelvertelling: God stelt Jozef tot een zegen 5. JEZUS, DOOR MENSEN VERLATEN De mensen in Jeruzalem omringen Jezus en halen Hem juichend binnen. Ze verwachten dat ze nu snel gered zullen worden van de Romeinse overheersers. Maar wat als Hij dat niet gaat doen? Wat als mensen je volgen omdat er iets bij je te halen valt? Dan sta je alleen! Hier stoppen we vandaag om goed tot ons door te laten dringen: de Here Jezus is verdrietig omdat de mensen niet begrijpen wat Hij voor hen wil gaan doen. Bijbelvertelling: Door de mensen verlaten. 6. JEZUS, DOOR DE DISCIPELEN VERLATEN Vorige week hoorden we dat Jezus door de grote massa in de steek gelaten werd omdat Hij niet aan hun verwachtingen van een aardse koning voldeed. Deze les zien we dat Hij ook door Zijn vrienden verlaten wordt. Jezus wil nog één keer met de discipelen eten voor Hij gaat sterven. De discipelen laten Hem hier helaas ook in de steek. Bijbelvertelling: door de discipelen verlaten 7. JEZUS, DOOR GOD VERLATEN We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Eerst laat het volk Hem in de steek, dan Judas en daarna de andere discipelen. Uiteindelijk verlaat zelfs God Hem. Mijn God, mijn God, waarom…? Misschien herkennen we dit ‘waarom’ maar deze vraag confronteert ons ook met onze schuld. Het is een zwarte en toch ook goede dag. Bijbelvertelling: door Zijn Vader verlaten 8. HIJ ZAL ONS NOOIT VERLATEN De discipelen blijven verlaten achter, maar Jezus laat hen niet alleen. Na Zijn opstanding zoekt Hij hen op, al ze herkennen Hem niet zomaar. Ze moeten er echt op gewezen worden dat Hij er weer is. We staan stil bij de tekst ‘Waar twee of drie in Mijn naam aanwezig zijn, ben Ik in hun midden’ en laten tot ons doordringen wat dat betekent: door Jezus mogen wij bij God komen en met elkaar verbonden zijn. Bijbelvertelling: Nooit meer alleen BIJLAGE: AFBEELDINGEN BIJ DE LESSEN 64 56 48 42 35 27 22 16 10
Page 4
3 Voorwoord Voor je ligt de eerste lessenserie van sAmen voor de lijdenstijd en Pasen, met als thema ‘Hij voor ons’. Pasen is een heel belangrijk feest, waarin we vieren dat Jezus is gestorven voor onze zonden. Dat wat in elk mensenhoofd kan spoken als de ergste aanvechting – God heeft me ook nog in de steek gelaten! – dat heeft Hij vervuld. (God)verlatenheid is in de Bijbel een veel voorkomend thema. Denk aan Adam en Eva, Hagar, je leest er veel over in de psalmen, bij Job, Elia, Jona, de verlamde te Bethesda. In deze lessenserie willen we met de kinderen nadenken over verlatenheid en ontdekken dat Jezus door God verlaten werd, opdat wij nooit meer door God verlaten zullen worden. Blok 1 Daarvoor gaan we de eerste vier lessen aan de slag met de geschiedenis van Jozef. In zijn leven zijn verschillende momenten aan te wijzen waarop hij werd verlaten:  door zijn broers achtergelaten in de put – Les 1  vals beschuldigd door de vrouw van Potifar – Les 2  en vergeten door de schenker – Les 3 Maar God was steeds bij Hem en zegende hem. Doordat hij onderkoning van Egypte was kon hij zijn familie redden van de hongerdood. – Les 4 Blok 2 Nadat we het begrip verlatenheid verkend hebben, kijken we in het tweede blok van vier lessen naar het leven van Jezus. Jezus werd steeds meer door de mensen verlaten:  de mensen gingen bij Hem weg omdat Hij geen aardse Koning werd – Les 5  in de steek gelaten door Judas en later de andere discipelen – Les 6  aan het eind van Zijn leven hier op aarde werd Hij zelfs door God verlaten – Les 7 Mijn God, mijn God, waarom…? Opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden! Hij volbracht zijn lijden en stond op uit de dood. Door Zijn lijden en sterven is er nieuw leven mogelijk voor ieder die gelooft. Door Zijn lijden en sterven mogen we weten dat Hij met zijn Geest altijd bij ons zal zijn. Tot het einde der dagen. – Les 8 In de lessen kijken we ook naar ons zelf. Is er ook nu eenzaamheid en verlatenheid? Hoe gaan wij om met onze medemens? Dat brengen we in beeld en alle beelden voegen we aan het eind samen tot een cadeau aan de gemeente: een tentoonstelling, boekje of presentatie. Zo willen we onszelf en anderen aansporen tot navolging van Christus. Ik wens jullie goede en gezegende bijeenkomsten. Fieke Bijnagte Coördinator sAmen Kinderbijbels Hieronder volgen de gegevens van kinderbijbels waar in de tekst naar verwezen wordt: Meer informatie over deze Bijbels vind je bijvoorbeeld op www.kinderbijbels.nl. Titel: De Kijkbijbel - Eenvoudige korte tekst Auteur: Kees de Kort / Uitgever: NBG Herenveen / ISBN: 9061263883 Titel: De Bijbel voor jullie - Uitgebreide Bijbel met wel 237 Bijbelverhalen Auteur: J.H. Mulder-van Haeringen / Uitgever: H. Medema te Vaassen / ISBN: 9063533888 Titel: Jozef - Prentenboek met mooie platen die het rijke leven van Jozef in Egypte mooi illustreren. Auteur: Brian Wildsmith / Uitgever: Christofoor / ISBN: 9789062386307 (alleen 2e hands) Titel: Verhalen rond Pasen - 23 verhalen rondom Pasen, levendig verteld, met verteltips Auteur: Bob Hartman / Uitgever: Ark Boeken / ISBN: 9033892154 Titel: Startbijbel (8-16 jaar) - Eenvoudige vertaling van de grondtekst van een aantal Bijbelgedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament. Auteur: NBG/Vlaams Bijbelgenootschap / Uitgever: NBG / ISBN: Het is ook goed als kinderen op deze leeftijd in de ‘gewone’ Bijbel leren lezen. Gebruik daarom in jullie lessen waar mogelijk een Bijbel in de vertaling die jullie in de kerkdienst gebruiken en eventueel één in een eenvoudigere vertaling. 4 Een goede voorbereiding is het halve werk We raden jullie aan als team een startbijeenkomst te houden, waarbij bijvoorbeeld de coördinator of voorganger het thema voorbereidt. Je leert dan de grote lijn van het thema kennen. Ook bespreken jullie hier de belangrijkste praktische zaken rondom de verwerking en presentatie van de eindproductie. Zo pak je straks bij je eigen voorbereiding de draad snel op. Naast de praktische voorbereiding is het ook belangrijk je inhoudelijk voor te bereiden. Daarvoor is steeds de eerste pagina van de les bedoeld. Maak je hoofd vrij door de psalmtekst tot je door te laten dringen. Schrijf hem eventueel over en prik hem op je prikbord of steek hem bij je. Denk na over de vragen bij de les: waar gaat het om, wat vind ik ervan, wat is belangrijk? En bedenk alvast wat dit voor kinderen zou kunnen betekenen aan de hand van de tekst onder het kopje ‘leef je in’ op de volgende pagina. Dit betekent overigens niet dat je eerst zelf alles goed moet weten, kunnen, hebben doordacht en doorleefd voor je iets door kunt geven. Ook (of juist) als je je goed voorbereidt, kun je tegen lastige zaken aanlopen. Houdt als team een logboek bij waarin jullie noteren wat er tijdens de lessen aan bod is geweest en wie er waren. Lees dit tijdens je voorbereiding door zodat je weet wat er in eerdere lessen ter sprake is gekomen (of niet). Structuur van de lessen De lessen zijn opgebouwd uit 5 stappen. Een uitgebreide beschrijving van alle onderdelen vind je in de handleiding. Hieronder de stappen in het kort: 0. Focus! – bereid jezelf voor Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). 1. Verkennen – start met de kinderen We starten met de kinderen. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 2. Op een rij zetten – wat weten we al, wat willen we weten? We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 3. Verdiepen – wat zegt de Bijbel? We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? 4. Aan de slag – we brengen het geleerde in praktijk We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. 5. Afronden – we blikken terug en kijken vooruit We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 6
5 Inleiding op het thema Eenzaamheid in de Bijbel De Bijbel is een realistisch boek, dat zeer dicht bij het leven van mensen staat. Eenzaamheid wordt voor ons op allerlei manieren geschilderd. Het is God die het niet goed vindt dat Adam alleen is en de vrouw schept als een hulp voor de man. Adam leeft in het paradijs te midden van de mooiste schepping, maar voor God is dat niet genoeg. De mens is pas werkelijk gelukkig als hij in een goede verhouding tot God en een medemens staat. De zondeval brengt eenzaamheid: tussen twee mensen en tussen God en de mens. Maar God laat ons niet vallen en zoekt telkens de verbinding op en wil ook dat mensen op een goede manier met elkaar omgaan. De Tien Geboden geven ons daarvoor leefregels. Ze hebben de verbinding tussen God en mens en mensen onderling op het oog. Onrecht In de Psalmen – bijvoorbeeld Psalm 25 – klaagt de psalmist over eenzaamheid en vraagt Hij God redding te schenken. Eenzaamheid in de Bijbel wordt soms in één adem genoemd met het weduwe of wees zijn. Soms wordt eenzaamheid genoemd als gevolg van onrecht, dat iemand overkomen is. Thamar, de schoondochter van Juda, wordt eenzaam genoemd, omdat Juda niet voor haar opkomt. De profeten noemen eenzaamheid als straf: steden en plaatsen zullen eenzaam worden als gevolg van Gods toorn over de hardnekkige zonden van volken. Nadrukkelijk komt de troost voor eenzamen naar voren: Psalm 68 jubelt dat God eenzamen zet in een huisgezin. Allerlei wetten maken duidelijk dat God zorg draagt voor de kwetsbare mensen in die samenleving: weduwen, wezen en vreemdelingen. De Here draagt Zijn volk op dat het zorg moet dragen voor hen. Hij wil niet dat mensen eenzaam zijn en geen helper hebben. Diepste eenzaamheid De diepste eenzaamheid ervaart de Heere Jezus Christus, die moet uitroepen: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Hij is verlaten van God en mensen en hangt tussen hemel en aarde aan een kruis. Hij hoorde niet meer bij de mensen en niet meer bij God. ‘Opdat wij tot God zouden genomen worden en nimmermeer van Hem verlaten worden’, zegt het avondmaalsformulier mooi. Gemeenten Na Christus’ opstanding worden gemeenten gevormd. Er zitten allerlei mensen bij elkaar die elkaar normaliter niet uitgezocht zouden hebben. Het is uniek in deze tijd van de kerk dat zowel een baas als slaaf tot de gemeente kan behoren, zowel Jood als Griek, zowel man als vrouw. Gods Geest doorbreekt grenzen die mensen maken. In de nieuwtestamentische brieven valt sterk op dat de gemeenteleden zorg moeten dragen voor elkaar, voor zaken van het tijdelijke en eeuwige leven. Dat is het ideaal, ook al gaat dat niet altijd goed. Griekse weduwen klagen dat zij worden overgeslagen bij bezoeken die worden afgelegd. Diakenen krijgen in het bijzonder de taak om naar wie zich met moeite staande kan houden om te zien. Eenzaamheid in de hedendaagse literatuur De Bijbel is een realistisch boek, dat zeer dicht bij het leven van mensen staat. Het thema eenzaamheid komt ‘nog steeds’ in boeken en films voor:  Alleen op de wereld (Hector Malot)  Ciske de Rat (Piet Bakker)  Kruimeltje (Chris van Abkoude)  De eenzaamheid van de priemgetallen (Paolo Giordano)  Le gamin au velo (Jean-Pierre en Luc Dardenne) Voor je een les uit deze serie geeft, is het belangrijk je zelf te verdiepen in het onderwerp en hoe je dat aan kinderen door kan geven. Lees daarom onderstaande tekst en de bijlage ‘Verdieping bij het thema verlatenheid’ goed door of nodig ons uit voor een informatieavond. 6 Stap voor stap naar de eindproductie Wat gaan we maken en waarom? Kinderen zien we bij sAmen van jongs af aan als deelnemers, volwaardige leden van de gemeente. Ze hebben een eigen inbreng: ideeën, opmerkingen, vragen. En we geven hen een plaats om die inbreng naar voren te brengen. Dat doen we o.a. door elk project gedurende meerdere lessen toe te werken naar een eindproductie en het resultaat met de gemeente te delen. Met de kinderen ontdekken we in acht lessen wat verlatenheid is en dat God ons nooit zal verlaten. Maar dat ervaren we zelf lang niet altijd zo. Het is daarom goed om elkaar er steeds aan te herinneren dat God bij ons wil zijn. Hoe kunnen we er zelf nog eens aan denken en het thuis en aan andere mensen van de kerk vertellen? Dat kunnen we doen met een tentoonstelling. Deze tentoonstelling bouwen we in acht lessen op. Met Pasen kunnen alle gemeenteleden dan komen kijken! Wat is een tentoonstelling? Een tentoonstelling is een verzameling bijzondere spullen bij elkaar. Bijvoorbeeld foto’s, schilderijen, beelden of objecten. Het doel van een tentoonstelling is mensen te inspireren om na te denken en/of er zelf mee aan de slag te gaan. Hoewel een tentoonstelling een prachtige manier is om de kinderen en gemeenteleden actief te betrekken bij de lessen, zijn werkvormen als een (foto)boekje, een hongerdoek of een presentatie goede alternatieven. We geven geen kant-en-klare inhoud. Het is juist de bedoeling dat jullie samen met de kinderen nadenken wat er in moet komen. Ter inspiratie wel twee praktijkvoorbeelden. Een deelnemende kerk heeft een tentoonstelling georganiseerd: “We hingen het beeldmateriaal elke week op en zo ontstond er eigenlijk vanzelf een tentoonstelling. De laatste twee lessen hebben we de kinderen er alsnog actief bij betrokken. Ze stelden hun plaat van het kruis graag ter beschikking toen ze hoorden dat ze hem na de tentoonstelling alsnog mee naar huis mochten nemen. Ook het kunstwerk van de laatste les wilden ze voor de bezoekers extra mooi kleuren. We hebben weinig publiciteit gegeven, maar doordat de dominee de mensen er aan het eind van de dienst nog even aan herinnerde, kwamen er heel veel gemeenteleden kijken. De wachtrij werd op een gegeven moment wel wat lang omdat de mensen aandachtig keken. Maar dat gaf niets, want de mensen gingen er gewoon met elkaar over in gesprek.” Een andere kerk hield een presentatie, waarin de kinderen een actieve rol hadden: “Een tentoonstelling was voor onze gemeente niet zo geschikt. We hebben geen eigen ruimte, dus moeten we alle spullen elke week opruimen. Tijdens het zingen aan het begin van de dienst was onze presentatie een mooie overgang van de lijdenstijd naar Pasen. We hebben met de kinderen foto’s gemaakt om verlatenheid uit te beelden en gebruikten beelden van Jozef uit de film The Miracle Maker. Ook vertelden de kinderen wat dat voor hen betekende. Toen vertelde de leider: kijk eens om je heen, zie je al die mensen? Zouden die zich ook wel eens alleen voelen, denk je? Maar het goede nieuws van Pasen is: Jezus werd verlaten, opdat wij nooit meer verlaten zullen worden! De foto’s illustreerden ons verhaal.”
Page 8
7 Hoe gaan we het maken? Neem als leiding het gehele programma door, zodat je kunt bedenken wat je wilt doen met de tentoonstelling. Neem de tijd om de tentoonstelling te introduceren. Afhankelijk van jullie ervaring met dergelijke projecten zal je meer of minder uit moeten leggen. Bouw het in een aantal lessen rustig op. Houd elkaar op de hoogte van de vorderingen, bijv. met behulp van een digitaal logboek (bijlage bij dit pakket). Bedenk als leiding welke activiteiten geschikt zijn voor de kinderen van jullie leeftijdsgroep. Bedenk ook hoeveel tijd je meestal hebt voor de kindernevendienst en houd hier rekening mee. De verwerkingen van de lessen zijn bedoeld als objecten van jullie tentoonstelling. Laat eventueel een aantal kinderen geen verwerking maken maar toelichtende teksten, flyers en uitnodigingen. Inbreng van de kinderen  Bedenk als leiding van te voren de grote lijnen van de tentoonstelling, maar geef de kinderen ook ruimte om eigen ideeën in te brengen. Het is de bedoeling dat de kinderen een actieve bijdrage leveren in het vullen van de tentoonstelling en in de praktische en organisatorische aspecten.  Kinderen uit de onderbouw zullen zich meer richten op het Bijbelverhaal en hun eigen ervaringen, kinderen uit de bovenbouw kunnen hierbij de wijdere wereld meer betrekken.  Tijdens de lessen maken we met elkaar kunstwerken, tekeningen, liederen, gedichten e.d.  De kinderen kunnen ook artikelen, voorwerpen, e.d. van thuis mee nemen.  De kinderen zoeken / schrijven begeleidende (Bijbel)teksten bij de onderdelen van de tentoonstelling.  Bedenk met elkaar hoe jullie de ouders en andere gemeenteleden informeren en uitnodigen.  Misschien kunnen de ouders mee bedenken wat er tentoongesteld kan worden?  Tijdens de tentoonstelling zijn er diverse taken die door de kinderen kunnen worden uitgevoerd: iemand opent, heet de mensen welkom, zit bij de folders (hoe is de looproute?), loopt rond, licht een bepaald werk toe. Laat de kinderen aangeven waar ze bij willen staan. Oudere kinderen kunnen rondleiden. Mogelijke titels en thema’s:  Hij voor ons / Hij zal ons niet verlaten  God is er bij / God is bij je Mogelijke grote lijn / subthema’s:  Wanneer ben je alleen, wat is verlatenheid?  Verlatenheid in mensenlevens (Jozef, wijzelf, gemeenteleden e.d.): Jozef werd verkocht, verraden, vergeten en door God gezegend.  Verlatenheid bij Jezus: Jezus werd verraden, verkocht, vergeten en door God verlaten. Opdat wij nooit meer verlaten zouden worden.  Wat vraagt God van ons? Attributen die je kunt gebruiken:  Bijbelteksten en eigen teksten  De Bijbel (open leggen bij een bepaald verhaal)  Foto’s, tekeningen en knipsels die de kinderen gedurende de lessen maken en verzamelen  Foto’s en knipsels die jullie zelf inbrengen (bijv. de World Press Photo en afbeeldingen van schilderijen)  Playmobil, lego of ander speelgoed om de verhalen uit te beelden  Ervaringen en tips rondom eenzaamheid en verlatenheid van anderen en onszelf  Hongerdoeken: daarop staan steeds drie elementen centraal: de Bijbel, zij en wij. Beelden en symbolen kunnen veel meer bewerkstelligen dan woorden en tekst. Op een hongerdoek wordt door middel van beelden een verbinding gelegd tussen het leven en lijden van Christus en het leven en lijden van de armen mensen en onze mogelijkheden daarin. Het woord hongerdoek komt van het Duitse spreekwoord ‘am Hungertuge knagen’ en wil zo veel zeggen als ‘op een houtje bijten’. Een hongerdoek laat zien hoe mensen het voor elkaar opnemen en elkaar helpen. Meer informatie vind je op de website.  Een tag cloud (wolk van woorden). Je vindt er een link voor op de website. Hier onder een voorbeeld van een tag cloud n.a.v. Kolossenzen 3. Voorbeeldtekst voor een uitnodiging: 8 Verbeelding van het leven van Jezus (bij les 5 t/m 8 of alleen bij les 6) Hebben jullie meerdere groepen? Spreek dan onderling af wie wat doet! Verbeelding met playmobilpoppetjes  Beeld eventueel nu of al tijdens je vertelling uit dat Jezus steeds meer alleen komt te staan. Dat kan met lego- of playmobilpoppetjes: bij de plaat van de intocht zet je heel veel poppetjes, bij de plaat van het Avondmaal al minder en daar loopt Judas ook nog weg. In Gethsemane gaan ook de laatste poppetjes weg. De kinderen kunnen er misschien zelf nog mee spelen?  We plaatsen de kunstwerken bij onze tentoonstelling. Zo wordt het ook voor de grote mensen duidelijk! Raamvertelling op transparante sheets  Maken jullie een presentatie o.i.d. dan is een raamvertelling op transparante sheets heel geschikt.  Op elke plaat staat een deel van de mensen. Als ze allemaal op elkaar liggen, is iedereen zichtbaar. Door steeds een plaat weg te halen verdwijnt ook steeds een deel van de mensen. Zie ook de afbeeldingen hieronder.  Op elke sheet plakken jullie de benodigde voorwerpen en mensen. 1. Op de onderste sheet Jezus (meest gedetailleerd). 2. Op de sheet daarboven de discipelen (enigszins gedetailleerd). 3. Op de plaat daarboven veel mensen en slingers en takken (niet-gedetailleerde figuren).  Als ze allemaal over elkaar hangen, is iedereen zichtbaar. Door steeds een plaat weg te halen verdwijnt ook steeds een deel van de mensen. Zie ook de afbeeldingen hierboven.  Werk je er met z’n allen aan, dan is het wel handig een groot formaat te kiezen, bijvoorbeeld A2.  Benodigdheden voor de raamvertelling: - Groot stuk stevig karton of een houten plank als achtergrond (even groot als de vellen papier en de sheets, werk je er met z’n allen aan, dan is het wel handig voor de achtergrond, de vellen papier en de sheets een groot formaat te kiezen, bijvoorbeeld A2) - 1 zwart vel papier - 1 wit vel papier - 3 transparante sheets (in A4-formaat zijn deze te koop in de kantoorboekhandel, in een groter formaat zijn deze verkrijgbaar in de grotere hobbyspeciaalzaken) - 2 of 3 plakhaakjes (geschikt van het formaat van jullie raamvertelling) - Gekopieerde figuren en papier of stof voor slingers, takken, kleden, etc.
Page 10
9 Projectlied In het handboek vind je een lijstje met bestaande liederen die goed bij de lessen passen. Willen jullie graag een themalied, kies dan een bekend lied dat bij de serie past, bijvoorbeeld: - Les 1 Jozef zoekt zijn grote broers, alle tien zijn ze jaloers, op zijn jas en op zijn dromen, als ze Jozef aan zien komen, wordt zijn mantel afgerukt. Diep zit Jozef in de put. Les 2 Met een slavenkaravaan moet hij naar Egypte gaan. Alle dromen zijn vergeten, heel veel kwaad wordt hem verweten. Jozef die onschuldig is komt in de gevangenis. Les 3 Lange jaren gaan voorbij, maar de Heer is hem nabij. Nieuwe dromen worden wakker door de schenker en de bakker. Maar de schenker, hij vergeet al wat Jozef voor hem deed. Les 4 Farao hoog op zijn troon droomt een wonderlijke droom. Daarom laat hij Jozef komen en dan worden alle dromen van de koe en korenaar en de maan en sterren waar. God heeft alles omgekeerd, Jozef wordt als vorst vereerd, en het kwade valt in duigen en de broers ze moeten buigen: zo houdt God door Jozefs hand 't volk van Israel in stand. Les 5 Zoveel mensen om Hem heen, toch voelt Jezus zich alleen: want het volk ziet hem als leider die de vijand zal verdrijven, maar de vrijheid die Hij biedt zit van binnen, zie je niet. Les 6 Petrus en de and’re twee Komen in Gethsemané Jezus vraagt hen om te waken, Maar dat doen ze niet – ze slapen Doodsbang en alleen is Hij Hij voor ons – Hij maakt ons vrij Les 7 Op zijn knieën valt Hij neer Jezus in Gethsemané Bloedig zweet Hij, vurig bidt Hij “Vader, kan het anders?” smeekt Hij. Doodsbang en alleen is Hij Hij voor ons – Hij maakt ons vrij Les 8 Droevig zien ze om zich heen: Jezus stierf, ze zijn alleen. Maar plots staat Hij in hun midden, ze begrijpen 't niet, ze schrikken. Hij zegt: ' 'k Zal steeds naast je staan, als je saamkomt in Mijn naam.' Op de wijs van ‘Jozef zoekt zijn grote broers’ Couplet 1-4: tekst Hanna Lam Couplet 5 en 8: tekst Gonda Scheffel Couplet 6 en 7: tekst Janneke Burger - Gezang 663 (Oude Liedboek 234): Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen als zonlicht om de bloemen een moeder om haar kind. Teveel om op te noemen zijn wij door Hem bemind. Al is Hij opgenomen, houd in herinnering, dat Hij terug zal komen, zoals Hij van ons ging. Wij leven van vertrouwen, dat wij zijn majesteit van oog tot oog aanschouwen in alle eeuwigheid. ‘Jozef zoekt zijn grote broers’. Bij de lessen van deel 2 schreven Gonda Scheffel en Janneke Burger voor ons vier coupletten op de wijs van ‘Jozef zoekt zijn grote broers: 10 1.Alleen in de put Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling In deze les maken we aan de hand van het prentenboek ‘Mama kwijt’ kennis met het thema ‘alleen op de wereld’. We denken na over het verschil tussen alleen zijn/eenzaamheid en verlatenheid. En we ontdekken dat er aan verlatenheid twee kanten zitten: als er iemand verlaten wordt, is er ook iemand die verlaat. We horen van Jozef die door zijn broers werd verlaten en helemaal alleen in de put zat. Richt je aandacht Vraag je af Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding. Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, nooit zal ik wankelen. (Psalm 62:2,3) ● Hoeveel vrienden heb jij?  Hoe lang heb je die al? Heb je vooral langdurig of kortere vriendschappen.  Hoe heb je contact met ze? Vooral live of vaker via Hyves, Facebook of twitter?  Heb je je wel eens alleen of eenzaam gevoeld?  Heb je je wel eens verlaten gevoeld?  Wat is voor jou het verschil tussen alleen en verlaten zijn?  Heb jij wel eens iemand alleen gelaten?  Herken je iets van de uitspraak van Augustinus: “Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U”. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Uit een onderzoek in opdracht van het Leger des Heils blijkt dat één op de tien Nederlanders zich vaak eenzaam en ongelukkig voelt. Je zou denken en verwachten dat dit een probleem is alleen bij oudere mensen, maar het komt ook veel voor onder jongeren. Van de 18- tot 24 jarigen laat 12 procent weten zich vaak alleen en onbegrepen te voelen. Het onderzoek wijst de toenemende individualisering aan als belangrijkste oorzaak. Wij maken ons minder zorgen om mensen, die door ouderdom niet meer meetellen in de samenleving en wij maken ons minder zorgen om kinderen, die de dupe geworden zijn van de problemen van hun ouders. Dit komt voor zowel bij mensen binnen als buiten de kerk. Hoe vaak horen we het niet: ‘k heb geen mens, die naar me omziet, ik heb geen mens, dat is hetzelfde als ‘ik heb niemand’. Als we het horen is het vaak een signaal van diepe eenzaamheid. Wat doen we met dat signaal. Negeren we het of proberen wij enige hulp te bieden? Brengen we de naastenliefde in praktijk? De Heere Jezus gaat ons daar zelf in voor! Denk maar aan de verlamde man te Bethesda (Johannes 5:1-18) die zei: “Ik heb geen mens……” Er zijn veel mensen helemaal alleen. Klaag jij misschien in eenzame perioden ook wel eens: “ik heb geen mens”? Maar waar is God dan? Wie is Jezus voor u en jou? Was en is Hij dan geen Mens? Hij kwam toch bij ons, heel gewoon. De Zoon van God, als Mensenzoon! Hij heeft ons gediend als een knecht en ten slotte voor u, jou en mij als mens Zijn leven afgelegd om ons te verlossen, omdat wij onszelf niet kunnen verlossen. Te verlossen van dat ‘ergere’, n.l. het vervallen aan Gods oordeel. Er zijn veel mensen alleen op de wereld, ondanks de vele mensen direct of indirect om je heen. Maar gelukkig zijn zij die God als hun God in Christus Jezus mogen kennen en liefhebben. Want geloof me, mensen verdwijnen op de duur toch allemaal van het toneel. Door de poort van de dood moet je helemaal alleen. Je houdt niets en niemand over. Niemand………? Alleen God! Tenminste als je een drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest kent.
Page 12
11 Leef je in Wanneer kunnen kinderen zich alleen of eenzaam voelen? Je kunt denken aan:  Uit logeren gaan  Je ouders in winkel, op strand etc. kwijt raken  Voor het eerst naar school gaan  Een verhuizing van jezelf of vriendje, broer of zus voor studie of huwelijk  In het ziekenhuis liggen  Een vriend die iets belooft en het niet nakomt  Het kwijtraken van dierbare spulletjes  Het weglopen / afscheid van een huisdier  Scheiding van ouders Je kunt alleen zijn door de omstandigheden, je kunt ook bewust alleen gelaten zijn, verlaten dus. Hebben de kinderen ook ervaringen met verlatenheid? In welke van bovenstaande gebeurtenissen zou er sprake kunnen zijn van verlatenheid? Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Let op: in deze eerste les start je met het thema ‘alleen zijn’. In de komende zeven lessen gaan we daar verder mee aan de slag. Je hoeft het deze les dan ook niet uitputtend te behandelen of af te ronden. Als je tijd over hebt is er genoeg om mee aan de slag te gaan (foto-opdracht, prentenboek voorlezen, kleuren) maar het hoeft niet! Neem in ieder geval de tijd voor de verhalen van de kinderen, het Bijbelverhaal van Jozef en de tekst onder ‘samen doorpraten’. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We oriëntatie ons op het thema verlatenheid door allereerst na te denken over ‘alleen zijn’. Dat is voor alle kinderen herkenbaar. Om iets van die ervaringen op te roepen kijken we met elkaar naar het prentenboek ‘Mama kwijt’.  Lees een gedeelte van het prentenboek voor of laat een stukje van het filmpje zien, maar laat het eind open (bijvoorbeeld t/m: “Ik ben mama kwijt… piepte kleine uil”).  Vraag de kinderen hoe het kwam dat kleine uil zijn mama kwijt raakte.  Is er iemand die zijn moeder of vader wel eens kwijt is geweest?  Hoe kwam dat? (Soms komt het door jezelf of door de omstandigheden.)  Maak nu de brug naar Jozef: zijn broers kozen ervoor hem alleen te laten! Je kunt je met elkaar ook oriënteren door een voorwerp. Denk aan een schelp, een souvenir (bijvoorbeeld zo’n sneeuwbol), in ieder geval iets wat de kring rond kan en waar kinderen iets over kunnen vertellen. Er zijn natuurlijk ook ansichtkaarten met ‘groeten uit...’. Denk verder aan zwart-witfoto’s of sepiafoto’s. Het kan een foto zijn van jezelf, maar dan als kind of van je grootouders, of van een huisdier dat niet meer leeft. De clou is dat het voorwerp of de foto herinnert aan iets wat er op dat moment niet meer is. Het is een herinnering. Dat concept moet zich nestelen in het hoofd van de 12 kinderen. Sommige voorwerpen roepen fijne herinneringen op andere minder fijne. En als je je iets fijns herinnert, merk je dat het feit dat dat voorbij is ook een beetje pijn doet. Je hebt heimwee. Het voelt weemoedig. In beide woorden zit het woord ‘wee’, een ouderwets woord voor pijn. Sta daar even bij stil. Laat een paar kinderen daarvan voorbeelden vertellen. Let op: het kan gevoelig liggen. Vervolg in de groep Hang afbeeldingen van ‘Mama kwijt’ op en probeer met elkaar het verschil tussen ‘alleen zijn’ en ‘verlatenheid’ scherp te krijgen. Uil is mama kwijt - ze is verstopt… niet echt weg, maar niet goed te zien voor uil. Dan voel je je alleen. De dieren gaan mee zoeken. Spreek met elkaar over kwijt zijn-alleen zijn-zoeken-en-vinden. Probeer nu het verschil uit te leggen met ‘verlaten’: Als mama nu eens tegen uil zegt “dag uil, ik laat jou hier achter… zorg maar goed voor jezelf” dan ben je niet zomaar alléén, dan ben je ‘verlaten’. En je denkt: wie moet er nu voor mij zorgen. Er is niemand die mij opzoekt, wat moet ik nu? Dan voel je je ‘verlaten’. Voor jezelf wat abstracter op een rij: Alleen is:  Zonder hulp of medewerking  Zonder zonder anderen / in je eentje (een-zaam) Verlaten (ver-laten) is dat iets of iemand achtergelaten wordt. Denk aan:  weggaan (van)  in de steek laten, laten vallen  onverzorgd achterlaten Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Vat samen wat jullie besproken hebben. Bijv.: verlaten is dat iets of iemand met opzet achtergelaten wordt. Hier zitten altijd twee kanten aan: iemand die verlaat en iets of iemand die verlaten wordt. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Daarna praten we verder over alleen zijn en verlatenheid. Zo proberen we nog scherper te krijgen wat dat is. Bijbelvertelling: Jozef in de put Genesis 37-39. De meeste kinderbijbels stoppen dit verhaal op het punt dat Jozef verkocht wordt en naar Egypte vertrekt. Neem in overweging of je doorvertelt totdat hij bij Potifar in dienst komt. Dan rond je het verhaal meer af.
Page 14
13 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Ik volg de Heer (Jan Visser) Jozef zoekt zijn grote broers (Hanna Lam) Ik ben nooit alleen (Elly &Rikkert) Jozef, Jozef had een jas Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Bedenk met elkaar hoe je eenzaamheid / verlatenheid uit kunt beelden. Denk aan lichaamshouding, handen, afstand en nabijheid. Maak één of meer (groeps)foto’s rondom de thema’s samen, alleen en verlatenheid. Misschien kunnen jullie er wel een quote bij bedenken. Ter inspiratie hiervoor kun je gebruik maken van spreekwoorden. Welke spreekwoorden ken je?  Samen sterk  Moederziel alleen  Samen uit, samen thuis  Afscheid voor altijd?!  Van een mooie tafel eet je nooit alleen  Van God en iedereen verlaten  … Introduceer de tentoonstelling Samen met deze foto’s en de producten die we de volgende lessen gaan maken, wordt dat een tentoonstelling waarmee we de gemeenteleden met Pasen kunnen laten zien wat we hebben geleerd. Een (PowerPoint)presentatie kennen de meeste kinderen wel van school. Hieronder tips om de tentoonstelling te introduceren. Om de kinderen voor te bereiden op het maken van een tentoonstelling moet je eerst op zoek gaan naar de betekenissen die er al zijn. 1. We gaan eerst zelf denken, samen praten en meeschrijven:  Zijn kinderen al eens naar een tentoonstelling geweest en wat vonden ze ervan etc.  Je kunt starten met een eigen ervaring en/of je gebruikt enkele foto’s van ene tentoonstelling.  Je vertelt over een tentoonstelling waar je was, wat je daar zag en hoe dat ging met naar binnen gaan en hoe een en ander was neergezet etc.  In tweetallen kunnen de kinderen kort aan elkaar vertellen of ze weleens bij een tentoonstelling zijn geweest: - wat zagen ze daar? - wat is hen het meeste opgevallen?  De kinderen kunnen in tweetal hier kort enkele woorden over opschrijven.  In de grote groep vat je samen: schrijf dat mee op en groot vel. Dit wordt namelijk de start van jullie tentoonstelling, een document om de eerstvolgende keer weer op terug te komen.  We weten nu wat een tentoonstelling is. Een tentoonstelling is een verzameling bijzondere spullen bij elkaar. Bijvoorbeeld foto’s, schilderijen, beelden of objecten. Het doel van een tentoonstelling is mensen te inspireren om na te denken en/of zelf aan de slag te gaan. 14 2. Hoe kunnen we nu in een tentoonstelling neerzetten wat wij hier in het thema doen?  Ook nu weer eerst zelf denken, samen praten en meeschrijven:  Introduceer de grote lijn: - Ons thema is: verlatenheid - Wanneer ben je alleen, wat is verlatenheid? - Verlatenheid in mensenlevens (Jozef, wijzelf, gemeenteleden e.d.) - Verlatenheid bij Jezus - Wat vraagt God van ons?  Welke beelden hebben we al?  Hebben jullie thuis spullen die hier goed bij passen?  Als jullie nog tijd hebben: Welke rollen zijn er bij de tentoonstelling? - - - Iemand opent Iemand heet de mensen welkom Iemand zit bij de folders - Hoe is de looproute? - Iemand loopt rond, licht een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Oudere kinderen kunnen rondleiden. 3. Informeer ook de ouders, misschien kunnen zij mee bedenken wat tentoongesteld kan worden. Tijd over? Afhankelijk van de tijd die jullie hebben kun je ook deze alternatieve verwerking uitvoeren: laat de kinderen in groepjes of individueel in een kijkdoos iets uitbeelden van eenzaamheid en / of het tegenovergestelde. En met blokjes hout en smileys kun je eenzaamheid ook uitbeelden: Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct.
Page 16
15 Afronding Rond de bijeenkomst met de kinderen af en vraag aan de kinderen of er nog belangrijke dingen zijn die besproken of uitgezocht kunnen worden. Informeer ook de ouders, misschien kunnen zij mee bedenken wat tentoongesteld kan worden. Thuisopdracht Reflectie Vraag de kinderen om de komende week foto’s en (kranten)artikelen te verzamelen die met eenzaamheid en verlatenheid te maken hebben. Misschien hebben ze thuis ook boekjes met het thema ‘alleen’. Die mogen ze volgende week meenemen. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef in de put staat. Het staat in zeer veel Kinderbijbels, bijvoorbeeld Bijbel voor jullie.  Het boek ‘Mama kwijt’ van Chris Haughton. Het boek is uitgeroepen tot Prentenboek van het Jaar 2012 en heeft een centrale rol vervuld in de materialen van De Nationale Voorleesdagen 2012. Het is dan ook waarschijnlijk in alle bibliotheken verkrijgbaar. Er staan verschillende versies op YouTube. Enkele links hiernaar vind je op de website.  Plaat van ‘mama kwijt’ (zie links op de website) en de put van Jozef (zie achter in dit pakket).  Brief voor de ouders met informatie over het thema en het eindproduct.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 16 2. Onschuldig in de gevangenis Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling Je kunt door mensen worden verlaten, maar soms moet je er voor kiezen mensen te verlaten. Dat kan een moeilijke keuze zijn. Jozef was integer en vluchtte bij de vrouw van Potifar vandaan. We horen ook van vervolgde christenen die voor God kiezen, ook al komt hun vrijheid of leven dan in gevaar. We gaan aan de slag met foto’s om verlatenheid scherper op ons netvlies te krijgen en bemoedigen kinderen die in moeilijke omstandigheden leven. Richt je aandacht Vraag je af Zet een wacht voor mijn mond, HEER, een post voor de deur van mijn lippen. Houd mijn hart ver van het kwaad, verleid het niet tot goddeloze daden met hen die onrecht bedrijven, laat mij niet eten van hun overvloed. (Psalm 141:3,4) ● Wanneer heb je in je eigen leven gevoeld wat onrecht is?  Heb je weleens afgezonderd gevoelt, buiten gesloten met of zonder reden?  Ken je mensen die in een gevangenis zitten of hebben gezeten?  Ben je bang om voor je overtuiging / geloof alleen te komen staan? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. “Gemiddeld leeft 1 op de 10 christenen in Noord Korea in gevangenschap.” Het Koninkrijk van God staat tegenover dat van deze wereld. Wanneer je opkomt voor God, zijn recht en zijn liefde, krijg je tegenstand van mensen, die dat niet willen. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Profeten moesten vaak lijden vanwege hun boodschap, denk maar aan Jeremia. En denk maar aan Jozef. Hij kwam in de gevangenis omdat hij weigerde met Potifars vrouw naar bed te gaan. Hij werd vals beschuldigd en zonder eerlijk proces gevangengezet. Maar de HEER stond hem terzijde en liet alles wat Jozef ter hand nam voorspoedig verlopen. (Genesis 39) Zulke dingen gebeuren. Ook gelovigen krijgen daar soms mee te maken. God belooft nergens dat gelovigen in dit leven van alle tegenslag gevrijwaard blijven. Hij belooft wel dat, waar we ook in verzeild kunnen raken, we er als geestelijke overwinnaars uit kunnen komen. Wat Jozef meemaakt, is de geloofservaring van velen. “Maar wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hen die naar zijn voornemen zijn geroepen.” Er gebeurden een heleboel rampen in zijn leven, maar achter de schermen werkt God en Hij brengt uit het kwade van mensen het goede voort. Omdat Jozef God eerde, eerde God hem: “Wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden.” Aan het eind is hij beter af dan in het begin. Meer dan Jozef weet Jezus dat Hij moet lijden en dat hij geen compromissen met de tegenstanders moet sluiten. Hij moet de wil van zijn Vader tot het einde toe blijven doen. Namelijk het zoeken van het verlorene, ook al kost Hem dit uiteindelijk zijn leven. Jezus' kruisdood is het einde van Zijn volhardende keus voor mensen in nood om de liefde van God juist daar zichtbaar te maken. Dat maakte de machthebbers, ook in de kerk van die dagen, zenuwachtig. Kun jij geloven dat het door lijden en dood heen goed komt? Nee, dan ben je niet de enige. De discipelen vonden dat ook moeilijk, Petrus verzette zich zelfs heftig. Maar de liefde van God is sterker dan onze boosheid. Zij overwint. Dat is de boodschap van Goede Vrijdag en Pasen samen. (2 Kor. 4:7-15) Met wie komt het goed? Met de machthebbers in Noord Korea of met die man of vrouw die vanwege zijn geloof in Jezus gevangene in dit land gevangen zit. Wie heeft uiteindelijk de macht? ‘Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’ (Johannes 16:33)
Page 18
17 Leef je in Kinderen overtreden soms regels en krijgen daarvoor straf. Is voor hen altijd duidelijk waarom ze straf krijgen? Krijgen ze ook wel eens onterecht straf? Hoe gaan wij daar mee om? Kinderen maken ook vaak nare dingen mee waar ze zelf geen schuld aan hebben. Dat overkomt hen gewoon. Zij worden pijn gedaan van binnen door dingen die anderen mensen hen aandoen. Een van de bekendste en meest voorkomende situaties is echtscheiding. Kinderen voelen zich vaak schuldig terwijl zij er niets aan kunnen doen. En in sommige landen moeten kinderen op dit vlak heel wat meemaken! Lees een stukje of bekijk een filmpje over vervolgde christenen (Open Doors) of mensenrechten (Amnesty International). Je vindt hiervoor een aantal links op de website. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De vorige les kwamen we door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' (zie link bij les 1) op verhaal met de kinderen. Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef met opzet door zijn broers achter werd gelaten in de put. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Praat met de kinderen over straf, al dan niet terecht. Gebruik hier eventueel een foto bij van ruziënde kinderen, een botsing of een kind dat in de hoek staat.  Heb je wel eens ergens de schuld van gekregen? (Hij begon, … nee hij!)  Heb je wel eens straf gehad?  Begreep je waarom je straf kreeg.  Had je dat wel of niet verdiend?  Als iemand wel eens onterecht straf heeft gehad, waarom was dat dan?  Hebben jullie daar later verder over gepraat? En werden jullie het toen eens? Waarschijnlijk komen jullie tot de conclusie dat het best moeilijk kan zijn om te bepalen of iemand wel of niet schuldig is. Daar gaan we in de kindernevendienst verder mee aan de slag. Vervolg in de groep Praat met de kinderen nog even door over het gesprek dat in de kerk is gestart. Hebben ze hun verhaal ook kunnen delen? Herkennen ze het dilemma van de schuldvraag? Bekijk met elkaar de boeken, artikelen en foto’s die de kinderen hebben meegebracht. Deze kun je voor de bovenbouw eventueel aanvullen met World Press Photo’s. Kijk er met elkaar naar en bespreek de volgende vragen:  Wat zie je? 18  Gaat het hier om alleen-zijn of verlatenheid?  Weet je ook waarom of waardoor?  Is de persoon op de foto door eigen schuld alleen of verlaten of niet? Praat door over veroordelen en straffen:  Wat vind je van de overtreding en de straf?  Is duidelijk of iemand de personen al dan niet schuldig zijn?  Is het altijd zwart-wit? Gebruik hierbij eventueel het beeld van Vrouwe Justitia  Eerlijk duurt het langst. Wat betekent dat? (Een leugen komt op den duur altijd uit, daar kom je niet ver mee. De waarheid blijft langer, namelijk altijd, waar.) Conclusie: we vinden er allemaal iets van, maar soms is het best lastig om daarin een juist en rechtvaardig oordeel te vellen. Dat geldt ook voor rechters. Als jullie genoeg tijd hebben kun je doorpraten over al dan niet terecht veroordeeld worden. Kies één dilemma en laat hiervan een krantenartikel of foto zien. Denk aan het meldpunt voor overlast van Oost-Europeanen van de PVV, Lucia de Berk of Keith Bakker. Op de website vind je links naar artikelen hierover en bij benodigdheden staan gespreksvragen. Laat vervolgens een foto of filmpje zien van een geheime gelovige die om zijn of haar geloof gevangen is genomen.  Waardoor is deze persoon in de gevangenis gekomen?  Is hier sprake van schuld?  Wat is erger: in de gevangenis komen of God verloochenen?  Kan de gelovige ervoor kiezen zijn geloof te verloochenen om straf te voorkomen? Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Soms is het best lastig om een juist en rechtvaardig oordeel te vellen. Maar eerlijk en oprecht zijn / een rechte lijn houden met God houden, geeft kracht zelfs als alle mensen tegen je zijn of lijken te zijn. We lezen er ook over in de Bijbel: Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Jozef in de gevangenis Genesis 39. Jozef had niets verkeerds gedaan maar de vrouw van Potifar heeft leugens over hem verteld. Hij komt daardoor onschuldig in de gevangenis.
Page 20
19 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Trouwe God, wij danken U dat alles niet blijft zoals het is. U zult de gevangene bevrijden, de hongerige brood geven, de nederige verhogen. Kom, Here Jezus en wees Koning over ons! Liedtips Psalm 1 We hebben allemaal wat Respect voor iedereen Bewaar je oog Je hoeft niet bang te zijn Jezus zegt dat Hij, hier van ons verwacht Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Hieronder vind je een aantal mogelijkheden voor verwerking. De collage, het gedicht en het lied of de rap krijgen natuurlijk een plaats in de tentoonstelling. Maak een keuze die past bij de tijd die jullie hebben. Je kunt de kinderen ook laten kiezen tussen bijv. twee verschillende verwerkingen. De bemoediging voor geloofsvervolgden kunnen ze eventueel ook thuis maken. Collage over veroordelen, straffen en/of geloofsvervolging Kies uit jullie collectie één foto of maak er net als vorige week zelf één, een artikel of maak een collage voor jullie tentoonstelling.  Welke insteek kiezen jullie: ‘gevangenschap’ of ‘onschuldig gevangen zijn’.  Bedenk er een ondertitel bij. Met de bovenbouw kun je eerst een aantal gedichten lezen voor je de ondertitel bedenkt. Gedicht over veroordelen en straffen Bij de gedichten van gevangenen (zie link op de website):  Eerst leest ieder voor zich het gedicht door.  Bespreek dan in groepjes van 3 of 4 de volgende vragen.  Wat gaat het over?  Heeft de dichter het over schuld?  Hoe ervaart hij of zij de tijd in de gevangenis?  Is dit gedicht geschikt voor onze tentoonstelling of maken we er zelf één?  Natuurlijk mooi en goed leesbaar opschrijven en eventueel versieren. Snappen de bezoekers van de tentoonstelling wel waarom jullie dit gedicht laten zien of schrijven jullie er nog een toelichting bij? Lied of rap over oorlog en vrede Uit het lespakket van War Child ‘Waar ik woon is het oorlog’: met elkaar luisteren naar het lied ‘de speeltuin’ van Marco Borsato. De leerlingen gaan in groepjes een lied over oorlog en vrede of over War Child maken.  Neem een bestaand lied en schrijf er nieuwe woorden bij.  Luister goed naar de muziek en tel uit hoeveel woorden en lettergrepen er nodig zijn. Het is mooi als de zinnen rijmen, maar het hoeft niet.  Je kunt ook zelf een rap maken.  Zing het lied voor je groep.  Is het een idee om dat tijdens de tentoonstelling ook te doen? Bemoediging voor geloofsvervolgden Maak een mooie tekening of schrijf een kaart of brief voor iemand die alleen of verlaten is. Aan wie kun je hem sturen? Bijvoorbeeld aan iemand in je familie of naaste omgeving, jullie gemeente of via Open Doors of Amnesty International. Je tekening, kaart of brief kun je bijvoorbeeld sturen naar: 20  Open Doors, zij sturen hem door naar een kind dat woont in een land waar christenen worden vervolgd.  Amnesty, voor leerlingen van het basisonderwijs hebben kleurplaten die als A5 ansichtkaart gebruikt kunnen worden (32 kleurplaten in 1 set). Postzegels zijn niet inbegrepen, de kaarten naar dezelfde adressen kunnen in een grote envelop verstuurd worden.  War Child, onder games, fun & video staan filmpjes en een quiz. De quiztekst kun je eventueel kopiëren (even opmaak wissen, dan komt alles in beeld). Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Rond de bijeenkomst met de kinderen af en vraag aan de kinderen of er nog belangrijke dingen zijn die besproken of uitgezocht kunnen worden. Zijn de rollen voor de tentoonstelling al verdeeld? - Wie opent de tentoonstelling - Wie heet de mensen welkom? - Wie zit bij de folders? - Hoe is de looproute? - Wie lopen rond en lichten een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Thuisopdracht Reflectie Zijn er nog dingen die we thuis af kunnen maken? Wie doet wat? Stuur je kaart of tekening op naar een geloofsvervolgde. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar in staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor jullie.  Beeldmateriaal en teksten voor gesprek. Op de website vind je links naar: - Een paar foto’s m.b.t. ruzie, schuld en straf (zelf zoeken kan ook ;-). - Acties, filmpjes en info van Open Doors, Amnesty en War Child - World Press Photo’s - Gedichten van gevangenen - Een artikel m.b.t. de schuldvraag (denk aan het meldpunt voor overlast van Oost-Europeanen van de PVV, Lucia de Berk of Keith Bakker, vrouwe Justitia). Aandachtspunten hierbij: o Bij het meldpunt voor overlast van Oost-Europeanen van de PVV: nuanceringen kunnen zijn:  Je moet niet alle Polen over één kam scheren  Het moet niet alleen gaan over overlast maar ook over positieve verhalen
Page 22
21  De Polen hebben geholpen ons land te bevrijden. Zie ook de verklaring van ambassadeurs van Oost-Europese landen tegen het meldpunt van de PVV o Bij Lucia de Berk: eerst veroordeeld, later vrijgesproken. Wat doet dat met je? o Bij Keith Bakker: gevangen gezet, eerst ontkende hij dat hij fout was, nu geeft hij toe dat hij straf heeft verdiend. Wat vind je daarvan?  Papier, kleurplaten of kaarten van bijvoorbeeld Open Doors of Amnesty, stiften  Plaat van Jozef, bijvoorbeeld in de gevangenis, zie achter in dit pakket.  Briefje voor de ouders met info over het versturen van de kaart of kleurplaat.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. Beste ouders, Vandaag hebben we met de kinderen naar een nieuw verhaal van Jozef geluisterd. Hij kwam onschuldig in de gevangenis. We hoorden dat er ook nu nog mensen om hun geloofsovertuiging vervolgd worden of in de gevangenis zitten. Gelukkig kan Open Doors sommigen van hen ondersteunen. En wij kunnen daarbij helpen door een tekening of brief te maken en op te sturen. Als je jarig bent, krijg je een verjaardagskaart. En misschien heeft je klas wel eens een tekening voor je gemaakt toen je ziek was. Een kaartje of een tekening kunnen je opvrolijken. Je hangt ze op of zet ze neer als herinnering. Wij kunnen ook iemand opvrolijken met een kaartje! Tijdens de kindernevendienst hebben we een brief of tekening gemaakt. Willen jullie deze samen met je kind naar onderstaand adres sturen, dan stuurt Open Doors hem door naar een kind dat woont in een land waar christenen worden vervolgd. Open Doors t.a.v. Kinderwerk Postbus 47 3850 AA Ermelo Hartelijke groet, De kindernevendienstleiding 22 3. Vergeten door de schenker Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling Jozef wanhoopt niet. Hij redt het leven van een medegevangene, de schenker, maar deze vergeet hem in eerste instantie. Hoe gaat God met hem om? Hoe gaan wij om met anderen? Laten wij ook wel eens iemand in de steek of komen we een belofte niet na? We bedenken concrete verbeterpunten voor onszelf en maken een geheugensteuntje om ons hier aan te houden. Richt je aandacht Vraag je af Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ – HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. In u vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. (Psalm 4:7,8) ● Belofte maakt schuld - waar denk jij dan aan?  Heb je er ervaring mee dat iemand een belofte aan jou niet nakwam?  Heb je daar snel een mening over en waarom, wanneer ligt het voor jou wat genuanceerder?  Heb je er ervaring mee dat je zelf een belofte niet bent nagekomen?  Heb je daar spijt van?  Beloften waar maken – hoe doe je dat?  Wanneer en hoe voel jij je afhankelijk van de hulp van andere en welke plaats heeft God dan in die situatie Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Ik beloof het, we houden contact… en dan vergeet je het of duurt het te lang en durf je niet meer of … Vul zelf maar in. Misschien ben je wel eens zo teleurgesteld in mensen. Of heb je zelf iemand teleurgesteld. Het kwam er niet van, je vergat het of je had er geen zin meer in… Of die ander heeft je pijn gedaan en je wilt de relatie het liefst verbreken. Prediker wist er ook van, hij riep mensen niet voor niets op: “Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn.” (Prediker 5:1-6) Het is een hele klus om in liefde en trouw te leven. Hoe vaak gebeurt het niet? Ouders komen hun beloften aan hun kinderen niet na, relaties worden beëindigd ondanks een trouwbelofte. Ook de schrijver van Spreuken wist dat het moeite kost om liefdevol en betrouwbaar te zijn. “Mogen liefde en trouw je nooit verlaten, wind ze om je hals, schrijf ze in je hart. God en de mensen zullen je genegen zijn en je zult waardering ondervinden.” (Spreuken 3:3). Als je elkaar lief hebt wil je voor altijd bij elkaar blijven. Maar het kan je zomaar ontglippen. De schrijver van Spreuken zegt daarom dat je er bewust iets voor doen moet om te voorkomen dat liefde en trouw je verlaten. Het punt is niet dat wij ze moeten realiseren, bijvoorbeeld in een goede relatie. Wij moeten ons ervoor hoeden dat ze ons niet verlaten! Zij kunnen zich uit de voeten maken – namelijk wanneer jij je voet zet op een verkeerde weg. Daarom moeten we ze bijvoorbeeld om onze hals winden. Dat doen de Joden vaker: dingen zichtbaar maken, herdenken. Denk maar aan de voorhoofdsband uit Deuteronomium (herinnering aan Gods wet) en de stenen die Jozua in de Jordaan legde (intocht in het beloofde land). Soms hebben we een geheugensteuntje nodig omdat we het anders zomaar vergeten. Of anderen herinneren ons er aan: Waarom liggen die stenen daar? Waarom draag je die ring, dat armbandje? What would Jesus do? Zo’n steen of sieraad is een teken voor je omgeving en ook voor jezelf. Het herinnert je eraan waar je het geluk zult zoeken.
Page 24
23 Leef je in Bij kinderen gebeurt dat ook vaak. Dan hebben ze bijvoorbeeld beloofd om met iemand te gaan spelen, maar even later vraagt iemand anders om te spelen en dan zeggen ze zomaar ja. Of het kind zou worden uitgenodigd voor een feestje, maar het gebeurt niet. Hoe ga je om met een kind dat zich niet aan zijn belofte houdt? En het overkomt kinderen ook dat volwassenen hun beloften vergeten. Als iemand iets vergeet wat hij belooft, dan wordt je daar een beetje verdrietig van. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen twee lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' (zie link bij les 1) kwamen we op verhaal met de kinderen. Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Beloofd is beloofd!  Geef een voorbeeld van jezelf waarin je iets beloofde wat je niet bent nagekomen.  Vraag de kinderen of ze dat herkennen.  Misschien wil iemand wel een voorbeeld noemen.  Waardoor lukte het niet?  Maar misschien lukt het ook vaak wel! In de kindernevendienst horen we dat het de mensen in de tijd van de Bijbel ook niet altijd lukte zich aan hun belofte te houden. Vervolg in de groep Hebben de kinderen in de kerk hun verhaal kunnen doen? Praat er nog even over door:  Het is dus best moeilijk om je aan een belofte te houden.  Kan iemand een voorbeeld noemen waar het wel lukte om je aan je belofte te houden? Waardoor lukt het wel?  Schrijf jullie ideeën op. Probeer door te vragen naar concrete dingen of gedachten. Het kan bijvoorbeeld zijn doordat je nog wist ‘ik wil zijn zoals Jezus’ of: ‘die ander herinnerde mij er aan en toen heb ik het alsnog gedaan’ of ‘het stond op de kalender’. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. 24 Nu weten we Je moet er soms je best voor doen om je belofte na te komen. Je hebt geheugensteuntjes nodig, of een duwtje in de goede richting. En het is best lastig om… Hoe kunnen we elkaar helpen? Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Jozef door de schenker vergeten Genesis 39-40. We horen over Jozef die de dromen van de schenker en de bakker uitlegt. Een paar dagen later komen ze uit. De bakker wordt opgehangen en de schenker mag terug naar het paleis van de Farao. Vervolgens vergeet de schenker Jozef. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Vader, wij danken U, dat U niet bent als de schenker van de Farao. Wij danken U dat U ons niet vergeet. Help ons om steeds meer te worden zoals U het hebt bedoeld. Liedtips Bewaar je oog Ja is ja, nee is nee Heer, U kent mij als geen ander Regels zijn regels Samen is veel leuker Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Hier volgen een aantal tips om met het thema van deze les aan de slag te gaan. Maak keuzes aan de hand van jullie beschikbare tijd en mogelijkheden.  Naar wie kunnen wijzelf in onze eigen omgeving en gemeente omzien? Wat hebben we de afgelopen tijd beloofd? Brainstorm hierover en schrijf jullie ideeën op een groot vel papier of op het bord.  We maken een doe-boekje: - Ieder kind krijgt een boekje en schrijft of tekent daar vervolgens zelf een aantal beloftes in waar hij of zij de komende tijd mee aan de slag zou kunnen gaan. Deze week ga ik dat en dat doen… - Gaat dat lukken? We hebben eerder in de les al een aantal tips bedacht. Schrijf ze ook in je boekje.  Knoop in je zakdoek: soms moet je je best doen om iets te onthouden. Dan helpt het om iets zichtbaars te hebben dat je aan je belofte herinnert. Daarom maken we een armbandje à la een vriendschapsbandje.  We leren het lied ‘Ja is ja, nee is nee’ aan. Kijk ook samen naar de tekst. Wat zingen we hier eigenlijk?
Page 26
25 Refrein: Ja is ja, nee is nee. Beloof is beloofd: Jezus wil je helpen als jij in Hem gelooft. Ook wij moeten dit leren om altijd trouw te zijn, en doen wat wij beloven; dat geldt voor groot en klein. (Refrein) Hij is een God van liefde, Hij houdt heel veel van jou. Hij zal je nooit verlaten want Hij is altijd trouw. (Refrein) Opwekking voor kids CD10 Werken aan de tentoonstelling Maak foto’s van de armbandjes voor in de tentoonstelling. Misschien kunnen de kinderen het armbandje ook omdoen tijdens de presentatie van de tentoonstelling. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Zijn de rollen voor de tentoonstelling al verdeeld? - Wie opent de tentoonstelling - Wie heet de mensen welkom? - Wie zit bij de folders? - Hoe is de looproute? - Wie lopen rond en lichten een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Oudere kinderen kunnen rondleiden. Thuisopdracht Reflectie We gaan deze week aan de slag met ons boekje met beloftes (bovenbouw) en nemen ons armbandje mee als geheugensteuntje. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef en de schenker staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor jullie. Afhankelijk van de gekozen verwerking:  Groot vel papier of bord om op te schrijven  Voor elk kind een miniboekje om de beloftes en tips in te schrijven (bij het lespakket hebben jullie een pdf hiervan ontvangen, je vind een kopie ervan achterin). Op de website vind je een link naar uitleg voor het vouwen  Pennen, stiften o.i.d.  Eventueel een plaat van Jozef en de schenker of de farao. 26  Materiaal voor het vriendschapsbandje. Je kunt hier diverse materialen voor gebruiken, denk aan wol / leer en kralen / knopen. Hieronder zie je twee voorbeelden:  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 28
27 4. Jozef wordt rijk gezegend Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling We staan stil bij de vraag waar we God zien in ons leven. Ervaren we Hem altijd? Waar wel en waar niet? Als we terugkijken op het leven van Jozef ontdekken we dat God er steeds bij was. God laat alles meewerken tot het goede in zijn leven: hij redt zijn broers van de hongerdood. Dat is goed om te horen en te zien, zeker als we het zelf niet altijd ervaren. Op onze beurt mogen wij dat weer door geven aan anderen! Dat gaan we doen door de komende weken een tentoonstelling voor te bereiden. Richt je aandacht Vraag je af Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op u vertrouw ik.’ (Psalm 91:1,2) ● Waar denk je aan bij ‘zegen’?  Wie is voor jou een zegen?  Voor wie ben jij tot een zegen?  Wanneer is God nabij in jou leven?  Heb je ook wel momenten dat je zegt: waar is God? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Goede tijden, slechte tijden. Jozefs leven kent grote ups en downs. Bij Jakob thuis is hij heel wat, maar toch belandt hij in een put. Bij Potifar krijgt hij een goede positie, maar vervolgens komt hij in de gevangenis. Toch zegent God hem opnieuw en Jozef krabbelt weer overeind. Zijn geheim? Ten eerste: de HEER is met hem, en ten tweede: Jozef blijft overal op dezelfde manier de HEER dienen. Hij is geen kameleon, die steeds van kleur verandert. (Bron: Jongerenbijbel). – Dat liefde en trouw u nooit verlaten (Spreuken 3:3) Het is duidelijk dat God over Jozef waakt en iets goeds uit moeilijke omstandigheden doet voortkomen. De tijd die hij als dienaar en gevangene heeft doorgebracht, is geen verloren tijd. Hij wordt zo voorbereid op de grootse plannen die God gaat uitvoeren. Of Jozef dat op dat moment ook zo zag? We lezen er niet van. Pas als zijn broers hongerig voor hem staan verwoordt hij Gods goede zorgen voor hem en zijn familie: “God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.” (Gen. 45:7,8) God was erbij. En daarvoor? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we de geschiedenis van Jozef nog eens doorlezen, met name Genesis 31. ‘En de HERE was met Jozef’… dat is het beeld dat blijft hangen als je de geschiedenis van Jozef door leest. Genesis 39 begint en eindigt met deze woorden, en het blijkt uit de hele geschiedenis van Jozef. God zegent het huis van Potifar als Jozef daar in dienst komt (Gen. 39:5). In alle beproevingen blijft Jozef trouw. Hij weigert toe te geven aan de verleiding van een kortstondig avontuurtje, waardoor Gods eer zou zijn aangetast. God ‘bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam’ (Gen. 39:21). Hij maakt dat de gevangenschap draaglijk is en Hij zorgt ervoor dat het Jozef ook in de gevangenis voor de wind gaat. Doordat God Jozef inzicht geeft in de betekenis van de dromen van de farao komt hij vrij en wordt hij zelfs onderkoning over heel Egypte (Gen. 41:41). Van dit Bijbelgedeelte mogen we leren dat het leven moeilijk kan zijn, maar dat de Here God met je is. Ongeacht de omstandigheden waar je in zit. En soms moet je dat van anderen horen om het in je eigen leven weer te zien. 28 Leef je in “Ga je in het kantoor werken mama, dan hoor ik jou als ik ga slapen.” Een driejarige wil graag zekerheid: als ik mama niet zie wil ik haar wel een klein beetje horen, om zo te weten dat ze dichtbij je is. De peuter gaat leren wat afstand nemen betekent en dat uit het oog niet uit nabijheid of uit het hart is. Een jonger kind, een baby heeft die ervaring nog niet, niet zien is weg en weg is weg en dan is er verlatenheid en paniek. Jonge kinderen hebben het nodig dat je fysiek bij hen bent. Met spelletjes oefenen we dat "niet zien" niet gelijk is aan "weg en niet meer terugkomen": Kiekeboe! Bij een ouder kind benoemen we wat we gaan doen, je houdt je aan de afspraak, weggaan en weer terugkomen. Het kind leert zo erop te vertrouwen dat jij je aan de afspraken houdt. Je kind oefent op deze manier in het alleen zijn. Zie je een parallel in het leven met God, hoe is dat bij jou? Getrouw in het kleine – daar wil God zich aan verbinden. Zoals bij de dienaar in de gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25:21). Ook de Spreukendichter roept ons er toe op (Spreuken 31:8-9). Daar waar mensen als familie voor elkaar zorgen geeft de Here Zijn zegen. We lezen het in Psalm 133:1-3. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen drie lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' (zie link bij les 1) kwamen we op verhaal met de kinderen. Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. Deze les kijken we terug naar deze drie verhalen en ontdekken we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Met een beetje hulp… Soms kun je enorm op zien tegen een lastige klus, wat kun je doen om er toch goed door te komen, daar willen we meer van weten. Hoe doen mensen dat? We maken een ‘lastige-klussen-lijst’. Schrijf op een groot vel papier de antwoorden op de volgende vragen:
Page 30
29  Wat vind je lastig om te doen?  Helpt het als je weet dat iemand aan je denkt of bij je is? (Denk bijvoorbeeld aan sorry zeggen, zeggen dat je iets fout hebt gedaan, rekenen of taal, iemand iets vragen, tandartsbezoek, voor het eerst logeren, een toets maken). Vervolg in de groep Jozef had ook lastige klussen. Welke? Hang de vertelplaten op aan de muur. We kijken m.b.v. de platen terug naar de verhalen van de afgelopen drie weken:  Jozef kwam als slaaf in het huis van Potifar  Jozef moest kiezen voor God en tegen de verleiding  Jozef zat als gevangene in de kerker. Dacht er iemand aan hem? Wie? Was er iemand bij hem? Wie? Bijvoorbeeld: Potifar nam hem in dienst, de schenker dacht uiteindelijk toch aan hem, de farao geloofde zijn uitleg. Schrijf het op de vertelplaten of hang er briefjes bij met de namen er op. Let wel: Het is voor ons achteraf, nu we het hele verhaal kennen gemakkelijker te zien waar en hoe God werkte maar het was voor Jozef vertrouwen en vertrouwen… Neem dat mee in het gesprek met elkaar. Kom niet te snel met God als antwoord op deze vragen. Merk je altijd dat God er is? Misschien dat je het achteraf wel ziet, maar Hij kan ook gewone mensen op je pad brengen die aan je denken of met je mee gaan. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is fijn als er iemand aan je denkt of bij je is. En… het is ook fijn om aan iemand te denken, met iemand mee te leven. Het heeft twee kanten! Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: God stelt Jozef tot een zegen Genesis 44-45. Het is duidelijk dat God over Jozef waakt en iets goeds uit moeilijke omstandigheden doet voortkomen. De tijd die hij als dienaar en gevangene heeft doorgebracht, is geen verloren tijd. Hij wordt zo voorbereid op de grootse plannen die God gaat uitvoeren. Of Jozef dat op dat moment ook zo zag? We lezen er niet van. Pas als zijn broers hongerig voor hem staan verwoordt hij Gods goede zorgen voor hem en zijn familie: “God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd maar God; door hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte.” (Gen. 45:7,8). Jozef ontdekt: God heeft gezorgd dat ik jullie kon redden. Het is goed zo. 30 Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Aan wie wil je in het gebed heel speciaal denken. Misschien wil je God in stilte vragen of hij dan en dan aan je wil denken, bij je wil zijn. Liedtips Gods Woord van begin tot eind Ik zegen jou in Jezus naam, Hij belooft zijn trouw Machtig God, sterke Rots Samen (Kijk daar, een metselaar) Thuis (Rikkert Zuiderveld) Ik wil Jezus volgen heel mijn leven Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We brengen in beeld dat er niet alleen mensen waren die aan Jozef dachten of bij hem waren, maar dat God er ook was. Door het zo uit te beelden onthouden we het beter. We kunnen het zo ook goed aan anderen uitleggen. Dat doen we nu en de komende weken door een tentoonstelling te maken. route 1. Laat een plaatje van een routepaaltje zien en ga hierover in gesprek:  Soms loop je in het bos een route, je hebt dat vast eens gedaan. Je start met een keuze; nemen we de rode route of de gele…. Je weet dan waar je op moet letten, op de goede kleur, maar vaak weet je niet precies hoe lang de route is en waar je uitkomt is ook nog een verrassing.  Wat een weg heeft Jozef afgelegd, hoe komt hij hier terecht?  Waar start de weg voor Jozef?  Hij wordt geboren en dan…. Kijk nog even naar de vertelplaten en laat de weg zien die hij heeft afgelegd. Dit kun je eventueel ook doen aan de hand van een landkaart. 2. We kijken naar de vertelling van vandaag:  God was er bij, hoorden we in de vertelling van vandaag.  En daarvoor? Waar was God toen?  Staat daar iets over in de Bijbel? Hoe komen we daar achter?  We gaan kijken wat de Bijbel er over zegt: we lezen in groepjes een aantal Bijbelgedeeltes aan de hand van de volgende vragen: - Over welk stukje van de geschiedenis van Jozef gaat het in dit gedeelte? - Zegt Jozef iets over Gods aanwezigheid? - Zegt dit gedeelte iets over God? - Hang kaartjes met Bijbelteksten bij de vertelplaten. Verbindt alles eventueel met een (rode) draad (zie afbeelding aan het eind van het document).* * Je kunt ook buiten met paaltjes een route uitzetten op een veldje, met de teksten erbij. Laat ze na afloop staan voor de ouders. 3. En nu wij: we hoorden in het Bijbelverhaal van vandaag dat Gods plan met Jozef ervoor zorgde dat zijn familie van de hongerdood werd gered. Toen keken we nog eens goed naar Jozefs leven voor die tijd. En we ontdekten dat God er toen ook al was.  Werkt dat bij ons ook wel eens zo? En bij anderen?  We kijken weer naar onze lastige klussenlijst. Wat leren we van de geschiedenis van Jozef? God was er steeds bij en zorgde ook dat er steeds mensen waren die bij Jozef waren of aan hem dachten.  Wat ga je van de week doen?  Wat / wie heb je nodig?  Voor wie ben je er? Hiervoor kun je je Beloofd-is-beloofd-boekje van vorige week gebruiken. Geef de kinderen die er vorige week niet waren ook een boekje.
Page 32
31 Uit het oog, uit het hart. Zo gaat het vaak. Gelukkig, niet altijd. Eén is er die Zijn gevangenen niet vergeet. Eén is er die ons niet uit Zijn hart verliest. Eén is er die aan ons denkt. Altijd. Daar gaan we de komende weken meer van ontdekken. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording:  waar werken we naar toe? We maken een tentoonstelling om zelf nog eens te denken aan wat we ontdekken. We willen het aan thuis en de andere mensen van de kerk vertellen.  Hoe? Door de verhalen uit te beelden.  Waarom? Het is goed om elkaar er steeds weer op te wijzen dat God bij ons wil zijn.  hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Thuisopdracht Reflectie Zoek deze week naar foto’s, artikelen e.d. voor de tentoonstelling. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Een groot vel papier voor de lastige-klussen-lijst in de kerk  Een kinderbijbel waarin het verhaal van Jozef als onderkoning staat. Het staat bijvoorbeeld in de Bijbel voor jullie.  Vertel/kleurplaten Jozef  Informatie over het toewerken naar ons eindproduct  Materiaal voor routepaaltjes en kaartjes. Je vindt voorbeelden op de volgende pagina. Achter in dit pakket vind je een afbeelding van het routepaaltje zonder tekst.  Bevestigingsmateriaal om ze op te hangen.  Rood draad / wol om ze aan elkaar te verbinden  (Eenvoudige) Bijbel, bijvoorbeeld Het Boek of Goed Nieuws Bijbel.  Voor de bovenbouw Bijbels.  Beloofd-is-beloofd-boekje voor de kinderen van de bovenbouw die er vorige week niet waren.  Materiaal voor de tentoonstelling: papier, bevestigingsmateriaal, stiften, lijm, etc. - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Op de volgende pagina zie je hoe het er dan ongeveer uit kunnen gaan zien. 32 Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 34
De Here zegende Jozef De Here was ook in de toen hij bij Potifar was. Alles lukte hem! (Genesis 39:2) gevangenis bij Jozef. De baas van de gevangenis gaf hem de beste baantjes. (Genesis 39:21) God is er bij! Toen zei Farao: "Wie kan dat beter doen dan Jozef? God is bij hem!" (Genesis 41:38) Jozef zei: “God heeft mij hier heen gestuurd. Zo kon ik jullie redden!” (Genesis 45:7)  sAmen Bijbelgedeeltes bij ‘Jozef wordt rijk gezegend’ Gen. 39:1-6 Jozef was dus door de Ismaëlieten meegenomen naar Egypte, en daar was hij gekocht door Potifar, een vooraanstaand man die tot de hovelingen van de farao behoorde en het bevel voerde over zijn lijfwacht. 2 De HEER stond Jozef terzijde, zodat het hem goed ging. Hij mocht in het huis van zijn Egyptische meester werken. 3 Omdat zijn meester zag dat de HEER Jozef terzijde stond en alles wat hij ter hand nam voorspoedig liet verlopen, 4 was hij Jozef goedgezind: hij maakte hem tot zijn persoonlijke bediende, liet de gang van zaken in huis aan hem over en gaf hem het beheer over alles wat hij bezat. 5 En vanaf het ogenblik dat hij hem belastte met het toezicht op zijn huis en zijn verdere bezittingen, zegende de HEER het huis van die Egyptenaar omwille van Jozef. De zegen van de HEER rustte op alles wat hij bezat, in huis en daarbuiten. 6 Daarom vertrouwde hij alles volledig aan Jozef toe; nu Jozef er was, bekommerde hij zich alleen nog om wat hij te eten kreeg. ©NBV Gen. 39:20b-23 Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht. 21 Maar de HEER stond hem terzijde en bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam. 22 Jozef kreeg de leiding over alle gevangenen en hij hield toezicht op het werk dat ze deden. 23 De gevangenbewaarder had geen omkijken naar wat aan Jozef was toevertrouwd, omdat de HEER hem terzijde stond en alles wat Jozef ter hand nam voorspoedig liet verlopen. ©NBV Genesis 41:15, 16 15 "Ik heb de afgelopen nacht een droom gehad", zei Farao, "en geen van deze mensen kan mij vertellen wat hij betekent. Ik heb gehoord dat jij dromen kunt uitleggen en daarom heb ik je hier laten komen." 16 "Ik kan geen dromen uitleggen", antwoordde Jozef. "Maar God zal u de betekenis vertellen!" ©NBV Gen. 41:38-43: ‘Zouden we ooit iemand kunnen vinden als deze man, iemand die zo vervuld is van Gods geest?’ zei de farao tegen hen. 39 Toen richtte hij zich weer tot Jozef: ‘Aangezien God u dit allemaal bekend heeft gemaakt, is er vast niemand die zo verstandig en wijs is als u. 40 U vertrouw ik het bestuur van mijn paleis toe, en heel mijn volk zal doen wat u beveelt. Alleen door de troon zal ik boven u staan.’ 41 Hij vervolgde: ‘Hierbij geef ik u het gezag over heel Egypte,’ 42 en hij deed zijn zegelring af, schoof die aan Jozefs vinger, gaf hem kleren van fijn linnen en hing hem een gouden keten om de hals. 43 Hij liet hem rondrijden in de op een na mooiste wagen die hij bezat, en voor Jozef uit gingen dienaren die riepen: ‘Eerbied!’ Zo stelde hij Jozef aan over heel Egypte. ©NBV Gen. 45:4-7: ‘Ik ben Jozef,’ zei hij, ‘jullie broer, die jullie verkocht hebben en die naar Egypte is meegevoerd. 5 Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. 6 De hongersnood teistert het land nu al twee jaar, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. 7 God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde hij veel levens redden. ©NBV Gen. 45:17-20 De farao zei tegen Jozef: ‘Zegt u maar tegen uw broers dat ze hun lastdieren moeten bepakken en terug moeten gaan naar Kanaän. 18 Laat ze hun vader en hun gezinnen daar ophalen, en dan weer hierheen komen. Zegt u ze het vruchtbaarste deel van Egypte maar toe en beloof ze dat ze het beste wat het land te bieden heeft te eten zullen krijgen. 19 Verder moet u zeggen dat ze hiervandaan wagens moeten meenemen, zodat ze kunnen terugkomen met hun vrouwen en kinderen en met hun vader. 20 Ze hoeven er niet om te treuren dat ze hun huisraad moeten achterlaten, want het beste wat er in Egypte te vinden is, is voor hen.’ ©NBV Gen. 48:15-16,21: Hij zegende Jozef met deze woorden: ‘De God naar wiens wil mijn voorouders Abraham en Izaäk zich richtten, de God die mijn leven lang mijn herder is geweest, 16 de engel die mij heeft bevrijd van alle onheil, hij geve deze jongens zijn zegen. Moge mijn naam door hen voortleven, en ook die van mijn voorouders Abraham en Izaäk, en mogen zij zich over de hele aarde uitbreiden.’ 21 Daarna zei Israël tegen Jozef: ‘Ik zal nu spoedig sterven. Maar God zal jullie terzijde staan en jullie laten terugkeren naar het land van je voorouders. ©NBV Bij Paasserie sAmen
Page 36
35 5. Jezus, door mensen verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling De mensen in Jeruzalem omringen Jezus en halen Hem juichend binnen. Ze verwachten dat ze nu snel gered zullen worden van de Romeinse overheersers. Maar wat als Hij dat niet gaat doen? Wat als mensen je volgen omdat er iets bij je te halen valt? Dan sta je alleen! Hier stoppen we vandaag om goed tot ons door te laten dringen: de Here Jezus is verdrietig omdat de mensen niet begrijpen wat Hij voor hen wil gaan doen. Richt je aandacht Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef ze, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan. Wie is hij, die koning vol majesteit? De HEER van de hemelse machten, hij is de koning vol majesteit. (Psalm 24: 9, 10) Vraag je af ● Wanneer had je een succesmoment, hoe reageerden de mensen?  Wat deden ze, wat zeiden ze, gaven ze hoog van je op in woorden of waren ze ook daadwerkelijk aanwezig?  Welke belangrijke mensen heb om je heen?  Wie zijn jouw rolmodellen – achter wie loop je aan? Bewust, of misschien onbewust? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Wij mensen willen graag gezien worden. Tien jaar geleden wilden kinderen vooral aardig gevonden worden. Tegenwoordig willen ze beroemd worden blijkt uit een onderzoek van de University of California. In 1967, 1977 en 1997 wilden kinderen vooral aardig gevonden worden. In 2007 was aardig gevonden worden uit de top tien verdwenen. In 1997 stond beroemdheid op de 15e plek van de lijst van meest belangrijke dingen in het leven van 9 tot 11 jarigen. In 2007 stond het op nummer 1. Deze stijging is volgens onderzoekers te wijten aan de komst van YouTube, Facebook en Twitter. Zoveel mogelijk 'vrienden' via social media vinden kinderen belangrijk. Je lijkt vaak voornamelijk mee te tellen als je iets presteert, of ergens de beste in bent. Dit is een manier om jezelf te bewijzen dat je ook meetelt en iets kan. Of telt dit ook voor jezelf? En als ze niet beroemd willen zijn hebben ze misschien wel een beroemdheid als idool. Zo iemand wil je als voorbeeld nemen, daar verwacht je iets van, daar wil je op vertrouwen. Dat leidt helaas nogal eens tot teleurstellingen. Mensen vallen vroeg of laat tegen. Je ontdekt hun beperkingen en fouten: Er is altijd wel iemand die je beter begrijpt die er veel vaker is en ook veel langer blijft want ik ben er haast nooit ach je weet hoe het gaat m’n lief ik ben steeds onderweg, ik kom altijd te laat (lied van Marco Borsato, ook gezongen tijdens The Passion in Gouda) We willen erkend worden in ons bestaan. Dit verlangen om gezien te worden is al zo oud als de mens. Adam voelde zich alleen zonder een tegenover en hulp. In de psalmen wordt er over gezongen: U, die mij door en door kent… (Psalm 139) Bijzonder is dat dit verlangen beantwoord wordt met verlangen van anderen en de Ander. God is er die ons heeft gewild en uitgekozen om zijn kinderen te zijn, schrijft Paulus in Efeze 1: 4, 5. “Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.” (Filippenzen 2: 6-11) 36 Leef je in Hoe is dat bij de kinderen van jullie kindernevendienst? Zijn ze actief in de social media? Maar ook: hoe reageren ze als je ze bij de naam noemt? Komen jullie elkaar wel eens op straat tegen? Zwaai je dan even naar elkaar of begroet je elkaar? Sharon Kips (christen en Idols-winnares): “mijn grootste angst is om iemand anders te worden dan dat ik daadwerkelijk ben, want de duivel ligt op de loer.” Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen vier lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' kwamen we op verhaal met de kinderen (je vindt een link op de website bij les 1). Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. In de vierde les ontdekten we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Het tweede blok, dat deze les start, gaat over het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt, totdat Hij het uitroept: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied We hebben het deze weken over alleen en verlaten zijn. Dat willen we niet graag. We willen bij anderen horen. We halen dit thema weer op:  Wat wil je liever: alleen zijn of bij een groep horen?  Hoe ziet jou vriendengroep er uit?  Hoeveel vrienden / volgers heb jij?  Wil je graag anderen volgen of wil je zelf gevolgd worden? In de kindernevendienst gaan we hier mee verder. Vervolg in de groep “One moment of fame”  Bekijk samen het lied ‘Ik wil beroemd worden’ van Kinderen voor kinderen Ik wil beroemd worden (Kinderen voor kinderen, zie link op de website).  Kijk je wel eens naar Idols, X-factor of The Voice (Kids)? Zou je dat ook wel willen?
Page 38
37  f welke sportheld zou jij willen zijn?  Wanneer sta je aan de top?  Ken je idolen en helden die gevolgd en aanbeden worden? Bijvoorbeeld een acteur / actrice, politicus, zanger(es) of voetballer.  Wat verwachten mensen dan van je? Je fans, de platenmaatschappij… Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Als mensen beroemd zijn zie je vaak veel mensen om hen heen. Maar dan kun je je toch nog alleen voelen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Door de mensen verlaten. Hoe was dat bij Jezus? Iedereen juichte voor hem toen Hij Jeruzalem binnenkwam. Jezus is mens en God, het moet hem als mens iets gedaan hebben dat ze hem zo binnenhaalden terwijl Hij wist dat het anders zou gaan dan de mensen verwachten. Hier wordt de verlatenheid van Jezus steeds duidelijker. Vertelling: In een klein dorpje, Bethanië, staat in een stal een jonge ezel vastgebonden. Het is een gewoon ezeltje, maar vandaag zal het iets heel moois mogen doen. Weet je wie dat ezeltje nodig heeft? De Here Jezus. Vandaag wil Hij op dát ezeltje naar de grote stad Jeruzalem rijden. Het is bijna Paasfeest, en dan komen er altijd heel veel mensen naar Jeruzalem om daar het feest te vieren. Ook de Here Jezus en Zijn discipelen gaan in Jeruzalem het Paasfeest vieren, maar er zal nu iets heel bijzonders gaan gebeuren. Daarom gaat Hij niet lopend, maar op een ezel naar de stad. Dan lijkt Hij op een koning. Al een paar keer heeft de Here Jezus aan Zijn discipelen verteld, dat Hij de straf, die de mensen door hun verkeerde dingen, hun zonden, verdiend hebben, zal gaan dragen. Hij wil dat Zijn Vader Hem straft en niet de grote mensen en de kinderen, waar Hij zo veel van houdt. Hij wil zo graag dat het weer goed komt tussen Zijn Vader, de Here God, en de mensen. De discipelen hebben het nog steeds niet goed begrepen. En vandaag denken ze er helemaal niet aan, want ze zien alleen maar mooie dingen: allemaal zingende en juichende mensen. En Jezus, die als een koning op het ezeltje zit. “Hosanna, hoera, de koning komt eraan”, roepen de mensen. In hun handen hebben ze grote palmtakken, en daar zwaaien ze mee. Tussen de mensen loopt Jacob. Hij is met zijn vader meegegaan. Hij zwaait ook met een palmtak, zo hard, dat zijn bruine krullen ervan schudden. En het ezeltje hoeft niet 38 zomaar over de harde stenen van de weg te lopen, nee, iedereen trekt zijn jas uit, en zo maken ze een mooie zachte weg. Jacob doet zijn vader weer na, en legt zijn jas erbij. Geeft niks hoor, dat het ezeltje er met zijn poten overheen loopt. Steeds meer mensen gaan mee doen, het wordt een heel lange vrolijke optocht. Eindelijk zijn ze bij de stad. Jacob ziet vriendjes en vriendinnetjes en allemaal roepen ze: “Hoera, voor de koning” In de stad zijn vreemde soldaten de baas: de Romeinen. En iedereen denkt dat de Here Jezus die nu weg gaat jagen. Dat zou mooi zijn. Ze hebben al zoveel wonderen gezien, die Hij deed. Dit kan Hij ook wel. De discipelen vinden het ook spannend worden. Als Jezus nu koning wordt, zullen zij ook wel heel belangrijke mensen worden, en Hem mogen helpen. Prachtig zal dat zijn. Maar kijk eens naar het gezicht van de Here Jezus. Dat staat helemaal niet blij. Hij kijkt zelfs verdrietig, ja Hij heeft gehuild. Waarom is Hij niet blij, met al die vrolijke mensen, die Hem koning willen maken? Jezus is verdrietig omdat Hij merkt dat de mensen niet begrijpen dat Hij geen gewone koning wil worden. Niet een koning hier in Jeruzalem, maar van de hele wereld. Hij wil álle mensen op de héle wereld redden van hun zonden. Daarvoor wil Hij sterven. Als de hele stoet bij de tempel gekomen is, stapt Jezus van de ezel af, en gaat naar binnen. Verbaasd blijven Jacob en zijn vader staan kijken. Gebeurt er nu verder niets? “Gaan Jezus en Zijn discipelen niet vechten met de Romeinen en ze wegjagen? vraagt Jacob. Zijn vader haalt zijn schouders op. “Ik weet het niet” zegt hij, “misschien morgen, laten we nu maar naar huis gaan”. Steeds meer mensen gaan weg. Jammer hoor, ze hadden zo gehoopt dat ze eindelijk eens een eigen koning zouden krijgen. Het wordt avond. Overal in de stad liggen de palmtakken zomaar op de grond. Lelijk geworden omdat iedereen erover heen gelopen is. Het is stil, want er zingt niemand meer “Hosanna”. De Here Jezus is verdrietig omdat de mensen niet begrepen wat Hij écht voor ze wil gaan doen, en dat ze daarom maar weggegaan zijn. Helemaal allen is Hij niet. Om Hem heen zitten de discipelen. Zullen zij wel altijd bij Hem blijven? Ook hun gezichten staan niet blij meer. Jezus zucht: Wat een moeilijke opdracht heeft Hij toch……. Gelukkig kan Hij bidden. Aan Zijn Vader in de Hemel kan Hij alles vertellen, ook nu Hij zo verdrietig is. Daar wordt Hij rustig van en even later liggen ze allemaal te slapen. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Prijs de Heer, Halleluja Palmpasen Palmtakken, mantels (Opw. voor kids 4) Hosanna Vertel me eens Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Wil je hier meer van weten, lees dan het document ‘algemene voorbereiding op het thema’.
Page 40
39 Deze week heeft onze bijdrage aan de tentoonstelling het thema ‘Jezus werd bejubeld en als koning Jeruzalem binnengehaald.’  We luisteren naar het lied ‘Als je wint, heb je vrienden’.  Waar gaat dit lied over? Als je wint heb je veel vrienden om je heen en ben je nooit eenzaam. Tenminste, dat denk je dan, maar als je dan een keer verliest, wat dan?  We maken een lied / rap / elfje.  Gaan we dit uitvoeren op de tentoonstelling of hangen we de teksten op? Lied: Als je wint, heb je vrienden (van Doe Maar) Hij kijkt vooruit, ziet niets Hij denkt niet na, hij fietst Al doen z'n benen pijn, hij moet de snelste zijn Ze halen nooit meer hij denkt ik win Nooit meer alleen, nooit meer alleen Ze komt half naakt voorbij De jury op een rij Ze lacht haar tanden bloot Wat zijn haar borsten groot Haar tranen stromen want ze is miss Nederland Nooit meer alleen, nooit meer alleen Refrein: Als je wint, heb je vrienden Rijen dik, echte vrienden Als je wint, nooit meer eenzaam Zolang je wint Al ben je nog zo moe, ze komen naar je toe Of je nu slaapt of eet, of half aangekleed Een feest is nooit een feest, als jij niet bent geweest Nooit meer alleen, nooit meer alleen Refrein Maak een elfje Een elfje is een dichtvorm die je misschien wel kent van school. Het is een kort en bondig gedichtje met precies elf woorden. Zoiets dus: Gedichtje Alleen Vijf regels Kort en bondig Aantal woorden is precies Elf Zo maak je een elfje: Regel 1: 1 woord Regel 2: 2 woorden Regel 3: 3 woorden Regel 4: 4 woorden Regel 5: 1 woord Hebben jullie meerdere groepen of maken jullie geen tentoonstelling maar een presentatie, dan vind je hieronder nog een aantal ideeën:  Je kunt traditionele Palmpasen stokken maken die traditioneel in veel kerken bij dit verhaal horen. Op de website vind je een link naar een beschrijving.  Eén of meerdere groepen kunnen deze en de volgende lessen verlatenheid ook zichtbaar maken met playmobilpoppetjes of een raamvertelling op transparante sheets (zie pag. 6) eenzaam, verlaten Hoe is het? Hoe zal het zijn? Hemels! 40 Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording. Hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Je kunt je lied of rap thuis eventueel afmaken of op mooi papier schrijven en versieren voor de tentoonstelling. ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal van de intocht in Jeruzalem staat. Je vindt dit verhaal in Johannes 12, Mattheus 21, Marcus 11 en Lukas 19.  Filmpje of muziekbestand van het lied ‘Als je wint, heb je vrienden’ (zie ook link op de website). Pen en papier, eventueel het werkblad, stiften, stickers, etc. om het lied mooi te versieren voor de tentoonstelling.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer.
Page 42
Werkblad ‘Elfje’ Maak hieronder jullie eigen elfje: Zo maak je een elfje: Regel 1: 1 woord Regel 2: 2 woorden Regel 3: 3 woorden Regel 4: 4 woorden Regel 5: 1 woord  sAmen 42 6. Jezus, door de discipelen verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling Vorige week hoorden we dat Jezus door de grote massa in de steek gelaten werd omdat Hij niet aan hun verwachtingen van een aardse koning voldeed. Deze les zien we dat Hij ook door Zijn vrienden verlaten wordt. Jezus wil nog één keer met de discipelen eten voor Hij gaat sterven. De discipelen laten Hem hier helaas ook in de steek. Richt je aandacht Hoor mij, HEER, als ik tot U roep, wees genadig en antwoord mij. Mijn hart zegt U na: ‘Zoek mijn nabijheid!’ Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, verberg uw gelaat niet voor mij, wijs uw dienaar niet af in uw toorn. (Psalm 27:7-9) Vraag je af ● Wat betekent het voor jou om samen met mensen te eten - heb je bijzondere momenten in je leven gehad waarop een samen zijn diepe indruk maakte? Bijvoorbeeld toen je iets voor het eerst of juist voor het laatst deed?  Was er een moment dat je er niet voor een ander kon zijn? Hoe voelde dat?  Ook andersom: wanneer was er niemand voor jou toen je het wel nodig had, een moment dat je je alleen en onbegrepen voelde? Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Je hebt iemand nodig, stil en oprecht. Die als het erop aan komt voor je bidt of voor je vecht. Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient, dan pas kun je zeggen: 'k heb een vriend! Als je iemand hebt die alles met je deelt, de tafel en het bed, één die nooit verveelt. Als je iemand hebt die al je zorgen deelt. Weet je wat dat zeggen wil, weet je wat dat scheelt? Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient dan pas mag je zeggen: ik heb ’n vriend Toon Hermans Dit gedicht geeft iets weer van de verlatenheid die we kunnen ervaren en de waarde van vriendschap. We kunnen de eenzaamheid die Jezus doorgemaakt moet hebben natuurlijk maar zeer ten dele voorstellen of ervaren. Zijn eenzaamheid was van een andere orde. Jezus was een rechtvaardige, die het op moest nemen tegen al het kwade. Eén rechtvaardige tegenover een benauwende overmacht van miljarden mensen die met God verzoend moeten worden. Daarom ziet Hij in de Hof van Gethsemane de kruisdood met zoveel angst tegemoet. Door Zijn verzoenend werk is Hij de Herder die op zoek is naar het verdwaalde schaap, de Vader die uitkijkt naar de verloren zoon, de God die niet ver is van elk van ons. De Alomtegenwoordige die, anders dan een gewone vriend, voortdurend aanwezig kan zijn. Een Vriend die trouw blijft, ook al schieten wij meer dan eens tekort... en die altijd weer nieuwe kansen geeft.
Page 44
43 Leef je in Wat kun je doen (lezen, denken, muziek luisteren) om je er op te richten dat Jezus wordt genomen, gezegend, gebroken en gegeven? Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van de links naar muziek en filmpjes van The Passion van Adrian Snell op de website. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen vijf lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid. In het eerste blok van vier lessen is dat gebeurd n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' kwamen we op verhaal met de kinderen (je vindt een link op de website bij les 1). Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. In de vierde les ontdekten we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Het tweede blok gaat over het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt, totdat Hij het uitroept: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Vorige week hoorden we dat Jezus door de grote massa in de steek gelaten werd omdat Hij niet aan hun verwachtingen van een aardse koning voldeed. Deze les zien we dat Hij ook door Zijn vrienden verlaten wordt. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Opening Starter Heet de kinderen welkom en zing jullie welkomstlied Wie is er wel eens in slaap gevallen? Ben je ook wel eens in slaap gevallen als dat niet de bedoeling was? In de auto, toen je naar de tv of een film keek, misschien? Jammer want dan mis je net de clou van de film of dat mooie uitzicht op de bergen, etc. Misschien hebben de kinderen daar ervaring mee? In de kindernevendienst horen we dat er in de Bijbel ook wel eens mensen in slaap vallen. 44 Vervolg in de groep Kennen jullie Bijbelverhalen waar het over slapen gaat?  Jezus in de boot op het meer – slapen is soms: heerlijk rusten, uitrusten.  We lezen in de Bijbel: “Het is zinloos als u vroeg opstaat en tot diep in de nacht ploetert. God geeft Zijn kinderen wat zij nodig hebben in de slaap.” (Psalm 127:2)  De 5 wijze en 5 wijze meisjes.  Eutychus die uit het raam viel toen Paulus maar doorging met preken – slapen is soms gevaarlijk: je mist iets belangrijks.  “Word wakker! Waarom slaapt U, Here? Word toch wakker! Laat ons toch niet meer in de steek.” (Psalm 44:24) We lezen er ook over in de Bijbel: Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we We herkennen het in ons eigen leven en in de Bijbelverhalen: Het is soms lastig om wakker, aanwezig, betrokken te zijn. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: door de discipelen verlaten Je kunt tijdens je vertelling met lego- of playmobilpoppetjes uitbeelden dat Jezus steeds meer alleen komt te staan. Bij de plaat van de intocht zet je veel poppetjes, bij de plaat van het Avondmaal minder. In Gethsemane gaan ook de laatste poppetjes weg. Door het donker lopen mannen. Ze gaan naar een tuin met heel oude bomen, Gethsemane heet die tuin. Het zijn de Here Jezus met Zijn discipelen. Ze komen uit Jeruzalem, waar ze samen gegeten hebben. Het was geen vrolijke maaltijd. Nog een keer wilde de Here Jezus met Zijn discipelen, Zijn vrienden, de Paasmaaltijd eten, voor Hij ging sterven. Ze werden er zo verdrietig van als Hij daar van vertelde. Nee, dat mocht niet gebeuren, daar zouden zij wel voor zorgen! Maar Jezus had gezegd dat ze allemaal bij Hem weg zouden lopen. Judas, een van de discipelen was al boos weggegaan. Natuurlijk zouden de anderen dat niet doen: “Nee, hoor, Here Jezus, wij houden heel veel van U, wij zullen altijd bij U blijven, ook als het moeilijk wordt”. Gelukkig had de Here Jezus ook verteld, dat Hij niet in het graf zou blijven, maar na drie dagen weer op zou staan en terug gaan naar Zijn Vader in de hemel. Dat moesten ze goed onthouden. Wat was er veel om over te praten en te denken. En nu zijn ze bij de tuin. “Blijven jullie hier op Mij wachten”, vraagt de Here Jezus aan de discipelen. Ze zoeken een plekje op de grond bij een van de bomen, en praten zachtjes met elkaar. De Here Jezus gaat verder de tuin in om te bidden. Morgen zal dat erge gebeuren. Hij zal aan het kruis gehangen worden, en sterven en begraven worden. O, Hij wordt zo bang als Hij daar aan denkt. Hij wil maar een ding: Aan Zijn Vader vragen of Hij Hem wil helpen. Stil knielt Hij neer vouwt Zijn handen en sluit Zijn ogen.
Page 46
45 En Zijn Vader helpt Hem. Een engel uit de hemel komt bij Hem, om Hem te troosten en dan is Jezus niet bang meer. Nu kan Hij weer terug naar de discipelen. Door het donker loopt Hij naar het plekje waar de discipelen zijn gaan zitten. Wat is dat? Ze liggen allemaal te slapen! Verdrietig maakt Hij hen wakker, en zegt: ”Kunnen jullie nog niet eens even wakker blijven en aan Mij denken?” O, wat schamen ze zich. Vlug gaan ze allemaal staan en luisteren naar wat de Here Jezus nog meer zegt. Maar dan horen ze ineens lawaai bij de ingang van de tuin. Ze kijken om en ze schrikken. Romeinse soldaten met stokken en zwaarden en daarachter nog meer mensen. En wat is dat? Is dat Judas daar, voorop, met een fakkel? Ja, ´t is echt Judas. De discipelen doen van schrik een paar stappen achteruit, maar Jezus blijft rustig staan. Dan is Judas bij Hem, en geeft Hem een kus. Dat heeft hij met de soldaten afgesproken. Zo weten ze precies wie ze gevangen moeten nemen. Ach, wat vindt de Here Jezus dat erg dat Judas, die een van Zijn discipelen was, nu de soldaten helpt, om Hem gevangen te nemen. Daar komen ze al. Ze binden de handen van de Here Jezus met touwen vast, net of Hij een dief is. Ze duwen tegen Hem en trekken Hem mee. Waar zijn nu Zijn vrienden, de discipelen? Helpen ze Hem niet? Nee, ze doen precies wat de Here Jezus al gezegd had. Ze lopen heel hard weg, en laten Hem helemaal alleen. Is er dan niemand meer die de Here Jezus helpt? Ja, ook nu weet Jezus, dat Zijn Vader in de hemel bij Hem is. Zo kan Hij rustig met de soldaten mee gaan. Hij weet dat dit allemaal gebeuren moet. Zó alleen kan Hij voor de discipelen en voor jou en mij de straf dragen, en ons blij en gelukkig maken. Napraten Jezus was bang voor wat komen ging. Daarom vroeg Hij Zijn discipelen om met hem te waken. De discipelen kunnen het niet. Misschien werd het hen ook wel even te veel: Jezus, die gezegd had dat Hij moest sterven, Judas die hen had verlaten… Waarschijnlijk hadden ze ook nog niet helemaal door hoe zwaar Hij het had. Het is ook moeilijk te begrijpen wat Hij moest lijden. Soms merken we er zelf ook iets van, maar bij Jezus was het veel zwaarder, omdat Hij om onze zonden en die van alle mensen verlaten werd. Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Voor wie kun je deze week bidden voor je gaat slapen? Bijvoorbeeld iemand die het moeilijk heeft. Liedtips Heel alleen in de hof In de tuin Heer U kent mij als geen ander Steun maar op mij Ik neem even de tijd Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking 1 We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Wil je hier meer van weten, lees dan het document ‘algemene voorbereiding op het thema’. 46 We beelden uit dat Jezus steeds meer alleen komt te staan. Dat kan de lego- of playmobilpoppetjes die je bij je vertelling al hebt gebruikt of op transparante sheets (zie pagina 6). Deze week kijken we nog eens goed naar onze tentoonstelling. We vullen aan en maken een plan. Het is goed om afspraken te maken tussen de verschillende groepen. We vragen ons af:  Heeft de tentoonstelling nu voldoende inhoud? Laten we in onze tentoonstelling goed zien dat Jezus steeds meer verlaten wordt en dat dat heel moeilijk voor Hem moet zijn geweest?  Na het verhaal van vandaag: zijn er dingen uit de vorige lessen die we kunnen gebruiken om het lijden van Jezus te laten zien? Kunnen we verhalen en platen van anderen, bijvoorbeeld Jozef, gebruiken om het nog duidelijker te maken? Kunnen we onze eigen ervaringen gebruiken om te laten zien hoe erg verlatenheid is? Denk aan: - met opzet verlaten worden (broers, put) - zelf kiezen om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) - door anderen vergeten worden (schenker) - door mensen verlaten worden (niet meer beroemd zijn, de discipelen) - door vrienden verraden worden (Judas)  Kunnen we met voorwerpen nog duidelijker maken waar het om gaat? Bijvoorbeeld het armbandje, de hoed of medaille die we gemaakt hebben, een kruis, etc. maar ook voorwerpen van thuis. Wie heeft er nog wat?  Hoe gaat het er uitzien? Hangen we posters en schilderijen op, zetten we voorwerpen neer, laten we filmpjes zien, etc.  Moeten we nog toelichtende teksten maken?  Wat hebben we praktisch nodig? Stoelen, tafels, ophanghaakjes, doeken, etc.  Wie nodigen we uit en hoe? Hebben we uitnodigingen of mailadressen nodig? Verwerking 2 Jezus was teleurgesteld dat de discipelen niet met Hem konden waken. Net als de discipelen vallen wij soms zomaar in slaap. We vergeten dat we een krachtig wapen hebben: het gebed. Ook al kunnen we de moeiten en problemen voor anderen niet oplossen, we mogen wel voor ze bidden. We maken een wekker, met daaraan of daarin briefjes waarop gebedsonderwerpen staan (familieleden, kinderen van school, etc.). We bedenken samen al een aantal onderwerpen en schrijven of tekenen die op de briefjes. Neem ook een aantal lege briefjes mee voor als je later nog iets te binnen schiet. Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording. Hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Heb je thuis nog dingen die we kunnen gebruiken? Beeldjes, foto’s, schilderijen, etc.?
Page 48
47 Reflectie ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal van de slapende discipelen staat. Je vindt dit verhaal in Mattheüs 26, Markus 14, Lukas 22, Joh 18.  Kleur/vertelplaten, lego of playmobilpoppetjes  Spullen voor de tentoonstelling  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt: - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 48 7. Jezus, door God verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Eerst laat het volk Hem in de steek, dan Judas en daarna de andere discipelen. Uiteindelijk verlaat zelfs God Hem. Mijn God, mijn God, waarom…? Misschien herkennen we dit ‘waarom’ maar deze vraag confronteert ons ook met onze schuld. Het is een zwarte en toch ook goede dag. Richt je aandacht Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust. (Psalm 22:2,3) Vraag je af ● Voel jij je weleens van God verlaten? Zo ja, op welke momenten?  Jezus roept in zijn verlatenheid God aan: Mijn God. Waarom?  Doe jij dat ook? Kun jij God dan nog steeds mijn God noemen?  Weet je genoeg van de tempeldienst om te begrijpen wat het scheuren van het voorhangsel betekent? (Aan het eind van deze les vind je hier uitleg over.) Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. Als Jezus aan het kruis hangt, schreeuwt Hij het uit: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Deze zin is afkomstig uit Psalm 22. Als Jezus deze eerste regel citeert is dat voldoende om de hele psalm in gedachten te roepen. Hij herkent zich niet alleen in deze eerste regel, maar in de gehele psalm. Lees de psalm maar eens, dan zie je dat deze psalm veel verwijzingen bevat naar de dood van de Messias. Psalm 22 is een klaaglied. Net als in veel andere psalmen geeft de psalmist hier uiting aan zijn gevoelens van leed, pijn en verlangen. In Bijbel vormt de klacht een onderdeel van het hele reddingsgebeuren: De klacht heeft een: - adres - God wordt er in aangeroepen, de klacht wordt bij Hem neergelegd: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? (vers 2) - verzoek – de psalmist vraagt om redding: HEER, houd u niet ver van mij, mijn sterkte, snel mij te hulp. (vers 20) - vertrouwen en voornemen – de psalmist vertrouwt op God. Hij spreekt zijn vertrouwen door God te loven, hij loopt vooruit op de toekomst geeft hier uiting aan: Ik zal uw naam bekendmaken, u loven in de kring van mijn volk. (vers 23) En zo roept Hij met het “Mijn God…” ook de laatste verzen van deze psalm in herinnering: Overal, tot aan de einden der aarde, zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden. Voor u zullen zich buigen alle stammen en volken. Want het koningschap is aan de HEER, hij heerst over de volken. (Psalm 22:28,29) Zelfs in de duisternis vertrouwt Hij op God, dat Hij op één of andere manier met Hem verbonden is. Ook in deze strijd van het Waarom. Dankzij het feest van de opstanding, dat we met Pasen vieren, mogen ook wij vol verwachting uitzien naar dit moment! De psalm begint met ‘Voor de koorleider, een Psalm van David’. Zo’n opschrift betekent dat de psalm herhaald kan worden. Met de woorden van een psalm mag je je eigen leed of pijn verwoorden. Je kunt je erin herkennen: zo ervaar ik dat ook. Met de psalmist mag je je verwachtingen van God uitspreken en God zo eer aandoen. (op de website vind je een oefening hiervoor a.d.h.v. psalm 13.)
Page 50
49 Leef je in Welke vorm van verlatenheid zou op kinderen de meeste impact hebben? Maakt het uit of je buurmeisje je verlaat of je broertje of één van je ouders? Het hebben van een relatie maakt de verlatenheid grotere. Zeker de bloedband is sterk! Hebben kinderen te klagen, zoals verwoord in Psalm 22? Klagen, definitie: je ontevredenheid, pijn of verdriet uiten ‘Ze klaagt over pijn in haar buik.’ ‘Hij klaagt dat hij zo vaak alleen is.’ ‘Hou op met je gezeur, je hebt helemaal geen reden tot klagen.’ Zeuren, definitie: op een vervelende toon steeds min of meer dezelfde vraag of klacht herhalen. Synoniem: zaniken ‘zeuren om een ijsje’ ‘Ze zaten maar te zeuren over het ontslag van hun schoonzoon.’ Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen zes lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid. In het eerste blok van vier lessen is dat gebeurd n.a.v. de geschiedenis van Jozef. Door middel van het prentenboek 'Mama kwijt' kwamen we op verhaal met de kinderen (je vindt een link op de website bij les 1). Ze herkenden het gevoel van alleen of verlaten zijn. We hoorden dat Jozef:  met opzet verlaten werd (broers, put)  zelf koos om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging)  door anderen vergeten werd (schenker) We ontdekten dat anderen of wijzelf, net als de schenker wel eens iets vergeten wat we beloofd hebben. We maakten een armbandje om ons daar regelmatig aan te herinneren. In de vierde les ontdekten we dat God toch al die tijd bij Jozef was en voor hem zorgde. Dat is voor ons een troost en belofte. Het tweede blok gaat over het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekken langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten wordt, totdat Hij het uitroept: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. We doen dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Op het niveau van ons eigen leven proberen we parallellen te trekken. Wij vinden het al zo erg om:  door mensen verlaten te worden (niet meer beroemd zijn, de discipelen)  door vrienden verraden te worden (Judas) Hoe erg moet het dan wel niet voor Jezus zijn geweest. Deze week staan we er bij stil dat uiteindelijk zelfs God Hem verlaat. Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. 50 Starter Nodig de kinderen uit voor de kindernevendienst. Wat bijzonder dat iedereen in de kerk mag komen. Jezus nodigt mensen uit bij God. We horen vandaag dat Jezus er zelf niet bij hoort, Hij wordt steeds meer in de steek gelaten. Laat vers 2 en 3 van Psalm 22 door drie verschillende personen van verschillende generaties voorlezen. Lees de tekst daarna nog één keer voor met symbolen (het woord ‘God’, een uitroepteken, zon, maan, een kruis en een steen om je hoofd op te leggen), bijvoorbeeld met flanelplaten: GOD Aan het begin: God en kruis dichtbij, steen om op te slapen op de achtergrond. God en kruis uit elkaar: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Uitroepteken: Overdag – zon: Nachts – maan: Vervolg in de groep ● Wie is wel eens alleen gelaten door vrienden?  Hoe voel je je dan?  Ben je er wel eens bang voor?  En jij, ben je wel eens weggelopen?  Of heb je je wel eens verstopt? Expres?  Wat denk je, hoe voelt je papa, mama, vriendje zich dan? Je kunt naar een lied van Kinderen voor Kinderen luisteren, bijvoorbeeld ‘Alleen’ of ‘Een beetje uit mijn doen’. Het vraagt gezien de gevoeligheid van sommige onderwerpen wel behoedzaamheid. Dwing kinderen niet hun gevoelens te tonen. In een tweede stap kun je een beetje afstand nemen door het thema 'verlatenheid' aan de orde te stellen via diersymbolen. Laat een afbeelding zien van een grote hond. Stel, je loopt ergens en er komt een grote grommende hond op je af. Wat doe je dan? En als je vriendje struikelt? Wie loopt toch door? Wie gaat terug? Via dit voorbeeld kun je een brug slaan naar Psalm 22 vers 13 en 14. Lees de tekst voor uit de Bijbel of in de versie van Psalmen voor Nu: Mijn God, ik ben zo bang en niemand helpt me. Help mij dan! Een kudde stieren drijft me in het nauw. Ze zijn te sterk en met te veel. Een overmacht, ze laten mij niet gaan, maar doen hun bek wijd open als een leeuw, een leeuw die, klaar om toe te slaan, eerst brult voordat hij springt, voor hij zijn prooi verslindt. Geef de kinderen ruim de tijd voor hun verhalen en gevoelens en laat ze associëren. Pik uit hun reacties de bruikbare items op en teken ze op een flap, met symbolen (pijn, angst, tranen, vragen). Welke vorm van verlatenheid vind je het ergst? Denk ook maar aan de verhalen van Jozef en Jezus die we de afgelopen weken hebben gehoord of kijk naar de tentoonstelling zoals we die nu al hebben. - Jozef werd met opzet verlaten (broers, put) - Jozef koos zelf om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) - Jozef werd door anderen vergeten (schenker) - Jezus werd door mensen verlaten (niet meer beroemd zijn, de discipelen) - Jezus werd door vrienden verraden (Judas) U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit. ‘Mijn God!’ roep ik overdag, en u antwoordt niet, ’s nachts, en ik vind geen rust.
Page 52
51 Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Het is nogal wat. We herkennen misschien wel iets van de verlatenheid die Jezus gevoeld moet hebben. Wij vinden het al zo erg om door mensen verlaten te worden of door vrienden verraden te worden. Hoe erg moet het dan wel niet voor Jezus zijn geweest? Kunnen we dat wel helemaal begrijpen? En dat was voor onze zonden… Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: door Zijn Vader verlaten Het is vrijdagochtend. De zon is al op en het wordt al warm in de straatjes van Jeruzalem. Het is ook heel druk want heel veel mensen zijn naar Jeruzalem gekomen om Paasfeest te vieren. Maar dit jaar gebeuren er zoveel andere dingen. Ze praten er steeds met elkaar over. Ze hebben achter Jezus aangelopen in een blije stoet, toen Hij ook naar Jeruzalem ging. Ze wilden Hem koning maken, om de vreemde soldaten uit hun land weg te jagen. Ze zwaaiden vrolijk met grote palmtakken. Maar jammer hoor, Hij wilde niet eens hun koning worden. Ze hebben gehoord, dat Jezus gevangen is genomen en ze zijn bij het gebouw van de rechter geweest. Hij wilde Jezus weer vrij laten, maar ze hebben heel hard geroepen: “Kruisig Hem, kruisig Hem”. En nu lopen ze weer achter Hem aan. Maar niet blij en vrolijk, nee ze zijn nog steeds boos. Wat gaat het langzaam. Ze weten wel hoe dat komt. Jezus moet zelf een heel zwaar kruis van hout dragen. Dat is heel moeilijk. Eindelijk komt de hele stoet van soldaten en mensen aan boven op een heuvel buiten de stad. Golgotha heet die heuvel. Daar hangen de soldaten Jezus aan het kruis. Dat doet heel veel pijn, maar Jezus zegt er niets van. De mensen en de soldaten roepen wel iets: “Als je Gods Zoon bent, kom dan van het kruis af. Waarom help je jezelf niet?” Wat is dat verdrietig voor de Here Jezus, dat de mensen om Hem heen zulke lelijke dingen doen en roepen. Ja, en dan gaat Hij toch wat zeggen, tegen Zijn Vader in de hemel: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen”. Ook nu heeft de Here Jezus de mensen lief, zelfs de soldaten die Hem zo´n pijn doen”. Weet je wie er ook tussen de mensen staan? De discipelen. Ze zijn nog steeds bang, dat ze zelf ook gevangen genomen zullen worden, en daarom staan ze maar stilletjes achteraan. Is er dan niemand die de Here Jezus wil troosten? 52 Nee, niemand van de vrienden of andere mensen helpt Hem. Allemaal kijken ze wel naar Hem. Sommigen kijken bang, anderen kijken spottend. Maar dan schrikken ze, wat is dat? Het is midden op de dag, de zon scheen fel, en nu, nu is het opeens donker. Zij weten niet wat dit betekent, maar de Here Jezus wel. Nu komt het aller moeilijkste. Nu gaat Zijn Vader doen bij Hem wat bedoeld was voor alle mensen: God gaat straf geven. Heel erge straf voor alle verkeerde dingen, alle zonden van alle mensen, groot en klein. Hij is boos op de Here Jezus, Hij wil Hem niet meer zien. Hij laat Hem alleen daar aan het kruis, terwijl Hij zoveel pijn heeft. Drie lange uren hangt de Here Jezus daar. Helemaal alleen. Verlaten door iedereen. De mensen, Zijn vrienden en ook door Zijn Vader. De mensen horen Hem roepen: “Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij Mij?” (De kinderen van de bovenbouw kun je hier vertellen van het voorhangsel in de tempel dat scheurde. Meer informatie hier over vind je aan het eind van deze les.) (Luister op dit punt naar Eli, Eli, Lama Sabachatani van Elly en Rikkert of Psalm 22 van Pzzzalmen 4 kidzzz, zie de links onder het kopje ‘extra’s) net als een worm word ik vertrapt de mensen die mijn zien bespotten mij ze schudden hun hoofd ik hoor hun lach vol met medelijden kijken zijn ze zeggen zoek je Here Hij zal je verlossen Refrein: God waarom hebt U mij verlaten U bent ver weg U redt mij niet Ook al schreeuw ik mijn God Blijf bij mij ’t is net alsof U mij niet ziet Net als een prooi Word ik omsingeld Door buffels en door stieren Om me heen Een brullende leeuw Opent zijn muil Heer ik ben zo bang Voel me alleen Ik word aangevallen Mijn handen en voeten bloeden Refrein Brug: Heer blijf niet ver van mij Heer U helpt U maakt mij vrij Als de drie uur voorbij zijn, wordt het weer licht. Jezus moeilijkste werk is klaar, en daarom roept Hij: “Het is volbracht”. Dan sterft de Here Jezus. De mensen rond het kruis zien Zijn hoofd naar beneden buigen. Verdrietig gaan Zijn vrienden terug naar Jeruzalem. O, wat was het fijn om met de Here Jezus het land door te gaan, en te zien hoe Hij verdrietige mensen blij maakte, en zieke mensen en kinderen weer beter. En wat kon
Page 54
53 Hij mooi vertellen, over een verloren schaap of over dat huis, dat zo stevig stond op een rots. En nu is het allemaal afgelopen. Nu voelen zij zich ook verlaten. Nooit meer zullen ze Zijn stem horen, en nooit meer zal Hij hen blij maken. Maar, ze vergeten iets, die vrienden! Ze vergeten dat Jezus zelf gezegd heeft, dat Hij wel zal sterven en begraven worden, maar ook, dat Hij na drie dagen weer op zal staan. Dit wilde Hij doen ook voor hen, zodat zij nooit meer door God verlaten en gestraft zullen worden. Ze hoeven helemaal niet verdrietig te zijn, ze mogen blij zijn, dat Jezus ook voor hen de straf gedragen heeft. Maar wat doen ze? Ze gaan heel verdrietig en bang bij elkaar in een huis zitten. Hadden ze maar beter geluisterd! Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips Als ik mijn ogen sluit en denk aan Golgotha Vader in de hemel, heilig is Uw Naam Eli, Eli, lama Sabachtani Hij kwam bij ons heel gewoon Als ik lees in de Bijbel Waarom bleef U zo stil Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Wil je hier meer van weten, lees dan de toelichting op pagina 4 en 5. Deze week heeft onze bijdrage aan de tentoonstelling het thema de kruisiging. Wat als… Jezus niet was gestorven voor onze zonden?* Hoe zou de wereld er dan uit zien? Beeld dat uit in een collage. Deze collage komt natuurlijk ook in jullie tentoonstelling. * In 2011 zond RTL een serie uit ‘Wat als…’. Bijv. wat als de politie zich verveelde? Vervolgens zie je politieagenten een man verhoren. Ze komen heel echt over. ‘Heeft hij een bril?’ vraagt de ene agent. Dan blijkt het om een spelletje ‘Wie is het?’ te gaan… Of: Wat als criminelen het ook niet makkelijk hadden? Wat als sprookjes echt waren? Het zijn weliswaar ludieke filmpjes, maar de gedachte ‘Wat als…’ kun je ook serieus invullen. Dat is wat we met deze verwerking beogen. Verder werken aan de tentoonstelling Deze week kijken we nog eens goed naar onze tentoonstelling. We vullen aan en maken een plan. Het is goed om afspraken te maken tussen de verschillende groepen. Net als vorige week vragen we ons af:  Heeft de tentoonstelling nu voldoende inhoud? Laten we in onze tentoonstelling goed zien dat Jezus steeds meer verlaten wordt en dat dat heel moeilijk voor Hem moet zijn geweest?  Na het verhaal van vandaag: zijn er dingen uit de vorige lessen die we kunnen gebruiken om het lijden van Jezus te laten zien? Kunnen we verhalen en platen van anderen, bijvoorbeeld Jozef, gebruiken om het nog duidelijker te maken? Kunnen we onze eigen ervaringen gebruiken om te laten zien hoe erg verlatenheid is? Denk aan: - met opzet verlaten worden (broers, put) - zelf kiezen om weg te gaan (vrouw van Potifar, geloofsvervolging) 54 - door anderen vergeten worden (schenker) - door mensen verlaten worden (niet meer beroemd zijn, de discipelen) - door vrienden verraden worden (Judas) -  Kunnen we met voorwerpen nog duidelijker maken waar het om gaat? Bijvoorbeeld het armbandje, de hoed of medaille die we gemaakt hebben, een kruis, etc.  Hoe gaat het er uitzien? Hangen we posters en schilderijen op, zetten we voorwerpen neer, laten we filmpjes zien, etc.  Moeten we nog toelichtende teksten maken?  Zijn de rollen voor de tentoonstelling verdeeld? - Wie opent de tentoonstelling - Wie heet de mensen welkom? - Wie zit bij de folders? - Hoe is de looproute? - Wie lopen rond en lichten een bepaald werk toe. Waar wil jij bij gaan staan. Waarom kies jij hier voor? Oudere kinderen kunnen rondleiden.  Wat hebben we praktisch nodig? Stoelen, tafels, ophanghaakjes, doeken, etc.  Wie nodigen we uit en hoe? Hebben we uitnodigingen of mailadressen nodig? Hebben jullie meerdere groepen of maken jullie geen tentoonstelling maar een presentatie, dan zijn jullie tijdens les 5 misschien al gestart met de verbeelding van het leven van Jezus (zie pag. 6) Onze vorderingen: Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Thuisopdracht Reflectie Kijk samen nog eens naar jullie tentoonstelling in wording. Hoe ver zijn we al wat moet er nog gebeuren … Zijn er nog dingen die we van de week moeten regelen voor de tentoonstelling? ● Hoe ging het?  Wat heb je zelf geleerd en ontdekt?  Wat was de inbreng van de kinderen? Waar kwamen ze mee: ideeën, opmerkingen, vragen?  Kwamen je bedoelingen dichterbij? Wat wilde je hen graag in deze les meegeven, laten ervaren, laten zien?  Wat neem je mee voor de volgende keer? Benodigdheden ● Voor de starter: - Bijbels of Psalm 22:2,3 op papier - Personen van verschillende generaties om deze verzen voor te lezen - Symbolen op papier of als voorwerp: het woord ‘God’, uitroepteken, zon, maan, een kruis en een steen om je hoofd op te leggen (afbeeldingen hiervan vind je achter in dit pakket).  De vertelling uit deze les of een kinderbijbel waarin het verhaal van de kruisiging staat. Je vindt dit verhaal in Mattheüs 27, Markus 15, Lukas 23, Joh 19.  Papier, stiften, lijm, tijdschriften en kranten voor de collage.  Materialen voor de andere plannen die jullie voor deze les hebben gemaakt:
Page 56
55 - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… - ……………………………………………………… Achtergrond Als Jezus aan het kruis hangt, schreeuwt Hij het uit: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” God de Vader keert zich van hem af. Zo groot is de kloof. Maar op het moment dat Jezus de geest geeft, scheurt het voorhangsel van de tempel in tweeën van boven tot beneden. Dat zware gordijn dient om het Heilige der heiligen, de woonplaats van God, af te sluiten. Alleen de hogepriester mocht daar eens per jaar op een bepaalde dag binnengaan. De auteur van Hebreeën schrijft later dat het scheuren van het gordijn helder laat zien wat is volbracht door Jezus’ kruisdood (Hebr. 10). Jezus heeft voor ons allen, en niet alleen voor de priesters, rechtstreekse toegang tot God mogelijk gemaakt. Door de last van de zonden van de mensen op zich te nemen en de straf te dragen, heeft Christus voor altijd de barrière tussen God en ons weggenomen. Alle andere offers zijn overbodig geworden. (Uit: Ontmoetingen met de Bijbel, Philip Yancey, dag 277) Onze afspraken: Schrijf in dit tekstvak op wat jullie willen onthouden en hebben afgesproken om thuis te doen voor de volgende keer. 56 8. Hij zal ons nooit verlaten Focus! – Deze pagina helpt je om je in een aantal stappen voor te bereiden op de bijeenkomst. Waar gaat het over? Waar sta je zelf? Wat zegt de Bijbel? Waar staan de kinderen? Lees tijdens je voorbereiding ook het logboek door dat je collega’s hebben ingevuld, zodat je weet wat er in eerdere bijeenkomsten ter sprake is gekomen (of niet). Bedoeling De discipelen blijven verlaten achter, maar Jezus laat hen niet alleen. Na Zijn opstanding zoekt Hij hen op, al ze herkennen Hem niet zomaar. Ze moeten er echt op gewezen worden dat Hij er weer is. We staan stil bij de tekst ‘Waar twee of drie in Mijn naam aanwezig zijn, ben Ik in hun midden’ en laten tot ons doordringen wat dat betekent: door Jezus mogen wij bij God komen en met elkaar verbonden zijn. Richt je aandacht ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ (Openbaring 21:3b-5a) Vraag je af ● Twijfel je wel eens of Jezus is opgestaan en God alles nieuw zal maken?  In welke situaties was God er voor jou en hoe herkende je Hem?  Wie wijst je er op dat de dingen van God zijn en hoe kun je anderen daarop wijzen?  Wanneer zijn wij bijeen in Gods Naam? De namen van God kunnen ons meer zeggen over hoe wij in Zijn Naam bijeen kunnen zijn: liefde, gerechtigheid, etc. Bidden Lezen Vraag God om zijn Zegen, opdat je Zijn Woord zult begrijpen. God zoekt mij steeds weer op… We hebben allemaal vreselijke gebreken. Allemaal bedriegen we, zijn we jaloers, egoïstisch, willen we hebben wat niet van ons is, willen we ons zelf verheerlijken. En denk nou niet: ooooh... dat valt bij mij wel mee. Nee, ik wil u verleiden om daar eens even helemaal voor te gaan. In de Verlichting is ons verteld dat we diep van binnen deugen en rechtschapen zijn. Nee, dat is niet zo, we deugen niet en dat is maar goed ook. Als we er namelijk van uitgaan dat we deugen, is elke dag een vreselijke teleurstelling, want elke dag geven we wel toe aan verleidingen die we niet de baas zijn, elk uur zijn we zelfzuchtig, hebben we onze naasten niet lief, elke minuut hebben we wel ergens een gedachte die niet deugt, en die ervan getuigt dat we helemaal niet zo aardig zijn... Laten we daarom even er vanuit gaan dat we collectief niet deugen, dan zijn we allemaal even gelijk, dan kunnen we zonder schroom onze algemene zondige natuur onder ogen zien. Dan kunnen we eens goed naar onszelf en onze zonden kijken. En dat zonder veroordeling van elkaar. We doen het immers allemaal. Ik vind het een bevrijdende gedachte .. We deugen niet. (Leonie Jansen, preek van de leek nov. 2011) Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich zo in de lichamelijke en geestelijke dood gestort had en zich volkomen rampzalig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij bevend voor Hem vluchtte. God heeft hem getroost met de belofte hem zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw (Gal. 4: 4), om de kop van de slang te vermorzelen en de mens voor eeuwig gelukkig te maken. Nederlandse Geloofsbelijdenis – Art. 17. We geloven in een God Die de mensen opzoekt, ook al lopen zij steeds bij Hem weg. Bij de volgelingen van Jezus werd alle hoop de bodem ingeslagen toen ze Jezus aan een kruis zagen sterven. Pas toen Jezus Maria groetten en bij haar naam riep en de discipelen Hem ontmoetten na Zijn opstanding, veranderde alles. Jezus roept ons bij onze naam, weg uit de verwarring, de godverlatenheid, uit de wanhoop, uit de duisternis tot Zijn wonderbaar Licht. En wij mogen in Zijn naam samen komen. (Matth. 18:20) zodat zijn Woord ons innerlijk kan raken en vernieuwen. Dan verandert je leven! Laat wat aards in u is afsterven en kleed u in innig medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid, geduld, verdraagzaamheid en bovenal: liefde (1 Kol. 3)
Page 58
57 Leef je in Welke dingen zullen kinderen herkennen als van God, denk aan alledaagse en bijzondere dingen, in welke situaties zullen ze Gods aanwezigheid herkennen. Wat kun jij doen om kinderen hierop attent te maken? Voetstappen in het zand.. Ik droomde eens en zie ik liep aan 't strand bij lage tij. Ik was daar niet alleen, want ook de Heer liep aan mijn zij. We liepen samen het leven door, en lieten in het zand, een spoor van stappen; twee aan twee, de Heer liep aan mijn hand. Ik stopte en keek achter mij, en zag mijn levensloop, in tijden van geluk en vreugde, van diepe smart en hoop. Maar als ik het spoor goed bekeek, zag ik langs heel de baan, daar waar het juist het moeilijkst was, maar één paar stappen staan. Ik zei toen "Heer waarom dan toch? Juist toen ik U nodig had, juist toen ik zelf geen uitkomst zag, op het zwaarste deel van mijn pad..." De Heer keek toen vol liefde mij aan, en antwoordde op mijn vragen; "Mijn lieve kind, toen het moeilijk was, toen heb ik jou gedragen..." Al heeft Hij ons verlaten (Nieuwe Liedboek Gezang 663 – Liedboek 1973: 234) Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen. Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen als zonlicht om de bloemen een moeder om haar kind. Teveel om op te noemen zijn wij door Hem bemind. Al is Hij opgenomen, houd in herinnering, dat Hij terug zal komen, zoals Hij van ons ging. Wij leven van vertrouwen, dat wij zijn majesteit van oog tot oog aanschouwen in alle eeuwigheid. Extra Meer verdieping, artikelen en links over dit thema vind je op de website www.samenlerengeloven.nl onder het kopje ‘extra’s’. De bedoeling van deze bijeenkomst voor mij en mijn groep is: Herschrijf in dit tekstvak in eigen woorden jouw bedoeling voor deze les. Gebruik hierbij de bedoeling die bovenaan deze pagina staat. Waar waren we ook alweer? De afgelopen zeven lessen hebben je collega’s met de kinderen nagedacht over verlatenheid. De eerste vier lessen is dat gebeurd n.a.v. de geschiedenis van Jozef en de andere drie lessen hebben we stilgestaan bij het laatste deel van het leven van Jezus op aarde. We ontdekten langzamerhand dat Jezus steeds meer verlaten werd. We deden dit stapje voor stapje, want het is nogal wat en kunnen we het sowieso wel helemaal doorgronden? Eerst laat het volk Hem in de steek, dan Judas en daarna de andere discipelen. Uiteindelijk verlaat zelfs God Hem. Maar op Golgotha heeft Hij de strijd gestreden en nu horen we dat Hij ons weer opzoekt. Er is de afgelopen weken gewerkt aan een tentoonstelling, boekje of presentatie. Als het goed is deze klaar. Jullie voegen vandaag alleen nog het laatste onderdeel toe. 58 Verkennen – We nemen deze startbijeenkomst ruim de tijd voor de verhalen van de kinderen: we komen op verhaal. We gaan ontdekken wat de kinderen al weten en ervaren hebben van het thema en wat ze willen weten. Je gaat op zoek naar hun verhaal. Stel vragen en vertel gerust ook jou verhaal. Noteer vragen die opkomen en bewaar die voor een later moment. Starter Ga met de kinderen in gesprek over hun naam.  Hoe kun je iemand roepen? Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘hé jij daar’, of je roep iemand bij zijn of haar naam?  Wat vind je fijner? Waarom?  Kent God jouw naam? Misschien heeft jouw naam hier wel geklonken toen je gedoopt of opgedragen werd. Misschien heb je wel een doopnaam. Vandaag mogen we horen dat Jezus mensen opzoekt en bij hun naam noemt. Hij laat hen niet alleen. Vervolg in de groep Hoe kunnen we merken dat God bij ons is? Kun je God zien? Wanneer ervaar je God? Op topdagen of juist als het slecht gaat? Dat is soms best moeilijk… Laten we nog even naar Jozef kijken. Dit kan ons helpen het ook bij onszelf te zien. Hoe merkte Jozef dat God erbij was? Al was het soms moeilijk, God zorgde er steeds voor dat er mensen waren om hem te helpen. God zegende hem steeds weer en gebruikte hem zelfs om zijn broers te redden van de hongersnood. Hoe was dat bij Jezus? Dat was het meest verdrietige voor Jezus: Hij was alleen, door de mensen én door God verlaten. Op een rij zetten – We delen elkaars verhalen want de verhalen van anderen helpen ons, ons eigen verhaal scherper te krijgen. Wat weten we nu? Schrijf jullie inzichten op. Wat willen we nog meer weten? Schrijf jullie vragen er bij. Nu weten we Verlatenheid is heel erg. Dan roept niemand je meer bij je naam. Zo waren ook de discipelen verdrietig achter gebleven. Ze dachten dat Jezus hen nooit meer bij hun naam zou roepen. Wat willen we weten: Schrijf in dit tekstvak wat jullie samen met de kinderen is opgevallen en de vragen en ideeën die bij jullie zijn opgekomen tijdens deze activiteit Verdiepen – We hebben onze verhalen rondom het thema gedeeld en nieuwe vragen en ideeën gekregen. Nu gaan we luisteren naar de Bijbel. Wat zegt de Bijbel over onze vragen en ideeën? Bijbelvertelling: Nooit meer alleen Het is zondagmorgen héél vroeg. En toch lopen er al mensen buiten. Het zijn drie vrouwen. Het is nog niet helemaal licht en daarom moeten ze goed kijken waar ze lopen. Dat is moeilijk voor ze, want ze hebben tranen in hun ogen. Ze zijn erg verdrietig. Wie zijn die vrouwen toch, en waar gaan ze zo vroeg al naar toe? Het zijn drie vrouwen die altijd graag bij de Here Jezus waren. Maar nu is Hij gestorven én ligt Hij in een graf. Ja, zij hebben Hem ook niet geholpen, toen Hij aan het kruis gehangen werd, maar nu willen ze toch zó graag nog iets moois voor Hem doen. Ze hebben kruiden bij zich, die lekker ruiken. Die zullen ze in het graf leggen. Opeens staan ze stil. Als ze aan het graf denken, schrikken ze. Ze kúnnen helemaal niet in het graf komen. Het is een kamertje in een rots met een heel grote steen ervoor gerold. Hoe moet die steen weggerold worden? Zo sterk zijn ze niet.
Page 60
59 Toch lopen ze door. Het wordt steeds lichter en daar zien ze de tuin al. Over het paadje lopen ze naar het graf…… wat is dat? De steen is weg! Wie heeft dat gedaan? Maria Magdalena, een van de vrouwen, rent meteen de tuin weer uit. Dit moeten de discipelen weten. Hijgend komt ze bij het huis waar de discipelen bij elkaar zitten. “De Here Jezus” is gestolen. Nu weten we niet meer waar Hij is” zegt ze tegen Petrus en Johannes. De andere vrouwen zijn verder gelopen en kijken in het graf. Leeg, helemaal leeg. Dan horen ze een stem, die zegt:” Waarom zoeken jullie hier naar de Here Jezus. Hij is niet meer in het graf. Hij is opgestaan, precies zoals Hij gezegd heeft”. De vrouwen kijken verwonderd. Dat is de stem van een engel. Een boodschapper uit de hemel. Maar dan moet het ook waar zijn! Engelen liegen nooit. Wat worden ze blij. Nu rennen zij ook de tuin uit, om dit aan de discipelen te gaan vertellen. En weet je, die morgen zien de vrouwen de Here Jezus ook zelf. Maria Magdalena, een van de vrouwen, ziet Jezus in de tuin staan en denkt dat Hij de tuinman is, maar dan zegt Hij haar naam: “Maria”. Dat klinkt zo mooi, zo kan alleen de Here Jezus zelf haar naam zeggen. Intussen zijn Petrus en Johannes, twee discipelen, ook naar de graftuin gegaan. Het is nu helemaal licht geworden, en daarom kunnen ze heel vlug lopen. Zou het echt waar zijn, wat de vrouwen verteld hebben? Ze willen eerst dat lege graf wel eens zelf zien! Petrus gaat het eerst naar binnen. Ja echt, het graf is leeg. Alleen de doeken, die ze om Hem heen gedaan hebben, toen Hij gestorven was, liggen netjes opgevouwen in een hoekje. Dan komt ook Johannes zachtjes binnen. Allebei kijken ze verbaasd. Het is precies zoals de vrouwen gezegd hebben. Nu gaan zij het ook aan de andere discipelen vertellen. De hele dag praten ze erover en dan, als het avond is……dan komt de Here Jezus ook bij hen. Ineens staat Hij zomaar binnen. “Vrede zij jullie” zegt Hij. O, wat fijn, dat ze Zijn stem weer horen. Ze worden er helemaal blij van. Maar de Here Jezus gaat nog meer zeggen, luister maar: “Over een poosje ga Ik terug naar Mijn Vader in hemel, en dan wil Ik graag, dat jullie aan alle mensen gaan vertellen, dat Ik ben opgestaan uit het graf, en voor altijd leef. Nooit meer hoeft iemand zich alleen te voelen. Ik zal er altijd zijn. Dat is een moeilijke opdracht, dat zullen jullie wel merken, en daarom geef Ik jullie de Heilige Geest, Die zal jullie helpen”. Zomaar opeens is de Here Jezus weer weg. Stil zitten de discipelen bij elkaar. Maar niet bang meer. Nooit meer hoeven ze zich alleen te voelen, omdat de Here Jezus zo héél erg alleen geweest is aan het kruis. Daar heeft Hij ook voor alle mensen en ook voor hen, de straf gedragen. O, wat schamen ze zich als ze er weer aan denken, hoe bang ze waren, en hoe hard ze zijn weggerend, toen Hij gevangen genomen werd. En nu zegt Jezus, dat ze toch Zijn vrienden mogen zijn en Hij altijd voor hen wil zorgen, wat een wonder! Gebed Neem in je gebed mee waar jullie het tijdens deze ontmoeting over gehad hebben. Je kunt ook aan de kinderen vragen of zij gebedspunten hebben. Liedtips We konden het maar niet geloven Weet je dat de lente komt Machtig is de naam van de Heer Jezus, ik wil U bedanken Samen in de naam van Jezus Het is fijn om je vriend te zijn 60 Aan de slag – We hebben onze eigen verhalen gedeeld en de Bijbel heeft onze inzichten verrijkt en verdiept. Nu gaan we daarmee oefenen. We werken toe naar een eindproduct dat we delen met (een deel van) de gemeente. Verwerking Onze vorderingen: tekst Schrijf in dit tekstvak wat jullie gedaan hebben en wat aandachtspunten zijn voor de volgende keer. Afronden – We blikken terug wat we de afgelopen bijeenkomst(en) gehoord, ontdekt en gedaan hebben. We kijken vooruit om te zien wat er moet gebeuren voor de volgende keer. Als afronding van het thema presenteren we ons eindproduct. Afronding Verwerking Jullie project ronden jullie vandaag echt af met jullie eindproductie. We hopen dat jullie mogen terugkijken op een goede tijd met elkaar en met de gemeente. We werken in een aantal lessen toe naar een tentoonstelling voor de gemeente. Hierin laten we zien wat we hebben ontdekt en geleerd. Zie pag. 4 en 5. Deze week leggen we de laatste hand aan de tentoonstelling. Moeten er nog dingen bij? Vandaag maken we ons laatste onderdeel voor de tentoonstelling: Verbeelding: We maken een kunstwerk dat “Waar twee of drie samen komen in Mijn Naam, ben ik in hun midden.” (Matt. 18:20) verbeeldt. Zo wordt de Kerk een liefdevolle gemeenschap met Christus in het midden. Je kunt dit helemaal van papier maken, maar mooier is het om hier met echte stenen de kloof te verbeelden en er een echt houten kruis in te plaatsen. Laat iedereen zijn of haar naam op een steen schrijven. Als er nog tijd is: Waar ga jij nu heen (eventueel met een wegwijzer als symbool)? We vragen ons af: hoe nu verder, hoe kunnen wij in de praktijk trouw en nabij zijn? Geef iedereen de gelegenheid hier voor zichzelf over na te denken. Deel kaartjes of miniboekjes uit waarop ze concrete punten op kunnen schrijven.  Waar heb je spijt / berouw van in je relatie tot God of medemens? Leg eventueel kaarten klaar met ‘sorry’ daarop.  Hoe wil jij de komende tijd met God doorbrengen?  Wie wil je de komende tijd nabij zijn? Idee voor de tentoonstelling Zet naast jullie kunstwerk een bakje met kaartjes of miniboekjes. Hierop kunnen de bezoekers van de tentoonstelling punten van berouw en beloftes op schrijven. Leg ook folders neer van goede doelen en activiteiten in de buurt en eventueel adressen van gemeenteleden die een bezoekje op prijs stellen. Hebben jullie meerdere groepen of maken jullie geen tentoonstelling maar een presentatie, dan zijn jullie tijdens les 5 misschien al gestart met de verbeelding van het leven van Jezus (zie pag. 6) Voeg dan vandaag de laatste plaat toe: mensen worden weerspiegeld in de ogen van Jezus, Hij zoekt hen op!
Page 62