95

van Antiochië. De Byzantijnen breidden hun campagnes uit naar Syrië in de jaren na 970.8 In Islamitische theologie is er het principe, dat als een land eenmaal tot het Huis van Islam heeft behoord, dat het voor eeuwig aan de Moslims toebehoord – en bijgevolg moeten Moslims oorlog voeren om opnieuw controle te hebben over deze gebieden. Toen in het jaar 974 waren de Byzantijnen flink verzwakt door de vele verliezen, en in dat jaar verklaarde de kalief van Bagdad met de naam Abbasid (een Soenniet) jihad aan de Byzantijnen. Dit herhaalde zich jaarlijks met jihad-campagnes tegen de Byzantijnen, gelanceerd door Saif al-Dawla, een heerser van de Sjiitische Hamdanid dynastie in Aleppo van 944 tot 967. Said al-Dawla deed een beroep op de Moslims om tegen de Byzantijnen te vechten met als voorwendsel dat zij land aan het innemen waren, die toebehoorden aan het Huis van Islam. Deze oproep was zo succesvol dat zelfs Moslimkrijgers uit Centraal-Azie zich aansloten en deelnamen aan de jihadstrijd.9 De onenigheid tussen de Soennitische Sjiitische deel van de Moslims deed uiteindelijk de Islamitische jihad-machine haperen, en in het jaar 1001 sloot de keizer Basil II een tienjarig bestand met de (Sjiitische) kalief van het Fatimid kalifaat.10 Kalief Basil, echter, leerde snel dat het sluiten van bestanden zinloos was. In het jaar 1004 keerde de 6de kalief van het Fatimid kalifaat, Abu ‘Ali al-Mansur al-Hakim (985-1021) zich gewelddadig tegen het geloof van zijn Christelijke moeder en ooms (waarvan er twee patriarchen waren), en beval de vernietiging van kerken, en liet kruizen verbranden, en liet de bezittingen confisqueren. Hij keerde zich tegen de Joden met een soortgelijke wreedheid. In het verloop van de 10 jaar durende periode daarna, waren er 30 duizend kerken vernield, en onnoemelijke aantallen Christenen bekeerden zich tot Islam, simpelweg om hun levens te redden. In 1009 gaf al-Hakim zijn meest spectaculaire anti-Christelijke bevel: Hij verordende dat de Heilige Grafkerk vernietigd zou worden, samen met verschillende andere kerken (inclusief de Kerk van de Opstanding). De Kerk van de Opstanding was in de 7de eeuw herbouwd door de Byzantijnen, nadat de Perzen een eerdere versie hadden platgebrand, en het markeerde de traditionele plaats van de begrafenis van Christus. Deze kerk fungeerde tegens als model voor bekende Al-Aksa Moskee. Al-Hakim beval dat de graftombe tot en met de rotsbodem weggehakt zou worden. Hij beval dat Christenen zware kruizen om hun nek moesten doen (en voor Joden zware blokken hout in de vorm van een kalf). Hij stapelde daar nog andere decreten bovenop, en dit bereikte zijn toppunt met de dwingende oproep om Islam te accepteren en hun eigen religieuze gemeenschap te verlaten.11 De onberekenbare kalief verzachtte uiteindelijk zijn vervolging van de niet-Moslims en gaf zelfs delen van het eigendom terug dat hij in beslag had genomen van de Kerk.12 Een gedeeltelijke verklaring voor al-Hakim’s veranderde houding was waarschijnlijk zijn toenemend zwakke betrekking met orthodoxe Islam. In het jaar 1021 verdween hij op mysterieuze wijze, en sommige van zijn volgelingen verklaarden hem heilig, en baseerden hun sekte op deze mysterieuze verdwijning en andere esoterische leerstellingen van een Moslimgeestelijke, Mohammed ibn Isma’il al-Darazi (na wie de sekte van de Druzen is vernoemd).13 Dankzij al-Hakims veranderende beleid, die na zijn dood werd voortgezet, werd het de Byzantijnen toegestaan om de Heilige Grafkerk te herbouwen in het jaar 1027.14 8 Steven Runciman, A History of the Crusades, Vol. I, Cambridge University Press, 1951, 30-31 9 Carole Hillenbrand, The Crusades: Islamic Perspectives, Oxford, Routlegde, 2000, 101 10 Runciman, p.33 11 Moshe Gil, A history of Palestine, p. 376 12 Runciman, 35-36; Hillenbrand, 16-17, Jonathan Riley Smith, The Crusades: A Short History, New Haven, CT, Yale University Pressm 1987, 44 13 Bernard Lewis The Assassins, New York, Basic Books, 2002, 33 14 Runciman, p.36 95

96 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication