zelf huisarts en niet aan apneu gedacht ‘Achteraf was ik nijdig op mezelf’ Hugo Hardeman is 42 jaar als hij erachter komt dat hij apneu heeft. Waarschijnlijk al meer dan twintig jaar. Dat apneu lang onontdekt blijft weten we, maar hoe kan het dat Hugo - zelf huisarts - het niet eerder in de gaten had? ‘Achteraf was ik wel nijdig op mezelf. Dat ik als dokter niet eerder serieus aan apneu heb gedacht. Terugkijkend waren er vanaf mijn puberteit al aanwijzingen. Mijn vrouw had al zeker een jaar gezegd dat ik eens naar een dokter moest vanwege mijn snurken en ademstops.’ Uiteindelijk komt Hugo via zijn huisarts bij de slaapkliniek. Diagnose: osa. Al na een paar weken cpap merkt Hugo hoeveel meer energie hij heeft. Ongewoon moe? Je weet niet beter Dan pas wordt duidelijk dat zijn hevige vermoeidheid van al die jaren niet ‘gewoon’ was. ‘Vanaf 1994 liep ik mijn coschappen. Ik was altijd moe, maar ik had het dan ook heel druk. In 2001 werd ik huisarts. Ik werkte parttime, had een deel van de zorg voor huis en kinderen en deed bestuurswerk. Hoe collega’s dat deden die fulltime werkten, snapte ik niet. Ik was al die jaren heel moe. Maar het gekke is dat je daaraan went. Je weet niet beter, het lijkt bij je te horen.’ Hij is opgeleid in het ‘pre-apneu tijdperk’. Het ziektebeeld apneu ontdekt Hugo tijdens de huisartsopleiding. Hij ziet mensen met slaapapneu en verdiept zich er verder in. Hij betrekt die kennis niet op zichzelf, want als dokter leer je om alle informatie over aandoeningen niet naar je zelf toe te halen. ‘In de collegebanken werden we daar al snel voor gewaarschuwd.’ De meeste dokters denken niet direct aan apneu bij vermoeidheid en concentratieproblemen Apneu-alerte huisarts Hugo is zoals hij het noemt ‘apneu-alert’ geworden als huisarts. ‘Toen ik apneu bleek te hebben, ben ik meteen lid van de ApneuVereniging geworden. Wat mij direct opviel in een onderzoeksrapport van de vereniging was de negatieve kijk op de huisarts.’ In de waardering van patiënten komen huisartsen er in dat rapport niet goed van af. Patiënten verwachten vooral een alertere rol bij het herkennen en signaleren van slaapapneu. Ook is meer ondersteuning gewenst tijdens de levenslange behandeling met mra of cpap, net zoals meer kennis over het verband met andere aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Apneu is een jong ziektebeeld. De meeste dokters zullen nog niet automatisch aan apneu denken bij symptomen als vermoeidheid, slaperigheid, ochtendhoofdpijn en concentratieproblemen. Zeker als er geen klacht over ademstops bij zit. ‘De ApneuVereniging doet belangrijk werk met het verzamelen en verspreiden van informatie zowel aan (mogelijke) patiënten als aan professionals. Ik werk daar graag aan mee.’ Bespreek onvrede en ergernis Hugo kan zich het ongenoegen over de late signalering door de huisarts voorstellen. ‘Sommige mensen verliezen veel in hun leven door die late diagnose. Maar ligt dat altijd aan de huisarts?’ Door een late diagnose kunnen ergernis en onvrede ontstaan, weet Hugo. ‘Soms heeft een arts geen idee wat een patiënt dwarszit. Bespreek het! Neem de eigen pijn serieus. Pak het aan en kijk of het met de dokter is op te lossen. Of het nu de huisarts is of de specialist.’ ■ 23 | apneuspecial foto: Anneke Immink
24 Online Touch Home