Nederlands English
Brochure Waterklaar 2021

Brochure Waterklaar 2021


Pagina 0
Pagina 2
Inhoudsopgave Inleiding Flowchart Bergen op het dak • Natuurdak • Sedumdak • Retentiedak Bovengronds opvangen in objecten • Regenton • Regenzuil • Regenschutting Bovengronds opvangen in de tuin • Wadi • Grindterras • Steen vervangen door groen • Natuurlijke regenwatervijver • Rechte regenwatervijver Andere soorten verharding • Waterdoorlatende bestrating Ondergronds opvangen in de tuin • Grindkuil • Infiltratiebox • Regenwatertank • Verticale infiltratie • Steenwolblokken Bijlage • Bijlage I - Ontluchting, ontlastput en noodoverloop • Bijlage II - Goten • Bijlage III - Waterkwaliteit • Bijlage IV - Waterkwaliteit in een regenwatervijver • Bijlage V - Plantenlijst Partners 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 46 50 52 Samen waterklaar! Het veranderend klimaat zorgt aan de ene kant voor extreme hoeveelheden neerslag met veel wateroverlast. Aan de andere kant worden de zomers juist heel droog. Droogte gaat regelmatig gepaard met hittestress. Een ding is duidelijk: Het veranderend klimaat komt sneller dan we dachten en het is nu tijd voor actie. In deze brochure staan maatregelen om jouw tuin Waterklaar te maken. Er is zoveel mogelijk rondom je eigen woning. Zo kan je regenwater vasthouden in je eigen tuin. Door minder tegels en meer groen maak je jouw tuin minder kwetsbaar tegen het veranderend klimaat en het is ook nog eens een stuk koeler in de zomer. Je zorgt voor een win-win situatie: de maatregelen zijn goed voor je tuin, het klimaat en de biodiversiteit en je kan meer genieten in je groene tuin. Dan ben je Waterklaar! Lees de brochure voor inspiratie, tips en instructies. We hopen dat je door de voorbeelden in deze brochure aan de slag gaat om ook jouw tuin Waterklaar te maken. Ga ook naar www.waterklaar.nl en kijk of er een subsidieregeling beschikbaar is in jouw gemeente. Deze brochure van Waterklaar is een initiatief van Waterpanel Noord, een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten in Midden- en Noord-Limburg, het Waterschap en de Waterleidingmaatschappij in Limburg en gemaakt in samenwerking met Yuverta. 3
Pagina 6
Wat is een natuurdak? Maak van jouw grijs dak een prachtig stukje natuur of een bloemenweide. De beplanting van een natuurdak bestaat uit sedum, grassen, vaste planten en een grote diversiteit aan kruiden. Deze beplanting heeft veel variatie in bloeitijd en bloeikleur. Dat ziet er niet alleen mooi uit, maar biedt tevens een aangename leefruimte voor vogels, vlinders, bijen en andere insecten. Omdat het pakket dikker is, kan een natuurdak meer water vasthouden. Aandachtspunten • Het dak moet minimaal 100 kg/m² kunnen dragen. • Probeer grassen weg te houden uit de vegetatie. • Tijdens het onderhoud moeten onkruiden verwijderd worden. • Controleer ook regelmatig de afvoeren. • Jaarlijks bemesten komt de beplanting ten goede. Onderhoud Na de aanleg van een natuurdak, is het belangrijk dat het ook onderhouden wordt. Natuurdaken hebben minimaal twee keer per jaar onderhoud nodig. Tijdens dit onderhoud zorg je ervoor dat onkruiden, maar ook ongewenste planten verwijderd worden (denk aan zaailingen van bomen). Ook kun je ongewenste kruiden (bijvoorbeeld te veel grassen) verwijderen of juist stukken bijzaaien indien nodig. In het najaar kun je de vegetatie afmaaien, zodat ze het volgende jaar een frisse start hebben. Vergeet ook niet om regelmatig de regenwaterafvoer te controleren. Deze mag niet verstopt raken. Wat heb je nodig? • Beschermdoek • Drainageplaat • Filterdoek • Controleschacht hemelwaterafvoer (optioneel) • Substraat • Profielen om randen te maken • Grind (voor de randen) • Beplanting: sedum/ kruiden Technische informatie • Gewicht: vanaf 100 kg/m² • Systeem dikte: 100-250 mm • Waterbuffering: ca. 30 - 80 l/m² Opbouw • Vegetatielaag • Substraatlaag • Filterlaag • Drainage-bufferlaag • Bescherm-absorptielaag Gereedschappen 6 Plant nu de planten, de voorgekweekte matten* en/of zaai de zaden in het substraat. Deze soorten, bij voorkeur inheemse soorten, moeten passen op een natuurdak. Het is aan te raden de planten, zaden en matten in de eerste weken water te geven. Doe dit met een zachte straal water zodat ze geactiveerd worden, kunnen kiemen en zich goed kunnen vastzetten. Breng een substraatlaag aan op de drainageplaten. Deze moet minimaal 60 mm hoog zijn. Het substraat is de voedingsbodem voor de planten. Tussen de dakrand en het substraat breng je grind aan, zodat het substraat op zijn plek blijft. Boven op de drainageplaten komt een filterdoek, om te voorkomen dat het substraat in de drainageplaten terecht komt. Bedenk waar de hemelwaterafvoer komt en maak een gat. Als er waterafvoeren in het midden van de beplanting komt te zitten, is het nodig een controleschacht aan te brengen rondom de waterafvoer. Leg vervolgens per hemelwaterafvoer circa 30x30 cm aan grof grind rondom de afvoer. Leg op de beschermabsorptielaag drainageplaten met een hoogte van minimaal 40 mm. Deze zorgen ervoor dat het regenwater snel afgevoerd wordt. Zoek uit wat het dragend vermogen van het dak is. Bescherm de dakbedekking door een bescherm-absorptielaag op het dak aan te (laten) brengen. Hiermee voorkom je dat het dak beschadigt door de wortels van de planten. Kan de constructie het gewicht van het groen dak en eventuele weersinvloeden opvangen? De natuurdaken beginnen vanaf 100 kg/m² aan gewicht. Dit kan men het beste navragen bij een constructeur of architect. * Er bestaan voorgekweekte matten met planten die geschikt zijn voor natuurdaken. Dit scheelt een hoop tijd en een goed eindresultaat kan gegarandeerd worden. Categorie - Bergen op het dak 7
Pagina 8
Leg een sedumdak aan! Wat is een sedumdak? Een sedumdak is een dak met vetplanten. Dat zijn sterke plantjes die vocht opnemen in hun bladeren. Sedumbeplanting is uitermate geschikt, omdat deze planten veel water kunnen opslaan en op die manier lange droogteperiodes kunnen doorstaan. De capaciteit van een sedumdak om water vast te houden is echter beperkt, dus met alleen een sedumdak ben je nog niet volledig waterklaar. Combineer een sedumdak daarom met het aansluiten van de regenwaterpijp op een infiltratievoorziening. Aandachtspunten • Het dak moet minimaal 50 kg/m² kunnen dragen. • Zorg dat afvoeren vrij blijven van rotzooi, zodat het water altijd weg kan. Dit kan met een boldraadrooster. • Controleer de afvoeren regelmatig. • Tijdens het onderhoud moet onkruid verwijderd worden (circa vier keer per jaar). • Jaarlijks bemesten komt de beplanting ten goede. Onderhoud Net als alles wat groeit en bloeit in de tuin is er onderhoud aan een sedumdak nodig. Tip: denk er voor aanleg over na hoe je op het dak kunt komen voor het onderhoud. Het controleren van de afvoeren is belangrijk. Zorg dat deze schoon zijn en er geen bladeren in zitten. Verwijder ook regelmatig onkruiden uit de dakranden. Wat heb je nodig? • Beschermdoek • Drainageplaat • Filterdoek • Controleschacht HWA afvoer • Substraat • Profielen om randen te maken • Grind (voor de randen) • Beplanting: sedum • Boldraadrooster Technische informatie • Gewicht: vanaf 50 kg/m² • Systeem dikte: 50 mm • Waterbuffering: ca. 18 l/m² Opbouw • Vegetatielaag • Substraatlaag • Controleschacht boven HWA afvoer • Filterlaag • Drainage-bufferlaag • Bescherm-absorptielaag Gereedschappen: 8 Breng nu de sedummatten, sedumpluggen of spruiten* aan. Geef de eerste weken water indien nodig. Breng een substraatlaag aan op de drainageplaten en breng grind aan tussen de dakrand en het substraat. Leg op de bescherm-absorptielaag drainageplaten met een hoogte van minimaal 25 mm. Deze zorgen ervoor dat het regenwater snel afgevoerd wordt. Sedumplanten houden niet van teveel water. Ze hebben liever een langere droogte. Boven op de drainageplaten komt een filterdoek, om te voorkomen dat het substraat in de drainageplaten terecht komt. Bedenk waar de hemelwaterafvoer komt en maak een gat. Plaats een boldraadrooster en leg grind rondom de afvoer. Zoek uit wat het dragend vermogen van het dak is. Kan de Bescherm de dakbedekking door een bescherm-absorptielaag op het dak aan te (laten) brengen. Hiermee voorkom je dat het dak wordt beschadigd door de wortels van de planten. constructie het gewicht van het groen dak en eventuele weersinvloeden opvangen? De Sedumdaken beginnen vanaf 50 kg/m² aan gewicht. Dit kan men het beste navragen bij een constructeur of architect. * Sedumpluggen: jonge sedumplanten die in kleine bakjes groeien en lijken qua vorm op pluggen. * Spruiten: afgemaaide stukken sedum die je als zaad verspreidt over het substraat. Categorie - Bergen op het dak 9
Pagina 10
Leg een retentiedak aan! Wat is een retentiedak? Een retentiedak is een groen dak met onder de substraatlaag een extra laag om regenwater te bufferen. Zo voorkom je wateroverlast bij een piekbui. Vanwege de extra buffercapaciteit is een retentiedak de duurste variant van alle groene daken. Voor het aanbrengen van een retentiedak is het raadzaam gedegen voorbereidingen te treffen. De gewichten zijn dusdanig groot, dat er goed gekeken moet worden naar de constructie. Daarnaast wordt de totale opbouw van het systeem zo hoog, dat het moeilijk wordt op een normaal dak van een particulier woning. Schakel hiervoor altijd een gespecialiseerd bedrijf in. Aandachtspunten • Het dak dient minimaal 100 kg/m² te kunnen dragen. • Een retentiedak heeft veel mogelijkheden voor waterberging, door het creëren van een holle ruimte onder de beplanting. • Tijdens het onderhoud moeten onkruiden verwijderd worden en de afvoeren dienen gecontroleerd te worden. • Het is nodig een overstortmogelijkheid te hebben, voor als de berging vol zit. • Jaarlijks bemesten komt de beplanting ten goede. • Grassen moeten zoveel mogelijk weg gehouden worden uit de vegetatie. Onderhoud Net als alles wat groeit en bloeit in de tuin is er onderhoud aan een retentiedak nodig. Tip: denk er voor aanleg over na hoe je op het dak kunt komen voor het onderhoud. Het controleren van de afvoeren is belangrijk. Zorg dat deze schoon zijn en er geen bladeren in zitten. Verwijder ook regelmatig onkruiden uit de dakranden. Wat heb je nodig? • Beschermdoek • Waterretentieboxen • Optigroen Drossel Systeem of vergelijkbaar • Controleschacht HWA afvoer • Filterdoek • Substraat • Profielen voor de randen • Grind (voor de randen) • Beplanting: sedum / kruiden / vaste planten Technische informatie • Gewicht: vanaf 100 kg/m² • Systeem dikte: 140-250 mm • Waterbuffering: vanaf 32 l/m² Opbouw • Vegetatielaag • Substratlaag • Controleschacht boven HWA afvoer • Filter- en absorptielaag • Waterretentiebox • Optigroen Drossel Systeem (Gepatenteerd) • Bescherm-absorptielaag Gereedschappen 10 Plant nu de planten, de voorgekweekte matten* en/of zaai de zaden in het substraat. Deze soorten moeten passen op een retentiedak. De begroeiing op retentiedaken is zeer gevarieerd. Van sedumdaken tot dakparken met bomen en vijvers. Het is aan te raden de planten, zaden en matten in de eerste weken water te geven zodat ze geactiveerd worden, kunnen kiemen en zich goed kunnen vastzetten. Breng een substraatlaag aan op de retentiekratten en breng grind aan tussen de dakrand en het substraat. Boven op de retentiekratten komt een filterdoek. Om te voorkomen dat het substraat in de retentiekratten terecht komt. Ook kan dit doek het water vanuit de capillaire cones gelijkmatig verspreiden over het substraat. De hemelwaterafvoeren moeten goed functioneren bij een retentiedak. Als er echt te veel water valt, moet dit water wel weg kunnen. Op de hemelwaterafvoeren kunnen speciale pijpjes geplaatst worden die het water vertraagd of later afvoeren dan normaal. Zo kun je water stuwen en bergen op het dak. Het is noodzakelijk dat de waterafvoeren minimaal één keer per jaar worden gecontroleerd om de werking te controleren. Bescherm de dakbedekking door een beschermabsorptielaag op het dak aan te (laten) brengen. Hiermee voorkom je dat het dak beschadigt door de wortels van de planten. Het is mogelijk een Smart Flow Control te plaatsen. Deze slimme tool zorg er op basis van weersvoorspellingen voor dat het dak het water op de juiste momenten opslaat en afvoert. * Er bestaan voorgekweekte matten met planten die geschikt zijn voor groene daken. Dit scheelt een hoop tijd en een goed eindresultaat kan gegarandeerd worden. * Capillaire cones: een wateropnemende plug die in de retentiekratten zitten. Ze zijn van een stof gemaakt die zoveel water opnemen dat dit via deze cones in de substraatlaag komt. Categorie - Bergen op het dak 11 Breng op de beschermabsorbtielaag waterretentiekratten aan. Deze kratten hebben verschillende hoogtes, afgestemd op de gewenste bergingscapaciteit van het dak. In deze kratten zal het water opgeslagen worden na een bui. Middels capillaire cones* kan het water getransporteerd worden na het substraat, zodat de beplanting kan profiteren van het aanwezige water. Zoek uit wat het dragend vermogen van het dak is. Kan de constructie het gewicht van het groen dak en eventuele weersinvloeden opvangen? Bekend moet zijn wat het dragend vermogen van het dak is. De natuurdaken beginnen vanaf 100 kg/m² aan gewicht. Dit kan men het beste navragen bij een constructeur of architect.
Pagina 12
Water bergen in een regenton Wat is een regenton? Een regenton vangt water op dat via de regenpijp vanuit de dakgoot in de ton komt. Regentonnen heb je in allerlei soorten en maten. De inhoud kan variëren van 80 tot maar liefst 800 liter. Deze zijn verkrijgbaar in veel bouwmarkten, tuincentra en via het internet. Regentonnen zijn in verschillende vormen verkrijgbaar zoals bloembak en andere creatieve vormen. Tegenwoordig heb je ook speciaal ontworpen regentonnen. Een goed voorbeeld hiervan is Raindrop met geïntegreerde gieter van ongeveer 75 liter. Aandachtspunten • De ondergrond van de regenton moet vlak en stevig te zijn. Een volle regenton is immers zwaar. • Zet de regenton bij voorkeur in de schaduw om algengroei te voorkomen. • Plaats de ton op een onderstuk of voet, zodat je onder het kraantje een gieter kunt plaatsen. • Gebruik een bladvang om te voorkomen dat de regenton vol raakt met rotzooi. • Zorg dat de regenton aan de bovenzijde afgesloten is, om te voorkomen dat het een broedplaats van insecten wordt. • Leeg een regenton bij de eerste nachtvorst, om te voorkomen dat de regenton barst door uitzettend ijswater. • Bevestig aan het uiteinde van het kraantje een kort stukje tuinslang. Zo kun je gemakkelijker een gieter vullen. • Sluit de overloop van de regenton aan op een infiltratievoorziening in je tuin in plaats van op de riolering. Onderhoud Een regenton heeft weinig onderhoud nodig. Het is wel belangrijk om het bladrooster en de bladvang schoon te houden. Daarnaast is het aan te raden een houten regenton bij de eerste vorst te legen. Wat heb je nodig? • Regenton • Bladvang • Overloop-/vulautomaat • PVC pijp Gereedschappen Waterpas Rolmaat Potlood Zaag Lijm 12 Bevestig de bladvang en overloop-/vulautomaat aan de regenpijp. Bepaal de hoogte waarop je de regenpijp gaat doorzagen. Dit doe je door op te meten hoe lang de bladvang en overloop-/ vulautomaat zijn. Plaats het verloopstukje van de overloop-/vulautomaat in de regenton en zorg ervoor dat deze voldoende lang is en goed is aangedrukt. Lijm de bladvang en de overloop-/ De regenton is nu aangesloten. vulautomaat aan elkaar vast, zodat de opening van de overloopautomaat open blijft. Denk na over Plaats de regenton op de gewenste plaats, bij mogelijkheden om de regenton te legen. Kun je er bijvoorbeeld een kraantje aan koppelen? Of wil je een koppeling maken naar een infiltratiekrat onder de grond? voorkeur op een schaduwrijke plek en een harde ondergrond. Zet de regenton eventueel op een regenton-statief (zorg dat deze waterpas staat). Categorie - Bovengronds opvangen in objecten 13
Pagina 14
Water bergen in een regenzuil Regenzuil Een regenzuil is vaak groter en hoger dan een regenton. De inhoud hiervan is tot wel 400 liter. Het voordeel van een regenzuil is dat je de tuinslang kan aansluiten vanwege de waterdruk die de regenzuil bevat. De regenzuil is verkrijgbaar in sommige tuincentra en kun je bestellen via het internet. De kosten zijn +/- €300,- voor een regenzuil van 400 liter. Aandachtspunten • De ondergrond van de regenzuil moet vlak en stevig te zijn. Een volle regenzuil is immers zwaar. • Zet de regenzuil bij voorkeur in de schaduw om algengroei te voorkomen. • Gebruik een bladvang om te voorkomen dat de regenzuil vol raakt met rotzooi. • Zorg dat de regenzuil aan de bovenzijde afgesloten is, om te voorkomen dat het een broedplaats van insecten wordt. • Sluit de overloop van de regenzuil aan op een infiltratievoorziening in je tuin in plaats van op de riolering. Onderhoud Alleen bladrooster en bladvang schoonhouden. Wat heb je nodig? • Regenzuil • Bladvang • Overloop-/vulautomaat • PVC pijp Gereedschappen Waterpas Rolmaat Potlood Zaag Lijm 14 Bevestig de bladvang en overloop-/vulautomaat aan de regenpijp. Bepaal de hoogte waarop je de regenpijp gaat doorzagen. Dit doe je door op te meten hoe lang de bladvang en overloop-/vulautomaat zijn. Plaats het verloopstukje van de overloop-vulautomaat in de regenzuil en zorg ervoor dat deze voldoende lang is en goed is aangedrukt. De regenzuil is nu aangesloten. Afbeelding: GRAF Garantia Regenwaterzuil Plaats de regenzuil op de gewenste plaats, bij voorkeur op een schaduwrijke plek en een harde ondergrond. Zorg dat de regenzuil waterpas staat, en stevig is bevestigd aan bijvoorbeeld de muur. Lijm de bladvang en de overloop-/vulautomaat aan elkaar vast, zodat de opening van de overloopautomaat open blijft. Categorie - Bovengronds opvangen in objecten 15
Pagina 18
Leg een wadi aan! Wat is een wadi? Een wadi is een lager gelegen stuk grond zoals een greppel of een glooiende kuil die doorgaans geen water bevat. Wanneer het hevig regent wordt het regenwater hier heen geleid. Zo vormt de wadi een goede buffer bij hevige regenval en wordt verdroging van de bodem beperkt. Je kunt een wadi beplanten. Kies dan voor planten die goed tegen droogte en warmte kunnen, bijvoorbeeld een Salix cinerea (grauwe treurwilg) of een Cornus sericea (Canadese kornoelje). Tip: Meer informatie over de beplanting van een wadi? Bekijk dan bijlage V Plantenlijst achterin de brochure. Wil je water langer vasthouden? Dicht dan een stukje bodem af met vijverfolie. Het water zakt dan minder snel weg. Wat heb je nodig? • Goot • Moerasplanten (zone 2) • Oeverplanten (zone 1). Gereedschappen Optioneel • Dakpannen voor de goot • Enkele stenen voor onder aan de goot • Vijverfolie • Afwerking zijkant mini-vijver (gazonband) • Zand om de bodem te verschralen voor infiltratie 18 Maak een overstort. Dit kan via het oppervlak naar een lager deel, of via een putje op het riool. Plant de wadi aan met planten die tegen droogte en water kunnen. Meestal zijn dat oeverplanten (zone 1) die je in het tuincentrum bij de vijverplanten kunt vinden. Leg een goot aan naar dat gedeelte van je tuin waar je het water wilt laten wegzakken. Dakpannen hergebruiken? Oude dakpannen vormen een prima goot. Zorg er voor dat de dakpannen aflopen naar de kuil. In dit geval zijn de dakpannen op de zwarte grond gelegd. In de dakpannen zit al een profiel waardoor ze perfect op elkaar aansluiten. Graaf de wadi. Hoe diep en groot? Dit is afhankelijk van het oppervlak dat afgekoppeld wordt. Bereken de benodigde inhoud en pas dit toe in je tuin. Laat de grond snel water door? Doe de emmertest op www.waterklaar.nl Categorie - Bovengronds opvangen in de tuin 19
Pagina 20
Infiltreren via een grindterras Wat is een grindterras? Een grindterras (of grindpad) is eenvoudig aan te leggen en vraagt niet om veel onderhoud. Onderhoud Dit systeem van bovengrondse opvang van je regenwater vraagt weinig onderhoud. Je ziet dat het zand en fijne slib wordt opgevangen in het infiltratiekolkje. Tip: Maak de bodem en de zijwand regelmatig schoon. Aandachtspunten • Gebruik geen anti-worteldoek. Deze laat het regenwater slecht door. • In oude woningen is de regenpijp vaak ook de ontluchting van het vuilwaterriool. Koppel je deze regenpijp af dan moet je de ontluchting weer herstellen. • Bij extreme onweersbuien kan het grindterras te weinig capaciteit hebben. Zorg er voor dat het overtollig water kan wegstromen naar bijvoorbeeld een lager gelegen deel van je tuin of naar de straat. • Zorg dat je een afstand van circa drie meter aanhoudt wanneer je een kruipruimte of kelder hebt. Wat heb je nodig? • Afgekoppelde regenpijp met bladvanger • PVC-buis • Infiltratiekolk in grindpakket of lavasteen • Kantopsluiting Gereedschappen Waterpas • Uitgegraven verlaging in de tuin • Infiltratiedoek • Grind Zaag Schop Stamper, bijv. een houten balk om zand te verdichten na aanleg van de buis Kruiwagen Schuurpapier Schaar 20 Maak een kantopsluiting van het grindterras. In dit geval zijn klinkers op z’n kant gebruikt. Breng het grind aan op de gewenste dikte. Hoe meer grind des meer opslagcapaciteit je hebt voor het regenwater. Bij een dikker grindpakket heb je ook minder kans op onkruidgroei. Breng direct op de zwarte grond infiltratiedoek aan. Graaf het Leg een leiding of een goot aan vanaf de regenpijp naar het grindterras. In dit geval is gekozen voor een ondergrondse leiding met een infiltratiekolkje als uitstroomvoorziening. Zie de bijlage Goten voor andere mogelijkheden. terras uit op de gewenste hoogte. Plaats het infiltratiekolkje en sluit hierop de pvc-buis op aan. Als het kolkje geen aansluitverbinding heeft, boor dan een gat op de gewenste hoogte in de wand van het kolkje en lijm er een pvc-mof in. Vul de ruimte rond het kolkje met grind. Categorie - Bovengronds opvangen in de tuin 21
Pagina 22
Steen vervangen door groen Waarom steen vervangen? Regenwater dat op groen valt, zakt meestal weg in de bodem. Veel tuinen bevatten veel te veel steen. De gemakkelijkste manier om het regenwater op te vangen en in de bodem te laten wegzakken, is het vervangen van een aantal stenen in je tuin door groen. Als je de plantvakken wat lager aanlegt, kun je er ook mooi het regenwater opvangen. Plantvakken zijn niet alleen goed voor de opvang van het regenwater, maar planten zorgen ook voor verkoeling van je tuin, dragen bij aan de biodiversiteit en zijn leuk om te zien. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de mens in een groene tuin beter tot rust komt. Aandachtspunt • Wil je ook een gedeelte van het regenwater van de woning afkoppelen en in je tuin laten weglopen? Kijk dan voor de aandachtspunten bij oppervlakkig afkoppelen. Onderhoud Een groot misverstand is dat een stenen tuin minder onderhoud vraagt. Een stenen tuin moet worden schoongeveegd, het onkruid tussen de tegels moet worden verwijderd en veel mensen willen geen algenaanslag. Een goed aangelegde tuin hoeft niet meer tijd te kosten. Wat heb je nodig? • Zand vervangen door bemeste teelaarde • Beplanting • Kantopsluiting van de overblijvende verharding Gereedschappen Kruiwagen 22 Plant de planten. Vul het nieuwe plantvak met bemeste teelaarde. Gebruik de uitkomende stenen of tegels als kantopsluiting van de overblijvende verharding. Leg deze kantopsluiting iets lager aan, dan kan het regenwater afkomstig van de verharding in je nieuwe perk lopen en daar wegzakken in de bodem. Verwijder de tegels die je wilt vervangen door groen. Verwijder het zandbed en/of fundering onder deze verharding. Categorie - Bovengronds opvangen in de tuin 23
Pagina 24
Natuurlijke regenwatervijver Natuurlijke regenwatervijver Een natuurlijke regenwatervijver is een prima oplossing voor het opvangen van je regenwater. Het regenwater is niet van een constante kwaliteit en daarom niet voor alle vissen geschikt. Vissen in de vijver zijn wel belangrijk voor het schoon houden van de planten en bestrijding van muggen. Het regenwater kun je het beste infiltreren in de oeverzone van de vijver. Dan komen niet alle voedingstoffen in het vijverwater terecht. Als het hard regent, fungeert de vijver als overloop. Als de waterstand in de vijver te laag is, kun je tijdelijk het regenwater rechtstreeks in de vijver laten lopen. Een natuurlijke regenwatervijver is leuk om te zien en is goed voor de flora en fauna. Deze vijver is ook eenvoudiger in aanleg en onderhoud. Uiteraard kun je ook nog kiezen uit tal van sierelementen en stromend water. Aandachtspunten • Controleer voordat je je vijver gaat aanleggen de grondwaterstand. Is het grondwater te hoog dan bestaat het risico op opdrijven van de vijverfolie. • Regenwater is relatief zuur en voedselrijk qua samenstelling.* • Check de ontluchting. De regenpijp functioneert soms ook als ontluchting van het vuilwateriool; breng indien nodig een alternatieve ontluchting aan. • Leg de vijver en oeverzone op voldoende afstand, minimaal 2 meter, tot een kelder of kruipruimte. • Breng een bladvanger aan in je regenpijp. Deze is meer bedrijfszeker dan een bladvanger in de goot die snel dicht gaat zitten met vuil en bladeren. Tip: Meer weten over een goede waterkwaliteit? Zie de bijlage III Waterkwaliteit achterin. Wat heb je nodig? • Bladvanger • Infiltratiezand onder de vijverfolie • Eventueel beschermingsdoek (meestal niet nodig bij toepassing van infiltratiezand) • Hardhouten piketten en kunststof strip • EPDM rubberfolie • Goot of ondergrondse leiding met eventueel een infiltratieputje • Vijverplanten en substraat • Oeverplanten • Afwerking vijverrand • Sierelementen naar keuze • Filter- en circulatiepomp naar keuze Gereedschappen 24 Vul de vijver met leidingwater en voeg ook direct voedingstoffen voor de planten toe. Bepaal de afmeting van de folie (lengte en breedte vermeerderen met twee Breng in de vijver de plantsubstraat aan. Werk de oeverzone af met stenen (of andere sierelementen) en planten die tegen water en droogte kunnen. Zie voor meer informatie de bijlage Wadi beplanting. Werk het restant van de vijverfolie onder in de oeverzone. maal de diepte van de vijver en 1 meter extra voor de afwerking van de oever. Voorbeeld: vijver 4 x 2,5 meter, 80 cm diep: afmeting folie 6,6 x 5,1 m2.) Breng de vijverfolie aan. Vijverfolie moet losjes op de bodem liggen, dus niet te strak aantrekken. Monteer in de regenpijp een bladvanger. Vul het uitgegraven gat met 10cm grof zand of lavazand. De vijverfolie wordt zo beschermd en het regenwater van de oeverzone kan gemakkelijk onder de vijver infiltreren. Leg een goot of leiding aan tussen de regenpijp en de oeverzone van de vijver. Als je met de leiding lager uitkomt dan de bovenkant van de oeverzone, kun je de regenpijp laten uitmonden in een infiltratieputje met rondom wat grind. Breng in twee rijen de hardhouten piketpaaltjes aan en bevestig hieraan de kunststof strip. Maak een grondplan en paal de buitenkant van de vijver uit met paaltjes en/of lint. Een vijver met verschillende diepten graaf je gefaseerd uit. Bij twee diepten graag je eerst de hele vijver op het minst diepe niveau en vervolgens de diepere delen. Verwijder in de uitgegraven vijver alle scherpe voorwerpen, zoals boomwortels en stenen. Graaf de vijver 10 cm dieper uit dan de uiteindelijk gewenste diepte. Onder de vijver moet je namelijk nog 10 cm grof zand of infiltratiezand aanbrengen. Categorie - Bovengronds opvangen in de tuin 25
Pagina 26
Strakke rechte regenwatervijver Strakke rechte regenwatervijver Ook een strakke rechthoekige vijver is een prima oplossing voor het opvangen van je regenwater. Het regenwater is niet van een constante kwaliteit en daarom niet voor alle vissen geschikt. Vissen in de vijver zijn belangrijk voor het schoon houden van de planten en bestrijding van muggen. Je kunt een aantal maatregelen nemen om de waterkwaliteit goed te houden. Hier lees je hoe je dit het beste kunt doen. In de vijverfolie kun je waterdoorvoeren maken voor de aanvoer van het regenwater, de afvoer van het overtollig water en eventuele kabels en leidingen. Uiteraard kun je ook nog kiezen uit tal van sierelementen en stromend water. Aandachtspunten • Situeer de vijver in een lager gelegen deel van je tuin. Dan heb je als de oever en de vijver vol is nog voldoende bufferruimte in je tuin. • De infiltratiekrat moet voldoende inhoud hebben voor de opvang van het overtollige vijverwater. • Zet sterke vissen uit in je vijver die tegen regenwater kunnen, die de planten schoonmaken en die muggenlarven eten. • In oude woningen is de regenpijp vaak ook de ontluchting van het vuilwaterriool. Koppel je deze regenpijp af dan moet je de ontluchting weer herstellen. Tip: Meer informatie over de beplanting van een strakke rechte regenwatervijver? Bekijk dan bijlage V Plantenlijst achterin de brochure. Wat heb je nodig? • Bladvanger • PVC-buis • Doorvoeren in vijferfolie • Beschermingsdoek • Tempex voor de wanden, ter bescherming tegen ijsvorming in de winter • Vijverfolie • Betonstenen of andere materialen zoals hardhout voor de wanden • Hardsteen voor de afwerking van de wanden of andere materialen zoals hardhout • Overloopleidingen voor de afvoer van overtollig vijverwater • Infiltratiekrat voor het infiltreren van het overtollig vijverwater • Ontluchtings- en overloopbuis voor de infiltratiekrat • Vijverplaten en substraat • Sierelementen naar keuze Gereedschappen 26 Vul de vijver met leidingwater en voeg voedingstoffen voor de planten toe. Breng een overloopleiding aan voor de afvoer van het overtollige regenwater. Knip de vijverfolie op maat en breng de randafwerking aan. Breng ter bescherming bij vorst tempex aan tegen de wanden. Sluit de regenpijp aan op de aangebrachte doorvoer in de vijverfolie. Sluit de overloopleiding aan op een infiltratievoorziening. Breng de wanden van de vijver aan. Plant de vijver aan. Breng 10 cm zand of beschermfolie aan op de vijverbodem. Breng de vijverfolie aan. Graaf de vijver uit en verwijder de scherpe voorwerpen, zoals stenen en wortels. Categorie - Bovengronds opvangen in de tuin 27
Pagina 28
Waterdoorlatende bestrating Klinkers en tegels Grasbetontegels Regenwater zakt makkelijk in de grond, veel ruimte voor gras en snelle aanvulling van grondwater. Ruimte tussen het beton opvullen met teelaarde waardoor er gras kan groeien. Poreuze betonklinkers Door de open structuur van de klinkers kan regenwater door de klinker heen infiltreren in de ondergrond. Klinkers met open voeg of los verband Uitstraling blijft hetzelfde, maar door brede voegen met daarin zand, gras of grind kan water toch wegzakken in de grond. Stapstenen Klinkers of betontegels met tussenruimte waardoor water weg kan zakken in de grond. Grind, steenslag of schelpen Verharde ondergrond waarin water snel weg kan zakken. Bij grind of steenslag is een kantopsluiting door middel van bandjes of klinkers gewenst om de verharding op zijn plaats te houden. Grind of split in roosterstenen De roosters houden het grind of ander materiaal op de plek. Daarnaast wordt voorkomen dat bij een minder stevige ondergrond het grind wegzakt. 28 Houtspaanders, dennenschors of cacaodoppen Houtspaanders, dennenschors of cacaodoppen Regenwater kan makkelijk de bodem in zakken en er is plaats voor veel insecten. Voordelen van waterdoorlatende bestrating Waterdoorlatende bestrating heeft meerdere voordelen, zowel praktisch als esthetisch. Omdat water meteen door de verharding kan infiltreren ontstaan geen plassen of waterstromen. Er zijn dan ook geen opvanggoten, afvoerputten of afvoerleidingen nodig. Dankzij waterdoorlatende bestrating kan de tuin groener worden vormgegeven met toch draagkracht in de verharding. De waterdoorlatende bestrating heeft naast bovengrondse voordelen ook voordelen voor de ondergrond; het grondwater wordt op een natuurlijke wijze aangevuld en op peil gehouden. Aandachtspunten Waterdoorlatende bestrating heeft andere eigenschappen dan ‘gewone’ bestrating. Daarom is het belangrijk vooraf naar de aandachtspunten te kijken. • Omdat de bestrating poreus is en niet afwatert via een riool wordt aanbevolen de waterdoorlatende bestrating nagenoeg vlak aan te leggen. • Bij de aanleg van stenen moet de vlijlaag (laag direct onder verharding) uit poreus materiaal bestaan zoals lava of gebroken grind. Dit geldt ook voor de ruimte tussen de straatstenen. • De porositeit van de vlijlaag bepaalt hoeveel regenwater wordt geborgen of geïnfiltreerd. Naast de vlijlaag is het ook belangrijk om de voegen op te vullen met waterdoorlatend materiaal. Voor het beheer is het van belang regelmatig te vegen om te voorkomen dat de voegen dichtslibben. • Tussen doorlatend cunet en omliggende grond dient een scheidingsdoek aanwezig te zijn om te voorkomen dat het zand in de steenslag stroomt. Het beste kan dit van geotextiel non-woven worden gemaakt en geen anti-worteldoek. Dit laat minder water door. • Poreus materiaal kan bijvoorbeeld steenslag, lava, grind en drainagezand zijn. Tussen verschillende korrelgrootten dient scheidingsdoek aanwezig te zijn. Ook tussen vlijlaag en bergend cunet. • Denk eraan bij realisatie dat de omliggende bodem niet wordt versmeerd. Versmering van de bodem vindt plaats bij mechanische ontgraving in natte toestand. Categorie - Andere soorten verharding 29
Pagina 30
Leg een grindkuil aan! Wat is een grindkuil? Een grindkuil is een ondergrondse berging vol met grind. In de holle ruimtes kan water geborgen worden wat vervolgens vertraagd kan infiltreren in de bodem. Om de grindkuil schoon te houden van vuil, wat zou zorgen voor dichtslibbing van de kuil, wordt rondom een geotextieldoek aangebracht. Met een grindkuil ben je niet gebonden aan vaste maten of vormen. Je kunt zelf bepalen hoe groot je de kuil maakt, afhankelijk van je beschikbare ruimte. Aandachtspunten • Houd rekening met minimaal 25 cm dekking. • Leg de kuil circa een halve meter boven de gemiddelde grondwaterstand. • Houd rekening met korrels van ongeveer dezelfde grootte. • Gebruik geen worteldoek, maar een geotextieldoek. • Situeer de ontluchtings- en overlooppijp in een lager deel van de tuin. Bij piekbuien kan hier het regenwater worden opgevangen dat niet meer in de grindkuil past. • Maak gebruik van een blad- en zandvang om dichtslibbing te voorkomen. Een bladvang kan tevens dienstdoen als overloop in extreme gevallen. • Houd rekening met een holle ruimte tussen het grind van circa 30% of 50% bij lavasteen. • Blijf circa 2 tot 3 meter weg van de fundering en bomen. • Check de ontluchting. De regenpijp functioneert soms ook als ontluchting van het riool. Breng indien nodig een alternatieve ontluchting aan. Onderhoud Een grindkuil vraagt weinig onderhoud. Je hoeft eigenlijk alleen maar te zorgen dat de zandvang en bladvang schoon blijven. Dit is om dichtslibbing te voorkomen. Wat heb je nodig? • Bladvanger • Pvc-buizen met hulpstukken • Zandvangput • Geotextieldoek • Grind of lavasteen • Ontluchtingsleiding en ontluchtingskap Gereedschappen 30 Vul het gat met grond. Gebruik opvulzand wanneer de kuil onder de verharding ligt. Dicht de bovenkant van de kuil af met geotextieldoek. Leg de ontluchting van de grindkuil aan. Deze ontluchting dient tevens als overloop als het grindkuil vol is. Sluit de regenpijp, in combinatie met de blad- en zandvang, aan op de grindkuil. Zorg dat de regenpijp 1 á 2 decimeter in de grindkuil steekt. Bepaal de locatie en de afmetingen van de grindkuil. Houd er rekening mee dat alleen de holle ruimtes (30%) van de grindkuil gebruikt kunnen worden om water te bergen. Bij lavasteen is dit 50%. Vul de kuil met grind of lavasteen. Bekleed het gat met een geotextieldoek. Bepaal de hoeveelheid te bergen regenwater. Graaf het gat voor de grindkuil en de uitsparingen waarin de regenpijp komt te liggen. Houd er rekening mee dat circa 25 cm grond op de grindkuil komt. Als je de grindkruil gebruikt als tuinverharding is dit niet nodig. Categorie - Ondergronds opvangen in de tuin 31
Pagina 32
Plaats een infiltratiebox! Wat is een infiltratiebox? Een infiltratiebox (ook wel inifiltratiekrat genoemd) is een sterk waterdoorlatende box met een extreem hoge buffercapacitieit. In de infiltratiebox wordt het regenwater gebufferd waarna het geleidelijk kan infiltreren naar de bodem. Voordeel hiervan is dat het riolering ontlast wordt omdat het betreffende oppervlak afgekoppeld is. Sinds de jaren 80 is de infiltratiebox aan een opmars bezig. Met een groeiende bevolking en economie stijgt immers ook het watergebruik. De infiltratieboxen bieden het regenwater dan een nieuwe uitweg en ontziet daarbij het riool. Ze worden gebruikt op onderdaken, parkeerplaatsen, daktuinen en als afwatering voor sportvelden. De inifiltratieboxen hebben een hoge druksterkte, zijn aan alle zijden open en uitbreidbaar in alle richtingen. Voor meer informatie kijk op: www.regenwater.com Aandachtspunten • Houd rekening met minimaal 25 cm dekking. Bij zware belasting, zoals kratten onder een oprit, dient 50 cm dekking aangehouden te worden. • Leg de krat circa een halve meter boven de gemiddelde grondwaterstand. • Gebruik geen worteldoek, maar een geotextieldoek. • Maak gebruik van een blad- en zandvang om dichtslibbing te voorkomen. Een bladvang kan tevens dienst doen als overloop in extreme gevallen. • Blijf circa 2 tot 3 meter weg van de fundering en bomen. • Situeer de ontluchtings- en overlooppijp in een lager deel van de tuin. Bij piekbuien kan hier het regenwater worden opgevangen dat niet meer in de infiltratiekrat past. • Check de ontluchting. De regenpijp functioneert soms ook als ontluchting van het riool. Breng indien nodig een alternatieve ontluchting aan. Wat heb je nodig? • Infiltratiebox(en) • Geotextiel • Zand Gereedschappen Technische informatie • Verkeersbestendig • Hoge druksterkte • Uitbreidbaar • Verschillende hoogtes leverbaar • Recyclebaar Tape 32 Plaats de infiltatiebox(en) op het doek in het gat en vouw het geotextiel volledig om de box(en). Sluit het vervolgens af met tape. Ga nu door met opvullen met de volgende laag zand van 300 mm. Zorg ervoor dat na elke laag van 300 mm de laag wordt verdicht. Monteer in de regenpijp een bladvanger en sluit de regenpijp via een zandvangput aan op de infiltratiekratten. Leg het geotextiel op de bodem en tegen de wanden van het uitgegraven gat. Gebruik wit zand om de ondergrond te egaliseren. Het zand dient waterpas gemaakt te worden. Vul de zijkanten op en dek de bovenkant van de tank af met 300 mm zand. Gebruik lichtgewicht materiaal om het zand te verdichten. Graaf het benodigde gat uit voor de infiltratiebox. Categorie - Ondergronds opvangen in de tuin 33
Pagina 34
Plaats een regenwatertank! Wat is een regenwatertank? Een regenwatertank is een tank waarmee je regenwater opvangt. Deze is vaak ondergronds gelegen waarin het regenwater wordt opgeslagen voor wc-, wachmachine- en tuingebruik. Afkoppelen van regenwater wordt tegenwoordig steeds vaker geëist door gemeentes. Infiltratie van regenwater in de bodem is dan een optie, maar het gebruik van regenwater neemt een steeds grotere vlucht. Men heeft dan immers iets aan de investering, omdat men werkelijk iets doet met het regenwater. Het is een gratis bron van water voor schoonmaak, tuinbesproeiing, wc-spoeling, wasmachines enz. De kwaliteit van regenwater is goed. Regenwater is arm aan kalk en zet geen kalkaanslag af op leidingen en wasmachines. Er is bij regenwater zelfs minder wasmiddel nodig. Dus eigenlijk is gefilterd regenwater wat dat betreft beter dan duur drinkwater. Om continue regenwater tot je beschikking te hebben moet het worden opgeslagen in een regenwatertank die voldoende groot is om meerdere droge dagen te kunnen overbruggen. Er zijn verschillende modellen regenwatertanks van kunststof in verschillende volumes leverbaar. Voor meer informatie kijk op: www.regenwater.com Aandachtspunten In het algemeen is het van belang dat de regenwatertank uit één stuk vervaardigd is, dus naadloos geproduceerd. Daarmee is het gegarandeerd dat de tank 100% waterdicht is en blijft. Regenwatertanks die uit ringen of schaaldelen bestaan hebben altijd één of meerdere naden die afgedicht moeten worden. Deze naden moeten waterdicht blijven, ook op de lange termijn, en ook bij zetting van grond en leidingen. Verder is het van belang dat de aansluitingen op de tank of put ook waterdicht zijn, bij voorkeur voorzien van rubber doorvoeringen om kleine zettingen van de tank te kunnen compenseren. Wat heb je nodig? • Regenwatertank • Filterbehuizing • Filterdeksel • Trident filterplaat • Rubber ring • Rustige toevoer • Telescopische buis • Manchetverbindingen • Glijmiddel voor ring Gereedschappen Technische informatie • Volumes van 1.500 tot 15.000 liter • Gronddekking is maximaal 150 cm • Verkeerbelastbaar • Schacht 360 graden draaibaar • PE verlengstukken • Uit één stuk vervaardigd • Meerdere prefab aansluitingen • Verschillende deksels leverbaar • Kinderveilige afdekking • Optie: Automatische filter cleaner 34 Plaats de filterschotel met de buis in de filterschacht en bepaal de gepaste lengte. Plaats de Trident filterplaat in de filterschotel en borg de schotel in de schacht door de vier kinderveilige borgingen een halve slag te draaien. Plaats het onderste deel van de telescopische buis in de rustige toevoer. Borg de rustige toevoer aan de buis met de meegeleverde kunstof druknagel. Doe dit aan beide kanten van de buis. Bepaal de juiste zijde voor de buis aansluiting en zaag deze zijde open. Monteer vervolgens de buis middels een machetverbinding. IN OUT Plaats de tank fliterschacht op de kraag van de tank of put en draai de filterschacht in de gewenste positie. Sluit de hemelwater aanvoer en afvoer aan met manchetverbindingen. Plaats de dikke ring in de schacht. Zorg ervoor dat deze in de inkeping wordt geduwd. Smeer deze daarna in met glijmiddel. Plaats de tank op de juiste diepte in de grond. Categorie - Ondergronds opvangen in de tuin 35
Pagina 36
Infiltreren via verticale infiltratie Verticale infiltratie Heb je weinig plaats in je tuin, maar heb je zeer goed doorlatende grond en zit je grondwater diep? Dan is het verticale infiltratiesysteem een geschikte maatregel om je regenwater op te vangen en in de bodem te laten wegzakken. Je moet er wel bij kunnen met een graafmachine en/of avegaar (boor). Een verticale infiltratie bestaat uit een 5 meter diepe infiltratiebuis met kleine gaatjes met er omheen infiltratiedoek en infiltratie- of lavazand. Het regenwater loopt via een zand- en vuilvangput naar deze infiltratiebuis van 3-5 meter, afhankelijk van de grondwaterstand, waarna het in de bodem kan wegzakken. Aandachtspunten • In oude woningen is de regenpijp vaak ook de ontluchting van het vuilwaterriool. Koppel je deze regenpijp af dan moet je de ontluchting weer herstellen. • Een infiltratiebuis heeft relatief weinig bergingscapaciteit. Dit hoeft geen probleem te zijn bij goed doorlatende grond en diepe grondwaterstand. Het regenwater wordt met een hoge waterdruk in de grond geperst. • Bij extreme onweersbuien kan de infiltratie toch soms onverhoopt vol raken. Zorg er voor dat het overtollig water kan wegstromen naar bijvoorbeeld je tuin of naar de straat. • Blijf circa 3 meter weg van de fundering en bomen. • Zorg voor valbeveiliging in de infiltratiebuis en/of afsluitbare deksel. Onderhoud Het onderhoud blijft beperkt tot het af en toe ledigen van de zand- en vuilvangput. Wat heb je nodig? • Infiltratiebuis • Infiltratiedoek • Infiltratie- of lavazand • Zand- en vuilvangput Gereedschappen Technische informatie • Gewicht: vanaf 50 kg / m2 • Systeem dikte: 50 mm • Waterbuffering: ca. 18 l/m² Opbouw • Vegetatielaag • Substraatlaag • Controleschacht boven HWA afvoer • Filterlaag • Drainage-bufferlaag • Bescherm-absorptielaag 36 Plaats de zand- en vuilvangput en sluit deze aan op de infiltratiebuis. Dek beide putten af met een kunststof of gietijzeren deksel. Sluit je regenwaterstelsel aan op de zandvangput. Boor een gat aan de bovenzijde van de infiltratiebuis en monteer de inlaat. Vul de ruimte aan de buitenkant van de infiltratiebuis op met infiltratiezand, of beter nog: met lavazand. Lavazand is poreus. In het lavazand nestelen zich bacteriën die het regenwater schoonmaken. Lavazand wordt ook gebruikt voor het filteren van vijverwater. Boor een gat van ca. 5 meter diep met een diameter van 50 cm. Laat de met geotextiel omwikkelde infiltratiebuis in het geboorde gat zakken. Categorie - Ondergronds opvangen in de tuin 37
Pagina 38
Regenwater opvangen in steenwolblokken Waarom steenwolblokken? Met steenwolblokken kan eenvoudig een grote ondergrondse waterbuffer gemaakt worden. Meerdere elementen achter elkaar kunnen tot één groter systeem gecombineerd worden. Een zandvanger houdt het systeem schoon. Bij hoge grondwaterstanden zijn ook minder hoge blokken in de handel. Steenwol is een natuurlijk materiaal, kan veel regenwater bufferen en geeft dit geleidelijk af aan de ondergrond. Aandachtspunten • Houd rekening met een gronddekking van bij voorkeur 40 cm. Bij zware belasting, zoals blokken onder een oprit, dient 50 cm dekking aangehouden te worden. • Leg de steenwolblokken circa een halve meter boven de gemiddelde grondwaterstand. • Leg een overloop aan naar de tuin. Zo zorgt overtollig water niet alsnog voor overlast. • Maak gebruik van een blad- en zandvang, om dichtslibbing te voorkomen. Een bladvang kan tevens dienst doen als overloop in extreme gevallen. • Blijf circa 3 meter weg van de fundering en bomen. • Leg bij een slechte infiltratiecapaciteit drainzand rondom de blokken aan. Wat heb je nodig • Bladvanger • Pvc-buizen met hulpstukken • Zandvangput • Steenwolblokken • Aarde • Optioneel: ontluchtingskap, infiltratiekolk, schrobputje Gereedschappen Waterpas Rolmaat Kruiwagen Infiltreren bij een heg Infiltreren onder een kiezelgoot Infiltreren bij een boom Infiltreren onder een bloembak Infiltreren onder een lijngoot Bron Aco EasyGarden Graaf de sleuf van 20 – 30 cm breed op een diepte van 100 cm. Plaats het eerste blok op een diepte van ca 100 cm. Trek de buis in het blok een stukje uit om het volgende blok te koppelen. Plaats op deze wijze alle blokken. Plaats in de regenpijp een bladafscheider. Bepaal het aantal en de plaats van de steenwolblokken. Bepaal de hoeveelheid te bergen regenwater. Koppel de regenpijp af van de riolering. Sluit de regenpijp aan op de zandvangput en vervolgens op de steenwolblokken. Vul de sleuf van de steenwolblokken en de leidingen op met grond. Leg afhankelijk van de gekozen oplossing eventueel een overloop aan van de blokken naar de tuin. Dit kan door de blokken aan te sluiten op een buis met ontluchtingskap, infiltratiekolk of schrobputje. Categorie - Ondergronds opvangen in de tuin 39
Pagina 40
Bijlage I Ontluchting, ontlastput en noodoverloop Bij regenval moet de lucht in het riool plaatsmaken voor water. In het rioolsysteem moeten dus ontluchtingspunten zijn. Met name nieuwe woningen beschikken over een daarvoor bestemde standleiding. Bij oude woningen ontbreekt deze leiding waardoor in de praktijk de lucht uit de riolering ontsnapt via de regenpijp. Als er geen standleiding aanwezig is en je koppelt de regenpijp los van de riolering, dan zoekt de lucht een andere weg om te ontsnappen. Vaak heeft dit borrelende toiletten en wasbakken tot gevolg. Je kunt dit voorkomen door een alternatieve ontluchtingsleiding aan te leggen. Daarnaast is het handig om een ontlastput aan te leggen in de buurt van de oudere regenwaterafvoer en moet je zorgen dat het regenwater ook weg kan lopen wanneer je infiltratievoorziening bij een extreem zware regenbui helemaal vol is. Dit noemen we de noodoverloop. Omschrijving werking ontluchting, ontlastput en noodoverloop • Het regenwater (A) afkomstig van de dakgoot loopt via de regenpijp of bovengronds of ondergronds naar de infiltratievoorziening. • Als het afvalwater door een verstopping of regenwater dat nog is aangesloten op de riolering niet snel genoeg kan wegstromen, dan kan het water via een ontlastput of via een schobputje (B) weglopen in de tuin. • Als de infiltratievoorziening helemaal vol is en het water kan oppervlakkig niet naar een lager punt stromen, dan kan het regenwater (C) via de noodoverloop (ontlastput of schrobputje) weglopen via de riolering (C). • De lucht (D) uit de riolering kan nu ontsnappen via een tweede buis aan de muur die is aangesloten op de riolering. PVC hulpstuk PVC hulpstuk PVC hulpstuk Bladscheider PVC hulpstuk Schrobputje 40 PVC hulpstuk Ontlastput Bolrooster Breng aan het uiteinde van de nieuwe pijp een bolrooster aan. Monteer de ontluchtingsbuis ø 80 aan de muur. Breng in de bestaande regenpijp de bladvanger aan (alleen bij ondergrondse afvoer). Bij een bovengrondse afvoer via bijvoorbeeld een goot, breng een bochtstuk van 45� en uitstroomsteentje aan. Bij een ondergrondse afvoer sluit de regenpijp via een verloopmof aan op de infiltratievoorziening (bijv. wadi, infiltratiekratten, vijver). Verwijder het gestippelde deel van de riolering. Sluit het schrobputje aan op het Y-stuk. Breng een bocht van 90� en een verloopmof naar ø 80 mm aan. Bijlage I 41
Pagina 42
Bijlage II Goten Wadi en grindterras Het regenwater van je dak kun je prima opvangen op een geschikte plaats in je tuin. Dit kan een lager gelegen gedeelte zijn doch in elk geval op voldoende afstand van je geven. Houd 2 tot 3 meter aan, dan heb je minder risico’s op een vochtige kruipruimte of kelder. Het water van je dak of terras kun je bovengronds via goten of ondergronds via leidingen naar de gewenste plaats laten stromen. BOVENGRONDSE AFSTROMING Het regenwater kun je op verschillende manieren naar de gewenste plek laten stromen. Betongoot met en zonder rooster Er zijn ook kant-en-klare goten te koop. Dit is een open betonnen goot. Je kunt ook kunststof goten gebruiken of goten die aan de bovenkant afgedekt zijn door een rooster. Sommige mensen vinden een open goot in hun terras minder fraai. Wat heb je nodig? • Zand voor onder de goot • Cement voor de stabiliteit. Meng dit met het bovenste deel van het zand en maak dit mengsel vochtig met wat water. Moeilijkheidsgraad Stratenmakershamer Meetlint Stokjes Gereedschappen Touw Spade Waterpas 42 Klinkergoot Een open goot kan met behulp van klinkers gemaakt worden. Door de goot hol aan te leggen wordt het water afgevoerd. Zorg dat de goot afloopt naar de gewenste plek in je tuin. Als de klinkers met open voeg worden aangelegd, kan het regenwater ook al onder de goot in de bodem zakken. Leg er wel infiltratiedoek onder zodat het zand onder de klinkers niet kan wegspoelen. Om opspattend water tegen de gevel te voorkomen kun je speciale afstroomsteentjes gebruiken. Een pvc-bocht van 45º is ook goed. Wat heb je nodig? • Pvc-bocht 45º of afstroomsteentje • Zand voor onder de klinkers • Klinkers • Infiltratiedoek indien gekozen wordt voor open voegen Moeilijkheidsgraad Meetlint Stratenmakershamer Stokjes Touw Spade Waterpas Gereedschappen Geen speciale voorzieningen De meest eenvoudige manier is een bochtje aan je regenpijp en vervolgens het water zonder speciale voorzieningen naar het laagste punt laten stromen. TIP: breng onder de klinkers een strookje infiltratiedoek aan, zo heb je minder kans dat het zand onder de klinkers wegspoelt. Wat heb je nodig? • Pvc-bocht 45º • Pvc-lijm Moeilijkheidsgraad Gereedschappen Zaag Bijlage II 43
Pagina 44
Bijlage II Goot van dakpannen Een eenvoudige goot kun je maken van een aantal dakpannen. Leg de pannen gewoon op elkaar in de zwarte grond. Wat heb je nodig? • Dakpannen Moeilijkheidsgraad Spade Waterpas Gereedschappen Watervoerende goot Veel mensen houden van water in de tuin. Het regenwater van de woning loopt via deze waterdichte goot naar een vijver. Ook wordt het water van de vijver met een pomp weer opgepompt, waardoor je stromend water in de goot houdt. Wat heb je nodig? • Vijverfolie • Stenen • Pomp met een leiding van de vijver naar het begin van de goot Moeilijkheidsgraad Meetlint Stokjes Via grindpad Grind is een waterdoorlatende verharding. Je kunt het regenwater via een grindpad naar de gewenste plaats in je tuin laten lopen. Leg voordat je het grind aanbrengt eerst een infiltratiedoek op de zwarte grond. Infiltratiedoek laat, in tegenstelling tot antiworteldoek, het regenwater erg gemakkelijk door. Ook voorkom je dat het grind en de teelaarde zich vermengen. Wat heb je nodig • Infiltratiedoek • Grind Moeilijkheidsgraad 44 Gereedschappen Spade Waterpas Schaar Gereedschappen Touw Spade Waterpas ONDERGRONDSE AFSTROMING Via een rioolbuis Als je het regenwater naar een verlaagd gedeelte van je tuin laat lopen, kun je er ook voor kiezen om gewoon een pvc-afvoerleiding te leggen. De tegel aan het einde van de pijp voorkomt dat de grond wegspoelt. De bladvanger voorkomt dat de buis verstopt kan raken met bladeren. Je moet in dit geval wel regelmatig het uiteinde van de buis schoonhouden. Wat heb je nodig? • Pvc-buizen en hulpstukken • Pvc-lijm • Tegel • Bladvanger Moeilijkheidsgraad Spade Waterpas Zaag Gereedschappen Via een rioolbuis en infiltratiekolk Je kunt het regenwater ook via een pvc-buis onder de grond naar het gedeelte van je tuin laten lopen. De pvc-buis mondt uit in een infiltratiekolk. Dit is een kolk met aan de zijkant sleufjes waar het water naar de bodem kan wegzakken. Aan de buitenkant van het kolkje is infiltratiedoek aangebracht. De ruimte rond het kolkje wordt gevuld met grind. De bovenkant van het kolkje wordt afgedekt met een open deksel. Als bij harde regen het kolkje vol raakt, stroomt het regenwater via het open rooster naar het lage gedeelte van je tuin. Wat heb je nodig? • Pvc-buizen en hulpstukken • Pvc-lijm • Infiltratiekolkje en infiltratiedoek • Grind Moeilijkheidsgraad Gereedschappen Spade Waterpas Zaag Bijlage II 45
Pagina 46
Waterkwaliteit Bijlage III Belang van schoon water Schoon water is essentieel voor mens, plant en dier. De klimaatverandering bedreigt de kwaliteit van ons water. Steeds zwaardere buien, periodes met droogte en hogere temperaturen veroorzaken wateroverlast in dorpen en steden, lozing van verdund rioolwater op beken en rivieren, droogvallende beken en plassen, blauwalg, botulisme, vissterfte, stankoverlast en een achteruitgang van het leven onder water. Daarnaast speelt de mens een belangrijke rol. Het lozen van afval, schoonmaakmiddelen, oliën, vetten en medicijnresten in de riolering en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, mest en andere gifstoffen in de buitenruimte zijn een bedreiging voor onze directe leefomgeving, beken, rivieren, ons grond- en drinkwater. Gelukkig kan iedereen een bijdrage leveren aan schoon en gezond water. Kijk voor meer informatie op: www.waterklaar.nl/noord/thema/waterkwaliteit Afkoppelen regenwater Het merendeel van het hemelwater dat op verhard oppervlak valt, wordt via het gemengd rioolstelsel afgevoerd. De laatste jaren wordt het hemelwater steeds vaker afgekoppeld van het gemengde riool. Door het afkoppelen van regenwater en het bij voorkeur infiltreren van schoon regenwater in de bodem, kunnen we de natuurlijke kringloop van water herstellen. Hiermee dragen we bij aan het voorkomen van wateroverlast, verdroging van onze natuur en het vervuilen van ons grond- en oppervlaktewater doordat riooloverstorten minder vaak verdund rioolwater lozen op oppervlaktewater. Voorkeur voor bovengronds opvangen en infiltreren van regenwater Er zijn veel mogelijkheden voor het opvangen en infiltreren van regenwater. Er zijn meerdere redenen om te kiezen voor een bovengronds systeem, zoals de opvang in de tuin of wadi, namelijk: • reiniging door het organisch materiaal in de bodem en het natuurlijk bodemleven van eventuele verontreiniging van het regenwater (bijv. door beperkte uitloging uit bouwmaterialen) • een natuurvriendelijke groene wadi draagt bij aan een aantrekkelijke tuin en verhoogt de biodiversiteit • goedkoop bij aanleg • gemakkelijk in onderhoud Kies je voor een ondergronds systeem, dan is het belangrijk dat je door middel van een bladafscheider en een zandvangput de meeste verontreinigen uit het regenwater filtert. De gemeentelijk afkoppeladviseur kan daarover adviseren. Kijk voor de mogelijkheden op www.waterklaar.nl/oplossingen 46 Natuurlijke regenwatervijver De aanleg van een natuurlijke regenwatervijver is ook een prima oplossing voor de opvang van het regenwater. Wanneer de vijver vol is, kan het regenwater infiltreren in de oeverzone van de vijver. Een regenwatervijver vraagt wel om extra aandacht voor de waterkwaliteit. Om de kwaliteit goed te houden, is een juiste keuze van waterplanten en vissen belangrijk. Let ook op met het voeren van de vissen! Laat de kwaliteit van het water testen en voeg desgewenst de vereiste (biologische) stoffen toe. Meer informatie over de waterkwaliteit van vijvers kun je vinden in bijlage III. Hergebruik van regenwater Het regenwater is prima geschikt om planten water te geven, wc door te spoelen, auto en ramen te wassen en voor de wasmachine. Het is zonde om hiervoor kostbaar drinkwater te gebruiken. De laatste jaren zijn er steeds meer systemen in de handel voor opvang en gebruik van regenwater. Zo’n systeem heeft meestal maar een beperkte opslagcapaciteit. Er is dan ook een overloop nodig voor wanneer de ton of tank helemaal vol is. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de overloop de tuin in lopen waar dat kan en anders worden aangesloten of op een infiltratiesysteem. Voor een goede waterkwaliteit kun je een regenton het beste op een schaduwrijke plaats zetten. Wil je het regenwater ook gebruiken voor wc en wasmachine, dan kun je het beste kiezen voor een groter ondergronds systeem. Er zijn speciale filters om eventuele verontreinigingen zoals bladeren en zand uit het water te halen. Voor meer informatie: www.waterklaar.nl/oplossingen Gifvrije (onkruid)bestrijding Chemische bestrijdingsmiddelen zijn schadelijk voor het water- en bodemleven en vormen een risico voor de drinkwaterbereiding en dus voor de volksgezondheid. Ook middelen als azijn, zout en chloor zijn schadelijk voor het water, de bodem en organismen die daarin leven. Het gebruik van chemische middelen is niet nodig. Verwijder onkruid op een milieuvriendelijke manier. Er zijn namelijk voldoende alternatieven beschikbaar, zoals het handmatig verwijderen van onkruid, branden, borstelen en het gebruik van heet water en stoom. Door tegels, op plekken waar weinig wordt gelopen, te vervangen door groen of door een moestuin, wordt je tuin groener en aantrekkelijker én wordt je tuin onderhoudsarmer. Met een moestuin kweek je eigen voedsel en het water zakt de bodem in waardoor het niet afgevoerd hoeft te worden naar het riool. Met een goed aangelegde (moes)tuin heb je bovendien weinig last van onkruid en plagen. Het gebruik van schadelijke chemische bestrijdingsmiddelen is dan overbodig. Door vruchtwisseling, een gezonde bodem en door planten op de goede plek te zetten en het inzetten van natuurlijke vijanden voorkom je plagen en ziektes. Een moestuin is leuk, leerzaam en ook nog eens lekker. Voor meer informatie: www.waterklaar.nl/ oplossing Bijlage III 47
Pagina 48
Bijlage III Een gezonde en bedekte bodem Een rijke, luchtige voedingsbodem zorgt voor gezonde en sterke planten. Hoe gezonder en sterker planten zijn, hoe kleiner de kans is dat ze ziek worden. Zo voorkom je onnodig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Maak de bodem gezond en vruchtbaar door er compost of organische (koe)mest door te scheppen. Kunstmest is minder geschikt. Daarnaast krijgt onkruid weinig kans in een begroeide tuin. Kies voor een dicht plantendek en voor bodembedekkers. Bedek niet begroeide plekken bijvoorbeeld met een laagje compost, houtsnippers, cacaodoppen, gras of ander organisch materiaal (mulchen). Voor wadi’s zijn speciale wildbloemenmengsels in de handel. Dit zijn planten die bestand zijn tegen én droogte én veel water. Doordat we door de klimaatverandering steeds vaker te maken zullen krijgen met droge en hete zomers. Door voor de droge delen van de tuin te kiezen voor droogte minnende planten, blijven planten gezond en hoeft er minder gesproeid te worden met kostbaar (drink)water. Voor meer informatie: www.cruydthoeck.nl Duurzame bouwmaterialen Bouwmaterialen zoals koper, zink en lood, maar ook dakbedekking als bitumen, kunnen uitlogen. Dat betekent dat stoffen uit (bouw)materialen langzaam oplossen in onder andere afstromend regenwater. Deze schadelijke stoffen kunnen het oppervlaktewater en grondwater bereiken en zijn schadelijk voor het milieu. Tegenwoordig mogen daarom alleen nog duurzame (CEmarkering) bouwmaterialen worden toegepast. Ook bij oudere woningen kan het regenwater meestal probleemloos worden afgekoppeld, omdat de uitloging van bouwmaterialen in de loop van de tijd afneemt. Daarom is afkoppelen meestal geen probleem. Alleen bij asbestdaken wordt afkoppelen afgeraden. De gemeentelijk afkoppeladviseur kan daarover adviseren. Meer info: www.waterklaar.nl/oplossing Autowassen Bij elke wasbeurt komen schadelijke stoffen vrij zoals shampoo, olie- en rubberresten. Als je jouw auto voor de deur wast, kunnen verontreinigingen via de straatput in het oppervlaktewater terecht komen. Want de helft van de straatputten komt uit op een beek. De verontreiniging is slecht voor de kwaliteit van het grondwater en het waterleven in de beken. Het is beter voor het milieu om je auto te (laten) wassen in een wasstraat. Het vuile water wordt daar hergebruikt, gefilterd en gaat uiteindelijk via het riool naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Meer info: www.waterklaar.nl/oplossing 48 Grondwater- en bodembeschermingsgebieden In deze extra beschermde gebieden zijn soms aanvullende maatregelen nodig om grondwater- en bodemkwaliteit te beschermen. Op de site van de Provincie Limburg www.limburg.nl krijgt u met de zoekterm ‘grondwaterbeschermingsgebieden’ een kaart van Limburg waarop al deze gebieden staan aangegeven. Verhardingen en daken in woonwijken, winkelgebieden, extensief gebruikte parkeerplaatsen en bedrijventerreinen categorie 1 en 2 kunnen ook in deze gebieden zonder veel extra maatregelen worden afgekoppeld. Alleen diepteinfiltraties wordt in deze gebieden afgeraden. Er mogen geen systemen dieper dan 3 meter worden aangebracht. Bovengrondse systemen voor het afkoppelen van regenwater hebben juist voor deze gebieden de voorkeur omdat eventuele problemen dan snel zichtbaar worden. Als het regenwater niet te sterk vervuild is, kan dit ook in grondwater- en bodembeschermingsgebieden zonder problemen in de bodem worden geïnfiltreerd, omdat de organische materialen in de bodem, het bodemleven zelf en eventuele planten het geïnfiltreerde regenwater zuiveren. Bedrijventerreinen, categorie 3 t/m 5, drukke parkeerplaatsen en terreinen met veel verkeer kunnen wel worden afgekoppeld, maar dan zo veel mogelijk bovengronds en met aanvullende maatregelen. Sterk vervuilde (bedrijven) terreinen mogen niet worden afgekoppeld van het riool. Belangrijk is om vooraf advies te vragen van een (milieu)deskundige van uw gemeente. Bijlage III 49
Pagina 50
Bijlage IV Waterkwaliteit in een regenwatervijver Een regenwatervijver is niet probleemloos. Je moet je aan een aantal regels houden om het regenwater op de juiste kwaliteit te krijgen. Hou er rekening mee dat in regenwater geen kalk en mineralen zitten die nodig zijn voor planten en vissen. Verder wordt zacht water altijd groen en ontstaat er algenprobleem. Met onderstaande regels helpen we je om een goed biologisch systeem te realiseren. Belangrijke waarden voor regenwatervijvers zijn: KH-, GH-, Ph- EC-waarde en nitriet en nitraat. Geadviseerd wordt om 100% biologische producten te gebruiken. Vijvercentrum Flintsenhof uit Tungelroy (gemeente Weert) adviseert producten van ‘Green XL Pond Products’. Laat ook regelmatig het vijverwater testen bij een professioneel vijvercentrum. Voor meer informatie zie www.flinsenhof.nl. KH- waarde Verhoog eerst de KH met het zuivere natuurproduct ‘Green XL KH+’. De gemiddelde karbonaathardheid of kH-waarde moet liggen tussen 5 en 10. Deze waarde geeft de verbinding aan tussen calcium, magnesium en CO2-waarde. De CO2-waarde is belangrijk voor zuurstofplanten. Als de kH-waarde hoog genoeg is, is er ook voldoende CO2. Bij een sterke afwijking van de ideale waarde kunnen de meeste natuurlijke processen in de vijver niet plaatsvinden. Een goede kH-waarde is van belang voor helder water en gezonde planten. De planten onttrekken mineralen en door het regenwater zakt de kH-waarde weg. Dien daarom regelmatig ‘Green XL KH Plus’ toe. GH-waarde Na 1 week wordt de GH-waarde verhoogd met het zuivere natuurproduct ‘Green XL GH+’. De gemiddelde waterhardheid of gh-waarde moet liggen tussen 5 en 12. Deze waarde geeft de hoeveelheid mineralen aan die er in het water zijn opgelost, waaronder calcium en magnesium. Deze mineralen zijn noodzakelijk voor het CO2-transport, het binden van schadelijke stoffen ter voorkoming van verzuring van het vijverwater en zijn essentieel voor de groei van alle waterplanten. Door toevoeging van ‘Green XL GH+’ verhoogt u de waterhardheid. Bij sterke afwijkende waarden kunnen de natuurlijke processen niet plaatsvinden. Voor een goede plantengroei en helder water moet u daarom regelmatig ‘Green XL GH+’ toedienen. Zo wordt verzuring voorkomen en verhoogt u de hoeveelheid mineralen en zouten. 50 Nitriet en nitraat Het nitriet- en nitraatgehalte wordt aangepakt met ‘Green XL Pond Pro’. Dit is een probiotica dat de afvalstoffen afbreekt en de algengroei reduceert. Door dit product worden goede bacteriën in het water gebracht die onmiddellijk alle voedingsstoffen wegwerken die anders ter beschikking staan van ziektekiemen. Hierdoor wordt het risico op ziekmakende bacteriën verlaagd. Omdat de Green XL-bacteriën heel actief zijn, zullen ze in de vijver snel domineren en zorgen voor een gezonde en stabiele microflora van het water. De afvalstoffen die in vijvers gevormd worden en zorgen voor vertroebeling van het water, vervuiling van het filter en een voedingsbodem zijn voor ziektekiemen worden snel afgebroken. Het resultaat is een heldere en zuivere vijver met een gezonde en hygiënische samenstelling van het water. Zorg ervoor dat er geen andere bacterietoevoegingen worden gedaan. Als er door omstandigheden toch medicatie vereist is, gelijk na behandeling weer ‘Green XL Pond Pro’ toevoegen om de microflora snel weer stabiel te krijgen. De resultaten zijn van 1 week tot 4 weken na behandeling zichtbaar. ‘Green XL Pond Pro’ blijf je tijdens het vijverseizoen toedienen. Mocht de plantengroei in je vijver tegenvallen, dan kun je dit optimaliseren door gebruik van Green XL mineraal tabletten. Deze tabletten bevatten 63 mineralen. Het mineraaltablet wordt tevens gebruikt voor de gezondheid en kleurbehoud van de vissen. Ga langs bij je vijverspecialist voor een vakkundig advies over het behandelplan van je vijver. Green XL Bio Boost Je kunt in het voor- en najaar ‘Green XL Bio Boost’ toedienen. Dit is rijk aan mineralen en aan calciumcarbonaat. Het is een product om de sliblaag te verminderen en de bacteriën op de bodem te activeren. De biologische vertering wordt versneld van het bladafval, plantenresten en uitwerpselen van de vissen. Het herstelt het bodemleven, zorgt voor helder water en gezonde planten en vissen. Het product houdt de Ph-waarde stabiel en verhoogt het zuurstofgehalte, waardoor de bacterie wordt geactiveerd. Vijverfilter Vijvercentrum Flintsenhof adviseert om een vijver altijd te filteren met een biologisch filter in combinatie met een uv-filter. Houd er ook rekening mee dat deze apparatuur stroom verbruikt. Schaf daarom energiezuinige filterapparatuur aan. Breng bij aanleg van de vijver wel direct de nodige kabel- en leidingdoorvoeren aan. Je kunt filters bouwen op natuurlijke wijze door middel van lavasplit in combinatie met uv-filters. Filters zijn verkrijgbaar in alle soorten en maten. Bijlage IV 51
Pagina 52
Bijlage V Plantenlijst - Natuurdak Geschikt voor Naam kleine tuin (k), grote tuin (g), plantsoen (p), natuurlijke omgeving (n) Sierui - Allium nutans Bieslook - Allium schoenoprasum Sierui - Allium senescen Marokkaanse kamille - Anacyclus pyrethrum var. depressus Klokjesbloem - Campanula portenschlagiana Muurfijnstraal - Erigeron karvinskianus Gele helmbloem - Pseudofumaria lutea Hemelsleutel - Sedum spectabile Hemelsleutel - Sedum telephium Ezelsoor - Stachys byzantina Zaadmengsel - G4 of M4 - Cruydt Hoeck Groendaken of bloeiende voegen - D2 - Cruydt Hoeck 12900 - Dk1 Dakmengsel - De Bolderik k, g, n k, g, p k, g, p k, g, p k, g, p, n. Schrale kalkrijke bodem, mits deze min. 20 cm is. M4: is beter bestand tegen droogte. k, g, p, n. Dunne en goed drainerende bodem van zuur tot kalkrijk. Bodem min. 10 cm dik. k, g, p, n. Schrale kalkrijke bodem, mits deze min. 10 cm is. 5-9 alle kleuren 5-10 8-9 7-9 6-8 G4: 5-9 M4: 4-9 5-9 geel wit-roze roze roze-grijs alle kleuren k, g k, g k, g 5-6 6-8 6-8 wit-geel paars wit-geel k, g k, g k, g 6-9 5-7 6-9 roze wit-roze roze Bloeimaand Kleur alle kleuren Waterbehoefte nat (n), vochtig (v), droog (d) v, d v, d v, d v, d kalk v, d v, d v, d kalk v, d v, d v, d v, d Groeihoogte Bestuiver breedte (b), hoogte (h) 30 - 20 cm 20 - 30 cm 30 - 20 cm 20 - 15 cm 30 - 20 cm 20 - 20 cm 20 - 20 cm 30 - 40 cm 30 - 40 cm 30 - 30 cm G4: 30 - 100 cm M4: 30 - 60 cm v, d v, d 30 - 60 cm 20-40 cm nectar (n), pollen (p), waarde 0-5 honingbij n5 / p5 n3 / p0 n5 / p5 n1 / p1-3 n3 / p3 n1 / p1 n1 / p1 n5 / p0 n4 / p0 n1 / p1 Waardevol Waardevol Waardevol Bijlage V 49
Pagina 56
Bijlage V Retentiedak Naam Alsem - Artemisia stelleriana Alsem - Artemisia schmidtiana ‘Nana’ Zandkruid - Arenaria montana Gele kamille - Anthemis tinctoria Bergsteentijm - Calamintha nepeta subsp. Nepeta Karpatenklokje - Campanula carpatica Rode spoorbloem - Centranthus ruber Viltige hoornbloem - Cerastium tomentosum Grote zandkool - Diplotaxis tenuifolia Slangenkruid - Echium vulgare Zaadmengsel G4 of M4 - Cruydt Hoeck Groendaken of bloeiende voegen - D2 - Cruydt Hoeck 12900 - Dk1 Dakmengsel - De Bolderik k, g, p, n k, g, n k, g, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n. Schrale kalkrijke bodem, mits deze min. 20 cm is. M4: is beter bestand tegen droogte. k, g, p, n. Dunne en goed drainerende bodem van zuur tot kalkrijk. Bodem min. 10 cm dik. k, g, p, n. Schrale kalkrijke bodem, mits deze min. 10 cm is. 5-9 alle kleuren 6-9 7-9 6-9 6-8 5-6 6-10 6-9 G4: 5-9 M4: 4-9 5-9 geel roze paars rood wit geel blauw alle kleuren Geschikt voor Bloeimaand kleine tuin (k), grote tuin (g), plantsoen (p), natuurlijke omgeving (n) k, g k, g k, g 7-8 8-10 6 geel-grijs geel-grijs wit Kleur alle kleuren Waterbehoefte nat (n), vochtig (v), droog (d) v, d v, d v, d v, d v, d v, d v, d v, d v, d v, d v, d Groeihoogte Bestuiver breedte (b), hoogte (h) 30 - 40 cm 30-20 cm 10 - 10 cm 30 - 40 cm 30 - 30 cm 25 - 25 cm 40 - 60 cm 30 - 20 cm 40 - 40 cm 40 - 60 cm G4: 30 - 100 cm M4: 30 - 60 cm v, d v, d 30 - 60 cm 20-40 cm nectar (n), pollen (p), waarde 0-5 honingbij n0 / p1 n0 / p1 n1 / p0 n1 / p1 n4 / p4 n3 / p3 n1 / p0 n3 / p3 n3 / p3 n3 / p3 Waardevol Waardevol Waardevol Bijlage V 49
Pagina 68
Bijlage V Groen voor steen - kruidachtige Geschikt voor Naam kleine tuin (k), grote tuin (g), plantsoen (p), natuurlijke omgeving (n) Kleurrijk mengsel ruderale soorten B1 - Cruydt Hoeck Bloemrijk bijenmengsel met vaste soorten N1 - Cruydt Hoeck Bijenmengsel met 1 en 2 jarige soorten N2 - Cruydt Hoeck Bloemrijk graslandmengsel voor lichtere gronden G1 - Cruydt Hoeck Eetbaar bloemenmengsel voor culinaire avonturen C1 - Cruydt Hoeck Soorten bij 11400 - Vb2 Vlinder en bijenmengsel - De Bolderik 10100 - A1 Akkerbloemenmengsel 1-jarig - De Bolderik 11500 - S1 Snijbloemenmengsel - De Bolderik 11700 - Vog1 Vogelmengsel - De Bolderik 12400 - Bij3 Bijenmengsel inheems meerjarig - De Bolderik 12600 - E1 Eetbaar bloemenmengsel 1-jarig - De Bolderik k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n 6-10 4-10 4-9 4-9 4-9 alle kleuren alle kleuren alle kleuren alle kleuren alle kleuren Bloeimaand Kleur k, g, p, n 5-10 k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n k, g, p, n 6-9 5-9 5-9 5-9 5-9 alle kleuren alle kleuren alle kleuren alle kleuren alle kleuren alle kleuren 68 Waterbehoefte nat (n), vochtig (v), droog (d) v-d n-d v-d v-d n-d Groeihoogte Bestuiver breedte (b), hoogte (h) 30 - 200 cm 30 -120 cm 30 - 140 cm 50 - 100 cm 30 - 120 cm nectar (n), pollen (p), waarde 0-5 honingbij waardevol waardevol waardevol waardevol waardevol v-d 20 - 120 cm v-d v-d v-d v-d v-d 10 - 100 cm 40 - 120 cm 50 - 150 cm 40 - 120 cm 30 - 120 cm waardevol waardevol waardevol waardevol waardevol waardevol Bijlage V 69
Pagina 76
Het beheer en onderhoud van een voedselbos-park

Voedselbossen beheerplan


Pagina 0
Pagina 2
Inhoudsopgave Voorwoord 1. Wat is een voedselbos? 1.1 Voedselbos-parken 1.2 De ecosysteemdiensten van een voedselbos-park 2. Het beheer van een voedselbos-park 2.1 Langere termijnvisie 2.2 Algemene voedselbos-park beheerregels Denk in kringlopen Laat soorten elkaar helpen Zorg voor de bodem Werk gefaseerd Streef naar biodiversiteit Blijf het systeem verjongen Betrek de omgeving 2.3 De beheer en stadia van een voedselbos-park Aanloopbeheer, jaar 0-5 Vervolgbeheer, jaar 6-10 Beheer volwassen voedselbos-park, na 10 jaar 3. Onderhoudsmaatregelen in een voedselbos-park 3.1 Onderhoud en sociale activiteiten Snoeien Groenten, kruiden en biodiversiteitsplanten Bodemverzorging Onkruiden Water Gewasbescherming Sociale netwerk 3.2 Onderhoudsplanning Voorbeeld stappenplan onderhoudsmaatregel Bijlagen Bijlage I: De beheergroepen houtige gewassen Bijlage II: Voorbeeld inhoudsopgaven beheer- en onderhoudsplan voedselbos-park Bijlage III: Teelt eenjarige groenten en kruiden Bronvermelding Voorwoord Dit handboek is in het voorjaar van 2020 geschreven in opdracht van het KCNL project van CITAVERDE College ‘Voedselbossen Zuidoost Nederland’. Het is tot stand gekomen in een nauwe samenwerking tussen Heleen Verbeek en Eva van Rijsingen van baseprojects en CITAVERDE College. Dit document geeft weer waaraan gedacht moet worden bij het beheer en onderhoud van een voedselbos-park en de planvorming hiervan. Een passend en goed doordacht beheer en onderhoud is van wezenlijk belang voor het succes van een voedselbos-park, gezien dit de toegankelijkheid, veiligheid en de opbrengst van het voedselbospark ten goede komt. Robert Knops Verschillende beheergroepen, ontwikkelfases, beheerplanningen en onderhoudsregels zullen worden toegelicht. Dit document kan samen met het Excelbestand "Voedselbos houtige gewassen beheer & oogsten" (te vinden op: www.kcnl.nl en bij www. citaverde.nl/voedselbossen) gebruikt worden. Naar eigen behoefte kan er verdiepende informatie geraadpleegd worden. Projectleiders Robert Knops & Ger van Laak CITAVERDE Bedrijfsopleidingen Ger van Laak “Voedselbossen Zuidoost Nederland” is een project vanuit het Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving, projecteigenaar is CITAVERDE Bedrijfsopleidingen. 3
Pagina 4
Wat is een voedselbos? Natuurlijke aspecten Natuurlijke aspecten uiten zich in bijen- en vlinderplanten, grote diversiteit aan plantensoorten, bodemverbeterende planten, helofyten, het hebben van een bloesemboog, stikstofbinders, en het zorgen voor verschillende biotopen voor planten en dieren (bijvoorbeeld een poel). Sociale aspecten Denk aan ontmoetingsplaats, bankjes, overdekking, toegankelijke paden, bordjes bij planten, een buitenkeuken, oude lokale fruitrassen, in verbinding met de omgeving, een vlonder boven water, een informatiebord, het organiseren van activiteiten en rondleidingen. Voedselproductie aspecten Deze aspecten uiten zich in goede producerende rassen, zorg voor lekkere soorten, het hebben van oogst in verschillende seizoenen, de houdbaarheid van de oogst, en het delen van stekjes en plantjes. 4 Afb. Kruisbes xenia Hoofdstuk 1 Wat is een voedselbos? Een voedselbos is een door de mens ontworpen eetbaar ecosysteem. In voedselbossen wordt voedselproductie met natuur gecombineerd en wordt er geprobeerd de principes van een natuurlijk bos te imiteren (Jacke, 2005). Het is dus een biodivers-systeem dat ook nog eens voor ons voedsel zorgt. Een voedselbos is een door mensen gecreëerde plantengemeenschap met een hoog aantal eetbare soorten. Door goede plant-gemeenschappen (ook wel gilden genoemd) te creëren en door het aanplanten van verschillende lagen (4 tot 7 lagen) kan er optimaal gebruik gemaakt worden van de symbiotische relatie (positieve interactie) van planten en de ruimte die er is. De biodiversiteit, (ecologische) veerkracht en productiviteit (biomassa en voedsel) van een voedselbos zijn hoog. Een voedselbos is veelal ontworpen om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn en is klimaatbestendig (Crawford, 2019). Natuurlijk is het afhankelijk van het ontwerp, de gekozen beplanting en het beheer in hoeverre hieraan voldaan wordt. In een voedselbos is volgens voedselbos-ontwerper Xavier San Giorgi altijd sprake van drie aspecten: De sociaal-maatschappelijke aspecten De natuur en ecologische aspecten Voedselproductie Het ontwerp en het soort beheer van je voedselbos is afhankelijk van je locatie (waarbij zowel de natuurlijke factoren als ook sociale factoren belangrijk zijn) en het doel dat je beoogt. Daarom ziet ieder voedselbos er anders uit en kun je een ontwerp van een voedselbos(-park) niet zomaar kopiëren. Een voedselbos-park in een bebouwde omgeving legt meer nadruk op de sociale aspecten dan een voedselbos dat bedoeld is voor veel productie. Hiernaast zijn uiteenlopende 1. 2. 3. Natuur en ecologische aspecten Sociaalmaatschappelijke aspecten kenmerken van de drie aspecten van een voedselbos verder uitgewerkt. 1.1 Voedselbos-parken Een voedselbos-park is een voedselbos waarbij een speciale focus ligt op sociale, maatschappelijke en overige aspecten waarbij het voedselbos-park een middel is om vooral ook andere sociale doelen te behalen. In een voedselpark is voldoende en goed beheer noodzakelijk om zo de veiligheid en toegankelijkheid te kunnen waarborgen. In een voedselbos-park speelt de mens dus een actievere rol om bovenstaande maatschappelijke doelen te bereiken dan in een voedselbos dat meer focus heeft op voedselproductie. Beheermogelijkheden en de doelen van een voedselbos-park zijn leidend voor het ontwerp van een voedselbos. De beplanting moet voldoende water, licht en voedingsstoffen tot zijn beschikking hebben. Tevens moet er een opeenvolging van bloeiende bloemen, waardplanten¹ en oogst zijn, zodat mensen en dieren er kunnen leven. Een voedselbos-park in de stad of in een gemeenschap kan verschillende maatschappelijke meerwaarde met zich meebrengen. Hierbij kan gedacht worden aan een ruimte om elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren. Samen voedsel verbouwen en zorgdragen voor een gezonde leefomgeving brengt buurtbewoners bij elkaar. Door voedsel te produceren waar mensen wonen breng je voedselproductie dichter bij de voedselconsumptie. Hiermee wordt de afstand overbrugd tussen producenten en consumenten. Dit laatste wordt als een belangrijke stap gezien richting een duurzame, gezonde en veilige voedselvoorziening (Veen, 2015). Voedselproductie aspecten ¹Dit zijn planten waar een organisme of virus bestanddelen vindt, die hij nodig heeft om te blijven bestaan. 5
Pagina 6
1.2 De ecosysteemdiensten van een voedselbos-park Een voedselbos of voedselbos-park heeft vele kwaliteiten en voordelen. Zeker wanneer we kijken naar de verschillende klimaatopgaven (ofwel klimaatuitdagingen) van deze tijd. Het aanplanten van een voedselbos levert veel producten en diensten die onmisbaar zijn voor ons als mensen; de zogenaamde ecosysteemdiensten. De ecosysteemdiensten zijn onderverdeeld in vier categorieën, namelijk: • Culturele diensten • Productiediensten • Regulerende diensten • Ondersteunende diensten Culturele ecosysteemdienst Onder culturele ecosysteemdiensten vallen de niet-materiële voordelen die mensen van de natuur ondervinden. We gebruiken de natuur voor recreatie en ecotoerisme, omdat ze voor ons esthetische waarde heeft (we vinden haar mooi). Buiten zijn heeft ook een bewezen positief effect op de mentale en fysieke gezondheid (Bode, 2017). Daarnaast wordt er in sommige culturen spirituele en/of religieuze waarde toegekend aan de natuur (zie de afbeelding hiernaast). Afb. de ecosysteemdiensten van de natuur en dus ook van een voedselbos 6 Afb. Handvol honingbessen Voorzienende ecosysteemdiensten Dit gaat over de producten die wij aan de natuur onttrekken en gebruiken in ons dagelijks leven. We oogsten voedsel en gebruiken ruwe materialen zoals hout en steen voor onze huizen en andere producten. Onze medicijnen worden gemaakt van stoffen die we in de natuur hebben gevonden. Niet onbelangrijk is het water dat de natuur ons levert, om te drinken maar ook voor bijvoorbeeld onze industriële processen en het gebruiken van schepen. Afb. Heilige gebedsvlaggetjes in de bergen van Nepal. Ze hangen op hoogte en in de wind zodat gebeden dicht bij de goden kunnen worden opgenomen in de omgeving. Plekken gemarkeerd met vlaggetjes zijn belangrijke spirituele punten. Regulerende ecosysteemdiensten Regulerende ecosysteemdiensten zijn de aspecten van ons ecosystemen die ervoor zorgen dat onze leefomgeving leefbaar is. Hieronder volgt een korte toelichting. • Regulatie van luchtkwaliteit: Stedelijk gebied bevat over het algemeen hoge concentratie fi jnstof. Fijnstof kan voor verschillende gezondheidsklachten zorgen (Boucher, 2016). Planten hebben de capaciteit om de negatieve effecten te verminderen omdat ze fi jnstof uit de vervuilde lucht kunnen halen. • Klimaatregulatie: Planten hebben het vermogen om de steeds warmer wordende steden te verkoelen. De koelintensiteit van een boom varieert van 0,4°C tot 3,0°C, afhankelijk van de locatie en het tijdstip van de dag (Boucher, 2016). Over het algemeen geldt: hoe groter en breder de kroon, hoe groter de koel intensiteit. Door verdamping van water uit de bladeren wordt de lucht gekoeld. Deze koelere lucht verspreidt zich en mengt zich langzaam met andere niet-gekoelde lucht. Dit blijft met een kleiner bos echter wel een lokaal effect. Daarnaast zorgen planten voor verkoeling doordat zij zonne-energie gebruiken voor hun groei. Dat proces heet fotosynthese. Tijdens dit proces gebruiken planten zonne-energie (die anders omgezet zou worden in warmte) om langdurig CO� vast te leggen in de wortels, de stam en de takken en bladeren (organisch materiaal). CO� opslag is nodig om het klimaat te kunnen reguleren en klimaatverandering tegen te gaan. • Waterregulatie: Het organisch materiaal dat in een voedselbos wordt opgebouwd komt voor een groot deel in de bodem terecht. De opbouw van organisch materiaal in een bodem zorgt ervoor dat de bodem meer water vast kan houden. Het watervasthoudend vermogen van een voedselbosbodem is vele malen hoger dan in regulier beheerde landbouwgronden en nog veel meer dan de bestrating in een stad. 7
Pagina 8
• Regulatie van erosie: De wortels van bomen en verdere beplanting zijn van groot belang om erosie² tegen te gaan en de grond wanneer het stortregent of hard waait vast te houden. In beide gevallen gaan er veel nutriënten verloren. Door het opbouwen van organisch materiaal in de bodem wordt water beter vastgehouden en is ook verdroging van de bodem minder snel een probleem. • Waterzuivering en afvalverwerking: De kringloop van organische materialen en elementen in ons ecosysteem zorgt er voor dat organische materialen (afval van levende organismen) weer worden afgebroken en opnieuw dienen als grondstof. De kringloop van water zorgt ervoor dat water steeds weer verdampt (los van eventuele vervuiling) en via regen en sneeuw als schone neerslag terugkomt. • Beheersen van ziekten en plagen: Door de grote diversiteit aan soorten en rassen in een voedselbos zal een bepaalde ziekte of plaag minder snel de overhand krijgen. Ziekte en plagen moeten een grotere afstand afl eggen en predatoren hebben voldoende leefomgeving en voedsel. Verder beschermen planten elkaar met bijvoorbeeld giftige stoffen. Op deze manier is een voedselbos dus minder vatbaar voor ziektes en plagen en een stuk robuuster. • Bestuiving: In een voedselbos is over het algemeen een verschil in bloeiperiode van gewassen. Hierdoor hebben bijen en andere insecten een hele jaar een bron van stuifmeel en nectar. Hierdoor zullen ze niet vertrekken maar overleven en zich voortplanten. Bestuiving van bloemen door insecten is essentieel voor de productie van voedsel. Dit maakt dat de mens erg afhankelijk is van bestuivers. • Matiging van extreme gebeurtenissen: Wanneer het ecosysteem goed functioneert en haar overige regulerende diensten goed kan leveren, zorgt dit er automatisch voor dat extreme gebeurtenissen zoals verdroging, langdurige plasvorming en het dichtslibben van de grond ons minder overlast veroorzaken. Ze hebben dan in mindere mate een verstorend effect op ons ecosysteem. ² Erosie is de uitholling van land door werking van de wind, stromend water, zee of ijs. Er zijn verschillende soorten erosie. Je kunt bodemerosie onderverdelen in drie soorten, namelijk watererosie, winderosie en bodemuitputting. 8 Afb. De kweepeer De afgelopen zomers hebben we te maken gehad met hele droge weersomstandigheden. Dit had vooral voor de landbouw grote gevolgen. Er moet dan veel beregend worden, grondwaterstanden verlagen en landbouwgronden klinken in. Droogte is door de betere vochthuishouding in een voedselbos minder snel een probleem. Ondersteunende ecosysteemdiensten Deze ecosysteemdiensten zijn nodig om in alle andere diensten te kunnen voorzien. Bodemvorming zorgt ervoor dat planten kunnen groeien en er leven in en op de bodem kan bestaan. Planten maken gebruik van het proces fotosynthese door CO� uit de lucht samen met water, te kunnen benutten voor hun eigen groei. Wanneer planten afsterven komt het organisch materiaal in de bodem terecht. Zo zijn ze op hun beurt weer de grondstoffen voor andere planten, dieren en schimmels, zodat die kunnen groeien. Zo gaat dat voort in de zogenaamde grondstoffenkringloop. Deze kringloop zorgt ervoor dat de restanten of uitwerpselen van de één weer een grondstof voor de andere kunnen worden. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van verschillende voordelen van een voedselbos in de buurt. Afb. Voordelen van een voedselbos in de buurt 9
Pagina 10
Het beheer van een voedselbos-park Het opstellen van een beheerplan is een van de basisstappen wanneer een voedselbos wordt gerealiseerd. Het ontwerp en de beplanting worden door het verdienmodel, het doel en het op te stellen beheerplan sterk beïnvloed. Voordat er een ontwerp- en beplantingsplan gemaakt wordt, moeten eerst het doel en de uitgangspunten van het beheer van het voedselbos duidelijk zijn. Een beheerplan en natuurlijk ook je ontwerp dient vooral praktisch te zijn. Veel is afhankelijk van de mogelijkheden voor het beheer, denk aan: budget, tijd, aantal vrijwilligers en de kennis die de beheerders hebben. In het overzicht hiernaast is een weergave van stappen die gevolgd kunnen worden om te komen tot een passend beheerplan. Uit het beheerplan volgt vervolgens het onderhoudsplan waar in hoofdstuk 3 verder op in wordt gegaan. In het beheerplan van een voedselbos wordt beschreven wat de doelstelling, missie en visie is van het te onderhouden voedselbos. Hierin wordt dus de langere termijnvisie omschreven. In het onderhoudsplan wordt omschreven hoe dit gerealiseerd wordt, wat er hiervoor dient te gebeuren en welke activiteiten moeten worden uitgevoerd. Zie bijlage 2 voor een voorbeeld inhoudsopgave van een beheerplan en een onderhoudsplan. In dit handboek is te lezen waaraan gedacht moet worden bij het beheer en onderhoud van een voedselbos-park. 10 Afb. Appel lollipop is roodvlezig Hoofdstuk 2 Afb. Stappen om te komen tot een beheer- en onderhoudsplan Doelstelling Locatiekeuze Beheer- en onderhoudsmogelijkheden 2.1 Langere termijnvisie Het beheer wordt gekenmerkt door een planning met een bepaalde strategie erachter. Hierbij wordt een doel nagestreefd. De uiteindelijke beheerdoelstellingen leiden dan tot specifi ekere onderhouds- en beheermaatregelen. Het is dus van belang om helder te krijgen wat het doel is van het voedselbos en wat een passende strategie is. Belangrijke vragen om te overwegen bij het opstellen van een beheerplan zijn: Hoeveel capaciteit is er voor het beheer van het voedselbos? Denk aan aantal uren/mensdagen. Wat is het beschikbare budget? 1. 2. 3. 4. 5. 6. Wie gaat het beheer verzorgen van het voedselbos? Groenbeheerders van de gemeente of vrijwilligers? Wat is het kennisniveau van de beoogde beheerders? Moet het voedselbos intensief (bijvoorbeeld wanneer het in de publieke ruimte is gevestigd) of extensief beheerd worden? Wat is de uitgangssituatie met betrekking tot bodem (bodemsoort, bodemstructuur, voedingsstoffen en bodemleven), waterhuishouding, reeds aanwezige (en blijvende) planten, dieren en infrastructuur en omgevingsfactoren (toegankelijkheid voor zon, wind en (grond)water stromen)? Wat zijn de doelen van dit voedselbospark? Ontwerp- en beplantingsplan en beheerdoelstellingen Onderhoudsen beheer maatregelen 7. Afhankelijk van het antwoord op bovenstaande vragen dient het ontwerp, inclusief soortenkeuze, en het uiteindelijke beheer- en onderhoudsplan opgesteld te worden. Zoals beschreven in hoofdstuk 3.1 kan monitoring gebruikt worden om te bepalen in welke mate het uiteindelijke beheer en onderhoud er toe heeft geleid dat de gestelde doelen bereikt worden. 2.2 Algemene voedselbos-park beheerregels Om tot een goed beheerplan te komen, is het goed om een aantal basisprincipes mee te nemen. Zo moet de beplanting bijvoorbeeld voldoende licht, water en voeding ter beschikking hebben. Ook moet er een opeenvolging aan bloemen, waardplanten en oogst zijn, zodat mensen en andere dieren er kunnen leven. Hieronder worden deze en nog meer principes verder toegelicht. Denk aan kringlopen Er wordt in een voedselbos-park geen vergif of kunstmest gebruikt. Door het creëren van functionele kringlopen en door het inzetten van natuurlijke beheers- en (wanneer nodig) bestrijdingsmethoden is het streven dat planten gezond blijven en dat er oogst is. Zo is het goed om na te gaan of er in de omgeving voldoende nestgelegenheden zijn voor roofdieren en insecten. Door takken en bladeren te laten liggen of op een hoop bij elkaar te brengen kunnen verschillende dieren er in schuilen, overwinteren of er een nestgelegenheid vinden. Daarnaast is het goed om organisch materiaal terug te brengen op de bodem, zoals bijvoorbeeld snoeiafval. Door dit afval bijvoorbeeld te versnipperen is het relatief makkelijk verteerbaar voor de bodem en de mineralen zijn zo weer beschikbaar voor de planten. Denk aan het voorkomen van ziektes en plagen die een onderdeel van het systeem kunnen worden, zoals knolvoet in kolen en ratten. 1111
Pagina 12
Hierbij is een goede balans van belang: dikkere takken zorgen voor een langzame vertering wat ook goed is voor het systeem en de koolstof vervliegt ook minder snel. Op deze manier heeft het systeem tijd om de voeding tot zich te nemen. Laat soorten elkaar helpen -of in ieder geval niet in de weg zittenIn voedselbossen wordt veel gebruik gemaakt van planten die elkaar helpen in plaats van elkaar uitsluiten. Ook de wisselwerking tussen planten die afhankelijk zijn van de bestuiving door insecten is zo’n win-winsituatie. Zij helpen elkaar in hun voortbestaan. Het zorgen voor een zogenoemde ‘bloesemboog’³ is daarom van belang. Zorg er ook voor dat er voldoende stikstofbinders in het voedselbos aanwezig zijn. In de permacultuur wordt ook wel van een gilde gesproken. Planten gilde Een gilde is een groep van wederzijds voordelige planten die door deze samen te voegen zorgen voor een interactieve gemeenschap (Bloom & Boehnlein, 2015) onderhouden van wateropvangelementen, bijvoorbeeld bij een wadi of een swale (een soort van geul) wordt er gezorgd dat er bij een te veel aan water, het water gebufferd wordt. Op deze manier kan er water van het perceel wegstromen naar deze lager gelegen elementen en worden de planten beschermd tegen ‘natte voeten’. In drogere periodes is er zo langere tijd water aanwezig en kan ervoor gekozen worden om hiermee planten te irrigeren. Goed onderhoud van dergelijke elementen is noodzakelijk om nauwe begroeiing te voorkomen. Zon- Een voedselbos bestaat uit verschillende lagen. De bomen, struiken en kruidachtige moeten zo verspreid zijn dat ze optimaal gebruik kunnen maken van het licht. Bomen kunnen dichte of open kronen hebben. Ook hebben sommige soorten veel licht nodig om vruchten te produceren. Het is belangrijk dat ook lagere planten voldoende licht ter beschikking hebben. Snoei of verwijder daarom bomen of struiken die licht ontnemen van andere planten. Door het beplanten van open plekken en open ruimtes aan de zuidzijde in het voedselbos wordt er ook zoveel mogelijk zonlicht benut en dus energie opgevangen. Open stukken zouden ook beplant kunnen worden met eenjarige of meerjarige groenten of kruiden. Vang energie op (wind, water, zon) en leg deze indien mogelijk vast. Enkele voorbeelden van het optimaal benutten van energiebronnen zoals wind, water en zon zijn: Wind- Vaak wordt er windbescherming aan de noord-, oost- en westkant van het voedselbos geplant (bijvoorbeeld bomen of stuikenhaag). Dit is aan de kant waar de wind het sterkst en koudst is en daar dan ook de meeste schade kan veroorzaken. Hier kan gekozen worden voor groenblijvende planten (bijvoorbeeld de olijfwilg) omdat ze ook in de winter dichtbegroeid blijven. Daarnaast kunnen ook planten gekozen worden die voor extra nutriënten zorgen, zoals elzen waarvan de bladeren stikstofrijk zijn. De wind zal de stikstofrijke bladeren over het terrein verspreiden. n lt t (bi Water- Water kan in sommige periodes in overvloed aanwezig zijn, maar zeker in de zomers kan er een tekort ontstaan. Bij droogtegevoelige bodems is het aan te bevelen een mulch van gras, blad, snoeiafval (van stikstofbinders) en of soortgelijk organisch materiaal rond de boom te leggen. Hierdoor kan het water minder makkelijk verdampen en drogen ondiepe wortels niet uit. Door het aanbrengen en ov k 12 Grote organismen in de bodem zijn regenwormen en schimmels die bijdragen aan het verteren van organisch materiaal en het vrij maken van voedingsstoffen. De bodem en planten kunnen gevoed worden door stikstofbindende soorten te planten, zoals de els, duindoorn of olijfwilg. Planten met penwortels (bijvoorbeeld de smeerwortel) fungeren soms als ‘nutriëntenpomp’. Zij binden mineralen uit diepere bodemlagen. Je kunt 1 tot 3 keer per jaar bladeren en stengels van stikstofbinders of nutriëntenpompen oogsten en op de bodem leggen. Zo zijn veel nuttige nutriënten beschikbaar voor de planten. Een nutriënt of voedingstof is een element die bijdraagt aan de natuurlijke ontwikkeling van een plant. Denk bijvoorbeeld aan koolstof, water, calcium enzovoorts. Veel planten kun je terugsnoeien of laten afsterven in de winter. Het knipsel kun je laten liggen als mulch. Dit Zorg voor de bodem In een voedselbos moet de bodem zoveel mogelijk met rust gelaten worden. Hierdoor voorkom je verstoring van de bodemdichtheid en bodemleven. Het bodemleven maakt de bodem luchtiger en hierdoor is er ook een betere waterhuishouding. Zorg dus voor vaste paden om de bodem niet teveel te belasten. Afb. Sint janskruid kan zijn: blad, plantresten, stro, gras, houtsnippers etc. Door te mulchen blijft de bodem bedekt en voorkom je uitdroging, het opkomen van onkruid en schade door zware regenval. Hoe groter het knipsel, hoe langer het duurt voordat het verteerd is. Lange takken kunnen op een takkenril gelegd worden. In een voedselbos is een langzame vertering het beste. Een voedselbos heeft voornamelijk een schimmeldominante bodem. Bomen en struiken houden hiervan. Een geploegde grond is bacteriedominant. Hier groeien groenten en eenjarige kruiden goed op. Werk gefaseerd Een paar wilgen kunnen verschillende tientallen kilo’s struifmeel produceren die nuttig zijn voor veel insecten. Door na de bloeiperiode gefaseerd te werk te gaan tijdens het knotten of kappen blijft er veel stuifmeel beschikbaar voor bijen en andere insecten. Alleen onder goed gecontroleerde omstandigheden kan er in de periode van half maart tot eind juli gesnoeid worden. In deze periode broeden namelijk veel vogels in de bomen en struiken. Door goed te observeren of er geen nesten zijn, kan er toch gesnoeid worden. Bloesemboog in je voedselbos januari toverhazelaar februari maart april mei juni juli augustus september oktober november hazelaar, winterakoniet, gewoon sneeuwklokje gele kornoelje, boswilg, wilde narcis, krokus brem, zoete kers, pruim, appel, aalbes framboos, aardbei, kweepeer, mispel, witte acacia tijm, venkel, tamme kastanje, linde dropplant, zonnehoed, ijzerhard, citroenmelisse, lavendel struikheide, honingboom, bijenboom, pindakaasboom klimop, hemelsleutel, guldenroede nabloei: herfstaster, ijzerkruid, herfstkrokus nabloeiende kruiden ³ Een bloesemboog is dat je op een plek bloei realiseert van het vroege voorjaar, zomer tot late najaar. Het is een boog van bloemen. Dit is belangrijk omdat honingbijen en hommels het hele seizoen voldoende voedsel moeten vinden. In het voorjaar en begin zomer is er op vele plekken redelijk voedsel te vinden (kan uiteraard nog beter) maar vooral in de nazomer en begin herfst is er vaak een tekort. 13 13 Wanneer je tijdens het grasmaaien maar 25-40% per keer maait, kunnen insecten zich makkelijk verplaatsen naar niet-gemaaide stukken. Tevens wordt zo gezorgd voor verschillende vegetatietypen, doordat andere kruiden en grassen op kunnen komen. Hierbij is het van belang om ieder jaar hetzelfde te doen, zodat de vegetatie zich op het beheer kan aanpassen. Maai niet te snel en wees voorzichtig. Maai alleen wanneer het nodig is. Ditzelfde geldt voor werkzaamheden in waterpartijen of waterlopen.
Pagina 14
Streef naar biodiversiteit Door het creëren van en ruimte geven betekent, denk aan verschillende soort wordt er gezorgd voor een evenwichtig en rassen planten, insecten en dieren z afhankelijk van zijn (zie hoofdstuk 1.2 bijvoorbeeld aan schone lucht, schoon andere invloed op de bodem waardoor mensen. Maar ook diversiteit in het voe ziektes en plagen niet de overhand krij n aan biodiversiteit (wat verschillende sooorten van ‘leven’ rten planten en dieren, genen, moleculen en ecosystemeen en ecosystemen) g en gezond (voedselbos-)systeem. Verschillende soorterschillende soorten zorgen voor verschillende processen waar wij als mens waar wij als mens 2 “De ecosysteemdiensten van een voedselbos-park). Denk n water, vruchtbare gronden en voedsel voor dieren edsel voor dieren en oedselbos heeft een directe functie; namelijk dat vers ijgen en beheersbaar blijven. Daarnaast heeft iederernaast heeft iedere soort een r deze bijvoorbeeld niet uitgeput ra raakt. oedselbos-park). Denk ; namelijk dat verschillende Zorg er dus voor dat één soort niet de overhand krijgt in het voedselbos en pas het beheer aan wanneer dit wel lijkt te gebeuren. Zorg ook voor voldoende biotopen (poel, bloemrijk grasland, struweel, donker bos…) voor dieren, omdat zij helpen met het bestrijden van plagen. Dieren moeten zich kunnen verschuilen, overwinteren, voeden en voortplanten. Plant individuen (genetisch verschillend) en niet alleen klonen die bijvoorbeeld door middel van stekken en enten vermeerderd zijn. Een systeem is sterker wanneer er bv. verschillende appels staan. Hetzelfde geldt voor een kruid. De kans op kruisbestuiving wat nodig is voor goede vruchtzetting is groter en de kans dat ziektes een probleem worden is in dit geval kleiner. Plant niet te grote vlakken of rijen van hetzelfde. Hoe meer planten van dezelfde soort naast elkaar staan hoe groter de kans op problemen. Een systeem is sterker bij verschillende (plant)soorten die elkaar afwisselen. Combineer bijvoorbeeld 4-7 houtige soorten met elkaar en bij de kruiden 4-20 soorten. Kijk naar natuurlijke systemen voor inspiratie. Zorg ook voor voldoende waardplanten in het voedselbossysteem. Waardplanten Waardplanten zijn soorten die belangrijk zijn voor bijvoorbeeld de larven van insecten. Belangrijke soorten zijn: grote brandnetel, pinksterbloem, lookzonder-look, akkerdistel, diverse grassen, vuilboom en veldzuring. Andere planten of vegetatiestructuren zijn belangrijk voor schuilen, overwinteren en voortplanten. Afb. Akkerhommel op vlasbekje gefotografeerd door Eric Daems 14 Blijf het systeem verjongen Door een voedselbos meer open te houden, krijgt ook de lagere begroeiing meer zonlicht wat voor veel planten nodig is voor succesvolle vruchtzetting en ontwikkeling. Een voedselbos heeft over het algemeen een vrij open kroon in tegenstelling tot een natuurlijk bossysteem. Door de gelaagdheid te behouden en regelmatig planten terug te snoeien, wordt het systeem verjongd. Er zijn echter verschillende stromingen in de voedselboswereld die anders kijken naar het wel of het niet snoeien in een voedselbos. Deze keuze is afhankelijk van de visie, maar ook van de doelstelling en de beschikbare tijd. Sommige stromingen zijn meer op de natuur gefocust en anderen meer op cultuur. Er zou gekozen kunnen worden om een voedselbos-park wegens veiligheid en toegankelijkheid regelmatig te snoeien. Door te snoeien blijven de bomen en struiken goed produceren en blijven ze gezond, omdat takbreuk (wat tot gevaarlijke situaties leidt) en ziektes zo voorkomen kunnen worden. Het gesnoeide materiaal kan op de bodem worden gebracht als mulchlaag. Er kan ook gekozen worden voor soorten die weinig beheer nodig hebben (zie Excel ‘Voedselbos houtige gewassen beheer & oogsten’ derde kolom, beheergroep minimaal beheer). Werk gebruiksvriendelijk Door het voedselbos gebruiksvriendelijk te onderhouden, blijft het prettig werken, oogsten en vertoeven in het voedselbos. Denk bijvoorbeeld aan toegankelijke paden. De paden kunnen gemaakt worden door het aanbrengen van dood organisch materiaal zoals stro of houtsnippers. Onderhoud de paden volgens het ontwerp. Hierdoor blijft alles overzichtelijk en zijn de verschillende planten terug te vinden. Paden met een levende begroeiing zoals grassen of kruiden moeten worden gemaaid. Wanneer er vaker over gelopen wordt, kan minder onderhoud nodig zijn. Afhankelijk van de doelstelling zou ervoor gekozen kunnen worden om een rolstoelvriendelijk pad aan te leggen, bijvoorbeeld een schelpenpad of een leempad. Door bomen en struiken niet al te hoog te laten worden, zoals een halfstam fruitboom, kan er blijvend gemakkelijk van deze boom geoogst worden. Door de takken maximaal 2 keer per jaar terug te snoeien tot de gewenste lengte, voorkom je dat de boom of struik te groot wordt en het fruit alleen met een hoge ladder bereikbaar is. Betrek de omgeving In de beginjaren is het van belang om proactief samen te werken met de omgeving en actief te communiceren. Voor veel mensen is het concept voedselbos-park nog onbekend. Het is belangrijk om goed te luisteren naar de wensen en ideeën van de omgeving, zodat deze meegenomen kunnen worden in de ontwikkeling van het voedselbos-park. Anderzijds is actief informatie verstrekken en open communicatie erg belangrijk om het project kenbaar te maken, en zo betrokkenheid en draagvlak te genereren. Om betrokken vrijwilligers te krijgen onderscheiden we enkele fases: Het overbrengen en delen van kennis Het creëren van eigenaarschap en betrokkenheid Er ontstaat ruimte en welwillendheid van burgers om zelf te willen bijdragen Afb. Zwarte bes 15
Pagina 16
2.3 Het beheer en de stadia van een voedselbos-park Een voedselbos kent verschillende stadia van successie. De verschillende stadia hebben ook verschillend beheer nodig om zo gezond en functioneel mogelijk te blijven. Onderstaande tekst deelt deze stadia in drie tijdsperiodes in, namelijk van jaar 0-5, van jaar 6-10 en vanaf jaar 10. 1. Aanloopbeheer (jaar 0-5) In deze tijdsperiode van de ontwikkeling in het voedselbos-park zijn onderhoudsmaatregelen gericht op het verzorgen van jonge planten. De eerste paar jaar is de jonge aanplant extra kwetsbaar voor droogte, vraat van bijvoorbeeld reeën en konijnen en overwoekering van onkruiden. Eenjarige gewassen zijn kwetsbaar voor slakken. In deze periode is nog relatief weinig oogst (afhankelijk van de gekozen gewassen). Onderstaande onderhoudsmaatregelen zijn daarom in deze periode van belang. Gevaarlijke onkruiden, zoals de reuzenberenklauw en agressieve onkruiden, zoals de Japanse duizendknoop, bosbraam en grote brandnetel dienen in de beginfase goed te worden verwijderd door ze met wortel en al uit te spitten. Wanneer deze soorten eenmaal gevestigd zijn in een verder ontwikkeld voedselbos, zijn ze moeilijker weg te krijgen. Water geven indien nodig. Jaarlijks mulchen, met bijvoorbeeld houtsnippers rondom de jonge boompjes. Bramen en rozen verwijderen, tenzij ze daar gewenst zijn. Haagwinde, kleefkruid, brandnetel en andere overwoekerende soorten verwijderen. Paden onderhouden. Wildbescherming aanbrengen bij kwetsbare planten. Leiden en snoeien van klimplanten, struiken en bomen (erop gericht dat de productie goed wordt). Planten, inzaaien en vervangen van planten die dood zijn gegaan. Dit kunnen één- en tweejarige planten zijn, dus ook groenten en kruiden. Deze kunnen ook al geoogst worden. Andere uit te voeren taken zijn (zie jaaroverzicht onderhoudsplanning voor de geschikte tijdsperiode hoofdstuk 3.2): Onderhoud sociaal netwerk Het aanplanten van het voedselbos biedt een mooie kans om mensen uit de buurt en andere geïnteresseerden uit te nodigen voor de opening van het project. De mensen zelf een boom laten planten geeft een positieve verbinding met het voedselbos. Mensen uit de omgeving kunnen zo met elkaar in contact komen en elkaar samen leren kennen. 2. Vervolgbeheer (jaar 6-10) In deze fase van de ontwikkeling van het voedselbos is de aanplant van het voedselbos aangeslagen en is minder onderhoud nodig. Voor voedselbossen geldt: hoe ouder de aanplant, hoe hoger de productie. De bessenproductie komt als eerste op gang, gevolgd door fruitsoorten als appel, peer, kers enzovoorts en tot slot de noten. Onderstaande onderhoudsmaatregelen zijn in deze periode van belang: Bramen, rozen en brandnetels onder controle houden. Op exoten controleren en wanneer nodig onder controle houden. Leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (alleen in hoofdlijnen, zodat de planten gezond blijven). Oogsten. Paden onderhouden. Wildbescherming onderhouden of verwijderen. Aanvullend vervolgbeheer, vanaf jaar 5 Indien een hogere productie gewenst is, kan er meer onderhoud gepleegd worden, zoals: Overige ongewenste soorten kleinhouden of verwijderen. Planten, inzaaien, verplanten van kruidachtige planten. Als de bodem bewerkt wordt kunnen ook groenten en kruiden gekweekt en geoogst worden. 16 Bestuivers introduceren zoals honingbijen of hommels. Leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (erop gericht dat producten van een goede kwaliteit zijn). Hakhout bijhouden (6-15 jaar) (zie beheergroep snoeien). Ziektes en plagen monitoren en evt. wijzigingen in voedselbos aanbrengen die de situatie kunnen verbeteren . Aanvullen van nutriënten indien gewenst, door externe aanvoer (bv. steenmeel, zie beheergroep bodemverzorging). Onderhoud sociale netwerk Om voedselbossen tot een succes te maken is een lange adem nodig, ook omtrent het betrekken van de omgeving. Net als de planten die je aanplant in het voedselbos, heeft de groep mensen die betrokken is bij het project ook tijd nodig om tot een goed werkende structuur en samenwerking te komen. Geef dit tijd en aandacht. De doelstelling is dat in deze periode omwonende actief betrokken zijn geraakt en zelf bijdragen aan het succes van het voedselbos-park. Dit vergt een voldoende hoog gevoel van eigenaarschap van de mensen in de omgeving. Het goed coördineren en de mensen goed in staat stellen om het nodige onderhoud te doen is dan een focuspunt. Het creëren/fi netunen van goed werkende organisatiestructuren is ook van belang. Omdat de oogst in deze periode aan het toenemen is, is bijvoorbeeld het geven van oogstfeesten in de maand september/oktober een goede manier om vrijwilligers en andere buurtgenoten te betrekken. 3. Beheer volwassen voedselbos-park (na 10 jaar) In deze periode neemt het bos steeds meer de vorm aan van een ontwikkeld bossysteem. Hierin kun je duidelijk zien waar er nog bijgestuurd en ingegrepen moet worden. Denk aan planten die de overhand nemen of zo groot worden dat ze veel licht wegnemen voor andere planten in het voedselbos. De al eerder genoemde onderhoudsmaatregelen zijn ook in deze fase van belang: Bramen, rozen en brandnetels onder controle houden. Exoten controleren en als nodig onder controle houden. Leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (alleen in hoofdlijnen, zodat de planten gezond blijven). Oogsten. Paden onderhouden. Wildbescherming onderhouden of verwijderen. Nieuwe mogelijke ingrepen in deze fase zijn: Het gefaseerd vervangen van soorten die in productie teruglopen of niet meer gewenst zijn (wijkers). Het vrij zetten van soorten die in productie toenemen of bedoeld zijn voor de toekomst (blijvers). De blijvers en de wijkers Een voedselbos kan begonnen worden met pionierssoorten, met de gedachte dat deze over tien tot vijftien jaar weer verwijderd worden. Dit zijn dan de zogenaamde wijkers. Te denken valt aan boswilg, witte acacia, brem, hazelaar, appel, peer, mispel, pruim, zoete kers enzovoorts. Hiermee wordt de ontwikkeling (successie) van een kaal terrein richting een volwassen bos versneld. De biomassa wordt bijvoorbeeld sneller boven- als ondergronds opgebouwd. Pioniers groeien vaak snel, kennen een vroege en grote productie, kunnen niet goed tegen concurrentie en leven vaak vrij kort (plusminus 60 jaar). Tussen de pioniers kunnen climaxsoorten gezet worden die het later overnemen. In dit geval zijn dit de blijvers. Let op dat de blijvers tijdens de ontwikkeling voldoende licht en water krijgen, want deze bomen zijn de toekomst. Als de wijkers weggehaald worden dan houd je een volwassen bos over. Climax bomen zijn goed in concurreren, hebben lang nodig om in productie te komen en worden oud (plusminus 200-600 jaar). Te denken valt aan tamme kastanje, pecan en suikeresdoorn. In een oerbos (climax) zouden dit dominante bomen zijn. Let wel op dat veel productiebomen en -struiken geen climaxsoorten zijn, maar juist pioniers. Als je de pioniers wilt behouden dan zijn dit ook blijvers. Deze groeien in een bosrand en niet in een volwassen bos. Het beheer richt zich dus op verjongen zodat het een bosrand blijft. Wijkers kunnen weggehaald worden door te snoeien en het gesnoeide te laten vallen (het chop & drop principe) of door ze compleet te verwijderen en tot mulch (versnipperd materiaal) te verwerken en dit te verspreiden. 17
Pagina 18
Onderhoudsmaatregelen in een voedselbos-park Wanneer het beheerplan en de beheerdoelen duidelijk zijn, kan dit vertaald worden naar praktische onderhoudsmaatregelen. Dit hoofdstuk zal ingaan op de verschillende onderhoudsmaatregelen die gedaan moeten worden in een voedselbospark. Deze worden toegelicht en er worden voorbeelden gegeven voor een overzichtelijk format om er zelf mee aan de slag te gaan. Uiteraard bepalen de beheer- en onderhoudsmogelijkheden en de beoogde doelen van het voedselbospark de mate en frequentie van de onderhoudsmaatregelen. Zie bijlage 2 voor een voorbeeld inhoudsopgave van een onderhoudsplan. 18 Afb. Klimplant groenten - Chinese yam Hoofdstuk 3 3.1 Onderhoud en sociale activiteiten Om het nodige werk op te delen per onderhoudsactiviteit zijn er beheergroepen gemaakt. Deze zijn dus aan elkaar gekoppeld. In het Excelbestand ‘Voedselbos houtig gewassen beheer & oogsten’ zijn de voedselbosgewassen beschreven. Vervolgens zijn deze onderverdeeld in beheergroepen (zie derde kolom). Voor elk van de beheergroep geldt een specifi eke uitleg hoe de bijbehorende plant het beste onderhouden kan worden (zie bijlage I). Drie beheergroepen van houtige gewassen worden in dit hoofdstuk uitgelicht. De rest is te vinden in bijlage I. Snoeien Snoei zorgt voor de juiste boomvorm en brengt licht, lucht en zon in de kruin. Al deze elementen zijn nodig om veel en gezonde vruchten aan de bomen en struiken te krijgen, tevens om takbreuk en ziektes te voorkomen en bomen een lang en gezond leven te geven. Let op: hieronder zijn de algemene snoeirichtlijnen omschreven; voor specifi eke informatie per beheergroep van verschillende houtige gewassen, raadpleeg bijlage I. Algemene snoeirichtlijnen: • Houd de kroon open. • Zorg dat de takken de gewenste hoeveelheid licht krijgen. • Verwijder kruisende takken. • Verwijder beschadigde en dode takken. • Verwijder probleemtakken. • Snoei nooit meer dan één vijfde van een kroon in 1 jaar weg. • Verjong de kroon, zodat de boom blijft groeien (een boom met alleen oude takken wordt sneller ziek). • Snoei bij droog weer. • Snoei prunussen alleen in de zomer. • Snoei ABC bomen in de herfst. • Snoei matig winterharde soorten, zoals bv. vijg in het late voorjaar. • Snoei altijd met schoon en scherp gereedschap. • Snoei takken af aan de takkraag (zie afbeelding). Basisregels bij de vormsnoei: • Dikke en grotere takken beperkt snoeien om de vorming van veel scheuten niet te stimuleren. • Dikke takken eerst van onderen inzagen en daarna van boven afzagen. • Normale twijggroei- matig snoeien om eenzelfde groei te behouden. • Zwakke twijggroei – sterk snoeien om zo de twijg ontwikkeling te prikkelen. • Vormsnoei wordt gedaan tot en met de opbrengstfase van de bomen (tussen de 8 tot en met 12 jaar na aanplant). Hakhout: • Wordt om de 6-15 jaar gekapt. Dit kan gedaan worden met hazelaar, eik, linde, els, wilg, es, iep, witte acacia, haagbeuk en tamme kastanje. • Kan gedaan worden om: • De bomen en struiken niet te groot te laten worden. • Een open en tijdelijke lichte plek in de begroeiing te creëren. • Het hout te oogsten. • De boom te verjongen. • De bomen worden tot drie keer ouder dan ze eigenlijk zouden worden. 19
Pagina 20
Groenten, kruiden en biodiversiteitsplanten Hieronder zijn enkele veel geplante vaste groenten omschreven die veel geteeld worden. Deze zouden ook gemakkelijk door buurtbewoners in een voedselbospark geteeld kunnen worden. Voor meer soorten zie pdf-bestand ‘Voedselbos plantsoen’. Verder kunnen in voedselbos-parken eenjarige groenten en kruiden in plantenbakken, in open ruimtes of plantenborders geteeld worden. In de bijlage 2 ‘teelt eenjarige groenten en kruiden’ staat een globale jaarplanning van wanneer wat gezaaid en geoogst kan worden. Hid Aardappel: Dit is geen winterharde soort. Ook moet hij jaarlijks op een ander stuk geteeld worden. Om de 3-4 jaar mag hij weer op hetzelfde stuk geteeld worden. Dit vanwege aaltjes (nematoden). De aardappel houdt van een vochtige en voedselrijke bodem en een lichte en goed doorluchte standplaats. Hij wordt geplant rond april en geoogst vanaf eind juni. Aardpeer/ zonnewortel: De kans van slagen van deze soorten hangt af van de hoeveelheid knaagdieren, veldmuizen, woelratten en ratten. Zij eten graag de jonge scheuten en stengelknollen. Als dit niet het geval is, krijg je snel te veel aardpeer en zonnewortel en moet je opletten dat ze zich niet te massaal uitbreiden. De zonnewortel bloeit uitbundiger en is dus beter voor de biodiversiteit. Ze worden van het najaar tot het vroege voorjaar geoogst. Asperge: Het fi jnst is om asperge op rijen te telen. Denk er daarbij aan dat je de stengels helpt te ondersteunen. Een mogelijkheid is om aan beide kanten een afzetting met touw te hebben zodat de rij goed overeind blijft. Asperges houden van goed drainerende, voedselrijke en warme bodems. Ze houden van veel licht. Ze kunnen geoogst worden van april tot 24 juni. Kardoen: Deze soort is vorst- en knaagdiergevoelig. Hij kan op een beschutte plek tegen een warme muur geteeld worden. De bloemhoofden kunnen in de zomer gegeten worden en de gebleekte stengels in de nazomer. De bodem moet drainerend en voedselrijk zijn. Kardoen houdt van een lichte standplaats. Rabarber: Let erop dat de rabarber op een goed bemeste en vochtige bodem staat. Oogst tussen april tot eind mei, maximaal een vijfde van de rabarberstengels. Hierdoor blijft de plant gezond en heb je ook volgend jaar weer voldoende oogst. Optioneel verwijder je de bloem, maar deze is waardevol voor de biodiversiteit. 20 Afb. Kardoen Afb. Rabarber houdt van veel licht Algemene richtlijn voor kruiden De meeste kruiden houden van een zonnige, luchtige, vochtige, goed drainerende en voedselrijke bodem. De meeste kruiden kunnen niet goed tegen directe concurrentie met naburige planten. Belangrijk bij deze kruiden is om deze planten jaarlijks te vermeerderen middels stekken en zaaien, omdat de meeste kruiden niet langlevend zijn. De beste en snelste manier om een bloemrijke zoomof stinzenvegetatie te krijgen is door volwassen planten aan te planten. Houd er rekening mee dat zo'n 50% van de aangeplante kruiden uitvalt. Een kruid moet 1 cm dieper dan de kwekerijhoogte geplant worden. Beschadig wortels die in elkaar groeien en verwijder zoveel mogelijk zwarte grond. Geef de plant 2-3 weken lang water en houdt de plant het eerste jaar in de gaten. De grootste kans dat zaden kiemen, is door de bestaande vegetatie te beschadigen, zodat er veel kiemplekken zijn. De zaden kunnen het beste rond september gezaaid worden. Algemene richtlijn biodiversiteitsplanten Het voedselbos-park moet ook planten bevatten die specifi ek voor de biodiversiteit geplaatst zijn. Bij het beheer moet erop gelet worden dat minimaal een op de tien bomen, drie op de tien struiken en vijf op de tien kruidachtige planten beschikbaar zijn voor de biodiversiteit. Dit is een schatting van de schrijvers van dit product. Bodemverzorging Zoals eerder aangegeven is het voeden van de bodem en het bodemleven belangrijk om zo de nutriënten die onttrokken worden aan het systeem (door te oogsten en te kappen) terug te brengen. Zls d Door het terugbrengen van bijvoorbeeld takken en maaisel en het creëren van een mulchlaag wordt het bodemleven gevoed en kom er nutriënten en mineralen vrij die gebruikt kunnen worden door de planten. Wat kan blijven liggen in het voedselbos-park? • Takken korter dan 50 cm • Gras (zeker wanneer het gebloeid heeft) • Kruiden • Rottend fruit kapot maken of aan iets voeren (ongedierte voorkomen) Dikkere stukken hout kunnen versnipperd worden. De houtsnippers zetten in 1-3 jaar om tot een zwarte laag. Afhankelijk van de gedane uitgangssituatie analyse van de bodem (zie hoofdstuk 2.1), kan er gekozen worden om in bijvoorbeeld de beginfase extra gesteentemeel, wormenmest, bladeren en/of bosgrond toe te voegen. Mogelijkheden om de bodem te voeden: Gesteentemeel Gesteentemeel is gemalen gesteente (bijvoorbeeld lava) en beva heel veel sporenelementen. Kan optioneel gestrooid worden bij een verarmde en zuurdere bodem met weinig kleimineralen. Gesteentemeel heeft een langdurige werking en brengt extra nutriënten in de bodem die zorgen voor een betere plantgezondheid. Wormenmest Wormenmest bevat veel bodemverbeterende bodemorganismen. Kan optioneel gebruikt worden bij een verarmde bodem en werkt kortdurig voor dat seizoen. Het wordt vooral in bacteriedominante systemen gebruikt (vooral eenjarige, bijvoorbeeld een moestuin). Gebruik wormenmest wanneer je weinig humus in de bodem hebt. Wormencompost is organisch materiaal dat volledig is verteerd door wormen. Bladeren Bladeren van bomen en struiken zijn gratis en zijn een prachtige mulch. Ze zijn bodemverbeterend en maken de bodem schimmeldominanter. Deze worden in de herfst verspreid. Bladeren van kruiden bevatten meestal veel stikstof en kunnen gebruikt worden als voeding voor andere planten. Smeerwortel en brandnetel zijn bekende voorbeelden. Dit wordt in de zomer gedaan. Afb. Vlierbloesem 21
Pagina 22
Bosgrond, enten Bosgrond¹ kan gebruikt worden om bodemorganismen te helpen zich te verspreiden en snel een bosbodem² te krijgen. Bosgrond van een gezond, lokaal naburig bos bevat veel nuttige micro-organismen voor een startend voedselbos. Een handjevol per vierkante meter is meer dan voldoende. Een bosbodem is van nature zuurder dan de grond zelf. Dit komt omdat bosbodems schimmeldominant zijn. Schimmels hechten met hun hyfen een bodem aan elkaar en geven zuren af om voedingsstoffen vrij te maken. Dit werkt net zoals een maag. Veel houtige gewassen zijn afhankelijk van schimmels om aan water, koolstof en sporenelementen te komen. Verder kunnen schimmels gevaarlijke stoffen helpen afbreken of afvoeren. Planten geven schimmels bijvoorbeeld glucose en daardoor ontstaat de symbiotische relatie (mycorrhiza). Bevat een bodem te veel zouten (bv. fosfaat of stikstof) dan gaan schimmels dood. Ze spoelen stoffen zoals calcium uit en zo krijgen planten tekorten aan sporenelementen. Dit maakt ze tevens kwetsbaarder voor droogte. De boeken van Paul Stamets (mycoloog) gaan hier onder andere dieper op in en zijn erg interessant. Bodems die geploegd worden, zijn bacteriedominant en zijn alkalischer dan de grond zelf. Dit komt door het alkalische slijm van de bacteriën. Eenjarige planten houden van bacteriedominante bodems. Een gemiddeld grasland heeft ook een bacteriedominante bodem, maar een gezond grasland heeft een goede balans tussen schimmels en bacteriën. Grassen geven hormonen af die houtige gewassen remmen in kiemen en groei. Ook bomen zoals eiken, tamme kastanjes, beuken en walnootachtigen geven stoffen af die de groei van andere planten afremmen of op een andere manier negatief beïnvloeden. Denk dus na waar je de bosgrond gooit. De organismen in de grond moeten wel enige kans van overleven hebben. Het bodemleven van een bosbodem houdt van schaduw, vochtige bodem en bruin organisch materiaal wat ze kunnen eten. Onkruiden Gevaarlijke onkruiden, zoals de reuzenberenklauw en agressieve onkruiden, zoals kleefkruid en de Japanse duizendknoop moeten in de aanlegfase rigoureus met wortel en al verwijderd worden. Zodra je voedselbos eenmaal iets verder is doorontwikkeld is het veel moeilijker voor deze planten om te overleven. Brandnetels en bramen Brandnetels en bramen zijn beide nuttige planten om in geringe mate in het systeem te hebben. Het zijn goede waardplanten en bramen zijn ook waardevol voor bestuivers. Bramen en brandnetels raken echter gemakkelijk uit controle en zijn dan bijna niet meer in de hand te krijgen. Zowel de bramen als de brandnetels moeten dan met wortel en al verwijderd worden! Dit kan het beste in de winter gebeuren. Beide soorten zouden van nature pas afnemen bij veel schaduw of wanneer het stikstofgehalte omlaag gaat. Dit gebeurt in Nederland niet vanwege de stikstofdepositie uit de lucht. Verder horen beide soorten thuis in een zoom- en mantelvegetatie, zoals die gerealiseerd wordt in een voedselbos-park. Kortom, brandnetels en bramen zullen in bijna ieder voedselbos inburgeren en het is vooral belangrijk om ze onder controle te houden. Water Het is altijd goed om na te gaan hoe het staat met de waterhuishouding van het terrein. Planten zijn immers erg afhankelijk van voldoende water voor de groei en (vrucht-)ontwikkeling. Het kan zijn dat stukken in het voedselbos-park natter zijn en andere stukken weer droger. Op nattere plaatsen kunnen planten groeien die graag natte voeten hebben en anderzijds zijn er ook soorten die juist graag iets hoger staan waardoor de (pen-)wortels niet in het grondwater staan. Door de opbouw van organisch materiaal in het voedselbos-systeem kan er meer water worden vastgehouden, waarvan profi jt ondervonden wordt in drogere periodes. Door wateropvangelementen te hebben in het voedselbos-park kan er water opgeslagen worden voor drogere periodes. Ook kan ervoor gekozen worden om een waterput te slaan of om water af te koppelen van omliggende bebouwing en op te vangen. Kortom: denk goed na hoe de jonge aanplant, zeker in de beginjaren, voldoende water krijgt. fhklijk ¹Grond vormt het moedermateriaal van een bodem. In Nederland is dit zand, klei, silt en veen. ²Bodem is een kenmerkende en herkenbare bodemstructuur met een opbouw in lagen. Deze ontstaat uit het moedermateriaal door invloeden van klimaat, vochthuishouding, leven en tijd. We rekenen de eerste twee meter onder een bodem. 22 didk Waterelementen De grootste biodiversiteit kan gevonden worden in water met een diepte van 20-40 centimeter. Schoon in 3 tot 5 jaar een vijver op en ga gefaseerd te werk. De werkzaamheden kunnen het beste rond september tot oktober plaatsvinden. Uitzondering: bladeren en fruit die in grote hoeveelheden in water terechtkomen moeten hoe dan ook verwijderd worden, omdat ze het water te voedselrijk maken. Water met een pH 4 is te zuur en moet bekalkt worden. Dit water is anders zo zuur dat de eieren van amfi bieën wegschimmelen. Water na de aanplant Zeker in de eerste paar jaar na aanplant dient de nieuwe aanplant goed in de gaten gehouden te worden. Verdrogingsverschijnselen Bladeren die slap hangen, verschrompelen of bruin worden of wanneer de schors rimpelt. Hoe te voorkomen? • Bij voorkeur houtige gewassen ’s avonds watergeven. Kruidachtige kunnen het beste in de ochtend water krijgen. • Eventueel een richeltje maken om de boomspiegel om te vermijden dat water wegloopt. • Grotere bomen en struiken royaal water geven (ong. 30 liter per boom, afhankelijk van de frequentie, droogte en bodemtype). Een andere vuistregel is 3 cm water over de gehele kroonomvang per keer. • Bedek de grond met een mulchlaag van ruim 10 cm hoog, met een straal van ongeveer 1 meter om de stam, en houd de stamvoet (ongeveer 10cm) vrij om rot te voorkomen. • Houd de boomspiegel vrij om wortelconcurrentie te voorkomen. Gewasbescherming In het voedselbos-park dient in verband met natuurlijke bestrijding voldoende rekening gehouden te worden met voldoende nest- en schuilgelegenheid voor predatoren zoals vogels, egels, amfi bieën en insecten. Door wat ruigte en gevarieerde vegetatiehoogtes toe te laten in het voedselbos-park kunnen allerlei dieren schuilen of nestgelegenheid vinden. Deze diversiteit zorgt voor een natuurlijk balans. Er zou gekozen kunnen worden voor het plaatsen van nestgelegenheden zoals een uilenkast, roofvogelkast en gewone kleine nestkastjes in verschillende soorten en maten. Vooral insecteneters en roofvogels dragen bij aan een natuurlijke plaagcontrole. Vraatschade aan de planten Zeker in de eerste paar jaar na aanplant dient de nieuwe aanplant goed in de gaten gehouden te worden. Hoe te herkennen? • Afgebeten twijgen en schillen van de stam (door hazen/konijnen). • Veegschade aan takken of stam en afgebeten knoppen (ree). • Ondergrondse gangen en afgevreten schors aan wortels en stamvoet (woelmuizen). • Gaten in bladeren, afgeschraapte stengels en slijmsporen bij groenten, kruiden, pawpaw en kiwibes (slakken). Hoe te voorkomen? • Plaats een voldoende hoge cilinder van fi jnmazige draad rondom de stam, of plaats een kunststof beschermspiraal. • Omhein (tijdelijk) het gehele perceel. • Plant in grote hoeveelheden en vervang doodgegaan plantmateriaal. Plant in het begin vooral goedkope soorten. • Bescherm de wortels met gaas bij woelratten. De wortels moeten er doorheen kunnen groeien. Er kan ook puin om de wortels heen gegooid worden. • Planten kunnen tegen slakken beschermd worden met: nematoden, voldoende predatoren (bv. gewone pad en egel), koper om de plant heen, fi jngemaakte schelpen, biervallen en nog vele andere manieren. 23 23
Pagina 24
Sociale netwerk Dit zijn enkele voorbeelden hoe de buurt en de verdere omgeving betrokken kan worden in het voedselbos-park. Workshops en rondleidingen Door het geven van workshops en rondleidingen kan er kennis over verschillende aspecten van een voedselbos gedeeld worden. Op deze manier kan er betrokkenheid en uiteindelijk eigenaarschap van het voedselbos-park ontstaan. Ook laat je mensen kennis maken met het voor vele nog nieuwe concept ‘voedselbos-park’. Soms vergt een voedselbos uitleg om het te kunnen begrijpen en waarderen. Dit geldt zeker voor een rommelig ogend voedselbos. Oogstfeesten Het jaarlijks samen vieren van de oogst en mensen laten proeven hiervan creëert ook binding met elkaar en met de producten. Een goed tijdstip is afhankelijk van de aanplant en de voornaamste oogstdata hiervan. Vaak is september of oktober een geschikte maand hiervoor. Werkdagen Samen met vrijwilligers werken in een voedselbospark kan leuk zijn, en het is ook een manier voor buurtbewoners om elkaar te ontmoeten. Door op werkdagen extra aandacht te schenken aan sociale aspecten (denk bijvoorbeeld aan een gedeelde lunch) kan er extra binding en betrokkenheid ontstaan. Activiteiten op werkdagen kunnen zijn: zaaien, planten, water geven, oogsten en het verwerken van producten. Monitoring M Om te bepalen hoe succesvol het voedselbos-park is, kan periodiek gemonitord worden in welke mate gestelde doelen behaald zijn. Dit geeft ook mogelijkheid tot het bijstellen van het beheer en het uiteindelijke onderhoud van het voedselbos-park. Zie hieronder een aantal voorbeelden van op basis van gestelde doelen mogelijk relevante zaken om te monitoren. Voedselproductie aspecten: • De behaalde hoeveelheid oogst. • Voedselboog (in de verschillende seizoenen voldoende voedselproductie). • Het aantal arbeidsuren. Afb. Onder de kersenbloesem 24 Natuurlijke en ecologische aspecten • De bodemsamenstelling, bijvoorbeeld de toename van het organisch materiaal in de bodem. Zie de afbeelding hiernaast. Wanneer er een handje bodem in een glas water wordt gedaan dan kan je na een tijdje de verschillende elementen stenen, zand, klei en humus onderscheiden. • Het aantal (genetisch) verschillende planten. • Het aantal insecten en monitoren of er goede bestuiving is. Sociaal-maatschappelijke aspecten • Het aantal georganiseerde sociale activiteiten, zoals bijeenkomsten, workshops, werkdagen, etc. • Het aantal deelnemers per activiteit. • Het aantal mensen die recreëren in het voedselbos-park. • Het aantal (lokale) samenwerkingspartners. 3.2 Onderhoudsplanning Humus Water Klei Zand Stenen Om bovenstaande onderhoudsmaatregelen overzichtelijk weer te geven, kan er een jaarlijkse of meerjarige planning gemaakt worden. Onderstaande formats kunnen gebruikt worden voor het maken van een onderhoudsplan. Deze twee formats vullen elkaar aan. Afhankelijk van de behoefte kunnen de formats meer of minder uitgebreid gemaakt worden. Een mogelijkheid is ook om voor een bepaald beheer extra toelichting of een uitgebreider stappenplan te maken. Hieronder wordt ook een voorbeeld gegeven. Het is afhankelijk van de kennis en ervaring van de uitvoerders of dit gemaakt dient te worden. Format “Jaaroverzicht onderhoudsplanning” Onderstaand format geeft voor verschillende beheergroepen inzichtelijk weer wanneer de nodige handelingen uitgevoerd dienen te worden. Een dergelijk format kan apart gemaakt worden voor ieder te beheren voedselbospark. Afhankelijk van welke soorten en elementen aanwezig zijn, kan het format ingevuld worden. Per maand kan er snel worden gezien wat er die maand gedaan moet worden. Dit format kan bijvoorbeeld om de vijf jaar herschreven worden. Op deze manier kunnen onverwachtse maatregelen toegevoegd worden en kunnen maatregelen toegevoegd of weggehaald worden afhankelijk van de successiefase van het voedselbos. Format “onderhoudsactiviteiten en frequentie” Per beheergroep zou zoals het voorbeeld in de onderstaande tabel uitgewerkt kunnen worden wat wanneer dient te gebeuren. 25
Pagina 26
Beheergroepen, activiteiten, frequentie en periode: Beheergroep Onderhoudsactiviteit Prunussen 1. Vormsnoei 2. Hoofdsnoei 3. Oogsten Frequentie 1. 1x per jaar 2. 1x per jaar 3. 1x per jaar Periode 1. Maart- tot opbrengstfase (8-10 jaar) 2. Juli – augustus 3. Juni -juli Pawpaw 1. Watergeven 2. Handmatig bestuiven van vruchten 3. Oogsten Onkruiden 1. ‘Gevaarlijke en agressieve’ onkruiden (reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop ) verwijderen 2. Brandnetels en bramen verwijderen Walnootachtigen 1. Vormsnoei 2. Hoofdsnoei 3. Oogsten 1. 1x per jaar 2. 1x per 5 jaar 3. 1x per jaar Voorbeeld stappenplan onderhoudsmaatregel Snoei walnoot Walnoten vallen onder de ABC-bomen. Snoei de walnoot het beste in de periode tussen juni tot eind oktober. Zorg voor scherp en gedesinfecteerd materiaal. Stap 1 Stap 2 Kleine snoei kan plaatsvinden rond eind mei tot en met eind juni. Er kunnen bijvoorbeeld bevroren takeinden verwijderd worden. Verder is het goed om te kijken dat ongewenste vertakkingen eruit gehaald worden. De boom gaat dan niet onnodig in takken investeren die toch weg moeten. Gebruik altijd een scherpe zaag of takkenschaar en snoei niet meer dan een vierde van de takken weg. Stap 3 Als de boom te groot wordt, kan er tussen juni en eind oktober hard gesnoeid worden. Vooral ook grotere takken die elkaar kruisen kunnen weg gezaagd worden en zorg voor voldoende licht en lucht in de kroon. Stap 4 Verwerk de gesnoeide takken (mogelijk verkleind) op de bodem. 1. Juni en juli in beginjaren 2. Maart 3. September/ oktober 1. Eerste drie jaar (afhankelijk van droogte) 2. 1x per jaar 3. 1x per jaar 1. Tijdens de ontwikkelfase van het voedselbos (wanneer gespot) 2. 1x per jaar 1. van juni tot september 2. april - mei 3. oktober 1. 5x per jaar (wanneer gespot) 2. Van december tot maart Organiseren van zaai- en oogstfeest Het samenstellen van de organisatie Stap 1 Het kan zijn dat er al een bestaand bestuur of een groep vrijwilligers zijn die het oogstfeest willen organiseren. Ben je echter alleen of nog met een te kleine groep, zorg dat er voldoende mensen aansluiten bij de organisatie om het in goede banen te leiden. Begin hier ongeveer 4 maanden voor het te plannen oogstfeest mee. Stap 2 Het kiezen van een geschikte datum Ga na in welke maanden er veel gezaaid en geoogst kan worden in het voedselbos-park. Meestal wordt een oogstfeest georganiseerd in het vroege najaar (eind september, begin oktober). Deze kan ook in bijvoorbeeld begin juli georganiseerd worden wanneer kersen en frambozen in grote getalen afrijpen. Ook wanneer er veel gezaaid en uitgeplant kan worden kan dit gevierd worden. Stap 3 Het bedenken van de activiteiten De organisatie kan via een brainstorm activiteiten en bijvoorbeeld recepten verzinnen. Bedenk goed of het aantal ideeën die zijn ontstaan haalbaar zijn om te organiseren. Verdeel naar interesse en kwaliteiten de uit te voeren taken. Maak een planning van wanneer wat geregeld moet zijn. Voor de activiteiten kan er gedacht worden aan het plaatsen van een sappers, waar verschillende soorten oogst in verwerkt kan worden. Denk ook eens aan een buffet of een workshop. Voor inspiratie voor voedselbosrecepten zie de Facebookpagina Voedselbosrecepten: https://www.facebook.com/groups/673866210041711/ Stap 4 Buurtbewoners en geïnteresseerden uitnodigen Maak een pakkende flyer. Op deze flyer staat duidelijk omschreven wat er precies wordt georganiseerd, wat de mensen van deze dag kunnen verwachten, de datum, locatie, tijd en de mogelijke kosten hiervan. Wanneer er e-mailadressen bekend zijn, kan er een uitnodiging per mail worden verstuurd. Met posters of een oproep in het lokale blad of de krant kan het breder kenbaar gemaakt worden. Door mensen zich te laten aanmelden krijg je een beeld hoeveel er komen en kan hier rekening mee gehouden worden. Maak de datum en de activiteiten ruim twee maanden voor het oogstfeest kenbaar. Stap 5 Overleg Kom regelmatig bij elkaar met de organisatie om de voortgang te bespreken. Wanneer zaken meer werk vragen dan gepland kan er om hulp worden gevraagd, of wanneer iets net anders loopt dan verwacht kan dit besproken worden. Ook kan zo de planning in de gaten gehouden worden en blijft iedereen scherp. Stap 6 Het zaai- en oogstfeest Zorg ervoor dat de organisatie op tijd aanwezig is om alles goed voor te bereiden. Er zijn toch vaak nog op het laatste moment dingen die gedaan moeten worden. Sta open voor gesprekken met mensen die er misschien voor het eerst zijn en vragen hebben. Leg uit wat een voedselbos-park is en waar het project voor staat en wat jullie zoal doen. Zorg ervoor dat iemand foto’s maakt. Zorg er vooral voor dat het een gezellige dag is. 27
Pagina 28
Bijlagen Bijlage I De beheergroepen houtige gewassen Aardbeien (kruidachtige) Aardbeien moeten in onkruidvrije locaties met veel licht staan om tot goede vruchtzetting te komen. Bij een watertekort, te veel onkruid of te weinig licht krijg je geen of weinig vruchten. Kortom, ze moeten een aparte locatie in het voedselbos krijgen en staan dus eigenlijk los van het voedselbos zelf. De aardbeien kunnen het beste niet op de directe bodem liggen omdat ze dan sneller gaan rotten. Adbi ABC-bomen ABC-bomen staat voor Acer, Betula en Carpinus. Deze soorten dienen in het najaar vanaf 15 oktober tot half december gesnoeid te worden. Gebeurt dit in de winter en in het voorjaar dan kunnen de bomen en struiken doodbloeden. Houd de algemene snoeirichtlijnen aan. ABCb Bamboe De meeste eetbare bamboes zijn runners. Dat betekent dat ze lange uitlopers maken van een tot enkele meters lang. Er kan voor twee beheerstrategieën gekozen worden. D Strategie 1: Scheuten die om de bamboecluster heen opkomen systematisch weghalen. Dit levert de grootste eetbare scheuten en bamboehalmen op. Het weghalen kan gebeuren door middel van maaien, begrazen en uitsteken. Het nadeel is dat wanneer je de scheuten niet systematisch door het jaar heen verwijderd, je de controle kwijtraakt. Strategie 2: Bij deze strategie kan ervoor gekozen worden om de bamboecluster te omgrenzen met een wortelbegrenzer. Afhankelijk van de soort hangt af hoe dik en diep de wortelbegrenzer moet zijn. Er kan gedacht worden aan een wortelbegrenzer van 1 mm dik, 70 cm diep en 10 cm boven de grond uitsteekt. Bij deze strategie zijn de eetbare scheuten en bamboehalmen tot drie keer zo klein. Door een heel groot gebied aan de bamboes toe te kennen kan dit tegengegaan worden. Appel en peer De vormsnoei van appel- en perenbomen kan het beste plaatsvinden in januari tot en met eind maart. Vormsnoei wordt toegepast om passende kruinvorming te creëren. Bij de appel kan er gekozen worden voor een boom met een harttak of zonder een harttak (vaasvorm) (zie afbeelding). Voor een peer is de pyramidevorm (een doorgaande harttak) het meest natuurlijk. Wanneer de boom de juiste kruinvorm heeft, dient er onderhoudssnoei plaats te vinden. D Druiven D In de maand juni worden de uitgelopen takken teruggesnoeid. Hierdoor gaat er meer energie naar de vruchten toe in plaats van de groei van takken en bladeren. Wanneer de druivenstruik nog verder teruggesnoeid moet worden, kan dit het beste gebeuren in december. De druif wordt dan geschikt geknipt voor het nieuwe jaar. Dit omdat dan de sapstroom nog niet op gang is en de klimplant niet gaat bloeden. Op zure bodems kunnen druiven het beste af en toe kalk krijgen. I d 28 Exotisch E Deze beheergroep kan alleen geteeld worden in een koude of warme kas of bij overwintering in een kas en in de zomer buiten. Er kan gedacht worden aan soorten die net niet winterhard zijn, zoals: jujube, granaatappel en pistache. In warme kassen kun je ook denken aan citrussen enzovoorts. Het beheer hiervan is plaats en soort afhankelijk. Voor meer informatie moeten andere bronnen geraadpleegd worden. Coniferen C Snoei nooit tot op het kale (bruin hout zonder naalden) hout. Zie algemene snoeiregels. Hazelaar H De regel is dat er een open kroon is waarbij er een tot drie hoofdtakken aangehouden moeten worden. Er moet voldoende licht zijn om vruchten te krijgen. Zie verder de algemene snoeiregels. D l i Kiwi's K Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Kiwi’s vormen vruchten op tweejarige takken. Drie- of vierjarige takken worden vaker weggeknipt zodat de plant niet te groot wordt. Eenjarige takken worden geleid, zodat van de tweejarige takken gemakkelijk de vruchten geplukt kunnen worden. Zie het Excelbestand ‘Voedselbos houtige gewassen beheer & oogsten’ voor passende maanden en soortinformatie. Jonge kiwiplanten moeten tot tien jaar in droge periodes wekelijks water krijgen. De eerste vier jaar verdroogt de plant heel snel. E ij Mediterrane M De voorkeur is om deze soorten in de late voorjaar tot en met vroege najaar (begin oktober) te snoeien zodat de wond goed kan indrogen. Probeer bij het snoeien vruchten en bloesem te ontzien. Bij de Akebia moet erop gelet worden dat hij zich niet via afl eggers vermeerderd naar andere terreinen buiten het perceel. Zie verder de algemene snoeiregels. D k Minimaal beheer M Dit zijn soorten die heel langzaam groeien of soorten die gevoelig zijn voor snoei. In principe is het de regel dat je er vanaf blijft. Natuurlijk gelden de algemene snoeiregels. Verder kan bij snoei voor soort specifi eke informatie gekeken worden naar het Excelbestand ‘Voedselbos houtige gewassen beheer & oogsten’. Di ij Morus M Moerbeien zijn op latere leeftijd snelgroeiende bomen die tevens heel groot worden en veel plaats in beslag nemen. Om een moerbei goed oogstbaar te houden, moeten ze met regelmaat tot levende knoppen teruggeknipt worden. Moerbeien willen bij late nachtvorst invriezen en hebben dan problemen om uit te lopen. Bij het snoeien kan zich hetzelfde voordoen wanneer er tot knoploze takken teruggesnoeid wordt. Bij morus alba is waar te nemen dat de vertakkende takken snel afscheuren. Probeer dus dubbele toppen te voorkomen, ook al zijn het maar eindtakken. Bij morus nigra is waar te nemen dat deze gevoelig is voor kanker. Belangrijk is om deze takken op tijd te verwijderen. Dit ook om takafbraak te voorkomen. Zie verder de algemene snoeiregels. Mbi 29 29
Pagina 30
Prunussen te omsingelen met andere boomsoorten, zodat de zaden niet ver van de boom af kunnen komen en er te De hoofd begeleidingssnoei van prunussen kan alleen na de bloei in de zomer plaatsvinden. Juli en augustus zijn de beste maanden om te snoeien. Bij snoeien buiten de geschikte periode heb je meer kans op ziektes zoals de schimmelziekte loodglans. Hier kan de boom dood aan gaan. De vormsnoei kan plaatsvinden in maart tot eind april, waarbij de jonge scheuten weggeknipt kunnen worden. Dit doe je om licht en lucht in de kroon te krijgen, zodat je ziektes en plagen kunt vermijden. Verder gelden de algemene snoeirichtlijnen. Let op: prunussen zijn in het vroege voorjaar gevoelig voor vorst. Wanneer ze bloeien en het vriest, kan dit veel schade opleveren. Denk daarom goed na waar de boom geplant wordt. Ribessen R Slechte oude takken eruit knippen om voor voldoende verjonging te zorgen. Door na de bloei de struik te snoeien, blijft de productie en de gezondheid van de plant goed. Optioneel houd je de struik tot een bepaalde hoogte. De takken kunnen geleid worden. Verder gelden de algemene snoeiregels. Rubussen R Knip jaarlijks de oude takken na de oogst weg, om een goede doorluchting te houden en het plukken gemakkelijk te houden. De uitzondering op deze regel vormen herfstframbozen, want moderne rassen dragen in de zomer nog een keer een oogst op de vruchttakken van het afgelopen najaar. De takken kunnen geleid worden. Zie verder de algemene snoeiregels. Schisandra S Deze moet geleid worden. Verder moet de soort zeker tot vijf jaar bij droog weer wekelijks water krijgen. Probeer deze plant zo min mogelijk te snoeien. Stiktofbinders S Deze kunnen als knotboom of als hakhout beheerd worden. Bladeren en takken kunnen als mulch op de bodem neergelegd worden. Bij de Robinia en de erwtenstruik moet erop gelet worden dat deze zich niet via zaad of uitlopers verspreiden naar andere percelen. Dit doe je bijvoorbeeld door Robinia’s D k 30 weinig licht is voor wortelopslag. Zie ook de algemene snoeiregels. Tamme kastanjes T Deze bomen kunnen bij strenge vorst invriezen. Met name late voorjaarsvorst kan veel schade veroorzaken. Zorg dat de bomen beschutting krijgen van andere aanplant. Om de bomen niet te groot te laten worden kan er voor hakhoutbeheer gekozen worden. In dit geval krijg je twee tot drie jaar na het kappen gewoon weer kastanjes. Om de tien tot vijftien jaar dient dit gedaan te worden. Let op dat de onderstam dan wel rasecht is, anders krijg je bijvoorbeeld kleine kastanjes. Vaccinium V Bij een neutrale bodem kan ervoor gekozen worden om jaarlijks een zure mulch aan te brengen zoals dennennaalden en dennenschors. Eventueel oude slechte takken er tussen uit halen. Probeer zo min mogelijk te snoeien. Let erop dat vacciniums zich niet vermeerderen naar terreinen buiten het perceel. Dit doe je mede door de struiken goed leeg te plukken. Zie verder de algemene snoeiregels. Vijgen V Vijgen produceren sneller wanneer de wortels begrenst worden en ze groeien tevens een stuk langzamer. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door stenen in de bodem te verwerken. Vijgen kunnen het beste gesnoeid worden in het late voorjaar. Verder gelden de algemene snoeiregels. Walnootachtigen W Walnootachtige vallen onder de ABC-bomen. Juglansen kunnen het beste tussen juni tot eind oktober gesnoeid worden. Carya’s kunnen vanaf de augustus-januari gesnoeid worden. Bij vorstschade door late nachtvorst kan de walnoot op slapende knoppen uitlopen en kan het noodzakelijk zijn om vormsnoei toe te passen, waarbij het teveel aan scheuten weggeknipt wordt. Verder gelden de algemene snoeiregels. Afb. Schisandra Bijlage II Voorbeeld inhoudsopgaven beheer- en onderhoudsplan voedselbos-park Voorbeeld inhoudsopgave beheerplan Introductie Totstandkoming project, initiatiefnemers, locatie van het voedselbos-park. De uitgangssituatie Bodemgesteldheid, wensen van omgeving, waterbeschikbaarheid, reeds aanwezige (en blijvende) planten, dieren, infrastructuur en omgevingsfactoren (toegankelijkheid voor zon, wind en (grond)water stromen). Missie, visie en doelstelling van het voedselbos-park Langetermijnvisie. Antwoord op vragen hoofdstuk 1.1. Verantwoordelijke en uitvoerende partijen Antwoord op vragen 1 t/m 4 hoofdstuk 1.1. Beheerregels voedselbos-park Omschrijf hier de beheerregels die voor jou voedselbospark relevant zijn (zie hoofdstuk 2). Voorbeeld inhoudsopgave onderhoudsplan Overzicht beheergroepen Omschrijf hier de beheergroepen die voor jouw voedselbos-park relevant zijn en het nodige onderhoud wat er bij iedere beheergroep gedaan moet worden (zie hoofdstuk 3). Jaarplanning Maak een overzichtelijke jaarplanning zoals in hoofdstuk 3.2 weergegeven. Onderhoudsactiviteiten en frequentie per beheergroep Zie hoofdstuk 3.2. Stappen plan per onderhoudsmaatregel Zie voorbeeld 3.2. Monitoren en evaluatie Beschrijf hoe de doelen gemonitord en geëvalueerd worden en hoe het onderhoud hierop aangepast zal worden. Zie beheergroep monitoring. 31
In het teken van stedelijke, duurzame en sociaal-maatschappelijke doelen

Voedselbossen Zuidoost-Nederland


Pagina 0
Pagina 2
Inhoudsopgave Voorwoord Sustainable Development Goals Inleiding 1. Curriculum Doel Resultaten Cursusaanbod Conclusies en aanbevelingen 2. Wet- en regelgeving Doel Defi nitie Resultaten Conclusies en aanbevelingen 3. Voorbeeld voedselbossen Doel Resultaten Beheerplan systematiek Plantensoorten Conclusies en aanbevelingen 4. Sociale en maatschappelijke doelen Doel Resultaten Conclusies en aanbevelingen 5. Bespaar- en verdienmodellen Doel Resultaten Conclusies en aanbevelingen 6. Bodem en water Doel Resultaten Conclusies en aanbevelingen 7. Kennisdeling Doel Resultaten 8. Communicatie Doel Resultaten Conclusies en aanbevelingen Projectproducten Kennisproducten Meer informatie Voorwoord Wat met een eenvoudige vraag begon is uitgegroeid tot een geweldig samenwerkingsverband. Hierbinnen is een schat aan kennis verzameld over voedselbossen in en aan de rand van een bewoonde omgeving. Met veel passie, energie en partners is van 2018 tot medio 2020 gewerkt aan het KCNL project ‘Voedselbossen Zuidoost-Nederland. Wat met een eenvoudige vraag begon, is uitgegroeid tot een geweldig samenwerkingsverband. Hierbinnen is een schat aan kennis verzameld over voedselbossen in en aan de rand van een bewoonde omgeving. Dit is gaandeweg het project een voedselbospark gaan heten. We zijn tevreden en trots dat we voedselbossen een stap verder hebben gebracht in de professionalisering door het ontwikkelen en ontsluiten van kennis met onderzoeken, rapportages en symposia. Op dit moment worden er in het hele land plannen gemaakt om te komen tot meer dan 1000 ha voedselbos in de komende jaren. In dit boekje worden in hoofdlijnen de projectonderdelen weergegeven met de belangrijkste resultaten. Voor meer informatie kun je googlen naar: CITAVERDE voedselbossen. Ger van Laak Projectleider CITAVERDE College “Voedselbossen Zuidoost Nederland” is een project vanuit het Kenniscentrum Natuur en Leefomgeving, projecteigenaar is CITAVERDE Bedrijfsopleidingen. 3
Pagina 4
Waarom Voedselbossen? Juist nu we wereldwijd zoekende zijn naar alternatieven en oplossingen voor een duurzame en leefbare planeet, is de interesse voor voedselbossen groot. Het primaire gedachtengoed achter een voedselbos was het verduurzamen van de landbouw en om ook op kleine schaal duurzaam voedsel te kunnen produceren. Gaandeweg zijn er echter meerdere functionaliteiten erkend welke alle terug te herleiden zijn naar de Sustainable Development Goals. Doelfactoren van Voedselbossen gerelateerd aan de Sustainable Development Goals Voedselproductie Recreatie Educatie Onderzoek Burgerparticipatie Klimaat Biodiversiteit Gezondheid Voedselproductie Een voedselbos kan, nadat het de tijd heeft gekregen om zich te ontwikkelen, seizoenaal een mooie oogst opleveren. In kleine gemeenschappen kan een voedselbos grotendeels voorzien in de voedselbehoefte. Voedselbossen leveren ook eten en leefruimte op voor fauna, die hierdoor een boost krijgt. In een stedelijke omgeving zal de productie niet voorzien in de totale voedselbehoefte. Echter hebben ook hier voedselbossen een grote waarde door hun voorbeeldfunctie van verantwoorde productie en consumptie. Door de nadruk te leggen op regionaal geproduceerd voedsel, biologische teelt en de ervaring van eten uit de natuur, wordt voor bezoekers en gebruikers van het voedselbos de herkomst van het voedsel belangrijk en zullen zij bewuster inkopen. Recreatie Recreëren in de vrije natuur wordt steeds belangrijker in ons dagelijkse leven. De mogelijkheid om te kunnen ontspannen in de buitenlucht draagt bij aan ons welbevinden en onze gezondheid. De bevolkingsgroei zorgt er met name in de steden voor dat er steeds minder ruimte voor natuur overblijft. Voedselbossen kunnen juist hier aangelegd worden met een dubbele functionaliteit zodat ze ook de mogelijkheid bieden om te wandelen en te genieten van fl ora en fauna. Openbare toegankelijkheid zorgt ervoor dat alle bevolkingslagen en leeftijdsgroepen toegang hebben om elkaar te ontmoeten. Ook buitensporten zouden een plek kunnen innemen binnen een voedselbos, gebruikmakend van de schaduw en rustgevende omgeving (e.g. yoga, pilates, meditatie, tai-chi). Educatie Voedselbossen zijn ideaal om doelgroepen bewust kennis te laten maken met duurzaam geproduceerd en gezond voedsel. Doordat voedselbossen aangelegd worden, kunnen ze zo worden ingericht dat ze toegankelijk zijn en educatie mogelijk wordt gemaakt. Kennis over gezond voedsel, een gezonde leefstijl, biodiversiteit, bodem, water, klimaat en duurzaamheid kunnen heel praktisch worden onderwezen. Ook in tijden van veranderende onderwijssystemen (blended learning, 21st century skills) alsook COVID19, zijn leslocaties in de praktijk en zelfs in de buitenlucht steeds meer gewenst. Voedselbossen zouden hiervoor met name in de stedelijke omgeving een mooie aanvulling kunnen zijn voor scholen en organisaties. Door scholieren en studenten te verbinden aan een voedselbos, zullen zij ook bewuster nadenken over klimaat en duurzaamheid. 4 Onderzoek Voedselbossen zijn een relatief nieuw fenomeen. Alhoewel met name in tropische zones al eeuwenlang ‘agroforestry’ wordt beoefend, heeft de industrialisatie ons in snel tempo geleid naar massaproductie en teelt met optimale opbrengsten. Steeds meer worden we ons bewust van de uitputting van intensief gebruikte grond en watertekorten. Monoculturen zijn kwetsbaar voor ziekten en extreme weersomstandigheden en zijn funest voor de biodiversiteit van onze wilde soorten (fl ora, fauna en fungi). Juist daarom zijn voedselbossen ontzettend interessant voor onderzoek. Kunnen voedselbossen bijdragen aan de vergroening van steden? Kunnen we voedselbossen multifunctioneel inrichten met zowel een hoge productie alsook een sociaal-maatschappelijke functie? Hoe kunnen voedselbossen zorgen voor stabiele populaties en functioneren als corridors tussen natuurgebieden? Burgerparticipatie Veel voedselbossen ontstaan vanuit collectieve initiatieven van burgers en organisaties. Door samenwerking tussen overheid, organisaties en burgers kan op een duurzame manier een voedselbos tot stand komen en doorgroeien tot een voedselproducerend bossysteem met meerdere functies. Daar waar vroeger veelal volkstuinen werden gebruikt om te kunnen tuinieren zonder eigen grond, zouden de voedselbossen deze functie kunnen overnemen. Daar waar een grote groep burgers samen de verantwoordelijkheid neemt om een voedselbos te onderhouden en de oogst te optimaliseren, kan de opbrengst verdeeld worden. Door activiteiten te organiseren in een voedselbos en kennis te delen aan een breed publiek, kunnen voedselbossen positief bijdragen aan het vormen van een veilige en saamhorige gemeenschap. Klimaat Een voedselbos heeft een directe impact op het lokale klimaat. Door de aanplant van een bos zal er bodemvorming plaatsvinden doordat het organische materiaal zich mengt met de ondergrond. Dit zorgt voor een betere bodemkwaliteit. Mede hierdoor en door de groei van boommassa vindt er CO² opslag plaats. Een bos dat opgebouwd is uit meerdere lagen zorgt voor een microklimaat. De schaduwrijke omgeving zorgt voor verlaging van de temperatuur en verkoeling van de omgeving. Het bos en de onderlaag houden water langer vast en zorgen voor een natuurlijke waterfi ltering. Doordat bossen CO² in de lucht weer omzetten in O², dragen ook voedselbossen op kleine schaal bij aan een betere luchtkwaliteit. Biodiversiteit De biodiversiteit staat enorm onder druk. Met name het verlies van natuurlijke habitat zorgt ervoor dat populaties versnipperd raken en met uitsterven worden bedreigd. Door de aanleg van voedselbossen kan er op kleine schaal meer natuur worden gecreëerd dat huis kan bieden aan diverse soorten. Ook kunnen voedselbossen bijdragen aan de verbindingen tussen (natuur) gebieden zodat de levensvatbaarheid van populaties vergroot kan worden. Met name vele vogel- en insectensoorten bevolken de voedselbossen al snel nadat deze worden aangelegd. Maar ook zoogdieren zoals eekhoorns en muizen worden tijdens de pioniersfase al vaker waargenomen. Hoe verder een voedselbos zich ontwikkelt en hoe groter dit bossysteem wordt, des te meer soorten en individuen kunnen worden waargenomen. Gezondheid Contact met de natuur zorgt voor meer geluk en vermindert stress. Het bevordert vitaliteit, creativiteit en stimuleert ontmoetingen tussen mensen. Gezonde voeding, sporten en ontspanning zijn alle drie belangrijke factoren voor een goede gezondheid en een groene omgeving stimuleert deze factoren. Met name in stedelijke gebieden is weinig ruimte om te genieten van een groene omgeving. Een voedselbos draagt bij aan een goede gezondheid en draagt bij aan de leefbaarheid van steden. Door informatieverstrekking, samen te werken met sportscholen en extra mogelijkheden zoals relaxplekjes en sporttoestellen in of rondom je voedselbos te integreren, zal deze functionaliteit ook snel worden benut. 5
Pagina 6
Inleiding Een voedselbos is een duurzaam voedselproductiesysteem dat als geen ander bijdraagt aan een gezonde bodem, het bodemleven, de Een voedselbos is een parkachtig landschap met de structuur van een bosrand. Er wordt altijd een combinatie van producten geteeld, zoals groenten, fruit, noten, kruiden, hout en vezels. Soms worden er ook dieren in gehouden. Er zijn allerlei nevendoelen aan te koppelen, zoals recreatie, educatie en sociale doelstellingen. 6 Uit een verkennend onderzoek van KCNL en CITAVERDE College blijkt dat er zowel bij de overheid, private instellingen als particulieren veel belangstelling is voor de aanleg van voedselbossen. Maar het blijkt ook dat de vele vragen die er nog zijn over dit onderwerp, een snelle ontwikkeling in de weg staan. Zo is er onvoldoende kennis over aanleg, beheer en doorontwikkeling. Ook is onbekend welke soorten en rassen zich het beste lenen voor een voedselbos. De huidige wetgeving maakt voedselbossen lastig implementeerbaar. Daarnaast ontbreekt het inzicht hoe voedselbossen zijn te koppelen aan sociale, maatschappelijke en recreatieve doelstellingen. In dit project ligt de focus vooral op voedselbossen in relatie tot stedelijke opgaven en sociaal-maatschappelijke problematiek en niet primair op voedselproductie. In een ander KCNL-project ligt de focus vooral op voedselproductie en transitie van landbouw of bosbouw naar voedselbossen of Agroforestry. Zie voor meer informatie www.kcnl.nl. Het project Voedselbossen Zuidoost Nederland heeft als doel deze ontbrekende kennis te ontwikkelen en breed beschikbaar te maken voor alle partijen. Dit is gedaan in acht deelprojecten: Curriculum Wet- en regelgeving Voorbeeld voedselbossen Sociale en maatschappelijke doelen Bespaar- en verdienmodellen Bodem en water Kennisdeling Communicatie 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. In dit boekje vind je de resultaten van deze deelprojecten. Alle producten die zijn ontwikkeld in het kader van dit project zijn in te zien en/of te downloaden via www.citaverde.nl/voedselbossen. Google op: CITAVERDE+voedselbossen Met deze uitgave wordt het tweejarig project ‘Voedselbossen Zuidoost Nederland’ afgesloten. 7
Pagina 8
Hoofdstuk 1 Curriculum Doel De opdracht binnen het pro cursusprogramma’s en cursu gekeken of het starten met e haalbaar is. Voor beide ople concept curriculum uitgewe en kunnen, aangevuld met e welke wijze deze wensen van volgens de gebruikelijke stru oject was een curriculum te ontwerpen en daarnaast pen en daarnaast sussen aan te passen rond het thema voedselbossenma voedselbossen. Er is een MBO niveau 3 en 4 opleiding g ‘Voedselparkwachter’ eidingen is, onder leiding van Helelicon MBO Tilburg een erkt. Er is geïnventariseerd wat dt de student moet kennen een gewenste houding. Vervolgegens is beoordeeld op anuit de markt kunnen worden vn verankerd in een opleiding ructuren binnen MBO-opleididingen. Subdoelen 4.7: Deze opleiding geeft studenten kennis over duurzame ontwikkelingen en duurzame levensstijlen. 12.8: Via de opleiding wordt relevante kennis over duurzaam voedsel produceren verspreid. Resultaten MBO Binnen het MBO wordt gewerkt met kwalifi catiedossiers. Hierin wordt beschreven wat een afgestudeerde beroepskracht moet kennen en kunnen. Er is voor gekozen om aansluiting te zoeken bij bestaande dossiers omdat dit de snelste weg tot realisatie is. Randvoorwaarde is dat het bestaande kwalifi catiedossier hier voldoende aanknopingspunten voor biedt. Dit geeft twee mogelijkheden: Kwalifi catiedossier Vakbekwaam medewerker natuur, water en recreatie (Crebonr. 25620) Niveau 3 BOL. Nadruk op praktijk/uitvoering, minder op bedrijfsvoering. Kwalifi catiedossier Opzichter/uitvoerder groene ruimte (Crebonr. 25617) Niveau 4 BOL. Nadruk op kennis, minder op praktijk/uitvoering. 1. 2. Afb. Vijgenplant 8 Op basis van deze kwalifi catiedossiers zijn 2 conceptcurricula ontwikkeld op niveau 3 en 4. Deze zijn zowel tot een BOL- als BBL- variant uit te werken. Stagemogelijkheden De Wet educatie en beroepsonderwijs verplicht MBO-studenten het praktijkgedeelte van hun opleiding te volgen bij een erkend leerbedrijf. Dit noemen we de beroepspraktijkvorming (bpv). De erkenning van leerbedrijven gebeurt door SBB. SBB geeft aan dat op dit moment slechts enkele voedselbossen erkend zijn als leerbedrijf in Zuid-Nederland. Er moeten dus meer bedrijven erkend worden. Verder worden veel van deze locaties gerund door vrijwilligers. Hiermee is niet altijd een goede praktijkbegeleiding gegarandeerd. De werkzaamheden bij de voedselbossen moeten matchen met het dossier. Doorstroom HBO Naast de doorstroom van MBO-leerlingen naar bestaande HBO-opleidingen is ook nagegaan in hoeverre er nu mogelijkheden zijn voor een gerichte doorstroom rond het thema ‘voedselbossen’. HAS Hogeschool in Den Bosch oriënteert zich momenteel of en op welke wijze er invulling gegeven kan worden aan dit thema. Zij zijn betrokken bij diverse voedselbos-initiatieven en hebben menskracht vrijgemaakt om de vormgeving van dit thema (op welke wijze dan ook) ter hand te nemen. Van Hall Larenstein heeft dit onderwerp nu vooral vormgegeven door samen met studenten van bestaande opleidingen projecten uit te voeren op het gebied van voedselbossen / agroforestry. Een specifi eke opleiding op het gebied van voedselbossen / agroforestry ligt vooralsnog niet in de lijn der verwachtingen. Het thema wordt nu, naast de projectmatige invulling, wel aangeboden binnen de master ‘Agricultural Production Chain Management’. Cursusaanbod Op basis van het ontwerp van het curriculum zijn cursorische modules op te zetten. De volgende modules zijn in de werkgroep geopperd: Er wordt ook potentie gezien in een bijscholing / nascholing bij groenbedrijven, gemeenten en waterschappen. Het is goed om deze partijen te benaderen om na te gaan of zij kandidaten voor de opleiding of cursorische trajecten hebben. Er worden in de werkgroep voor cursorische trajecten kansen gezien in de volgende doelgroepen: • Werknemers van hoveniersbedrijven • Particulieren & bewoners • Gemeenteambtenaren/medewerkers waterschappen Ontwerpen voedsellandschappen Financiering van voedsellandschappen Algemeen aandachtspunt Binnen de projectgroep is aangegeven dat er door de toenemende belangstelling voor voedsellandschappen ook initiatieven in de markt verschijnen waarbij de kwaliteit discutabel is. Het is belangrijk om blijvend zorg te dragen voor een hoge kwaliteit. Het geeft maar weer eens aan hoeveel behoefte er is aan gebundelde kennis over dit thema. Vermarkten van producten Verwerking producten uit het voedsellandschap, bijv. walnotenolie Conclusies en aanbevelingen Er zijn twee opleidingen MBO niveau 3 en 4 uitgewerkt. Er loopt overleg om met de opleidingen te starten in Tilburg, Velp en Roermond vanaf augustus 2021. Daarnaast is er overleg met het bedrijfsleven om deze opleidingsconcepten gezamenlijk in te vullen. Oriëntatie op voedsellandschappen, beginnerscursus Basiscursus beheer bijv. bomen zoals noten, appels, kersen, pawpaw etc. Een volgende stap is een aansluitende opleiding op HBO-niveau. Dit moet nog verder onderzocht worden. De werkgroep ziet ook een markt in het aanbod van cursorische modulen. De haalbaarheid van cursussen moet verder onderzocht worden. 9
Pagina 10
Wet- en regelgeving Doel Er is een inventarisatie gemaakt van gemeentelijke, provinciale, landelijke en Europese regelgeving waar initiatiefnemers van voedselbossen mee te maken kunnen krijgen. Vaak is het niet duidelijk wat er nu precies wel en niet mag op een bepaalde plek. Welke wet- en regelgeving van toepassing is, is erg afhankelijk van de exacte plannen van de initiatiefnemer op die locatie. Daarom gaan we in dit deelproject ‘Wet- en regelgeving’ uit van een voedselbos volgens de definitie van Green Deal Voedselbossen. Subdoelen 16.b De inventarisatie in groene wetgeving maakt duidelijk welke obstakels er voor voedselbossen zijn. Dit helpt hopelijk mee om oneerlijke situaties tegen te gaan. Definitie volgens de Green Deal Voedselbossen voed·sel·bos “Een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige soorten, waarvan delen (vruchten, zaden, bladeren, stengels ed.) voor de mens als voedsel dienen. Met aanwezigheid van: een kruinlaag van hogere bomen; minimaal 3 van de andere niches of vegetatielagen van resp. lagere bomen, struiken, kruiden, bodembedekkers, ondergrondse gewassen en klimplanten en een rijk bosbodemleven. Een voedselbos heeft een robuuste omvang, d.w.z. een oppervlakte van minimaal 0,5 ha in een ecologisch rijke omgeving; in een ernstig verarmde omgeving is een minimale oppervlakte tot 20 hectare vereist.” Afb. Voedselboslagen 10 Hoofdstuk 2 Resultaten In het hiernavolgende wordt beschreven met welke wet- en regelgeving op gemeentelijk, provinciaal, nationaal en Europees niveau rekening moet worden gehouden. De wet- en regelgeving die een initiatiefnemer bij de realisatie van een voedselbos tegenkomt kan erg diffuus zijn. Dit maakt dat de inventarisatie niet uitputtend is. Ook met betrekking tot de bekeken ruimtelijke- en natuurwetgeving vormt het geen uitputtend naslagwerk. Het is opgesteld om initiatiefnemers een idee te geven waar qua wet- en regelgeving allemaal aan kan worden gedacht. Het is van belang te beseffen dat meer wet- en regelgeving aan de orde is dan in de inventarisatie wordt genoemd, vooral wanneer combinaties met bijvoorbeeld bebouwing en wateropgaves aan de orde zijn. Aan de informatie in dit overzicht en de hierin genoemde bronnen kunnen geen rechten worden ontleend. Gemeentelijk Bestemmingsplannen Het beste startpunt om een beeld te krijgen of een bepaalde locatie geschikt is voor een voedselbos, is het bestemmingsplan van de gemeente. Dit kun je inzien via www.ruimtelijkeplannen.nl. Een bestemmingsplan wijst de bestemming van gebieden aan en stelt per bestemming, regels ter behoud en bescherming van gebieden. Het bestemmingsplan is een juridisch bindend document dat is vastgesteld door de lokale gemeenteraad. Het geldt voor zowel de overheid als burgers, boeren en bedrijven. In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en de bouwmogelijkheden vastgelegd voor een gebied. Het bestaat uit een plankaart, regels en een toelichting (ruimtelijke onderbouwing). Of voedselbossen al dan niet “probleemloos” op een locatie kunnen worden aangelegd is afhankelijk van de bestemming, dubbelbestemming en/of aanduiding(en) en de bijbehorende regels. Als de locatie een agrarische bestemming heeft en niet binnen het Natuurnetwerk Nederland ligt, is het goed om te kijken of er nog aanvullende waarden benoemd zijn en of de gemeente specifieke bepalingen heeft opgenomen die de aanleg in de weg kunnen staan. Is dit niet het geval, dan is ‘agrarische bodemexploitatie met bijbehorend groen’ vrijwel overal toegestaan. Als bedrijf kun je mogelijk in aanmerking komen voor Bedrijfstoeslagrechten onder de nieuwe gewascode 1940. Teelt van eenjarige gewassen en het houden van vee in het voedselbos zijn hierin uitgesloten. Provinciaal Omgevingsverordeningen In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan regels over de fysieke leefomgeving vermeld. Afhankelijk van het initiatief, kunnen verschillende artikelen uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 van toepassing zijn. Zo worden in de Omgevingsverordening Limburg 2014 vrijstellingen m.b.t. ontheffingen voor soortenbescherming genoemd en zijn er regels over houtopstanden in opgenomen. Ook is er bijvoorbeeld het beschermingsregime voor de Goudgroene natuurzone, Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene Landschapszone in de Omgevingsverordening Limburg 2014 opgenomen. In de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn, net zoals in de Omgevingsverordening Limburg 2014, regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. Regels die mogelijk relevant zijn, hebben met name betrekking op ontwikkelingen waarvoor een wijziging van de bestemming nodig is of een omgevingsvergunning voor afwijking dient te worden afgevraagd. 11 11
Pagina 12
Omgevingsvisies Het beleid dat aan de Verordeningen ten grondslag ligt, wordt genoemd in de provinciale omgevingsvisies: Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 en Omgevingsvisie Brabant. Deze geven de ambities van de provincie voor een goede fysieke leefomgeving weer. Provinciaal Natuurnetwerk Uit het bestemmingsplan kan blijken dat een locatie met bestemming natuur tevens een onderdeel is van het Nederlands Natuurnetwerk, (voorheen EHS, NNB in Brabant en GNN in Gelderland). Als de beoogde locatie binnen een provinciaal natuurnetwerk valt zijn er specifi eke natuurdoelen toegekend: de zogenaamde natuurdoeltypen. Deze natuurdoeltypen zijn vastgelegd in een natuurbeheerplan en geven meer of minder ruimte om een voedselbos te realiseren met bepaalde soorten beplantingen. Waterschapsverordening De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater binnen het beheergebied van een waterschap. Elk waterschap heeft zijn eigen verordening. Het doel is om de waterstaatkundige functies van dijken, watergangen, beekdalen en buffers te beschermen. In zones rond dijken, het watervoerende deel van watergangen, onderhoudspaden en waterbuffers en inundatiegebieden zijn obstakels zoals bomen meestal ongewenst. In overleg met het waterschap kan worden bepaald wat wel mogelijk is. Buiten deze gebieden zien de waterschappen vooral veel meerwaarde in voedselbossen als vorm van klimaatadaptatie en als een grondgebruik dat de waterkwaliteit verbetert. Nationaal (en de EU-regelgeving die daaraan ten grondslag ligt) Wet natuurbescherming Deze wet ziet toe op de bescherming van de natuur. De wet vormt samen met het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming de Nederlandse vertaling van de Unierechtelijke Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Er worden onder meer regels gegeven met betrekking tot Europese bescherming van natuurgebieden: de Natura 2000 gebieden. Dit wordt gebiedsbescherming genoemd. Daarnaast komen regels over de bescherming van bepaalde dieren en planten aan bod: de soortenbescherming. Voor het overgrote deel zijn Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten van de provincies het bevoegd gezag wanneer het op natuurbescherming aankomt. Zij mogen ook beleid hieromtrent opstellen. In het kader van voedselbossen is het bijvoorbeeld relevant om te weten of er beschermde dieren of planten op de beoogde plek van het voedselbos leven. Het is volgens de wet immers - onder andere - verboden de soorten te verstoren of hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te vernielen of te beschadigen. Ook is relevant of de initiatiefnemer het voedselbos in of nabij een Natura 2000 gebied wil realiseren. In (maar soms buiten) deze Europees beschermde natuurgebieden is het verboden om activiteiten te verrichten die de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten kunnen verslechteren of een ‘signifi cante verstoring’ kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Dit is beschreven in het bijbehorende beheerplan. De provincie is het bevoegd gezag voor ontheffi ngen of vergunningen voor een ingreep in of nabij Natura 2000 gebieden. De Wet Natuurbescherming geeft ook regels over houtopstanden. Hierin is de bescherming van het areaal bos vastgelegd. Een bos heeft minimaal een omvang van tien are of bevat meer dan 20 bomen op een rij. Deze regels kunnen van toepassing zijn als sprake is van het vellen van een houtopstand. Of er een meldingsplicht, herplantplicht of andere verplichtingen gelden, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Gaat het om houtopstanden binnen de bebouwde kom? Dan is niet de Provincie aan zet, maar moet in de lokale kapverordening van de gemeente worden gekeken. De lokale kapverordening geldt binnen en buiten de bebouwde kom en bij bestemming natuur kunnen dus ook de regels van de Wet Natuurbescherming van kracht zijn. 12 Bos op landbouwgrond is in een aantal gevallen uitgezonderd van de Wet Natuurbescherming. Er mogen in dat geval niet meer dan 50 bomen per hectare staan. Dit mogen dan alleen vruchtbomen (fruit en noten), windbeschermings plantgoed, kweekgoed, biomassaproductie plantgoed (populier, wilg, els en es) en populieren en wilgen langs wegen of de randen van het perceel zijn. Als je andere soorten of combinaties aanplant, valt het gebied wel onder de Wet Natuurbescherming (o.a. Houtopstanden, Soortenbescherming). Let erop dat je ook ontheffi ng van de herplantplicht aanvraagt. Je loopt anders het risico dat een terrein, als er vele jaren bos op staat, uiteindelijk ook de bestemming natuur krijgt. Indien sprake is van een houtopstand en je gaat bomen kappen, moet je rekening houden met het tijdig doen van een kapmelding (bij grotere ingrepen in het kronendak) en de herplantplicht (onder andere herplanten binnen 3 jaar). Blik op de toekomst: de Omgevingswet In de nabije toekomst wordt de regelgeving voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water gebundeld in de Omgevingswet. Dit wil zeggen dat een aantal wetten zullen verdwijnen en plaats zullen maken voor deze integrale wet. Er zal dan slechts één wet zijn en er komen vier nieuwe algemene maatregelen van bestuur. Dit zijn: 1. 2. 3. 4. Conclusies en aanbevelingen Er is een beslisboom ontwikkeld voor initiatiefnemers, rondom alle wetgeving die van toepassing is op voedselbossen. Het feit dat er geen duidelijke wetgeving bestaat voor voedselbossen biedt ook ruimte voor fl exibiliteit. Tips Neem op tijd contact op met de gemeente als eerste aanspreekpunt. Sluit aan op de speerpunten van de gemeente. Een voedselbos kan raakvlakken hebben met meerdere beleidsterreinen. Het kan helpen als de gemeente kan meedenken in ontwerp en inrichting zodat de gemeentelijke doelen kunnen meeliften. Het Omgevingsbesluit (Ob) Het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) Het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) Als laatste is er een ministeriële regeling in de maak: de Omgevingsregeling. Door middel van aanvullingswetten zullen wetten als de Wet Natuurbescherming en de Wet Bodembescherming uiteindelijk ook in de nieuwe wet worden verankerd. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien op 1 januari 2022, maar dit is een streefdatum. Tegelijk met de invoering van de Omgevingswet worden ook lokale wet- en regelgeving hierop aangepast. In plaats van in een ‘bestemmingsplan’ zul je dan in het gemeentelijk ‘Omgevingsplan’ moeten kijken. De huidige Provinciale Verordeningen maken tegen die tijd plaats voor de Provinciale Omgevingsverordeningen. Het hierboven geschetste kader wordt zodoende in een ander jasje gestoken. 13 13
Pagina 14
Voorbeeld voedselbossen Doel We willen leren van andere projecten. Er is daarom gekozen voor het uitwerken van voorbeelden van voedselbossen. Daarbij is gekeken naar verschillende uitgangsposities zoals agrarisch terrein of traditionele boomgaard. Ook is er behoefte aan voorbeelden van goede beheer- en beplantingsplannen. Met deze uitwerking kan ervaring worden opgedaan en draagvlak worden gecreëerd. Hoofdstuk 3 14 Subdoelen 2.4: Deze vorm van landbouw tast geen ecosystemen aan. Verder biedt hij mogelijkheden om de voedselproductie omhoog te brengen op locaties waar nu geen voedsel geproduceerd wordt. 2.5: Voedselbossen kennen een grote biodiversiteit en helpen deze te behouden. 11.4: Ze helpen natuurlijk erfgoed en de culturele rijkdom te behouden. Resultaten In het project zijn acht voorbeelden van voedselbossen opgenomen. Wat het lastig maakt is dat de meeste terreinen jonger zijn dan twee jaar of zelfs nog aangelegd moeten worden. Van de hieronder weergegeven voedselbossen is de meeste informatie beschikbaar. Voorbeeld plaats Uitgangsituatie Aangelegd Voedselbos Peppelhof Castenray Kale agrarische grond 13 ha 2018 Oude boerderij met volwassen houtwal aan de randen. Met klein stukje naaldbos. Het voedselbos wordt met name in het midden aangelegd. Voedselbos Volmeer Sint-Michielsgestel Kale agrarische grond 0,8 ha 2018 Voorheen: Mais perceel WS De Dommel. In 2018 aangeplant. Voedselbos Beek Beek Boomgaardm 0,6 ha Boomgaard ±1930 / Voedselbos oktober 2015. Oude fruitboomgaard op löss met pinksterbloemen en een oude haag met veel rozen. Om het terrein vnl agrarisch gebied. Inmiddels alle lagen goed ontwikkeld. Provincie Belangrijkste thema(s) Limburg Burgerparticipatie / biodiversiteit / educatie / voedselproductie. Fase project ontwerpfase + aanplantfase Er zijn al volwassen houtwallen om het terrein heen. Gestart in 2019. Ontwerp af Beplantingsplan Beheerplan Onderhoudsplan Verdienmodel Ja: concept Ja: concept Ja: concept Nee Ja: bespaarmodel Ja Ja Ja Nee Ja: productie Gestart in 2018. Noord-Brabant Educatie en uiteindelijk voedselproductie. Limburg Biodiversiteit, educatie, recreatie, voedselproductie eigen gezin. Bestaand voedselbos Oude aanplant 30-80 jaar. Gestart 2015 voedselbos. Ja Ja Ja: concept Ja: concept Ja: bespaarmodel Ja Ja Ja: concept Nee Nee: bespaarmodel Ja: concept Ja: concept Nee 15 Nee Ja: bespaarmodel Voedselbos Sualmana Swalmen Voedselbos 0,5 ha 1995 Is het oudste voedselbos in Nederland. Helaas is het voedselbos een lange tijd in verval geweest, maar in 2013 is Hetty Adams begonnen met het terrein op te knappen. Een arme zandgrond. Limburg Biodiversiteit en educatie. Bestaand voedselbos gestart 1995. Richting 20 jaar. Voedselbos Velden Velden Park 0,3 ha 2019 Een Voedselbospark dat gevormd wordt doo een burgerinitiatief in Gemeente Velden. 12.2. Voedselbossen helpen mee duurzaam en effi ciënt voedsel te produceren. Limburg Educatie, beleving en recreatie . Aanlegfase. Gestart 2019.
Pagina 16
Beheerplan systematiek Binnen de agroforestry en voedselbosbeweging lopen de meningen uiteen over de mate van beheer van voedselboe van beheer van voedselbossen. Dit varieert van zeer extensief tot intensief onderhoud. Op dit moment lopen er diverse initiatieven van organisat studenten om deze visies uit te werken in beheerplannen. Hieronder staat een korte opsomming van de beheerpverse initiatieven van organisaties enkorte opsomming van de beheerprincipes. Deze zijn uitgesplitst in: • aanloopbeheer, de eerste vijf jaar, gericht op het duurzaam vestigen va n van het voedselbos. • vervolgbeheer, dat al naar gelang doelen en wensen meer of minder intensief vormgegeven kan worden.nder intensief vormgegeven kan worden Aanloopbeheer, jaar 0-5 Bedoeld om na de eerste aanplant van het voedselbos de jong geplante bomen en struiken te verzorgen en ervoor te zorgen dat ze de eerste kwetsbare jaren doorkomen. Kernwoorden; intensief onderhoud, lage productie. • evt. jaarlijks mulchen, met bv. houtsnippers rondom de jonge boompjes • bramen en rozen verwijderen, tenzij ze daar gewenst zijn • haagwinde, kleefkruid, brandnetel en andere overwoekerende soorten verwijderen Minimaal vervolgbeheer, vanaf jaar 5 Na de eerste fase is de aanplant van het voedselbos aangeslagen en is minder onderhoud nodig. Hoe ouder het bos, hoe hoger de productie. De bessenproductie komt als eerste op gang, gevolgd door het fruit en tot slot de noten. Kernwoorden; extensief onderhoud, hoge productie. • bramen, rozen en brandnetels onder controle houden • exoten controleren en waar nodig onder controle houden • leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (alleen in hoofdlijnen, zodat de planten gezond Aanvullend vervolgbeheer, vanaf jaar 5 Na de eerste fase is de aanplant van het voedselbos aangeslagen en is minder onderhoud nodig. Hoe ouder het bos, hoe hoger de productie. De bessenproductie komt als eerste op gang, gevolgd door het fruit en tot slot de noten. Kernwoord; veel onderhoud, maximale productie. • bramen, rozen en brandnetels onder controle houden • evt. haagwinde en hop onder controle houden • exoten controleren en waar nodig onder controle houden • overige ongewenste soorten kleinhouden • evt. planten, inzaaien, verplanten van kruidachtige planten • evt. bestuiven • leiden en snoeien klimplanten, struiken en bomen (erop gericht dat producten van een goede kwaliteit zijn) 16 • hakhout bijhouden (6-15 jaar) • oogsten • ziektes en plagen monitoren en evt. wijzigingen in terrein aanbrengen • paden onderhouden • wildbescherming onderhouden of verwijderen • aanvullen nutriënten indien gewenst, door externe aanvoer (bv. steenmeel) blijven) • oogsten • paden onderhouden • wildbescherming onderhouden of verwijderen • paden onderhouden • wildbescherming • planten, inzaaien en vervangen van planten die doodgegaan zijn • water geven indien nodig Afb. Stichting Phien minimaal beheer Afb. Voedselbos Beek Binnen dit project zijn een format beheerplan voedselbos, PowerPoint ‘Beheer Voedselbos’ en twee Excel-bestanden: ‘Voedselbos houtige beheer & oogsten’ en ‘Voedselbos beheer planning’ ontwikkeld. Hierin worden handvatten aangereikt bij de keuze van de beheervorm. Plantensoorten De keuze van de plantensoorten hangt af van de doelstellingen voor het terrein. Er worden combinatiesties geplant van eetbare producten, hout producerende nde planten, stikstofbindende planten en soorten dien die de biodiversiteit een positieve duw in de rug geg geven. Er zijn een aantal projectproducten ontwikkeld die bij cten ontwikkeld die bij deze keuze kunnen helpen: • Voedselbos plantsoenlsoenlijst • Voedselbos houtige beheer & oogsten outige beheer & oogsten • Pawpaw rasserassen • Walnootachtigen soorten, rassen en Juglone alnootachtigen soorten, rass • Tamme kastanje rassen • PoerPoint Beheer PowerPoint Beheer voedselboss • Kwekers voedselbosplantsoen • 8 uitgewerkte plantcombinaties • Format ontwerp- en beplanting es gsplan r oedselbossen ssen Conclusies en aanbevelingen aanbevelinge Uit dit project blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen voedselbossen, vanuit het oogpunt v verdienmodel, beheer en sociale aspecten. blijkt dat er grote verschillen bestaan elbossen, vanuit het oogpunt van odel, beheer en sociale aspecten. Het project heeft veel documentatie opgeleverd eer, rassen en plan Op basis van deze resultaten moeten er be t heeft veel documentatie opgeleverd over beheer, rassen en plantlijsten. Op basis van deze resultaten moeten er beheerplannen en getest worden. Hiervoor ka uitgewerkt en getest worden. Hiervoor kan het format plan voedselbos gebruikt worden. beheerplan voedselbos gebruikt worden. Op termijn t dit een adequaat voedselbos-behee het project voedselbossen een bijgewerkte versie 2020 beschikbaar. Tips • Bepaal, voordat je aan de slag gaat t met het ontwerp- en beplantingsplan, welklk verdienmodel en beheer van toepassing zijn. • Verdiep je in soorten en rassen. BBepaal wat bij je wensen past (beheer / doelstellingngen). • Plant in fases aan zodat je de juistete org knt Plant in fases aan z zodat je de juistete zorg kunt geven aan je aanplplant. Anders looop je het risico dat veel planten dooddgaan, doordat zze bijvoorbeeld t ze geen water kkrijgen. levert dit een adequaat voedselbos-beheerplan op. Op e site van CITAVERDE Bedrijfsopleidi de site van CITAVERDE Bedrijfsopleidingen is onder het project voedselbossen een bijgewerk Afb. voedselbosklimplanten siberische kiwi Afb. voedselbosbomen tamme kastanje Afb. voedselbosstruiken pawpaw
Pagina 18
Sociale en maatschappelijke doelen Doel Er is behoefte aan kennis hoe voedselbossen gekoppeld kunnen worden aan sociale, maatschappelijke en recreatieve doelstellingen. Hoe kun je burgers, vrijwilligers en bewoners bereiken, binden, boeien, begeleiden en behouden om samen een voedselbos in stand te houden? 18 Hoofdstuk 4 Subdoelen Het voedselbos wordt op korte termijn gerealiseerd. 2.2: Deze systemen helpen mensen gezonder te eten. 2.3: Er is ook een eerlijker verdienmodel mogelijk. 11.3: Voedselbossen lenen zich uitstekend in duurzame stadsontwikkelingen en maken het burgers mogelijk om te participeren. 11.7: Ze brengen mensen bij elkaar en dragen bij aan een gezonde leefomgeving. Resultaten Om antwoord op deze vragen te krijgen is het project meegelift op plannen voor een voedselbos in Weert. De Gemeente Weert heeft vergevorderde plannen voor de aanleg van een voedselbos en ziet dit als een kans voor een groene verbinding tussen stad en platteland. Deze gedachte is meegenomen in het maken van een inrichtingsplan voor de stadsrandzone Weert Zuid. Studenten van HAS Hogeschool hebben dit verder uitgewerkt in een ‘Landschapsplan’. Het gebied is geanalyseerd, thema’s zijn bepaald en kansen en knelpunten zijn in kaart gebracht. Er is gekeken wat burgers hiervan vinden, maar het fenomeen ‘voedselbos’ is nog betrekkelijk nieuw en leeft niet als zodanig bij burgers. Toch is de verwachting dat een voedselbos een zinvolle bijdrage kan leveren aan het betrekken van burgers bij hun omgeving. Uit de wijkanalyse, aanvullende gesprekken en een feestelijke middag, bleek dat er behoefte is aan meer recreatieve mogelijkheden, ook op het gebied van voedselproductie. Dit past precies binnen een voedselbos. Verschillende stakeholders willen nu concrete acties zien. Zaken die genoemd worden zijn: herkenbare locaties, activiteiten, aandacht voor veiligheid, bereikbaarheid, voedselbos en moestuin. Ze willen ook professionele hulp voor vrijwilligers. Gemeente Weert gaat nu in samenwerking met coöperatie Bosgroep Zuid Nederland een voedselbos realiseren, waarbij het uitgangspunt is dat ideeën van burgers en verenigingen uit de nabij gelegen wijken een plek krijgen in de inrichting en het vervolgbeheer. Een belangrijk doel van het voedselbos is in elk geval educatie. Het moet ook aantrekkelijk zijn voor kinderen. Bosgroep Zuid Nederland begeleidt het proces vanaf de eerste ideeën tot aan de realisatie. De Bosgroep gaat het volgende doen: • Uitwerken inrichtingsplan voedselbos • Terugkoppeling inrichtingsplan en burgers • Organisatie van het vervolgbeheer vormgeven • Samen planten De Bosgroep stimuleert burgerparticipatie: niet alleen meepraten, maar vooral ook meedoen! In het vervolgtraject wordt gekeken naar de rol van de gemeente hierin. Handboek voor actieve burgers In een afstudeerproject van Hogeschool Van Hall Larenstein heeft Heleen Verbeek een handboek ontwikkeld dat burgers begeleidt bij de ontwikkeling van een gezamenlijk voedselbos. Onder de titel ‘Stappen voor het opzetten van een gemeenschappelijk voedselbos in je eigen buurt’ wordt in zes stappen (idee, draagvlak, plan, geld, uitvoering en beheer) praktische informatie gegeven voor het opzetten van een voedselbos. Conclusies en aanbevelingen Om genoeg draagvlak te creëren is het belangrijk burgers inspraak te geven. Bij de ontwikkeling van het beheerplan is het belangrijk dat dit geschikt is voor verschillende doelgroepen. De ontwikkeling van het voedselbos in de wijk in Weert moet gevolgd worden. Dit levert extra inzichten op het gebied van betrokkenheid van burgers en de mogelijkheden van maatschappelijke doelstellingen. Er zal gekeken worden hoe sociaal-maatschappelijke doelen in een voedselbos in een landelijk gebied kunnen worden verwezenlijkt. Het door Heleen Verbeek ontwikkelde handboek wordt verder uitgetest. Tips • In een voedselbos gericht op participatie is het k, goed om in het ontwerp een ontmoetingsplek, enkele brede verharde paden en educatieve e demonstratie zone op te nemen. • Betrek omwonenden en scholen bij de aanplant. Samen planten verbindt. Betrek omwonenden en scholen bij de aa Sa • Vergeet niet grote en kleine successen te vieren! ergeet niet grote en kleine successen te 19
Pagina 20
Bespaar- en verdienmodel Doel Er is veel belangstelling voor voedselbossen. De voordelen op het vlak van biodiversiteit, klimaatadaptatie (en andere opgaven waar voedselbossen aan bij kunnen dragen) zijn veelbelovend, maar er is nog weinig duidelijk over het verdienmodel. Meer inzicht hierin is essentieel om de kansrijkheid van voedselbossen als agrarisch productiesysteem goed te kunnen begrijpen. HAS Hogeschool heeft verschillende onderzoeken gedaan naar de verdienmodellen van voedselbossen. Subdoelen 8.3: Voedselbossen bieden de potentie om nieuwe en mooie banen mee te realiseren. 8.4: Voedselbossen helpen economische groei en verdere achteruitgang van het milieu te ontkoppelen. Resultaten Voedselbossen zijn er in allerlei soorten en maten. Ook de verdienmodellen van voedselbossen kunnen op verschillende manieren functioneren. HAS-studenten hebben op basis van een uitgebreide analyse een kwadrant ontwikkeld waarin ieder voedselbosproject geplaatst kan worden: 3 Individual capital 2 1 Produced capital Products (simple, unformity value) Ecosystem services (biodiversity values) Natural capital 0 -1 -2 Social capital -3 20 20 -3 -2 -1 0 1 2 3 Hoofdstuk 5 Community oriented Self-reliance Individual capital Short chain Rentability Risk management (diversifi ed production) Production of specialty and regular products Produced capital Resilience Creation of beatufi ul an healthy landscape Effi cient use of ecosystem services Connection nature and agriculture Consultancy and research Products (simple, unformity value) Tastier and healthier food products Social involvement in farming activities Connectiong producer and consumer Recreational purposes Social capital Een project kan binnen de verschillende kwadranten worden geplaatst. Deze positionering helpt mee in het bepalen van de mogelijkheden voor het verdienmodel. Voor het project is onderzoek verricht aan de hand van een tweetal casussen: ‘Voedselbos Schijndel’, nu het grootste voedselbos van Nederland en het concept van Stichting Phien, waarbij een gezin zo veel mogelijk zelfvoorzienend kan wonen en leven rondom 1 hectare voedselbos. De inzichten uit deze twee projecten zijn vervolgens doorvertaald naar een meer generiek model. Ecosystem services (biodiversity values) Natural capital Care for the less fortunate in society Adding a plus to nature Education and knowledge exchange Community Building Individual capital Individual capital Produced capital Natural capital Produced capital Natural capital Social capital Social capital Voedselbos Phien Voedselbos Schijndel 21 21 Community oriented Self-reliance
Pagina 22
De belangrijkste inzichten van het onderzoek zijn onder meer: Na 20 jaar hebben voedselbossen een hogere rentabiliteit dan de meest gangbare landbouw. De aanloopperiode vormt echter een groot obstakel: de terugverdientijd kan tot wel 20 jaar bedragen. Dit komt door de benodigde investeringen en doordat veel gewassen de eerste jaren geen of weinig productie hebben. Crop Food forest Potatoes Strawberries Maize Rentability/Ha/year €6300,€3885,€2723,€908,Belangrijkste parameter die de terugverdientijd kan verbeteren is de te behalen prijs. Bij een prijspeil zoals groothandelsprijzen bedraagt de terugverdientijd 20 jaar. Wanneer een voedselbos prijzen behaalt zoals reguliere akkerbouwgewassen is de rentabiliteit nog steeds positief, maar worden de aanloopkosten nog later terugverdiend. Bij supermarktprijzen is de terugverdientijd slechts 7 jaar. Om hogere prijzen te behalen moet men ook anders naar de waardeketen kijken. Denk bijvoorbeeld aan nauwe samenwerking binnen een bestaande waardeketen of door zelf een actieve rol te spelen en binnen een korte(re) keten te werken. Price level Return on investment (years) Agricultural price (KWIN, 63%) Wholesale price (100%) Supermarket price (226%) 40+ 20 7 Ook kunnen nieuwe concepten met een hogere toegevoegde waarde bijdragen aan de gerealiseerde prijs, bijvoorbeeld door zelf verwerkingsstappen uit te voeren of door het neerzetten van een merknaam. Voedselbossen lijken bij uitstek geschikt om hogere prijzen te realiseren. Meer inzicht in de prijselasticiteit bij een sterke stijging van het aanbod, en daarmee de opschaalbaarheid, vergt nog nader onderzoek. 22 Het maken van combinaties met aanvullende bespaarof verdienmodellen (zoals wonen) kan de businesscase sterk verbeteren en de terugverdientijd naar voren halen. Wanneer in de toekomst ook voor andere maatschappelijke diensten (zoals CO2-opslag of klimaatadaptatie of gezondheid) betaald wordt, heeft dit ook een positief effect op de businesscase en terugverdientijd. De focus van dit onderzoek was om tot vergelijkbare getallen te komen voor andere vormen van landbouw. Daarom is gekozen om dezelfde methodiek te hanteren die gebruikelijk is in de gehele agrarische sector: de KWIN. Dit betekent dat alle toe te rekenen kosten, inclusief arbeid zijn meegenomen. Hierbij zijn enkele aannames gedaan rondom o.a. de benodigde arbeidstijd en opbrengsten. Vervolgens zijn er verschillende gevoeligheidsanalyses gedaan om meer inzicht te krijgen hoe afhankelijk het verdienmodel is van zaken zoals bijvoorbeeld prijspeil. Hiermee is een robuuste basis gelegd en fungeert dit onderzoek als benchmark. Als ondernemers / initiatiefnemers menen dat zij door slimme constructies kunnen besparen op arbeid of andere kosten, of juist alternatieve of hogere inkomsten kunnen realiseren, dan zal het verdienmodel navenant beter uitpakken. Het verkorten van ketens wordt door velen als één van de meest kansrijke manieren gezien om de prijs en marge voor een voedselbosondernemer hoog te houden. Uit eerder onderzoek blijkt helaas wel dat naarmate het areaal toeneemt (het formaat van het voedselbos), de kosten die een ondernemer moet maken om het volume tegen een goede prijs te verkopen, stijgen. Voor het concept van directe verkoop in de eigen omgeving lijkt het optimum daarbij al rond de twee hectare te liggen. Uiteraard zijn er nog vele andere mogelijkheden, maar de belangrijkste conclusie van eerder onderzoek van HAS is wel dat er vooral niet te makkelijk moet worden gedacht over opschaling van korte ketens. Vanuit HAS wordt vervolgonderzoek gedaan naar mechanismen en concepten waarbij dit wel lukt. Dit onderzoek heeft bij de KCNL Impactprijs voor het HBO, de tweede prijs gewonnen. Dit artikel geeft slechts enkele van de belangrijkste inzichten. Het onderzoek is voor geïnteresseerden zeer de moeite waard om in zijn geheel te lezen en bevat veel grafi eken en tabellen met cijfermatige onderbouwing. Onder andere zijn ook enkele maatschappelijke waarden van voedselbossen in kaart gebracht. Het gehele onderzoek is openbaar en gratis beschikbaar. Het project product heet ‘Food Forest business models’. Daarnaast zijn ook alle eerdere HAS onderzoeken naar voedselbossen gratis beschikbaar en te vinden op de site van Citaverde.nl onder bedrijfsopleidingen en projecten. Conclusies en aanbevelingen De conclusies van dit onderzoek zijn samen te vatten in de volgende twee uitdagingen: Hoe ‘overleef’ je de eerste zeven tot twintig jaar? Hoe kun je bij opschaling van voedselbossen over een zo groot mogelijk deel van het volume een goede prijs behalen? Studenten van HAS hebben naar de twee genoemde zaken onderzoek gedaan. Er is als eerste onderzocht wat de mogelijkheden zijn om fi nancieringsmechanismen te ontwikkelen die passen bij het ritme van voedselbossen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar geschikte en schaalbare concepten om de rijkheid van producten uit voedselbossen op een goede manier te verwaarden. Hiermee zijn belangrijke vragen beantwoord om tot volwassen verdienmodellen voor voedselbossen te komen. Binnenkort wordt er een gratis en openbare rekentool beschikbaar gesteld. Het is verder interessant om te weten of en hoe voedselbossen ook eerder dan pas na 20 jaar winstgevend kunnen zijn. Ook zou nog onderzocht kunnen worden hoe met een stapsgewijze aanpak er op een betaalbare wijze kan worden overgestapt van een regulier systeem naar een voedselbos. 23 23
Pagina 24
Bodem en water Doel Het doel is het inzicht te vergroten in de kansen die voedselbossen bieden voor klimaatadaptatie en bodembiodiversiteit. Het gaat dan om effecten op waterberging en -infiltratie, waterkwaliteit, bodemerosie, bodemleven, bodemkwaliteit, koolstofopslag, klimaat en weerpatronen. Met het veldonderzoek worden de verschillen voor en na de aanleg van het voedselbos aangetoond. Denk bijvoorbeeld aan bodem- en watergesteldheid en de aanwezige biodiversiteit. Er moet zowel binnen en buiten het terrein onderzoek gedaan worden. Hiervoor is beknopt literatuuronderzoek gedaan en zijn stageopdrachten geformuleerd, uitgezet en deels uitgevoerd. Subdoelen 6.3: Voedselbossen worden ecologisch beheerd, dus zonder vergif en kunstmest. 6.6: Verder kunnen voedselbossen ingezet worden om natuurlijke systemen te herstellen of als een buffer voor natuur te dienen. 13.1: Voedselbossen werken net als bossen temperatuur verlagend en helpen water vasthouden en landinwaarts te verspreiden. Resultaten Studentonderzoeken Door de projectpartners is een waaier aan onderzoeksvragen opgesteld en bij de deelnemende scholen uitgezet. Meerdere studentengroepjes van Van Hall Larenstein hebben hier gebruik van gemaakt. Een waterbalansstudie in Voedselbos Ketelbroek laat zien dat het waterbergend vermogen van het voedselbos hoger is dan dat van de naastgelegen akker en dat het vochtgehalte in de voedselbosbodem constanter blijft. Er is een simpel model opgesteld dat gebruikt kan worden in vergelijkbare studies. Voor het Geleenbeekdal is door meerdere studentgroepjes gekeken in hoeverre voedselbossen oplossingen kunnen bieden voor droogte en wateroverlast. Dit is gedaan met de Waterwijzer Landbouw. Er is voor enkele natte en enkele droge percelen gekeken of omzetten van het bestaande gebruik naar voedselbos gunstig kan zijn. Daaruit blijkt dat de gewasschade in een extreem jaar in een voedselbos inderdaad lager is en dat de opbrengst in biomassa stijgt ten opzichte van het bestaande gewas. 15.3: Net als bossen helpen voedselbossen woestijnvorming tegen te gaan en gedegradeerde systemen te herstellen. Hoofdstuk 6 Tot slot is een groep van CITAVERDE Roermond een dag het veld in geweest om een nulmeting te doen van enkele bodemparameters in het prille voedselbos Natuurgaard KorteVonck in Heythuysen. CITAVERDE Bedrijfsopleidingen heeft een inventarisatie/monitoringsdocument voor MBO-studenten ontwikkeld, die ook in voedselbossen gebruikt kan worden. Hierbij is gekeken naar wat het Koepelplan Voedselbossen gaat meten in voedselbossen. Resultaten literatuurstudie Uit de door de projectpartners gedane scan van wetenschappelijke publicaties blijkt onder andere dat: De grote infiltratiecapacteit van bosbodems vooral komt door de macroporiën door boomwortels. Daarnaast is er geen grondbewerking en verdichting door machines. In bossystemen veel water in de begroeiingslaag blijft door interceptie en evapotranspiratie. Oppervlakkige afstroming in bos veel minder is dan bij ander grondgebruik. Regenwormactiviteit in loofbossystemen groot is en wormengangen wel tot 200 m3 regenwater per ha kunnen bergen. Bossen effectieve bufferzones vormen rond beken en rivieren tegen verzuring en eutrofiering. Voedselbossen nog gunstiger zijn dan natuurlijk bos, omdat gelaagdheid (veel ondergroei) en soortdiversiteit de afvloeiruwheid verhogen. In voedselbossen het organische stofgehalte met wel 1 % per jaar kan toenemen terwijl op akkers 2,5 % behouden al een hele opgave is. Meerlaagse boslandbouwsystemen gemiddeld 7 maal zo veel koolstof opslaan als eenjarige systemen. Bossen grote invloed hebben op water- en energiestromen, een afkoelend effect hebben, voor extra wolkenvorming zorgen, regen genereren en daarmee waterdamp ver landinwaarts brengen. Zonder bossen zou het binnenland van continenten in een woestijn veranderen. Conclusies en aanbevelingen De belangrijkste conclusie is dat voedselbossen daadwerkelijk positief bijdragen aan de biodiversiteit en de water- en bodemkwaliteit. De resultaten uit het project laten zien dat voedselbossen passen bij een klimaatadaptief grondgebruik voor onze voedselvoorziening. Bossen zijn essentieel voor het in stand houden van de watercyclus en voor de opslag van koolstof. Dit is voldoende aanleiding voor verdiepend onderzoek, liefst met cijfers uit de praktijk. Dit wordt inmiddels opgepakt in andere projecten, zoals het Koepelplan Voedselbossen in Noord-Brabant en de landelijke Green Deal Voedselbossen. Voor vervolgonderzoek is het belangrijk te zorgen voor voldoende commitment bij de partners zodat men ruimte en tijd krijgt voor onderzoek. De kwaliteit van de eindproducten moet worden gewaarborgd door goed overleg en juiste tijdsindeling. Voldoende veldonderzoeksresultaten kunnen verkregen worden door het enthousiasmeren van stagiaires en hen in te zetten met voedselbosopdrachten. Daarbij is het belangrijk dat de onderzoeksvragen bekend en duidelijk zijn voor de studenten.
Pagina 30
Afb. 2e Symposium Voedselbossen Projectproducten Meer informatie over CITAVERDE College: • CITAVERDE College, Helicon Opleidingen en Wellant College hebben in 2020 een voornemen ondertekend om per 1 januari 2021 te fuseren. • Het is mogelijk dat dit invloed heeft op namen en linken in dit document. • Zie verder www.citaverde.nl/voedselbossen 30 Hoofdstuk 9 Kennisproducten Binnen het project zijn diverse kennisproducten ontwikkeld. Deze zijn voor iedereen beschikbaar via: www.citaverde.nl/voedselbossen. Het gaat om onder andere de volgende producten: Curriculum MBO niveau 3 en 4 Beslisboom wetgeving voedselbossen PowerPoint ‘Beheer voedselbos’ Excelbestand ‘Voedselbos houtige beheer en oogsten’ Excelbestand ‘Voedselbos beheer planning’ Voedselbos plantsoenlijst Plantenlijst Pawpaw rassen Plantenlijst Walnootachtigen soorten, rassen en Juglone Plantenlijst Tamme kastanje rassen en nog een aantal andere plantenlijsten Kwekers voedselbosplantsoen 8 uitgewerkte plantcombinaties Format voedselbos ontwerp- en beplantingsplan Format beheerplan voedselbossen Handboek ‘Stappen voor het opzetten van een gemeenschappelijk voedselbos in je eigen buurt’ Onderzoeksresultaten ‘Food Forest business models’ Waterbalansstudie in Foodforest Ketelbroek Monitoringsdocument voedselbossen voor MBO studenten Literatuuronderzoek: Voedselbossen en het bodem-, water- en klimaatsysteem Meer informatie over Voedselbossen Bestemmingsplannen; www.ruimtelijkeplannen.nl Ecologische waarden in een gebied; www.waarnemingen.nl Voedselbosbouw en wet- en regelgeving; www.voedseluithetbos.nl/resultaten/wet-en-regelgeving/ Factsheet Agroforestry, bomen op landbouwgrond; https://edepot.wur.nl/454070 Subsidiestelsel Natuur en Landschap; www.bij12.nl Over Natura 2000 gebieden; www.natura2000.nl 31 Afb. Voedselbos plantsoenlijst

Jaarboek AgroLeeft 2019


Pagina 0
Pagina 2
Pagina 4
4 5
Pagina 6
Pagina 8
Pagina 10
Pagina 12
Pagina 14
Pagina 16
16
Pagina 18
Pagina 20
Pagina 22
Pagina 24
Pagina 26
Pagina 28
Pagina 30
Pagina 32
Pagina 34
Pagina 36
Pagina 38
Pagina 40
Pagina 42
Pagina 46
Pagina 48
Pagina 52

Magazine AgroLeeft 2018


Pagina 2
AgroLeeft
Pagina 4
Pagina 6
Pagina 8
docenten
Pagina 10
Pagina 14
Pagina 16
Pagina 18
Pagina 20
Pagina 22
Pagina 24
Pagina 26
Pagina 28
Pagina 30
Pagina 32