233

Uitleg van aanwezigheids- en afwezigheidsmodus De detectiemodus kan worden ingesteld op aanwezigheids- of afwezigheidsmodus: -Aanwezigheid: wanneer er beweging wordt gedetecteerd, gaat de verlichting automatisch aan. Wanneer de ruimte niet meer bezet is, gaat het licht na een instelbare tijdsperiode automatisch uit. -Afwezigheid: de verlichting wordt handmatig ingeschakeld. Wanneer de ruimte niet meer bezet is, schakelt het licht automatisch uit nadat de ingestelde tijdsperiode is verstreken. In beide gevallen kan de gevoeligheid van de PIR-sensor voor beweging worden afgestemd met de gevoeligheidsparameter. Opmerking: schakel de looptestled in als hulpmiddel voor het instellen van de gevoeligheid; deze knippert rood wanneer er beweging wordt gedetecteerd. Door aan- of afwezigheidsdetectie te kiezen voor verschillende ruimtes, kan de gebruiksvriendelijkheid worden verbeterd en meer energie worden bespaard. Aanwezigheidsdetectie: Afwezigheidsdetectie: Sensoren schakelen de verlichting automatisch in wanneer er iemand de ruimte binnenkomt en weer uit wanneer er geen beweging wordt gedetecteerd. De persoon schakelt het licht in de ruimte in bij het betreden van een ruimte, zoals gebruikelijk. Wanneer de sensor geen beweging detecteert, wordt het licht automatisch uitgeschakeld. Het licht kan ook handmatig worden uitgeschakeld. Gelijkblijvende verlichtingssterkte (daglichtafhankelijke regeling) - alleen D- en IPD-varianten De sensor meet het algemene lichtniveau in het detectiegebied en berekent de correcte benodigde lichtafgifte voor de armaturen om een vooraf ingestelde verlichtingssterkte te bereiken (gelijkblijvende verlichtingssterkte oftewel daglichtafhankelijke regeling) Basisprogrammeerhandelingen – RPIR3mP- en RPIR3mD-varianten De functies van de RPIR3mP en RPIR3mD worden aangestuurd door een aantal parameters die kunnen worden aangepast of geprogrammeerd met een van de volgende apparaten: de infrarood PIR-afstandsbediening of de infrarood PIR-afstandsbediening met LCD. Voor de basisprogrammeerhandelingen kan de infrarood HBPIRafstandsbediening worden gebruikt. Dit apparaat wordt gebruikt voor de volgende procedures. Richt de afstandsbediening op de sensor en verzend de gewenste programmeeropdrachten naar de eenheid. Opmerking: Voor een optimale werking van de luxsensor moet de lens zo veel mogelijk worden afgeschermd van de lichtbron. Zorg dat er geen rechtstreeks zonlicht op de sensor valt. Niet op minder dan 1 m afstand van luchtverwarmers of ventilatie installeren. Niet op een trillend oppervlak aanbrengen. 234

234 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication