Sensorfunctionaliteit Parameters voor verlichtingsregeling Alle parameters voor de verlichtingsregeling worden opgeslagen in de sensor. De meeste kunnen via NFC of IR worden geconfigureerd. In de afbeelding ziet u een weergave van de verlichtingsregeling op basis van aanwezigheid. - Tijd tot volledige in-/uitschakeling: De tijd tot volledige inschakeling is de tijd (T1 tot T2) van het moment waarop aanwezigheid wordt gedetecteerd totdat de maximale lichtopbrengst wordt bereikt Deze timer is ingesteld op 0,7 sec en is niet configureerbaar. - - - - - - - - - Nalooptijd: De nalooptijd is de tijd (T3 tot T4) vanaf het moment waarop de laatste beweging is gedetecteerd (bijv. gebruiker verliet de ruimte) tot de uitsteltijd begint. Deze timer is standaard ingesteld op 15 minuten en kan worden geconfigureerd van 1 tot 120 minuten. Uitsteldimtijd: De uitsteldimtijd is de tijd van T4 tot T5 waarin de lichten van het huidige verlichtingsniveau worden gedimd naar het achtergrondniveau. De uitsteldimtijd is standaard 10 seconden en kan worden geconfigureerd van 0 tot 25 seconden. Nalooptijd voor achtergrondverlichting: De nalooptijd voor achtergrondverlichting is de tijd van T5 tot T6 waarin de achtergrondverlichting op een vast niveau wordt gehouden. De standaardnalooptijd voor achtergrondverlichting is 15 minuten. Dit kan worden ingesteld van 0 tot oneindig (in het laatste geval gaat het licht nooit uit). Dimtijd tot volledige uitschakeling: De dimtijd tot volledige uitschakeling is de tijd (T6 tot T7) waarin de verlichting van achtergrondverlichting dimt naar uit nadat de nalooptijd voor achtergrondverlichting is verstreken. Deze timer is ingesteld op 0,7 sec en is niet configureerbaar. Afstemming werkniveau: De afstemming van het werkniveau wordt gebruikt om het benodigde lichtniveau op het werkgebied te configureren. Door dit in te stellen op 100% wordt het maximale lichtniveau gebruikt. Via de app kan het maximale lichtniveau voor het armatuur op een lager percentage worden ingesteld. Achtergrondniveau: Achtergrondniveau is een lichtniveau dat aanzienlijk lager is dan 100% en dat wordt gebruikt om energie te besparen als een ruimte leeg is. Aanwezigheidsmelding aan groep: Aanwezigheidsmelding aan groep is een configureerbare functie waarbij HBEAIR de aanwezigheidsstatus ter plaatse kan delen en de verlichting op basis daarvan kan regelen. Zolang er binnen de groep aanwezigheid wordt gedetecteerd, blijven de armaturen in niet-gebruikte gebieden aan op achtergrondniveau. Verlichtingsgedrag groep: Verlichtingsgedrag groep is een configureerbare functie waarmee u kunt kiezen hoe de andere armaturen in de groep reageren als er één aanwezigheid detecteert. De opties zijn achtergrondniveau en werkniveau. Aanwezigheidsmodus: Aanwezigheidsmodus is een configureerbaar lichtniveau voor armaturen in niet-gebruikte gebieden terwijl er elders in de groep aanwezigheid is gedetecteerd. Er zijn 3 opties: Automatisch aan/uit: De lichten gaan automatisch aan en uit op basis van aanwezigheidsdetectie en ingestelde tijdsvertragingen. Handmatig aan/automatisch uit: De lichten worden handmatig ingeschakeld met een draadloze schakelaar en gaan automatisch uit als er geen aanwezigheid wordt gedetecteerd. Handmatig aan/uit: De lichten worden handmatig in- en uitgeschakeld met een draadloze schakelaar. Bij deze modus wordt de aanwezigheidssensorfunctionaliteit niet gebruikt. - - Regeling op basis van daglicht: Als regeling op basis van daglicht is ingeschakeld en er aanwezigheid wordt gedetecteerd, blijven de armaturen altijd aan op het gekalibreerde lichtniveau, op basis van daglichtafhankelijke regeling. Als er genoeg daglicht beschikbaar is, leidt deze situatie tot hogere energiekosten. Daglichtafhankelijke schakeling: Als regeling op basis van daglicht is ingeschakeld, gaat het licht in het armatuur nooit uit zolang er aanwezigheid wordt gedetecteerd. Zelfs bij het felste daglicht blijft het armatuur aan op achtergrondniveau; deze situatie leidt tot hogere energiekosten. Met functionaliteit voor daglichtafhankelijke schakeling (DDS) schakelt de sensor het armatuur bij voldoende daglicht uit, waardoor de energiekosten lager worden. De sensor schakelt het licht uit wanneer: het armatuur al is ingeschakeld en er een ‘auto aan/uit’-aanwezigheidsmodus is geconfigureerd en het gemeten lichtniveau op de lokale sensor gedurende meer dan 15 minuten boven de drempelwaarde (150% van de instelling voor daglichtregeling) is. De 15 minuten worden gereset zodra er niet aan één van de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. De dimtijd voor het uitschakelen van het licht is 30 seconden. De sensor schakelt de armaturen in wanneer: het lichtniveau op de lokale sensor lager is dan de instelling voor daglichtregeling en er lokaal of elders aanwezigheid wordt gedetecteerd in de ruimte. Een verzoek om ‘handmatig aan’ krijgt prioriteit over DDS, de armaturen schakelen in en de periode van 15 minuten wordt gereset. Dit is omdat de gebruiker verwacht dat het licht aan gaat als er een knop wordt ingedrukt. 255
255 Online Touch Home