4

Wandelstok Ouder worden gaat vaak met gebreken. Vroeger stond dat in de rouwadvertenties, nu staat het in je eigen knie. Of in je rug, die zich ‘s ochtends eerst even uitgebreid voorstelt voor hij meedoet. Een pijntje hier, een kraakje daar. Niets ernstigs. Gewoon genoeg om te weten dat je geen twintig meer bent. Of zoals een goeie kennis vaak zei: ‘Boven je vijftigste Gin dag mear zonder piene.’ Wim de Fluisteraar Naast allerlei fluisteraars, die met dieren aan de gang zijn, bestaat er bij iedere toneelvereniging een mensenfluisteraar; iemand, die in zo’n akelig klein hokje zit tijdens een voorstelling en de spelers behulpzaam is, als ze de tekst kwijt zijn. U kent het wel: midden op het toneel staat zo’n kap, zoals mijn moeder vroeger over de naaimachine had. Dat is het domein van de souffleur. Bij dit gezeldschap was dat sinds jaar en dag Wim Hulsink. Bij de toneelvereniging Kunst en Vriendschap heeft hij na 60 jaar deze functie neergelegd. Vorig jaar heeft hij afscheid genomen van zijn club met als cadeau een mooie oorkonde met lovende woorden. Op verzoek van het bestuur willen ze nog even in dit massamedium stil staan bij deze enorme prestatie. Samen met Harmke Grooters overvallen we hem op een doordeweekse woensdag aan de Nijverheidstraat. Bescheiden als Wim is, wil hij eigenlijk helemaal geen persbericht vanwege slechte ervaringen met de krant met de grote S. Nadat ik hem duidelijk heb gemaakt, dat wij niet zo zijn, stemt hij toe. We laten hem even zelf aan het woord: “Mijn eerste actie op het toneel was het meespelen in het stuk “Flat te huur” geschreven door Agatha Christie. In dat stuk zat een heel grote rol en die mocht ik spelen. De regie was in handen van een regisseur uit De Wijk, die een niet alledaagse bijzondere grimeur uit Meppel had meegenomen. In de Zwolse Courant verscheen deze recensie van de heer H.J. Beunders: “Ondanks wat haperingen in de ellenlange tekst zette Wim Hulsink een goede Bruce Lover op de planken”. Na het vertrek van deze regisseur werd de regie overgenomen door het hoofd van de school. Toen deze na enige tijd aangaf zelf graag mee te willen spelen én regisseren wel, maar niet souffleren, werd mij gevraagd om dit te gaan doen. Omdat me dat niet zo moeilijk leek en me niet zoveel kon gebeuren, heb ik er ja tegen gezegd met als gevolg, dat ik dat tot in 2025 ben blijven doen. Souffleren is uit het Frans vertaald en betekent influisteren/blazen. De lol van souffleren is de onzichtbare helper zijn en de band met de spelers.” Even een stukje historie over Kunst en Vriendschap: In de eerste jaren was het ledental van dusdanige omvang, dat er per jaar 2 stukken gespeeld konden worden: een in november en een in maart. Incidenteel was het soms nodig, dat een speler in beide stukken moest meedoen evenals de souffleur. Doordat het buurthuis wel eens afbrandde, moest een aantal keren worden uitgeweken naar elders; zo konden ze terecht in het Hervormd Jeugdgebouw in Lemelerveld en het Jeugdgebouw in Lemele. Door het teruglopen van het aantal leden werd in de loop van de tijd het aantal te spelen stukken teruggebracht naar één per jaar en wel in het voorjaar. Ook werden er wel eens optredens elders verzorgd; de animo hiervoor nam steeds meer af, omdat het nogal bewerkelijk en tijdrovend was om elders een podium met alle decors op te bouwen. Zo hebben we o.m. gespeeld in Ankum en Den Ham Wat de locaties elders betreft: nergens was volgens Wim zo’n goede souffleursloge als in Dalmsholte. Elders was het nogal eens behelpen. Hij was met weinig ruimte tevreden. In het buurthuis moest hij zich vanuit de schietkelder(met een schietstoel) in zijn hokje hijsen. Toen hij een keer een pen liet En dan komt de fase van de hulpstukken. Eerst heel onschuldig. Een leesbril. Steunzolen. Een krukje in de douche, “wel zo handig”. Een kniebrace voor die lange wandeling. Voor je het weet ligt er een folder van de thuiszorgwinkel op tafel en vraag je je af wanneer dit allemaal begonnen is. Want de vraag is niet: heb je het nodig? De vraag is: wanneer accepteer je het? De huisarts is daar heerlijk nuchter in. Die knikt begripvol, tikt iets in zijn computer en zegt: “Het hoort erbij.” Alsof hij het over het weer heeft. De fysio is een ander verhaal. Die kijkt hoe iemand opstaat uit een stoel alsof het een olympische discipline is. En zegt dan opgewekt: “We gaan wat aan stabiliteit doen.” Vertaald: je wordt stijf en je evenwicht is niet meer wat het was. Medisch is het dus zo klaar als een klontje. Maar sociaal? Dat is andere koek. Want een hulpstuk is nooit alleen een hulpstuk. Het is een statement. Wat zullen de mensen wel niet denken? “Moet vallen, moest hij hulp hebben vanuit de kelder om de pen van de grond af op te halen, met dank aan Harmke. Haperingen in de communicatie vanuit met de souffleursruimte waren zeldzaam. Tijdens de repetities zette Wim streepjes, waar de spelers tijdens de repetities vastliepen, zodat hij tijdens de uitvoering de bui al vaak zag aankomen. Het is eens voorgekomen, dat iemand hem niet begreep. Ook niet nadat hij het hardop had voorgezegd, kwam de persoon bijna in de souffleursloge met de vraag: “Wat zei’j?.” Wanneer iemand zijn/haar tekst kwijt was, kende hij vaak de die al met een stok lopen?” “Is dat nou een rollator? Hij is toch nog geen zeventig?” Niemand wil de eerste in de straat zijn die toegeeft dat lopen zonder ondersteuning ineens best ver is. Een wandelstok is toch voor oude mannetjes? Een rollator is toch voor je moeder? Dus wordt er uitgesteld. Door gebeten. Nog even zonder. Terwijl iedereen ziet dat met een beetje hulp je juist verder komt. Dat is de grap: we denken dat een stok ons ouder maakt, terwijl hij ons juist jonger houdt. Meer meters, meer buiten, minder dagen platliggen. Een hulpstuk is geen overgave. Het is een upgrade. Net als winterbanden. Niemand schaamt zich voor winterbanden. De kunst is dus om het moment te kiezen. Niet te vroeg, want je bent geen zeurpiet. Niet te laat, want je bent ook geen martelaar. Ergens precies daartussen. En de meesten doen het heel verstandig. Ze kopen er alvast eentje. Mooi, lichtgewicht, opvouwbaar. Zwart, zonder bloemetjes. Ze zetten hem in de gangkast. Naast de paraplu’s. Voor het geval dat. Voor de dag dat koppigheid verliest van de knie. Ik heb vorig jaar de stok van mijn moeder geclaimd in de boedelverdeling en hangt in het zicht, prominent aan de kapstok. Ik heb de wandelstok dus ook achter de hand, nog niet in de hand! Er!k signalen daarvan: de woorden “tsjonge jonge” of “ja ja” gebruiken of een handbeweging boven de oren maken. De vrees, die hem steeds heeft beziggehouden, was, dat men middenin een 1e of 2e bedrijf ineens verder zou spelen in het volgende bedrijf. Dit is gelukkig nooit voorgekomen. Op 80-jarige leeftijd vindt Wim het tijd worden om ermee te stoppen. En gaat Kunst en Vriendschap verder met zijn opvolgster Sandy Zwinselman. Namens het bestuur overhandigt Harmke nog een bos bloemen en een envelop. Het is mooi geweest. Einde van de voorstelling. Foto: Willem van Trui

5 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication