0

Van dezelfde auteur: Brieven aan Anne 2 ofwel, lijden en onderschikking Uitgeverij: Ridderprint, Ridderkerk Boekomslag: Ed van Brummen, Zevenhuizen Correctiewerk: Taaleffect, Hengelo Trefwoord: Geloofsopbouw ISBN/EAN: 978 90 5335 114 7 Alle rechten voorbehouden. Uit dit boek mag zonder toestemming van de schrijver worden gekopieerd, mits het wordt gebruikt ten behoeve van bijbelstudie.

Met dank aan: God de Vader, die mij de genade heeft betoond deze correspondentie via internet met mijn nichtje Anne te mogen voeren en die mij het inzicht heeft gegeven om de vaak moeilijke vragen vanuit Zijn woord te beantwoorden. Anne,* die in eerste instantie op zag tegen de verspreiding van deze brieven, maar er toch in toestemde omdat God de Vader deze correspondentie mogelijk tot zegen van anderen zou kunnen gebruiken. Mijn vrouw Miek, die er zoveel tijd in heeft gestoken door alles keer op keer opnieuw na te kijken en waar nodig taalkundig te verbeteren, wat zij uit liefde tot Hem voor mij heeft gedaan. Allen die er steeds op aangedrongen hebben om van de afzonderlijke deeltjes een boek te laten maken. Ruud. *Anne is niet haar echte naam

BRIEVEN AAN ANNE Ruud van ’t Veer Streefkerk 2007

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Grondlegging Waarom heeft God de mensheid geschapen? Aan wie schreven de apostelen? De duivel Eeuwig Hoofdstuk 2 De dood en de hel De brieven van Paulus Uit brief 1 t/m 6 en brief 7.2 en 7.9 De doop Hoofdstuk 3 De tienden Rechtvaardiging De Overheid Hoofdstuk 4 Wat is logisch? De Heilige geest De dag der Mensen (zeebeving Azië) Heerlijkheid Hoofdstuk 5 Liefde Vruchtdragen Vrede zij met U 10 18 29 38 50 59 80 87 95 105 116 124 140 144 152 169 186 205 212

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 6 Genade Zegenen Lot en lotdeel Hoofdstuk 7 Zegenen (vervolg) Tussendoortje over Anne Verheerlijking op de berg, Matthéüs 17:1-13 Uitverkoren Eigen geest De vrije wil Hoofdstuk 8 De instelling van het Avondmaal Opwekken, opstaan, levendmaken Anne aan het herauten! Romeinen 8:17-39 Hoofdstuk 9 Heilig Tempel van God is heilig In Christus In Christus Jezus Romeinen 8:1 Geen veroordeling meer Overige Bijbelstudies 234 243 252 261 264 270 276 296 306 319 327 343 355 381 384 405 409 412 422

HOOFDSTUK 1 Onderwerpen Grondlegging De duivel Eeuwig 10 Waarom heeft God de mensheid geschapen? 18 Aan wie schreven de apostelen? 29 38 50

Hallo oom Ruud, (1) 06-10-2004 Omdat ik nog veel vragen heb omtrent het geloof en er weinig mensen in mijn omgeving zijn aan wie ik ze kan stellen, opperde mijn moeder om ze aan u voor te leggen. Ik hoop dat u daar geen bezwaar tegen hebt. Hier komt de eerste vraag: God heeft alles geschapen. Ik geloof in de letterlijke tekst van de Bijbel, maar ik begrijp nog steeds niet het doel van de schepping van de mens. Waarom heeft God ons nu eigenlijk geschapen en waarom moeten wij op aarde leven alvorens in de hemel te komen (of op de nieuwe aarde)?? Vraag twee is: waarom heeft God, die Liefde en almachtig is, niet 6000 jaar geleden alvast de duivel meteen in de poel des vuurs geworpen en daarna de mens pas geschapen? Waarom heeft Hij deze mens niet meteen in de hemel geboren laten worden? Dan was er nu toch niet zoveel ellende geweest? Waarom moet de hele mensheid Zijn plan doorlopen (met alle ellende in deze wereld) alvorens de uiteindelijke bestemming bereikt wordt? God wist van tevoren dat dit allemaal ging gebeuren met de mensheid, omdat de duivel heerser is over de aarde. Waarom 6000 jaar zondige mensen en ellende en onschuldige mensen die slachtoffers zijn, als Hij dat had kunnen voorkomen? Hij is toch machtiger dan de satan? Ik hoop dat u hier een bijbels antwoord op kunt geven! Groeten Anne Hoi Anne! (1) 10-10-2004 Ik heb geen bezwaar tegen vragen, zeker niet als het om geloofsvragen gaat. Voor ik zal proberen je wegwijs te maken, wil ik je eerst even vanuit Gods woord laten zien, wat geloven eigenlijk is, zie NBG: 8

Hebreeën 11:1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. De NBG is genoemd naar het Nederlandsch Bijbelgenootschap, dat een commissie benoemd had om een vertaling te maken. Zo zijn alle in omloop zijnde bijbels, ca.10 stuks, door dergelijke commissies zo goed mogelijk vertaald. Ik zoek al ongeveer 25 jaar naar de Griekse woorden en de daadwerkelijke betekenis, waar ik verschillende bronnen voor heb, en dan ziet de tekst er ongeveer zo uit: Hebreeën 11:1 Het geloof is het overtuigd zijn en aannemen van datgene wat men verwacht en het bewijs van de feiten, die men niet kan zien. Voor mij was van belang dat ik tot de ontdekking kwam dat er verwachting stond in plaats van hoop, omdat ik al zoveel mensen heb horen zeggen: ik hoop het, of borden langs de weg heb zien staan met daarop de tekst: er is nog hoop, en dat is heel wat anders dan iets verwachten. Dit is nu precies waar veel gelovigen problemen mee hebben, vooral als ze komen te overlijden, want ze weten dan niet zeker of ze naar de hemel gaan, ze hopen het. Het is te vergelijken met iemand die in verwachting is, je weet het zeker, er is geen twijfel mogelijk, het is een bewijs van feiten zoals in de tekst staat. De schrijver van de brief zegt nu dat geloof te maken heeft met iets wat je niet kunt zien en dat is voor ons mensen heel moeilijk, wij zeggen wel eens: eerst zien en dan geloven. Daarmee geef je precies het probleem van een gelovige aan, omdat ook wij toch liever dingen zien of bewezen willen hebben, want hoe moet je in vredesnaam dingen bewijzen, die je niet kunt zien? Het is daarom ook vanzelfsprekend, dat iedere gelovige uiteindelijk op zoek gaat naar de feiten, die waarheid blijken te zijn. Hiermee bedoel ik niet, dat iemand ooit de waarheid zal kunnen achterhalen, juist omdat hetgeen wij verwachten niet zichtbaar gemaakt kan worden. Voor mij betekent waarheid, zoals bijvoorbeeld het bovenstaande en bestaat het woord hoop niet meer, ook al is dit woord door Luther 55 maal zo vertaald. Verwachting is een feit geworden en dus waarheid. 9

Zo zijn er 1001 feiten die God, de Vader je in het proces van jarenlang geloven door Zijn geest bekend wil maken. Als je Hebreeën 11 tot aan het eind leest dan kan je zien wat deze verwachting heeft uitgewerkt. Mensen lieten zich geselen, mishandelen, doormidden zagen en door het zwaard vermoorden, maar de verwachting die zij hadden werd niet verwerkelijkt, want in vers 39 staat, dat zij het beloofde niet verkregen. Mijn vader had ook al de verwachting de Here tegemoet te gaan in de lucht, 1 Thessalonicenzen 4:13-18, maar heeft het ook niet verkregen en is in deze verwachting gestorven. Wij hebben maar een beperkte kennis en er bestaat niemand die alle wijsheid in pacht heeft, ook al komt men vaak zo over. Jouw brief bevat echter geen twee vragen maar een behoorlijk aantal en het is mij niet mogelijk om hier direct antwoord op te geven, maar ik zal proberen je iets anders duidelijk te maken. God werkt namelijk volgens een bepaald plan. De aarde waar wij op leven bestaat niet 6000 jaar, maar is mogelijk al een miljoen jaar oud, dit is door de wetenschap al overduidelijk vastgesteld. Olie, goud, edelstenen, skeletten van allerlei grote dieren kunnen nooit in die 6000 jaar zijn ontstaan of hebben geleefd. De theologie heeft er echter een draai aan gegeven, die volstrekt overbodig was geweest als ze de vertalingen niet hadden gemanipuleerd aan de hand van wat zijzelf konden bevatten. Vergeet niet dat het nog niet zo lang geleden is dat men dacht, dat de aarde plat was en je er aan het eind af zou kunnen vallen. De mensen die beweerden, dat de aarde rond was werden verbrand of opgehangen als ketters van de ergste soort. Daarom leek het mij het beste om je de betekenis uit te leggen van het woord: Grondlegging Grondlegging, Grieks: kata bolê letterlijke betekenis neer werping (heb je weer zo’n feit) Het Griekse woordje kata, betekent beslist niet grond, terwijl legging nog enigszins op werping lijkt. 10

In ieder geval is grondlegging een totaal verkeerde vertaling, ook al omdat op vele plaatsen het woordje kata wél met neer of neder wordt vertaald. Het beste kun je het woord grondlegging veranderen in nederwerping en dan zie je, dat dit ineens een heel ander licht op de tekst werpt. Efeziërs 1:4 Hij (God) heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de nederwerping van de wereld. Ook al zou je grondlegging laten staan, dan kan je uit deze tekst al opmaken, dat God volgens plan werkt, want hij heeft al mensen voor de grondlegging uitverkoren, alleen begrepen de vertalers niet, wat ze met nederwerping aan moesten en naar hun geloof van die tijd hebben zij er grondlegging van gemaakt omdat ze dachten, dat de aarde pas 6000 jaar geleden geschapen werd. Het woord grondlegging heeft de evolutietheorie voeding gegeven, omdat Darwin ontdekt had, dat de aarde al veel langer bestond en andere theorieën heeft ontwikkeld. De aarde is echter door een nederwerping (gericht) woest en ledig geworden. Dat betekent, dat God in Zijn plan voordat deze nederwerping tot stand kwam al mensen op het oog had, niet om naar een hemel of hel te gaan, zoals in de theologie wordt beweerd, maar voor een taak! 1 Petrus 1:20 Hij (Jezus) was van tevoren gekend vóór de nederwerping der wereld. Dus net zo goed als er mensen in Gods plan vóór de nederwerping voor een taak werden uitgekozen, werd ook de Zoon van God al vóór de nederwerping voor Zijn taak uitgekozen, namelijk om ons vrij te kopen van onze ijdele wandel door het kostbare bloed van Christus. Het betekent dat in Gods plan het vervallen tot zonde was begrepen en dat de Zoon de zonde van de wereld zou wegnemen door er met Zijn bloed voor te betalen. Gek hè, dat God zowel het één als het ander al in Zijn plan besloten had voordat Hij Zijn gericht over de aarde liet gaan. De aardbol op zich wordt dan ook niet in Genesis geschapen, maar werd herschapen, waarbij er wel voor het eerst mensen werden geschapen en andere dieren dan er vóór die tijd hadden geleefd. De reden, dat God zowel mensen heeft geschapen als ook Zijn Zoon tot mens liet worden om als een lam geslacht te worden, heeft mogelijk niet zozeer 11

met de mens op zich te maken, maar meer met overheden en machten, die voor die tijd al bestonden. De satan bestond ook al voor die tijd, want hij was al een verleider, die in staat was om de herschepping op aarde te betreden en Adam en Eva te verleiden. In Job 38 vraagt God bijvoorbeeld aan Job: waar waart gij, toen ik de aarde grondvestte en in vers 7: terwijl de morgensterren tezamen juichten en al de zonen Gods jubelden. Met andere woorden, er waren, voor er ook maar één mens geschapen was, al lang zonen Gods die konden jubelen. God is niet begonnen met de mens, maar met hemelingen en de nederwerping van de aarde kan haast niet anders zijn geweest dan een gericht, dat met deze hemelingen te maken heeft gehad. Hier houdt echter onze kennis op en de reden, dat God de mensheid heeft geschapen en Zijn Zoon tot mens moest worden kunnen wij helaas niet verder bevatten, maar dat ALLES zijn plan dient is in ieder geval een vaststaand feit, dat hierdoor bewezen wordt. Overige plaatsen waar grondlegging staat en wat je zou kunnen veranderen in nederwerping: Johannes 17: 24; Matthéüs 13:35, 25:34; Lucas11:50; Hebreeën 4:3, 9:26, 11:11; Openbaring 13:8, 17:8. In Matthéüs 25:34 wordt gesproken over het koninkrijk dat al vanaf de nederwerping voor u bereid is. Hieruit kun je ook weer duidelijk zien, dat God een plan had met de mensen op aarde en zelfs een koninkrijk belooft, wat tot op heden nog niet verwezenlijkt is. Openbaring 13:8 is gelijk aan 1 Petrus 1:20 en in 17:8 zie je dat ook het boek des levens toen al bestond. Hebreeën 11:11 waar in de NBG staat: Door het geloof heeft ook Sara kracht ontvangen om moeder te worden en dat ondanks haar hoge leeftijd. Voor om moeder te worden staat in werkelijkheid: kracht tot nederwerping van zaad. Het lijkt mij heel normaal, dat de vertalers zich destijds met een dergelijke zin geen raad wisten, maar vergis je niet, door al deze vertalingen hebben zij wel een opening gegeven voor de evolutietheorie. 12

Tot slot kun je in Handelingen 28:6 lezen dat de mensen dachten, dat Paulus dood zou neervallen. Hier wordt het Griekse woord kata pipto gebruikt. Het Griekse woord bolê vind je terug in Lucas 22:42 waar het gaat over een steenworp. Hier kwam ik, omdat ik het weer opnieuw ging bestuderen om jou een goed antwoord te geven, nu pas achter. Zo zie je maar hoe je zelf kunt leren van vragen van anderen. Kata bolê kan dus niet anders zijn dan neer werpen. Ik wilde het hier even bij laten tot je de stof verwerkt hebt en om te bedenken of je met een dergelijke diepe studie van Gods plan wel door wilt gaan. Een volgend onderwerp zou dan de door jou aangehaalde duivel kunnen zijn. Hartelijke groeten en Gods zegen toegewenst! Ruud 13

Hallo oom Ruud, (2) Bedankt voor de zeer snelle reactie! 1) Jammer dat niemand weet waarom God de mensheid heeft geschapen. Zelf had ik het volgende bedacht: God schiep de mens naar Zijn beeld, om deze mens lief te kunnen hebben en deze mens eeuwig leven in Zijn heerlijkheid te schenken, want God is liefde, maar: 2) God is rechtvaardig, dus de mens mag tijdens zijn leven op aarde zelf kiezen of hij wel wil leven met God, zijn Schepper. 3) God heeft kennis van goed en kwaad, en wij, naar Zijn beeld geschapen, moeten dus ook kennis van goed en kwaad krijgen en dus het goede kiezen, daarom laat God zonde gebeuren en laat Hij de duivel toe om ons te trachten te verleiden. 4) Maar God is liefde en rechtvaardig, en kan dus niet eeuwig leven met de zondige mens (ieder mens is immers zondig) en moet deze zonde wel straffen, dus gaan alle mensen dood en derven de heerlijkheid Gods. 5) Dit was niet de bedoeling natuurlijk, de mens is juist geschapen om eeuwig Gods liefde te genieten en God wil van ons genieten. 6) Dus het reddingsplan is Jezus Christus, Gods Zoon en de enige mens zonder zonden. Hij gaat ook dood om alle zonden te overwinnen en de straf van God te dragen, want de dood is het gevolg van de zonde. 7) Zo lief heeft God de mens, dat Hij ons eeuwig bij Zich wil laten leven en daarom heeft Hij voor de nederwerping der wereld dit verlossingsplan bedacht. Met de eerdere schepping (vóór de mensheid) is het allemaal waarschijnlijk fout gelopen. 8) Door de afgelopen maanden bijbelstudie via internet te hebben gedaan (o.a. bijbelarchief) en diverse boeken te hebben gelezen (w.o. Doelgericht leven van Rick Warren) ben ik tot dit idee gekomen, alleen weet ik niet of het wel allemaal klopt. 9) Van de nederwerping der wereld was ik in eerste instantie behoorlijk onder de indruk. En het idee, dat er andere "wezens" geleefd hebben op deze aarde, vóór de mensheid, waarover God d.m.v. water reeds heeft geoordeeld. En zelfs nog in Genesis liepen er reuzen op aarde rond en waren er zonen 14 13-10-2004

Gods die tot de dochters der mensen kwamen. Hoe meer je in de bijbel leest, hoe meer bijzonder het wordt. 10) En toen kwam ik bij de Openbaring van Johannes. En als je leest wat een ellende de mensheid nog te wachten staat, dan rijst toch bij mij de vraag, waarom zoveel lijden en ellende? Ook al weet ik dat de zondige mens en kwade geesten hiervan de oorzaak zijn, God is toch bij machte om dit te voorkomen, sterker nog, Hij weet al van te voren dat dit allemaal gaat gebeuren! En waarom worden niet alle mensen behouden voor het eeuwig leven? Ik sta nog helemaal aan het begin van het onderzoeken van de Bijbel. Een geweldig boek vind ik het, terwijl ik er nog maar zo weinig vanaf weet! Dus ik verheug mij op de 1001 feiten die God mij bekend gaat maken. Misschien kunt u er nog meer voor mij opschrijven? Ook op internet heb ik ontdekt, dat verschillende sites verschillende uitleg geven aan dezelfde teksten in de Bijbel. Dat vind ik heel frustrerend. Hoe weet je als leek nu, wat de juiste uitleg is? En welke concordantie kan ik het beste aanschaffen, want er zijn er meerdere, geloof ik. Alvast heel erg bedankt voor de tijd en energie om voor mij e.e.a. te verduidelijken. Het helpt mij enorm op weg naar de waarheid. Groet, Anne Hoi Anne, (2) 14-10-2004 Fijn, dat je door wilt gaan. Allereerst een korte reactie op iedere alinea, die je me geschreven hebt. 1) Wij zullen een heleboel dingen niet kunnen doorgronden, want als wij zouden weten waarom God de mensheid heeft geschapen, komt het volgende waarom, zoals: waarom heeft God gigantische hoeveelheden voor ons onzichtbare wezens geschapen, waarom de sterren en waarom zwarte gaten, waarin hele sterrenstelsels verdwijnen? Menige sterrenkundige vorser is hier al op stukgelopen. Iets zelf bedenken is nu juist hetgeen alle theologen al voor ons hebben gedaan, dit heeft voor een gelovige rampzalige gevolgen, zodat jij en ik hier absoluut geen wijs uit kunnen worden, zoals je hieronder zult zien. 15

Dit neemt niet weg, dat ik je wel iets meer over de zin van het scheppen van de mensheid kan vertellen. 2) Een mens kan niet zelf kiezen, dit is een bedenksel van mensen. God kiest mensen uit voor een taak, zie Efeziërs 1:4 in mijn vorige brief. 3) Wij moeten geen kennis krijgen van goed en kwaad, dat hééft ieder mens al sinds Adam en Eva, toen zij aten van de boom van kennis van goed en kwaad. De mensen kunnen ook niet alleen voor het goede kiezen, daar wij alleen die goede werken kunnen doen, die God van te voren heeft toebereid, Efeziërs 2:10. God is niet afhankelijk van keuzes van mensen. God gebruikt inderdaad de duivel om ons te verleiden, maar als hij dit doet, dan bereikt de duivel alleen maar, dat God in ons leven iets kan uitwerken. Wij zijn immers, toen wij gelovig werden, verzegeld met de Heilige geest der belofte, Efeziërs 1:13. De duivel kan echt niets tegen ons beginnen, behalve dan, dat hij ons tijdelijk in de war kan brengen. 4) God straft onze zonde niet, want Zijn Zoon is voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden zijn gerechtigheid Gods in Hem, 2 Corinthiërs 5:21. Wij gaan ook niet dood omdat wij gezondigd hebben, maar het is precies het tegenovergestelde, wij zondigen omdat wij dood gaan. 5) Dit was wel de bedoeling, omdat het exact in Gods plan paste. 6) Zoals ik je liet zien in mijn vorige brief in 1 Petrus 1:20 had God al in Zijn plan besloten hoe het zou gaan gebeuren en dus ook al voorzien in een lam dat geslacht werd, namelijk Zijn Zoon. Petrus schrijft dan ook, dat de gelovige Joden waren vrijgekocht met het kostbare bloed van Christus. Ook wij als heidenen (niet-Joden) zijn hierdoor vrijgekocht. 7) Apart vind ik het, dat je gelijk het woord nederwerping gebruikt, het is zo bijzonder, omdat maar weinig mensen dit geloven en je het ook bijna nergens op internet terug zult vinden. Voor ons lijkt het erop dat waarschijnlijk alles fout is gelopen, maar in de loop der tijd zul je erachter komen, dat God geen fouten maakt. Ik heb heel wat mensen ontmoet die het tegenovergestelde hebben beweerd, maar hiermee zeggen ze dan gelijk dat God zondigt. Zondigen betekent echter niets anders dan doel missen en God mist Zijn doel nooit. 16

8) Jouw twijfel of het wel allemaal klopt, lijkt mij terecht, hoewel ik moet zeggen, dat in heel veel boeken toch een kern van waarheid gevonden kan worden. Ik wil me echter niet meer laten leiden door mensen, maar door Gods woord. 9) Ik hoop of verwacht dat je in tweede instantie ook nog onder de indruk bent over de nederwerping der wereld. Het zal altijd zo zijn dat alles wat je leert verwondering wekt en het een hartezaak wordt en als dat zo is dan kan God je mogelijk ook gebruiken om iemand anders tot die verwondering te brengen. Het gaat in Genesis 6:4 niet over reuzen, maar over de machtigen, die genoemd worden in Genesis 5:6-31 en die werden zonen van God genoemd, net zoals jij en ik zonen van God genoemd worden. Ze waren niet uit de hemel hier op aarde gekomen om gemeenschap te hebben met de dochters van de mensen. Het betreft hier ook weer bedenksels van mensen en de één neemt het van de ander over als waarheid, maar is het niet. Heel duidelijk lees je in Genesis 6:5 dat het gewoon over mensen gaat. 10) Het boek Openbaring gaat over een tijd, die weliswaar niet lang meer op zich laat wachten, maar niet bestemd is voor gelovigen uit de heidenvolken, het is een profetie voor Israël. Jij zegt, dat de zondige mens en kwade geesten hiervan de oorzaak zijn, dat God bij machte is dit te voorkomen en dat Hij al van te voren weet dat dit allemaal gaat gebeuren. Ik moet je bekennen, dat ik ook niet exact weet waarom dit op deze manier gaat gebeuren. Maar er is iets anders wat ik wel weet en dat is, dat God het zelf op deze manier laat uitwerken. Het gebeurt op Zijn gezag en volgens Zijn plan, anders had Hij het ook niet laten opschrijven. Dat alle mensen niet behouden zouden worden en niet eeuwig zouden leven is een bedenksel van mensen. Niet alleen alle mensen worden behouden, maar ook al Zijn schepselen. Hoe spijtig het ook is, ik zal je toch moeten waarschuwen dat je voor dingen, die ik ga uitleggen, alleen maar tegenstand zult ontmoeten. Kerken, groeperingen of gemeentes accepteren niets van wat ik mag geloven en ik zie het persoonlijk als een enorme genade, dat God dit alles aan mij bekend heeft willen maken. 17

Ik heb alleen de concordantie van de NBG en de Statenvertaling, verder haal ik het meeste uit Engelse of Duitse concordanties en een concordantie, bestaande uit vier boekwerken die Eben-Haëzer heeft uitgegeven. Je moet maar eens kijken bij je moeder, zij zal ze wel hebben, ze zijn samengesteld door mensen die theoloog zijn en alle teksten met elkaar hebben vergeleken. Jammer genoeg hebben zij dit alleen gemaakt van de brieven van Paulus, de apostel voor de heidenen (niet-Joden). Je ziet, dat één zo’n briefje van jou, minimaal 10 vragen bevat, die elk op zich een studie waard zijn, dus ga ik maar even verder met je vorige brief en het begin van je laatste. Waarom heeft God de mensheid geschapen? Ik had al aangegeven, dat God in ieder geval de mensheid doelbewust geschapen heeft en Hij vóór de nederwerping, dus voordat er een gericht over de aarde is voltrokken, al bedacht had op welke manier Hij de mensheid zou gaan gebruiken. Er was redding nodig voor de hemelingen, voor ons onzichtbaar en Zijn Zoon moest die redding teweegbrengen. Hij moest in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn afleggen, zichzelf ontledigen, de gestalte van een slaaf (NBG dienstknecht) aannemen en aan de mensen gelijk worden. Het was de totale ontluistering van de Zoon van God ten aanschouwen van de hemelingen. Hij moest zichzelf ook nog laten vernederen en gehoorzaam worden tot de dood, ja tot de dood des kruises, zie Filippenzen 2:5-8. Je kunt je er misschien wel een voorstelling van maken, hoe die hemelingen dat hebben zien gebeuren, nota bene aan een kruis, naakt (zonder lendendoekje, dat schilders uit piëteit op schilderijen uitbeelden) en dit alleen maar, omdat God door middel van het kwaad aan de hemelingen wilde laten zien wat Hij er wel niet voor overhad, om Zijn liefde aan hen bekend te maken. Het ergste voor de Zoon was echter niet het lijden aan het kruis en het vóór die tijd door mensen aangedane kwaad. De beker, die Hij eigenlijk niet wilde drinken, was het voor Hem bijna ondragelijke leed, dat Zijn God en Vader Hem moest berokkenen door Hem te verlaten. 18

Dat moest wel omdat Hij tot zonde werd gemaakt en God geen omgang kon hebben met zonde. Bovendien was degene die aan een paal hing door God vervloekt, Deuteronomium 21:22 en 23. Het Griekse woord stauros, betekent staander. Het kruis had dan ook geen dwarsbalk. Een kruisje is dan ook geen teken van overwinning, maar een teken van vervloeking. Weten de mensen veel, ze doen alles na wat een ander ook doet, kijk maar naar de meest vulgaire rockbands enz. enz. allemaal kruisen. Wat dat betreft heeft de duivel de gelovigen mooi te pakken. De duivel dacht dan ook dat het hem gelukt was Gods plan in de war te schoppen en de overwinning in handen te hebben. Toch bleek er bij de dood van de Zoon al iets fout te zijn gegaan. De Joden noch de Romeinen hebben Hem kunnen doden, want voordat Zijn benen konden worden gebroken om de dood sneller zijn intrede te laten doen, was Hij al gestorven op een magistrale wijze, Johannes 19:30. Jezus zei: Het is volbracht, en Hij boog het hoofd en gaf de geest. Daarmee bewees Hij weer Gods Zoon te zijn, omdat Hijzelf de geest aan God terug kon geven. Ja ik weet niet hoe jij dit ervaart als je dit leest, maar ik ben hiervan ondersteboven. In die zin moesten er wel mensen worden geschapen, al was het alleen al om het feit dat de Zoon van God vernederd moest worden. De mensheid wordt echter ook door God ingeschakeld ten behoeve van de hemelingen en ik zal proberen je dit vanuit Gods woord duidelijk te maken. Zoals eerder gezegd heeft God mensen vóór de nederwerping der wereld uitgekozen tot bepaalde taken. Nu zijn er taken voor vervelende dingen en taken voor fijne dingen, zie hiervoor Romeinen 9:22. Hier wordt gesproken over instrumenten (NBG voorwerpen) des toorns, die tot verderf waren toebereid en instrumenten van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid. Deze laatsten zijn degenen, die God als gelovigen uitgekozen heeft. Kun jij het geloven en begrijpen, dat Hij nu juist jou en mij hiertoe roept en voel je je niet een beetje beschaamd, net zoals ik vroeger, dat niet ik voor 19

Hem gekozen had, maar dat God nu juist mij vóór de nederwerping op het oog had en mij geroepen heeft. Er valt echt niets te kiezen, God roept. In jouw geval ook via Internet. Mijn advies is dan ook: ga je verblijden in de Here en wees dankbaar en ik garandeer je dat Hij alle kennis die je nodig hebt vanzelf aan je zal schenken, in genade, om niet. Zoek rust in de dingen die God je nu al geeft en al zo snel aan je hart bekend wil maken. Om Zijn einddoel te bereiken, heeft God ook weer twee groepen op het oog om die beloofde heerlijkheid uit te werken. 1) Israël om tot zegenkanaal te dienen op deze aarde, wat pas gebeuren zal tijdens het aan hen beloofde vrederijk dat duizend jaar duurt en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. 2) Gelovigen uit de heidenvolken (niet-Joden), waarvan Paulus de apostel is, om een zegenkanaal te zijn voor de hemelingen. Er is dus een taak voor de aarde en er is een taak voor de hemel. Paulus roept dan ook uit in Romeinen 9:24: En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft. Zie je dat Hij roept en dat het niets met ons kiezen te maken heeft? Dat Paulus naast de heidenen ook Joden noemt is begrijpelijk, omdat hij zelf een Jood was en ongetwijfeld zullen er ook Joden zijn, die het evangelie van Paulus gaan geloven. Persoonlijk ken ik ook Joden, die dit evangelie aangenomen hebben. Wij zijn het, die al vóór de nederwerping der wereld uitgekozen zijn om temidden der hemelingen een taak te krijgen. Moet je je voorstellen dat wij, als nietige mensjes, daar hemelingen, dat zijn overheden en machten, zullen benaderen. Je begrijpt dat dit niet kan met ons huidige lichaam, daarom zal dit dan ook veranderd worden in een verheerlijkt lichaam, gelijk aan dat van de Zoon van God, zie Filippenzen 3:21. Wat ik dan weer zo geweldig vind, is dat ook wij nu een vernederd lichaam hebben, zoals ook de Zoon van God kreeg toen Hij als mens op aarde kwam. Hij heeft dit verheerlijkte lichaam nu al, en onze verwachting (geen hoop) is dat wij ons vernederd lichaam gaan afleggen en het verheerlijkte lichaam ontvangen. Dat is toch een fantastische verwachting. 20

Met dit verheerlijkte lichaam gaan wij niet naar een door mensen verzonnen hemel, maar we gaan aan het werk om ons te tonen aan de hemelingen en te laten zien wat God van ons armzalige mensen heeft gemaakt. Ze zullen niet weten wat ze meemaken en zullen zich dan uiteindelijk onderschikken aan de Zoon. In Efeziërs 3:10 staat: opdat thans door middel van de gemeente aan overheden en machten temidden der hemelingen (NBG hemelse gewesten) de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden. Uit het woordje thans kun je zien, dat het vanaf nu al in gang is gezet, maar het gaat nog veel verder. In Efeziërs 2:5 en 6 staat: dat wij met Christus mede levend zijn gemaakt, dat Hij ons mede opgewekt heeft en ons mede een plaats gegeven heeft temidden der hemelingen (NBG hemelse gewesten). Waarom? Om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom van Zijn genade te tonen enz. Dit is toch haast niet te geloven, dat God ons nu al ziet alsof wij temidden der hemelingen geplaatst zijn. Er staat in de komende eeuwen, dus er komen na de eeuw waarin wij nu leven nog een aantal eeuwen (lees eeuwigheden). De eerstkomende eeuw is het duizendjarig vrederijk en de daarop volgende is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Hoe lang die duurt is niet op te maken uit Gods woord, in ieder geval heel lang, en gedurende die tijd zijn wij temidden der hemelingen bezig. Kan je nagaan hoeveel hemelingen er wel niet zijn, als wij er zolang over doen om ze onder de voeten van de Christus te brengen. Het begrip tijd is natuurlijk wel vanuit de mens gezien, want zodra wij verheerlijkt zijn, leven we niet meer tijdgebonden. Wij zijn dan uit de tijd. In 1 Corinthiërs 15:23-28, wordt gesproken over een rangorde, namelijk Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst en dat zijn wij, de uitgeroepen gemeente. Aangezien Christus’ wederkomst nog niet plaatsgevonden heeft, is er nu nog geen enkele gelovige in de hemel. Het bij overlijden direct naar de hemel gaan is derhalve een bedenksel van mensen, laat staan dat ongelovigen naar een zelf bedachte hel zouden gaan als ze sterven. 21

Wat onze taak is kun je in de volgende verzen duidelijk te lezen. Wij gaan met Christus alle heerschappij, alle macht en kracht onttronen, want Hij moet als koning heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten geplaatst (NBG gelegd) heeft. Nogmaals: er moeten zich dus gigantisch veel heerschappijen, machten en krachten in de hemel bevinden. Wij denken teveel aan onszelf en aan wat de mens hier allemaal overkomt en ook wat wij met onze ogen zien. Paulus vraagt niet of wij willen bedenken hoe God het allemaal met de mensheid naar ons idee zou moeten doen, maar Paulus zegt in Colossenzen 3:1-4: zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is gezeten aan de rechter (NBG rechterhand) van God en: bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op aarde zijn. Mensen kijken altijd naar beneden, wat er zich hier op de aarde afspeelt, maar wat doet de Zoon van God, die zit gewoon en wordt echt niet zenuwachtig als Hij ziet wat er hier op aarde gebeurt. Paulus roept ons als het ware op, ga eens lekker zitten en ga nou eens naar boven kijken en wat zie je dan: Hij zit. Pas als wij gaan zitten, krijgen wij Rust en Vrede en kan God door Zijn geest, die wij al bezitten vanaf het moment dat wij gelovig werden en waarmee wij verzegeld zijn, Zijn werk in ons volbrengen. Aardig wat feitjes hè. Rust en Vrede van God, dat wens ik je toe. Groetjes Ruud. 22

Hallo oom Ruud, (3) 15-10-2004 Het wordt allemaal steeds ingewikkelder vind ik! Wie zijn nou eigenlijk die hemelingen en waarom hebben zij redding nodig van Jezus, waar staat dat in de bijbel? Jezus is toch gekomen om de mensen te redden van de zonde? Kunt u mij, (liefst alle) schriftplaatsen aangeven waarin over de hemelingen wordt gesproken, (ik kan er zelf niet zoveel vinden). De hemelse overheden en machten, ik heb geen flauw idee wat ik mij hiervan voor moet stellen. Dit is voor mij een geheel nieuw uitgangspunt. Dus de hemelingen waren er eerst, die hebben redding nodig, en de mensheid is een soort middel om tot deze redding te kunnen komen? En krijgen wij als mensen dan wel eeuwig leven of gaat het voornamelijk om de hemelingen? 2) Van de nederwerping der wereld had ik toch wel via internet twee verschillende bijbelstudies gelezen en dat verklaart ook heel veel wetenschappelijk onderzoek over prehistorische dieren en de tijdsberekening van de aardlagen e.d. 3) Een ander heel belangrijk punt is, dat alle schepselen behouden worden.Waar vind ik dat in de bijbel? Ik lees wel dat alle knie zich zal buigen, maar dat is omdat iedereen uiteindelijk voor Gods troon zal staan, gelovig of ongelovig. Maar alleen zij die in het boek des levens staan, die geloven in Jezus, die ontvangen eeuwig leven, de rest wordt in de poel des vuurs geworpen. 4) Johannes 3:16: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Vers 18: Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. 5) Johannes 5:11-12: Dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. 6) Johannes 5:24: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven. 7) Johannes 14:6: Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. 23

8) Openbaring van Johannes 20:12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon.....en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. Vers 15: Wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs. 9) Als alle schepselen behouden worden, waarom moesten de discipelen dan het evangelie verkondigen, en op gruwelijke manieren vervolgd, gemarteld en gedood worden? Het is toch Gods opdracht om het evangelie te verkondigen? 10) Het lijkt mij geweldig als alle schepselen behouden worden, maar waar lees ik dat? En hoe moet ik bovenstaande verzen dan interpreteren? 11) En waarom God de ene mens wel roept en "hem trekke" tot een taak en de andere mens niet, is mij ook een raadsel, eerlijk gezegd! Hij houdt toch van alle mensen? 12) Ook mijn intentie is om alleen vanuit Gods Woord te geloven, maar God heeft toch ook "leraren" aangesteld om mensen hierbij te helpen? Alleen spreken zij elkaar nog wel eens tegen, helaas. Ik wil zo graag begrijpen hoe het allemaal in elkaar zit, wat het doel is en waarom, maar dat is nog niet zo eenvoudig! 13) Laatste vraag: hoe moet ik mij verblijden in de Here en waar moet ik precies dankbaar voor zijn? Het eeuwige leven? Heeft u een persoonlijke relatie met God, kunt u Hem verstaan, spreekt Hij nog steeds met mensen, net als in het oude testament? Begrijpt u Zijn wil (taak) voor uw leven? Hoe kun je God liefhebben (Marcus 12:30 en gij zult de Here uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht) als je Hem niet kunt zien? 14) Sorry, dat ik zoveel vragen heb, als het u teveel wordt, dan stop ik met vragen hoor! Maar ik wacht in spanning op het antwoord op deze brief. Misschien wordt het mij dan allemaal weer een stuk duidelijker! Alvast bedankt! Erg fijn, dat ik wat vragen mag stellen. Gelooft iedereen trouwens hetzelfde in Eben-Haëzer over hemelingen en behoudenis? Groet, Anne 24

Hoi Anne, (3) 16.10-2004 Ik kan heel goed begrijpen, dat je het ingewikkeld vindt, want wat God mij in een proces van heel veel jaren heeft bekend gemaakt, wil Hij kennelijk aan jou in korte tijd bekend maken en daar kan ik alleen maar dankbaar voor zijn. In jouw brieven lees ik zoveel vragen, dat ik probeer een keuze te maken van een bepaald onderwerp wat er het meeste uitspringt en dan probeer ik me daaraan te houden, anders zou je toch een onsamenhangend geheel krijgen. Aan de andere kant roept mijn uitleg weer zoveel vragen op, dat ik ook hieruit weer een keuze maak, om je het volgende uit te leggen. Als je het goed vindt geef ik op iedere alinea van jouw brief een antwoord, een uitgebreider antwoord komt dan in de loop van de tijd vanzelf aan de orde. Daar gaat-ie dan. 1) Er zijn hemelingen, die God terzijde staan en er zijn hemelingen, die Hem tegenwerken. Er zijn ook mensen, die God terzijde staan en er zijn mensen, die Hem tegenwerken. De hemelingen en mensen, die Hem terzijde staan, worden beïnvloed door Gods geest. De hemelingen en mensen, die Hem tegenwerken worden beïnvloed door de duivel. Over de duivel wil ik je zo vlug mogelijk meer laten weten, houd dat even tegoed. Dat Jezus niet alleen gekomen is om mensen te redden, kan je vinden in Colossenzen 1:15-20. Dit is zo’n geweldig bijbelgedeelte omdat het gewag maakt van zaken waar gelovigen enorm mee tobben. Hij (Christus) is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de ganse schepping, want in Hem is het Al (NBG alle dingen) geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten, het Al is door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en het Al heeft zijn bestaan in Hem. Er bestaat totaal niets wat niet door God geschapen is. 25

In vers 20 lees je dat: het God behaagd heeft door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, het Al, weder met zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Het bloed van het kruis vloeide dus niet alleen voor mensen, maar ook voor hemelingen. God heeft al vrede en is al met al Zijn schepselen verzoend, van Zijn kant uit is alles al door de Zoon volbracht. Vanuit de mens en de hemelingen is dit echter niet het geval en het gaat nog enkele eeuwen (eeuwigheden) duren voor dit verwezenlijkt is, behalve voor degenen die door God voor de nederwerping der wereld uitgekozen zijn. Met hen is Hij tot Zijn doel gekomen, zodat zij van hun kant uit wel Vrede en Verzoening ervaren. Zij zijn dan wederzijds verzoend. Dat wij een rol spelen om deze vrede en verzoening voor de overheden enz. te bewerkstelligen, heb ik in mijn tweede brief al weergegeven. In deze bijbelverzen wordt viermaal het Al, éénmaal de ganse schepping en tweemaal de hemel en de aarde genoemd. Dit geeft duidelijk weer dat God niet alleen met de mensen bezig is maar met al Zijn schepselen. God heeft Vrede gemaakt door het bloed van Zijn zoon met het Al, er is geen mens of ander schepsel wat hier buiten valt. Eeuwig leven is voor niemand uitgezonderd. Het waarom wordt helaas niet genoemd in de Bijbel. Als wij alles zouden weten, zouden wijzelf God zijn en valt er niets meer te geloven, maar als wij verheerlijkt worden zullen wij wel alles begrijpen, omdat ons lichaam dan gelijk zal zijn aan het verheerlijkte lichaam van de Zoon. 2) Ik weet, dat er internetsites zijn, die hier ook over spreken. 3) Ik weet niet of je de tekst waar ik in mijn vorige brief over schreef uit 1 Corinthiërs 15:23-28 bekeken hebt, maar het eindigt ermee dat God zal worden Alles in Allen. Erboven staat wanneer dat zal plaatsvinden. Heb je gezien, dat niet alleen alle overheden, machten en krachten onttroond worden en onder de voeten van de Christus geplaatst (NBG gelegd) worden, maar dat ook de laatste vijand de dood onttroond wordt. Want ALLES heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Dan zijn alle schepselen met God verzoend en hebben vrede en zullen allen Hem Vader noemen. 26

De meeste gelovigen geven als reactie, wanneer ik zeg dat God Alles in Allen wordt, dat het alleen gaat om hen die geloven. Maar ten eerste staat dat er niet bij en ten tweede hebben ze niet in de gaten, dat maar een klein percentage van de wereldbevolking, die in zijn geheel tot schepselen van God gerekend mag worden, het christelijk geloof aanhangt. Helaas maakt de mens onderscheid, maar God niet. Alle aangehaalde teksten zou je, daar kom ik weer, in alle rust moeten lezen en herlezen, want niet mijn woorden zijn levendmakend, gelukkig niet, maar Zijn woorden zijn geest en leven, Johannes 6:63. Elke keer als wij onze bijbel opendoen, zijn niet wij met Hem bezig, maar Hij met ons. God wil mijn woorden wellicht gebruiken om je te laten zien, dat alles veel groter en geweldiger is dan wij ooit hadden kunnen bedenken. Gelovigen zullen niet voor Gods troon komen te staan. Hierover graag een andere keer. 4,5,6,7,8,9 Hier wil ik zo wat dieper op ingaan, omdat dit alles met hetzelfde te maken heeft en er voor mij uitspringt. 10) Waar je kunt lezen dat alle mensen behouden worden, zal ik een andere keer behandelen. God is Liefde en Hij heeft al Zijn schepselen lief en daarom komt Hij ook tot Zijn doel met elk van hen. Hierboven heb ik al een tipje van de sluier opgelicht. 11) God houdt wel van alle mensen, maar degenen die Hij nu trekt, zijn zij, die vóór de nederwerping al als geroepenen uitgekozen waren. Is het duidelijker als ik zeg, dat als een architect een grote flat wil bouwen, hij een aannemer kiest. De aannemer kiest weer onderaannemers. Allemaal verschillende groepen mensen. De één gaat palen heien, de ander maakt de fundering. Zo heb je metselaars, timmerlieden, ramenzetters, zonweringmonteurs om maar dicht bij huis te blijven. Veronderstel dat ik moet gaan heien of een fundering leggen, dat wordt echt niks. Simpel gezegd, God heeft allerhande instrumenten, het ene voor dit, het andere voor dat. God is de Architect, Zijn Zoon is de Aannemer, wij zijn de onderaannemers. 27

Net als de architect die, voor hij gaat bouwen, alles van te voren heeft geregeld, heeft ook God dat gedaan maar dan al vóór de nederwerping van de wereld. Ik vertrouw erop dat de aardse architect weet wat hij doet. Zo vertrouw ik ook God, want als Hij niet zou weten wat Hij doet, dan zou alles zinloos zijn. Als je naar de maquette van de aardse architect kijkt, dan zie je meteen hoe het eindresultaat zal worden ‘een fantastisch mooi gebouw’. Als je naar die smerige fundering kijkt in de modder, kun je het bijna niet geloven. Kijk nu eens naar de maquette van Gods gebouw: Alles in Allen, dat zou je zo niet zeggen als je naar de fundering hier op aarde kijkt, wat een zootje. 12) Voor de mens lijkt alles moeilijker dan het is en uit onszelf komen wij er ook niet uit. Daarom is het herhaaldelijk lezen van de gegeven teksten van groot belang, zodat Zijn geest het ons duidelijk kan maken. 13) Ik neem aan, dat je het toch geweldig vindt dat je bent gaan geloven. Het gaat niet zozeer om het eeuwige leven, want dat krijgt uiteindelijk ieder mens, maar dat God je een toekomst voor ogen houdt die ongekend is in gelovig Nederland. Ja, ik ken God persoonlijk en noem Hem Vader, ik mag Hem zelfs Abba noemen, een Hebreeuws woord dat Pappa betekent. Ik ben een lid van Gods gezin, zie Efeziërs 2:19 (NBG huisgenoten) en heb het zoonschap verkregen, dit klinkt misschien erg arrogant, maar daar heeft het niets mee te maken. Het geeft mij een diepe innerlijke dankbaarheid. Hoe andere mensen daar ook over mogen denken, het staat tenslotte gewoon in Zijn woord. Ik behoor tot het lichaam van Christus en dat is ook de reden dat ik verheerlijkt zal worden en Hem tegemoet zal gaan in de lucht, om altijd met Hem te wezen. Hij spreekt in deze tijd niet tot de mens, omdat alles wat je weten wilt in Zijn woord te vinden is. Hij is ook niet zichtbaar, want God is Geest. Het heeft met geloof te maken, zie de definitie in Hebreeën 1:11. Hoe komt het dan dat ik dit alles geloof. Dat is omdat Zijn geest in de gelovigen is komen wonen en wij tevens een tempel van God genoemd worden. Dit zijn niet mijn woorden, maar Zijn woorden en Hij heeft mij het geloof hierin gegeven. Vaak begrijp ik Gods werking in mijn leven niet, omdat ik regelmatig teleurgesteld ben over mijzelf en er weer iets is misgelopen. 28

Maar mijn ervaring is, dat ik soms op zulke momenten net weer iemand tegen het lijf loop die ook ergens mee zit en dan word ik toch weer door Hem gebruikt om iemand in de goede richting te krijgen. Of er is ineens iemand zoals jij, die vragen stelt via internet, terwijl ik eigenlijk maar heel weinig in internet e.d. geïnteresseerd was. God, die mijn Vader is, kent mij persoonlijk, weet waar mijn problemen liggen, weet hoe mijn hart op Hem gericht is en welke menselijke fouten er aan mij kleven. Hij ziet echter aan dit alles voorbij omdat Hij mij aanziet in Christus Jezus, met andere woorden, Hij ziet mijn fouten niet en rekent ze mij niet toe. 14) Ik vind het fijn als je veel vragen stelt en het wordt mij echt nooit teveel. Ik doe niets liever dan schrijven en spreken over geloof. Bovendien komt door jouw vragen beter over waar je mee zit. Iedereen in Eben-Haëzer gelooft de hoofdlijnen, zoals de taak te midden der hemelingen en de redding van de gehele schepping. Onderlinge, minder belangrijke verschillen, vind je in iedere kerkelijke gemeenschap, dus ook bij Eben-Haëzer. Ik wilde wat dieper ingaan op alinea 4 t/m 9, omdat ze alle zes te maken hebben met: Aan wie schreven de apostelen? Het is je vast wel opgevallen dat ik in mijn antwoorden meestal een uitleg geef uit de brieven van Paulus, terwijl jij in jouw vraagstelling meestal citeert uit de evangeliën. Dit deed mij direct denken aan de periode dat ik net gelovig was geworden en aan het proces, dat God in de loop der tijd aan mij duidelijk heeft gemaakt en dat van onschatbare waarde bleek. Als je het oude testament van Genesis t/m Maleachi leest gaat het bijna uitsluitend over het volk Israël. Ik zeg bijna, omdat God in Genesis 32:28 tegen Jakob zei dat hij vanaf die tijd Israël zou heten. Voor die tijd bestond Israël dus niet. Er is, denk ik, geen enkele gelovige die zal ontkennen, dat het oude testament over Israël, over Joden gaat. Begin je echter over de evangeliën Matthéüs, Marcus, Lucas en Johannes, die toch direct volgen op het oude testament, dan wordt men op z’n minst geërgerd als je zegt, dat dit ook over Israël gaat. 29

Als je dan vraagt, wie is de apostel der heidenen, dan zegt iedereen weer direct: Paulus. Dit is toch een wonderlijke zaak, dat gelovigen wel Paulus als de apostel der heidenen erkennen maar toch zeggen dat de evangeliën niet voor Israël, maar ook voor de heidenen bestemd zijn. Laten wij eens kijken, wat Jezus erover zegt. Matthéüs 15:24 Jezus zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls. Matthéüs 10:5-6 Jezus gebood de discipelen: Wijk niet af op een weg naar heidenen (niet-Joden), gaat geen stad van Samaritanen binnen (Joden, die zich vermengd hadden met heidenen); begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls. In Marcus 16:15-18 wordt wel tegen de discipelen gezegd: Gaat heen in de gehele wereld en verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. In de praktijk zijn zij nooit verder gekomen dan de grenzen van Israël en als zij al buiten Israël gingen, dan was het alleen naar gemeentes die uit Joden bestonden. Van heidenen wilden ze absoluut niets weten, want het heil was in het oude testament aan Israël beloofd en zolang ze dat nog niet verkregen hadden, gingen zij ook niet verder. Het zal dan ook pas van de grond komen in het duizendjarig vrederijk. Dan zullen zij de hele wereld regeren en het heil aan alle volken verkondigen. Let ook op de woorden die in alle evangeliën heel vaak worden gebruikt, namelijk schapen en herders. Alleen Joden worden schapen genoemd en Jezus was hun goede Herder. Heidenen zijn geen schapen, maar worden zowel in het oude als in het nieuwe testament met honden vergeleken, zoals in Matthéüs 15:26. Petrus was de leider van de gemeente te Jeruzalem en zelfs hij wilde absoluut niets met een heiden te maken hebben, lees maar in Handelingen 10:1-28. Hij was in Caesaréa, een plaats aan de kust van Israël en hij kreeg een gezicht, waarin hem werd gevraagd onreine dieren te slachten en te eten. Dat wilde hij absoluut niet en er kwam drie keer een stem die tot hem zei, slacht en eet, maar hij deed het niet. Nu bleek, dat het ging om Cornelius, een heiden (niet-Jood), waar God hem heen wilde sturen. Om dat te bewerkstelligen, moest er driemaal iets tegen hem gezegd worden. 30

Als hij dan eindelijk gaat, zegt hij tegen Cornelius in vers 28: gij weet, hoe het een Jood verboden is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-Jood, doch God heeft mij doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen. Goeie morgen, de heiden was nog steeds onheilig en onrein in de ogen van de discipelen, zij zetten dan ook geen stap buiten Israël, behalve dan om naar hun eigen Joodse gemeentes te gaan, zoals Petrus naar Babylon, 1 Petrus 5:13. Dat Petrus in Rome geweest zou zijn en dat de Paus op de stoel van Petrus zit is een bedenksel van mensen. Als je in een bijbelse encyclopedie Babylon opzoekt staat daar gewoon dat je in 1 Petrus 5:13; Openbaring 16:19, 17:5, 18:2,10 en 21 Rome moet lezen. Het heeft te maken met het feit, dat de Christelijke kerk een vervangingstheologie heeft ontwikkeld waarmee zij bedoelen, dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen. Daardoor hebben zij ook de wet, aan Mozes gegeven en voor het volk Israël bestemd, naar zich toegetrokken, hoewel die absoluut niet aan de heidenen gegeven was. Het gevolg hiervan is, dat Paulus schrijft in Galaten 5:1-6, dat je je geen slavenjuk (de wet) moet laten opleggen en dat je los bent van Christus als je door de wet gerechtigheid verwacht, dat je dan buiten de genade staat en in Galaten 3:10, dat allen, die het van werken der wet verwachten, onder de vloek liggen, enz. enz. In de evangeliën zul je niets anders vinden dan werken der wet. Je moet altijd iets doen om gezegend te worden. Laten we één van jouw teksten eens bekijken. Johannes 3:16 is een tekst, die door alle groepen gelovigen wordt gebruikt, maar niet wordt verstaan. Jezus gebruikt hem tegen de Farizeeër Nicodémus, een overste der Joden die ’s nachts bij Hem kwam, dus stiekem, omdat anderen hem niet mochten zien. In vers 10 zegt Jezus: Gij zijt de leraar van Israël en deze dingen verstaat gij niet? Ervoor heeft Jezus gesproken over het Koninkrijk Gods en dat gijlieden wederom geboren moeten worden. Gijlieden zijn geen heidenen, maar Joden. Daarna spreekt Jezus over Mozes, die de slang in de woestijn verhoogd heeft, dit betreft dus het oude testament en dan komt het meest geciteerde vers uit de bijbel: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn 31

eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Het is een vers dat volledig uit z’n verband wordt gerukt, want het wordt gezegd tegen de leraar van Israël. Het gaat om het koninkrijk Gods hier op aarde, ofwel het duizendjarig vrederijk, waar Israël zegenkanaal zal zijn voor alle volkeren op de gehele aarde. Als Nicodémus dus ging geloven kwam hij in dat Koninkrijk. Degenen die dit niet geloofden, kwamen daar niet in. Hoe lang duurt het Koninkrijk? Duizend jaar! De Jood die niet in Jezus geloofde was voor deze eeuw (eeuwigheid) verloren. Eeuwig leven in de evangeliën is leven in de eeuw van het Koninkrijk. Eeuwig verloren zijn is niets anders dan dood zijn of blijven tijdens deze eeuw van het Koninkrijk. Voor de gelovige heiden is er geen leven in het Koninkrijk hier op aarde, maar leven met een verheerlijkt lichaam temidden der hemelingen. De discipelen moesten het evangelie gaan verkondigen om Joden tot bekering te brengen en zelfs zij konden niet uit zichzelf kiezen voor Jezus, want alleen diegenen, die God trekt kunnen tot deze beslissing komen, Johannes 6:44. Voor de Joden was er geen genade zoals die voor de heidenen geldt, zij moesten altijd voldoen aan wetten. Zo niet, dan werden zij gestraft en/of vervolgd. Als je bij het woord genade kijkt zul je zien, dat het in de evangeliën bijna niet voorkomt ten opzichte van de tientallen malen in de brieven van Paulus. Genade is een onverdiende gunst die wij uit Gods hand mogen aanvaarden. Paulus wordt pas geroepen in Handelingen 9. In vers 15 zegt de Here tegen Ananias: Ga, want deze is MIJ een uitverkoren instrument (NBG werktuig) om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en de kinderen Israëls. Hoewel heidenen het eerst genoemd werden, begon Paulus toch in eerste instantie in alle synagogen te prediken, doch aan het eind van Handelingen kunnen we lezen dat het geen zin had omdat ze niet naar hem wilden luisteren. Hij deed nog een laatste poging maar in vers 28 en 29 zegt hij dan: Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen. De Joden namen daarop de benen. 32

Hij bleef het evangelie van het Koninkrijk Gods aan de heidenen verkondigen, doch later brengt hij, door openbaring van Jezus Christus, een heel ander evangelie, dat van genade, zonder werken der wet. In de evangeliën kan je bijvoorbeeld niets lezen over het lichaam van Christus waartoe de gelovigen uit de heidenen worden geroepen. Niets over dat Joden een nieuwe schepping zouden worden als zij gelovig werden of tot een nieuwe mensheid gingen behoren. Ook niet dat de geest Gods in hen kwam wonen, of dat hun lichaam een tempel van God werd. Dit alles is voor Joden Godslasterlijk en weet je, voor de meeste gelovigen in deze tijd ook. In het oude testament en het nieuwe testament kwam de geest altijd op hen en dat was ook niet altijd blijvend, 1 Samuël 16:14,15. Er is ook geen sprake van een opname voor de Joden, of van een de Here tegemoet gaan in de lucht, ook niet dat zij gered zullen worden voor de komende toorn. Israël gaat deze toorn wel meemaken, zoals je mogelijk in Openbaring gelezen hebt. Over een taak temidden der hemelingen zal je echt niets in de evangeliën vinden en zo zijn er nog tientallen verschillen. In Galaten 2:7-10 komen Jacobus, Céfas (de bijnaam van Petrus wat rots betekent, omdat hij de leiding van de gemeente had) en Johannes tot een soort overeenkomst met Paulus. Aan Paulus was de prediking van het evangelie van (NBG aan) de onbesnedenen toevertrouwd, gelijk aan Petrus, die van (NBG aan) de besnedenen – immers Hij, die Petrus kracht gaf om apostel te zijn voor de besnedenen, gaf die kracht ook aan mij voor de heidenen, zij gaven Paulus de broederhand en besloten, dat Paulus naar de heidenen zou gaan en zij naar de besnedenen/Joden. In 2 Petrus 3:15,16 schrijft Petrus, dat Paulus, een geliefde broeder, naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft en zegt dan: dat een en ander moeilijk is te verstaan, wat onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften. Petrus geeft gewoon toe, dat Paulus een andere wijsheid gegeven is, die voor hem moeilijk te begrijpen is. 33

Zo is het nu nog steeds, de brieven van Paulus zijn ingewikkelder en moeilijker te begrijpen, maar natuurlijk niet voor degene, die God daartoe roept. Ook gelovigen van deze tijd verdraaien de boel een beetje, maar gelukkig is dit niet langer tot hun eigen verderf, want wij leven in de tijd van genade en zijn met God verzoend. Hij ziet ons aan in Christus Jezus. Ik zal proberen deze week nog even terug te komen op twee onderwerpen: ‘wie of wat is de duivel?’ en ‘is eeuwig wel eindeloos?’. Hartelijke groeten Ruud. 34

Hallo oom Ruud, (4) 12-10-2004 1) Het wordt mij allemaal een stuk duidelijker! Heel veel dingen wist ik eigenlijk niet goed. en dat met eeuwig leven het koninkrijk van God op aarde (ofwel duizendjarig rijk) bedoeld wordt, wist ik natuurlijk ook nog niet! 2) Alleen het stukje uit Openbaring over de ongelovige doden die voor de troon geoordeeld worden naar hun werken, en die wel of niet in het boek des levens staan en dus in de poel des vuurs geworpen worden, ofwel de tweede dood, hoe moet ik dat lezen? 3) Stomme vraag misschien, maar aangezien de heidenen dus niet onder de wet leven, maar onder de genade, mogen wij heidenen dan wel gewoon varkensvlees en slakken e.d. eten? En mogen wij dan wel kerst vieren, het afgoden feest? Ook al doe ik het liever niet, hoe leg ik dat uit aan mijn (ongelovige) husband en mijn (gelovige) kinders (zelfs op hun christelijke school vieren zij kerst)! 4) Mijn hele geloof staat momenteel op zijn kop door al deze, voor mij nieuwe, waarheden! Ik heb een aparte map aangemaakt in mijn computerbestanden met de naam Ruud van't Veer en daar bewaar ik alle correspondentie in, dan kan ik het altijd weer makkelijk terugvinden. 5) Trouwens, ik heb de Here God enige tijd geleden gebeden om iemand (een mens) aan wie ik al mijn vragen zou kunnen stellen. Natuurlijk verwachtte ik eigenlijk een fysiek aanwezig persoon. Maar ik denk dat u, met al uw kennis en de bereidwilligheid om die met mij te delen, de verhoring van mijn gebeden bent, en eerlijk gezegd, werkt Gods oplossing (uiteraard) veel beter dan ik zelf had kunnen bedenken! 6) Ik ben benieuwd naar de brief aangaande de duivel en eeuwig leven. Ondertussen zal ik de andere brieven nog eens nalezen en verwerken. Groet, ook aan tante Miek Anne Hoi Anne, Ik ga maar gewoon even je brief langs. 1) Het is door God gegeven genade wanneer dingen je duidelijk worden. Dat is niet vroom bedoeld, want ik ben er hartstikke blij mee. 35 (4) 20-10-2004

2) Het boek Openbaring is een door God aan Jezus Christus gegeven openbaring, die Hij weer aan Johannes mocht openbaren. De kop Openbaring van Johannes moet dus aan Johannes zijn. Als Petrus schrijft, dat hij moeite heeft met de brieven van Paulus, dan kun je misschien begrijpen, dat het boek Openbaring, wat juist voor Petrus en de zijnen werd gegeven, voor ons weer moeilijk te verstaan is. In de loop der eeuwen is er al zoveel over geschreven, een ieder met zijn eigen mening, dat ik mij er niet aan zal wagen hierover uitleg te geven. Er zijn echter wel een paar feiten, die ik je ter overdenking wil geven. Een ongelovige is iemand, die geen relatie heeft met God. De gelovigen worden levend gemaakt door Zijn geest, die in hen woont, zie Romeinen 8:11. Openbaring 20:11-15 Het gaat over een grote witte troon. Wit is in de bijbel een teken van reinheid, Openbaring 7:14. Op de troon zit de Zoon van God, het Lam Gods dat met Zijn bloed de verzoening bewerkte voor de gehele schepping. De doden moet je niet zien als ongelovigen, maar als mensen, die tijdens hun leven hier op aarde niet door Zijn geest levend zijn gemaakt en derhalve geen relatie met God hebben gehad, ze waren niet op God gericht. Er werden verschillende boeken geopend als het over heidenen (niet-Joden) gaat en een enkel boek des levens als het de Joden betreft. Dit laatste boek wordt meerdere keren in het oude testament genoemd. Degenen, die zich voor de witte troon bevinden, worden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven staat. De boeken verhalen van hetgeen zij hebben gedaan en staande voor die grote witte troon, met vóór zich de Zoon die hun verzoening heeft bewerkt, zullen zij met afgrijzen tot de ontdekking komen wat zij allemaal hebben uitgespookt. Zij zouden het liefst van deze Heerlijkheid weg willen lopen. Het is niet te verdragen als ze zien dat Jezus tóch de Zoon van God is. Net als de broers van Jozef, die zich geen raad wisten toen ze ontdekten dat Jozef de machthebber over Egypte was en de redder van de toenmalige wereld. Zonder dat zij gericht (werkelijke betekenis van oordelen) worden op God kunnen zij niet bestaan in deze heerlijkheid. 36

Net zo min als wij in dit aardse lichaam daar kunnen bestaan en derhalve ook een verheerlijkt lichaam krijgen voor wij Hem zullen ontmoeten in de lucht. De tweede dood, de poel des vuurs, is niet iets waar mensen levend ingeworpen worden. Ze zijn dan al dood en weten van niets. Moet je je voorstellen dat, als de dood onttroond zal worden zoals genoemd in 1 Corinthiërs 15, ook zij een verheerlijkt lichaam zullen krijgen en in deze Heerlijkheid zullen kunnen leven en God als Abba Vader leren kennen. Als dat geen groots moment zal zijn dan weet ik het niet meer. Dit is nog maar wat ik denk, hoeveel heerlijker zal het dan zijn als we het daadwerkelijk beleven. 3) Deze vraag vind ik eigenlijk de mooiste, want hier gaat het om de praktijk in ons dagelijks leven. Varkensvlees en slakken kun je eten zoveel als je wilt, daar is niets mis mee. Het gaat erom, dat alles wat wij eten geheiligd wordt door dankgebed. Je moet 1 Timótheüs 4:1-5 maar eens lezen. Daar wordt gezegd, dat mensen die het tegenovergestelde beweren, dwaalgeesten zijn en leringen van boze geesten volgen, echt vreselijk, denk alleen maar eens aan al die mensen, die vanwege hun geloof vegetariër zijn. Paulus schrijft hier ook over in Colossenzen 2:16-23. Omdat de Joden telkens weer kwamen met hun extra wetten en voorschriften, die ze zelf aan de wet van Mozes hadden toegevoegd, ging Paulus hier dwars tegenin, omdat wij vrij zijn van de wet en mogen eten en drinken wat we willen. Wij hoeven ons ook niet te houden aan allerlei feesten en wat al niet meer. Hiermee komen we dus vanzelf op Kerstfeest. Je hebt al ontdekt, dat het een heidens feest is, overgoten met een christelijk sausje. Ik heb jouw vader al eens een e-mail over dit onderwerp gestuurd. Misschien kan hij het zo naar jou mailen, zo niet, dan zal ik het per post aan je toesturen. Laat het even weten. Wat betreft je geliefden, persoonlijk zou ik gewoon kerst meevieren want als gelovige kan je niets aan iemand opleggen. Mocht er iets over gevraagd worden, dan kun je uitleggen hoe het zit. Lees dan eerst even die brief hierover. Vertel het niet als een wet, want het gaat erom, dat wij op vrijwillige basis dingen niet meer willen doen en dat kunnen wij niet verlangen van ongelovigen. 37

Juist onze houding en onze manier van leven zouden tot vragen kunnen leiden. Als ze gaan merken, dat wij veranderd zijn door Zijn geest, komen de vragen vanzelf van andere gelovigen en ook van ongelovigen. Rustig afwachten heeft mij heel veel moeite gekost, maar Hij wil ons eerst leren luisteren en dan volgt het gesprek vanzelf. Er is een gezegde: Spreken is zilver, maar zwijgen is goud en zo is het ook. 4) Het is alsof ik mijzelf hoor praten en daarbij denk ik aan de tijd dat er iemand sprak over het feit dat de hel niet bestond en er zomaar ongeveer honderd mensen wegliepen. De mensen die bleven gingen aan de slag om te bewijzen, dat dit niet op waarheid berustte. De strijd in mijn leven was eigenlijk een gevecht tegen God, ik wilde het niet. Dit heeft ongeveer een jaar geduurd, maar ik kon het tegendeel niet aantonen. Uiteindelijk heeft het mijn geloof verdiept. Ik heb hetzelfde gedaan en mijn map heet: Brieven aan Anne! 5) Ja, dit maakt mij alleen maar klein en ja, God bedenkt het altijd anders dan wij verwachten. 6) Het onderwerp ‘de duivel’ doe ik hierbij en met het onderwerp over ‘eeuwig leven’, met de nadruk op het woordje eeuwig, ga ik aan de gang. De duivel Heel veel mensen heb ik horen praten over de duivel. Hoe zij door hem werden verleid en dat het zijn schuld is dat alles zo beroerd gaat op aarde. Het komt hier op neer, dat hij de grote schuldige is, maar is dit ook zo in Gods woord? Duivel is in het Grieks dia-bolos, de letterlijke betekenis is door-werper en om het begrijpelijk te maken zou je door-elkaar-werper kunnen gebruiken. De duivel werpt alles door elkaar, nou daar hoef ik niet veel over te zeggen, want als je om je heen kijkt is het hem aardig gelukt. Ook wat het geloof betreft is hij tot veel in staat geweest en heeft hij de gelovigen uit de heidenen mooi om de tuin geleid. Als je bijvoorbeeld naar de wet kijkt zie je dat alle gevestigde kerken nog steeds geloven dat de wet voor hen bestemd is. Zij hebben zich daarmee een slavenjuk laten opleggen dat nergens voor nodig is. 38

Het woordje bolos is verwant aan het woordje bolê, weet je nog, van nederwerping. Zo zie je maar, dat Gods woord ons heel veel duidelijk kan maken. Wat wel heel apart is, is dat de NBG alleen al in de brieven van Paulus vier keer een ander woord gebruikt voor dia-bolos, ik zet ze even op een rij: duivel lasteraar Efziërs 4:27, 6:11 Titus 2:3 kwaadspreekster 1 Timótheüs 3:11 kwaadsprekend 2 Timótheüs 3:3 Wij worden best wel gewaarschuwd voor de duivel, bijvoorbeeld dat wij de duivel geen voet moeten geven en dat wij moeten oppassen voor de verleidingen en de strik des duivels. Het gaat eigenlijk goed met de vertaling zolang het ook echt op de duivel betrekking heeft. Anders wordt het als het over mensen gaat want dan gaat het toch wel te ver vonden de vertalers. Toch maar even nakijken. 1 Timótheüs 3:11: Evenzo moeten hun vrouwen zijn, waardig, geen duivels, nuchter, betrouwbaar in alles. Indien de vertalers hadden begrepen, dat er gewoon door-elkaar-werpers stond, hadden ze er misschien tegenwerkers van kunnen maken, omdat dit heel goed weer zou geven wat de bedoeling van Paulus is. Tegenwerkers kan je immers niet gebruiken, in de maatschappij, noch in de gemeente. Titus 2:3 gaat over precies hetzelfde. 2 Timótheüs 3:3 gaat erover hoe gelovige mensen in de eindtijd zullen zijn, o.a. duivels, maar dan wel in de betekenis van alles door elkaar willen werpen. In Openbaring 12:9 wordt de duivel ook de grote draak, de oude slang en de satan genoemd en hiermee kan je dan gelijk denken aan de duivel in Genesis die een slang gebruikte om Eva te verleiden. Veel gelovigen hoor je zeggen, dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw (1 Petrus 5:8), maar Petrus schrijft hier over een tijd vlak voordat het Koninkrijk (duizendjarig vrederijk) begint. De gemeente, die Zijn lichaam is, is de Here dan al tegemoet gegaan in de lucht. Wij worden immers gered vóór de komende toorn. 39

De duivel wordt in de tijd van Openbaring 12 pas op de aarde geworpen, let op, hij wordt erop geworpen en wie zou dat anders kunnen doen dan God Zelf, omdat het gaat volgens Zijn plan. In Openbaring 20:1-3 zal het je nog duidelijker worden dat de duivel geen moer te vertellen heeft. Eerst wordt hij op de aarde geworpen en dan wordt hij duizend jaar gebonden. Want Johannes zag: een engel nederdalen uit de hemel en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan en hij bond hem duizend jaren en wierp hem in de afgrond, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren. In het aan Israël beloofde Koninkrijk, het duizendjarig vrederijk, is de duivel dus niet aanwezig en zal hij niets kunnen uitrichten, maar in vers 7 zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten en dan zal hij uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden. Daarna komt hij in de poel des vuurs terecht. Zie je hoe alles volgens plan door God geregeld is en dat Hij zich niet door mensen of wie dan ook in de war laat brengen? Nog even op een rijtje: a) In onze tijd van genade is de duivel niet op aarde b) dan werpt God hem op aarde c) dan bindt Hij hem duizend jaar in de afgrond d) dan laat Hij hem gewoon weer een poosje los e) en dan werpt Hij hem in de poel des vuurs De duivel blijkt dus ineens toch niet zoveel macht te hebben en wordt door God gebruikt om Zijn plan uit te werken. Dit kun je ook zien bij Judas. Jezus zegt tegen Zijn discipelen in Johannes 6:70: Heb Ik niet u twaalven uitgekozen? En een van u is een duivel. Ook hier zie je weer, dat Jezus zelf de discipel Judas uitkoos die Hem ging verraden en ook exact wist wie het zou gaan doen. God had iemand nodig voor Zijn plan om de Zoon te verraden, dus was het nodig dat de duivel in Judas zou varen. Judas was een instrument des toorns, die ten verderve toebereid was, Romeinen 9:22. 40

In Johannes 13:2 lees je dat de duivel Judas in het hart had gegeven om de Zoon te verraden en in 13:27 dat de satan in hem voer, dus Jezus zegt er gelijk achteraan, omdat Hij hiervan op de hoogte was: wat gij doen wilt, doe het met spoed. Jezus zette er dus haast achter, maar de rest van de discipelen begreep er niets van en dacht, dat hij iets moest gaan kopen voor het feest enz. Satan is het Hebreeuwse woord voor duivel en de betekenis is tegenstander. Het heeft dus een iets andere betekenis dan het Griekse woord dia-bolos, maar, zoals we gezien hebben, vallen de duivel, satan, slang of de draak onder één noemer. Satan wordt in de brieven van Paulus overal ook met satan vertaald, dus daarover is geen misverstand. 2 Corinthiërs 11:14,15 zegt dat de satan zich voordoet als een engel des lichts, met andere woorden, hij doet net of hij de Christus is. In het nieuwe testament komt het ook enkele malen voor, maar ik wil alleen even kijken naar Matthéüs 16:23 waar Jezus tegen Petrus zegt: Ga weg, achter Mij, satan. Waarom Jezus dit zei kun je erboven lezen, want Petrus ging Jezus waarschuwen (NBG bestraffen) omdat hij het niet eens was met Zijn uitspraak dat Hij gedood zou worden. Petrus was in dit geval een satan ofwel een tegenstander, hiermee kun je tot de conclusie komen, dat ook de satan een tegenstander is maar, net zoals Petrus niet altijd een tegenstander bleef, zal ook de satan niet altijd een tegenstander blijven. In principe is iedere tegenwerker of iemand die iets door-elkaar-werpt een satan of een duivel. Verder wil ik je nog iets uit het boek Job laten zien. Job 1:6 t/m 2:10, dit is wel een lang stuk om te lezen, maar voor ons onderwerp een heel belangrijk bijbelgedeelte. Vers 6 De zonen Gods (in dit geval hemelingen) stelden zich voor de Here, en wie stond erbij? de satan! De Here voert een heel gesprek met hem over Job. Vers 12 En de Here zei tot de satan: Zie, al wat Job bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. 41

Hieruit blijkt, dat de satan zomaar in en uit kan lopen bij God en dat hij macht krijgt om Job iets aan te doen. Job. 2:1 Weer stellen de zonen Gods zich voor de Here en onder hen kwam ook de satan om zich voor de Here te stellen. vers 6 En de Here zeide tot de satan: Zie, hij zij in uw macht; alleen, spaar zijn leven. De satan kan niets beginnen zonder toestemming van God, hetgeen wij ook in Openbaring hebben gelezen. God bepaalt wat de satan kan doen en laten, hij is niets meer en minder dan een instrument des toorns, die ten verderve is toebereid. Laat je nu niet meevoeren door allerlei gedachten, want Job had gewoon het goede antwoord, wat wij, als gelovigen, helaas maar al te veel laten versloffen. Als de vrouw van Job probeert hem God vaarwel te laten zeggen en te sterven, zegt hij in vers 10: zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet? Wat de meeste gelovigen tegenspreken, zegt Job hier toch luid en duidelijk: Het goede en het kwade komt allebei van God. Het probleem met gelovigen is, dat zij alleen het goede van God verwachten en het kwade zien als iets waar God totaal niets mee te maken heeft. In Johannes 8:44 staat dat de duivel een mensendoder was van den beginne en niet in de waarheid staat, omdat er in hem geen waarheid is. Het volgende gedeelte is echt mooi, want daar staat, wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. Als je Genesis 1:21-25 leest, dan zie je, dat alle dieren naar hun aard door God geschapen zijn. Je kan dus zomaar de parallel trekken met de duivel, die is ook door God geschapen naar zijn aard. Hij kan dus niets anders dan God tegenwerken, omdat God het zo gewild heeft en dan moet je vers 26 en 27 eens lezen, daar staat, dat de mens geschapen is naar Gods beeld. 42

Daar wij dus hoger gesteld zijn, is het niet verstandig al te veel macht toe te schrijven aan de duivel, want hij heeft geen macht over hen, die geroepen zijn tot het lichaam van Christus. Alles wat hij ons probeert aan te doen zal alleen maar tot gevolg hebben, dat God een beter instrument van ons maakt, terwijl hij denkt ons te pakken te hebben. Kijk maar naar de kruisiging van Jezus. Hij dacht dat het hem gelukt was, maar hij deed niets anders dan Gods plan ten uitvoer brengen, want in Gods plan was de Zoon al voor de nederwerping het Lam dat geslacht zou worden, zodat Hij hierdoor de verzoening met Gods gehele schepping teweeg zou brengen. Toch zijn het vaak de gelovigen zelf, die de duivel ongewild zoveel macht toeschrijven door te denken dat alleen diegenen gered worden die geloven. Dit is wel het maximale wat de duivel (door-elkaar-werper) heeft kunnen bereiken. In 1 Johannes 3:8 staat het ook duidelijk: de duivel zondigt van den beginne. Als laatste wil ik je nog iets zeggen over Efeziërs 2:2, daar staat dat wij gewandeld hebben: overeenkomstig de loop van deze wereld, overeenkomstig de overste van de macht van de lucht, van de geest die thans werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid. De Griekse woorden met hun betekenis zijn: loop aiõn overste macht archõn ex ousia eeuw vorst volmacht Het gaat erom, dat wij ons niet bevinden in de loop van deze wereld, maar dat wij in de eeuw (eeuwigheid) van deze wereld leven. Verder is een vorst heel wat hoger dan een overste. De vorst, die hier genoemd wordt is de duivel en hoewel hij niet hier op aarde rondloopt, is wel zijn geest werkzaam in de mensen hier op aarde. Gelovigen kunnen echter nooit achter deze begrippen komen als ze niet gewezen worden op het Grieks en hun wezenlijke betekenis. De duivel kan niet doen wat hij wil, want hij heeft niet alle macht in handen, hij heeft slechts volmacht. Volmacht moet je van iemand krijgen en dat is in dit geval van God, de Schepper van hemel en aarde, wat ook blijkt uit Jesaja 54:16, waar staat: Ik 43

ben het ook die de verderver geschapen heb om te vernietigen (NBG vernielen). Dit is ook voor mij elke keer als ik het lees weer verbazingwekkend. Ik bedoel, de grootheid van God, die mijn Vader is, is zo overweldigend. Ik moet je eerlijk bekennen, dat als je dit inzicht van God ontvangt en je gelooft het met geheel je hart en geheel je ziel en geheel je verstand en geheel je kracht, je nog niet klaar bent met de gelovigen, die je in je leven nog zult ontmoeten. Dat is ook de reden, dat ik niet zomaar tegen Jan en alleman ga vertellen over wat God aan mijn hart geopenbaard heeft. Ik wacht altijd rustig af of er mogelijk ergens in een gesprek een door God gegeven opening komt en dan probeer ik heel voorzichtig hier en daar een tipje van de sluier op te lichten, zodat ze nieuwsgierig worden. Die voorzichtigheid neem ik in acht, omdat God het werk moet doen, want op eigen kracht verwijder je de mensen van je en komt het nooit meer tot een gesprek. Jij was in ons geval degene, die de duivel aanhaalde en ik wilde je deze uitleg niet onthouden. Ik wilde haast zeggen bedankt, maar ik wil Hem danken voor de gegeven mogelijkheid dit aan jou bekend te mogen maken. Ruud 44

Hallo oom Ruud, (5) 21-10-2004 1) Geweldig bedankt maar weer, voor de vorige brief. Ik verslind zo'n beetje iedere brief die je me stuurt om maar zoveel mogelijk te begrijpen over God en Zijn Woord. 2) Wat een opluchting, dat wij gewoon varkensvlees mogen eten! In de supermarkt is haast alles varkensvlees of ermee vermengd. Maar omdat God het "een gruwel" noemt en ik een bijbelstudie hierover heb gelezen, waarin gesuggereerd werd, dat mensen misschien wel al hun ziektes door het eten van onreine dieren hebben gekregen, heb ik getracht dit volledig uit ons menu te schrappen. Er is dan weinig variatie meer, hoor! 3) Ook over het kerstfeest heb ik een bijbelstudie gelezen en daar was ik erg van geschrokken. Het liefst had ik alle kerstspullen zo in de vuilnisbak gekiept. Dus ik heb dat met mijn moeder besproken. Korte tijd later kwam zij toevallig (?) jouw stukje over Kerst tegen, dat aan mijn vader was gericht. Zij heeft het mij per post toegezonden. Hierop stond jouw e-mailadres vermeld, waarnaar ik al tevergeefs gezocht had op de familielijst van René. En zo begon onze correspondentie! Overigens begreep ik helaas niet veel van de email aan mijn vader, vandaar dat ik het je nogmaals heb voorgelegd. Maar ook jouw antwoord aan mij is dus een hele opluchting, want ik zat er enorm mee! Ik wil graag God gehoorzamen, en Zijn geboden naleven, maar met een ongelovige echtgenoot is dat toch wel erg moeilijk, hoor. Wie moet ik dan voorop stellen? 4) Het stuk over de duivel was weer erg verhelderend. Inderdaad had ik veel gelezen over het slechte dat allemaal van de duivel afkomt. En dat neem je dan ook maar aan, als leek, ook al kent iedereen natuurlijk het bijzondere verhaal van Job. Ik begrijp dat ook de duivel door God geschapen is, en een instrument ten verderve dat in Zijn Plan past. Weet jij trouwens, of de antichrist inderdaad de Maytrea is met het getal 666? Hier heb ik ook al diverse bijbelstudies over gelezen. En dat de biochip al ontwikkeld is en zelfs in sommige weeskinderen geïmplanteerd. Geweldig om te ontdekken dat dit allemaal al voorspeld is, hè? 45

5) Een ander nieuw onderwerp (na de eeuwigheid) is misschien de dood. Daar zou ik natuurlijk ook graag meer van willen weten! Ik heb ontdekt, dat de meningen erg verdeeld zijn, wat er nu gebeurt als een gelovige doodgaat, naar het paradijs (zoals Jezus tegen de misdadiger naast hem aan het kruis zei) of een soort onbewustzijn (wat jij zei over de tweede dood, hoe weet je dat?). En wat is dan het hades, waar het geween en tandengeknars is als er geen hel bestaat? En hoe zit dat met het verhaal dat Jezus vertelde over de rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16:19-31). Dit was immers geen gelijkenis! En de verschijning van Mozes en Elia bij Jezus op de berg en de oproeping van Samuel (I Samuel 28:15)? Mozes en Elia zijn ook de twee getuigen tijdens de Grote Verdrukking klopt dat? 6) Als ik de brieven van Paulus wil gaan bestuderen, met welke kan ik dan het beste beginnen? Groet, Anne Hoi Anne, Begin maar weer met de eerste alinea. 1) Dat je de brieven verslindt is voor mij wel heel erg bemoedigend, temeer omdat ik besef, dat uiteindelijk niet mijn woorden jou hiertoe aanzetten, maar dat Zijn geest dit in jou werkt. Het is voor een beginnend gelovige gelijk al hogeschool, hetgeen God aan jou bekend wil maken, kennelijk wil Hij een versneld proces bij je inzetten. 2) Ik ken al die verhalen wel, in wezen komt het erop neer, dat ze de wet willen blijven houden, want het komt voort uit het oude testament, gericht tot het volk en de geschiedenis van het volk Israël, Gods oogappel. Je kunt dus inderdaad aan je broodnodige variatie beginnen, ook fijn voor het gezin. 3) Die kerstspullen daar hebben wij in de loop der jaren zo’n hekel aan gekregen, alsook aan Sinterklaas. Zodra wij in de winkels liedjes hierover horen, hebben we al zin de zaak uit te lopen. Hoe wonderlijk kunnen dingen gaan. 46 (5) 23-10-2004

Jij belt je moeder, zij stuurt iets over kerst op en wat staat erop, mijn e-mailadres, een zegen voor je moeder, die jou wil helpen, een zegen voor mij om jouw vragen te beantwoorden en een zegen voor jou, zoals nu al blijkt, omdat je dingen, die andere mensen na jaren niet verstaan, gelijk kunt verwerken. Nou als dat dan geen genade is. Misschien kun je tegen de kerst nog eens vragen hoe dat zit met wat ik aan je vader over kerst heb gemaild. Je moet wel oppassen met Gods geboden na te leven, want eigenlijk hebben wij maar één gebod, dat veel verder gaat dan de wet, die aan Israël is gegeven. Romeinen 13:8-10: Zijt niemand iets schuldig, dan elkaar lief te hebben, want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld en in vers 10: de liefde doet de naaste geen kwaad; en weer: daarom is de liefde de vervulling der wet. Liefde is eigenlijk in zijn eenvoud toch voor een mens bijna niet op te brengen, want het betekent niets meer en niets minder dan: de ander de ruimte geven. Als je het leest lijkt het simpel, maar het is het beslist niet. Iemand de ruimte geven is, dat de ander mag zijn zoals hij/zij is, niet alleen met al zijn fijne dingen, maar ook met zijn akelige dingen, die je zou willen veranderen. Bijna alle scheidingen zijn het gevolg van het feit, dat iedereen de ander naar zijn hand wil zetten. Hem/haar zo wil laten worden, zoals hij/zij vindt hoe de ander zou moeten zijn. Omdat een ander veranderen nooit bij iemand lukt gaan ze uiteindelijk toch uit elkaar. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat een ongelovige, maar ook de gelovige niet weet hoe het in elkaar zit. In jouw situatie is Robert door God aan jou gegeven en andersom ook, maar de gelovige weet het, de ongelovige niet. Vóór de nederwerping had God het plan met jou en Robert al kant en klaar, maar ik wil even teruggaan naar jouw ouders. Als jij vóór de nederwerping al door God gekozen bent tot een instrument om temidden der hemelingen een taak te gaan verrichten, dan moet je wel geboren worden, dus heeft God ouders nodig om Zijn instrumenten te verwekken. In Jeremia 1:4,5 zegt de Here: Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd. 47

Ik wil hiermee zeggen dat Robert, zelfs al is hij ongelovig, door God uitgekozen is om jouw kinderen te verwekken. Nu ben jij gelovig geworden, omdat God je geroepen heeft, dus dat is niet iets wat jij gepresteerd hebt, maar daarmee blijft Robert je echtgenoot en husband. Het is zaak geen dingen te doen, die hij niet wil. Bijvoorbeeld, als hij niet wil dat je naar een gemeente gaat, moet je het ook niet doen en als je de hele dag bijbelstudies doet en je vergeet daardoor een lekker appeltje voor hem te schillen, ben je verkeerd bezig. Geloof mag geen verhindering voor hem zijn, want dan ben je juist een verhindering van HEM! Als je hem aanvaardt zoals hij is, ontstaan er geen problemen. Dit is niet iets wat ik je als wet duidelijk wil maken, maar zou gebaseerd moeten zijn op vrijwillige basis, omdat je het graag wilt. Geloof is niet afhankelijk van een kerkdienst of zo. Het huwelijk is een afspiegeling van Christus en Zijn gemeente en Paulus openbaart dit als een geheimenis dat groot is. Dit grote geheimenis is bijna bij geen enkele christen bekend, dus wordt er lustig op los gescheiden en hertrouwd, maar je moet weten dat de Zoon van God ook niet kan scheiden van Zijn gemeente, de door God geroepenen, behorend tot Zijn lichaam. Wij vormen met Hem één lichaam, door God reeds vóór de eonen onlosmakelijk samengevoegd. Daarom is scheiden een onmogelijkheid als je dit geheimenis verstaat, want wij vormen, ook al is jouw situatie in dit geval veranderd, als man en vrouw dezelfde eenheid. Net zoals God de Zoon en zijn lichaam, de geroepenen, als één ziet, zo ziet God de man en vrouw als één. Je zou haast kunnen zeggen een twee-eenheid. Je kunt voor God tot een ongelooflijke zegen zijn voor Robert door hem te laten zijn zoals hij is en hem niet tegen te werken. Dit is meer dan welk gebod dan ook. Mag je dan niet ergens iets van zeggen? Natuurlijk mag je iets zeggen, maar het gaat om de manier waarop. Probeer duidelijk te maken wat je graag zou willen, wat het geloof aangaat of ook andere dingen. 48

Laat aan hem echter de keuze om ja of nee te zeggen en hou je er gewoon aan, niet omdat het moet, maar omwille van Hem, die Robert aan jou gegeven heeft. Een ongelovige echtgenoot hoeft niet altijd een probleem te zijn. Tenslotte kan Robert er ook niets aan doen dat hij nog niet geroepen is. Kijk nou eens naar jouw vader, hij zegt geen gelovige te zijn, toch heeft God hem door Zijn geest ontzettend veel kennis gegeven en kan hij zelfs zomaar tegen een gelovige vrouw uit onze gemeente zeggen hoe de vork in de steel zit, zodat zij hierover beschaamd werd. Wij weten niet, wie God roept en bovendien past zowel de gelovige als de ongelovige in Zijn plan. 4) Dat de Maytrea de antichrist zou zijn, daar geloof ik niets van. Vroeger was de Paus de antichrist, nu zijn er mensen, die zeggen dat Bush de antichrist is, weer anderen zeggen Saddam Hussein. Het maakt mij allemaal niets uit, van mij mogen ze, maar de antichrist zal diegene zijn bij wie de duivel in zal varen, net als bij Judas, en dan zal hij zich vanzelf openbaren, maar niet als wij erbij zijn, want voor die tijd is de gemeente, die Zijn lichaam is, opgenomen. Zeker is, dat degenen, die na de opname nog hier op aarde zijn, niet meer zullen kunnen kopen en verkopen zonder dat ze het merkteken hebben. Dat de biochip al ontwikkeld is en in sommige weeskinderen is geïmplanteerd wist ik niet, wel heb ik deze week gezien, dat mensen vrijwillig door middel van een injectienaald, een betalings-chip lieten implanteren ter grootte van een rijstkorrel, zodat ze bij een uitgaansgelegenheid niet meer met geld hoeven te betalen. 5) De dood zal ik als volgend onderwerp gebruiken en mogelijk komen dan ook de door jou genoemde teksten aan de orde. Een van de twee getuigen is zeker Elia, want in Johannes 1:19-21 vragen priesters en Levieten aan Johannes of hij Elia is, omdat zij die vanuit het oude testament verwachtten, zie Maleachi 4:5. Dat Mozes de tweede getuige is, zou heel goed kunnen, maar ik kan het niet vanuit de schrift aantonen, dus ik weet het niet. Het is voor ons ook niet zo van belang, want wij zijn er niet tijdens de grote verdrukking, doordat wij gered worden voor de komende toorn, 1 Thessalonicenzen 5:9, 1 Thessalonicenzen 1:10 en Romeinen 5:9. 49

Op de vraag hoe ik weet, wat ik zei over de tweede dood, kom ik terug als we het toch over de dood zullen hebben. 6) Efeziërs, Filippenzen en Colossenzen zijn vanuit Paulus’ gevangenschap in Rome geschreven. Hierin wordt het hoogste wat er maar is voor het lichaam van Christus geopenbaard, het is echter in je eentje misschien toch moeilijk te lezen en te verstaan, want bij ieder woord zou welhaast een toelichting gegeven kunnen worden. Ik denk dat, gezien je andere vragen, dit me niet lukt, maar begin er gewoon maar aan en dan hoor ik nog wel of je eruit kunt komen. Eeuwig Uit mijn vorige brieven heb je natuurlijk al een beeld gekregen van wat de betekenis van het woord eeuwig is, toch wil ik hier graag nog wat verder over toelichten. Voor de meeste gelovigen betekent eeuwig: altijddurend, zij denken dan aan eeuwig leven of eeuwig verloren zijn. Aan de andere kant zeggen mensen, gelovig of ongelovig, dat als de bus maar niet komt opdagen, ze al een eeuwigheid staan te wachten. Dus de ene keer is eeuwigheid 10 minuten en de andere keer altijddurend. Soms zeg je tegen een kind, dat eeuwige gezeur van jou, dat ben ik zat, toch zeurt een kind niet eeuwig. In het Grieks zijn er twee woorden: Aiõn eeuw aiõnion eeuwig zelfstandig naamwoord bijvoeglijk naamwoord, bepaalt iets nader over de eeuw, ofwel zegt iets over de eeuw. Het door Prisma uitgegeven ‘vreemde woordenboek’ van A. Kolsteren geeft bij eoon aan: Grieks aioon is tijd, lange tijdsduur, eeuw, eeuwigheid (ongemeten tijdsduur). Hiermee kun je dus toch verschillende kanten op, een tijd kan een korte tijd en een lange tijd duren. Een eeuw is normaal gesproken honderd jaar, zoals de gouden eeuw. De eeuwigheid wordt vaak gebruikt voor iets onbestemds, boven of zo, of iets wat na ons leven hier op aarde komt. Het woordenboek is eigenlijk veel genuanceerder dan wat wij er als gelovigen van maken. 50

Van Dale zegt bij eeuwig, dat het een bijvoeglijk naamwoord is en als je bijvoeglijk naamwoord opzoekt staat er, dat het nader bepalend is, of een nadere bepaling. Als je dan naar eeuwig leven kijkt in Johannes 3:16, dan zegt het eeuwig dus iets over de eeuw die nog komt en voor de Jood is dat het messiaanse rijk, dat door God door middel van de profeten is beloofd, waar Jezus als Messias zal regeren en wat slaat op het duizendjarig vrederijk. De Jood kreeg eeuwig leven als hij geloofde dat Jezus de beloofde Messias was. Geloofde hij dit niet, dan ging hij verloren voor de eeuw van het Koninkrijk. Het heeft dus helemaal niets te maken met een eeuwig, altijddurend verblijf in een hel of zo. Het Grieks van de bijbel heeft in ieder geval geen woord voor eeuwigheid, dus dat hebben de mensen ervan gemaakt. In onze bijbel (NBG) is aiõn en aiõnion met heel veel verschillende woorden vertaald, een kleine opsomming: eeuw eeuwig eeuwigheid eeuwenlang voorgoed wereld (37 x) loop tijd volken Er is zo onzettend veel misgegaan, dat je er bijna niet uit kunt komen. Als je alle teksten zou willen nagaan, dan ben je een eeuwigheid bezig, daarom zal ik er een aantal uitlichten. Wij gebruiken in het Nederlands eon voor het Griekse aiõn. 1 Corinthiërs 2:6-8, hier komt driemaal eeuw en eenmaal eeuwigheid voor, in het Grieks staat er echter viermaal eon. De vertalers begrepen natuurlijk wel dat de beheersers van deze eeuw diegenen waren die in hun tijd leefden. Maar een geheimenis, de verborgen wijsheid Gods, moest wel met de eeuwigheid te maken hebben. Er staat echter vóór de eonen, waar je dan gelijk uit kunt opmaken dat Gods plan al van voor de eonen bestond. 51

Het was alleen nog een geheimenis. Deze verborgen wijsheid Gods wordt van lieverlee aan Paulus geopenbaard. In Hebreeën 1:2 staat dat God door de Zoon ook de wereld geschapen heeft en dat klopt ook wel, maar het woord wereld staat hier niet, want hier is geen sprake van de wereld, maar van de eonen. Dus kan er maar één conclusie getrokken worden, namelijk dat er meerdere eonen zijn. Hebreeën 11:3 Hier kan je gerust even over glimlachen hoor, want de vertaler schrijft: Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is. Wat hij echter niet heeft begrepen was dat God de eonen tot stand bracht. Openbaring 15:3 is ook zo’n mooi voorbeeld, God wordt daar de Koning der volkeren genoemd en zo is het ook. Een Koning der eonen, zoals er werkelijk staat, was destijds geen optie, ze konden zich daar totaal geen voorstelling van maken. Het geeft echter wel een veel diepere kennis van de grootheid van God. Hij heeft de menselijke tijd ingedeeld in een aantal eonen. In 1 Timótheüs 1:17 staat echter wél dat Jezus de Koning der eeuwen is. Galaten 1:4 Jezus Christus heeft Zichzelf gegeven om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader, maar in de grondtekst staat dat wij worden getrokken uit deze boze eon. Dit betekent, dat wij nu in de boze eon leven en je mag gerust de conclusie trekken, dat er nog een eon komt, die niet boos is. vers 5 eindigt dan met in alle eeuwigheid, verdraaid, ze geven toch aan dat er meer eeuwigheden zijn. Toch kan je ook in de NBG heel veel terugvinden, zelfs als je de woorden niet verandert: Marcus 10:30 Lucas 18:30 Efeziërs 2:7 Efeziërs 1:21 Romeinen 16:27 52 de toekomende eeuw dit is toch wel bijzonder, omdat hier gewoon toegegeven wordt, dat het Koninkrijk Gods, de toekomende eeuw, het eeuwige leven is. in de komende eeuwen niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw in alle eeuwigheid

Openbaring 7:12 Psalm 90:2 in alle eeuwigheden van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God Het is, denk ik, duidelijk dat er verschillende eeuwigheden zijn of, in het Grieks, verschillende eonen, omdat eeuwigheid in het Grieks niet voorkomt. Heel bijzonder is dat er ook nog gesproken wordt over: de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eonische tijden, doch die nu geopenbaard is door de verschijning van onze Heiland, 2 Timótheüs 1:9. Dus ook hieruit blijkt, dat er eeuwige tijden zijn zoals het in de NBG staat. Het betekent, dat wij, nog voor de eonen (eeuwen of eeuwigheden) gingen lopen, al in Gods plan voorkwamen, wat je ook in de verzen ervoor kunt lezen. Het gaat om het feit, dat wij geroepen zijn met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen. Als je ervan uitgaat, dat iemand zelf kan kiezen, dan is dit evengoed een eigen werk, ik heb gekozen voor Jezus, dus ik heb eeuwig leven, terwijl niemand je kan uitleggen wat je in de toekomst dan precies kan verwachten. De nadruk ligt op ik, terwijl hier nu juist gesproken wordt over God die mensen roept tot een heilige roeping, tot een taak temidden der hemelingen, wat ook nu al door onze levenswandel tot uitdrukking kan komen. Deze levenswandel wordt niet verkregen door opgelegde wetten of door heel goed je best te doen, maar is een proces, dat God met je roeping ook uitwerkt in jouw en mijn leven. Het gaat in tegen onze natuur, omdat wij altijd als wij iets krijgen iets terug willen doen, doch voor God kunnen wij niets terugdoen, want dan is het geen genade (onverdiende gunst) meer. Het enige wat voor ons is weggelegd is dank te brengen aan Hem, die ons geroepen heeft. Vóór de eonen is dus de tijd voordat God deze eonen in gang zette. De 1e eon is de tijd, waar wij zo weinig over weten, die door een groot watergericht eindigde, Petrus spreekt er wel over in 2 Petrus 3:6: waardoor de toenmalige wereld is vergaan. Genesis 1:1-2: De aarde werd woest en ledig (door een gericht ofwel nederwerping). 53

De 2e eon begint met de herschepping in Genesis 1:3 en eindigt met opnieuw een beperkt watergericht, de zondvloed in Genesis 6 en 7. Niet de gehele aarde was door water omringd. De 3e eon begint bij Genesis 8 en eindigt met een beperkt vuurgericht, omschreven in het boek Openbaring, hoofdstuk 20:3, waar de satan voor duizend jaar gebonden wordt. De 4e eon begint in Openbaring 20:3, duurt duizend jaar en eindigt met de witte troon, de tweede dood en een groot vuurgericht, waardoor deze aarde vergaat. Dan is de vorige (NBG eerste) hemel en de vorige aarde voorbijgegaan: Openbaring 21:1. De 5e eon begint met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en de heilige stad Jeruzalem daalt dan neer uit de hemel. Hoe lang dit duurt is onbekend. Als het eindigt krijg je: Na de eonen! Dit is de tijd, dat God alles in allen is geworden en Hij tot Zijn doel is gekomen met Zijn gehele schepping en al Zijn schepselen. Er zijn nog zoveel teksten waar het gaat om eeuw, eeuwig en eeuwigheid, dat ik ze niet allemaal kan bespreken. Ongetwijfeld zal het nog andere vragen bij je oproepen, dat hoor ik dan nog wel. Voor nu: Hem zij de Heerlijkheid van eeuwigheid tot eeuwigheid, Amen, Efeziërs 3:21. Ruud 54

HOOFDSTUK 2 Onderwerpen De dood en de hel De brieven van Paulus Uit brief 1 t/m 6 en brief 7.2 en 7.9 De doop 59 80 87 95

Hallo oom Ruud, 1) Naar aanleiding van het onderwerp "eeuwig" heb ik nog een boekje van Eben-Haëzer gevonden "Gods plan der aeonen"! Dit had ik enige jaren geleden van mijn moeder gekregen, en toen ook gelezen, maar er weinig van begrepen. Nu ik het nogmaals heb gelezen, en ook jouw uitleg erbij, begrijp ik het nu ook eindelijk! Ik vond ook nog een concordante studie van de Romeinen. Eens kijken of ik daar iets mee kan doen. 2) Het is een vreemd idee, dat God alle tijdperken aeonen in een keer kan overzien. Voor ons nauwelijks te bevatten, lijkt mij. Over de zondvloed vertel je, dat de hele aarde niet door water was omringd. Dit heb ik al eens eerder gelezen, maar alle schepselen van de hele wereld, die niet in het water kunnen leven, kwamen toch om? Hoe kan het dan, dat de kleilaag van de zondvloed zich maar op een klein gedeelte van de aarde bevindt (volgens een archeologisch boek over opgravingen in Israel en omgeving). 3) Op het bijbelarchief las ik dat Eben-Haëzer te Rotterdam (met name genoemd) onderscheid maakt tussen de brieven van Paulus tijdens de Handelingenperiode en tijdens gevangenschap. Klopt dit, en kun je me uitleggen waarom dat onderscheid zo belangrijk is? 4) Daarnaast had ik nog de vraag over de apostelen die hun leven gaven voor het evangelie.Waarom is dat nodig, als toch alle mensen behouden worden? 5) Wat vind je van de nieuwe bijbelvertaling? Staat nog veel verder af van de grondtekst toch? Hoe kun je hierin ooit nog de verbanden zien tussen de teksten onderling en het oude en nieuwe testament? 6) Ik heb weer veel opgestoken van je vorige brief. Ben razend benieuwd naar het volgende onderwerp! 7) Oh ja, mijn mailtjes komen zo over, omdat ik een speciaal email programma gebruik, zodat ik ook achtergronden en bewegende plaatjes mee kan sturen. Is het erg storend? Groet, Anne 56

Hoi Anne, (6) 31-10-2004 Fijn weer een e-mail van je te ontvangen, ik heb even een voorstel. Over het onderwerp dat ik je nu ga mailen, heb ik een aantal dagen gedaan. Dit komt omdat ik nooit uitga van wat ik al eens eerder heb opgeschreven en/of behandeld, maar gewoon weer van voren af aan begin. Dit heeft als voordeel dat je er zelf ook steeds van leert en de stof opnieuw aan je hart gebracht wordt. Altijd als ik de teksten opzoek, zie ik er toch weer iets in wat ik niet eerder gezien heb. Zo blijft het ook een levend geloof, vandaar dat ik het met plezier doe. Het voorstel is, dat ik je één keer per week een mail stuur, zodat ik ook nog ergens anders aan toe kan komen. Niet dat ik me hier nu aan gebonden voel, maar het kan best bij een bepaald onderwerp nog wat langer duren. 1) Het boekje ‘Gods plan der aeonen’ komt dus weer mooi van pas. Hoewel ik het ook heb liggen, ben ik eigenlijk vergeten het te raadplegen, maar goed ik hou ervan om de dingen op mijn eigen manier te beschrijven, met veel teksten. 2) Misschien is het toch niet zo gek als je bedenkt dat God een plan bedacht heeft dat in tijdperken uitgewerkt is, anders zou je ook niet kunnen weten hoelang de eon van het duizendjarig rijk zou duren. Er is echter nog een tekst, die ik je niet heb laten zien en dat is Efeziërs 3:11. Hier staat letterlijk: in overeenstemming met het voornemen van de eonen, dat Hij uitvoert in Christus Jezus onze Heer. Overal zijn vaste tijden voor, neem nu de komst van de Zoon op aarde voor Zijn volk; de komst in de lucht, om hen, die in Christus gestorven zijn, op te halen; het begin van het Koninkrijk hier op aarde enz. Als dit niet zo was, hoe zouden wij dan weten, wanneer wat gebeurt en wie erbij betrokken zijn? In Jeremia 25:12 staat: Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren, maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, enz. Zowel de wegvoering in ballingschap, als ook de bevrijding uit de ballingschap, wordt door God gedaan. Daniël 9:2 Tijdens de ballingschap lette Daniël in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des Heren tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaren zou doen verlopen. 57

In Genesis15:13 zegt God tegen Abraham dat zijn nakomelingen vierhonderd jaar een ander land zullen dienen en in verdrukking leven en zo is het ook gebeurd. In Exodus 2:24 denkt God aan het verbond, dat Hij met Abraham, Isaäk en Jacob gesloten had en begon aan de uittocht uit Egypte. Wat betreft de zondvloed heb je wel een interessante vraag. Ik kan je hierop niets anders antwoorden dan met wat er in Genesis 6:7 staat: En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb van de aarde uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, dus wat kan ik er nog meer van maken? De mensheid was in ieder geval nog niet zo talrijk op de aarde en beperkte zich tot het Midden-Oosten. Kennelijk waren er toen nog geen dieren of vogels in Noorwegen of welk ander land ook, het begon tenslotte met een enkel paar in de hof van Eden (weelde). In een berekening heb ik gezien dat de zondvloed ongeveer 1650 jaar na de schepping van Adam en Eva is geweest. Of dit nu exact klopt weet ik niet, maakt ook niet zoveel uit. Het vervelende is, dat er zoveel onderzoekingen zijn gedaan, dat je er uiteindelijk toch niet zoveel wijzer van wordt, tenminste wat het geloof voor ons betreft dan. Over de ark zijn ook zoveel speculaties. Ik heb weleens in een televisieprogramma gezien, dat hij verstopt is in Ethiopië en het gekke was, dat niemand ooit de plaats mocht betreden omdat die heilig was en er was ook niemand te vinden, die hem ooit gezien had. Bijbels gezien is het echter allemaal zinloos, want in Jeremia 3:16 staat heel duidelijk dat er niet meer over gesproken en gedacht zal worden en ook niet meer naar wordt gezocht. Jeremia profeteert hier over het duizendjarig rijk, dus wat blijkt is, dat de ark nooit zal worden gevonden, dus het zoeken ernaar is gewoon verloren tijd. 3) Het klopt dat wij in Handelingen en in de brieven van Paulus een voortgaande lijn ontdekken en omdat dit best de moeite waard is, heb ik het als onderwerp gekozen, waarover je dan volgende week meer hoort. 4) De discipelen hadden hiertoe een echte roeping, omdat de Jood wél een keuze kon maken, hoewel het uiteindelijk ging om diegene die God zelf trekt. 58

Zonder de discipelen was het voor de Joden niet mogelijk te weten hoe ze tot het leven in de eon konden komen. Het leven van de gelovige Jood ging daardoor veranderen, er was ineens een verwachting waar ze nog nooit van hadden gehoord. Neem nu gewoon jezelf. Als ik het goed begrepen heb, ben je via internet tot geloof gekomen, een unieke zaak, ik heb het nog niet eerder gehoord. Als alle mensen toch allemaal behouden worden, zou het verder geen zin hebben gehad, dat dit bij jou gebeurde. Maar nu heb je inmiddels ook via internet gehoord, dat het niet je eigen keuze was, maar dat God je geroepen heeft, niet alleen om tot het lichaam van Christus te behoren maar ook tot een ongelooflijke taak temidden der hemelingen en dat God je nu al ziet (hoe je ook bent) alsof je deze plaats al bezit in Christus Jezus onze Here. Daar dienen apostelen en andere mensen voor die jou dit duidelijk kunnen maken. Zij ervaren dit als een heel bijzondere genadegave en worden door God heel erg klein gehouden, zodat zij zich niet zullen verheffen boven een ander. 5) Tja, de nieuwe bijbelvertaling, ik zal `m niet kopen, maar waarom zou God deze vertaling niet kunnen gebruiken om mensen nieuwsgierig te maken? In eerste instantie ben ik zelf ook niet nieuwsgierig geworden door de bijbel, maar door een studie over de bijbel, die mijn moeder mij ooit gegeven heeft. Ik gebruik verschillende bijbels om te vergelijken, soms komt de Statenvertaling dichter bij de Griekse tekst dan de NBG-vertaling. Je moest eens weten hoe blij je eigenlijk wel niet mag zijn, dat God je zoveel bekend wil maken. 6) Het onderwerp volgt hieronder. 7) Het is niet teveel moeite, ik zet je mail over naar Words en kopieer dan wat tussen de lijnen staat naar een ander document en dan is het prima. Zorg wel dat de bewegende vlinder niet van het papier vliegt. De dood en de hel Als je over de dood wilt nadenken, moet je eerst gaan kijken wat leven betekent, je kunt immers pas dood gaan als je geleefd hebt. Hiervoor moeten we naar Genesis 2:7 waar staat: En de Here God formeerde de mens uit aarde van de bodem (NBG stof uit de aardbodem) en blies in zijn 59

neus de adem der levenden en de mens werd tot een levende ziel (NBG tot een levend wezen). Het woord een levend wezen is wel heel erg jammerlijk vertaald, want er zijn zo veel levende wezens, alsof de mens, die naar Gods beeld en gelijkenis geschapen is, gelijk is aan een dier. Gelukkig kunnen wij in andere, beter vertaalde, teksten terugvinden, dat levend wezen niet klopt. In 1 Corinthiërs 15:45 staat, dat de eerste mens Adam een levende ziel werd, de laatste Adam (de Zoon van God) een levendmakende geest. Het is jammer dat vers 44 en 46 niet de juiste vertaling weergeeft in de NBG, omdat er driemaal wordt gesproken over een natuurlijk lichaam, terwijl er ziels staat. Er wordt dus een ziels lichaam gezaaid en een geestelijk lichaam opgewekt en: Is er een ziels lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Het lichaam, dat jij en ik nu hebben, is een ziels lichaam en als we de Here tegemoet gaan in de lucht wordt het een geestelijk lichaam. Met andere woorden, ons lichaam wordt nu beheerst door ziel en als wij verheerlijkt worden, krijgen wij een lichaam dat door geest beheerst wordt. Ziel ontstaat door de samenvoeging van Gods geest met het lichaam. Waar komt die ziel dan vandaan? Je zou kunnen zeggen uit het niets, ziel is onzichtbaar en niet waar te nemen. Omgekeerd is het precies eender, als God Zijn geest uit het lichaam wegneemt is de ziel verdwenen, waar blijft hij dan? Ik zou het niet weten, in ieder geval onwaarneembaar. Ziel heeft alles te maken met onze zintuigen, reuk, smaak, gevoel, horen, zien. Bijbels gezien behoort denken ook tot onze zintuigen. Onze zintuigen maken de mens tot een uniek persoon, iemand, die je uit miljarden mensen herkent als het je geliefde is. In je omgeving hoor je soms een stem en je weet meteen wie het is en zo heeft ieder mens zijn eigen kenmerken. Zonder Gods geest kan geen mens bestaan, want in Prediker 12:7 staat, dat het stof van de mens wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft. Van twee dingen weten we dus zeker wat ermee gebeurt, de geest keert terug naar God, die hem gegeven heeft, ongeacht of dit een gelovige of een 60

ongelovige betreft, het lichaam vergaat tot stof en keert terug naar de aarde, ook ongeacht of het een gelovige dan wel een ongelovige betreft. Ziel is ontstaan doordat de geest in een lichaam kwam, dus eerder kon deze niet tot uitdrukking komen, ziel verdwijnt weer, als Gods geest weggenomen wordt, er blijft gewoon niets over. Zodra iemand is overleden, zie je dat ook gelijk, want het is niet meer de levendige unieke persoon, die je gekend hebt, de geest is weg, er rest een lichaam zonder ziel. Er is geen enkele reden voor om aan te nemen, dat die ziel nog ergens voortleeft, want het bestaansrecht lichaam met geest is er niet meer. Nu is het in het oude testament zo dat men zegt dat de ziel naar het sheol gaat. Het Hebreeuwse woord sheol betekent onwaarneembaar. Dit is echter nergens zo vertaald, hiervoor worden de woorden dodenrijk, hel en graf gebruikt. Het woordje ziel wordt vaak goed vertaald, maar ook regelmatig met het woord leven. De Statenvertaling heeft in het oude testament het woord sheol 32 maal met hel vertaald. Hoeveel maal het met graf vertaald is kon ik niet achterhalen, omdat de Statenvertaling drie verschillende Hebreeuwse woorden voor graf gebruikt. Mogelijk is het ook nog met andere woorden vertaald. Dodenrijk komt echter niet voor. De NBG vertalers hebben in het oude testament nergens het woord hel gebruikt en wilden dat in het nieuwe testament ook niet doen, omdat dit begrip in het Hebreeuws noch in het Grieks voorkomt. Er was echter één kerkelijke gemeenschap die zou afhaken als het woord hel geschrapt zou worden. Zij hebben toen besloten in het nieuwe testament het woord hel te laten staan. Het was niet zo moeilijk hier achter te komen, want wij hebben iemand in Eben-Haëzer, die theoloog is. Hij heeft destijds les gehad van Professor de Jonge, een medevertaler van het NBG, en die heeft dit bekend gemaakt. Het is toch ongelooflijk, dat één gemeenschap zoveel invloed kan uitoefenen. Het gaat er nu nog om of het Hebreeuwse woord sheol in het Grieks is terug te vinden in het nieuwe testament. 61

In Handelingen 2:27 haalt Petrus een gedeelte van David (zie vers 25) aan uit Psalm 16:10 namelijk: omdat Gij mijn ziel niet aan het dodenrijk zult overlaten, noch uw heilige ontbinding doen zien. In Handelingen wordt het Griekse woord hadês gebruikt voor dodenrijk en in de Psalmen het Hebreeuwse woord sheol. Hetzelfde geldt voor vers 31 waar het gaat om de voorzegging in Psalm 16:9, dat het vlees van Jezus in het dodenrijk geen ontbinding zal zien, wat normaal bij mensen wel het geval is. Het feit dat de mens in het sheol of in de hadês van niets weet, is omdat de ziel onwaarneembaar is en er geen lichaam en geen geest aanwezig is. Dit blijkt uit vele teksten in het oude testament. Psalm 6:6 want in de dood is Uwer geen gedachtenis, wie zou U loven in het dodenrijk (sheol). Prediker 9:2 alles is gelijk voor allen, eenzelfde lot treft de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en de reine, alsook de onreine. Hieruit kun je opmaken, dat de gelovige en de ongelovige in eerste instantie hetzelfde lot treft en er niemand direct naar een hemel of een niet bestaande hel gaat. Prediker 9:10 want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen gij gaat. Jesaja 38:18 want het dodenrijk looft U niet, de dode prijst U niet, wie in de groeve zijn neergedaald, hopen niet op Uw trouw. Daniël 12:13 maar gij, ga het einde tegen en gij zult rusten en opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen. De profeten waren echt niet gek in die dagen, zij wisten gewoon, dat hun ziel naar het sheol ging, naar het onwaarneembare. Er is gewoon niets in het sheol, de mensen liggen als het ware te rusten en dat is ook de reden, dat er regelmatig over slapen gesproken wordt. De vergelijking met slapen is heel toepasselijk, want als je ’s avonds in slaap valt en ’s morgens wakker wordt kan er ergens anders op de wereld wel een 62

aardbeving of overstroming hebben plaats gevonden, maar jij weet van niks, je ligt lekker te pitten. Je wordt wakker, luistert naar het nieuws en tot je grote ontsteltenis hoor je wat er is gebeurd. Daniël zegt: en gij zult rusten en opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen, dat zal zijn in het koninkrijk, dat duizend jaar zal duren, zoals dat ook geldt voor de Joden van het nieuwe testament. Job 3:13 Dan zou ik nederliggen en stille zijn, ik zou slapen, dan zou ik rust hebben. Job 14:10 Maar wanneer een man sterft, dan ligt hij krachteloos neer, geeft een mens de geest, waar is hij gebleven? Even verder staat dan, dat zij niet ontwaken en niet wakker worden uit hun slaap. In het oude testament kun je nergens vinden, dat de mens na zijn dood in de hemel dan wel in de hel komt, derhalve is de afschaffing van het woord hel in het oude testament door de NBG-vertalers correct geweest. In het nieuwe testament komt hadês maar tien keer voor en wordt het overal met dodenrijk vertaald: Handelingen 2:27,31 verwijst zoals we gezien hebben naar het oude testament. Matthéüs 11:23 en Lucas 10:15 hier wordt de stad Kapernaüm naar het dodenrijk verwezen Matthéüs 16:18 gaat over de gemeente uit het volk Israël, die niet door de poorten van het dodenrijk overweldigd zal worden Openbaring 1:18 gaat over de sleutels van het dodenrijk Openbaring 6:8 het gaat hier over iemand die op een vaal paard zit, waarvan de naam dood is. Het dodenrijk volgde achter hem. Dit is logisch omdat de dood volmacht, Grieks ex ousia, werd gegeven een vierde deel van de aarde te doden. Dit deel komt dan in het dodenrijk. Openbaring 20:13: en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren. 63

Openbaring 20:14: en de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Let erop, dat het gaat om doden, die in de poel des vuurs geworpen worden, niet om levenden. Zij merken daar dus niets van, want hun geest is teruggekeerd tot God en hun ziel is in de hades, in het onwaarneembare. Lucas 16:23 heb ik even voor het laatst bewaard, omdat je hierover een vraag had. Het gaat wel degelijk om een gelijkenis en uit het bovenstaande kan je al bepaalde conclusies trekken. Toen de rijke man stierf, werd begraven en in het dodenrijk zijn ogen opsloeg, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. Iedere Jood wist meteen, dat het om een gelijkenis ging en geen werkelijkheid betrof, omdat Abraham niet in de hemel was, maar in het sheol, in het onwaarneembare. Zij kenden immers de schriften van a tot z, je hoefde hen echt niets wijs te maken. Toen Lazarus stierf kwam hij dus ook in het sheol, Grieks hades, het onwaarneembare. Je begrijpt niet dat gelovigen kunnen denken dat de rijke man zijn ogen kon opslaan, terwijl zijn ziel in het onwaarneembare was en dat een bedelaar zonder meer in de hemel komt en ook nog in Abrahams schoot. Komt iedereen die arm is dan in de hemel als hij sterft en degene die rijk is in de hel? Als de rijke man dan aan Abraham vraagt of Lazarus hem wil verkoelen met wat water, zegt Abraham: jij had het goed toen je leefde en Lazarus had het slecht, daarom wordt Lazarus hier vertroost (voor eeuwig?) en lijdt gij pijn (ook voor eeuwig?). Er staat helemaal niets over geloof. Dit kun je gewoon niet letterlijk nemen, want dan zou iedereen die het slecht heeft in de hemel komen en iedereen die het nu goed heeft in de hel, als die al zou bestaan. Dan wordt er in de gelijkenis gewag gemaakt van een onoverkomelijke kloof, waardoor je niet van de ene naar de andere kant kunt komen. Is dit dan het plaatje van hemel en hel? Een normaal denkend mens begrijpt toch wel dat, als je in de hemel bent en je moet de hele dag aankijken tegen je ongelovige familie en kennissen, dit toch niet is tot Gods eer en verheerlijking. 64

Naar verhouding heeft slechts een klein percentage van alle miljarden mensen het christelijk geloof aangehangen, dus wordt dit dan wel een heel klein hemeltje tegenover een gigantische hel. Me dunkt, dat je dan beter zelf ook voor eeuwig verloren had willen gaan als je gedurende de hele eeuwigheid tegen hen aan moet kijken. Alle gelijkenissen weerspiegelen niet een werkelijkheid, maar dienen als voorbeeld voor de Farizeeën en de schriftgeleerden, die Jezus constant aanvielen en hem probeerden te betrappen op heel ernstige fouten, zodat ze hem ter dood konden brengen. De verloren zoon bestond niet echt en het ging niet om een echte verloren penning enz. Als Jezus beweerd had dat het hier over hemel en hel ging, hadden de Farizeeën hem gelijk opgepakt en gestenigd, want dat was de normale straf bij de Joden. Maar hij moest door de Romeinen aan een paal (NBG kruis) gehangen worden, de Farizeeën hadden geen schijn van kans. De Statenvertaling heeft het Griekse woord hadês op bijna alle plaatsen met hel vertaald. Hades wordt in de Griekse mythologie gebruikt als een naam voor de onderwereld of voor de god van de onderwereld, dan weet je waar het vandaan komt. Het is ongeveer hetzelfde als bij kerst: een heidens ritueel overgoten met een christelijk sausje. Weet je, ik kwam er nu pas achter dat het woord hadês (het onwaarneembare) in de brieven van Paulus in het geheel niet voorkomt. Ik denk, dat de doorgenomen teksten wel voldoende aantonen dat de woorden sheol en hadês niet gaan om een hel of een plek, waar wij naar toe zouden gaan als we sterven en daar een vorm van leven hebben. Hoe komt men dan toch nog aan het woord hel in het nieuwe testament? Het Griekse woord Geenna (Gehenna) is daar de oorzaak van. Eerst maar eens opgezocht in het Prisma vreemde-woordenboek van A. Kolsteren, dat zegt het volgende: Gehenna (Hebreeuws gehinnom) oorspronkelijk: plaats in het Hinnom-dal bij Jeruzalem, waar aan de afgod Moloch kinderoffers gebracht werden, vandaar plaats van afschuw voor de rechtzinnige Joden; plaats van zonde en kwelling, hel, 2 Koningen 23:10 en Jeremia 7:31. 65

Hoe is het mogelijk, hè, dat uit het bovenstaande blijkt dat de hel, als je het zo wilt noemen, hier op aarde was. Er werden destijds kinderoffers gebracht. In het ravijn werd ook het vuilnis van Jeruzalem gestort en daardoor krioelde het er van de wormen. Er werd tevens afval verbrand. En ik kan het je nog sterker vertellen, Miek en ik hebben er met onze kinderen gelopen. Het is nog steeds een dal en heet ook nog steeds het dal van Hinnom. Er was geen vuilnis meer, tenminste niet gezien. Het woord hel komt 12 keer voor: De verzen in Matthéüs 5:22,29,30; 18:9 Marcus 9:43,45,47; Lucas 12:5 gaan er allemaal over dat je beter een oog uit kunt rukken of een hand af kunt hakken, dan naar de hel gaan. Volkomen kletskoek, hiermee wordt bedoeld, dat je dit beter kan doen, dan dat je straks wellicht niet in het Koninkrijk komt. Degenen die niet geloofd hebben, zullen aan het begin van het duizendjarig rijk verloren gaan en in het dal Hinnom gedood worden, alwaar de worm dan niet sterft van de lichamen die er liggen en waarvan de restanten zullen worden verbrand. Het gaat hier trouwens over Joden en niet over heidenen. God laat echter geen Joden eeuwig in een hel branden, op hun tong bijten, enz. enz. God is Liefde en genadig, hoe hebben ze het kunnen bedenken? Maar ja, de dia-bolos heeft z’n taak serieus genomen en de gelovigen denken dan ook dat hij gewonnen heeft. Matthéüs 23:15 is nog wel een bijzondere tekst. Hier zegt Jezus tegen de schriftgeleerden (vergis je niet, dit waren de leiders van het volk Israël): gij huichelaars, want gij trekt zee en land rond om één bekeerling te maken en wanneer hij het wordt maakt gij van hem een kind van de hel, Grieks geenna. Ze zullen dus, ondanks het feit dat ze zich bekeerden, niet in het Koninkrijk komen. Dat gelovigen niet direct naar de hemel gaan, maar slapen in het sheol of de hades, is vrij eenvoudig aan te tonen, neem: Johannes 11:1-44 66

vers 11 Jezus zei tegen zijn discipelen: Lazarus onze vriend slaapt (NBG is ingeslapen), maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken, in vers 13 zegt Jezus dan tot hen: Lazarus is gestorven. Als jij en ik nu tegen iemand zouden zeggen dat de dood een soort slaap is, dan word je gelijk verketterd. Maar Jezus zegt het wel! Lazarus lag al vier dagen in het graf en er was al ontbinding ingetreden, want in vers 39 staat dat er een lijklucht was. Vers 43-44 verhaalt van de opwekking van Lazarus. Waar het om gaat is, dat de mensen niet vroegen aan Lazarus: Joh, hoe was het nou in de hemel, vind je het niet jammer, dat je nu weer op de aarde verder moet, erg hè? Welnee, zijn lichaam verging, omdat de geest naar God was teruggekeerd en zijn ziel in de hades was, waar niets te beleven valt. Hij was dus blij dat hij nog een poosje op aarde mocht blijven. Hij was uit de tijd geweest, had als het ware vier dagen liggen slapen, doch had geen idee hoe lang het geduurd had. Als mijn vader straks gewekt wordt, zal hij niets gemist hebben, hij overleed (over het lijden heen) en heeft geen notie van de tijd dat hij heeft liggen rusten. Voor zijn idee werd hij op het moment van sterven levendgemaakt en ontving hij à la minute een verheerlijkt lichaam. Mijn vader is nu nog niet in de hemel, maar in de hades, hij is uit de tijd en ervaart geen bewust zijn. Lucas 8:40-56 gaat over het dochtertje van Jaïrus waar Jezus zegt in vers 52: weent niet zij is niet gestorven, maar zij slaapt. De omstanders lachten Hem echter uit. Ook in die tijd waren de mensen ongelovig en zo is het nog steeds. In vers 55 lees je dan: en haar geest keerde terug en zij stond op. Er was dus een dood lichaam, maar zonder de geest van God kon zij geen levende ziel meer worden. Die ziel was niet in de hemel, maar in de hades. Niemand vroeg hiernaar omdat iedereen wist hoe het in elkaar zat. De meeste gelovigen in onze tijd geloven echter dat mensen al min of meer in de hemel zijn geweest als ze schijndood zijn. Het verhaal van een verblindend licht aan het eind van een tunnel heb je waarschijnlijk ook wel eens gehoord. Kennelijk lezen ze nooit wat ik toch wel regelmatig lees, dat het zou komen door de medicijnen die hallucinaties veroorzaken. 67

Alle verschijningen, stemmen en ik weet niet wat, (bij een schoonzus zou zelfs de Here Jezus in haar slaapkamer verschenen zijn) hebben met spiritisme te maken. De dia-bolos is weer aan de gang, probeert alles door elkaar te gooien. Kennis van het woord is onze enige redding. De situatie in 1 Samuël 28:15 slaat een beetje op het bovenstaande, (jouw vraag brief 5, alinea 5). In vers 6 vroeg Saul de Here, maar de Here antwoordde hem niet, noch door dromen noch door Urim noch door de profeten, terwijl Samuël inmiddels gestorven was, vers 3. Toen ging Saul op zoek naar een vrouw die geesten van doden kon bezweren. Ik neem aan dat je begrijpt, dat wat Saul deed niet in opdracht was van de Here, Hij antwoordde hem niet eens. Het is de mens eigen om dan maar naar een waarzegger te gaan. Ook als mensen niet genezen gaan ze naar allerlei kwakzalvers, die zogenaamd kunnen genezen. Waarzeggers, die zeggen contact te kunnen zoeken met de doden, worden ook in onze tijd veel geraadpleegd. Saul wist heus wel dat hij fout zat, anders had hij zich niet vermomd en bovendien ging hij ook nog eens ’s nachts, maar God zag hem heus wel hoor. Hij vraagt dan aan de vrouw: wil je mij waarzeggen met behulp van de geest van een dode? Dit is ten ene male onmogelijk, omdat de geest van doden terugkeert naar God, die hem ook gegeven heeft. De geesten van doden die men oproept zijn boze geesten, die zich voordoen alsof ze overleden mensen zijn. Het is precies waar het hele spiritisme op is gebaseerd. De vrouw was trouwens ook slim, ze dacht dat hij gekomen was om haar in de val te laten lopen en haar te doden, zoals Saul dit zelf bevolen had. Wat hypocriet, hij jaagt eerst alle waarzeggers het land uit en gaat er dan toch stiekem zelf naar toe. Je begrijpt dat de rest ook één en al leugen en bedrog is. Goed, Saul wilde Samuël laten opkomen. Hoe zou dat dan in zijn werk moeten gaan? Zijn lichaam was in ontbinding, zijn geest was naar God, de ziel in het sheol, het onwaarneembare. 68

Het heeft geen enkele zin om uit te vissen hoe waarzegsters aan hun bronnen komen, immers de duivel is een leugenaar en de vader der leugen, Johannes 8:44. Hij zal niet nalaten om juist de gelovigen om de tuin te leiden. Doden zijn in de hades en kunnen niets laten horen. Je begrijpt gewoon niet waar ze op dit moment op de televisie allemaal mee bezig zijn, walgelijk gewoon. En heel Nederland zit ernaar te kijken. Je had nog een vraag over de tweede dood (brief 5 alinea 5). Je vroeg je af hoe ik wist, waarover ik schreef en nu we het toch over de dood hebben, kan ik hier gelijk nog wat dieper op ingaan. Ik heb je al enige keren laten zien, dat aan Israël een Koninkrijk is beloofd zowel in het oude als in het nieuwe testament. Inmiddels zijn er al miljoenen Israëlieten gestorven maar wel in de overtuiging dat, als het Koninkrijk zou aanbreken, zij er zeker bij zouden zijn. Dit betekent dat, als het Koninkrijk daadwerkelijk aanbreekt, er een opstanding uit de doden zal zijn (tussen de doden uit omdat niet iedereen op zal staan, maar slechts de rechtvaardige Joden). Openbaring 20:6 spreekt hierover en wel als volgt: Dit is de eerste opstanding. Zalig en heilig is hij (de Jood), die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, duizend jaren. Dat het hier om Joden gaat, kun je terugvinden in 1 Petrus 2:8 waar staat: Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom. Dat het hier beslist geen heidenen betreft, kun je opmaken uit het feit dat de Joden op precies dezelfde manier zo genoemd worden in Exodus 19:6. En Daniël 2:44 getuigt: Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk oprichten, dat in de eeuw (eon) niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan. Het kan ook niet meer in andere handen overgaan, want de rechtvaardige Joden die aan de eerste opstanding deelhebben, blijven al die duizend jaren leven en regeren, na die duizend jaar gaan ze niet meer dood, maar zullen ze overgaan naar de nieuwe hemel en nieuwe aarde, want de tweede dood heeft geen macht meer over hen. 69

Vóór deze opstanding zullen degenen, die behoren tot het lichaam van Christus en al ontslapen zijn, opstaan en gelijk met de gelovigen, die achterbleven tot Zijn komst, de Here tegemoet gaan in de lucht. Wij weten nu dat er al twee groepen zijn waarover de tweede dood geen macht meer heeft. Als je gelooft in een hel, dan zouden de mensen, die zogenaamd al voor eeuwig in de hel verbleven, hier uitgehaald moeten worden om voor de witte troon te verschijnen om dan daarna weer in de poel des vuurs terecht te komen, wat ook weer de eeuwige hel betekent. Het is allemaal zo hopeloos, die gedachten van mensen die, aan de schrift getoetst, nergens op steunen. Er staat toch duidelijk, dat de zee de doden gaf die in haar waren en de dood en het dodenrijk (hades) de doden gaven die in hen waren, hoe kan het dan als ze al in de eeuwige hel zijn, is de zee dan de hel? Als er staat dat de dood en het dodenrijk in de poel des vuurs geworpen worden, dan zijn zij, die daarin zijn, dood. Bovendien, als ze al levend waren, zou hun lijden niet eens één seconde duren vanwege de hitte, die er ontstaat als de hele aarde door vuur verwoest en vernietigd wordt. Hoe weet ik nou zo zeker, dat de laatste vijand de tweede dood is? Het is een soort optelsom. We hebben al twee groepen mensen waarover de tweede dood geen macht meer heeft, dat zijn: 1) Het lichaam van Christus dat een taak temidden der hemelingen aan het vervullen is. 2) De rechtvaardige Joden, die duizend jaar zullen regeren en rechtstreeks naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde gaan. 3) De mensen voor de witte troon; hun geest keert terug tot God en hun lichamen worden verbrand in de poel des vuurs, dit is de tweede dood. 4) Op de nieuwe aarde zal de dood niet meer zijn, Openbaring 21:4. Dus de tweede dood, genoemd bij groep drie, is de laatste vijand die onttroond kan worden. O ja, de vraag over de misdadiger (Lucas 23:43), tegen wie Jezus zegt: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn! is nu ook wat gemakkelijker uit te leggen, door de tekst in een iets andere volgorde te citeren. Die zou vanuit het Grieks ook zo kunnen luiden: Voorwaar, heden zeg ik U, met Mij zult gij in het paradijs zijn. 70

De misdadiger vroeg of Jezus hem wilde gedenken wanneer Hij in Zijn Koninkrijk kwam, hetgeen door de profeten aangezegd was. Hij geloofde dat Jezus de Messias was en dat hij misschien, al was het op ’t nippertje, nog in het Koninkrijk mocht komen, maar dat mag hij niet. Dit blijkt uit het feit dat Jezus hem de belofte geeft, dat hij in het paradijs zal komen, dus op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ja hoe weet je dat nou, omdat er in het begin van Genesis 2:9 alsook in Openbaring 22:2,14 gesproken wordt over de boom des levens ofwel geboomte des levens en in Openbaring 2:7 gezegd wordt, dat de boom des levens in het paradijs Gods staat. In het duizendjarig vrederijk staat geen boom des levens, zodat je aan mag nemen, dat hij niet in dit rijk komt. Jezus ging niet heden naar het paradijs; Zijn ziel ging heden naar de hades en Zijn lichaam werd begraven, net zoals bij elk ander mens. Zijn ziel werd echter niet aan het dodenrijk overgelaten en Zijn lichaam heeft geen ontbinding gezien, Handelingen 2:27 en 31. In zekere zin ging de misdadiger wel heden naar het paradijs, want als hij gewekt zal worden om het paradijs te betreden, dan is er voor hem totaal geen tijd verstreken. Het ene moment sterft hij en het andere moment wordt hij in het paradijs geplaatst. Hij is immers uit de tijd. Jezus ging na Zijn opstanding niet direct naar het paradijs, omdat dit pas komt na het duizendjarig koninkrijk. Hij ging naar God, de Vader. Johannes 20:16,17 geeft in de ontmoeting van Jezus met Maria ook duidelijkheid over het feit, dat Hij niet heden naar het paradijs ging. Want toen Maria Hem wilde aanraken zei Hij tegen haar: ‘Houd Mij niet vast, want ik ben nog niet opgevaren naar de Vader. Acht dagen later mocht Thomas, die niet kon geloven dat het echt Jezus was, Hem wél aanraken, vers 27. In die tussentijd is er een onzichtbare hemelvaart geweest, dus nog vóór de zichtbare hemelvaart die de discipelen hebben zien gebeuren. Wonderlijk hè! Hartelijke groeten en alle geestelijke wijsheid en verlichte ogen van het hart toegewenst, Efeziërs 1:17,18. Ruud. 71

Hallo oom Ruud, (7) 3-11-2004 1) Gisteren heb ik alle brieven die ik van u ontvangen heb nogmaals grondig bestudeerd en ik heb nog wat vragen opgeschreven. uit brief 1 In 1 Petrus 1:20 staat dat Jezus bij het einde der tijden of de volheid der tijden is geopenbaard. Wat wordt precies bedoeld met volheid der tijden, dat is dus 2000 jaar geleden al gebeurd? uit brief 2 Hoe kan een mens, praktisch gezien, aan de hemelingen nu al de veelkleurige wijsheid Gods laten zien en de overweldigende rijkdom Zijner genade? Hoe kunnen wij vrede en verzoening van God voor het Al bewerkstelligen? Je zegt dat Jezus ZIT aan de rechterhand Gods, maar Jezus is toch ook onze Hogepriester bij God? uit brief 3 Je zegt dat Jezus kwam voor de Joden en niet voor de heidenen. Dat begrijp ik inderdaad. Maar in Johannes 10:16 spreekt Jezus over "andere schapen die Hij moet leiden". Zijn de gelovigen uit de heidenen daarmee bedoeld? uit brief 4 In Marcus 7:18-19 vond ik ook nog een mooi vers over onreine spijzen: Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijnder plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein. uit brief 5 Nadat God alles in allen is geworden, ofwel na de vijfde aeon, leven wij dan in het paradijs, of op een nieuwe hemel en aarde. Er is dan ook geen onderscheid meer tussen Jood en heiden, klopt dat? En waarom zijn er dan geen "duivels" meer? Omdat iedereen gelijk zal zijn aan Christus? uit brief 6 Ik vind het prima, als je een keer per week een mail stuurt. Ik vind het ook geweldig als het een keer per maand zou zijn. Ik begrijp, dat je nog veel andere bezigheden hebt, dus met iedere brief ben ik al erg blij! 2) Ik vind de Bijbel een heel bijzonder boek. Hoe meer je ervan begrijpt, hoe meer je versteld staat van de manier waarop het plan van God met de aeonen en de mensheid in elkaar zit. 72

Alleen blijft bij mij nog altijd de grote vraag (zie mijn allereerste brief) het waarom van dit alles. Als je al de ellende ziet gebeuren in de wereld, ook al is dit allemaal Gods plan, waarom heeft de God van liefde ons mensen dan niet meteen in Zijn heerlijkheid gebracht, en de "duivel, satan" en de dood onttroond? Waarom een plan van 6000 jaar? Ik weet wel, dat de Bijbel niet alles verklaart en dat wij geen god zijn, maar dit blijft voor mij toch een moeilijk punt. 3) Met betrekking tot de zondvloed heb ik gelezen, dat de ark in Turkije op een berg ligt onder het ijs. In Jeremia 3:16 wordt denk ik de ark des verbonds van Mozes bedoeld Exodus 25:10-22 en I Kronieken 15:28. Het lijkt mij een logische verklaring dat de mensheid nog niet zo wijd verbreid was in de tijd van de zondvloed. 4) Over de dood zeg je dat de "doden" dood zijn en dus niet leven. Dit begrijp ik, maar de doden "staan" wel voor de troon en horen het oordeel voordat ze in de tweede dood gaan. 5) De zielen in het hades, staan die dus ook weer op bij de opstanding in het verheerlijkte lichaam? En wat doet de geest bij God gedurende de tijd na het sterven en voor de opstanding? De geest alleen heeft dus geen zintuigen en geen denkvermogen, maar wel een bewustzijn? De geest is de levensadem. 6) Ik zal je vertellen, hoe ik tot het geloof kwam. Natuurlijk ben ik in mijn jeugd al veel met het geloof in aanraking geweest. Ik heb veel in de bijbel gelezen, naar de kerk, ben op zangkoren geweest en heb een bijbelkring gevolgd. Het geloof heeft mij altijd bezig gehouden. Maar de laatste jaren was het op een heel laag pitje komen te staan. En vorige jaar besefte ik opeens, geloof ik nou eigenlijk wel echt? En ik wilde opeens weten of God nu eigenlijk wel echt bestond? Dus ben ik "op zoek" gegaan. Eerst naar de bibliotheek, daar vond ik allemaal vreemde boeken over mensen die een gesprek met God hadden gehad e.d. Maar dit stond me allemaal niet aan. Dus toen ben ik op internet gaan zoeken. Ik typte bij de zoekmachine het woordje "GOD" in en daar rolden natuurlijk enorm veel sites uit. Ik worstelde enorm met de evolutietheorie en de dino's e.d. En wie was de vrouw van Kain? 73

Enkele van deze sites beantwoordden mijn vragen en spraken mij enorm aan. Maar het, voor mij althans, overtuigende bewijs van Gods bestaan waren de profetieën, waarover ik las op deze sites. Het feit dat vier eeuwen voor de geboorte van Jezus al zoveel dingen voorzegd waren. Alleen God kan dat allemaal weten. En als je het ene gelooft in de Bijbel, dan moet alles waarheid zijn. En zo ga je steeds verder onderzoek doen en besef je dat de Bijbel wel zo bijzonder is, dat het wel Gods Woord moet zijn. Ik kocht een bijbels dagboek van Joni en las dat in 3 maanden tijd. Veel teksten daarin gebeurden in mijn dagelijkse leven, alsof God wilde bevestigen dat Hij inderdaad bestaat. Ik voelde mij ook sterk geleid naar de juiste bijbelstudies en sites op het internet. Maar er rezen ook wel veel twijfels over het hoe en waarom. En hoe geloof je in een God die je niet kunt zien? Ook al vertellen de hemelen Gods eer en besef je dat alles prachtig is geschapen. Het beste wat je kunt doen is je verdiepen in de Bijbel, ook al roept dat ook weer veel vragen op. 7) Misschien wilt u eens vertellen over hoe u tot het geloof kwam en misschien kan ik daar nog veel van leren, en hoe de een-jarige strijd van uw leven verlopen is. En hoe u met twijfels en vragen omgaat en zo enorm veel kennis van de Bijbel hebt! Ik heb ook een boekje van oma gekregen over de opname. Is dat hetzelfde boekje? 8) Hoe weet ik wat de wil van God voor mijn leven is, nu Hij mij geroepen heeft. Of kan ik gewoon geduldig afwachten totdat Hij mij zal leiden tot de goede werken die Hij tevoren bereid heeft? 9) Kunt u nog wat vertellen over de doop? Het is een moeilijk onderwerp voor veel gelovigen. 10) Ik begrijp, dat ik je weer met heel veel werk opzadel, neem rustig de tijd ervoor en als ik iets terug kan doen? Groet, ook aan tante Miek. Anne 74

Hoi Anne, (7) 9-11-2004 Bedankt voor je mailtjes tussendoor waarin je aangeeft, dat ik onze correspondentie anderen mag aanreiken zodat onze berichten wellicht door onze God en Vader gebruikt kunnen worden tot eer en verheerlijking van Zijn naam. 1) Je hebt de brieven 1 t/m 6 nog eens doorgenomen en er wat vragen over gesteld. Ik maak hier een aparte studie over, zodat deze vragen wat duidelijker voor je worden. Ik zal dan ook nog ingaan op de overige punten waar je nog niet uit kunt komen. 2) Kom ik later op terug, zie onder 10). 3) Met de ark uit mijn brief 6.2 bedoelde ik inderdaad de ark des verbonds, het staat ook een beetje ongelukkig geschreven, omdat het daar over de zondvloed ging, onbewust dacht ik waarschijnlijk aan die andere ark. 4) De tekst: doden voor de witte troon, in Openbaring 20:12 is figuurlijk bedoeld, want net zo min als je nu doden ergens ziet staan, kan dat daar ook niet. Het betreft hier tot leven gewekte mensen die tijdens hun leven geen relatie hadden met God. Ook nu worden mensen terwijl ze hier gewoon rondlopen door God als doden gezien. Ze hebben er geen flauw idee van waar wij mee bezig zijn. Om je een beeld te geven van wat ik bedoel geef ik je een paar teksten. Efeziërs 5:14: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden en Christus zal over u lichten. Deze tekst wordt vaak bij begrafenissen gebruikt, maar hij heeft niets te maken met mensen die dood zijn. Het gaat hier om gelovige mensen op wie een beroep wordt gedaan uit de slaap te ontwaken en op te staan uit de doden (mensen die geen relatie met God hebben). Het heeft alles met onze wandel te maken, zoals omschreven in de verzen ervoor en erna. Matthéüs 8:22 Hier zegt Jezus tegen een van Zijn discipelen, als deze zijn vader wil gaan begraven: ‘Volg Mij en laat de doden hun doden begraven’. Je begrijpt wel dat mensen die dood zijn geen andere doden kunnen gaan begraven. Jezus bedoelde dat degenen die Hem niet volgen, geen relatie met Hem hebben en derhalve dood zijn. 75

5) De zielen op zich zijn niets, een levende ziel ontstaat pas zodra de geest van God in een lichaam komt. Het dodenrijk (hades) is niet een plaats waar allemaal zielen bewaard worden. Je zou het kunnen vergelijken met een lamp die licht geeft, zodra je de stroom uitschakelt is het licht verdwenen. Waar is dan het licht gebleven? In de hades, het onwaarneembare. De geest die terugkeert naar God, is Zijn kracht om mensen tot leven te wekken en Hij houdt er geen plaats op na waar hij de geest van mijn vader bewaart of van wie dan ook. Geest is in het Grieks pneuma, een heel bekend woord in de industrie, zoals een pneumatische hamer waarmee men iets probeert te slopen. Deze hamer werkt op lucht. In Gods woord is geest de onzichtbare en ongrijpbare kracht van beweging van leven en denken. Je zou over Gods geest kunnen zeggen dat het de Goddelijke kracht is, die verslag doet van Gods onzichtbare en ongrijpbare daden. Pneuma komt van het woord pneõ, wat waaien betekent of in beweging gezette lucht. Geest is geen zelfstandig opererende macht, zoals dit in de zogeheten drieeenheid tot uitdrukking komt, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Daarom kun je geest ook niet met een hoofdletter schrijven, zoals dit overal gedaan wordt. Gods kracht/geest is nodig om ieder mens tot leven te wekken. Daarbuiten gaf God in het oude testament en ook in de evangeliën een extra kracht/geest, die op de mensen kwam, waardoor zij in staat werden gesteld om bepaalde taken te verrichten en zoals ik al eerder geschreven heb, kon deze kracht ook weer weggenomen worden. In onze tijd worden mensen geroepen tot het lichaam van Christus en komt deze kracht niet op ons, maar in ons en zal zich dan nooit meer terugtrekken. Het is de kracht Gods ofwel geest, die ons het woord duidelijk maakt zodat wij kracht ontvangen om bijvoorbeeld onder lijden te blijven staan en het te kunnen gaan zien als genade. Zonder Gods geest is dit onmogelijk. Zodra God Zijn geest uit de mens terugneemt is er geen kracht meer om in leven te blijven. Toen Jezus Lazarus uit het graf riep, kwam Gods geest ofwel Zijn kracht terug in Lazarus en kon hij weer tot leven komen en opstaan. 76

6) Het is toch geweldig om te zien hoe God in een mensenleven werkt, zo laat je alles een beetje versloffen en opeens komt daar weer die interesse. Hiermee kun je zien dat God altijd weer met de mens, die Hij voor de nederwerping al voor een taak temidden der hemelingen heeft gekozen, aan de gang gaat door Zijn geest. God heeft je gewoon een poosje laten aanmodderen om uiteindelijk weer dat verlangen te wekken Hem te zoeken en dieper te leren kennen. Ik herken de manier waarop God in jou werkt. Ik had dezelfde drang om meer te weten te komen, om te willen leven tot Zijn eer. Ik was er dag en nacht mee bezig. Als ik ’s nachts wakker werd, dacht ik gelijk aan Hem en aan alles wat me was overkomen. Door de jaren heen (27 jaar) is mijn kennis over het geloof wel heel veel veranderd en dat is wat ik je nu allemaal mag bekend maken, zodat het bij jou in een ijltempo zal gaan. 7) 42 jaar was ik toen God met mij en Miek plotsklaps een andere weg wilde gaan. Wij kozen voor Jezus door bij een bijeenkomst in Amsterdam te gaan staan en we hadden geen idee dat Hij het was die dit in gang zette, we waren er heilig van overtuigd dat wij voor Hem kozen. Hoe het destijds allemaal is verlopen kan ik niet een-twee-drie op papier zetten en eigenlijk is het voor mij ook niet meer zo interessant. In de loop van onze briefwisseling zul je nog genoeg tegenkomen over de manier waarop God mij gedurende de afgelopen 27 jaar heeft geleid. De strijd van een jaar, zoals genoemd in mijn brief 4.4, heb ik menselijk gezien zwaar verloren. Ik kon geen kant op, evangeliseren had geen zin meer, zieken vielen er niet meer te genezen en mijn ego had een flinke deuk opgelopen. Geestelijk gezien ging ik echter met sprongen vooruit omdat er steeds meer dingen duidelijk werden en van God uit gezien was dit natuurlijk het allerbeste. Hij heeft mij aangezet tot studeren en nog eens studeren, zodat ik Zijn rust en vrede in mijn dagelijks leven mag ervaren, hoe groot de nood ook kan zijn. De titel van het boekje van mijn moeder weet ik niet meer, wel dat ik het had meegenomen om haar een plezier te doen en het heeft zeker een jaar in de kast gestaan, totdat ik het weer tegenkwam en erin begon te lezen. Vlak voor de vakantie heb ik de uitgever gebeld of er nog meer boekjes waren, inderdaad ca. 15 stuks. 77

Ik heb ze allemaal gelezen en er veel over nagepraat met Miek en zo is het allemaal in gang gezet! Het merkwaardige is dat ik mij in deze boekjes helemaal niet meer kan vinden. Dit komt doordat ze ontzettend wettisch zijn, terwijl de wet voor de Jood is en niet voor ons. Aangezien de hel ook hierin zegevierde, heb ik mij niet verder in deze lectuur verdiept. Toch ben ik dankbaar dat God mij door middel van deze boekjes heeft willen aanspreken en ik ben ervan overtuigd, dat God vele middelen gebruikt om mensen nieuwsgierig te maken. De nieuwe bijbelvertaling kan ook op die manier door God gebruikt worden. In E-H zijn alle kerkelijke richtingen wel te vinden, doch uiteindelijk gaat het er toch om dat wij allen tot een en hetzelfde lichaam van Christus Jezus, onze Here behoren. Paulus zegt dan ook in 1 Thessalonicenzen 4:16: en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen in wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht en zó zullen wij altijd met de Here wezen. Bij wat betreft: zij die in Christus gestorven zijn, moet je niet denken aan een beperkte groep, want het lichaam van Christus is wereldwijd. Helaas hebben bepaalde groepen, kerken of gemeenschappen al die verschillen opgeroepen en beperkingen gemaakt. Toen wij ons lieten uitschrijven uit de Gereformeerde kerk kwam er zelfs een ouderling vertellen, dat hij ervan overtuigd was dat wij door deze handelwijze verloren zouden gaan. Hij wilde ons hiermee waarschuwen. Hoe is het mogelijk, hè, dat er 27 jaar geleden nog zo over gedacht werd. Zo bezien was er eigenlijk niets mis mee, hoewel wij er destijds door geschokt waren. Al die zaken, de Vrije Evangelische Gemeente waarin ik grootgebracht ben, de Gereformeerde kerk waarvan ik lid was, de boekjes die mijn moeder gaf, de begintijd bij In de Ruimte in Soest en de, in eerste instantie, pinksterachtige gemeente Eben Haëzer, hebben hun invloed op mijn geloof gehad. 78

Ze hebben mij in staat gesteld om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt, ondermeer ook in het kunnen afwegen van allerlei (voor)oordelen, die in principe allemaal in Christus wegvallen, omdat alles past in Gods wonderbaarlijke plan met alle mensen. 8) Weet je, geduld is vrucht van de geest, Galaten 5:22. Het is in de NBG vertaald met lankmoedigheid en heeft met twee dingen te maken, namelijk met liefde en met lijden. Je kunt het vinden in 1 Corinthiërs 13:4 waar ook lankmoedigheid staat. De liefde is geduldig, maar dat is ook weer vrucht van de geest. Galaten 5:22 begint hier zelfs mee. Liefde en geduld zijn dus geen zaken die de mens vanuit zichzelf bezit. Ze worden door de geest, die in ons woont, aangewakkerd. Uit zichzelf kan een mens zijn vijand niet liefhebben, ook de meeste gelovigen kunnen dat niet. Hoe kunnen presidenten, Clinton, Bush met een bijbel in de hand de kerk verlaten en tegelijkertijd duizenden bommen laten vallen op voormalig Joegoslavië, Irak of waar dan ook? Zij baseren hun handelwijze op het oudtestamentische oog om oog, tand om tand en gaan hiermee terug naar de tijd van het volk Israël. Zij hebben Gods genade nog niet op die manier leren kennen om zelf genade te kunnen schenken. Dit is kennelijk ook nog niet nodig, want Gods plan moet gewoon uitgevoerd worden en dat is o.a. om Zijn volk Israël klaar te stomen voor hun aardse taak. Hieruit kun je al opmaken dat ook gelovigen vanuit zichzelf geen geduld kunnen opbrengen. Dat is ook logisch, want geduld gaat vaak met lijden gepaard en daar is vanzelfsprekend niemand op uit. God doet dit wel, want in Romeinen 9:22 staat dat God de instrumenten des toorns, die ten verderve toebereid waren, met veel geduld draagt (NBG respectievelijk lankmoedigheid en verdraagt). Kun je nagaan wat dit aan lijden voor God betekent. Hij is bereid deze instrumenten, omdat Hij ze nodig heeft in Zijn plan, ook nog zelf te dragen, zoals Hij ook het verlaten van de Zoon heeft gedragen. Er is een overweldigende kracht voor nodig als God je ogen hiervoor wil openen. 79

9) De doop is moeilijker gemaakt dan het is, omdat wij allemaal grootgebracht zijn met tradities. Ik zal er de volgende keer op terugkomen. 10) Je zadelt mij met heel wat op, maar dat is dik de moeite waard. De volgende keer zal ik een poging ondernemen je antwoord te geven op de vragen over brief 1 t/m 6 en alinea 2 en 9 van deze brief. Hij zal je zeker leiden tot de goede werken die Hij tevoren heeft bereid! Brieven van Paulus Jouw vraag uit brief 6 alinea 3, was, of ik kon uitleggen waarom wij onderscheid maken tussen de brieven van Paulus tijdens de Handelingenperiode en tijdens zijn gevangenschap. Mijn korte reactie hierop was, dat wij inderdaad een voortgaande lijn hebben ontdekt in zijn brieven, wat destijds heel veel indruk op mij heeft gemaakt. In het bijzonder omdat ik op 42-jarige leeftijd dacht dat ik voor Jezus gekozen had en wel zodanig, dat ik het evangelie wilde gaan verkondigen, zieken de handen opleggen en boze geesten uitdrijven. Ik kwam in Eben Haëzer terecht, waar ik al spoedig mijn draai vond en waar ik met anderen voor mensen, die gezalfd werden tot genezing, gebeden heb. Ook werd mij eens gevraagd om iemand, die door boze geesten beïnvloed werd, de handen op te leggen en hardop te bidden. Het resultaat heb ik na de zalving niet durven vragen en ik ben er ook niet achtergekomen of er daadwerkelijke genezing had plaatsgevonden. De vrouw met de boze geesten heb ik nooit meer gezien, dus ook dat kon ik niet controleren. Ik heb zitten wachten of iemand in het dorp mij zou bellen, om handen te kunnen opleggen omdat hij kanker had. Ik wilde wachten tot hij belde, want dan wist ik zeker dat het ook Gods bedoeling was. Hij belde niet, noch zijn vrouw en een paar maanden later is hij overleden. Ik wilde afstand doen van al mijn bezittingen om mensen uit de hel te redden en ik maakte mij vaak kwaad over gelovigen, die zoveel geld en goederen bezaten en rustig op hun stoel bleven zitten en al die miljoenen mensen maar naar de hel lieten gaan. 80

Luisterend naar Johan Maasbach in de auto, zei hij dat, als je iets mankeerde, je je hand op de radio moest leggen en al wat gij bidt zal u geworden en omdat ik aan één kant doof geboren ben, legde ik mijn hand op de radio. Tot mijn grote teleurstelling geen genezing. In zijn predikatie zei hij, dat ik ook met mijn bijbel onder mijn kussen kon gaan slapen en na dit gedaan te hebben, kreeg ik ook geen genezing. Een broeder zei eens tegen mij: als je in tongen wilt gaan spreken, open je mond en het gaat vanzelf gebeuren, maar hoe vaak ik mijn mond ook opendeed, er gebeurde niets. De voorganger van destijds begreep het op een gegeven moment ook niet meer, want er staat toch duidelijk in Jacobus 5:14: Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. Maar toch genazen de mensen niet, terwijl de oudsten toch echt wel gelovig waren. Weet je, dit was al een heel bijzondere ontdekking op zich. Ik bedoel, dat wij naar onszelf gingen kijken, want bij de meeste gemeenschappen is het zo dat genezing van de zieke broeder/zuster afhankelijk is van zijn/haar eigen geloof. Treedt er geen genezing op dan krijgen ze er zelf de schuld van, omdat hun geloof dan kennelijk niet groot genoeg is. Daar wij toen al heel veel aan bijbelstudie deden, waren wij er achtergekomen, dat het aan de gelovige broeder die de handen oplegt en zalft moest liggen en niet aan het geloof van de zieke. Door die verdieping van het woord kwamen wij uiteindelijk bij Paulus terecht en daar vonden wij toch wel heel bijzondere dingen. In Handelingen 19:11,12 staat dat zweetdoeken of gordeldoeken van het lichaam van Paulus aan de zieken werden gebracht en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren. In Romeinen 15:18 zegt Paulus dat Christus door hem bewerkt heeft dat hij heidenen tot gehoorzaamheid moest brengen door woord en daad, door kracht van tekenen en wonderen, door de kracht des geestes. In 1 Corinthiërs12:9 zegt hij, dat Gods geest verschillende gaven geeft, aan de een gaven van genezing en aan de ander werking van krachten, verder allerlei tongen en aan weer een ander vertolking van tongen. 81

Je zou hieruit kunnen opmaken: zie je nou wel, het kan en bestaat toch! Daarom gaan we nu maar eens in de andere brieven van Paulus kijken. In 2 Timótheüs 4:20 staat: Trófimus heb ik ziek achtergelaten te Miléte. Hé, dat is wonderlijk, had hij dan geen zweetdoeken of gordeldoeken meer? Of waren ze uitverkocht, zoals dat bij Johan Maasbach had kunnen gebeuren. Welnee, Paulus zit nu in een heel andere tijd van zijn geloof en ik zal proberen je dit straks uit te leggen. Filippenzen 2:25-28 Hier heeft Paulus Epafroditus niet genezen, hoewel deze de dood nabij was, maar opdat hij niet droefheid op droefheid zou hebben, heeft God zich over hem ontfermd. In 1 Timótheüs 5:23 schrijft Paulus aan Timótheüs dat hij voortaan niet alleen water moet drinken, maar een weinig wijn voor uw maag en voor uw regelmatige zwakheden (NBG ongesteldheden). In Handelingen 16:19-34 lees je dat Paulus door een aardbeving uit de gevangenis wordt bevrijd, maar als hij uiteindelijk in de gevangenis te Rome komt is er van een bevrijding geen sprake. Je ziet dus dat er verschillen zijn in de brieven van Paulus. Dit heeft alles te maken met het feit, dat hij als Jood in het begin van zijn roeping niet direct naar de heidenen ging, maar eerst de synagogen bezocht om zijn broeders ervan te overtuigen, dat Jezus de beloofde Messias was. Later ging hij naar de heidenen. Handelingen 9:20: Paulus (toen nog Saulus) ging terstond in de synagogen verkondigen dat Jezus de Zoon van God was, zie ook: Handelingen 13:5 Paulus ging op Cyprus naar de synagogen der Joden Handelingen 13:14 In Antiochië ging Paulus naar de synagoge Handelingen 28:11-31 Paulus komt in Rome aan als gevangene Omdat hij een Romeins staatsburgerschap had, zie Handelingen 16:37 en 22:27,28, kreeg hij verlof om op zichzelf te wonen met een soldaat die hem bewaakte en ook daar riep Paulus de voormannen der Joden samen om ze als het ware een laatste kans te geven, Handelingen 28:17. Uit vers 23 blijkt, dat hij hen met nadruk het Koninkrijk Gods voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus, uit de wet van Mozes en de profeten van de vroege morgen tot de late avond. Je ziet dat hij in dit gedeelte helemaal niet met heidenen bezig is. 82

De vroegere brieven van Paulus zijn geschreven in de tijd van Handelingen 9 vanaf zijn roeping, vers 3, tot zijn gevangenneming te Rome, waarna hij zich definitief tot de heidenen wendt, Handelingen 28:28. Paulus ging dus eerst naar de Jood, dan naar de Griek en daarna alleen naar de heidenen. Dit kun je ook zien in Romeinen 1:16, 2:9, 10 waar eerst de Jood en dan de Griek genoemd wordt. In zijn brieven heeft hij het op veel plaatsen over Joden en Grieken, maar in Efeziërs 2:11-22 komt Paulus met iets volkomen nieuws, want hij spreekt daar van de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap die er bestond tussen Joden en heidenen. Deze tussenmuur is weggebroken doordat Christus tussen de twee vrede heeft gemaakt en in Zichzelf tot een nieuwe mensheid (NBG mens) geschapen heeft. In 2 Corinthiërs 5:16 had hij al verkondigd, dat wij in Christus een nieuwe schepping zijn, maar in Efeziërs wordt dit een nieuwe mensheid, het gaat dus niet om één mens, maar om twee groepen mensen, die tot één mensheid worden gemaakt. Na de tijd die in Handelingen is omschreven worden de latere brieven van Paulus, te weten: Efeziërs, Filippenzen, Colossenzen en 2 Timótheüs te Rome geschreven. Hierin worden de beloftes, in de vroegere brieven gedaan, verder uitgewerkt en het evangelie compleet gemaakt. De Joden en ook de discipelen, alsmede Paulus, waren ervan overtuigd, dat slechts door het tot geloof komen van het volk Israël, het Koninkrijk zou kunnen aanbreken en om dit te kunnen bereiken, kregen de discipelen en ook Paulus de mogelijkheid om gebruik te maken van wonderen, tekenen en tongen (talen). Als je Handelingen 2:1-28 leest, dan zie je, dat door de vervulling met de heilige geest mensen uit allerlei landen ieder in hun eigen taal werden aangesproken. Meestal wordt gedacht dat het hier om heidenen gaat, doch dit is niet zo, want uit onderstaande tekst kun je opmaken dat het Joden waren, die uit allerlei landen naar Jeruzalem waren gekomen. vers 14 Maar Petrus stond met de elven op, en hij verhief zijn stem en sprak hen toe: Gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt... 83

In vers 16 en 17 wordt de profeet Joël aangehaald: en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen, enz. Het gaat hier om een aanhaling van Joël 2:28-32. Het ontstaan van de Christelijke kerk is hier niet aan de orde, zoals de theologie beweert, het is alles Joods wat de klok slaat. De verwachting van de discipelen was dat, als geheel Israël zich zou bekeren, Jezus meteen zou terugkeren om het Koninkrijk op te richten. Dit kun je lezen in Handelingen 3:19-26. Het is verbazingwekkend, want ze dachten echt dat de Christus (Hebreeuws Messias) uit de hemel zou komen. In vers 26 kun je heel duidelijk zien dat Jezus in de eerste plaats voor het volk Israël was gekomen, wat tot zegen zou zijn voor alle stammen der aarde, want dat was al aan Abraham beloofd. Uiteindelijk gaat dit dan in het duizendjarig rijk beginnen. De tekenen en wonderen, die de discipelen mochten doen, bracht ook Paulus in de praktijk zolang hij in de synagogen predikte dat Jezus de Christus/Messias was. Later, toen bleek dat Israël er geen oren naar had, schrijft Paulus dan in 1 Corinthiërs 13:8,9: maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. En wanneer zal het bovenstaande plaatsvinden? Dat staat beschreven in vers 10: Doch, als het volmaakte komt zal het onvolkomene afgedaan hebben. Hij vergelijkt die tijd met de kindertijd, waarbij een kind, nu het een man geworden is, het kinderlijke heeft afgelegd. (Kinderlijk is in het Grieks nêpios en betekent onmondig). Betekent dat dan, dat al die gelovigen met hun tekenen en wonderen en het spreken in tongen eigenlijk onmondig/kinderlijk zijn? Nou het is nog veel erger, want tekenen en wonderen en het spreken in tongen zijn nooit aan een niet-Jood/heiden/onbesnedene beloofd. Nu mag je dus zelf je conclusie trekken. Goed laat ik je een beetje helpen, het is puur boerenbedrog van de dia-bolos, de door-elkaar-werper. Het is heel opvallend dat hij in 1 Corinthiërs 13 over het ophouden van deze gaven schrijft, terwijl hij ze in het hoofdstuk ervoor, 12:1-11, net besproken heeft. 84

Schrijvend over deze gaven wist hij al dat ze weer afgedaan zouden worden. Apart hè? Staat er dan niets voor ons in de vroegere brieven van Paulus. Nou en of, neem bijvoorbeeld 1 Corinthiërs 15:20-28, God Alles in Allen of 15:35-58, het zijn pijlers waar ons geloof op is gebaseerd of neem 1 Thessalonicenzen 4:13-18. Dat zijn ongelooflijke beloftes. Pas in de volkomenheidsbrieven wordt verder uitgewerkt hoe dit dan allemaal tot stand komt en wat onze taak daarbij is. Wij schakelen geen brieven uit, maar geven ze een plaats in een bepaalde tijd, zoals het oude testament en de Evangeliën. In de latere brief 2 Timótheüs 3:16,17 staat: Elke God geademde schrift is nuttig tot lering, tot aantoning, tot terechtwijzing, tot opvoeding in de gerechtigheid, opdat de mens Gods toebereid is en tot alle goed werk toegerust. Kijk als leek kun je eigenlijk niets met de NBG-tekst waar gesproken wordt over een ingegeven schriftwoord wat je ook nog eens kunt weerleggen of verbeteren. Er valt echt niets te verbeteren, het gaat er nu juist om, dat je vanuit de schrift iets kunt aantonen of hiermee iemand kunt terechtwijzen, niet in de zin van iemand op z’n nummer zetten, maar in de goede richting wijzen. Er zit een opwaartse lijn in de brieven van Paulus, die uitmonden in de meest ongelooflijke verwachting, waardoor je op een andere manier gaat leven en denken, niet omdat het moet, maar omdat Gods geest de behoefte wekt om alsmaar dieper door te dringen tot een meer volkomen kennen van Hem. In Colossenzen 1:25 schrijft Paulus: krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen. Voor het: tot zijn volle recht te doen komen, staat in het Grieks het woordje plêroõ, wat volmaken betekent. Denk nu nog eens even terug aan wat hij schreef in 1 Corinthiërs 13: Doch als het volmaakte komt zal het onvolkomene afgedaan hebben. Paulus maakt het evangelie voor de heidenen vol in wat wij dan de latere brieven noemen. Gaan wij dit verstaan, dan zijn wij niet langer onmondig en zijn wij kind-af. Efeziërs 4:11-13 gaat daar ook over. Het gaat erom, dat wij evangelisten, herders en leraars nodig hebben om de heiligen geschikt te maken (NBG toe te rusten) tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der 85

volle kennis, Grieks epi gnõsis, opeenstapeling van kennis, van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volmaking (NBG volheid) van Christus, want dan zijn we niet meer onmondig enz. Voor volmaking staat het Griekse woord plêrõma, je zou kunnen denken aan complement, het gedeelte dat ontbreekt om iets volledig te maken. Evangelisten, herders en leraars worden door God gebruikt om onmondigen tot mannelijke rijpheid te brengen, zodat zij geschikt worden tot dienstbetoon. In de vroegere brieven werd het lijden met wonderen en tekenen van het Koninkrijk genezen. In de latere brieven wordt lijden genade, zie: Filippenzen 1:29: Want aan u is de genade geschonken (NBG verleend), voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. Er is geen enkel mens die op lijden zit te wachten, maar als je lijden kunt gaan zien als een genadegave, die God je geeft om iets in je leven uit te werken, dan is er een totale verandering gekomen in je denkzin, die je absoluut niet zelf kunt bewerken. Gelovigen zoeken nog steeds een uitweg als zij getroffen worden door lijden en gaan desnoods naar allerlei alternatieve genezers, denk aan Jomanda, iriscopisten, handopleggers, gebedsgenezers, strijkers enz. enz. Zij hebben totaal niet in de gaten, dat ze met de werken van de dia-bolos bezig zijn. Ze denken: Baat het niet dan schaadt het niet! Ik bedoel hiermee niet dat ik mensen iets kwalijk neem, ze erop aankijk of veroordeel, ik kan het zelfs heel goed begrijpen, maar daarom is het dan ook zo’n genade, onverdiende gunst, als God, de Vader in je bewerkt lijden te gaan zien als een deel van die genade. Mag je dan niet naar een dokter gaan? Natuurlijk mag dat, maar zie een eventuele genezing dan als een uitwerking van God, die de dokter, de specialist het juiste inzicht geeft. Wat ook zo bijzonder is, als je lijden als genade gaat zien, dat ook al het ons aangedane kwaad, wat voor ons een vorm van lijden heeft betekend, precies paste in Gods plan met ons leven om van ons het instrument te maken wat Hij voor ogen had. Om je toch maar even te laten zien, dat wij niet alleen bij Paulus blijven hangen, verwijs ik naar 1 Petrus 2:19,20 Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. 86

En verderop: Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is genade bij God. Een van de moeilijkheden bij gelovigen is, dat zij niet ten onrechte willen lijden in de gemeente waar ze komen, in de maatschappij, noch in hun huwelijk en wat je verder allemaal kunt bedenken. Iedereen wil wel zelf door God geschonken genade ontvangen, maar is vaak niet bereid mede-gelovigen, laat staan ongelovigen, genade te betonen. Een ramp is het, maar wel een ramp die God toelaat! Tot zover deze studie over de brieven van Paulus, die uiteindelijk bij genade eindigt en die wens ik je van harte toe. Ruud Hoi Anne, vervolg (7) 16-11-2004 Ik had je beloofd nog even terug te komen op een aantal punten uit brief 7 van 3 november, de punten 2 en 9 en jouw vragen uit brief 1 t/m uit brief 6. Uit brief 1 t/m 6 en brief 7.2 en 7.9 Uit brief 1 Je moet wel bedenken dat Petrus, zoals ik eerder schreef, in eerste instantie direct het Koninkrijk verwachtte en de Messias als het ware op het punt stond terug te keren, zodat het duizendjarig vrederijk kon beginnen, mits het volk Israël zich zou bekeren. Vlak voordat Stefanus werd gestenigd zag hij de hemelen geopend en de Zoon des mensen, Jezus, staande aan de rechterhand Gods, zie Handelingen 7:55-8:1. Hij stond als het ware klaar om een aanvang te maken met het Koninkrijk. In Colossenzen 3:1 staat in de brief van Paulus, dat Hij zit aan de rechterhand Gods. Kijk je in Openbaring 5:6 en 14:1 dan zie je dat de Here staat als het Lam van God. Zodra er grote veranderingen plaats gaan vinden staat de Zoon van God als het ware klaar om actie te gaan ondernemen. Het zou mij niet verbazen, dat Hij, als wij een kijkje in de hemelen zouden kunnen nemen, nu weer staat, opdat het Koninkrijk kan aanvangen. Vóór die tijd is de gemeente, die Zijn lichaam is, echter weggenomen. 87

Bij Petrus leefde nog steeds de verwachting, dat de volgende eon weldra een aanvang zou nemen en voor zijn idee leefde hij in het laatste der tijden, zoals Daniël in hoofdstuk 12:13 schrijft: Maar gij, ga het einde tegen, en gij zult rusten en opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen. Dit is in overeenstemming met o.a. Johannes 6:39,40,44 en 54, waar gesproken wordt over ten laatste dage (NBG jongste). Het gaat over de laatste dag voor het Koninkrijk begint, zie ook Johannes 7:37, waar wel met laatste is vertaald. Wij zeggen wel eens dat is het einde en bedoelen daarmee, dat we iets geweldig vinden. Voor de Jood is het einde de verwezenlijking van het Koninkrijk wat hun door alle profeten in het oude testament van Godswege is beloofd! Ik moet je wel zeggen, dat de brief van Petrus gericht is aan messiasgelovige Joden en ik hierover geen volledige duidelijkheid bezit. De aangehaalde teksten zijn derhalve niet van mij, maar door God geademde schrift. Uit brief 2 Je kunt je haast niet voorstellen, dat wij nu al iets kunnen laten zien aan de hemelingen, maar dat dit zo is geeft Paulus duidelijk aan. Je haalt zelf de tekst aan uit Efeziërs 3:10,11 en je zou ook kunnen kijken in 1 Corinthiërs 4:9 waar hij schrijft: want wij zijn een theater, Grieks theatron, geworden voor de wereld, voor boodschappers/engelen en mensen. Sommige gelovigen vinden het niet zo fijn te weten, dat hemelingen op ons neerkijken en onze handel en wandel zien, maar in het boek Job was het satan opgevallen hoe goed het met hem ging en dat het geen kunst was om God te dienen met zoveel geluk, maar wat zou er gebeuren als er eens iets mis zou gaan? Dat is het probleem van de tegenwoordige gelovige. Als alles goed gaat kunnen wij ons prima redden, maar gaat het mis, dan weten wij ons geen raad en denken er alleen maar aan hoe wij uit onze omstandigheden kunnen komen. Je bent dan natuurlijk geen goed voorbeeld voor de hemelingen. Onze wandel is heel belangrijk. Wij moeten echter niet op onze tenen gaan lopen om maar een goede wandel ten toon te spreiden, want dat lukt ons van geen kant. God, de Vader bepaalt onze wandel en weet precies hoe wij in elkaar zitten omdat wij Zijn maaksel zijn. 88

Tot op de dag van vandaag en alle dagen die wij nog te leven hebben, zullen wij het leven leiden zoals God het heeft bedoeld, dus alsjeblieft niet in een stress komen en je in allerlei bochten wringen om maar goed te leven. De werkelijkheid is, dat wij steeds meer tot de ontdekking komen, dat wij op alle fronten falen, maar dat Hij ons als instrument geschikt maakt en gebruikt zoals het past in Zijn plan met Zijn gehele schepping. Al hetgeen ik je tot nu toe heb geschreven is een getuigenis ten behoeve van de hemelingen, want slechts een klein percentage van de christenen over de hele wereld verkondigt dat God de Redder is van de gehele mensheid en van alle hemelingen. Het is daarom heel begrijpelijk, dat de tegenwerker alles in het werk stelt om ons van ons geloof af te krijgen, vandaar de wapenrusting waarover Efeziërs 6:10-18 spreekt. In dezelfde brief vraag je: Hoe kunnen wij vrede en verzoening van God voor het Al bewerken? Dit kunnen wij niet zo lang wij hier op aarde zijn, maar pas als we een verheerlijkt lichaam hebben gekregen, gelijk aan dat van onze Here Jezus Christus. Deze vrede en verzoening komen pas tot stand als alle hemelingen zich ondergeschikt hebben onder de voeten van de Christus en hieraan zullen wij meewerken, zoals geschreven staat in Efeziërs 3:10. Weliswaar staat er dat wij thans/nu al de veelkleurige wijsheid van God bekend kunnen maken, maar dit haalt niet bij de manier waarop wij, vernederde mensen, ons straks met een verheerlijkt lichaam aan hen zullen tonen. De hemelingen hebben er geen idee van hoe God ons straks met de Zoon zal presenteren. Romeinen 8:19 zegt: Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen Gods. Bij de schepping moet je niet alleen aan deze wereld denken, maar aan de hele schepping en alles wat daarin is. Wij zijn die zonen Gods waar met reikhalzend verlangen naar uitgekeken wordt. Dat kun je je toch bijna niet voorstellen. In 1 Corinthiërs 6:2 zegt Paulus: Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien bij u het oordeel over de wereld berust, enz. en in vers 3: Weet gij niet, dat wij over boodschappers/engelen oordelen zullen? 89

Bedenk wel dat oordelen de betekenis heeft van richten, wij zullen dus de schepping en de wereld gaan richten op God. Dit vers doet vermoeden, dat wij ook deel zullen hebben aan het richten voor de grote witte troon. Je kunt bijna niet begrijpen, dat dit zomaar in onze bijbel terug te vinden is maar het staat er gewoon, dus wat is dan de reden dat wij dit niet zouden geloven? Vrede en verzoening worden bewerkt door richten op God! Hiermee is gelijk je laatste vraag uit brief 2 beantwoord. De veronderstelling dat Jezus ook een Hogepriester voor de gelovigen uit de heidenen zou kunnen zijn is onjuist, daar wij tot het lichaam van Christus behoren. Hierbij wil ik nog opmerken dat deze roeping oneindig veel hoger is dan die welke de Joden hebben ontvangen. Israël krijgt een aardse taak en dan zal Jezus hun Hogepriester zijn. Als je het oude testament leest, kun je zelf al zien, dat daar gesproken wordt over een Hogepriester. Deze mocht slechts één keer per jaar in het Heilige der Heilige komen om God te ontmoeten, alle overige Joden mochten God nooit op deze manier naderen. Wij daarentegen behoren tot Gods gezin, mogen Abba/Pappa zeggen volgens Efeziërs 2:19, kunnen direct tot God naderen en wel op ieder moment van de dag of nacht. Uit brief 3 Wat betreft je vraag over Johannes 10:16, waar Jezus spreekt over andere schapen die Hij moet leiden, hieronder een paar opmerkingen: Het Johannes-evangelie is bestemd voor Joden die heidenen in het oude testament veelal als vijanden of onreinen beschouwden. Nergens kun je in de bijbel lezen, dat ook een heiden een schaap genoemd wordt. Er komen echter wel enkele plaatsen voor, waar heidenen met honden worden vergeleken. Persoonlijk denk ik dat met ‘andere schapen’ Joden bedoeld worden die niet in Israël woonden, tot wie Petrus en zijn mede-discipelen spraken in Handelingen 2 en aan wie hij zijn brieven schreef. 1 Petrus 1:1: aan de uitgekozen landverhuizers in de verstrooiing in Pontus, Galatië, Cappadócië, Asia en Bithynië. 90

De NBG gebruikt het woord vreemdelingen, wat de gedachte oproept, dat het hier om heidenen gaat. Het Griekse woord lijkt echter meer op mensen die het land Israël hebben verlaten en dit klopt ook met het woord verstrooiing omdat dit alleen voor Joden wordt gebruikt. Het Griekse woord dia spora ken je natuurlijk wel. Uit brief 4 Marcus 7:18,19 is inderdaad een mooi voorbeeld, omdat het aangeeft dat je er heel intens mee bezig bent. Het probleem was echter, dat de Joden geleid door Farizeeërs en dergelijke toch de hun opgelegde wetten moesten blijven houden, vandaar dat Paulus er zo tegen inging. Uit brief 5 Het antwoord op je vraag waar wij na de vijfde eon zullen zijn, in het paradijs of op de nieuwe hemel en aarde, is: noch in het paradijs noch op de nieuwe hemel en aarde. Het paradijs bevindt zich op de nieuwe aarde en de nieuwe hemel omgeeft de nieuwe aarde, zoals dit nu ook het geval is. Gedurende het tijdperk (eon) van de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen wij ons bevinden in een gebied waarin de hemelingen zijn. Die hebben niets met de aarde van doen, behalve als ze er door God naartoe gezonden worden, zoals in het oude testament wel gebeurde. Net zomin als ik je iets kan vertellen over de tijd van vóór de eonen, zo kan ik ook niets zeggen over de tijd dat God Alles in Allen zal zijn, dus de tijd ná de eonen. Op je vraag of er dan geen onderscheid meer is tussen Joden en heidenen, kan ik zeggen dat voor hen die geroepen zijn tot het lichaam van Christus, er inderdaad geen onderscheid meer is. Het gaat echter nog wel een stapje verder, omdat er dan ook geen onderscheid meer is tussen man en vrouw. Het lichaam dat wij nu hebben is sterfelijk en ziels en wij kunnen gemeenschap hebben met onze partner, waardoor kinderen kunnen worden verwekt. Deze functie is dan overbodig geworden. Doch in Matthéüs 22:29 zegt Jezus tegen de Sadduceeën, dat ze de Schriften niet kennen noch de kracht Gods. 91

Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als boodschappers/engelen Gods (NBG niet vertaald) in de hemel. Het beste kun je 1 Corinthiërs 15:35-58 lezen en ik geef je enkele wijzigingen, zodat sommige woorden de juiste betekenis krijgen: hemels vergankelijkheid overhemels, dit kunnen wij met ons zielse lichaam niet waarnemen onvergankelijkheid onverderfelijkheid natuurlijk stoffelijk dragen verderfelijkheid ziels van de aardbodem bekleed zijn ontslapen sterfelijke liggend rusten stervende in 47 staat: de tweede mens is de Heer uit de hemel (de NBG heeft de Heer niet vertaald) Er zullen geen duivels meer zijn. Eigenlijk is er maar één duivel en die heeft zijn eigen medewerkers, dit zijn de overheden, de volmachten en de krachten, die mede door ons onder de voeten van de Christus worden gebracht, zie 1 Corinthiërs 15:24. De duivel en zijn trawanten zijn voor God gewoon Zijn instrumenten die tot verderf zijn toebereid (Romeinen 9:22) en het werk doen zoals Hij dat heeft bepaald. Uit brief 6 Ik kijk wel hoe het allemaal loopt, voor het ene onderwerp heb ik ook meer tijd nodig dan voor het andere. Uit brief 7.2 Romeinen 11:33-36 wil ik ter beantwoording aanhalen: O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe onnavorsbaar zijn Zijn oordelen (richten) en onnaspeurlijk Zijn wegen. Want wie kent de denkzin des Heren? Of wie is Zijn raadgever? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergelding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem is het Al, Hem zij de heerlijkheid tot in de eon! Amen. 92

Ik wil ermee zeggen dat wij, als mens zijnde ten opzichte van God de Schepper, beter reserves in acht kunnen nemen en niet moeten proberen alles met ons verstand te begrijpen. Begin met te geloven, dat uit Hem en door Hem en tot Hem alles is en dan heb je al zo’n grote voorsprong op vele gelovigen dat dit even genoeg zou kunnen zijn. Nu dan enkele mogelijk voor jou belangrijke aspecten. Adam en Eva waren volmaakt geschapen en wandelden met God, Genesis 3:8. Hun lichamen waren bekleed met een heerlijkheid, die wij niet kennen en wel zodanig dat zij niet konden zien dat ze naakt waren, want pas toen ze van de boom van kennis van goed en kwaad hadden gegeten, zagen zij dat ze naakt waren en verborgen zij zich voor God. De reden hiervoor staat in vers 10, waar God vroeg: Waar zijt gij? en de mens zei: Toen ik Uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt. Nadat Adam en Eva van de boom van kennis van goed en kwaad hadden gegeten en God ze hierop aansprak begonnen de problemen, want Adam gaf de vrouw de schuld en de vrouw de slang. God had echter wel Zelf deze boom in het midden van de hof geplaatst volgens Genesis 3:3, dus niet ergens verborgen of aan de kant van de hof, maar in het midden. Het was kennelijk Gods verborgen bedoeling dat zij ervan gingen eten, hoewel dat inging tegen Gods geopenbaarde wil, namelijk dat zij er niet van mochten eten. Dus aan de ene kant gingen zij in tegen Gods gebod en aan de andere kant voldeden zij aan Gods verborgen bedoeling. Adam en Eva hadden nu hun heerlijkheid verloren, zodat zij zich moesten bedekken met vijgebladeren, waarvan ze schorten maakten Genesis 3:7. Dit was voor het dagelijkse werk wat ze moesten gaan doen echter geen voldoende bescherming, zodat God zelf de eerste dieren moest slachten om van hun vellen kleding te maken, Genesis 3:21. Door het doden van dieren bedekte God de zonde van de mens, ofwel het ene kwaad werd opgeheven door het andere kwaad. Wandelend met God in de hof van Eden, hadden zij geen weet van goed en kwaad want ze hadden geen vergelijkingsmateriaal. God danken kwam niet in hun op, want het goede dat ze van God ontvingen was uitsluitend goed en het gekke is dat je het goede pas gaat waarderen, als het kwade er tegenover staat. 93

Kennis van goed en kwaad was voor God kennelijk heel belangrijk, want in Genesis 3:22 staat het volgende: En de Here God zeide: zie de mens is geworden als een van Ons, door de kennis van goed en kwaad. Dit is heel bijzonder, des te meer als je het gaat vergelijken met dieren, die slechts naar hun aard geschapen zijn en geen weet hebben van goed en kwaad. Hoe barmhartig God is kun je aan het verloop van dit vers zien. Omdat Hij niet wilde, dat de mens in deze toestand zijn hand zou uitstrekken naar de boom des levens en in eeuwigheid (eon) zou leven, verwijderde Hij de mens uit de hof van Eden en liet Hij de weg tot de boom des levens bewaken door cherubs met een zich draaiend vlammend zwaard. Ieder mens zou God kunnen leren kennen met zijn verstand, Romeinen 1:1823 en zou derhalve niet hoeven te moorden, iedereen weet dat dit niet kan. Stelen is ook zo iets, je weet dat je dat niet kunt maken en toch wordt het gedaan. Op grote schaal is het nog veel erger, wij in het westen zouden gemakkelijk alle armoe op de wereld kunnen verhelpen, maar wie doet het? Gelovigen gooien hele landen plat en nog wel met de bijbel in de hand. Kennis van goed en kwaad geldt zowel voor gelovigen als ongelovigen. Romeinen 3:11 zegt echter dat niemand God ernstig zoekt en dat er niemand is die doet wat goed is, zelfs niet één. Bijna alle gelovigen komen met Idi Amin en Hitler aan als je zegt, dat God de redder is van alle mensen. Met Bush en Blair hebben ze kennelijk geen problemen, hoewel die toch zeker tienduizenden doden op hun geweten hebben. En wat te denken van de christelijke kerk met hun inquisities en kruisvaarders. Miljoenen zijn destijds om het leven gebracht in naam van God. Zelfs Hitler liet op de koppels van de soldaten Gott mit uns zetten en dacht zo het duizendjarig vrederijk te stichten, vandaar dat de kerken met hem wilden samenwerken. De mens gaat tegen Gods geopenbaarde wil in, maar vervult hiermee uiteindelijk precies Gods niet-geopenbaarde wil ofwel Zijn bedoeling ofwel plan. Toch zou er een verandering in je geloof moeten zijn ontstaan als je het verschil van inzicht ziet tussen je eerste en je zevende brief, want in je eerste brief wist je nog niet, dat God de Redder is van alle mensen en nu weet je dit wel. 94

Als je denkt aan alle ellende in deze wereld en je geloof omvat een hel met eeuwig brandend vuur en knarsetanden, dan ligt dat toch iets anders als je gelooft dat God, de Vader al deze ellende, dit kwaad ombuigt naar goed en met ieder mens tot Zijn doel komt. Ik heb geleerd moeilijke punten niet uit de weg te gaan en ik moet je zeggen, dat er veel moeilijke punten waren bij alles wat ik tot nu toe geschreven heb en toch heeft God, de Vader deze door Zijn geest aan mijn hart duidelijk gemaakt. In 2 Corinthiërs 4:16-18 zegt Paulus: ‘daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare, want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eonisch’, daarom zegt hij in vers 16: ‘verlies de moed niet’. Kijk je wel naar het zichtbare dan verlies je vanzelf de moed en dat is precies wat de tegenwerker wil bereiken. Dus heb goede moed! Uit brief 7.9 De doop De doop op zich is niet zo’n moeilijk onderwerp doch meer de ellenlange traditie eromheen, die ook pas een paar jaar geleden in Eben-Haëzer een andere wending heeft genomen. Persoonlijk was ik er al jaren van overtuigd, dat er iets mis was met de doop en dit kwam gewoon, omdat er geleerd werd, dat alle woorden die in het Grieks met ma eindigen het resultaat zijn van iets wat eraan vooraf ging, het gekke was echter dat dit niet op de doop werd toegepast. Er zijn in dit verband vier Griekse woorden, die op de doop slaan en wel: baptizõ, dit komt van baptõ, wat onder- of indompelen betekent baptismos, is de handeling van het onder- of indompelen baptistês, is degene die de handeling doet baptisma, is het resultaat ofwel het effect van baptismos Omdat het effect, baptisma, het belangrijkste is, zoals dit met alles is wat er in je leven gebeurt, moeten we dus kijken waar het voorkomt. Romeinen 6:3,4: Of weet gij niet, dat allen, die naar binnenin Christus Jezus gedoopt baptizõ zijn, naar binnenin Zijn dood gedoopt baptizõ zijn? 95

Wij zijn dan met Hem begraven door de doop baptisma naar binnenin de dood, opdat enz. Het effect van de dood van Christus, die hier doop wordt genoemd, is dat wij als het ware (van God uit gezien) met Hem gedood en gedoopt zijn en zelfs met Hem begraven. Wij moeten ons ervan bewust worden dat wij door de dood van de Zoon ook dood zijn, met andere woorden, wij zijn gelijk met Hem in Zijn dood gedoopt, zodat God ons aanziet door Hem. De doop heeft hier niets te maken met onderdompelen in water, maar met doodgaan. In Efeziërs 4:3-6 worden wij opgeroepen: de eenheid des geestes te bewaren door de band des vredes: één lichaam en één geest, één Here, één geloof, één doop baptisma, één God en Vader van allen. Gemeentes, die de volwassendoop aanhangen, zoals vroeger ook EbenHaëzer, lezen hier dat gelovigen gedoopt moeten worden in water of in de geest, maar dit staat er niet in het Grieks. Hier staat duidelijk het woordje baptisma, wat het effect is van de doop van Christus en, daar wij één lichaam met Hem vormen, wij dus al met Hem gedoopt zijn zonder dat er één druppel water aan te pas is gekomen. Colossenzen 2:11-14 Vers 11 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afstropen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij tezamen met Hem begraven zijt in de doop baptisma. Vers 12 In Hem zijt gij ook tezamen opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt. Vers 13,14 Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en de voorhuid van jullie vlees, tezamen levend gemaakt met Hem, toen Hij ons genade bewees door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen. Het effect van de dood/doop baptisma van Christus is, dat wij tezamen met Hem zijn begraven, tezamen met Hem zijn opgewekt en tezamen met Hem zijn levendgemaakt. 96

Wij behoeven derhalve niet meer gedoopt te worden, of dit nu de kinderdoop of de doop van volwassenen betreft met water of met de geest, want dat is dus al tweeduizend jaar geleden gebeurd. Vanuit God bezien bezitten wij alles al, zoals ook Efeziërs 2:5,6 aangeeft met hetzelfde woordje tezamen, want er staat dat wij tezamen levend gemaakt zijn in Christus en tezamen zijn opgewekt en dat ons tezamen een plaats gegeven is temidden der hemelingen, in Christus Jezus. Efeziërs 1:13 geeft duidelijk weer dat wij verzegeld zijn met de geest der belofte en wanneer dat is ingegaan staat er boven: nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord. Gelovigen willen door het dopen vaak nog iets toevoegen aan wat ze in Christus allang hebben ontvangen. Dat geldt des te meer voor de doop met de geest, omdat zij denken hiermee allerlei gaven te kunnen krijgen en niet in de gaten hebben, dat dit met de Koninkrijksverwachting van de Joden te maken heeft. Hun toekomstige verwachting richt zich dan ook niet op een taak temidden der hemelingen maar op dezelfde dingen die aan Israël zijn beloofd. Ze denken in het duizendjarig rijk koningen en priesters te worden, terwijl men nergens in de bijbel kan lezen dat dit aan gelovigen uit de heidenen beloofd is. Een dergelijke verwachting is dus een farce, want hoe kun je denken de loterij te winnen, terwijl de buurman een lot gekocht heeft en jij zelf niet. Natuurlijk komt iedereen aan met teksten waarin wél gedoopt wordt, zowel met water als met geest, maar dan gaat het altijd over tekenen en wonderen die gedaan konden worden ten behoeve van het Koninkrijk, dat aan Israël beloofd is. Je zou het zo kunnen stellen: a) Gelovigen uit de heidenen (niet-Joden), die een verwachting hebben voor een taak hier op aarde, zijn met dopen in water en met de geest bezig. b) Gelovigen uit de heidenen (niet-Joden), die een verwachting hebben voor een taak temidden der hemelingen, zijn zich ervan bewust dat zij tezamen met Christus alles al ontvangen hebben. Het verschil van mening omtrent de doop is eigenlijk ontstaan door het feit dat gelovigen geen onderscheid maken tussen de evangeliën en de vroegere 97

en latere brieven van Paulus en het verschil in verwachting wat daaruit voortvloeit. Dit heeft ook weer te maken met het feit dat zij blijven vasthouden aan tradities van het geloof in een hel of in een totale vernietiging van de ongelovigen. Zo blijven gelovigen ook kijken naar de ellende hier op aarde in plaats van de dingen te bedenken die boven zijn, waartoe Paulus oproept in Colossenzen 3:1 en 2. Jezus vergelijkt zelf Zijn dood met de doop, zie Marcus 10:39 en Lucas 12:50. De catechismus, die door alle oorspronkelijke kerken wordt gebruikt, zegt in artikel 34 o.a.: dat men behoort te dopen en met het merkteken des verbonds te verzegelen, gelijk de kinderkens in Israël besneden werden op dezelfde beloften, die onze kinderen gedaan zijn. Even verderop: Daarenboven hetgeen de besnijdenis deed aan het Joodse volk, hetzelfde doet de doop aan onze kinderen. Men zit traditioneel zo vast aan de doop van kinderen omdat er gedacht werd, dat de kerk c.q. de heidenen in de plaats van Israël waren gekomen. In de evangeliën lees je trouwens nergens dat er kinderen werden gedoopt. De catechismus is door goed bedoelende gelovigen opgesteld, maar wel zo’n eeuwigheid geleden, gebaseerd op gedachtes van mensen, en is door de jaren heen uitgegroeid tot een waarheid, waaraan niet alleen iets veranderd mag worden, maar die ook nog welhaast boven de bijbel wordt gesteld. Hetzelfde geldt voor andere gemeentes, zij doen de boodschap die wij brengen zonder hem grondig te bestuderen af met: O dat zijn die alverzoeners. Wij verzoenen echter niemand, dat doet God zelf en dit kan gewoon in het Woord aangetoond worden. Als het aan de mens zou liggen wordt er niemand verzoend en dat blijkt ook wel als je gelooft dat een groot deel van de mensheid verloren gaat en met de zogenaamde opstandige hemelingen ook allemaal voor eeuwig (altijd durend) in de poel des vuurs terechtkomen. Geen evangelie om erg trots op te zijn, dunkt mij. Groetjes Ruud. 98

HOOFDSTUK 3 Onderwerpen De tienden Rechtvaardiging De Overheid 105 116 124

Hallo oom Ruud, (8) 13-11-2004 In antwoord op je brief deel 7 heb ik natuurlijk weer wat vragen, dingen die me nog niet geheel duidelijk zijn. 1) Je vertelt dat je 's nachts wakker werd en dacht aan alle dingen die je overkomen waren. Wat was je allemaal overkomen, bedoel je in de begintijd of gedurende die 27 jaar? 2) Kun je mij ideeën aanreiken over hoe je het beste de bijbel kunt bestuderen. Hoe deden jullie dat, was dat met banden en boeken van EbenHaëzer of volgden jullie een bijbelstudie van Eben-Haëzer of deden jullie het helemaal zelf? 3) Grappig, dat je bij In de Ruimte bent geweest in Soest. De Christengemeente waar ik nu kom, is hier een afscheiding van. Zij hebben zich in 1985 al afgescheiden, omdat er problemen waren over het financieel beleid. In de Ruimte is, meen ik, tien jaar later failliet gegaan en daar is dan weer een Evangeliegemeente uit voortgekomen. 4) Liefde en geduld zijn geen zaken die de mens uit zichzelf bezit, maar er zijn toch ook een hoop ongelovige mensen, die veel liefde en geduld hebben met hun medemensen. Maar ik begrijp wel wat je bedoelt. 5) Het geduld en lijden van God vind ik nog moeilijk te bevatten, omdat Hij bij machte is om daar à la minute een einde aan te maken en Zijn plan te volbrengen. Kun je me daar nog iets meer over vertellen? 6) De dingen die je vertelt over de begintijd van jouw geloof zijn voor mij heel herkenbaar. Het bekende verhaal over de rijke man, nog eerder zou een kameel door het oog van een naald kruipen enz. Het is best moeilijk om al die ellende in de wereld te zien, en zelf een comfortabel en rijk leven te leiden. Je durft amper meer een euro uit te geven voor jezelf. In de Christengemeente was laatst nog een oproep om toch vooral de eerste 10% van je inkomsten weg te geven. Hoe gaan jullie daarmee om? 7) De brieven van Paulus aan de Efeziërs, Filippenzen, Colossenzen en 2 Timótheüs zijn die dan gericht aan de heidenen en de rest aan de Joden/Grieken? 100

8) Je zegt dat de tekenen en wonderen nooit aan een heiden zijn beloofd, maar in 1 Korintiers 12:1-11 gaat het toch over de heidenen die de gaven van de Geest ontvangen, een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil. 9) Ik kan mij nog niet voorstellen, dat een menselijk lijden bijvoorbeeld door ziekte, een genade van God kan zijn. Wordt daar dan mee bedoeld, dat de lijder nu kan tonen hoeveel kracht hij van God krijgt om dit lijden te dragen? Ook Paulus zegt vanuit de gevangenis dat hij daar zit terwille van de gelovigen. 10) Het is Gods Plan met de mensheid. Hij zorgt ervoor dat Zijn Plan volledig uitgevoerd wordt en Hij is niet afhankelijk van keuzes van mensen. Maar waarom zal de mens dan nog bidden tot God als God alles van te voren bepaald heeft? Groet, en een fijn weekend! Anne Hoi Anne, (8) 16-11-2004 Bedankt voor je mail van 13 november. Ik zal weer proberen jouw vragen te beantwoorden. 1) Eerlijk gezegd zijn ons in de 27 jaar dat wij geloven veel dingen overkomen waar je ’s nachts wakker van ligt en waar je dan aan denkt. De ene keer is het iets waar je heel blij mee bent en de andere keer iets waar je moeilijker uit kan komen. In brief 7.6 bedoelde ik de begintijd, je was zo overrompeld door het geloof dat je aan niets anders meer kon denken. Het was ook zo spannend, omdat wij in eerste instantie niets tegen de kinderen hadden gezegd, wij wilden het aan God overlaten of Hij ook met onze kinderen deze weg wilde gaan en wachtten af wat er zou gaan gebeuren. Na enige tijd vroegen ze wat er met ons aan de hand was, want wij deden heel anders dan normaal. Wij waren ons hier echter helemaal niet van bewust. Wij vertelden toen dat wij gelovig waren geworden en ook hoe dat gegaan was. 101

Dat wij bij een samenkomst in Amsterdam na een oproep om voor Jezus te kiezen waren gaan staan. Ze wilden er gelijk alles over weten, hoe jong ze ook waren. Veel wisten wij natuurlijk ook nog niet, eigenlijk alleen vanuit onze christelijke opvoeding, vandaar dat wij in het begin overal leiding voor vroegen hoe het nu verder moest. Allereerst zochten wij voor ons gezin een gemeente en de Gereformeerde kerk trok mij niet zo, omdat ik was opgevoed in de Vrije Evangelische gemeente te Rotterdam, waar toen al geloofd werd dat er een opname van de gemeente zou zijn en dat de aan Mozes gegeven wet niet voor heidenen was bedoeld maar voor Israël. Daarna kwamen wij door oom Chris van Duuren bij ’in de Ruimte’ terecht, omdat zijn zoon en zijn schoondochter daarheen gingen, doch wij waren er nog niet voor onszelf uit of dit de gemeente was die God voor ons bedoelde. Mijn broer Lo, zelf nog Vrij Evangelisch, had iets gehoord over gemeente Eben-Haëzer en daar zijn wij later met z’n allen heengegaan. Toen wij er voor het eerst naartoe gingen was er een vervolgpredikatie, maar al na de tweede keer wilden de kinderen niet meer mee, omdat ze het niet naar hun zin hadden bij de jeugdopvang. Wij wilden echter wel graag nog een keer omdat we nieuwsgierig waren hoe de derde predikatie zou aflopen. Wat ons daar ook vooral opviel was dat iedereen met een bijbel op schoot zat, terwijl onze trouwbijbel nog ongebruikt in de kast lag. We hebben tot God gebeden en Hem voorgelegd dat wij wel bij Eben-Haëzer wilden blijven maar dat, als de kinderen het niet naar hun zin hadden, wij dit zagen als een teken dat wij het elders moesten zoeken. Dit zou dan na de derde keer moeten blijken. Misschien raad je het al, de kinderen kwamen na de dienst vragen of we de volgende week weer gingen. Er was door de leiding aandacht aan hen besteed en er was gevraagd of ze de volgende zondag weer kwamen. Dit even om aan te geven, hoe het in die tijd ging en waar wij wakker van lagen. 2) Wij werden uitgenodigd om bijbelstudie te gaan volgen en omdat wij alles over het geloof wilden weten gingen wij hierheen. Er waren ongeveer tachtig mensen bij die studie aanwezig, en wij leerden aan de hand hiervan de bijbel te gebruiken. 102

Ik was erg leergierig en na twee jaar dacht ik bij mijzelf: Als ik nog één jaar de bijbelstudie volg, weet ik precies hoe je alle vragen moet beantwoorden en is het niet meer nodig. Ik wilde immers zelf het evangelie gaan verkondigen en zieken de handen opleggen enz. Je ziet dat het allemaal wel erg veel met ik te maken had. Maar God besliste anders, want dit laatste jaar kwam er ineens een heel ander evangelie op de proppen, dat mijn ideeën volkomen in de war gooide. De studies die wij hierover aangereikt kregen waren in het Engels of in het Duits. Dit was voor sommigen wel een nadeel, omdat alleen degenen die deze talen goed beheersten ermee aan de slag konden. Maar al snel werden er ook bijbelstudies in het Nederlands gegeven en opgenomen op cassettebandjes. We hebben ze intensief beluisterd en bestudeerd. Alles wat er in het Duits te krijgen was heb ik destijds aangeschaft. Dit materiaal gebruik ik nog regelmatig, vooral mijn Duitse bijbel omdat zich hierin een concordantie bevindt met het Griekse woord erbij en de plaats waar je het kunt vinden. Het was dus een combinatie van bijbelstudie door anderen gegeven en zelfstudie. Ik heb al zitten nadenken wat ik jou zou kunnen aanreiken. De banden van vroeger lijken mij niet zo geschikt, omdat wij van een pinksterachtig evangelie, met tekenen en wonderen, overgingen naar een evangelie met een totaal andere verwachting. Je begrijpt dat je niet alles in één keer kunt weten en er zijn dan ook jaren overheen gegaan voor er voor de gemeente en mijzelf een lijn in zat. Veel weten is wel aardig, maar in feite heb je er niets aan als het geen hartezaak wordt en dit kan alleen God zelf door Zijn geest in ons bewerken. Kennis maakt anders alleen maar opgeblazen, 1 Corinthiërs 8:1, deze tekst eindigt dan ook met: de liefde echter bouwt op. Het is dus heel erg belangrijk, dat je de van God gekregen wijsheid in liefde brengt en niet vervalt in discussies. Het beste kun je het gesprek wat ombuigen door te zeggen: zullen we kijken naar wat we gemeen hebben? en elke keer blijkt dan, dat we als gelovigen veel gemeenschappelijk hebben. Ik raad je aan alles te lezen en te herlezen en de teksten op te zoeken die erbij staan, want mijn ervaring is dat je iedere keer weer nieuwe aspecten ontdekt 103

en je jezelf dan afvraagt waarom je dat niet eerder is opgevallen. Dit houdt nooit op als je je deze moeite getroost, want Gods geest werkt telkens weer iets nieuws uit. 3) Wij zijn dankbaar dat God ons naar Eben-Haëzer heeft geleid, niet wetend, dat deze gemeente bereid was alles overboord te gooien wat niet strookte met Gods woord, ook wat betreft de doop. Dat dit iets langer heeft geduurd is ook heel logisch omdat het zo’n ingeburgerd gebruik was en niemand er eigenlijk vanaf wilde. 4) Natuurlijk zijn er ongelovige mensen, die leven alsof ze gelovig zijn en veel liefde en geduld kunnen opbrengen. Vaak zijn ze zich hiervan ook heel goed bewust en hun probleem is dan ook dat ze denken niets verkeerd te doen en derhalve geen redding nodig hebben. Je hoort heel vaak zeggen: ik doe toch geen vlieg kwaad, en dat kan ook wel zo zijn, maar als God je roept word je je pas ervan bewust dat er veel misging in je leven en dat je uit jezelf totaal geen goed kunt doen, tot niets in staat bent en het beter aan Hem kunt overlaten om het goede in je te bewerken. 5) Het geduld en lijden van God was voor mij ook niet te bevatten en daar ik met mijn eigen lijden ook al geen raad wist, is dat de reden geweest dat ik mij een aantal jaren hierin heb verdiept. Niet elke dag, maar steeds weer oppakkend en daar is een soort studie uit ontstaan, te weten: Lijden in de brieven van Paulus, die ik je per e-mail zal toesturen. 6) De ellende in de wereld kunnen wij niet oplossen, temeer omdat Gods woord juist aangeeft dat de chaos op deze aarde alsmaar groter wordt, wat uiteindelijk zal uitdraaien op Gods gerichten en zelfs dat zal geen geloof opleveren. Gods oplossing gaat al onze inspanning verre te boven en het kan zelfs zo zijn dat wij, net als Petrus, tegen Gods plan inwerken, Matthéüs 16:23. Iemand die wij heel veel zien lijden willen wij natuurlijk helpen, zeker als het één van je kinderen of kleinkinderen betreft, om maar even heel dicht bij huis te blijven. Je bent dan geneigd om allerlei oplossingen aan te dragen en omdat iedereen dat doet, weet de persoon in kwestie vaak ook niet meer wat hij er mee aan moet. Wij kunnen helemaal niet helpen, behalve dan van de wal in de sloot. 104

De tienden Ik heb je al eerder geschreven, dat ik destijds bereid was al het materiële op te geven om mensen te redden uit een vermeende hel en nog steeds ben ik bereid alles op te geven als God dit van mij zou vragen, maar mijn ervaring met het zaken doen was dat het toch heel anders ging dan ik had verwacht. God maakt alles echter op het juiste moment aan je hart bekend, zodat je ineens weet hoe te handelen. Zo ging het ook met het zwart verdiende geld. Zodra Hij tot mij liet doordringen dat dit tegen Zijn wil was, ben ik er mee opgehouden. Veel zakenlieden die merkten dat wij niets meer zwart wilden doen, verklaarden ons voor gek en hielden ons voor dat dit onmogelijk was in deze tijd en dat wij zeker failliet zouden gaan. Het tegenovergestelde was echter waar, want wij hebben het financieel nog steeds goed. Indien iemand weigert te betalen, maak ik er in eerste instantie na verloop van tijd werk van. Ik laat echter mijn geloofsrust niet door de situatie beïnvloeden. Krijg ik uiteindelijk nìet waar ik recht op heb dan zie ik dit als Gods bedoeling en maak mij er verder niet druk meer over, temeer daar ik het als Zijn geld zie. Het verschil zit ‘m hierin, dat God mensen los maakt van aardse zaken, je zit er niet meer zo aan vast. Wel heb ik er nog steeds wat moeite mee als ik geld uitgeef aan vakanties, hoewel dit van lieverlee minder wordt omdat ik gemerkt heb dat ik tijdens de vakanties het meest intensief met bijbelstudies bezig ben en er dan heel veel op papier komt te staan. In wezen is al mijn aardse bezit van God de Vader, er is dus niets van mij bij. Hij kan zo alles van mij krijgen en in dat geval geef ik dan gewoon terug wat al van Hem was. Hiermee kom ik dan gelijk op het punt van het vragen om toch vooral 10 % van je inkomsten weg te geven. Hiermee zijn een aantal zaken aan de hand. a) Als je je geld aan de gemeente geeft, kun je je afvragen wat ze er dan mee doen. Gebruiken ze het om mensen te redden, dan heeft het geven van je geld geen functie, want alle mensen zijn immers al gered. 105

b) Wordt het gebruikt om de voorganger te betalen dan is het ook niet zo goed besteed, want zelfs Paulus deed ontzettend zware handenarbeid om in zijn onderhoud als tentenmaker te voorzien. Als je wel eens een bedoeïnentent hebt gezien, dan weet je dat dit geen pretje geweest moet zijn. c) Er zijn veel gemeentes in binnen- en buitenland waar de mensen wordt gevraagd om zoveel mogelijk geld te geven. Later blijkt dan, dat er misbruik van werd gemaakt om er zelf een goed leventje van te leiden. Dit is ook het geval met allerlei goede doelen, er blijft vaak zoveel aan de strijkstok hangen en als je hoort wat de directeuren verdienen is dat gewoon schrikbarend. d) ‘In de Ruimte’ is zelfs failliet gegaan zoals jij schrijft, ondanks de tienden. e) De tienden vragen aan heidenen (niet-Joden) komt ook weer voort uit de vervangingstheologie, want het is volkomen onterecht om op basis van de wet, die aan Israël gegeven is, hiervoor een beroep te doen op heidenen. In het oude testament komt het o.a. voor in Leviticus 27:30; Deuteronomium 14:23, 28; Nehemia 13:12. Er is hier echter alleen sprake van tienden over de opbrengst van gewassen en vee, niet over geld. In de evangeliën komt het slechts voor in negatieve zin, omdat de Farizeeën er prat op gingen de tienden te geven van de munt (geen geldstuk maar een kruid), de dille en de komijn, dit staat in Matthéüs 23:23 en Lucas 11:42. In Lucas 18:12 zegt een Farizeeër: ik geef tienden van al wat ik verwerf (NBG inkomsten). Het lijkt mij onlogisch om hier ineens geld in te zien, omdat het verder op geen enkele plaats in de bijbel voorkomt. f) Ook in onze tijd zouden gelovigen hoogmoedig kunnen worden en er prat op gaan dat zij de tienden geven, maar God zit echt niet te wachten op onze tienden. Hij wil ons hart en als God het hart bewerkt, dan is de mens bereid alles af te staan en dit is wat naar voren komt als Jezus over de tienden praat. De Farizeeën legden de mensen de wet op, terwijl de vervulling der wet voor hen stond. Daarom noemt Jezus hen ook huichelaars. In de gemeente Eben-Haëzer wordt er nooit een beroep gedaan op de mensen om geld te geven. Iedereen is daar vrij in. Er wordt niets op touw gezet als er geen geld voor is. 106

Het bijzondere echter is dat de giften enorm zijn, zodat wij zelfs op eigen kosten op televisie kunnen uitzenden. 7) Met Grieken worden in de bijbel niet-Joden bedoeld, het was dus altijd eerst de Jood en dan de niet-Joden, ofwel eerst de Jood en dan de heiden. Eigenlijk is het woord heiden niet goed, want in het Grieks staat er: ethnos en dat betekent natie, je zou dus beter over natiën kunnen spreken, maar heiden is zo’n ingeburgerd woord dat we het steeds blijven gebruiken. Alle brieven van Paulus hebben betrekking op Joden en heidenen. Alleen in Efeziërs 2:11-22 is er voor het eerst sprake van het scheppen van twee groepen mensen, Joden en heidenen, tot één nieuwe mensheid, die tezamen één lichaam gaan vormen en er zodoende geen onderscheid meer is tussen hen. Als je het hele gedeelte leest wordt het je vanzelf wel duidelijk. 8) De tekenen en wonderen waren bedoeld ter voorbereiding van het Koninkrijk, het duizendjarig vrederijk, maar niet ten behoeve van het vormen van het lichaam van Christus. Jezus en zijn discipelen verrichtten vele wonderen, maar het merkwaardige is dat de Joden die dit zagen, toch Jezus niet geloofden, terwijl de komst van de Messias toch al in het oude testament beloofd was. Hij werd juist door het verrichten van Zijn wonderen vervolgd, ze wilden Hem doden en dat is uiteindelijk ook gebeurd. Sommige groeperingen denken nog steeds dat zij in het Koninkrijk zullen komen om priester of koning te worden en weten niet van een taak temidden der hemelingen. Ze eigenen zich beloftes toe die aan Israël zijn gegeven, die in die zin nooit aan niet-Joden zijn beloofd, wat je ook duidelijk kunt zien in het verloop van de brieven van Paulus. De heidenen in de eerste brief aan de Corinthiërs gingen mee in de verwachting van Israël, maar als je deze eerste brief leest dan waren er, ondanks de tekenen en wonderen, ontzettend veel misstanden. Lees hoofdstuk 5:1-13. In hoofdstuk 11:30 wordt zelfs gesproken over het feit, dat veel mensen zwak en ziekelijk waren en er niet weinigen ontsliepen vanwege wangedrag. Uit 2 Corinthiërs 12:7-9 blijkt duidelijk dat Paulus niet werd genezen van een doorn in zijn vlees en van een boodschapper/engel des satans, die hem met vuisten sloeg. Voor hem dus geen genezing maar alleen genade. 107

Je ziet dus dat hier de gave van genezing op hem al niet meer van toepassing was. Het erge is ook nog dat degenen, die nu nog wonderen en tekenen doen, daar heel veel geld mee verdienen en ze vaak pas willen beginnen als de collecte is opgehaald. Er wordt bij de gelovigen op aangedrongen om zoveel mogelijk te geven. Ik heb zelf meegemaakt, dat mensen bij ‘in de Ruimte’ zeiden dat ze een woord van de Here hadden ontvangen, wat absoluut onmogelijk is in onze tijd, want de Here spreekt alleen nog door Zijn woord. Het was ook zo dat ze altijd een woord kregen voor een ander, zoals: de Here zegt, dat die of die naar Zambia gestuurd moet worden. Het in tongen spreken was door elkaar heen en werd niet vertaald, terwijl Paulus juist waarschuwt voor deze wanorde. Toen ik als volwassene gedoopt werd zei iemand, dat hij op iedere schouder een witte duif zag zitten, dus moest God wel een heel bijzondere weg met mij gaan. Dit laatste is ook zo, maar niet op de manier die hij zich voorstelde. De wonderen en tekenen hebben dus niet zoveel opgeleverd en het Koninkrijk brak niet aan. Dit was echter ook niet Gods bedoeling, omdat eerst het lichaam van Christus uitgeroepen moest worden. 9) Het lijden van de mens wordt door weinig mensen verstaan, maar als je de genade van God hierin gaat ontdekken, zul je zien dat dit een enorme vernieuwing van je denkzin geeft. Dit wordt ook aan ons beloofd in Romeinen 12:2: En stel je niet in op deze eon maar word getransformeerd door de vernieuwing van je denkzin. Verder verwijs ik naar punt 5). 10) Dit is een mooie vraag, want hier ben ik ook al jaren mee bezig. Ik heb er een studie over gemaakt waaraan twee avonden zijn besteed in Eben-Haëzer. Toch denk ik er nog steeds over na en mijn voorlopige gedachte hierover is, dat wij wel iets kunnen vragen voor een ander of voor het verspreiden van het woord, maar dat je voor jezelf niets hoeft te vragen, omdat God, die onze Vader is, precies weet waar wij behoefte aan hebben en wat nodig is voor de groei van ons geloof. 108

Bij het vragen voor anderen kun je ook meteen God danken, omdat je erkent, dat Hij het beste weet wat voor de ander nodig is, het is meer iemand gedenken als je Gods aangezicht zoekt. Er rest ons niets anders dan danken. Danken is in het Grieks ook zo’n mooi woord, namelijk eu charisteõ en betekent wel-verheugen Dank is eu charistia en betekent wel-vreugde Dankbaar is eu chariston en betekent ook wel-vreugde Ga je nou bij vreugde kijken, dan is dit chara Genade is charis en betekent ook vreugde Genade schenken is charizomai en betekent vreugde doen Genadegave is charisma en betekent vreugde-effect Dit zijn nou de dingen waar ik zo enthousiast van word, want als je dit met vragen gaat vergelijken, dan is vragen, voor mij althans, tot niets gereduceerd, want als je ergens om vraagt verwacht je ook iets, al is het maar een antwoord. Ik bedoel hier dus iets vragen voor jezelf, want bij het vragen voor iemand anders ben je dienend bezig. Zodra je gaat danken ben je je aan het verheugen, want dan ben je dankbaar dat je iets ontvangen hebt en omdat danken weer met genade te maken heeft en je die genade van God om niet ontvangen hebt, ga je ook genade schenken, ofwel vreugde doen aan andere mensen en dat is nou precies de genadegave, het effect van de vreugde die God je gegeven heeft. Let er op, dat het woord charisma eindigt op ma, wat het effect is van de genade die God je schenkt, je kan er niets aan toevoegen, het gaat vanzelf omdat het een gave van God is. Hebben we toch nog een gave en wat voor één! Ruud Hoi Anne, Even een berichtje tussendoor. Ik heb toch maar besloten je de studie over het lijden* per e-mail te sturen, dit omdat je jezelf steeds afvraagt waar je nu het beste mee bezig kunt zijn. Lijden is een onderwerp dat ingaat tegen alles wat menselijk is en dat is ook logisch omdat het van God uit gezien heel anders ligt. * zie studies achterin 109

Ik hoor regelmatig in de gemeente dat mensen deze studie weer oppakken als zich lijden in hun leven voordoet en zelf bestudeer ik het ook af en toe om te bedenken hoe de vork ook alweer in de steel zit. De meeste mensen lezen wel wat ik geschreven heb, maar als je het echt wilt bestuderen vergt dat best wel aardig wat tijd. Natuurlijk is het het beste om het eerst helemaal door te lezen, want dan kun je je een beeld vormen van wat God met lijden bedoelt, om daarna alle teksten na te gaan. Het zou toch wel jammer zijn als je alleen mijn woorden leest en niet Zijn woorden, omdat slechts Zijn woorden geest en leven zijn en je hart kunnen raken. Ik stuur ook liever één studie tegelijk, zodat je deze dan op je gemak kunt bekijken en er daarna op kunt reageren. Ik ben trouwens toch een beetje bang dat ik je overvoer met materiaal en je daardoor niet de tijd krijgt om alles te checken. Maar goed, je mag het doen zoals je wilt, omdat God het toch het beste weet. Ruud. Hallo oom Ruud, Geweldig bedankt voor de bijbelstudie! Ik heb de hele studie uitgeprint, dus je hoeft hem niet meer aan mijn moeder te geven. Tot nu toe overvoer je me nog niet hoor, ik wil juist graag heel veel leren, maar weet niet hoe ik het zelf aan moet pakken. Ik ga er mee aan de slag en zal ook alle bijbelteksten bestuderen zoals je geadviseerd hebt. Groet, Anne 110

Hallo oom Ruud, (9) 17-11-2004 1) Wat een geweldige brief heeft u mij weer gestuurd. Vooral het antwoord op punt 7.2 heeft mij geholpen om een en ander in een ander daglicht te bezien. 2) Omdat God kennis heeft van goed en kwaad en hij de mens geschapen heeft naar Zijn beeld, is het logisch dat ook wij kennis van goed en kwaad hebben. Dit strookt met de opvatting die ik in een van mijn eerste brieven opperde. Maar God is liefde en rechtvaardig en kan niet leven met zondige mensen, daarom heeft Hij Zijn Zoon, de enige mens zonder zonde, tot zonde gemaakt opdat wij kunnen leven in Gods heerlijkheid! Maar om het onderscheid tussen goed en kwaad te kunnen maken, moeten er wel instrumenten des verderfs zijn. 3) Ik vind het best moeilijk om, levend op aarde en met het zicht op de zichtbare, vaak ook onschuldige, ellende in de wereld, mij te richten op het onzichtbare, ook al weet ik nu dat er geen eeuwige hel bestaat, en dat God ook hiermee Zijn bedoeling heeft. Het is inderdaad makkelijk om dan de moed te verliezen, dus je slaat de spijker op zijn kop. Ik weet wel, dat wij Gods wijsheid en denken niet volledig kunnen doorgronden, maar dan blijft het wel moeilijk om Zijn liefde te zien in deze wereld. Ik wil zo graag begrijpen, waarom Hij dit alles zo gepland heeft, maar misschien is dit niet aan de mens gegeven zoals in Romeinen 11 staat. Met mijn verstand zet ik dit moeilijke punt nu aan de kant. Ik hoop alleen, dat ik dat gevoelsmatig ook kan. Het is goed om te weten, dat God ons, door Paulus, aanmoedigt om vooral niet de moed te verliezen, en ons te richten op het onzichtbare. Het is tenslotte Gods eigen schepping en plan en Zijn eigen verantwoording. Wie ben ik, om de Schepper te vragen naar Zijn beweegredenen? (Romeinen 9:20). 4) Wat verhelderend is het onderwerp de doop. Het is zo gemakkelijk om bepaalde zaken in de Bijbel op de verkeerde manier op te vatten. 111

Vaak lees ik over dingen heen, zonder echt te begrijpen hoe het bedoeld wordt. In de NBG-vertaling ontbreken de woorden tezamen helaas. 5) Het is wel jammer te ontdekken, dat je als leek zoveel dingen in de Bijbel verkeerd begrijpt. Ik wil wel graag de Bijbel bestuderen, maar hoe doe ik dat op de juiste manier? Daarom ben ik zo blij met de brieven die ik van u krijg, het maakt heel veel dingen duidelijker. Hoe komt u aan al die wijsheid? Ik hoop, dat ik over 20 jaar ook zoveel weet en zo'n enorme geloofszekerheid heb ontwikkeld! 6) Het is wel een prettig idee, dat God Zijn hele schepping in Zijn hand houdt, dat geeft een stuk rust. Ervaart u Zijn aanwezigheid en Liefde in uw dagelijkse leven? En zo ja, op welke manier? Heeft u in de begintijd van uw geloof ook twijfels gekend, omdat Hij onzichtbaar is? En hoe bent u daarmee omgegaan, hoe heeft u die geloofszekerheid? Groet, Anne Hoi Anne, (9) 4-12-2004 Ik pak de draad maar weer op, nadat je wat ruimte hebt gehad om de studie over het ‘Lijden bij Paulus’ te bestuderen. 1) Fijn dat het antwoord op 7.2 jou heeft geholpen. Toch wil ik je hierover nog iets duidelijk maken. Alles wat wij in Gods woord kunnen lezen is Zijn geopenbaarde wil. Wat Adam en Eva deden ging in tegen Zijn geopenbaarde wil, maar zij voldeden hiermee, zonder het te weten, aan Gods verborgen wil ofwel bedoeling en zo is het nu nog steeds. Wij willen eigenlijk te weten zien te komen wat Gods bedoeling is en Zijn verborgen wil leren kennen. Weet je wat nu zo bijzonder is? Dat Hij hier mee bezig is door ons allerlei ontdekkingen te laten doen, waardoor wij op een heel andere manier kunnen gaan geloven. 2) Ik wil toch nog even terugkomen op de Liefde van God die voor alle mensen even groot is, ongeacht hoe verschrikkelijk de daden van een mens ook zijn. 112

Zij zullen daarom ook allen op Hem gericht worden, omdat God zelf de oplossing heeft aangedragen om deze daden teniet te doen. 2 Corinthiërs 5:19 geeft hier het antwoord op, want er staat: dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen. De reden dat ik hierop terugkom is, dat wij op dezelfde manier als God, de mensen mogen liefhebben, wat ze ook gedaan hebben of nog zullen doen. Hierbij hoef je niet direct aan het allerergste te denken, maar gewoon in onze leefomgeving, de plaats waar God ons gesteld heeft. Het kenmerk van een gelovige is Liefde, niet zijn eigen liefde, maar de Liefde van God, die uitgaat naar alle mensen en dit wordt nu niet direct door gelovigen in praktijk gebracht. Dat kan ook alleen maar als God dit in ons bewerkt en dat doet Hij gelukkig ook. In hetzelfde vers 19 staat: en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd. En in vers 20: Wij zijn dus gezanten van Christus. Wij zijn ons niet zo bewust, dat wij gezanten van Christus zijn en daarom zijn wij vaak niet verzoenend tegenover mensen die ons iets hebben aangedaan. Dit betekent gewoon dat wij dan diegenen niet liefhebben. Als wij zeggen gelovig te zijn en we zijn met wie dan ook niet verzoend, dan kunnen we dat beter niet zeggen. Als wij geen liefde kennen ten opzichte van andersdenkenden of mensen die het ons moeilijk maken of gemaakt hebben, kunnen wij beter niet over ons geloof praten. Indien wij onze vijanden haten, laten wij dan liever onze mond maar houden. God liefhebben betekent dat je, net als Hij, de ander liefhebt en niemand een overtreding toerekent, ook al heb je hier nog steeds mee te maken. Het gaat er niet om of de ander ons liefheeft, maar of wij de ander liefhebben. En zo kan het gebeuren, dat God je deze genadegave schenkt en dat je van jouw kant uit met niemand meer iets hebt. 3) Voor mij is het zeker, dat God je veel meer zal openbaren, dan je maar zou kunnen bidden of denken (NBG beseffen). Zie Efeziërs 3:20. Het is echter niet mogelijk om alles meteen te begrijpen. Daar is studie voor nodig en Zijn geest neemt de tijd om je stukje bij beetje dingen duidelijk te maken. 113

De beste remedie tegen moeilijke vragen, waar je niet direct een antwoord op krijgt, is ze te laten rusten want anders blijf je er maar tegenaan hikken. De grootheid van God wordt je vanzelf aan je hart gebracht. 4) Dit is het antwoord op wat ik onder 3) heb geschreven, eerst is het onduidelijk en dan ineens valt Gods licht erop en denk je, hé verdraaid zit het zo. Dank U wel. 5) Vorige week kreeg ik een mailtje met de vraag: Kan men nu zeggen dat men voor de nederwerping gekozen is. Ik dacht gelijk aan wat ik jou had geschreven omtrent het woord grondlegging en heb het stukje hierover aan hem gestuurd. Zondag in de dienst bleek dat ik het niet helemaal begrepen had. Hij bedoelde of je van jezelf, tegen iemand kunt zeggen: Ik ben voor de nederwerping door God uitgekozen en of je dat ook van iemand anders kunt zeggen, als hij/zij niet tot onze gemeente behoort? Mijn reactie hierop was, dat je het in ieder geval van jezelf kunt zeggen en dat ik ervan uitga, dat veel mensen tot het lichaam van Christus behoren en dit niet beperkt is tot een bepaalde groepering. In die zin is Eben-Haëzer gelukkig niet zaligmakend om het maar eens ouderwets uit te drukken. 1 Thessalonicenzen 4:16 zegt duidelijk dat het gaat om: zij die in Christus gestorven zijn. Hoe kunnen wij bepalen wie dit zijn? In vers 14 staat: Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. Ik ervaar het als heel beklemmend als gelovigen beginnen over een eventuele uitsluiting van anderen, alsof ze God zelf zijn. Dit is echt weer zoiets, dat mensen doorschieten in hun geloof en als het ware op Gods plaats gaan staan. Waarom het niet aan Hem overgelaten? Dat geeft veel meer rust. Gelukkig begrepen wij elkaar nu beter. 6) Zijn aanwezigheid en Liefde ervaar ik inderdaad in mijn dagelijks leven, maar de manier waarop is toch nog moeilijk uit te leggen. De ene keer is dit heftiger dan de andere keer. Terwijl ik zo zit te typen snap ik bijvoorbeeld niet hoe ik aan de antwoorden en gedachtes kom. De teksten schieten me als het ware te binnen, terwijl ik dan toch niet precies weet waar ik ze moet vinden. 114

Meestal weet ik dan wel of het in mijn bijbel rechts of links staat en in welke kolom, maar in welke brief ook alweer, ik zoek dan net zo lang (meestal maar kort) tot de tekst gevonden is. Het is niet alleen dat het lezen van de teksten je vaak zo blij maakt, maar ook, en dat is heel wat anders, dat Miek en ik dit allemaal mogen geloven. Wij zijn dankbaar dat wij zo’n goede band hebben met de kinderen en met elkaar over het geloof kunnen praten. Ook heb ik regelmatig contact met mensen met wie we een geloofsband hebben en de ‘toevallige’ ontmoetingen met gelovigen, die ineens een vraag stellen en tegen wie je zomaar kunt zeggen, joh, is het nu niet zo of zo? De voor een mens ongelofelijke dingen die er met je kinderen of kleinkinderen kunnen gebeuren en je die mag zien als Gods weg met hen. Die wetenschap geeft je een innerlijke rust zodat je het aan Hem kunt overlaten wat er gaat gebeuren, ongeacht of dit nu naar jouw idee goed of slecht afloopt. Als je iemand vraagt, joh, hoe doe jij dat nou met bidden/vragen aan God en hij zegt: ik vraag nooit iets aan God voor mezelf, ik dank alleen maar. En als je dan weet dat hij nog niet zo lang geleden een zoon van 21 jaar verloren heeft, net getrouwd enz., dan is dat een kracht van God om onder de door Hem gegeven omstandigheden te kunnen blijven staan. Dit zou je niet voor mogelijk houden en in die zin kennen Miek en ik ook deze ervaring, hoewel onze kleinzoon nog wél leeft. Het is niet mijn gewoonte om zo maar van alles op papier te zetten, het is omdat je er naar vraagt en je weet maar nooit wat God wil uitwerken. In de begintijd zijn er altijd twijfels en daar probeert de tegenwerker dankbaar gebruik van te maken. Blijf doorgaan met je studie omdat, iedere keer als jij jouw bijbel oppakt, God met jou aan het werk gaat. Geloofszekerheid is niet iets wat je kunt verdienen door veel te studeren, want het gaat God er niet om wat wij allemaal weten. Er zijn zoveel mensen die professor zijn, zelfs in de theologie. Het gekke is alleen, dat God zich meestal aan heel eenvoudige mensen openbaart, zoals de discipelen, die van beroep vissers waren. Paulus was tentenmaker van beroep volgens Handelingen 18:3, maar had wel aan de voeten van Gamaliël gezeten/gestudeerd Handelingen 22:3. Deze wijsheid achtte Paulus, toen God zich aan hem openbaarde, echter als vuilnis, zie Filippenzen 3:8, waartoe maar weinig gelovigen in deze tijd bereid zijn. 115

Geloofszekerheid ontstaat, als God je naar Efeziërs 1:17 het volgende geeft: geestelijke wijsheid en openbaring om Hem recht te kennen; verlichte ogen uws harten, zodat gij weet welke verwachting (NBG hoop) zijn roeping wekt. Het heeft met onze toekomstverwachting te maken, niet zozeer van de opname, want als mensen hierin al geloven, denken zij toch een taak hier op aarde te krijgen als koningen of priesters. Paulus verkondigt echter een verwachting temidden der hemelingen, waar wij nu al een plaats gekregen hebben, zoals Efeziërs 2:6 aangeeft. Mijn geloofszekerheid is toegenomen naarmate God mij meer geestelijke wijsheid gaf en verlichte ogen des harten en, aangezien jij zo makkelijk de dingen oppakt waarover ik schrijf, kan het haast niet anders betekenen dan dat God jou die wijsheid en die verlichte ogen des harten geeft. Het gaat dus helemaal niet om veel kennis, want de eenvoudigste mens kan geloven dat God, Redder is van alle mensen. Hij heeft in die zin meer hartekennis dan een professor die dit afdoet als een leugen. Trouwens, God laat je heus niet los, ook al zouden wij dat nog weleens kunnen denken. Rechtvaardiging Je hoort niet vaak iemand zeggen: dat is nog eens rechtvaardig!, maar het tegenovergestelde hoor je om de haverklap. Zodra mensen iets zien of horen wat volgens hen niet klopt dan zeggen ze gelijk: dat is toch ook onrechtvaardig! Als je dit overdenkt dan schiet meteen Romeinen 3:11 je te binnen waar staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet één. Zo bezien is het toch wel heel merkwaardig dat wij, die geen van allen door God als rechtvaardigen worden gezien, zomaar over het gebeurde een oordeel vellen, zonder dat wij ook maar enig idee hebben van wat hiervan de achtergrond is. Wij zijn altijd veel te snel met onze vooroordelen. In het woordenboek van prof. dr. A. Weijnen staat bij rechtvaardig: ‘volgens het recht’, maar bij onrechtvaardig staat: ‘ten onrechte of niet terecht’. Het heeft in ieder geval iets met het recht of met rechtspraak te maken. Als wij iets bestempelen met onrechtvaardig dan spreken wij dus eigenlijk ‘volgens het recht’, maar hoe kunnen wij als onrechtvaardigen nu ‘volgens het recht’ een oordeel over iets of iemand uitspreken of dit wel of niet gerechtvaardigd is. 116

Wij gaan meestal uit van wat wij onder recht verstaan, maar dat wil nog niet zeggen dat ons recht ook daadwerkelijk rechtvaardig is! De rechtspraak in ons land is een heel andere dan in het Midden-Oosten of een land in Afrika. In sommige landen staat het recht toe dat vrouwen besneden mogen worden, ons land kent dit niet. In andere landen mogen bij diefstal handen afgehakt worden, bij ons niet. Zo zijn er landen waar de doodstraf geoorloofd is door middel van de elektrische stoel, bij anderen door ophanging, bij weer anderen door ze op een plein met een kogel te doden. In ons land mogen we een abortus laten plegen en is een homohuwelijk toegestaan, hetgeen bijna nergens op de wereld een wettelijke basis heeft. Waarom zouden wij kunnen oordelen naar wat volgens ons recht of onrecht is. Over welk recht hebben wij het dan? Ons eigen recht? Ik sta in m’n recht, maar op welke basis is dit dan gebaseerd? In hetzelfde gedeelte van Romeinen 3 staat in het twaalfde vers: Er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat wij die uitzondering op de regel zijn, want dat zijn wij niet. Prediker wist dit allang want er staat in hoofdstuk 7:20: Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen. Als er nu niemand bestaat die goed en rechtvaardig is, waarom wij dan wel? Zie ook Psalm 14:2 en 3. Alleen God kan bepalen wat recht is en wat niet en daarom staat er ook in Romeinen 2:2: Wij weten echter dat God oordeelt in overeenstemming met de waarheid en dat is heel wat anders dan onpartijdig zoals de NBG aangeeft. Wij oordelen niet in overeenstemming met de waarheid, omdat wij oordelen vanuit onze ziel, ofwel met wat we zien, horen, denken. Met andere woorden met wat wij ervan vinden en dat is soms verre van de werkelijkheid. Zodra wij alle dingen die om ons heen of in ons eigen leven gebeuren van bovenaf gaan bekijken, laat God ons de werkelijke waarheid zien, die ver boven ons denkvermogen uitgaat. Jozef was zo’n man aan wie God deze genade geschonken heeft om alles wat met hem gebeurde vanuit God te zien en niet naar wat hem door de broers werd aangedaan. 117

Hij zag de daden die tegen hem gericht waren niet als onrechtvaardig maar als rechtvaardig, omdat ze pasten in Gods plan met hem, maar ook met zijn gehele familie, anders zou Israël nu niet meer hebben bestaan. Laten wij nu eens van bovenaf naar de geschiedenis van Jozef kijken en dan specifiek naar zijn broers. Gods plan met Jozef: Genesis 37 Jacob gaf Jozef een pronkgewaad, de broers hadden gelijk de pé in. Jacob had Jozef meer lief dan de andere broers, de broers begonnen hem te haten. Jozef had een droom, die voor de broers belachelijk was en zij haatten hem nog meer. Jozef had nog een droom, de broers benijdden hem. Jacob sprak hem er over aan en hield de zaak in gedachten. Jacob zei tegen Jozef dat hij zijn broers moest gaan zoeken om te kijken of alles goed ging. De broers zagen hem al aankomen en dachten, mooi, laten wij die aartsdromer doden en in een put gooien en tegen z’n vader zeggen dat hij door een wild dier is verslonden. Ruben bedacht nog een plannetje om hem te redden, en dat hielp enigszins. Zij namen Jozef zijn pronkgewaad af, gooiden hem in een put en gingen eten. De broers verkochten Jozef voor 20 zilverstukken. De broers namen het kleed van Jozef en doopten het in het bloed van een geitebok. De broers stuurden het kleed naar Jacob en lieten vragen of het kleed soms van Jozef was. De broers deden hun best om Jacob te troosten. Stel dat dit in deze tijd zou gebeuren, grote koppen in de kranten, wij zouden dagen niets anders dan dit op de televisie te zien krijgen. Onrechtvaardig om een broer en vader zo te behandelen en dan nog zo stiekem ook. Schandalig, opsluiten die handel. Jozef bekeek het echter vanuit God, Genesis 45. vers 5: Jozef zegt tegen zijn broers, dat ze niet verdrietig moeten zijn en niet zo ontsteld omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uitgezonden. vers 7: Daarom heeft God mij voor u uitgezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde. 118

vers 8: Dus gij zijt het niet die mij hierheen gezonden hebt maar God. Hij heeft mij gesteld tot farao’s vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser in het gehele land Egypte. vers 9: God heeft mij gesteld tot heer over geheel Egypte. Jozef rechtvaardigde hiermee de onrechtvaardige daden van zijn broers omdat hij ze zag als het plan van God met zijn leven. Er kwam geen onvertogen woord uit Jozefs mond toen hij zijn broers voor het eerst zag, en ook later niet, hij viel hen wenend in de armen. Iedereen ondervindt in zijn leven onrechtvaardige daden van andere mensen, of het nu gaat om je broers en zussen of van vader en moeder, de mensen van je werk of vanwege degenen die boven je zijn gesteld. Alleen als gelovige is het fantastisch als God je heeft laten zien, dat ALLES wat je in je leven is overkomen van Godswege is, het exact past in het plan met jou en dat dus alle onrechtvaardige daden in feite rechtvaardige daden zijn geweest, zodat je er geen andere mensen op kunt aanzien en het ook niet meer zou willen. Dit maakt vrij van alle oor- en vooroordelen als mensen je iets aandoen, maar je mag tevens met je omgevormde denkzin meteen begrijpen dat God iets wil uitwerken in je leven. Dit geldt des temeer als je je ervan bewust wordt, dat niet alleen je onrechtvaardige daden uit het verleden, maar ook je toekomstige daden door God rechtvaardig verklaard zijn. Dit is zoiets ongelooflijks, dat ik het wel in je hart zou willen brengen, maar dat is onmogelijk. Dus wacht ik rustig af of God, de Vader dit in je wil bewerken. God heeft de onrechtvaardige daad van de mensheid om Zijn Zoon aan het kruis te nagelen gebruikt om de rechtvaardiging van diezelfde mensheid te bewerkstelligen, Romeinen 5:18b: zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. Voor het lichaam van Christus is dit nu al van toepassing, Romeinen 5:9: Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem gered worden van de toorn. De diepe consequentie is dat wij, door deze daad van de Zoon, niet langer door God gezien worden als zondaren maar als gerechtvaardigden. Dit is zo overweldigend, tenminste als de intense waarde hiervan tot ons doordringt. 119

Zie je dat er vrijspraak voor ons is ontstaan, omdat er bij de rechtspraak is gebleken, dat er voor onze onrechtvaardige daden is betaald met het bloed van de Zoon. 2 Corinthiërs 5:21 zegt het zo: Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden zijn gerechtigheid Gods in Hem. Een dergelijke rechtvaardiging kun je niet vinden in de evangeliën, lees maar eens in Matthéüs 12:36 en 37, waar staat : dat de mensen van elk ijdel woord dat gesproken wordt rekenschap zullen moeten geven en dat zij naar hun woorden gerechtvaardigd zullen worden. Hieruit kun je duidelijk opmaken, dat als broeders aan de evangeliën willen vasthouden, ze ook naar hun woorden geoordeeld zullen worden. Het evangelie voor de Joden is rampzalig als je het gaat leggen op degenen die geroepen zijn tot het lichaam van Christus. Dit blijkt ook wel als je de brief van Paulus aan de Galaten leest, hoofdstuk 3:1-14. Nu gaat het hier wel specifiek over de wet, die aan Israël is gegeven, maar het is tevens van toepassing op alle door mensen verzonnen wetten, zoals: je moet kiezen voor Jezus anders ga je verloren je moet wederom geboren worden je moet gedoopt worden je moet leven naar Zijn wil je moet dit en dat afleggen Alles wat je door anderen wordt aangepraat als iets wat moet is door mensen zelf bedacht. We moeten helemaal niets, omdat Gods Liefde erop is gebaseerd dat, hetgeen Hij nodig acht in ons leven, Hij dit zelf in ons door Zijn geest bewerkt. Er is niets in mijn leven gebeurd wat niet onder Zijn controle is geweest en er is ook niets wat mijn gezin, familie, kennissen of wie dan ook kan overkomen zonder dat God, de Vader hier Zijn bemoeienis mee heeft. Alles past in Zijn doordachte plan der eonen. Worden we hierdoor dan niet gemakzuchtig of gaan we niet denken, leef maar raak het komt toch wel goed? Welnee, elke keer als ik iets fout doe, weet ik dat meteen en baal ik ervan als een stekker. Zijn geest maakt je duidelijk dat dit absoluut niet kan en daarom krabbel je weer overeind en rekent ermee dat je gerechtvaardigd bent, dank U wel! Ruud. 120

Hallo oom Ruud, (10) 19-11-2004 1) Ook onze trouwbijbel lag al 10 jaar ongebruikt in de kast. Mijn schoolbijbeltje had ik in mijn jeugd wel veel gebruikt. Nu gebruik ik beide bijbels, de een ligt naast mijn bed en de ander ligt op zolder in mijn werkkamer. Zelf heb ik ook sterk het gevoel dat God mij naar de Christengemeente heeft geleid. In mijn dagboek las ik namelijk een stukje over het begrip christen zijn en zodoende de naam van Christus te dragen. Dat leek me geweldig, dus toen ik in de gemeentegids op zoek ging naar een gemeente was dit (naast de zwaar christelijk gereformeerde) de enige in Soest die deze naam in zich droeg. Tijdens de eerste dienst, die ik met spanning bijwoonde, werd in de inleiding door een oudste "mijn tekst" uitgesproken ofwel: Jezus is de weg en de waarheid en het leven. Deze tekst is door de hoofdmeester voor in mijn schoolbijbel geschreven in 1976. Een ander deel uit hetzelfde vers staat voorin mijn trouwbijbel geschreven. De dominee van onze trouwdienst had deze tekst namelijk ook voor zijn preek uitgekozen. Wonderlijk hè? Dus je begrijpt, dat ik daar wel van ondersteboven was. Eenmaal thuis vroeg ik mij af, of ik het wel goed had gehoord, dus toen heb ik de opname van die bewuste dienst opgevraagd en inderdaad... 2) Heel erg graag wil ik de studies die je hebt over lijden en bidden ontvangen. Ik wil je vragen om ze aan mijn moeder mee te geven, dan neem ik ze wel weer mee als ik bij mijn ouders ben. Heb je nog meer studies, dan houd ik mij van harte aanbevolen. Ik vind het zelf best moeilijk om bijbelstudie te doen, waar moet je beginnen, per boek of per onderwerp? 3) Je vertelde, dat God tot je door liet dringen dat het tegen Zijn wil was. Hoe communiceert God dan met je? Ik begrijp, dat Hij dit niet rechtstreeks meer doet, maar via Zijn woord. Alleen via de Bijbel of ook anders? Hoe weet je nu wat God van je vraagt? De laatste maanden zijn er wel duidelijk dingen gebeurd, waarvan ik overtuigd ben, dat God dat bewerkstelligd heeft. Erg spannend allemaal en erg prettig te weten dat Hij mijn leven leidt. 121

4) Wil je me wat vertellen over de opname? Dat vind ik zo'n mooi onderwerp. Waarom zijn jullie ervan overtuigd dat deze voor de verdrukking zal plaatsvinden? Daar zijn de christelijke meningen nogal over verdeeld. Groet en een fijn weekend (alweer, wat vliegt de tijd). Anne Hoi Anne, (10) 13-12-2004 1) Je hebt als beginnend gelovige of als God de draad weer met je oppakt meestal een soort bevestiging nodig, die je op het goede spoor zet en waar je intens blij mee bent. Later ga je meer uit van wat het woord over allerlei zaken zegt en gaat de verwondering over alles wat daarin geschreven staat de boventoon voeren door de wijsheid die Gods geest in je werkt. 2) De bijbelstudie over ‘Lijden bij Paulus’ en ‘Gebed bij Paulus’ heb ik je inmiddels gemaild. 3) Het is inderdaad zo, dat God met ons communiceert door Zijn woord en ik zal je hiervan een voorbeeld geven met het volgende onderwerp: ‘De overheid’. 4) De opname is inderdaad een mooi onderwerp. Er is echter een behoorlijke maar aan. Veel gelovigen hebben zich op het tijdstip hiervan verkeken door bestudering van het oude en het nieuwe testament. Ik heb al zoveel boeken, tijdschriften en studies hierover gelezen en er zal in elk daarvan wel een bepaalde waarheid zitten, maar hoe haal je die eruit? Zowel het oude als het nieuwe testament is geschreven aan Joden en heeft betrekking op het volk Israël, terwijl God Paulus specifiek voor de heidenen heeft geroepen en hij over het tijdstip van de opname bijna niet schrijft. Voor mij is er iets veel belangrijker dan het tijdstip van de opname, namelijk: hoe een gelovige in de tijd ervoor, die langzamerhand bar en boos begint te worden, onder de door God gegeven omstandigheden in rust en vrede kan blijven staan. Natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar wat er met mij gaat gebeuren als de opname daar is. 122

Stel dat ik nog leef dan zal ik op een gegeven moment de bazuin horen (weet je, ik word nu al een beetje zenuwachtig) en dan weet ik dat de Here onderweg is, mij tegemoet, in de lucht. Deze ontmoeting kan natuurlijk niet plaatsvinden met mijn vernederde lichaam, maar terwijl ik misschien een studie voor jou aan het maken ben, zal dit lichaam plotsklaps veranderd worden in een verheerlijkt lichaam, gelijkvormig aan dat van Hem en ga ik zonder enige moeite Hem tegemoet. Dan zullen wij aan den lijve Gods kracht ervaren, een verandering zo ontzettend dat wij echt niet weten wat ons overkomt. Een lichaam dat licht uitstraalt waardoor mensen, als ze ons zouden zien, gelijk blind zouden zijn zoals Paulus op de weg naar Damascus ervaren heeft. Wij zullen ons dan kunnen verplaatsen met de snelheid van het licht, misschien zelfs sneller. Je zou wel eens, als het zou passen in Gods plan, naar de aarde gestuurd kunnen worden en verschijnen als een mens, zoals God eerder al boodschappers/engelen naar de aarde heeft gestuurd. Je kunt je bijna niet voorstellen, dat God zo’n plan heeft kunnen bedenken en een mens een dergelijk verheerlijkt lichaam gaat geven. Geen wonder dat ook de overheden, volmachten en krachten niet weten wat ze zien en wij derhalve passen in Gods plan om hen onder de voeten van de Christus te mogen brengen. Er zijn een aantal teksten waaruit je kunt opmaken dat wij voor de grote verdrukking weggegrist Grieks harpazõ zullen worden. 1 Thessalonicenzen 5:8,9 Want God heeft ons niet gezet naar binnenin de toorn 1 Thessalonicenzen 1:10 Romeinen 5:9 Jezus die ons bergt uit de komende toorn door Hem gered worden van de toorn In ieder vers wordt een ander voorzetsel gebruikt, naar binnenin, uit en van, je zou er twijfel over kunnen hebben. Persoonlijk denk ik dat het lichaam van Christus, waartoe wij geroepen zijn, de grote verdrukking niet zal meemaken en dat we aan de toorn zullen ontkomen. Er staat immers in 2 Thessalonicenzen 2:3-8 dat de mens der wetteloosheid zich moet openbaren, de zoon van de destructie, de tegenstander en dat er 123

iets is wat hem weerhoudt, totdat hij die op het ogenblik nog weerhoudt verwijderd is. Het enige dat hem kan weerhouden lijkt mij het lichaam van Christus en zodra wij de Here tegemoet gaan zal de tegenstander zijn gang op aarde kunnen gaan. We weten echter niet hoeveel wij nog van de komende toorn zullen meemaken, als je ziet hoe alles er op dit moment aan toe gaat in de wereld, dan wordt het toch al knap benauwd. 1 Thessalonicenzen 4:18 eindigt met: spreek elkaar aan met deze woorden (NBG vermanen). Dus bij deze ben je aangesproken. De overheid Romeinen 13:1-7 is het meest door gelovigen verafschuwd omdat het richtlijnen weergeeft die men niet wil naleven. Door te zeggen: deze overheid is niet van God, want ze houden zich niet aan bijbelse normen en waarden, betekent dit in de praktijk van elke dag dat zij zich met zwart geld bezig houden, niet eerlijk zijn bij hun belastingopgaven en gaan bijklussen terwijl ze al een uitkering hebben. Als je iets aan ze wilt verkopen, zonwering of zo, dan vragen ze of het zonder BTW kan. Je laat je straatje ophogen door een gerenommeerd (zogenaamd christelijk) bedrijf en dan mag je het geld niet overmaken, maar willen ze het per se komen halen. Als je echter verlichte ogen des harten ontvangt ga je deze dingen, op vrijwillige basis, ineens anders doen en is het niet langer een opgelegde wet. Gods geest werkt in je uit, dat je er geen behoefte meer aan hebt om te sjoemelen en dan kost het ook totaal geen moeite. Dit bijbelgedeelte bevat best wel veel aparte dingen en daarom ga ik er wat dieper op in, hoewel de NBG tekst wel wat anders weergeeft dan er in het Grieks staat. vers 1: Alle ziel onderschikke zich aan de volmacht, die superieur is, want er is geen volmacht tenzij door God en die er zijn, zijn door God geschikt. Nu is onderschikken heel wat anders dan je moeten onderwerpen. Hierdoor is het grootste probleem voor gelovigen ontstaan, want 124

onderschikken is op vrijwilligheid gebaseerd en bij onderwerpen denkt men eerder aan de oorlog, waarbij wij onderworpen waren aan de Duitsers en dat was niet vrijwillig. Maar goed, net zo min als mensen zich vrijwillig willen onderwerpen aan een bezetting, willen zij zich niet op vrijwillige basis onderschikken aan wie dan ook, die God geschikt heeft. Er bestaat niet één mens die dit wil en daarom zijn wij afhankelijk van wat God in ons wil bewerken. Vrijwillige onderschikking wil je pas als je ontdekt, dat iedere volmacht/overheid van God verkregen is, ongeacht of deze in onze ogen goed of slecht is. Ongehoorzaamheid aan de overheid betekent ongehoorzaamheid aan God. Het is dus niet slim om tegen de overheid in te gaan en zo is het ook omschreven in: vers 2 Wie zich dus tegen de volmacht verzet, weerstaat de verordening van God en degene die dit weerstaat neemt zichzelf een oordeel. Zodra je dingen doet die niet in overeenstemming zijn met wat de regering voorgeschreven heeft, haal je jezelf een bekeuring op je hals. vers 3 Vrees voor de vorst is niet nodig als je goed werkt, als je kwaad wilt echter wel. Vrees de volmacht niet als je goed doet, want dan zal je lofprijs van hem ontvangen. vers 4 Want zij is Gods dienaar u ten goede, maar als je kwaad doet vrees dan, want zij is niet bekleed met het zwaard voor de schijn (verwacht je niet in de bijbel hè), want zij is Gods dienaar als wreker van toorn die het kwaad bedrijven. Het is dus niet zo gek als onze overheid maatregelen neemt om zijn burgers in het gareel te houden, terwijl wij al gauw denken: waar is die overheid nou toch helemaal mee bezig?, maar zij is, ondanks dat ze door de burgers gekozen is, precies die overheid die God geschikt heeft. En dat is ook voor gelovigen bijna niet te behappen. Het Griekse woord voor dienaar is diakonos waar ons woord diaken vandaan komt. vers 5 daarom is het noodzaak zich te onderschikken (vrijwillig), niet alleen vanwege de toorn, maar ook vanwege het geweten. 125

vers 6 derhalve breng je ook belasting op, want zij zijn ambtsdragers van God, die je daar aan houden. De NBG vertaalt hier met dienaren, maar dat is een zwakke vertaling van het Griekse woord leitourgos, mede omdat dit woord in de kerken wel gebruikt wordt als liturg en liturgie. Ik vond het destijds heel bijzonder en nu ook nog wel, dat deze Griekse woorden hier gebruikt worden, omdat ik nooit had kunnen denken, dat God zelfs diakenen en liturgen in Zijn plan gebruikt, maar dan niet voor kerkelijke instanties maar voor onze zogenaamde ongelovige overheid. vers 7 Geef al het verschuldigde terug, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt. In de tijd dat Paulus dit schreef had hij het over de Romeinse overheid die de landen rond het Middellandse Zeegebied bezet hadden. Hij had het dus niet over de Joodse overheid, maar over de bezetter. Is dat nu niet wonderlijk, want wij zouden juist oproepen tot verzet en het zou een schande zijn als je je niet zou verzetten en zomaar zou doen wat de bezetter wil. Toch is dit waar Paulus toe oproept, omdat hij het van bovenaf bekijkt. Zo te handelen gaat tegen elk menselijk denken in, maar wij zijn ook niet bezig om op een zielse manier met Gods woord om te gaan, doch om het vanuit Gods verborgen wil/bedoelen te bekijken. Het is jammer, dat het woord volmacht nergens zo vertaald wordt, maar wel met de woorden: bevoegdheid, gezag, macht, overheid en vrije beschikking. Ook Paulus had volmacht van God gekregen, zie 2 Corinthiërs 10:8 en 13:10. Zelfs van Dale zegt dat volmacht een overeenkomst is waarbij iemand aan een ander de bevoegdheid geeft om een zaak voor hem in zijn naam te verrichten. In Efeziërs 2:2 wordt gesproken over de tegenwerker die volmacht van de lucht heeft, dus ook hij is met de zijnen een overheid. Colossenzen 1:13 is wel een heel mooie tekst omdat Paulus hier schrijft: Hij heeft ons geborgen (NBG verlost) uit de volmacht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van zijn Liefde. Wat zou het toch geweldig zijn, als gelovigen zich bewust werden dat zij geborgen zijn uit de volmacht van de tegenwerker. 126

Hij heeft dus geen enkele macht meer over ons, terwijl wij denken dat hij nog een flinke vinger in de pap heeft. Wij bevinden ons in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde, terwijl wij hier nog gewoon in onze aardse kloffie rondlopen. Een reden om wat meer rechtop te lopen en te denken aan de dingen die boven zijn Colossenzen 3:1,2. Voor God, onze Vader zijn wij al boven. Waar maken wij ons toch allemaal druk over? Bovendien zijn de volmachten door de Zoon geschapen, vers 16. In Colossenzen 2:10 staat dat de Zoon Hoofd is van alle overheid en volmacht, er is dus geen enkele reden om ons door wie of wat ook in de luren te laten leggen. Het is een kwestie van geloof, maar wij kijken teveel naar beneden wat hier op aarde is, het zichtbare wat tijdelijk is, in plaats van naar het onzichtbare dat boven is en eeuwig, 2 Corinthiërs 4:18. In Colossenzen 2:15 staat dan nog: Hij heeft de overheden en volmachten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd. De waarde hiervan zijn wij ons zelden bewust en dat is jammer. Het heeft weer te maken met het bedenken van de dingen die boven zijn, want wij zien er op aarde niets van. Dit bewust aannemen als een feit, zal bewerken dat wij de werken van de tegenstander in ons leven alsook in dat van anderen in het juiste licht gaan zien, namelijk dat wat hij allemaal overhoop probeert te halen. Dit echter uit een verslagen positie, want hij is ontwapend en openlijk tentoongesteld. God gebruikt hem slechts als verslagen overheid in Zijn plan om kwaad te doen, zodat God het ten goede kan gebruiken. Kijk maar eens in de geschiedenis hoe het afgelopen is met mensen, die zichzelf hebben verhoogd: als ze zijn verslagen is er niets meer dan een armzalig hoopje mens over. Door gelovigen, die bestrijden dat wij ons zouden moeten onderschikken aan de overheid, wordt meestal gezegd: dat zij God meer moeten gehoorzamen dan mensen. Ze denken dat Petrus dat ook zo deed. Zij maken echter een denkfout, want toen Petrus dit zei sprak hij niet tot de overheid, maar tegen de overpriesters en oudsten. Het ging hier om geloofszaken, ze wilden hem beletten te spreken en te leren op gezag van de naam van Jezus, Handelingen 4:1-25. 127

Hieruit kun je duidelijk opmaken hoe God met ons communiceert, je leest het in het woord. Hij geeft je de wijsheid om het te begrijpen en werkt dit uit in je leven, zodat je je op vrijwillige basis aan de overheid wil onderschikken. Onderschikken behoort net als lijden tot de twee kernen waar gelovigen het meeste moeite mee hebben. Dat is ook logisch, want niemand wil lijden en niemand wil zich aan een mens onderschikken, behalve als God dit door Zijn geest aan je hart bekend maakt. Het is een proces wat bij mij jaren heeft geduurd voor je de kennis had en er met je hart amen op kon zeggen. Op een gegeven moment word je je bewust, dat er pas vrede en rust in je leven komt, als je werkelijk ALLES in je leven aanvaardt uit Zijn hand omdat je weet dat dit het beste voor je is. Ik heb gemerkt dat aanvaarden uit Zijn hand net iets anders is dan het accepteren uit Zijn hand, omdat veel gelovigen bij accepteren zeggen: Je moet wel, want het is niet anders of: het is nou eenmaal zo, ik kan toch geen kant uit. Aanvaarden heeft te maken met een zeker weten, dat het past in Zijn plan met jouw leven en dat het het beste is omdat Hij er Zijn uitwerking aan geeft. Op brief 8.5 wilde ik je nog een aanvulling sturen, omdat dit nog een duidelijker beeld geeft waarom God op dit moment niet direct Zijn almacht kan tonen. 5a) Het geduld en lijden van God heeft ook met liefde te maken omdat Hij, door zijn Plan vast te leggen in Zijn woord, zichzelf heeft ingeperkt. Zijn almacht kan Hij daardoor op dit moment niet uitoefenen, zonder Zijn woord krachteloos te maken, waardoor Hij zijn beloften niet zou kunnen nakomen. God is gebonden aan Zijn woord. À la minute ergens een einde aan maken is derhalve onmogelijk, want dan zouden ook het duizendjarig vrederijk en de nieuwe hemel en aarde niet doorgaan en heeft onze roeping temidden der hemelingen geen enkele zin meer. Miek maakte mij hierop nog even attent hoe bijzonder dit is! Tot horens, Ruud. 128

Hallo oom Ruud, (11) 5-12-2004 1) Het duurde inderdaad even, maar ik heb de bijbelstudie over: ‘Het lijden bij Paulus’ * bestudeerd en heb hierover nog de volgende vragen: 2) Mensen die lijden, kun je die wel op een praktische manier hulp bieden of is dat ook niet de bedoeling? 3) God de Schepper noem je vaak de Plaatser, is daar een speciale reden voor? 4) Is Jezus eigenlijk geschapen door God? En was Hij wel in staat om te zondigen? 5) Het lijden bij ongelovigen, heeft dat eenzelfde doel als bij gelovigen? 6) Wat betekent tabernakelen? 7) Er is ons lijden nu en heerlijkheid in de toekomst beloofd. Geldt dat ook voor de ongelovigen? En wat is dan eigenlijk het verschil, als ook de ongelovigen uiteindelijk gered worden en heerlijkheid ontvangen? Graag tot horens! Anne *zie studies achterin! Hoi Anne, (11) 16-12-2004 Nu lig ik dan toch eindelijk op schema na het beantwoorden van je laatste brief van 5 december. 1) Dat je de onderwerpen hebt bestudeerd is voor mij alleen al de moeite waard om iedere keer weer achter de computer te gaan zitten en te trachten jouw vragen te beantwoorden. 2) Natuurlijk mag je praktische hulp bieden als je daartoe in staat bent. Het is zelfs veel beter dan uit te zijn op geestelijke hulp. In de loop der jaren heb ik wel geleerd om die geestelijke hulp pas aan te reiken als ik merk dat er behoefte aan is en erom gevraagd wordt. Dit omdat ik ervan uitga, dat ik als instrument altijd op mijn plaats hang als een stuk gereedschap en dat Hij dìe mensen op mijn weg brengt die er ook daadwerkelijk iets aan hebben. 129

Je staat eigenlijk altijd open tegenover andere mensen, of die nu gelovig zijn of niet. Je praat gewoon over alledaagse dingen en soms vragen ze dan hoe jij over bepaalde zaken denkt en dan kan ik er ook mee komen. Ik ben dus niet aan het evangeliseren, maar wacht Gods kansen af. Dit is trouwens heel persoonlijk en mag door iedereen anders gedaan worden, daar het niet aan mij is om beperkingen op te leggen. 3) Het woord Plaatser gebruik ik veel om aan te geven, dat God Alles Zijn plaats geeft, zoals de overheid, waar het in de vorige brief over ging. Het Griekse woord voor God is Theos en betekent Plaatser Bij de vraag hiernaar moet ik altijd denken aan Handelingen 17:24-29, omdat hier een mooie omschrijving staat van wat het woord Theos/Plaatser daadwerkelijk inhoudt. vers 24,25: De God die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt. Dit komt doordat Hij nu woont in mensen die tot tempel zijn gemaakt, 1 Corinthiërs 3: 16,17: Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel verderft, God zal hem verderven. Want de tempel Gods en dat zijt gij, is heilig. In 1 Corinthiërs 6:19 staat: Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de heilige geest, die in u woont. Het is zo belangrijk dat gelovigen zich bewust worden van het feit dat God woning in hen heeft gemaakt en zo derhalve een tempel van Hem zijn. In het oude testament noch in de evangeliën is hier sprake van, behalve dan bij de Zoon van God zelf, die zei dat als de Joden de tempel zouden afbreken, Hij die weer binnen drie dagen zou opbouwen, waarmee Hij zijn lichaam bedoelde, Johannes 2:19-21. Wij behoren tot Zijn lichaam, zodat wij net als de Zoon een tempel van God zijn. Bij verderven moet je denken aan 2 Corinthiërs 11:1-6, waar de Corinthiërs wel heel makkelijk te verleiden waren om een andere Jezus, een andere geest of een ander evangelie aan te nemen. Tempel komt verder tweemaal voor in 2 Corinthiërs 6:16. Terug naar Handelingen 17:24-29. 130

vers 25: Hij laat zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Wij denken al gauw dat God ons nu juist wel nodig heeft, ja zelfs van ons doen en laten afhankelijk is. Het tegenovergestelde is echter het geval, God heeft ons helemaal niet nodig om alles te regelen, Hij heeft gewoon zijn zaken op orde en beslist zelf wel hoe Hij de mensen wil inzetten. vers 26: Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse aarde te wonen, maar aan de andere kant heeft Hij voor hen toegemeten tijden en woongrenzen bepaald. De meeste mensen zijn zich er echter niet van bewust dat hun tijden van de wieg tot het graf door God bepaald zijn en dat hiertoe zelfs ook de woongrenzen behoren. Zo zie je maar dat je God niet kunt ontlopen, ook al omdat Hij niet ver van ons vandaan is, maar heel dichtbij. vers 28: Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij. Van onszelf zijn wij echt helemaal niks al doen wij ons voor alsof wij heel wat zijn, maar als Hij het niet wil, dan bewegen wij gewoon niet meer en zo leeft er niemand op deze aardbol zonder dat God dit wil. Eigenlijk kan je uit deze tekst ons bestaan definiëren, namelijk geest, ziel en lichaam, leven is geest, bewegen is ziel en zijn is lichaam. vers 29: Wij zijn van Gods geslacht. Het is weer een staaltje van wat God in zijn woord openbaart en hoe geweldig dit in elkaar zit. Het woord Plaatser kan je dus heel goed gebruiken in plaats van het woord God. 4) Jezus is geschapen door God want op meerdere plaatsen wordt Hij de eerstgeborene genoemd, zie Colossenzen 1:15-18: Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de ganse schepping, want in Hem is het Al geschapen. De gehele schepping is in de Zoon geschapen, en het Al is door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en het Al heeft zijn bestaan in Hem; en Hij is het Hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij in Alles de eerste is geworden. 131

Eerstgeborene is in het Grieks prõto tokon, het lijkt een beetje op ons woord prototype en de letterlijke betekenis is: voorst voortgebrachte, dit is een veel beter woord dan eerstgeborene, omdat wij het dan gaan vergelijken met een geboorte hier op aarde. De Zoon is echter niet alleen de voorst voortgebrachte van de hele schepping maar ook uit de doden en dat omvat de belofte dat alle anderen zullen volgen. Hij was de eerste! Tot doelmissen (betekenis van zondigen) is Hij niet in staat, omdat Hij slechts uitvoert wat God, de Vader Hem opdraagt. 5) De functie van het lijden bij ongelovigen is ongetwijfeld dezelfde als bij gelovigen, alleen kunnen zij dit niet op dezelfde manier als wij uit Gods woord benaderen en ook niet aanvaarden uit Zijn hand en dat is toch wel een hemelsbreed verschil, letterlijk en figuurlijk! 6) Tabernakelen is in het Grieks epi skênoõ en betekent letterlijk op-tenten. Het heeft betrekking op het oude testament waar over de Tabernakel wordt gesproken, Exodus 26:1, waar God in woonde. Wij zijn nu Gods tempel waarin Hij woning heeft gemaakt door Zijn geest en zijn dus ook een soort tabernakel. Paulus gebruikt het in 2 Corinthiërs 12:9 bij: ‘opdat de kracht van Christus over mij kome’, hier heeft hij dus eigenlijk op-tenten gebruikt, maar omdat hij een van de meest geleerde Farizeeërs was zal hij toch aan de tabernakel gedacht hebben in plaats van aan op-tenten. Mogelijk is het woord tabernakelen iets te ver gezocht, maar goed, de tempel was in de woestijn de tabernakel, dus de link is toch vrij snel gelegd. 7) Het gaat erom dat gelovigen, behorend tot het lichaam van Christus, de Heerlijkheid beloofd wordt om gedurende twee eonen een taak te verrichten temidden der hemelingen. De ongelovigen liggen dan al die tijd te rusten, weten van niets en kunnen nergens aan deelnemen. Zij komen pas als allerlaatsten weer aan de orde, vlak voordat God Alles in Allen wordt, 1 Corinthiërs 15:21-28. Zij behoren tot diegenen die komen uit de tweede dood, de laatste vijand die onttroond zal worden. Het is een kwestie van de uitwerking van Gods plan met de hele schepping. Hé, het allerbeste en groeten aan Robert! Ruud. 132

HOOFDSTUK 4 Onderwerpen Wat is logisch De Heilige geest De dag der Mensen Heerlijkheid 140 144 152 169

Hallo oom Ruud, (12) 15-12-2004 1) De nagekomen aanvulling op brief 8 punt 5a vind ik inderdaad heel bijzonder! Het blijft moeilijk om God te begrijpen, de manier waarop Hij met ons bezig is, Zijn Almacht, Zijn Liefde voor alle schepselen, Zijn plan der aeonen, Zijn plan met de mensheid enz. en vooral het grote WAAROM van dit alles, Zijn wegen zijn inderdaad onnaspeurlijk! Daarom is dit punt van wezenlijk belang, omdat het meer kennis geeft van God Zelf. Het is tevens het antwoord op mijn vraag waarom God niet ingrijpt, want als ik al zoveel moeite heb om de wereldse ellende en onschuldige slachtoffer(tje)s te aanschouwen, dan moet het voor God werkelijk ondraaglijk zijn, het zijn tenslotte Zijn Schepselen, die Hij allen zeer liefheeft! Dus, tante Miek, bedankt voor deze waardevolle aanvulling! Ook al blijven veel zaken, menselijkerwijs gezien, nog onbegrijpelijk en blijft het gewoon simpelweg geloven dat alles in Zijn Woord de waarheid is, of ik het nu wel of niet begrijp. Dit moet ook het uitgangspunt zijn denk ik van iedere gelovige, maar als "nadenkend" mens is dat best wel moeilijk! 2) Wat fijn als er mensen om je heen zijn, die zo overtuigend gelovig zijn. Dat bemoedigt iedere beginnend gelovige. Ik ervaar dat ook heel sterk in mijn gemeente. Mensen zijn zo vol overtuigd christen en beleven dit ten diepste, dat vind ik heel bijzonder! Ze stralen dat ook helemaal uit en nergens is er een spoortje van twijfel te ontdekken, althans, voor zover ik dat, op afstand, kan beoordelen natuurlijk, terwijl ik zelf nog steeds loop te worstelen met onzekerheden. Het is om moedeloos van te worden. Heeft u het lijden van uzelf en het gebeuren met uw kleinkind nu van boven af, vanuit Gods perspectief, kunnen bekijken? Natuurlijk het aanvaarden, maar het ook een plaats kunnen geven omdat Gods bedoeling met deze twee zaken duidelijk is? Want ook al weet je vanuit de Bijbel waarom er lijden is, is het vaak toch moeilijk om Gods bedoeling of uitwerking hiervan te ontdekken lijkt mij. Vandaar ook mijn vraag of op elk lijden, het ALLES, in de wereld (in onze 134

ogen vaak zinloos) en ook dat bij ongelovigen, de Bijbelse verklaring van Gods bedoeling met het lijden toepasbaar is? 3) Gelovigen zijn gerechtvaardigd door het bloed van de Zoon. De ongelovigen zijn dus niet gerechtvaardigd. Deze zullen dan voor de troon verantwoording moeten afleggen voor hun daden, oftewel komen in het oordeel van God. Heb ik dat zo goed begrepen? En wanneer worden zij dan in genade gerechtvaardigd? 4) God heeft het kwaad Zelf geschapen. Dan is het toch ook logisch dat Hij het kwaad niet aan de mensen toerekent, want deze mensen kunnen er dus niets aan doen. Zij waren al voorbestemd om instrumenten des verderfs te worden. 5) Omdat ik nu begrijp dat God alles in Zijn hand houdt, Hij alles beheerst en van te voren bedacht heeft, Hij mijn handelen beheerst en mijn denken en mijn wandel. Hij beheerst mijn geest, heeft mij geschapen, bewerkt mijn willen en mijn werken en Hij zorgt er Zelf voor dat ik alles doe wat Hij wil. Er gebeurt niets buiten Zijn wil om. Dit gegeven brengt mij toch in een enigszins lichte identiteitscrisis, want wie ben ik dan eigenlijk nog? Leef ik dan eigenlijk wel zelf? Denk ik wel zelf? Weet God precies alles van te voren, wat er gaat gebeuren, hoe ik zal handelen en denken (en niet alleen ik, maar de gehele mensheid) of bewerkt Hij de omstandigheden alleen in grote lijnen zodat Zijn Plan uitgevoerd wordt? Of beheerst Hij echt ieder detail en iedere gedachte van mijn "leven"? 6) Sinds Jezus voor ons is gestorven ontvangt iedere gelovige de Heilige Geest. Hij wordt hierdoor bezegeld voor het lichaam van Christus. Dit geldt kennelijk ook voor diegenen, die voor Jezus al, in geloof, ontslapen zijn, ook al hebben zij de Heilige Geest niet ontvangen tijdens hun leven. Daarnaast kan een gelovige, indien het Gods wil is, een geest van waarheid ontvangen, verlichte ogen des harten en rechte kennis van God. Niet iedere gelovige ontvangt dit dus? Kunt u mij misschien wat meer over de Heilige Geest vertellen? Want dat is toch wel een "ongrijpbaar" onderwerp. 7) Gelukkig heb ik geen problemen om mij aan de overheid te onderschikken, 135

hoewel ik ook weleens bewust een kleine verkeersovertreding bega, omdat ik dan met de fiets ergens sneller kom dan als ik helemaal omrij. Prachtige tekst inderdaad dat God ons heeft geborgen uit de volmacht van de duisternis en heeft overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde! 8) Toen ik een paar maanden geleden ontdekt had dat God toch wel echt bestaat, en ik dus begon met de Bijbel te bestuderen, had ik heel veel onrust over wat ik volgens de Bijbel wel of niet mocht doen, met welke mensen ik allemaal in mijn omgeving over God moest praten, hoe ik moest getuigen van mijn geloof en op welke manier en hoe vaak ik moest bidden enz. Dit werd nog eens versterkt door andere gelovigen op het internet en via boeken en natuurlijk door de angst dat mensen in mijn omgeving wel eens naar de hel zouden gaan als ze niet zouden geloven! Inmiddels ben ik gelukkig een stuk wijzer geworden, dankzij uw bijbelstudies, en daar ben ik erg blij om! Want ik weet nu, dat alles wat er gebeurt in mijn leven Gods verantwoording is. Dat geeft ook de vrede en rust van God die ik maar niet kon ontdekken, integendeel het christen zijn gaf juist een stuk stress, of ik het allemaal wel goed deed! Aan de ene kant vind ik het niet leuk dat ik niks in te brengen heb, aan de andere kant geeft het een stuk rust te weten dat niets "moet" en dat God er Zelf voor zorgt dat mijn leven zo verloopt als Hij gepland heeft. Dit was het weer even. Met de studie over Gebed bij Paulus ben ik nog niet klaar. Groet, Anne Hoi Anne, (12) 31-12-2004 Jouw mailtje van 15 december heeft mij heel wat beziggehouden. Dit werd veroorzaakt door het feit, dat jouw vragen zo diepgaand zijn dat ik mij ervan bewust ben, dat ik er misschien geen goede antwoorden op weet. Het is een soort zoeken naar hoe God wil dat ik hierop ga reageren en heb nog geen idee hoe dit gaat uitpakken. Dus gewoon maar beginnen en erop vertrouwen dat Hij mij het inzicht zal geven, zoals staat in 2 Timótheüs 2:7: Let op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven. 136

In het Grieks staat het iets anders: Denk aan wat ik zeg, want de Here zal in alles intelligentie geven. Ik vind dit beter op elkaar aansluiten omdat denken in het woord een zintuig is net als zien, horen en voelen. Intelligentie hoort ook bij denken, hetgeen dus betekent dat God belooft in alles Zijn intelligentie te geven. Als dat trouwens niet het geval zou zijn dan heeft mijn hele schrijverij geen enkele zin. 1) Ik ben blij dat de aanvulling op brief 8.5a van Miek in goede aarde is gevallen en ook dat ze mij erop attent heeft gemaakt. De ellende op deze wereld is niet om aan te zien en in die zin is het weleens jammer, dat wij een televisie hebben. Alles wordt zo scherp op ons netvlies overgebracht dat je je soms wel eens moet afwenden. Het enige wat ik kan bedenken is, dat God al deze mensen op Zijn tijd aan Zijn hart zal drukken en zich als Vader aan hen zal openbaren en dit is iets waar al die mensen beslist geen rekening mee houden. Zij zien alleen maar hun ellende, terwijl ik nog een toekomst voor hen zie. Iedere gelovige loopt het risico om slechts een na-denkend mens te blijven en dan stik je in je problemen die echter niet de jouwe zijn, maar die van God. Een gelovige die Hij tot een dankend mens maakt, komt van zijn problemen af doordat je ze dan bij Hem laat. Adviesje: Ga danken in plaats van denken en wacht rustig op Zijn intelligentie, die Hij aan ons beloofd heeft. 2) Het is echt niets bijzonders dat je loopt te worstelen met onzekerheden, hoewel juist in deze brief ook je zekerheden naar voren komen. Weet je, worstelen is een heel bijbels woord want het komt al voor in Genesis 32:22-32, waar Jacob worstelde met God en daar voor het eerst de naam Israël ontving. Het Israël van nu worstelt eigenlijk nog steeds met God omdat het Jezus nog niet als Messias aanvaard heeft. Jouw worsteling met onzekerheden is in wezen ook een worsteling met God. Je wilt Hem kunnen begrijpen op een manier die God op zijn eigen tijd van plan is je te openbaren. De aanvaarding hiervan zal jouw moedeloosheid opheffen, want als je de onzekerheden bij God laat, wordt je denken alleen bepaald door zekerheden en dit zal automatisch danken in gang zetten. 137

Indien je alles wat je nu al weet eens op een rijtje zou zetten dan zou je tot de ontdekking komen dat dit meer is dan menige professor in de theologie weet! Ik vind het altijd heel bijzonder dat je juist die dingen eruit pikt, waar ik maar summier over schrijf, zoals over onze kleinzoon. Eigenlijk zijn er met drie kleinzoons best wel pittige dingen gebeurd en ik zeg er gelijk bij dat het ons in eerste instantie moeilijk viel. Je moet niet vergeten dat grootouders dubbel lijden als er iets gebeurt met de kleinkinderen, want het gaat niet alleen om hen, maar ook om hun ouders die weer onze kinderen zijn. De verwerking is ons door God in genade geschonken, door ons constant in onze gedachten Het Woord voor te houden en wij hebben niets anders gedaan dan ons er aan vastgeklampt en uitgesproken dat wij ons daaraan wilden onderschikken. Het is absoluut geen prestatie van onze kant. Het aanvaarden is echt niet zo natuurlijk, het is iets wat God in een proces aan je hart bekend maakt en in je uitwerkt. Het begint eerst met kleine dingen, zodat je Hem uiteindelijk op den duur voor 100 % vertrouwt. Je zou heel graag de functie van het Lijden gelijk willen begrijpen, vooral als het zo dichtbij komt, maar dat is niet altijd zo. Dat komt doordat wij ook niet weten welke uitwerking het heeft voor de hemelingen, denk aan Job, waar we het al eerder over hebben gehad, denk ook aan de veelkleurige wijsheid, die wij nu al mogen tonen aan overheden en machten. Wij waren ervan overtuigd, dat God er niet alleen Zijn werk mee wilde doen bij de ouders, maar ook buiten ons gezin, bijvoorbeeld in de gemeente. Hoe God er Zijn uitwerking aan geeft is niet altijd duidelijk, het kan best zijn dat het pas later tot uitdrukking komt als wij onze taak temidden der hemelingen mogen gaan uitvoeren. De vraag waarom hebben wij in de loop der jaren leren ombuigen naar waartoe en dat op zich geeft al zoveel rust in je leven omdat al het lijden, wat voor ons zinloos lijkt (hé zinloos geweld), voor God altijd een functie heeft. Een voorbeeld dat voor ons moeilijk is te verstaan, is wat Hitler op zijn geweten heeft, want buiten de zes miljoen Joden die hij afgeslacht heeft, zijn er nog miljoenen anderen omgekomen. Wij denken dat het nergens toe diende, maar toch is er iets wonderlijks gebeurd en wel met het volk Israël. 138

Vóór de tweede wereldoorlog waren de machtigen der aarde bereid om de Joden een eigen stuk grond te geven in Afrika, maar dat wilden de Joden niet. Zij stonden erop om in het Land dat God hen beloofd had hun staat te mogen vestigen en hoewel een eigen staat niet haalbaar was, begonnen zij daar ook alvast mee, mondjesmaat weliswaar. Na de oorlog gingen er stemmen op om de Joden toch hun eigen staat in Palestina te geven en ik weet nog goed dat er een stemming kwam en wij via de radio hoorden, dat de doorslaggevende overwinning op een haar na tot stand was gekomen en er eindelijk een staat Israël mocht komen. Dit nu was het directe gevolg van de slachting van de Joden in de concentratiekampen. Je kunt nu twee kanten uit: a) Je laat je overmannen door alle verschrikkingen die de Joden zijn overkomen, of b) Je laat je overweldigen door het feit dat God in de geschiedenis heeft ingegrepen en een eigen staat aan Israël heeft gegeven. Ik weet nog dat mijn vader ervan overtuigd was dat Israël weer een eigen staat zou krijgen, omdat hij iets gelezen had dat destijds door Johannes de Heer bekend werd gemaakt, al lang voor de oorlog uitbrak. Hij toonde dit aan vanuit Gods woord, doch er waren maar weinig mensen die het wilden geloven. 3) Voor de witte troon Openbaring 20:11-15 zal door de ongelovigen geen verantwoording afgelegd moeten worden omdat hun daden in de boeken zijn opgenomen en derhalve al bekend zijn, bovendien komt het woord verantwoording in de bijbel niet voor. Het is echt iets wat mensen bedacht hebben omdat wij op deze aarde overal verantwoording voor moeten afleggen en denken dat God dan ook zo is. Zelfs Paulus die meewerkte aan het ombrengen van mensen die in Jezus geloofden, werd niet ter verantwoording geroepen. Ook bij oordelen en veroordelen moeten wij niet aan een menselijke invulling denken, want in Gods woord heeft het te maken met een vorm van lijden ten gevolge van het kwaad dat mensen hebben gedaan. Vanaf de tijd dat ongelovigen zijn gestorven tot aan de plaatsing voor de witte troon hebben zij niet geleden voor hetgeen zij hebben gedaan in de tijd 139

van hun leven, zij wisten van niets, waren buiten bewust zijn, dan een korte periode van lijden voor de witte troon en daarna in de tweede dood waar voor hen ook geen lijden is weggelegd. Ze zijn wéér buiten bewust zijn en als ze dan gewekt worden zijn zij gerechtvaardigd en komen ze in dezelfde Heerlijkheid waar al Gods schepselen zullen vertoeven. Het gericht voor de witte troon zal meer een richten op God zijn en je gelooft toch zelf niet dat een God die Liefde is, de ongelovigen meer zal laten lijden dan Hij nodig acht. Wat is logisch 4) Weliswaar heeft God de mensen tot instrumenten gemaakt, Romeinen 9:20-25, maar daarom is het nog niet logisch dat God om die reden de mensen het kwaad niet toerekent. Een aardse pottenbakker kan toch ook alles wat hij gemaakt heeft vernietigen, omdat hij het resultaat niet kan gebruiken, of omdat hij het zat is. Wat gooien wij allemaal niet weg, wat wij eerst als zijnde heel waardevol hebben aangeschaft. God kan zomaar vernietigen wat Hij wil en hoeft daarover bij niemand verantwoording af te leggen. De mens heeft nu juist alles logisch willen maken. Zij hebben zelf een hel geschapen, want als je niet gelooft kun je toch zeker niet in de hemel komen, dat is de logica van de mens. Wij proberen het kwaad op te lossen met onze zogenaamde goede daden, maar er is heel weinig van terechtgekomen. Veel mensen hebben vijandjes en vijanden en gaan er tegen te keer, voeren oorlogen, procederen of lopen met een boog om iemand heen die hen kwaad heeft aangedaan en willen er niets meer mee te maken hebben. Volkomen logisch vindt iedereen. God vindt dit echter helemaal niet logisch, want Hij zegt in Romeinen 12:20: Maar indien uw vijand honger heeft, geef hem een hapje, indien hij dorst heeft geef hem te drinken. Bij dit hapje moet je denken aan hoe in het Midden-Oosten de waard zelf zijn gast als teken van eerbied een stukje spijs in de mond legt, met andere woorden het beste van het beste want hij gaat natuurlijk niet een bedorven stuk in z’n mond leggen. 140

Het is heel logisch voor mensen hun vijand te haten, maar Jezus zei: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u haten, Matthéüs 5:43-48 en Lucas 6:27-38 en dat is weer de logica van God. De logica van de mens is onlogisch bij God. De logica van God is onlogisch bij de mens. God bracht het zelf ook in de praktijk, want toen wij nog vijanden waren, werden wij al met God verzoend door de dood van Zijn Zoon, Romeinen 5:10. De logica van God is, dat Hij met kwaad het kwaad heeft opgeheven, door Zijn Zoon ervoor aan het vloekhout te nagelen en de logica van de Zoon was, dat Hij de gezindheid had om dit enorme lijden vrijwillig op Zich te nemen en te gehoorzamen aan hetgeen de Vader op Zijn schouders gelegd had, Filippenzen 2:5-8. En het is daarom logisch, dat de ongelovigen voor de witte troon tot de ontdekking komen, dat de Zoon van God, terwijl zij vijanden van Hem waren en Hem achteloos terzijde hebben gesteld, ook voor hen de verzoening teweeg gebracht heeft en hen, nadat zij in de tweede dood zijn geweest, alsnog in Heerlijkheid zal levendmaken. Wat een genade! 5) Gelukkig heb je maar een lichte identiteitscrisis en die gun ik je van harte, omdat deze crisis voortkomt uit het bestuderen van Gods woord en je plotsklaps tot de ontdekking komt dat een mens dus geen eigen vrije wil heeft. Maar dat is toch nog wel iets anders dan dat je niets meer uit jezelf kunt doen. Neem nu ons contact. Ik heb zolang geweigerd om mijn e-mailadres door te geven aan familie of kennissen, ik had er geen behoefte aan om elke keer te gaan kijken naar al die flutpost en zag het echt niet zitten. Dan komt de bank met het bericht, dat ik alleen nog via internet kan bankieren. Ik vond het belachelijk, ik wilde het niet, bovendien was het vermogen van mijn computer te gering zodat ik ook nog eens een nieuwe moest kopen, enfin enz. Bij de familiereünie van vorig jaar heb ik René mijn e-mailadres nog steeds niet opgegeven, maar ja, met mijn handelen was ik mij er niet van bewust, dat er iemand van mijn e-mail gebruik wilde maken om op die manier van Zijn genade en verzoening te horen voor alle mensen. 141

Je bent dus vrij om te handelen, je kent Gods plan niet met jouw leven en dat van je geliefden. Wij noemen dat weleens dat wij mogen spelen op het plein der genade en zo is het ook. Je wilt immers met al die kennis van Gods woord alleen nog maar tot eer en verheerlijking van Zijn Naam leven, je wilt toch geen foute dingen doen, dat is een hartsinstelling geworden die Gods geest in ons heeft bewerkt. Wij mogen gewoon beslissingen nemen, zelfs foute beslissingen, om tot de ontdekking te komen, dat God ze ten goede wil gebruiken. Zo is immers ook de tekst in Romeinen 8:28: Wij weten nu, dat God alles doet samenwerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die in overeenstemming met Zijn voornemen geroepenen zijn, en je mag van mij aannemen, dat dit daadwerkelijk zo is. Op 20 december hadden we een fijne predikatie en daar werd een soort slogan naar voren gebracht, die luidde: Doe dit en leef. Hiermee werd aangegeven dat dit de lijfspreuk zou kunnen zijn van het volk Israël, want als het niet naar de geboden deed, dan volgde er straf, deed het wel naar de geboden, dan ontving het zegen. Met andere woorden, het volk Israël ging pas leven als het de wet van Mozes onderhield. Wij behoren echter niet tot het volk Israël, wij hebben geen wetten, maar leven in de genade die door Paulus wordt geproclameerd, dus voor ons gaat de slogan Doe dit en leef niet op, zodat er slechts één woord overblijft: LEEF Wij mogen nu juist in deze genade leven en weten, dat wij geborgen zijn in wát wij ook doen. Wij zullen niet ter verantwoording geroepen worden en ook niet meer op Hem gericht worden. Dat zijn wij al, dus weg met die lichte crisis. 6) Degenen die geroepen worden tot het lichaam van Christus worden verzegeld met de geest der belofte, de heilige, zoals staat in Efeziërs 1:13. Voordat Jezus gekruisigd, gestorven en opgestaan was, waren er geen mensen die met de geest der belofte, de heilige werden verzegeld, omdat de uitroeping van het lichaam van Christus pas is begonnen bij de roeping van Paulus en hij heeft Jezus tijdens Zijn leven op aarde niet gekend. 142

Ik neem aan, dat je het hebt over degenen, die in Christus ontslapen zijn, die genoemd worden in 1 Thessalonicenzen 4:16. Doch hier gaat het om gelovigen die het evangelie van Paulus hebben gehoord en derhalve ook verzegeld werden. Ondanks het feit, dat iedereen die gelovig is geworden verzegeld is met de geest der belofte, de heilige, is er een groot verschil in geestelijke wijsheid en openbaring. Ook Paulus heeft dit ondervonden, zodat hij bij zijn gebeden de gelovigen gedacht, opdat de Vader der Heerlijkheid hen dit zou geven. Dit betekent, dat hij hierom niet had hoeven vragen als iedereen dezelfde wijsheid en openbaring vanzelf zou ontvangen. Het is juist iets wat wij ook tijdens onze gebeden kunnen doen, de mensen gedenken, opdat God hen die geestelijke wijsheid en openbaring geve. Die geestelijke wijsheid is zoveel omvattend. Neem de redding van alle mensen, onze taak temidden der hemelingen, dat God tot Zijn doel komt met de gehele schepping, rechtvaardiging, verzoening enz.enz. De meeste gelovigen kennen deze wijsheid niet en dat gun je ze zo graag, omdat je dan op een heel andere manier gaat leven. Er staat natuurlijk ook niet voor niets dat God evangelisten, herders en leraars gebruikt om de heiligen geschikt te maken tot dienstbetoon tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, Efeziërs 4:11-12. Die eenheid is nog ver te zoeken, waaruit blijkt dat nog veel gelovigen deze wijsheid en openbaring ontberen. Voor verlichte ogen des harten geldt precies hetzelfde, want de meeste gelovigen hopen dat ze ooit in de hemel komen en daar is alles mee gezegd. Ze weten helemaal niets van de verwachting (zekerheid), die onze roeping wekt en hoe overweldigend groot Zijn kracht is aan ons die geloven. Het is dezelfde kracht waarmee Christus uit de doden is opgewekt, die nu zit aan de rechter(hand) van God temidden der hemelingen, Efeziërs 1:15-21. Weet je, zonder die kracht waarmee God de Zoon heeft opgewekt, zouden wij totaal niets begrijpen van al die Heerlijkheid waar wij nu al weer een paar maanden mee bezig zijn. Dit is dus opwekkingskracht waarmee onze denkzin wordt vernieuwd en ik kan het niet anders zien dan als een heel bijzondere genadegave. Als je dan al ergens vraagtekens achter wilt zetten, dan zou het moeten zijn achter: Waarom nu juist ik? 143

Het bovenstaande heeft alles met Gods geest te maken, zodat we kunnen proberen het ongrijpbare onderwerp ‘de Heilige Geest’ begrijpbaar te maken. De Heilige Geest Er is inderdaad veel verwarring over de ‘Heilige Geest’, hetgeen twee oorzaken heeft: 1) De Drie-eenheid. 2) De indeling van de Schrift. Volgens de leer der kerken bestaat de drie-eenheid uit drie zelfstandig opererende godheden of personen genoemd. Dit is zo algemeen aanvaard door de gelovigen, dat je bijna vloekt als je zegt dat dit nergens in de bijbel te vinden is. Zij spreken dan over: God, de Vader, God, de Zoon en God, de Heilige Geest. Vanzelfsprekend met hoofdletters aangegeven om tot uitdrukking te brengen, dat deze drie tot een eenheid behoren en dus allemaal God zijn ofwel: Drieenig God die één in wezen zijt. Het Joodse geloof, dat op het oude testament is gebaseerd, kent echter deze drie-eenheid niet. Zij belijden slechts één God, de God van Abraham, Izaäk en Jacob. Voor hun geldt dan ook het tegenovergestelde, zij willen beslist niets over een drie-enige God horen. Ik moet helaas toegeven dat zij hierin volkomen gelijk hebben, er bestaat slechts één God. Nu zou het mooi zijn als je dit vanuit de evangeliën zou kunnen aantonen. Tenslotte wordt hieruit toch het meeste in de kerken onderwezen. Marcus 10:18: En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. In werkelijkheid staat er: Niemand is goed, behalve de Ene God. Het is gewoon weg vertaald, zie ook Lucas 18:19. Marcus 12:32 En de schriftgeleerde zei tot Hem: Inderdaad, Meester, naar waarheid hebt Gij gezegd, dat Hij een is en dat er geen ander is dan Hij. Moet je zien wat Jezus hiervan zegt in vers 34: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. Dit was de reactie op wat Jezus had gezegd in vers 29: Het eerste (gebod) is: Hoor, Israël, de Here, onze God, de Here is een. 144

Een schriftgeleerde uit die tijd kon dus wel beamen wat Jezus zei. Dit was vanzelfsprekend, want hij kende de schriften op z’n duimpje. Hij was niet voor niets een schriftgeleerde. Je zou je kunnen afvragen waar de schriftgeleerden van deze tijd dan zijn die nog durven beamen wat Jezus zei. Ook Paulus, die nog een hogere opleiding had genoten, wist heus wel hoe dat zat en beaamt dit ook in: 1 Corinthiërs 8:6 nochtans is er maar een God 1 Timótheüs 2:5 Want er is maar een God Romeinen 3:30 1 Corinthiërs 8:5 Galaten 3:20 God echter is een Omdat God geest is, heeft Hij zich geopenbaard in de Zoon, Colossenzen 1:15: De Zoon is het beeld van de onzichtbare God. De Zoon kwam om de werken van de Vader te doen en niet om Zijn eigen wil tot uitvoering te brengen, Johannes 4:34; 9:4; 10:37 enz. Bovendien zal de Zoon Zichzelf aan de Vader onderschikken, zoals omschreven in 1 Corinthiërs 15:28. Indien de Zoon al God, de Vader zou zijn, zou onderschikken geen zin meer hebben. Zodra je De Heilige Geest als een zelfstandig operende macht, persoon of wezen gaat beschouwen, dan ben je met een onbijbelse leer bezig die nu nog steeds de gelovigen beïnvloedt omdat ze deze Geest aanbidden, wat enorme consequenties heeft, omdat de door hen met hoofdletters geschreven Heilige Geest ingang geeft tot geesten. Degenen die tot de Heilige Geest bidden of met de Heilige Geest gedoopt wensen te worden, hebben van God noch geestelijke wijsheid en geestelijke openbaring ontvangen, noch verlichte ogen des harten, omdat zij zich laten leiden door leringen van mensen en hun geloof niet baseren op wat God aan het lichaam van Christus heeft beloofd. De gelovigen die met de Heilige Geest bezig zijn, klampen zich vast aan een evangelie dat niet voor hen is bestemd namelijk het evangelie voor de Messias-gelovige Joden, die het Koninkrijk ofwel het duizendjarig rijk verwachten. Aan de discipelen werd immers de Trooster beloofd, Johannes 14:25-26: Dit heb Ik gesproken, terwijl Ik nog bij u verbleef; maar de Trooster, de heilige geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, enz. 145 Indien er namelijk een God is en dat er geen God is dan Een

Als je hierover nadenkt dan kom je tot de conclusie, dat de discipelen dus nog geen heilige geest hadden ontvangen toen ze tot geloof kwamen, ze kregen die pas nadat Jezus ten hemel was gevaren. Handelingen 1:8 getuigt hier ook van, want daar zegt Jezus: maar gij zult kracht ontvangen wanneer de heilige geest op (NBG over) u komt en gij zult mijn getuigen zijn. Hieruit blijkt duidelijk, dat zij nog geen geest ontvangen hadden. Handelingen 2:1-4 geeft een weergave van de manier waarop de discipelen werden vervuld met de heilige geest en hoe dit zichtbaar werd door tongen als van vuur, het leek erop, maar was geen echt vuur. Meteen begonnen zij met andere tongen te spreken zoals de geest het hun gaf uit te spreken. De gelovigen, die nu nog om deze Heilige Geest vragen, zeggen hiermee, dat ze de geest der belofte, de heilige, die genoemd wordt in Efeziërs 1:13 dus niet ontvangen hebben toen zij gelovig werden. Bovendien verlangen ze een Geest, die op hen zou moeten komen, liefst ook met een windvlaag en met tongen als van vuur. Het probleem is echter dat een Geest die op je komt ook weer weggenomen kan worden, zoals bij Saul, die van de Here een boze geest kreeg, 1 Samuël 16:14. Ze weten zich niet verzegeld en willen daarom gedoopt worden met de Heilige Geest. Het gevaar van een boze geest ligt dan wel heel dicht op de loer. Dopen door onderdompeling of dopen met de Heilige Geest heeft met onze ziel en met de buitenkant van ons lichaam te maken. Het is iets wat mensen graag willen hebben om in tongen te kunnen spreken en allerlei wonderen en tekenen te doen. Het gaat zelfs zo ver, dat predikers op een menigte mensen blazen, waardoor er tientallen omvallen. Het zijn echter pure emoties die de mensen doen flauwvallen. Het is al zo oud en hoort bij de rituelen die inboorlingen, indianen en al die natuurvolkeren ook al hebben bedacht, om door middel van allerlei handelingen in trance te geraken. In ieder geval heeft het niets met God de Vader te maken, want Zijn woord zegt, dat wij al verzegeld zijn met de geest der belofte, de heilige. Als geest, de heilige, dan niet een derde persoon is, als je hier al van kunt spreken, wat is het dan wel? 146

Geest is de onzichtbare en ongrijpbare kracht van de beweging, van het leven en van het denken. De Goddelijke kracht die zich in Gods onzichtbare en ongrijpbare daden laat zien. Het is de kracht van God, die werd gebruikt om Jezus uit de doden op te wekken en op te laten varen naar de Vader. Het is dezelfde kracht die God ook voor ons gebruikt, Efeziërs 1:19 waar staat: en wat de overstijgende grootte van Zijn kracht is voor ons die geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht die werkzaam is in Christus door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan Zijn rechter temidden der hemelingen. Op het moment dat wij gingen geloven werden wij met deze geest der belofte, de heilige verzegeld en dit betekent dat deze verzegeling niet meer verbroken kan worden. Wij zijn dus voor altijd Zijn eigendom! Wij zijn niet alleen met deze geest verzegeld, maar deze is in ons gekomen, 1 Corinthiërs 3:16-17, en er hoeft dus niets meer aan toegevoegd te worden door middel van mensenhanden, door dopen of door handoplegging. Omdat God Geest is kon Hij ook woning in ons maken, zodat wij een tempel van Hem zijn en het lijkt mij vanzelfsprekend dat dit niet door mensenhanden kan geschieden. Het fijne hiervan is dat wij mogen weten dat alles uit God is en wij niet meer afhankelijk zijn of kunnen worden van mensen. God woont in ons, wat betekent dat Zijn kracht in ons is komen wonen, die bewerkt dat wij gaan leven tot eer en verheerlijking van Hem, niet door ons toedoen, want dan ben je weer menselijk bezig, maar door Zijn toedoen. Gewoon tegen Hem zeggen: Ga Uw gang maar in mijn leven. Wij werden niet verzegeld om de geest van God te ontvangen, maar de geest, de heilige, is zelf het zegel van God waarmee iedere gelovige verzegeld is. Daarom is het ongepast om hierom te vragen of te smeken. Wat deze kracht in ons uitwerkt is echt van een veel grotere strekking dan wat mensen door middel van handoplegging of dopen met de Heilige Geest ooit zullen kunnen bezitten, omdat het niet op de zielse mens gericht is maar op het geestelijk welzijn van de gelovige. 147

Enkele voorbeelden: Romeinen 5:5 omdat de Liefde Gods in onze harten is uitgestort door de geest de heilige die ons gegeven is. Dit is gelijk alweer zoiets, want zodra je tegen iemand zegt dat dopen met de Heilige Geest meer kwaad oplevert dan goed, dan is de liefde ineens verdwenen en krijg je de wind van voren. Idem dito als je zegt dat tongentaal niet voor ons is bestemd, dan is de liefde behoorlijk bekoeld. Wordt er echter tegen ons gezegd dat wij alverzoeners zijn, terwijl God zegt dat Hij met het Al verzoend is en wij Hem alleen maar naspreken, dan nemen wij het die ander totaal niet kwalijk. Dat is nu de kracht die in ons werkt dat wij, net als God, allen liefhebben, gelovig, ongelovig of zelfs vijanden! Efeziërs 1:3 Die ons met allerlei geestelijke zegen temidden der hemelingen gezegend heeft in Christus. Onze verzegeling is geen symbool voor ons vlees (lichaam) maar is louter geestelijk. Vandaar dat ons ook geen lichamelijke of zielse zegen beloofd wordt. --Even er tussendoor, je hebt natuurlijk al gezien, dat ik in plaats van Heilige Geest met hoofdletters steeds geest, de heilige, met kleine letters schrijf. Dit doe ik bewust om aan te geven, dat het gaat om Gods kracht en niet om een persoon of een god. Met hoofdletters wordt toch altijd meer de nadruk gelegd op wat algemeen over de Heilige Geest gedacht wordt door de kerken.-2 Corinthiërs 1:21,22 Hij nu die ons tezamen bevestigt in de Christus en ons heeft gezalfd, is God, die ons ook verzegeld heeft en de geest als waarborg (NBG onderpand) in onze harten gegeven heeft. In de Van Dale staat bij waarborg: zekerheid die men heeft dat iets inderdaad waar is of zo zal gebeuren; garantie; zekerheidsstelling. Hierbij moet ik ineens denken aan wat jij mij al een paar keer hebt gevraagd, namelijk: hoe ik toch aan die geloofszekerheid kom? 148

Hier heb je dus het antwoord, het komt door de verzegeling van God, waardoor Zijn geest mij tot waarborg in mijn hart gegeven is, zodat deze geloofszekerheid ook op jou van toepassing is, ondanks alle waaroms, die jij en ik soms hebben. God heeft ons tezamen met Christus bevestigd en gezalfd, 2 Corinthiërs 1:21. Hoe kunnen we dan door middel van handoplegging of dopen nog proberen iets toe te voegen, temeer omdat het lichaam van Christus, waartoe wij behoren, in 1 Corinthiërs 12:12 Christus ofwel Gezalfde genoemd wordt? 1 Corinthiërs 2:12 Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Als je vers 13 ook nog even leest dan zie je, dat het niet om woorden van menselijke wijsheid gaat, maar om woorden door de geest geleerd. Ieder mens is geneigd om met menselijke woorden te praten en te denken en voor je het weet verval je weer in deze fout. Dat is ook geen enkele gelovige vreemd. Dat is dan ook de reden, dat ik iedere keer weer verwijs naar Gods woord, zodat niet mijn menselijke geest de boventoon gaat voeren maar Gods geest. 2 Corinthiërs 5:7 zegt het ook zo mooi: Want wij wandelen door geloof en niet door waarneming. Wij willen liever eerst de dingen zien en dan pas geloven, maar pas op: er zijn heel veel zieners, waar je grote vraagtekens bij kunt zetten, zoals de duiven op mijn schouders bij mijn doop, geef mij dan toch maar liever ‘de duiven op de dam’. De doop heeft alles met menselijke wijsheid te maken en niets met Gods geest. Wij kunnen ons echter nooit beroemen op onze geestelijke wijsheid, want die is ons door God in genade gegeven. Romeinen 8:14 Want allen die door de geest Gods geleid worden zijn zonen Gods. Een zoon van God, die door Zijn geest geleid wordt, heeft echt geen behoefte aan iets wat door mensenhanden nog eens aan hem verricht moet worden want hij heeft in Christus alles al ontvangen. Gelukkig zijn de tegenstander noch de machten der duisternis in staat ons het uitgekozen zijn en onze roeping te ontnemen, want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk, Romeinen 11:29. 149

Bovendien kan niemand ons scheiden van de Liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here, Romeinen 8:31-39. Galaten 5:22 De vrucht van de geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, mildheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, onthouding. Als je het rijtje afgaat dan zal iedere gelovige moeten erkennen dat hij geen enkel onderdeel van deze vrucht uit zichzelf bezit en ook maar moeilijk in praktijk kan brengen. Mochten wij ook maar iets van deze vrucht bij ons herkennen, dan kunnen we niet anders concluderen dan dat het Gods geest is, die dit in ons heeft bewerkt. Veronderstel dat wij dit door een of andere handeling van een broeder zouden moeten ontvangen, dan zou het geen vrucht van de geest zijn, maar de vrucht van menselijk handelen. Het gaat erom dat Gods geest uitsluitend werkt door Zijn woord, dat iedere keer weer opnieuw het verlangen oproept om hiernaar te leven. Hoe meer je Gods woord bestudeert, des te meer Gods geest in je kan werken. Dat is ook de strekking van Colossenzen 3:16 waar staat: Laat het woord van Christus rijkelijk in jullie inwonen. Rijkelijk inwonen is iets anders dan een heel klein beetje. Met geest vervulde mensen laten zich uiteindelijk alleen leiden door het woord van God. We kunnen denk ik wel verder gaan met de beantwoording van jouw brief en waren gebleven bij punt 7) Het gaat niet alleen om onderschikken aan de overheid, maar het heeft te maken met alle facetten van ons leven, aan de werkgever, aan elkaar in het huwelijk, lijden, broeders, kinderen aan vader en moeder, enz. Ik heb wel een studie over ‘onderschikken’, maar als ik zo eens alles nalees wat wij met elkaar hebben doorgenomen, dan is dit zo ontzettend veel dat het misschien beter is de stof nog maar een keer opnieuw door te nemen. Het gaat tenslotte niet om de vele woorden, maar om Gods geest, die dit allemaal bij jou inwonend wil maken. Hebben wij vroeger niet geleerd dat herhaling de beste leermeester is? Ik vind het zelf ook heel fijn om alles weer eens terug te lezen, wat gebeurt als ik nog even iets wil naslaan, en dan lees ik automatisch verder. 150

8) Ik kan er gewoon niet over uit, dat God je zoveel in genade bekend wil maken en ook die verlichte ogen des harten wil geven. Je bent er een beetje ondersteboven van als God je hiervoor wil gebruiken en je moest eens weten hoeveel mensen die onze briefwisseling lezen, zonder dat jij en ik het weten, God danken voor wat Hij wil uitwerken in jouw leven. Die stress om een goed christen te zijn is voor mij van jongs-af aan een probleem geweest. Ik kon gewoon niet voldoen aan de wetten die met het geloof gepaard gingen, ik wist niet beter dan als ik gelovig werd, ik mijzelf helemaal moest veranderen en op een heel andere manier moest gaan leven. Ik heb toen nooit begrepen, dat God dit allemaal zou doen als je jezelf aan Hem overgeeft en door Zijn geest dit in je gaat bewerken. Dat wij niks in te brengen hebben ligt misschien een tikkeltje anders dan je denkt. Je gaat gewoon je boodschappen doen, pakt wat je nodig hebt en je fietst over het paadje wat eigenlijk niet mag, je gaat even ergens koffie drinken, je gaat naar de zaak, doet je werk. Dit betekent, dat je heel veel vrijheid hebt en beslissingen kunt nemen, soms zelfs verkeerde beslissingen, want als je alleen maar goede dingen doet word je onuitstaanbaar en kun je voor niemand iets betekenen. Gods geest werkt in ons dat wij geen verkeerde dingen willen doen en dat dit weleens iets anders uitpakt, doet voor Hem niet terzake want God ziet ons hart aan en weet dus precies hoe onze instelling is. Nog net in het oude jaar heb ik dan toch al jouw brieven kunnen beantwoorden. Nu rest mij nog jou en jouw gezin Gods zegen in het nieuwe jaar toe te wensen. Hartelijke groeten, ook aan Robert. Ruud & Miek 151

Hallo oom Ruud, (13) 1-1-2005 Wat erg hè, die zeebeving! Blijft moeilijk om daar Gods wil in te zien hoor, al die kleine kindertjes, zou God nu van te voren dit bepaald hebben en ook wie wel en niet overleven? Poeh, ik kan dat echt niet bevatten hoor! Groet Anne Hoi Anne, 13) 8-01-2005 Jouw reactie op dit verschrikkelijke gebeuren had ik natuurlijk al verwacht en ik liep er al geruime tijd over na te denken, hoe ik dit zelf moest verwerken en wat nu eigenlijk mijn reactie is met betrekking tot mijn geloof. Je denkt toch niet dat dit door mij zomaar afgedaan kan worden alsof er niets aan de hand is? Ik heb er met verbijstering naar zitten kijken en niet met droge ogen! Mijn vraag is dan ook in welk verband dit staat tot Gods woord, omdat alleen dit mij uiteindelijk verder kan brengen. Omdat wij door Gods geest steeds meer kennis krijgen van Gods plan met de hele schepping en wij weten, dat alles uit Hem, door Hem en tot Hem is, probeert de tegenwerker ons denken op z’n kop te zetten door onze ogen gericht te laten houden op wat hier op de aarde gebeurt. Het is zijn grootste troef die hij maar al te graag uitspeelt, zeker als het kinderen betreft. Voor mijzelf denk ik dat God ten opzichte van de mensheid bij deze ontstellende gebeurtenis veel meer mededogen en barmhartigheid heeft getoond dan er ooit aan menslievendheid zal zijn. Ik zou dit duidelijk willen maken met het volgende onderwerp: De dag der Mensen In 1 Corinthiërs 4:3 schrijft Paulus: Nu raakt het mij zeer weinig of ik al door u of door enig menselijk gericht beoordeeld word. In het Grieks staat hier echter menselijke dag en dag is toch heel wat anders dan een gericht, waarschijnlijk hebben de vertalers gedacht dat er een schrijffoutje in de schrift was opgetreden en hebben ze het naar eigen goeddunken vertaald. 152

Wat Paulus bedoelde was dat het hem niet interesseerde, dat hij in de menselijke dag door wie of wat dan ook beoordeeld zou worden, want hij liet zich niet van de wijs brengen door mensen die in zijn tijd leefden. De menselijke dag kun je ook vertalen met mensendag of dag der mensen. Het gaat erom dat de mensen van God een bepaalde tijd hebben gekregen om te laten zien wat ze allemaal wel kunnen. Ze hebben het idee gekregen een eigen vrije wil te hebben en daarin past zeker geen God, maar wel een evolutietheorie. Ook maken zij gebruik van alternatieve geneeswijzen, want die helpen wel! Wat heeft de mens niet bereikt, vooral de laatste honderd jaar. We zijn naar de maan geweest, hebben radio en televisie gekregen en de laatste jaren heeft iedereen een computer en een mobieltje, een tweede auto en een derde vakantie. Het is onvoorstelbaar. Het lijkt mij daarom voor de hand liggen dat ik dan denk aan al die Afrikaanse landen, waar miljoenen volwassenen en kinderen besmet zijn met aids en jarenlang uitzichtloos lijden of aan de circa 20 miljoen mensen in de wereld die met hun kinderen door oorlogsgeweld op de vlucht zijn. In veel gevallen kan ik toch niet anders vaststellen dan dat het meeste leed door de mensen zelf wordt veroorzaakt. Wij zijn als mensen gewoon niet bereid om onze welvaart op te geven en te delen met de mensen die in nood zijn. Wij kunnen niet zomaar God overal de schuld van geven, want Hij heeft de mens nu al bijna 2000 jaar in genadetijd laten leven. De mens heeft echter geen behoefte aan genade en kan die daarom ook niet aan een ander betonen. Een ongelovige kan niet zeggen, en zal dat trouwens ook niet zo snel doen, dat het de schuld van God is dat hij niet gelooft, want hij denkt met zijn eigen vrije wil zelf wel te kunnen beslissen wat hij zal doen of laten. Hij is er ook niet naar op zoek, wil meestal niets met het geloof te maken hebben. Dit wordt echter veelal veroorzaakt door het feit dat gelovigen een totaal verkeerd beeld van God verspreiden. De met een harde hand regerende God die dreigt met de hel en eeuwige verdoemenis. 153

Tijdens mijn werk ben ik tegen heel wat gelovigen, vanwege hun geloofsovertuiging altijd in het zwart gekleed, aangelopen die zich in handel en wandel misdroegen. De reden was meestal dat zij toch niet aan de hen opgelegde geboden konden voldoen. Daar hen was geleerd dat als je één gebod overtreedt je schuldig was aan de gehele wet, leefden ze er maar stiekem op los. Helaas kennen zij geen op God gericht leven. Zelf heb ik mij ook afgekeerd van het geloof vanwege de vele hindernissen die genomen moesten worden, nog sterker, ik ben er zelfs voor gaan verhuizen om er vanaf te komen. Hiervan heb ik echter nooit God de schuld gegeven. Als ik nu iets fout doe, ga ik echt niet tegen Hem zeggen dat Hij dit op Zijn geweten heeft, want dat zou wel erg arrogant zijn. Alle krenkingen, waarmee ik vreselijk veel moeite heb, reken ik mijzelf aan, alleen heb ik de troost dat ze mij niet worden toegerekend en dat ze uiteindelijk nog medewerken ten goede. Als je een rijtje maakt van de meest levensbedreigende omstandigheden in de wereld dan zul je tot de conclusie komen, dat je hier niet bij God moet zijn maar bij de mens. Honger! Laten we in gedachten even een supermarkt binnenlopen, wat een overvloed, maar waar vind je in een derdewereldland een supermarkt? Nergens! Armoe! Wij gooien nog wel eens gebruikte kleding in een container, maar hiervan weten wij niet waar dat uiteindelijk terecht komt, het meeste wordt waarschijnlijk gewoon verhandeld om zich ermee te verrijken. Geld! In Nederland heeft, op een paar procent na, iedereen geld op de bank, terwijl er landen zijn die zelfs geen geld kennen. De rijke landen worden alsmaar rijker en de arme landen alsmaar armer. Er is totaal geen barmhartigheid in deze wereld. Aids! Aids wordt niet door God verspreid, maar door mensen die dit weer doorgeven aan hun kinderen. 154

Het wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door afgedwongen gemeenschap in gebieden waar burgeroorlogen aan de orde van de dag zijn en door wisselende contacten. Oorlogen! Worden gevoerd door gelovige mensen, christenen voorop, terwijl die toch beter zouden moeten weten. Indien al het geld dat hiermee gemoeid is besteed zou worden aan hulp ten behoeve van de arme landen zou de wereld er heel wat beter uitzien. En wat te denken van de ruimtevaart, nucleaire wapens enz.enz. Droogte! Er wordt vermoed dat zich onder de Sahara een enorme watermassa bevindt, alleen geen westers land haalt het naar boven. Ziektes! Ik las in de krant dat in het gebied rondom de zeebeving jaarlijks 3 miljoen mensen sterven aan malaria en andere ziektes die met goedkope medicijnen niet tot de dood hoeven te leiden, dit komt neer op 57.692 per week. In drie weken tijd kom je op meer slachtoffers uit dan er tot nu toe gevallen zijn. Elders in de wereld zijn er medicijnen in overvloed, maar wie brengt ze naar de landen waar de meeste doden vallen door gebrek hieraan? Brandstof! Ook grote Nederlandse maatschappijen hebben zich verrijkt door oliewinning en hun raffinaderijen, maar aan de inheemse bevolking hebben ze geen aandacht besteed, behalve dan dat ze hen als goedkope arbeidskrachten hebben gebruikt, neem nu Nigeria, vergeet ook Curaçao en de rest van de Antillen niet. Ze hebben de landen misbruikt, hun rijkdom naar het westen geëxporteerd en het afval laten liggen. Koloniën! In veel Afrikaanse landen heerst er hongersnood doordat de westerse boeren geen kans hebben gezien de autochtonen te leren voedsel te verbouwen en er alleen zelf rijk van zijn geworden. Geen wonder dat ze zijn verjaagd. Nederland is een van de voorlopers geweest om zich met man en macht te verrijken met de grondstoffen van arme landen en de bevolking als slaven te gebruiken en te verkopen. 155

Zeebeving! Een wetenschapper verklaarde op de televisie dat het grote aantal slachtoffers voor een gedeelte te wijten was aan menselijk handelen. Als reden hiervoor gaf hij het volgende aan. De kuststroken met zijn prachtige stranden zijn tot toeristencentra gecultiveerd, zodat de rijken der aarde er kunnen vertoeven en wie maakt hiervan geen gebruik? De prachtige natuur heeft hiervoor moeten wijken, mangrovebossen zijn verwijderd ten behoeve van accommodaties en stranden voor toeristen. Om deze massatoeristenindustrie goed te laten verlopen zijn er mensen vanuit de binnenlanden in de kuststroken gaan wonen, waardoor er nog meer bebouwing tot stand kwam en er nog meer natuur werd vernietigd. Door dit alles werd de natuurlijke bescherming tegen o.a. vloedgolven aangetast. Het is verbijsterend dat er zoveel kinderen en ook ouderen omgekomen zijn. Toch zou ik in dit verband willen aangeven, dat er in andere landen kinderen verhongeren, aan aids lijden en bovendien in een oorlogsgebied wonen. Zij zijn er slechter aan toe. Het is opmerkelijk dat aan Bangladesh, waar in 1991 door een cycloon 140.000 mensen het leven lieten maar dat geen toeristenindustrie heeft, praktisch geen aandacht is besteed en de mensen daar van grootschalige internationale acties verstoken zijn gebleven. De grote verscheidenheid aan landen die door de ramp getroffen zijn en de toeristen uit het westen geven kennelijk de doorslag om voor hulp in aanmerking te komen. Dit laatste lijkt misschien negatief, maar de bevolking ter plaatse weet wel beter, want er worden nu al kinderen gekidnapt om voor veel geld als adoptiekind verkocht te worden of gebruikt te worden in de seksindustrie ten behoeve van de westerlingen. Je ziet dus dat, wat volwassenen kinderen kunnen aandoen, dit in schril contrast staat met Gods liefde en barmhartigheid. De mensen hebben kunnen laten zien dat zij bij machte zijn met technisch vernuft ontzettend veel te bereiken, maar ze hebben geen antwoorden kunnen bedenken om het leven voor anderen draaglijker te maken. 156

In hun hoogmoedswaanzin hebben zij zich door oorlogen verrijkt en de armen gebruikt voor hun economisch voordeel. Dit is heden ten dage nog in volle gang als je kijkt naar de arbeid van miljoenen kinderen, waardoor wij in staat zijn goedkope producten te kunnen kopen. Ik verbaas me erover, dat heel veel mensen schrijven en spreken over hogere machten, die hier toch mee te maken moeten hebben. Anderen zeggen dat het een straf van God is vanwege de goddeloosheid die er heerst in de wereld. In Indonesië zeggen ze dat het een laatste waarschuwing van God is omdat de mens zich van God afgekeerd heeft, al gaat het hier om Allah. Ik geloof dat God de mens hierdoor wil richten op Zijn almacht, wat onder andere nog meer blijkt als we kijken naar: De dag des Heren De dag der Mensen eindigt bij het begin van de dag des Heren en, net zoals de dag der Mensen begon met een gericht, de zondvloed, zo zal ook de dag des Heren beginnen met gerichten. In deze gerichten zullen heel veel mensen omkomen, als ik het goed begrijp minimaal een derde van de mensheid. In Openbaring 6:14 staat: En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. Jesaja 24:20 spreekt van: de aarde waggelt zeer als een beschonkene. In dit verband viel mij op, dat een wetenschapper laatst verklaarde, dat de as van de aarde door de zeebeving een paar graden was veranderd en dat Sumatra 10 cm was verplaatst. Omdat de aarde in het duizendjarig rijk een heel ander leefklimaat zal hebben, dacht ik persoonlijk al een hele tijd dat de stand van de aarde wel eens zou kunnen veranderen om dit te bewerkstelligen, zodat een dergelijke opmerking je dan toch weer verrast. Opvallend is ook dat in Openbaring 9:20-21 tweemaal gezegd wordt dat de mensen, na het gericht van vuur, rook en zwavel, zich niet bekeerden, maar liever bleven doorgaan met moorden, toverijen, hoererij en dieverijen. Dit betekent dus dat er wel een mogelijkheid was zich te bekeren. 157

In Openbaring 16:9-11 gaat het zelfs zover dat de mensen God zullen lasteren, terwijl ze weten dat de plagen van God komen, maar zij bekeerden zich niet van hun werken. Wat de mens in onze tijd absoluut niet wil geloven is in die tijd dan eindelijk wel doorgedrongen, maar de mensen storen zich er gewoon niet aan. Daarom is het toch ongelooflijk, dat God toch nog de Redder van hen wil zijn, alleen dan wel na de witte troon en de tweede dood, waarin zij zich weer buiten bewust zijn bevinden. Gods onvoorwaardelijke Liefde straalt hier voor mij vanaf. Voor het woord bekeren staat in het Grieks meta noeõ wat letterlijk na(denk)zinnen betekent. Het heeft te maken met denkzin (zintuig). Je zou het in het Nederlands kunnen vertalen met berouw hebben. Toen ze er na de gerichten over nadachten, toonden ze echter geen berouw, ze zaten er dus niet mee, met wat ze hadden gedaan. Het woord bekeren komt trouwens in de bijbel niet voor, het Griekse woord betekent letterlijk op-keren, je naar God toe keren. Omkeren zou een beter woord zijn. De dag des Heren is natuurlijk niet alleen maar een gericht, maar na die korte periode van gerichten (zoals alle gerichten bij God kort zijn) begint het duizendjarig vrederijk met heel andere leefomstandigheden, ongeveer te vergelijken met die van vóór de zondvloed. De satan is dan duizend jaar gebonden, dus daar zullen de mensen die dan leven geen last van hebben. Zij kunnen hem dus ook niet meer de schuld geven, wat nu wel heel veel wordt gedaan, vooral door gelovigen. Wat blijkt is dat, als de tegenwerker/satan/duivel na die duizend jaar vrede een poosje losgelaten wordt, de mensen zich weer achter hem zullen scharen. Je moet Openbaring 20:7-10 er maar eens op nalezen, echt onvoorstelbaar. De mens, niet meer lastig gevallen door de tegenwerker, baalt gewoon van duizend jaar vrede en schaart zich even zo vrolijk weer achter de satan. Kun jij het begrijpen? Ik niet! De dag van God! Er worden drie dagen genoemd in de bijbel en de laatste is de dag van God. 158

Ook deze dag begint met een gericht, te weten: het vergaan van deze aarde door vuur, maar daar zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde voor in de plaats komen. Ik denk niet dat ik hierover hoef uit te wijden, want hiervoor kun je zelf Openbaring 21 lezen en ontdekken hoe ongelooflijk mooi deze aarde zal zijn. Eigenlijk is het zo, dat God iedere keer na een gericht de draad weer oppakt en er tevens een nieuwe wending ontstaat in de geschiedenis van de schepping. In begin, schepping van de aarde, Genesis 1:1, eindigt met de nederwerping (groot watergericht) Genesis 1:2. Herschepping van de aarde, Genesis 1:3-2:1, en de schepping van de mens Genesis 2:7. De mens veroorzaakt, door af te wijken van Gods instellingen en afstand van Hem te nemen, de zondvloed (klein watergericht) Genesis 6:5-9:7. God gaat verder met de mens, die weer afstand van Hem neemt, en door plagen (ziektes, vuur enz.) voor een groot gedeelte zal omkomen (klein vuurgericht) Openbaring vanaf hoofdstuk 8. Begin van het duizendjarig vrederijk, Openbaring 20. Ondanks de ideale omstandigheden die dan heersen, scharen de mensen zich uiteindelijk achter de tegenwerker, zodat de aarde door vuur zal vergaan (groot vuurgericht). Begin van de nieuwe Hemel en Aarde, Openbaring 21. Tussen het kleine watergericht en het kleine vuurgericht heeft echter het voor mij grootste gericht plaatsgevonden, dat de totale ommekeer van de hele schepping teweeggebracht heeft: Het gericht van de Zoon van God (ook veroorzaakt door de mens) Door dit gericht is in één klap de hele schepping, die van God afgeweken is, weer met God verzoend zodat Hij Vader kan worden van al Zijn schepselen. Dat is dan ook de enige reden, dat ik alles uit Zijn hand aanvaard, hoe groot het menselijk leed en mijn leed ook is en ik dank Hem uit het diepst van mijn hart, wetend, dat Hij tot Zijn doel komt met ieder schepsel. Hartelijk gegroet Ruud. 159

Hallo oom Ruud, (14) 6-01-2005 1) Een nieuw jaar, een nieuw begin, en hopelijk een vruchtbare voortzetting van onze briefwisseling! Ik wens u en tante Miek, en ook iedere lezer van onze briefwisseling, een bijzonder goed 2005 toe! Bedankt voor het mailen van alle positieve reacties op de brieven van Anne. Ik vind het erg leuk om te lezen dat de brieven door zoveel mensen met zoveel enthousiasme worden ontvangen! 2) Over brief 11 van 16 december heb ik verder geen vragen meer. Het is allemaal duidelijk. Ik ben nu begonnen met een document in Word waarin ik, naar aanleiding van de brieven, bijzondere verzen noteer, die mij erg aanspreken. Er staat toch wel enorm veel wijsheid in de Bijbel! Dit zal ik ook gaan doen als ik alle brieven nog eens herhaal, zoals u voorstelt in brief 12 punt 7. Dan heb ik het helemaal compleet, en volgens mij moet dat straks een, voor mij althans, zeer bijzonder document worden! 3) De Bijbelstudie gebed bij Paulus* heb ik klaar. Het was best moeilijk. Een aantal vragen hierover heeft u inmiddels al via de andere brieven beantwoord. Ik vind het wel moeilijk om anders te bidden, dan ik tot nu toe gewend was. Eigenlijk bid ik nu weinig meer op een vast moment, maar denk ik wel vaak aan God, zelfs als ik in een overvolle kamer zit. Ik heb ontdekt, dat Hij vaak al voorziet in bepaalde zaken terwijl ik daar niet om "gevraagd" heb tijdens gebed. Ik vind het moeilijk om Hem Vader te noemen. Dat is zo'n enorme omschakeling, ook al besef ik heel goed waarom Hij mijn Vader is en dat vind ik geweldig! Ook weet ik absoluut niet voor wie, voor welke gelovigen, ik moet bidden om Gods geest van wijsheid en bovenkennis van Hem. Als er fijne dingen gebeuren, en als ik goed om mij heen kijk, dan zie ik bij mij persoonlijk eigenlijk haast alleen maar fijne dingen. Dan dank ik God daar wel voor. En bij de minder fijne dingen probeer ik de reden hiervoor te bedenken en in ieder geval ze te accepteren, in de wetenschap dat, alles wat er in mijn leven gebeurt, onder Zijn controle staat. 160

4) In mijn bijbels handboek las ik deze uitspraak van Marcus Maxwell: "De wet is gegeven nadat God zijn volk heeft gered, niet ervoor....Israël probeerde niet de wet te houden om zo verlost te worden”. Christenen proberen niet goed te doen om in de hemel te komen. God heeft al redding gebracht. De Rode Zee is gepasseerd. Christus is gestorven en opgestaan. Gehoorzaamheid aan God is het antwoord op de verlossing, niet een voorwaarde ervoor". Mooi gezegd hè? 5) In brief (12) van 31 december zegt u in punt 2 dat God op zijn eigen tijd van plan is om Zich aan mij te openbaren. Maar ik kan mij nu nog niet voorstellen, dat ik Hem in mijn aardse leven, ooit zal kunnen begrijpen, waarom Hij de dingen doet gebeuren zoals ze gebeuren. Ik probeer wel het te aanvaarden, omdat ik steeds meer tot de ontdekking kom hoe geweldig groot Hij is!. Maar een God van liefde, die 145.000 mensen tegelijk laat omkomen???? Wel mooi is, dat door lijden heen, de staat Israël is gesticht. En zo geloof ik wel (althans dat probeer ik te geloven), dat God uiteindelijk alles ten goede keert en er een bedoeling mee heeft. En dan wordt het inderdaad in plaats van een waarom een waartoe. Maar zelfs als je het waartoe kan begrijpen, dan nog....Ik weet dat ik steeds over hetzelfde punt struikel. Tenslotte staat ook de Bijbel vol met schuldig en met onschuldig menselijk leed. En ik weet ook dat dit allemaal moet gebeuren volgens de profetieën in de Bijbel. Maar na de verschrikking van tweede kerstdag heb ik toch wel heel veel moeite om te geloven in een God die liefde is. Waar was Hij, toen al die onschuldige kindertjes meegesleurd werden door de zee? En toch zie ik ook overal om mij heen Zijn Liefde en Zijn Grootheid in de hele natuur, de zeer ingenieuze Schepping van al die prachtige bomen, bloemen, dieren en mensen, en niet te vergeten het onmetelijke heelal. Het is allemaal zo tegenstrijdig in mijn ogen! En als ik dan met een vriendin op oudejaarsavond hierover praat, dan komen we er niet uit. Bovendien vind ik het nog erg moeilijk om de dingen die ik de afgelopen maanden uit uw brieven geleerd heb mondeling over te brengen aan iemand anders. 161

6) Punt 5) was een mooi antwoord op mijn lichte identiteitscrisis. En inderdaad, weg ermee en vol goede moed verder wandelen en genieten van het leven. Wetende, dat God Zijn plan met mijn leven uitwerkt en dat dat Zijn verantwoording is en ik mijn eigen verantwoording heb, door Gods werken in mijn leven te aanvaarden zoals Hij het gepland heeft. In de verwachting dat Gods Geest in mij, mijn denkzin zal vernieuwen en dat Hij tot Zijn doel zal komen! Wauw, geweldig hè? Ook al kan ik met mijn menselijke brein niet bevatten, dat Hij ook voor alle andere mensen op de aarde, en de reeds gestorvenen en diegenen, die nog niet eens geboren zijn, Zijn plan heeft en dit tegelijkertijd voor een ieder uitwerkt. Wat zijn wij toch ontzettend nietig in vergelijk met Hem! Maar ja, dat wist ik eigenlijk al, daarvoor hoef je alleen maar naar Zijn Schepping van het Al te kijken! 7) Uit punt 6) begrijp ik ineens, dat diegenen die voor Jezus’ dood gelovig waren en gestorven zijn (zoals de aartsvaders), dus niet tot het Lichaam behoren en ook niet bij de Opname zullen zijn. Klopt dat? 8) Vragen aan God om de geestelijke wijsheid en openbaring voor gelovigen heeft dat wel zin dan als God alles naar Zijn eigen wil doet? Wij hoeven toch eigenlijk helemaal niets aan God te vragen, want alles verloopt volgens Zijn eigen plan. Als Hij niet wil dat een gelovige deze geestelijke wijsheid ontvangt, dan hoeven wij er toch ook niet om te vragen? Maar Paulus vroeg daar wel om, hij gedacht de gelovigen, alsof God daar Zelf niet aan zou denken? De vele gelovigen, die deze geestelijke wijsheid niet ontvangen hebben, zullen die wel bij de opname zijn? 9) De heilige geest. Wat jammer toch, dat zoveel bijbelse teksten zo slecht vertaald zijn. En weer, waarom heeft God dit laten gebeuren? Het wordt er niet eenvoudiger op om Zijn Woord te begrijpen! Een verhelderend stuk over de heilige geest. Fijn om dit allemaal duidelijk te krijgen. En zo leer ik stukje bij beetje steeds meer! 10) Toen ik ontdekte, dat alles in mijn leven gebeurt naar Zijn wil, voelde ik mij eventjes net een robot, en daar baalde ik wel een beetje van. Maar u heeft gelijk, wij kunnen ons leven gewoon leiden zoals wij denken dat 162

goed is. Wij hebben juist enorm veel vrijheid gekregen van God en Hij bewerkt het verlangen in ons om naar Zijn wil te leven. Er zijn momenten, dat ik nog steeds twijfel (met mijn gevoel, niet met mijn verstand) of Hij bestaat (sorry dat ik dit moet toegeven) maar er zijn ook momenten dat ik er enorm naar verlang om Hem van aangezicht tot aangezicht te ontmoeten! 11) Ik zal nu al de brieven opnieuw gaan bestuderen, zoals u adviseerde in punt 7). Maar dit zal natuurlijk wel enige tijd in beslag nemen! Hartelijke groeten, Anne *zie studies achterin! Hoi Anne, (14) 5-02-2005 Tjonge wat ben ik toch traag aan het worden, vind je niet? Maar ik heb intussen niet stil gezeten en een nieuw onderwerp voor je gemaakt over Heerlijkheid, maar eerst wil ik jouw brief van 6 januari beantwoorden. 1) We hebben tussendoor al wel contact met elkaar gehad, dus ik hoef hier niet zozeer op in te gaan, behalve dan dat ik je wil vertellen dat het me heel erg goed gedaan heeft om op deze wijze met jou te corresponderen. Eerlijk gezegd heb ik altijd een soort duwtje in de rug nodig om weer zo diepgaand met Gods woord bezig te zijn, maar het bijzondere is, dat God mij in al die jaren steeds weer opnieuw dit duwtje gaf en even zovele malen was ik er beschaamd onder omdat ik zelf niet in staat bleek elke keer weer de draad op te pakken en Hij dit dan toch mogelijk maakte. Hierdoor weet ik dan ook zeker, dat het naar Zijn wil is en kan ik elke keer weer onbevangen Zijn woord ter hand nemen om antwoorden voor jou te vinden. 2) Dat Gods woord enorm veel wijsheid bevat is ontegenzeggelijk waar, want, na 27 jaar ermee bezig te zijn geweest, ontdek ik nog steeds weer nieuwe dingen, niet dat ik daarop uit ben maar het verdiept je geloof zo ontzettend, dat ik elke keer weer dankbaar ben dat God de Vader dit aan mij wil geven. 163

3) Het is zelfs voor mij nog moeilijk, omdat ik geen man van vaste tijden ben, eigenlijk gek, want zakelijk gezien heb ik altijd alles keurig op een rijtje en werk ik altijd alles volgens een bepaalde methode af. Mogelijk heeft het ermee te maken dat ik zoveel aan Hem gevraagd heb wat Hij niet heeft gegeven en omdat ik veel mensen in hun gebed tot God dingen hoor vragen waarvoor je eigenlijk gelijk al kunt gaan danken, dat bidden in de zin van vragen, gewoon niet in mij opkomt. Ik zeg dit dan ook regelmatig tegen Vader, zo van: ik ben echt geen bidder (in de zin van vrager) Vader, maar U kent mij door en door, U kent mijn gezindheid, U weet dat ik tot eer en verheerlijking van Uw naam wil leven, ik kan het niet, maar ga Uw gang Vader in mijn leven! En Hij doet het. Danken ligt meer in mijn lijn als ik het zo mag zeggen en graag zou ik hierover nog eens een studie willen voltooien, maar goed alles op Zijn tijd. Dat denken aan God is nou precies waar het om gaat, want met denken aan Hem bid je omdat het immers de betekenis heeft van: naar God toe wel/goedhebben. Eigenlijk onstaat er contact met God, de Vader op alle mogelijke tijden en in alle situaties. Dat is nu juist zo geweldig, want daarmee geef je aan dat je van Hem bent en het van Hem verwacht. Dat je moeite hebt met God Vader te noemen is heel begrijpelijk en toch kan ik het je aanraden het gewoon te doen, het versterkt van jou uit de band met Hem. Hij heeft die band met jou natuurlijk allang, en als je het nou over gevoel wilt hebben, dan geeft Vader je het gevoel dat je heel intiem met Hem bent, op een manier of Hij er echt helemaal alleen voor jou is. Dat je het besef hebt dat Hij jouw Vader is, is zo enorm dat als ik er al confuus van word, hoe zal het dan bij Hem wel niet zijn. Verzoeken voor gelovigen om een geest van wijsheid doe ik het meest als ik met mensen in contact kom die niet uit hun situatie kunnen komen door gebrek aan kennis, die jaar in jaar uit met dezelfde problemen blijven lopen en hierdoor niet goed kunnen functioneren. Zij kunnen de situatie waarin zij zich bevinden niet aanvaarden uit Gods hand en zien niet dat God bezig is iets goeds uit te werken in hun leven. De manier waarop je probeert de minder fijne dingen te aanvaarden uit Gods hand, omdat Hij er Zijn redenen voor heeft, is het proces dat God bij je inzet. 164

4) Soms heb ik de neiging om niet te reageren als iemand iets als heel mooi ervaart, maar waar mogelijk toch iets aan vastzit, en dat heb ik bijvoorbeeld met het woord gehoorzamen. Niet alleen omdat jij er nu over schrijft, maar ik heb het soms ook met liederen waar dat woord in voorkomt omdat ik zeker weet dat er mensen zijn die geen idee hebben wat gehoorzamen nu eigenlijk betekent. Ieder mens, ook de gelovige, denkt dat het gaat om moeten gehoorzamen. Dit zit zo bij de mens ingebakken omdat het er van jongsaf aan wordt ingepompt. Iedere ouder wil dat een kind gehoorzaamt en zo niet, dan volgt er straf. De straf in mijn jeugd bestond eruit dat ik op het toilet moest gaan zitten en om te laten blijken dat ik het er niet mee eens was, bonkte ik met mijn hoofd zo hard mogelijk tegen de deur zodat ik er na een poosje al weer uit mocht, als ik beloofde het noooooit meer te doen. Deze straf werkte echt geen gehoorzaamheid uit, tenminste niet bij mij. Er wordt in de wereld heel wat afgestraft, hele oorlogen zijn er door ontstaan met alle gevolgen van dien. Gehoorzamen in het grieks is: hup akouõ hetgeen onder horen betekent. Dat is natuurlijk geen woord dat je in een lied kunt verwerken, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom of de gemeenteleden begrijpen wat ze zingen en wat ze er bij denken. Je onder het gehoorde stellen geeft er al een heel andere betekenis aan en als je je er dan van bewust wordt, dat het ook nog gaat om je vrijwillig onder het gehoorde te stellen, dan heeft gehoorzamen ineens een heel andere betekenis gekregen, namelijk Gods betekenis! Wij leven in Gods genadetijd en dat betekent, dat God ons nooit tot gehoorzaamheid zou willen brengen door middel van straf. Neem nu gewoon jezelf, stel dat jouw kinderen zouden zeggen, joh mam wij gaan voor jou de tafel afruimen en de afwas doen, weet je wat, ga jij maar lekker op de bank zitten, neem je boek en geniet ervan. Hoe blij word je daar niet van! Dan is dat echt iets wat de kinderen vrijwillig willen doen en het mooiste is dat ze er dan ook nog voldoening van hebben, dus werkt het aan twee kanten heel positief uit. Zo is het ook met onder horen. Zodra God met straf zou dreigen als wij niet voldoen aan allerlei door Hem opgelegde wetten (zoals bij Israël met de wet), heeft genade geen enkele 165

functie, maar God bewerkt in ons dat wij op vrijwillige basis gaan doen wat Hij ons vanuit het woord duidelijk maakt. Dus je doet het uit plezier, je wilt niet anders. 5) Sorry maar ik moest toch even glimlachen hoe je deze zin verwoordt, aan de ene kant uit je Gods grootheid en almacht en aan de andere kant roept dit toch ook weer twijfels bij je op. Inmiddels heb ik je al een aparte brief over de zeebeving gezonden en zo de Here wil zal Hij je in alles inzicht geven. Dat is eigenlijk het enige wat ik hierover nog zou kunnen zeggen. Het is geen gemakkelijk thema om hier met een vriendin uit te komen op oudejaarsavond en het is ook heel moeilijk wat je in al die maanden hebt geleerd mondeling aan anderen over te brengen, behalve als God nu juist aan diegene verlichte ogen des harten wil geven, zoals Hij dat bij jou heeft gedaan. Geloof me, ook ik heb vele malen een poging ondernomen om mensen uit te leggen hoe de dingen in elkaar steken, maar het wordt pas wat als God het uitwerkt in iemands leven. Dat is maar goed ook, want anders zou ik heel hoogmoedig worden, zo ben ik wel. 6) Hier breng je gelijk alweer tot uitdrukking hoe God zijn woord in je leven aan het uitwerken is en uit je woorden: Wauw, geweldig hè, blijkt maar weer hoe het tot je hart is doorgedrongen. 7) Vóórdat Jezus geboren en op aarde was bestond er geen mogelijkheid te geloven, dat Hij de Messias was. Abraham, geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Hij behoort niet tot het lichaam van Christus en zal ook niet de hierbij behorende taak krijgen, noch deel hebben aan de opname. 8) Ik schreef je al eerder, dat ik het benauwend vond dat gelovigen anders denkende gelovigen uitsluiten, temeer omdat het niet gaat om wijsheid, maar of je wel of niet tot het lichaam van Christus geroepen bent. Dat kunnen wij onmogelijk bepalen. Het is wel zo, dat de één meer wijsheid krijgt dan de ander en dat ook de mate van geloof die God elkeen geeft anders is. In Efeziërs 4:12,13 staat: dat er herders en leraars nodig zijn om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen geraken tot de eenheid des geloofs en de bewustwording van de Zoon van God, tot gerijpt man, tot de maat van het volgroeid zijn van de volheid (complement) van de Christus. 166

Efeziërs 4:7 Maar aan een ieder afzonderlijk is de genade gegeven, naar de maat, waarin Christus haar schenkt. Romeinen 12:3 Want krachtens de genade, die mij (Paulus) geschonken is, zeg ik tegen een ieder van u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot verstand, naar de mate van geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld. 2 Corinthiërs 10:13 Wij daarentegen zullen in ons roemen de maat (NBG perken) niet te buiten gaan, maar binnen de maat van de regel, die God ons als maat gesteld heeft, ook u te bereiken. In de praktijk blijkt dat gelovigen allerlei dingen aan God vragen die geen zin hebben. Een veel gehoord gebed is: Here, wilt U nabij zijn, in een bepaalde situatie of bij iemand die ziek is, maar in Filippenzen 4:5 staat duidelijk: De Here is nabij en in vers 6 staat: Weest in geen ding bezorgd, maar heel veel mensen maken zich ontzettend veel zorgen. Komt dit bij een gesprek naar voren dan ben ik met deze mensen begaan en zou ik graag willen, dat zij vrede en rust zouden hebben in hun situatie. Op die momenten gedenk ik deze mensen bij Vader, niet dat ik er speciaal voor ga zitten maar op elk moment dat ze in mijn gedachten komen, tegelijkertijd dank ik Hem, omdat ik weet dat of Hij er wel of niet iets aan doet dat wat Hij ook doet, goed is. Ik leg hiermee mijn zorg bij Hem en laat het bij Hem, zodat ik niet langer bezorgd ben. In Colossenzen 1:6-12 maakt Paulus duidelijk dat: het evangelie opwast, sedert de dag dat mensen het hebben gehoord. Zodra dit Paulus ter ore kwam ging hij bij zijn gebeden deze mensen gedenken en verzoeken dat zij met de rechte kennis (opeenstapeling van kennis) van Gods wil vervuld mochten worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te brengen en op te wassen in de rechte kennis (opeenstapeling van kennis) van God. Omdat Paulus hier tweemaal het woord opeenstapeling van kennis gebruikt is het dus voor de gelovigen heel belangrijk. 167

Zonder deze kennis kan er niet tot Gods eer waardig gewandeld worden, is er niet voldoende wijsheid en te weinig geestelijk inzicht, om Hem in alles te behagen en vrucht te brengen. Als je net gelooft dan krijg je zo ontzettend veel te horen, maar kennis alleen werpt geen vrucht af, want hiervoor is geestelijke wijsheid en inzicht nodig. Het is een proces wat God in ieders leven inzet. Mensen die daar moeite mee hebben kunnen wij gedenken in onze gebeden. Wat deze opeeenstapeling van kennis nu eigenlijk oplevert zie je in vers 11: Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met vreugde de Vader. Dat is nu precies wat ik graag zou willen als gelovigen gebukt gaan onder de aan hen gegeven last, want als God het geeft dan kunnen zij, ondanks de situatie waarin zij zich bevinden, de Vader danken met vreugde. 9) Mogelijk om de mens uiteindelijk te laten inzien, dat zij Gods woord naar hun eigen gedachten hebben ingevuld en er als het ware een sprookjesboek van gemaakt hebben, het staat er wel, maar het stelt niets voor, het is tijdgebonden, je moet alles geestelijk zien, enz. Kijk, het aantal leden van het lichaam van Christus staat vast, het instrument wat Hij nodig heeft roept Hij zelf uit, misschien kan je eens even kijken in: Romeinen 8:28-30 Die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon. En iets verder: die Hij tevoren bestemd heeft, deze roept Hij ook en die Hij roept, die rechtvaardigt Hij ook en die Hij rechtvaardigt, deze verheerlijkt Hij ook. 10) Hem te ontmoeten van aangezicht tot aangezicht, daar gaat het volgende onderwerp over, omdat dit niet zo vanzelfsprekend is. Ik heb wel eens een tijd doorgemaakt, dat ik twijfelde aan Gods roeping voor mij. Het was een nare tijd, maar aan de andere kant gewoon hard nodig omdat Hij een andere weg met mij wilde gaan dan ik zelf voor ogen had. De twijfel verdween doordat God mij zoveel hartekennis gaf van Zijn woord dat ik er gewoon niet meer omheen kon. De zaken klopten gewoon voor mij waar een ander soms niets van begreep. Ongemerkt had God mij verlichte ogen des harten gegeven en daar ben ik nog steeds dagelijks dankbaar voor. 168

Van mij mag je best eens twijfelen hoor, daar is niets mis mee, waar het om gaat is dat God nooit twijfelt en jouw twijfels omzet in een rotsvast geloof. 11) Neem de tijd, dan ga ik alvast een volgend onderwerp bedenken, of heb jij nog iets speciaals? Heerlijkheid Ik houd ervan om Heerlijkheid met een hoofdletter te schrijven, omdat het met God te maken heeft en ook omdat wij in de verwachting leven van de Heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden. In het oude testament wordt al over Heerlijkheid gesproken, maar toch wil ik dit vanuit de brieven van Paulus benaderen. Hij is immers de apostel der heidenen. In 2 Corinthiërs 3 wordt wel het meeste over Heerlijkheid gesproken, namelijk elfmaal, en dan ook nog tweemaal over verheerlijken, zodat dit voor mij de aanleiding was hier maar eens te gaan kijken. vers 6 God die ons bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des geestes, want de letter doodt, maar de geest maakt levend. God had eerder een verbond met Israël gesloten hetgeen bestond uit letters (Grieks geschrift), het gaat hier om de wet die aan Mozes werd gegeven op de berg Sinaï, Exodus 24. Het nieuwe verbond echter was een verbond des geestes. De wet die aan Mozes gegeven is, was niet geschreven tot redding van de Jood, maar om tot de ontdekking te komen dat zij redding nodig hadden door middel van de Christus, hun Messias. Paulus schreef in Galaten 3:23-25 De wet is dus een kindergeleider (NBG tuchtmeester) voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd worden. Het houden van de aan Israël gegeven wet levert dus zelf geen rechtvaardiging op. Galaten 5:4 Gij zijt los van Christus als gij door de wet gerechtigheid verwacht, buiten de genade staat gij. 169

Naar het Grieks wordt het iets sterker uitgedrukt, daaruit blijkt dat je Christus buiten werking stelt en dat de genade uitvalt. 2 Corinthiërs 3:7,8 Het geven van de wet, hier door Paulus de bediening des doods genoemd, ging met zulk een enorme heerlijkheid gepaard, dat de kinderen Israëls de blik niet op het aangezicht van Mozes konden vestigen om de heerlijkheid van zijn aangezicht, die toch verdwijnen moest. Nu zet Paulus daar tegenover de heerlijkheid van de bediening des geestes, die nog veel méér zal zijn en hiertoe zijn wij in genade geroepen. Van onze heerlijkheid van deze bediening is nog helemaal niets te zien, maar als wij hem zullen ontvangen zal niet alleen ons aangezicht, maar ook ons hele lichaam Heerlijkheid uitstralen. Bovendien zal dit nooit meer weggaan zoals bij Mozes en dat is wat Paulus voor ogen had. Onze Heerlijkheid zal gelijk zijn aan die van de Zoon van God, zoals Hij had toen Hij verscheen aan Paulus op de weg naar Damascus, waardoor Paulus onmiddellijk blind werd. De mannen die bij hem waren zagen er niets van, zij hoorden alleen de stem. Dit betekent, dat de Zoon zomaar aan één mens in dit verblindende licht kon verschijnen, zie Handelingen 9:3-7. Romeinen 8:29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon. Filippenzen 3:20-21 Want wij behoren tot het burgerschap in de hemel uit welke wij wachten op onze Redder, de Here Jezus Christus, die ons lichaam van ootmoedigheid zal omzetten gelijkvormig aan Zijn lichaam van Heerlijkheid (NBG iets aangepast). 2 Corinthiërs 3:9 Want indien de bediening (de wet), die veroordeling bracht, al Heerlijkheid was, hoeveel temeer zal dan de bediening, die rechtvaardigheid brengt, overvloedig zijn in Heerlijkheid. De twee bedieningen zijn totaal niet met elkaar te vergelijken, daarom is het ook zo treurig, dat gelovigen blijven vastzitten aan de aan Israël gegeven wet, die door Paulus een bediening van de dood genoemd wordt en die veroordeling brengt. 170

Wie zou dat beter weten dan hij, die er zelf onder gebukt is gegaan? Daarom schrijft hij ook in 2 Corinthiërs 3:10,11 De Heerlijkheid van de bediening des geestes gaat de Heerlijkheid van de bediening der wet verre te boven, want als het buiten werking gestelde (NBG verdwijnende) met Heerlijkheid gepaard ging, veel méér is dan het blijvende in Heerlijkheid. vers 12,13 Omdat wij deze verwachting hebben, mogen wij deze vrijmoedigheid gebruiken, dit in tegenstelling tot Mozes, die een bedekking voor zijn aangezicht moest doen. Deze bedekking had niet alleen als functie, dat de Israëlieten de Heerlijkheid niet mochten zien op het gezicht van Mozes, maar: opdat de zonen Israëls geen blik zouden slaan op de voltooiing van hetgeen buiten werking gesteld moest worden. Het lag toen nog niet in Gods bedoeling om aan Israël het einde der wet te laten zien, want dat was de beloofde Messias/Christus. vers 14 Het is zelfs zo, dat hun gedachten werden verhard: want tot op heden blijft dezelfde bedekking op hen bij het lezen van het oude verbond (de wet) zonder dat het ontdekt wordt (van zijn bedekking ontdaan), omdat het in Christus buiten werking wordt gesteld. vers 15 Ja, tot heden toe ligt, telkens als Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart. Paulus wilde er nadrukkelijk op wijzen, tot tweemaal toe, dat deze bedekking nog steeds van toepassing is. En als je dan bedenkt dat de wet uitsluitend aan het volk Israël werd gegeven, hoeveel groter zal de bedekking dan zijn van de Christelijke kerken, die alsmaar kreunen onder een wet die niet voor hun bestemd is, terwijl ze Christus, de vervulling der wet, reeds hebben. vers 16 Maar telkens als iemand zich naar de Here toe omkeert (NBG zich bekeerd heeft), wordt de bedekking weggenomen. Het is echt ongelooflijk, dat er zoveel gelovigen zijn, die zeggen zich bekeerd te hebben en toch door blijven gaan met het luisteren naar de wet, in plaats van zich hiervan af te wenden. 171

vers 17 De Here nu is Geest en waar de geest des Heren is, is vrijheid. Hiermee wordt bedoeld vrij van de wet, hoewel wij als heidenen altijd al vrij van de wet waren omdat hij niet aan ons gegeven is. vers 18 Wij hebben geen aangezicht dat bedekt is, zodat wij de Heerlijkheid des Heren als in een spiegel kunnen zien en veranderen naar hetzelfde beeld van Heerlijkheid tot Heerlijkheid, net als van de Here, die Geest is. In het oude testament wordt regelmatig over de Heerlijkheid des Heren gesproken. Het vervelende is echter dat er geen verschil wordt gemaakt bij het vertalen van de diverse namen van God, zoals Al; Alue; Alueim en ook Ieue. Alles wordt gewoon met God of Here vertaald, zodat je totaal niet weet over wie het nu eigenlijk gaat. Als je ooit aan de studie ‘onderschikken’* begint zal dit je duidelijk worden. (*zie studies achterin) Exodus 16:10 zegt: en zie, de Heerlijkheid des Heren verscheen in een wolk. Hier staat het Hebreeuwse woord Ieue en dat betekent, dat niet God Zelf hier is verschenen, want dan zou het woord Al gebruikt zijn, maar dat het gaat om de Zoon van God in de gestalte Gods, die Zichzelf ontledigd en vernederd heeft, zie Filippenzen 2:5-11. Exodus 24:15 Daarop besteeg Mozes de berg en de wolk bedekte de berg. De Heerlijkheid van Ieue tentte (tabernakelde) op de berg Sinaï. vers 17 De verschijning van de Heerlijkheid van Ieue was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israëlieten. Het was dus onmogelijk om de Heerlijkheid van Ieue te zien, hoewel Mozes er wel om gevraagd heeft in Exodus 33:18, want Ieue zei in vers 20 Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven! Mozes mocht wel op een rots staan waar Zijn Heerlijkheid voorbij zou gaan, maar dan moest Ieue hem wel in een rotsholte zetten en met zijn hand bedekken, en dan mocht hij Hem van achteren zien. Kan je nagaan wat een effect dat had op Mozes, want toen hij zich aan het volk vertoonde, konden ze hem niet meer aanzien omdat zijn huid straalde en moest ook hij zijn aangezicht bedekken, Exodus 34:29-35. Nu moet je je even verplaatsen naar het moment dat wij de Here tegemoet gaan in de lucht, dan zal ons vernederd lichaam veranderd worden en zullen 172

wij Hem zonder enige bedekking van aangezicht tot aangezicht aanschouwen. Dit is nog nooit vertoond. Weet je, wij zijn zo aardsgericht bezig en verwachten alles van dit kortstondige leven en kunnen ons er gewoon geen voorstelling van maken welke toekomst van Heerlijkheid wij tegemoet gaan. Wij, als lichaam van Christus, zullen de eerste mensen zijn die Hem van aangezicht tot aangezicht zullen leren kennen en bovendien zullen wij aan Zijn lichaam van Heerlijkheid gelijkvormig worden, Filippenzen 3:21. Als wij aan mensen zouden verschijnen dan zullen zij zich moeten bedekken. Omdat Heerlijkheid altijd aan het oog wordt onttrokken door wolken zou het mij niet verbazen indien de wolken, genoemd in 1 Thessalonicenzen 4:17, dienen om onze Heerlijkheid af te schermen, zie ook Handelingen 1:9 waar bij de Hemelvaart het zicht op Jezus door een wolk werd weggenomen. Exodus 40:34 En de wolk bedekte de tent der samenkomst en de Heerlijkheid van Ieue vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop en de Heerlijkheid van Ieue vervulde de tabernakel. Hier zie je nu hoe Ieue zich bedekte met een wolk, opdat niemand Zijn Heerlijkheid zou kunnen zien als Hij in de tabernakel was. Stel je je toch voor wat het betekent, dat Zijn geest woning in ons heeft gemaakt. Hij gebruikt nu geen tenten, tempels of gebouwen meer om zich in te zetten, maar mensen, zoals jij en ik. Ongelooflijk toch! 1 Corinthiërs 3:16,17 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig. 1 Corinthiërs 6:19 Of weet gij niet dat uw lichaam een tempel is van de geest, de heilige, die in u woont en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. 2 Corinthiërs 6:16 Wij toch zijn de tempel van de levende God! Het is zo jammer dat wij ons in ons dagelijks leven vaak niet bewust zijn, dat wij een tempel van God zijn en al helemaal niet dat Zijn inwoning niet tijdelijk is zoals in de tabernakel van Israël, zie Ezechiël 9:4, 10:18,19, 173

11:23, waar de Heerlijkheid van Ieue zich steeds verder verwijderde van de tempel. Het was nooit eerder voorgekomen, dat God woning maakte in mensen en zij derhalve een tempel van Hem werden. Wat doen wij toch armzalig hè, alsof wij helemaal aan ons lot zijn overgelaten. Maar wie ons schendt die zal God schenden, dus kunnen wij beter ALLES in ons leven aan Hem overlaten. Wij zijn geroepen tot Heerlijkheid en dat wordt op verschillende plaatsen genoemd, zoals in 2 Thessalonicenzen 2:13,14, waar staat dat God ons als eersteling verkozen heeft tot redding in heiliging door geest en geloof in waarheid en daartoe heeft Hij ook u door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de Heerlijkheid van onze Here Jezus Christus. Wij mogen behoren tot de eersteling die, van alle door God geschapen mensen, deze Heerlijkheid zullen ontvangen en dat komt omdat wij door het evangelie van Paulus geroepenen zijn. In 1 Thessalonicenzen 2:12 staat: en God die u roept tot zijn eigen Koninkrijk en Heerlijkheid. Het gaat hier niet om het Koninkrijk der hemelen, wat de verwachting van Israël is. Romeinen 9:23 Juist om de rijkdom van zijn Heerlijkheid bekend te maken over de instrumenten van barmhartigheid, welke Hij van te voren gereedmaakt tot Heerlijkheid en dat zijn wij, die Hij geroepen heeft. Het gaat er dus niet om dat wij ons hiernaar uitgestrekt hebben, dit zou trouwens niet eens kunnen omdat wij dit zelf ook pas een aantal jaren geleden hebben leren begrijpen, maar omdat Hij ons geroepen heeft om deze rijkdom te leren kennen en ons er ook nog voor klaarmaakt. Alles is door Hem tevoren gepland en wij kunnen dus naar deze Heerlijkheid gaan uitkijken. 1 Corinthiërs 2:6-8 Paulus spreekt hier in wijsheid voor gerijpten, echter niet de wijsheid van deze eon noch van de vorst van deze eon, die buiten werking gesteld wordt, maar er is hier sprake van een geheimenis van een weggeborgen wijsheid die nu ineens door Paulus geopenbaard wordt en die te maken heeft met het feit dat deze Heerlijkheid al vóór de eonen voor ons bestemd was. 174

En als de vorst van deze eon geweten had, dat niet alleen de Zoon, maar ook degenen die tot Zijn lichaam behoren tot deze Heerlijkheid bestemd waren, dan zou hij de Heer van deze Heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Het is gewoon geweldig om tot de ontdekking te komen dat wij hiertoe niet alleen vóór de eonen al bestemd waren, maar dat wij ook daadwerkelijk zullen meewerken om deze Heerlijkheid voor Gods hele schepping mogelijk te maken. Aan Paulus werd de bediening van het evangelie van Heerlijkheid, waarin hij geloofde, toevertrouwd, zie 1 Timótheüs 1:11-13, ondanks het feit dat hij een lasteraar, vervolger en mishandelaar was. Hier voert Gods Liefde de boventoon, want wie zou in onze tijd nu een man met een dergelijke reputatie, nota bene het evangelie der Heerlijkheid bekend maken en het hem ook nog laten verkondigen. Een gelovige zou zelfs niet op deze gedachte kunnen komen, maar dat is dan ook de reden, dat men niet kan vatten hoe groot Gods Liefde ten opzichte van alle schepselen is. Colossenzen 1:27 Hun heeft God willen bekendmaken de rijkdom van de Heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen: Christus onder u, de verwachting van de Heerlijkheid. En in Efeziërs 1:18: verlicht zijnde de ogen van jullie hart, opdat jullie zien wat de verwachting van Zijn roeping is en wat de rijkdom van de Heerlijkheid van Zijn lotgenieting is temidden van de heiligen enz. Mensen die dit ontberen kunnen het ook niet verstaan. Uit Efeziërs 1:6 blijkt ook duidelijk dat wij niet geroepen zijn om wie wij zijn, omdat wij gekozen hebben, ons best hebben gedaan of wat dan ook, maar dat het gaat in overeenstemming met het welbehagen van Zijn wil, tot lofprijs van de Heerlijkheid van Zijn genade die ons begenadigt in de Geliefde. vers 11,12 in overeenstemming met het voornemen van Hem, die alles bewerkt in overeenstemming met de raad van Zijn wil, opdat wij zouden zijn tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid, die een vóórverwachting hebben in de Christus. Ook in vers 14 wordt over tot lof van Zijn Heerlijkheid gesproken. 175

Je zult toch maar geroepen worden om tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid te mogen zijn en dan zelfs nog met de achtergrond die Paulus had. Daarom was hij ook uitermate geschikt om dit evangelie bekend te mogen maken, omdat hij Gods Liefde voor zichzelf ervaren had. Het betekent dat wij, als wij ons leven de revue laten passeren, tot de ontdekking komen dat er van onze kant uit geen enkele verdienste is geweest, maar dat er eerder, zoals bij Paulus, geen enkele reden voor aanwezig was, dat God ons verlichte ogen des harten zou geven. Alsmede de zekere verwachting dat wij in Heerlijkheid opgewekt zullen worden, 1 Corinthiërs 15:43, en wij tezamen met Hem verschijnen in Heerlijkheid als Hij zich aan ons openbaart, Colossenzen 3:4. Er ontstaat altijd een soort gespannen verwachting als ik met zo’n onderwerp bezig ben. Je ziet dan echt uit naar deze Heerlijkheid en je zou wel willen dat het à la minute gebeurt, temeer omdat er nog zoveel lijden op onze weg kan komen en dat is toch iets waar ieder mens tegenop ziet. Dat is dan ook de reden dat ik de plaatsen waar lijden in verband gebracht wordt met deze Heerlijkheid toch ook nog graag met je wil doornemen. 2 Corinthiërs 4:16-18 (iets meer vanuit het Grieks weergegeven) vers 16 Daarom, weest niet ontmoedigd indien de buiten[kant] van onze mens vervalt, maar wij binnenin van dag tot dag weer nieuw gemaakt worden. Want, hoewel ik qua leeftijd aan den lijve ondervind dat ik aan verval onderhevig ben, bemerk ik toch dat ik van binnen van dag tot dag vernieuwd word. Dit wordt veroorzaakt door Gods geest die in mij woont en dat mist Zijn uitwerking niet en ik merk het ook zo, omdat ik een aanspreekpunt mag zijn voor jong en oud. Gods geest kent gelukkig geen leeftijdsgrenzen. Als we met elkaar een weekend uit zijn en de kleinkinderen wat studiemateriaal oppakken en zeggen: Nou opa, dat u zelfs aan het studeren bent in het Duits, dat is toch wel heel bijzonder en wat Duitse zinnen beginnen te lezen, dan volgt er altijd wel een gesprekje achteraan. Dus aan de buitenkant merk ik wel dat ik ouder ben geworden, maar van binnen leef ik iedere dag weer op! Niet gek hè! 176

vers 17 Want het kortstondige, gemakkelijke van de verdrukking bewerkt in ons een alles verre te boven gaande eonische last van Heerlijkheid. Ja, je zult wel zeggen wat een mondvol, en dat is het ook, daarom is het ook zo belangrijk dat wij te weten komen wat er nu eigenlijk mee wordt bedoeld. Als je verdrukking en Heerlijkheid zomaar tegenover elkaar zet dan wordt geen recht aan deze tekst gedaan, want hierin staat duidelijk dat het een het ander bewerkt en dat is toch heel iets anders. Je zou kunnen zeggen, dat verdrukking Heerlijkheid oplevert, zoals omschreven in Romeinen 5:2-5 waar Paulus zegt: Wij beroemen ons in de verwachting van de Heerlijkheid van God. En niet alleen hierin, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij waarnemen, dat verdrukking volharding bewerkt en de volharding beproefdheid en de beproefdheid verwachting. Hierin staat ook het een niet tegenover het ander, maar het heeft met elkaar te maken, omdat het een het ander bewerkt en Paulus heeft dat waargenomen, niet alleen bij zichzelf maar ook bij andere gelovigen. Er is geen verschil tussen toen en nu, want het gaat nog steeds op dat verdrukking (lijden) volharding bewerkt, volharding beproefdheid en beproefdheid verwachting. Weet je wat er bij ons ontbreekt? Dat is om dit ook daadwerkelijk te geloven en het God in je leven te laten uitwerken. 2 Corinthiërs 9:10,11 lees het maar t/m vers 15. God schenkt het zaad aan de zaaier, als hij echter niet gaat zaaien levert het natuurlijk ook niets op, maar doet hij het wel dan vermeerdert het graan en kunnen er broden van gebakken worden. Geestelijk gezien verschaft God ons zaaisel, maar Hij vermeerdert het ook nog, hetgeen een verrijking aan edelmoedigheid (NBG onbekrompenheid) oplevert en dat bewerkt dan weer dat degene die God hiervoor gebruikt Hem gaat danken. Het één is het resultaat van het ander. Misschien moet ik het toch iets simpeler maken en zou het zo kunnen verwoorden: Als God mij wil gebruiken om Zijn woord bekend te maken en iemand gaat daar op in, dan is het toch volkomen logisch dat ik hartstikke dankbaar word. 177

Op deze manier bewerkt God met verdrukking, die Paulus kortstondig en gemakkelijk noemt, een veel zwaarder wegende Heerlijkheid uit! vers 18 Paulus heeft in al zijn lijden geleerd anders naar de dingen te kijken, namelijk niet naar het tijdelijke maar naar het eonische. In Filippenzen 4:19 schrijft Paulus: Mijn God zal al jullie behoeften vervullen in overeenstemming met de rijkdom van Zijn Heerlijkheid in Christus Jezus. Wij hebben hiervan gemaakt, dat God zal voorzien in alles wat wij denken nodig te hebben en dat zijn dan vaak allerlei materiële zaken of genezing, maar daar is God, de Vader helemaal niet mee bezig. Hij wil al onze geestelijke wensen vervullen en dat zal Hij doen ook. Ik zou willen besluiten met één van de voor mij mooiste teksten uit Gods woord, te weten Romeinen 8:18 Want ik reken ermee, dat het lijden van nu niet opweegt tegen de Heerlijkheid die op het punt staat over ons geopenbaard te worden Zodra wij in ons lijden met deze Heerlijkheid gaan rekenen zal dit voor een groot gedeelte ons lijden verzachten en kunnen wij weer in rustig vaarwater terecht komen omdat wij weten, dat de hele schepping een voorgevoel heeft en zit te wachten op de onthulling van de zonen van God. Dit moet je echt tot je door laten dringen, want het is toch niet te geloven, dat God ons als Zijn zonen een Heerlijkheid gaat geven waar de hele schepping op zit te wachten. Te wachten op ons? Nou en of! Ruud 178

HOOFDSTUK 5 Onderwerpen Liefde Vruchtdragen Vrede zij met U 186 205 212

Hallo oom Ruud, (15) 16-02-2005 1) Ergens had ik al eens gelezen over de verschillende "dagen" die er in de bijbel genoemd worden; de dag der mensen, de dag des Heren en de dag van God. Er zijn veel verschillende uitleggingen over en dus vond ik het altijd enigszins verwarrend, wat de verschillende "dagen" nu precies inhouden. De dag des Heren is dus de dag van Christus, wanneer Hij terugkomt op aarde en Zijn duizendjarig Koninkrijk aanvangt. Daarvóór vindt de opname plaats. Na het duizendjarig Koninkrijk zullen de hemel en aarde vergaan door middel van een vuurgericht en dan begint de dag van God, met een nieuwe hemel en aarde, waar geen dood meer heerst. Hoelang deze periode duurt is niet bekend, misschien voor altijd, of kan dat niet? De gelovigen die behoren tot het Lichaam zullen niet aanwezig zijn in het duizendjarig Koninkrijk en ook niet (of wel?) op de nieuwe hemel en aarde. 2) Natuurlijk kun je God niet de schuld geven van de slechte dingen die de mensen doen. Het is Gods keuze om ons kennis te geven van goed en kwaad, (naar Zijn beeld, als een van Ons volgens Genesis) Het is de keuze van de mens om goed of kwaad te doen, tenslotte heeft iedereen van God een geweten gekregen en iedereen is dus ook zelf in staat om te kiezen tussen goed of kwaad. Het is Gods keuze om voor de eonen mensen uit te kiezen om te gebruiken voor Zijn plan, hetzij ten goede, hetzij ten kwade. De geroepenen ontvangen naar Zijn voornemen Zijn geest, om te wandelen in geloof en de niet-geroepenen ontvangen Zijn geest niet, zodat zij door de satan verleid kunnen worden tot slechte dingen. Heb ik dat zo goed geïnterpreteerd? 3) Het onderwerp Heerlijkheid is aan de ene kant geweldig, aan de andere kant moeilijk, omdat het zo'n ongrijpbaar begrip is. Wat is nu precies de definitie van Heerlijkheid? Het is moeilijk om daar vat op te krijgen. Heerlijkheid is iets wat als erg prettig wordt ervaren. Het is heerlijk, betekent het is erg lekker of prettig. Goddelijke Heerlijkheid moet dus wel zeer bijzonder zijn. En het is natuurlijk fantastisch dat wij deze Heerlijkheid mogen verwachten. Uit brief 14 kon ik mij er een klein beetje een voorstelling van maken, gezien de bijbelpassages over Heerlijkheid. 180

In 2 Corinthiërs 3 vers 18 geeft de NBG wel een wezenlijk andere vertaling, want de Heerlijkheid des Heren weerspiegelen is heel wat anders dan de Heerlijkheid des Heren als in een spiegel kunnen zien. De link te leggen tussen verdrukking die Heerlijkheid bewerkt vind ik nog wel moeilijk. Wel begrijp ik, dat als je Heerlijkheid verwacht, het lijden verzacht wordt. 4) Hoe is het mogelijk, dat bij Paulus (en anderen) een doorn in zijn vlees (ofwel lichamelijk lijden) ervoor zorgt, dat hij zich geestelijk niet verheft boven een ander? Sinds ik de bijbelstudie over lijden heb gelezen, vraag ik mij wel af, wat mij misschien allemaal nog voor lijden te wachten staat. Of moet ik dat niet zo zien? 5) Het verbaast mij wel, dat ik de indruk heb, dat maar weinig gelovigen de bijbel werkelijk begrijpen, zoals ik zelf de afgelopen maanden heb geleerd. Weet u misschien of God daar een speciale bedoeling mee heeft? 6) Een andere vraag, ik luister tijdens mijn huishoudelijke karweitjes, graag naar muziek. Heeft u een tip voor een bijzondere christelijke muziek-cd? 7) Oh ja, ik zou graag weer een nieuwe bijbelstudie willen ontvangen, als dat kan. Kiest u maar, welk onderwerp op dit moment het meest geschikt is. Ik ben benieuwd! Heeft u nog veel bijbelstudies? Groeten, Anne Hoi Anne, Het nieuwe onderwerp heet ‘de Liefde’. Verder ga ik gewoon maar weer door met het op volgorde beantwoorden van jouw brief van 16-02-2005. 1) Er wordt altijd gesproken over het feit dat wij een taak krijgen temidden der hemelingen, maar aan de andere kant staat er weer, dat wij altijd met de Here zullen wezen. Voor mij is het niet geheel duidelijk of ons werkterrein zich uitsluitend zal beperken tot de hemelingen. Ik zou mij kunnen voorstellen dat, als de Zoon van God zich aan Zijn volk Israël zal openbaren als hun Messias op de Olijfberg, wij hier onzichtbaar aanwezig zullen zijn. 181 (15) 2-03-2005

Het is zo’n ommekeer in de geschiedenis van deze aarde en er zal temidden der hemelingen zo’n gejuich zijn, net zoals bij de schepping van de aarde, dat het mij niet zou verbazen als wij er deel aan zullen hebben. Het is echter niet aan te tonen, dus ik laat het maar voor wat het is. Het feit dat het mogelijk is, is op zich al heel bijzonder. Op de nieuwe hemel en nieuwe aarde is ook weer een taak weggelegd voor Zijn volk Israël, waar de namen van de twaalf stammen van de zonen van Israël op de poorten zullen staan en op de fundamenten de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam, Openbaring 21:12-14. In vers 3 staat dat God bij de mensen zal wonen en in Openbaring 22:2 staat dat er bomen zullen zijn die iedere maand hun vruchten zullen geven en waarvan de bladeren tot genezing van de volkeren zullen dienen. God kan niet alles in allen worden zolang er nog gegeten moet worden van het geboomte des levens. Met ons verheerlijkt lichaam kan Hij ons inzetten waar en wanneer Hij maar wil. De hoofdtaak om het zomaar eens te zeggen zal bestaan uit het onderschikken van overheden en machten onder de voeten van de Christus. Aan de andere kant zegt Paulus wel in 1 Corinthiërs 6:1-3, dat de heiligen de wereld en boodschappers zullen richten. Het richten van de wereld zou kunnen duiden op het gericht voor de witte troon. 2) Hier zou ik één ding aan willen toevoegen en dat is dat de satan ofwel de tegenwerker niet zo veel werk heeft om de niet-geroepenen te verleiden omdat hij die toch al in zijn greep heeft. Hij heeft er het meeste werk aan om juist de geroepenen lastig te vallen, hen in de war te brengen, net zoals hij dit met de Zoon deed. Daarom hebben wij ook een wapenrusting ontvangen, waarover ik nog een kleine studie heb liggen, die ik te zijner tijd zal opsturen. 3) Als ik je al een definitie van Heerlijkheid zou kunnen geven dan zou die als volgt kunnen luiden: Het omzetten van ons lichaam van ootmoedigheid, zodat het gelijkvormig wordt aan het lichaam van Zijn Heerlijkheid in overeenstemming met de werking waarmede Hij het Al aan zichzelf zal onderschikken. Het is nog nooit voorgekomen, dat zwakke, breekbare en sterfelijke schepselen uit de aarde genomen, straks met onsterfelijke en stralende 182

lichamen de Here tegemoet zullen gaan in de lucht en dan zullen gaan vertoeven temidden der hemelingen. Wij mogen meewerken aan de omkeer van de hele schepping naar God toe, totdat Hij Vader zal worden van allen, die door Hem in Liefde geschapen zijn. 4) Er zijn zo ontzettend veel verschillende vormen van lijden en ieder mens ervaart die op een andere manier. In de praktijk komt het erop neer dat alleen het leed dat de mens persoonlijk lijdt het meest telt. Er zijn mensen die jarenlang lijden omdat er ooit eens iets tegen hen gezegd werd en zij hier maar niet uit kunnen komen, er onder gebukt blijven gaan. Dit betekent dat zij Gods werking in hun leven niet helemaal begrijpen. Ik heb altijd met zulke mensen te doen. Onachtzame mensen zeggen gewoon: Ik snap het niet, heb je daar nu nog steeds last van? Ook voor deze mensen geldt hetzelfde, ze begrijpen Gods werking in het leven van die ander niet en zeggen dan gewoon maar wat. Alle lijden is voor de persoon in kwestie, wat voor lijden hij/zij ook heeft, het grootste, zwaarste en ergste, behalve als je het uit Gods hand aanvaard hebt, want dan is het gewoon goed wat God doet. Dit laatste wordt wel vaak gezongen, maar als je iets hebt wil je er toch maar zo vlug mogelijk van af. Ook jij hebt al lijden in je leven meegemaakt, net zo goed als ik. Het gaat erom of je het kunt zien als iets wat paste in Gods plan met jouw leven, dat het dus het beste is geweest, om je uiteindelijk te roepen tot het lichaam van Zijn zoon. Het zou niet zo best zijn als je al van te voren zou gaan bedenken wat er allemaal nog in jouw leven zou kunnen gebeuren, want dan heb je geen leven meer. Vlak trouwens het kleine lijden niet uit, daar zal jij mogelijk ook al mee te maken hebben gehad. De mensen die je afwijzen vanwege jouw geloof, omdat ze er niets mee te maken willen hebben. En wat te denken van andersdenkende broeders, daar kUn je helemaal niet bij terecht. 183

Als ze het goede bericht (evangelie) van Gods redding van alle mensen al verafschuwen, dan helemaal de redding van al Zijn schepselen en in die zin staat je misschien nog van alles te wachten. Zolang lichamelijk of psychisch lijden niet aan God, de Vader overgegeven kan worden, zal het geestelijk lijden uitwerken en dat is ook wat de tegenwerker bij ons probeert te bereiken. Uiteindelijk zal blijken, dat het kwaad, dat hij beraamd heeft, slechts diende om de gelovige sterker uit de situatie te laten komen, zelfs zo dat kan worden geroemd in zwakheden, zoals Paulus dat ook deed, 2 Corinthiërs 12:9. Je zou haast kunnen zeggen dat lijden per definitie dus niet ongezond voor ons is. 5) Ik weet dat helaas niet. Ik heb er wel al veel over nagedacht maar heb geen teksten kunnen vinden die hier antwoord op geven. Ongetwijfeld heeft God er wel een reden voor. Het feit dat je dit nu al constateert is natuurlijk geweldig, maar ook hier komt op den duur een vorm van lijden om de hoek kijken, omdat je op een gegeven moment door de gelovigen om je heen als een alverzoener wordt gezien. Aan de andere kant zullen er weer mensen op je weg komen die er wel dieper op in willen gaan en ik kan je zeggen dat dat een enorme vreugde teweegbrengt, juist omdat dit Gods werk is, daar Zijn kracht hieraan te pas komt om alle opgedane kennis overboord te gooien en, zoals Paulus deed, als drek (NBG vuilnis) te beschouwen, Filippenzen 3:8. Er worden zo ontzettend veel leringen van mensen voor waar aangenomen. Je houdt het niet voor mogelijk, ze praten elkaar allemaal na, geloven zelfs theorieën die helemaal niet in de bijbel voorkomen. Het is soms echt verontrustend. Er worden natuurlijk allerlei bijbelteksten aangehaald om hun gelijk aan te tonen, maar wat ze beweren staat er gewoon niet letterlijk, het wordt echter wel als de waarheid verkondigd. Dat is dan ook de reden dat ik eigenlijk nooit over de waarheid spreek, maar liever alleen over waarheid en dat is voor mij alleen dat wat ik letterlijk in het woord kan vinden. 184

Bovendien is, wat ik 27 jaar geleden voor waarheid hield, door het woord achterhaald, omdat het God behaagde mij in genade geestelijke wijsheid en inzicht te geven en verlichte ogen des harten. Wat jou in korte tijd door God in genade geschonken wordt is dus niet vanzelfsprekend en waartoe dit dient zal misschien pas duidelijk worden nadat wij de Here tegemoet gegaan zijn in de lucht. 6) Gelukkig heb je ook nog tijd voor huishoudelijke werkjes, maar een tip voor muziek heb ik niet. In die zin ben ik een ontzettend saaie piet, maar het heeft wel een achtergrond. In de jaren voordat ik gelovig was, of misschien kan ik beter zeggen tijdens mijn diensttijd, heb ik mij laten meeslepen door de toen totaal nieuwe muziek van Elvis Presley, Bill Hailey en Lionel Hampton en wel zodanig dat het mijn hele gedrag heeft beïnvloed. Dit had tot gevolg, dat wij als militairen niet meer in een bioscoop in Dordrecht mochten komen, omdat wij zachtjes gezegd de hele boel verbouwd hadden. Hetzelfde gold voor de Houtrusthallen in Den Haag. Later ben ik erachter gekomen dat muziek een totaal verkeerde invloed kan hebben op jongeren, evenals de manier van dansen die bij deze muziek hoort. Je zult het niet geloven dat ik nu soms nog de beat hoor en voel in de muziek die erop gericht is je op te zwepen. Nu zul je vragen wat heeft dat nu met geestelijke muziek te maken? Daar laat ik dan direct op volgen: alles! Ik heb een man gekend die in een band speelde bij een evangelische gemeente waar veel genezingsdiensten werden gehouden. Omdat ik op muziekgebied van alles heb meegemaakt wilde ik graag weten hoe het nu eigenlijk ging bij dergelijke diensten. Hij vertelde dat hij op een zeker moment, als er een soort climax bereikt werd in de predikatie, een seintje kreeg om op een bepaalde manier te spelen, waardoor de hele zaal in een soort trance terecht kwam en dat dan de genezingen door middel van handoplegging konden gaan beginnen. Daar word je echt niet vrolijk van, net zo min van wat ik zelf heb gedaan, je handen in de lucht en twintigmaal achter elkaar alleen maar Jezus zingen en verder helemaal niets. 185

Ik vond dat toen ook al niet prettig omdat ik erin terugvond wat er in mijn diensttijd met me gebeurde, alleen dacht ik wel dat dit met Gods geest te maken had. Niet dus. Onze band speelt ook regelmatig tijdens de dienst om ons te begeleiden. Daar is niets mis mee en het kan verder ook geen kwaad voor onze jongeren. Ze proberen echt om het wat eigentijds te laten klinken en ik moet er regelmatig om glimlachen, maar heb er nog geen hinder van ondervonden. Een toets is of je hetgeen gezongen wordt nog kunt verstaan en niet de muziek de boventoon voert. Geen tip dus, sorry! 7) De bijbelstudie ‘Het uiteindelijke doel van God’* heb ik je inmiddels via mail toegezonden. *zie studies achterin! De Liefde Liefde, Grieks agapê, is een hogere, belangeloze, onbaatzuchtige liefde, waar niets tegenover hoeft te staan, er wordt niets terug verwacht van de ander en er hoeven geen tegenprestaties geleverd te worden. Liefhebben, Grieks agapaõ, is het in praktijk brengen van deze belangeloze en onbaatzuchtige liefde. Agapaõ wordt vaak vertaald met geliefd of geliefden, het gaat dan om iemand die je liefhebt. Geliefden, Grieks agapêton, wordt in bijna alle gevallen door Paulus gebruikt als het gaat om broeders. Voor liefhebben is er in het Grieks nog een ander woord, phileõ. Dit woord heeft echter de betekenis van iemand graag mogen, toegenegen zijn, zich graag laten liefhebben of lief zijn voor iemand of zelfs kussen. Deze vorm van liefhebben is niet geheel belangeloos of onbaatzuchtig, er wordt iets van de ander terugverwacht en als dit niet strookt met wat wij er van vinden, dan treedt er vaak een verwijdering op. Phileo-liefde is ik-gericht en heeft met ziel te maken, onze zintuigen. Agapê-liefde en agapaõ-liefhebben hebben met Gods geest te maken. Dit kun je pas begrijpen en in praktijk brengen als je Zijn genade begrepen en geproefd hebt en is pas te verstaan als het door Hem bekrachtigd wordt. 186

Dan verwonder je je erover hoe Hij in Liefde handelt en word je doordrongen van de breedte en lengte, hoogte en diepte hiervan. Op ons, die geroepen zijn tot het lichaam van Christus, wordt alleen een beroep gedaan als het gaat om agapê-liefde en agapaõ-liefhebben. Wij zijn hiervoor geheel van God, de Vader afhankelijk en hebben alleen Hem en Zijn Zoon tot voorbeeld. Deze vorm van liefde/liefhebben heeft echter een enorme uitwerking in ons dagelijks leven en daarmee ook in het huwelijk. In de theologie wordt Johannes de apostel der liefde genoemd, doch als je het evangelie naar Johannes zou bestuderen, dan kom je erachter, dat er alleen sprake is van liefde als je er iets voor terug doet, zoals kiezen voor Jezus, de wet houden en goede werken doen, je moet geloven, enz. Deze voorwaarden hebben dan ook te maken met het volk Israël en hebben niets van doen met heidenen die zich geroepen weten tot het lichaam van Christus, Johannes 3:1-21. Voor wat betreft liefde en liefhebben kunnen wij slechts terecht bij de apostel Paulus, die zelf ervaren heeft hoe God, de Vader hem belangeloos en onbaatzuchtig liefhad, terwijl hij bezig was de gemeente Gods, de Messiasgelovige Joden, te vervolgen en ter dood te brengen. Dat is dan ook de reden, dat Paulus er alles voor over had en zelfs zijn leven op het spel zette, net als de Zoon van God, om nog slechts de wil van de Vader te doen, zie 2 Corinthiërs11:23-29 en 5:14,15. De Liefde van God, de Vader ten opzichte van Paulus had tot gevolg, dat hij op zijn beurt dezelfde liefde naar anderen toe in de praktijk bracht, met andere woorden: Gods Liefde ging door Paulus heen functioneren. Werkelijke belangeloze en onbaatzuchtige liefde die door God de Vader aan ons geschonken wordt, zal beslist Zijn uitwerking vinden naar anderen toe. Efeziërs 3:14-21 De kop boven deze pericoop: De grote liefde van Christus, staat niet in de grondtekst, doch deze toevoeging geeft in dit geval wel weer, waar het hier om gaat. 187

vers 14/15 Paulus begint zijn gebed met: Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderlijke verwantschap (NBG geslacht) in de hemel en op de aarde genoemd wordt. Er is dus een duidelijke reden, waarom Paulus aan zijn gebed begint, hij heeft immers net uitgebreid bekend gemaakt aan de gelovigen, die in Christus Jezus zijn, met welke liefde God de Vader hen liefheeft en dat kun je lezen in Efeziërs 1:1 t/m Efeziërs 3:13. Het is daarom verstandig eerst nog maar even op een rijtje te zetten, wat wij allemaal hebben ontvangen en wat wij zijn: Efeziërs 1:1 1:4 1:5 1:6 1:7 in Christus Jezus voor de nederwerping der wereld in Hem uitverkoren, heilig en onbesmet voor Zijn aangezicht in LIEFDE tevoren bestemd tot het zoonschap door Christus Jezus begenadigd in de Geliefde/agapaõ vrijgekocht door Zijn bloed en vergeving van alle krenkingen 1:8/10 bekend gemaakt met het geheimenis van Zijn wil, dat het Al onder één Hoofd samengevat wordt 1:13 verzegeld met de geest der belofte, de heilige, toen wij geloofden 1:18 verlichte ogen des harten 1:23 als aanvulling aan de Zoon gegeven, 2:5 2:6 tezamen met Christus levendgemaakt tezamen met Hem opgewekt en tezamen met Hem een plaats gekregen temidden der hemelingen in Christus Jezus 2:15 behoren tot de nieuwe mensheid 2:18 in één geest toegang tot de Vader 2:19 familie van God 3:10 nu al (thans) Gods veelkleurige wijsheid bekend mogen maken aan overheden en volmachten temidden der hemelingen 3:11 bekend zijn met het plan der eonen, waarin God tot Zijn doel komt met ieder schepsel Dit alles omvatte Gods Liefde voor Paulus, zodat hij er niet over kon zwijgen en wat hem op de knieën bracht om tot God de Vader te naderen, opdat Hij de gelovigen, die in Christus Jezus zijn, zou geven naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid met kracht pal te staan door Zijn geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof hun harten zou bewonen, geworteld en gefundeerd in de liefde. 188

Paulus kon het gewoon niet begrijpen, dat God nu juist hem, een vervolger van de gemeente van God, op het oog had om al deze Heerlijkheid te kunnen begrijpen en ook nog te mogen verkondigen (proclameren). Hij noemt zichzelf dan ook in Efeziërs 3:8 geringer dan de geringste van alle heiligen. In 1 Corinthiërs 15:8-10 schrijft hij, dat de Zoon van God als laatste ook aan hem is verschenen, als aan een ontijdig geborene, want ik ben de geringste van alle apostelen, niet bekwaam (NBG waard) geroepen te worden tot apostel, omdat ik de uitgeroepenen van God vervolgd heb. Hij ziet dit als een enorme genade dat God hem, ondanks alles, tot die taak geroepen heeft. Het Griekse woord ek trõma wordt vertaald met ontijdig geborene, maar betekent letterlijk: uit-doorboorde. Het heeft te maken met een gat of opening boren, zoals een oog in een naald en wordt in die zin dan ook gebruikt in Matthéüs 19:24. Dat oog wordt er speciaal in gemaakt anders kun je hem niet als naald gebruiken. Zo was Paulus als het ware het oog dat geboord moest worden om als instrument gebruikt te kunnen worden tot uitroeping van het lichaam van Christus. In de Engelse Lexicon & Concordance staat bij ek-trõma out-bore wat abortus betekent. Dit is voor ons een woord met een wel heel beladen klank, hoewel een abortus niet altijd een menselijke ingreep is om een zwangerschap af te breken, maar ook een miskraam kan zijn. Wel is het bij de roeping van Paulus een bewuste ingreep van God geweest, niet om iets te vernietigen, zoals bij een abortus provocatus, maar juist om iets nieuws tot leven te wekken. Zijn roeping was precies op tijd en geheel volgens Zijn plan. Zoals een oog nodig is om met de naald een eenheid te vormen om er iets mee te kunnen bewerken, zo is ook het lichaam van Christus nodig om met de Christus een eenheid te vormen om de verzoening te bewerken voor de gehele schepping. Figuurlijk gesproken zijn wij met Paulus het oog en Christus de naald. Bij Paulus was er dus geen sprake van een ontijdig geborene, want hij was al in de Christus besloten van vóór de eonen, Efeziërs 1:4 en 2 Timótheüs 1:9. Paulus, de uit-doorboorde, is als eerste uitgeroepen tot het lichaam van Christus. 189

Paulus werd geroepen door de Zoon van God in Zijn verheerlijkte lichaam, bij de aanblik waarvan hij terstond blind werd. Dit in tegenstelling tot de discipelen aan wie Hij ook na zijn dood en opstanding verscheen in Zijn gestalte als mens. Hij wist derhalve echt niet wat hij meemaakte, want hoewel hij Jezus nooit gekend of gezien had vervolgde hij toch diegenen, die in Hem als de Messias van Israël geloofden. Ik proef een klein beetje van wat Paulus is overkomen en eerlijk gezegd is dit nu weer zoiets waar ik een tikkeltje zenuwachtig van word of, anders gezegd, gespannen, eigenlijk weet ik niet zo goed hoe ik het uit moet leggen, het heeft mijn innerlijk geraakt. Je wordt je er op dezelfde manier van bewust, dat je op een heel speciale manier in liefde door Hem geroepen bent en absoluut niet bekwaam tot welke taak dan ook. Paulus begreep meteen, dat het om een belangeloze en onbaatzuchtige liefde Grieks agapê ging, die hij niet anders kon dan beantwoorden. Op dezelfde manier als bij Paulus is de Zoon van God ook met ons bezig. Zeg nou zelf, wat zou de reden zijn, dat God ons door de Zoon met Zijn liefde agapê zou willen omringen, wij waren immers ook vijanden, weliswaar vervolgden wij de gemeente Gods niet, maar wij waren ook geen volgelingen van Hem. Romeinen 5:8-10 Hierin komt duidelijk tot uitdrukking, dat wij ook tot de vijanden van God behoorden en dat God ons met Zijn liefde agapê belangeloos en onbaatzuchtig liefheeft zonder ook maar iets van ons terug te verwachten. Wat betekent het echter als wij Hem van onze kant uit belangeloos en onbaatzuchtig zouden liefhebben? Dan zou dit een enorme verandering in ons leven teweegbrengen, niet alleen voor onszelf, maar ook naar anderen toe, omdat wij de ander dan ook op dezelfde manier gaan benaderen, zoals wij door God, de Vader benaderd werden en worden. God, de Vader heeft ons lief ongeacht of wij Hem vijandig gezind zijn. Hij aanvaardt ons zoals wij zijn, heeft geen moeite met al onze tegenwerpingen, bezwaren, ongeloof, frustraties, enz. 190

GOD HEEFT ONS LIEF! PUNT UIT! Zodra Gods Liefde gestalte gaat krijgen in ons leven heeft het dezelfde uitwerking als bij Hem, dan maakt het niets meer uit of iemand ons vijandig gezind is, maar aanvaarden wij diegene belangeloos en onbaatzuchtig, ondanks al zijn tegenwerpingen, bezwaren, ongeloof en frustraties. Wij willen wel graag op deze manier liefhebben, maar wij kunnen dit niet en dat is precies de kern van de zaak. Wij kunnen niet liefhebben zoals God, de Vader al Zijn schepselen liefheeft, omdat blijkt, dat liefde agapê heel nauw verbonden is met lijden en dat is iets wat wij eerder uit de weg gaan. Wij doen juist alle mogelijke moeite om dit te vermijden en zodra wij ermee geconfronteerd worden zullen wij alles in het werk stellen om het lijden te verzachten en er zo spoedig mogelijk vanaf zien te komen. Lijden hoeft niet per se veroorzaakt te worden door een ziekte, maar kan ook het gevolg zijn van een ongeluk of door onenigheid met de buren, je familie, je kennissen, je werkgever, het werk op zich, het kan ook iets zijn vanuit jezelf, een minderwaardigheidsgevoel, ontevreden zijn over je uiterlijk of innerlijk. De reclame is er immers volledig op gericht, dat je bepaalde dingen moet kopen, omdat je dan gelukkiger, mooier, geleerder en gezonder wordt. Niet te vergeten de producten, waardoor je je te allen tijde goed kunt bewegen en goed kunt voelen en als je dit of dat niet hebt, dan tel je niet mee, je kunt zelfs niet op school komen zonder een bepaald merk schoenen, spijkerbroek of mobieltje. Reclame speelt in op onze zintuigen en ieder mens, ook de gelovige, is hier gevoelig voor, wij dus ook. Er zijn maar heel weinig mensen, die kunnen of willen geloven, dat lijden ook maar iets met liefde te maken heeft en toch is dit de sleutel om tot dit geheim door te dringen. Laten wij maar eens kijken, hoe dit bij God, de Vader zit. Romeinen 9:22 En als God nu, Zijn toorn willende tonen en Zijn kracht bekend maken, de instrumenten des toorns, die tot destructie toebereid waren, met veel geduld gedragen heeft (NBG met veel lankmoedigheid verdragen heeft). 191

Juist om de Rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over de instrumenten van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid, waarop volgt en dat zijn wij, die Hij geroepen heeft uit de heidenen. God, de Vader lijdt om onzentwil Zijn onbaatzuchtige en belangeloze liefde voor ons, betekent lijden voor Hem. De gelovigen zijn zich meestal niet bewust, dat God ook zou kunnen lijden en dit vrijwillig op zich heeft genomen. Ze denken, dat Hij boven alles staat en als het ware gevoelloos toekijkt hoe alles reilt en zeilt in deze wereld. Laat staan, dat er in hun gedachten iets opkomt van Gods lijden over alles wat er gebeurt in de gehele kosmos, waar wij nu nog niets van kunnen zien of begrijpen, omdat wij nog stervelingen zijn. Pas nadat wij levendgemaakt zijn en een verheerlijkt lichaam hebben, zullen wij kunnen overzien, wat het lijden van God, onze Vader inhoudt. Wij zijn nu nog aangewezen op Zijn woord, waaruit wij Zijn lijden kunnen opmaken, bijvoorbeeld als wij kijken naar het lijden van de Zoon van God. De Zoon van God heeft, net als de Vader, Zijn lijden vrijwillig gedragen (niet verdragen). Hij heeft immers zichzelf vernederd en op vrijwillige basis gehoor gegeven aan, ofwel is gehoorzaam geworden tot, de dood des kruises, waar Hij voor de Jood tot een vloek is geworden en voor de heidenen tot zonde werd gemaakt. De manier waarop God alles afhandelt en door Zijn woord duidelijk maakt is bijna ongelooflijk, want zelfs tot in deze kleine details klopt de zaak volledig. Aan de Jood was de wet gegeven, die voor hen tot een vloek was en om deze vloek op te heffen, moest de Zoon van God tot een vloek worden, om ze van deze vloek van de wet vrij te kopen, Galaten 3:13. Aan de heidenen was de wet niet gegeven, doch dit nam niet weg, dat ook zij zondaren (doelmissers) waren. Daarom moest de Zoon van God, die de zonde niet gekend heeft, tot zonde gemaakt worden, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. Met andere woorden, omdat de Zoon tot zonde gemaakt werd, zijn wij niet langer zondaren maar gerechtvaardigden, 2 Corinthiërs 5:20-21. 192

Door het vrijwillige lijden van de Vader en Zoon, maakten zij aan de gehele schepping duidelijk, dat Zij beiden nergens anders op uit waren dan hun belangeloze en onbaatzuchtige Liefde aan iedereen te betonen. Gods Liefde voor ons blijft altijd dezelfde, wat er ook met ons gebeurt, wat wij doen of juist niet doen, of wij kwaad doen, tegenstribbelen, of soms net doen of wij niets met Hem te maken willen hebben, of wat dan ook, Romeinen 8:31-39. Romeinen 8:33 Wie zal uitverkorenen Gods betichten, God is het, die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Hiermee wordt gelijk aangegeven dat, hoewel mensen ons wel zullen blijven veroordelen, wij ons daar niet druk over hoeven te maken, omdat God het is Die ons rechtvaardigt. Wij moeten ons dan ook niet bij beschuldiging van mensen in de verleiding laten brengen ons te verdedigen. Hiervoor is geen enkele reden als je het van God uit bekijkt. Wij blijven altijd gerechtvaardigden, hetgeen betekent dat, wat wij ook verkeerd doen en wanneer wij ook ons doel missen, dit toch past in Gods plan en dat Hij er Zijn uitwerking aan zal geven. Zie hiervoor Romeinen 8:28-30. Liefde is, als je het heel simpel wilt zeggen, de ander de ruimte geven. Nu zul je zeggen dat dit niet zo’n kunst is, maar toch vergis je je daarin. De ander de ruimte geven betekent dat de ander mag zijn zoals hij/zij is, of dit nu om je eigen man/vrouw, heel belangrijk, je kind of de buren om je heen gaat. Het is van toepassing op alle mensen waar je mee in contact komt, gelovig of ongelovig. Het is zo moeilijk om dit in de praktijk te brengen, omdat dit niet in onze aard ligt. Wij willen juist zo graag de ander naar onze hand zetten, of laten geloven wat wij geloven. Het gaat soms zover dat wij zelfs de mensen binnen de gemeente bekritiseren, zo van: snap je dat nou, hij/zij hoort iedere zondag hetzelfde als ik en toch doen ze dit of dat nog. Wat een hoogmoed! God kijkt gelukkig naar ons op een heel andere manier, wij krijgen ieder persoonlijk de ruimte om te leven. 193

Hij laat onze fouten, daden enz. gewoon toe en gaat gewoon door met Zijn weg met ons, Hij zal zich nooit van ons afwenden. Hij heeft onvoorwaardelijk lief en Hij laat het ons ook weten. Als je kijkt in Colossenzen 3:3-17, dan kun je zien hoe God ons oproept om bepaalde dingen te gaan doen. Niet door dreiging of het opleggen van wetten, zoals bij Israël of zoals wij het met onze kinderen wel doen, maar Hij gaat eerst aangeven wat Hij van ons vindt. vers 12 Doet dan aan als uitgekozen heiligen en geliefden, wat toch wel een heel bijzondere benadering is, want er staat niet dat wij moeten kiezen voor Jezus en dat wij, als wij dan heel goed ons best doen, misschien wel eens heiligen en geliefden zouden kunnen worden, nee, wij zijn het, omdat Hij ons hiervoor uitgekozen heeft. Dan staat er ook niet aandoen, maar het Griekse woord en dunõ wat inslippen betekent. Dit is zo’n liefdevolle benadering, want als je je bewust wordt tot heilige en geliefde door Hem te zijn uitgekozen dan is het toch vanzelfsprekend, dat je het door Paulus genoemde innerlijke mede-lijden, mildheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld er heel graag in wilt laten slippen. Je zou je hoogstens kunnen afvragen hoe het toch komt dat je daar zo’n moeite mee hebt en dan zou de uitkomst wel eens kunnen zijn, dat je je er niet van bewust bent een heilige en geliefde te zijn. Net zo min als wij de ander genade kunnen betonen als wij er niet van doordrongen zijn dat Hij ons als heiligen en geliefden eerst genade geschonken heeft en zo kun je het hele rijtje afgaan. Als je zomaar in vers 5 gaat lezen wat wij allemaal zelf zouden moeten doen, dan kan ik je gelijk wel vertellen dat er totaal niets van terecht komt. Bijna iedere gelovige denkt dat hij het zelf allemaal in zijn wandel op moet brengen, want hij is immers gelovig en Zijn geest woont toch in hem, dus dat doen wij gewoon even. Ja, dat had je gedacht. Voor je vers 5 gaat lezen kan je beter eerst vers 3 en 4 lezen en dan zul je zien dat de oproep in de volgende verzen op iets fundamenteels gebaseerd is, de tekst zegt immers: Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in Heerlijkheid. 194

Wie wil er nou doorgaan met al die dingen die vanaf vers 5 genoemd worden, als je je ervan bewust bent dat je leven met Christus verborgen is in God en dat je ook nog met Christus zal verschijnen in Heerlijkheid? Willen wij ons dan werkelijk nog bezig houden met hoererij, hartstocht, begeerte, hebzucht, enz., dat zou toch niet normaal zijn? Dat wij hieraan niet altijd kunnen voldoen is iets heel anders, want God kijkt niet naar wat wij allemaal nog doen, maar Hij ziet ons hart aan en rekent ons onze krenkingen niet eens toe. Dat is ongelooflijk. Je baalt toch ontzettend van jezelf als er weer eens wat mis gaat en dat zal iedere gelovige gewoon toegeven. Wij zijn, als wij naar onszelf kijken, helemaal niet volmaakt, maar God ziet ons als heiligen en geliefden ondanks alles en dat is nog eens LIEFDE met hoofdletters, gebaseerd op genade! Zouden wij dan allen die God om ons heen heeft geplaatst niet liefhebben en genade betonen of leggen wij beperkingen op door alleen diegenen genade te betonen die ons eerst genade hebben betoond. Ik hoop van niet. In Efeziërs 5:1,2 staat: Wordt dan nabootsers van God als geliefde agapêton kinderen en wandelt in de liefde agapê, zoals ook Christus u liefheeft agapaõ en zichzelf ter wille van ons als naderingsgeschenk en offer voor God, tot een aangename geur heeft overgegeven. Het kan haast niet mooier hè, dat alledrie de woorden over liefde in deze ene zin voorkomen. Het is precies dezelfde manier waarop Paulus, door Gods geest geleid, ons hier benadert om tot een wandel tot eer van Hem te komen, zoals in Colossenzen 3:3-17. Want hij schrijft niet dat wij nabootsers van God moeten worden als een bevel, maar hij legt eerst de nadruk op wat wij zijn, of wij nu al nabootsers zijn of niet, wij zijn geliefde kinderen. Het is onmogelijk om te wandelen in liefde als wij niet eerst tot in het diepst van ons wezen beseffen dat wij geliefden zijn en dat is geen eigen, maar Zijn werk. Zodra Hij dit uitwerkt in je leven, dan wil je gewoon niets anders dan een nabootser van Hem worden, helemaal als je beseft wat het Hem en de Zoon aan lijden gekost heeft. 195

Als je Romeinen 1:6,7 leest dan zie je dat wij geroepenen van Jezus Christus zijn, maar dat niet alleen, wij zijn ook nog eens geliefden Gods en geroepen heiligen, vind jij ook niet dat wij maar een hele zwakke afspiegeling laten zien van wat we in werkelijkheid zijn. Degenen die God om ons heen geplaatst heeft zullen dit vast wel beamen. Niet dat dit voor God nou zoveel uitmaakt, hoor, maar voor jezelf zou je zo graag willen dat anderen het aan je kunnen merken. Zeker als je Matthéüs 3:17 erop naleest, waar staat: En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde agapêton, in wie Ik mijn welbehagen heb. Je kunt het je haast niet voorstellen, maar wij zijn als zonen ook Gods geliefden en hoewel wij het niet helemaal zullen kunnen doorgronden heeft Hij ook in ons Zijn welbehagen. De vraag is alleen wat de reden is dat wij toch zo twijfelachtig zijn. Het is toch geweldig om dit te mogen weten. Wij zouden het liefste willen dat er nu ook een stem uit de hemelen kwam en Hij het tegen ons persoonlijk zou zeggen, maar ja dat is in onze tijd niet van toepassing. Wij moeten het hebben van Zijn woord, maar geen nood, want Hij heeft immers woning in ons gemaakt en Zijn geest werkt dit in ons uit. Voor mij is dit een zekerheid en ik zou het voor geen goud willen missen. Het woord welbehagen is in het Grieks eu-dokia en betekent wel-schijnen, eigenlijk brengt schijnen veel meer tot uitdrukking dan behagen. Natuurlijk had God welbehagen in Hem, maar de Zoon liet God wel-schijnen door wat Hij uitstraalde. Hij was immers het beeld van de onzichtbare God, Colossenzen1:15 en het Licht der wereld, Johannes 8:12. Ook wij hebben met licht te maken, omdat Efeziërs 5:8 zegt: Want jullie waren ooit duisternis, nu echter zijn jullie licht in de Heer. Wandelt als kinderen van het licht! Wij worden geen kinderen van het licht, maar wij zijn het, zie ook 1 Thessalonicenzen 5:5 waar wij zonen des lichts worden genoemd. Dan worden wij in Filippenzen 2:15 een lichtbron genoemd, die zichtbaar zal worden onder een ontaarde en verkeerde generatie (NBG geslacht). 196

Dit betekent, dat ook wij een bepaald licht uitstralen, maar ik denk dat wij ons te weinig realiseren wat onze roeping en ons bezit wel niet inhoudt, zodat wij maar een heel klein kaarsje zijn brandend in de nacht, in plaats van de lichtbron die wij zouden kunnen zijn. In het Grieks is lichtbron phoster, wat de reclamewereld maar al te graag gebruikt om iets aan de man te brengen, een kleine poster levert natuurlijk geen stuiver op, het moet groot en opvallend zijn en zichtbaar van een grote afstand. Jammer dat de mensen aan ons niets bijzonders merken en al helemaal niet als wij wat mankeren, dan straalt alleen kommer en kwel van ons af. De studie gaat echter over LIEFDE met hoofdletters en daarom hoeven wij ook niet bij de pakken neer te zitten, want Gods Liefde is niet van ons doen en laten afhankelijk. Hij ziet ons gewoon aan als Geliefden! Wat willen we nog meer? Romeinen 5:5 maakt wel van iets heel bijzonders gewag, namelijk dat de liefde Gods in onze harten is uitgegoten door de geest, de heilige die ons gegeven is. Dus wij hebben niet een heel klein beetje liefde ontvangen en het is ook niet zo dat wij daar God telkens weer om moeten vragen, welnee! Wij hebben een enorme hoeveelheid liefde ontvangen, waar wij helaas te weinig gebruik van maken omdat wij ons laten leiden door onze omstandigheden, of door hetgeen mensen ons soms aandoen. Dezelfde geest, die God gebruikt om deze liefde in ons uit te gieten zorgt er ook voor dat wij God hebben leren kennen als een God van liefde. Dit is ook zo bijzonder omdat de meeste mensen er alleen maar tegenaan lopen te hikken en zeggen: waar blijft die God van liefde nou? of: mooie God van liefde hebben jullie zeg! Zij kijken dan alleen maar naar de omstandigheden die zich voordoen. Alles is begonnen met Gods liefde en alles is geschapen door de Zoon van zijn liefde, Colossenzen 1:13-16. Bij God is het einde gefundeerd/gebaseerd op het begin. Het is ook zo vanzelfsprekend dat, als God door al Zijn schepselen geliefd wil worden, Hij ook niet zonder liefde begonnen kan zijn. De grondslag van al Zijn handelen, of wij dat nu wel of niet zien, is liefde. Hij heeft Zichzelf het meeste lijden berokkend door Zijn liefde aan de mensen te willen openbaren waarmee Hij wil bewerken dat, na een korte tijd 197

van menselijk lijden, zij Zijn liefde voor hen op waarde weten te schatten als deze last ver van hen verwijderd is. Paulus noemt deze last in 2 Corinthiërs 4:17 een gemakkelijke last van een ogenblik. Hier hebben we het al eens eerder over gehad. Wij echter weten nu al, dat God tot Zijn doel komt met al Zijn schepselen, doordat wij al een voorproefje van Zijn liefde in de aan ons verleende genade hebben ontvangen. Hartelijke groeten, Ruud 198

Hallo oom Ruud, (16) 09-03-2005 1) Het heeft even geduurd, maar de bijbelstudie “Het uiteindelijke doel van God!" heb ik bestudeerd. Eerst heb ik hem ingekort (zonder overigens ook maar 1 letter te wissen) van 66 pagina's naar 33 pagina's, door een ander lettertype te kiezen en andere pagina marges. Nu hoefde ik niet zoveel pagina's te printen. Veel onderwerpen in deze bijbelstudie hadden we in onze vorige brieven al uitgebreider behandeld, dus dat was erg prettig. Daarnaast heb ik weer veel nieuwe dingen opgestoken. Onderstaand nog wat vragen over deze bijbelstudie. 2) Pagina 3: Handelingen 17:15-34 "Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt, om op de ganse oppervlakte van de aarde te wonen” Ik kan mij toch maar moeilijk voorstellen, dat alle mensenrassen in Adam hun oorsprong vinden. Dan denk ik ook aan de indianen, de chinezen, de aboriginals, de negers enz. en dat in slechts 6.000 jaar! Sommige inboorlingen stammen leefden toch jaren verborgen in het oerwoud. De mensenrassen zijn zo totaal verschillend in uiterlijke kenmerken! En hoe zit het dan met de Neanderthaler? Ik heb wel eens gelezen, dat je vanaf een gevonden skelet een wilde Neanderthaler kunt maken maar net zo goed een beschaafde Nederlander. 3) Pagina 10: Colossenzen 1:13-20 "De Zoon van Gods Liefde is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem is HET AL geschapen, wat in de hemelen en op de aarde is". God is dus begonnen met de schepping van Zijn Zoon, daarna de aarde (de gehele kosmos) met zijn (vroegere) bewoners en de hemelingen, machten en krachten, en na het grote gericht (de nederwerping) pas de mens. Daarom kon Hij ook in Zijn plan met de mensheid van de 5 aeonen vooraf besluiten dat Zijn Zoon de Redder moest worden van de hemelingen. Daarom werden wij bewust als doelmissers ingezet, zodat Christus gekruisigd kon worden. Als wij geen doelmissers waren geweest, dan was Christus ook niet gekruisigd en had Hij geen Redder van de hemelingen kunnen zijn. En omdat wij dus doelmissers moeten zijn, en God niet met zondaars kan leven, moeten wij ook gered worden door de dood van Christus zodat God verzoend kan worden met al Zijn schepselen. Heb ik dat zo goed onder woorden gebracht? 199

De functie van de zonden of het kwaad is dus om tot de kruisiging van Christus te komen, ter redding van alle schepselen. 4) Pagina 15: Genesis 2:21-23 God nam geen rib weg. Wat staat er in de Hebreeuwse grondtekst vermeld bij het woordje rib en wat is daar dan de letterlijke betekenis van, cel? 5) Pagina 36: "Het bewust worden van het feit, dat er een nieuwe mensheid geschapen werd en dat wij hiertoe behoren...." . Hoe weet de gelovige zeker (voor zichzelf) dat hij werkelijk een geroepene is tot het lichaam van Christus en als zodanig tot deze nieuwe mensheid behoort? Hoe weet je zeker of Gods geest in je woont? Ik weet wel dat dat in principe gebeurt als je gelovig geworden bent, maar ik merk bij mezelf weinig veranderingen door de vruchten van de geest. 6) Pagina 37: "wij zijn gezinsleden geworden" Het is geweldig dat wij zo bij God binnen mogen lopen, maar het is toch moeilijk om met Hem te praten als je geen rechtstreeks antwoord krijgt. Het is toch een andere manier van communiceren dan met mijn aardse vader! Hoe kun je als gelovige zelf contact maken met God zonder het idee te hebben, dat je in het luchtledige zit te praten? 7) Omdat God alles beschikt, heeft het mijns inziens geen zin om te bidden voor mensen aan de andere kant van de aarde, die door een aardbeving getroffen zijn, of slachtoffer zijn van burgeroorlogen. Als gelovige hoef je je dus eigenlijk alleen maar bezig te houden met de plaats waar God jou gesteld heeft en je te onderschikken aan de omstandigheden die Hij bepaald heeft en aan diegenen die God boven je gesteld heeft en alles te aanvaarden uit Zijn hand? 8) Een geweldige bijbelstudie, ik heb er een hoop van geleerd! Vooral het grote geheimenis is zeer bijzonder! Nu ga ik verder met brief 15 met het mooie onderwerp "Liefde". Ik verbaas mij erover dat er zoveel te leren valt uit Gods Woord, hoeveel meer is er nog te leren? Groet aan tante Miek! Anne 200

Hoi Anne, (16) 10-04-2005 Ik ga maar gelijk beginnen met de beantwoording van jouw brief, zijnde wat vragen over de studie Het uiteindelijke doel van God*. *zie studies achterin! 1) Dat het even duurde voor je reageerde op de bijbelstudie ‘Het uiteindelijke doel van God’ kan ik alleen maar als positief ervaren, want het betekent dat je er inderdaad mee bezig bent geweest. In de brieven en bijbelstudies zullen steeds weer een aantal teksten voorkomen, die we al eerder hebben doorgenomen. Het gekke is alleen dat er altijd weer een ander aspect uit naar voren komt, zodat je ze in allerlei studies kunt gebruiken. Het geeft dus meer diepte aan de verzen. 2) Als God de gemeente weggrist, zijn Zoon tegemoet in de lucht, kun jij je dan wel voorstellen, dat ik als zielse mens in een fractie van een seconde, terwijl ik een brief aan jou zit te schrijven, veranderd word in een geestelijk mens met een verheerlijkt lichaam gelijk aan dat van de Zoon van God? Hiermee vergeleken is een Neanderthaler toch helemaal niets? God heeft dus geen 6000 jaar nodig om van een vernederd lichaam een heel ander lichaam te maken dat louter licht uitstraalt. Niemand heeft ooit een Neanderthaler gezien, het is maar een veronderstelling en door mensen bedacht. Ik hoorde van iemand, dat de kromme benen van de Neanderthaler volgens een andere wetenschapper veroorzaakt waren door Engelse ziekte. Ik weet niet of die in de tijd van vóór de nederwerping der wereld, nu 6000 jaar geleden, ook al bestond. Wij weten niet, wat er voor de nederwerping van de wereld allemaal op aarde heeft geleefd, er wordt in het woord van God zoals wij dat kennen niets over geschreven. Wat wij wel weten is dat een gericht alleen volgt op zonde en het loochenen van God en dat de schepselen die voor de nederwerping geleefd hebben ook verzoend zijn door de dood van de Zoon en dat de wederzijdse verzoening in aantocht is. Voor zover ik weet is de Neanderthaler volgens de evolutietheorie ontstaan uit een aap en hierover zag ik vorige week een aardige persiflage in het A.D., 201

daar liep een varkentje, dat van lieverlee op z’n achterpoten ging lopen en uiteindelijk een dik mannetje werd. Ik denk dat dit evenzogoed als een waarheid gebracht zou kunnen worden, het is maar net wat de wetenschappers ervan willen maken. Een neef van mij, achterneef van jou, is professor in de sterrenkunde en toen wij in gesprek kwamen over de sterren en zwarte gaten, zei hij dat hij zo nu en dan in wetenschappelijke bladen stukjes schreef die niet helemaal waar waren, en dat hij de waarheid bewust enigszins achterhield om te zien hoe andere sterrenkundigen in de wereld hierop zouden reageren, wat hij mogelijk dan weer voor de verdere ontwikkeling van zijn theorie kon gebruiken. De wetenschap blijkt vaak maar een gok, gebaseerd op theorieën, maar of het klopt blijft altijd de vraag. Het is eigenlijk jammer dat ik jouw vraag hierover niet eerder in mijn bezit had, want enige weken geleden viel ik middenin een programma op televisie waarbij een reporter een museum inging om enige schilderijen te laten zien. Ik bleef even kijken en toen de schilderijen door de camera dichterbij werden gehaald zag ik dat het ging over twee mensen, van wie het hele gezicht bedekt was met overtollige haargroei. Het was geen gezicht, omdat je hun gezichten ook daadwerkelijk niet meer kon zien, alleen ogen en mond, de rest was een en al haar van circa 2 cm. Hij vertelde dat deze mensen echt hadden bestaan en van een behoorlijke komaf geweest moesten zijn, gezien hun mooie kleren en het feit dat ze geschilderd werden. Bovendien kon hij aantonen, dat dit niet een op zichzelf staand geval betrof. Hij ging naar een land in Zuid-Amerika en daar was een heel grote familie waar alle leden met hetzelfde euvel te maken hadden. Het was niet om aan te zien, zowel jongens als meisjes waren helemaal bedekt met haar en niet zomaar een paar cm, maar net zolang als je normaal haar kunt laten groeien. Je zag alleen de ogen en de lippen, tenminste als ze het haar opzij schoven. Het zat op hun oogleden neus en oren, ongelooflijk. Ze werkten in een circus. Sommige leden van de familie hadden wel iets minder haar, maar dan zat er op de neus een heel grote pluk. Weet je, ik moest gelijk denken aan de evolutietheorie, we gaan dus gewoon weer op weg terug naar de apen. 202

Veel dingen vinden hun oorsprong in onze genen en er hoeft maar even iets mis te gaan, zoals wij dat zeggen en er ontstaat dan ineens iemand met heel veel haargroei. Hoe komt het bijvoorbeeld dat de één al heel jong kaal begint te worden en de ander niet, heel eenvoudig, hij heeft het geërfd van die kant van de familie waar de mannen allemaal kaal waren. Zo zijn er ook mensen die geen kinderen kunnen krijgen. Een kwestie van erfelijkheid zeggen we dan. Op Curaçao zag ik een albino-negerin, onbegrijpelijk en een beetje eng om te zien. Bij dieren komt dit ook voor, maar dan vindt iedereen het mooi, maar bij de albino-negerin was dit niet zo. Er komen zoveel bijzondere mensen voor die allemaal in onze tijd geboren worden. Waarom zou God er dan moeite mee hebben om na de zondvloed de mensen die huid te geven, die ze nodig hebben in het leefklimaat dat God gesteld heeft en bij wie Hij de grenzen van hun woonplaatsen heeft bepaald, zoals in Handelingen 17:26. Ga maar in Afrika wonen, je zult zien dat het voor een blanke niet te harden is, trouwens je hoort ook maar zelden dat mensen met een donkere huidskleur huidkanker hebben opgelopen, wat bij blanke mensen veel vaker voorkomt. De wetenschappers kunnen het wel hebben over zwarte gaten en er allerlei theorieën op los laten, maar ik ga straks met mijn verheerlijkte lichaam dwars door die zwarte gaten heen, zonder enig wetenschappelijk bewijs, maar gebaseerd op geloof door God gegeven en bewerkt door Zijn geest. 3) Ik kan het helemaal met je eens zijn hoe je dit op basis van Colossenzen 1:13-20 hebt geformuleerd. 4) Het genoemde woordje rib in Genesis 2:21-23, wordt in een duitse concordante vertaling cel genoemd en als ik eerlijk moet zijn heb ik dit eigenlijk gewoon aangenomen, omdat het zo logisch overkwam, hoewel ik er al bij had geschreven, dat God het vrouwelijke uit de eerste mens haalde. Nu is het zo, dat er best wel verschillend over wordt gedacht, de een handhaaft rib, de ander zegt zijde, dit laatste omdat het Hebreeuwse woord tselo tamelijk veel vertaald wordt met zijde, zijwand, zijvertrek en zijkant. Het wordt ook nog vertaald met ombouw, plank, uitbouw, verdieping, vleugelhelft en val. 203

De laatste bijbelstudie van Eben-Haëzer van ca. 5 jaar geleden heb ik er nog eens op nageslagen. Hier wordt het woord tselo vertaald met hoekig (orgaan) en dat verwijst naar de tabernakel, waar in Exodus 26:20,26,27 en 35 over zijde wordt gesproken. De zijde die hier wordt bedoeld bestond uit twee rijen planken, die enigszins schuin tegenover elkaar werden geplaatst, waardoor er een holle ruimte ontstond, een soort ongelijkzijdige driehoek met een uitgerekte punt. Het was een holle, hoekige ruimte, in onze tijd zou je van een spouw kunnen spreken, die een isolerende werking als functie heeft. Je zou dus kunnen zeggen, dat God het hoekige vrouwelijke orgaan uit Adam heeft genomen. De eerste mens was immers mannelijk/vrouwelijk geschapen, hoewel Adam daar natuurlijk geen idee van had. Of het nu een rib, een cel of een hoekige ruimte/orgaan was, is denk ik toch niet de essentie van wat er gebeurde. Adam had een verheerlijkt lichaam, hij was bedekt met licht en niet bezig met zijn fysieke lichaam. Het belangwekkende is dat Eva niet uit de aarde werd geformeerd, maar dat zij uit de eerste mens werd genomen. De eerste mens (Adam) was niet meer compleet, omdat er iets weggenomen werd en God maakte de mens weer compleet door Eva tegenover hem te stellen en dat heeft weer betrekking op het grote geheimenis van het huwelijk, zoals genoemd in Efeziërs 5:32, waar het gaat om Christus en Zijn gemeente. De reden hiervoor is dat Eva niet apart geformeerd werd uit de aarde maar genomen werd uit de eerste mens (Adam) en wij als het ware genomen zijn uit de Christus, maar dan geestelijk gezien, zodat de Christus een eenheid vormt met Zijn lichaam. Zoals Eva met Adam een eenheid vormde en hem compleet maakte, zo maken wij de Christus compleet en vormen wij een onverbrekelijke eenheid met Hem. 5) Aan de veranderingen in je denken weet je op een gegeven moment dat het gewoon niet anders kan dan dat je tot het lichaam van Christus behoort. Je zou bijvoorbeeld kunnen kijken naar hetgeen God aan je hart heeft geopenbaard, zoals de redding van alle mensen, ondanks wat ze allemaal hebben uitgespookt en daarbij nog alle hemelingen, ook die nu nog tegenwerkers van God zijn. 204

Of aan het feit dat je mensen liefhebt (de ruimte geeft om te zijn zoals ze zijn), waaraan je vroeger een hekel had, of andersdenkende gelovigen of zelfs ongelovigen de ruimte geeft. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat hetgeen zij doen of laten helemaal indruist tegen Gods woord, maar dat je ondanks dat kunt bedenken, dat God toch Zijn weg met die mensen gaat en tot Zijn doel komt met hen. Dat je het goed vindt hoe God het ook doet in jouw leven en met je geliefden, die Hij om je heen geplaatst heeft. Je kan ook denken aan alles wat je nu weet en er niet tegen begint te steigeren wat nu juist bij de meeste gelovigen wel het geval is. Dit betekent echter niet, dat zij daarom niet tot het lichaam van Christus zouden kunnen behoren, maar ook dat is nu juist een bewijs van je geloof, dat je niemand uitsluit, omdat het niet aan ons is om dat te beoordelen, maar aan Hem. Ook de behoefte om te weten wie God is en hoe Hij Zijn plan uitwerkt door alle ellende heen en van Zijn kant uit nu al verzoend is met Zijn gehele schepping enz. enz. Indien je bij jezelf weinig veranderingen door de vrucht van de geest bemerkt, wil dat eigenlijk nog niets zeggen. Ik zie het al dat ik tegen jou zou zeggen, hé, heb jij mijn vruchten van de geest al eens gezien, moet je eens komen kijken, nou ik ben echt niet nieuwsgierig om dat van allerlei mensen te weten. Een aantal jaren geleden heb ik hier al eens een kleine studie van gemaakt, zodat ik deze als extra onderwerp zal overnemen. Vruchtdragen Van jongsaf aan zijn wij opgevoed met de gedachte, dat indien wij ons best doen, wij in staat zullen zijn resultaten te behalen. In het geloof was dat al niet anders. Ik was ervan overtuigd te zullen gaan prediken, zieken de handen op te leggen en anderen tot geloof te brengen, zodat zij gered zouden worden en niet in de hel zouden komen. Het was dan ook in eerste instantie haast niet te verwerken toen God mij duidelijk maakte, dat alle mensen al gered waren, dat zieken de handen opleggen niet voor deze tijd bestemd was en dat prediken ook niet voor mij was weggelegd, tot het moment dat het mij duidelijk werd welke Heerlijkheid God, de Vader over mij geopenbaard had. 205

God was al met alle mensen verzoend door de dood van Zijn Zoon, zodat Hij hun hun overtredingen niet eens meer toerekende, 2 Corinthiërs 5:19, en omdat Hij ons geroepen heeft en wij op Zijn verzoening zijn ingegaan, zijn wij wederzijds met Hem verzoend, zodat wij in het bloed van de Zoon al gerechtvaardigd zijn, Romeinen 5:9. Er is dus niets meer wat door mijn werken zou kunnen worden toegevoegd, hoogstens door die werken, die Hij van tevoren reeds bewerkt heeft, opdat wij daarin zouden wandelen, Efeziërs 2:10, omdat wij Zijn maaksel zijn, in Christus Jezus geschapen. Wandelen heeft niets te maken met enorme inspanningen onzerzijds of vreselijk ons best doen, wandelen doe je op je gemak, niet krampachtig, je staat eens even stil, kijkt eens rond in de natuur en je overdenkt, wat God allemaal beloofd heeft en welk een uitzicht Hij ons heeft gegeven. Wandelen is zo natuurlijk, omdat wij in Christus Jezus geschapen zijn. Hij loopt boven ook niet te rennen en te vliegen om alles rond te krijgen, maar zit aan de rechter(hand) van Vader, Colossenzen 3:1! Het is als het ware te vergelijken met een fruitboom, die kan ook niet tegen zijn kweker zeggen: Joh, nu wil ik wel eens vrucht gaan dragen. Nadat de kweker de boom zorgvuldig verzorgd heeft, de wilde takken en scheuten verwijderd, water gegeven, enz. enz., zal de boom uiteindelijk na een aantal jaren gaan bloeien en pas nadat de bloem verdord is, zie je een vrucht tevoorschijn komen die nog niet te eten is en nog maanden moet rijpen voordat de kweker de vrucht kan plukken voor consumptie. Het geheel is een langdurig proces waarbij de boom totaal geen inbreng heeft en er ook geen moeite voor hoeft te doen, de kweker des te meer. Vrucht dragen is in het Grieks karpo phoreõ en komt in de brieven van Paulus slechts vier maal voor, en wel in Romeinen 7:4 en 5. Paulus schrijft hier over vrucht dragen voor God of vrucht dragen voor de dood. Het heeft betrekking op de aan Israël gegeven wet en niet op het anderen tot geloof brengen of het aan ons in genade geschonken woord te verkondigen. 206

Colossenzen 1:6 en 10 Uit dit gebed van Paulus blijkt dat er aan vruchtdragen nog een aantal dingen vooraf gaan, zoals Hem in alles behagen, de Here waardig wandelen maar bovenal het door God vervuld worden met de erkennning (opeenstapeling van kennis) van zijn wil, in alle wijsheid en geestelijke intelligentie. Terwijl Paulus dan aan het einde van deze zin bidt, dat we mogen opwassen (Grieks groeien) in de erkenning (opeenstapeling van kennis) van God. Wij kunnen onszelf niet vervullen en niet zelf groeien in de erkenning van Gods wil of van God zelf, maar zijn hiervoor van Hem afhankelijk, bovendien weten wij niet welke goede werken God voor ons tevoren bereid heeft. Vruchtdragen, of wat wij daar ook maar onder mogen verstaan, komt alleen maar in deze twee bijbelgedeeltes voor en heeft niet de betekenis als zijnde een prestatie van ons. Het woord vrucht, Grieks karpos, komt in de brieven van Paulus elf maal voor: Romeinen 15:28 De opbrengst (Grieks vrucht) die hier bedoeld wordt gaat over geldelijke bijdrage, die door Paulus wordt gezien als vrucht. Filippenzen 4:17 Het was Paulus niet om de gave op zich bedoeld maar om de opbrengst (Grieks vrucht) van het woord dat bij hen was toegenomen (NBG: die als een tegoed op uw rekening aangroeit). De vrucht van het woord was, dat de gelovigen zich steeds meer op vrijwillige basis financieel gingen inzetten en is dat niet hetgeen ook in de gemeente als vrucht naar voren komt? Alles wordt immers, hoewel het veel geld kost, aan iedereen die het wil gratis uitgereikt en de gemeenteleden zetten zich vrijwillig, zonder enige financiële vergoeding, waar mogelijk in. Het doet me denken aan die gereformeerde man, die nooit in de dienst van Eben-Haëzer is geweest. Hij vond de boodschap van genade en verzoening voor alle mensen zo belangrijk, dat die op de televisie uitgezonden moest worden en stortte daarvoor elk jaar f. 50.000,-. Hij deed dit tot zijn overlijden en bij zijn begrafenis ontdekten wij pas wie deze man was. 207

In de plaats waar hij woonde is het echter nooit op de televisie geweest, want dat viel niet onder het gebied van TV Rijnmond. Of het vrucht opleverde heeft hij ook nooit geweten. Hier is duidelijk sprake van een financiële vrucht door het Woord. Een verplichte gift of contributie heeft vanzelfsprekend nooit iets met vrucht zoals Paulus hier bedoeld te maken. Romeinen 1:13 Paulus had zich dikwijls voorgenomen om naar Rome te gaan om ook daar enige vrucht te hebben, maar werd steeds verhinderd omdat God een ander plan bedacht had. Hij wilde Paulus als gevangene naar Rome sturen zodat de vrucht die hij wilde hebben eerst dan, op Gods tijd, tot volle rijpheid kon komen. Bij ons zal het zeker niet anders gaan. Romeinen 6:21,22 Wat voor vrucht hadden wij toen wij destijds onze leden ten dienste van de onreinheid en wetteloosheid stelden, dingen waarover wij ons nu schamen, maar thans ten dienste van de gerechtigheid, nu wij tot vrucht naar binnenin heiliging hebben. Vrucht naar binnenin heiliging zelf bewerken is een onmogelijke zaak, want dit is voorbehouden aan God en de woorden naar binnenin wijzen dan ook op een vaststaand feit. God onze Vader ziet ons al zo omdat Hij ons geroepen heeft tot de stand van zoon. 1 Corinthiërs 9:7 Heeft niet direkt met ons onderwerp te maken. Galaten 5:22 Maar de vrucht van de geest is: Liefde, Vreugde, Vrede, Geduld, Mildheid, Goedheid, Geloof, Zachtmoedigheid en Onthouding. Al deze facetten betreffen slechts één vrucht en het is volkomen duidelijk, dat wij deze vrucht niet zelf kunnen kweken, want er staat niet dat het een vrucht van de mens is maar van de geest en die komt van God, de Vader. Er bestaat geen enkel mens die ook maar iets van deze vrucht in zichzelf heeft, maar Hij zal het in iedereen op Zijn tijd bewerken en daarom is het ook alleen maar genade indien wij iets van deze vrucht nu al mogen laten zien. 208

In ieder geval heeft het niets te maken met vruchtdragen zoals wij dat graag zouden willen maar met wat God, onze Vader tijdens onze wandel wil bewerken. Efeziërs 5:8 en 9 Wandelt als kinderen van het licht, want de vrucht van het licht bestaat uit alle goedheid en gerechtigheid en waarheid en toetst wat de Here welgevallig is. Ook hier gaat het om wandelen, wat echt niet strompelend hoeft te gebeuren of dodelijk vermoeiend hoeft te zijn, zo van: waar ben ik in vredesnaam aan begonnen, ik zal blij zijn als ik eindelijk weer thuis ben. Vrucht van het Licht wordt door God aan een ieder toebedeeld naar het raadsbesluit van Zijn wil en is onafhankelijk van ons doen en laten, gewoon doorgaan met wandelen. Filippenzen 1:11 Vervuld van de vrucht van gerechtigheid, die door Jezus Christus is, naar binnenin Heerlijkheid en Lofprijs van God. Alleen Jezus Christus kan deze vrucht in ons bewerken. Hij heeft van God, onze Vader de opdracht gekregen om alles geheel volgens Zijn plan uit te werken, zodat Vader uiteindelijk alles in allen kan worden. Het heeft verder niets met ons spreken te maken, maar wel alles met onze wandel. Filippenzen 1:22, 23 Het werken met vrucht is niet van Paulus afhankelijk, maar van God of Hij Paulus al dan niet in leven wil laten. Het tezamen zijn met Christus is natuurlijk het allerbeste wat Paulus en ook ons kan overkomen, omdat dan ons vruchtdragen pas werkelijk begint. Niet omdat wij dat op enigerlei wijze verdiend zouden hebben, maar omdat dan ons vernederd lichaam door Christus Jezus veranderen zal, zodat het aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt en wij tezamen met Hem het AL (NBG alle dingen) aan Hem zullen onderschikken. Dan is ons vruchtdragen een natuurlijke vanzelfsprekenheid geworden, omdat wij dan door geest beheerst worden. Je moet je echter niet verkijken op het met vrucht werken in deze tijd, want zelfs Paulus moest erkennen in 2 Timótheüs 1:15, dat allen in Asia zich van hem hadden afgekeerd en zo gaat dit in de gemeente ook nog steeds. Je denkt dan met vrucht gewerkt te hebben en vaak zonder dat je het in de gaten hebt zijn ze al weer vertrokken met onbekende bestemming. 209

2 Timótheüs 2:6 Heeft niet direkt met ons onderwerp te maken. Vrucht en vruchtdragen is gelukkig niet van ons afhankelijk, zodat wij niet in de verleiding zouden komen over onszelf te roemen, maar van God onze Vader, die al voor de nederwerping der wereld heeft bepaald wie er wordt geroepen tot het lichaam van Christus. Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon en die Hij tevoren bestemd heeft, die roept Hij ook en die Hij geroepen heeft, die rechtvaardigt Hij ook en die Hij gerechtvaardigd heeft, die verheerlijkt Hij ook, Romeinen 8:29,30. In totaal komt het woordje Hij acht maal voor in deze twee verzen, terwijl niet één keer het woordje ik gebruikt wordt. Laten wij het vruchtdragen dan ook maar aan Hem overlaten en ons verheugen dat er slechts één ding ontbreekt en dat is onze verheerlijking. Hoe lang nog? Ik verwacht spoedig! 6) Je hebt eens geschreven, dat je God had gebeden om iemand die jouw vragen zou kunnen beantwoorden en dat je daarbij dacht aan iemand die dan fysiek aanwezig zou zijn. Een poosje later kreeg je echter iemand die achter de computer zat en fysiek dus helemaal geen rol speelde. Je vond het een aparte geloofservaring en zo beschouw ik dit zelf ook, temeer omdat ik al een paar keer tegen Vader gezegd had dat ik best wel weer eens voor iemand tot zegen zou willen zijn, puur omdat ik mij een beetje nutteloos voelde. Dus zou je kunnen zeggen, dat God ons heeft verhoord, maar je kunt het ook zo bekijken, dat God ons allebei iets bij Hem bekend heeft laten maken, wat wij van elkaar niet wisten, maar wat al wel in Zijn plan besloten was. Hij heeft het bij ons beiden gewoon bewerkt. Dit betekent dat je niet in het luchtledige hebt zitten praten, maar dat God het alleen op een andere manier doet dan wij denken dat het beste is. Meestal gaat het contact met God niet van mij uit, ik moet eigenlijk zeggen dat het nooit van mij uitgaat. Hij bewerkt het zelf in mij door bijvoorbeeld iemand of iets in mijn gedachten te brengen. 210

Het meeste gebeurt dit als ik met het woord bezig ben, neem nou Romeinen 8:29 en 30 wat een paar alinea’s hierboven staat, daar word ik echt door getroffen. Het maakt niet uit hoe vaak ik dit lees, iedere keer weer bedenk ik hoe ongelooflijk dit toch is en dat Hij mij hiertoe geroepen heeft en hoe graag ik dit aan anderen bekend zou willen maken om zodoende een schakeltje voor hen te zijn in deze verworden wereld. Je maakt de dingen waar je mee bezig bent en die je graag zou willen aan Hem bekend, terwijl je dankbaar en vreugdevol uitziet naar wat Hij gaat doen. 7) Hoewel je weet, dat God letterlijk alles beschikt wil dit nog niet zeggen, dat je niet begaan kunt zijn met de mensen aan de andere kant van de wereld. Het maakt je ervan bewust wat een puinhoop het is op deze wereld en dat wij in het westen de mogelijkheid hebben om er iets aan te doen, maar dat dit moedwillig achterwege wordt gelaten. Het enige wat je nog kunt bedenken is dat je mag weten dat God voor allen uiteindelijk Vader zal zijn, je bent er dus wel mee bezig. De mensen die God om je heen gegeven heeft kun je inderdaad wel bij Hem brengen, bij mij is dat meestal zo als ik hoor dat sommige van onze familieleden het heel moeilijk hebben. Je zou dan wel willen dat zij in hun lijden zouden ontdekken dat het evengoed past in Gods plan met hun leven en het niet iets is waar de duivel schuldig aan zou zijn alsof hij een macht op zichzelf is en niet een instrument in Gods hand. Iemand die niet geroepen is tot het lichaam van Christus kan onmogelijk een dergelijke zin bedenken en opschrijven: dat het gaat om de plaats waar God je gesteld heeft en je te onderschikken (op vrijwillige basis niet te vergeten) aan de omstandigheden die Hij bepaald heeft en aan diegenen die God boven je gesteld heeft en alles te aanvaarden uit Zijn hand. Misschien heb je het niet door, maar dit is nou net zo’n vrucht van de geest, die niemand uit zichzelf zou kunnen bedenken. Het gaat er trouwens niet om of je het daadwerkelijk op deze manier in de praktijk kunt brengen, want je zult zien dat het daaraan bij iedereen bij tijd en wijle wel eens schort, waardoor je steeds afhankelijker van Hem wordt. Het gaat God niet om onze daden, maar om ons hart en dat heeft Hij al te pakken. 211

8) Het grote geheimenis is een openbaring voor een ieder die God het bekend wil maken, dus maak je niet druk over je roeping anders had je alles allang aan de kant geschoven en afgedaan als kletskoek. Uitgestudeerd raak je nooit, want iedere keer als je Gods woord oppakt, maakt Zijn geest je attent op iets waar je nog niet eerder aan gedacht had, of er gaat ineens een lichtje bij je op hoe het in elkaar zit en dan breng je Hem als vanzelfsprekend de dank omdat Hij zich weer op een andere manier bekend maakt. Vrede zij met U Alle brieven van Paulus beginnen met: Genade zij jullie en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. Ja zal je zeggen, ik begin ook altijd mijn brieven met zo’n soort zin, zo van: Hoe gaat het met jullie, met mij is alles goed. Denk je dat Paulus zo maar uit gewoonte zijn brieven op deze wijze begint, of zou hij er toch wat meer mee bedoelen? Voor mij staat vast dat het niet zomaar een vrome wens van Paulus is, maar een doorleefde genade en vrede, waar wij geen flauw benul van hebben omdat wij, evenals de gelovigen in zijn tijd, vaak in onvrede leven. Vrede is niet een vanzelfsprekendheid, kijk maar om je heen. Overal is onvrede, gewoon in het dorp of in de wijk waar je woont, overal hoor je klagen over van alles en nog wat. Naar het wereldgebeuren hoef je al helemaal niet te kijken, er wordt ontzettend veel gepraat over vrede, maar voorlopig is het één grote janboel. Dit is ook volledig in overeenstemming met het woord want in 1 Thessalonicenzen 5:3 staat immers: wanneer echter gezegd wordt vrede en zekerheid staan zij zelf bij een onvermoede totale ineenstorting. De wereld kan de mond wel vol hebben van vrede, maar zal dit nooit en te nimmer door eigen gerechtigheid kunnen bewerken. Hieraan moeten wij dan ook geen voorbeeld nemen. Het gaat erom of vrede functioneert in ons persoonlijke leven van elke dag, zoals ons dit vanuit Gods woord geleerd wordt. Helaas schieten wij allen op een voor ons desastreuze manier te kort. Wij willen wel vrede houden met alle mensen, maar dan ook net als de wereld op een menselijke/vleselijke manier, namelijk als de broeder vrede houdt met ons, houden wij ook vrede met de broeder. 212

Wij houden ons bezig met vriendjespolitiek en in die zin werkt het dus totaal niets uit. Vrede is gebaseerd op genade en dat is de reden dat Paulus met genade begint, want vrede is onmogelijk als je niet begrijpt wat genade inhoudt. Genade betonen en vrede ervaren zijn zaken die wij niet vanuit onszelf kunnen bewerkstelligen, want het gaat hier om genade en vrede van God, onze Vader en van onze Here Jezus Christus die deze vrede voor 100 % bezitten en in genade aan ons kunnen schenken. Romeinen 15:13 geeft duidelijk aan, dat alleen de God van de verwachting ons kan vervullen met vreugde en vrede in het geloven, zodat wij zouden kunnen overvloeien in de verwachting door de kracht van de geest, de heilige. Dat is ook volkomen logisch, want als je je niet druk hoeft te maken over alles waardoor je in onvrede bent en met wie je in onmin leeft, dan valt er als het ware een last van je af en blijft er alle tijd over om je bezig te houden met je verwachting temidden der hemelingen en de dingen die boven zijn, Colossenzen 3:1. Vreugde voor het woord vrede geeft al aan, dat vrede voortkomt uit een innerlijke rust in alle omstandigheden, want echte vreugde kan niet bestaan zonder een totale overgave aan God, onze Vader, inclusief al het lijden en alle problemen, die Hij op onze weg brengt. Galaten 5:22 de vrucht van de geest echter is: Liefde, Vreugde en Vrede enz. Het is geen vrucht van onszelf, je kunt er niet eens je best voor doen, je kunt wel een heel goed rapportcijfer hebben voor bijbelkennis en heel intelligent zijn, maar toch liefde, vreugde en vrede ontberen. Vanzelfsprekend komt dan de rest van de vrucht van de geest helemaal niet meer tot uitdrukking in ons leven. Vrede ligt niet voor het grijpen, netzomin als vreugde en liefde, maar wordt gewekt door Gods geest. De vraag zou kunnen zijn, hoe kom ik dan aan echte vrede? Het antwoord is heel simpel: door Gods woord ter hand te nemen en te bestuderen, want Jezus zegt zelf in Johannes 6:63: De geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; totaal niets (NBG niet vertaald), de woorden, die Ik tot jullie gesproken heb, zijn geest en zijn leven. 213

Wij blijven maar met ons vlees tegen ander vlees strijden, hoewel Jezus toch duidelijk zegt, dat het vlees geen nut heeft en om er de nadruk op te leggen, zegt Hij er nog achteraan: totaal niets. Waarom laten wij ons toch iedere keer weer door de tegenstander verleiden om te reageren op allerlei aanvallen op ons vlees, terwijl wij nota bene een wapenrusting hebben, bestaande uit onder andere een langschild, waar wij volledig achter kunnen gaan zitten. Achter het langschild van geloof, Efeziërs 6:16, zijn wij onaantastbaar voor de tegenstander, mede omdat wij weten, dat een mens ons totaal niets kan doen, Psalm 56:12, 118:6; Hebreeën 13:6. Buiten Gods woord om bestaat er helemaal geen leven, ja natuurlijk wel vleselijk leven maar geen geestelijk leven en zonder geestelijk leven ben je feitelijk dood voor God, omdat je niet met Hem in relatie staat. Geest komt niet uit een of andere fles, zodat je kunt gaan zitten wachten tot ie eruit komt. Gods geest is Zijn kracht, die onmiddellijk gaat werken zodra je Zijn woord ter hand neemt. Zijn woord niet ter hand nemen kan ook, alleen dan werkt Zijn kracht ook niet in ons dagelijks leven en zullen wij blijven in een toestand van onvrede, hoe gelovig wij verder dan ook mogen zijn. Je kan toch moeilijk kersen gaan plukken als je geen kersenboom hebt, of als je niet weet waar hij staat. Hoe wil je dan de vrucht van de geest, zoals vrede, plukken als jouw bijbel ergens op een onvindbare plek ligt of, wél onder handbereik, maar altijd dicht? 2 Thessalonicenzen 3:16 De Here van de vrede zelf echter geve jullie voortdurend vrede in alle manier, Grieks tropos wending. De Here zij met jullie allen. De Here van de vrede is als enige in staat ons voortdurend vrede te geven, in welke wending onze levensomstandigheid zich ook bevindt. Deze vrede kan echter niet gegeven worden, indien wij de verzen ervoor niet in praktijk brengen. Deze praktijk wordt door ons teveel verwaarloosd, omdat wij net als de Thessalonicenzen niet willen gehoorzamen (onder-horen, je op vrijwillige basis onder het gehoorde stellen) aan de woorden die door Paulus in zijn brieven aan ons worden bekend gemaakt. 214

Hierin maakt hij ons duidelijk dat wij beter geen omgang kunnen hebben met mensen die niet willen gehoorzamen. Verder geeft hij aan dat wij ze niet als vijand moeten beschouwen, wat wij maar al te vaak doen. Sommige mensen durven zelfs tegen andere broeders te zeggen, dat zij rechte voren moeten trekken, alsof zij door God zijn aangesteld als herder of leraar. Het bij machte zijn om rechte voren te trekken is een genadegave van God en er is geen mens die ons dit kan opleggen. Toespreken (arm om iemand heen) is het enige wat wij kunnen doen en als God het niet uitwerkt, dan is dat aan Hem, want het oordeel van God is in overeenstemming met de waarheid. Zie Romeinen 2:2, maar lees vooral ook het vers ervoor en de verzen erna. Het woord rechte voren trekken wordt trouwens heel vaak verkeerd gebruikt, waaruit je al kunt zien dat mensen geneigd zijn iets als waarheid naar voren te brengen zonder eerst bezig te zijn geweest de gebruikte woorden nader te bestuderen. Rechte voren trekken kun je niet gebruiken als het om een bepaalde wandel in de Here gaat, omdat het in dit verband niet in het woord voorkomt. Wel in een andere betekenis en dat staat in 2 Timótheüs 2:15: doch rechte voren trekken bij het brengen van het woord der waarheid. Het Griekse woord ortho tomeõ betekent recht snijden, meer nog, recht snijden van het woord der waarheid. Zeggen tegen anderen om rechte voren te trekken, bewerkt onvrede, terwijl recht snijden van het Woord vrede bewerkt. Het be- en veroordelen van mensen heeft niets te maken met richten op Hem, de juiste betekenis van oordelen. Wij kennen de reden niet, waartoe God de één wel en de ander geen bepaalde genadegave toekent en waartoe Hij de één meer en de ander minder geloof schenkt, Romeinen 12:3. Daarom kunnen wij ook niet zomaar tegen iemand zeggen, dat hij dit of dat zou moeten doen of laten, omdat wij geen weet hebben van de waarheid die God hanteert. Het gaat hier bij Paulus niet om eonisch afwenden, want dat doet God de Vader beslist niet. 215

Het geen omgang met iemand hebben zou als uitwerking een beschaamd maken van degene die zich ongeregeld gedraagt moeten hebben, maar nochtans blijft het een broeder. Wij moeten van een broeder geen vijand maken, maar hem eventueel vermanen, noutheteõ, wat denkzin-plaatsen betekent. Iemand met Gods woorden, zonder vingertje omhoog maar met arm om diegene heen, toespreken, zijn denkzin in de goede richting plaatsen. De verandering van denkzin kunnen wij daarna met een gerust hart aan God de Vader overlaten. Vrede heeft met ons hart te maken. Voor de wereld is dit gelijk al een lachertje, je hart, dat is gewoon een bloedpomp. Hetzelfde geldt natuurlijk voor onze ziel, de ziel in het bloed? Onmogelijk! Wij hebben echter niet te maken met wat de wereld voor onmogelijk houdt, maar met wat God ervan zegt. Misschien is het toch beter hier wat teksten op na te slaan. Matthéüs15:19 want uit het hart komen boze overwegingen: moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, vals getuigenis en godslasteringen. Romeinen 1:21 maar omdat zij God kenden, maar niet als God vereerd hebben of gedankt, maar ijdel geworden in hun doorredeneringen, verduisterden zij hun onverstandige harten. Romeinen 1:24 daarom heeft God hen aan de begeerte van hun hart overgegeven aan de onreinheid van het onteren van hun lichaam. Als je ziet tot welke dingen het hart in staat is, dan is het toch ontzettend belangrijk dat wij vrede in ons hart krijgen, want alles wat in deze teksten genoemd wordt zou ook zomaar in de gemeente voor kunnen komen en dit alles door het doorredeneren van mensen. Een ongelovige zei eens tegen mij, dat het scheiden en hertrouwen het niet waard geweest waren als hij de consequenties van zijn handelen (zijn zoon van tegen de dertig al 28 jaar niet meer gezien) had kunnen overzien. Zijn tweede vrouw, die erbij zat gaf dit onmiddellijk toe. Zo zie je maar, dat een ongelovige de zaken soms nog beter kan overzien dan een gelovige. 216

Een gelovige broeder zei echter dat zijn eerste huwelijk niet uit God was, maar zijn tweede huwelijk, voortgekomen uit overspel, wel. Zij gaan volledig voorbij aan Gods geopenbaarde wil ten opzichte van de gemeente, die het lichaam van Christus is en het grote geheimenis van Christus en de gemeente, waarvan het huwelijk een afschaduwing is, en verwarren Gods geopenbaarde wil met Zijn verborgen bedoeling in hun leven. Sommige gelovigen gaan dan nog een stapje verder door te zeggen dat alles uit God is maar als je kind, dat je hebt opgevoed met deze leuze, op latere leeftijd thuis komt en zegt: ik heb vandaag bij een schermutseling iemand doodgestoken, zeg je dan ook dat alles uit God is? Paulus zegt in 1 Corinthiërs 6:18-20 vlucht voor de hoererij, alle gevolg van zonde, die een mens doet, gaan buiten het lichaam om, met hoereren echter zondig je naar binnenin het eigen lichaam. Dit terwijl ons lichaam nota bene een tempel is van heilige geest, die wij van God hebben en wij dus niet van onszelf zijn, wij zijn gekocht en betaald en zijn gebonden God te verheerlijken met ons lichaam. Zij denken in hun ijdelheid te weten wat Gods verborgen bedoeling met hen is, zodat zij zich nu bezig houden met het onteren van hun lichaam en God de Vader hier niet mee verheerlijken, maar ten opzichte van andere mensen God naar beneden halen. Zijn zij daarom nu vijanden van ons geworden? Hoe kunnen wij het bedenken, je hart krimpt toch immers ineen als je bedenkt, waar God hen nog meer aan kan overgeven, niet als straf, maar om tot inkeer te komen. Medelijden in de goede zin van het woord is wat ons rest. Hebreeën 4:12 want het woord van God is levend, werkzaam en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en dringt door tot deling van ziel en geest alsook van gewrichten en merg en is richter van de overleggingen en gedachten van het hart. Romeinen 8:27 Hij, die de harten doorzoekt, zie ook Openbaring 2:23; Handelingen 15:8. 1 Thessalonicenzen 2:4 God toetst onze harten. 217

1 Corinthiërs 4:5 Wij moeten niet voor het juiste tijdstip wie of wat dan ook (NBG niet vertaald) richten, totdat de Heer komt, die het verborgene van de duisternis zal verlichten en de raad van het hart openbaren en ondanks dat, zal een ieder tot lofprijs worden van God. Laten wij nu niet denken dat wij beter zijn dan degene, die de daad bij het woord voegt als het om echtbreuk gaat, want bij Matthéüs 15:19 gaat het niet alleen om hoererij en echtbreuk, maar ook om diefstal, valse getuigenissen en lastering. Om het maar weer eens bij de naam te noemen, zwartwerken, niet de volle 8 uur werken voor je baas als voor de Here, negatief praten over een ander, zo van: heb je dit of dat al gehoord, en dan komt de hele ris. Al deze dingen worden in één adem genoemd met echtbreuk en hoererij en daarom kunnen wij ons beter verre houden van beschuldigingen, oordelen en geklets over andere mensen. Als wij toch zo nodig willen praten, laten wij dan over onszelf beginnen, of zien wij onze eigen balk niet meer en zitten wij maar te gluren of wij bij een ander toch nog een splintertje kunnen ontdekken. Daarom is het ook zo’n wonder van genade dat toch een ieder van ons lofprijs zal geworden van God. Een verwachting als deze bewerkt vrede van het hart en dat is nu precies wat God, onze Vader ons nu al om niet wil schenken. Is het niet opmerkelijk, dat Paulus al zijn brieven niet alleen begint met: Genade zij jullie en Vrede van God, onze Vader en van de Here Jezus Christus, maar dat hij ook nog eens eindigt met: de genade van de Here Jezus Christus zij met jullie of met jullie geest, broeders! Amen, Romeinen uitgezonderd. Het woordje amen, dat in het Hebreeuws betrouwbaar betekent, is in de NBG echter bij alle genoemde teksten weggelaten, Galaten 6:18 uitgezonderd. Het had voor de vertalers kennelijk geen zin om er ook nog eens amen achter te zetten, in de betekenis van: dat zij zo! Paulus was zich echter terdege bewust van de waarde van de woorden, die hij aan het begin en aan het eind van zijn brieven gebruikte, omdat de genade en vrede van God, onze Vader en van de Here Jezus Christus in zijn persoonlijke leven betrouwbaar waren gebleken, in de zin van het geloven waard, terwijl wij hieraan maar al te vaak twijfelen. 218

Omdat bijna alles en iedereen in dit tijdperk onbetrouwbaar is, wil dit nog niet zeggen, dat wij dan maar met de grote massa moeten meedoen, temeer omdat God, onze Vader juist betrouwbaar zal blijken te zijn, niet alleen ten opzichte van de gelovigen, maar ook van de ongelovigen. Wij mogen nu al dankbaar gebruik maken van Zijn trouw en er ons voordeel meedoen, zodat wij dit tot uitdrukking kunnen brengen zowel naar gelovigen als ongelovigen, met de Zoon als ondervoorbeeld. De betekenis van het Griekse woord pistis, door de NBG met trouw vertaald, is in werkelijkheid geloof. Als wij het erover hebben dat God trouw is, hoewel wij soms ontrouw zijn, dan wil dit dus zeggen dat, ondanks ons ongeloof, Hij wel gelooft in Zijn schepping en Zijn schepselen, 2 Timótheüs 2:13, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet. Wij loochenen Hem als wij 2 Timótheüs 2:14-26 niet in praktijk brengen. Soms komen er zulke negatieve gedachten in ons op, we zien het niet meer zitten, worden ongeduldig, zo van: zie je nou wel, dat we nog steeds de Here niet tegemoet gaan in de lucht. Er zijn zelfs gelovigen die zeggen dat, door de prediking van de spoedige wederkomst, hun hele jeugd is verknoeid. Kan het nog negatiever? Laten wij ons leiden door wat mensen, ook gelovigen, allemaal zeggen of houden wij vast aan Zijn woorden, die betrouwbaar (ons geloof waard) en vast zijn? Laten wij ons van onze vrede beroven door heersende onvrede bij mensen in de gemeente? Nee toch zeker. Het beste is een dergelijke broeder/zuster te vermanen, arm er omheen, een glimlach op de lippen en te vertroosten met Zijn woorden, die geest en leven zijn. Van genade die in ons voordeel uitpakt en waar ons hart van vol is, daar loopt onze mond wel van over, maar begin niet over genade die ons opvoedt, want daar willen wij niet zo mee te maken hebben. Weliswaar loopt onze mond daar ook van over, maar dan in negatieve zin. Wij verliezen helemaal uit het oog, dat juist genade die ons opvoedt het meeste voordeel oplevert en vrede bewerkt in onze harten! Willen wij ooit echte vrede in ons hart leren kennen, dan ontkomen wij niet aan de daaraan voorafgaande opvoedende genade. 219

Titus 2:11-12 Want de genade van God is verschenen, alle mensen reddend en opvoedend, opdat wij de oneerbiedigheid en de wereldse begeerten loochenen en verstandig, rechtvaardig en godvruchtig leven in de eon van nu. Dat de genade Gods is verschenen, alle mensen reddend is op zich al zo opzienbarend. In de NBG is dit afgezwakt tot: heilbrengend voor alle mensen. Wat een ongelooflijk verschil, want alle mensen reddend is een vaststaand feit, terwijl heilbrengend de betekenis heeft gekregen van: het wordt wel bij iedereen gebracht maar je moet het wel aannemen, want anders word je niet gered! Je moet eerst kiezen voor Jezus en dan pas geldt de genade, terwijl Paulus in zijn brieven altijd eerst met genade (onverdiend) begint en pas daarna met vrede! Voor de gelovigen die dit nu al weten zit er echter een opvoeding aan vast en hiermee beginnen voor ons de problemen. Als wij kijken hoe wij zelf door onze ouders zijn opgevoed, dan zal niemand ontkennen, dat een ieder van ons onder deze opvoeding uit wilde komen. Ondanks alle goede bedoelingen en argumenten, wilden wij ons toch niet op vrijwillige basis aan hen onderschikken. Dit laatste bijbelse begrip, bij ons bekend maar waarschijnlijk niet altijd bij onze ouders, is iets wat ook pas de laatste jaren in de gemeente begint door te sijpelen. Je vrijwillig onderschikken aan Gods opvoedende genade heeft enkele gevolgen, te weten: 1) Je gaat oneerbiedigheid loochenen 2) Je gaat wereldse begeerten loochenen 3) Je wordt verstandig (tot redding geneigd) 4) Je wordt rechtvaardig in je optreden (voor God ben je al gerechtvaardigd) 5) Je wordt godvruchtig Wat blijkt is, dat geen enkel mens geneigd is zomaar uit zichzelf tot vrijwillige onderschikking te komen. Het wordt door God onze Vader door Zijn woord onder onze aandacht gebracht en wij worden ertoe opgeroepen, want dit is in ons normale leven zover van ons bed, dat wij zelf hiertoe niet in staat zijn. Het is niet alleen genade dat God alle mensen redt, maar het is evenzo genade dat wij dit mogen geloven en het is een nog grotere genade, als je 220

jezelf mag overgeven aan opvoedende genade door middel van vrijwillige onderschikking. Vrijwillige onderschikking aan alles wat God, de Vader ons doet overkomen, vanaf onze geboorte tot aan ons sterven, is het enige wat een alles omvattende vrede in ons bewerkt. Bij onze opvoeding hoorde ook altijd straf, maar als kind was dat in jouw ogen altijd onrechtvaardig, of je nu een pak rammel kreeg, voor straf vroeg naar bed, een week geen beleg op brood, van school gestuurd of wat je maar kunt bedenken. Het gekke is, dat als je zelf vader/moeder wordt, je dit weer op precies dezelfde wijze bij je kinderen in praktijk brengt. Straffen is niet uit ons leven, maar ook niet uit onze maatschappij weg te denken. Het wordt echter een gigantisch probleem als er gepredikt wordt, dat God, de Vader ook zo met Zijn schepselen omspringt, ja zelfs met degenen, die in Hem geloven. Het is zo erg, dat er bij een begrafenis van vader of moeder gewoon gepredikt werd, dat hij/zij nu in de hel is beland vanwege zijn/haar vermeend ongeloof, zodat hun volwassen kinderen, die dit niet konden aanhoren, wegliepen uit de dienst. Wat is het dan een genade te weten, dat God, onze Vader zelfs met deze genadeloze predikant tot Zijn doel komt en hij tot erkentenis der waarheid zal worden gebracht dat de genadevolle God, Vader is van al Zijn schepselen. Met de meest onmogelijke mensen, ja zelfs met vijanden, mogen wij vrede hebben. Niet dat wij dit uit onszelf zouden kunnen bewerken, maar omdat het door de Vader bij ons wordt opgeroepen. Hij heeft reeds 2000 jaar geleden vrede gemaakt door het bloed des kruises teneinde zich door het offer van de Zoon uiteindelijk wederzijds met het Al te verzoenen. Vader heeft ons de genade geschonken, dat wij nu al in ons vernederde lichaam wederzijds met Hem verzoend mogen zijn en dat Hij nu al vrede met ons gemaakt heeft, hoewel wij van Hem vervreemd en vijandig waren door het door-denkvermogen en onze boze werken, Colossenzen 1:20,21, terwijl de wederzijdse verzoening voor anderen veel en veel later tot stand komt. 221

Begrijpen wij dan niet, dat als het de Vader de dood van Zijn Zoon gekost heeft, het ons ook heel wat lijden, pijn, verdriet, enz. zal kosten om vrede te maken en verzoend te zijn met al diegenen, die Hij in ons leefgebied geplaatst heeft, zowel binnen als buiten de gemeente, die Zijn lichaam is? Laten wij niet vervallen tot een offerloos geloof en alleen genade bewijzen aan hen, die eerst aan ons genade bewezen hebben. De gezindheid, die ook in Christus Jezus was, Filippenzen 2:5-8, zou door ons in iedere omstandigheid in praktijk gebracht kunnen worden. Je hebt geen idee wat een vrede het bewerkt, als je bereid bent om de houding van een slaaf aan te nemen, heb je niets te vertellen of in te brengen. Je te laten vernederen, nergens op ingaan, en gehoorzaam te worden, onderhorend, al zou het je dood kunnen betekenen en dat allemaal op vrijwillige basis, de toonzetting van onderhoren. Het merkwaardige is dat, als de Vader je deze gezindheid geeft, je met vreugde vervuld wordt, indien je de ander zonder enige rancune genade bewijst en je jezelf helemaal geen slaaf voelt als je deze houding aanneemt. En, als je jezelf laat vernederen, je er zelfs trots op bent dat Vader dit ten goede uitwerkt. En, als je jezelf vrijwillig onder het gehoorde stelt, dit helemaal niet je letterlijke dood hoeft te betekenen, maar juist leven in volkomen rust en vrede. De vrede van God die superieur is aan onze denkzin, zal onze harten en onze gedachten verzekerd bewaren in Christus Jezus. Dit verzekert Filippenzen 4:4-7 ons en dat willen wij natuurlijk allemaal, maar wij vergeten dat dit pas door God kan worden gegeven als wij met het begin beginnen en dat is ons te verheugen te allen tijde, ofwel altijd. Paulus zegt het dan voor de tweede keer: ‘verheugt u’. Even verderop zegt hij dat wij ons met alle verzoeken tot God mogen richten, maar dan wel onder dankzegging. Zonder dat wij dit in praktijk brengen kan God ons helemaal geen vrede geven. Je kan om vrede vragen tot je een ons weegt, maar je krijgt het niet als je niet tot de ontdekking komt dat vreugde en dank de enige manier is waarop God Zijn vrede aan ons kan geven en onze harten en onze gedachten verzekerd kan bewaren in Christus Jezus. 222

Paulus bevestigt ook dat het in vers 8 en 9 gaat om het bedenken van dingen en het in toepassing brengen hiervan, naar het Grieks vertaald: ermee rekenen. Vooral het, ermee rekenen, is iets anders dan het bedenken, want dit laatste kan je wel doen, maar je kunt het ook weer naast je neerleggen. Maar ergens rekening mee houden houdt in, dat je intensief bezig bent om iets ook daadwerkelijk uit te voeren van hetgeen er van je wordt gevraagd en dat je dit ook graag wilt. Het gaat dus niet om een wettisch opleggen, maar om het zo maar eens te noemen een aanrader, omdat dan de God des vredes met je zal zijn. Aanvaarding van alle omstandigheden, hoe verschrikkelijk die soms ook kunnen zijn, uit Gods Vaderhand is het enige wat in deze situaties tot vreugde en dank kan leiden en dan merk je gelijk dat er ook vrede in je hart is. Ook weten wij niet zo goed raad met wat wij aan moeten met wat Paulus ons in Colossenzen 3:15 duidelijk wil maken. Hoe kunnen wij nu de vrede van Christus, tot welke wij in één lichaam geroepen zijn, arbiter (scheidsrechter) laten zijn in onze harten? Het antwoord is: wordt dankbaar. Dit is zo overrompelend, want wij zijn alleen dankbaar als wij iets krijgen waar wij om gevraagd hebben, of zomaar ontvangen waar wij helemaal weg van zijn en misschien al jaren naar hebben uitgekeken, tjonge, dan kunnen wij ons geluk niet op. Jammer dat Paulus het hier nou juist niet over heeft, wat trouwens heel logisch is want aardse zegeningen zijn zo kortstondig. Neem nou gewoon de dagelijkse praktijk, hoe lang zijn wij dankbaar voor een nieuwe fiets, één keer wassen en het is afgelopen en je nieuwe auto, na een paar maanden is het gewoon een vervoermiddel; je nieuwe huis blijft vrij lang iets om dankbaar voor te zijn zolang je alles nog aan het inrichten bent, maar o wee als er zich een mankement gaat voordoen. Indien wij in ons leven geconfronteerd worden met lichamelijke klachten, ziekten en pijn, of in dat van onze kinderen of kleinkinderen, dan wordt het al veel moeilijker om vrede in je hart te hebben en er ook nog eens dankbaar voor te zijn. Wij zijn eerder geneigd om te rebelleren tegen God, zo van: Waarom ik? Waarom mijn kind? Waarom-waarom-waarom? 223

Hoewel wij met ons verstand wel weten, dat een waartoe veel beter zou zijn, wil dit nog niet zeggen, dat dit ook meteen een hartezaak is. Tenslotte juichen wij al de fijne dingen die ons overkomen van harte toe, maar van harte juichen voor vervelende en nare dingen die God ons doet overkomen middels alle mogelijke omstandigheden, is voor ons een groot probleem. In moeilijke situaties denken wij dan ook niet direct aan de vrede van Christus die zal kunnen standhouden in onze harten. En gewoon in de maatschappij hoor je dan ook vaak zeggen dat, als mensen om hun moeilijkheden te ontlopen ergens anders gaan wonen, je met je verhuizing ook je moeilijkheden meeneemt. Dit geldt eigenlijk voor alle aardse zaken, voor iets weglopen heeft geen enkele zin. Of wij de vrede van Christus scheidsrechter kunnen laten zijn hangt er dus vanaf of het woord van Christus rijkelijk in ons woont, zodat wij elkaar in alle wijsheid kunnen onderwijzen en vermanen (arm om iemand heen) en in hoeverre wij de woorden in Colossenzen 3:16–4:6 kunnen naleven. Doen wij bijvoorbeeld alles, wat dan ook, in woord of werk in de naam van de Here Jezus Christus en danken wij God, de Vader door Hem? Het gaat erom hoe het woord zich in onze harten nestelt, want als het er niet in zit, kan het er ook niet uitkomen. Of leven wij zo oppervlakkig dat wij denken, ja dat leren ze nou wel in de gemeente, maar ik ga gewoon mijn eigen gang en al doe ik iets verkeerd, dan zijn ze dat na een poosje toch wel vergeten. In deze situatie kan de vrede van Christus echt geen scheidsrechter zijn en het betekent dat er geen echte vrede in het hart komt maar schijnvrede! God, de Vader is niet in die zin met de gemeente bezig, maar met ons persoonlijk. Hij wil jouw en mijn Vader zijn en het gaat erom in hoeverre wij die vertrouwde persoonlijke relatie als zoon met Hem hebben en in hoeverre wij Hem met onze daden krenken of verheerlijken. De gemeente is een instrument dat God, de Vader voor ons wil gebruiken om persoonlijk tot een grotere erkenning (opeenstapeling van kennis) te komen en het is aan Hem of Hij daarmee iets wil uitwerken. Zou het niet geweldig zijn als een ieder van ons deze vrede van het hart, die God, de Vader heeft bewerkt, in het dagelijks leven zou tentoonspreiden? 224

Paulus schrijft dan ook in 2 Timótheüs 2:22: Jaag naar gerechtigheid, naar geloof (NBG trouw), naar liefde en vrede. In zijn vroege brieven schreef hij al: vrede te houden onder elkander, 1 Thessalonicenzen 5:13 en 2 Corinthiërs 13:11, maar nu doet hij een oproep ernaar te jagen. Dit betekent echter niet dat het gaat om vrede voor onszelf, maar om vrede met en voor een ander. Dit is toch eigenlijk te gek voor woorden, dat wij geen vrede zouden hebben met broeders en zusters en dat wij hier nog naar zouden moeten jagen! Toch bleek dit toen nodig te zijn en zo zal het ook in onze tijd nodig zijn dat wij hierop geattendeerd worden. Het is daarom zo onthutsend, omdat God ons nooit tot iets oproept wat Hij niet eerst aan ons geschonken heeft. Laten wij maar eens kijken in Romeinen 5:1: Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus. Een stapje verder gaat het als je Romeinen 12:18 er op naslaat waar staat: Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. God, onze Vader heeft zelf al vrede met alle mensen, omdat Hij met al Zijn schepselen verzoend is door de dood van Zijn Zoon, Romeinen 5:10. Vrede heeft dus met verzoening te maken, hetgeen zo mooi tot uitdrukking komt in Colossenzen 1:19, 20 waar geschreven staat: Het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, het Al weder met Zich te verzoenen. Het gaat hier om wederzijdse verzoening, met andere woorden, als al Gods schepselen op de door Hem aangeboden verzoening in 2 Corinthiërs 5:18-21 zullen zijn ingegaan. Als God nu verzoend is met al Zijn schepselen en vrede met hen heeft, hoe kunnen wij dan, tegen wie dan ook, onverzoenlijk zijn en derhalve de vrede van God die wij zelf hebben ontvangen niet in praktijk brengen? Het is overduidelijk hoe het komt dat er in ons leven van alledag maar zo weinig terecht komt van het uitdragen van de vrede die wij van God hebben ontvangen. Dit komt doordat wij niet weten dat het in ons bezit is, òf doordat wij de wapenrusting niet ter hand nemen, òf vergeten onze voeten te onderbinden met de bereidheid van het evangelie van de vrede. 225

Als je er goed bij nadenkt is het toch op z’n zachtst gezegd wel erg slordig dat wij de strijd aanbinden met de tegenwerker op onze blote voeten, de bereidheid van het evangelie van de vrede vergeten aan te trekken, hetgeen nota bene het enige evangelie is waarmee wij stand kunnen houden tussen al die verschillende geloven, alsmede ongelovigen. Juist vrede en verzoening onder alle omstandigheden en met alles en iedereen zullen opvallen en tot vragen leiden over ons geloof, wat eigenlijk weer het geloof van Christus is! Laten wij niet vergeten dat Hij ons altijd ter zijde staat, want de God nu des vredes is met ons allen! Amen, Romeinen 15:33. Dus ook met jou! Ruud 226

HOOFDSTUK 6 Onderwerpen Genade Zegenen Lot en lotdeel 234 243 252

Hallo oom Ruud (17) 19-03-2005 1) Bedankt voor brief 15 en de bijlage "Liefde". Ik heb nog twee onderwerpen waarover ik graag nog wat meer zou willen weten, namelijk "genade" en "zegenen". Genade van God komt zo vaak voor in de brieven van Paulus, en ik weet dat het betekent "om niet ontvangen". Dit begrip is tijdens de briefwisseling al regelmatig ter sprake gekomen, maar toch zou ik daar graag nog een apart onderwerp van willen zien, om mij hier nog meer in te kunnen verdiepen. 2) Als aan het eind van de zondagse dienst de zegen wordt uitgesproken vraag ik mij wel eens af of de ene mens de andere mens namens God wel kan zegenen, ook al is hij de voorganger. Of is het slechts de wens dat God de gemeenteleden zal zegenen gedurende de komende week? 3) Graag ontvang ik ook nog het onderwerp over de wapenrusting en de bijbelstudie: Kan ik doen wat op mijn weg komt, omdat toch alles uit God is?* *zie studies achterin! 4) Het onderwerp Liefde was heel bijzonder. Ik heb daar verder geen vragen meer over. 5) Wat mij trouwens ook bijzonder boeit is het begrip profetieën. Ik heb mij er nog niet in kunnen verdiepen, al heb ik vroeger, als kind, wel de boeken van Hal Lindsey gelezen over de eindtijd en de uitleg van Openbaring, maar er zijn natuurlijk veel meer profetieën in de Bijbel. Ik weet er nog helemaal niets van af hoor, maar ik heb gehoord, dat er boeken zijn, waarin staat welke profetieën uit de Bijbel inmiddels allemaal al zijn uitgekomen. Weet u hier iets van? Ook de psalmen schijnen profetieën te bevatten. 6) De Joden, die tot het lichaam behoren, ofwel geloven in Christus, die zullen bij de opname aanwezig zijn en voor hen is ook een taak weggelegd temidden der hemelingen. Maar welke Joden komen dan in het duizendjarig koninkrijk? Dat is me nog niet helemaal duidelijk. 7) Als op dit moment de opname plaats zou vinden en ik zou daar (hopelijkerwijs) deel aan mogen hebben, wat gebeurt er dan met mijn man en kinderen? 228

Zij zijn toch geheiligd door mijn geloof? Worden zij dan ook opgenomen of blijven zij achter en komen in de grote verdrukking terecht? Daar maak ik mij wel zorgen over, hoor! 8) De afgelopen maanden heb ik veel geleerd over het Woord van God en over God Zelf. Maar toch vind ik het nog heel moeilijk om een balans te vinden tussen aards leven met al zijn beslommeringen en geestelijk leven. Het is nog zo los van elkaar. De hele dag bezig met dagelijkse dingen, gezin, werk, huishouden, vaak word ik geleefd door alle dingen die "moeten" gebeuren. Het is moeilijk onder woorden te brengen, maar hoe combineer je je dagelijkse bezigheden met de wijsheden uit de bijbel. Het is fijn om te leren hoe het allemaal in elkaar zit, maar deze twee staan nog zo ver van elkaar af, misschien heeft dat wel 20 jaar tijd nodig, misschien wandel ik (nog) niet met God, ik weet niet hoe ik dat eigenlijk moet doen. Al begreep ik wel, dat dit afhangt van de mate waarin God dit geeft. 9) Verder ben ik de komende tijd misschien wat minder goed bereikbaar, omdat wij midden in een verbouwing zitten en mijn werkplek tijdelijk naar de woonkamer zal verhuizen. Maar ik hoop, dat ik gewoon "online" kan blijven! Groet, Anne Hoi Anne, (17) 7-05-2005 Het is zowat een maand geleden dat ik je de laatste mail heb gestuurd, maar om het weer een beetje goed te maken, krijg je met deze mail 2 onderwerpen, zowel over ‘Genade’ als over ‘Zegenen’. Het beantwoorden van de diverse alinea’s zal dus nu wat sneller gaan. 1 en 2) zijn twee onderwerpen geworden en 3) heb ik je inmiddels opgestuurd. 4) Heel Gods plan met Zijn schepping is gebaseerd op Liefde. 229

5) Het begrip profetieën is, denk ik, makkelijker uit te leggen dan de profetieën zelf: Nederlands Profeet Profetenwoord Profeteren Profetisch Grieks prophêtês prophêteia prophêteuõ prophêtikon Stamvorm voor-verklaarder voor-verklaring voor-verklaren voor-verklarend Het begrip komt hiermee terug tot normale proporties, omdat van profeteren ontzettend veel misbruik wordt gemaakt. Er zijn gelovigen die nu nog steeds profeteren en meestal de woorden gebruiken: Zo zegt de Here, en dan komt er een heel verhaal van wat zij denken van de Here te hebben ontvangen. Ik heb zelf meegemaakt dat hierdoor mensen werden uitgezonden naar de Filippijnen, of dat er gezegd werd dat iemand het beste in Israël kon gaan werken. Ik was er indertijd behoorlijk door geïmponeerd. Nu weet ik echter dat profeteren betekent voor-verklaren, wat niets te maken heeft met iets wat door de Here in deze tijd aan een broeder wordt doorgegeven, zoals dat in het oude testament het geval was, maar dat het gaat om het verklaren van Gods woord. Ik bedoel dat er in deze tijd geen apostelen en profeten meer zijn, die door God als instrument gebruikt worden om nog iets van tevoren te verklaren. In het oude testament werden profeten heel vaak door God gebruikt om onder andere koningen, zoals David, te zalven. Ook de profeet Elisa werd gezalfd. Verder deden ze aan het volk Israël allerlei beloftes ten opzichte van hun toekomst. De Zoon van God is de Gezalfde, wat ook de betekenis is van het Hebreeuwse woord Messias en het Griekse woord Christus. Zo worden ook wij gezalfden genoemd, omdat wij door God gezalfd zijn, zie 2 Corinthiërs 1:21. In de evangeliën worden veelvuldig de profeten aangehaald, die de geboorte van Jezus als de Messias hebben aangekondigd en ook dat Hij sterven moest. En dan is er nog het boek Openbaring. Hiermee wil ik gelijk aangeven dat de profetieën in het oude testament, alsook de aanhalingen hiervan in het boek Openbaring, de aan Israël gedane 230

beloften betreffen voor hun taak hier op deze aarde en later op de nieuwe aarde. Alle inspanningen van gelovigen ten spijt heb ik nog nooit iemand gesproken, die daadwerkelijk iets heeft kunnen voor-spellen. Dit komt doordat wij hiertoe ook niet geroepen zijn. Al het gezoek in het oude testament en in Openbaring heeft nog niet veel opgeleverd. De profetie waar wij echter wel wat aan hebben en die God inmiddels heeft vervuld, is dat Israël weer is teruggekeerd in het land dat door God aan hen werd beloofd. Zo kun je ondermeer aan de mogelijkheid om een chip bij mensen te injecteren wel zien, dat de tijd rijp is om de mensheid te voorzien van het merkteken van het beest omdat het als het ware onder je ogen gebeurt. Menselijke profetische voorspellingen zitten vol met eigen gedachten. Ik ben ermee opgegroeid, het Zoeklicht, de Middernachtsroep, enz. enz. en zoals jij ook noemt: Hal Lindsey, van wie ik twee boeken bezit. Ik heb er zoveel over gelezen, maar het heeft mij niet echt wijzer gemaakt. Ik hou mij liever bij wat God, de Vader aan de apostel Paulus heeft geopenbaard en wat hij heeft mogen voor-verklaren. Wat te denken van het feit, dat er een nieuwe mensheid is geschapen, waartoe zowel gelovigen uit het volk Israël als uit de naties worden geroepen? Efeziërs 2:11-22. Zulke waarheden kunnen wij echt niet in het oude testament, de evangeliën of in Openbaring vinden. Dat wij gezalfden zouden zijn is voor de Jood Godslasterlijk, zij hebben geen idee van onze roeping. Nu ja, er zijn zo ontzettend veel Heerlijkheden in de brieven van Paulus te vinden dat wij echt geen profetieën erop na hoeven te slaan. Het is gewoon verloren tijd om je daarin te verdiepen. Een ieder moet natuurlijk zelf weten wat hij wil onderzoeken en er zijn mensen, ook in onze gemeente, die er hun levenswerk van maken en dat is hun goed recht. Ik heb echter teveel voorspellingen de mist in zien gaan en heb mensen gesproken die destijds hun studie hebben opgezegd, en weet ik niet wat al meer hebben gedaan of achterwege hebben gelaten bij de voorspelling dat 231

wij nu toch wel binnen een paar maanden de Here tegemoet zouden gaan in de lucht. Toen ik een nieuwe auto kocht, gewoon omdat dit zakelijk bij ons altijd na drie jaar gebeurde, ben ik door meerdere mensen aangesproken die mij vroegen hoe ik dat toch kon maken en dan ook nog zo’n dure! Ook wij (Eben-Haëzer) hebben een boek over de Psalmen uitgegeven, hebben een boekje bestudeerd van Professor Malan over de jubeljaren, en wat dacht je van de constellatie van de sterren van Wim Malgo, een vorm van self-fulfilling prophecy? Joh, je wilt niet weten waar ik mij allemaal mee bezig heb gehouden. De Here is echter tot nu toe niet gekomen. Maar… Ik verwacht Hem iedere dag en zie er echt naar uit. Kijk dat is de andere kant van het verhaal, want al dat gevors heeft God wel gebruikt om mij met mijn neus in de goede richting te zetten en Zijn Zoon te verwachten. Zo zie ik het geheel toch passen in Gods plan met mij en met de gemeente. Hij heeft het niet voor niets laten gebeuren en dat is de reden dat ik Hem er dankbaar voor ben. Paulus is er trouwens ook duidelijk over in 1 Corinthiërs 13:8: profetieën, zij zullen afgedaan hebben; meer naar het Grieks: profetenwoorden zullen buiten werking gesteld worden. Met de latere brieven van Paulus is het evangelie compleet gemaakt. Voor-verklaarders zijn niet meer nodig. Dit wil echter niet zeggen dat wij ook geen herders of leraren meer nodig hebben, die tekst en uitleg kunnen geven van het evangelie dat voor het lichaam van Christus, geroepen tot een taak temidden der hemelingen, is bestemd en dat in genade mogen doen. Dit is gewoon verklaren zonder voor. 6) Er zullen mensen uit het volk Israël worden geroepen tot het lichaam van Christus, zij zullen met ons de Here tegemoet gaan in de lucht. Maar er zullen er ook zijn die geloven dat Jezus de Messias is en die niet geroepen worden tot het lichaam van Christus. Ik heb in Israël Messiasbelijdende Joden ontmoet die echt niets weten over de bediening die door Paulus bekend is gemaakt. Zij geloven gewoon de evangeliën en de profeten en verwachten het duizendjarig vrederijk. In onze gemeente heb ik echter weer Joodse mensen ontmoet die dezelfde verwachting hebben als wij. 232

De 144.000 die genoemd worden in Openbaring 7:4 en 14:1-3, zijn uit de twaalf stammen en komen in het duizendjarig vrederijk. Verder zijn er nog de Joden die uit de eerste opstanding komen, Openbaring 20:6 en alle Joden die de grote verdrukking overleven. 7) Dit is wel een heel terechte vraag waar heel veel gelovigen mee worstelen en een antwoord kan eigenlijk niet door mij gegeven worden. Je zet jezelf dan op de stoel van God en je gaat ook meer op je gevoel af dan op dat wat er in het woord staat. Ik kan zeggen dat God Liefde is, maar helpt dat? Robert is volwassen en je weet niet wat God door middel van jou in hem bewerkt. Een troost zou kunnen zijn dat je weet dat God in ieder geval tot Zijn doel komt met ieder persoonlijk en ik moet toegeven, het is een schrale troost als het om geliefden gaat. 8) Ik zou haast willen zeggen dat er maar weinig mensen zijn die altijd die balans bezitten tussen het aardse en het geestelijke leven. Toch vindt er in de loop der tijd een verandering plaats, namelijk dat je je niet meer zo laat beheersen door wat er allemaal om je heen gebeurt. God zit er echt niet mee als jij bezig bent met je dagelijkse beslommeringen. Zo was een paar jaar geleden op een werk, volgens de opzichter, iets mis gegaan met onze werkzaamheden. We moesten stoppen met de uitvoering en ik moest op het matje komen. In de bouw is dat iets vreselijks, ze vloeken en tieren bij iedere zin die uit hun mond komt en zo was het ook deze keer. Ik moest en zou wat technische dingen veranderen en anders was het afgelopen, maar ja, wij hadden een proefscherm gemonteerd en dat had hijzelf goedgekeurd en alle schermen, circa 250 stuks, lagen klaar voor montage, dus problemen, wie gaat dat betalen? Het eindigde ermee, dat hij zei: Dan zien wij elkaar wel bij de rechter. Ik zei, oké, tot daar dan. Pas toen ik naar de uitgang liep realiseerde ik mij dat ik het toch wel een beetje uit de hand had laten lopen. Ik zei dit tegen Vader en terwijl ik dit tegen Hem zei kwam de opzichter mij achterna hollen om te vragen of ik bereid was om het toch samen op te lossen. Vanaf dat moment was het vloeken en schelden afgelopen. Zo werkt het dus in de praktijk. 233

Ik ga te ver en Hij komt met de oplossing! En als het dan op gevoelens aankomt, wat voel je je dan klein en beschaamd, dat je het er weer bij hebt laten zitten. Geen punt hoor bij God! God is met iedereen bezig, Hij kent je verlangens en de mate van geloof kon wel eens groter zijn dan je denkt, alleen heb je het zelf nog niet door. Het is onmogelijk wat ik je tot nu toe heb geschreven te begrijpen als Gods geest er niet aan te pas was gekomen. Wandelen met God is geen opgave, iets wat je moet doen; het is een ontspannen bezigheid. Hij bewerkt de behoefte in je om naar Zijn wil te wandelen en ik kan je wel zeggen dat als je te weinig met Hem wandelt je je op den duur niet meer zo lekker voelt, dus ga je vanzelf weer aan de gang. Ik zou haast zeggen: typisch God, Hij laat je lekker aanrommelen, tot je tot de ontdekking komt dat het zo niet verder kan. 9) Lijkt mij wel gezellig, een werkplek in de woonkamer. Hartelijke groeten, ook van Miek Ruud Genade Aan jouw vraag om nog iets dieper in te gaan op het onderwerp genade zal ik proberen te voldoen. Hoewel je zelf al aangeeft dat we genade om niet ontvangen, zou je ook kunnen zeggen dat we hem onverdiend ontvangen, zonder tegenprestatie, ofwel een onverdiende gunst. In het boekje ‘mededelingen voor reizigers’ staat op blz. 53: Genade is Gods liefde in actie. Op zich zijn dit natuurlijk allemaal al verwijzingen naar wat het begrip genade inhoudt, namelijk dat er in ieder geval niets van ons verwacht wordt. Genade is in het leven van de gelovige de enige kracht, die je in staat stelt in de geest te wandelen. Dat deze kracht ons totale leven kan vernieuwen is slechts bij weinigen bekend. 234

Wat wij nodig hebben is een opeenstapeling van kennis, Grieks: epignôsis, omtrent de werkelijke betekenis die genade in Gods handelen heeft voor degenen die tot het lichaam van Christus behoren. Iedere gelovige heeft wel gehoord van genade maar dan meestal met een toevoeging, zo van: natuurlijk is er genade, maar zonder werken heeft het geen waarde, ofwel: genade en wet. Dit verduistert echter de echte genade die voortkomt uit Gods liefde voor Zijn gehele schepping. Hoe meer wij vertrouwd raken met Gods woord, hoe intensiever we de genade kunnen beleven, te meer daar de wet in het leven van de gelovigen een veel grotere rol speelt dan zij zelf denken. Het is zelfs zo verwarrend dat sommige toehoorders denken dat de spreker nu toch wel erg wettisch bezig is, terwijl dit helemaal niet aan de orde was. Zij zijn echter in het diepst van hun hart nog zo vatbaar voor alles wat met de wet te maken heeft en er zo op gespitst, dat ze niet eens in de gaten hebben dat het bij hun zelf ligt. In ieder mens zit het wettische ingebakken, wij zijn er allemaal mee grootgebracht en kennen het verschil dan ook vaak niet tussen wet en regelgeving. In de jaren dat ik jongerenwerk heb gedaan was dit steeds weer opnieuw een punt van discussie. In het geloofsleven wordt de wet die aan Mozes gegeven is gezien als de maatstaf van het geloof waar men aan moet voldoen. Tijdens de jongerenweekeinden of vakanties worden er regels met elkaar afgesproken, zodat er bijvoorbeeld geen drankmisbruik plaatsvindt of dat de jongens niet in de meidenhutten gaan zitten of andersom. Wij willen immers geen chaos maar alles in een goede harmonie laten verlopen, je zou kunnen zeggen: een soort spelregels. Het zijn praktische regels zoals je ze ook thuis in je gezin hebt, het heeft in wezen niets met de tegenstelling tussen wet en genade van doen. De wet ligt als het ware als een warme deken om de gelovigen, waar je niet graag onder vandaan kruipt, je ligt zo heerlijk en je dut nog even in, met andere woorden: het is lekker makkelijk. Je hoeft niet zelf te bedenken wat mag en niet mag of kan en niet kan, het is allemaal voor je klaargestoomd. 235

Gelovigen hebben behoefte aan een leidraad en zoeken dat bij mensen ofwel middelaars, zeg maar even de dominee, priester of voorganger. Het vervelende is echter dat als ze dan iets vragen, ze het aangereikte vaak toch niet doen. Waarom gaan ze dan eigenlijk naar hen toe als ze toch hun eigen weg willen gaan. Heel simpel, ze willen gewoon bevestigd worden in hun eigen ideeën. Genade wordt door de meesten gezien als: gered zijn door het bloed van Christus. Slechts een enkeling ziet het als een extra genade dat ze gered worden voor de komende toorn, 1 Thessalonicenzen 1:10 en 5:9. Het kan echter tevens een grote uitwerking hebben op je dagelijks leven, want pas als je zelf genade hebt leren kennen kun je ook genade schenken. In 1 Corinthiërs 2:12 staat: Wij nu hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. Dit betekent dus dat de mensen die in de wereld leven en die geest niet hebben, onmogelijk genade kunnen schenken, doordat je het slechts door Gods geest kunt leren kennen, zodat dit uitsluitend voorbehouden is aan gelovigen, vers 13,14. Nu zul je zeggen: hoe komt het dan dat zelfs gelovigen geen genade kunnen schenken? De reden is dat het woord Gods niet voldoende in hun hart is doorgedrongen, de kennis is er meestal wel, maar met het verstand kun je sjoemelen, net als met het geweten, dat kun je manipuleren. Zodra God je ervan bewust heeft gemaakt welke genade jou ten deel is gevallen, dan weet je gelijk als je iemand genade onthoudt, dat je fout zit en ga je bij Hem te rade. Je gaat genade leven, het gaat deel uitmaken van je dagelijkse wandel, niet omdat het moet ofwel verstandelijk, maar op vrijwillige basis omdat je het graag wilt, dus geestelijk. Efeziërs 4:32: Wordt echter naar elkaar mild, innerlijk welwillend, elkaar genade schenkend, zoals ook God in Christus jullie genade schenkt. Ons voorbeeld is God, die zich al met ons verzoend heeft toen wij nog vijanden waren en die ons bovendien ook nog gerechtvaardigd heeft door het bloed van Zijn Zoon. 236

Dit kan toch niet anders in ons leven uitwerken, dan dat wij ons ook met onze vijanden verzoenen nog voordat zij hieraan toe gekomen zijn. Het kan toch niet dat wij een ruzie in stand houden of mogelijk zelfs koesteren door er met buitenstaanders over te praten. Als dit nog een rol zou spelen in ons leven dan hebben wij niet helemaal begrepen welke genade God ons geschonken heeft. Het bloed van Zijn Zoon zou dan, wat dit betreft, voor niets hebben gevloeid en ook de verzoening door de dood van Zijn Zoon kan niet optimaal functioneren. Het heeft te maken met wat er in Filippenzen 3:18 staat: Want velen wandelen, ik heb het u dikwijls van hen gezegd, maar nu zeg ik het ook wenende, als vijanden van het kruis van Christus. Een vijand zijn van het kruis van Christus is in deze tekst niet van toepassing op ongelovigen, maar juist op gelovigen die niet op vrijwillige basis, zoals de Zoon deed, hun door God gegeven kruis willen dragen. Ze willen wel zelf wederzijds met God verzoend zijn en als gerechtvaardigden gezien worden, en dat zijn ze natuurlijk ook, maar ze willen dit niet in hun onderlinge verhoudingen in praktijk brengen. Deze vorm van genade schenken en verzoend zijn heeft met lijden te maken, het gaat altijd van jou uit die als eerste de handreiking geeft aan de ander. Maar het mooie van dit lijden is, dat dàt nu juist genade is bij God want Filippenzen 1:29 zegt: Aan u is de genade geschonken, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. Gek hè, dat ik deze vorm van lijden zelfs mooi kan noemen. Kijk, in Romeinen 3:23-25 staat dat allen hebben gezondigd en de Heerlijkheid Gods derven, maar aan de andere kant ook om niet gerechtvaardigd worden in Zijn genade, door de vrijkoping in Christus Jezus. De vrijkoping (betaald met bloed) geldt voor Allen, geen mens uitgezonderd, dus dat is al een enorme genade dat het ook voor Gods vijanden van kracht is. Voor ons gaat dit echter veel en veel verder, want voor ons die deze genade nu al kennen geldt heel wat anders, want in Romeinen 8:1 staat: Zo is er dan voor ons van nu af aan geen veroordeling meer, omdat wij in Christus Jezus zijn. 237

Als je dit tot je laat doordringen dan kan het toch niet anders uitwerken dan dat wij ook geen andere mensen veroordelen. Romeinen 8:1 zou dus een enorme impuls kunnen geven aan onze dagelijkse levenswandel. Het hoeft niet, het mag! Om je er een indruk van te geven hoe groot het verschil is tussen genade in de evangeliën en genade in de brieven van Paulus geef ik je de aantallen waarin het voorkomt. In de evangeliën 12 maal, waarbij het 3 maal is vertaald met: wat hebt gij vóór? Lucas 6:32-34, en nog eenmaal met danken, Lucas 17:9. In de brieven van Paulus komt genade echter 108 maal voor en dan ook nog in een volkomen andere betekenis. De Joden zijn en blijven gebonden aan de wet en pas als deze wet in hun hart geschreven zal worden zullen zij hieraan ook kunnen voldoen. In Jeremia 31:33 staat dat het woord des Heren als volgt luidt: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, en in vers 34: want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken. Er is geen sprake van de genade zoals wij die nu al hebben leren kennen, want wij worden niet vergeven, maar wij hebben de vergeving der zonden, Colossenzen 1:14. Bovendien hebben wij niets meer te maken met ongerechtigheid die vergeven moet worden, want wij zijn al gerechtvaardigd door het bloed van de Zoon van God. Trouwens, Gods geest heeft woning in ons gemaakt, Romeinen 8:11, terwijl wij ook nog eens verzegeld zijn met de geest der belofte, de heilige, toen wij tot geloof kwamen, Efeziërs 1:13. Omdat Paulus zelf onder de wet gebukt ging, voordat hij het evangelie van genade had leren kennen, laat hij op veel plaatsen zien dat de gelovigen toch weer met de wet aan de gang gingen. Genade verdraagt geen wet en geen werken, doch staat er lijnrecht tegenover. Laten wij maar eens een paar plaatsen opzoeken. Romeinen 4:4-5 Nu wordt hem die werkt, het loon niet toegerekend in overeenstemming met genade, maar in overeenstemming met schuld. 238

Denk nu niet dat wij heel goed omgaan met genade, want diep in iedere gelovige zit toch nog zijn opvoeding, die erop was gebaseerd dat je eerst iets moest doen voordat je een beloning kreeg. Wat God doet, genade/beloning schenken waar je totaal niets voor hoeft te doen, is tegen onze natuur. Iedereen wil het verdienen of op zijn minst iets terugdoen, wat menselijk gezien natuurlijk niet verkeerd is, maar Hij wil nu juist ons, die de genade hebben leren kennen, als instrument gebruiken. Wij kunnen dus niet voor Hem werken, maar Hij gaat juist door ons heen werken. Vaak denken wij dat God ons helemaal niet als instrument gebruikt en wij zitten er eigenlijk een beetje op te wachten, zo van: komt er nog wat van? Dit komt doordat wij uit zijn op resultaat of ook wel een beetje op een beloning, omdat wij nu gelovig geworden zijn. Wij willen iets zien maar, zonder dat wij het in de gaten hebben, gebruikt God ons wel degelijk en in het bijzonder ook voor de hemelingen, want wij zijn een theater (NBG schouwspel) geworden voor de wereld, voor boodschappers (engelen) en mensen, 1 Corinthiërs 4:9. Geloof wordt echter gerekend tot gerechtigheid en dat is genade. Romeinen 5:1-2 Door Jezus Christus onze Here hebben wij toegang gekregen naar binnenin deze genade, waarin wij staan en roemen over de verwachting van de heerlijkheid Gods. Deze genade waarin wij kunnen staan betreft onze rechtvaardiging, niet door werken maar uit geloof. Romeinen 7:24-25 Dit zijn heel bijzondere teksten, omdat zowel de NBG als de St.Vert. het woord genade heeft weggelaten, wat enorme gevolgen heeft gehad voor gelovigen, omdat zij hierdoor in de war zijn geraakt en er niet meer van overtuigd waren of genade nog wel op hen van toepassing was. Als Paulus het al niet weet, hoe kunnen wij het dan weten? Wat zegt de NBG dan? dit: Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here! 239

In werkelijkheid staat er het volgende: Ik, ellendig mens! Wat zal mij bergen uit het lichaam van deze dood, genade echter. Dank God door Jezus Christus, onze Here! Paulus, opgegroeid met de wet die aan Israël was gegeven en waarin hij gestudeerd had, wist als geen ander welke uitwerking de wet in zijn leven heeft gehad en dat is wat tot uitdrukking komt als je Romeinen 7:13-26 in zijn geheel leest. Als je het woord genade, wat nu juist de aanleiding was waarom hij dit gedeelte heeft geschreven, zomaar weglaat, dan is de hele inhoud van dit bijbelgedeelte nutteloos en dat is dan ook de reden dat veel gelovigen blijven steken in: Ik, ellendig mens. Zij hebben geen mogelijkheid om vanuit genade te leven en missen de kracht om uit de huid van de Ik, ellendige mens te kruipen. Daarom gaat Paulus ook verder in Romeinen 8:1-2 met een heel andere wet, de wet van de geest des levens, want hij schrijft: Zo is er dan van nu af aan geen veroordeling meer voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de geest des levens in Christus Jezus maakt u vrij van de wet van de zonde en van de dood. Het was zo, dat als je wat de wet betreft slechts op één punt struikelde, je schuldig was aan alle geboden en de Jood wordt hierop ook geoordeeld, Jacobus 2:10-13. Genade betekent dus dat er geen veroordeling meer is voor degenen, die geroepen zijn tot het Lichaam van de Christus, en die genade hebben de Joden nooit leren kennen. De brief aan de Galaten staat bol van de tegenstelling van genade en wet en omdat ik er al eerder over heb geschreven, wil ik hieruit nog één tekst aanhalen, namelijk 5:4, die zegt: Gij zijt los van Christus, als gij door wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Verder heeft genade natuurlijk ook met onze roeping te maken, Efeziërs 1:5-6: tevoren heeft Hij ons ertoe bestemd tot de stand van zoon tot lof van de Heerlijkheid van Zijn genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde en naar de rijkdom van Zijn genade. Zomaar even driemaal genade in zo’n klein stukje. Als je je nog wat verder wilt verdiepen kun je de volgende teksten er op naslaan: Efeziërs 2:5,7,8; 3:2,7,8; 4:7,29; 6:24 en Filippenzen 1:7 240

Er is echter nog een vorm van genade, waar wij, denk ik, te weinig aandacht aan besteden en die genoemd wordt in Titus 2:11-13 Want de genade van God is verschenen, alle mensen reddend, om ons op te voeden, opdat wij de oneerbiedigheid en de wereldse begeerten zouden loochenen, van nu af aan verstandig, rechtvaardig en godvruchtig in deze eon zouden leven, uitziende naar de gelukzalige verwachting en verschijning van de Heerlijkheid van onze grote God en redder Jezus Christus (zoveel mogelijk uit het Grieks weergegeven). Iedere gelovige vindt het vanzelfsprekend geweldig dat Gods genade is verschenen en dat wordt met grote dankbaarheid aanvaard. Ook wat betreft onze redding, verzoening en rechtvaardiging, daar kunnen wij allemaal wel over meepraten. In één woord fantastisch! Alleen meestal houdt het hier dan ook mee op, want genade die opvoedt, daar willen wij niet al teveel aan herinnerd worden. Helaas, zou ik haast willen zeggen, want de genade van de redding kan niet zonder de genade van de opvoeding, het vormt een geheel met elkaar en zodra je ze uit elkaar haalt, wordt Gods genade ontkracht. Daarom praten ook gelovigen nogal eens gemakkelijk over de genade, vooral als het voor hunzelf of hun kinderen beter uitkomt. Je hoort dan ook heel vaak zeggen: Ja maar, wij leven toch in de tijd van genade, waar maak je je druk om! Nou, hier kun je heel veel vraagtekens bijzetten in plaats van een uitroepteken, want het riekt naar misbruik van de genade. Paulus waarschuwde hier al voor in Romeinen 6:1-2 Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Moge dat niet gebeuren! (NBG Volstrekt niet!). Dit is een veel voorkomende gedachte, waarmee veel zaken die niet goed zitten achteloos worden goedgepraat en ik kan je wel zeggen, dat iedere gelovige hier min of meer mee in de fout gaat. Hier ga je natuurlijk ook niet mee te koop lopen, zodat alleen de zeer ernstige dingen aan het licht komen. Opvoedende genade is brood- en broodnodig, anders glijden wij af naar een soort gezapige gelovige, die wel gelovig is, maar het verder wel gelooft, met andere woorden, zijn eigen gang blijft gaan. 241

Wij hoeven er verder niet over te oordelen hoe iemand zijn geloof beleeft, want dat kunnen wij beter aan God overlaten, maar vaak zijn het de mensen die het zelf niet zo nauw nemen, die het meeste op een ander aan te merken hebben. Aan de andere kant missen deze mensen de diepgang van het geloof, maar omdat deze diepgang ook weer een door God geschonken genadegave is, kun je je daar ook verder niet op beroemen. Je kunt er alleen maar dankbaar voor zijn. Je zou kunnen zeggen dat dit speciale facet van Gods genade is verschenen om de mensen, die Hij geroepen heeft tot het Lichaam van de Christus, op te voeden, zodat zij rust en vrede zullen hebben in alle door Hem gegeven omstandigheden. Hoe meer God je in genade opvoedt, hoe meer je je ook gaat uitstrekken om te leven zoals Hij het graag wil en dit zou wel eens een omkeer kunnen geven in de manier waarop wij onze kinderen opvoeden. Immers, als wij de opvoeding van God, die ons gered heeft uit deze boze eon, in de wind slaan, hoe willen wij dan dat onze kinderen gehoor geven aan onze opvoeding, die in vergelijking met Gods opvoeding toch maar zeer gebrekkig is? Nooit zullen wij de genade Gods volledig kunnen bevatten en waarderen zonder de daartoe noodzakelijke opvoeding, daarom is het zaak dat wij gaan danken voor Gods opvoedende genade en het welkom heten. Redding en opvoeding kunnen daarom niet van elkaar gescheiden worden. Toen ik net gelovig was geworden was ik in de veronderstelling, dat ik nooit meer iets verkeerd zou doen. Dit riep echter al gauw enorm veel spanningen op. Ik wilde alles goed doen en geen fouten meer maken en was in de veronderstelling dat ik geen zonde (doelmissen) meer zou doen. Genade verandert ons echter niet in mensen die nooit meer zondigen; voor je het weet doe je weer iets wat tegen Gods geopenbaarde wil ingaat. Het bijzondere van Gods opvoedende genade is echter, dat Hij je gelijk laat zien dat je het verkeerd hebt gedaan en je er à la minute met Hem over kunt praten. Dit is zo’n enorme genade waar je je pas later, als je Gods wegen beter gaat leren kennen, van bewust wordt. 242

Er zijn ook gelovigen bij wie God dit niet of, beter gezegd, nòg niet heeft bewerkt en die blijven het kwaad maar opstapelen en durven zelfs te zeggen, dat het kwaad wat ze doen ook nog uit God is. Dit is Godslasterlijk, maar toch kunnen wij deze mensen niet veroordelen, want dan komen wij nog verder van huis en denken we misschien dat wij beter zijn. Pas op, ook de Farizeeën hadden een dergelijke instelling. Wij zijn echt geen haar beter dan degenen die deze kwalijke dingen bedrijven. Het meest grieven wij God als wij er met anderen laatdunkend over praten. Degenen die het kwaad veroorzaken kunnen dan ook niet zeggen, dat wat zij doen uit God is, want het gaat gewoon tegen Gods geopenbaarde wil in. Maar wij, die Gods opvoedende genade hebben ervaren, kunnen derhalve wél zeggen dat het uiteindelijk toch uit God is en het naar Gods nietgeopenbaarde wil, ofwel verborgen bedoeling, is gegaan. En wat ik nou zo graag zou willen is dat God, de Vader ook de slachtoffers van het kwaad, hoe erg ook, de genade zou willen schenken om het uit Zijn hand te aanvaarden, want je kunt het geloven of niet, maar dan krijg je volledige vrede en kun je rusten in Zijn genade. Zie je hoe belangrijk opvoedende genade is voor alle gelovigen? Uiteindelijk komt het toch hierop neer dat genade ons door God geschonken wordt en wij dit niet zelf kunnen bewerken, verdienen of er later nog iets voor terug kunnen doen. Het is uit Hem, door Hem en tot (naar binnenin) Hem. Zegenen Jouw vraag of een voorganger namens God anderen kan zegenen is voor mij best een moeilijke, maar goed, dat dwingt mij om mij erin te verdiepen en in die zin is het dus een waardevolle vraag. Als je kijkt in Efeziërs 1:3 dan staat er: Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, Die ons zegent met iedere geestelijke zegen temidden van de hemelingen, in Christus, enz. Het is, denk ik, vanzelfsprekend dat Paulus hier niet bedoelde God te zegenen in de betekenis die wij daaraan geven. Wij kunnen dat natuurlijk ook niet. 243

Als je de Griekse grondbetekenis van het woord bekijkt, zie je dat er eigenlijk goed-spreken staat en dat is iets wat wij wel kunnen. Aan de andere kant is het zo dat God ons zegent met iedere geestelijke zegen temidden der hemelingen en dat maakt duidelijk dat wij iedere zegen reeds bezitten, weliswaar geen aardse zegen, maar een zegen temidden van de hemelingen. Wij zijn echter niet gewend aan een zegen die wij niet kunnen zien, laat staan niet tastbaar kunnen ervaren, omdat wij meer gericht zijn op aardse zaken dan op hemelse zaken. De zegen die men in deze tijd wenst, is gericht op bezit waar je op deze aarde iets mee kunt doen. Geld, een mooi huis met een tuin, een boot, vakanties, eigenlijk alles wat ons leven veraangenaamt. God is echter helemaal niet uit op aardse zegen, tenminste niet op het materiële vlak. Het is toch wel heel opvallend, dat wij nergens iets kunnen lezen in de brieven van Paulus wat erop wijst dat wij lichamelijk of ziels gezegend zullen worden. Dit in tegenstelling tot het volk Israël, dat juist wel allerlei aardse zegeningen zal ontvangen ten tijde van het duizendjarig vrederijk en op de nieuwe hemel en aarde, waar geen gebrek meer zal zijn en de dood ook niet meer zal zijn, Openbaring 20 en 21. Het is echter niet zo, dat wij in deze tijd helemaal geen lichamelijke of zielse zegeningen meer ontvangen, want regelmatig ontmoet ik toch mensen die door de kennis van de zegeningen temidden der hemelingen er lichamelijk en psychisch/ziels ineens veel beter aan toe zijn. Die zegen werkt God echter uit en ontstaat niet door een zegen of door handoplegging van een voorganger, maar door kennis van het woord. Geestelijke zegen ligt zoveel hoger dan een aardse zegen, want een aardse zegen, wat wij daar dan onder verstaan, brengt vaak enorme problemen teweeg waarvoor Paulus dan ook regelmatig waarschuwt, 1 Timótheüs 6:5-21. vers 8 Als wij echter voeding genoeg en beschutting hebben, dan moet dit voldoende zijn. 244

Persoonlijk ken ik niemand, die geen voeding genoeg en geen onderdak heeft, iedereen heeft van dit alles meer dan voldoende. Nu wordt het echter een probleem als wij zo nodig meer willen hebben dan wij al bezitten, een groter huis, een nog grotere zaak, enz. enz. Dan worden wij zo in beslag genomen door allerlei verwikkelingen dat er voor geestelijke groei en dus zegen eigenlijk geen ruimte meer is. Het is een van de meest gebruikte strategieën van de tegenwerker om ons met aardse zegeningen bezig te laten zijn, omdat hij weet dat ook de gelovige enorm gebonden is aan deze aarde. vers 9 Dit vers moet ik haast wel meer naar de grondtekst vertalen, omdat deze veel directer is dan de NBG. Wie echter bedoelt rijk te zijn valt naar binnenin aanvechtingen en valstrikken en onnadenkende en schadelijke begeerten, welke de mens doen wegzinken naar binnenin een totale ineenstorting en destructie. Begeerte naar alles wat met de aarde te maken heeft levert alleen maar ellende op en zonder dat je het in de gaten hebt ben je een totale ineenstorting nabij terwijl je, als je je in plaats hiervan met je geestelijke zegen bezighoudt, juist opgebouwd wordt tot een woonplaats van God in de geest, Efeziërs 2:20-22. vers 10 De wortel van alle kwaad is geldzucht en wie daar naar streeft dwaalt af van het geloof en beproeft zichzelf grondig met veel pijn. Geld geeft macht en stelt je in staat om allerlei dingen te doen, waarmee je een grote kans loopt om steeds meer afstand te nemen van het geloof en hiermee bezorg je jezelf een hoop ellende. Bovendien wordt dit in onze tijd enorm gevoed door de reclame en de uitstalling van alle producten, die je met je vele geld zomaar kunt kopen. En laten we eerlijk zijn wie wordt daar niet door beïnvloed? En dan te weten dat je jezelf dit aandoet. vers 11 Jij echter, o mens van God, vlucht hiervoor en jaag naar: … en dan komen alle aanbevelingen wat je beter kunt doen. Het gaat er dus om je door de tegenstander niet te laten verleiden en hiervan weg te vluchten. 245

Het heeft te maken met onze wapenrusting die wij in veel situaties vergeten aan te doen. vers 17-19 Voor diegenen die materieel rijk zijn, staan voldoende aanwijzingen wat je met je bezit kunt doen. Wat mijzelf betreft ben ik mij ervan bewust dat heel mijn bezit van Hem is omdat ik het ook uit Zijn hand ontvangen heb, temeer ook omdat Hij ons in een tijd dat wij materieel volkomen aan de grond zaten de uitkomst heeft gegeven. Als ik dan iets aan de gemeente geef, dan zie ik dat dan ook als een teruggeven aan wie het toebehoort en dat is onze God en Vader. Geef mij maar geestelijke zegen, die is mij dierbaarder dan alle aardse. Toen Paulus gevangen zat in Rome schreef hij voor het eerst over de geestelijke zegen temidden der hemelingen, wat betekent dat er in de tijden ervoor niets over bekend was. Dit zou kunnen bewerken, dat het vlees steeds meer aan betekenis inboet en de geest steeds meer aan betekenis toeneemt. Paulus schreef hier immers over terwijl hij in militaire gevangenschap zat en lichamelijk ver verwijderd van de overige gemeenten. Je zou kunnen zeggen dat hij lichamelijk uit het gezicht van de gemeenten was verdwenen, maar geestelijk des te meer bij hen aanwezig was. Het is toch wel bijzonder dat de latere brieven, ook wel volkomenheidsbrieven genoemd, door een gevangene, een man die totaal geen aanspraak kon maken op zielse zegeningen, ons deel geworden zijn. Want terwijl het lichaam des vlezes zich in gevangenschap bevond werd zijn geest vrijheid gegeven om te herauten van een niet eerder verkondigd evangelie van geestelijke zegen temidden der hemelingen. Vergeet ook niet dat zelfs de Zoon van God geen aardse zegen geproefd heeft, maar dat ook Hij door gevangenschap heen en zelfs door de dood tot geestelijke zegen is geworden voor de gehele schepping. Aardse zegen brengt niet alleen maar vreugde teweeg maar vaak ook lijden, terwijl geestelijke zegen alleen maar vreugde en vrijheid teweeg brengt. Ik weet echter niet wat een voorganger bedoelt met het zegenen van de gelovigen. 246

Meestal wordt er toch een zegen mee bedoeld waarmee je in dit leven uit de voeten kunt, te weten: genezing, het spreken in tongen en allerlei andere gaven. Omdat deze in de tijd waarin wij nu leven hebben afgedaan, is een dergelijke zegen volkomen overbodig. Meestal heeft het ermee te maken, dat de voorganger, priester of dominee zich opstelt als een middelaar tussen God en de gelovigen, zoals dat op de door God aangestelde hogepriester van toepassing was. Ook Abraham, Mozes en Aäron, David en de profeten waren middelaars en spraken Gods zegen uit. Deze vorm van middelaar zijn bestaat nu niet meer, zoals duidelijk blijkt uit Gods woord, kijk maar in 1 Timótheüs 2:5,6 Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot vervangend (NBG niet vertaald) losgeld voor allen. Zodra mensen zich opwerpen als middelaar tussen God en mensen zouden zij zich ook tot een vervangend losgeld moeten aanbieden en dat is ten enen male onmogelijk, want de Zoon heeft dit zelf volbracht, de enige die daartoe ook in staat was. Mensen willen wel de zegen maar niet het lijden wat daaraan verbonden is, zoals Paulus omschreef in 1 Corinthiërs 4:6-21. vers 9 Wij zijn een theater geworden voor de wereld, voor boodschappers (engelen) en mensen. Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere. Het is een trend onder gelovigen om in aanzien te zijn en dat straalt ook van hen af door alles wat ze hebben bereikt, maar het is wel een waan. vers 13 Wij zijn als het uitvaagsel van de wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe. Er is toch niemand die erop zit te wachten om op deze manier behandeld te worden en dat hoeft over het algemeen ook niet, maar het gaat om de instelling van het hart of je ertoe bereid bent als God dat van je vraagt. Dit kan alleen als God tot in het diepst van je hart Zijn zegen temidden der hemelingen heeft bekend gemaakt en het zijn uitwerking vindt in het diepst van je ziel. 247

Niet voor niets verwijst Paulus naar 1 Corinthiërs 6:2,3 Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen richten? (op God) en weet gij niet, dat wij over boodschappers zullen richten? Hoe zullen wij ooit aan dit richten van de wereld en de boodschappers, wat onze zegen temidden der hemelingen is, kunnen toekomen als wij niet bereid zijn onze aardse zegen, als Hij dat van ons vraagt, op te geven? Ons zegenen is meer een goedspreken, zoals voorkomt in 1 Corinthiërs 4:12 worden wij gescholden, wij zegenen, of in Rom 12:14 zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet. Het is het in praktijk brengen van de genade en het geweldige is dat het ook daadwerkelijk deze functie heeft en je het ook kan toepassen in het dagelijks leven. Er wordt in de brieven van Paulus niet gesproken over een zegen die wij over andere gelovigen zouden moeten uitspreken. Paulus begint immers zijn brieven met genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus. Here zegen deze spijze, is ons ook van jongsaf aangeleerd, ondanks dat er in 1 Timótheüs 4:3-6 toch duidelijk staat dat wij mogen genieten van het voedsel, dat God geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt. Het voedsel is dus allang gezegend, dus alleen danken zou ook voldoende zijn. Fijn om er nog eens over na te denken en te overwegen of wij hierin wel mede-navolgers zijn van Paulus, Filippenzen 3:17. Ruud 248

Hallo oom Ruud, (18) 20-04-2005 1) De bijbelstudie: Kan ik doen wat op mijn weg komt, omdat toch ALLES uit God is?* heb ik afgerond. Het was best een moeilijke bijbelstudie, maar ik heb er veel van geleerd. Ik heb onderstaand nog twee vragen over deze bijbelstudie: *zie studies achterin! 1) Op blz. 4 staat dat de tegenstander volop de gelegenheid heeft gekregen om ons mensen in de war te brengen, waarvan hij denkt, dat dit aardig lukt. 2) Ik begrijp niet, dat de tegenwerker kennelijk niet op de hoogte is van de inhoud van de Bijbel. Hierin staat toch alles al beschreven wat er met de tegenwerker gaat gebeuren en dat Christus hem reeds overwonnen heeft. 3) Op blz. 4 staat, dat de gelovigen door middel van loting van tevoren zijn aangewezen. Kunt u dit nog wat nader toelichten? 4) Verder vond ik het een boeiende bijbelstudie, met name natuurlijk de passages over de wapenrusting van God. Het is soms best moeilijk om de wereldse verleidingen te weerstaan. Je wordt er tenslotte dagelijks mee geconfronteerd. Vooral de televisie is funest op dat gebied. Waar kun je wel naar kijken en waarnaar niet? Dat is heel moeilijk te bepalen en als je er dan geen goed gevoel over hebt, is het toch moeilijk om hem uit te zetten, want is dat nu allemaal zo erg om naar te kijken? 5) Een fijne avond nog, en groetjes aan tante Miek. Ik ga nu verder met het antwoord op brief 16! Groetjes, Anne Hoi Anne, (18) 21-06-2005 Wij zijn terug van vakantie, fijne tijd gehad, bovenal omdat ik bezig ben geweest met het onderwerp ‘danken’. Ik ben hier al ruim twee jaar mee bezig, schoof het weer aan de kant, pakte het weer op en wilde het graag in deze vakantie afronden, zodat ik thuis gekomen het op papier verder zou kunnen uitwerken. 249

Hier moet ik tussen alles door nog aan beginnen, maar zo de Here wil zal het toch dit jaar wel afgerond kunnen worden. Jouw mail van 20 april (nr.18) lag er nog om te beantwoorden en daar ga ik nu een begin mee maken. 1) De bijbelstudie: Kan ik doen wat op mijn weg komt, omdat toch Alles uit God is? heb je inmiddels bestudeerd en je hebt me een samenvatting gestuurd, hartstikke bedankt. 2) Hoewel de tegenstander denkt veel kennis en macht te bezitten, kan de conclusie toch niet anders luiden dan dat hij alleen die kennis heeft die God toelaat en dat hij speciaal geschapen is om Gods plannen tegen te werken. Het begon al vóór de herschepping, want daardoor is er al een gericht geweest, Genesis 1:1,2. Ook in de herschepping heeft hij van God de volmacht gekregen Zijn plan tegen te werken. Dit doet hij door het aanhalen van teksten uit de bijbel en bij Adam en Eva door het verdraaien van de woorden die God tegen hen gezegd had. Hiervoor zou je Genesis 2:16,17 en Genesis 3:1-4 tegenover elkaar moeten zetten: En Jewe Alueim (de Here God) gebood de mens en zei: Van iedere boom van de tuin mogen jullie eten, ja eten. Maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, van hem mogen jullie niet eten; op de dag dat jullie van hem eten zullen jullie stervende stervend zijn. En de slang (satan) zei tegen de vrouw: Heeft Alueim (God) dan werkelijk gezegd dat jullie niet van iedere boom van de tuin mogen eten?’ Eva geeft als antwoord dat zij zullen sterven als zij van de boom zouden eten. Waarop de slang (satan) als antwoord geeft: Jullie zullen niet stervende stervend zijn, enz. Let erop dat de satan niet spreekt over Jewe Alueim. Dit deed hij bewust, omdat Jewe degene was door wie God (Al) zich aan de mens openbaarde en met wie zij een relatie hadden. 250

Uit deze gedeeltes blijkt duidelijk dat de tegenstander wel degelijk wist wat Alueïm (God) had gezegd, maar dat hij de boel in de war wilde schoppen door te beweren dat Alueim (God) had gezegd dat ze van geen enkele boom mochten eten. Eva draait er ook gelijk omheen door te zeggen dat zij zullen sterven als ze van deze boom eten. Dit klopt ook niet met wat Jewe Alueïm (Here God) gezegd heeft, want zij zullen niet meteen sterven, maar het stervensproces zal zich dan gaan inzetten. De tegenstander corrigeert dat gelijk door te herhalen wat Jewe Alueïm (Here God) gezegd heeft, namelijk dat zij stervende zullen sterven. Hij heeft dus zelfs beter geluisterd dan Eva, alleen beweert hij dat dit niet het geval zal zijn. Zo weet de tegenstander heus wel wat er geschreven staat, wat je duidelijk kunt zien in Matthéüs 4:1-11. Vers 6: en de duivel zeide tegen Hem: Indien gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande U, en op de handen zullen zij U dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. Dit staat geschreven in Psalm 91:11,12. Matthéüs 4:1-11 is enorm leerzaam voor ons, want zodra de tegenstander probeert ons onderuit te halen gaan wij vaak met onze eigen gedachten proberen onder de zaak uit te komen. Dit in tegenstelling tot Jezus, die dat helemaal niet doet. Driemaal zegt Hij: Er staat geschreven, vers 4,7 en 10. Wij werken onszelf met onze eigen antwoorden alleen maar verder in de nesten, terwijl wij de tegenstander slechts kunnen pareren met onze wapenrusting, waarvan het zwaard des geestes, wat uitspraken van God zijn, wel bijna het belangrijkste onderdeel is, Efeziërs 6:17. Wat zouden wij toch op een heel andere manier kunnen reageren op de aanvallen van de tegenstander, als wij dit zwaard op de goede manier zouden hanteren, niet om aan te vallen, maar om stand te houden. Want slechts door het woord wijkt de tegenstander van ons, zoals ook bij Jezus in vers 11. Het komt hierop neer, dat de tegenstander wel de klok hoort luiden maar niet weet waar de klepel hangt. 251

Met andere woorden, hij heeft niet door dat hij door al zijn tegenwerkingen juist meewerkt om Gods plannen te verwezenlijken. Hij wilde zo graag de Zoon van God aan het kruis, dat-ie hoogstpersoonlijk in Judas voer, om er later achter te komen, dat hij een kapitale fout had gemaakt, omdat dit nu juist de verzoening voor het ganse heelal betekende. Zo is het nog steeds want met al zijn aanvallen tegen ons als lichaam van Christus bereikt hij alleen maar dat wij er sterker door uit tevoorschijn komen. Lot en lotdeel 3) Het begrip loting waardoor de gelovigen van te voren zijn aangewezen is zo belangrijk omdat er in de NBG steeds over erven, erfdeel, erfgenaam en erfenis wordt gesproken, terwijl het hier niet van toepassing is op iemand die is overleden. God is niet dood, hoewel er nu wel een programma op de televisie is dat dit beweert. In ieder geval zullen zij met dit programma niet willen aantonen dat de mensen nu recht hebben op Gods erfenis. Ook de Zoon van God is niet dood, maar zit aan de rechter(hand) van God en zal ons op Gods tijd tegemoetkomen in de lucht. Er kan dus geen sprake zijn van een erfenis en dat staat er dan ook niet. In het oude testament werd veelvuldig gebruik gemaakt van het werpen van het lot, zoals bij de verdeling van het land Kanaän, Numeri 26:55. Het ging er dan om dat God bepaalde, welke stam welk deel van Kanaän zou ontvangen om het vruchtgebruik hiervan te krijgen. De stam bestond uit een grote groep mensen en hoe groter de groep, hoe groter het lotdeel was dat zij ontvingen. Daarna werd het land door middel van het lot weer onderverdeeld in een deel voor iedere familie. In deze verdeling van het lot in het oude testament zit een soort verwijzing naar Christus en zijn gemeente, want zoals destijds een stam verdeeld was in een groep met een hoofd, maar toch één geheel vormde, zo ook wij met de Christus. 252

Dat is dan ook de reden dat er in Romeinen 8:17 staat: Indien echter kinderen, dan ook lotgenieter: inderdaad lotgenieter van God, echter ook tezamen lotgenieter met Christus. De werkelijke betekenis van klêro nomos is lot-deelhebber, maar lot-genieter vind ik wel een heel mooie vertaling. Het is alleen de vraag of wij er wel daadwerkelijk van genieten. Wij hebben geen deel aan het ons door God gegeven lot omdat wij hiervoor iets hebben gedaan, maar hebben het net als bij de stammen van Israël toegeworpen gekregen. Opmerkelijk is ook dat zelfs aan de Zoon van God hetzelfde lot is geschonken, maar met dit verschil, dat Hij het Hoofd is van Zijn lichaam en Hij natuurlijk Heer/Kurios is van de hele schepping. Maar ons lot is in Hem bepaald door God, de Vader. Het is heel goed mogelijk dat de vertalers van weleer geen raad wisten met lot en loting en dat God hiermee zou werken, want zodra er om iets anders geloot moest worden dan vertaalden ze het wel op de goede manier, zoals in Johannes 19:24. De soldaten die Jezus hadden gekruisigd vonden het zonde zijn onderkleed, wat uit één stuk geweven was, in vieren te delen en gingen er om loten, wierpen dus het lot, zodat één van de soldaten dit toeviel. Heel mooi hieraan is dat zij hiermee het schriftwoord vervulden, zoals omschreven in Psalm 22:19. De Romeinse soldaten hadden totaal geen weet van wat er geschreven stond en toch vervulden zij hiermee precies wat God had laten optekenen. De discipelen gebruikten ook de methode van loting om een plaatsvervanger van Judas aan te wijzen en gingen er volledig vanuit dat God het lot op de juiste man zou laten vallen en zeiden tegen God: Wijs gij Here, die aller harten kent, die ene aan, die Gij van deze twee hebt uitgekozen, om de plaats van deze dienst en dit apostelschap in te nemen, Handelingen 1:23-26. In Handelingen 26:18 wordt het ineens weer erfdeel genoemd terwijl er toch hetzelfde Griekse woord staat. Zoals Israël slechts een kleine groep onder alle natiën vertegenwoordigt, zo is ook het lichaam van Christus een kleine groep onder de miljoenen mensen uit de natiën. 253

Het gaat erom dat het volk Israël het lot toeviel om op de aarde een taak te gaan vervullen en degenen die tot het lichaam van Christus behoren een taak temidden der hemelingen. Er is dus niemand die zich dat kan toeëigenen door welke werken dan ook. Het lot ofwel de loting heeft dat bepaald. Aan de andere kant is het ook onmogelijk om jezelf aan dit lotdeel te onttrekken of dit lotdeel door eigen handelingen kwijt te raken. Efeziërs 1:11 In Hem (de Christus) ook zijn wij door loting aangewezen, wij die tevoren bestemd zijn in overeenstemming met het voornemen van Hem, die alles bewerkt in overeenstemming met de raad van Zijn wil, opdat wij zijn tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid. Onze loting komt niet zomaar uit de lucht vallen, zoals wij dat zouden doen, bijvoorbeeld met het aannemen van personeel, zo van: Ja, dat lijkt mij wel een geschikte vent, mogelijk een harde werker enz. en op basis van een gesprekje neem je iemand aan, maar je hebt nog geen idee hoe dit in de praktijk uitpakt. Op zo’n manier is God natuurlijk niet bezig. In dit vers staat tweemaal in overeenstemming, namelijk met Zijn voornemen en met de raad van Zijn wil. Hij kent ons door en door en krijgt met ons absoluut geen problemen, omdat Hij ons zelf gevormd heeft. Het is niet mogelijk dat wij door ons doen en laten Zijn vorming teniet kunnen doen. Hij werkt in ons leven volgens een volkomen uitgewerkt plan, opdat het zal zijn tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid. Wij denken helaas maar al te vaak dat het allemaal om ons draait, maar dat is natuurlijk niet zo! Efeziërs 1:14 Ook de geest van de belofte, de heilige, is een waarborg van onze lotgenieting en dient tot hetzelfde als in vers 11, en wel tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid. Er bestaat niets of niemand die uit zichzelf tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid kan zijn, zodat alles wat dat wel is door Hemzelf door middel van loting bewerkt wordt. Deze loting vond niet plaats toen wij gelovig werden, maar onze loting was al besloten in de Christus, omdat wij één lichaam met Hem vormen. 254

Je zou kunnen zeggen, dat wij in één lot tezamen met Christus tot een geweldige taak temidden der hemelingen besloten zijn. Dat is ook de reden dat God ons ziet als zijnde tezamen met Hem: gestorven, Romeinen 6:8 en 2 Timótheüs 2:11 begraven en opgewekt, Colossenzen 2:12 levendgemaakt, Efeziërs 2:5 en Colossenzen 2:13 en dat Hij ons tezamen met Hem een plaats temidden der hemelingen heeft gegeven. Efeziërs 1:18 Om onze lotgenieting te midden van de heiligen te kunnen begrijpen en de rijkdom van deze heerlijkheid op waarde te schatten hebben wij verlichte ogen van ons hart ontvangen, anders zouden wij er helemaal niets van begrijpen en ons niet kunnen verheugen in onze levende verwachting. Indien deze verwachting van ons lotdeel te midden der hemelingen een rol gaat spelen in ons dagelijks leven, dan gaat dit Zijn uitwerking vinden in onze wandel. Niet omdat deze door wie dan ook wordt opgelegd, maar omdat God de Vader dat vanuit ons hart oproept en je het op vrijwillige basis gaat doen zonder dat het je enige moeite kost. Het wordt een vorm van vanzelfsprekendheid. Als je het met het volk Israël gaat vergelijken dan hadden zij door loting een stuk grond gekregen om dit te gaan bewerken en te gaan genieten van het vruchtgebruik ofwel de opbrengst van hun oogst. Maar wij mogen net zo goed gaan genieten van ons lotdeel en ons nu al verheugen over het vruchtgebruik wat God ons in genade geschonken heeft. 1 Corinthiërs 15:50,51 Dit spreek ik evenwel uit broeders: vlees en bloed kunnen niet deelhebben aan het lot (lotgenieten) van het koninkrijk van God en het verderfelijke kan niet deelhebben aan het lot van de onverderfelijkheid. Zie, ik deel jullie een geheimenis mede: inderdaad zullen niet allen liggend rusten, echter allen zullen veranderd worden. Voor veel gelovigen is wat Paulus hier zegt nog steeds een geheimenis, ze zijn er ook niet mee bezig en denken als je dood gaat ga je naar de hemel en daar hebben zij ook genoeg aan. God wil echter juist dit geheimenis aan ons openbaren en als Hij dit doet dan levert dit heel veel vreugde en dankbaarheid op. 255

Het lichaam dat wij nu bezitten is van vlees en bloed en onderhevig aan verderf en kan niet functioneren in het koninkrijk Gods, zodat het veranderd moet worden. Dit maakt deel uit van het lot dat ons door loting is toegevallen. Het is de garantie dat deze verandering aan ons voltrokken zal worden en niet alleen aan ons, maar ook aan hen die ontslapen zijn ofwel liggen te rusten en tot het lichaam van de Christus behoren, zie hiervoor ook Filippenzen 3:21. Dit is nu weer zoiets waar je met volle teugen van kunt genieten, dat wij dit lot zomaar om niet ontvangen hebben. Colossenzen 1:12,13 En dankt gij met vreugde de Vader die ons bekwaam maakt naar binnenin het lotdeel van de heiligen in het licht. Die ons geborgen heeft uit de volmacht van de duisternis en verzet heeft naar binnenin het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde. Ik ben eigenlijk zo dankbaar dat jij naar het woord loting hebt gevraagd, want hiermee kom je tot de kern van onze verwachting en tot het besef van wat wij tot nu toe al bezitten, weliswaar nog niet lichamelijk maar wel geestelijk. Wij zijn immers al door God geborgen (alsof wij een zinkend schip waren) uit de macht van de duisternis en verzet naar het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. Bedenk wel dat de macht van de duisternis geen zelfstandig opererende macht is. Hij heeft van God volmacht gekregen! Als wij ons dat toch eens bewust zouden worden en hieruit gaan leven, dan zou dat ons heel veel moeite en pijn kunnen besparen. Het mooie hieraan is dat God dit op dit moment aan het bewerken is en Hij ons bekwaam maakt voor het lotdeel van de heiligen in het licht. Soms zit ik gewoon te popelen om dit lotdeel letterlijk in ontvangst te nemen. Colossenzen 3:23,24 Alles (NBG niet vertaald) wat gij ook doet, werk vanuit de ziel als voor de Here en niet voor mensen; gij weet toch, dat gij van de Here als vergoeding de lot-toedeling zult ontvangen. Dien Christus de Heer als slaaf. 256

Als mensen gaan popelen dan betekent dit dat zij het met verlangen gaan verwachten. Is die verwachting eenmaal door God, de Vader gewekt dan werkt dit vanzelf een andere wandel uit en ga je bij alles wat je ook doet je werk verrichten alsof het de Here betreft en geen mensen, omdat wij weten dat wij van de Here ons lotdeel als vergoeding zullen ontvangen. Vanuit de ziel betekent: met je hele zijn, omdat ziel al onze zintuigen omvat. Het heeft dan ook geen enkele zin om van gelovigen, jong of oud, te verlangen dat zij Christus de Heer als slaaf moeten gaan dienen als zij er totaal niet van op de hoogte worden gebracht welk lotdeel hen ten deel zal vallen. Dat er geen enkele reden bestaat om ons boven iemand te verheffen wil ik toch nog even benadrukken door te verwijzen naar Titus 3:7 waar staat dat wij gerechtvaardigd zijn door genade en daardoor lotgenieter zijn geworden in overeenstemming met de verwachting van het eonische leven. Het is toch weer mooi meegenomen dat wij dit onderwerp hebben behandeld. Dank U wel! 4) Voor gelovigen is het een van de moeilijkste facetten van het geloof om gebruik te maken van de gehele wapenrusting Gods, ook al ben je dan al heel lang gelovig en jarenlang met het woord bezig. Het is het meest verwaarloosde bijbelgedeelte terwijl het juist onze enige bescherming is in ons dagelijks leven om alles wat de tegenstander ons probeert aan te doen, te pareren en stand te houden, zelfs onder zeer moeilijke omstandigheden. Wij laten ons meeslepen, is het niet door de televisie dan toch wel door boeken, tijdschriften en alles wat ons door anderen wordt aangeboden. Maar al te vaak laten wij ons leiden door wat mensen allemaal zeggen en gaan we erop in alsof wij nog nooit van een wapenrusting hebben gehoord, hoewel wij eigenlijk wel weten dat dit de enige weg naar rust en vrede betekent. 5) De groeten heb ik gedaan en de fijne avond is gelukt en nu maar weer op naar jouw verdere reacties op brief 16 en 17. Ik hoop dat je de moed kunt opbrengen om weer met vragen te komen! Hartelijke groeten! Ruud 257

258

HOOFDSTUK 7 Onderwerpen Zegenen (vervolg) Tussendoortje over Anne Eigen geest De vrije wil 261 264 Verheerlijking op de berg, Matthéüs 17:1-13 270 Uitverkoren 276 296 306

Hallo oom Ruud, (19) 06-07-2005 1) De brieven 16,17 en 18 heb ik bestudeerd, tevens de onderwerpen vrucht dragen, vrede zij met U, genade en zegenen. Ik heb nog de volgende vragen! 2) Geen mens weet wanneer de opname precies zal plaatsvinden. Er is natuurlijk al veel over gespeculeerd. Maar, gezien de tekenen van de eindtijd (oorlogen, aardbevingen e.d.) en Jezus die zelf in Matthéüs 24:33 en 34 zegt: dat gij, als gij dit ziet, moet weten dat het nabij is en dit geslacht geenszins zal voorbij gaan voordat dit alles geschiedt, zal de opname toch geen 100 jaar meer duren, of heb ik dat verkeerd geinterpreteerd? 3) De Joden die nu in Israël de Bijbel lezen, hebben die alleen het OT? En de Messias-belijdende Joden? 4) De grote verdrukking; is dat de toorn van God, de woede van God over de mensheid? Geldt dat voor alle gerichten, zijn deze gebaseerd op toorn? Maar God Zelf heeft ons toch doelbewust als zondaren ingezet? 5) Als alle dode mensen slapen, hoe kunnen Mozes en Elia dan bij Jezus zijn op de berg? Jezus is toch de eersteling in de opstanding? 6) Als de gelovige mens zich met zijn verstand wel wil onderschikken aan de omstandigheden die God geeft, omdat God dit in deze mens bewerkt heeft, maar de mens heeft een enorme angst (zielsbeleving dus) om zich te onderschikken aan de omstandigheden (bv. bepaalde ziekten), hoe kan hij dan toch de vrede en rust bij God vinden en zijn angst overwinnen? 7) Is God bij ieder menselijk leven betrokken of alleen bij de geroepenen ofwel tevoren bestemde gelovigen die tot het lichaam behoren, omdat alleen deze gelovigen levend zijn door de Geest en de ongelovigen (zij die in het vlees zijn) in Gods ogen dood? Hoe moet ik dat begrijpen? 8) In het spoorboekje op pag. 22 wordt gesproken over de bijzondere structuren die de bijbel bevat en die geen mens kan bedenken. Weet u welke structuren hier worden bedoeld? Daar ben ik nou zo benieuwd naar! Groet, Anne 260

Hoi Anne, (19) 01-09-2005 Voor ik jouw mail van 6 juli ga beantwoorden wil ik nog even terugkomen op het onderwerp uit brief (17) dd. 7.05.2005. Zegenen (vervolg) Iemand die deel 7 van de Brieven aan Anne had ontvangen belde mij of ik ook Numeri 6:22-27 over het onderwerp ‘zegenen’ had bekeken. Dit was niet zo, zodat ik er nu nog even wat dieper op in wil gaan. Numeri 6:22-27 De Here nu sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen: Zó zult gij de Israëlieten zegenen: De Here zegene u en behoede u; De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. Zo zullen zij mijn naam op de Israëlieten leggen en Ik zal hen zegenen. Degene die mij belde had tegen haar man gezegd, moet je nou toch eens kijken, hier staat een gebed, dat uitdrukkelijk voor het volk Israël is bestemd, maar het wordt elke week door de dominee uitgesproken als een zegen voor de kerkgangers die helemaal niet tot het volk Israël behoren. Vind je dat nu niet bijzonder? Het is zo bijzonder omdat er een achtergrond voor aanwezig is. De theologie heeft immers altijd beweerd dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen, de zogenaamde vervangings-theologie. Israël zou volkomen uitgerangeerd zijn door God en geen verdere toekomst meer hebben als Gods uitverkoren volk. Dit is zo diep geworteld dat ook veel gemeentes die juist heel veel met Israël ophebben, zoals Pinkstergemeentes en evangelische gemeentes, maar ook allerlei andere gemeenschappen, weliswaar geloven dat Israël toch nog een plaats heeft in Gods plan, maar zich nog steeds rijk rekenen met de beloftes die aan het volk Israël zijn gegeven. Zo denken zij in het duizendjarig vrederijk ook priester of koning te zullen worden, hetgeen ook tot uitdrukking komt in de liederen die zij zingen. Zij hebben hiervoor een heel merkwaardige constructie bedacht, want als zij komen te overlijden, vallen zij direct in de armen van Jezus en zijn dan in de 261

hemel, terwijl zij, als het duizendjarig vrederijk begint, ineens weer hier op aarde priester of koning worden. Je zou toch zeggen dat, als je eenmaal in de hemel bent, er toch niets beters meer is en het dan toch behoorlijk armetierig wordt als je dan weer op aarde van alles en nog wat moet gaan organiseren, ook al ben je dan een koning of priester. Het zegenen en handen opleggen komt bij deze gemeentes heel veel voor, juist vanwege hun verwachting, dus in die zin zit er wel een logica in, alleen is het gebouwd op zand, een illusie, omdat zij zich de beloften voor het volk Israël hebben aangemeten. Zij zullen nooit en te nimmer een priester of koning worden want op veel plaatsen kun je lezen dat dit alleen is weggelegd voor rasechte Israëlieten. 1 Petrus 2:9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom. Dit is een aanhaling uit Exodus 19:5-6, welke verzen precies hetzelfde weergeven als die van Numeri 6 Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult. Ook Daniël 2:44 spreekt over de beloften aan het volk Israël, want aan het eind van de tijd waarin wij nu leven, zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat in de eon niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan. Er is sprake van nog maar één volk en niet van een vermenging van allerlei andere volken, waarvan wij als gelovigen uit de heidenen deel van uitmaken. Zonder het in de gaten te hebben leggen zij beloften, bestemd voor het volk Israël, op zichzelf en zijn derhalve nog steeds met de oeroude vervangingstheologie bezig. In- en intriest en een reden voor ons om niet de mens te veroordelen, maar te bedenken dat de tegenstander goede zaken heeft gedaan en ze te gedenken tijdens ons gebed (wel-hebben). In Jesaja wordt heel wat keren gesproken over het feit dat in de toekomst de Here zijn aangezicht over hen zal doen lichten en hen genadig zal zijn en het volk Israël dit licht ook zal verspreiden. 42:6 De Here heeft dit volk gesteld tot een licht voor de natiën 58:10 In de duisternis zal uw licht opgaan 262

60:1 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de Heerlijkheid des Heren gaat over u op 60:3 Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang 60:20 Want de Here zal u zijn tot een eonisch licht Zij hebben het Licht der wereld, de Zoon van God, afgewezen, maar dat wil niet zeggen, dat God de profetieën aan hen niet gestand zal doen. Degenen die geroepen zijn tot het lichaam van Christus hebben echter niets van doen met de beloften die aan Israël zijn gedaan en dus ook niet met het gebed uit Numeri 6. Waar wij echter wel mee te maken hebben is wat er staat geschreven in 2 Corinthiërs 4:6,7 vers 6 Want de God, die gesproken heeft: Licht straalt uit de duisternis, welke straalt in onze harten ten behoeve van de lichtglans van de kennis van de Heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. vers 7 Wij hebben deze schat echter in een aarden instrument opdat de bovenmatige kracht van God is en niet uit ons is. God laat ons niet vragen om wat voor Israël bestemd is en het volk Israël wil voorlopig helemaal niets met het licht der wereld, Jezus de Zoon van God, te maken hebben zodat het voor hun nog toekomstmuziek is voor zij een licht voor de wereld zullen zijn. Het licht dat God ons geeft in het aangezicht van Christus straalt nu al in onze harten en fungeert als een bovenmatige kracht van God in ons leven. Wij zijn ons dat echter vaak niet bewust, zodat het ook niet kan functioneren in ons leven. Wij zijn niet voor Israël in de plaats gekomen, ik zou haast zeggen: gelukkig niet, want onze roeping is van een veel hogere orde. Want de zegen die voor Israël bestemd is, is voor ons al een werkelijkheid. Het licht straalt al in onze harten en dat is dan ook de reden dat deze zegen niet over ons uitgesproken dient te worden. In mijn bijbel heb ik destijds bij dit tekstgedeelte de aantekening Numeri 6:25 gezet, maar ik zou toch zeker willen verwijzen naar wat onder de perikoop wordt aangegeven, namelijk Genesis 1:3 en wel om de reden, dat 263

nog voor God de woorden sprak: Er zij licht en het werd licht, wij al besloten waren in het Licht der wereld, ofwel de Zoon van God! Ik zou wel tegen iedereen willen zeggen: Stop nu eens even, leun achterover en laat deze laatste zin een kwartiertje tot je doordringen om te ontdekken welke enorme zegen God ons heeft doen toekomen. Overdacht? Lees dan nu eens Filippenzen 2:14,15, waar staat: Doet alles los van gemor en doorredeneringen, opdat gij onberispelijk en zonder arglist wordt (proces), kinderen van God zonder smet temidden van een kromme en verdraaiende generatie in welke gij zichtbaar wordt (proces) als een lichtbron in de wereld! Hoe kunnen wij ooit tot een lichtbron zijn als wij overal over lopen te mopperen en door blijven gaan met allerlei doorredeneringen? Wat heeft de wereld nou aan een lichtbron die onzichtbaar is en wordt verduisterd door ons doen en laten? Het Griekse woordje is phõstêr, wij zijn dus een poster, maar zouden er mensen zijn die ons in hun kamer zouden willen ophangen, of zijn wij een poster die niet om aan te zien is? Vooralsnog een hoop stof tot nadenken en dat door één telefoontje, mooi toch? Dit wilde ik je beslist niet onthouden! Tussendoortje over Anne Er kwam een vriendin naar ons toe die vroeg: Hoe ben je toch aan de naam Anne gekomen? Ik antwoordde hierop dat wij een naam hebben gezocht die in de gemeente niet voorkomt zodat niemand zal denken dat het aan haar gericht zou zijn. Achteraf blijkt er toch een Anne te zijn, maar ik had dit zoals velen met mij verbasterd tot An! Hoezo? vroeg ik. Heb je weleens aan de bijbelse betekenis van Anne gedacht? Nee dat heb ik niet! Maar het is een schitterende betekenis, want het is afgeleid van Johannes/ Hanna wat vanuit het Hebreeuws betekent: Ieue is genadig/genade! Anne betekent dus Ieue is genadig/genade! 264

Nou een mooiere naam hadden wij dus niet kunnen bedenken en onbewust hebben wij een naam met die betekenis gekozen van wat wij nu juist zo graag aan mensen bekend willen maken! IEUE IS GENADIG! Een genade zo groot dat het niet alleen geldt voor alle mensen, maar zelfs voor al Gods schepselen. Een overweldigende genade tot redding van het ganse heelal, niemand uitgezonderd! Genade is liefde in actie en als dat geen vreugde bewerkt dan hebben wij nog niets begrepen van Zijn liefde en Zijn genade! Verder naar jouw brief (19) van 6 juli 2005 1) Nu dan de beantwoording op jouw vragen die er nog waren over de brieven 16-18 enz. 2) Matthéüs 24:32-34 zijn teksten waarover al veel gespeculeerd is omdat hier over een geslacht gesproken wordt. Laten we eerst maar eens kijken hoe het wordt als je het meer vanuit de grondtekst vertaalt. vers 32 Leert dan van de vijgenboom de gelijkenis: Als zijn twijgen week worden en bladeren uitspruiten dan herkennen jullie daaraan dat de zomer nabij is. vers 33 Zo ook jullie: Als jullie dit alles zien herken dan daaraan dat Hij nabij is, aan de deur. vers 34 Waarlijk, Ik zeg jullie: In geen geval zal deze generatie vergaan, tot dit alles is geschiedt. In vers 32 gaat het om een gelijkenis, Grieks para bolê, met als grondbetekenis naast/langsbij werpen. Dit is een zinnebeeldig verhaal wat naast de werkelijkheid wordt verhaald om iets duidelijk te maken, ook wel parabel genoemd. Gelijkenissen komen veelvuldig voor in de evangeliën, denk aan de rijke man en de arme Lazarus, de verloren zoon, enz. 265

Laten we ook even kijken in Lucas 13:6, waar het gaat over een vijgenboom die geen vrucht draagt evenals in Matthéüs 21:19-21. De vijgenboom staat voor het volk Israël en heeft te maken met hun geestelijke gesteldheid. Hosea 9:10 Als druiven in de woestijn vond Ik Israël; als vroege vijgen, als eerste opbrengst aan de vijgenboom, zag Ik uw vaderen. Maar het Israël uit die tijd ging de Baäl achterna, zodat ze er geestelijk slecht voor stonden. Veel groeperingen zien een samenhang in het ontstaan van de staat Israël met het week worden van de twijgen en het uitspruiten van de bladeren, ze beginnen derhalve vanaf die tijd te rekenen met het aantal jaren van een geslacht. Deze methode is al heel vaak bijgesteld, want een geslacht met een tijdsbestek van 30, 40 of 50 jaar klopt inmiddels al niet meer, want dan kwam je uit in de jaren 1978, 1988 en 1998. Wij kunnen nu wel gaan uitkijken naar 2008, maar is dit nu wel reëel? Als je de leeftijd van een geslacht zou willen bepalen dan kun je het beste kijken naar Matthéüs 1:17 omdat hier over driemaal 14 geslachten wordt gesproken en wel vanaf Abraham tot de Christus, in totaal 42 geslachten. Dit komt per geslacht ongeveer op 47,5 jaar uit (2000:42). Maar ook met dit aantal jaren gerekend vanaf 1948 kom je er niet uit. Als je het woord geslacht opzoekt in de van Dale dan betekent het woord: de gezamenlijke personen die uit een gemeenschappelijke stamvader zijn voortgekomen. Vandaar natuurlijk ook het woord geslachtsregister. Het Griekse woord genea wat met generatie is vertaald heeft als grondbetekenis geworden, dus ook hiermee kom je niet veel verder. Een generatie is een groep mensen van ongeveer dezelfde leeftijd. Bij de geboorte van een kind begint er een nieuwe generatie. Dus ook dit is geen uitgangspunt om te rekenen vanaf het ontstaan van de staat Israël in 1948. Als een generatie 70 of 80 jaar zou zijn dan krijg je weer een heel andere berekening, zodat wij het beter aan God de Vader kunnen overlaten wanneer het tijdstip is aangebroken van het begin van het Koninkrijk der hemelen. Omdat het over een gelijkenis gaat, zou je dus veel meer moeten letten op de geestelijke vooruitgang van het volk Israël en in die zin was voor mij het 266

gedrag van de orthodoxe Joden, die met strenge vasthoudendheid bezit namen van het aan Israël beloofde land, meer een aanleiding om te herkennen dat Hij (NBG het) nabij is, voor de deur. Temeer omdat hier voor deur in het Grieks thura staat en zei Jezus zelf niet: Ik ben de deur der schapen, Johannes 10:1,2,7 en 9. Het woordje het in de NBG is daarom wel een heel slechte vertaling. De orthodoxe Joden geloven dat hun Messias nog moet komen en gaan uit van hetgeen geschreven staat in Jozua 14:9 Daarom heeft Mozes te dien dage gezworen: voorzeker zal het land, dat uw voet betreden heeft, voor altijd het erfdeel van u en uw zonen zijn, omdat gij volkomen trouw gebleven zijt aan de Here, mijn God. De regering van Israël heeft onlangs de orthodoxe Joden, die het realiseren van hun nederzettingen gebaseerd hebben op bovenstaande belofte, verwijderd waarbij je kon zien hoe de rabbijnen hierbij stevig hun Thora omkneld hielden alsof ze wilden zeggen: wij blijven staan op de beloften van God, de Almachtige! Hoewel voor mij onbegrijpelijk kan het niet anders dan passen in Gods plan. Zelf had ik eerder verwacht dat de Palestijnen hen uit dit gebied zouden hebben verdreven, waardoor zij in benauwdheid zouden zijn gekomen. Gods plannen zijn in die zin voor mij te wonderbaar, dat ik niet anders kan doen dan uitzien naar de komst van Zijn Zoon en als het spoedig kan, graag! Ik verwacht Hem iedere dag en kijk regelmatig naar boven met in mijn gedachte een groot vraagteken waarmee ik bedoel: Vader kunnen we Uw Zoon al tegemoet? Soms zeg ik weleens tegen mede-gelovigen: Tjonge ik begin toch een beetje ongeduldig te worden en jij? Ze lachen dan maar een beetje. Dus honderd jaar is voor mij absoluut uitgesloten! 3) De orthodoxe Joden, maar ook de seculiere Joden gebruiken het oude testament, hoewel bijvoorbeeld rabbijnen zich heus wel hebben verdiept in het nieuwe testament maar dit zullen zij niet erkennen, want dan zou Jezus van Nazareth toch nog de Messias zijn en dat is voor hen onverteerbaar. Wonderlijk is en blijft het dat zij in Zacharia 12:10 kunnen lezen dat zij Hem zullen aanschouwen die zij doorstoken hebben. Nota bene hun eigen verbondsgod Ieue, onze Heer, en dan nog al die verwijzingen die in de Psalmen staan. 267

Zij kunnen dit dan ook pas verstaan als God hen de ogen hiervoor opent. De Messias-belijdende Joden lezen het oude testament alsook het nieuwe testament, waarbij ik mij wel eens afvraag wat zij nu van de tekst Matthéüs 24:32-34 vinden. 4) Het is wel apart dat je spreekt over de woede van God, omdat wij mensen soms niet alleen ontzettend woedend kunnen zijn op andere mensen die ons wat hebben aangedaan, maar ook woedend kunnen zijn op God omdat Hij niet gehandeld heeft naar wat wij gevraagd hebben wat Hij volgens ons had moeten doen. Je kent het wel: Is dat nou de God van Liefde? enz. enz. Woede komt in het nieuwe testament maar tweemaal voor en wel in Handelingen 8:3 waar staat dat: de woede van Saulus mateloos was tegen de uitgeroepen gemeente, waar hij mannen en vrouwen wegsleepte naar de gevangenis. En in Handelingen 26:11 waar Paulus tegen koning Agrippa over zijn handelen en zijn buitensporige woede vertelt. Woede is in het Grieks afgeleid van razen en heeft te maken met buiten zinnen zijn. Dit komt voor in Johannes 10:20 waar de Joden zeiden dat Jezus een demon had en buiten zinnen was (NBG bezeten was en waanzinnig). Dit was echter een menselijke conclusie en buiten de waarheid. Verder komt het nog een paar keer voor, maar hier hoeven wij niet verder over uit te weiden. Het komt erop neer dat woede een menselijke vorm van gevoelsuiting betreft en niet van toepassing is op God die zich echt niet laat leiden door gevoelens, maar handelt volgens Zijn eigen plan der eonen. Gods toorn komt voort uit Zijn Liefde en is noodzakelijk om tot Zijn doel te komen en uiteindelijk Vader te worden van al Zijn schepselen en heeft helemaal niets te maken met een straf voor wat mensen elkaar allemaal hebben aangedaan. Het is een middel om al Zijn schepselen uiteindelijk aan Zijn Vaderhart te kunnen drukken. Jij praat nu over iets wat bijna volkomen onbekend is, zeker bij ongelovigen, maar ook bij bijna alle gelovigen. De mens heeft er geen idee van ingezet te zijn, zeg het maar eens tegen een gelovige. 268

De mens handelt naar eigen goeddunken, verdraait het woord van God, gebruikt het tot het voeren van oorlogen, maakt atoombommen en kernraketten en denkt de wereld als gelovige naar zijn hand te zetten. Verknoeit het milieu, laat na voedsel aan arme landen te verschaffen. 600 miljoen mensen worden bedreigd door de dood en nog wordt er niets gedaan, enz. Vandaag las ik nog in de krant dat dominee Pat Robertson, een bekende televisiedominee, vindt dat de Venezolaanse president Hugo Chávez vermoord moet worden en weet je waarom? Omdat het een stuk goedkoper is dan een nieuwe oorlog van 200 miljard dollar! Al deze gruwelijke misstanden en de uitspraak van een wereldbekende televisiedominee die kennelijk nog nooit iets gelezen heeft over het feit dat Gods woord zegt je vijanden lief te hebben, moeten wel door Gods liefdevolle toorn terecht gebracht worden. Zelfs na vele gerichten willen de mensen nog niet gaan geloven, zie Openbaring 16:9 en 11. Het kan niet anders dan door ellende heen opgelost worden. Wij zijn geneigd om Gods toorn te vergelijken met onze menselijke toorn, wat is gebaseerd op woede als het niet gaat zoals wij willen, vandaar ook alle zinloos geweld wat voortkomt uit het feit dat de ander niet doet wat jij hem voorhoudt. Een paar messteken en klaar is kees. Vergis je niet dat er in ieder mens een moordenaar schuilt. Kort geleden sprak ik nog een gelovige man van mijn leeftijd wiens vader in de oorlog door de Duitsers werd gefusilleerd, zomaar opgepakt met wel achthonderd anderen, omdat het verzet iets gedaan had wat de Duitsers niet zinde. Razend was hij, kon bijna niet op zijn stoel blijven zitten en zei dat als hij niet te jong was geweest om een vuurwapen te hanteren, hij die Duitsers kapot had geschoten. Je zou haast, om bij het onderwerp te blijven, kunnen zeggen dat hij na al die jaren nog als het ware buiten zinnen raakte van woede. En dan God ook nog de Redder van alle mensen, ben je stapelgek geworden, man? Zijn vrouw vroeg hoe ik dat dan zag, waarop ik antwoordde of het nu wel verstandig was hierover door te gaan, doch zij wilde het per se weten. 269

Volgens mij zou jouw man dankbaar moeten zijn dat God hem heeft bewaard om ook tot een moordenaar te worden en dat hij misschien toch wel eens gelezen had, dat God vraagt om je vijanden lief te hebben enz. enz. Waarna hij zich verontschuldigde dat hij zo was uitgevallen wat eigenlijk nooit voorkwam, en dat hij toch wel blij met ons was omdat hij zichzelf mocht zijn en deze dingen eens kon uitspreken. Onze toorn komt vaak voort uit ons rechtvaardigheidsgevoel en ons denken aan oog om oog, tand om tand, maar het evangelie spreekt van Gods Liefde voor álle mensen en dat mogen wij Hem nadoen. Dit neemt echter niet weg dat God van deze toorn gebruik moet maken om alle mensen op Hem te richten en dat is de kern van Zijn toorn. 5) Hoe komen Mozes en Elia bij Jezus op de berg? Weet je, jij zet mij telkens weer behoorlijk aan het werk en dat is ook precies waar ik op zit te wachten, omdat ik dan genoodzaakt ben om mij er weer in te verdiepen en dit altijd weer heel veel zegen teweegbrengt. Verheerlijking op de berg Matthéüs 17:1-13 Soms denk ik weleens dat ik jou teveel opscheep met Griekse woorden, maar je ontkomt er gewoon niet aan en dat blijkt ook weer uit deze vraag. Het gaat om twee woorden: Optasia: verschijning, komt van optomai zien/verschijnen Horama: gezicht, komt van horaõ zien Bij een verschijning optasia gaat het om het daadwerkelijk zien van de fysieke aanwezigheid van de Zoon van God of een hemelse bode. Je zou kunnen zeggen dat je hem actief ziet. Een gezicht horama is iets wat je passief ziet en heeft vaak te maken met de toekomst. Verschijning Lucas 1:5-25 vers 11 Bij de aankondiging van de geboorte van Johannes aan Zacharias verscheen een boodschapper van de Heer, staande aan de rechterzijde van het reukofferaltaar. 270

vers 19 En de boodschapper antwoordde en zeide tot Zacharias: Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta en ik ben uitgezonden om tot u te spreken enz. vers 22 Zacharias kon niet spreken tegen het volk en zij begrepen dat hij in de tempel een verschijning/optasia (NBG gezicht) gezien had. Lucas 24:23 Enkele vrouwen zijn toen komen zeggen dat zij ook een verschijning/optasia gezien hadden, zie Lucas 24:1-12. Handelingen 26:19 Daarom, koning Agrippa, ben ik deze hemelse verschijning/optasia niet ongehoorzaam geweest, zie hiervoor Handelingen 9:3 waar het gaat over de verschijning van de Zoon van God in Zijn verheerlijkte Lichaam, door welk licht Saulus blind werd. Ananias bevestigt dit ook in 9:17 met de woorden: die u verschenen/optomai is op de weg, waarlangs gij gekomen zijt. 2 Corinthiërs 12:1 Er moet geroemd worden; het dient wel tot niets, maar ik zal komen op verschijningen/ optasia en openbaringen des Heren. Dit zijn alle teksten waar het woord optasia/verschijning voorkomt en waaruit blijkt dat het gaat om de daadwerkelijke aanwezigheid van de Zoon of van boodschappers in tegenstelling tot het woord horama waarbij dit niet het geval is. Gezicht Handelingen 16:9,10 Paulus kreeg in de nacht een gezicht/horama, er stond een Macedonisch man die hem toeriep: Steek over naar Macedonië en help ons. Het is duidelijk dat de man niet fysiek aanwezig was en te ver weg om hem daadwerkelijk te kunnen zien. Toen Paulus het gezicht/horama gezien had, zocht hij dadelijk gelegenheid om naar Macedonië te vertrekken. Handelingen 9:10 en 12 vers 10 Ananias kreeg een gezicht/horama en opdracht naar Saulus te gaan. 271

vers 12 Saulus was in gebed en hij heeft in een gezicht/horama een man, genaamd Ananias, zien binnenkomen en hem de handen zien opleggen, opdat hij weer zien kon. In beide gevallen is geen sprake van de fysieke aanwezigheid van beide mannen in het gezicht/horama dat zij kregen. Handelingen 10:3 Cornelius, die geregeld tot God bad, zag in een gezicht/horama, omstreeks het negende uur van de dag, duidelijk een boodschapper van God bij zich binnenkomen en tot hem zeggen: Cornelius! enz. Bij deze verslaggeving lijkt het erop dat er wel degelijk sprake is van een fysieke verschijning van de boodschapper, maar toch is dit geenszins het geval, want even verderop wordt dit door een ander gezicht/horama tegengesproken. Handelingen 10:9-23 vers 10-14 Petrus geraakte in zinsverrukking en zag de hemel geopend en een voorwerp nederdalen in de vorm van een groot laken dat gevuld bleek met onreine en onheilige dieren, die hij niet wilde eten. Het gaat er nu even niet om deze geschiedenis te verklaren, maar om duidelijk te maken dat dit niet om een daadwerkelijke verschijning van een laken met dieren ging maar om een gezicht/horama. Handelingen 10:17 en 19 Petrus bevestigt dit dan ook in deze verzen door tweemaal te spreken over een gezicht/horama. Handelingen 11:5 Hier vertelt Petrus aan de apostelen en de broeders dat hij in de stad Joppe in gebed en in zinsverrukking een gezicht/horama zag. Handelingen 12:6-11 Dit is echt een heel mooi gedeelte want hier was Petrus in eerste instantie in de veronderstelling dat hij niet echt uit de gevangenis door middel van een boodschapper bevrijd werd, maar meende dat het om een gezicht/horama ging en het dus geen werkelijkheid betrof. In vers 11 schrijft hij dan dat de Here zijn boodschapper uitgezonden heeft om hem uit de hand van Herodes te rukken. 272

Hij moest zijn mening bijstellen, van een gezicht/horama naar een echte fysieke verschijning/optasia van een boodschapper. Handelingen 18:9 En de Here zeide in de nacht door een gezicht/horama tot Paulus: Wees niet bevreesd. Het verschil tussen een verschijning en een gezicht is denk ik nu wel een stuk duidelijker, zodat wij over kunnen gaan naar: Matthéüs 17:1-13 Alleen vers 9 behoeft nog maar verdere uitleg om tot de conclusie te komen waar het hier over gaat, omdat er het volgende geschreven staat: En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: Vertelt niemand dit gezicht/horama, voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt. Jezus zegt dus zelf dat het om een gezicht/horama gaat en niet om de daadwerkelijke of fysieke aanwezigheid van Mozes en Elia. In vers 8 staat ook: Toen zij hun ogen opsloegen. Dit betekent dat zij of hun ogen gesloten hadden of tijdens deze gebeurtenis naar de grond gekeken hebben, want ineens zagen zij alleen Jezus nog. Mogelijk wel een ingewikkelde studie om uiteindelijk jouw vraag te kunnen beantwoorden. 6) Elk mens en ook de gelovige mens is wel eens ergens bang voor, hoewel je dit niet vaak iemand hoort uitspreken. En toch zegt Paulus in Filippenzen 4:5 De Here is nabij en laat niemand bezorgd zijn en in vers 7 dat de vrede Gods, die superieur is aan alle denkzin onze harten en het effect van onze denkzin verzekerd zal bewaren in Christus Jezus. Het is de mens eigen om zich overal druk en bezorgd over te maken. Op heel wat momenten dat ik in paniek was of de slaap niet kon vatten vanwege de ernstige situatie waarin onze kleinkinderen, of medegelovigen, zich bevonden heeft God het effect van mijn denkzin verzekerd bewaard. De reden waarom ik hier het woord effect van mijn denkzin gebruik, is omdat dit ook de grondbetekenis is van het woord gedachten van vers 7 en omdat het door de NBG gebruikte woord verstand in het Grieks ook denkzin betekent. 273

Kijk, onze denkzin gaat op de loop met allerlei situaties in ons leven en door alleen al ergens aan te denken kan er soms al een behoorlijke angst ontstaan, terwijl er eigenlijk nog niets aan de hand is. Het denkzin-effect is dus het resultaat van wat onze denkzin (zintuig) allemaal heeft overdacht en waarmee wij ons hebben laten meeslepen. Het verzekerd bewaren in Christus Jezus kan alleen als God dit in ons bewerkt en is in iedere omstandigheid van ons leven een noodzaak en kan slechts functioneren door Gods woord. Daarom is het zaak dat wij beginnen met te lezen in vers 4! Verheug je in de Here altijd en wederom zal ik zeggen: verheug je! Hier ligt meestal het probleem want hoe kun je je nu verheugen als je barst van de angsten? En toch is het mogelijk want als je je gaat realiseren, dat Hij nabij is en je dus niet bezorgd hoeft te zijn, je de situatie aanvaardt uit Zijn hand en je zeker weet dat het past in Zijn plan met jouw en andermans leven en dat alles samenwerkt ten goede omdat je God liefhebt, dan kan dit toch vreugde oproepen. Niet voor niets herhaalt Paulus in één zinnetje tweemaal het woord verheugen. Het gaat natuurlijk niet om het woord verheugen op zich, ook al weet je nu dat Paulus ons daartoe aanspoort, maar het gaat om een innerlijk verheugd zijn op basis van hartekennis van hoe Gods Liefde en Zijn medelijden in al onze situaties werkt. Dit is niet zomaar kennis van wat je hebt geleerd, maar je zou kunnen spreken van een doorleefde kennis, waarmee ik wil zeggen dat je door ervaring in genade hebt mogen leren alles uit Zijn Hand te aanvaarden als het beste wat je had kunnen overkomen! Dit bewerkt, dat je jezelf toch in de door God gegeven omstandigheden kunt verheugen en dat het proces in gang wordt gezet dat je denkzin verzekerd wordt bewaard in Christus Jezus. Het is haast onmogelijk om je alleen met je verstand te onderschikken aan de door God gegeven omstandigheden. Door ons verstand weten wij weliswaar dat het het beste is, maar het hart bepaalt of wij dit ook op vrijwillige basis en met volle overgave willen doen. Angst wordt veroorzaakt door onze zintuigen, door ons gevoel en door wat we zien of wat wij ooit hebben meegemaakt. 274

Het kan ook met leeftijd te maken hebben want wat ik vroeger durfde, van het ene balkon via de buitenkant van een flat naar een ander balkon klimmen, zou ik nu voor geen goud meer willen doen. Ik hield er trouwens mee op, toen ik mijn kinderen dat ook zag doen en het er behoorlijk benauwd van kreeg. Je kunt je ook verre houden van dingen waarvan je weet dat die je beangstigen. Ben je bang voor vliegen, dan ga je niet in een vliegtuig zitten. Ben je bang voor honden of katten, dan ga je er vanzelf geen nemen. Petrus zei tegen Jezus: Here, als Gij het zijt, beveel mij dan om tot U te komen over het water. En Hij zeide: Kom! Petrus deed het, maar toen hij naar de omstandigheden ging kijken sloeg zijn denkzin op hol waardoor hij begon te zinken. Jezus zegt dan: Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? Toen Jezus eenmaal aan boord was werd het weer rustig, Matthéüs 14:28-33. In ons allen huist hetzelfde als in Petrus, wij geloven God op Zijn woord en dat is natuurlijk geweldig, maar toch, als wij naar onze door God gegeven omstandigheden gaan zitten kijken, dan worden wij hierdoor weer beïnvloed en net als Petrus zeer bevreesd en zakken van lieverlee naar beneden. Laten wij Gods woord weer aan boord dan wordt het weer rustiger! Trouwens het woord angst komt in de brieven van Paulus niet voor. Wel vrees in de zin van vrees hebben voor de overheid als je verkeerd gehandeld hebt. Als het echter gaat om vrees voor God dan wordt er eerbied bedoeld. Is het nu zo dat dit bij iedereen op dezelfde manier werkt? Absoluut niet! Kun je de ander iets (wat dan ook) kwalijk nemen? Absoluut niet! Kun je medelijden? Natuurlijk! Kun je de ander bij God, de Vader gedenken? Vanzelfsprekend! 7) Het dood zijn voor God betekent niets anders dan dat een mens geen relatie heeft met God, ofwel niet is ingegaan op de door Hem aangeboden verzoening. 275

God is echter betrokken bij ieder menselijk leven omdat zowel de gelovige als de ongelovige Zijn geest hebben ontvangen. Zonder dat kan geen mens bestaan. Bovendien is ieder mens een instrument in Gods hand of hij zich er van bewust is of niet. 8) Ja, ik heb er wel eens over gehoord en er ook wel eens een studie in gevolgd en aan dit antwoord kan je gelijk afleiden dat ik mij er niet echt in heb verdiept. Ik merk wel eens in predikaties dat er gebruik van wordt gemaakt, omdat ze dan over een bepaald tekstgedeelte spreken. Voor zover ik weet heeft Bullinger de structuur in de bijbel ontdekt, in ieder geval zet hij bij ieder hoofdstuk in ‘The Companion Bible’ een overzicht hiervan zowel in het oude testament als het nieuwe testament. Op de laatste aanpassing van de site van Eben-Haëzer zag ik dat je van een aantal brieven van Paulus de structuur kunt bekijken. Helaas kan ik je er verder niet veel over vertellen, omdat ik er tot nu toe weinig gebruik van heb gemaakt, dit ook omdat ik niet met een bepaalde brief of gedeelte hiervan bezig ben. En dan nu het onderwerp: Uitverkoren In de belijdenis des geloofs staat onder art. 16 het volgende: God is Barmhartig en Rechtvaardig. Barmhartig: doordien dat Hij uit deze verderfenis trekt en verlost degenen, die Hij in zijn eeuwigen en onveranderlijken raad, uit enkel goedertierenheid, uitverkoren heeft in Jezus Christus, onzen Heere, zonder enige aanmerking hunner werken. Rechtvaardig: doordien Hij de anderen laat in hun val en verderf, waar zij zichzelf in geworpen hebben. Gods barmhartigheid zou er dan in bestaan, dat Hij de werken van de uitverkoren gelovigen, die zichzelf in hun val en verderf geworpen hebben niet in aanmerking neemt en hen verlost en zijn rechtvaardigheid dat Hij de overige mensen, die zich in dezelfde val en verderf geworpen hebben, niet verlost, maar hen daarin laat! 276

In de Dordtse Leerregels Hoofdstuk 1: Van de Goddelijke Verkiezing en Verwerping staan, als het gaat over Gods uitverkiezing, heel veel teksten die wij normaal gesproken ook gebruiken en daar zou je niet zoveel tegen in kunnen brengen. Doch als het gaat om degenen die verworpen worden kom je allerlei tegenstrijdigheden tegen. Art. 15 van hoofdstuk 1 bevat onder andere het volgende: Maar sommigen zijn niet verkoren, of in Gods eeuwige Verkiezing voorbijgegaan, namelijk die, welke God naar zijn gans vrij, rechtvaardig, onberispelijk en onveranderlijk welbehagen besloten heeft in de gemene ellende te laten, in dewelke zij zichzelf door hun eigen schuld hebben gestort en met het zaligmakend geloof en de genade der bekering niet te begiftigen. Aan de ene kant heeft God in Zijn welbehagen besloten mensen in de gemene ellende te laten zitten en aan de andere kant is het hun eigen schuld dat ze in de gemene ellende terecht zijn gekomen. Een stukje verder staat dan tot verklaring van zijn gerechtigheid dat de ongelovigen verdoemd en eeuwiglijk gestraft worden. Het komt er dan op neer dat degenen die uitverkoren zijn om te gaan geloven, eeuwiglijk zullen leven en degenen die niet uitverkoren zijn, door eigen schuld eeuwiglijk verdoemd en gestraft zullen worden. Nu zul je zeggen, wat hebben wij nog van doen met deze geschriften uit de jaren 1618 en 1619? Heel veel, want bijna in alle kerken en geloofsgemeenschappen, geldt nog steeds dat verreweg het grootste gedeelte van Gods schepselen voor eeuwiglijk verdoemd wordt als zij niet geloven. Ongetwijfeld komt een ieder van ons mensen tegen die zeggen: Ja, maar je kunt zelf kiezen. Slechts een paar dagen geleden werd dit nog tegen mij gezegd. Er is dus totaal niets veranderd in al die eeuwen, nog steeds viert het eigen schuld als men niet gelooft, de boventoon. Doch als men zelf tot geloof gekomen is, noemt men het genade. De begrippen genade en eigen schuld zitten zo vastgeroest bij de gelovigen, evenals het voor eeuwig gered zijn of het voor eeuwig verloren gaan, dat deze gewoon niet meer uit te roeien zijn. Wij zijn vanzelfsprekend ook niet in staat om hier verder veel aan te doen, behalve dan het goede bericht te verspreiden dat God tot Zijn doel komt, niet alleen met alle mensen, maar zelfs met Zijn gehele schepping. 277

Het uitverkoren zijn geldt voor al Gods schepselen, echter niet in betrekking tot eeuwig leven of tot eeuwige verdoemenis, maar tot dienstbetoon. Laten wij maar eens kijken in Romeinen 9:11-25. vers 11-13 Want toen de kinderen (van Rebekka) nog niet geboren waren en goed noch kwaad bedreven hadden – opdat in overeenstemming met de uitverkiezing het voornemen (pro thesis: voor-plaatsing) van God zou blijven, niet uit werken maar uit het roepen, werd tot haar gezegd dat de grotere de inferieure zou slaven, zoals geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik echter gehaat (meer naar het Grieks). Hoewel ik toch al verschillende keren met dit schriftgedeelte bezig ben geweest kwam ik er nu voor het eerst achter dat hier niet wordt gezegd: de oudste zal de jongste slaven, maar de grotere de inferieure. Dit is toch wel even iets om bij stil te staan. Je zult je toch wel twee keer bedenken voor je het woord inferieur in de bijbel zet en zo hebben ze daar destijds natuurlijk ook over gedacht. Maar het is al zo vaak gebleken, dat God geen problemen heeft met het benoemen van zaken waar wij voor terug zouden schrikken. God heeft dus de grotere gehaat en de inferieure liefgehad. Hoe is het mogelijk, want bij ons gaat dat precies andersom. Wij adoreren de grote, sterke en alles kunnende man en verafschuwen miezerige ventjes die tot niets in staat zijn, de boel beduvelen, gemeen en sluw zijn. Wat hebben wij toch een machtig God, die ook ons liefheeft, hoe inferieur wij ook zijn! Ik moest eigenlijk meteen denken aan Paulus, die zich geringer dan de geringste ofwel meer dan de meest inferieure noemt in Efeziërs 3:8 en in 1 Corinthiërs 15:9 de geringste (meest inferieure) apostel. Inferieur betekent volgens van Dale onder andere minderwaardig of van inferieure kwaliteit. Voor mijzelf betekent het dat ik ook wel eens denk dat ik het niet waardig ben om tot het zoonschap te zijn geroepen. Maar het gaat er nu juist niet om wat ik er van vind of denk, maar om Hem Die zelfs de meest minderwaardige roept tot de hoogst mogelijke taak, temidden der hemelingen. Dit was even een uitstapje, maar we gaan gauw terug naar de essentie van waar wij mee bezig waren en dat is hoe het zit met uitverkoren zijn. 278

Voordat Ezau en Jakob werden geboren en goed noch kwaad hadden gedaan, had God Ezau naar Zijn voornemen uitverkoren om Jakob te dienen en werd Jakob naar ditzelfde voornemen uitverkoren om de eerste zegen van Isaäk te ontvangen, hetgeen hij wel op een heel minder-waardige manier heeft bereikt. Hoewel ik moet toegeven, dat ook Isaäk een dubieuze rol speelde want hij ging tegen Gods belofte in, omdat hij liever Ezau het eerstgeboorterecht wilde geven en hem zegenen. Hij zag niets in Jakob en verkoos Ezau, de grotere en sterkere, degene die hem wild ofwel lekker te eten gaf, Genesis 27:1-40. Al het menselijke gedoe buiten beschouwing gelaten gaat het er hier om dat zowel Ezau als Jakob voor een bepaalde taak werden uitverkoren en niet om het verkrijgen van eeuwig leven of eeuwige verdoemenis. Je zou het zo kunnen zeggen: Ezau werd uitverkoren tot een dienende taak en Jakob werd uitverkoren tot een heersende taak, niets meer en niets minder! vers 14 Wat zullen wij dan zeggen: Zou er ongerechtigheid zijn bij God? Volstrekt niet! vers 15,16 In deze verzen komt heel duidelijk naar voren, dat God uitmaakt wat Hij met zijn schepselen doet en dat het zelfs totaal niets uitmaakt of je wilt of niet, loopt te rennen of niet. Er is van de mens uit geen enkele keuze, net zomin als Ezau en Jakob voor hun geboorte daartoe in staat waren. Ook na hun geboorte konden ze dat niet, hoewel je door alle slimmigheidjes van Jakob wel zou kunnen denken dat zij zelf hun lot bepaalden, maar dat is dan ook onze gedachte en niet die van God. vers 17 Farao kon echt niet zelf beslissen of hij het volk Israël wilde laten gaan of niet, want God heeft hem speciaal voor dit doel laten verwekken (NBG doen opstaan). Het was dus niet de eigen vrije keuze van Farao om tegen het volk Israël tekeer te gaan. Hij kon niet zomaar ingaan tegen God die hem liet verwekken en zijn taak voor zijn geboorte had bepaald. God Zelf verhardde het hart van Farao. 279

Als Hij dat niet had gedaan had hij het volk Israël allang laten gaan, zie Exodus 7:3; 9:12; 10:20,27 enz. Paulus en ook het oude testament geven dus duidelijk aan dat Farao geen kant uit kon. Hij was een instrument in Gods hand en dat is ook de reden dat hij niet veroordeeld zal worden tot eeuwige verdoemenis, zoals de leer der kerken beweert. vers18-21 Wat de mens bedenkt is niet van toepassing op God, ook al is men nog zo geleerd. Alles gaat volgens Zijn raadsbesluit en dat is nog heel wat anders dan wil, waarmee de NBG het Griekse woord boulêma vertaalt. Mensen kunnen met al hun bedenksels Gods raadsbesluit echt niet in de war schoppen. Daarom zegt Paulus ook: O mens, wie denk je wel dat je bent (vrije vertaling van mij). Een pottenbakker heeft volmacht om van de kneedbare substantie, leem, een instrument (NBG voorwerp) te maken tot eer en tot oneer. Het interesseert een pottenbakker of een glasblazer totaal niet wat mensen ervan vinden, zij maken alles wat zij zelf mooi en/of nuttig vinden. vers 22,23 God als Pottenbakker kan zich permitteren instrumenten (NBG voorwerpen) des toorns te maken, die toebereid zijn tot destructie (haartje erger dan verderf) en instrumenten van barmhartigheid, die Hij van tevoren gereed maakt tot Heerlijkheid. Bovendien verdraagt God deze instrumenten niet alleen, maar Hij draagt ze ook. Dit is toch ongelooflijk? Ik heb deze tekst al eerder behandeld, maar nu gaat het erom dat er gelovigen zijn tegen wie Paulus zegt: O, mens wie ben je dan wel? God heeft zowel de instrumenten des toorns als ook de instrumenten van barmhartigheid zelf gemaakt en uitverkoren, zoals Ezau en Jakob, en geen van de instrumenten kan zich van deze uitverkiezing losmaken. Beide instrumenten hebben hun taak en beiden zullen als je het zo wilt noemen eeuwig leven in Heerlijkheid ontvangen. O, o wat tobben gelovigen hier toch mee! 280

Dat het mogelijk zou zijn door eigen schuld niet uitverkoren te worden is in tegenspraak met veel plaatsen in de schrift, neem bijvoorbeeld: Johannes 15:16 Jezus zegt hier: Niet gij hebt Mij uitverkoren (NBG uitgekozen), maar ik heb u uitverkoren (NBG aangewezen) opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, enz. Er is dus geen sprake van dat je zomaar zelf kunt gaan kiezen om Jezus te volgen. Geloven is afhankelijk van het uitverkoren zijn en heeft niet direct als uitvloeisel het eeuwige leven, want in dit gedeelte komt dit helemaal niet ter sprake. De discipelen en anderen werden uitverkoren tot dienstbetoon, om vrucht te dragen. Hiervoor moesten zij bovendien nog allerlei geboden opvolgen en heel veel lijden ondergaan, zij werden uit de wereld uitverkoren en dat was de reden dat de wereld hen zou haten, zie vers 19-21. Het was dus geen pretje om uitverkoren te worden. Judas, die Jezus zou verraden, was net zo goed uitverkoren, zie Johannes 13:18, alleen niet om vrucht te dragen, maar als instrument in Gods hand om de Zoon te verraden. Dit had ook niets van doen met eeuwige verdoemenis. De Zoon zegt heel duidelijk dat Hij precies wist wie Hij voor deze taak had uitverkoren, bovendien gaf Hij aan dat hiermee het schriftwoord vervuld zou worden uit Psalm 41:10. Uit Johannes 6:70,71 blijkt ook dat Jezus zelf Judas had uitverkoren om Hem te verraden. Hij noemt hem hier een tegenwerker (NBG duivel). Er zijn veel plaatsen in het woord waar het uitverkoren zijn niets te maken heeft met het ontvangen van eeuwig leven, en nog minder met een onschriftuurlijke eeuwige verdoemenis. Handelingen 1:24 Marcus 13:20 1 Corinthiërs 1:27 uitverkoren voor de dienst tot apostelschap uitverkoren om langer in leven te kunnen blijven Handelingen 15:7 Petrus uitverkoren tot dienstbetoon aan de heidenen om ze tot geloof te kunnen brengen uitverkoren om wijzen en sterken te beschamen en 281

1Corinthiërs 1:28 wat voor de wereld niets is, heeft God uitverkoren om aan hetgeen wél iets is zijn kracht te ontnemen Ook mensen maakten gebruik van uitverkiezen, zoals in: Lucas 10:42 Lucas 14:7 Maria, het goede deel de eerste plaatsen Handelingen 15:22,25 tot dienstbetoon Een sprekend voorbeeld is natuurlijk Paulus, toen nog Saulus geheten, van wie in Handelingen 9:15 staat: Maar de Here zeide tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren instrument ( NBG werktuig) om Mijn naam te dragen (NBG brengen) voor heidenen en koningen en de kinderen Israëls, want Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet ter wille van Mijn naam. Paulus werd uitverkoren tot een instrument van barmhartigheid en zijn dienstbetoon hield in dat hij enorm zou lijden ter wille van de naam van Jezus. Door dit lijden werd hij echter wel gereed gemaakt tot Heerlijkheid. Deze barmhartigheid bracht hem niet veel zegen op deze aarde, maar wel een geestelijke zegen van Heerlijkheid temidden der hemelingen. Het is eigenlijk te betreuren dat deze uitverkiezing van Paulus ons niet voldoende duidelijk is geworden, zodat wij ons veel meer bezighouden met aardse zegeningen dan met barmhartigheid ten behoeve van de ander. Wij kunnen soms dan ook behoorlijk ontevreden zijn met de door God de Vader gegeven omstandigheden waar een ieder van ons op een gegeven moment mee te maken krijgt. Dan weten we ineens niet meer waar we het zoeken moeten. Onze uitverkiezing geeft geen recht op een luizenleventje, maar het gereed maken tot Heerlijkheid is een lijdensweg, die wij allen liever uit de weg gaan, hoewel Paulus genoeg voorbeelden heeft gegeven wat onze weg hier op aarde zal zijn. Toch is het gek, dat wij voor welke sport dan ook wel bereid zijn om tot het uiterste te gaan en daarvoor te willen lijden, hoewel je hierbij best een vraagteken kunt zetten, want als het er werkelijk op aankomt haken de meeste mensen weer af omdat ze het toch wel te veel gevraagd vinden. Je kunt echter niet afhaken als je uitverkoren bent tot een taak ook al zou je dat nog zo graag willen. Dit is niet afhankelijk van een eigen keuze. 282

De Zoon van God was als de uitverkorene van God, Lucas 9:35, niet geroepen om op aarde een mooi en naar menselijke maatstaven gemakkelijk leven te leiden, maar was voor de nederwerping der wereld al uitverkoren om te lijden en werd gezien als een onberispelijk en vlekkeloos Lam om met Zijn kostbaar bloed de mensheid vrij te kopen, 1 Petrus 1:18-20. Hetzelfde geldt voor het volk Israël, 1 Petrus 2:9, dat niet zomaar uitverkoren is voor een eeuwig leven, maar tot een taak van een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom. De reden hiervoor staat er vlak achter, namelijk: om de grote daden te verkondigen van Hem, dus niet tot het verkrijgen van eeuwig leven, maar tot dienstbetoon voor de gehele wereld in het eonische leven van het duizendjarig vrederijk. Je moet eens tegen een Jood zeggen dat hij door God is uitverkoren, daar zal hij echt niet blij van worden, gezien wat dit volk allemaal al is overkomen. Ons past het om hierbij te denken aan wat Paulus schrijft in Romeinen 11:28-29 Zij (het volk Israël) zijn in overeenstemming met het evangelie vijanden om uwentwil, in overeenstemming met de uitverkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genadegaven en roeping Gods zijn onberouwelijk. En vers 32 zegt: Want God heeft hen tezamen naar binnenin weerspannigheid ingesloten, opdat Hij over allen barmhartig zal zijn. De uitverkiezing van het volk Israël bestond hierin dat God hen onder weerspannigheid heeft ingesloten omwille van ons, heidenen. Dit is toch ongelooflijk dat zij hun lijden ondergaan omdat God ons ook nog uitverkoren heeft en roept tot het lichaam van Zijn Zoon? Misschien denken wij hier te weinig over na, maar stel nu eens dat dit precies andersom was, dat zou pas even schrikken zijn om zo’n lijdensweg te moeten gaan. Ook al zal het dan uiteindelijk op barmhartigheid uitdraaien, dan nog zouden wij ons met hand en tand hiertegen verzetten en dat is precies wat het volk Israël nu ook doet, ze willen onder deze uitverkiezing uit. Waar kijken wij nu eigenlijk naar als wij het over uitverkorenen hebben, zien we dan echt niet dat er maar heel weinig aardse zegeningen aan te pas komen? Zijn wij blind geslagen door alle luxe die de wereld te bieden heeft. 283

Kan God ons dan alleen nog maar bereiken, als wij geen kant meer uit kunnen? Het lijkt er veel op. Pas als wij iets gaan begrijpen van Gods weg met het uitverkoren volk Israël en daar Zijn weg met onze uitverkiezing tegenover zetten, kunnen wij net als Paulus uitroepen: O diepte van rijkdom en wijsheid en van kennis Gods, hoe onnavorsbaar zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen, Romeinen 11:33. Wat mij iedere keer weer opnieuw enorm aanspreekt, is dat wij niet op dezelfde manier zijn uitverkoren als het volk Israël maar op een wel heel bijzondere manier in Christus Jezus. Dit is slechts van toepassing op hen die geroepen zijn tot het lichaam van Christus en komt alleen al tot uitdrukking als je gaat kijken naar het moment van het uitverkoren zijn. Voor het volk Israël was dit vanaf de nederwerping der wereld, Matthéüs 25:34 en Openbaring 17:8. De laatste tekst spreekt over het boek des levens en daaruit kun je gelijk opmaken, dat al bij voorbaat in Gods plan is besloten wie er in dit boek geschreven staan en je mag van mij aannemen, dat God geen gum gebruikt om er iemand uit te verwijderen en er een andere naam voor in te vullen. Het lichaam van Christus is echter vóór de nederwerping der wereld al uitverkoren, Efeziërs 1:4. In 2 Timótheüs 1:9 maakt Paulus er zelfs melding van dat wij vóór de eonische tijden al in Zijn lichaam besloten waren in overeenstemming met Gods voornemen. Uit de twee verschillende tijdstippen van Gods roeping kun je heel duidelijk opmaken dat Israël uitverkoren werd voor een aardse roeping omdat God de aarde wilde herscheppen en Hij Israël daarin een enorm zegenkanaal voor de aarde wilde laten zijn. Dit gaat ook nog gebeuren tijdens de twee volgende eonen: het duizendjarig vrederijk en de nieuwe hemel en nieuwe aarde. God had echter in Zijn voornemen niet alleen de aarde besloten, maar Zijn gehele schepping en dat is de reden dat wij al tegelijk met de schepping van de Zoon van God in Hem besloten waren om uiteindelijk een taak temidden der hemelingen te krijgen. Wij behoren dus met het volk Israël tot de twee instrumenten van God die tot zegen zullen zijn voor de gehele schepping. 284

Dat wij door Hem en voor Hem uitverkoren zijn is van zo’n ontzagwekkende genade, dat wij het haast niet kunnen bevatten en zeker niet als wij blijven kijken naar ons vernederde lichaam en de omstandigheden waarin wij verkeren. Als je echter kijkt naar wat Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 1:26-29 dan wordt ons duidelijk dat het niets te maken heeft met onze verdiensten of kwaliteiten. Dit gebeurt niet omdat wij sterk zijn, maar juist omdat wij zwak zijn en het uit onszelf absoluut niet kunnen. Gods maatstaf is heel anders dan die van ons mensen. In dit gedeelte komt driemaal het woord uitverkiezen voor en ook hier weer blijkt dat het niet gaat om het naar de hemel gaan en het voor eeuwig behouden worden. Wij zouden nooit een zwakke nemen om een sterke zijn kracht te ontnemen, dat hebben wij al van jongs af aan geleerd. Ik weet nog goed dat je bij allerlei sporten in een rij moest gaan staan en dan werden er twee jongens uitverkoren om twee teams te maken. Een voor een werd er dan iemand gekozen en wat was je blij als je niet behoorde tot de sulletjes, die het laatst werden gekozen en wel mee mochten doen, maar dan voor zoetekoek. Het was vernederend voor diegenen die overbleven en iedereen lachte hen uit. In de ogen van de wereld zijn wij nu de sulletjes, maar wat een geestelijke rijkdom hebben wij ontvangen, laat ze maar lachen hoor, wij mogen straks de sterken en wijzen beschamen en alles wat nu heel wat lijkt buiten werking stellen. Degenen die zich geroepen weten tot het lichaam van Christus hebben de hoogste roeping van God ontvangen die er maar bestaat. Al van vóór het begin van de schepping waren wij in de Zoon besloten, om uiteindelijk met Hem alles wat er maar geschapen is onder de voeten van de Christus te brengen, opdat God alles in allen kan worden en Vader van al Zijn schepselen, zie 1 Corinthiërs 15:22-28. Waar wij het meeste moeite mee hebben is het lijden dat verbonden is aan het uitverkoren zijn. Paulus werd gewoon vanaf het begin van zijn roeping geconfronteerd met het feit dat hij zou moeten lijden, zoals aangegeven in 285

Handelingen 9:16 Want Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet ter wille van mijn naam. Handelingen 14:22 en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan. In 2 Corinthiërs 12:9,10 schrijft hij: Met veel genot zal ik dus in zwakheden nog meer roemen opdat de kracht van Christus over mij kome. Dit is een soort omwenteling in zijn denken als het gaat om lijden, omdat hij ineens begreep dat lijden een enorme functie heeft in het proces van uitverkoren zijn en gereed gemaakt worden tot Heerlijkheid, Romeinen 9:23. Paulus lijdt kwaad omwille van het evangelie en draagt boeien als een misdadiger. Hij voegt er echter gelijk aan toe dat het woord van God absoluut niet gebonden is, derhalve wil hij onder alles blijven staan vanwege de uitverkorenen, 2 Timótheüs 2:9,10. Dat staat toch wel in schril contrast met de manier waarop wij met het woord van God omgaan, want wij willen nog niet eens onder alles blijven staan wat ons wordt aangedaan door de uitverkorenen binnen onze gemeente, laat staan dat wij Paulus kunnen naspreken als het gaat om andersdenkenden of ongelovigen waarvan wij helemaal niet weten of zij behoren tot de uitverkorenen die tot Heerlijkheid geroepen zijn. Van een geboeid zijn als een misdadiger is bij ons totaal geen sprake. Wij maken ons echt druk om niets. Als God lijden en verdrukkingen inzet hoeft dat totaal geen negatief gevolg voor ons geloofsleven te zijn, integendeel, het is juist Gods middel om de uitverkorenen een stapje verder te brengen. 2 Corinthiërs 8:2 Paulus maakt hier gewag van de genade die de uitgeroepenen (gemeente) van Macedonië hebben ontvangen. Zij hadden namelijk, doordat zij beproefd zijn gebleken in veel verdrukking, een overmaat (NBG overvloedig) aan vreugde ontvangen en in overeenstemming met de diepte van hun armoede vloeiden zij over naar binnenin de rijkdom van edelmoedigheid. Wij denken met onze materiële rijkdom vreugde te ontvangen en zijn soms ook wel bereid om wat van deze rijkdom af te staan voor het goede doel en voelen ons dan heel vroom en tevreden. 286

Hierdoor ontstaat echt geen overmaat aan vreugde in de Here omdat er geen beproefdheid en verdrukking aan te pas zijn gekomen. Juist armoede wordt gebruikt door God om te kunnen overvloeien naar binnenin de rijkdom van edelmoedigheid. Ik herinner mij een uitspraak van heel erg arme en vervolgde Russische gelovigen die zeiden dat zij het veel gemakkelijker hadden dan wij hier in het Westen. Want zij wisten wie hun vijanden waren en konden zich daar op instellen, maar wij werden door onze rijkdom bedolven onder een vijand die wij niet herkenden. Pas als wij dit zouden erkennen is de herkenning daar en zouden wij net als de Macedoniërs uit eigen beweging smeken om gemeenschap te mogen hebben aan de dienst (diakonia) van de heiligen, hetgeen dan weer opnieuw lijden en verdrukking met zich mee zou brengen. Zitten wij nu niet met z’n allen een beetje heilig te doen achterover in onze luie stoel en ook nog te denken dat wij het ontzettend moeilijk hebben? Of zitten wij nu toch, nadat wij dit gelezen hebben, een beetje te balen van onszelf? Je mag het gerust weten, ik wel! Tenslotte is dit ook de bedoeling van Gods woord, dat wij in deze spiegel zien hoe wij er daadwerkelijk aan toe zijn. Als wij spreken over een geestelijke luie stoel, dan valt het toch wel heel erg op dat gelovigen die lijden plotseling ineens opstaan om zich te laven aan Gods woord, maar de vertroosting veelal niet kunnen vinden doordat de kennis ontbreekt die naar de juiste teksten leidt. Wat zou het fijn zijn als een uitverkorene, vóór er verdrukking en lijden opdoemen, zich al zou hebben verdiept in de troostrijke woorden die God zomaar aanbiedt, zodat wij met Paulus zouden kunnen roemen in verdrukkingen, daar wij zeker weten dat: de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid en de beproefdheid verwachting; en deze verwachting maakt niet beschaamd, omdat de Liefde van God in onze harten is uitgegoten door de geest, de heilige, die ons gegeven is, Romeinen 5:3-5. Verdrukking en lijden zijn nooit voor niets, het werkt een enorme verwachting uit van het uitverkoren zijn als lichaam van Christus tot een enorme taak te midden der hemelingen, waarvoor wij tevoren worden gereed gemaakt. 287

Daarom kan Paulus het ook niet nalaten om ons erop te wijzen, dat aan ons de genade geschonken is, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. Dezelfde genade had Paulus ondervonden, anders had hij het nooit op deze manier kunnen opschrijven. Het was zijn overtuiging, Filippenzen.1:29! Gelukkig kunnen wij ons in allerlei druk vastklampen aan Gods woord, want tenslotte heeft Hij ons van tevoren gekend en bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon en omdat Hij ons tevoren bestemd heeft, heeft Hij ons ook geroepen en gerechtvaardigd en zal Hij ons ook verheerlijken, Romeinen 8:29-30. Romeinen 8:33-39 Er is niemand die uitverkorenen van God kan betichten en rechtvaardigen kan veroordelen en niets, maar dan ook niets, kan ons scheiden van de liefde Gods die is in Christus Jezus, en dan komt het: Verdrukking of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons liefheeft. En dan opnieuw een hele serie om ons er toch vooral op te wijzen, dat ons niets kan gebeuren wat buiten Gods Liefde voor de uitverkorenen omgaat. Paulus schrijft immers: ik ben ervan overtuigd, dat noch dood noch leven, noch boodschappers noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. Geen wonder dat Paulus begint in vers 31 met: Wat zullen wij van deze dingen zeggen? Als God voor ons is wie of wat zal tegen ons zijn? Het is toch onbegrijpelijk dat wij ons vaak meer laten leiden door onze zintuigen dan door die geweldige woorden van God. Een troostrijk woord vinden we in 1 Corinthiërs 10:13. Wij zullen geen andere aanvechtingen te doorstaan hebben, dan die voor mensen bestemd zijn, maar God, de Vader zal met de aanvechting ook de uitstapping geven, zodat wij dit alles kunnen doorstaan. Bewust gebruik ik het woord uitstapping, omdat het Griekse woord ek-basis is. Ek betekent uit en basis komt van baino wat stappen betekent. Uitstijging vind ik persoonlijk een beetje zweverig, terwijl uitstapping de grondbetekenis van het Griekse woord precies weergeeft. 288

Belangrijk is het om voor jezelf te weten dat God niet alleen de aanvechting geeft, maar er ook Zelf voor zorgt dat je er, na de door Hem bepaalde tijd, zo weer uit kunt stappen. Dit zorgt er voor dat, als je je in een bepaalde benarde situatie bevindt, je God de Vader alvast kunt gaan danken dat Hij je vandaag of morgen de mogelijkheid zal geven om eruit te stappen. Er schuilt echter een klein gevaartje in dat je nu zal denken, dat God altijd alles wat wij als benard ervaren wegneemt. Dit is een misverstand, maar door een verandering van je denkzin, waardoor je de situatie kunt gaan aanvaarden uit Gods hand, zou dit een uitstapping voor je kunnen betekenen. Zo zijn er allerlei mogelijkheden die God hiervoor gebruikt, zodat het heel belangrijk is te ontdekken welke mogelijkheid God, de Vader voor ons welzijn nodig acht. Het summum van uitstapping is: Vrede en Rust onder alle omstandigheden! Het is toch ongehoord, dat God ons al heeft uitverkoren nog voor de zonde zijn intrede had gedaan, dus voor er nog maar iets aanwezig was wat een scheiding tussen Hem en Zijn schepselen teweeg kon brengen. Hier zouden wij toch mee vooruit moeten kunnen, ondanks alles wat ons overkomt? Of niet soms? Hartelijke groeten, Ruud P.S. Zondag 28 augustus 2005 werd er een predikatie gehouden door Kees Brakshoofden, waarin een voorbeeld werd gegeven van de structuur in de brief aan de Efeziërs. Deze is inmiddels te vinden op de website van Eben-Haëzer. www.godswoordcentraal.nl 289

Hallo oom Ruud, (20) 2-09-2005 1) Fijn om weer een uitgebreide brief te mogen ontvangen. Genoeg stof om over na te denken en te bestuderen! 2) De aanvulling op zegenen (erg verhelderend overigens) had u naar aanleiding van het telefoontje van mijn moeder toegevoegd hè, zij gaf mij deze tekst ook al telefonisch door. Na dit te weten, vraag je je af hoe het toch mogelijk is, dat bijna alle christelijke kerken deze zegen iedere week uitspreken! 3) Mooi hè, die betekenis van de naam Anne. Zelf moest ik trouwens steeds aan Anne Frank denken! 4) Ook de uitleg van Elia en Mozes vind ik geweldig. Zo zie je maar, dat Gods woord Zichzelf nooit tegenspreekt, zoals ik ergens eens gelezen heb. 5) Het intro van het onderwerp Uitverkoren vind ik moeilijk. Ik zocht de geloofsbelijdenis op internet maar kon hem helaas niet vinden. Is het onderwerp Danken trouwens nog niet afgekomen in de vakantie, ondanks alle goede voornemens? 6) De uitleg van de Griekse woorden vind ik juist wel erg boeiend. Hij verklaart erg veel misverstanden door slechte vertalingen. Ik loop erover te denken om zelf een concordantie aan te schaffen, maar weet nog niet zo goed welke en of ik er wel wat mee kan/ga doen. Voor nu alvast een fijn weekend, groet aan tante Miek en tot mails! Anne Hoi Anne, Even een reactie op jouw mail van 2 september. 1) Wat fijn dat je constant bezig wilt blijven met het bestuderen van Gods woord en het overdenken ervan. Het mooie eraan is, dat zowel het willen als het werken uit Hem is Filippenzen 2:13. 2) Ja dat klopt! Het zegenen is te wijten aan het feit dat kerken en groeperingen in het bijzonder, zijn blijven steken in een door hen 290 (20) 14-09-2005

aangenomen leer, die soms al zoveel eeuwen terugvoert, dat zij als het ware hierin gevangen zitten. Terwijl je in de brieven van Paulus ontdekt dat er juist een ontwikkeling in zijn geloof heeft plaatsgevonden die steeds verder voert naar een diepere innerlijke kennis van God en de Zoon. Op dezelfde wijze heeft God ons de genade van deze diepere kennis geschonken die, niet gehinderd door ons verstand, uiteindelijk een kennis van het hart is geworden, die ons uittilt boven welke omstandigheden in ons leven dan ook en ons in staat stelt rust en vrede te houden. 3) Ja, wat een door God geleide keus is dat geweest, geweldig! Weet je, toen wij eenmaal de naam Anne hadden bedacht en wij een poosje later, toen jij over Robert begon, erover na gingen denken, dachten zowel Miek als ik ook direct aan de naam Frank. Zo kun je zien hoe een combinatie van namen soms in je geheugen gegrift staat. 4) Hoe het zat met de verschijning van Elia en Mozes op de berg had ik al eerder ontdekt, maar ik wilde het eigenlijk niet bekend maken omdat het in het algemeen zo anders wordt gezien en dan ben je weleens een beetje huiverig over wat je allemaal teweegbrengt. Zo zie je maar dat de dingen vaak anders gaan dan je van plan bent, want ik kon moeilijk om de vraag heen nu jij deze zo direct stelde. 5) De belijdenis des geloofs en de Dordtse leerregels kun je vinden in de Statenvertaling. Het onderwerp ‘danken’ waarmee ik voor de derde maal tijdens onze vakantie in Portugal bezig ben geweest is nog steeds niet af, in zoverre, ik heb het nog niet geordend op papier staan. Het is heel omvangrijk omdat het ook weer zo’n onderwerp is waar zo anders tegen aangekeken wordt, daar het in verband staat met bidden wat als vragen wordt gezien, terwijl het deze betekenis niet heeft. Ik heb er gewoon de tijd niet voor, zou eigenlijk een paar weken op de hei moeten gaan zitten met m’n laptop om het verder uit te werken. We zien wel. 6) Voor zover ik weet bestaan er geen Griekse concordanties waarin je de grondbetekenis van de woorden kunt vinden. Vraag eventueel via je moeder de groene en blauwe boeken aan bij EbenHaëzer. Ik heb al eens gevraagd of ze deze niet op de EH-site willen zetten, maar dat is er nog niet van gekomen. 291

Wel kun je op de website van Eben-Haëzer een Engels programma laden. Het staat op de openingspagina en heet Interlinear Scripture Analyzer, waarbij je een extra programma kunt laden met de NBG-tekst. Ik heb het zelf nog niet zoveel gebruikt, want ik moet er nog mee leren omgaan. Als je Efeziërs 1:4 opvraagt dan zie je bij grondlegging in het Engels casting-down staan en bij wereld geven ze system aan en dat zijn de grondbetekenissen van deze woorden. Als je dan bij Interlinear zoekt dan krijg je de teksten uit het oude testament, zodat je kunt zien dat vanuit het Hebreeuws nederwerping ook al voorkomt. Misschien kan je hier verder mee! Ik ben jouw volgende mail nummer 21 van 5 september aan het voorbereiden en met een onderwerp bezig geweest en begin volgende week om één en ander op papier te zetten. Dit heeft dus nog wat tijd nodig. Hartelijke groeten, Ruud. 292

Hallo oom Ruud, (21) 5-09-2005 Uw brief van 1 september heb ik inmiddels gelezen en bestudeerd, maar hij roept bij mij weer even zoveel nieuwe vragen op! De vragen schrijf ik op in een speciaal schrift zodat ik ze niet kan vergeten bij het terugmailen. De eerste vraag staat trouwens los van bovengenoemde brief. 1) Ik heb gelezen dat de Alueim nu een menselijke geest hebben plus de geest van Al. Maar ik vind het erg moeilijk om te begrijpen wat het nu eigenlijk inhoudt als: God is alles in allen. Verliezen we dan onze menselijke geest en hebben we dan alleen nog de geest van God? Kunt u mij iets verduidelijken hoe dat zit met het begrip God alles in allen? Ik weet dat dat het einddoel is, maar hoe werkt dat dan precies. 2) In Daniël 2:41-43 wordt gesproken over de 10 tenen als verdeelde koninkrijken. Dat is nog toekomst. Is het inmiddels al bekend welke koninkrijken deze 10 tenen vormen? Er wordt veel over gespeculeerd. Hoe denkt Eben-Haëzer daarover of houdt Eben-Haëzer zich hier niet mee bezig? Het werkelijkheid worden van de profetieën voor deze tijd vind ik zeer fascinerend. Maar daar hebben we het al eens eerder over gehad. 3) Het geslachtsregister van Jezus voert volgens Matthéüs 1:1-17 helemaal terug tot Abraham (wat ook geprofeteerd werd), maar wel via de lijn van Jozef de man van Maria. Maar eigenlijk heeft Jozef geen bloedband met Jezus. Moeten we dan niet kijken naar de geslachtslijn van Maria? Ik heb wel eens gelezen dat deze ook naar David teruggaat. Klopt dat? Of is dat eigenlijk niet echt bekend op bijbelse gronden? 4) In Matthéus 24:34 staat dat de generatie niet voorbij zal gaan voordat dit alles is geschied. Maar een generatie is pas voorbij als alle mensen van die betreffende generatie overleden zijn. Dus het lijkt mij dat dat niet betrekking heeft op 40 jaar maar op een mensenleven ofwel zo'n 80 jaar. 5) Hoort de Gaza strook eigenlijk wel bij het beloofde land? En klopt het dan wel dat de Joden hieruit weggehaald zijn? 293

6) Matthéüs 24:9-10 is dat een verwijzing naar de Jodenvervolging van de tweede wereldoorlog? Of is dat niet bekend? 7) Verwarrend vind ik het dat Matthéüs 24:29-31 spreekt over de komst van Christus na de verdrukking met grote macht en heerlijkheid en iedereen zal Hem zien. Maar Matthéüs 24:40-41 spreekt over de opname. Dan klopt de chronologische volgorde toch niet? En vers 22 spreekt van de uitverkorenen die in de verdrukking zijn en omwille van hen zullen die dagen ingekort worden. Of zijn dat weer andere uitverkorenen? 8) Het woord woede komt slechts tweemaal voor, maar het woord toorn veel vaker denk ik. Wat is hiervan de Griekse grondtekst en hiervan dan weer de letterlijke vertaling? (Ik moet denk ik toch zelf maar eens een concordantie aanschaffen zie mijn vorige brief van 2 september!) 9) Ik vind het nog moeilijk dat God mensen (zoals Ezau) haat, eigenlijk al voor zijn geboorte. Ik begrijp dat Hij instrumenten ten verderve geschapen heeft en ook waarom Hij dat gedaan heeft, maar dat Hij Zijn eigen schepselen haat is toch onvoorstelbaar voor mij. Staat dat ook letterlijk zo in de grondtekst? 10) In 1 Petrus 1:20 wordt gesproken over de openbaring van Jezus aan het einde der tijden. Dit begrijp ik niet, Hij is 2000 jaar geleden al geopenbaard. Of begon toen de eindtijd al, tenslotte is voor God duizend jaar als één dag. 11) Waaruit blijkt eigenlijk dat Israël onder de uitverkiezing uit wil? Het onderwerp Uitverkoren vond ik erg bijzonder. Als mens sta je daar inderdaad niet bij stil en omdat je Gods geest niet kunt voelen, is het toch moeilijk om een lichtbron te zijn, maar misschien gaat dat proces wel jaren duren. Nou, dit zijn weer veel te veel vragen natuurlijk. Ik durf deze mail bijna niet te verzenden! Ik hoop dat het beantwoorden niet al te veel tijd kost. Nog geweldig bedankt voor brief 19. Ik verbaas me er steeds weer over dat er nog zoveel dingen zijn die ik (nog) niet weet en/of begrijp, maar iedere brief brengt mij dichter bij de opeenstapeling van kennis van God! 294

En dat was toch de primaire reden dat we deze correspondentie zijn begonnen. Groetjes, Anne Hoi Anne, (21) 29-09-2005 Deze keer verwacht ik niet dat ik al jouw vragen zal kunnen beantwoorden, omdat deze meer het volk Israël aangaan en niet zozeer de gemeente die het lichaam van Christus is, maar we gaan gewoon beginnen. 1) Allereerst is het zo dat God Zijn doel al heeft bereikt wat betreft het lichaam van Christus, wij waren immers al in de Christus ten tijde dat God Hem als eersteling geschapen heeft. Wij zijn geroepen tot het zoonschap, Efeziërs 1:5, Gods geest woont al in ons en wij zijn een tempel van God, 1 Corinthiërs 3:16, 6:19; 2 Corinthiërs 6:16. Bovendien zijn wij al verzekerd van een plaats temidden van de hemelingen en voor God hebben wij deze tegelijkertijd met de Zoon ingenomen, Efeziërs 2:6. In Gods ogen zijn wij dus al geestelijk, dit in tegenstelling tot de ongelovigen die vleselijk zijn. Het enige wat nog niet aan ons voltrokken is, is dat ons vernederd lichaam nog niet gelijkvormig is geworden aan het verheerlijkte lichaam van de Zoon. Dit gebeurt zodra de bazuin zal klinken en wij veranderd zullen worden om de Zoon in de lucht te ontmoeten. Ondanks het feit dat wij Gods geest hebben ontvangen en Hij in ons woont, wordt ons lichaam nog steeds in hoge mate beïnvloed door ons vlees ofwel het zielse in ons. Zodra wij echter veranderd worden zullen wij een geestelijk lichaam hebben dat slechts beheerst wordt door Gods geest. Als ik het goed begrijp, wil je graag weten wat er met onze eigen geest gebeurt. Het is een bijzondere vraag en om die te beantwoorden moest ik mij er helemaal in verdiepen omdat je anders zo gauw geneigd bent te denken dat je het wel weet. Ik maak er maar een onderwerp van! 295

Eigen geest Hoe kom je er nu achter dat wij een eigen of menselijke geest hebben? Dit is niet zo moeilijk omdat het voorkomt in 1 Corinthiërs 2:11 waar staat: Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest. Wij hebben volgens vers 12 niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest uit God, opdat wij zouden weten wat ons door God in genade geschonken is. Zowel mensen als dieren hebben een geest, want er staat in Prediker 3:21 Wie bemerkt, dat de geest (NBG adem) der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de geest der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde. En in Genesis 6:17 Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een geest van de levenden (NBG levensgeest) is, enz. Het is best wel merkwaardig dat er in de NBG adem staat, want in het Hebreeuws zijn er voor adem en geest twee verschillende woorden, te weten: NSHMTH, adem en RUCH, geest. Er staat zowel in Prediker 3:21 als in Genesis 6:17 hetzelfde woord ruch. Het is natuurlijk voor ons mensen ook moeilijk te begrijpen waarom de geest van een dier in de aarde neerdaalt en de geest van de mens naar God terugkeert. Ook ik kan daar geen antwoord op geven, behalve dan een eigen bedenksel en dat zou kunnen zijn dat de mens toch wel een veel hogere roeping heeft dan een dier en alle mensen ingezet zijn tot instrument, zij het ten goede of ten kwade. We moeten maar even terug gaan naar Genesis om te ontdekken waar onze geest vandaan komt. Genesis 2:7 ..en Ieue Alueim vormde de mens uit aarde van de bodem en blies in zijn neus de adem/nshmth van de levenden en de mens werd tot een levende ziel. Hier wordt niet vermeld dat God de mens een geest gaf, wat nou jammer is want dan kon ik gelijk zeggen waar de geest vandaan kwam. 296

In Genesis 6:17 werd er al over een geest/ruch der levenden gesproken, zodat hieruit blijkt dat er een verschil bestaat tussen adem en geest, terwijl je toch vaak hoort zeggen dat adem en geest één en hetzelfde zijn. Het mooiste zou zijn als je de woorden adem en geest in één zin zou kunnen vinden en laat dat nu voorkomen, weliswaar niet op een plaats die erg bemoedigend overkomt, maar wel als passend in Gods plan! Genesis 7:22 Een ieder met de adem/nshmth des geestes/ruch van de levenden in zijn neus van alles dat er was op het droge, stierf. Daar er hier wordt gesproken over adem des geestes van de levenden zou je tot de conclusie kunnen komen dat onze geest nodig was als een soort bindmiddel/schakel tussen onze adem en leven. Deze conclusie is logisch omdat geest de onzichtbare en ongrijpbare kracht van God is om te kunnen leven, bewegen, en denken. Adem en geest kunnen niet zonder elkaar. Onze geest komt van God en zonder dat is leven onmogelijk, aan de andere kant kunnen wij ook niet zonder adem, vandaar dat adem en geest vaak in één adem worden genoemd als zijnde hetzelfde. Er wordt wel beweerd dat de mens een geest is met een soort stoffelijk omhulsel, terwijl er toch uitdrukkelijk staat dat wij uit de aarde genomen zijn, wat ook in 1 Corinthiërs 15:47-49 wordt bevestigd. vers 47 De eerste mens is uit de aarde, van de aardbodem (NBG stoffelijk), de tweede mens is de Heer (NBG niet vertaald) uit de hemel. vers 48 Gelijk degene uit de aardbodem (NBG de stoffelijke), zijn ook degenen uit de aardbodem (NBG stoffelijken) en zoals de hemeling is, zijn ook de hemelingen. vers 49 En gelijk wij bekleed zijn met het beeld van de aardbodem, zo zullen wij bekleed worden met het beeld van de hemelingen. Waar het om draait is dat wij niet als een geest zijn met een omhulsel, maar dat wij daadwerkelijk uit de aarde genomen zijn! 297

Dat is ook de reden dat de mens zo gericht is op en bezig is met alles wat met de aarde te maken heeft. Wij kunnen daar ook als gelovigen maar moeilijk van loskomen, vandaar ook dat Paulus zegt: Zoekt de dingen die boven zijn en wees gezind op de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, Colossenzen 3:1 en 2. Zodra onze geest in genade in contact komt met de levendmakende geest van God krijgt deze geest de overhand in ons dagelijks leven. Wij gaan dan geloven en worden verzegeld met de geest der belofte, de heilige, Efeziërs 1:13. Bij overlijden gaat de geest, evenals de adem, naar Degene die ze ook geschonken heeft, ofwel naar onze hemelse Vader, want in Job. 34:13-15 staat: Wie heeft de aarde onder Zijn leiding gesteld en wie heeft de ganse wereld gegrondvest? Indien Hij zijn hart (NBG aandacht) op hem richtte, Zijn geest en Zijn adem tot zich terugnam, dan zou alle vlees tezamen met de mens wederkeren naar de aarde (NBG stof). Tussendoortje: Omdat in de NBG het woordje stof valt wil ik hier toch even op ingaan. Overal waar stof voorkomt staat in de grondtekst aarde en wij zullen dan ook niet, zoals in Genesis 3:19 vertaald staat, tot stof wederkeren omdat wij stof zouden zijn. God heeft de mens ook niet uit stof geformeerd, maar uit de bovenste laag van de aarde, die zeer vruchtbaar was met veel voedingsstoffen en zuurstof. Wij gaan niet als een geest naar de Vader om daar voor eeuwig te leven. Indien wij in deze vorm bij Hem zouden verblijven dan zou het totaal geen zin hebben dat ons vernederd lichaam gelijkvormig wordt aan dat van het verheerlijkte lichaam van de Zoon, Filippenzen 3:21. Jesaja 42:5 zegt dat God aan de mensen die op de aarde wonen de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen. Iedere keer weer wordt eerst de adem genoemd en pas daarna de geest. Heel wonderlijk is dat Paulus een aantal malen aan het einde van zijn brieven schrijft: De genade van onze Here Jezus Christus zij met jullie geest, broeders, Amen, Galaten 6:18; Filippenzen 4:23 en Filémon 1:25. 298

Dit is zo bijzonder omdat er totaal geen sprake is van een genade ten behoeve van de vleselijke of zielse behoeften van de gelovigen. Daaruit kun je opmaken dat er ook in deze tijd voor onze geest met zijn behoeften een ondergeschikte rol is weggelegd en deze dus niet de boventoon moet blijven voeren, maar de geest van God, die levend maakt. Veel belangrijker is de aanwijzing in Romeinen 8:16 De geest zelf getuigt tezamen met onze geest dat wij kinderen Gods zijn. Een ongelovige zul je nooit iets dergelijks horen zeggen omdat de menselijke geest dit pas kan als Gods woord door Zijn geest in de mens gaat werken. Ik heb niet kunnen ontdekken in hoeverre onze geest nog een rol speelt als wij bij de Here zijn, maar wat wel zeker is, is dat wij een verheerlijkt lichaam zullen hebben en dit lichaam volkomen beheerst zal worden door de geest van God. Het zal niet mogelijk zijn dat onze geest dan nog beïnvloed wordt door zaken die bij ons op aarde speelden, want als deze nu al geen grote rol meer spelen, dan zal dat daar zeker niet het geval zijn. Verder behelst het begrip God alles in allen in ieder geval dat al Zijn schepselen zich op vrijwillige basis aan God hebben ondergeschikt en niet te vergeten dat iedereen Hem VADER zal noemen. Dit komt nu alleen voor bij diegenen bij wie de geest zelf getuigt tezamen met hun eigen geest dat zij kinderen Gods zijn, meer nog dat zij zonen zijn en God derhalve Abba, Vader noemen. Of ik hiermee nu jouw vraag beantwoord heb weet ik niet zo zeker! 2) Er zijn wel mensen in Eben-Haëzer die zich ermee bezighouden, maar omdat ik het zie als een brief gericht aan het volk Israël en ik mijzelf reken tot het lichaam van Christus, houd ik mij liever bezig met de brieven van Paulus, in die zin dat ik geen tijd ga steken in voorspellingen. Mijn aandacht gaat uit naar de vele gelovigen die niet weten hoe te leven in deze tijd en hoe zij vrede en rust zouden kunnen krijgen in voor een mens vaak onmogelijke omstandigheden. 3) Heel mooi dat je begint over het geslachtsregister uit Matthéüs 1:1-17 waar je stelt dat Jozef geen bloedband met Jezus had, en terecht. Ik had het tenslotte alleen maar aangehaald vanwege de tijdsduur van een generatie. 299

Er is ook een geslachtsregister van Maria, wat staat in Lucas 3:23-38 en dat gaat nog veel verder dan het geslachtsregister van Jozef, want het gaat helemaal terug tot Adam, die daar de zoon van God genoemd wordt. Dit deed mij gelijk weer denken aan één van jouw eerste brieven over Genesis 6:1-4, waarop ik als antwoord gaf dat de zonen van God die daar worden genoemd geen hemelingen waren, maar afstammelingen van Adam. Het is dus niet zo dat ik nooit meer in het oude testament of de evangeliën lees en/of studeer. Ik ben echter niet bezig met profetieën, doch alleen met wat er staat en wat voor mij nu van toepassing is. Lucas 3:38 is de bevestiging van Genesis 6:2. 4) Helaas kan ik hier verder ook geen uitleg aan geven. 5) Gaza wordt al vanaf het begin in de bijbel genoemd. Voor zover ik kon nagaan is Genesis 10:19 de eerste plaats waar Gaza voorkomt. In Jozua wordt het genoemd als erfdeel van de stam der Judeeërs naar hun geslachten. Het gebied liep tot aan de beek van Egypte, de Grote Zee en de kust, Jozua 15:47. In Richteren 1:18 nam Juda het tot zijn belofte behorende Gaza met zijn gebied in, in Richteren 6:4 waren de vijanden alweer opgerukt tot aan de stad Gaza. Uit 1 Koningen 4:24 blijkt dat Salomo over het gebied Gaza heerste. Verder wordt het genoemd in Jeremia 25:20, 47:1 en 5; Amos 1:6,7; Zefanja 2:4; Zacharia 9:5. In hoeverre deze teksten profetisch moeten worden verstaan is mij niet bekend. Wat belangrijker is, is dat wat God beloofde aan Abraham uit wiens geslacht Jakob/Israël is voortgekomen. Genesis 15:18 Te dien dage sloot Ieue een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat. We mogen dus gerust aannemen dat de Gaza-strook behoort tot het land dat aan Israël werd beloofd. Het duizendjarig rijk wordt dus wel een heel groot rijk en is niet te vergelijken met het stukje grond dat zij nu bezitten. 300

6) Persoonlijk zou ik niet op die gedachte gekomen zijn en eerlijk gezegd heb ik er ook nooit iets over gehoord, maar dat kan natuurlijk liggen aan mijn interesse die ergens anders ligt. Mogelijk is het een begin van de weeën. 7) Die verwarring over Matthéüs 24:29-31 en 40-41 ontstaat nu juist omdat gelovigen de indeling van de schrift niet in de praktijk brengen. Het evangelie naar Matthéüs is zo overduidelijk een goed bericht voor het volk Israël en heeft totaal niets te maken met het evangelie voor de heidenen die God roept (en bij uitzondering ook Joden) tot het lichaam van Christus. Er wordt alleen door Paulus over een opname en een taak temidden van de hemelingen gesproken. Israël krijgt een taak op aarde en heeft geen flauw benul van hetgeen waartoe wij geroepen zijn. Trouwens, de meeste gelovigen weten dit ook niet en dat wordt weer veroorzaakt door het feit dat zij met al hun voorspellingen voor en over Israël compleet de weg zijn kwijtgeraakt. Ook al gezien het feit dat het lichaam van Christus nergens in het oude testament of in de evangeliën voorkomt, kun je opmaken dat het niet over de opname hiervan gaat. Er is echter nog een aanduiding omdat er tweemaal over de komst van de Zoon des mensen wordt gesproken in vers 37 en 39. Dit is een titel voor de Zoon van God, die gebruikt wordt voor de Koning over Israël, zie Daniël 7:13,14. Je kunt ook Matthéüs 26:64, Lucas 21:27, Openbaring 1:7,13, 14:14 er op naslaan. Openbaring 1:7 is daarom zo bijzonder omdat hier wordt aangehaald dat elk oog Hem zal zien, ook zij die Hem hebben doorstoken en dat verwijst weer naar Zacharia 12:10, die een profeet van en voor Israël was en niet voor de heidenen/naties. Ook Johannes 19:37 getuigt hiervan. Je kunt ook nog kijken naar Thomas, Johannes 20:24-29 die niet van plan was te geloven dat Jezus was opgestaan, hoewel anderen Hem al hadden gezien. Hij wilde per se zijn hand steken in de doorboorde zijde van Jezus en eerst dan zou hij het geloven. Als straks Jezus zal verschijnen aan Zijn volk dan zullen zij niet weten Wie ze zien, zij zullen terugdeinzen zoals de broers van Jozef. 301

Ongelooflijk, Jezus die wij hebben veracht en hebben laten kruisigen en die door de Romeinen doorboord werd. Dan zullen zij zich de tekst herinneren uit Zacharia 12:10 en tot de ontdekking komen dat het hun eigen verbondsgod Ieue was! Doorboren is eigenlijk doorsteken, maar dat terzijde. De zaken voor Israël in het nieuwe testament kloppen exact met wat in het oude testament aan hen werd beloofd. Ga je dit vermengen met datgene wat aan ons is beloofd dan krijg je onherroepelijk verwarring. Wij zullen geen mensenzoon zien als wij de Here tegemoet gaan in de lucht, maar de Heer ontmoeten in Zijn verheerlijkte lichaam! Dat is nu precies de reden dat ik niet zo geïnteresseerd ben in al deze voorspellingen en met al dat gevors weinig te maken wil hebben. Als je in mijn hart kijkt dan zou ik je willen afraden om je te gaan verdiepen in de toekomst voor Israël, het heeft meer met ziel te maken dan met geest, want alle zegeningen voor Israël zijn nog steeds gericht op de ziel en op vlees, met andere woorden op deze aardbol. Terwijl ons lotdeel bestaat uit louter geestelijke zegeningen. Je komt er beslist niet uit! 8) Toorn is in het Grieks orgê, de betekenis blijft ook toorn en het wordt veelvuldig gebruikt door de hele bijbel heen. Als ik aan toorn denk dan komen altijd als eerste de teksten bovendrijven, dat wij als lichaam van Christus gered zullen worden voor de komende toorn, zoals omschreven in: 1 Thessalonicenzen 5:9 Want God heeft ons niet geplaatst tot toorn maar tot het verkrijgen van redding door onze Here Jezus Christus. Het woordje plaatsen is in het Grieks the en verwijst naar God/theos die de Plaatser is. 1 Thessalonicenzen 1:10 en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons bergt uit de komende toorn. Het woordje bergen spreekt mij meer aan dan verlossen, want voor bergen komt heel veel kijken, neem maar eens het bergen van een duikboot. 302

Er is zo’n ontzettende kracht voor nodig om degenen die in Christus gestorven zijn tot leven te wekken en tezamen met hen die op dat moment nog leven een verheerlijkt lichaam te geven, dat dit alleen maar door Gods geest gedaan kan worden. Het wordt een gigantische operatie van opwekken, opstaan en levendmaken wat in heel Gods scheppingsplan alleen nog maar bij de Zoon werkelijkheid is geworden en hierna aan ons als eerstvolgenden voltrokken zal worden. Romeinen 5:9 Veel meer zullen wij derhalve, thans in Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem gered worden van de toorn. De komende toorn veroorzaakt niet alleen ellende en rampspoed op deze aarde, maar tevens een bergen van het lichaam van Christus om tot zegenkanaal te worden voor de hemelingen omdat het daartoe geroepen is. In dit licht moet je alle toorn van God zien; het behoort, als je het zo wilt zeggen, tot het kwaad dat in werkelijkheid goed zal uitwerken. Het is ons probleem dat wij dit niet op zijn juiste waarde weten te schatten en alleen maar kijken naar wat er dan allemaal overhoop gehaald zal worden en er niet over nadenken dat er zonder dit kwaad geen vooruitgang geboekt kan worden in Gods plan met deze aarde en hemel die uiteindelijk vernieuwd zullen worden. De gelovigen is geleerd dat er enorme gerichten zullen plaatsvinden en dat is ook zo. Daarom kun je beter, als je het over de toorn van God hebt, spreken over een toorngericht, omdat alle toorn en alle richten de betekenis hebben van een richten op God, zodat Hij uiteindelijk Vader kan worden voor al Zijn schepselen. 9) Het is een gevoelskwestie, want als een mens zijn vijand haat dan kan dit uitlopen op een moord of vernietiging van een hele bevolkingsgroep, maar bij God loopt deze haat niet uit op een vernietiging, maar uitsluitend tot het uitwerken van Zijn plan. Daarom haat Hij ook niet op de manier zoals wij mensen daar onze gedachtes over hebben. God heeft al Zijn vijanden lief en komt tot Zijn doel met ieder creatuur, niet één uitgezonderd en dat is nu juist de grote tegenstelling ten opzichte van de mens. De mens vermoordt degene die hij haat en is niet in staat de vermoorde weer tot leven te wekken. 303

God vermoordt niemand maar doodt de mens slechts om hem, als Hij alles in allen wordt, aan Zijn hart te kunnen drukken. Een wonderbaarlijk groot verschil. Niet voor niets staat er in Romeinen 5:10 dat God al met ons verzoend was door de dood van Zijn Zoon toen wij nog vijanden waren. Dit geldt echter niet alleen voor ons, maar voor de hele mensheid en tevens voor alle hemelingen. Het enige probleem is dat niet alle mensen van hun kant uit op deze verzoening zijn ingegaan en dat gaat God, met gebruikmaking van toorn en gerichten, verder uitwerken. In Lucas 6:27-38 zegt Jezus: Maar tot u, die mij hoort, zeg ik: Hebt uw vijanden lief, doet wel aan degenen, die u haten. Hetzelfde zegt Jezus in Matthéüs 5:43. De Zoon is een afspiegeling van de Vader, zodat je hieruit gelijk al een andere conclusie kunt trekken, want gelovigen nemen God wel kwalijk dat hij Ezau zou haten maar brengen zelf totaal niet in praktijk wat Jezus hier in het evangelie van Lucas zegt. Tenminste ik zie nooit een gelovige zijn andere wang toekeren om iemand erop los te laten timmeren, maar Jezus deed dat zelf wel! De meeste mensen hebben er geen flauw benul van hoe God daadwerkelijk is. Romeinen 12:20 zegt: Indien uw vijand honger heeft geef hem te eten en indien hij dorst heeft geef hem te drinken. En in vers 22: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. Dat is een tekst die ik maar weinig mensen in de praktijk zie brengen. Wat ik meer tegenkom is dat mensen maar door blijven zeuren over wat hen allemaal door een ander is aangedaan, soms al tientallen jaren geleden. Maar dat een mens zo is en niet in de praktijk brengt wat er wordt geschreven, betekent niet dat God het ook zo doet. 10) In 1 Petrus 1:20 schrijft Petrus aan Joden, zie vers 1 en 2 waar gesproken wordt over vreemdelingen die in de verstrooiing zijn hoewel dit door menigeen betwist wordt. Ga je echter 1 Petrus 1:1,2 vergelijken met Handelingen 2:8-9 dan kom je dezelfde landen tegen en daar gaat het ook over Joden en Proselieten. 304

Proselieten waren heidenen die zich tot het Jodendom hadden bekeerd. De letterlijke betekenis vanuit het Grieks is: erbij-komende, in dit geval tot het Jodendom zodat Jodengenoten nog niet zo gek vertaald is. Petrus heeft het vanuit het Grieks gezien over het laatste der tijden. Goed, er is niet zoveel verschil, zou je zeggen, met datgene waar wij het vaak over hebben: het einde der tijden. Maar zoals je weet is het nog lang niet het einde der tijden, want na de tijd waar wij nu in leven komt er nog een duizendjarig vrederijk en een nieuwe hemel en aarde. Dus ook wij leven niet in het einde der tijden, maar wel aan het eind van deze eeuw/eeuwigheid, in het Grieks aiõn genoemd. Petrus leefde in de veronderstelling dat voor Israël de tijd was aangebroken dat het beloofde duizendjarig vrederijk zou aanvangen, dus met andere woorden, dat hij leefde in de laatste tijd voor dit zou beginnen. Hiervoor moest dan wel het hele volk Israël tot bekering komen, zodat hij na Pinksteren hier volop mee aan de gang ging en als het ware Jezus als de Messias van Israël voor de tweede keer aanbood, zie hiervoor Handelingen 3:19-21 Petrus: Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. Je moet de hele geschiedenis maar eens lezen, maar bedenk wel dat de profeten niet tot de heidenen/naties spraken maar tot het uitverkoren volk Israël. Petrus was ervan overtuigd dat wanneer Israël zich alsnog zou bekeren er een andere tijd zou aanbreken, een tijd van verademing. Zij hadden al zoveel meegemaakt omdat zij door de Romeinen overheerst werden, dat dit nog niet zo’n gekke gedachte was van Petrus. Hij moest eens weten, dat wij ten opzichte van het volk Israël nu in het laatste der tijden leven, want die tijd van verademing zit er nu toch wel degelijk aan te komen. 305

11) Dit zou ik vanuit het woord niet direct kunnen aantonen, het is meer wat ik in allerlei literatuur heb gelezen en wat ook wel eens door Joden op de televisie is uitgesproken. Niemand wil toch worden uitverkoren om in een gaskamer aan zijn eind te komen? Aan de andere kant zijn er wel degelijk Joden en rabbijnen die dit alles zien als zijnde Gods weg met Israël, en ook zeggen dat het Gods hand is dat zij worden verwijderd uit de Gaza-strook, omdat nog niet alle Joden tot inkeer zijn gekomen. Petrus had echter geen idee van wat Paulus wist en kenbaar maakte in Romeinen 11:28 waar staat: Zij (de Joden) zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil (heidenen), naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Moet je vers 15 eens lezen: Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Gods wegen zijn voor veel mensen ondoorgrondelijk, behalve als Hij ze aan je hart openbaart. Geweldig hè? Wat een genade! De vrije wil Over de vrije wil hebben veel gelovigen hun eigen gedachten, zodat ik het voor mijzelf nog weer eens op een rijtje wilde zetten. Er zijn drie woorden waar wij naar moeten kijken en dat zijn: vrije, wil en willen! Vrije Wil Willen eleutheron thelêma thelõ vrij(e) wil-effect willen In de evangeliën noch in de brieven van Paulus komt het woord vrij(e) voor in combinatie met de woorden wil en willen. Op zich is dit natuurlijk al een goede aanwijzing dat de veel gebezigde uitdrukking de vrije wil niet gebaseerd is op de bijbel. Ga je op zoek naar wil en willen dan kom je wel heel interessante teksten tegen, zoals in Romeinen 9:14-18 Het hangt dus niet af van iemands willen, thelõ, dan wel van iemands rennen, maar van God die Zich ontfermt. Uit de verzen ervoor blijkt dat het aan God is of Hij zich over iemand ontfermt of niet en barmhartig zal zijn of niet. 306

Er was voor de betrokkenen, die in deze verzen worden genoemd, geen enkele manier om onder hetgeen God over hen had beslist uit te komen, vers 18. Alles gaat naar Zijn uitverkiezend voornemen en niet op grond van werken, vers 11. Je kunt dus ook niet tegen iemand zeggen: Joh, je moet er eens nodig aan gaan werken, een veel gehoorde slogan in de wereld. Je moet overal aan gaan werken tot je erbij neervalt, want dan heb je in ieder geval je best gedaan. Nou bij God heeft het totaal geen zin om je best te gaan doen, want als het mogelijk was uit jezelf met je vrije wil Gods plannen te dienen of te doorkruisen, dan is God niet meer de handelende, maar de mens, die zich hiermee verheft tot een god. Filippenzen 2:13 Want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. Als het naar Gods welbehagen is werkt Hij in iemand en wel zodanig, dat de wil van die persoon wordt omgevormd van een niet willen naar een wel willen. Dit betekent dat er niemand bestaat die uit zichzelf kan besluiten: Ja, nu wil ik! Heel wat anders is dat God de wel willende persoon het idee geeft, dat hij/zij het zelf doet en je hoort dan ook vaak zeggen: ik heb gekozen voor Jezus. Maar als het daarbij blijft en men komt steeds opnieuw met de bekeringsverhalen over wat hij/zij allemaal heeft gedaan om tot geloof te komen, dan loop je het risico dat het eigen ik en de vermeende eigen vrije wil de boventoon blijven voeren en je niet terecht komt bij het feit dat alleen God de mens kan uitverkiezen tot een taak en dit doet op Zijn moment en tot Zijn welbehagen. Heb je eenmaal door dat het Gods roeping betreft en Hij naar Zijn welbehagen in jou heeft gewerkt, dan nog kun je zo maar niet in het wilde weg gaan werken en uit jezelf van alles gaan lopen doen. Kijk maar eens naar Martha in Lucas 10:38-42. Zij liep als het ware heen en weer te rennen om alles tot in de puntjes te regelen voor haar Heer, terwijl haar zuster lekker ging zitten, nou zeg, dat kan toch zo maar niet. Martha ging dan ook gelijk naar Jezus en zei tegen Hem: 307

Trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen. Als je het zo leest dan moet je toch eigenlijk wel een beetje glimlachen en wij zouden zeggen: die Martha toch, om daar nu mee naar Jezus te gaan en te vragen of Hij het even wil regelen, dat gaat toch wel een beetje te ver. Maar toch valt er niet veel te lachen voor Martha want Jezus zegt in vers 41 Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en maakt tumult (NBG druk) over vele dingen. Tumult heeft te maken met kabaal en schreeuwen, zoals genoemd in Matthéüs 27:23,24 en Handelingen 21:34. Zo vleiend was dat dus niet voor Martha. Vergis je niet dat ook wij als gelovigen ons vaak als een Martha gedragen en een heleboel kabaal maken over zaken die ons vaak helemaal niet aangaan, maar waar wij ons zo nodig mee moeten bemoeien. Dat heeft net zoals bij Martha te maken met het feit dat wij voor de Here willen werken in plaats van dat wij God, de Vader de ruimte geven om door ons heen te werken. Het zit gewoon ingebakken dat wij altijd als wij iets ontvangen er ook weer iets voor terug willen doen. Efeziërs 2:10 is toch duidelijk genoeg: Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Zelf heb ik ook zo’n periode in mijn leven gekend. Ik had destijds belijdenis gedaan in de Gereformeerde kerk, maar van huis uit was ik in de Vrije Evangelische gemeente opgevoed. Ik wist niet beter of ik moest nu heel anders gaan leven en daar begon ik ook meteen aan. Bergen werk heb ik verzet, van alles georganiseerd, samen met een organist in allerlei ziekenhuizen en gevangenissen gezongen en als ik een baksteen op straat zag liggen stapte ik onmiddellijk van mijn fiets, want veronderstel dat die steen een ongeluk zou veroorzaken. Het was één grote kramp en dat was de reden dat ik destijds wilde verhuizen om nu eindelijk eens van al dat gewerk af te zijn. Met mijn eigen vrije wil liep ik tegen de klippen op om uiteindelijk met een dreun op de grond terecht te komen. 308

Ik zag het niet meer zo zitten met een wettisch geloof vol goede werken en verviel steeds meer in een heel ander leven zonder God, tot het moment dat het Zijn tijd was en Hij mij op 42-jarige leeftijd een heel ander evangelie bekend maakte, namelijk dat van genade zonder werken! Tjonge wat een bevrijding was dat! Ons willen staat lijnrecht tegenover Gods wil omdat Gods wil in het Grieks thelêma is, ofwel wil-effect. Het effect of het resultaat van Zijn wil is een feit en niemand kan aan Zijn wil ontkomen, omdat deze gebaseerd is op Liefde voor zijn hele schepping. Dit in tegenstelling tot ons willen, Grieks thelõ, dat niet gebaseerd is op liefde maar op wat wij allemaal willen en dat is gigantisch! Ga maar eens terug naar je jeugd, wat wilde je allemaal niet hebben voor je verjaardag, hele verlanglijsten en helaas werden deze lijsten nooit korter, maar alleen maar langer en groter en duurder. Er is aan de wensen van de mens niet meer te voldoen en als wij iets willen dan moet het er ook komen, zoniet dan worden we behoorlijk chagrijnig. Laat dat nou in het geloofsleven ook zo zijn. De gelovige van nu wil nog steeds dat God voldoet aan alle door hem/haar gestelde eisen en zo niet dan zoeken wij het ergens anders, iets alternatiefs of zo, of een andere gemeente waar de dingen die we willen wel kunnen. Onze wil speelt zo’n grote boventoon, dat wij ons totaal niet meer willen onderschikken aan wat Gods woord nu eigenlijk zegt en ingaan tegen Gods geopenbaarde wil/thelêma, ofwel wil-effect. Er zijn gelovigen die niet onderkennen dat Gods wil absoluut is, dat je daar niet mee kunt sjoemelen, alsof er nog een mogelijkheid zou zijn met God te onderhandelen, zo van: als U mij nu beter maakt, dan ga ik voortaan zo en zo leven. Maar zodra God dat, wat de mens wil, gedaan heeft leven ze helemaal niet meer zo en zo, zoals ze met God afgesproken hadden. Dat kan ook niet want onze wil is zo beperkt, dat wij wel besluiten nemen, maar toch onze wil niet door kunnen voeren en zodoende altijd weer in onze oude gewoontes terugvallen. Paulus wilde ook van alles maar zelfs hij werd door de omstandigheden ingeperkt of er was de tegenstander die roet in het eten gooide, Romeinen 1:13; 1 Thessalonicenzen 2:18. 309

Verder wilde hij graag overkleed worden, 2 Corinthiërs 5:4. Paulus wilde dolgraag de wet houden maar toch lukte dat steeds niet, Romeinen 7:13-26. (Let op! de NBG heeft wens in plaats van wil). Paulus eindigt dan met de woorden: Ik ellendig mens! wat zal mij bergen uit het lichaam van deze dood, en dan komen er twee woorden die de NBG helemaal niet heeft vertaald, Genade echter! Net zoals Paulus niet kan leven naar de wet maar genade nodig heeft, zo kunnen wij ook niet zonder deze genade, ondanks het feit dat wij niet eens onder die wet gesteld zijn. Doch ook zonder de wet zijn wij zo gebonden aan allerlei plichtmatigheden, waaraan wij met onze eigen vrije wil niet eens het hoofd kunnen bieden, dat wij niet zonder Gods genade zouden kunnen leven. Uit de brieven van Paulus blijkt duidelijk dat hij wel allerlei dingen zou willen doen maar niet in staat is ze uit te voeren door allerlei omstandigheden. Het betekent dat ook hij niet ver kwam met zijn vrije wil. Als je gaat kijken naar Gods wil dan blijkt het tegenovergestelde, want alles wat Hij wil dat gebeurt gewoon, of wij daar nu tegen steigeren of niet. Hij is de enige met een daadwerkelijke ongebonden vrije wil! Paulus roeping ging niet van hem uit, hij koos niet voor Jezus, het was precies het tegenovergestelde, hij had gekozen om degenen te vervolgen die geloofden in de naam van Jezus. God koos hem uit en dat zegt hij ook op vele plaatsen, zoals in 1 Corinthiërs 1:1; 2 Corinthiërs 1:1; Colossenzen 1:1; 2 Timótheüs 1:1 en Efeziërs 1:1 waar staat: Paulus, door de wil, thelêma, van God een apostel van Christus Jezus. Het effect van Gods wil was, dat Paulus tot apostel van Christus Jezus geroepen werd. Gods wil stond dus vast en het effect ervan kwam tot uitdrukking bij de roeping van Paulus. Ook de roeping van ons tot het lichaam van Christus en tot het zoonschap kwam niet tot stand naar aanleiding van ons willen, thelõ, maar door dezelfde wil, thelêma, van God en het effect ervan merken wij aan den lijve! 310

Efeziërs 1:5 het was naar het welbehagen van Zijn wil, thelêma en tot lof van de Heerlijkheid van Zijn genade dat wij tot het zoonschap werden geroepen. Efeziërs 1:9 Hij heeft ons het geheimenis van Zijn wil, thelêma, doen kennen. Efeziërs 1:11 onze bestemming was in overeenstemming met de raad van Zijn wil, thelêma, opdat wij zouden zijn tot lofprijs van Zijn Heerlijkheid. De wil, thelêma, van God is zo bepalend omdat hetgeen God hiermee bereikt niet te vergelijken is met wat wij met onze vrije wil zouden willen en kunnen bereiken. Galaten 1:3,4 zegt: Genade zij jullie en vrede van God, onze Vader en de Here Jezus Christus, die Zichzelf overgegeven heeft voor onze zonden om ons te nemen uit de tegenwoordige boze eeuw (NBG wereld), in overeenstemming met de wil, thelêma, van onze God en Vader. Indien wij denken dat wij zo’n grote krachtige en sterke eigen vrije wil hebben en alles van onszelf afhangt, hoe willen wij onszelf dan uit deze tegenwoordige boze eon trekken? Dit is onmogelijk, hoewel veel gelovigen inderdaad proberen op eigen kracht de zonden te overwinnen, waarmee zij bezig zijn het effect van Gods wil nog eens opnieuw zelf te bewerken en dat is de tragiek van de hedendaagse gelovige. Het is vergeefse moeite en ook volkomen zinloos want wij zijn al door God, de Vader door het offer van Zijn Zoon uit de tegenwoordige boze eon genomen. Om Gods wil, thelêma, te leren kennen is het wel noodzakelijk dat er iets in ons gaat veranderen zoals wordt aangegeven in Romeinen 12:2, wat ik gelijk maar weer naar het Grieks vertaald weergeef: En stel je niet in op deze eeuw, aiõn, maar wordt omgevormd door de vernieuwing van jullie denkzin zodat jullie dan ook kunnen toetsen wat de wil, thelêma, van God is, het goede, welgevallige en gerijpte. Iedereen die dit bestudeert zal toch wel kunnen begrijpen dat hier geen sprake is van een rol die is weggelegd voor onze vrije wil, die in staat zou zijn onze denkzin om te vormen en te vernieuwen. Het is aan God, onze Vader voorbehouden dit door Zijn geest in ons te bewerken. 311

Ook Paulus was hiervan op de hoogte anders had hij niet tijdens zijn gebeden, welhebbingen, God, de Vader verzocht de gelovigen te vervullen met de erkenning, opeenstapeling van kennis, van Zijn wil, thelêma, in alle wijsheid en geestelijke intelligentie, Colossenzen 1:9 Paulus zei niet tegen de gelovigen: Joh, je moet je eigen vrije wil eens onder handen nemen! Want wijsheid Gods en ook geestelijke intelligentie kun je niet verkrijgen door je schouders eronder te zetten en veel te gaan studeren; het is volledig afhankelijk van Gods vervulling hiermee. Het komt er dus op aan dat wij de wil, thelêma, van God leren kennen en hiervoor is geen andere mogelijkheid dan dit te zoeken in Gods woord, zoals Jezus zelf al zei in Johannes 6:63 De geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven. Wij moeten ons dan ook niet laten leiden door wat mensen allemaal beweren, maar het toetsen aan Gods woord met onze vernieuwde en omgevormde denkzin. Alles wat wij daarbuiten zoeken is vlees en doet geen nut! Het is hartstikke onverstandig om niet te trachten te verstaan wat de wil, thelêma, des Heren is, want zo staat het ook in Efeziërs 5:17. Ja, zal iemand zeggen, maar de wil om in het woord te duiken is toch ook uit God? ik heb daar gewoon geen zin in! Nou dan kan ik je gelijk wel zeggen dat er dan ook geen vrede en rust gevonden kan worden in de omstandigheden waarin God je plaatst. Zodra je je echter wendt tot de wil, thelêma, van Hem merk je dat je weer loskomt van datgene waarmee de tegenstander probeert je levend gevangen te nemen, 2 Timótheüs 2:26. Vanzelfsprekend heb ik ook wel eens geen zin om mij in het woord te verdiepen en laat ik de boel wat verslappen, maar als je ondanks dat toch het woord weer oppakt verdwijnt de tegenzin meteen, omdat je dan helemaal loskomt van de dagelijkse beslommeringen en van al het gedoe om je heen en van datgene dat de tegenstander je probeert in te fluisteren. Heerlijk is dat! Weet je, dan mag je weer staan, gerijpt en ten volle verzekerd in alles wat God wil, thelêma, Colossenzen 4:12, en ben je niet meer omver te krijgen. 312

God, de Vader geeft je dan opnieuw de wil om als slaven van Christus Jezus de wil, thelêma, van God vanuit de ziel te doen en welwillend te slaven als voor de Heer en niet voor mensen, Efeziërs 6:6,7. Het resultaat hiervan? Danken altijd in ALLES, want dat is de wil, thelêma, van God in Christus Jezus onze Here, 1 Thessalonicenzen 5:18. Dit mondt uiteindelijk uit in: Danken altijd voor alles, Efeziërs 5:20. Het is een absolute onmogelijkheid om dit zelf met je vrije wil te bereiken, temeer omdat dit on-menselijk is, ofwel niet naar de mens; dit kan alleen door Gods geest bewerkt worden! Het effect van Gods wil, thelêma, is echt enorm. Ik ben verheugd dat deze studie zo is uitgepakt! Natuurlijk had ik kunnen uitweiden over het feit dat wij geen vrije wil hebben en mij kunnen baseren op: a) dat wij er niets aan hebben kunnen doen dat wij in Nederland zijn geboren en onze wil derhalve anders was geweest als wij in Afrika waren geboren en wij mogelijk nu aan aids zouden lijden of van de honger zouden omkomen. b) dat onze wil wordt gevormd door wat wij van huis uit meekrijgen. c) dat onze wil sterk afhankelijk is van onze omstandigheden. d) dat de schepping niet vrijwillig aan de ijdelheid ondergeschikt is maar vanwege de Onderschikkende, Romeinen 8:20. e) dat God ons speelruimte geeft om beslissingen te nemen waardoor het lijkt alsof wij een vrije wil hebben. f) dat wij een bepaald voorval vanuit ons menselijk gezichtspunt bekijken en vergeten het vanuit God te zien. g) dat de mens niet de vrijheid heeft om wel of niet te zondigen, omdat hij als zondaar is ingezet, Romeinen 5:12 en 19. h) dat een ziekte of een ongeluk ons overkomt, zonder dat wij in kunnen grijpen met onze vrije wil. 313

i) dat onze vrije wil zich gewoon aanpast aan de omstandigheden waarin wij ons bevinden, dat je dus eigenlijk aan handen en voeten gebonden bent. j) dat ons ik zowel materieel, lichamelijk alsook geestelijk te beïnvloeden is door wat er in de wereld gebeurt. Kijk bijvoorbeeld maar naar de tweede wereldoorlog, wij wilden niet dat Rotterdam werd gebombardeerd en Nederland werd bezet, maar met onze sterke wil was dit toch niet tegen te houden. k) ik wilde na de oorlog, omdat ik ondervoed was, niet naar Denemarken uitgezonden worden, maar het gebeurde wel en dat ik later niet meer terug wilde naar Nederland, maar toch moest, gebeurde ook, hoewel dat inging tegen mijn uitdrukkelijk kenbaar gemaakte wil. Dit zou een eindeloze verhandeling kunnen worden van allerlei wetenswaardigheden, maar het gaat ons er toch uiteindelijk om te weten te komen hoe wij het vanuit Gods woord mogen verstaan en geloven, niet vanuit de ziel maar geestelijk. Zodra wij weten wat Gods wil, thelêma, betekent willen wij niets liever dan onze wil onderschikken aan de wil van onze God en Vader! Groetjes Ruud 314

HOOFDSTUK 8 Onderwerpen De instelling van het Avondmaal Opwekken, opstaan, levendmaken Anne aan het herauten! Romeinen 8:17-39 319 327 343 355

Hallo oom Ruud! (22) 12-10-2005 1) Inderdaad heb ik mij niet gerealiseerd, dat mijn vragen van 5 september veelal het volk Israël aangaan. Ik weet wel, dat alleen de brieven van Paulus voor de gemeente zijn en de evangeliën voor het volk Israël, maar in de praktijk borrelen dan toch vragen op tijdens het lezen in de bijbel en gooi ik de zaken door elkaar. Ik zal proberen daar beter onderscheid tussen te maken, en mijn vragen te beperken tot de gemeente van Christus. In ieder geval heb ik brief 21 bestudeerd en ook de bijlage "De vrije wil". 2) Het viel mij wel op, dat ook in Lucas 3:23-38 het geslachtsregister van Jozef vermeld staat, maar dat dit toch een ander geslachtsregister is dan vermeld in Matthéüs 1:1-17. Dus hoe weten we nu, welke van Maria is? Want als ze allebei van Jozef zijn, dan klopt er iets niet. Wel mooi zeg, Adam, de zoon van God, dat was me nog nooit eerder opgevallen eigenlijk! 3) In Matthéüs 27:52-53 staat dat op het moment dat Jezus stierf, er heiligen werden opgewekt. Hoe is dat mogelijk, als Christus de eersteling is die opgewekt is volgens 1 Korinthiërs.15:20? 4) Alle kerken vieren het avondmaal, is dit bestemd voor de Joden of ook voor de gemeente? Ook Paulus sprak over het avondmaal (1 Korinthiërs 10:16). 5) God is Liefde. Ik heb gezocht naar een bijbeltekst waarin dit letterlijk staat, maar kon het niet vinden. Wel natuurlijk wat God in/door Zijn liefde voor ons en alle andere schepselen en hemelingen heeft gedaan en waaruit Zijn liefde blijkt (het effect is van Zijn liefde), maar niet dat Hij liefde is. Of wordt daar eigenlijk hetzelfde mee bedoeld? 6) Ik heb toch nog wat vragen over de Joden gesteld, maar soms heb ik de antwoorden nodig om een steeds beter beeld te krijgen van Gods plan en om e.e.a. beter te kunnen begrijpen. 7) Niet zoveel vragen hè, deze keer! Geweldig trouwens, dat op de website van Eben-Haëzer, naast bijbelstudies, ook predikaties te zien zijn! Groetjes, Anne 316

Hoi Anne, (22) 19-12-2005 Door allerlei omstandigheden was ik niet in staat eerder op jouw laatste brief in te gaan, maar ik ben blij je nu weer een antwoord te kunnen sturen met een nieuw onderwerp over ‘opwekken, opstaan en levendmaking’. Het was heel fijn om hier weer eens helemaal opnieuw mee bezig te zijn en ik hoop dat het jou ook zal aanspreken. Ik krijg nog steeds heel veel reacties op de Brieven aan Anne en iedere keer doet mij dat toch heel veel, zodat ik het fijn vind om te beginnen met het beantwoorden. 1) Jouw vragen die in hoofdzaak het volk Israël betroffen waren toch heel boeiend en ik denk voor de lezers ook interessant. Omdat wij al zo lang met de brieven van Paulus bezig zijn, vergeet je ook wel eens dat mensen die aan het begin van hun geloofsleven staan vaak op een heel andere manier bezig zijn. Daarom leek het mij dat jouw vragen toch precies pasten in wat andere gelovigen ook graag willen weten. Je hoeft jouw vragen dus niet te beperken. Ik zal echter niet op alles een antwoord weten, omdat veel van wat ik vroeger geleerd en gezien heb nu toch een heel andere betekenis blijkt te hebben. Achteraf is het een groot voorrecht geweest dat mij in het begin van mijn geloofsleven anders geleerd werd, omdat ik daar nu bij het duidelijk worden van Gods plan tot redding van al Zijn schepselen, de vruchten van pluk. 2) Matthéüs 1:1-17 geeft het geslachtsregister van Jozef weer want daar staat in vers 16 dat Jakob de vader was van Jozef met als toevoeging: de man van Maria. Hierover hoeft dus geen enkele twijfel te zijn. Lucas 3:23-38 is inderdaad iets ingewikkelder omdat het lijkt of hier ook weer het geslachtsregister van Jozef aan de orde is omdat het met zijn naam begint. Jozef kan echter niet en de zoon van Jakob en de zoon van Eli zijn. Het zou wel een beetje te gemakkelijk zijn om dan zo maar aan te nemen dat Eli dan wel de vader van Maria moet zijn. Bij een goede vertaling zou iedereen hebben kunnen begrijpen hoe het in elkaar zat. Er staat namelijk het volgende: 317

Toen Jezus zijn werken begon, was hijzelf ongeveer dertig jaar oud en was naar de WET de zoon van Jozef! Lucas had de bedoeling om de lijn aan te geven van Jezus tot aan Adam en kon niet om Jozef heen omdat hij wettelijk gezien de vader van Jezus was, maar in werkelijkheid was hij dit niet. Jezus werd niet erkend als de Zoon van God en de Joden dachten dat Hij gewoon de zoon van Jozef was en als zodanig zal hij ook ingeschreven zijn geweest. Lees hiervoor Lucas 2:21-29. Bij de besnijdenis van Jezus na acht dagen ontving Hij ook de naam Jezus en verder deden Jozef en Maria met Jezus wat naar de wet gebruikelijk was, ze gingen met Hem naar Jeruzalem, enz. In Matthéüs 13:53-58 ging Jezus naar zijn vaderstad om de mensen te leren in hun synagoge, doch zij begrepen het niet en zeiden: Vanwaar heeft Hij die wijsheid en die krachten, is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria, enz. Jezus was trouwens zelf ook timmerman, Marcus 6:1-6, en had dus hetzelfde beroep als zijn vader. Voor zover ik weet was het in het Midden-Oosten ook niet gebruikelijk om geslachtsregisters van vrouwen te laten maken en daarom is het toch ook wel bijzonder dat Lucas hier gewag van maakt. Intussen is er in het Midden-Oosten en in menig ander land nog niet veel veranderd als het om vrouwen gaat, omdat ze er nog steeds een ondergeschikte rol vervullen. Dat het geslachtsregister van Maria teruggaat tot aan Adam is natuurlijk ook om aan te geven, dat Jezus al vanaf het begin van de mensheid als Gods Zoon in Zijn plan besloten was. 3) Jij hebt altijd wel wat bijzonders, nu weer de vraag over de opgewekte heiligen in Matthéüs 27:52-53 en hoe dit mogelijk is in verband met de opwekking van Christus als eersteling. Ik had besloten om de eerstvolgende keer een onderwerp te maken over opwekken, opstaan en levendmaken en nu kom jij met deze vraag. Heel apart omdat ik laatst nog over deze opwekking met iemand gesproken heb, waarbij bleek dat hij hier nog nooit van had gehoord of er iets over had gelezen. 318

Dus verwijs ik gewoon naar ons onderwerp hetgeen jouw nieuwsgierigheid zeker zal prikkelen. Even wachten hoor, eerst verder lezen. 4) Het vervelende is dat de uitdrukking avondmaal in het Grieks niet voorkomt. Voor maaltijd zijn er twee woorden met twee verschillende betekenissen. deipnon maaltijd, maar met de achtergrond van een hoofdmaaltijd deipneõ maaltijd houden, ofwel hoofdmaaltijd houden ariston maaltijd, maar met de achtergrond van een vroege maaltijd De hoofdmaaltijd kon zowel ’s middags als ’s avonds worden gehouden. De vroege maaltijd ’s morgens of ’s middags. In de NBG wordt ook nergens over een avondmaal gesproken, het wordt alleen gebruikt tussen twee perikopen in om duidelijk te maken waar het over gaat. De Statenvertaling gebruikt echter in de meeste gevallen wel het woord avondmaal. Dit woord zal wel zo ingeburgerd geweest zijn, dat de NBG het als kop boven de perikoop is gaan gebruiken, maar wel in de teksten het woord maaltijd heeft gebruikt, zowel bij de hoofdmaaltijd als bij de vroege maaltijd. In sommige gevallen hebben ze het Griekse woord vertaald met eten. Lucas 14:12 gebruikt beide Griekse woorden wat de NBG heeft vertaald met middag- en avondmaaltijd, wat dus vroege en hoofdmaaltijd zou moeten zijn. Het doet verder niet zoveel ter zake maar ik wilde het even uitleggen omdat aan het stukje waar ik het over wil hebben, de kop voorafgaat: De instelling van het Avondmaal Lucas 22:14-23 Als je de verzen ervoor leest dan zie je dat Jezus het Pascha met zijn twaalf apostelen (NBG twaalf niet vertaald) wilde vieren, je zou kunnen zeggen in besloten kring. Jezus wilde dit met de twaalf apostelen (twaalf staat voor de stammen van het volk Israël), vieren voor Zijn lijden een aanvang nam. Het Pascha had betrekking op het vieren van het feit dat het volk Israël verlost werd uit Egypte. 319

Exodus 12:1-28 Eerst even iets over het woordje kleinvee dat in de NBG gebruikt wordt. In de Duitse concordante vertaling staat hiervoor Lamm en in de Engelse bijbel (revised standard version) Lamb. Het ging dan in ieder geval om een gaaf mannelijk lam van een jaar en het mocht zowel van een schaap als van een geit zijn. De Israëlieten kregen de opdracht om het lam te slachten en het bloed te gebruiken om op de bovendorpel en de deurposten te strijken, dit om te voorkomen dat de eerstgeborenen van zowel mens als dier gedood zouden worden. Pascha betekent dan ook overspringen, je zou mogelijk kunnen zeggen passeren. Er zaten echter nog allerlei geboden en regels aan vast, zoals je kunt zien in dit bijbelgedeelte. In vers 24 staat dat het als een altoos durende inzetting gold; ook in het land dat de Here hen zou geven moesten de Israëlieten deze dienst onderhouden. In de verzen 43-51 worden dan nog allerlei voorwaarden genoemd waaraan het Pascha moest voldoen, waarvan ik er één aanhaal: geen been zult gij ervan breken; hier kom ik straks op terug. Een logisch gevolg van dit Pascha, wat diende tot redding van de eerstgeborenen van mens en dier, is dat hier ook nog iets aan vastzit, hetgeen je kunt lezen in Exodus 13:1-16. Het belangrijkste is dat alles wat het eerst uit de moederschoot voortkwam voor God geheiligd moest worden, zowel van de mens als van het dier. Dit moest ook geschieden zodat het volk Israël zich realiseerde dat God hen uit het land Egypte bevrijd had. Let er wel op dat het slechts gaat om de mannelijke eerstgeborenen. In vers 13 wordt gesproken over elk eerste ezelsveulen dat zij moesten loskopen (NBG lossen) met een lam. Een ezel was een belangrijk dier dat in die tijd ontzettend veel werk moest verzetten. Als we nu terug gaan naar Lucas 22:14-23 dan zien we ineens het verband met deze maaltijd, het Pascha en het lijden dat de Zoon voor ogen stond. Ten eerste was Hij de mannelijke eerstgeborene van Jozef en Maria Lucas 2:7. Zij moesten Hem derhalve naar Jeruzalem brengen om Hem aan de Here voor te stellen, gelijk geschreven staat in de wet des Heren: 320

Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor de Here en overeenkomstig deze wet moesten hiervoor offers gebracht worden Lucas 2:23,24. In Openbaring 1:5 wordt Hij de eerstgeborene uit de doden genoemd. Ten tweede was Hij het mannelijk lam dat geslacht ging worden, zie hiervoor ook 1 Petrus 1:18-20. Ten derde mochten de beenderen van een lam ten behoeve van het Pascha niet gebroken worden en nu moet je eens kijken in Johannes 19:32 De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij Zijn benen niet. Zie je hoe ongelooflijk mooi de schrift in elkaar zit? Bij de uittocht uit Egypte mocht geen been van een lam voor het Pascha gebroken worden zodat dit bij HET Paaslam dat geslacht zou worden zeker niet mocht plaatsvinden. Jezus wilde dit Pascha met de apostelen eten waaruit je kunt opmaken dat Hij precies wist wat Hem te doen stond om tot de vervulling van het Pascha te komen, wat vanaf de inzetting op Hem wees. De heidenen (niet-Joden) in die tijd vierden geen Pascha, zij waren immers niet verlost uit het land van Egypte, zodat dit slechts door Israëlieten werd gevierd. In onze tijd viert Jan en alleman Pasen, maar dan wel met gevulde eieren. Het is een heidens vruchtbaarheidsritueel maar daar kun je zelf genoeg over vinden op internet. De Israëlieten vieren nog steeds de uittocht uit Egypte, zoals het altijd is geweest, omdat zij Jezus als hun Messias nog niet hebben herkend. Lucas 22:19,20 En Hij nam een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het hun zeggende: Neem! Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. Op dezelfde manier nam Hij ook de beker na de maaltijd en zei: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt. Dit nieuwe verbond verwijst naar hetgeen God in het oude testament beloofd had aan het volk Israël, Jeremia 31:31-34. 321

vers 31 Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Er is geen sprake van een nieuw verbond met gelovigen uit de heidenvolken. vers 32 Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten tijde dat ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden. Dit klopt weer precies met het Pascha, wat betrekking heeft op de uittocht uit Egypte, want op de Sinaï ontvingen zij het verbond van de wet. vers 33 Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven. Dit is zoiets geweldigs wat er dan met het volk Israël zal gaan gebeuren, want toen de wet op stenen tafelen werd gegrift, heeft het volk zich daar niet aan gehouden. Maar de tijd nadert dat de wet in hun harten geschreven gaat worden en dan wordt het handelen naar de wet geen verplichting meer, maar zullen zij het van harte doen, zonder dat zij er door wie dan ook toe opgeroepen hoeven te worden. Het nieuwe verbond is dus een vervanging van het oude verbond en zowel het een als het ander heeft uitsluitend betrekking op het volk Israël. Weet je wat nu zo wonderlijk is? Dat je verder nergens tegenkomt dat de discipelen zich aan het vieren van de maaltijd gehouden hebben of dat zij het hebben begrepen als geldend voor dat moment. Ook lees je niet dat ze andere gelovige Joden hiertoe opgeroepen hebben. De kop ‘De instelling van het avondmaal’ boven de perikoop van Lucas 22:14-23 betekent niet dat het een instelling voor de heidenvolken is. Hiermee kom je als vanzelf bij Paulus, die geroepen is tot de apostel der heidenen en er een heel andere wending aangeeft. Paulus was niet aanwezig bij het laatste Pascha dat Jezus hield met zijn twaalf apostelen en wist helemaal niets van de instelling hiervan. Paulus schrijft erover in 1 Corinthiërs 11:20-34. 322

vers 20 Wanneer jullie dan samenkomen, eten jullie niet de hoofdmaaltijd van de Heer. vers 21 Want ieder neemt bij het eten tevoren de eigen (hoofd)maaltijd, zodat de een honger heeft en de ander dronken is. vers 22 Hebt gij dan geen huizen om daar te eten en te drinken? Of veracht gij de uitgeroepenen (gemeente) Gods, zodat degenen die niets hebben te schande worden. Er is hier geen sprake meer van een Pascha maar van een (hoofd)maaltijd van de Heer. De Corinthiërs namen hun eigen eten en drinken mee en begonnen gelijk dit eten te verorberen en sommigen werden zelfs dronken, zonder aan de armlastigen te denken die niets te eten hadden. Het was een totaal uit de hand gelopen vertoning die de Here onwaardig was. Dan komt Paulus met een van de Heer ontvangen openbaring over de maaltijd van de Heer, dit in tegenstelling tot dopen, waarover hij geen openbaring heeft ontvangen, 1 Corinthiërs 1:17. vers 23,24 Want zelf heb ik vanaf de Heer meegenomen, wat ik aan jullie overgeef, dat de Here Jezus in de nacht waarin Hij werd overgegeven, brood nam, dankte, het brak en sprak: dit is mijn lichaam, dat voor jullie gebroken wordt, doe dit tot mijn gedachtenis. Het belangrijkste wat er in het Grieks geschreven staat is in de NBG weggelaten, namelijk: dat voor jullie gebroken wordt. Dit zou nooit kunnen gelden voor het volk Israël, want daar moest worden voldaan aan de wet en die had duidelijk te kennen gegeven dat er geen been gebroken mocht worden. Je moet dan denken aan de nagels waarmee Hij aan het hout geslagen was en de verwonding door de speerstoot. Omdat dit niet vertaald is, hebben de gelovigen ook het verschil niet kunnen zien met Lucas 22:19, waar staat: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. 323

vers 25 Op dezelfde wijze ook de beker, na de (hoofd)maaltijd gehouden te hebben, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls als gij die drinkt tot mijn gedachtenis. vers 26 want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood van de Heer totdat Hij komt. Bij het nieuwe verbond onderaan deze perikoop verwijst men weer naar Jeremia 31:31-34, maar dat is dan ook door de bijbelvertalers daar neergezet. Ze zien dezelfde woorden en denken, O, dat moet dan dat wel zijn! Maar een verwijzing die slaat op het volk Israël kan nooit slaan op de toekomst voor de heidenvolken, dus weer die verwarring. Je moet Ezechiël 36:22-28 maar eens lezen, waar de vervulling van Gods geest in het volk Israël wordt omschreven en dezelfde uitwerking weergeeft als in Jeremia 31:31-34. Zij zullen pas de geest inwonend krijgen als de aan hen beloofde Messias op de Olijfberg verschijnt. Maar God is al bij ons komen inwonen en derhalve ook met Zijn geest. Je moet het nieuwe verbond dan ook niet letterlijk nemen maar figuurlijk. In de brieven van Paulus gaat de vrijkoping en verzoening ook veel en veel verder dan ooit aan het volk Israël is beloofd. Daar gaat ie dan: Colossenzen 1:14: en in wie wij de vrijkoping (NBG verlossing) hebben en de vergeving van de zonden. De betekenis van vrijkoping is in het Grieks eigenlijk vanaf-lossing. Het woord vrijkoping geeft echter duidelijker aan dat het gaat om het feit dat ervoor betaald werd met kostbaar bloed. Uit dit vers kun je gelijk constateren dat het avondmaal geen sacrament kan zijn tot vergeving van onze zonden, omdat Paulus daar iets heel bijzonders over schrijft in Collossenzen 2:13-14. vers 13 En jullie dood zijnde in de krenkingen en de voorhuid van jullie vlees, heeft Hij tezamen levend gemaakt met Hem en ons genade geschonken voor alle krenkingen. 324

vers 14 door het handschrift (de wet) uit te wissen dat ons omlaag haalde door zijn inzettingen, die tegengesteld waren en welke Hij heeft opgeheven door ze zelf op het kruis te nagelen. Deze inzettingen werden door de oudsten te Jeruzalem aan de heidenen opgelegd, Handelingen 15:1-29, waar heel veel geharrewar ontstond over de heidenen die tot geloof waren gekomen. Romeinen 3:23,24 Want allen hebben gezondigd en lijden gebrek (NBG derven) aan de Heerlijkheid Gods en worden om niet gerechtvaardigd door zijn genade door de vrijkoping (NBG verlossing) in Christus Jezus. Romeinen 8:23 Wij wachten op het zoonschap: de vrijkoping van ons lichaam. 1 Corinthiërs 1:30,31 Wij zijn in Christus Jezus geworden: wijsheid, gerechtigheid, heiliging en vrijkoping, dus valt er voor ons niets te roemen dan in de Here. Efeziërs 1:7 In Hem hebben wij de vrijkoping door Zijn bloed. De betekenis van het bloed van de Zoon is ook vele malen groter dan die voor het volk Israël. Colossenzen 1:19-20 Zijn bloed diende tot verzoening van de gehele mensheid en wat er verder nog aan schepselen bestaat, zowel in de hemel als op de aarde, ja de verzoening van het Al. En dan schrijft Paulus ook nog over de eerstgeborene van de ganse schepping en de eerstgeborene uit de doden zodat Hij in alles de eerste geworden is, Colossenzen 1:15,18. Trouwens Romeinen 5:9,10 slaat alles, want wat te denken van: Veel meer zullen wij derhalve thans in Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem gered worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, gered worden in Zijn leven. 325

Al deze Heerlijkheden zijn voor jou en mij bestemd en hiervan kan het volk Israël zelfs nog niet dromen. In 2 Corinthiërs 3:6 staat ook dat: God ons bekwaam heeft gemaakt om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter maar van de geest, want de letter doodt, maar de geest maakt levend. Hieruit kun je dus heel duidelijk opmaken dat het niets te maken heeft met het nieuwe verbond dat God met Israël in de toekomst gaat sluiten. Het gaat juist om een verbond voor individuele gelovigen uit welke natie dan ook, dat van geestelijke aard is ofwel een nieuw verbond in de geest. God is Liefde! 5) Ik wist zelf ook even niet waar dit letterlijk stond. Je gedachten gaan wel gelijk uit naar het evangelie van Johannes en daar heb ik het dan ook gevonden. Gek eigenlijk, je weet dat God Liefde is en je leest overal het effect van Zijn Liefde, maar waar staat het nu echt zo specifiek. In ieder geval in 1 Johannes 4:9,16, dus toch nog bij Johannes! Verder dacht ik aan 1 Corinthiërs 13:1-14:1, waar wij worden opgeroepen de Liefde Gods na te volgen en er naar te jagen. De omschrijving in de verzen van wat Liefde is kan niet anders dan betrekking hebben op God de Vader omdat wij zo’n volmaakte liefde in de verste verte niet uit onszelf kunnen opbrengen. In 2 Corinthiërs 13:11 wordt gezegd: de God van de Liefde en van de Vrede zal met u zijn. Als je het menselijk zou benaderen zou je kunnen zeggen dat Liefde slechts tot uitdrukking komt door daden. Nu, daar hoeven wij bij God geen twijfel over te hebben, want daar schrijf jij zelf al over. 6) Ik heb de vragen over het volk Israël weer trouw beantwoord en hoop dat het naar tevredenheid is, anders hoor ik het nog wel. Daar zit ik echt niet mee! 7) Ja, die website is geweldig. Ik zou wel even naar je willen zwaaien als wij in beeld komen, maar dat is toch ook niet echt gepast. Hé, onze hartelijke groeten en ik eindig dan maar met de tekst die voor mij ligt uit 2 Corinthiërs 13:13 326

De genade van de Here Jezus Christus, en de Liefde Gods, en de gemeenschap van de heilige geest zij met je! En zo is het! Ruud. Opwekken, opstaan, levendmaken! Om de betekenis van deze drie woorden te kunnen verstaan, moeten wij zeker weten of dood nu wel echt dood is of toch een vorm van leven. In onze briefwisseling, brief 6, deel 2, hebben wij het al eerder over dit onderwerp gehad en daarom wil ik hierover niet teveel uitweiden. In 1 Corinthiërs 15:16-18 schrijft Paulus een heel verhelderend stukje, waar nodig zal ik de woorden vanuit het Grieks aanpassen. vers 16 Immers, indien de doden niet opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt. vers 17 en indien Christus niet is opgewekt, dan is jullie geloof ijdel (NBG zonder vrucht) en zijn jullie nog in jullie zonden. vers 18 en zijn ook zij, die in Christus (liggend) rusten, omgekomen. Indien Paulus ervan uitging dat de gelovige mensen direct naar de hemel zouden zijn gegaan had hij in vers 18 niet geschreven dat de doden in Christus liggend rusten en had hij vers 16 ook anders geformuleerd. Dood zijn is zowel voor de ongelovige als voor de gelovige dezelfde toestand, namelijk die van een liggend rusten zonder ook maar enig besef van tijd of kennis. Er bestaat dus ook niet een soort voorgeborchte, volgens van Dale: (r.k.) een plaats waar de zielen van het Oude Verbond de komst van Christus afwachten of waar de zielen van ongedoopte kinderen verblijven. Het enige wat voor rooms-katholieke mensen wel een troost zou kunnen betekenen is dat ongedoopte kinderen dan in ieder geval nog een kans krijgen. Voor ongelovige volwassenen is het voorgeborchte natuurlijk taboe, eigen schuld en nog iets wat erop rijmt. 327

Veel ongelovigen denken dat hun geliefden toch nog ergens voortleven als een soort ster of zo en nog van alles kunnen horen en zien. Ook gelovigen denken vaak dat hun geliefden vanuit de hemel toekijken hoe zij het nu verder allemaal doen en hen alsnog op een of andere manier kunnen helpen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat zij ooit eens het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus hebben gehoord of gelezen en nooit bedacht hebben dat dit niet over een daadwerkelijk gebeurd verhaal ging, maar een gelijkenis betrof om de Israëlieten iets duidelijk te maken, Lucas 16:19-31. Laatst zei een gelovige vrouw, die haar man pas had verloren nog tegen ons, met een brok in haar keel: Ik vind het zo erg dat hij nu vanuit de hemel kan zien dat ik alles fout doe en geen raad weet met onze moeilijk opvoedbare zoon! Eén hoopje ellende, tegen wie je niet zomaar gaat zeggen wat jij ervan vindt en wat jij allemaal gelooft. Luisteren is het enige wat je kunt doen en als God het geeft kun je misschien toch nog tot vertroosting zijn en komt de rest vanzelf op Zijn tijd. Ook in 1 Thessalonicenzen 4:16 staat het natuurlijk duidelijk dat zij die in Christus gestorven zijn het eerst zullen opstaan, wat volkomen overbodig zou zijn als zij al bij de Here waren vanaf het moment dat zij gestorven zijn. Dat zij uit het voorgeborchte zouden komen is gewoon een verzinsel van mensen, want er staat duidelijk in het Grieks dat wij degenen die (liggend) rusten (NBG ontslapenen) niet vóór zullen gaan, vers 15 en wij tegelijk tezamen weggerukt zullen worden. Omdat mensen zijn gaan geloven dat zij bij het sterven naar de hemel gaan, is de opstanding op de achtergrond geraakt en wordt er bijna niet meer over nagedacht en/of over gesproken. Er is dus geen fundamentele reden meer voor. Het verder leven na de dood, voor de opstanding heeft plaatsgehad, heeft met spiritisme te maken en helemaal niets met Gods woord. Daar wordt eerder over de dood gesproken alsof men slaapt, tenminste zo noemt Jezus het zelf in Johannes 11:11 en 13. Martha ging er ook niet van uit dat haar broer Lazarus na zijn sterven in de hemel was, want zij zegt tegen Jezus, als Hij tot haar zegt, je broer zal 328

opstaan, dat zij weet dat Lazarus zal opstaan bij de opstanding op de laatste (NBG jongste) dag, Johannes 11:24. Het zou ook heel onlogisch zijn als Jezus iemand die zich al in de hemel bevond weer daar vandaan zou halen om op aarde verder te laten leven waar hij dan later alsnog zou moeten sterven, mogelijk met veel meer lijden. Opwekken, opstaan en levendmaken heeft ermee te maken dat wij een heel ander lichaam krijgen dan het lichaam dat wij nu bezitten. Ons leven is afhankelijk van adem, zonder dat kunnen wij nooit tot een levende ziel worden, Genesis 2:7. Ons lichaam is afhankelijk van voedsel, terwijl het voedsel weer afhankelijk is van zuurstof wat aangereikt wordt door de aarde, die dit voedsel produceert. Ons lichaam kan gewoon niet bestaan zonder adem en voedsel. Het lichaam dat wij in de opstanding zullen ontvangen dient echter niet langer tot behuizing als je dat zo wilt noemen van adem en voedsel, maar tot behuizing van de geest. Adem en voedsel zijn dan nutteloos geworden omdat we dan in een totaal andere levensomstandigheid zullen verkeren. Ons veranderde lichaam zal heel andere functies en bekwaamheden hebben dan ons huidige aardsgebonden lichaam. Weet je wat nou zo gek is, dat er wél sprake is van een verandering van ons lichaam maar niet van onze geest. Onze geest zal dan uitsluitend beheerst worden door Gods geest. De geest die in ons is, is nog maar een zwakke afspiegeling van de geest die straks werkzaam zal zijn in ons verheerlijkte lichaam. Nu is het nog zo dat onze geest bij overlijden ons lichaam verlaat, maar bij ons opstandingslichaam is dat niet meer het geval. Adem die nu nog noodzakelijk is voor dit aardse/zielse lichaam is volstrekt overbodig, maar ook ons bloed dat ons lichaam nu voorziet van energie is slechts nodig tot het stervensproces een einde heeft genomen. Het zielse zoals dat nu in ons functioneert houdt dan op te bestaan, omdat de ziel in het bloed is en wij dus niet langer afgeleid worden door onze zintuigen. 329

Zuurstof uit de lucht is dan ook niet langer nodig om allerlei chemische verbrandingsprocessen in gang te houden. Wij kunnen er ons, lijkt mij, eigenlijk geen voorstelling van maken hoe alles omvattend Gods geest dan in ons zal werken en welke krachten er dan vrijkomen om ons te kunnen tonen aan overheden en volmachten, die mede door ons onder de voeten van de Christus gebracht zullen worden. Als wij komen te sterven keert het lichaam terug tot de aarde, de ziel is in het onwaarneembare en de geest keert terug tot God. Bij het bazuinen van de bazuin keren wij terug uit de dood en kunnen we spreken van opwekken, opstaan en levendmaken. Deze begrippen hebben echter alle drie wel een andere betekenis en zou je als volgt kunnen onderverdelen: opstaan opwekken levendmaken Opwekken Heel apart is, dat wij wel met Christus zijn opgewekt, maar nog niet met Hem zijn opgestaan. Hoe deze misvatting is ontstaan is mij niet geheel duidelijk, want in het woord komt dit niet voor. Het is, denk ik, heel begrijpelijk dat je niet kunt opstaan als je niet eerst wordt gewekt. Iedereen heeft wel een wekker in huis, die ontzettend te keer gaat als het tijd is om op te staan. Eerlijk gezegd heb ik nooit zo’n last gehad van wekkers omdat ik vanaf mijn geboorte aan een kant doof ben. Ik slaap dus altijd op het oor waarmee ik kan horen en wordt gewekt door de liefdevolle hand van mijn vrouw, hoewel, als het hiermee niet lukt een por ook niet is uitgesloten. Wekken of opwekken heeft in het woord ongeveer dezelfde betekenis. Je kunt niet opstaan als je niet eerst wordt gewekt. Hiervan zijn aardig wat voorbeelden en daar zal ik je er een paar van noemen. Het bekendste is wel dat van Lazarus, Johannes 11:43, waar Jezus, na God, de Vader gedankt te hebben, riep met luide stem: Lazarus, hierheen, kom eruit. 330 betreft ons lichaam betreft onze ziel betreft onze geest

Pas na het luide roepen, waarmee Jezus Lazarus (op)wekte werd het hem mogelijk gemaakt om ook op te staan. Let er echter op dat hier weliswaar sprake is van een verandering van het lichaam, namelijk van een dood lichaam in een levend lichaam, maar niet van een opstanding in de zin van een verheerlijkt lichaam. Lazarus is op latere leeftijd gewoon weer gestorven. Een heel bijzondere plaats waar ook over opwekken wordt gesproken betreft jouw vraag 3) over Matthéüs 27:50-53 waar staat: Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden, en de graven werden open gedaan (NBG gingen open) en vele lichamen van de (liggend) rustende heiligen werden opgewekt. En zij gingen uit de graven na Zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen. Dit is toch wel een heel speciale manier van heiligen opwekken, door de luide schreeuw van Jezus toen Hij de geest gaf! De graven gingen niet zomaar open, maar werden open gedaan. Er is dus sprake van een handeling van God, die hiervoor een aardbeving gebruikte. Heel opmerkelijk is dat zij niet direct het bevel kregen om ook daadwerkelijk op te staan, maar in de graven bleven tot aan de opstanding van Jezus. Dit betekent dat er een tijdspanne zat tussen opwekken en opstaan. Hoewel ook hier sprake is van een opstanding en de verandering van een dood lichaam in een levend lichaam, gaat het bij deze heiligen niet om een opstandingslichaam, zodat zij op een later tijdstip alsnog zijn overleden. Lucas 8:40-56 verhaalt van het dochtertje van Jaïrus; zij was inmiddels gestorven omdat Hij werd opgehouden door een zieke vrouw. Hij zegt echter in vers 52 dat ze niet is gestorven maar dat ze slaapt. Hier zie je ook weer dat Jezus de dood beschrijft als een vorm van slapen. Hij vatte haar hand en riep: Meisje, word wakker (NBG Kind, sta op), ofwel, wordt opgewekt. Hiervoor wordt in het Grieks hetzelfde woord gebruikt, te weten egeirõ. Ook hier weer het roepen/wekken voordat er opgestaan kan worden. 331

Wij komen nu als vanzelf weer bij 1 Thessalonicenzen 4:16 want de Here zelf zal in een bevelsroep, in geluid van de vorst van de boodschappers en de bazuin Gods vanaf de hemel vanaf stappen en de doden in Christus zullen het eerst opstaan. Zie je dat er geen sprake kan zijn van een opstaan zonder dat er met een bevelsroep gewekt wordt? Zo ook in: 1 Corinthiërs 15:52 waar wordt gezegd dat bij het bazuinen van de laatste bazuin de doden onverderfelijk opgewekt zullen worden. Hier is dus wel sprake van een totale verandering van het lichaam dat niet meer opnieuw zal sterven. Behalve dat er over daadwerkelijke opwekking wordt gesproken kan het ook gaan om een beeldspraak. Enkele voorbeelden: Romeinen 13:11 Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap (op)gewekt te worden. Want de redding is nu dichterbij, dan toen wij tot geloof kwamen. Ook in die tijd waren de gelovigen in slaap gesukkeld. Geen gezicht voor een ander en behoorlijk slaapverwekkend en dat vond Paulus nou ook, zodat hij het nodig vond ze eens een beetje aan te pakken. De redding van ons lichaam is nu dichterbij dan ooit en ik hoop maar dat iedere gelovige ook in deze verwachting leeft. Hier wordt niet de combinatie van opwekken en opstaan gebruikt, maar uit het vervolg kun je duidelijk opmaken dat het de bedoeling is aan de gang te gaan. Daarom is de inhoud van de tekst uit Efeziërs 5:14 zo mooi: Wek op (NBG ontwaak), gij die dommelt (NBG slaapt) en sta op uit de doden en Christus zal jullie doen oplichten. Ik moest hier echt weer even voor gaan zitten omdat ik mij nu, terwijl ik opnieuw met dit onderwerp bezig ben, eerst goed realiseerde wat de daadwerkelijke diepte is van dit vers! 332

Opwekken heeft immers met onze ziel te maken en hoe zou het toch komen dat wij zo nu en dan zitten te dommelen? Nou, het is echt niet zo moeilijk om daar achter te komen, dit wordt immers door het zielse in ons, door onze zintuigen, veroorzaakt. Je hebt gewoon even geen zin meer in wat dan ook, je hebt het wel gezien, je voelt je langzamerhand in een negatieve spiraal wegglijden en je zou het liefste maar lekker op de bank gaan liggen. Het gaat helemaal niet om ontwaken uit je letterlijke slaap, want iedereen heeft slaap nodig en daaruit ontwaken is heel normaal. Maar uit je zielse omstandigheden komen is echt heel wat anders, omdat wij daarin soms gevangen zitten met heel ons wezen en daar ook heel gemakkelijk met allerlei ongelovigen over kunnen praten, alsof die ons zouden kunnen helpen. Paulus roept ons op al het zielse overboord te gooien door op Hem te zien en op te staan alsof wij al een opstandingslichaam ontvangen hebben wat nog uitsluitend wordt beheerst door Gods geest. Opwekken en opstaan zijn geestelijk gezien zo nauw met elkaar verbonden dat je steeds weer teksten tegenkomt waarin beide woorden voorkomen. Het is, denk ik, vanzelfsprekend, want als je in letterlijke zin gewekt wordt is het toch ook de bedoeling dat je opstaat. En net zoals je kinderen soms tien keer moet roepen is dit voor gelovigen al niet anders. De hier genoemde doden zijn ook niet letterlijk maar figuurlijk dood. Het gaat om mensen die geen relatie hebben met God en Gods geest niet ontvangen hebben en derhalve alleen maar de mogelijkheid hebben om vanuit hun ziel te reageren. Omdat wij het nu toch hebben over de twee verschillende woorden opwekken en opstaan wil ik er nog een keer de nadruk op leggen dat wij wel met Christus zijn opgewekt maar niet met Hem zijn opgestaan! Wat moet ik hier dan verder mee zul je zeggen? Ik zal proberen het je uit te leggen. Bij het blazen van de adem der levenden door Ieue Alueim (NBG God) in de mens werd de mens tot een levende ziel, Genesis 2:7. Ons lichaam wordt in stand gehouden door voedsel wat door de aarde wordt voortgebracht en onze ziel wordt beïnvloed door wat er allemaal in deze 333

wereld met ons en met anderen gebeurt, waarbij onze zintuigen een grote rol spelen. Wij worden zo ontzettend geprikkeld door het zielse wat in ons is dat het volkomen logisch is dat de tegenstander hier zoveel mogelijk gebruik van maakt om ons onderuit te halen. Daarom wordt er ook in het woord gesproken over het feit dat wij een ziels lichaam hebben. Wat is er nu gebeurd? Wij zijn met Christus (op)gewekt hetgeen enigszins is te vergelijken met de heiligen die werden opgewekt toen de Zoon met luider stem de geest teruggaf aan God. Het was echter niet eerder mogelijk voor hen om op te staan dan na de opstanding van de Zoon zelf. Onze opwekking vond plaats tegelijk met de opwekking van de Zoon maar onze opstanding is niet eerder dan op het moment dat de bazuin zal bazuinen. Colossenzen 2:11,12 In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, niet met de hand gemaakt, besneden in de afstroping van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij begraven zijt met Hem in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt . Er wordt hier niet over een daadwerkelijke besnijdenis (Grieks rondom snijden) van de Zoon gesproken, maar het betreft Zijn dood en in die besnijdenis zijn wij begraven met Hem in de doop. De besnijdenis noch de doop is een ritueel dat op ons van toepassing is. Wij zijn niet letterlijk met Hem begraven, zodat wij ook niet met Hem zijn opgestaan. Het zielse in ons is met Hem opgewekt. Je kunt ook, om het wat duidelijker te maken, zeggen: wij zijn wakker geschud. Alleen is het hier niet bij gebleven want wij zijn ook nog met Hem levendgemaakt. Efeziërs 2:6 Hij heeft ons tezamen opgewekt en wij zijn tezamen gezet temidden der hemelingen in Christus Jezus. 334

Dit te weten kan zo’n ommekeer brengen in onze denkzin (zintuig) en daardoor ook in onze ziel, dat wij als vanzelfsprekend anders gaan reageren. Wat is het geweldig te bedenken niet alleen opgewekt te zijn maar ook van God uit gezien je plaats temidden der hemelingen reeds te hebben ingenomen. Dit zijn echter geestelijke zaken die alleen verstaan kunnen worden indien je van God de geest van wijsheid en van onthulling ontvangt, Efeziërs 1:17. Colossenzen 3:1 Paulus roept ons daarom op de dingen te zoeken die boven zijn, waar Christus is, omdat wij tezamen met Hem zijn opgewekt. Hierdoor wordt onze ziel gericht op datgene waartoe wij geroepen zijn en wordt ons denken op dat moment niet in beslag genomen door allerlei zaken die zich hier op aarde voordoen. Opwekken, figuurlijk bedoeld, heeft met onze ziel te maken. Opstaan Alleen in het gedeelte waar Paulus spreekt over onze wegrukking in 1 Thessalonicenzen 4:14 en 16 wordt er over opstaan gesproken met betrekking tot de Zoon van God en ons. vers 14 want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zó zal God degenen, die (liggend) rusten, door Jezus tezamen leiden tot Hem. vers 16 want de Here zelf zal in een bevelsroep, in geluid van de vorst van de boodschappers en de bazuin Gods vanaf de hemel vanaf stappen en de doden in Christus zullen als eerste opstaan. Het gaat hier dus duidelijk over het letterlijk opstaan van ons lichaam, ofwel de verandering hiervan. In tegenstelling tot Efeziërs 5:14 waar het over een figuurlijk opstaan ging. Opstaan komt verder nog voor in Romeinen 15:12 en 1 Corinthiërs 10:7, doch dit heeft niet direct met ons onderwerp te maken. Opstaan en opstanding betreffen beiden een verandering van ons lichaam, wat nog niet aan ons voltrokken is. Je kunt dit terugvinden in 1 Corinthiërs 15:51,52. 335

vers 51 Zie, ik deel jullie een geheimenis mede. Allen zullen wij niet (liggend) rusten, maar allen zullen wij veranderd worden, vers 52 in een ondeelbare oogwenk van een oog, (NBG in een ondeelbaar ogenblik) als de laatste bazuin bazuint zullen de doden onverderfelijk opgewekt worden en zullen wij veranderen. Paulus spreekt hier over een geheimenis en het lijkt er veel op dat het nog steeds een geheimenis is gebleven, want wie gelooft er in het bazuinen van de bazuin? De meeste gelovigen denken bij sterven gelijk naar de hemel te gaan; niemand zal echter door sterven een veranderd lichaam ontvangen maar door opstanding. Paulus sprak al eerder in dit hoofdstuk over opstanding in vers 12 Er waren mensen die zeiden dat er geen opstanding der doden is, maar hier ging Paulus gelijk tegenin door te zeggen in vers 13 Indien er geen opstanding der doden is, dan is Christus ook niet opgewekt. vers 21 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. vers 42 Zo is het ook met de opstanding der doden. Je moet hoofdstuk 15 nog maar eens op je gemak lezen, want het begint ermee dat Paulus mededeelt dat Jezus het allerlaatst aan hem is verschenen als aan een ontijdig geborene. Hij noemt zich de geringste der apostelen, zelfs niet waard een apostel te heten, omdat hij de uitgeroepenen Gods vervolgd heeft. En dan zie je hoe God een dergelijke man zo genadig kan zijn om Zijn gehele heilsplan met al Zijn schepselen zomaar aan hem te openbaren in geheimenissen. 336

Deze geheimenissen duren nog altoos voort en wat is het toch ongelooflijk dat jij en ik en velen met ons diezelfde geheimenissen in genade geopenbaard hebben gekregen. Waarom zouden er dan nog twijfels in de harten van de gelovigen rijzen of zij nu wel echt geroepen zijn, want als je dit hoofdstuk leest, het begrijpt en het beaamt ben je door God verzegeld met de geest der belofte, de heilige, Efeziërs 1:13. Filippenzen 3:20,21 Want wij behoren toe aan het burgerschap in de hemel, uit welke wij ook op onze redder, de Here Jezus Christus, wachten die ons lichaam van ootmoedigheid zal veranderen, Grieks omzetten, en wij gelijkvormig worden aan Zijn lichaam van Heerlijkheid in overeenstemming met de werking van Zijn kunnen om het Al aan zichzelf te onderschikken. Ik wilde bewust nog even deze tekst aanhalen omdat hier ook sprake is van onze verandering en wel tot gelijkvormigheid aan de Heerlijkheid van de Zoon zelf. Nu blijkt echter dat hier geen sprake is van een verandering maar, zoals er in het Grieks staat, van een omzetting. Heel wonderlijk dat Paulus het in 1 Corinthiërs 15:51,52 heeft over een verandering en nu, als hij gaat verhalen over onze daadwerkelijke verandering, ineens over omzetting spreekt. Bij een verandering hebben we misschien toch zoiets van, nu ja er zal wel het een en ander veranderen, maar blijven dan in onze gedachten toch een beetje hangen bij ons aardse lichaam. Het gaat echter niet om een kleine verandering of plastische chirurgie, doch om een totale omzetting van een lichaam van ootmoedigheid naar een lichaam gelijkvormig aan de Heerlijkheid van de Zoon zoals Hij nu is temidden van de hemelingen. De grondbetekenis van het Griekse woord omzetting is: na-figuren. Met andere woorden: wij blijven niet dezelfde figuur maar wij worden gelijk aan het beeld van dat van de Zoon van Gods Liefde. Een ontzagwekkende verandering, die slechts kan plaatsvinden door de kracht waarmede Hij het Al aan Zichzelf kan onderschikken! Klinkt je dit niet als muziek in de oren? 337

Zou dit geen omzetting van de toonsoort bij ons teweeg kunnen brengen en daarmee een andere jubeltoon dan wij gewend zijn? Ik hoop/verwacht het wel! Filippenzen 3:9-11 Het gaat hier om geloof dat wij niet zelf hebben kunnen bewerken maar dat uit God is, omdat wij gerechtigheid bezitten door het geloof van Christus. Dit alles om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap aan Zijn lijden of ik, schrijft Paulus, aan Zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de uitopstanding uit de doden. Er wordt wel eens gezegd dat Paulus ook nog niet zo zeker wist of hij wel deel zou hebben aan de opstanding en dat hij daarom hetzelfde lijden en dezelfde dood als de Zoon van God zou willen ondergaan. Als Farizeeër geloofde hij trouwens al in de opstanding, in tegenstelling tot de Sadduceeën, zie Matthéüs 22:23. Dit betrof dan natuurlijk wel het volk Israël. Anderen zeggen dat Paulus bedoelt dat hij bij zijn sterven toch direct temidden der hemelingen aan zijn taak zou mogen gaan beginnen en derhalve om een uitopstanding vraagt. Als je de hoofdstukken ervóór leest, dan gaat het alleen maar over dienstbetoon, zowel van hemzelf als van anderen. Door geloof leer je Christus kennen en de kracht van Zijn opstanding en hierdoor kun je komen tot een uitopstanding tussen de doden (zij die geen relatie hebben met God) uit. Het is gewoon hetzelfde waar ikzelf ook naar snak, temeer omdat je weet dat je met Christus opgewekt bent en je de kracht van Zijn opstanding ziet werken in je eigen leven tot dienstbetoon voor de ander. Een liggend rusten maakt voor mij nu ook weer niet zoveel uit, immers het dood zijn is in werkelijkheid als een slapen, waar wij het al eerder over hebben gehad. Je merkt totaal niets van het dood zijn en als de opstanding daar is word je je als eerste weer bewust van de Heerlijkheid die over je geopenbaard wordt en zul je denken dat je nog geen minuut geleden gestorven bent. 338

Het meest logisch is echter toch dat het, net als in Efeziërs 5:14, gaat om een figuurlijk opstaan tussen de doden uit en hiervoor is Paulus bereid te lijden net zoals de Zoon heeft geleden, terwijl hij zich terdege bewust is van de kracht van Zijn opstanding. Onze wandel zou als basis kunnen hebben dat wij, in het vooruitzicht van ons verheerlijkt lichaam gelijk aan dat van de Zoon, al leven alsof wij het reeds ontvangen hebben. Vanzelfsprekend zijn wijzelf hiertoe niet volledig in staat, maar het gaat er ook niet om of wij het kunnen maar of wij het willen. Hij ziet slechts het hart aan. Trouwens het willen is ook uit Hem! Toch is het jammer dat wij er maar mondjesmaat mee bezig zijn vergeleken met de manier waarop Paulus dit deed en aan ons bekend maakt en daarom ook de kracht niet ervaren om tot deze uitopstanding uit de doden te komen. Ik weet natuurlijk niet hoe jij daar tegenover staat, maar ik zou toch willen opmerken dat wijzelf wel degelijk deze kracht ervaren hebben, zodat wij onder zeer moeilijke omstandigheden en situaties in genade mochten blijven staan. Ook mede-gelovigen getuigen hiervan, ook al is het lijden nog niet bij hen weggenomen. Als je eens wist hoe verheugd en dankbaar ik ben als ik zoiets hoor. Het zal wel aan mij liggen maar ik moet er dan wel eens een vreugdetraantje om laten. Hoewel wij dus nog niet met Christus zijn opgestaan wil dit nog niet zeggen dat Zijn opstandingskracht niet in ons zou werken. Levend maken Wij zijn niet alleen tezamen met de Zoon opgewekt, maar ook nog eens levend gemaakt. Levendmaken is niet iets waartoe wij zelf in staat zijn en wordt ook niet bewerkt door wat wij er allemaal voor doen, net zo min als bij opwekken en opstaan het geval is. Wonderlijk is dat ik regelmatig hoor zeggen dat wij met Christus zijn opgestaan, wat niet in overeenstemming is met wat in het woord geschreven staat en dat je aan de andere kant bijna nooit iemand hoort zeggen dat wij met Hem zijn levendgemaakt. 339

Het levendmaken wordt in het algemeen toch gezien als de levendmaking waarbij wij met een veranderd lichaam de Here tegemoet gaan in de lucht. Het begrip levendmaken is, net zoals bij opwekken, zowel letterlijk als figuurlijk van toepassing. De Griekse grondbetekenis is doen leven. In 1 Timótheüs 6:13 staat: Ik beveel voor het aangezicht van God die alles levend maakt, enz. (NBG die alle leven wekt). Natuurlijk wekt God alle leven. Als dat niet zo was dan stelde ons geloof ook maar bitter weinig voor, dus is het niet logisch dat Paulus dit aan Timótheüs zou hebben geschreven. Het ging dan ook om het feit dat God het Al Grieks ta panta levend maakt en wel letterlijk en dat was wél de moeite waard om aan Timótheüs te schrijven, net zo goed als wij dit waar mogelijk herauten! Romeinen 4:17 Abraham geloofde God die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept. Dit is zo’n bijzonder gedeelte, omdat je, als je verder leest, tot de ontdekking komt dat hier niet alleen over alle doden gesproken wordt, maar dat er een achtergrond in zit van het dood zijn van de vruchtbaarheid van zowel Abraham als Sara. Hij hield zich vast aan de belofte dat hij vader zou worden van vele natiën en was ervan overtuigd dat God hem en Sara zou doen leven, niet alleen later in de opstanding, maar ook op dat moment, zodat er nageslacht verwekt zou kunnen worden. Dit geloof werd hem tot gerechtigheid gerekend en, als je de verzen 24 en 25 leest, niet alleen hem maar ook ons, die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus onze Here uit de doden opgewekt heeft, die is overgeleverd om onze krenkingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. Weet je het nog? Opwekken had met onze ziel te maken en wat zegt het woord hier nu: Dat Zijn opwekking onze rechtvaardiging heeft opgeleverd, ja het zelfs hierom ging! Echt ongelooflijk, al dat zielse gedoe van ons is gerechtvaardigd. Kun je je een grotere genade voorstellen? 340

En is dat dan niet de oppepper die we nodig hebben om op te staan en ons niet meer door ziel te laten leiden? Romeinen 8:11 En indien de geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij (God) die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw stervende (NBG sterfelijke) lichamen levend maken door Zijn inwonende geest. Zijn geest woont in ons, dus wij mogen er ook van uitgaan dat Hij op elk moment in ons leven onze stervende lichamen levend zal maken, dus niet alleen bij de opstanding, maar ook gewoon in de dagelijkse praktijk van ons leven. Er zit echt niet zoveel verschil in het geloof van Abraham en in dat van ons, de belofte hield hem overeind en dat kan bij ons ook zo zijn. Om nog even te vergelijken: In 1 Thessalonicenzen 4:13-18 is er sprake van een opstaan. In 1 Corinthiërs 15:35-55 van de opstanding van de doden; zaaien in verderfelijkheid en opwekken in onverderfelijkheid; zaaien in oneer en opwekken in Heerlijkheid; zaaien in zwakheid en opwekken in kracht; zaaien van een ziels (NBG natuurlijk) lichaam en opwekken met een geestelijk lichaam, en allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden en de doden zullen bij het bazuinen van de bazuin onverderfelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Het gaat hier dus om een totale verandering van ons zielse lichaam in een geestelijk lichaam, waartoe wij (op)gewekt zullen worden en zullen opstaan. Dit moet niet verward worden met het feit dat wij op dit moment al in ons zielse lichaam met Christus zijn opgewekt en nu al naar de geest mogen leven. Dit opwekken heeft een relatie met levendmaken, want de laatste Adam werd tot een levendmakende geest, 1 Corinthiërs 15:45, en Hij heeft die geest bij ons inwonend gemaakt, 1 Corinthiërs 3:16 en 6:19. 341

Gods geest heeft een enorme uitwerking op onze ziel, waardoor wij op een heel andere manier gaan reageren op alle mogelijke situaties, hetgeen op een levendmaking met Christus wijst. Gelukkig kan ik nog een paar teksten noemen om dit te ondersteunen. Colossenzen 2:13 Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw krenkingen en onbesnedenheid naar het vlees, tezamen levend gemaakt met Hem, toen Hij genade schonk aan al onze krenkingen. Efeziërs 2:5 God echter heeft ons, hoewel wij dood waren door de krenkingen en de begeerten levend gemaakt met de Christus, in genade zijt gij geredden. Het mooie van deze twee teksten is dat er in Colossenzen 2:12 en in Efeziërs 2:6 gezegd wordt dat wij ook met Hem zijn opgewekt. Wij zijn dus wel degelijk levend gemaakt wat onze geest betreft en wij zijn opgewekt wat onze ziel betreft, maar ons lichaam is nog niet met Hem opgestaan. Hoe meer wij met Gods woord bezig zijn des te meer onze opwekking en levendmaking in ons dagelijks leven een rol gaan spelen en Zijn uitwerking daarvan tot uitdrukking komt. Toch zie ik met een beetje ongeduld uit naar onze lichamelijke opwekking en opstanding en als er dan levendmaking aan wordt toegevoegd dan ontstaat er geen leven na de dood, maar er ontstaat leven dat onaantastbaar is voor de dood. Hé tot horens! Ruud 342

Anne aan het herauten! Hallo oom Ruud, (23) 14-12-2005 De voorganger van de gemeente waar ik kom had mij uitgenodigd om weer eens te komen praten (in augustus 2004 ben ik ook bij hem thuis geweest, ter kennismaking). Vanochtend ben ik daar naar toe gegaan. Zijn vrouw was ook aanwezig bij dit gesprek. De eerste 1,5 uur hebben we gesproken over de gemeente, hoe prettig ik het daar vind, over mijn gezin, globaal over Eben-Haëzer en over u en Anne en over de bekende koetjes en kalfjes. Aan het einde van het gesprek vroeg hij of ik lid wilde worden en hij haalde de inschrijfformulieren. De gemeente kent de volwassendoop en hij gaf een toelichting dat er ook mensen waren, die om verschillende redenen (als kind al gedoopt, al belijdenis gedaan, enz.) zich niet wilden laten dopen. Maar dat de gemeente daar wel een voorstander van was, en of ik daar geen probleem mee had als daar in de dienst aandacht aan werd besteed, alhoewel hij nadrukkelijk aangaf, dat het geen wet was, maar je zonder volwassendoop geen leidende functies zou kunnen vervullen binnen de gemeente. Dus toen hij uitgepraat was, vertelde ik hem waarom ik geen voorstander ben van volwassendoop, op de manier zoals ik het van jou geleerd heb. En van het een kwam het ander. Ik vertelde dat ik ook niet in genezingen geloofde als dit niet in Gods plan ligt, omdat dat niet voor deze tijd bedoeld is en over de twee evangeliën, voor Israël en voor de gemeente en over de tijd van genade en toen vertelde ik dat alle mensen gered zullen worden en dat God het kwaad geschapen heeft met een doel. Maar de vrouw van de voorganger was het er niet mee eens en kwam met een weerwoord, bijvoorbeeld dat de mens zelf de mogelijkheid heeft om voor Jezus te kiezen, want dat staat in Johannes (want alzo lief heeft God…..). Waardoor ik nog meer vertelde over alles wat ik geleerd had en de eeuwigheid/eonen e.d. 343

Ik zei dat er geen hel bestond en haalde jouw voorbeeld aan van het kleine hemeltje en de supergrote hel. En vertelde over de hemelingen en de overheden en machten. Maar zij was het er absoluut niet mee eens en kon niet geloven dat zelfs Hitler gered zou worden. Gelukkig moesten we het gesprek afbreken, want hij had nog een andere afspraak en ik moest mijn dochter uit school halen. Je hebt me ooit eens gewaarschuwd dat de mensen, die zo vast zitten in hun traditionele geloof, dit niet zomaar kunnen aannemen. Je had gelijk. Maar toen ik eenmaal begon te praten, kon ik in mijn enthousiasme niet meer ophouden! Ik heb ze op het hart gedrukt om het zelf te onderzoeken en teksten aangehaald die ik van jou had geleerd, ook al wist ik natuurlijk niet precies waar het allemaal in de Bijbel stond! En nu maar afwachten wat God hiermee wil uitwerken! Ik vond het toch wel heel bijzonder om hiervan te mogen getuigen en zo een instrument in Gods hand te mogen zijn, want dat wil ik zo graag! Oh ja, ik vroeg of ik nog wel de diensten mocht bijwonen, want ze waren zo ontdaan, maar ze gaven aan dat ik nog steeds van harte welkom ben. Groetjes Anne. P.S. dit is geen Anne-brief hoor! Hoi Anne, (23) 15-12-2005 Dat is toch wel een heel bijzondere mail die ik van je heb gekregen over dat bezoekje. Wat ik nou zo mooi vind is dat je er gewoon voor uit durfde te komen en over heel veel onderwerpen hebt gesproken. Dat zij zo ontdaan waren verbaast mij totaal niet, je moet niet vergeten dat je, naar hun idee, al hun zekerheden op z’n kop zet. Wat mij opviel is dat de doop volgens hen geen wet was, maar aan de andere kant mag je zonder volwassendoop totaal niets doen, alsof dat dan niet wettisch is. 344

Ook dat de vrouw het er steeds niet mee eens was, misschien wilde de voorganger er eerst nog eens dieper over nadenken! Je schrijft nu wel dat het geen Anne-brief is, maar ik ga toch proberen je over te halen om hem wel te gebruiken, omdat het zo treffend weergeeft hoe jij met je geloof omgaat en gewoon het gesprek aangaat. Ik vind het een enorm getuigenis en zeker ook voor de lezers van de brieven aan Anne. Ook het enthousiasme, dat je bijna niet kon ophouden, is toch de moeite waard om aan andere gelovigen door te geven, zodat ze er ook weer met enthousiasme tegen aangaan. Wij vonden het een fijne brief en hier en daar moesten we steeds even glimlachen om wat je allemaal tegen deze anders-denkende gelovigen hebt gezegd. Het geweldige van een instrument is dat je ermee kunt herauten op Zijn tijd en hoe je ook gespeeld hebt, vrucht dragen doet het altijd ook al zien wij het resultaat nu niet. Wij waren ontroerd! Hartelijke groeten van ons beiden. Hallo oom Ruud, 23-12-2005 Ik heb er even over nagedacht, maar het bezoekje aan de voorganger mag je toch opnemen in de Brieven aan Anne als je denkt dat dat zinvol is. Maar ik wil niemand kwetsen, je weet maar nooit wie het allemaal te lezen krijgt. Fijn als je het om die reden enigszins wilt aanpassen, zodat dit niet kan gebeuren! Groetjes! Anne 345

Hallo oom Ruud, (24) 12-02-2006 1) Brief 22 van 19 december heb ik bestudeerd. Fijn dat al mijn vragen weer beantwoord zijn! Enkele onderwerpen vond ik moeilijk om in een keer te begrijpen, maar als je het dan een paar keer doorneemt, wordt een en ander steeds duidelijker. Toch heb ik onderstaand nog wat vragen/opmerkingen over deze brief. 2) Het stuk over de opwekking van de heiligen, na de opstanding van Christus, was erg verhelderend en gaf duidelijkheid over de (schijnbare) tegenstrijdigheid (Christus was niet de eersteling die werd opgewekt) in de Bijbel. 3) Uit het avondmaal begrijp ik, dat er eigenlijk een avondmaal is voor de Joden, om te gedenken dat Christus voor hen is gegeven, zodat het nieuwe verbond door God is aangegaan met het overschot van Israël, ofwel de Messiasgelovige Joden ten opzichte van het oude verbond, de wet. En er is een avondmaal voor de heidenen, om te gedenken dat Christus voor hen is gebroken, zodat er een nieuw (in figuurlijke zin, net gesloten) verbond des geestes is aangegaan in plaats van der letter (2 Corinthiërs 3:6), zodat de geest in iedere gelovige inwonend is, hetgeen voor Israël pas later zal geschieden, tijdens het duizendjarig rijk. 4) In Colossenzen 1:14 staat dat wij de vrijkoping hebben, de vergeving van de zonden en in Colossenzen 2:13 staat dat Hij al onze overtredingen kwijtschold. Wij zijn om niet gerechtvaardigd door de vrijkoping in Christus Jezus Romeinen 3:24. Toch zijn er veel gelovigen die bidden om vergeving van zonden en die deze zonden ook dagelijks belijden. Is dit niet tegenstrijdig? In de evangeliën wordt de mens hiertoe vooral aangespoord, dus geldt dit wellicht alleen voor de Joden. Hoe moeten wij daarmee omgaan? 5) De betekenis van Filippenzen 3:9-11, is dat niet gewoon dat Paulus, net als Christus ons reeds is voorgegaan, graag zou (dit duidt op toekomst) willen komen tot een uitopstanding (tussen de doden uit) uit de doden, zodat hij hiermee doelt op de opname, ofwel de eerste opstanding tussen de doden uit? 6) Het stuk over opwekken, opstaan en levendmaken vond ik best ingewikkeld. Samenvattend heb ik eruit begrepen: 346

- dat wij nog niet zijn opgestaan, dit gebeurt pas bij de opname - dat wij wel zijn opgewekt, ofwel onze ziel en denkzin veranderd is - dat wij zijn levendgemaakt door Zijn inwonende geest Met levendmaking wordt daar dan mee bedoeld, dat wij onze zielse verleidingen kunnen weerstaan, of wordt daarmee bedoeld dat levendmaking een relatie-met-God betekent ten opzichte van dood voor God ofwel geen relatie-met-God? Dat was me nog niet helemaal duidelijk. 7) Weet u, ik ben nu veel met Gods woord bezig en ik leer bijna iedere dag weer nieuwe dingen en dat vind ik heel bijzonder. Ik kom steeds meer en meer tot het besef dat God werkelijk bestaat. Omdat de Bijbel zo ingenieus in elkaar zit (dat heeft geen mens ooit zo kunnen bedenken) en omdat onze hele wereld, inclusief al zijn bewoners tot in de kleinste cel ook zo ingenieus in elkaar zit. Eigenlijk is daar maar één verklaring voor mogelijk. Maar als ik dan naar de wereld om mij heen kijk (in plaats van naar boven) en al die miljoenen verschillende mensen zie, met al hun eigen levens, dan kan ik mij zo moeilijk voorstellen, dat God er is en al die levens in Zijn hand houdt en met iedereen persoonlijk bezig is. Ons verstand is te beperkt om dat te kunnen bevatten, zoals iemand kort geleden tegen mij zei. Maar hoe groot moet God wel niet zijn, als Hij daartoe allemaal in staat is? Iemand anders zei tegen mij, ik ben een mens, en God is God en daarom heb ik het naast mij neergelegd, want ik kan God niet begrijpen. 8) Over opstaan gesproken, in een rouwadvertentie las ik de tekst: mijn sterfdag zal een feestdag zijn, want dan zal ik mijn Schepper ontmoeten. In zekere zin is dat ook zo, want deze persoon slaapt, totdat hij opgewekt wordt en hij zijn Schepper inderdaad zal ontmoeten, ook al duurt dat nog 20 jaar. Groetjes, Anne Hoi Anne, (24) 22-02-2006 Fijn om weer een mail van je te krijgen over allerlei geloofszaken en ik ga er met heel veel enthousiasme aan beginnen. 347

1) Het is altijd nog gebleken dat bij herhaald bestuderen van Gods woord, je het geschrevene steeds beter mag gaan begrijpen. Zelfs al heb je jarenlang Zijn woord bestudeerd, dan nog zie je steeds weer andere aspecten in een bepaald gedeelte die je eerder niet zijn opgevallen. Dit is namelijk afhankelijk van het moment, of wij in staat zijn iets te kunnen bevatten al naar gelang onze geestelijke groei die God de Vader aan ons geeft. Hij bepaalt immers de mate van geloof Romeinen 12:3, alsook de mate van genade, Efeziërs 4:7, het is dus niet afhankelijk van ons verstand ofwel van onze inspanning. Een mooie tekst waar het Griekse woordje metron voorkomt, is 2 Corinthiërs 10:13 Wij daarentegen zullen niet buiten de maat roemen a metron, maar in overeenstemming met de maat metron van de regel, die God ons als maat metron gesteld heeft. De NBG gebruikt hier de woorden: binnen de perken, buiten de perken en beperking. Paulus dacht echt niet aan een bepaalde beperking die hem werd opgelegd, maar was zich bewust dat de mate van geloof en genade niet afhing van zijn doen en laten maar van hetgeen God een ieder gelovige persoonlijk geeft. Als er al wat te roemen valt, dan is het in de Here, 1 Corinthiërs 1:31. 2) Dat is nu juist zo bijzonder dat er in het woord geen tegenstrijdigheden voorkomen, alleen voor ons mensen lijkt het er vaak op. Het is best wel belangrijk te weten dat Christus in alles de eerste is. Voor de lezers geef ik nog even aan dat het gaat om jouw vraag 3 uit brief 22 en mijn antwoord hierop. 3) Je zou kunnen zeggen dat het avondmaal zoals Jezus dat instelde inderdaad bedoeld was voor hen die geloofden dat Jezus de in het oude testament beloofde Messias was, waarbij Hij zei in Lucas 22:20 Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt. Het is het nieuwe verbond dat God liet uitspreken door Jeremia, 31:31-34. Er is hier echter geen sprake van een overschot, maar wel van een nieuw verbond met het huis van Israël en het huis van Juda, waarmee zowel de tien stammen als de twee stammen worden bedoeld. 348

Romeinen 9:27 is de enige plaats waar gesproken wordt over een overschot van Israël, een aanhaling uit Jesaja 10:22-23, maar om dit nu te betrekken op Joden die geloven dat Jezus de Messias is, lijkt mij eerlijk gezegd een beetje te ver gaan. Deze gelovigen weten immers dat Jezus doorstoken is zoals dit is omschreven in Zacharia 12:10; Johannes 19:37 en Openbaring 1:7, terwijl de Joden die Zijn komst op de Olijfberg zullen aanschouwen de schrik van hun leven zullen krijgen, want zij hebben nu juist niet geloofd dat Jezus hun Messias was en ze hebben Hem laten kruisigen. Je moet Zacharia 12:10-14 er maar even op nalezen, dan zie je gelijk dat het over Joden gaat die dit niet hadden verwacht. Wel zou je kunnen denken aan de 144.000 die genoemd worden in Openbaring 7:4, 14:1 en 4, die ook uit alle stammen van het huis Israëls zijn genomen. Let er wel op dat dit niet het complete overschot is, want het gaat hier om mannen die zich niet met vrouwen hebben verontreinigd (NBG bevlekt), want zij zijn maagdelijk. Er zullen dus nog veel meer Israëlieten behoren tot het overschot en dit kunnen Joden zijn die wel of niet Jezus als de Messias hebben aangenomen. Overschot is trouwens een naar woord, het doet mij meer denken aan iets waar je geen raad mee weet en dat je dan maar weggooit. Het Griekse woord heeft meer te maken met ontbreken. Een vervoeging hiervan wordt gebruikt in 1 Thessalonicenzen 4:15 en 17 waar het gaat over onze toekomstverwachting de Here tegemoet in de lucht. De NBG gebruikt hier tweemaal het woord achterblijven, de grondbetekenis is echter rondom ontbreken. Ja, zul je zeggen, wat kan ik daar dan mee? Nou, het is toch wel een heel mooie betekenis: want wij levenden die rondom ontbreken tot de komst des Heren zullen in geen geval de liggend rustenden inhalen en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die rondom ontbraken, samen met hen in wolken in een oogwenk weggerukt worden, de Here tegemoet in de lucht. Je kunt het overschot dus zien als iets wat ontbreekt en er alsnog aan toegevoegd wordt. 349

Het overschot van Israël bestaat zowel uit de 144.000 als uit al die anderen die hieraan ontbreken. Wie dat allemaal zijn kunnen wij verder niet bepalen, laat ik voor mijzelf spreken, ik kan dat niet. De Messiasbelijdende Jood zal het avondmaal vieren zoals Jezus dat voorgeschreven heeft aan Zijn discipelen, uitziende naar het nieuwe verbond in Zijn bloed dat werd beloofd in Jeremia 31. De orthodoxe Jood zal het Pascha (Pesach) vieren. Trouwens, wat dat betreft zijn de Joden heel consequent, ook al zijn zij geen orthodoxe gelovigen. Alle Joden vieren Pesach, het Loofhuttenfeest enz., mogelijk op een enkele uitzondering na, net zoals zij zich ook laten besnijden. Omdat er in 1 Corinthiërs 11 niet gesproken wordt over een avondmaal, maar over een hoofdmaaltijd, lijkt het mij beter om te spreken over de maaltijd van de Heer, dan ben je gelijk verlost van het verkeerde beeld dat meestal hierdoor ontstaat. Dat is goed gevonden, die link naar 2 Corinthiërs 3:6, waar we het al eerder over hebben gehad bij het onderwerp Heerlijkheid. Het is verder correct. 4) Vergeving vragen heeft inderdaad te maken met het volk Israël en vindt voor een groot deel zijn oorsprong in het door Jezus aan hen gegeven gebed in Matthéüs 6:9-15, bij ons beter bekend als het Onze Vader. Indien je dit gebed, wat bestemd is voor Israël, op jezelf gaat toepassen, loop je het gevaar dat God geen vergeving schenkt, omdat na het Amen van dit gebed in de verzen 14 en 15 voorwaarden worden genoemd waaraan je zelf eerst moet voldoen. Er staat namelijk: Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook de Vader uw overtredingen niet vergeven. Dit is gewoon rampzalig voor een gelovige, want zelf wil iedereen wel vergeving van God ontvangen, maar als iemand iets wordt aangedaan wil hij de onderste steen boven halen en zijn recht hebben en is er van vergeving geen sprake. Colossenzen 1:12-14 is daarom zo ongelofelijk, omdat er staat dat God ons bekwaam gemaakt heeft voor het lotdeel van de heiligen in het licht en dat Hij ons geborgen heeft uit de volmacht van de duisternis en verzet naar het 350

koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in welke wij de vrijkoping hebben, de vergeving van de zonden. Hebben betekent dat wij het bezitten, zonder voorwaarden of verdiensten van onze kant. Geweldig! In Colossenzen 2:13 staat dat wij tezamen met Hem zijn levendgemaakt en Hij ons genade geschonken heeft voor alle krenkingen. In de evangeliën berust vergeving op voorwaarden, je krijgt het pas als je zelf ook vergeving in de praktijk brengt. Vergeving bij Paulus berust op genade zonder voorwaarden, anders zou het ook geen genade zijn. Als je deze genade doorleefd hebt, wil je niets liever dan zonder voorwaarden de ander, die je wat heeft aangedaan, genade schenken en ik kan iedereen garanderen dat je door dit te doen door vreugde overmand wordt. Dit is niet zo verwonderlijk hoor, want de grondbetekenis van genade schenken is vreugde doen, dit betekent dat, zodra je iemand genade schenkt, je vreugde doet aan drie partijen, namelijk God, de ander en jezelf! Bovendien sta je dan tegenover die ander weer volkomen open. Lees ook Efeziërs 4:32 en Colossenzen 3:13, maar niet met in je achterhoofd dat het hier om voorwaarden gaat, maar dat je het op vrijwillige basis doet. Beide teksten gaan over genade schenken als een vanzelfsprekendheid, omdat ons ook genade geschonken is. Als vervolg op Romeinen 3:23 zou je Romeinen 5:9 kunnen lezen waar staat dat wij in Zijn bloed gerechtvaardigd zijn, waaruit je kunt opmaken dat onze vrijkoping door Zijn bloed tot stand is gebracht. 5) Als dat zo was, dan verkondigde hij in 1 Thessalonicenzen 4:13-18 (één van zijn eerdere brieven) iets waarvan hij zelf niet helemaal overtuigd was, want hij schrijft in vers 12 van Filippenzen 3 dat hij het niet reeds verkregen zou hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ernaar jaagt of hij het ook grijpen mocht. Dit zou ook heel vervelende gevolgen voor ons hebben, want dan weten wij het ook nog niet zeker of wij opgenomen zullen worden en zou ons geloof op luchtkastelen gebouwd zijn. 351

Volmaakt zijn wij ook niet, behalve dan in Gods ogen, en dan zouden wij er ook nog naar moeten gaan jagen. Als we nog even kijken naar wat ik in het antwoord op vraag 4) schreef, dan zullen wij voor onszelf moeite genoeg hebben met het genade schenken aan mensen die ons iets aandoen en in die zin zouden wij wel aan de dood van de Zoon gelijkvormig willen worden, want wij bakken daar echt helemaal niets van. Wij zitten geestelijk gezien al heel gauw te dutten, zodat Paulus het nodig achtte om in Efeze 5:14 te schrijven: word opgewekt, gij die dommelt en sta op uit de doden. Ons al of niet opgenomen worden heeft niets te maken met ons geestelijk waken of dommelen. In 1 Thessalonicenzen 5:9-10 staat immers heel duidelijk: want God heeft ons niet gesteld tot toorn maar tot redding door onze Here Jezus Christus, die voor ons is gestorven, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij dommelen, tezamen met Hem zouden leven. De uitopstanding uit Filippenzen 3:9-11 kan daar dus niet mee te maken hebben, mede omdat het woordje zou niet in het Grieks gebruikt wordt, maar wel het woordje pos wat hoe betekent en dat is nu juist niet vertaald. Waarom zou Paulus niet geweten hebben over de opstanding, terwijl hij daar op zoveel plaatsen over geschreven heeft? Het gaat er echter om hoe je tot een uitopstanding uit de doden geraakt (NBG komt), let wel op het feit dat er tweemaal over uit gesproken wordt. Deze uitopstanding uit de doden kan alleen als wij aan Zijn dood gelijkvormig worden, alsof wij al een opstandingslichaam hebben en ons totaal niets meer kan worden aangedaan. Alleen op deze plaats wordt over een uitopstanding uit de doden gesproken. 6) Je hebt het verschil tussen opwekken, opstaan en levend maken goed begrepen. Maar ter verduidelijking zou ik eerder bij opwekking denken aan het opgewekt zijn tussen de doden uit, zij die geen relatie hebben met God, en bij levendmaking aan Gods geest, die bij ons inwonend is geworden. Zielse verleidingen weerstaan kunnen wij slechts dan, als wij gebruik maken van de gehele wapenrusting Gods, Efeziërs 6:10-17, waarbij je bij het 352

hanteren van het zwaard des geestes moet denken aan het citeren van de uitspraken in Gods woord. In de dagelijkse praktijk zal iedere gelovige moeten erkennen dat hij/zij daar meestal niet direct naar grijpt, maar in eerste instantie ziels reageert. Gods geest zorgt er dan voor dat wij tot de ontdekking komen dat we fout zaten en onze dagelijkse redding gaan zoeken bij Hem, die ons leven is. Je zou kunnen zeggen dat het zielse in de mens de grootste handicap van een gelovige is, maar aan de andere kant gebruikt God dit ook weer zo, dat wij ons steeds sneller bewust worden dat we verkeerd bezig zijn en meteen het zwaard des geestes opnemen. 7) Het bestaan van God wordt door Hem op een voor iedere gelovige eigen wijze bekend gemaakt. God wil niet ons verstand, maar ons hart bereiken en dat heeft te maken met dingen die je niet ziet en kunt beredeneren, Hebreeën 11:1. Eigenlijk is alle kennis nutteloos als het hart niet wordt geraakt, want 1 Corinthiërs 8:1 zegt dat de kennis opgeblazen maakt, maar de liefde opbouwt (NBG sticht), omdat liefde voortkomt uit het hart! Toen ik op 42-jarige leeftijd de boekjes begon te lezen die ik met tegenzin van mijn moeder had aangenomen, werd gelijk mijn hart geraakt en begon ik er meteen met Miek over te praten. Zij werd er in eerste instantie een beetje angstig van. Toen wij in Amsterdam naar die schrijver gingen luisteren en er een oproep werd gedaan om te kiezen voor Jezus, stond zij echter als eerste op en opnieuw werd mijn hart geraakt. Dit enthousiasme is nooit over gegaan want tijdens het beantwoorden van jouw brieven en door de onderwerpen weer allemaal opnieuw te bestuderen sprong mijn hart telkens weer op van vreugde. Als het bij kennis alleen was blijven steken, dan zou ik er weinig aan hebben gehad en had ik niet op deze wijze met jou kunnen corresponderen. Alleen God kan een hart in beweging zetten, op Hem richten. Betekent dit dat ik dan nooit meer in de fout ga? absoluut niet! Dit overkomt me dagelijks en God, de Vader geeft daar een enorme uitwerking aan, zodat ik niet naast m’n schoenen ga lopen. 353

Romeinen 12:2 zegt: Stel je niet in op deze eon, maar laat je omvormen door de vernieuwing van je denkzin. Verstand wordt immers gevormd door denken! Nou, aan ons normale denken heeft God niet zoveel, zodat het voor Hem noodzakelijk is om dit helemaal op z’n kop te zetten en volledig om te vormen. Je gaat dan meer begrijpen dan menig geleerde. God is begonnen om jouw denkzin te veranderen en daarom kun je het naar mijn idee niet eens zijn met wat anderen je hierover hebben aangereikt. Leg hen maar eens voor wat God allemaal aan jou bekend heeft gemaakt en je zult zien dat ze er geen hout van begrijpen. Dát is de reden waarom je tot het besef kunt komen dat God echt bestaat in jouw leven. Het is zoveel meer dan God leren kennen vanuit de natuur enz., zoals wordt omschreven in Romeinen 1:18-23, want de mensen die daarmee doorgaan worden zich vaak bewust dat er wel meer is tussen hemel en aarde, maar komen helemaal niet bij God de Vader uit. Natuurlijk zullen wij ook dingen moeten laten rusten, maar God zal ons toch nog heel veel vanuit Zijn woord gaan openbaren en dat zal pas compleet zijn als wij de Zoon tegemoet gegaan zijn in de lucht. 8) Veel van deze teksten slaan op het feit dat men gelooft door sterven naar de Here te gaan, terwijl dit slechts door opstanding werkelijkheid wordt. Wij hoeven daar gelukkig niet al te moeilijk over te doen. Heel apart is, dat iemand van de familie toen ik daar laatst was, zei: ik geloof toch dat het niet helemaal klopt dat je later gelijk naar de hemel gaat, want waarom staat er dan: zij die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan, hoe kan dat dan als je al in de hemel bent? Ik denk dat het dood zijn meer een vorm van slapen is. Bovendien had ze dat ook nog tegen de dominee verteld en die vond het wel mooi, van dat slapen. Nu, dan maar het onderwerp wat ik al een poosje voor je had klaarliggen en waarvan ik inmiddels twee exemplaren aan leden van de gemeente heb gestuurd ter bemoediging, omdat het mijzelf ook heel veel gedaan heeft. 354

Romeinen 8:17-39 Al ruim een jaar geleden heb ik je geschreven, dat er wel 1001 feiten zijn en omdat dit schriftgedeelte een aaneenschakeling hiervan is, wilde ik je dit niet onthouden. Het is voor mij het schriftgedeelte, waar ik zo van onder de indruk ben dat ik altijd weer blij ben als erover gesproken wordt. Er is zelfs een spreker die dit mét mij ook je van het vindt, want hij heeft er al zesmaal over gesproken. Ik zou het net als in de NBG willen splitsen in twee gedeeltes, namelijk de verzen 17-30 en 31-39. vers 17-30 Omdat jij, net als ik, graag alles op een rijtje zet ga ik dat eerst even doen, omdat er veel passages zijn die voor ons van belang zijn. Wat wij heel graag willen! vers 17 Verheerlijkt worden met Christus vers 18 De Heerlijkheid die op het punt staat onthuld te worden vers 19 De onthulling van de zonen Gods, waar de schepping een voorgevoel van heeft (want dat zijn wij) vers 21 Beginnen aan onze taak: Het vrijmaken van de slavernij en het verderf van de schepping vers 23 Het zoonschap door de vrijkoping van ons lichaam vers 24,25 De verwachting werkelijkheid zien worden, waar wij door volharding op wachten 355

vers 29 Onze bestemming: Het gelijkvormig worden aan het beeld van de Zoon vers 30 Onze verheerlijking Het is zo vanzelfsprekend dat wij dit graag aan ons voltrokken zouden zien, omdat dit in één klap al onze aardse beslommeringen van ons wegneemt. Natuurlijk hebben wij het op deze aarde ook best goed, maar het verheugt mij enorm als ik eraan denk dat deze beloftes op het punt staan over ons onthuld te worden. En als ik eerlijk ben, dan word ik er ook een beetje zenuwachtig van en ongeduldig, zo van: wanneer gaat het nou eens gebeuren? alweer een jaar voorbij! De verwachting is ook zo groot, wat wordt gevoed door dit schriftgedeelte, waar maar liefst zesmaal over verwachting/verwachten wordt gesproken. vers 21 In de verwachting dat de schepping zelf vrijgemaakt zal worden van de slavernij en het verderf vers 24 Want door die verwachting zijn wij geredden, maar verwachting die je kunt zien, is geen verwachting, want hoe zal men verwachten als het al gezien kan worden? vers 25 Indien wij echter verwachten wat wij niet zien, wachten wij daarop met volharding De NBG heeft alle woorden waar verwachting staat met hoop vertaald, behalve bij wachten op, want daar is het nu juist met verwachten vertaald. Het bijzondere van wachten op is dat je er daadwerkelijk naar uitkijkt, zoals naar de geboorte van een kind dat wordt verwacht of een fiets die beloofd is, een gekocht huis of zomaar iets waar je echt gek op bent. Tja, dan duurt de tijd allemaal even lang, het schiet maar niet op. Kinderen hebben dat natuurlijk nog veel sterker, maar in de verwachting van de aan ons beloofde Heerlijkheid ben ik gewoon nog steeds een kind, zo verlangend zie ik er naar uit. 356

Dit te overdenken is overweldigend, tenminste als wij ook maar iets kunnen vatten van wat er nu eigenlijk met Heerlijkheid wordt bedoeld. Meestal komen wij niet verder dan het denken aan de opname, wat toch een klein beetje ik-gericht is. In dit schriftgedeelte is Paulus echter niet alleen met onze verwachting bezig, maar met die van de gehele schepping. Wij lezen er helemaal overheen dat Paulus viermaal het woord schepping aanhaalt. En hoe gek het ook mag klinken, als wij hier al over nadenken, dan komen wij meestal niet verder dan de wereld waarin wij leven, deze aardbol. Ook hieruit blijkt, dat wij geneigd zijn om ons slechts te richten op onszelf, eventueel op de gemeente of op wat hier op aarde gebeurt, terwijl Paulus de aandacht van onszelf en van dit aards gebeuren probeert af te trekken en te richten op de gehele schepping. God is niet speciaal met ons bezig, wij zijn niet het doel, maar Gods plannen zijn gericht op alles wat door Hem geschapen is. vers 19 Want met een voorgevoel (NBG reikhalzend verlangen) wacht de schepping op de onthulling van de zonen Gods vers 20 Want de schepping is aan de ijdelheid ondergeschikt, niet vrijwillig, maar vanwege de onderschikkende vers 21 in de verwachting dat de schepping zelf vrijgemaakt zal worden van de slavernij en het verderf vers 22 Want wij nemen waar dat tot nu toe alles in de schepping zucht en weeën heeft Weer zo’n stukje waar je even voor gaat zitten omdat het zoveel indruk op je maakt. Je kunt je toch niet voorstellen dat de schepping wacht op de onthulling van de zonen Gods, terwijl wij nu juist wachten op het zoonschap. Hoe nauw zijn wij dan wel niet met deze schepping verbonden in de zin van, hoe hoog is onze roeping dan eigenlijk, als de gehele schepping op ons zit te 357

wachten en er zelfs een voorgevoel van heeft dat onze onthulling voor de deur staat. Wij, als zonen van God, zullen de taak krijgen de schepping vrij te maken van de slavernij en het verderf. Nee, dat is toch onmogelijk, waar hebben wij dat dan aan te danken? Wij denken amper aan de schepping, goed we scheiden ons afval, gooien geen rommel uit de auto, maar daar blijft het dan wel zo’n beetje bij. De hoogste roeping, op de Zoon van God na, is aan ons gegeven in genade! Deze roeping is zelfs veel hoger dan die van welke boodschapper (engel) dan ook! Nog steeds niet zenuwachtig? Geen wonder dat er in deze verzen ook sprake is van zonen/kinderen. vers 17 Indien echter kinderen, dan ook lotgenieters (NBG erfgenamen) vers 19 De schepping wacht op de onthulling van de zonen Gods vers 21 Tot de vrijheid van de Heerlijkheid van de kinderen Gods vers 23 Wij zuchten bij onszelf in het wachten op het zoonschap Weet je, wij laten ons als zonen vaak afleiden door: Wat wij helemaal niet graag willen! vers 17 lijden met Christus, opdat we met Hem verheerlijkt worden vers 18 lijden in de tegenwoordige tijd vers 20 onvrijwillig ondergeschikt zijn aan de ijdelheid van deze schepping vers 23 allerlei omstandigheden waardoor wij zuchten Er is niemand van ons die zit te wachten op lijden en wij hebben de grootst mogelijke moeite met het vrijwillig onderschikken aan alle mogelijke omstandigheden, zowel aan de overheid als aan anderen die God hoger heeft gesteld dan wij, hoewel het niet opweegt tegen de Heerlijkheid die over ons onthuld wordt. 358

vers 20 verdient daarom onze speciale aandacht, omdat Paulus hier schrijft: Want de schepping is aan ijdelheid ondergeschikt, niet vrijwillig, maar vanwege de Onderschikkende. Vanwege is volgens van Dale: 1) van de kant van, 2) uit naam van of op last van, namens, 3) omwille van, om reden van, wegens. Wij kunnen gerust aannemen dat de schepping aan de ijdelheid ondergeschikt is gemaakt, van de kant van, uit naam van, op last van, namens, omwille van, om reden van en wegens de Onderschikkende. Trouwens als dit niet het geval zou zijn, dan is de enig overgebleven mogelijkheid de tegenwerker, Grieks door-werper. De woorden schepping en de Onderschikkende wijzen beiden terug naar het allereerste begin van Gods woord. Van de schepping begrijpen wij dit wel, doch het verband met de Onderschikkende is misschien onduidelijk. Normaal spreekt Paulus in zijn brieven over God, Grieks Theos, wat Plaatser betekent. Dit schriftgedeelte is de enige plaats waar de Onderschikkende voorkomt en hiermee heeft hij duidelijk een verband willen leggen met het begin van de herschepping, waar sprake is van het Hebreeuwse woord AL, met als betekenis Onderschikker. De herschepping is dus vanaf het begin aan ijdelheid ondergeschikt en dat komt omdat AL, de Onderschikker, dat zo wilde en om hierop de nadruk te leggen schrijft Paulus erbij: niet vrijwillig. Dit heeft enorme consequenties, want dan is de schepping niet door zichzelf aan ijdelheid ondergeschikt geraakt, noch door de tegenwerker, maar door God de Vader zelf omdat dit Zijn doel moest dienen. Bovendien is vers 20 de enige plaats waar onderschikken voorkomt in combinatie met niet vrijwillig, hetgeen aangeeft dat onderschikken, Grieks hupo tassõ onder zetten, normaal gesproken wel gegrond is op een vrijwillige basis. Je kunt je afvragen wat voor zin het heeft dat Paulus zo diep ingaat op de toestand van de schepping en het ontstaan hiervan. Waarom heeft hij zich niet beperkt tot dat wat ons aangaat, wat hier op aarde gebeurt? Dat is toch hetgeen waar wij oog voor hebben. 359

En waarom noemt hij het zuchten en de weeën van de schepping in één adem met het zuchten van ons, terwijl wij de eersteling van de geest hebben en wachten op het zoonschap, de vrijkoping van ons lichaam, vers 23. Er zijn meerdere overeenkomsten: De schepping, wij inbegrepen, is niet vrijwillig aan de ijdelheid ondergeschikt. De schepping zucht, wij zuchten ook. De schepping wacht op het vrijmaken van het verderf, wij op de vrijkoping van ons lichaam, wat ook verderfelijk is, 1 Corinthiërs 15:50. De schepping wacht op de onthulling van de zonen van God, wij wachten op de onthulling van de Zoon van God. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat wij zullen beseffen dat niet alleen de schepping onvrijwillig aan lijden ondergeschikt is vanwege de Onderschikkende, maar dat ook ons lijden dat is. Dit heeft dezelfde enorme consequenties als bij de schepping, namelijk dat het lijden wat een mens, gelovig of ongelovig, ons aandoet en niet te vergeten wat wij onszelf aandoen of hetgeen de tegenstander aanricht, niet buiten God de Vader omgaat, maar dient om Zijn doel in ons leven, en in de levens van degenen die ons omringen, uit te werken. Wij zijn niet alleen geroepen tot Heerlijkheid, het zoonschap, de vrijkoping van ons lichaam en om gelijkvormig te worden aan het beeld van de Zoon zelf, maar wij zijn tevens geroepen tot lijden. Zowel het een als het ander is vanwege de Onderschikkende. Wij zijn zo aardsgericht, dat wij al het lijden willen voorkomen, niet alleen van onszelf, maar ook dat van onze kinderen en kleinkinderen, familie, vrienden, gemeenteleden enz, enz. Wij gaan zelfs zo ver, dat wij met allerlei suggesties komen om het lijden van de ander te verzachten. Laten wij ons niet vergissen, ook Paulus bedoelde het goed, handelde naar eigen eer en geweten en dacht een God welgevallig werk te doen toen hij de gemeente Gods vervolgde. Hij had geen enkel idee van wat Gods bedoeling (niet geopenbaarde wil) was met Zijn totale schepping. De mensen die komen met goedbedoelde adviezen, je kunt beter dit of je kunt beter dat, of als ik jou was dan zou ik zus of zo, hebben waarschijnlijk geen enkel inzicht in Gods handelen met Zijn zonen. 360

Het is echter heel goed mogelijk dat God iemand die aan lichamelijke of psychische (zielse) klachten lijdt, kan gebruiken om de ander terecht te wijzen. Met andere woorden, aan te spreken (arm om iemand heen) en duidelijk te maken dat jij jouw lijden vrijwillig uit Zijn hand aanvaardt. Dat Hij absoluut het beste weet wat goed voor jou is en wat Hij misschien daarmee in jouw leven of in dat van anderen wil uitwerken. Wij hebben niet in de gaten, dat niet alleen de mate van lijden door God, de Vader zelf bepaald wordt, maar dat Hij ook de draagkracht daarvoor geeft. Willen wij God, de Vader een beetje helpen en zijn wij zo gefixeerd op ons lijden en dat van onze geliefden, dat wij helemaal uit het oog verliezen dat dit vanwege AL, de Onderschikkende is. Net zomin als wij kunnen ingrijpen in wat er allemaal in de schepping gebeurt, kunnen wij ook maar iets veranderen aan ons lijden of aan dat van anderen. Wij verergeren het lijden alleen maar door onze op- en aanmerkingen. Het enige wat wij kunnen doen, tenminste als je merkt dat iemand hier behoefte aan heeft, hem of haar de Heerlijkheid voorhouden, die op het punt staat over ons onthuld te worden. Onze menselijke woorden maken lijden ondraaglijk! Gods woorden maken lijden draaglijk! Wij, die een tempel zijn van God en Zijn geest inwonend hebben, hebben in genade de mogelijkheid gekregen om ons aan het door de Onderschikkende gegeven lijden vrijwillig te onderschikken. Juist omdat wij ervan overtuigd zijn dat het vanwege Hem is, ook alles wat ons tot nu toe door andere mensen is aangedaan. Hierbij moeten wij echter niet uit het oog verliezen dat wij hieraan vaak zelf debet waren. Voor de schepping is het onmogelijk zich vrijwillig aan de onvrijwillige ijdelheid, vers 20, te onderschikken, zoals dit ons in genade geschonken wordt. Vandaar dat het van groot belang is je door Heerlijkheid in plaats van door omstandigheden te laten leiden. 361

Je vrijwillig onderschikken aan alles wat je onvrijwillig overkomt kan alleen als je er voor 100 % van overtuigd bent, dat dit alles je daadwerkelijk vanwege de Onderschikkende is overkomen. Voor ons is het bijvoorbeeld veel eenvoudiger om er een mens op aan te zien die ons iets heeft aangedaan, ons heeft beduveld, onze dochter of zoon in de steek heeft gelaten. De arts die onze klacht verkeerd heeft beoordeeld, de politie, de regering, de voorganger, enz. enz. Er bestaat echter geen mens of macht, die ons zonder toestemming van de Onderschikkende iets kan laten overkomen. Wij hebben geen enkel probleem met het danken voor alle Heerlijkheid die over ons vanwege de Onderschikkende geopenbaard zal worden, maar de problemen stapelen zich op als we praten over danken voor het lijden, dat ons óók vanwege de Onderschikkende overkomt. Danken voor het lijden van onszelf. Danken voor het lijden van onze kinderen, kleinkinderen. Danken voor het lijden van onze broeders en zusters, enz. Voor ons lijkt dit een onmogelijke opgave, maar als wij diep doordrongen zijn van het feit, dat alle lijden dient om Heerlijkheid uit te werken, niet voor later, óók voor later, maar bovenal voor nu, dan blijkt dat bij God niets onmogelijk is en Hij het ons daadwerkelijk geeft om voor Alles te danken! Er is geen enkele gelovige die vrede en rust kent, zonder dat hij ALLES vrijwillig aanvaardt uit handen van de Onderschikkende. Indien je (h)erkent dat God de Vader je iets (wat dan ook) doelbewust heeft laten overkomen om met jou persoonlijk verder te gaan, zul je een bepaald hoofdstuk in je leven kunnen afsluiten. Een andere reden is dat Paulus ons duidelijk wil maken, door viermaal de schepping aan te halen en verbanden te leggen tussen ons en de schepping, dat onze Heerlijkheid die hij in het vooruitzicht stelt, alles te maken heeft met de gehele schepping, terwijl wij normaal gesproken niet verder komen dan alles wat ons aangaat. Paulus maakt bekend, dat onze Heerlijkheid tot doel heeft de hele schepping van het zuchten en van de weeën (vers 22) af te helpen. De onmogelijkheid voor de schepping om tot vrijwillige onderschikking te komen heeft te maken met de onthulling van de zonen Gods. Een eerdere mogelijkheid is er niet, kun je je voorstellen wat dit betekent? 362

De schepping zit op onze verheerlijking te wachten en snakt net als wij naar dit moment, omdat er dan een totale omwenteling komt van de onthulling van Gods verzoening voor de hele schepping in Christus Jezus onze Here. Onze verheerlijking is dus geen doel op zich maar heeft alles te maken met de gehele schepping. Wij zullen immers meewerken om alles in de schepping onder de voeten te brengen van de Christus, zodat ook zij zich vrijwillig onderschikken en zullen belijden, dat Hij de Zoon van God is. Zodat God uiteindelijk Vader kan worden voor heel Zijn schepping en al Zijn schepselen, ofwel Alles in Allen, 1 Corinthiërs 6:1-3; Efeziërs 2:6,7, Efeziërs 3:9,10 en 1 Corinthiërs 15:20-28. Het noemen van de schepping is door Paulus doelbewust in verband gebracht met de zonen van God, niet alleen vanwege het lijden van de tegenwoordige tijd, maar veel meer nog met het oog op onze verheerlijking, waarvan de opname het begin is, en de uitwerking die dit zal hebben op de gehele schepping. vers 31-39 Wat valt er nog aan toe te voegen, zul je je misschien afvragen. Dat is echt heel veel. Buiten de Heerlijkheid die Paulus ons geschilderd heeft, zowel voor ons als voor de schepping, wil hij ons in dit gedeelte duidelijk maken hoe God als Vader hierbij betrokken is. Wat zullen wij van deze dingen zeggen? Het lijkt er wel op of Paulus ons een slogan wil voorhouden met de woorden: ALS GOD VOOR ONS IS WIE ZAL TEGEN ONS ZIJN! Vanzelfsprekend weten wij wel dat God voor ons is. Het vervelende is dat wij het in de praktijk van ons dagelijks leven vaak niet overdenken zodra alles en iedereen tegen ons is. Er kan gewoon niemand tegen ons zijn. Het is alleen dat wij het vaak niet kunnen plaatsen en vergeten dat alles wat ons overkomt of wat tegen ons is, dient ten behoeve van ons eigen bestwil. Daarom gaat hij in op wat ons allemaal te wachten kan staan. 363

vers 32 Hoe zal Hij, Die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem niet alles in genade schenken (NBG genade weggelaten). Er is geen enkele reden voor om te denken dat ons ook maar iets bespaard blijft. Wij zijn immers ook zonen van God en behoren wij niet tot Zijn lichaam? In vers 17 staat het gewoon letterlijk: indien wij delen in Zijn lijden is dat om ook te delen in Zijn verheerlijking. Alles zal ons in genade geschonken worden, waarbij in het algemeen wordt gedacht aan de Heerlijkheid die wij zullen ontvangen. Er wordt ons echter niet alleen Heerlijkheid in genade geschonken maar ook lijden, Filippenzen 1:29, zoals je in de volgende verzen kunt zien. vers 33,34 wie of wat dan ook zal uitverkorenen Gods aanklagen? God is het die rechtvaardigt, wie of wat dan ook zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte die aan de rechter van God is en die voor ons opkomt. Het is dus niet zo dat wij niet door mensen of wat dan ook aangeklaagd of veroordeeld kunnen worden, want dit kan zomaar gebeuren. Waar het om gaat is of wij dan de juiste houding aannemen en ons bewust zijn dat wij door God, de Vader gerechtvaardigd zijn en dat de Zoon voor ons opkomt. vers 35 wie of wat dan ook zal ons scheiden van de Liefde Gods (NBG niet vertaald) die in Christus Jezus is? verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of het zwaard? Het blijkt dat ons van alles kan overkomen, maar weer gaat het om onze houding in voorkomende situaties. 364

Geloven we echt dat er totaal niets is wat ons kan scheiden van de Liefde Gods welke is in Christus Jezus en deze liefde niet van ons aflaat ook al komen wij in de grootste nood? God is niet bezig om ons te straffen voor onze fouten, maar het is nu juist Zijn Liefde die ons in deze situaties brengt om ons voor te bereiden op de taak die wij in de voorzegde Heerlijkheid zullen ontvangen en het derhalve genade is om voor Hem te lijden. vers 36 Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de gehele dag ter dood gebracht en gerekend als de slachting van een schaap, Psalm 44:23. Dit is weer zo’n mooi vers, omdat je, als je je erin gaat verdiepen, toch net iets tegenkomt wat de moeite van het overdenken waard is. Het Griekse woord voor schaap is probaton en de letterlijke betekenis is voor-stap. Bovendien komt het in de brieven van Paulus alleen in dit vers voor, logisch ook, want als het in Gods woord over schapen gaat dan wordt er het volk Israël mee bedoeld. Wij zijn echter geen schapen, maar zonen van de levende God. Aan het woordje voor-stap hebben wij niet zoveel, behalve als je ooit schaapherder bent geweest, want dan weet je dat er altijd één schaap is dat de leiding neemt en zelfs vaak voor de herder uitloopt, je weet wel van het gezegde: Als er één schaap over de dam is volgen er meer. Het deed mij denken aan het Lam dat geslacht werd, de Zoon van God, waar de gehele schepping achteraan komt. Ook Hij was een slachtschaap, Handelingen 8:32, wat weer verwijst naar Jesaja 53:7-8. Zoals de Zoon wist dat Zijn slachting de verzoening teweeg zou brengen voor Zijn hele schepping, zo was Paulus daar ook van overtuigd. Zoals de Zoon voorop liep en wist dat allen zullen volgen, zo wilde Paulus ook voorop lopen, wetend dat hem de taak wacht temidden der hemelingen om dit te verwezenlijken. Nu is het maar de vraag of er onder ons ook gelovigen zijn die weten van de verzoening van de hele schepping en die derhalve voorop willen lopen. En als dit al zo is, dan mogen wij weten dat diegene een alles te boven gaande genade van God heeft ontvangen. 365

Is het nou zo gek om te zeggen: Ja ik wil voorop lopen? Niets kan ons immers scheiden van de Liefde Gods die in Christus Jezus is! vers 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons liefheeft (NBG heeft liefgehad). Paulus laat ons niet in het ongewisse over wat er met ons gebeurt als God ons in genade roept tot slachtschaap. Hij laat ons absoluut niet zo maar een beetje aanmodderen. Je kunt het juist zien als een soort juichkreet: In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars! Wij zijn in het ons gegeven lijden niet zomaar een overwinnaar, maar veel meer, wij staan dan namelijk ver boven de situatie waarin God ons heeft geplaatst, omdat wij het gaan zetten tegenover de Heerlijkheid die op het punt staat over ons geopenbaard te worden. Nooit kan een dergelijke overwinning door ons zelf behaald worden en iedere gelovige weet ook wel dat hij eerder geneigd is de moed op te geven. Vandaar dat er ook achter deze tekst staat: door Hem die ons liefheeft. Dat is nu precies de reden dat wij ondanks alles eronder kunnen blijven staan en ons er zelfs over kunnen verheugen. Als dat geen kracht Gods is dan weet ik het ook niet meer. vers 38, 39 Om de gelovigen te doordringen van het feit dat die Liefde onbegrensd is, volgt er nog een hele opsomming en ik stel mij dan zo voor hoe Paulus dit gebracht heeft, zo van: Joh! moet je nou ’s horen, waar maak je je nou toch druk over, want ik ben ervan overtuigd (en ik met hem) dat: noch dood noch het leven noch boodschappers noch machten noch het tegenwoordige zijn noch wat op het punt staat noch machten noch hoogte noch diepte noch wie of wat dan ook noch een andersoortig schepsel 366

ons zal kunnen scheiden van de Liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. In dit korte fragment draait alles om Gods Liefde. vers 35 de Liefde Gods in Christus Jezus vers 37 door Hem die ons liefheeft vers 39 de Liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here Dit laatste vers eindigt met het noemen van Christus Jezus onze Here, waaruit je kunt opmaken dat het om onze wandel gaat. Paulus wil ons in dit gedeelte niet duidelijk maken wat wij zouden moeten doen, maar wil ons juist aanzetten tot een vrijwillige onderschikking aan het door God de Vader gegeven lijden. Het is een grote opsomming van wat ons allemaal kan overkomen en nu gaat het erom of wij in al dit lijden de hand van God kunnen zien en zo ja, of wij dit dan vrijwillig willen aanvaarden omdat dit alles ons niet kan scheiden van Gods Liefde die in Christus Jezus is. Bovendien wordt ons een geweldige Heerlijkheid voorgeschoteld. Dat is dan ook de reden dat Paulus in vers 18 schrijft: Want ik reken ermee dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waardig is ten opzichte van de Heerlijkheid die op het punt staat over ons onthuld te worden. Ik weet natuurlijk ook wel dat alles er op wijst dat wij in een tijd leven dat wij de bazuin zouden kunnen gaan horen en daar zie ik dan ook enorm naar uit. Toch ben ik mij ervan bewust dat er ook een kans bestaat dat ik voor die tijd kom te overlijden, maar dan nog geloof ik dat de Heerlijkheid op het punt staat over mij onthuld te worden. Bij overlijden ben ik immers uit de tijd en lig ik heerlijk te rusten en er is geen mogelijkheid meer dat ik van Hem word afgeleid. Bovendien hoor ik gelijk met hen die nog in leven zijn gebleven de bazuin bazuinen. In de tijd van leven die mij nog rest reken ik ermee dat mijn lijden niet te vergelijken is met de Heerlijkheid waar ik op zit te wachten en reken ik op Zijn Liefde die mij de kracht zal geven eronder te blijven staan. In Hem verbonden, Ruud. 367

368

HOOFDSTUK 9 Onderwerpen Heilig Tempel van God is heilig In Christus Christus Jezus Romeinen 8:1 Geen veroordeling meer 381 384 405 409 412

Hallo oom Ruud, (25) 16-03-2006 1) Het was weer een fijne brief, nummer 24. Het onderwerp over Romeinen 8:17-39 werd vlak daarna door de spreker van Eben-Haëzer in zijn predikatie opnieuw behandeld! Dat sloot dus mooi op elkaar aan, hè, en bevestigde meteen uw opmerking in de tweede alinea. 2) Ik vraag me wel af, waaruit blijkt het dan, dat de schepping zit te wachten op de onthulling van de zonen Gods? Hoe uit zich dat dan? Okay, de schepping zucht, maar is zich niet bewust van God en/of zonen Gods, die de schepping vrij zullen maken van de slavernij en het verderf. 3) En bovendien, zal de gemeente deze vrijmaking bewerkstelligen tussen de hemelingen, wie doet het dan op de aarde, of is dat het volk Israël, dat het zegenkanaal zal zijn in het duizendjarig rijk? 4) En hoe kan het, dat er in de Bijbel staat, dat wij na de opname voor altoos bij de Here zullen zijn, als Christus daarna het Koninkrijk der hemelen vestigt, ofwel dat Hij gaat regeren voor duizend jaar op aarde, want wij zijn dan bij de hemelingen, en Christus is dan op de aarde? Of moet je dit geestelijk opvatten? 5) In Matthéüs 22:32 staat dat God zegt: Ik ben de God van Abraham, Isaäk en Jacob, niet een God van doden, maar van levenden. Wij weten nu, dat zij op dit moment niet leven maar liggend rusten (slapen). Heel veel gelovigen leiden uit deze passage af, dat de aartsvaders dus momenteel wel in leven zijn, omdat zij denken dat Jezus dit suggereert. Hoe zit dat nu eigenlijk? 6) In I Corinthiërs 7:14 staat dat de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw. Anders zouden hun kinderen onrein zijn, maar nu zijn ze heilig. Kunt u deze tekst voor mij uitleggen? Wat betekent "heilig" in dit verband? Dit betekent toch "afgezonderd voor een doel dat God voor ogen heeft" ? En kan deze heiliging van de ongelovige ook vervallen in bepaalde omstandigheden, of wordt de ongelovige dan ook afgezonderd, evenals de kinderen, zodat ook zij bij de opname geheiligd voor de Bêma zullen staan? Gaan de kinderen eigenlijk mee tijdens de opname, als beide ouders worden opgenomen, of een van de ouders? Of is dit niet bekend op bijbelse gronden? 7) Wie zullen er nu eigenlijk op de nieuwe hemel en aarde wonen, waar God temidden van hen zal wonen en de boom des levens staat, ofwel een paradijs 370

op aarde? Iemand van een link van de Eben-Haëzer-site suggereerde dat dat misschien diegenen zijn, die in de tweede dood zijn gegaan (een symbolische poel des vuurs), om hen zo tot God te brengen. 8) Iedere keer denk ik, nu heb ik geen vragen meer. Maar als je dan bezig bent, dat komen er toch wel weer wat nieuwe vragen naar boven borrelen! 9) Nou, dat was het weer even. Ben als altijd benieuwd naar de antwoorden en misschien nog een nieuw onderwerp met bijbelse "feiten"? Groetjes, Anne Hoi Anne, (25) 17-04-2006 Bedankt voor je reactie op brief 24 en de vragen die je hierover stelt. Jouw vragen hebben altijd bij mij de uitwerking dat ik weer opnieuw over teksten ga nadenken en ze ga onderzoeken. Door dit te doen wordt men door Zijn geest gevoed en wordt duidelijk hoe de vork in de steel zit. Ga dus maar op de gebruikelijke manier beginnen. 1) Romeinen 8 heeft mij al jaren te pakken, omdat je in dit gedeelte uit Gods woord de basis kunt vinden om in deze boze eon te kunnen leven met alles wat je overkomt. En dat is vaak niet misselijk. Ik had vers 18: want ik reken ermee dat het lijden van nu niet opweegt tegen de Heerlijkheid die op het punt staat over ons onthuld te worden, dan ook genoteerd staan voor het geval ik nog voor de wegrukking zou komen te overlijden. Had het toen al enigszins uitgewerkt en bij de paperassen gedaan. Het heeft veel te maken met het feit dat, hoewel de schepping zich niet vrijwillig aan de ijdelheid kan onderschikken, God ons wel deze mogelijkheid van vrijwillige onderschikking gegeven heeft. Denk bij ijdelheid aan lijden in alle mogelijke vormen, zowel lichamelijk, psychisch of geestelijk. Iedereen die dit onvrijwillige lijden op vrijwillige basis aanvaardt uit Gods hand, ervaart verlichting, vrede en rust in de door Hem gegeven omstandigheden. 371

Sprekers zijn, al heel lang voor ze aan de beurt zijn, bezig met het zoeken naar teksten, waarbij zij ervan overtuigd zijn dat het Gods bedoeling is dat ze daarover zullen gaan spreken. Je kunt het zien als een soort worsteling, omdat ze soms niet weten wat ze nu met zo’n gevonden tekst aanmoeten. Dat maakt ze dan ook geheel van Hem afhankelijk. Sommige mensen zeggen wel eens dat ze een voorkeur hebben voor bepaalde sprekers en ik moet toegeven dat ik er zelf ook last van had. Toch is dit heel erg onlogisch als je weet hoe ze op God de Vader gericht zijn om zich op een predikatie voor te bereiden. Ik kwam tot de ontdekking dat God iedere spreker gebruikt om voor elke gelovige in het bijzonder een persoonlijk en opbouwend woord de nadruk te laten leggen. Dit merk je ook duidelijk als je na de dienst met anderen koffie drinkt en nog even napraat, dan is de een heel wat anders opgevallen dan de ander. Heel bijzonder. 2) Ik wil eigenlijk voorop stellen, dat het gaat om het feit dat er geschreven staat: want met een voorgevoel wacht de schepping op de onthulling van de zonen Gods, en dat staat los van wat wij allemaal kunnen bedenken of begrijpen. Ons denken is een zintuig dat heel makkelijk kan worden gemanipuleerd en dat is ook de reden dat onze denkzin omgevormd dient te worden, niet door ons maar door Hem, Romeinen 12:2. Als Paulus in vers 18 schrijft dat de Heerlijkheid op het punt staat over ons onthuld te worden en je laat daar je eigen denken op los, dan zou je kunnen zeggen: Wat een kletskoek, die Paulus schreef dat al 2000 jaar geleden. Was hij dan echt zo dom dat hij dat geloofde, nou het is mooi niet gebeurd. Bekijk je het van God uit, dan kom je tot een andere conclusie. Hij had Paulus een ongelofelijke verwachting geschonken, waar de meeste gelovigen geen weet van hebben en daar leefde hij in alsof het à la minute zou kunnen gebeuren. Dat is hetgeen God ook bij ons oproept, alsof het voor de deur staat. Dit komt bij mij soms ook tot uitdrukking als ik gewoon buiten loop met bewolkt weer en dan ineens door zo’n gat in de wolken licht zie stralen. Dan denk ik, tjonge, als nu de bazuin eens zou gaan bazuinen. 372

Dit kan je ook overvallen als je met medegelovigen praat over de genade die wij hebben mogen ontvangen, dan zou je wel willen dat het spoedig zou gaan gebeuren. Kijk nog maar eens in Hebreeën 11:32-40. Zonder verwachting ben je nergens en kan het geloof niet functioneren. Als je het wachten van de schepping beperkt tot deze aardbol ofwel materie, dan zullen wij hiervan weinig of niets terugvinden. Kijk je naar de schepping als geheel, dan is de aarde waar wij op leven met al z’n miljarden mensen een knikker in Gods hand. Waar zal Ik ‘m heen rollen? Piek Ik ‘m hierheen of daarheen? De aarde zal eens waggelen als een beschonkene, Jesaja 24:19,20. Als je Job 38:1 t/m 42:6 leest dan kom je tot de ontdekking dat wij met ons denken een totaal verkeerd beeld hebben van God, op dezelfde manier als Job had. Tot hij uiteindelijk tot het inzicht komt dat hij God nooit zal kunnen doorgronden omdat Zijn werken te wonderbaar zijn. Zie ook Romeinen 11:33-36 Toen God de aarde grondvestte, juichten de morgensterren en al de zonen Gods. Deze behoorden al tot de schepping nog voor de aarde geschapen was. Ik kan mij heel goed voorstellen dat deze zonen Gods al een voorgevoel hebben dat er iets op het punt staat te gebeuren en er al een soort spanning bestaat van wat er in de lucht hangt. Tenslotte hebben ze al gezien wat er met de Zoon van God is gebeurd en kunnen Hem aanschouwen in Zijn verheerlijkte Lichaam en met de naam boven alle naam, Filippenzen 2:9,10. Misschien hebben zij al inzicht in de dingen die op het punt staan te gebeuren. In ieder geval beseffen zij dat het van de Zoon afhankelijk is wat er gaat komen. Vergeet niet dat de hemelingen weer afhankelijk zijn van hen die behoren tot het lichaam van Christus en dat daar helemaal niets gebeurt voor wij de Here hebben ontmoet in de lucht. Zij zijn dus heel erg gespitst op datgene wat er op deze aardbol gebeurt, hoewel het voor God maar een stofje is in Zijn hand. Zij zien heus wel dat de tegenstander bereikt heeft dat de aarde door de mens zelf vernietigd wordt, maar aan de andere kant zien zij ons als lichaam van 373

Christus, die geworden zijn tot een theater, Grieks theatron, voor de wereld, voor de boodschappers (NBG engelen) en mensen, 1 Corinthiërs 4:9. Het wil dus helemaal niet zeggen dat wij er hier op aarde iets van merken, hoewel zich dit wel openbaart bij degenen die God in genade geroepen heeft tot het Lichaam van zijn Zoon. Bij mij en veel anderen is die spanning van wat er op het punt staat zich te onthullen wel degelijk aanwezig. Als je naar deze aardbol kijkt dan kun je toch wel zien dat zij als het ware kreunt onder de gevolgen van verkeerd handelen van de mensheid. Gewoon wat laatste berichten: De waterspiegel van het Victoriameer in Afrika is inmiddels 2 meter lager dan normaal, hetgeen enorme consequenties heeft voor de volkeren rondom. De oorzaak is dat er om dat meer bomen zijn gekapt, hetgeen het hele ecosysteem in de war heeft gegooid. De oliemaatschappijen halen olie uit landen als Nigeria, maar er wordt geen welvaart gebracht in dit land, voor een gedeelte door corruptie, maar toch. Moet je eens zien hoeveel afval van het winnen daar in het water en in de moerassen terecht is gekomen. Hetzelfde is nog steeds het geval op de Nederlandse Antillen. De oliemaatschappij is al lang verdwenen maar de troep ligt er nog. De autochtone boeren in Afrika mochten de blanken (Engelsen) uit hun boerderijen verjagen, ze zouden het zelf wel even aanpakken. De Engelse boeren hebben echter geen onderricht gegeven aan de autochtone bevolking. Ze wilden hun eigen hachje redden, geld verdienen en hun bezit beschermen. Gevolg: een naderende hongersnood. In Zuid-Amerika ontstonden grote modderstromen waardoor meer dan duizend mensen zijn omgekomen, oorzaak: het kappen van de bomen. Wat te denken van de ozonlaag die alsmaar minder wordt door onze sterk vervuilende industrieën en vervoermiddelen. Gevolg: het smelten van de ijskap, waardoor een hogere waterstand ontstaat over de hele wereld. En wij maar dijken, dammen en waterkeringen bouwen, die niet werken als het erop aankomt. 374

Het is allemaal maar mensenwerk wat tot niets leidt. Wat wel helpt is als God voor het duizendjarig rijk begint even aan de touwtjes trekt en de aarde laat wankelen als een beschonkene, om dat vrederijk weer met een schone lei te laten beginnen. Het is ook wel leuk om eens in Gods woord te kijken hoe voor de mens soms onmogelijke uitspraken worden gebruikt. Jesaja 55:12 Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen. Vanzelfsprekend gaan hier geen bergen juichen en bomen in hun handen klappen. Maar bedenk even dat Jesaja de profeet bij uitstek is voor het volk Israël en de toekomst voor dit volk voorspelt. Hij ziet in de verre toekomst dat de bergen hun vrucht zullen geven in de vorm van druiven en allerlei andere vruchten en bomen bij wijze van spreken tot in de hemel groeien, omdat God de aarde weer vruchtbaar heeft gemaakt. Daar kan ik volkomen inkomen. Jesaja 35:1,2 De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een lelie (NBG narcis); zij zal welig bloeien en juichen, ja, juichen en jubelen. Het volk Israël zal hierdoor de Heerlijkheid des Heren en de luister van God zien, omdat er in vers 6 staat dat er in de woestijn wateren zullen ontspringen. Je zult geen lachend zand of zo horen, maar als de woestijn water krijgt moet je eens zien wat er dan gebeurt. Ineens een vruchtbaar land waar bomen kunnen groeien en waar vogels zich kunnen nestelen enz. enz. Lees heel hoofdstuk 35 maar even. Jesaja 24:1-6 is trouwens duidelijk over de oorzaak van de ellende die zich op aarde afspeelt, namelijk de ontwijding hiervan door haar bewoners. Dacht je dat de hemelingen dit niet zien en dat zij zuchten en er een voorgevoel van hebben? Romeinen 8:22. Dat er toch snel wat staat te gebeuren en dat het lichaam van Christus daar iets mee te maken heeft? 375

Zij zien heus wel dat de schepping en ook wij weeën hebben en het niet meer zo lang zal duren of er wordt iets nieuws geboren, de onthulling van de zonen Gods. Reken maar dat er daar boven een gejuich losbreekt als wij daar aankomen en aan de vrijmaking van de slavernij en het verderf van de schepping kunnen beginnen. 3) Zoals ik je hierboven al geschetst heb zal God zelf de aarde op een dusdanige wijze veranderen dat er duizend jaar in vrede en rust geleefd kan worden, niettemin zal deze aarde door vuur vergaan en zullen er een nieuwe hemel en nieuwe aarde komen. Het volk Israël is het instrument dat deze rust en vrede op aarde zal handhaven en dat staat los van hetgeen wij temidden der hemelingen gaan doen. Ik wil je laten zien wat mijn eigen gedachten hierover zijn, daarom even naar een aantal plaatsen in het oude testament Jesaja 37:35 En ik zal deze stad beschutten om haar te verlossen om Mijnentwil en ter wille van mijn knecht David. Jeremia 30:9 maar zij zullen de Here, hun God, dienen en David, hun koning, die ik verwekken zal. Ezechiël 34:23,24 Dan zal Ik één herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David, die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. Ik, de Here zal hun tot een God zijn en mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden. Ezechiël 37:22 en één koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken zijn. Ezechiël 37:24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen. Ezechiël 37:25 en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. Ezechiël 37:27 Ik zal hun tot een God zijn. 376

Uit deze teksten zou je kunnen opmaken dat David koning zal zijn over het volk Israël, van zowel de twee stammen als de tien stammen en dat de Here voor dit volk tot een God zal zijn. Andere teksten spreken echter van de Zoon van God als koning, te weten: Jeremia 23:5 Zie de dagen komen, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken, die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. Zacharia14:9 En de Here zal koning worden over de gehele aarde, hetgeen ook bevestigd wordt in Openbaring 11:15, waar staat: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde en Hij zal als koning heersen tot in alle eonen. Zacharia 14:17 Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de Here der heerscharen neder te buigen, op hem zal geen regen vallen. Het blijkt dus dat de Zoon van God de Koning is van heel de wereld en dat de volkeren naar Jeruzalem zullen moeten optrekken. Het is heel goed mogelijk dat ieder land zijn eigen koning heeft, zoals David koning zal zijn over Israël. De Zoon van God koning over de wereld! David koning over Israël! Dit lost op zich nog steeds jouw vraagstelling niet op hoe het dan mogelijk is dat wij altijd bij de Here zullen zijn terwijl Hij op aarde is. Nu zegt Zacharia 14:5 En de Here mijn God zal komen, alle heiligen met Hem. Met deze heiligen kunnen haast niet degenen bedoeld worden die tot het lichaam van Christus behoren, want Zacharia was een profeet voor Israël en wist hier totaal niets van. Bovendien zijn er veel heiligen temidden der hemelingen, dus het lijkt mij dat je het eerder in deze richting moet zoeken. Alles wat ik tot nu toe over dit onderwerp heb geschreven behoeft dus helemaal niet op waarheid te berusten, omdat ik geen profeet ben en ook 377

omdat het totaal niets te maken heeft met onze roeping, dus blijft alles in wezen voor mij een vraagteken. 4) Het altijd met de Here wezen uit 1 Thessalonicenzen 4:17 is iets waar ik ook al veel over heb nagedacht. Het punt is dat je misschien iets gaat verzinnen wat je toch vanuit het woord niet waar kunt maken. Maar als je je geroepen weet tot het lichaam van Christus, wat gebeurt er dan met je zodra je de Here tegemoet gaat in de lucht? Je vernederd lichaam wordt totaal veranderd in een verheerlijkt lichaam, gelijkvormig aan dat van de Zoon van God zelf, Filippenzen 3:21. In Johannes 20:17 kun je lezen dat de Zoon naar de Vader op zal varen en in Johannes 21:15 dat Hij zich vertoonde aan de discipelen. Hij praatte en at met hen en liet door het tonen van Zijn wonden zien dat Hij het daadwerkelijk was. Wij krijgen na de opname diezelfde mogelijkheid, namelijk om enerzijds als een stralend licht te zijn en ons met ontzagwekkende snelheid te verplaatsen en anderzijds ook als mens te kunnen verschijnen. Let wel, ik zeg niet dat dit gaat gebeuren, maar de mogelijkheid bestaat. Wij zijn dan uit de tijd geplaatst en niet meer gebonden aan de beperkte ruimte hier op aarde. Ons werkterrein omvat immers het gehele universum. Kijk maar naar de boodschappers in het oude testament die zich ook in menselijke gedaantes aan Lot vertoonden en ongezuurde koeken aten, Genesis 19:1-4. Het kan heel goed zijn dat wij als lichaam van Christus wel aanwezig zullen zijn bij dit grootse gebeuren van de totale omwenteling van Gods heilshandelen zowel voor de aarde als voor de hemelingen. Hierbij hoeven wij natuurlijk niet zichtbaar te worden voor de aardse stervelingen. Wij mogen weten dat het huwelijk een afschaduwing is van Christus en zijn gemeente, wat echter voor de meeste mensen een groot geheimenis is gebleven, Efeziërs 5:32. Helaas houdt ook bij gelovige mensen het huwelijk vaak geen stand, er mankeert nog zo ontzettend veel aan onze verhoudingen tot elkaar. 378

Maar stel dat alles goed gaat in een huwelijk en de partner moet voor zaken een weekje weg, ben je hierdoor dan ineens niet langer met elkaar verbonden? Natuurlijk wel! De relatie tussen een mens kan zich zo sterk ontwikkelen, dat je, ook al ben je niet bij elkaar, door alleen maar aan die ander te denken, je al met elkaar verbonden voelt. Hoe zal dit dan wel niet zijn als wij met de Zoon één volmaakt lichaam vormen, los van allerlei aardse beperkingen, wanneer de Zoon en wij ons sneller kunnen verplaatsen dan de snelheid van het licht? Zo zijn wij bij elkaar en zo doet een ieder zijn eigen taak. Er bestaan dan gewoon niet meer de afstanden, die wij nu nog op een aardse manier beleven. De Here hier op aarde brengt geen scheiding teweeg zoals wij dit nu menselijk kunnen bekijken of beredeneren. Het is een totaal andere dimensie waarin wij dan terecht zijn gekomen. Dat maakt het verlangen dan ook zo groot om uiteindelijk tot die geestelijke eenheid geroepen te worden en slechts nog door geest beheerst te worden. Al het lichamelijke gedoe zal dan afgedaan hebben. Wij zullen altijd met de Here zijn omdat het niet beperkt wordt door menselijke maatstaven. 5) Als je gelooft dat je door sterven naar de hemel gaat in plaats van door opstanding, dan is uiteraard iedere gelovige in de hemel en lijkt het mij logisch dat ze daarom ook geloven dat Abraham, Isaäk en Jacob nu leven. Het kan ook zo zijn dat zij hiermee willen aantonen dat je wel degelijk naar de hemel gaat, zodra je bent overleden. Dit zou betekenen, dat zij al een verheerlijkt lichaam zouden hebben, want het sterfelijk lichaam kan alleen maar op aarde functioneren. De consequentie hiervan is dat de Zoon van God dan ook niet de eerstgeborene, Colossenzen 1:18, zou zijn geweest die is levendgemaakt, maar dat Abraham, Isaäk en Jacob en nog vele anderen Hem voorgingen. Je kunt gerust aannemen, dat de mensen die dit beweren niet de genade van God ontvangen hebben om het evangelie van Paulus voor de heidenen op de juiste manier te verstaan, want dat lost dergelijke problemen gelijk op. 379

Het zou echter te gemakkelijk zijn om dit zomaar naast je neer te leggen zonder te onderzoeken wat Gods woord hierover zegt. De teksten in Matthéüs 22:23-33 worden uit hun verband gerukt als je zomaar zo’n zin eruit haalt en dat als waarheid aanneemt. Het gaat hier immers over een gesprek dat de Sadduceeën met Jezus aangaan. Zij beweerden namelijk dat er helemaal geen opstanding zou bestaan. Met andere woorden, je moet het hebben van de korte tijd dat je hier leeft want daarna komt er niets meer. Ze wilden Jezus in het nauw brengen door met een vraag te komen over een vrouw die met zeven broers moest trouwen omdat er geen nakomelingschap was en Jezus moest dan maar eens zeggen van wie die vrouw was in de opstanding, waar ze zelf niet eens in geloofden. Gewoon een belachelijke vraagstelling die door Jezus direct van tafel werd geveegd door te zeggen: Gij dwaalt want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods. Immers, in de opstanding huwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen, maar zij zijn als engelen in de hemel. Daarna haalt Jezus aan wat door God tot hen gesproken is, toen Hij zei: Ik ben de God van Abraham, Isaäk en Jacob, Exodus 3:6. Hij is niet een God van doden, maar van levenden. Hij zegt niet dat Abraham, Isaäk en Jacob nu al leven of in de hemel zijn, maar spreekt tot de Sadduceeën, die de opstanding ontkenden en zegt gewoon dat God een God van levenden is, omdat er wel degelijk een opstanding komt. Het gaat hier om de tegenstelling van wel of geen opstanding, wél of geen leven na de dood. Alle mensen zullen opstaan en alle mensen zullen leven, nu ja daar hadden de Sadduceeën geen boodschap aan. Degenen die geloven dat de drie aartsvaders op dit moment al leven kunnen deze tekst hiervoor niet gebruiken. In Exodus 3:6 staat dat Mozes God ontmoette in de woestijn. God sprak vanuit een brandende braamstruik, die niet verteerde en Hij maakte zich bekend door te zeggen: Ik ben de God van jouw vader, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jacob. 380

Dit zou dus inhouden dat niet alleen de aartsvaders al in de hemel zouden leven maar ook de vader van Mozes, want die wordt in hetzelfde rijtje genoemd en kan dan niet uitgesloten worden. Genesis 25:8 kan tot de ontknoping leiden want hier staat duidelijk aangegeven, dat Abraham de geest gaf en stierf in hoge ouderdom, oud en van het leven verzadigd en hij werd verzameld tot zijn volk (NBG vergaderd tot zijn voorgeslacht). Nu moet je wel oppassen dat je niet denkt aan het volk Israël, want dat ontstond pas bij Jacob. Welk volk wordt hier dan mee bedoeld? Dit kan je heel mooi terugvinden in Genesis 11:10-32 Abraham was een afstammeling van Sem, een van de drie zonen van Noach, zijn vader heette Terah en zijn geboorteland was Ur der Chaldeeën. Hij werd door God geroepen om uit de zeer vruchtbare streek in de delta van de Eufraat en de Tigris te vertrekken naar het land Kanaän. Hij trok langs de oevers van de Eufraat naar Haran waar hij als het ware een tussenstop maakte, waar zijn vader is overleden. Op 75-jarige leeftijd vertrok hij alsnog uit Haran om de reis naar het land Kanaän voort te zetten. Hoewel het even lijkt alsof Terah, de vader van Abraham, het besluit neemt om naar Kanaän te vertrekken, vers 31, is dit toch niet zo. Zie hiervoor Handelingen 7:2-4. Abraham werd verzameld tot het volk van Sem, maar je kunt net zo goed zeggen tot welk ander volk dan ook. Hij ging immers naar het dodenrijk waar geen kennis is of overleg. Als hij nu al zou leven, betekent dit dat ook heel het volk van Sem al leeft, waartoe hij verzameld werd. Heilig 6) Het lijkt mij het beste nog eens na te gaan hoe het zit met heilig. Paulus was een Jood en Farizeeër, wat betekende dat hij tot de meest nauwgezette partij in Israël behoorde, Handelingen 26:5. Bovendien had hij gestudeerd bij Gamaliël, een wetgeleerde, die in de Raad zat en in ere was bij het hele volk, Handelingen 5:34 en 22:3. Dus als er één was die verstand had van wat heilig was dan was het Paulus wel. 381

Deze geleerden kenden de wet en de profeten als geen ander, zodat ook wij hier maar moeten beginnen. Het woord heilig en aanverwante woorden komen in de eerste vijf boeken van Mozes al meer dan duizend keer voor, dus wij kunnen slechts een klein aantal plaatsen behandelen. Voor zover ik het kon nagaan, komt het voor het eerst voor in Exodus, het boek over de uittocht van het volk Israël uit Egypte. Exodus 13:2 Heilig mij alle eerstgeborenen zowel van mens als dier, zij zijn mijn eigendom. Exodus 19:6 En gij (Israël) zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Numeri 3:12,13 Zie, Ik zelf neem uit de Israëlieten de Levieten in plaats van alle eerstgeborenen der Israëlieten, opdat de Levieten mijn eigendom zijn…. heiligde Ik Mij alle eerstgeborenen in Israël, zowel van de mens als van het dier; zij zijn mijn eigendom, Ik ben de Here. Aan heiliging kwam geen mensenhand te pas. Het was niet afhankelijk van enige geestelijke prestatie van de mens, noch hoeveel zij hadden gezondigd. De keuze werd door God bepaald. Uit alle volkeren één volk. Uit dit volk alle eerstgeborenen. Uit de twaalf stammen één stam, de Levieten. Maar ook de eerstgeborenen van de dieren waren heilig. Eigenlijk is nu gelijk al duidelijk dat God mensen en dieren heilig verklaarde, hen voor zichzelf afzonderde zodat zij hun leven konden wijden aan Hem. Wij zeggen dan apart gezet en dat lijkt mij een goede uitdrukking hiervoor. Exodus 3:5 spreekt over heilige grond en ook de berg Sinaï was heilig en mocht slechts door Mozes betreden worden, Exodus 19:23. Over de tempel hoeven wij eigenlijk helemaal niet te praten, want daar was een gedeelte wat het heilige heette en een ander gedeelte het heilige der heiligen. 382

Slechts bij inachtneming van veel voorschriften mocht het heilige door priesters betreden worden en het heilige der heiligen slechts één keer per jaar door de hogepriester. De Tabernakel werd geheel gebouwd volgens de door God aan Mozes gegeven instructies, waar niet van afgeweken mocht worden en was God gewijd. Alles wat diende tot eer van God werd heilig verklaard, zoals mensen, dieren, potten, pannen, grond, de sabbat, of wat dan ook. Een opmerkelijke tekst is: Jesaja 23:17 De Here zal Tyrus bezoeken, zodat zij weer aan hoerenloon komt en hoereert met alle koninkrijken der aarde op de aardbodem. Dan zal haar winst en haar hoerenloon de Here heilig wezen. Hoe dit komt staat erachter, het zal namelijk gebruikt worden voor hen die voor het aangezicht des Heren wonen, om tot verzadiging te eten, en om zich sierlijk te kleden! Dit is weer zo’n typisch voorbeeld hoe God omgaat met iets wat naar onze christelijke normen en waarden volkomen onmogelijk zou zijn en waar wij niets mee te maken zouden willen hebben, maar voor God is het gewoon heilig omdat het dient tot verzadiging van hen die Hem dienen. In Leviticus11:44 en 45 staat wat God van het volk Israël verwacht: heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig. Het betreft hier een heiliging die van de mens zelf uit moest gaan, die ook nu nog door allerlei gemeenschappen wordt opgeroepen. De voorwaarden die voor de heiligen golden staan onder andere in Leviticus 19 en 20. Voor de priesters in Leviticus 21 en 22. Sommige voorwaarden waren zodanig dat, als men zich er niet aan hield, dit zó zondig was dat de dood erop volgde. Het hielp dus niet zoveel als men tot heilige was geroepen, bovendien blijkt hieruit dat het heilig zijn niet altoosdurend was. Tenslotte staat er in Exodus 29:37: ieder die het altaar aanraakt, zal heilig zijn. Er is zo’n ontzagwekkend verschil tussen het heilig zijn van het volk Israël of gedeeltes daarvan zoals de eerstgeborenen of de priesters en de heiligen uit de heidenvolken, ofwel zij die geroepen zijn tot het lichaam van Christus. 383

Hoewel er aan één ding totaal niets is veranderd, namelijk de roeping. Die wordt niet bepaald door onszelf, maar uitsluitend en alleen door God. Hij roept alleen heiligen die Hij voor Zichzelf nodig heeft en Hij bepaalt wie er tot een heilig instrument in Zijn hand van te voren gereed gemaakt wordt tot Heerlijkheid, Romeinen 9:23. Deze roeping kan door God niet ongedaan gemaakt worden omdat deze vóór de eonen al aan ons gegeven is in Christus Jezus, 2 Timótheüs 1:9. Zoals ik al zei kende Paulus de wet en de profeten en wist hij precies dat iedereen die door God geroepen werd tot het lichaam van Christus heilig was, tot in lengte van dagen zouden wij zeggen, maar naar het woord tot in lengte van de eonen en daar nog ver overheen. Tempel van God is heilig Bovendien wist hij dat het heilige der heilige, zowel in de tabernakel als de tempel, door God zelf bewoond werd, zodat hij onmiddellijk de conclusie trekt, dat wij de tempel van God zijn omdat Hij woning in ons heeft gemaakt. En daarom zijn wij heiligen. Niemand van ons heeft dit op een of andere manier verdiend en bovendien gedragen wij ons in het dagelijks leven totaal niet als heiligen, daarom kun je het alleen ervaren als een ongelofelijke genade die ons zomaar is overkomen. 1 Corinthiërs 3:16,17 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de geest van God in u woont? Indien iemand Gods tempel schendt, deze zal God schenden, want de tempel van God, en dat zijt gij, is heilig! Eerlijk hoor, ik kan gewoon niet begrijpen dat Paulus dit ooit heeft durven schrijven, hij die een Jood was en in eerste instantie alleen maar dacht dat God een plan had met het volk Israël en in wiens leven de tempel zo’n grote rol speelde. De Joden moeten hem veracht en verguisd hebben en dan ook nog heidenvolken een tempel van God noemen in wie Hij zou wonen? Trouwens, je zou het toch in deze tijd ook niet in je hoofd halen om zomaar op een verjaardag te zeggen: Hé, jullie weten toch wel dat ik een tempel van God ben en dat Hij in mij woont en dat ik daarom heilig ben? 384

Ze zien je aankomen, zelfs in onze tijd zou je geen leven meer hebben, grote kans dat iedereen je gaat mijden en je godsdienstwaanzinnig noemt of zo. Het gaat er ook om of wij het kunnen geloven en vatten wat dit wel niet inhoudt. Hoe heilig onze roeping is en dat niemand dit ooit nog van ons afpakt, nog sterker, wij kunnen het zelf niet eens teniet doen door welke wandel van ons dan ook. En God, de Vader blijft ons altijd als heilig zien omdat Hij ons aanziet in Christus Jezus onze Here. Het lijkt mij vanzelfsprekend, dat als je je dit bewust bent of wordt dat je ook je manier van leven zoveel mogelijk wilt aanpassen aan deze hoge staat van heiligheid (klinkt wel erg als een boontje hè). Ik kan je er gelijk bij vertellen dat niemand van ons dat lukt, omdat wij ook daarin van de Vader afhankelijk zijn, maar toch is er steeds dat verlangen om anders door het leven te gaan. Daarom schrijft Paulus in 1 Corinthiërs 6:19 en 20 het volgende: Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de geest de heilige, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht tot eer (NBG betaald) en gebonden (NBG niet vertaald) om God met uw lichamen te verheerlijken. Kijk, God heeft ons wel voor de eonen besloten in Zijn plan, maar dat neemt niet weg dat Zijn Zoon, voordat wij geroepen konden worden, voor ons tot zonde werd gemaakt en de Vader Hem heeft moeten verlaten, opdat wij gerechtigheid Gods zouden zijn in Hem, 2 Corinthiërs 5:21. Voor de tabernakel en de tempel in het oude testament is dit niet aan de orde geweest, die konden gewoon op Gods aanwijzingen door Mozes en Salomo gebouwd worden en in die gebouwen maakte Hij woning, niet in de bouwers! Ook hierin was de Zoon de eerstgeborene, want Hij was de eerste tempel waarin God woning maakte, hoewel niemand dat begreep toen Hij dit bekend maakte in Johannes 2:19-22 Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. Maar Hij sprak van de tempel zijns lichaams. 385

Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de schrift en het woord, dat Jezus gesproken had. De Zoon van God en degenen behorend tot Zijn Lichaam zijn de enigen die tot een tempel van God zijn geroepen en dat zou ons tot de uitroep kunnen brengen: Wij zijn heilig, waar zijn wij in vredesnaam mee bezig! 2 Corinthiërs 6:16 Wij toch zijn de tempel van de levende God, ofwel het heilige der heiligen! De tempels die genoemd worden ten behoeve van het volk Israël hadden geen eonisch bestaansrecht, want zij zijn verwoest en de Heerlijkheid des Heren verdween uit de tempel. Ezechiël 10 geeft daar een beschrijving van. vers 4 Toen verhief zich de Heerlijkheid des Heren van boven de cherub en begaf zich naar de dorpel van de tempel. vers 18 Toen ging de Heerlijkheid des Heren weg van de dorpel van de tempel en ging staan boven de cherubs. vers 19 De cherubs hieven hun vleugels op, onder het heengaan verhieven zij zich van de grond enz. Ezechiël 11:23 de Heerlijkheid des Heren steeg op uit het midden der stad en plaatste zich op de berg die ten oosten van de stad ligt. Wij weten niet of de Zoon van God duizend jaar lang op aarde aanwezig zal zijn, tenslotte gaat het hier om het volk Israël dat vanuit het oude testament bekend is met het feit dat de Heerlijkheid van God aanwezig was in de tempel, Exodus 40:34,35. Je zou kunnen zeggen dat een lichamelijke aanwezigheid van de Zoon niet altijd nodig hoeft te zijn. Bij ons ligt dat even iets anders, want de Heerlijkheid van God zal ons nooit en te nimmer verlaten en zal door de eonen heen bij ons inwonend blijven zoals dat ook bij de Zoon van God het geval is. 386

2 Corinthiërs 3:18 zegt het zo: Wij zien de Heerlijkheid van de Heer als in een spiegel en worden omgevormd van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heer, die Geest is. Het volk Israël moet de Heerlijkheid Gods node missen, tot nu toe dan! Je begrijpt wel dat God daarom gewoon geen gemeenschap kan hebben met iets wat onheilig is, zodat de conclusie van Paulus dat wij heiligen zijn volkomen terecht is. Het punt is dat er mensen zijn die geloven dat zij zichzelf moeten heiligen. Dit is echter een nutteloze zaak en nooit te volbrengen, slechts de verwondering wat God in Zijn woord openbaart kan bewerken dat wij ons anders gaan gedragen dan wij voordien gewend waren. 1 Thessalonicenzen 5:23,24 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; Hij zal het ook doen. Efeziërs 5:26,27 Christus heeft zich voor de gemeente overgegeven om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. Het gaat er dus niet om wat wij aan onze heiliging doen, maar om het feit wat de Zoon voor ons heeft gedaan. Goed, via een aardige omweg komen we toch bij de tekst waar jij je vraag over stelde: 1 Corinthiërs 7:14. Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd in de broeder. Anders zouden immers uw kinderen onrein zijn, doch nu zijn zij heilig. Paulus wist vanuit de Thora (eerste 5 boeken van Mozes) dat alles wat door God heilig was verklaard niet aangeraakt mocht worden door mensen die niet heilig waren, er stond zelfs de doodstraf op, Exodus 19:12, 31:14. Het heilige der heiligen kon men echt niet zomaar binnen gaan. 387

Dit mocht maar één keer per jaar en dan nog door een speciaal hiervoor geroepen hogepriester die zich eerst volkomen moest reinigen. Nu zijn wij een tempel van God zoals we al eerder lazen in 1 Corinthiërs 3:16 en 17 en daarover schrijft Paulus, dat wie deze tempel (ons dus) schendt, God hem zal schenden. Dat is nogal wat, zeker als je bedenkt dat Paulus in 2 Corinthiërs 6:14-16 spreekt over ongelijk gejukt worden met ongelovigen. Want welke deelgenootschap heeft gerechtigheid met wetteloosheid en welke gemeenschap heeft licht met duisternis? Bovendien zegt hij: welke overeenstemming heeft een tempel van God met afgoden. Veel gelovigen kunnen dit niet begrijpen, ze zien het als een wet en komen met voorbeelden dat het wel degelijk goed gegaan is. Je houdt gelovigen dan ook niet tegen als ze een ongelijk juk willen vormen, ze zijn verliefd en geloven gewoon niet dat het nog voor deze tijd geldt. Maar ja dat is met zoveel dingen, daar kan je gewoon niet tegen opboksen. Als je het ziet als een wet dan heeft het ook weinig zin. Waar het Paulus om gaat is, dat als je Gods genade van je roeping hebt leren kennen, je gewoon alleen nog wilt leven zoals God het wil en wel op vrijwillige basis. Ik ken iemand die toen hij ging trouwen zei dat z’n vrouw gelovig was geworden, toen zijn vrouw er echter vandoor ging zei hij dat zij toch een ongelovige was en derhalve het huwelijk geen door God erkend huwelijk was geweest. Een ander zei dat zijn eerste huwelijk niet uit God was, maar zijn tweede huwelijk wel. Ja zo kun je je overal uitpraten. Dat er uiteindelijk voor een ieder genade is, daar is natuurlijk geen twijfel over mogelijk. Het is Gods weg met een ieder persoonlijk, jong of oud, maar als je door genade uiteindelijk tot de ontdekking komt wat God met het huwelijk bedoelt en wat een ongelijk juk inhoudt en God, de Vader dit aan je hart heeft bekend gemaakt, dan pas wil je je maar al te graag vrijwillig aan het woord onderschikken en je onder het gehoorde stellen. 388

Onder-horen (NBG gehoorzamen) is namelijk net als onder-schikken (NBG onderwerpen) altijd vrijwillig, behalve als erbij geschreven staat dat het niet vrijwillig is, Romeinen 8:20! Ben je tot geloof gekomen en door God geroepen toen je al getrouwd was en je vormt een ongelijk juk, dan zegt Paulus dat de man in de vrouw geheiligd is, of andersom, opdat de kinderen die uit het huwelijk voortkomen niet onrein zullen zijn maar heilig. Het heilig zijn van de partner heeft dus op zich al een enorme functie. Maar het gaat er natuurlijk ook om dat de ongelovige gemeenschap heeft met een gelovige, in wie God woning heeft gemaakt en derhalve een tempel wordt genoemd die heilig is. In Exodus 29:37 wordt gezegd dat een ieder die het altaar aanraakt heilig zal zijn, hoeveel temeer dan iemand die in aanraking komt met een tempel Gods. Hieruit kan je weer zo goed zien dat God Liefde is, omdat Hij niet zegt wat veel sektes wel beweren, namelijk dat je de ongelovige partner maar moet verlaten. Liefdelozer kan het gewoon niet. Dat de ongelovige de mogelijkheid heeft erin te bewilligen bij de gelovige te blijven wonen of niet, maakt gelijk duidelijk dat het heilig zijn van de ongelovige beperkt is zolang hij/zij bij de gelovige blijft wonen. Geheiligd zijn in de gelovige wil niet zeggen dat de ongelovige dan ook automatisch tot het lichaam van Christus behoort. Hiermee wil ik niet zeggen dat dit niet zo is, want het is niet aan mij om te beoordelen wie God roept tot het Lichaam van Zijn Zoon. Bovendien kan de gelovige door de juiste houding ontzettend veel betekenen voor de ongelovige. Het is mij niet bekend hoelang de kinderen geheiligd blijven in de gelovige ouder. Misschien kun je zeggen totdat hij/zij volwassen is, maar ja wanneer is dat? Als je hoort dat kinderen van 14 jaar al gemeenschap met elkaar hebben, zijn ze dan al volwassen? Ik heb er geen antwoord op en hoef dat ook niet te hebben, want ik ging er vroeger vanuit dat op het tijdstip dat wij gelovig waren geworden, dit voor de kinderen nog niet hoefde te gelden. 389

Toen ik dit wel kon zeggen van de kinderen, kwamen we natuurlijk bij de kleinkinderen uit en zo zal het altijd door blijven gaan. Het lichaam van Christus is al van voor de eonen in Gods plan vastgelegd, zodat wij ons het beste kunnen realiseren dat Hij diegene roept die in Zijn plan besloten is. Niemand in de familie heeft ooit gedacht, dat die Ruud ooit nog eens zou gaan geloven en toch heeft het God de Vader, behaagd in mijn leven op 42-jarige leeftijd een volslagen omwenteling teweeg te brengen. Dus wees gerust, God weet wat Hij doet, trouwens gered is ieder mens en dat verdient onze dank. 7) Dat iemand via een link van de Eben-Haëzer-site suggereerde dat de mensen die in de tweede dood zijn gegaan (een symbolische poel des vuurs), op de nieuwe hemel en aarde zullen wonen om hen zo tot God te brengen was mij onbekend, hoewel ik er al eerder een vraag over heb gekregen. Dit zijn nou van zulke moeilijke dingen waar je bijna niet uit kunt komen, het betreft meestal suggesties die door bepaalde gevoelens worden opgeroepen. Je zou het zo graag willen. Persoonlijk weet ik niet of je dit nou zo graag zou moeten willen. Indien de tweede dood gewoon dood is, dan is er geen kennis en overleg, ze slapen ofwel liggen te rusten. Ze weten van niks. Stel dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde nu eens 10.000 jaar duren, dan is dat wel erg lang om hen zo tot God te brengen. Mijn hemel, leven in al deze Heerlijkheid en toch nog geen relatie met God hebben, is dat dan niet vreselijk, kun je dan niet beter van niets weten en lekker liggen te rusten? En als het zo zou zijn wat moet je dan met de tekst in 1 Corinthiërs 15:26 De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood? Zijn er dan behalve de doden in de tweede dood nog andere doden en als het symbolisch is gaat het dan om diegenen, die geen relatie met God hebben en zijn dat dan weer de symbolische doden die op de nieuwe aarde wonen? Dan zou dit betekenen dat ze dan in al die door mij gestelde10.000 jaar nog steeds niet bij God gebracht zijn. Dit lijkt mij nou echt erg, temeer omdat ik zelf niet één minuut zonder God de Vader zou kunnen en willen leven. 390

Ik heb het artikel gelezen, maar voor mij behoort dit tot de vele onderwerpen waar niemand uitkomt en wat een ieder mag geloven als hij/zij dat wil. Zelf klamp ik mij vast aan zekerheden die rust en vrede kunnen brengen in dit roerige leven van alledag. 8) Geloof me maar, je komt je hele verdere leven nooit meer uitgeborreld. 9) Aan een extra onderwerp ben ik niet toegekomen, maar je kunt vast wel even vooruit. Hartelijke groeten, Ruud 391

Hallo oom Ruud, (26) 24-05-2006 1) Als je in een wereldstad loopt zoals Barcelona, waar wij enige weken geleden een weekendje waren, dan is het toch ongelofelijk dat God deze enorme hoeveelheid mensen in Zijn hand houdt. Hoe groot moet Hij wel niet zijn, om deze hele wereld te beheersen, dat vind ik nog steeds onvoorstelbaar. En niet alleen de mensen, maar ook de musjes die ter aarde vallen (Matthéüs 10:29, Lucas 12:6 ) ziet Hij. Mijn dochter heeft vorige week haar eerste werkstuk ingeleverd. Ze had een bijzonder onderwerp gekozen: sterrenkunde. Naarmate zij zich daar meer in verdiepte, en ik dus ook, kwamen we tot het besef, dat het gewoon duizelingwekkend is als je bedenkt hoe enorm groot het heelal is en hoe ver sterren bij ons vandaan staan (vele vele lichtjaren ver weg), dat er zo gigantisch veel, ontelbaar veel, sterren zijn en hoe weinig de mensheid eigenlijk nog maar weet van wat er zich buiten onze aardbol bevindt. Werkelijk heel bijzonder om daar weer eens over na te denken. Wat zijn wij dan kleine mini-mensjes in vergelijk met zo'n grote God! Hoe is het toch mogelijk, dat Hij Zich bezig houdt met de details van ons leven en dat Hij onze haren heeft geteld (Matthéüs 10:30, Lucas 12:7). Ik sta daar iedere keer weer enorm versteld van en eerlijk gezegd, begrijp ik daar ook helemaal niets van en denk ik eigenlijk, dat dat onmogelijk is. Ik weet, dat ik hier steeds weer op terug kom en maar blijf proberen om dit met mijn menselijke verstand te begrijpen, terwijl ik tegelijkertijd weet, dat dat natuurlijk nooit zal lukken (Jesaja 55:9)! Eigenwijs hè? Ik voel mij vaak nog steeds de ongelovige Thomas, ondanks alle bijbelstudies en boeken die ik inmiddels al gelezen heb. En dan baal ik daar weer van, en schaam ik me vreselijk tegenover God over die "eeuwige" twijfel van mij en hoop ik ooit de mate van geloof te mogen ontvangen die u, en kennelijk vele anderen, mogen genieten. Maar vol goede moed vervolg ik deze weg, ik zal wel niet de enige zijn! Ook de discipelen hadden er moeite mee, terwijl zij mochten geloven en zien! 392

2) In de loop van onze correspondentie heb ik al veel geleerd over Christus Jezus. Alleen vind ik het nog moeilijk om Hem te plaatsen in mijn leven. Ik bedoel eigenlijk, in een van de brieven vertelt u, dat ons gebed gericht wordt aan God, de Vader. Door de inwoning van Gods geest, door het gebed, praten met God en door het lezen van Gods Woord ontstaat er een levende relatie met de Vader. Maar hoe zit dat nu met de Zoon? Hoe ontstaat er een levende relatie van de gelovige met de Zoon, die het Hoofd is? In de Bijbel lees ik, dat Gods geest inwonend is in de gelovige, maar op een andere plaats wordt gesproken over de geest van Christus (Galaten 4:6) die uitgezonden is. Wat is het verschil, of wordt hier dezelfde geest bedoeld? 3) Bij ons in de gemeente wordt aan "profetieën" gedaan, volgens het principe van 1 Corinthiërs 14. Maar u heeft mij aangegeven, dat volgens Paulus de profetieën hebben afgedaan 1 Corinthiërs 13:8-9. De getuigenissen die mensen hier echter over geven zijn wel indrukwekkend: de ene gelovige krijgt een boodschap van God, deelt dit mede aan de gemeenteleden tijdens de dienst, omdat het voor iemand bestemd is. En de andere gelovige getuigt enige tijd later, zeer geëmotioneerd, dat het inderdaad voor hem/haar bestemd was en God dus gesproken heeft door de eerste gelovige heen. Dus daar begrijp ik niets van. Betekent dit, dat de mensen nog in de onvolkomenheidsfase (nog niet volwassen fase) zijn? Of is het allemaal maar "toeval"? Zij geloven, dat iedere gelovige hiervoor "open" moet staan. Maar wij weten, dat God niet rechtstreeks met mensen praat, maar door Zijn Woord. Ook worden er cursussen gegeven, waar je kunt leren hoe je Gods stem kunt verstaan. 4) In brief 25 vertelt u mij, dat sprekers van Eben-Haëzer worstelen met gevonden teksten waarover zij de predikatie houden. Hoe komen zij dan aan die teksten en hoe raken zij overtuigd dat dit de tekst is die God bedoelt? 393

En hoe wordt het jaarthema bepaald? Het lijkt misschien nieuwsgierig, maar het is meer een kwestie van graag willen leren hoe ik weet of bepaalde "ingevingen" van God afkomstig zijn. 5) Want soms denk ik dat wel, maar als ik daar dan op inga, dan blijkt het achteraf toch niet zo te zijn! Ook dit heeft natuurlijk met "boodschappen" te maken, net als bovenstaand onderwerp. Dit waren dan weer wat vragen/kwesties! Alvast bedankt voor de moeite en tijd om het te beantwoorden. Groeten aan tante Miek en tot mails! Anne. Ha Anne, Fijn om weer iets van je te horen. 1) Ik begin maar met de woorden die mij het meest opvielen, namelijk: En dan baal ik daar weer van. Nog maar een paar dagen geleden gebruikte de spreker dit woord in zijn predikatie en legde uit dat hij soms dingen helemaal verkeerd aanpakte en als hij dan op z’n fiets naar huis reed hij daar dan ontzettend van baalde. Hij herhaalde dit woordje nog een keer en zoals normaal zijn er altijd bepaalde stukjes uit een predikatie die je aanspreken en die blijven hangen, mede omdat het een relatie met vreugde had. Mijn gedachten bleven er dan ook een poosje bij hangen omdat ik precies wist wat hij bedoelde. Een gelovige, ook al gelooft hij/zij al jaren, blijft voortdurend fouten maken, ik dus ook, en daar kan je eigenlijk niet tegen, omdat je ze niet meer wilt maken. Deze wil om geen fouten meer te maken, zeker als het om geloofszaken gaat, heb je niet van jezelf maar is door God de Vader aan je gegeven. Dus schreef ik hem het volgende: 394 (26) 22-06-2006

Wat het balen betreft lijkt het wel zo dat, hoe meer je baalt, hoe vreugdevoller je wordt. Dit is aan de andere kant ook wel weer logisch, want je hebt dan de genade ook zo hard nodig en als je dat onderkent dan spat de vreugde er soms vanaf. Het balen van een gelovige brengt hem/haar iedere keer weer een stukje verder in de overgave aan Hem en daardoor ook dichter bij Hem en versterkt de mate van geloof. Dit verzin ik niet, ik heb het aan den lijve ondervonden. Twijfel brengt altijd een vorm van ongeloof voort, maar heeft absoluut niet de betekenis dat iemand daarom een ongelovige is. Het is juist een kenmerk van een gelovige want de meeste ongelovigen zitten er helemaal niet mee als zij fouten maken en zijn zich er vaak ook niet van bewust. Trouwens twijfelen komt wel in de NBG voor, maar het heeft een heel andere betekenis en dat is de reden dat ik er toch nog wat verder op inga omdat dit voor jou misschien ook verrassend is. Twijfelen is in het Grieks dia krinõ dat wij met onderscheiden hebben vertaald, de letterlijke betekenis is door-richten. Dit is zo verrassend omdat het met richten en gerichten te maken heeft, waarvoor in de NBG meestal oordelen, het oordeel of veroordelen wordt gebruikt en je weet inmiddels wel dat dit te maken heeft met het richten op God. Twijfel heeft derhalve te maken met iets niet goed kunnen onderscheiden en doet mij denken aan door-redeneren, waarbij mensen zo over een bepaald onderwerp zitten na te denken dat ze er veel meer achter zoeken dan er daadwerkelijk in het woord mee wordt bedoeld. Met twijfel ben je jezelf aan het door-richten, je wilt dus meer onderscheiden dan er door God aan informatie in het woord gegeven wordt, terwijl er al zoveel aan je geopenbaard is. Nu je het toch over mussen en haren hebt (ik mis er een paar tegenwoordig), in het evangelie naar Matthéüs heb ik ook nog een tekst gevonden, namelijk 14:31, maar bedenk wel dat ik dit niet zeg. Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? 395

Jezus zei niet ongelovige, maar kleingelovige tegen Petrus dus dat is in ieder geval al een hele troost, maar toch zie je heel duidelijk de gevolgen van twijfelen. Hij valt als het ware letterlijk door de mand, hoewel het hier natuurlijk water betrof. In deze tekst wordt in het Grieks wel aarzelen gebruikt maar dat is in het Nederlands zo verwant aan twijfelen dat ik kan begrijpen dat ze dit woord hebben gebruikt. Judas heeft echter wel een heel bemoedigende uitspraak gedaan in vers 22: En weest barmhartig jegens sommigen, die twijfelen. De rest van de tekst laat ik even zitten, want tenslotte is dit een tekst uit een evangelie dat niet voor ons is bestemd, maar het barmhartig zijn is nog steeds van kracht. Ik had het juist gisteren hier nog over met je moeder, dat je dan moet denken aan warmhartig, dus de bedoeling van Judas was dat gelovigen met een warm hart (geheel bij hen betrokken) twijfelaars moesten benaderen. Nou dat is toch mooi meegenomen vind je niet? Wat de mussen en de haren betreft moest ik denken aan Salomo in Prediker, de zoon van David. Prediker 1:13 en ik zette mijn hart erop om na te vorsen en onderzoek te doen naar de wijsheid in alles wat onder de hemel geschiedt. Hij beperkte zich in ieder geval tot datgene waar de mensen hier op aarde mee bezig waren enz. maar hij kwam er al heel snel achter dat dit zinloos was, kijk maar wat hij verder schrijft: Dat is een kwade bezigheid die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te verootmoedigen (NBG kwellen). Hier kun je uit opmaken dat de bedoeling van het vorsen en onderzoek doen naar wijsheid is om tot verootmoediging te komen en te gaan begrijpen dat het anders een nutteloze bezigheid is. Prediker 7:20 Want niemand op aarde is zo rechtvaardig dat hij goed doet zonder te zondigen. 396

Dit heb ik altijd een bemoedigende tekst gevonden omdat hieruit blijkt dat wij uit onszelf echt niet zoveel waard zijn en geen enkel goed werk goed kunnen doen en hiermee kom je gelijk uit bij Efeziërs 2:10 dat wij alleen die goede werken kunnen doen die God tevoren bereid heeft. Waar ik het meest door getroffen ben als ik aan goede werken denk, dan is het wel dat Hij de werken, die ik volkomen verprutst en als kwaad heb ervaren, heeft omgebogen naar goed. Dat is zo’n ongelofelijke ervaring en geeft je de kracht om door te gaan, welke moeilijke omstandigheden er ook op je weg komen. Als het om de sterren gaat en alles wat zich buiten deze aarde bevindt, kun je bijna nergens anders terecht dan bij Job, die uiteindelijk tot de ontdekking kwam dat hij totaal geen kennis had van wat God met de schepping voorhad, laat staan dat hij enig benul had van wat God aan ons heeft beloofd, zodat je toch weer bij Paulus terechtkomt. Romeinen 11:33-35 O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe onnavorsbaar (NBG ondoorgrondelijk) zijn Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen. Want: wie heeft de denkzin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadgever geworden? Of wie dan ook heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? Want uit Hem en door Hem en tot Hem is het Al, Hem zij de Heerlijkheid tot in de eonen der eonen! Amen. Salomo en Job zijn grote voorbeelden voor ons omdat zij beiden hebben getracht te ontdekken hoe alles in elkaar zat en zelfs dachten het te weten, maar totaal niets van Gods grootheid hebben kunnen ontrafelen. Op dat gebied heeft God aan ons toch veel meer geopenbaard maar tot Gods diepste wezen is het onmogelijk door te dringen, zodat ook wij Zijn handelen nooit helemaal zullen kunnen begrijpen. Je geeft het zelf al aan dat het je nooit zal lukken. Zelf heb ik ook wel dingen gehad die mij maar bleven bezighouden, totdat God mij op het punt bracht om er afstand van te nemen omdat het me alleen maar onrustig maakte. Bovendien is al ons vorsen ontzettend vermoeiend en als de Prediker dat zegt is dat voor ons al niet anders. 397

Stel dat je onze taak temidden der hemelingen zou willen begrijpen dan kun je nog wel bedenken dat wij zullen meewerken om alles onder de voeten van de Christus te brengen, omdat dit in Gods woord terug te vinden is. Ga je echter nadenken over wie die volmachten en krachten zijn en hoe dat dan allemaal in zijn werk zal gaan, dan kom je gewoon op een dood spoor. En wat te denken van het feit dat wij daar twee eonen mee bezig zullen zijn, het duizendjarig rijk en gedurende de nieuwe hemel en nieuwe aarde. De nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen ook niet voor een paar jaar geschapen worden. Hoe onmetelijk is dan het heelal en hoeveel miljarden hemelingen zijn er dan wel niet als wij ze pas onder de voeten van de Christus kunnen krijgen na een voor menselijke maatstaven gigantische tijd. Maar bij God is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag, 2 Petrus 3:8; Psalm 90:4 en vergeet niet hierbij ook Hosea 6:2 te lezen. Het heeft gewoon met ons menszijn te maken dat wij niet alles kunnen verstaan en dit heeft God bewust zo gewild. Ik ben wel blij dat je vol goede moed deze weg wilt vervolgen en het mooie daaraan is dat je niet ziet en toch gelooft en dat is een heel bijzondere gave die God de Vader aan jou heeft gegeven. Wist je trouwens dat Thomas helemaal niet zo’n ongelovige was? Vergeet niet dat het lijden en sterven van Jezus de apostelen niet in de koude kleren ging zitten. Zij wisten dat Jezus de Messias was en zij hadden hun verwachting gesteld op wat hen in het oude testament was beloofd. Eindelijk de Verlosser die hen zou redden uit handen van de Romeinen en een rijk van rust en vrede zou brengen. Ook Petrus had het er moeilijk mee, nam zijn zwaard, trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af, Johannes 18:10. Bovendien verloochende hij Jezus, Johannes 18:25-27, ondanks het feit dat Hij het hem al voorzegd had, Johannes 13:36-38. Zo zijn er in Gods woord veel mensen te vinden die aan van alles twijfelden. Dat wil echter niet zeggen dat zij ongelovig waren, net zomin als Thomas of jij en ik. Ongelovigen zijn immers meestal helemaal niet met Gods woord bezig, dus waaraan zouden zij dan moeten twijfelen? 398

2) Wonderlijk dat je schrijft dat je al veel weet over Christus Jezus, want ik heb een poosje geleden het onderwerp ‘in Christus’ en ‘in Christus Jezus’ voor jou gekozen. Jouw vraag hoe er een levende relatie ontstaat van de gelovige met de Zoon, die het Hoofd is, is best een moeilijke! Toch denk ik dat wij eerst terug moeten naar de naam Jezus, wat ook net voorkomt bij het onderwerp ‘in Christus’. Jezus, Grieks Iêsous, betekent Ieue redder. Ieue wordt ook wel als Jewe of Jahweh geschreven. Jezus is de menselijke naam van de Zoon van God toen Hij op aarde rondliep in Zijn vernederde staat, zodat de naam Jezus ontelbare keren voorkomt in de evangeliën maar toch ook nog heel veel in de brieven van Paulus. Alleen dan moet je wel opletten op welke manier erover wordt geschreven. Filippenzen 2:10,11 Opdat in de naam van Jezus zich alle knie zal buigen zowel van de hemelingen als van de aardsen en van de onderaardsen en alle tong van harte zal belijden, dat Jezus Christus Heer is tot eer van God, de Vader. De reden dat hier over Jezus wordt gesproken is omdat het in dit gedeelte (vers 5-11) gaat over de Zoon die zich op vrijwillige basis wilde vernederen tot de mens Jezus en zich aan het vloekhout liet nagelen en de gestalte van een slaaf heeft aangenomen. De ongelovigen zullen Jezus leren kennen als de Zoon van God, terwijl de Joden Hem uiteindelijk als de Christus/Messias zullen kennen en de nietJoden/heidenen als Heer. Wij kennen Gods Zoon al als zijnde Christus Jezus, onze Heer. Dit betekent dat de Zoon als onze middelaar het einddoel met ons al heeft bereikt en de weg voor ons heeft geopend om rechtstreeks tot de Vader te naderen. Wij mogen nu al belijden dat Jezus naar het vlees voor ons geworden is tot Christus Jezus onze Heer tot Heerlijkheid (NBG eer) van God, de Vader. Ja, wij zijn zelfs tot gezinsleden van God geworden, Efeziërs 2:19, en mogen Abba Vader tegen God zeggen. Dit is ook de reden dat Paulus in 2 Corinthiërs 5:16 zegt: Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer. 399

In de tijd dat Paulus dit schreef waren er nog mensen die Jezus persoonlijk gekend hadden. Hiertoe behoorde Paulus niet want aan hem is Jezus als de verheerlijkte Heer en niet in Zijn vernederd lichaam verschenen. Zie Handelingen 9:3-5, waar staat: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Hij vervolgde toen Joodse mensen die geloofden dat Jezus de Messias was, dus zoals Hij was in Zijn vernederde lichaam. Weet je, veel gelovigen in onze tijd kennen Jezus slechts naar het vlees, net zoals diegenen bij wie Jezus niet verder komt dan het kruis waar Hij ten eeuwigen dage aan blijft hangen. Vandaar ook de wonderen en tekenen enz. Voor ons is de weg tot Vader helemaal open omdat wij de Zoon nu al als Heer erkennen, zodat Hij niets liever wil dan dat wij dat belijden tot Heerlijkheid van God de Vader, Filippenzen 2:11. Er is maar één manier om een goede relatie met de Zoon van God te hebben en dat is Hem niet alleen als Heer te erkennen, maar dit ook in de praktijk te brengen door een wandel in de Here. En dat is voor gelovigen, die tot zoon zijn geroepen, altijd nog een moeizame zaak, zodat Hij dit ook zelf nog in ons moet bewerken. Hij doet dit door tegen ons te zeggen dat wij door God de Vader uitgeroepen heiligen en geliefden zijn, Colossenzen 3:12. Als je dit diep tot je laat doordringen dan ontstaat er de wil om de dingen die na Colossenzen 3:12 genoemd worden op vrijwillige basis te doen en die slippen er dan als vanzelf in (de letterlijke betekenis van aandoen). Je kunt geen relatie met de Zoon krijgen door op eigen kracht te proberen allerlei dingen te doen of te laten omdat God dit zou willen. Wat je in Gods ogen bent en de verwachting die hierin besloten is, is de enige basis om iets te kunnen oproepen bij gelovigen en zelfs bij ongelovigen. De relatie met de Zoon kan alleen door middel van het Woord worden verdiept, omdat hoe meer je de beloften begrijpt des te meer je ook gaat verlangen naar een wandel in de Here. 400

3) Ja dat is nou het nadeel als je temidden van zo’n groep staat waar wordt geprofeteerd. Wat je gezien en beleefd hebt is echter een aanval op jouw gevoel, omdat het er als echt uitziet. Het is weliswaar op Gods woord gebaseerd, 1 Corinthiërs 14, maar was alleen nodig in de beginfase van de bediening van Paulus, waarbij hij ook gebruik kon maken van wonderen en genezingen door middel van zweetdoeken enz. enz. Toch staat er nergens dat iemand over een ander een profetie zou moeten uitspreken en voor zover ik heb kunnen nagaan heeft Paulus dit ook niet gedaan. Het is wat ik onder 2) al schreef gebaseerd op Jezus naar het vlees. Wonderen en tekenen zijn in onze tijd nu juist een teken dat de tegenwerker vat heeft gekregen op gelovigen. Lees 2 Thessalonicenzen 2:1-12 er maar op na en mijn brief 7 onder 5). Hoe meer je er voor open staat hoe meer ellende je je op de hals haalt. Een van onze kennissen vertelde over een vrouw die op een profetie van een ander naar de Filippijnen was gegaan om te evangeliseren. De gelovigen van die gemeente konden naderhand maar niet begrijpen dat de vrouw dood- en doodziek werd, daar in het ziekenhuis terecht kwam en haar opdracht heeft moeten opgeven! Wonderlijk dat dit er dan weer niet bij geprofeteerd werd. Het is trouwens wel heel makkelijk om voor een ander te profeteren en zelf lekker buiten schot te blijven. Uit de groep waar jij nu bent zag iemand (hij is inmiddels overleden) die bij mijn doop aanwezig was, twee duiven op mijn schouders zitten als teken dat ik de heilige geest ontvangen zou hebben. Ik heb veel mensen in tongen horen spreken waar geen woord van te verstaan was. Naar mijn idee waren het ook geen woorden, het leek meer op het ontelbare malen herhalen van hetzelfde woord, kst kst kst, en dan te bedenken dat ik ook per se in tongen wilde spreken als bewijs dat Gods geest echt in mij was. Als je Handelingen 2:4-13 leest, dan zie je dat in tongen spreken daar te maken had met een echte taal die nodig was voor Joden uit een ander land. 401

Het spreken in tongen komt trouwens in heel veel heidense godsdiensten voor, o.a. in het boeddhisme, spiritisme, theosofie, bij de mormonen, enz. en deze zaken zijn gewoon influisteringen van de tegenstander. Ik heb er best moeite mee om je dit te schrijven, maar toch, houd je verre van deze zaken! Onze sprekers komen aan de teksten voor hun predikatie doordat zij tijdens het bestuderen van Gods woord soms ineens iets tegenkomen wat hen enorm aanspreekt en waarvan zij denken dat dit anderen ook tot zegen zou kunnen zijn. Maar dan heb je nog geen predikatie, want hoe vertel je het en hoe moet je duidelijk maken wat je precies bedoelt? Het moet nog vorm krijgen. Nu, ga er maar aanstaan om dan te ontdekken wat God voor de toehoorders in petto heeft. Niet voor niets schrijft Paulus aan de mensen in de gemeente of zij hem tijdens hun gebed (welhebbing) bij God in herinnering willen brengen, zodat hem bij het openen van zijn mond het woord gegeven worde om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor hij een gezant is in ketenen, Efeziërs 6:19. Het is de bedoeling dat wij dit ook in de praktijk brengen voor onze sprekers, van wie er niet één zomaar uit zichzelf de vrijmoedigheid heeft en er in wezen tegenop ziet om iedere keer weer dat podium te betreden. Bij avondsluitingen die ik zelf ooit gedaan heb, ben je heel lang bezig om te weten te komen wat nu nodig is voor jonge mensen. Waar kunnen ze mee uit de voeten? Je probeert door het visueel te maken, waarbij best de nodige humor gebruikt kan worden, tot een kern te komen. Het viel mij steeds weer op dat ik soms dingen zei die ik helemaal niet had voorbereid en zie dat dan zo, dat God het kennelijk toch op een iets andere manier gebracht wilde hebben. Dit maakt dat je je volledig afhankelijk van Hem opstelt, zodat Hij door je heen kan werken. Iemand kan een opmerking maken over iets wat hij niet begrijpt of waar hij moeite mee heeft en dan denk je, hoe zit het eigenlijk met de anderen, zou dit iets zijn? Je krijgt geen antwoord uit de hemel, zo van: misschien kan je het daar en daar eens over hebben, maar aan de andere kant mag je erop vertrouwen dat Hij je leidt, ook in het spreken of anderszins. 402

Wij zijn immers zonen van de levende God! Bij het bepalen van het jaarthema gaat het al niet anders. Bij het schrijven aan jou denk ik echt wel eens, nou Vader geen idee wat ik hier nu op moet gaan antwoorden maar ik ga ervan uit dat U mij de intelligentie zult geven, 2 Timótheüs 2:7. En begin dan maar te zoeken in Zijn woord, kijk of er ergens iets geschreven staat over jouw vraag en zo kom ik van lieverlee tot wat ik schrijf. Voorbeeldje: Als jij schrijft over bepaalde ingevingen, vraag 4, kijk ik gelijk of dat woord bestaat in het Grieks, pak het blauwe boek en zie dan dat ingeving niet voorkomt. Dan kijk ik wat ingeving in het Duits is. Er zijn drie woorden voor: Eingebung, Erleuchtung en Einfall. Ik pak vervolgens m’n Duitse concordante vertaling en zoek naar de drie woorden. Het tweede woord Erleuchtung is prijs! Erleuchten, siehe: (ans) Licht bringen Bij dit woordje vind ik dan verlichte ogen van het hart Efeziërs 1:18. Dit betekent dat de ingevingen die jij bedoelt ontstaan omdat wij verlichte ogen van het hart hebben gekregen en wij nu juist bezig zijn om het hart van iemand te bereiken die in nood is of anderszins in problemen is geraakt. Vanzelfsprekend vermogen onze woorden dit niet, maar mogelijk kunnen wij een ander iets aanreiken waardoor hij/zij geraakt wordt en er verder op in wil gaan. 5) Soms zou je zeggen dat ons denken weinig te betekenen heeft omdat wij hiermee ook verkeerde conclusies kunnen trekken ofwel doorredeneren. Filippenzen 2:14,15 Doet alles zonder morren of doorredeneren (NBG bedenkingen), opdat gij een onberispelijk kind van God wordt, zonder arglist en zonder smet temidden van een kromme en alles verdraaiende generatie, in welke gij zichtbaar wordt als een lichtbron in de wereld. Doorredeneren komt in onze generatie ook nog steeds voor, je hoort immers niet anders dan dat mensen de boel verdraaien en er kromme redeneringen op nahouden, dus wat Paulus schrijft is nog steeds actueel. 403

Maar wij worden zichtbaar als een lichtbron wat een voortvloeisel is van onze verlichte ogen van het hart. Denken is in het Grieks nous, wat denkzin betekent en een zintuig is, zoals wij ook een tastzin en een reukzin hebben. Ik begin maar even met enkele negatieve vormen van wat denkzin kan zijn. Vleselijk Verrot (NBG niet meer helder) Bedorven In ijdelheid Colossenzen 2:18 1 Timótheüs 6:5 2 Timótheüs 3:8 Efeziërs 4:17 En daar de mensheid het verwerpelijk achtte God te erkennen, heeft God haar overgegeven aan een onbeproefde denkzin (NBG verwerpelijk denken) om te doen wat niet betaamt, Romeinen 1:28. Voor het woordje erkennen staat in het Grieks epi-gnõsis, wat eigenlijk opeenstapeling van kennis betekent. Ieder mens heeft wel kennis van God, maar als men zich niet in Hem en zijn woord verdiept, kan er ook geen opeenstapeling plaatsvinden. Met een onbeproefde denkzin raak je totaal losgeslagen en vervagen alle normen die God gegeven heeft om in vrede en rust te kunnen leven. Het contrast is dus dat God sommige mensen overgeeft aan een onbeproefde denkzin met alle gevolgen van dien en andere mensen juist aan een beproefde denkzin. Niemand kent de denkzin des Heren, Romeinen 11:34, maar bij de uitgeroepenen die tot het lichaam van Christus behoren en tot zonen zijn geworden, licht Hij wel een tipje van de sluier op. 1 Corinthiërs 2:16 Want wie kent de denkzin des Heren, dat hij Hem zou voorlichten. En dan komt het: Wij echter hebben de denkzin van Christus Met de denkzin van Christus wordt onze denkzin door de geest verjongd, Efeziërs 4:23, en omdat het woord van God geest en leven is, is dat de enige factor die tot verjonging van onze denkzin kan leiden. Zeg maar even, zoals de maximale factor ons tegen huidkanker kan beschermen, is Gods woord de maximale bescherming tegen al de vleselijke, 404

verrotte, bedorven en in ijdelheid verkerende denkzin, die werkt in hen die God heeft overgegeven aan een onbeproefde denkzin. Ik zou zo zeggen, neem er even de tijd voor om dit te overdenken en het tot je hart te laten spreken. Deze genade is niet normaal meer. Niet voor niets schrijft Paulus in 2 Timótheüs 2:7: Denk noeõ aan wat ik zeg want de Heer zal jullie in alles intelligentie geven. Indien ons denken is gegrond op Gods woord kunnen wij in alle vrijheid handelen. God laat immers alles medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben, Romeinen 8:28. Hij ziet slechts het hart aan. Je kunt de boodschappen doen en kiezen voor het B-merk wat voor het volk Israël is bestemd en wat de leugenaar vanaf den beginne, Johannes 8:44, je probeert aan te smeren of je kunt gaan voor het A-merk en het zoeken bij het evangelie voor de heidenen dat God door middel van de apostel Paulus heeft laten optekenen. Met dit laatste heb ik het je toch niet al te moeilijk gemaakt hè? Groetjes, Ruud Dan nu ons nieuwe onderwerp: In Christus Ik wil graag eerst even met je kijken waarom er in Gods woord over Christus wordt gesproken. Christus is immers het Griekse woord voor Messias en betekent gezalfde. Jezus Christus is dus Jezus de Messias ofwel Jezus de Gezalfde. Nu was het in het oude testament zo dat alleen priesters, koningen en profeten werden gezalfd en die zalving had altijd te maken met mensen die geroepen werden tot een bepaalde taak ofwel ambt. Zij werden dus eigenlijk geroepen tot messias/christus. Wij zullen dit natuurlijk niet zo gauw zeggen, maar het is gewoon de vertaling van gezalfde in het Hebreeuws of Grieks. Niet alleen Israëlieten werden tot een ambt gezalfd maar ook heidenen die God nodig had om voor Hem iets uit te werken, zoals ondermeer koning Kores. 405

Hij werd tot gezalfde/messias/christus geroepen ten behoeve van het volk Israël, terwijl hij God niet eens kende, Jesaja 45:1-7. Gezalfde heeft dus met een ambt te maken en met het uitvoeren van door God opgedragen werkzaamheden, waartoe hij van God volmacht kreeg om op een bepaalde manier te handelen. Bij de Zoon van God was dat al niet anders, want Petrus zei in Matthéüs 16:16 Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Petrus twijfelde er geen ogenblik aan dat de Zoon alle volmacht van de Vader ontvangen had en dat Hij handelde in Zijn naam. In 1 Samuël 2:10 komt het voor het eerst voor, maar ook in Psalm 2:2 wordt het al genoemd en de twee plaatsen zijn een heenwijzing naar de Christus. Het in Christus zijn heeft dus ook in onze tijd te maken met een ambt en kan zowel voor Joden gelden als voor gelovigen uit de heidenen. In Christus zijn wij een nieuwe schepping en in Christus was God de wereld met zichzelf verzoenende, maar hiervoor moest Hij wel tot zonde gemaakt worden, wat dus tot Zijn taak behoorde als Gezalfde, 2 Corinthiërs 5:17-21. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levendgemaakt worden. Dit betekent dat dit niet alleen bestemd is voor hen die tot het lichaam van Christus behoren, maar uiteindelijk ook geldt voor alle mensen, Jood of heiden, gelovig of ongelovig, 1 Corinthiërs 15:22. In 1 Thessalonicenzen 4:16 wordt gesproken over hen die in Christus gestorven zijn en het eerst zullen opstaan. Efeziërs 1:3 Die ons gezegend heeft met allerlei geestelijke zegen temidden van de hemelingen in Christus. Efeziërs 1:10 Het Al in Christus onder één hoofd samen te vatten. Efeziërs 1:12 In Christus hebben wij een voorverwachting. Efeziërs 2:5 In Christus zijn wij mede levendgemaakt, zie ook Colossenzen 2:13. 406

Dit alles heeft ermee te maken dat Hij in Zijn ambt van Gezalfde de bereidheid had zich vrijwillig aan de door God de Vader opgelegde taak te onderschikken en niet Zijn eigen wil door te voeren. Als je dat terugbrengt naar ons die in Christus met God verzoend zijn en geroepen tot het lichaam van Christus, dan kun je niet anders dan iedere keer weer tot de conclusie komen dat wij meer bezig zijn met onze eigen wil door te voeren en ons aan de door God aan ons gegeven taak als gezalfden te onttrekken. Met taak bedoel ik nu niet direct het werken vóór de Heer. Dat is op zich al een foute benadering, want wij kunnen slechts werken dóór de Heer en dan alleen nog die werken die Hij van te voren voor ons heeft bereid en daarin wandelen betekent dus zonder stress! Onze taak kan ook het lijden zijn wat God op onze weg brengt, of op die van onze kinderen en kleinkinderen. Ook daarin zijn wij vaak zo menselijk bezig dat wij helemaal vergeten dat wij niet alleen in Christus, maar ook met Hem gezalfden zijn en een voorbeeld aan Hem kunnen nemen door ons hieraan vrijwillig te onderschikken. Tenslotte worden wij ook gezalfden genoemd in 1 Corinthiërs 12:13 en 2 Corinthiërs 1:21,22 zegt dat wij bevestigd zijn in de Gezalfde (in Christus) en dat Hij ons heeft gezalfd en wel tot een veel hoger ambt dan welke koning, priester of profeet ooit! Wij hebben de neiging om niet zo zeer met ons ambt als gezalfde en de daarbij behorende taak bezig te zijn, maar ons veel meer te richten op onze dagelijkse beslommeringen en alles wat daarbij komt kijken. Paulus was als gezalfde geboeid in Christus en het hele hof wist daarvan. Dat kon natuurlijk nooit bekend zijn geworden als hij zijn mond hierover had gehouden. Hij was zich diep bewust van wat de verwachting van Zijn roeping was en de rijkdom van de heerlijkheid van Zijn lottoedeling temidden van de heiligen en de overstijgende grootte van Zijn kracht in ons die geloven, in overeenstemming met de werkzaamheid van de macht van Zijn sterkte die werkzaam is in Christus, Efeziërs 1:18,19. Vaak zijn wij ons pas bewust van onze roeping en de kracht die ons ter beschikking staat in Christus als wij met Gods woord aan de gang gaan, maar het is geen kracht die door God met mondjesmaat wordt gegeven. 407

Nee, wij kunnen daar 24 uur per dag over beschikken als wij ons meer bewust worden van onze roeping. Zo kunnen wij ons overdag tijdens allerlei werkzaamheden mild en innerlijk welwillend opstellen en de ander genade schenken. En dat is niet omdat wij goed willen overkomen of zo, maar dat heeft te maken met het feit dat God ons als gezalfden in Christus ook genade schenkt en zich mild en innerlijk welwillend ten opzichte van ons opstelt, Efeziërs 4:32; Colossenzen 3:12,13. Bedenk wel dat Colossenzen 3:12 begint met het feit dat wij door God uitverkoren heiligen en geliefden zijn. Ons wordt nooit zomaar iets (wat dan ook) opgelegd als een soort wet, maar het wordt als het ware van binnenuit in ons opgeroepen door er de nadruk op te leggen wat wij in Christus zijn. Dat er wel degelijk een beroep op ons gedaan kan worden in Christus staat in Filippenzen 2:1. Ook hier gaat het vooraf aan iets wat wij hebben ontvangen, in Filippenzen 1:29 staat: Want aan u is de genade geschonken, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden! Terwijl deze twee verzen weer worden gevolgd door Filippenzen 2:5-11, waar sprake is van: Laat die gezindheid in u zijn, welke ook in Christus Jezus was. De gedachte aan het feit dat wij deel zullen hebben aan Degene die de naam boven alle naam heeft ontvangen en mogen meewerken om alle tong van harte te laten belijden dat Jezus Christus Heer is tot Heerlijkheid van God de Vader, roept deze gezindheid bij ons op. Het in Christus zijn is niet beperkt tot degenen die geroepen zijn tot het lichaam van Christus, want in 1 Petrus 3:16, 5:10,14 wordt het ook gebruikt voor het volk Israël. Je zou het als volgt kunnen formuleren: Het in Christus zijn betekent: het zijn in de Gezalfde, die alle volmacht van God heeft gekregen over alles wat is geschapen. Tezamen met Hem hebben wij mede-volmacht gekregen om het Al aan Zijn voeten te onderschikken. Voor het volk Israël is een volmacht weggelegd om tot zegenkanaal te zijn hier op aarde. 408

In Christus Jezus Hoewel het in Christus zijn zich niet beperkte tot Jood of heiden, is dit wel aan de orde bij het zijn in Christus Jezus. Het is echt weer zo’n typische uitspraak die alleen door Paulus wordt gebruikt, waarmee hij gelijk het verschil wil aantonen tussen de beloften voor het volk Israël en die voor de geroepenen uit de heidenvolken, waarvan hij de apostel is. Veel gelovigen zijn in Christus, maar dat wil nog niet zeggen dat ze de genade ontvangen hebben om te weten wat het in Christus Jezus zijn betekent. Heel bijzonder is dat het verschil ook in het nieuwe testament duidelijk tot uitdrukking komt. In de evangeliën gebruiken de discipelen overal de naam Jezus Christus. Hiermee geven zij aan dat zij geloofden dat Jezus de Messias was, de Gezalfde Gods die in het oude testament aan het volk Israël was beloofd en hen tot zegen zou zijn hier op aarde. Daarom begrepen zij ook niet dat Jezus gekruisigd en van hen weggenomen zou worden en verzetten zij zich hiertegen, want dat ging volgens hen in tegen de beloften van God. Ik zal je een paar teksten geven waar Jezus als de Christus aangehaald wordt. Matthéüs 1:1,16 en 18 waar het gaat om de geboorte van Jezus als zijnde de Messias en Zijn afstamming. In Johannes 17:3 getuigt Jezus van Zichzelf dat Hij de Christus was, door God gezonden. En in vers 4 staat: Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij mij te doen gegeven hebt. Let vooral op vers 5 omdat Hij tegelijk van Zichzelf zegt dat Hij al Heerlijkheid had bij de Vader nog vóór de wereld geschapen was. Zijn ambt of taak begon dus veel eerder dan er in het algemeen over wordt gedacht. Dit gaat toch iets verder dan 1 Petrus 1:18-20 waar over de Christus/Messias/Gezalfde gesproken wordt als een onbesmet en vlekkeloos lam en dat Hij al gekend was van vóór de nederwerping van de wereld. 409

Nu we toch in dit bijbelgedeelte zitten, kijk dan gelijk even naar vers 1 waar staat dat Petrus een apostel is van Jezus Christus. In 2 Petrus 1:1 noemt hij zich een slaaf en apostel van Jezus Christus. Ook Judas en Jacobus doen dat, beiden in hoofdstuk 1:1. Dit in tegenstelling tot Paulus die zijn brieven begint met Paulus, een slaaf van Christus Jezus, Romeinen 1:1; Filippenzen 1:1 en Colossenzen 4:12. En apostel van Christus Jezus in 1 Corinthiërs 1:1; 2 Corinthiërs 1:1; Efeziërs 1:1; Colossenzen 1:1; 1 en 2 Timótheüs 1:1 en Titus 1:1. De discipelen kenden Hem slechts in Zijn vernederd lichaam dat aan de aarde gebonden was, dit in overeenstemming met de taak die het volk Israël hier op aarde wacht en wat aan hen beloofd werd. Zij getuigden ook alleen van hetgeen zij gezien, gehoord en gevoeld (Thomas) hadden. Paulus getuigt echter van dingen die je niet kunt zien, horen of voelen, van een roeping temidden der hemelingen, een ambt (taak) dat daar op ons wacht, waarbij wij ons vernederd lichaam juist gaan afleggen en dit gelijkvormig wordt aan het verheerlijkte lichaam van de Zoon zelf, Filippenzen 3:21. Ook Paulus spreekt over Jezus Christus, want hij was er zich als geen ander van bewust dat Jezus de beloofde Messias was voor het volk Israël en verkondigde dat dan ook in het begin in iedere synagoge, het aantonende vanuit het oude testament. Voor ik verder ga wil ik echter nog even ingaan op de naam Jezus. In het Grieks is dit Iêsous en in het Hebreeuws Jehoshua, hetgeen Ieue Redder betekent. Over deze naam is nog wel iets bijzonders te vertellen, omdat in het oude testament een naamsverandering heeft plaatsgevonden. Hosea/Hoshua, wat redder betekent, verandert in Jozua/Jehoshua, wat Ieue is redder betekent, Numeri 13:8 en 16. Hiermee gaf Mozes aan dat hij geen redding van Hosea verwachtte maar van Ieue. In Matthéüs 1:21 zegt de boodschapper tegen Jozef, de man van Maria, dat hij zijn zoon ‘Jezus’ moet noemen, ofwel ‘Jehoshua’, want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden. 410

Jezus kwam dus als redder van het volk Israël, doch zij hadden er geen idee van dat Hij uiteindelijk kwam tot redding van de hele schepping. Dat Jezus de beloofde Messias was werd door het Joodse volk maar mondjesmaat als waarheid aangenomen. Je zou het zo kunnen formuleren: De benaming Jezus Christus staat in verband met alles wat hier op aarde gebeurt en heeft in hoofdzaak te maken met de redding van het volk Israël, waaraan de taak verbonden is om tot zegen te zijn voor alle volkeren gedurende het duizendjarig vrederijk en de nieuwe aarde. Christus Jezus heeft te maken met de redding van Gods gehele schepping, waarbij het lichaam van Christus de taak krijgt om tot zegen te zijn voor die schepping. Als Paulus als enige ineens spreekt over in Christus Jezus dan moet daar iets heel bijzonders mee aan de hand zijn en dat is ook zo. God wil door middel van Paulus de gemeente die het lichaam van Christus is het in Christus Jezus zijn een inhoud van betekenis geven, waardoor het mogelijk is dat wij omgevormd worden door de vernieuwing van onze denkzin, zodat wij kunnen toetsen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene, Romeinen 12:2. In Romeinen 3:23,24 is het de eerste keer dat in Christus Jezus voorkomt en gelijk komt er een andere redding dan alleen maar voor het volk Israël aan de orde. Want allen hebben gezondigd en lijden gebrek (NBG derven) aan de Heerlijkheid van God en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade door de vrijkoping (NBG verlossing) in Christus Jezus. Hier heb je nou het goede bericht (evangelie) in één zin samengevat. Immers allen hebben gezondigd, er is er niet één uitgesloten, zoals je kunt zien in de verzen van Romeinen 3:11-20, ga maar na: niemand is rechtvaardig niemand is verstandig niemand zoekt God ernstig allen zijn afgeweken allen zijn tot onnut geworden kelen zijn open graven tongen plegen bedrog 411

monden zijn van vloek en bitterheid vol voeten zijn snel om bloed te vergieten verwoesting en ellende zijn op hun wegen de weg des vredes kennen zij niet de vreze Gods staat hun niet voor ogen zelfs de wet bracht geen uitkomst! Er is geen mens die niet heeft gezondigd en die geen gebrek lijdt aan de Heerlijkheid van God, Romeinen 3:23, maar dat is dan ook precies het ongelofelijke van wat Paulus hier schrijft zo kort aan het begin van de brief aan de Romeinen. Want diezelfde allen worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade door de vrijkoping in Christus Jezus, Romeinen 3:24. Het is onvoorstelbaar dat God ons als eersten nu al laat weten dat wij zijn vrijgekocht en gerechtvaardigd in Christus Jezus, ondanks dat de hierboven genoemde rijtjes ook op ons van toepassing waren en ongelovigen nog eonen lang op deze vrijkoping en rechtvaardiging moeten wachten. Als je zo de opsomming leest dan besef je de werkelijke toestand van de mensheid en ook dat er totaal niets is veranderd ondanks alle inspanningen. Het is maar goed dat ongelovigen zich niet bewust zijn van de toestand waarin zij verkeren. Wordt echter opgewekt, gij die dommelt en sta op uit de doden (tussen de doden uit) en Christus zal over u lichten, Efeziërs 5:14. Wij zijn immers met Christus opgewekt en met Hem levendgemaakt en hebben niets meer met de genoemde doden te maken. Dan is het wel erg slordig als je dan maar een beetje ligt te dommelen. Ik zou willen zeggen: ga nou niet zitten suffen want voor je het weet word je door de doden ingepakt, als je begrijpt wat ik bedoel. Dit slaat niet op jou persoonlijk hoor, iedereen heeft hier last van. Romeinen 8:1 Er is geen veroordeling meer voor hen die in Christus Jezus zijn. Nou een dergelijke zin kun je echt niet vinden in de Evangeliën. Het is toch onvoorstelbaar dat wij op geen enkele manier ooit nog geoordeeld zullen worden. 412

Hoeveel gelovigen zijn er wel niet die met angst en beven het vooruitzicht tegemoetzien om voor Gods rechterstoel te moeten staan. Zou het lukken om in de hemel te komen of is er voor mij geen genade meer mogelijk, heb ik soms de zonde tegen de heilige Geest begaan? Wat hebben wij dan toch een machtig evangelie, hè? Dat er voor ons geen veroordeling meer is wordt heus niet zo gemakkelijk door alle gelovigen aangenomen, ook niet door degenen die de boodschap van genade hebben leren kennen. Zij komen dan met de bêma en beweren dat je wel degelijk geoordeeld zult worden. Dit is best wel een behoorlijk misverstand. Voor het Griekse woordje bêma gebruikt de Duitse concordante vertaling Preisrichterbühne en omdat bij schaatswedstrijden de winnaars op een podium staan waar zij kransen en medailles krijgen uitgereikt, dacht ik vroeger dat wij ook op de bêma zouden staan om de prijs in ontvangst te nemen. In Gods woord heeft bêma de betekenis van een verhoogd platform en daarop namen de koningen, rechters en regenten plaats, zoals Pilatus in Matthéüs 27:19 of Herodus in Handelingen 12:21, enz. Paulus spreekt er slechts tweemaal over, eerst in Romeinen 14:10 Want wij zullen allen gesteld worden voor de bêma podium/verhoging (NBG rechterstoel) van God. Meestal houdt men hier op met lezen en blijft men doordenken over deze rechterstoel. De mensen worden daar angstig en zenuwachtig van, omdat ze niet weten of ze wel goed genoeg geleefd hebben en daar ter plekke worden verbannen naar de hel. Maar als je even doorleest dan staat er in vers 11 Zo waarachtig Ik leef spreekt de Heer: Voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven. Nou, als je linea recta naar de hel gestuurd wordt dan valt er weinig te loven en van buigen zal ook niet zoveel terechtkomen. Wij vergeten helemaal dat zodra wij de Here tegemoet gaan in de lucht dit gepaard gaat met de verandering van ons vernederd lichaam in een verheerlijkt lichaam, Filippenzen 3:21, en wij in die hoedanigheid voor de bêma zullen staan. 413

Dit is al zo’n ongelofelijk gebeuren waar je nu al voor op je stoel zou springen van geluk, laat staan als je het aan den lijve zal ondervinden. Ja, zul je zeggen, maar je moet wel vers 12 van Romeinen 14 erbij lezen want daar staat toch duidelijk dat wij rekenschap zullen moeten afleggen aan God. Het woord rekenschap, waar wij bij voorbaat allerlei gedachtes over hebben, is in het Grieks echter heel wat anders, namelijk logos en de betekenis hiervan is woord. Wij zullen dus ons woord aangaande onszelf aan God geven. Omdat je er zo niet direct uitkomt zullen we even de tweede plaats waar bêma voorkomt erbij pakken, 2 Corinthiërs 5:10 Want wij moeten allen voor de bêma van Christus openbaar worden, opdat een ieder haalt wat hij door het (NBG in zijn) lichaam gehandeld heeft hetzij goed, hetzij slecht. Als het hier zou gaan om wat een ieder in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, word ik als het ware aangesproken op mijn gedrag en op alle fouten die ik heb begaan en dat zou wel eens heel slecht voor mij kunnen uitpakken. Dan spreek je echter wél over een oordeel dat over je geveld wordt terwijl er nu juist in Romeinen 8:1 staat dat er geen veroordeling meer is voor hen die in Christus Jezus zijn. Te denken dat wij alsnog voor de bêma geoordeeld zullen worden is gewoon uit de lucht gegrepen, een doordenkertje van mensen. Het gaat erom hoe ik gehandeld heb door het lichaam, waarbij de geest van God inwonend is en dat een tempel is van God, hetzij goed, hetzij slecht. Als behorend tot het Lichaam van de Christus. Hoe ben ik anderen gelovig of ongelovig tegemoet getreden en wat heb ik gezegd? Heb ik mij verzoenend opgesteld, ben ik welwillend en geduldig geweest, nu ja, al die zaken die Paulus ons voorhoudt. Stel nou eens dat ik dat allemaal gedaan zou hebben dan is dat niet iets wat ik zelf gepresteerd heb, maar dan komt dat door de vrucht van de geest, Galaten 5:22 en die vrucht is niet door mij zelf gekweekt, maar door Hem voor Wie ik sta bij de bêma. 414

Ik neem maar aan dat ik in heel veel dingen slecht gehandeld heb, maar voorlopig sta ik wel met een verheerlijkt lichaam, gelijkvormig aan dat van de Zoon, voor de bêma. Er is hier duidelijk sprake van een vorm van prijsuitreiking omdat Paulus in Filippenzen 3:14 schrijft dat hij het doel achtervolgt (NBG jaagt naar) om de prijs van de roeping Gods, die boven (NBG van boven is) is in Christus Jezus. Het doel dat hij hier achtervolgt staat in schril contrast met zijn achtervolging van de gemeente Gods, 1 Corinthiërs 15:9. Dit is toch weer zo mooi hè, dat de prijs allang voor ons klaar ligt, wij hebben ‘m al in Christus Jezus, alleen weten wij nog niet welke prijs het is. Hij wél, omdat wij alleen die werken kunnen doen die God tevoren bereid heeft, Efeziërs 2:10. Omdat wij niet exact weten welke de werken zijn die God tevoren voor ons bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen, is de kans groot dat er gelovigen zijn die op het fundament bouwen met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi of stro, 1 Corinthiërs 3:12-15. Vaak worden wij zo zeer beheerst door onze zintuigen dat wij, voor wij het in de gaten hebben, hiermee reageren in plaats van met de geest die in ons woont. Hoe wij ook gebouwd hebben en waarmee, het zal als het ware door vuur gelouterd worden en het loon dat wij ontvangen is dus hiervan afhankelijk. Nu moeten wij niet gaan doorredeneren en er van alles bij gaan denken, want uiteindelijk zullen wij allen lofprijs geworden van God, 1 Corinthiërs 4:5. Het loon dat wij ontvangen is gebaseerd op onze wandel in de Here, die Hij zelf in ons heeft bewerkt en opgeroepen. Tenslotte nog een tekst uit 2 Timótheüs 4:8 waar Paulus het volgende aan Timótheüs schrijft: voorts is de krans van de gerechtigheid gereserveerd (NBG ligt gereed) welke de Heer, de rechtvaardige richter (NBG rechter), mij zal geven, echter niet alleen mij, maar ook allen, die de verschijning van Hem hebben liefgehad. De conclusie kan dan ook niet anders zijn, dan dat er voor ons een krans is gereserveerd en dat wij alleen maar dankbaar zullen zijn dat de gebreken in onze wandel door vuur gelouterd worden. 415

Niet om de werken van het vlees, want daarvoor is er voor ons geen veroordeling meer, maar voor de manier waarop wij gebouwd hebben op het fundament van Jezus Christus. Zo is Romeinen 8:1 nog een behoorlijk uitstapje naar de bêma geworden hè? 1 Corinthiërs 1:1,2 Paulus, geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, aan de uitgeroepenen (gemeente) van God te Corinthe, aan de heiligen in Christus Jezus. Je staat er denk ik niet zo vaak bij stil als je zo’n brief begint te lezen, maar als je je er in gaat verdiepen dan springen er toch weer allerlei dingen uit, bijvoorbeeld dat Paulus door de wil van God een geroepene is en dat wij door diezelfde wil van God ook uitgeroepenen zijn. Bovendien dat hij apostel is van Christus Jezus en ons bekend maakt dat wij heiligen zijn in Christus Jezus. Zie ook Efeziërs 1:1; Filippenzen 1:1 en 4:21. Het gaat immers om de verheerlijkte Heer Christus Jezus en niet om Jezus die de Messias is voor het volk Israël. Soms heb ik toch wel veel moeite om te verwoorden waar het nu eigenlijk om gaat, ik kan de grootsheid hiervan bijna niet tot uitdrukking brengen. Wij zijn in de Gezalfde en zullen tot taak hebben om als heiligen het Al onder de voeten van deze Gezalfde/Christus te brengen en omdat dit een feit is ziet God de Vader ons alsof het al daadwerkelijk aan ons is voltrokken. Hij ziet voorbij aan al die vleselijke dingen waardoor wij ons nu nog laten (ver)leiden en waarop geen veroordeling meer volgt. Hij ziet ons als heiligen en daarmee is de kous af. Maar dan ben je er nog niet want dan volgt nog eens: 1 Corinthiërs 1:4 Ik dank mijn (NBG niet vertaald) God altijd aangaande jullie voor de genade van God die jullie gegeven is in Christus Jezus. Die genade hebben wij niet voor de flauwekul gekregen, maar het heeft een enorme functie straks temidden van de hemelingen omdat dit nu juist onze hoofdtaak zal worden volgens Efeziërs 2:6-7, waar staat: en heeft ons mede 416

opgewekt en ons gezamenlijk gezet temidden der hemelingen in Christus Jezus, om in de komende eonen de overstijgende rijkdom van Zijn genade te betonen naar Zijn mildheid over ons in Christus Jezus. Efeziërs 2:10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Dit is ten voeten uit wat ik bedoel met het in Christus Jezus zijn, in de Gezalfde, Ieue Redder van de gehele schepping, in Wie wij zijn en met Wie wij reeds een vaste plaats gekregen hebben om deze redding uit te werken. Waar wachten wij dan op om deze genade die wij in Christus Jezus hebben ook nu al in de praktijk toe te passen? Hoe was het ook alweer, Genade is Liefde in Actie? Tonen wij onze liefde ten opzichte van de ander nog wel door genade te schenken zonder enige tegenprestatie te verwachten? Galaten 2:4 Wij hebben vrijheid in Christus Jezus. Betekent dit dat wij vrijheid hebben om maar te doen en te laten wat wij willen? Nee, daar is hier helemaal geen sprake van. Er waren valse broeders binnengedrongen die de gelovigen uit de heidenen probeerden de wet op te leggen en op te roepen zich te laten besnijden waardoor je weer tot slavernij werd gebracht. Zodra je je liet besnijden werd je immers verplicht de hele wet te houden en dat zou rampzalige gevolgen hebben gehad, vandaar dat Paulus zich hier fel tegen verzette. In Galaten 5:1 komt Paulus hierop terug en schrijft: Wij hebben de vrijheid want Christus heeft ons vrijgemaakt. Staat vast en laat je niet weer door slavernij vastzetten. Ook hier gaat het om de wet want de volgende verzen gaan over besnijden en dat je door dit te laten doen dan tevens verplicht bent de gehele wet na te komen. Veel mensen, waaronder ook gelovigen, denken dat zij vrij zijn om zomaar een andere partner te nemen, maar die vrijheid hebben zij nu juist niet. Paulus weet precies waar hij mee bezig is en weet ook exact hoe mensen reageren op vrijheid. Lees vers 13 er maar op na: 417

Want jullie zijn tot vrijheid geroepen, broeders, maar geen vrijheid tot aansporing van het vlees, maar door de liefde elkander te slaven. Romeinen 6:18 want, vrij gemaakt van de zonde, zijn wij tot slaaf gemaakt (NBG in dienst gekomen) van de gerechtigheid. Gelovigen zeggen wel eens: Ja maar wij vallen toch niet onder de wet en toch worden ons door de gemeente allerlei wetten opgelegd!. Zij verwarren de wet, die aan het volk Israël werd gegeven, met allerlei huisregels die nodig zijn om in de gemeente alles goed te laten functioneren. Jongeren maar ook ouderen steigeren hier vaak tegen, maar neem nu eens gewoon je werk. Je zegt toch ook niet tegen je baas, allemaal leuk en aardig maar dat en dat doe je zelf maar en op tijd komen zie ik echt niet zitten, trouwens mijn salaris valt ook zwaar tegen. Binnen de kortste keren sta je dan wel op straat. In de gemeente zal dat echter niet zo gauw gebeuren. De mensen die zich ongeregeld gedragen gaan meestal uit zichzelf weg, vaak nog voor je ze hebt kunnen aanspreken (arm om iemand heen). Even op mijn manier gezegd: Vrijheid heeft niets van doen met wetteloosheid, gek hè? Colossenzen 1:28 In Christus Jezus (NBG Jezus niet vertaald) worden wij gerijpt. Het is vanzelfsprekend niet zo dat wij gerijpt worden door mensen die ons onderwijzen, terechtwijzen of wat dan ook. Hooguit worden mensen als instrument hiervoor ingezet, maar de rijping zelf is in Christus Jezus. Filippenzen 4:7 En de vrede Gods, die alle denkzin (NBG verstand) te boven gaat, zal jullie harten en gedachten verzekerd bewaren in Christus Jezus. Het verzekerd bewaren van harten en gedachten kan slechts door het ter hand nemen van Gods woord en het in praktijk brengen van de verwondering die dit teweeg brengt. Heel verrassend in dit gedeelte is dat Paulus ons aanzet ons altijd te verheugen in de Here en nogmaals uitspreekt verheugt u, vers 4, omdat dit nu juist al die zintuigelijke waarnemingen aan de kant kan zetten. 418

Nu daar hebben wij heel veel moeite mee, omdat wij ons meestal pas beginnen te verheugen als het al te laat is, gauw even de bijbel erbij pakken of zelfs helemaal niet. Het ons altijd verheugen kunnen wij gewoon niet opbrengen en derhalve kan het verzekerd bewaren dan ook alleen maar in Christus Jezus zijn. Galaten 3:28; 5:6 Gij allen zijt immers één in Christus Jezus. Die allen zijn: Jood en Griek (heidenen in het algemeen); slaaf en vrije; mannelijk of vrouwelijk; besneden of onbesneden. Dit is wel duidelijk denk ik, wat of wie je bent speelt geen enkele rol, wij zijn één in Hem. Maar maak nu niet de vergissing die al zoveel gelovigen hebben gemaakt, dat er nu al geen verschillen meer zouden bestaan, want er zijn nog steeds bazen en ondergeschikten, het verschil tussen man en vrouw is er ook nog en er zijn ook besnedenen en onbesnedenen, daar kun je gewoon niet omheen. En of we willen of niet, wij zullen toch moeten doen wat de baas zegt en ook de overheid heeft een scala aan regels en wetten, tegen wie je kwalijk kunt zeggen dat je geen belasting wilt betalen, nou ja, je kunt het wel zeggen maar helpen doet het niet. Ook in de latere brieven van Paulus staat dat, hoewel wij in Christus Jezus één zijn, er toch evangelisten, herders en leraars zijn. Vergeet ook niet wat er staat over het huwelijk, Efeziërs 5:21-33, wat echter begint met: weest elkaar ondergeschikt (op vrijwillige basis) in de eerbied van Christus. En wat te denken van Efeziërs 6:1-9 waar het gaat over kinderen, vaders, slaven en heren. Het komt hierop neer dat er in de Here nog wel degelijk enorme verschillen zijn! Romeinen 3:23,24 Want allen hebben gezondigd en lijden gebrek aan de Heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door zijn genade, door de vrijkoping in Christus Jezus. Deze vrijkoping krijgen wij niet omdat wij er met bloed, zweet en tranen voor geploeterd hebben, wel nee, dit wordt ons in genade geschonken door het bloed van de Zoon van God. 419

Hij had de bereidheid om zich vrijwillig aan het vloekhout te laten nagelen en tot zonde te worden, zodat God, de Vader zich van Hem moest afwenden. Ik heb wel eens de indruk dat wij niet kunnen vatten welk een lijden hiermee tentoongespreid werd. In ieder geval is hier geen sprake van welke invloed van onze kant dan ook. En in Hem hebben wij de vrijkoping door zijn bloed, de vergeving van de krenkingen, naar de rijkdom van zijn genade, Efeziërs 1:7. Efeziërs 3:6 Wij hebben de belofte in Christus Jezus. Hier wil ik alleen nog over zeggen dat er in vers 8 staat dat Paulus deze genade te beurt is gevallen deze belofte aan de heidenen te mogen verkondigen. In het Grieks staat er gewoon dat Paulus deze genade is gegeven, maar nu is het eens andersom, want normaal wil ik graag weten wat er in de grondtekst staat, maar nu even niet! Want te beurt gevallen is zo veel mooier dan gegeven omdat te beurt vallen de betekenis heeft van dat het hem is overkomen. Is het niet zo dat dit goede bericht van de verzoening en redding van de gehele schepping ons te beurt is gevallen, ons gewoon is overkomen zonder dat wij hierop uit waren? Petje af voor de NBG. Romeinen 6:3 Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Soms maken wij de dingen veel moeilijker dan het eigenlijk is, daar kwam ik bij deze studie wel achter. Immers bij alle teksten waar wij mee bezig zijn geweest is er niet één enkele te vinden waarbij het in Christus Jezus zijn een gevolg is van een handeling die wij zouden moeten verrichten. 420

Hebben wij er iets aan gedaan om: geen veroordeling te krijgen? heiligen te zijn? genade te ontvangen? vrijheid te hebben? gerijpten te zijn? onze harten en gedachten verzekerd te laten bewaren? één te zijn? vrijkoping te ontvangen? de belofte te hebben? En nu het over dopen gaat bestaan er allerlei tegenstrijdige meningen en da is nog niet het ergste, maar dan willen wij ineens zelf een handeling gaan verrichten, terwijl wij bij al die andere gaven niets hebben kunnen toevoege door zelf iets te doen. 1 Corinthiërs 1:30 Want uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt en ons wijsheid van God geworden is en gerechtigheid en heiliging en vrijkoping. Dit is ook eigenlijk precies wat ik heb aangegeven, dat alles wat wij in Christus Jezus bezitten niet uit onszelf is maar uit Hem. Zou dat dan met dopen anders zijn? Filippenzen 4:19 Mijn God (die ook onze God is) zal al jullie behoeften vervullen in overeenstemming met zijn rijkdom in Heerlijkheid in Christus Jezus. Wij kunnen onze behoeften niet zelf vervullen omdat die meestal niet in overeenstemming zijn met wat God voor ons nodig acht en dat is dan ook d oorzaak dat wij vaak twijfelen aan wat God aan het doen is met ons leven e dat van onze dierbaren. vers 20 Onze God en Vader nu zij de Heerlijkheid in de eonen der eonen! Nu daar kunnen wij gerust Amen op zeggen! Ruud 4

at gen de en 421

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
  29. 29
  30. 30
  31. 31
  32. 32
  33. 33
  34. 34
  35. 35
  36. 36
  37. 37
  38. 38
  39. 39
  40. 40
  41. 41
  42. 42
  43. 43
  44. 44
  45. 45
  46. 46
  47. 47
  48. 48
  49. 49
  50. 50
  51. 51
  52. 52
  53. 53
  54. 54
  55. 55
  56. 56
  57. 57
  58. 58
  59. 59
  60. 60
  61. 61
  62. 62
  63. 63
  64. 64
  65. 65
  66. 66
  67. 67
  68. 68
  69. 69
  70. 70
  71. 71
  72. 72
  73. 73
  74. 74
  75. 75
  76. 76
  77. 77
  78. 78
  79. 79
  80. 80
  81. 81
  82. 82
  83. 83
  84. 84
  85. 85
  86. 86
  87. 87
  88. 88
  89. 89
  90. 90
  91. 91
  92. 92
  93. 93
  94. 94
  95. 95
  96. 96
  97. 97
  98. 98
  99. 99
  100. 100
  101. 101
  102. 102
  103. 103
  104. 104
  105. 105
  106. 106
  107. 107
  108. 108
  109. 109
  110. 110
  111. 111
  112. 112
  113. 113
  114. 114
  115. 115
  116. 116
  117. 117
  118. 118
  119. 119
  120. 120
  121. 121
  122. 122
  123. 123
  124. 124
  125. 125
  126. 126
  127. 127
  128. 128
  129. 129
  130. 130
  131. 131
  132. 132
  133. 133
  134. 134
  135. 135
  136. 136
  137. 137
  138. 138
  139. 139
  140. 140
  141. 141
  142. 142
  143. 143
  144. 144
  145. 145
  146. 146
  147. 147
  148. 148
  149. 149
  150. 150
  151. 151
  152. 152
  153. 153
  154. 154
  155. 155
  156. 156
  157. 157
  158. 158
  159. 159
  160. 160
  161. 161
  162. 162
  163. 163
  164. 164
  165. 165
  166. 166
  167. 167
  168. 168
  169. 169
  170. 170
  171. 171
  172. 172
  173. 173
  174. 174
  175. 175
  176. 176
  177. 177
  178. 178
  179. 179
  180. 180
  181. 181
  182. 182
  183. 183
  184. 184
  185. 185
  186. 186
  187. 187
  188. 188
  189. 189
  190. 190
  191. 191
  192. 192
  193. 193
  194. 194
  195. 195
  196. 196
  197. 197
  198. 198
  199. 199
  200. 200
  201. 201
  202. 202
  203. 203
  204. 204
  205. 205
  206. 206
  207. 207
  208. 208
  209. 209
  210. 210
  211. 211
  212. 212
  213. 213
  214. 214
  215. 215
  216. 216
  217. 217
  218. 218
  219. 219
  220. 220
  221. 221
  222. 222
  223. 223
  224. 224
  225. 225
  226. 226
  227. 227
  228. 228
  229. 229
  230. 230
  231. 231
  232. 232
  233. 233
  234. 234
  235. 235
  236. 236
  237. 237
  238. 238
  239. 239
  240. 240
  241. 241
  242. 242
  243. 243
  244. 244
  245. 245
  246. 246
  247. 247
  248. 248
  249. 249
  250. 250
  251. 251
  252. 252
  253. 253
  254. 254
  255. 255
  256. 256
  257. 257
  258. 258
  259. 259
  260. 260
  261. 261
  262. 262
  263. 263
  264. 264
  265. 265
  266. 266
  267. 267
  268. 268
  269. 269
  270. 270
  271. 271
  272. 272
  273. 273
  274. 274
  275. 275
  276. 276
  277. 277
  278. 278
  279. 279
  280. 280
  281. 281
  282. 282
  283. 283
  284. 284
  285. 285
  286. 286
  287. 287
  288. 288
  289. 289
  290. 290
  291. 291
  292. 292
  293. 293
  294. 294
  295. 295
  296. 296
  297. 297
  298. 298
  299. 299
  300. 300
  301. 301
  302. 302
  303. 303
  304. 304
  305. 305
  306. 306
  307. 307
  308. 308
  309. 309
  310. 310
  311. 311
  312. 312
  313. 313
  314. 314
  315. 315
  316. 316
  317. 317
  318. 318
  319. 319
  320. 320
  321. 321
  322. 322
  323. 323
  324. 324
  325. 325
  326. 326
  327. 327
  328. 328
  329. 329
  330. 330
  331. 331
  332. 332
  333. 333
  334. 334
  335. 335
  336. 336
  337. 337
  338. 338
  339. 339
  340. 340
  341. 341
  342. 342
  343. 343
  344. 344
  345. 345
  346. 346
  347. 347
  348. 348
  349. 349
  350. 350
  351. 351
  352. 352
  353. 353
  354. 354
  355. 355
  356. 356
  357. 357
  358. 358
  359. 359
  360. 360
  361. 361
  362. 362
  363. 363
  364. 364
  365. 365
  366. 366
  367. 367
  368. 368
  369. 369
  370. 370
  371. 371
  372. 372
  373. 373
  374. 374
  375. 375
  376. 376
  377. 377
  378. 378
  379. 379
  380. 380
  381. 381
  382. 382
  383. 383
  384. 384
  385. 385
  386. 386
  387. 387
  388. 388
  389. 389
  390. 390
  391. 391
  392. 392
  393. 393
  394. 394
  395. 395
  396. 396
  397. 397
  398. 398
  399. 399
  400. 400
  401. 401
  402. 402
  403. 403
  404. 404
  405. 405
  406. 406
  407. 407
  408. 408
  409. 409
  410. 410
  411. 411
  412. 412
  413. 413
  414. 414
  415. 415
  416. 416
  417. 417
  418. 418
  419. 419
  420. 420
  421. 421
  422. 422
Home


You need flash player to view this online publication