11

Satan wordt in de Schrift ook wel “de god van deze aeon” genoemd, 2Kor.4:4 de god – met een kleine ‘g’ – van dit wereldtijdperk. Hoewel hij dingen plaatst en beschikt en daarom “god” (betekenis: plaatser/beschikker) genoemd wordt, zegt Paulus: 1 Korinthe 8 5 Want zelfs indien er zogenaamde goden zijn, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde – en er zijn vele goden en vele heren – 6 voor ons is er maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn en tot Wie wij zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem. 7 Maar niet bij allen is deze kennis … Er kunnen er dus wel zijn die “goden” genoemd worden, zoals satan, maar als het gaat om Degene Die alles beschikt en ook de Beschikker is van die andere ‘goden’, dan is dat er Eén, namelijk God, de Vader. In absolute zin is er één God. Alle dingen Paulus zegt in 1 Korinthe 8:6 dat alle dingen uit God zijn. Alle dingen, alles dus! Dat betekent dat ook satan een schepsel van God is. Het is niet de enige plek waar Paulus dit verklaart: Romeinen 11 36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen (letterlijk: het al): Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen2! Net als in 1 Korinthe 8 zegt Paulus in dit tekstgedeelte, dat God niet alleen de oorsprong is van alles – alles is uit Hem – , maar dat

12 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication