13

1. De betekenis van ‘satan’ en ‘duivel’ Hoewel we de tegenstander onder diverse benamingen tegenkomen, zijn de twee meest gebruikte en meest bekende benamingen: ‘satan’ en ‘duivel’. Het is goed de betekenissen van deze begrippen eens te bezien in de grondtaal. Zowel ‘satan’ als ‘duivel’ zijn niet slechts benamingen, maar het zijn woorden met een betekenis, die ons meer vertellen over de aard van satan. Satan ‘Satan’ is een Hebreeuws woord en betekent tegenstander. Wanneer er in de Bijbel over ‘tegenstand’ of een ‘tegenstander’ gesproken wordt, gaat het niet altijd over de satan. In het Hebreeuws wordt, wanneer het over de satan gaat, het lidwoord ‘de’ ervoor vermeld, zodat we weten over wie het gaat. Een gedeelte waarin we beide gebruiken van het woord vinden, is: Zacharia 3 1 En Hij deed mij Jozua, de grote priester, zien, staande voor het aangezicht van de boodschapper van JAHWEH3, en de satan, staande aan zijn rechterzijde, om zijn tegenstander (Hebreeuws: satan) te zijn. 2 En JAHWEH zei tot de satan: JAHWEH zal jou berispen, satan … Het Hebreeuwse woord heeft de betekenis van tegenstander, tegenpartij. Zo wordt het dan ook vaak vertaald, zie bijvoorbeeld in:

14 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication