22

Romeinen 9 17 Want de Schrift zegt tegen de farao: Juist hiertoe heb Ik u verwekt: dat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en dat Mijn Naam verkondigd zou worden op de hele aarde. En van het volk van Egypte zegt de Schrift dat God hun hart veranderde, zodat zij Zijn volk haatten: Psalm 105 25 Hij veranderde hun hart, zodat zij Zijn volk haatten en Zijn dienaren listig behandelden. Waarom? De grote vraag is natuurlijk: waarom deed God dit? Waarom heeft God satan geschapen, waarom schiep Hij het kwaad? Waarom zette Hij de Egyptenaren op tegen Zijn volk, waarom maakte Hij farao tot tegenstander (= satan) van Zichzelf? Niet op al deze vragen geeft de Schrift een direct antwoord, maar op de vraag over farao wel. God heeft farao verwekt als tegenstander, opdat God in die ongehoorzame farao Zijn kracht zou bewijzen. God had een sterke tegenstander nodig, zodat Zijn kracht gedemonstreerd zou worden op de gehele aarde. God gebruikt tegenstellingen om iets duidelijk te maken, om zaken aan het licht te brengen. Er zijn talloze Schriftplaatsen die ons uitleg geven over hoe God van tegenstellingen, zoals iets negatiefs (kwaad), iets positiefs (goed) maakt.

23 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication