41

Is het niet vreemd dat één uitspraak, of één gedeelte uit deze passage van maar liefst 15 hoofdstukken uit Jesaja die over de toekomst handelen, eruit wordt genomen en toegepast wordt op het verleden, op een veronderstelde val van satan? Jesaja 13 6 Jammert, want de dag van JAHWEH is nabij; als een verwoesting van de Almachtige komt hij. Jesaja 13 9 Zie, de dag van JAHWEH komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn … 10 Ja, de sterren aan de hemel en hun sterrenbeelden zullen hun licht niet laten schijnen, de zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen en de aarde zal lostrillen van haar plaats om de verbolgenheid van JAHWEH van de legermachten, en om de dag van Zijn brandende toorn. Context De context waarin Jesaja 14 staat, is duidelijk: het gaat over de dag van JAHWEH, de dag van Zijn toorn, waarin Hij de volken zal richten. Ook de tijdsbepaling in vers 10 is hierin een belangrijke aanwijzing. Het moment waarop zon, maan en sterren verduisterd worden, vinden we talloze keren in de profetieën. Het is de aanduiding voor het begin van de dag van JAHWEH (onder andere Joël 2:10,32 en Openbaring 6:12-13). Dit vindt plaats ná de grote verdrukking, zegt Matteüs 24:29.

42 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication