47

Daar is hij dan ook, bij wijze van spreken (want het betreft hier een spotlied, een mashal = spreuk), uit gevallen. Beeldspraak die we vaker vinden in de Schrift (zie: Genesis 11:4: “de aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan” en Lucas 10:15: “En jij, Kapernaüm, zal jij soms tot de hemel verhoogd worden? Tot het dodenrijk [letterlijk ook wel: onwaarneembare] zal jij neerdalen.”). Deze koning die zich als God wilde laten aanbidden, deze overwinnaar van de volken die zichzelf wilde verheffen, lag nu geveld op de aarde. Jesaja 14 13 En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, … 14 Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. [HSV] De koning van Babel wilde zich verheffen boven de sterren. Dit kunnen we uitleggen als boven de sterrenhemel, waar God zetelt. Het kan ook betekenen dat hij het volk Israël wilde overheersen. Het huis van Israël wordt in de Schrift gesymboliseerd door de sterren van de hemel. Gen.37:9-10; Op.12:1 Jesaja 14 15 Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil! 16 Wie u zien, kijken u aan en letten op u: Is dit nu die man die de aarde deed sidderen, die koninkrijken deed beven, 17 die van de wereld een woestijn maakte, haar steden met de grond gelijkmaakte, zijn gevangenen niet losliet om naar huis te gaan? [HSV]

48 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication