56

De dood van de koning van Tyrus Niets in deze uiteenzetting wijst erop dat het hier over een ander gaat dan de koning van Tyrus, laat staan over een geestelijk wezen als satan. Deze koning zou een verachtelijke dood sterven, de dood van onbesnedenen. Ez.28:10 Ook dat wekt overigens de indruk dat deze koning een Jodengenoot (proseliet) was en zelf besneden, anders zou een ‘dood van onbesnedenen’ niets betekenen en niet verachtelijk zijn. Maar deze koning van Tyrus zou sterven en worden verteerd, Ez.28:16 namelijk tot as worden. Ook zou hij niet meer zijn tot aan de aeon (:19), iets dat van satan natuurlijk onmogelijk gezegd kan worden, want hij is de god van deze aeon. Niets in dit hoofdstuk wijst er dan ook op dat het hier over satan zou gaan in plaats van over een mens, integendeel. De Schrift is duidelijk over de oorsprong van satan, zie: 1 Johannes 3:8, Job 26:13, Genesis 3:1, Jesaja 45:6-7; 54:16. Waarom zouden we onze toevlucht zoeken tot Schriftgedeelten die spreken over de koning van Tyrus en de koning van Babel … en de letterlijke uitspraken die de Schrift doet over satan negeren?

57 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication