0

GESCHIKT VOOR IN HUIS Dankzegging als vreugde-generator in alle verhoudingen André Piet Stichting GoedBericht

Colofon Titel: GESCHIKT VOOR IN HUIS Dankzegging als vreugde-generator in alle verhoudingen © 2021 André Piet, goedbericht.nl Eerste druk: juli 2021 Uitgever: Stichting GoedBericht, Rijnsburg Alle rechten voorbehouden Samenstelling, vormgeving en technische realisatie: Evangelie Om Niet, evangelieomniet.nl In samenwerking met Mieke Tom Foto cover © Shironosov via Canva ISSN 2772 7939 NUR 707 4

INHOUD INLEIDING 7 Betekenissen ‘schikken’ 8-9 Plichten?! 9-10 Toonzetting 10-11 Vreugde-generator 11-13 Danken máákt geschikt 13-16 God, de Vader, dankende 16-17 Gelijk het schikt in de Heer 17-18 Waar genade het overneemt 19-20 Wel aangenaam 20-21 Geschikte vaders 21-24 Van binnenuit veranderd 24-25 Een steeds groter besef van genade 25-26 Perspectief 26-27 Wetmatigheid 27 Hoe genade Zijn werk doet 27-28 5

Bijbelteksten: Statenvertaling © 1977 Nederlands Bijbelgenootschap en werkvertaling op basis van Interlinear Scripture Analyzer (scripture4all.org). 6

INLEIDING Traditioneel staat het slot van Kolosse 3 bekend als het gedeelte over ‘de huiselijke plichten’ of ‘de christelijke huisregels’. Het is echter niet de plicht maar de dankzegging die in deze passage de toon zet. Dankzegging is een vreugde-generator en máákt dat mensen dingen van harte gaan doen. Kolosse 3, wat altijd in een wettische sfeer is getrokken, illustreert juist hoe genade Zíjn werk doet in ons leven. Het heeft impact, het maakt stralend, het geeft vreugde, het geeft je schik en het maakt je geschikt. Dat is de genade waar Paulus in zijn brieven, en in heel zijn bediening, over spreekt. Over de grote genade van God, die ook wij mogen versieren in alles. 7

Betekenissen ‘schikken’ Ik zal je eerst eventjes meenemen naar het woordenboek, de Dikke van Dale (in dit geval de internetversie). Als je het hebt over geschikt en schikken, het werkwoord, dan komen er diverse betekenissen als vanzelf voor het voetlicht. Het grappige is dat al die betekenissen, in één of andere zin, vanzelf ter sprake zullen komen in deze brochure, of in ieder geval zul je het erin herkennen. En dan lees je – zoals dat een goed woordenboek betaamt –: de schik, mannelijk. De betekenis van het woord ‘schik’ is: een behaaglijk gevoel, genoegen. ‘In je schik zijn met’; ergens mee ingenomen zijn. Vervolgens gaan we naar het werkwoord ‘schikken’. Ik heb een etymologisch woordenboek, dat teruggaat naar de oorsprong van woorden, en dan blijkt dat dit werkwoord weer alles te maken heeft met het woord ‘schik’. Dus het is maar niet een beetje ‘woord-goochelen’, die woorden hebben alles met elkaar van doen. Schikken, het werkwoord, schikte, heeft geschikt. De eerste betekenis: in orde brengen. De tweede betekenis: een conflict tot een oplossing brengen, doordat iedereen wat toegeeft. Dus twee partijen (mensen), die problemen of een conflict met elkaar hebben, schikken zich. Er wordt een probleem of conflict ‘geschikt’. De derde betekenis heeft veel te maken met de eerste ‘in orde brengen’. Bijvoorbeeld stoelen om een tafel schikken: ordenen. De vierde betekenis is: in iets berusten. De vijfde betekenis: gelegen komen. ‘Schikt het u dat ik morgen kom?’ Als er meerdere mensen op een bankje zitten en er komen nog meer mensen bij, dan moet er geschikt worden. En dan wordt er gevraagd: ‘Wilt u zich een beetje schikken?’ Dan moet je 8

plaatsmaken, ruimte maken, en dat heeft weer te maken met: schikt het u? Zich schikken in iets, berusten. Op eenzelfde wijze komen alle betekenissen van deze woorden ook bij elkaar in dit thema. Plichten?! Het bijbelgedeelte dat in deze brochure ter sprake komt, is Kolosse 3:17-25 en het eerste vers van Kolosse 4. Eerst wil ik het even hebben over de vertalingen die we gewoon zijn te gebruiken. De Statenvertaling begint in vers 18 met een nieuw gedeelte en dat geldt ook voor de NBG-vertaling. Men heeft hier een scheiding aangebracht en daar ben ik het pertinent niet mee eens omdat dit suggereert dat er iets nieuws begint, terwijl het zogenaamde ‘nieuwe gedeelte’ juist een toelichting is op het voorafgaande gedeelte; vers 17 en wat mij betreft zelfs op héél het voorgaande. Ik weet wel, het is niet al te grote kritiek, want bij het maken van perikopen moet je soms wat concessies doen. Maar in dit geval is het cruciaal en dat blijkt dan ook uit de wijze waarop men die kopjes heeft geformuleerd. In de Statenvertaling staat er “huiselijke plichten” en bij de NBGvertaling staat erboven: “de christelijke huisregels”. Dat heeft iets ‘oubolligs’ wellicht, maar het heeft ook een bepaalde wettische, bekrompen, lading. In die zin dat het wíjst op plichten (zoals de Statenvertaling het weergeeft), regels waaraan je jezelf moet houden. Dus Paulus heeft eerst het één en ander verteld en dan kómt het: nu moet je het ook in de praktijk brengen, op die manier, als je het zó leest en dat wordt ook gesuggereerd doordat men hier een scheiding aanbrengt. Losgekoppeld van het 9

voorgaande, ontgaat je echter de clou, want vers 17 geeft de toon aan van alles wat daarna volgt. Waar ik het over heb? Wel, laten we gewoon naar het gedeelte toegaan, namelijk naar dat zeventiende vers. Toonzetting Kolosse 3 17 En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem. Paulus schrijft een brief aan de Kolossers en deze brief loopt over van genade en van vreugde. Er wordt bijvoorbeeld over gesproken in hoofdstuk 2:7, waar het gaat over “overvloeiende in dankzegging”. En Kolosse 3:15 eindigt met “en weest (letterlijk: wordt) dankbaar”. De woorden ‘dank’ en ‘genade’ hebben alles met elkaar te maken en zijn karakteristiek voor deze brief. Paulus schrijft in Kolosse 3:17, dat je alles wat je doet – met woorden (dat wat je spreekt) of met werken (dat wat je doet) – in de Naam van de Heer Jezus doet, dankende God, de Vader, door Hem. Altijd weer die volgorde: God, dat is de Vader. En Jezus Christus is door God tot Heer en Christus gemaakt (Hand.2:36). Dat woordje ‘danken’ … al wat je doet, doet dat alles dankende door Hem. In het Grieks staat daar eucharis en daar zit het woord charis (genade) in. We kennen het woord charis ook van het woord charisma. Charisma betekent ‘het effect van genade’ of ‘het effect van vreugde’, want de grondbetekenis van het woord ‘genade’ is letterlijk vreugde. In de Griekse woordenboeken staat dat genade alles is wat vreugde bereidt. En danken is niet anders dan de reflectie daarvan, de reflectie van Zijn genade. 10

Ik gaf al aan dat deze brief er vol van staat; de genade die ons is gegeven. Het loutere feit al dat je mag weten dat er één God is (1Kor.8:5-6), Die alles plaatst. Want dat is wat het woord ‘God’ (Grieks: Theos) betekent: Plaatser. Je mag weten dat God een Vader is Die zorgt voor Zijn schepping. Een Vader Die zorgt dat alles goed komt. We kennen Hem, Die nieuw leven aan het licht heeft gebracht. En we mogen weten dat de dood niet het laatste woord heeft, integendeel. Het is juist de opmaat, en een noodzakelijke voorwaarde, voor nieuw leven; voor opstanding, opstandings-kracht. Dat is allemaal genade. En zo kun je het ene op het andere stapelen. Er komt geen einde aan, het is met recht overvloeiende genade. In Efeze 1:8 lees je die uitdrukking letterlijk. God verspilt, als het ware. Hij geeft veel meer nog dan nodig is, dat is genade en de toonzetting van dit Bijbelgedeelte. In het vers dat aan Kolosse 3:17 voorafgaat, wordt gesproken over “muziek maken”. Genade maakt muziek, het geeft een vreugdetoon in het hart. Kolosse 3 16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende de Heere met aangenaamheid (letterlijk: dankbaarheid) in uw hart. 11

Vreugde-generator Kolosse 3 17 … doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem. Dankende door Hem … eucharis, de dankzegging is de weerslag, de reactie, van genade. Feitelijk is het zo dat dankzegging én besef van genade, in de praktijk niet anders is dan spreken van genade en dat maakt inderdaad blij. Ik geef het trouwens expres in deze volgorde aan; genade maakt blij. Want mensen keren het soms om en dan zeggen ze van: “Ja, maar ik ben met sommige dingen echt niet blij en hoe kan ik daar dan voor dankzeggen?” Maar dan span je het paard achter de wagen. Het is niet zo van: ik ben daar niet blij mee dús ik kan er niet voor danken. Ik weet: niet alles is een plus, maar als je weet dat er één God is, dan is wel degelijk alles positief, zelfs die minnen in ons leven. Het líjken minnen, maar dat komt omdat we het geheel niet overzien. Die min wordt namelijk een plus; het is gewoon een plus die nog niet af is. Je kunt niet danken voor een min, dat is waar. Je dankt op zich niet voor een ziekte. En tóch kun je danken voor moeilijkheden. Waarom? Het antwoord is heel simpel, God doet al die dingen samenwerken ten goede (Rom.8:28) en daar kun je voor danken. Daar spreekt Paulus dan ook over en dat maakt blij. Je moet niet beginnen bij de emoties en van: nou, dat maakt mij niet blij, dus kan ik er niet voor danken. Het werkt precies andersom: danken máákt juist blij. Dankzegging, besef van genade, is een vreugde-generator: het is wat vreugde genereert, zo geweldig! 12

Paulus zegt: “alles wat je doet in woord en werk” … dat omvat elke dag, het hele leven, toch? Je doet namelijk altijd wat. Zelfs al lig je, dan doe je nòg wat, want ‘liggen’ is een werkwoord. Heel het leven is een geschenk van Hem, als je zó tegen dingen aan mag kijken, ook tegen die moeilijkheden … Ik begrijp heel goed dat als je zegt van: “ik ga volgende week op vakantie” – ik noem maar wat – “dat is een reden om dank te zeggen” … maar heel het leven is een geschenk. Niet omdat dingen allemaal ‘zo leuk’ zijn, maar je weet: alles wordt geplaatst door God, Wiens weg altijd de beste is. Als je werkelijk elke dag in vreugde wilt leven, dan kan dat niet anders dan alleen door naar Hem op te kijken, naar Boven. Dat is zó belangrijk en is op zich altijd al de beste houding die je in het leven kunt aannemen. En Hem gaan danken genereert vreugde en dat is inderdaad een overvloeiend leven. Danken máákt geschikt Kolosse 3 17 En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus, dankende God en de Vader door Hem. Huiselijke plichten 18 Gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in de Heere. Kolosse 3:17 is de opmaat, de opstap, de inleiding tot het volgende. En dan kan de Statenvertaling wel zeggen: “nu gaan we het even hebben over de huiselijke plicht”, en NBG-vertaling: “nu 13

beginnen de christelijke huisregels”, maar als je het op die manier bekijkt, dan: - heb je in een gedeelte, wat een eenheid is, geknipt; - mis je de clou. Want wat zegt Paulus? Alles wat je doet, wie je ook bent – of je nu een vrouw bent of een man, of je nu een kind bent of een ouder, een werknemer of een werkgever –, ongeacht wat: je dankt in alles. Danken maakt ons in alles ons tot geschikte mensen, met alle betekenissen die al eerder aan de orde kwamen. Want mensen die God danken worden bétere vrouwen, mannen, ouders, kinderen, werknemers, werkgevers, enzovoorts (welke rol we in het leven verder ook mogen hebben). Waarom? Wel, iemand die iets als een geschenk ziet ...? Als jij getrouwd bent en je ziet je partner als een geschenk van God, Die dat geplaatst heeft … Ook al heb je misschien moeite met hem of haar, ga er eens voor danken, dan moet je eens kijken wat er gaat veranderen in je houding. Het wórdt een geschenk, je wordt er blij mee en wat er gaat gebeuren is dat je daar dan ook goed mee omgaat. Dat je daarin je plaats met recht gaat verstaan. Feitelijk suggereert de kop “Huiselijke plichten” of “Christelijke huisregels” dat gelovigen dan nog extra dingen zouden moeten doen. Het hele verhaal is juist dat, daar waar wij gaan danken in alles, wij geschikt worden in de rol die we mogen innemen, die we toebedeeld hebben gekregen. Dankzegging máákt ons geschikt. En we hebben allemaal zo onze eigen plek; je bent een kind of je bent een ouder; je bent een man of je bent een vrouw. Je zult gewoon – 14

juist doordat je gaat danken, wat vervolgens ook vreugde schenkt – geschikt worden in de plaats die je inneemt. Dat geldt ook in heel het beroepsleven bij iemand die blij is met hetgeen hij of zij doet, met zijn of haar beroep. Ik ben ervan overtuigd dat een dankbare vrachtwagenchauffeur een bétere vrachtwagenchauffeur is dan een ondankbare. En een dankbare leerkracht (om een ander voorbeeld te noemen) is sowieso al aantrekkelijker, wat dacht je wat? Ik hoorde laatst nog iemand aan, die een hele klacht had. De persoon in kwestie had zo weinig vrienden en mensen om zich heen. Maar ja, dat was niet zo heel erg gek, want wat gebeurde er? Dat was nogal duidelijk: het was één en al klacht. En ja, dat zijn niet de mensen waar je graag mee vertoeft. En dan kun je wel zeggen: ‘Hoe is het ermee?’ ‘O, alles is goed.’ En dan vervolgens krijg je een hele tirade te horen … Of wat dacht je daarvan: ‘Hoe is het?’ ‘Nou, ik mag niet klagen.’ Maar weet je, als mensen dát zeggen, dan is dat eigenlijk een klacht! Als je dingen in dankzegging met vreugde doet, word je niet alleen een aantrekkelijker mens, maar in alle opzichten is het beter. Het is ook gezond in de verhoudingen en daar gaat het in het navolgende van Kolosse 3 over; het maakt je geschikt in de verhoudingen waarin je staat. Je leert je plaats met vreugde innemen of, beter gezegd, onder dankzegging, maar daarmee zeg ik ook inderdaad vreugde, want die twee horen bij elkaar. Is er geen vreugde, dan kan dat maar één ding betekenen: dan is er geen dankzegging. Daarom is het zo geweldig dat we een God kennen, want als je geen God kent, hoe kun je dan dankbaar zijn? Wie moet je dankbaar zijn? In dat geval is het dan gewoon ‘het lot’ dat het zo gaat, het ‘toeval’ wil dat. Hooguit kun je soms de 15

mensen om je heen dankbaar zijn. Maar niet voor gezondheid of voor het leven in het algemeen, voor het feit dat de dingen gaan zoals ze gaan. Je kunt alleen echt dankbaar zijn voor dergelijke dingen, als er inderdaad één God is, Die alles beschikt. Die jouw leven in Zijn hand heeft en Wiens weg ook altijd de beste is. Dán heb je een reden om te danken. En dat schenkt je vervolgens vreugde en het maakt je geschikt in de rol die je toebedeeld hebt gekregen. God, de Vader, dankende Een ander voorbeeld dat ik wilde geven bij “geschikt voor in huis”. De titel op zich zou een beetje in de richting kunnen wijzen van huishoudelijke artikelen, bijvoorbeeld een elektrische verwarming. Dat is ‘geschikt voor in huis’, maar wel met één voorwaarde en die is dat deze aangesloten is op de krachtbron, nietwaar? Of je nou een elektrische kachel hebt of een koelkast. Het grappige is, dat een kachel of een elektrische verwarming precies het tegenovergestelde doet van wat een koelkast doet. De één produceert warmte, de ander produceert kou, maar het heeft dezelfde krachtbron. En op het moment dat het aangesloten is op die krachtbron, dan wordt het geschikt. Laat ik nog wat andere dingen noemen. Een ventilator, ook geschikt voor huiselijk gebruik, mits natuurlijk aangesloten op de krachtbron. Een stofzuiger … Verschillende gebruiksvoorwerpen doen ook verschillende, soms tegengestelde dingen: de één blaast bijvoorbeeld lucht en de ander zuivert lucht. Die verschillen maken niet uit, want ‘elk zo zijn plaats’. Ik geef deze voorbeelden omdat bijvoorbeeld ouders weer een heel andere plaats, en een heel andere functie, hebben dan een 16

kind. De één zou leidinggeven en de andere ontvangt leiding. Mensen worden geschikt in beide functies, wanneer ze aangesloten zijn op dé Krachtbron. En dat is nu precies het bezwaar wat ik tegen die religieuze invulling van ‘de huiselijke plichten’ of ‘de christelijke huisregels’ heb: het wordt wettisch. Alleen je kunt dan wel dingen eisen – je kunt tegen een apparaat dat het niet doet een schop geven, zó van: ‘Doe het nou, stom apparaat!’ – maar ik kan je één ding verzekeren: dat apparaat is daar niet van onder de indruk. Dit zal er niet voor zorgen dat het beter gaat werken. Hetzelfde principe gaat op voor de onderlinge omgang. Je kunt wel zeggen: ‘Dit is jouw plicht!’ En je kunt misschien voor de volle honderd procent gelijk hebben … alleen het werkt niet uit. Dat is trouwens precies de ellende van de wet. Het prikkelt alleen maar tot de zonde, tot het tegendeel (Rom.7:5; 1Kor.15:56). Het heeft een averechts effect. Eén ding heeft betekenis en dat is wat Paulus zegt in Kolosse 3:17: “… alles wat je doet, in woord of werk, doe dat alles in de naam van de Here Jezus, God, de Vader, dankende.” God, de Vader, is onze Krachtbron, en zonder die dankzegging, en de vreugde die daaruit voortkomt, werkt níks. Gelijk het schikt in de Heer Kolosse 3 18 Gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in de Heere. Dat woord ‘betamen’ is eigenlijk ook: ‘het past’ of ‘gelijk het schikt in de Heer’. 17

Wordt hier nu de vrouwen iets bijzonders opgelegd? Nee, het gaat er puur om dat de vrouw – in dit geval de echtgenote – een goede en geschikte echtgenote wordt, op het moment dat ze, bij al wat zij doet in woord of werk (dat wil zeggen: wat ze doet met haar handen of spreekt met haar mond), geschikt wordt op het moment dat ze God dankzegt in alles. Dan wordt ze inderdaad zo’n vrouw! Dan geeft ze haar man als mán ook de plaats die hem toekomt, namelijk: hij zou “de heer des huizes zijn”. Een heer, hè ... we weten het wel, de taal verraadt het allemaal nog; een gentleman. Een heer is ook degene, die de leiding geeft, maar goed, dat mag je vandaag de dag allemaal niet meer zeggen. Alleen het is precies wat een vrouw graag wil. En een man trouwens ook in die verhoudingen en dat is gezond. Het is namelijk ergens een beeld van (1Kor.11:3), maar als je niet meer weet waar ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ voor staat, dan begrijp je dit niet. Het is een duidelijke zaak dat, als een vrouw dankbaar is voor haar man, ze hem dan ook erkent als man. Dan erkent ze hem – als ik het zo mag zeggen – ook als vent, als kérel: dat hij leiding geeft en knopen doorhakt. Dat is het. Het is niet zo dat de vrouw met iets belast wordt. Nee, ze wordt blij met haar man en geeft hem dus, in vreugde en dankzegging, de plaats die hem toekomt. Helemaal niet ‘een huiselijke plicht’, maar een vreugde, een reden voor dankzegging die haar geschikt maakt. Dit wordt in zo’n totaal ander perspectief geplaatst! 18

Waar genade het overneemt Kolosse 3 19 Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen hen. Uw vrouwen … dat staat hier letterlijk in het meervoud, maar dat komt omdat de mannen, eveneens meervoud, worden aangesproken (dat hier geen verwarring over bestaat). Wat er met een man gebeurt, op het moment dat hij, bij al wat hij doet in woord of werk, God, de Vader, gaat danken in alles, is: dat het zo gemakkelijk maakt om zijn vrouw lief te hebben; haar de ruimte te geven, haar een vrouw laat zijn, een echtgenote. De NBG-vertaling zegt hier: “… en weest niet ruw tegen haar”, maar letterlijk staat daar het woord ‘bitter’. Een man zou niet bitter zijn. Daarbij is het tevens van belang, dat hij zelf die genade kent. Want als je Gods genade niet kent, weet je wat er dan gebeurt? Dan ben je wél bitter. Als je goed oplet dan zie je, in alle dingen die Paulus opsomt in Kolosse 3 vanaf vers 18, ook de connectie met vers 17 en het nog weer daar voorgaande. Daarom ben ik er zo faliekant op tegen om dat tekstgedeelte uit elkaar te halen. Dan begrijp je het niet meer. Het gaat juist om die dankzegging in alles. En als je die dankzegging kent, die vreugde, dan is daar dus geen bitterheid in. Maar als er bitterheid in het hart is, wat komt er dan uit? Zoals een man, die ik heel goed ken, altijd zegt: “Het vat geeft uit wat er in zit.” Ja, logisch! Er kan niet iets uitkomen wat er niet eerst ingebracht is. Als er genade ingebracht is, wat komt eruit? Genade! Als er bitterheid, eisen, prediking van wet (Jij moet dit!’) ingebracht zijn – als daar het hart en denken, het innerlijk, van 19

gevuld is – wat gebeurt er dan? Dat weerspiegel je dan vervolgens in je gedrag. In de eerste plaats al naar je echtgenoot of echtgenote. Dan word je ruw, bitter. Het zit er ín. Maar hoe verdwijnt dat dan? Er is een lied dat zegt: “Uw tederheid genas, wat er bitter was in mij.” Bitterheid verdwijnt waar genade het overneemt; vreugde, de wetenschap dat er een God is, Wiens weg altijd de beste is. Dan leer je met vreugde in alles wat je doet, als echtgenoot je vrouw lief te hebben, haar alle ruimte te geven en niet bitter te zijn, maar integendeel haar juist vreugde te bereiden. Wel aangenaam Kolosse 3 20 Gij kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in alles, want dat is de Heere welbehaaglijk. ‘Welbehaaglijk’ is een wat Oudnederlands woord, maar dat betekent wel aangenaam. In het Grieks zitten beide betekenissen, zowel ‘wel’ als ‘aangenaam’. Dus dat is goed, zo goed! En dan zie je dat Paulus het helemaal niet brengt in de sfeer van plicht. In die sfeer ligt het niet. Het is juist genade, dat is de Krachtbron. Ontbreekt die Krachtbron, dan wordt het inderdaad weer wét. Kinderen, gehoorzaamt uw ouders ... Moeten die kinderen dan iets speciaals doen? Nee, het gaat er gewoon om dat kinderen, als ze weet hebben van de God, Die Váder is, Hem danken in alles. Dan gaat dat eveneens zijn vreugdevolle uitwerking hebben. En daardoor is het dan niet moeilijk voor kinderen om hun ouders te respecteren als ouders, want feitelijk is dat wat hier staat. Maar dan moeten ze eerst te horen krijgen dat er een goede God is, Die 20

het allemaal tot een goed einde brengt, want dan komt er genade in het hart. Ouders worden geacht voor hun kinderen te zorgen, maar hen ook leiding te geven. Kinderen kunnen hen erkennen, respecteren in die plaats. Niet als een extra belasting, integendeel; het is wel aangenaam. Je mag gewoon de plaats innemen die jij van God hebt gekregen. Je begint allemaal als kind en later word je mogelijk een ouder. Dus die dankzegging maakt ons geschikt, als vrouw, als man, als kind. Geschikte vaders Kolosse 3 21 Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden. “Vaders, prikkelt uw kinderen niet”, zegt de NBG-vertaling. Ook hier weer exact diezelfde gedachten, nog steeds die connectie met vers 17, hier als een tegenstelling neergezet. Als je elke dag leeft in dankzegging … Ik bedoel niet dat je zomaar een keer dankt. Nee, dat dit niet alleen maar ‘gewoon een uitspraak’ is die je op bepaalde gezette tijden doet, maar dat het de toon is van heel je leven, je houding. Als je mag leven in het besef dat: - er één God is en dat en Zijn weg de beste is; - er nooit iets fout gaat bij Hem en dat uiteindelijk alles goed zal komen; - God voor je zorgt en Zijn leven in jou uitwerkt, dan is dat vreugde! 21

Je kent genade, je mag daar zelf uit leven, en dan zal je vervolgens ook je kinderen de ruimte geven als vader. Er wordt gezegd: “Vaders, tergt of prikkelt uw kinderen niet” en daarop volgt dan het motief: “opdat zij niet moedeloos worden”. Het idee daarbij is, dat er eisen aan hen worden gesteld waaraan ze niet kúnnen voldoen. ‘Ze moeten dit’ en ‘ze moeten dat’. ‘Ja, ik doe het toch nooit goed!’ Dit gedrag is trouwens dikwijls weer de vrucht, het resultaat van ‘leven onder de wet’. Van jezelf van alles eisen en wat doe je dan vervolgens …?! Ook bij je kinderen ga je dat doen, daarbij doe je exact hetzelfde, van hen ga je eveneens dingen eisen. Je gaat ze belasten en ze worden er moedeloos van, gedemotiveerd. Het is heel anders als je je kinderen in diezelfde genade laat wandelen, waar jij ook in mag wandelen. Gewoon, omdat het je kinderen zijn. Je behandelt ze ook als kinderen. Je stimuleert ze en je vertelt ze van de God, Die het allemaal tot een goed einde brengt. Dat geldt ook voor pubers. Je kunt natuurlijk zeggen: ‘O, het is vreselijk, want hij (of zij) zit zó tegen de dingen te schoppen.’ Dank God ervoor dat je kind dat doet, want weet je wat het is? Er wordt wel eens een keer geprotesteerd door kinderen en ouders klagen daar dan over – over het feit dat ze dingen van het Woord aan hun kinderen hebben doorgegeven en dan komt er een periode in de puberteit. En ja, dat is wat ‘puberteit’ toch is (althans, voor het merendeel van degenen die in die leeftijdsfase zitten): die kinderen gaan dan protesteren, die gaan schoppen. Is dat negatief? Ik zeg: Nee, het is een reden om te danken. Want wat zo’n kind doet is uittesten wat de waarde is van dat wat ze altijd hebben meegekregen. 22

Er is, bij wijze van spreken, maar één manier om erachter te komen hoe stevig een poot van de tafel is en dat is door er een ‘goeie trap’ tegen te geven. Zo test je iets. Is het stevig? Nou, schop er maar eens tegen ... En dat geldt dus óók voor de dingen die we doorgeven. Wees blij dat kinderen kritische vragen stellen. Oké, het komt er wat onbeholpen uit. Nou én? Geef ze gewoon de ruimte. God is goed, Hij geeft als Vader jou óók de ruimte. Dat is leven in genade, ook al gooien ze de handdoek in de ring. Dan kun je tegen je kinderen zeggen: ‘Je kan het vaarwel zeggen, maar God is tóch jouw Redder. Al doe je het nu nog niet, jij gaat ook een keer je knieën buigen, je zult Hem leren kennen.’ Je zegt niet: ‘Mijn kind gelooft niet’, maar: ‘Mijn kind gelooft nóg niet’. Hoe dan ook, het komt uiteindelijk tot de erkenning van God. Dat is niet omdat jij aan het langste eind trekt, maar God trekt aan het langste eind. Hij is GOD, en het zijn Zijn creaturen. Je mag ze liefhebben, ongelimiteerd en onvoorwaardelijk, zoals God ook jou onvoorwaardelijk liefheeft. We zijn Zíjn creatie, zo simpel is het! Vaders, tergt of prikkelt uw kinderen niet … Ja, je kunt ze wel op een positieve manier prikkelen door ze te stimuleren, maar prikkelen in de zin van eisen stellen waaraan ze niet kunnen voldoen, zodat ze moedeloos worden? Dat is dus het contrast met vers 17, dat je dankzegt in alles. Het idee is hier ook weer dat je als vader een geschikte vader wordt, doordat je elke dag God, de Vader, dankende leeft. Nee, dan hoef je niet ‘je best te doen’, daar gaat het niet om. Je wórdt geschikt. God is de grote Schikker en Hij maakt je geschikt. Hij geeft je die genade, dankbaarheid en vreugde, en dat verandert je. 23

Het idee is dus niet zozeer dat ‘wij dingen doen’. Het idee is: er gaan dingen met ons gebeuren, in onze houding van binnenuit, omdat Híj met ons bezig is. Van binnenuit veranderd Kolosse 3 22 Gij dienstknechten, weest in alles gehoorzaam aan uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. In plaats van ‘dienstknechten’ (Statenvertaling) staat in de NBGvertaling ‘slaven’. Nu lijkt het of we eigenlijk een beetje buiten de sfeer van het huis terechtgekomen zijn, maar het is maar hoe ruim je het neemt. In bijbelse zin worden daar dikwijls ook de maatschappelijke verhoudingen bij bepaald. Heren en slaven, dat was allemaal nog in het huis, een slaaf maakte ook deel uit van het huis van de heer. Wij kennen het fenomeen ‘slavernij’ niet meer en daar kunnen we dankbaar voor zijn, maar het gekke is dat Paulus geen oproep doet om acties te gaan ondernemen om slavernij af te schaffen. Nee, niet slavernij wordt afgeschaft, de slaaf wordt veranderd, heel persoonlijk. De wereld wordt sowieso in deze tijd niet veranderd of verbeterd, dat is Gods programma op dit moment helemaal niet. Een slaaf wordt van binnenuit veranderd – slaven, gehoorzaamt uw heer. Met andere woorden: neem je plaats in als slaaf, schik je. In Titus 2:9-11 staan daar bijzondere dingen over aangegeven. Daar gaat het erover dat een slaaf een geweldige gelegenheid heeft. Juist als hij geminacht wordt en een heer heeft die voor geen 24

meter deugt en die onbillijk is in de eisen die hij stelt. Dan staat er letterlijk vanuit het Grieks: “dat zij de leer van God onze Redder, zouden versieren in alles ”. Tot sieraad strekken “want”, staat erbij, “de genade Gods is reddend verschenen aan alle mensen”. Een steeds groter besef van genade Kolosse 3 23 En al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Heere, en niet voor de mensen. In een meer letterlijke vertaling staat: “werkt vanuit jullie ziel”. Wij zeggen dan: “met hart en ziel”. Een werknemer is geen lijfeigene, de verhouding is minder stringent – vele malen losser – maar er is eveneens sprake van een zekere gezagsverhouding. Je werkgever is je meerdere, hij kan jou dingen opdragen. Als werknemer kun je ook geminacht worden. Je kunt als ‘een nummer’ behandeld worden en wat doe je dan? Ben je dan iemand die God dankt dat Híj jouw leven beschikt? Dank je omdat Hij voor je zorgt? Dat maakt je geschikt en leert je ook schikken. Het geeft je vreugde en je leert je plaats innemen als slaaf tegenover de Heer, in eenvoud van het hart, in de vreze van Hem. Want ach, die menselijke heer of baas is natuurlijk niet de échte Baas. De grote Baas, Die is daarboven. Hij zorgt voor mij en als mij onrecht aangedaan wordt? Het zij zo. Als voor de Heer, en niet voor mensen … Ook als je onrecht ontmoet, als je onbillijkheid wordt aangedaan; doe je werk niet voor die mensen, maar voor Hém. Zie je dat het gezichtspunt alles 25

verandert? De omstandigheden zijn exact dezelfde … met je collega’s die zitten te foeteren en te protesteren en te klagen. En jij weet: er is er Eén en Hij beschikt alles. Dat je zó in dankzegging in het leven mag staan. Ik hoop dat ik maar niet ‘een mooi ideaal’ schilder. Zo van: ‘wat een mooie theorie zeg, die je daar verteld hebt’. Dan haal je niet het rendement uit het Woord. Ik bedoel: dat Woord is zo geweldig krachtig, het geeft genade. Leer te leven in dankzegging, want dat is de sleutel tot een steeds groter besef van genade. En het is ook de sleutel voor geestelijke vreugde in het leven, altijd. Lees het maar eens een keertje na in de brief aan de Kolossenzen. In de brief aan de Filippenzen lees je het volgende: Filippi 4 4 Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! [NBG51] Dit schrijft Paulus vanuit de gevangenis, terwijl hem groot onrecht was aangedaan. Als er één voorbeeld is, waarbij deze hele boodschap van genade ook in zijn leven tot uitdrukking kwam, dan was híj het. Een man die overliep van vreugde, terwijl hij in de gevangenis zat. Perspectief Kolosse 3 23 En al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Heere, en niet voor de mensen. 24 Wetende, dat gij van de Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus. 26

Hij is degene van Wie jij bent. Hij zorgt voor je en Hij geeft je wat je nodig hebt. En wat je nu tekortkomt? Je wordt onderbetaald …?! Er is een Heer die de omstandigheden kent en Hij zal alles rijkelijk compenseren. Dat is het perspectief dat zijn de verhoudingen waar wij de dingen in mogen zien. Het is geweldig wat genade zo uitwerkt. Houd op met dat praten over ‘huiselijke plichten’, dit is vreugde. Dit is genade als je zo in die rol, die God jou toebedeelt, mag staan als een slaaf van Hem. Wetmatigheid Kolosse 3 25 Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons. De NBG-vertaling geeft hier aan: “er is geen aanzien des persoons”. Het idee hier is: onrecht zal je ook altijd weer terug ontmoeten, dat geldt zo in het algemeen. Het is geen kwestie van ‘boontje komt om zijn loontje’, maar het is een kwestie van wetmatigheid. Wat een mens zaait, dat zal die ook oogsten. Wie onrecht doet, zal zijn onrecht dan ook weer terugontvangen. Denk nou niet van: ja, maar ik ben een gelovige, dus ik kan lekker onrecht doen. En denk ook maar niet dat je daar beter, of rijker of gelukkiger, van wordt. Dat is niet zo, want zo werkt het niet. Hoe genade Zijn werk doet Kolosse 4 1 Gij heren, doet uw dienstknechten recht en gelijk, wetende, dat ook gij een Heere hebt in de hemelen. 27

Dit vers hoort ook nog bij het tekstgedeelte dat we hebben doorgenomen. Daarmee zijn echt alle verhoudingen die Paulus ter sprake brengt aan de orde gesteld: vrouwen, mannen, kinderen, vaders (in de Efeze-brief worden ook de moeders er nog bij betrokken), slaven én heren. Al die verhoudingen, of het nou een positie is van gezag en leidinggeven of juist onder leiding staan, daar waar je aangesloten bent op de Krachtbron, ga je dat doen waarvoor je bestemd bent. Je doet dàt waarvoor je gemaakt bent. De NBG-vertaling geeft het volgende aan: “Heren, betracht (…) recht en billijkheid …”. Dat wil zeggen: doe gewoon wat recht is. Ook hier zie je weer: die heer kan, omdat hij God dankt in alles, een goede heer zijn. Waarom? Wel, hij kent een HEER met allemaal hoofdletters, Die werkelijk Heer is. En zo kan hij ook, omdat hij die dankzegging in z’n hart heeft, degenen die onder hem gesteld zijn recht behandelen. Zo’n gedeelte, wat altijd in een wettische sfeer is getrokken, illustreert juist grandioos hoe genade Zijn werk doet in ons leven. Het heeft impact, het maakt stralend, het geeft vreugde, het geeft je schik en het maakt je geschikt. En dát is de genade waar Paulus in deze brieven, en in heel zijn bediening, over spreekt. Over die grote genade van God, die ook wij mogen versieren in alles! Titus 2 10 … opdat zij de leer van God, onze Zaligmaker (letterlijk: Redder), in alles mogen versieren. 28

Goed Bericht GoedBericht.nl wijst op de ene GOD, Die alles beschikt en bij Wie nooit iets misgaat. Zij wijst op Jezus Christus als Redder der wereld. Jazeker, van alle mensen! Omdat GOD nooit laat varen de werken van Zijn handen. Uitgangspunt is de Bijbelse boodschap zoals Paulus dit als “apostel en leermeester van de natiën” heeft mogen bekendmaken. Goed Bericht wil uitsluitend wijzen op wat “er staat geschreven”. Want “de Schrift” bewijst én verklaart zichzelf. Bron: Piet, A. (2012). Geschikt voor in huis. Goed Bericht, https://goedbericht.nl/lezingen/geschikt-voor-in-huis/ In samenwerking met: Stichting Evangelie Om Niet Het Evangelie spreekt van de ene God, Die OM NIET alle mensen redt, verzoent, levend maakt en rechtvaardigt! Gratis online boeken lezen, delen en downloaden (publicaties tevens OM NIET als fysieke uitgave verkrijgbaar) evangelieomniet.nl 29

1 Online Touch

Index

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  6. 6
  7. 7
  8. 8
  9. 9
  10. 10
  11. 11
  12. 12
  13. 13
  14. 14
  15. 15
  16. 16
  17. 17
  18. 18
  19. 19
  20. 20
  21. 21
  22. 22
  23. 23
  24. 24
  25. 25
  26. 26
  27. 27
  28. 28
Home


You need flash player to view this online publication