102

Daarom moeten wij ook niet naar andere gemeenteleden gaan zitten kijken of er al of niet iets van terecht komt. Het gaat God, de Vader, er immers niet om of er iets van terecht komt, maar of wij ernaar verlangen onszelf vrijwillig te willen onderschikken aan de door Hem bepaalde rangorde, zowel in het huwelijk als in de gemeente. Het gaat bij God als onze Vader niet om de ander maar om jou en mij persoonlijk en de rest gaat ons geen fluit aan, want slechts Hij is bij machte ons vast te doen staan. De Zoon van God, de Christus, is zelf de Redder van het lichaam, vers 23 en dat betekent, dat Hij zelf ons uit alle mogelijke situaties in ons dagelijks leven redt. Wat niet inhoudt, dat Hij ons bijvoorbeeld beter maakt als wij ziek zijn, ons minder zorgen geeft of wat je ook maar bedenken kunt. Hij maakt het ons echter wèl mogelijk in elke omstandigheid het woord te begrijpen en ruimte te geven in ons dagelijks leven, zodat wij boven alles wat Hij ons maar te dragen geeft uitgetild worden. Als het woord onder de situatie geschoven wordt, dan geeft dat draagkracht en zo is het ook, dat kan ik beamen. De Zoon van God, de Christus, is echter niet alleen de Redder van Zijn lichaam, maar is tevens de Redder van alle mensen en het bijzondere hiervan is, dat de Zoon van God uit de vrouw is geboren. De man speelde hierbij geen enkele rol, want de Zoon van God is niet door de man verwekt, maar door Gods geest. De vrouw heeft de tweede mens ofwel de laatste Adam, 1 Corinthiërs 15:45-47, van God uit gezien ter wereld mogen brengen en dat is ook waar Eva al naar uitzag. Dit ondanks het feit, dat de vrouw als eerste is ingegaan op de verleiding van de tegenstander en Adam uit Liefde tot zijn vrouw die zijn aanvulling, complement was, hierin meeging. Hiermee gaf Adam aan, dat hij bereid was om samen met Eva het stervensproces in te gaan en werd hierdoor een type van Christus, die ook voor Zijn gemeente gestorven is. Dit nu is wat van de gelovige man, die hoofd is van de vrouw, wordt gevraagd, doch niet van de vrouw zelf. De man is trouwens niet het hoofd van de vrouw, alsof hij een soort heerser zou zijn over zijn vrouw, doch slechts hoofd, een door God bepaalde rangorde, waarmee wordt aangegeven wat de man aan zijn eigen vrouw schuldig is, zie ook 1 Timótheüs 2:13-15. 101

103 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication