109

Vrijheid heeft te maken met vrede en vrede met verzoening. Slechts vrede van God, de Vader, gaat al onze denkzin te boven en zal onze harten en onze gedachten verzekerd bewaren in Christus Jezus, Filippenzen 4:7. Vrijwillige onderschikking berooft je niet van je vrijheid, maar maakt juist dat er vrede in je hart komt, waardoor werkelijke vrijheid je deel wordt. Echte vrijheid voor al Zijn schepselen ontstaat pas, nadat zij zich geheel op vrijwillige basis aan de Zoon hebben onderschikt. De Zoon zal zich dan tezamen met hen vrijwillig aan God onderschikken zodat Hij Vader van allen en alles in hen zal zijn. Daarom geeft vrijwillige onderschikking aan de overheid, de werkgever, de herder/leraar in de gemeente, aan allen die wij boven ons hebben, pas èchte vrede en daardoor vrijheid. Wij mogen dit doen als aan de Here. Wat in Efeziërs 6:1-9 omschreven staat, is een uitvloeisel van wat er in Efeziërs 5:20-33 wordt geleerd omtrent Christus en Zijn gemeente, waarvan het huwelijk een afschaduwing is. Het aantal keren dat naar de Zoon van God wordt verwezen is uitzonderlijk groot, namelijk: 1) gehoorzamen in de Here 2) terechtwijzing van de Heer 3) gehoorzamen als aan Christus (de Heer) 4) 5) als slaven van Christus (de Heer) dienstbaar zijn als aan de Here 6) van de Here terug ontvangen 7) 8) jullie en hun Heer is in de hemel bij Hem (de Heer) is geen aanzien des persoons en dan nog: de wil Gods van harte doen Het grote geheimenis van Christus en Zijn gemeente heeft niet alleen Zijn uitwerking in de dagelijkse praktijk van het huwelijk. Ook ten opzichte van kinderen en ouders, maar ook andersom, ouders ten opzichte van de kinderen, werknemers ten opzichte van werkgevers en werkgevers ten opzichte van werknemers. Het gaat er bij vrijwillige onderschikking en gehoorzamen, onderhoren, niet om om te kijken naar degenen die wij boven ons hebben, of zij gelovig zijn of niet, gelijk hebben of niet. 108

110 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication