111

Als de kinderen vertoornd zijn, dan kun je ervan op aan dat ze behoorlijk boos zijn of de pest in hebben en dat gebeurt zeker als je je kinderen tuchtigt, zoals in de NBG is vertaald. Het woord tucht en tuchtiging komt bij Paulus helemaal niet voor en dit helpt dus ook niet. Bij opvoeding en vermaning van de Heer moet je dus kijken hoe de Zoon van God handelt ten opzichte van de gemeente, die Zijn lichaam is. Onze Heer is beslist niet met ons bezig op de manier zoals wij met onze kinderen omgaan of hebben omgegaan in het verleden. Veronderstel, dat Hij op al onze vragen gelijk met een snauw zou reageren en zou zeggen: niks ervan, daar komt niets van in. Hij neemt bij alles wat wij bij Hem naar voren brengen in overweging wat voor ons het beste is. Helaas reageren wij net als onze kinderen, omdat wij het met de door Hem gegeven omstandigheden vaak oneens zijn en onszelf er niet vrijwillig aan willen onderschikken, maar er onderuit proberen te komen. Het komt hierop neer, dat wij van onze kinderen geen vrijwillige onderschikking kunnen verwachten indien wij dit zelf ook niet in praktijk brengen. Opvoeden en vermanen in de Here kunnen wij pas uitdragen zodra wij onszelf willen laten opvoeden en vermanen. De opvoeding en vermaning van onze kinderen begint bij onszelf. vers 5 Slaven, gehoorzaamt jullie heer in overeenstemming met het vlees met vrees en beven, in edelmoedigheid van jullie hart, als aan de Christus. Van werknemers wordt gevraagd vrijwillig te gehoorzamen, gehoor te geven, aan wat de werkgever van hen vraagt, of deze gelijk heeft of niet, gelovig is of niet, heeft er niets mee te maken. Een werkgever heb je boven je omdat deze door God gesteld is, als je dus gehoor geeft aan het gevraagde, dan is het alsof je aan de Christus gehoor geeft. Deze houding hoort bij onze opvoeding en vermaning als volwassen gelovigen, zodat wij een voorbeeld kunnen zijn voor onze kinderen. 110

112 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication