113

Een wandel in de Here is het vrijwillig uitleven van datgene wat wij aan kennis van God ontvangen hebben. Om die reden is Colossenzen 1:9-11 ook zo belangrijk, omdat hier het verband tussen kennis en wandel wordt aangegeven, mede omdat het Griekse woord epi gnõsis, wat wij met erkenning hebben vertaald, een ondergrond heeft van op-(eenstapeling van) kennis. God is het zelf die onze wandel in de hand heeft. Immers hoe groter de op-(eenstapeling van) kennis is die Hij ons toebedeelt, des te meer het verlangen zal toenemen om in overeenstemming met Zijn wil te leven. Onze wandel komt in de eerste plaats voort uit, en speelt zich af in, het hart en onze denkzin en wordt door Gods inwonende geest bepaald en komt slechts terloops tot uitdrukking in onze dagelijkse handelingen. Dit hoeft ons echter niet te ontmoedigen, want God, de Vader, ziet niet naar onze daden, doch Hij ziet ons hart aan. Van God uit gezien is Hij nu al alles in ons en heeft het einddoel bij ons al bereikt, waardoor wij Abba, Vader, mogen zeggen. Dit is een zeer bijzondere genade en roept dit ons niet op aan dit einddoel gestalte te geven door onze vrijwillige onderschikking aan Zijn wil? Deze studie is door de gemeente Eben Haëzer op de toerusting in een verkorte versie behandeld en opgenomen onder de naam: Je bedoelt: onderschikken?! www.Godswoordcentraal.nl 112

114 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication