118

Indien de Zoon alle macht zou bezitten zou er van onderschikken geen sprake kunnen zijn. Dit klopt ook geheel met de titel Alue, aan-Onderschikker. Het is gewoon de bedoeling dat Hij alles aan God zal onderschikken, omdat het met Zijn naam verweven is. Voor God zelf zou het niet mogelijk zijn Zich te vernederen en Zich aan het vloekhout te laten nagelen, dit kon alleen de Zoon volbrengen. De Zoon heeft echter wel de uitvoerende macht van het geheel, waaronder zelfs de gehele schepping valt. Hij heeft deze macht van God, de Vader, gekregen en gebruikt daarvoor Gods kracht. Wonderlijk is dan dat Hij wel de mogelijkheid had om aan het vloekhout van Golgotha zelf de geest terug te geven aan Vader, Lucas 23:46, maar niet in staat was om zichzelf weer tot leven te wekken en op te staan. Hiervoor was Gods kracht noodzakelijk, zoals wij al gelezen hebben in Efeziërs 1:19,20. In Colossenzen 1:15,16 staat dat Hij, de Zoon van Zijn liefde, het beeld is van de onzichtbare God, de voorst-voortgebrachte van de ganse schepping. Nu kun je natuurlijk denken: wat is dat nu weer, de voorst-voortgebrachte? Helaas, ik kan dat gewoon niet laten, want je zou immers kunnen zeggen: Hé, heeft God dan ook nog iets te maken met het geboren worden op zich? En zo ja, hoe is dat dan in zijn werk gegaan? Het gaat erom dat het allereerste wat Hij gemaakt of, zoals je wilt, geschapen heeft, de Zoon is geweest en als je dan even in de gaten houdt, dat wij al vanaf die tijd in Hem besloten waren, dan begrijp je welke kracht ervoor nodig is geweest om, zowel de Zoon alsook het lichaam van Christus, al tot het allereerste begin van Zijn gehele schepping te laten zijn. In Zijn plan der eonen waren wij als zonen van God in de Zoon begrepen om als aan-onderschikkers, Alueïm, Zijn volmaakte plan der eonen te ontwikkelen. Neem er de tijd voor om dit overweldigende tot je door te laten dringen. Wij zijn echt niet zielig, ook al stijgen het lijden en alle ellende ons soms wel eens tot aan de lippen. Ondanks dat behoren wij in de Zoon tot de voorst-voortgebrachten van wie of wat dan ook. Alleen het tijdstip van het openbaar worden van deze zonen zou pas plaatsvinden na de nederwerping van deze wereld en de herschepping hiervan en dan ook nog eens te beginnen bij de Jood Saulus van Tarsus aan wie de 117

119 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication