154

2 Corinthiërs 6:14-16 Het contrast tussen een gelovige en een ongelovige wordt hier heel scherp onder onze aandacht gebracht en dat is ook broodnodig, omdat wij nog niet tot ons hebben laten doordringen, dat ongelovigen beheerst worden door de geest van de tegenwerker en wij door de geest van God. Wij vergeten helemaal, dat het hier niet uitsluitend gaat om een relatie met een ongelovige wat eventueel in een huwelijk uitmondt, maar dat het veel verder gaat. In het Grieks staat: welke deelgenootschap heeft gerechtigheid met wetteloosheid of welke gemeenschap heeft licht met duisternis en wat is de eendracht tussen Christus en Belial, of welk deel dan ook heeft een gelovige met een ongelovige, of welke overeenstemming dan ook heeft de tempel van God met een afgod, want wij zijn die tempel van God. Als wij aan een ongelovige denken, dan denken wij meer in de trant van, nu ja hij/zij heeft alleen geen relatie met God; maar als je het woord erop naslaat, dan is de situatie wel iets ernstiger, anders zou er niet steeds op gewezen worden. Wij durven haast de woorden niet in de mond te nemen of erover na te denken, dat een ongelovige een wetteloze is, tot de duisternis behoort, een Belial is of met afgoden te maken heeft. Kijk ook eens wat er staat in Efeziërs 2:1-3. De ongelovigen behoren echt tot de groep, die valt onder alle mensen. Mijn God, alle mensen! Efeziërs 4:17-20 Ook deze verzen geven het verschil weer tussen gelovigen en de naties: zij wandelen in de ijdelheid van hun denkzin (zintuig) zij zijn verduisterd in hun door-denkvermogen zij zijn vervreemd van het leven van God vanwege de onwetendheid in hen vanwege het eelt op het hart zij zijn afgestompt zij hebben zich overgegeven aan losbandigheid zij zijn in onreinheid gekomen zij zijn in hebzucht gekomen Het grote contrast wordt dan als volgt weergegeven: 153

155 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication