156

Uiteindelijk komen wij toch uit bij de wapenrusting Gods, Efeziërs 6:10-20, want ook daar is sprake van duisternis en wel in vers 12, waar gesproken wordt over de wereldmachten van deze duisternis. Degenen, die geroepen zijn tot het lichaam van Christus en die zonen van God genoemd worden, hebben Gods geest inwonend en worden derhalve door Zijn geest beïnvloed, zodat de tegenstander geen macht meer over ons heeft. Dit neemt echter niet weg, dat hij nog steeds probeert ons in de war te brengen en ons geestelijk kapot te maken, door ons te benaderen op onze zwakke momenten of op die punten waar wij gevoelig voor zijn. De tegenstander weet precies, dat wij het meest kwetsbaar zijn in ons gevoelsleven, wat met onze ziel te maken heeft. Mensen in het algemeen, maar ook gelovigen, laten zich te veel leiden door wat hun ogen zien, of door wat mensen over hen zeggen, of wat zij wel van hen zullen denken. Ook wij gaan op alles en nog wat in, als men een gevoelige snaar bij ons raakt, wij zijn op onze teentjes getrapt als er iets gezegd wordt wat niet waar is en willen dit meteen recht zetten, waardoor er discussies ontstaan, die helemaal niets meer met geloof te maken hebben. Onze kinderen en kleinkinderen zijn een overgevoelige snaar, die de tegenstander maar al te goed weet te raken. Wij zijn dan vergeten om onze hele wapenrusting Gods aan te trekken, zoals staat in: Efeziërs 6:10-17 vers 10 Voor het overige, mijn broeders, wordt krachtig gemaakt in de Here en in de macht van Zijn sterkte. vers 11 Doet de hele wapenrusting van God aan, opdat jullie stand kunnen houden tegen de strategieën van de tegenwerker; vers 12 omdat de worsteling voor ons niet is met bloed en vlees, maar met de soevereiniteiten, met de gevolmachtigden, met de wereldmachten van deze duisternis, met de geestelijke machten van de boosheid temidden van de hemelingen. 155

157 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication