16

Wat hij vraagt is: of wij tijdens ons bidden, naartoe wel hebben, smeekbeden tot God, de Vader, willen richten voor alle heiligen, in ons geval bijvoorbeeld voor de herder/leraar en andere sprekers, zodat hen bij het openen van hun mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken! Dit behoort gewoon tot onze taak als slaaf van Christus Jezus. Colossenzen 1:9-11 Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen. Deze woorden hebben niet dezelfde betekenis, anders zou Paulus het woord vragen achterwege gelaten hebben. Er staat echter bidden en verzoeken, het bidden van Paulus hield nooit op en hij schrijft dan ook enkele malen bidt zonder ophouden, 1 Thessalonicenzen 5:17. Bidden was bij Paulus niet ervoor gaan zitten en dan van alles vragen aan God, maar tijdens het altijd aanhoudende gebed, alle gelovigen bij God in herinnering brengen. Te gedenken en te verzoeken of zij vervuld zouden mogen worden met de erkenning, op-(eenstapeling van) kennis, van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te brengen en op te wassen in de erkenning, op(eenstapeling van) kennis, van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht van Zijn heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met vreugde de Vader! De verzoeken van Paulus als slaaf waren erop gericht dat de gelovigen de erkenning, op-(eenstapeling van) kennis, van God zouden mogen ontvangen, waardoor hun wandel in de Here tot verheerlijking van God zou mogen zijn. Dit verzoek zouden wij als slaaf ook in praktijk kunnen brengen voor al diegenen, die God op onze weg gebracht heeft en op de plaats waar Hij ons gesteld heeft. Gebed, Grieks pros euchê is naartoe wel hebbing (14 maal) Gebed is het zelfstandige naamwoord van bidden en betekent de zekerheid, dat je het naar Hem toe wel/goed hebt bij het contact met God, de Vader, het gaat dan nog niet zozeer om woorden, als je die al hebt. Je zoekt het bij Hem, je wilt bij Hem schuilen of misschien wel huilen! Wij weten vaak helemaal niet wat zijn moet en kunnen soms alleen maar zuchten, Romeinen 8:26. 15

17 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication