163

Hoe kunnen wij trouwens ons hemelse lotdeel verdedigen, als wij constant met onze aardse dingen bezig zijn, hierdoor zijn wij vaak zelf de oorzaak, dat de tegenwerker bijna achterover kan gaan leunen om te kijken hoe het afloopt. vers 13 Zoals in vers 11 al tot uitdrukking kwam, gaat het ook in dit vers om te blijven staan, wat alleen dan mogelijk is als wij de hele wapenrusting van God opnemen en aandoen. Staan heeft niets te maken met aanvallen of enige actie ondernemen om met geweld terug te slaan of om te proberen de vijand te overwinnen. Wij zijn echt niet opgewassen tegen de machtige en agressieve organisaties, die de tegenwerker tot zijn beschikking heeft. De wapenrusting van God stelt ons in staat om de boze dag, waarin wij leven te weerstaan, met andere woorden, alles wat op ons afkomt te pareren. De hele wapenrusting bestaat uit 6 uitrustingsstukken, te weten: waarheid, gerechtigheid, vrede, geloof, redding en uitspraken van God. De eerste vier uitrustingsstukken kunnen wij zelf aandoen, in die zin, dat het heel erg onlogisch is, als wij dit achterwege laten. Het zou zo moeten zijn, dat wij er als vanzelfsprekend zouden in-slippen, de werkelijke betekenis van aandoen. Je hoeft de hele wapenrusting niet aan te doen, maar dan kom je vanzelf in de problemen en volgt er niet direct redding uit de benarde situatie waarin je je door middel van de tegenwerker of jezelf bevindt. Iedere keer weer zal de tegenwerker trachten ons geestelijk een kopje kleiner te maken, maar hij is zich niet bewust, dat hij daarmee precies aan Gods bedoeling, boulomai, beantwoordt, want wij gaan steeds beter begrijpen, dat het aandoen van onze wapenrusting wel van heel groot belang is. De laatste twee uitrustingsstukken, redding en uitspraken van God, worden ons door de Vader zelf geschonken, doch alleen dan, als wij hebben geleerd de eerste vier op de juiste wijze aan te trekken. vers 14 Dit vers begint alweer met: Staat dan. 162

164 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication