166

Laten wij onze lendenen omgord houden met deze waarheden, dan kan ons weinig gebeuren. Het pantser van de gerechtigheid Een pantser is niet alleen een bescherming voor de voorkant van ons lichaam, maar ook voor de achterkant. God, de Vader, heeft dit pantser niet voor niets zo gemaakt, dat het aan alle kanten van ons lichaam bescherming biedt. Hij weet immers hoe sluw de tegenwerker tewerk gaat, het pantser zegt daarom veel meer over de tegenstander dan over ons. Wij zijn immers gerechtigheid Gods in Christus Jezus, zoals Paulus zegt in 2 Corinthiërs 5:21, maar in de verzen, die erop volgen, 6:1-13, spreekt Paulus ons gelijk aan (arm om iemand heen, geen vermanen zoals wij dat kennen) dat wij deze genade niet tevergeefs van God ontvangen hebben en geeft een opsomming van zijn lijden, waarin hij blijft volharden. De tegenwerker zal ons altijd lastig vallen. Zodra hij erachter komt dat wij falen in onze wandel, en wie doet dit niet, zal hij uit alle macht proberen om ons uit balans te brengen, een gaatje zien te vinden in ons pantser, zodat wij gaan twijfelen of wij echt wel gerechtigheid Gods zijn in Christus Jezus onze Here. Zodra wij onterecht handelen of iemand onrecht aandoen, dan brengen wij dus geen gerechtigheid in praktijk, zoals God dat met ons doet en zijn wij noch van achteren, noch van voren door het van God gegeven pantser beschermd, wij hebben het helaas thuis laten liggen. Hoe vaak komt het niet voor dat gelovigen altijd maar terug blijven denken aan vroeger, wat zij destijds allemaal verkeerd gedaan hebben of schuldgevoelens koesteren. Dit zeg ik bewust, omdat bij ieder gesprek wel naar voren komt wat zij hun kinderen of anderen aangedaan hebben. God heeft ons echter geen pantser gegeven, dat door de tand des tijds aangetast wordt, er vallen geen roestgaten in. Het is van roestvrij staal en laten wij dat dan aantrekken. Wij zijn, geestelijk gezien, de zonde gestorven, en gerechtvaardigden, wat wil die tegenwerker nu eigenlijk, laat hem toch kletsen. De meeste gelovigen menen echter dat zij de zonde nog moeten bestrijden, hun wandel verbeteren, of zich ernaar moeten uitstrekken om niet meer te zondigen. 165

167 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication