167

Maar het gaat erom dat zij, die in Christus Jezus gestorven zijn, ook de zonde gestorven zijn. Dit is een vaststaand feit, waarmee wij kunnen rekenen, (NBG vaststaan). Wij zijn dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus, Romeinen 6:11. Als je je dood voor de zonde rekent ga je als vanzelf leven voor God door Christus Jezus onze Heer. Romeinen 6:7 zegt: want wie gestorven is, is gerechtvaardigd (NBG rechtens vrij) van de zonde. Meepraten met gelovigen, die kritiek hebben op de door God gegeven leiding binnen de gemeente, is ook zo’n gat in ons pantser. Hebben wij de voor- en achterkant wel goed met elkaar verbonden of zit er nog een kier tussen deze twee helften? Hebben wij dan bij de demonstratie een beetje zitten slapen, met andere woorden, bestuderen wij Gods woord dan niet? Zachtzinnige woorden zijn fataal als je iemand moet leren met een legeruitrusting om te gaan; wij werden wat afgeblaft, gestraft, moesten expres door sloten en bagger kruipen, werden onverwacht overvallen door andere soldaten, er werd met scherp boven je hoofd geschoten, net zolang tot je in staat was een oorlog in te gaan. En dat waren nog maar aardse machten, terwijl wij nu te maken hebben met geestelijke machten, die ook nog eens gebruik maken van zowel ongelovige als gelovige medemensen. Eén ding mag duidelijk zijn, hoe de tegenwerker ons ook probeert onderuit te krijgen, wij zijn en blijven altijd gerechtigheid Gods in Christus Jezus en wij zijn en blijven gerechtvaardigden. Enkele malen is mij overkomen dat ik, tegen mijn wil in, mensen onrecht aangedaan heb. In die zin, dat ik hen verkeerd beoordeelde, of mijn eigen conclusies trok en geprobeerd heb hen op een wat harde manier iets uit te leggen. Het had echter wel met Gods woord te maken en, hoe gek het ook klinkt, er was van mijn kant nooit sprake van een verwijdering, omdat het om broeders ging. Evenzovele keren is mij overkomen, dat God, de Vader, dat, wat ik als onrecht aan Hem bekend gemaakt had, omgebogen heeft ten goede en hiermee Zijn woord aan mij vervuld heeft, te weten: dat God ALLES doet medewerken ten goede, voor hen, die God liefhebben en die volgens zijn voornemen geroepenen zijn, Romeinen 8:28. 166

168 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication