168

Wij zouden ons in iedere situatie bewust moeten worden, dat wij God liefhebben en volgens zijn voornemen geroepenen zijn en dat Hij bij machte is het door ons gedane kwaad om te buigen naar goed. Hij heeft niet voor niets het kwaad en de duisternis geschapen om het goede uit te werken en alles tot licht te brengen. Het pantser der gerechtigheid beschermt ons zelfs tegen ons eigen kwaad en hoeft voor ons dus geen reden te zijn de tegenwerker ook maar enige kans te geven. Trouwens als je bedenkt dat de Zoon van God ten onrechte heeft geleden, om onze gerechtigheid te bewerken, waarom zouden wij dan niet onterecht willen lijden om onze gerechtigheid uit te leven? Temeer daar wij weten, dat onterecht lijden genade is, 1 Corinthiërs 6:7 en 1 Petrus 2:19-21. Heel duidelijk staat in de laatste tekst, dat Christus hierin een voorbeeld was. Uitdrukkelijk zegt Paulus, zowel in 1 Timótheüs 6:11 als in 2 Timótheüs 2:22, tegen Timotheüs: jaag naar gerechtigheid, trouw (geloof), liefde en vrede. Over dit laatste woordje gaat het volgende onderwerp. De voeten onderbonden met de bereidheid van het evangelie van de vrede. Bij vrede denk ik altijd eerst aan het feit, dat Paulus al zijn brieven begint met: Genade zij u en Vrede van God, onze Vader, en van Christus Jezus, onze Here. Vrede van God, onze Vader, speelt dan ook een belangrijke rol in ons dagelijks bestaan omdat elke onvrede in ons leven, in welke situatie dan ook, onvrede met God, onze Vader, betekent. Wij gaan er dan niet vanuit, dat deze situatie door God zelf gegeven is en er door Hem iets goeds mee wordt uitgewerkt. Meestal zien wij vlees en bloed aan, voor wat ons is overkomen en dit is als zeer ernstig te beschouwen, omdat het dan een voedingsbodem is voor de organisaties van de tegenwerker om allerlei strategieën op ons los te laten en wij hierdoor van kwaad tot erger zullen komen. Vrede met God, onze Vader, is van het grootste belang. Zolang wij dat niet hebben is het onmogelijk vrede te hebben met onze broeders of andersdenkenden, laat staan met ongelovigen, door wie wij nog het meeste omringd worden. Het tweede waar ik aan denk is verzoening, waardoor vrede tot stand wordt gebracht, immers waar verzoening tot stand is gebracht, is geen twist en haat meer en is aan vijandschap een einde gekomen, er heerst vrede. 167

169 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication