169

Paulus schrijft in Romeinen 5:10, dat wij al met God verzoend waren door de dood van Zijn Zoon, toen wij nog vijanden waren. Dat betekent, dat Gods verzoening voor ons al een feit was, terwijl wij nog niets met Hem te maken wilden hebben, mogelijk ons zelfs tegen Hem hebben verzet, in ieder geval was er een vijandige houding tegenover Hem. Indien wij op deze verzoening van God uit zijn ingegaan, dan is er geen vijandschap meer tussen Hem en ons en is er vrede ontstaan. Nu gaat het er natuurlijk om, hoe binden wij dit nu onder onze voeten, zodat wij de tegenwerker geen voet geven. Allereerst door de vrede, die wij ontvangen hebben, handen en voeten te geven en deze te bewaren onder broeders en andersdenkenden, hoe moeilijk dit soms ook is. Maar ook al lijkt er vijandschap te ontstaan, dan nog zouden wij van onze kant uit de door God ontvangen vrede kunnen bewaren. Of de ander vijandig gezind blijft doet niet ter zake, als wij maar verzoend blijven, zoals God ook met ons verzoend was, ook al waren wij nog vijandig. Op dezelfde manier kunnen wij dit in praktijk brengen ten opzichte van ongelovigen, want ook met hen is God allang verzoend, alleen zij hebben de mogelijkheid of liever gezegd de genade nog niet ontvangen om net als wij al op deze verzoening in te gaan. 2 Corinthiërs 5:18-21 Wij hebben de bediening der verzoening van God, onze Vader, ontvangen, die erin bestaat, dat God in Christus de wereld met zichzelf verzoenende was, door hun hun krenkingen niet toe te rekenen en Hij heeft ons ingezet voor het woord der verzoening. Wij zijn zelfs gezanten van Christus om de mensen te smeken om op de verzoening in te gaan, die God al met hen heeft. God heeft dus vrede gesloten met de wereld, alleen de wereld nog niet met Hem. Hoe kunnen wij echter als gezanten van Christus optreden, indien wij zelf steeds onvrede hebben in allerlei situaties die op ons afkomen, zoals lijden, moeilijke werkomstandigheden, opvoeding van kinderen, huizen, het reilen en zeilen in de gemeente, de herder, de leraar, de evangelist, broeders, zusters, buren, gelovigen, ongelovigen. Waar hebben wij eigenlijk wèl vrede mee? En de tegenstander maar lachen, die heeft ons gewoon in zijn broekzak, gezanten? …van wie dan wel? 168

170 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication