187

9:23 Wij zijn Gods instrumenten van ontferming, die Hij van tevoren tot Heerlijkheid gereed maakt 10:17 Het geloof is door horen tot ons doorgedrongen en wel door het overvloedige woord van Christus 11:11-32 om onzentwil heeft God, de Vader, Israël nu reeds 2000 jaar terzijde gesteld, zodat wij zelfs nog beter dan zijzelf begrijpen, welke Heerlijkheid binnenkort over hen geopenbaard zal worden. 11:33-36 O diepte van Rijkdom, van Wijsheid en van Kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen! Want: wie heeft de denkzin des Heren gekend? Of wie is Hem tot raadgever geweest? Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, waarvoor hij vergoeding ontvangen moet? En dan komt de jubelkreet over de erkenning, op-(eenstapeling van) kennis, van God: Want uit Hem en door Hem en naar binnenin Hem is het Al: Hem zij de Heerlijkheid naar binnenin de eonen! Amen. De oproep van Paulus uit Romeinen 12:1-3 is op dit fundament gebaseerd en komt niet zomaar uit de lucht vallen en dient om ons aan te sporen om in te gaan op de uitnodiging die door God, onze Vader, rechtstreeks wordt gedaan, namelijk door de God van het medelijden. Het is of Abba, Vader, ons bij voorbaat duidelijk wil maken dat, als jullie je lichamen tot een offer stellen en ik zet lijden in, weest dan niet bevreesd, want: Ik ben met jullie! Ik lijd met jullie mee! Ik zal jullie vertroosten! Ik help jullie er doorheen! Ik, als jullie Abba, zal jullie nooit méér laten lijden dan Ik nodig acht. Ik weet dat jullie levende offers zijn, geen dode. Al de dieren die Israël aan God offerde werden immers koosjer geslacht, dat wil zeggen, op een pijnloze manier, waarbij het bloed en daarmee de ziel door aderlating het lichaam snel verliet, zodat de dieren niet onnodig zouden lijden. De dieren waren dood en dus zonder gevoel als ze werden geofferd. 186

188 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication