190

De wil om je niet langer op deze eon in te stellen is dus geen werk van mensenhanden, maar van Gods geest die in ons werkt door het woord. vers 3 en 4 Bovendien is de mate van het gezind zijn, naar binnenin het verstandig zijn, afhankelijk van het geloof dat God een ieder geeft. Niet iedereen kan evangelist, herder of leraar zijn, omdat die roeping juist afhankelijk is van deze maatstaf van geloof. Indien dit niet door God, onze Vader, zo bepaald was zouden wij nog gaan denken, dat wij iets zouden kunnen bijdragen aan de taak, die God zelf een ieder toebedeelt of een bepaalde taak gaan ambiëren omdat wij denken dat wij ergens goed in zouden zijn. God, de Vader, weet precies waar wij goed in zijn, doch uit het woord blijkt dat dit nu juist eerst verbroken moet worden om van ons een bruikbaar instrument te maken. Kennis van God kun je helaas niet altijd terugvinden in de NBG vertaling, want noch in 2 Corinthiërs 1:3, noch in Romeinen 12:1 zouden wij hebben kunnen ontdekken, dat wij een Abba, Vader, van het medelijden hebben en zonder Hem is ons lijden ondraaglijk. Ook voor ons geeft het woord nog een richtlijn met betrekking tot medelijden, namelijk in: Colossenzen 3:12-14 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden: a) mededogen (NBG: innerlijke) b) medelijden (NBG: ontferming) c) mildheid (NBG: goedheid) d) ootmoedige gezindheid (NBG: nederigheid) e) zachtmoedigheid f) geduld, en: g) verdraagt elkander h) schenkt elkander genade (NBG vergeeft elkander) en daarover heen: i) de liefde, welke de band der rijpheid is. Het gaat hier om een wandel in de Here, waarbij wij wel eens de neiging hebben, deze wandel zowel bij jongeren als bij ouderen op te roepen door erop te wijzen, dat alles in de gebiedende wijs staat. 189

191 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication