194

Hoe willen wij de leden doden die op aarde zijn, Colossenzen 3:5,6, als wij niet tot in het diepste van ons wezen ervan overtuigd zijn, dat: wij zijn gestorven en dat ons leven is verborgen met Christus in God en wanneer Christus, ons leven, verschijnt, wij met Hem geopenbaard zullen worden in Heerlijkheid, Colossenzen 3:3,4. Wij kunnen in de praktijk maar heel moeilijk constant zoeken naar de dingen, die boven zijn, waar Christus is gezeten aan de rechter van God, of de dingen bedenken, die boven zijn, niet die op de aarde zijn, hoewel Paulus ons er in vers 1 en 2 tweemaal op attent maakt. Daarom is het zaak, indien God, de Vader, de bereidheid in ons heeft bewerkt werkelijk medelijden aan te doen, Hem te danken dat Hij ons met de rechte kennis, op-(eenstapeling van) kennis, van Zijn wil vervult, in alle wijsheid en geestelijke intelligentie, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en te groeien in de rechte kennis, op-(eenstapeling van) kennis, van God, Colossenzen 1:9-12. De basis van waardig wandelen komt niet voort uit doden, wegdoen, afleggen en aandoen, maar komt voort uit het vervuld worden van de rechte kennis, op(eenstapeling van) kennis, van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijke intelligentie en het groeien in deze kennis. Paulus heeft het hier weer tweemaal over een op-(eenstapeling van) kennis, omdat hij er zich van bewust was, dat slechts: Een zeer diepe innerlijke kennis van God, onze Abba Vader, kan ons doen besluiten onszelf volkomen over te geven aan het proces van: doden Grieks nekroõ is dood maken wegdoen Grieks apo the is vanaf plaatsen afleggen Grieks ap ek duomai is vanaf uit-slippen aandoen Grieks en duõ is in-slippen Temeer omdat de betekenis van de woorden niet aangeeft, dat wij dit met onze persoonlijke inzet en krachtsinspannning kunnen doen. Het duidt op een voor ons volkomen natuurlijke manier, meer een vorm van onze logische Godsdienst, die nooit en te nimmer door God, onze Vader, wordt opgelegd. Ook in Filippenzen 1:10 zegt Paulus, dat het zonder helder inzicht, op(eenstapeling van) kennis, en alle fijngevoeligheid niet mogelijk is om te onderscheiden, toetsen, waar het op aankomt, wat voor ons van belang is. 193

195 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication