198

In dit gedeelte over de mildheid van God komt ook weer Zijn draagkracht en Zijn geduld tot uitdrukking, zoals in Romeinen 9:22, zie onder geduld. Ook nu weer blijkt, dat het door de NBG gebruikte woord verdraagzaamheid toch een meer menselijke en dus vleselijke weergave is van wat bedoeld wordt met Gods draagkracht. God, onze Vader, draagt de gehele kosmos, wat voor ons maar moeilijk te bevatten is. Efeziërs 2:4-7 God echter, die rijk is aan barmhartigheid, heeft, vanwege Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefheeft ons, hoewel wij dood waren voor (NBG door) de krenkingen en de begeerten, tezamen levendgemaakt in de Christus, door genade zijn wij geredden en heeft ons tezamen opgewekt en zijn tezamen gezeten temidden der hemelingen, in Christus Jezus, opdat wij in de komende eonen de overstijgende rijkdom van Zijn genade betonen naar de mildheid over ons in Christus Jezus. Vooralsnog is dit de grootste mildheid van God die Hij ons bewezen heeft. Wij hebben geen enkel recht om wat dan ook te claimen. Wij hadden geen enkele relatie met God. Wij waren dood door alle krenkingen, die wij God, de Vader, hebben aangedaan. Wij hadden God niet lief. Ondanks dit alles heeft God ons vanwege Zijn grote liefde reeds nu in Christus Jezus levend gemaakt en een plaats gegeven temidden der hemelingen. Er is geen reden om te denken, dat wij een uitzondering vormen op de regel van Romeinen 3:10: niemand is rechtvaardig, ook niet één niemand begrijpt iets niemand zoekt God uit allen mijden God allen zijn gelijktijdig onbruikbaar geworden niemand doet mildheid (NBG die goed doet) zelfs niet één! En toch zullen wij deze mildheid over ons in Christus Jezus mogen tonen aan de hemelingen, is dat geen overweldigende genade? Titus 3:4 Toen echter de mildheid en de menslievendheid verscheen van onze redder God, had dit absoluut niets te maken met onze werken van gerechtigheid, doch met Zijn barmhartigheid. 197

199 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication