217

onszelf boven een ander te verheffen, die deze genade niet van God ontvangen heeft. Als wij ons met een splinter in het vlees al geen raad weten, hoe zouden wij dan bestand zijn tegen de stompen van de tegenstander, die geestelijk zijn. Een lichamelijk gebrek kan ons natuurlijk veel pijn bezorgen, mogelijk zelfs gedurende ons hele leven. De meeste mensen worden echter pas gebrekkig als ze ouder worden. Dit is ook niet direkt waar de tegenstander op uit is, omdat hij ons geestelijk kapot wil maken. Dat is zijn Hoofddoel. Wij moeten ons dan ook nooit laten verleiden door de gedachte, dat hij bij ons een kans van slagen heeft. Dit is onmogelijk omdat wij verzegeld zijn, wat niet te verbreken is. De enige mogelijkheid die hij heeft is ons tijdelijk in de war te brengen, totdat het Gods tijd is. Iedere keer weer opnieuw blijkt dan, dat God dit toeliet om ons iets duidelijk te maken. De tegenstander bezorgt ons smaad en hoon om ons geestelijk in de war te brengen, soms door middel van andersdenkenden. Een ieder van ons heeft daar zo zijn eigen ervaringen mee. Hij is een meester in het gebruik van de tongen van mensen, soms ook die van gelovigen binnen de gemeente. Gelukkig weten wij dat alles samenwerkt ten goede voor degenen die God liefhebben, Romeinen 8:28. Let wel, dit geldt zowel voor de gelovige die kwaad lijdt, als voor de gelovige die kwaad veroorzaakt, want aan degene die kwaad doet kan God nu reeds Zijn genade tentoonspreiden en de ander wil Hij de gelegenheid geven genade te betonen als hij onrecht lijden moet. Zo mist het kwaad zijn doel niet en snijdt het aan twee kanten. De Zoon van God werd zowel lichamelijk als geestelijk gestompt. Ze gaven Hem oorvijgen, kunt u zich dat voorstellen? Ze zeiden: Profeteer ons Christus, wie is het, die je geslagen heeft? Ze spraken Jezus echt niet aan met U, zoals de NBG vertaalt en reken maar, dat ze tekeer gingen tegen de Zoon van God, Matthéüs 26:67,68. In Marcus 15:16-21 werd Jezus bespot en gaven de soldaten Hem een doornenkroon en een purperen kleed en vielen op de knieën. Sloegen Hem met een riet op het hoofd en bespuwden Hem en begroetten Hem met: Verheug U, Gij Koning der Joden. 216

218 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication