229

Hoeveel moeite heeft het ons niet gekost onze kinderen te leren om voor alles wat ze kregen dank u wel te zeggen. Toen ze nog heel jong waren zijn we er al mee begonnen, zo van: nou wat zeg je dan? Bij verjaardagen kwam daar natuurlijk helemaal niets van terecht, want terwijl ze het ene kado nog aan het uitpakken waren, keken ze alweer naar het volgende. Niet omdat ze ondankbaar waren, maar ze waren van nature niet gewend om te bedanken. Bedanken, daar was totaal geen tijd voor. Vragen ging ze van nature heel wat gemakkelijker af. Dat begon al voor ze nog maar één woordje konden uitbrengen. Het was meer van uh, uh, hielden hun armpjes omhoog en je wist precies dat ze op schoot wilden zitten. Uh, uh, en ze wilden weer lopen, eten, drinken, aan de knoppen van de radio zitten, ballen, uit de box, enz. Als er niet snel genoeg gereageerd werd, begonnen ze te krijsen om zo hun zin te krijgen. En wat deden wij als ouders? Zo snel mogelijk gehoor geven aan wat het grut wilde om ze maar weer stil te krijgen. Vragen probeerden wij ze dan ook zo snel mogelijk af te leren, wat echter nooit helemaal gelukt is. Kinderen van bijvoorbeeld 13 jaar, net een ijsje achter de kiezen, maar nog geen 2 tellen later, oma mag ik een dropje? En als ze een dropje mogen zeggen ze, mag ik er twee? Ik weet wel, dat het als geintje bedoeld is, maar toch een geintje om er iets meer uit te slepen. Denk nu niet, hoe bestaat het? want bij iedereen is dit hetzelfde. Niet voor niets heeft men het gezegde bedacht: kinderen die vragen, worden overgeslagen. Dit wordt echter wel veel gezegd, maar heel weinig in praktijk gebracht. Het komt dus hierop neer, dat vragen vanaf de geboorte vanzelf gaat omdat het altijd iets oplevert en danken aangeleerd moet worden. Bij een gelovige is het al niet anders. Vragen aan God, de Vader, gaat ons heel gemakkelijk af, maar Hem danken moet ons geleerd worden. 228

230 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication