236

Zelfs Jezus zegt in Matthéüs 10:5: Gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls. Een Samaritaanse vrouw zegt in Johannes 4:9 tegen Jezus: Hoe kunt Gij, als Jood, van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen? Dit, omdat Joden geen omgang hadden met Samaritanen. Hoewel Jezus slechts twee dagen bij de Samaritanen verbleef kwamen zij, in tegenstelling tot de Joden bij wie Hij dagelijks verkeerde, sneller tot geloof in de Christus. Johannes 4:42 Want wij hebben Hem zelf gehoord en weten dat deze waarlijk de Redder der wereld, de Christus (door de NBG niet vertaald) is. Wat een inzicht hadden die gelovige Samaritanen dan in zo’n korte tijd ontvangen dat zij dit op deze manier konden verwoorden en de redding niet beperkten tot Joden of Samaritanen. Wij hebben echter een nog veel groter inzicht ontvangen, namelijk dat Hij de Redder is van het ganse heelal. Bovendien zijn wij geen vreemdelingen meer, maar gezinsleden van God, Efeziërs 2:19. Verheerlijken wij God dan met danken of zijn wij alleen maar bezig met vragen? Het woord danken komt verder nog driemaal voor in Openbaring en tweemaal in Handelingen. Heel wonderlijk is dat Paulus in Handelingen in beide keren de eerste is die gaat danken. En terwijl hij dit zeide, nam hij brood, dankte God in aller tegenwoordigheid, brak het en begon te eten, Handelingen 27:35. Paulus was op weg naar Rome en toen hij zag dat er broeders hem tegemoetkwamen, dankte hij God en vatte moed, Handelingen 28:15. Ik kreeg hier kippenvel van toen ik dit las en bedacht, dat je soms ook zo ontzettend blij kunt zijn als er een broeder je tegemoetkomt als je het moeilijk hebt. Niet iemand die iets zegt of vraagt, maar die weet wat er speelt, zijn mond houdt en je alleen maar even een bemoedigend tikje geeft en gewoon weer doorloopt. 235

237 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication