238

Danken is immers een gevolg van de genade die je hebt ontvangen, terwijl je bij vragen maar moet afwachten of God het gevraagde ook daadwerkelijk aan je gaat geven. In de loop der jaren heb ik al zoveel mensen horen zeggen: ik heb Hem hierom nu al zo vaak gebeden, bedoeld wordt gevraagd, maar Hij heeft het niet gegeven. Dan is het toch logisch dat je ontzettend ontevreden en teleurgesteld bent. Je verwacht het van Hem en er gebeurt helemaal niets. De oplossing ligt echter voor de hand omdat het nu juist Gods genade is dat Hij er niets aan doet. Hij wil ons namelijk leren om te gaan danken voor en in alles, in plaats van dingen te vragen waarvan wij denken dat wij die nodig hebben, tekortkomen of eventueel nog niet bezitten. Je hebt het gewoon niet goed als je blijft steken in vragen, wat vaak uitgedrukt wordt met: ik zit niet lekker in mijn vel! Maar God, de Vader, is niet met vel bezig maar met Zijn geest die in ons woont. Het gaat er nu juist om dat wij het in alle omstandigheden goed hebben en dat kan alleen maar als wij Gods aangezicht zoeken, bidden, naartoe wel hebben, waarbij niet altijd woorden gebruikt hoeven te worden. De meesten onder ons weten dat wij vaak niet verder komen dan zuchten, maar als je bedenkt wat Romeinen 8:25,26 daarover zegt dan komt er gelijk al weer danken, wel verheugen, boven drijven. vers 25 Indien wij echter verwachten wat wij niet zien, wachten wij daarop door volharding. Hier staat niet dat als wij iets aan God, de Vader, vragen, wij hierop door volharding zouden moeten wachten, want de kans is erg groot dat God al die dingen waar wij om vragen niet geeft. Het gaat om onze verwachting temidden der hemelingen, want daar gaat Romeinen 8:17-30 over. vers 26 op dezelfde wijze echter komt de geest onze zwakheid te hulp, want wij nemen niet waar wat wij gebonden zijn te bidden, maar de geest zelf pleit voor het onuitgesproken zuchten. 237

239 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication