244

Dan komt verzoeken ook nog voor in: Colossenzen 1:9. Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat jullie…… Duidelijk komt in dit vers naar voren dat bidden geen vragen kán betekenen, want die vergissing zou Paulus nooit gemaakt hebben. In werkelijkheid staat er bidden en verzoeken! Het gaat om het feit dat Paulus bij zijn gebeden, naartoe wel hebbingen, een verzoek doet voor de Colossenzen. Er wordt wel eens gezegd dat Paulus dit verzoek ten behoeve van de Colossenzen ook iedere dag voor zichzelf zou hebben gedaan, wat ik betwijfel omdat het er niet bij staat. Zou Paulus Hem dan niet in alles hebben behaagd en geen vrucht gedragen hebben in alle goed werk en niet opgewassen zijn in de erkenning van God? En zou hij dan niet met alle kracht bekrachtigd zijn geweest naar de macht van Zijn heerlijkheid tot alle volharding en geduld en met blijdschap de Vader gedankt hebben? Dit alles heeft Paulus nu juist wel verkregen ook zonder één enkele vraag, omdat God boven alles en boven alle mate hem hierin heeft voorzien. Trouwens Paulus schrijft hier ook niet dat wij dit wèl voor onszelf zouden moeten doen. Hij schrijft zelfs heel iets anders aan Timótheüs. 2 Timótheüs 2:7 Denk aan wat ik zeg, want de Here zal je in alles intelligentie geven. Dit is dus ook geen opdracht om hiernaar te vragen. De Here Jezus zegt hier ook iets over in: Matthéüs 10:19 Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; want gij zijt het niet die spreekt, doch het is de geest uws Vaders, die in u spreekt. Misschien vind je het wel hoogmoedig dat ik dit aanhaal, maar is het dan niet zo dat Gods geest in ons woont en onze zwakheid te hulp komt als wij niet meer weten wat zijn moet? Romeinen 8:26. 243

245 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication