248

2 Timótheüs 2:3-6 vers 3 Lijd kwaad (NBG niet vertaald) met de anderen als een uitstekend soldaat van Christus Jezus! Het had voor Timótheüs dus geen zin om te vragen geen kwaad te hoeven lijden. Wij zijn daarentegen nog heel ver weg van de kwalificatie van een uitstekend soldaat van Christus Jezus, want wij willen absoluut geen kwaad lijden ofwel dragen als het ons overkomt. Wat een verschil hè, vragen of dragen? vers 4 Niemand die oorlog voert is verwikkeld met zaken van levensonderhoud, opdat degene die hem aangeworven heeft wordt behaagd. Wij worden in ons leven echter volkomen in beslag genomen door hoe te voorzien in ons levensonderhoud en vragen dan ook nog aan God, de Vader, of Hij ons hiermee wil helpen. Wij vragen rustig of God ons wil helpen met het aanschaffen van een nieuw en groter huis. Sommigen gaan dan net als de Joden vragen om tekenen. Zo van: als het over een week nog niet verkocht is doe ik een bod en als ze daar op ingaan, dan moet het wel Gods bedoeling zijn. Of als ik de hypotheek rond kan krijgen dan past het zeker in Gods plan. Hiermee heb ik niemand op het oog want het was jarenlang ook de praktijk in mijn leven. Soms kan de beslissing die je genomen hebt je ook gewoon geld kosten en hoe rijmt dat dan met de bedoeling van God? Het feit dat de Joden om tekenen vroegen pleitte echt niet voor hen. In tegendeel zelfs, het was puur ongeloof, net zo goed als de wijsheid die de Grieken wilden hebben. Wat Paulus Timótheüs leert is pure wijsheid Gods, alleen hebben wij, de tegenwoordige soldaten van Christus Jezus, er soms gewoon lak aan. Paulus had bovendien al in 1 Timótheüs 6:8 geschreven: Als wij echter voeding hebben en beschutting dan is dat voldoende. 247

249 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication