256

De smeekbedes van Paulus tijdens zijn gebeden, naartoe wel hebbingen, betroffen dus zaken, waartoe hij zich gebonden wist om bij Vader bekend te maken. Het gebonden zijn was dus nooit ten behoeve van Paulus zelf maar in alle gevallen voor andere gelovigen bedoeld. Zelfs als hij aan gelovigen in andere gemeenten vroeg smekingen voor hem te doen dan was het niet tot welke menselijke zegen dan ook, maar om het woord goed tot uitdrukking te kunnen laten komen. Deze gemeenten waren dus gebonden dit te doen. Het ging om dienstbetoon van de bovenste plank en niet om eigen gewin, zoals: gezondheid, maatschappelijk voordeel, een huis, of wat wij allemaal kunnen bedenken en als smeekbede bij God, de Vader, neerleggen. Hij bracht precies in praktijk wat het woord smeekbede betekent, namelijk dat hij zich gebonden wist zich voor anderen tot God te wenden. Smeken, Grieks deomai, vertaald met: Bidden, 3 maal Vragen, 3 maal Het gaat bij deze teksten allemaal om hetzelfde, ook al staan ze niet in de brief aan de Filippenzen. Hij wist zich gebonden God, de Vader, voor anderen te benaderen, echter niet om te vragen of de Here nabij wilde zijn, want dat wist hij zo zeker als wat. Tweemaal ging zijn smeken uit tot God om zowel de Romeinen als de Thessalonicenzen te mogen bezoeken teneinde allerlei dingen aan hun geloof toe te voegen. 2 Corinthiërs 5:20 is net als voor Paulus ook hetgeen waartoe wij gebonden zijn, namelijk om mensen aan te spreken (NBG vermanen), voor Christus smeken wij: laat je met God verzoenen. Hem, die de zonde niet kende, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden zijn gerechtigheid Gods in Hem. Weet je, wij zijn er ons te weinig van bewust dat wij geroepen zijn tot dienstbetoon. Wij zijn immers gezanten van Christus, daar wil God onze mond voor gebruiken, met andere woorden, over al het andere kunnen wij beter onze mond stijf dicht houden omdat wij daartoe niet gebonden zijn. 255

257 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication