257

2 Corinthiërs 12:8. Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten. Hier staat echter niet gebeden, maar aangesproken, Grieks para kaleõ! Dat is toch wel heel iets anders! Wat ben ik blij dat hij dat ook heeft opgeschreven, zodat wij er lering uit kunnen trekken. Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een splinter in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, vers 7. Laten wij er eens over nadenken waarom wij ook allerlei dingen hebben! Zou dat kunnen zijn omdat wij ons anders te veel zouden verheffen? Of zou dat alleen maar voor Paulus nodig geweest zijn? Het is voor ons echter heel moeilijk om met alleen maar genade genoegen te nemen. Ik was bijvoorbeeld altijd de klos op de lagere school omdat ik de kleinste van de klas was en als er gevochten werd moest ik dan ook steeds om genade roepen. Zelfs in mijn diensttijd was het al niet anders, ook daar was ik de kleinste en ik werd zelfs een keer in een kookketel opgesloten. Dus als iemand dacht te weten wat het betekende om genade te ontvangen was ik het wel, totdat ik Gods genade leerde kennen. Mijn genade is je voldoende! Dit brengt Paulus uiteindelijk tot de uitroep: Met veel genot zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij tabernakele! En wij maar vragen aan God of Hij dit of dat wil wegnemen. Of wij geven gehoor aan wat andere gelovigen adviseren: Joh, je moet eens een andere dokter raadplegen. Hoe zo? Willen wij dan niet dat de kracht van Christus over ons tabernakelt? Neem voor de aardigheid het voorgaande hoofdstuk, 2 Corinthiërs 11, eens door, eventueel vanaf vers 23-29. Lees je ergens een vraag van Paulus of God dit allemaal weg wilde nemen? Vragen staat vrij is een aardig gezegde, maar dit gaat bij God echt niet op! 256

258 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication