31

God vormde jouw nieren en Hij weefde jou in de moederschoot, Psalm 139:13, en Zijn ogen zagen jouw vormeloos begin, Psalm 139:16! Jeremia gaat nog een stapje verder en schrijft: Het woord des Heren kwam tot mij: Eer ik u vormde in de moederschoot, heb ik u gekend en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder heb ik u geheiligd/apart gezet, Jeremia 1:5. Jeremia was zich ervan bewust, dat God hem al kende voor er ook maar van gemeenschap tussen zijn vader en moeder sprake was geweest. Het ging God ook niet om wie hem verwekte en baarde, maar om Jeremia die een werktuig in Zijn hand zou worden en daarom pasten Jeremia’s vader en moeder net zo goed in Gods plan. Zo werkt God ook in ons leven, Hij kende ons al voor de nederwerping van de wereld en voor onze verwekking had Hij een vader en moeder nodig. Niet voor niets zegt Paulus in Efeziërs 6:1 en 2: eer uw vader en uw moeder, want met dit eren van onze aardse vader en moeder, eren wij God, onze Vader, de Schepper van het ganse heelal, het Al. Romeinen 8:14-16 Want allen, die door de geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de geest van de stand van zoon, in welke wij luid roepen: Abba, Vader. De Romeinen moeten toch ook versteld gestaan hebben. Eerst predikte Paulus over de geest, die in hen kwam wonen en vervolgens dat ze Abba, Vader, tegen God de Almachtige mochten zeggen. Galaten 4:6 En, dat gij zonen zijt - God heeft de geest zijns Zoons uitgezonden naar binnenin onze harten, die luid roept: Abba, Vader. Efeziërs 2:18,19 Want door Hem hebben wij beiden in één geest de toegang tot de Vader. Zo zijt gij dan geen gasten en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en gezinsleden van God. Voor een Jood moet dit iets onvoorstelbaars geweest zijn, maar kunnen wij eigenlijk wel bevatten, wat Paulus hier openbaart? Wij behoren tot Gods gezin en kunnen, menselijk gesproken, zo maar bij God, onze Vader, in- en uitlopen, en door aanhoudend gebed, wel-hebbing, blijven wij te allen tijde met Vader in contact en als we in onze ogen in nood komen, mogen we luid roepen, schreeuwen, Abba, Vader! 30

32 Online Touch Home


You need flash player to view this online publication